Spellen - ELO Pascal College

Report
Spellen
5 vwo
Meervoud
•
Woorden op a, e, i, o, u of y krijgen bij uitspreekproblemen een ‘s in het
meervoud:
–
–
–
–
–
•
Maar:
–
–
–
–
–
–
•
piano-piano’s
hyena – hyena’s
hobby – hobby’s
jury – jury’s
drama – drama’s
gewoonte – gewoontes/gewoonten
etalage – etalages
coupé – coupés
bureau – bureaus
paté – patés
felicitatie – felicitaties
Als er een klinker voor de y staat, volgt er ook geen ‘s.
– essay – essays
– playboy – playboys
Meervoud
• Als een woord op ie of ee eindigt en de
klemtoon valt op de laatste lettergreep, dan
komt er een e met trema bij:
– binnenzee – binnenzeeën
– melodie – melodieën
– genie – genieën
• Maar:
– bacterie – bacteriën
– porie – poriën
Meervoud
• Bij woorden met een onbeklemtoonde
slotlettergreep verdubbelen we de medeklinker
niet:
– lobbes – lobbesen
– stommerik – stommeriken
• Bij woorden die we uit het Frans geleend hebben,
verandert in het meervoud de f niet in een v:
– antroposoof – antroposofen
– fotograaf – fotografen
Meervoud
• Woorden uit het Latijn hebben een bijzonder
meervoud:
– basis – bases
– chemicus – chemici
– crematorium – crematoria
– casus – casi
– matrix – matrices
– decennium – decennia
• En: esdoornblad - esdoornbladeren.
Samenstellingen
• Als je in de samenstelling een –s hoort, schrijf
je een –s:
– geslacht + ziekte = geslachtsziekte
– acteur + school = acteursschool
– geloof + strijd = geloofsstrijd
– publiciteit + stunt = publiciteitsstunt
– voetganger + straat = voetgangersstraat
– liefde + scene = liefdesscene
Samenstellingen
• Standaardregel: als het eerste deel van de samenstelling een
meervoud heeft op –en, krijgt het dat ook in de samenstelling:
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
hond + leven = hondenleven
bol + kweker = bollenkweker
rug + graat = ruggengraat
boer + bedrog = boerenbedrog
dove + instituut = doveninstituut
berk + boom = berkenboom
pruim + jam = pruimenjam
bes + jenever = bessenjenever
ruitjes + schrift = ruitjesschrift
blinde + school = blindenschool
spin + web = spinnenweb
kat + tentoonstelling = kattententoonstelling
Samenstellingen
• Als het eerste deel van de samenstelling geen
meervoud heeft, krijgt het –e in de samenstelling:
–
–
–
–
rijst + bloem = rijstebloem
nicotine + geur = nicotinegeur
hel + vuur = hellevuur
komijn + kaas = komijnekaas
• Als er van het eerste deel van de samenstelling
maar een is, krijgt het –e in de samenstelling:
– zon + scherm = zonnescherm
– koningin + dag = Koninginnedag
Samenstellingen
• Als het eerste deel van de samenstelling alleen
een meervoud op –s heeft, krijgt het –e in de
samenstelling:
– asperge + soep = aspergesoep
• Als het eerste deel van de samenstelling een
meervoud op –s en –n heeft, krijgt het –e in de
samenstelling:
–
–
–
–
groente + zaak = groentezaak
gilde + huis = gildehuis
geboorte + cijfer = geboortecijfer
gedaante + verwisseling = gedaanteverwisseling
Samenstellingen
• Als het eerste deel van de samenstelling een
werkwoord is, krijgt het in de samenstelling een –
e:
– spin + wiel = spinnewiel
– wieg + lied = wiegelied
• Als het eerste deel van de samenstelling een
bijvoeglijk naamwoord is, krijgt het in de
samenstelling een –e:
– reus + gezellig = reuzegezellig
– arm + lui = armelui
– blind + man = blindeman
Samenstellingen
• Als we het woord niet meer als samenstelling
herkennen, krijgt het eerste deel een –e:
– dwing + land = dwingeland
– droom + land = dromeland
– doof + netel = dovenetel
