seneca de clementia 1

Report
7. De clementia 1.9
(deel 1 – p. 60-61)
De Clementia =
Over de mildheid
• Gericht aan keizer Nero
• Beschrijft ideaalbeeld van een keizer
volgens Seneca: clement dus!
• Geschreven in 55-56 n. Chr, dus toen
Nero nét keizer was
• Nero toen nog niet ‘doorgeslagen’;
luisterde nog naar zijn adviseurs,
Seneca en Burrus
Seneca adviseert Nero
Een voorbeeld uit je eigen familie
Hoc quam verum sit, admonere te exemplo domestico
volo.
1 hoc quam = quam hoc
quam + bijv nw = hoe
Verklaar de coni. sit.
coni praes; afh. vraag (grammaticalis)
Een voorbeeld uit je eigen familie
Hoc quam verum sit, admonere te exemplo domestico
volo.
Hoe waar dit is, (daarop) wil ik je wijzen met een voorbeeld
uit je eigen familie.
1 hoc – nl. dat streng optreden niet in het belang is van een
heerser, maar juist veel weerstand opwekt (bv van ouders,
kinderen van de vijand die je hebt gedood).
Divus Augustus fuit mitis princeps, si quis illum
a principatu suo aestimare incipiat; in communi
quidem republica gladium movit.
2 quis = …..?
aliquis (na si, nisi, num en ne gaat ali- niet
met quis-je mee!)
Divus Augustus fuit mitis princeps, si quis illum
a principatu suo aestimare incipiat; in communi
quidem republica gladium movit.
De vergoddelijkte Augustus was een milde keizer, als
iemand hem vanaf z’n principaat zou beginnen te beoordelen;
(maar) toen de staat nog republiek was echter hanteerde hij
het zwaard.
2 principatu – Augustus noemde zichzelf geen
keizer, maar zei de republiek in stand te
houden. Daarom gebruikte hij hoogstens
de term princeps om zijn leidende rol aan
te duiden.
Vormt een tegenstelling met …?
in communi quidem republica
Cum hoc aetatis esset, quod tu nunc es, duodevicensimum
egressus annum, iam pugiones in sinum amicorum
absconderat, iam insidiis M. Antonii consulis latus petierat,
iam fuerat collega proscriptionis.
Let op de opbouw van deze zin:
Cum hoc aetatis esset,
bijzin
quod tu nunc es,
duodevicensimum egressus annum,
iam pugiones in sinum amicorum absconderat,
iam insidiis M. Antonii consulis latus petierat,
iam fuerat collega proscriptionis.
egressus: ppp. van egredi;
hoofdzin 1
hoofdzin 2
hoofdzin 3
 trikolon!
Cum hoc aetatis esset,
quod tu nunc es,
duodevicensimum egressus annum,
iam pugiones in sinum amicorum absconderat,
iam insidiis M. Antonii consulis latus petierat,
iam fuerat collega proscriptionis.
Toen hij op deze leeftijd was,
waarop jij nu bent,
het achttiende jaar gepasseerd hebbend
(= net 19 jaar oud),
had hij al dolken in de borst van vrienden verborgen
(gestoken),
had hij het al met een aanslag een moordaanslag op
consul Marcus Antonius gepleegd,
was hij al collega van/bij een proscriptie geweest.
Proscriptie
Van de vijanden van de staat werd een lijst opgehangen
met daarbij de beloning als je de betreffende personen
aangaf. Deze beloning kon dan b.v. uit een deel van het
vermogen van de personen op de lijst bestaan.
Vaak ook gebruikt om politieke vijanden uit te schakelen,
wat het Tweede Driemanschap ook veel deed.
Cum hoc aetatis esset,
quod tu nunc es,
duodevicensimum egressus annum,
iam pugiones in sinum amicorum absconderat,
iam insidiis M. Antonii consulis latus petierat,
iam fuerat collega proscriptionis.
3-6
Wie is het onderwerp van esset?
keizer Augustus
Wie wordt er aangesproken met tu?
keizer Nero
Sed cum annum quadragensimum transisset et in Gallia
moraretur, delatum est ad eum indicium L. Cinnam,
stolidi ingenii virum, insidias ei struere;
7 de-latum est – van welk woord is dit het
perfectum?
van de-ferre – berichten, overbrengen
Welke constructie volgt op delatum est indicium?
