Hoe een juiste onderzoeksvraag opstellen?

Report
 Jongeren
en opvoeding
Keitof onderwerp maar…


 zeer open en vaag
 wat wil ik er eigenlijk van weten?





Welke soorten opvoedingsstijlen zijn er?
Aan welke regels dienen pubers zich best te
houden?
Is het stellen van regels effectief bij de
opvoeding?
Wat is een goede opvoeding?
Je hebt in twee gezinnen dezelfde regels,
maar in één gezin werkt dit, in een ander
niet, hoe komt dit?




‘Welke soorten opvoedingsstijlen zijn er?’
 2 pagina’s. ‘Het zijn er vier: A,B,C en D en
die zien er zo uit…’
= een opsomming van een lijstje, een simpele
weergave van opvoedingsstijlen.
=Geen slechte onderzoeksvraag… voor een
leerling uit het 3de middelbaar.


‘Aan welke regels dienen pubers zich best te
houden?’.
Interessante vraag, maar het antwoord kan
als subjectief beoordeeld worden. Stel dat je
een lijstje regels zou vinden, zou je je nog de
vraag kunnen stellen of ‘het stellen van
regels’ wel effectief is.


Belangrijk is zicht krijgen op het onderwerp
zodat je een betere, gefundeerde en concrete
onderzoeksvraag kan stellen.
Een vooronderzoek: jullie portfolio



Stel dat ik uit mijn vooronderzoekje ontdek
dat we de opvoeding (ouderlijke invloed) in 3
kunnen delen:
1. Doelen en waarden die ze via socialisatie
trachten over te brengen
(vb: gezond voedingspatroon)


2. Ouderlijke praktijken (normen) waarmee
ouders hun kinderen deze doelen willen
helpen bereiken
(vb: geen fast-food eten)

3. De opvoedingsstijl of het emotioneel-

(vb: De effectiviteit van de regel geen fast-food te eten, zal
affectieve klimaat waarbinnen de
socialisatie plaatsvindt.
bijgevolg afhangen van de affectieve context waarbinnen deze regel
wordt opgelegd. De adolescent zal binnen een gezin waar men geen
enkele tegenspraak duldt en strikte controlerende maatregelen
oplegt, misschien juist fast-food eten om in opstand te komen tegen
zijn ouders. Op deze manier tracht hij toch blijk te geven van een
eigen identiteit. Binnen een responsief, autonomie ondersteunend
gezin waar communicatie omtrent voor- en nadelen van het eten
van fast-food aan bod kan komen, zal de adolescent misschien
minder geneigd zijn hiertegen in te gaan en gemakkelijker het
belang van een gezond voedingspatroon internaliseren. )


Je zou je hier de vraag bij kunnen stellen welk
effect één deeltje van deze ouderlijke invloed,
nl de opvoedingsstijl, heeft op het
functioneren van adolescenten.
Maw:op zoek naar een specifiek verband
tussen twee dingen nl. opvoedingsstijl en het
functioneren van jongeren.

Waaw, wat een goede vraag… maar we gaan
geen thesis schrijven van 40 pagina’s.

Het functioneren van jongeren = heel breed
(vb: zijn zelfbeeld, zijn relaties met zijn
ouders, zijn sociale vaardigheden,….)

FOCUS je op een deelaspect vb zelfbeeld



Je onderzoeksvraag kan dan zijn:
Welke effecten hebben de verschillende
opvoedingsstijlen op het zelfbeeld van een
adolescent?


Eventueel:
Stel dat je nu halverwege je onderzoeksvraag
merkt dat men niet meer spreekt van
‘opvoedingsstijlen’ maar dat men hier
dimensies in onderscheidt, kan je later deze
onderzoeksvraag eventueel nog aanpassen
naar: Welke effecten hebben de verschillende
dimensies van opvoedingsstijlen op het
zelfbeeld van adolescenten?

similar documents