– zin + beeld = zinnebeeld (symbool)
– zot + klap = zotteklap (gekkenpraat)
• En: kastanje + blad = kastanjeblad
Verkleinwoorden
• Als het woord eindigt op a, é, o en u wordt de klinker
verdubbeld:
–
–
–
–
–
café – cafeetje
paraplu – parapluutje
radio – radiootje
opa – opaatje
chocola – chocolaatje
• i wordt ie:
– kolibri – kolibrietje
• y krijgt een apostrof:
– tray – tray’tje
– rally – rally’tje
Verkleinwoorden
• Afkortingen en letters krijgen een apostrof:
– tv – tv’tje
– mms – mms’je
– A4 – A4’tje
– gsm – gsm’etje
Verkleinwoorden
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
rijm – rijmpje
borrelglas – borrelglaasje
brug – bruggetje
pad – padje/paadje
cognac – cognacje
woning – woninkje
geeuw – geeuwtje
bodem – bodempje
milkshake – milkshakeje
weg – weggetje
pop – poppetje
vlam – vlammetje
colbert – colbertje
asperge – aspergetje
aspirine – aspirientje
dejeuner – dejeunertje
ding – dingetje
buiging – buiginkje
Aaneenschrijven
• Standaardregel: schrijf in het Nederlands zo veel mogelijk
aan elkaar.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
tegemoetkoming (tegemoet komen)
maximumsnelheid
openhaardhout
koolzuurhoudende dranken
hogesnelheidstrein
zwaargebouwde mannen
meerkeuzetoets
pas gebouwde kantoren
gevangenneming (gevangen nemen)
onroerendgoedmarkt
langeafstandloper
Aaneenschrijven
•
•
•
•
•
•
•
fout parkeren
vioolspelen (gitaar spelen)
heteluchtverwarming
breedgeschouderde portiers
waterbesparende maatregel
tweedekansonderwijs
fout schrijven
Aaneenschrijven
• Voornaamwoordelijke bijwoorden schrijven we
aaneen:
– vooruit kijken (bezwaar maken)
– eronderdoor kruipen
– eronderuit komen
• Getallen tot honderd en samenstellingen met –
honderd en –duizend schrijven we aaneen:
– dertien miljoen
– vijftien miljard
– veertigduizend
Liggend streepje
• Bij uitspreekproblemen:
–
–
–
–
–
–
–
–
–
televisie + uitzending = televisie-uitzending
ski + jack = ski-jack
stage + uren = stage-uren
lente + uitjes = lente-uitje
keuze + element = keuze-element
café + eigenaar = café-eigenaar
gummi + jas = gummi-jas
adrenaline + injectie = adrenaline-injectie
netto +opbrengst = netto-opbrengst
• Maar:
–
–
–
–
massa + ontslag = massaontslag
video + apparaat = videoapparaat
vanille + yoghurt = vanilleyoghurt
Insuline + opname = insulineopname
Liggend streepje
•
Tussen gelijkwaardige delen:
– politie + ambtenaar = politie-ambtenaar
•
Samenstelling met letters, cijfers, andere tekens en Sint of St:
–
–
–
–
•
vwo + leerling = vwo-leerling (havoleerling)
‘s-Hertogenbosch
top + 10 + plaat = top 10-plaat
8 + uur + journaal = 8 uur-journaal
Samenstellingen met eigen namen:
– het kabinet + Balkenende = het kabinet-Balkenende
•
Samenstellingen met oud-, ex-, non-, niet- en anti-, als daarna een hoofdletter
volgt:
– oud + minister = oud-minister
– anti + aanbak + laag = antiaanbaklaag
•
Sommige samenstellingen hebben meer streepjes:
– glas + in + lood + raam = glas-in-loodraam
– kat + en + muis + spelletje = kat-en-muisspelletje
– nek + aan + nek + race = nek-aan-nekrace
Weglatingsstreepje
• Het weglatingsstreepje gebruik je bij het weglaten van een woorddeel:
– twee- en drieledige samenstellingen (-ledige wordt weggelaten en
samenstellingen wordt weggelaten maar dat is geen woorddeel)
– land- en tuinbouw (-bouw wordt weggelaten)
– staats- en particuliere bedrijven (-bedrijven wordt weggelaten)
– lager en kleuteronderwijs (onderwijs wordt weggelaten, maar dat is geen
woorddeel)
– Friese en Groningse deelnemers (deelnemers wordt weggelaten, maar dat is
