Hfst 6 Pracht en praal , barok 17de eeuw

Report
H.6 De Bespiegeling vwo
Verleiding door pracht en
praal
Barok in de 17e eeuw
Verleiding door pracht en praal
Barok in de 17e eeuw
De Barok sluit aan bij de contra-reformatie in Italië en het absolutisme in Frankrijk.
Contra-reformatie: de kerk van Rome probeert de gelovigen te imponeren en terug te winnen.
Absolutisme: Lodewijk de XIV ( 1643-1715). Absolute staat met centrale macht van de vorst.
( ‘droit devin des rois’) Ook hier is sprake van imponeren.
Ontstaan van de opera.
Sint-Pieterskerk: In 1629 stelt paus Urbanus VIII, Bernini aan als bouwmeester van de Sint-Pieter.
Bernini start met het monument boven het graf van Petrus. Gemaakt van koper ( gesloopt van het Pantheon!)
met gedraaide zuilen die een baldakijn dragen. Bernini past de pijlers van de koepel van Michelangelo aan om
dit één geheel te laten worden met zijn grafmonument. Hij ontwerpt ook het plein voor de St.Pieter: Piazza di
San Pietro in de vorm van een ovaal. Twee zuilengalerijen omsluiten het plein als ‘moederarmen van de kerk’.
St.Pietersplein
Verleiding door pracht en praal
Vierstromenfontein: In opdracht van paus Innocentius maakt Bernini op de Piazza Navona in Rome
de Vierstromenfontein. Propagandakunst, vinden sommigen. In het midden een obelisk, aan de voet ontspringen
vier bronnen, alsof dit de as van de wereld betreft, een axis mundi. De bronnen worden gesymboliseerd door vier
antiek riviergoden. Bovenop de zuil een duif met olijftak, symbool voor de de verspreiding van goddelijke vrede.
Antieke, christelijke, historische en actuele motieven zijn hier vermengd: zoals ooit het water de aarde vruchtbaar
maakte, zo zal Gods woord over heel de wereld verspreid worden en vrede brengen.
Algemene kenmerken
van de barok:
1) Barok is beweging: draaiende
zuilen, fonteinen spuiten water
enz.
2) grote licht/donker-contrasten,
3) voorliefde voor theatrale
effecten, grootse gebaren, het
dramatische moment.
4) integratie van verschillende
kunsten bv. beeldhouwkunst en
architectuur.
Dit alles leidt tot een kunst die
een beroep doet op ons gevoel,
terwijl de renaissance meer
appelleert aan het verstand.
Vierstromenfontein, piazza Navona
Stijl van de contra-reformatie: Borromini
Rond de Piazza Navona: De Sant’Agnese van
Francesco Borromini is beweeglijk, de hoge torens en koepel – tevens
vooruitgeschoven tot bijna boven de ingang- hebben, evenals het
grondplan, de ovaal als basisvorm. Hier worden veel grondregels van
Vitruvius overschreden.
S.Agnese Rome
Borromini:
San Carlo alle
Quatro Fontaine
Stijl van de contra-reformatie: Caravaggio
Split-second: In de Contarelli-kapel van de Sint-Luigi hangt ‘De roeping van Mattheus’ van
Caravaggio nog op zijn oorspronkelijke plek. De kapel is ingericht in opdracht van kardinaal
Contarelli, schatmeester van de paus. Het onderwerp Mattheus heeft dus een bepaalde reden: Mattheus is de
patroonheilige van handelaren en bankiers en laat zijn rijke leventje achter als Jezus hem roept om hem te
volgen. De grote bundel licht op Mattheus heeft een figuurlijke betekenis : Mattheus ziet het licht en deze
wedergeboorte van hem vindt plaats in een split-second. Caravaggio democratiseert hier de bezieling: het kan
iedereen gebeuren, zelfs een tollenaar. Het benadrukken van deze boodschap past bij de contrareformatie.
David en Goliath
Judith onthooft Holofernes
Meester van licht en
donker.
De Roeping van Mattheus 1598
Stijl van de contra-reformatie
De ‘Verleiding’:
sturen van aandacht en emotie.
Integratie van verschillende kunsten:
architectuur, beeldhouw- en schilderkunst
vloeien ineen.
Gaulli: ‘Triomf…’Il Gesú, Rome
Trompe l’oeil: bedrieglijke echtheid
Stijl van de contra-reformatie: Bernini
Emotie in steen
Theresa: De Sint Pieter wordt onder leiding
van Bernini een totaalkunstwerk. In de Cornarokapel staat ‘De extase van St.Theresa’. Theresa
staat ‘in vuur en vlam door Gods liefde’’, een
dankbaar onderwerp voor de contra-reformatie.
