Economie voor 10 vwo

Report
Economie voor 10 vwo
Planning
• Dit jaar drie lesbrieven: Levensloop,
Monetaire Zaken en Arbeidsmarkt.
• Elke lesbrief: twee toetsen
• Elke lesbrief wordt afgesloten met SE
Werkwijze
• Elke les: korte uitleg op smartbord
• Powerpoints op vakportaal economie
• Daarna stof verwerken in:
– Groepen
– Individueel of in tweetallen
– Computerlokaal
Regels
• Als je iets wilt vragen/zeggen, steek je vinger
op.
• Alleen mobiele telefoons gebruiken met mijn
toestemming.
• Niet door de klas lopen
• Niet eten in de klas (drinken mag wel)
• In tweetallen naast elkaar zitten (dus niet met
drie of vier)
Spanje Ibiza
Opdracht 1
•
•
•
•
•
Beantwoord de volgende vragen
Schrijf ze op een blaadje
Zet je naam op het blaadje
Lever blaadje in aan einde van de les.
5 minuten
Vragen
• Ben je op vakantie geweest?
• Met wie ben je op vakantie geweest (ouders,
vrienden)
• Waar ben je op vakantie geweest?
• Het is crisis: gaan Nederlanders volgens jou
daardoor minder op vakantie?
• Het is crisis: geven Nederlanders daardoor
minder uit als ze op vakantie gaan?
Opdracht 2
• Lees de uitgedeelde tekst en beantwoord de
vier vragen
• Beantwoord de vragen eerst zelf
• Ga daarna – als je buurman ook klaar is – de
vragen met elkaar vergelijken. Verbeter indien
nodig je antwoord.
• Tot slot bespreken we de antwoorden
klassikaal
Hoofdstuk 1: kiezen
• Economie gaat over kiezen uit alternatieven
• Waarom kiezen we iets?????
Kiezen
1. Je moet kiezen omdat producten schaars zijn
(par. 2)
2. Bij het kiezen hou je rekening met
opofferingskosten (par. 2)
3. Bij het kiezen hou je rekening met je budget
(par. 3)
4. Bij het kiezen hou je rekening met de ander
(par. 4)
1. Kiezen en schaarste
• Schaarste in economie wil zeggen dat er
inspanning moet worden geleverd of kosten
moeten worden gemaakt om het maken.
• Daarom kosten schaarse goederen meestal
geld
• En omdat iets geld kost, moet je kiezen. Je
hebt niet genoeg geld om alles te kopen wat je
wilt.
1. Kiezen en schaarste
• Vrije goederen: goederen waarvoor geen
inspanningen gedaan moeten worden of
kosten moeten worden gemaakt om ze te
maken
2. Opofferingskosten
• Als je kiest hou je rekening met opofferings
kosten. Wat offer ik op als ik iets kies en is het
me dat waard.
• Opofferingskosten zijn de opbrengsten van het
beste niet gekozen alternatief.
• Als je iets kiest zijn de opofferingskosten lager
dan de opbrengsten van hetgeen je kiest
2. Opofferingskosten
• Voorbeeld. Ik heb de keuze uit drie
alternatieven:
– Werken bij AH: levert € 3 per uur op
– Oppassen: levert € 5 per uur op
– Opa helpen in de tuin, levert € 4 op en een goed
gevoel
• Waarschijnlijk kies je voor oppassen. De
opofferingskosten zijn dan € 4 en een goed
gevoel.