geen woorddeel)
– de legkippen- en de slachtkippenindustrie (-industrie wordt weggelaten)
– primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden (arbeidsvoorwaarden wordt
weggelaten, maar dat is geen woorddeel)
– hbo-werk- en hbo-denkniveau (- niveau wordt weggelaten)
– benzine- en dieselmotoren (-motoren wordt weggelaten)
– stadscafés en –disco’s (stads- wordt weggelaten)
Weglatingsstreepje
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
in binnen- en buitenland
huiskamerconcerten en –voorstellingen
nevenactiviteiten en –inkomsten
voor- en tegenspoed
melkkoeien- en vleeskoeienbedrijven
hoofd- en kleine letters
brood- en banketbakker
literaire en kunstkritiek
bergbewoners en –beklimmers
havoscholen en –opleidingen en vwo-scholen en –
opleidingen
Afbreken
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Je kunt alleen aan het einde van een lettergreep afbreken:
han – gen (niet: hang – en)
ho – ger – op
ge – as – si – mi – leerd
glooi- ing
na – jaars – con – cert
ro – che – len
vreemd – ste
Ko – nin – gin
ir – ree – el (trema verdwijnt)
te – gen – stan – ders
Afbreken
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
amb – te – naar
koor – den
in – dus – tri – eel
ge – ir – ri – teerd
la – ge – lo – nen – lan – den
kraai – en
e – ve – ne – men – ten
toe – kom – sti – ge
ver – lan – gen (niet: ver – lang – en)
loo – che – nen
Trema
• Een trema plaats je bij niet-samenstellingen. (Samenstellingen
schrijf je z.v.m. aan elkaar en anders met een koppelteken.)
• Je gebruikt het trema om leesproblemen te voorkomen en plaatst
het waar een nieuwe lettergreep begint.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
heroïsme
cafeïne
Israël
tweeëntwintig (samenstelling van cijfers maar toch trema)
geïnviteerd
kanoën
geïdealiseerd
amfibieën
heroïne
geürineerd
Trema
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
geërgerd
koloniën
irreëel
hygiëne
echoën
geïnteresseerd
meniën
België
mozaïek
smeuïg
• Maar (geen uitspreekproblemen):
–
–
–
–
–
meteoor
beantwoorden
virtuele
geordend
evacueren
Trema
• Bij –iee- of –ii- is een trema overbodig.
– beschoeiing
– financieel
– verfraaiing
• Bij woorden uit een andere taal is een trema
ook overbodig:
– mecanicien
– mausoleum
– uitzondering: conciërge
Apostrof
• Als een woord eindigt op a, i, o, u en y gebruik je bij het meervoud
bij uitspreekproblemen een apostrof:
– sirtaki – sirtaki’s (maar: lelies, ruïnes, hippies)
• Bij het meervoud van afkortingen schrijf je een apostrof:
– lp – lp’s
• Bij verkleinwoorden van woorden die op een y eindigen, schrijf je
een apostrof:
– baby – baby’tje
• Behalve als er een klinker voor de y staat:
– display – displaytje
• En:
– amfibie – amfibietje
– etuis – etuitjes
Apostrof
• Voor een achtervoegsel staat een apostrof:
– WAO’er
– hbo’er
– 65+’er
• Als een woord eindigt op a, i, o, u en y krijgt het bij
uitspreekproblemen bij bezitsrelaties een apostrof:
– Hanna’s huis
• Maar:
– Hermans pupillen
– Jeannes zus sms’t graag.
– ‘s Morgens lust ik tantes koffie niet.
• En als het woord eindigt op een sisklank, krijgt het bij bezitsrelaties
alleen een apostrof:
– Hans’ top 1775 past op twee cd’s.
Apostrof
• Als we letters weglaten, gebruiken we ook een
apostrof:
– Het zal kou zijn in het water als het vriest  ‘t Zal
koud zijn in ‘t water als ‘t vriest.
– Des morgens lust ik tantes koffie niet.  ‘s
Morgens lust ik tantes koffie niet.
– Het is hier fantastisch!  ‘t Is hier fantastisch!