Sed cum annum quadragensimum transisset et in Gallia
moraretur, delatum est ad eum indicium L. Cinnam,
stolidi ingenii virum, insidias ei struere;
7 de-latum est – van welk woord is dit het
perfectum?
van de-ferre – berichten, overbrengen
Welke constructie volgt op delatum est indicium?
AcI: L. Cinnam …. struere
Sed cum annum quadragensimum transisset et in Gallia
moraretur, delatum est ad eum indicium L. Cinnam,
stolidi ingenii virum, insidias ei struere;
Maar toen hij het veertigste jaar gepasseerd was
en in Gallië vertoefde, werd bij hem aangifte gedaan
dat Lucius Cinna, een man met een bot karakter,
een hinderlaag (aanslag) tegen hem organiseerde;
7-8 stolidi ingenii –waarom genitivus?
genitivus qualitatis (geeft een eigenschap
aan)
8 eum, ei - wie wordt bedoeld?
Augustus
dictum est et ubi et quando et quemadmodum adgredi vellet;
unus ex consciis deferebat.
er werd verteld én waar én wanneer én hoe hij wilde
aanvallen; een van de medeplichtigen berichtte (dit).
8-9 Welke stijlfiguren zie je?
Trikolon (ubi, quando, quemadmodum)
Polysyndeton (et, et, et)
9 vellet – onderwerp is Cinna
9 unus ex consciis – waarom voegt Seneca dit toe?
om aan te geven dat de getuigenis heel
betrouwbaar was
Constituit se ab eo vindicare et consilium amicorum
advocari iussit.
Hij besloot dat hij wraak op hem zou nemen en hij beval
dat de raad van zijn vrienden bijeen werd geroepen.
9 Wie worden bedoeld met se en eo?
se = Augustus (se verwijst altijd naar het
onderwerp!!)
eo = L. Cinna
10 advocari – infin praes P
Nachtelijke twijfels
Nox illi inquieta erat, cum cogitaret adulescentem
nobilem, hoc detracto integrum, Cn. Pompei nepotem,
damnandum;
11 cogitaret – welke constructie staat hierbij?
Nachtelijke twijfels
Nox illi inquieta erat, cum cogitaret adulescentem
nobilem, hoc detracto integrum, Cn. Pompei nepotem,
damnandum;
11 cogitaret – welke constructie staat hierbij?
AcI: adulescentem nobilem, ..., damnandum [esse];
12 welke vorm is damnandum (esse) ?
Gerundivum van verplichting:
in je vertaling: moeten +
worden
Nachtelijke twijfels
Nox illi inquieta erat, cum cogitaret adulescentem
nobilem, hoc detracto integrum, Cn. Pompei nepotem,
damnandum;
De nacht was onrustig voor hem, toen (omdat) hij bedacht
dat een jongeman van adel, afgezien van dit ene ding
integer, de kleinzoon van Gnaeus Pompejus, moest worden
veroordeeld;
11 illi – kan ook als dat. possessivus worden vertaald: hij had een
onrustige nacht / zijn nacht was onrustig.
adulescentum – bedoeld wordt natuurlijk de in de vorige tekst
genoemde Cinna
hoc – wat wordt hiermee bedoeld?
dat deze Cinna een hinderlaag tegen
hem beraamde (insidias ei struere)
iam <se> unum hominem occidere non posse, cum
M. Antonio proscriptionis edictum inter cenam dictasset.
12-13 se … posse – waarom AcI?
nog afhankelijk van cogitaret.
iam <se> unum hominem occidere non posse, cum
M. Antonio proscriptionis edictum inter cenam dictasset.
dat hij nu één man niet kon doden, hoewel hij aan Marcus
Antonius de verordening van proscriptie tijdens de maaltijd
had gedicteerd.
11 Wie wordt bedoeld met se?
Augustus (se verwijst naar het onderwerp)
Wie wordt bedoeld met unum hominem?
Cinna
11-12 cum … dictasset – wat bedoelt Augustus hiermee?
Vroeger kostte het hem geen
moeite om velen te doden (hij
deed dat tussen het eten door),
terwijl hij nu al moeite heeft met
één (tegenstelling).
Gemens subinde voces varias emittebat et inter se
contrarias:
Zuchtend uitte hij herhaaldelijk verschillende woorden en
onderling tegenstrijdige (woorden):
‘Quid ergo? Ego percussorem meum securum ambulare
patiar me sollicito?
15 Wat is het hoofdwerkwoord van deze zin?
‘Quid ergo? Ego percussorem meum securum ambulare
patiar me sollicito?