1.3 Budgetlijn
•
•
•
•
Wat je kiest is afhankelijk van je budget
Budget: hoeveel geld heb ik ter beschikking
Als ik minder budget heb, kan ik minder kopen
Als je de keuze hebt uit twee producten, kun
je een budgetvergelijking en een budgetlijn
tekenen
1.3 Budgetlijn
• Als je de keuze hebt uit twee producten, kun
je een budgetvergelijking en een budgetlijn
tekenen
• 100 = 1a + 2,5b
• 100 = budget
• a = blikje cola en b = broodje kaas
• 1 = prijs blikje cola en 2,5 is prijs broodje
gezond
1.3 budgetlijn
• Teken deze budgetlijn (zet a op de Xas)
• Wat gebeurt er met de budgetlijn als:
– Je budget verdubbelt (prijzen blijven gelijk0
– De prijs van cola verdubbelt (budget en prijs
broodje gezond blijft gelijk)
1.4 andermans keuze
• Filmpje: golden balls: 100.000 split or steal
1.4 Split or steal
Ellen
Jaap
split
steal
split
50/50
0/100
steal
100/0
0/0
1.4 Een Bounty of niet
Daan
Daan
Delen
Niet delen
Ischa
Delen
0,5 / 0,5
0/1
Ischa
Niet delen
1/0
0/0
Welke keuze wordt er gemaakt
• Waarschijnlijk kiezen ze allebei voor niet delen
omdat ze niet weten van elkaar wat ze doen
en elkaar niet vertrouwen. Immers als Daan
voor delen kiest, kan het zomaar zijn dat Ischa
voor niet delen kiest en Daan dus met lege
handen staat
• De meest waarschijnlijke keuze noemen wee
de dominante strategie. (in dit geval niet
delen dus)
Welke keuze wordt er gemaakt
• Maar als ze allebei kiezen voor niet delen, dan
krijgen ze allebei niets.
• Dus als beiden voor het eigen belang gaan,
dan krijgen ze allebei niets.
Welke keuze wordt er gemaakt
• Als Daan toch voor delen kiest en Ischa voor
niet delen, dan krijgt Daan niets en Ischa de
hele Bounty.
• Ischa noemen we dan een free rider; hij
profiteert van het goede gedrag van Daan. Hij
vertoont liftersgedrag.
•
Prisonersdilemma
• We noem dit spel een prisonersdilemma
omdat er
– Twee partijen zijn die niet van elkaar weten welke
keuze ze maken
– Twee partijen zijn die elkaar niet vertrouwen
– Elke partij gaat voor het eigen belang.
– Een resultaat ontstaat dat ongunstig is voor
beiden
Niet altijd de slechte uitkomst
• Het dilemma hoeft niet altijd tot een slecht
resultaat te leiden. Je kunt het voorkomen;
– Door bindende afspraken te maken. Twee partijen
spreken af samen te werken omdat niet samenwerken
tot straf leidt. De twee criminelen zijn bang gedood te
worden, de twee zussen krijgen geen zakgeld.
– Bij herhaling van het spel. De ene partij kiest niet voor
de dominante strategie maar kiest voor samenwerking
•
Gevangenendilemma
Zacco
Zacco
Bekennen
Zwijgen
Paco
Bekennen
10/10
1/22
Paco
zwijgen
22/1
2/2
Gevangenen
• Maken de afspraak beiden te zwijgen, maar dit
wordt pas een bindende afspraak als ze weten
dat ze worden vermoord door de ander (of
zijn handlanger) als ze bekennen
Opruimen
Sofie
sofie
Opruimen
Niet opruimen
Tara
Opruimen
30/30
70/10
Tara
Niet opruimen
10/70
60/60
Bindende afspraken
• Evenwicht: ze ruimen beiden niet op
• Beiden wel opruimen is beter, maar hoe komen
ze daar:
– Ze beloven allebei op te ruimen en ouders dreigen
met straf als ze dat niet doen (ze hebben dus een
bindende afspraak)
– Tit for tat: Tara ruimt wel op en start dus met
samenwerken in de hoop dat Sofie volgt. Als Sofie niet
volgt, dan stop Tara ook met opruimen. Dit kan alleen
als het dilemma wordt herhaald.
•
Liftersgedrag
• Als Tara wel opruimt en Sofie niet dan
vertoont Sofie liftersgedrag. Sofie profiteert
van goede gedrag van Tara.
• Liftersgedrag noemen we ook wel freeridergedrag
Opdracht
Oldi
Oldi
Reclame
Geen reclame
Spor
Reclame
90/90
130/70
Spor
Geen reclame
70/130
100/100
Spor en Oldi
• Spor en Oldi zijn twee supermarkten die
erover denken reclame te gaan maken.