Typerend is de ‘verleiding’: het sturen van aandacht
en emoties van het publiek. Bernini kiest voor het
theatrale moment. Wervelende plooien geven de
indruk dat zij de aarde ontstijgt. Houding en
gezichtsuitdrukking geven een totale overgave aan.
Het zuivere realisme maakt het onzichtbare
zichtbaar. De architectonische omlijsting en de
belichting van bovenaf door een venster verhogen
de dramatiek.
Cornaro-kapel
Extase van Ste. Theresa
Stijl van de contra-reformatie: Bernini
Vierstromenfontein
Vleesgeworden marmer
The rape of Proserpina
Blessed-Ludovica-Alberton
Stijl van de contra-reformatie: Bernini
Bevroren gebaren
Detail:
verdoemde ziel
David
Apollo en Daphne
De eerste opera’s. Monteverdi
L’Orfeo: Voor het eerst op het hof van Francesco Gonzage in Mantua opgevoerd.: de eerste echte
opera. De componist Claudio Monteverdi meent dat muziek in staat is emoties te sturen. De voorstelling is een
experiment van de academie om het klassieke Griekse theater te reconstrueren. Volgens de academie werden
teksten in het klassieke theater onafgebroken door muziek begeleid. In l’Orfeo leidt deze opvatting tot een
integratie van theater en muziek. Het vertelt het verhaal van Orpheus. De zangpartijen benaderen de spreektaal
en wordt gezongen met één stem: monodie. Als begeleiding komt de basso continuo op. Gezongen monologen
en dialogen worden afgewisseld met instrumentale stukken, koorzang en een enkele aria. Vooral in de aria
worden emoties tot uitdrukking gebracht.
Seconda pratica:
Monteverdi onderscheidt de prima en
de seconda practica. De prima
practica houdt zich aan de
eeuwenoude regels voor muziek.
Tekst is hier ondergeschikt aan deze
regels. In de seconda wordt de
muziek gebruikt om de betekenis van
de tekst te versterken, ook ook als
daarmee de muzikale wetten worden
geschonden. Naast de vele
recitatieven ( seconda practica) laat
hij zijn keuze van instrumenten ook
afhangen van de tekst: uitbundigclavecimbel, orgel- dramatisch. De
relatie tussen tekst en muziek is goed
te horen in Possente spirto.
Muziek stuurt de emotie
L’Orfeo
De eerste opera’s: Monteverdi
Venetiaanse opera: In 1614 wordt Monteverdi kapelmeester van de San Marco in
Venetië. Naast zijn werk voor deze kerk schrijft hij ook voor niet-kerkelijke opdrachtgevers. In Venetië
ontwikkeld zich de opera tot een vermaak voor een breder publiek. In 1637 opent hier het eerste openbare
operahuis. Snel volgen er meer. ‘De muziektheaters markeren het begin van de carnavalstijd met
ongelooflijke pracht en praal die niet onder doet voor wat vorstelijke luister op verscheidene plaatsen vermagmet als enig verschil dat het amusement dat vorsten vrijgevig aanbieden, in Venetië een commercieel
karakter heeft…’
Ten opzichte van de hofopera krijgen de personages in de publieksopera meer menselijke trekken. Koren
verdwijnen ( kostenbesparing?), muzikale interrmezzi worden eenvoudiger. Wel worden meer aria’s in de
opera’s opgenomen, hierin etaleert de zanger zijn kunnen en worden emoties herkenbaar gemaakt.
Monteverdi
Muziek stuurt de emotie
Schilderen in opdracht: Poussin
Natuurgetrouwe weergave van de klassieke oudheid
Lineaire stijl: Poussinisten
Verzamelaars: De belangstelling voor de klassieke
oudheid is ook te zien in het werk van Nicolas Poussin. Hij laat op
natuurgetrouwe wijze de de oudheid herleven. Zijn werk is in veel
opzichten tegengesteld aan dat van Caravaggio. Poussin schildert
op een afgemeten en verstandelijke manier. Een groot deel van zijn
loopbaan brengt hij door in Italië. Zijn werk vindt vooral aftrek bij
verzamelaars die net als Poussin een voorkeur voor de klassieke
oudheid hebben.