15 Wat is het hoofdwerkwoord van deze zin?
patiar
Welke vorm is dat?
indic fut (zal ik…)
of
coni praes (dubitativus: moet ik…)
Welke constructie staat hierbij?
‘Quid ergo? Ego percussorem meum securum ambulare
patiar me sollicito?
15 Wat is het hoofdwerkwoord van deze zin?
patiar
Welke vorm is dat?
indic fut (zal ik…)
of
coni praes (dubitativus: moet ik…)
Welke constructie staat hierbij?
AcI
Wat is dan me sollicito?
‘Quid ergo? Ego percussorem meum securum ambulare
patiar me sollicito?
15 Wat is het hoofdwerkwoord van deze zin?
patiar
Welke vorm is dat?
indic fut (zal ik…)
of
coni praes (dubitativus: moet ik…)
Welke constructie staat hierbij?
AcI
Wat is dan me sollicito?
Een abl abs
‘Quid ergo? Ego percussorem meum securum ambulare
patiar me sollicito?
‘Wat dus/nu? Zal (moet) ik dus toestaan dat mijn
moordenaar onbezorgd (rond)loopt, terwijl ik ongerust ben?
Ergo non dabit poenas, qui tot civilibus bellis frustra petitum
caput, tot navalibus, tot pedestribus proeliis incolume,
postquam terra marique pax parata est, non occidere
constituat, sed immolare?’ (nam sacrificantem placuerat
adoriri).
16 qui … - de qui-zin vormt het onderwerp van dabit poenas
(subjectszin)
Wat is het ww. in de qui-zin?
Ergo non dabit poenas, qui tot civilibus bellis frustra petitum
caput, tot navalibus, tot pedestribus proeliis incolume,
postquam terra marique pax parata est, non occidere
constituat, sed immolare?’ (nam sacrificantem placuerat
adoriri).
16 qui … - de qui-zin vormt het onderwerp van dabit poenas
(subjectszin)
Wat is het ww. In de qui-zin?
constituat (niet ‘parata est’ – dat hoort in de postquam-zin)
Waarom coniunctivus?
coni explicativus / definitivus (zo’n soort man, die ...)
Welke stijlfiguur zie je nog in de qui-zin?
Ergo non dabit poenas, qui tot civilibus bellis frustra petitum
caput, tot navalibus, tot pedestribus proeliis incolume,
postquam terra marique pax parata est, non occidere
constituat, sed immolare?’ (nam sacrificantem placuerat
adoriri).
16 qui … - de qui-zin vormt het onderwerp van dabit poenas
(subjectszin)
Wat is het ww. In de qui-zin?
constituat (niet ‘parata est’ – dat hoort in de postquam-zin)
Waarom coniunctivus?
coni explicativus / definitivus (zo’n soort man, die ...)
Welke stijlfiguur zie je nog in de qui-zin?
een trikolon: tot ..., tot ..., tot ...
Welke vorm is incolume?
Ergo non dabit poenas, qui tot civilibus bellis frustra petitum
caput, tot navalibus, tot pedestribus proeliis incolume,
postquam terra marique pax parata est, non occidere
constituat, sed immolare?’ (nam sacrificantem placuerat
adoriri).
16 qui … - de qui-zin vormt het onderwerp van dabit poenas
(subjectszin)
Wat is het ww. In de qui-zin?
constituat (niet ‘parata est’ – dat hoort in de postquam-zin)
Waarom coniunctivus?
coni explicativus / definitivus (zo’n soort man, die ...)
Welke stijlfiguur zie je nog in de qui-zin?
een trikolon: tot ..., tot ..., tot ...
Welke vorm is incolume?  onzijdig van incolumis (bij caput)
Ergo non dabit poenas,
qui
tot civilibus bellis frustra petitum caput,
tot navalibus,
tot pedestribus proeliis incolume,
postquam terra marique pax parata est,
non occidere constituat, sed immolare?’
(nam sacrificantem placuerat adoriri).
Zal hij dus niet worden gestraft,
[hij] die besluit een persoon,
in zoveel burgeroorlogen vergeefs aangevallen,
in zoveel gevechten ter zee (en)
in zoveel te land ongedeerd [gebleven],
nadat te land en ter zee vrede is tot stand bereikt,
niet te doden, maar te offeren?’
(want hij had besloten hem terwijl hij offerde aan te
vallen).
Ergo non dabit poenas,
qui
tot civilibus bellis frustra petitum caput,
tot navalibus,
tot pedestribus proeliis incolume,
postquam terra marique pax parata est,
non occidere constituat, sed immolare?’