• Ze maken nu beiden 100 winst en als ze
beiden reclame gaan maken blijft hun omzet
gelijk, maar nemen de kosten toe met 10
Spor en Oldi
•
•
•
•
Wat is de dominante strategie van Spor
Wat is de dominante strategie van Oldi
Wanneer is spor een free rider
Waarom is hier sprake van een
prisonnersdilemma
• Hoe kunnen Spor en Oldi hun probleem
oplossen
Spor en Oldi
• Wat is de dominante strategie van Spor:
– reclame maken
• Wat is de dominante strategie van Oldi:
– reclame maken
• Wanneer is spor een free rider:
– als Spor reclame maakt en Oldi niet
Spor en Oldi
• Waarom is hier sprake van een
prisonnersdilemma:
– omdat ze niet weten van elkaar wat ze doen
– Ze kiezen voor eigen belang
– Het eindresultaat niet optimaal is
• Hoe kunnen Spor en Oldi hun probleem
oplossen.
- Bindende afspraken maken. Afspreken dat ze
beiden geen reclame maken
Prisonerdilemma
• Prisonersdilemma met meerdere partijen:
veelpersoonsdilemma.
• Er wordt een feestje georganiseerd en iedereen
neemt op vrijwillige basis eten en drinken mee.
• De verleiding is groot om niets of weinig mee te
nemen, maar als iedereen dat doet, dan heb je
geen feestje
• Degene die niets meeneemt is een free rider. Hij
profiteert van het goede gedrag van anderen
Prisonersdilemma
• Oplossen?
– Je komt pas binnen als je iets meeneemt.
– Je krijgt een slechte naam, er wordt over je
gepraat.
– Je wordt niet meer uitgenodigd.
Prinsjesdag
• 3e dinsdag van september
– Wat leest de koning voor?
– Wat staat daar in?
– Wat biedt de minister van Financien aan?
– Hoe noemen we de 3e dinsdag in september?
Prinsjesdag
• Filmpje:www.rijksoverheid.nl/onderwerpen
prinsjesdag
• Lees het krantenartikel.
– Wat merken jullie hiervan?
– Wat bedoelen we met een daling van de
koopkracht?
Prinsjesdag
•
•
•
•
Je ouders gaan in koopkracht achteruit
Alles wordt duurder (accijns gaan omhoog)
Kinderbijslag wordt minder
Je buurman is werkeloos
Vandaag
•
•
•
•
•
Uitslag quizzzzzzzz
Inkomensverdeling
Kort filmpje
Uitleg
Opdracht in tweetallen.
H.2 Inkomensverdeling en Lorenzcurve
• Lorenzcurve laat inkomensverdeling in een
land of in een groep zien.
• Lorenzcurve geeft aan of inkomensverdeling
gelijk of ongelijk is.
• Op de x-as percentage van de bevolking
• Op de Y- as percentage van de bevolking
Voorbeeld lorenzcurve
Lorenzcurve
Persoon
Inkomen
Inkomen Cumulatief Cumulatief
als % van %
% inkomen
het totaal personen
Jaap
20.000
10%
25%
10%
Joop
20.000
10%
50%
20%
Bert
60.000
30%
75%
50%
Bart
100.000
50%
100%
100%
200.000
100%
H.2 Gini index
• Om de ongelijkheid te meten wordt
gebruikgemaakt van de Gini-index, waarbij
een index van 0 gelijk staat aan volkomen
gelijkheid en 100 aan volkomen ongelijkheid.
De meeste West-Europese landen hebben een
zeer lage Gini-index vanwege hun hoge
inkomstenbelasting
Inkomensverdeling en Lorenzcurve
• Naarmate de inkomensverdeling gelijker
wordt (=nivellering), komt de Lorenzcurve
meer naar het midden ( de diagonale lijn)’.
• Huiswerk voor volgende week donderdag: 2.7
t/m 2.11
Opgaven
• t/m opgave 2.6
2.6 Ruilen over de tijd
• Sparen: ik consumeer niet nu, maar later. De
ruil (geld voor goederen) wordt uitgesteld
• Lenen: ik consumptie in de toekomst wordt
vervangen door consumptie nu. De ruil wordt
vervroegd.
2.6 Ruilen over de tijd
• Bij lenen en sparen komen de
opofferingskosten weer aan de orde.