De roof van de Sabijnse maagden
Het oordeel van Salomon
Jupiter gevoed door de geit Amaltheé
Schilderen in opdracht: Rubens
Verenigt Caravaggio en Poussin
De’ Medici-cyclus:
Peter Paul
Rubens verenigt de werkwijze van Caravaggio en
Poussin. Na een periode in Italië vestigd hij zich in
Antwerpen. Kennis van de Italiaanse kunst – en
Caravaggio- geeft hem een voorsprong op de
andere kunstenaars. Doorlopend krijgt hij
opdrachten van kerk en vorstenhuizen. Rubens
was ook diplomaat. Maria De’ Medici bestelt bij
Rubens 25 doeken die haar leven en goede daden
illustreren. In De aankomst van Maria De’ Medici is
op de loopplank de allegorische figuur van
Frankrijk voor. De losse picturale stijl van Rubens
staat lijnrecht tegenover de lineaire stijl van
Poussin. In Frankrijk leidt dit verschil tot een
richtingenstrijd: een strijd tussen gevoel en
verstand. Die doorwerkt tot in de 19e eeuw.
Het oordeel van Salomon
Tantalus
Picturale stijl:
Rubenisten
Schilderen in opdracht: Rubens
Verenigt Caravaggio en Poussin
Susanna en de ouderlingen
The rape of the daughters of Leucippus
Schilderen in opdracht: Velásquez
De hofschilder: Kunstenaars in deze periode krijgen vaal een vaste werkplek aangeboden in het paleis
van de vorst. In De Hofdames (1656) zien we Diego Velàsquez – in dienst van de Spaanse koning Filips IV- aan
het werk. Het schilderij lijkt levensecht, maar is het niet! Hij schildert zichzelf terwijl hij bezig is een portret te
maken van het koninklijk paar ( te zien in de spiegel). Ze staan op de plek die wij als beschouwer ook innemen,
maar het schilderij waarop wij dit alles waarnemen is ook geschilderd,: vanaf onze plek dus!!
Hofportretten
Portret van een paus
Kunst in dienst van de macht
Absolute macht
Het staatsieportret: In vergelijking met
de levendige hofscène van Velásquez is het
staatsieportret van de hofschilder Hyacinthe Rigaud
van Lodewijk XIV streng en formeel. Geen enkele
vorst heeft zichzelf zo vaak laten portretteren: op
schilderijen, gravures en op munten. De vorst kan
niet overal tegelijk aanwezig zijn op al die plekken
waar zijn macht tot uitdrukking moet komen. De
portretten vervangen de afwezige vorst en worden
met hetzelfde respect benaderd. In de handhaving
van de absolute macht speelt kunst een belangrijke
rol. In 1685 wordt een beeldencampagne opgezet: in
veel steden worden ‘vrijwillig’ ruiterstandbeelden van
hem opgericht.
Lodewijk de XIV De Zonnekoning
Absolute macht
Kunst in dienst van de macht
L’État c’est moi: Lodewijk regeert – vanaf zijn vijfde jaar- 72 jaar. Zijn lijfspreuk: l’Etat c’est moi. De
pracht en praal van zijn hof overtreffen zelfs die van de Italiaanse en Spaanse voorbeelden. De extravagante
luxe, de uitbundige hoffeesten en geldverslindende bouwprojecten moeten vooral zichtbaar zijn voor zijn
onderdanen. Hij wil bij het volk de indruk achterlaten dat deze vorst alles kan, alles weet, nooit fouten maakt en
door God is gezonden. Zijn regering onderwerpt de kunst aan haar gezag. Door het oprichten van academies
voor architectuur, dans, schilderkunst en muziek wordt de ‘macht’ van de gilden gebroken. Zij verzorgen de
opleidingen en opdrachten die vooral politiek correct moeten zijn t.w. de grootsheid van de vorst uitdrukken.
Nocret: Lodewijk XIV en familie als Olympische Goden
Absolute macht
Kunst in dienst van de macht
De koning danst: Als
absoluut vorst staat Lodewijk aan
het hoofd van wat wel eens als een
theaterstaat wordt genoemd. Het
openbare leven van de vorst is tot
in de kleinste details geregisseerd.
Zowel de vorst als zijn directe
omgeving handelen volgens vaste
bestudeerde rituelen. Lodewijk
neemt een aantal dansrollen op
zich ( niet onverdienstelijk) in Ballet
de la Nuit, een groots
theaterspektakel naar Italiaans
voorbeeld. Het ballet is een
allegorie, met gelaagde symboliek.