(nam sacrificantem placuerat adoriri).
16 caput = Augustus zelf (metonymia / pars pro toto)
18 Wie is het onderwerp van placuerat?
Cinna
Wie wordt bedoeld met sacrificantem?
Augustus
Waarbij geeft de nam-zin een uitleg?
Bij het woord immolare; dat gebruik je eigenlijk voor het
slachten van offerdieren; Augustus wordt a.h.w. ook bijna
geofferd door Cinna.
Rursus, silentio interposito, maiore multo voce sibi quam
Cinnae irascebatur:
Dan weer, na een stilte te hebben ingelast, was hij met
veel luidere stem boos op zichzelf dan op Cinna:
19 silentio interposito – abl abs
‘Quid vivis, si perire te tam multorum interest? Quis finis
erit suppliciorum? Quis sanguinis?
‘Waarom leef je, als het in het belang van zovelen is dat je
sterft? Wat zal het einde zijn van de straffen?
Welk van het bloed(vergieten)?
Stijlfiguren?
Trikolon
Retorische vragen
Anafora (repetitio)
Ellips ( Bij ‘Quis sanguinis?’ moet je
finis est aanvullen)
Ego sum nobilibus adulescentulis expositum caput, in quod
mucrones acuant;
Ik ben voor die jongemannetjes van adel een hoofd dat is
blootgesteld om hun wapens tegen te slijpen;
22 caput = metonymia / pars pro toto
hoofd  persoon
acuant – welke vorm en waarom?
coni. finalis (om te …)
Wat is de toon van nobilibus adulescentulis?
Een beetje neerbuigend
non est tanti vita, si, ut ego non peream,
tam multa perdenda sunt.’
23 per-eam – welke vorm van welk werkwoord?
coni. praes. van per-ire (finalis)
perdenda sunt – welke vorm?
gerundivum van verplichting
non est tanti vita, si, ut ego non peream,
tam multa perdenda sunt.’
het leven is niet zoveel waard als, opdat ik blijf leven,
zoveel personen/levens te gronde moeten worden gericht.’
Livia doorbreekt de twijfel
Interpellavit tandem illum Livia uxor et: ‘Admittis’ inquit
‘muliebre consilium?
Eindelijk onderbrak zijn vrouw Livia hem en zei:
‘Laat je het advies van een vrouw toe?
24 illum = Augustus
Fac, quod medici solent, qui, ubi usitata remedia non
procedunt, temptant contraria.
25 fac = imper van facere*
qui – welke pv. hoort hierbij?
* Onregelmatige imper.ev:
dic
duc
fac
fer
Fac, quod medici solent, qui, ubi usitata remedia non
procedunt, temptant contraria.
25 fac = imper van facere
qui – welke pv. hoort hierbij?
temptant
Fac, quod medici solent, qui, ubi usitata remedia non
procedunt, temptant contraria.
Doe wat dokters gewoon zijn, die, wanneer de
gebruikelijke geneesmiddelen niet helpen,
tegenovergestelde (middelen) proberen.
Severitate nihil adhuc profecisti; Salvidienum Lepidus secutus
est, Lepidum Murena, Murenam Caepio, Caepionem Egnatius,
ut alios taceam, quos tantum ausos pudet.
Met strengheid ben je tot nu toe niets opgeschoten; na
Salvidienus kwam Lepidus, na Lepidus Murena, na Murena
Caepio, (en) na Caepio Egnatius, om over de anderen
(maar) te zwijgen, over wie men zich schaamt dat ze zoiets
gedurfd hebben.
26 profectisti; Salvidienum – adversatief asyndeton (geen
voegwoord, maar je kunt het voegwoord ‘maar’ aanvullen)
28 tantum – wat wordt hiermee bedoeld?
een aanslag op keizer Augustus
Nunc tempta, quomodo tibi cedat clementia;
ignosce L. Cinnae.
Probeer nu, hoe mildheid voor jou uitpakt;
vergeef Lucius Cinna.
28 cedat – coni. praes. / afh. vraag (grammaticalis)
Deprensus est; iam nocere tibi non potest,
prodesse famae tuae potest.’
Hij is betrapt; hij kan je niet langer schaden,
(maar) hij kan voor je reputatie van voordeel zijn.’
29-30 welke stijlfiguren zie je in deze zin?
adversatief asyndeton
potest, prodesse
alliteratie
potest, prodesse
anafora / repetitio
potest
antithese
nocere/prodesse

similar documents