• Opofferingskosten in de vorm van tijd (nu of
later) en geld (rente)
2.6 Ruilen over de tijd
• Rente: de prijs van geld
• Als ik spaar, geef ik de bank de beschikking
over mijn geld en wil ik daarvoor een
vergoeding.
• Waarom wil ik eigenlijk die vergoeding in de
vorm van rente?
2.6 Ruilen over de tijd
• Waarom wil ik eigenlijk die vergoeding in de
vorm van rente als ik mijn geld nu niet heb,
maar straks
– Misschien ben ik straks wel dood en heb ik niets
aan mijn geld straks
– Misschien ben ik straks wel rijker en kan ik het
geld beter nu hebben
2.6 Ruilen over de tijd
• Waarom wil ik eigenlijk die vergoeding in de
vorm van rente als ik mijn geld nu niet heb,
maar straks
– Misschien ben ik straks wel dood en heb ik niets
aan mijn geld straks
– Misschien ben ik straks wel rijker en kan ik het
geld beter nu hebben
2.6 Ruilen over de tijd
• Je wilt dus een vergoeding in de vorm van
rente omdat je niet nu maar pas later over je
geld kunt beschikken. Boven op deze rente,
kan nog extra rente komen voor risico’s
– Risico’s dat ik het gespaarde/uitgeleende bedrag
niet terug krijg
– Risico’s dat het geld minder waard wordt door
inflatie
– Risico’s dat het geld minder waard wordt door
wisselkoersschommelingen
Hoofdstuk 3
• Transactiekosten: tijd en geld die het kost om
een transactie (ruil) tot stand te brengen.
• Zowel koper als verkoper hebben
transactiekosten!!!!!!!
Asymmetrische informatie
• De ene partij weet meer dan de andere partij
• Dit leidt tot extra transactiekosten
Asymmetrische informatie
• Asymmetrische informatie: de verzekerde
weet meer dan de verzekeraar.
• De verzekeraar is altijd op zoek naar
informatie over de verzekerde.
– b.v. je betaalt een lage premie als je gezond leeft: maar hoe weet de
verzekeraar of je gezond leeft.
– Je verzekert je Iphone. De verzekeraar wil weten of je met de politie in
aanraking bent geweest?
Premie particuliere verzekering
• Premie: de prijs van een verzekering
• Premie berekenen: kans op schade x de
gemiddelde hoogte van verwachte schade
• Voorbeeld:
– Aantal verzekerde auto’s = 100.000
– Gemiddelde schade = € 4.000
– Kans op schade is 10%
– Premie = € 400 (= Kans op schade x gemiddelde
schade)
Premie particuliere verzekering
• Bereken nu de premie op een andere manier.
Premie particuliere verzekering
• Zo kun je het ook uitrekenen:
– Totaal schadebedrag = € 4.000 x 10.000 =
€ 40.000.000.
– Schadebedrag delen door aantal verzekerden
– € 40.000.000/100.000 = € 400 premie
Premie
• Bereken nu de premie als de verzekeraar € 2
miljoen winst wil maken.
Averechtse selectie
• De mensen met goede risico’s verzekeren zich
niet, de mensen met slechte risico’s wel.
• Gevolg: verzekeren wordt erg duur (weinig
premiebetalers, veel uitkeringen)
• Oplossen:
– verzekering verplichten zoals bij
ziektekostenverzekering.
– Premiedifferentiatie: mensen met weinig risico
betalen lagere premie.
– Eigen risico
Moral hazard
• Mensen gedragen zich roekeloos of risicovol
omdat ze toch al verzekerd zijn
• Gevolg: veel schade en hogere premies
• Oplossen:
– eigen bijdragen/risico bij schade,
– schade uitkering aan maximum verbinden
– Premiedifferentiatie (als je weinig schade hebt,
dan betaal je weinig premie)
verzekeren
• Lees artikel over verzekeren. Er komen een
aantal begrippen in terug die we hebben
behandeld.
– Wat zijn de opofferingskosten van het niet
afsluiten van een annuleringsverzekering?