De dag verdrijft de nacht zoals het
goede het slechte verdrijft, de
zonnegod Apollo verdrijft de draak
en Lodewijk zijn tegenstanders.
Aan dit optreden ontleent Lodewijk
de eretitel Le Roi Soleil. De
Italiaanse danser, componist en
choreograaf Jean Baptiste Lully
levert een belangrijke bijdrage aan
de verdere ontwikkeling van het
ballet de cour, het hofballet aan het
hof van Lodewijk XIV.
Fragment: Le roi dance
De Franse opera
Om de vorst te behagen
Ballet-komedie: Aan het hof van Lodewijk XIV werkt de
blijspelschrijver Molière. Samen met Lully ontwikkeld hij voorstellingen met
een doorlopend verhaal met gesproken tekst, dans en muziek (ballet-komedie):
Le bourgeois Gentilhomme (1670)
Molière actualiseert deze klassieke theatervorm waarin hij ook
elementen van de commedia dell’arte verwerkt.
Hij hekelt in zijn komedies de zwakheden van de gegoede burgerij en
de lagere adel, wat hem soms op een verbod komt te staan.
Molière
Ballet-opera: Jean Racine zorgt voor een opleving van de
klassieke tragedie. In deze tragedies staan veel regels vast: proloog
gevolgd door drie of vijf bedrijven. Inhoud gebaseerd op de klassieke
mythologie of geschiedenis. Naleving van de regels van Aristoteles:
eenheid van plaats, tijd en handeling.Het gaat hier altijd om belangrijke
levensvragen.In de ballet-opera wordt de muziek niet onderbroken door
gesproken tekst. Deze vroege Franse opera’s zijn geschreven om de vorst te
behagen. De ouverture, geeft de vorst gelegenheid zijn entree te
maken. In de proloog wordt de vorst toegesproken en geprezen.
De gezongen delen worden afgewisseld met een divertissement,
massascènes voor koor en ballet.
Fragment
‘Le Bourgeois Gentillehomme’:
Marche pour la cérémonie des Turces.
(uit Le Roi Dance)
De Franse opera
Het klassieke ballet: Lodewijk de XIV is gek op dansfeesten en ballet.
Tijdens zijn bewind wordt de grondslag gelegd voor het klassieke ballet zoals we dat nog kennen
In het begin optredens op binnenplaatsen en feestzalen. Het publiek kijkt vanuit de galerijen neer
op de dansers. Later in de theaters op een verhoogd podium. Dat heeft gevolgen voor de manier
van dansen. De horizontale bewegingen- figuurdansen- maken meer en meer plaats voor vertikale
bewegingen, op sprongen. Daarnaast moeten de dansers ook een karakterrol kunnen uitbeelden.
Dansen wordt een vak waarvoor opleiding nodig is.  Académie Royale de Dance ( 1661)
Op deze academie worden de regels voor de theaterdans vastgelegd.
Kenmerk: naar buiten draaien van de benen. De vijf basispassen worden nog steeds onderwezen.
Versailles: het paleis
Totaalkunstwerk
Style Louis XIV:Lodewijk houdt hof in Parijs (Louvre) en Versailles. In t.t.
zijn voorgangers reist hij weinig vandaar dat hij veel aandacht steekt in de inrichting en
tuinaanleg van Versailles. Om tot een samenhangend geheel te komen is de srtistieke
leiding van de bouw in handen van één persoon: Charles Le Brun, ‘Premier peintre du
Roi’ Deze ‘kunstdictator’ontwikkeld een eenheid in stijl die de style Louis XIV wordt
genoemd. Geen enkele kunstenaar ontkomt aan zijn eindoordeel. Deze nationale
variant is ingetogener en voornamer dan de Italiaanse barok. Voor Le Brun is Poussin
het voorbeeld en Rubens verwerpelijk. De beschermende handelspolitiek van minister
Colbert bevordert het ontstaan van de nationale stijl. De invloed van de Italiaanse
hofkunst verdwijnt geleidelijk.
Een expressief eigen handschrift van de kunstenaar wordt niet getolereerd.
Spiegelzaal
Versailles: het paleis
Totaalkunstwerk
Architectuur als decor: Versailles is het uitgelezen decor voor het openbare leven – als een
theaterstuk- van de vorst. Het totale complex brengt tot in de kleinste details zijn absolute macht tot uitdrukking.
De bezoeker, klein en nederig, voelt zich figurant in het theater van de staat. De strikte indeling in rangen en
standen bepaalt of het bezoek moet wachten, of het blijft staan of een zitplaats krijgt aangeboden: een stoel met
armleuningen is de hoogt haalbare eer.