– Des Gravenhage  ‘s-Gravenhage
Getallen
•
Getallen tot en met twintig schrijf je uit.
– De boer had 23 geiten en 82 schapen.
– Ze zeggen dat een op de drie vrouwen wel eens depressief is.
– De schapenbout die we kochten, woog wel vijf kilo.
•
Namen van feestdagen en beroemde gebeurtenissen schrijf je voluit en met
hoofdletters.
– Waarom eten veel mensen op Tweede Kerstdag kalkoen?
– De Tweede Wereldoorlog duurde korter dan de Tachtigjarige Oorlog.
•
Data, adressen en bankrekeningnummers schrijf je gewoon in getallen (maanden
voluit).
– Op 8 december viert Maria Onbevlekte Ontvangenis.
– Mijn gironummer is: 4569873
•
Als er ‘honderd’, ‘duizend’, ‘miljoen’ et cetera in het getal voorkomt, dan schrijf je
dat uit.
– Heeft Jan werkelijk twee miljoen euro verdiend aan een cd?
•
Tientallen (en afkortingen!) schrijf je ook uit.
– Dit boek kost 23 euro en vijftig cent.
Getallen
• ‘Wie van de drie?’ was vroeger een populair tv-spelletje.
• Ik denk dat een derde van alle Nederlanders niets om politiek geeft.
• Van Sint Maarten (11 november) tot Aswoensdag zijn katholieken
met carnaval bezig.
• Verdien jij op de markt vijftig euro op een zaterdag?
• Zijn jullie vrij op Tweede Pinksterdag?
• In deze bundel staan de beste honderd sonnetten van het jaar
2000.
• Woont Inge nog steeds op Hertogstraat 32?
• Op 14 december 1992 vierde ik voor het eerst Valentijnsdag.
• 45 procent van de werkenden meldt zich wel eens ten onrechte
ziek.
• Van de 32 sollicitanten hadden er maar 15 een foutloze brief
geschreven.
‘sommige’ of ‘sommigen’
• Je schrijft ‘sommige’ zonder –n, als het bijvoeglijk gebruikt
wordt:
– Het staat voor een zelfstandig naamwoord: Sommige leerlingen
hadden hun huiswerk gemaakt.
– Je kunt er een zelfstandig naamwoord uit dezelfde zin achter
zetten: Sommige leerlingen hadden hun huiswerk gemaakt,
maar vele (leerlingen) niet.
• Je schrijft ‘sommige’ ook zonder –n, als het op dieren of
dingen slaat: Van de bevrijde aapjes waren er sommige
ondervoed, maar de meeste waren gezond.
• Als ‘sommige’ zelfstandig gebruikt wordt en op mensen
slaat, schrijf je wel een –n: Onder de aanwezigen op de
party waren diverse criminelen, van wie er ook sommige
uit Italië kwamen.
‘sommige’ of ‘sommigen’
• Er komen steeds meer drugsverslaafden in ons land.
• Veel spelers waren met de auto en slechts enkele waren met de
fiets.
• De volwassenen kregen een alcoholisch drankje aangeboden.
• Van de bevrijde aapjes waren er enkele ondervoed, maar de
meeste waren gezond.
• Allen die willen te kaap’ren varen, moeten mannen met baarden
zijn.
• Ik kijk altijd naar het journaal voor doven en slechthorenden.
• De groten der aarde bekommeren zich te weinig om de armen en
de behoeftigen.
• Van de leerlingen hadden alleen de ijverigste hun huiswerk
gemaakt.
‘sommige’ of ‘sommigen’
• Van de docenten waren alleen de populairste op het bovenbouwfeest
gekomen.
• Kies Demon als provider: van de beste de goedkoopste.
• Blinden en slechtzienden dragen vaak een witte stok met rode strepen.
• We telden de lopers die de finish haalden en Gianni was echt een van de
eersten/eerste.
• Onder de aanwezigen op de party waren diverse criminelen, van wie er
ook enige uit Italië kwamen.
• Alleen degenen die aan sport doen, mochten meedoen aan de
hardloopwedstrijd.
• De belangrijksten onder de gasten werden aan de koning voorgesteld.
• Van die scanners vind ik dit de mooiste, maar dat is dan ook een van de
duurste.

similar documents