– Zoek in het artikel de tekst die hoort bij de
begrippen:
• Risico aversie
• Averechtse selectie
• Transactiekosten
Premie
• Premie: kans op schade x verwachte hoogte
schade
• Premie: (totaal schade bedrag + opslag voor
winst en kosten) : aantal verzekerden
Opdracht 3.9
Premie: kans op schade x verwachte hoogte
schade
- Premie voor groep 1: 0,01 x 20.000 = € 200
- Premie voor groep 2: 0,02 x € 20.000 = € 400
- Premie voor groep 3: 0,03 x € 20.000 = € 600
Alleen groep 2 en 3 verzekeren zich voor een
premie van € 400.
Opdracht 3.14
• Eigen risico tegen averechtse selectie: een
voorzichtig iemand kan zijn eigen risico verhogen
en zo zijn premie verlagen. Voor een lagere
premie zal hij zich eerder verzekeren
• Eigen risico tegen moreel wangedrag: als je een
deel van de schade zelf moet betlane, word je
vanzelf voorzichtiger
• No claim korting tegen moreel wangedrag: als je
geen schade hebt (geen schade claimt) en dus
voorzichtiger bent, dan krijg je een lagere premie
3.7 Sociale zekerheid
• Sociale zekerheid: wetten die je helpen bij
ziekte, werkeloosheid, ouderdom,
grootbrengen van kinderen en
arbeidsongeschiktheid
• Gebaseerd op solidariteit
– Van werkenden met werkelozen
– Van jongeren met ouderen
– Van gezonde mensen met de zieken
3.7 Sociale zekerheid
• Sociale zekerheid bestaat uit:
– Sociale verzekeringen: betaald uit premies
– Sociale voorzieningen: betaald uit belastinggeld:
zoals Wet Werk en Bijstand
3.7 Sociale zekerheid
• Sociale verzekeringen bestaan uit
– Volksverzekeringen: voor iedereen (AOW, AWBZ.
ANW, AKW)
– Werknemersverzekeringen: voor mensen in
loondienst (WIA, WW)
3.8 Zorgverzekering
• Wie is waar verzekerd (pasjes)
• Filmpje: waar op letten bij je zorgverzekering
(consumentenbond)
Ziektekostenverzekering
• Zorgverzekering: dekt kosten van
gezondheidszorg.
• De zorgverzekering bestaat uit:
– een verplicht basispakket;
– een niet verplicht aanvullend pakket.
Ziektekostenverzekering: basispakket
• Het basispakket is verplicht. Iedereen moet
zich verzekeren voor het basispakket. We gaan
hiermee averechts selectie tegen.
• Dit pakket is voor iedereen gelijk.
Ziektekostenverzekering: basispakket
• Iedereen betaalt voor het basispakket een vast
bedrag per maand (= nominale premie). Deze
betaal je aan de zorgverzekeraar (Menzis,
ONVZ , AGIS)
• Je kunt zelf kiezen welke verzekeraar je kiest.
De ene verzekeraar is voor hetzelfde pakket
iets goedkoper dan de andere
Ziektekostenverzekering: basispakket
• Daarnaast betaalt iedereen een
inkomensafhankelijke premie voor het
basispakket. Deze wordt ingehouden op je
loon door je werkgever.
Ziektekostenverzekering: aanvullende
verzekering
• Je kunt je ook aanvullend verzekeren (b.v voor
de tandarts of extra fysiotherapie). Je betaalt
daarvoor dan een extra nominale premie aan
de zorgverzekeraar.
Opdracht
• Lees artikel en beantwoord de vragen
– Hoe zorgt Aron ervoor dat hij zo weinig mogelijk
betaalt voor zijn zorgverzekering
– De basis verzekering is verplicht: welke probleem
wordt daarmee voorkomen?
– Er is een eigen risico van € 350: welk probleem
wordt daarmee voorkomen
– Zou jij je eigen risico verhogen in ruil voor een
lagere premie? Waarom
Economie gaat over kiezen
• Wat kun je kiezen:
– Bij welke verzekeraar je de verplichte
basisverzekering afsluit (b.v. Menzis of Agis)
– Of je wel of niet de – niet verplichte - aanvullende
verzekering afsluit
– Of je je eigen risico van € 350 verhoogt of niet

similar documents