Charles le Brun: L’Histoire du Roi, Lodewijk bezoekt Les Gobelins.
wandtapijt
In 1662 bracht Colbert alle Franse tapijtateliers onder op het terrein van
de wolweverij van Gobelin en stichtte de Manufacture Royale des Gobelins.
Tapijten stonden in hoog aanzien en kostbaarder dan schiulderijen.
Versailles: het paleis
Totaalkunstwerk
De koning staat op: Architectuur, decoratie, meubilering en etiquette, alles speelt op elkaar in en
draagt bij aan de bevestiging van de absolute macht van Lodewijk. Het leven aan het hof bestaat uit een
aaneenschakeling van ceremonies. Zelfs het opslaan en het slapen gaan van de vorst wordt als een toneelstuk
opgevoerd voor een wisselend publiek. In de Salon d’ Apollo staat het hemelbed van de vorst op een podium.
Het opstaan en aankleden neemt uren in beslag. Elke handeling en elk gebaar is voorgeschreven en vastgelegd
in een protocol. Het opstaan van de koning is gelijkgesteld met het opkomen van de zon, centrum van de
kosmos.
Versailles is een totaalkunstwerk. In elke salon sluiten plafondschilderingen, wandbekleding, meubilering,
gekozen materialen en kleuren bij elkaar aan. Alles binnen het concept van het hele gebouw .
Plafondschildering in de Salon d’Apollo
Slaapkamer van de koningin
Versailles: de tuin
De natuur overwonnen: De tuinaanleg sluit aan bij het paleis. De centrale symmetrie-as van het
paleis wordt in de tuinaanleg met meer dan een kilometer verlengd. Zichtlijnen en perspectieven zijn
weloverwogen opgenomen. Alle aandacht richt zich naar één punt: de ontvangstkamer van Lodewijk. Ook in de
details wordt de macht van de koning uitgedrukt: vijvers, fonteinen en beeldengroepen. Lodewijk beschrijft
eigenhandig een handleiding voor een bezoek aan zijn tuin.
Pierre Patel: slot en tuin van Versailles in vogelvlucht (1668)
Jaloezie is een drijfveer voor de bouw van Versailles. Lodewijk, 18 jr.
werd uitgenodigd op het nieuwe paleis van de minister van financiën
Fouquet. De overdaad voor een minister zint Lodewijk niet en zet hem
gevangen en neemt zijn paleis over.
Versailles: de tuin
De natuur overwonnen: Het middelpunt van de tuin is de Apollo-fontein. Apollo vuurt zijn paarden
aan die de zegekar uit het water trekken, een verwijzing naar de opkomende zon en de macht van de vorst. Voor
de aanleg van de tuin moest eert een moeras worden drooggelegd, de Apollo-fontein symboliseert ook deze
overwinning op de ongecultiveerde natuur. De tuin is typerend voor de Franse barok: de natuur moet overwonnen
worden. De strakke symmetrie, beelden en fonteinen brengen een door mensen geschapen orde. ( Vergel. De
voorgeschreven gecultiveerde balletbewegingen die in strijd zijn met natuurlijke houdingen. Zelfs de mode en
haardracht sluiten hierbij aan. Spontaniteit is een eigenschap die beteugeld moet worden.
Samenvatting
* Barok bij uitstek geschikt om te imponeren en te verleiden.
* Brengt gezag tot uitdrukking, dwingt bewondering af.
* Italiaanse Barok verbonden met contrareformatie.
* Uitdrukking van macht en zelfvertrouwen Roomse kerk.
* Italiaanse barok uitbundig,: beweeglijkheid, sterke contrasten in licht en donker,
theatrale uitvergroting van gebaren en emoties.(religieus)
* Verschillende kunsten integreren.
* Franse barok wat minder uitbundig.
* Strijd tussen de ‘Rubenistes’ en de ‘Poussinistes’.
* Franse barok is de stijl van het absolutisme( Lodewijk de XIV)
* Kunsten voor meerdere eer en glorie van de vorst.
* Staatsacademies leggen voorschriften vast.
* Regels vandaag de dag nog herkenbaar in huidige klassieke balklet.
* Ontstaan van de opera.
* Italiaanse opera ontwikkeld van hofkunst tot publieke vorm van vermaak: aria’s, Monteverdi
* In Franse opera vooral gedanste divertissementen.
* Lully voegt elementen uit komedie, tragedie en hofballet samen.

similar documents