kunt u hier downloaden - Darwins Filosofische Erfenis

Report
Waarom deze cursus?
Darwins plaats in de natuurwetenschappen
Beta-canon
(Robert Dijkgraaf &
Volkskrant)
Een toch omstreden
2009: Een dubbel Darwinjaar
Charles Darwin * 1809
“On the Origin of Species” 1859
Optocht der schepen
Johan Huibers’ zelfgebouwde
ark van Noah
Stad Amsterdam 
Voyage of the Beagle
Darwinism als (ongemakkelijk)
wereldbeeld
Daniel Dennett: Darwin’s Dangerous Idea. Evolution and the Meaning of
Life (New York, 1995): “Darwin’s theory of evolution by natural selection
has always fascinated me, but over the years I have found a surprising
variety of thinkers who cannot conceal their discomfort with his great
idea, ranging from nagging skepticism to outright hostility. I have found
not just lay people and religious thinkers, but secular philosophers,
psychologists, physicists, and even biologists who would prefer, it seems,
that Darwin were wrong.”
• Dennett noemt het Darwinisme een “universele zuur” die niet alleen de
religie, maar ook de politiek, de ethiek, en de anthropologie aantast.
• Centraal filosofisch probleem van het Darwinisme is de plaats en de
mogelijke functie van de menselijke geest.
Freuds drie krenkingen
1. de kosmologische krenking van Copernicus: de
mens verliest zijn centrale plaats in de kosmos.
2. De biologische krenking van Darwin: de mens
verliest zijn centrale positie in de schepping. Het
idee dat de mens een ziel heeft en dieren niet
schijnt onverdedigbaar te zijn .
3. De psychologische krenking van Freud zelf: de mens
verliest de soevereiniteit over zijn eigen psyche.
Filosofische implicaties van de Copernicaanse
revolutie
• Epistemologie: zijn de zintuigen betrouwbaar?
• Metafysica: verval van de Aristotelische kosmische
hiërarchie (Bovenmaans vs. Ondermaans), verval van
substantiele vormen.
• Natuurfilosofie: kwantitatieve fysica i.p.v.
kwalitatieve fysica
• Ethiek: is de mens vrij of is die ook onderworpen aan
de natuurwetten?
• Geloof/rede: Galilei affaire
Evolutionair denken
Invloed van Darwins theorie op:
• Filosofie (epistemologie,
taalfilosofie, ethiek,
esthetica, cognitiefilosofie)
• Psychologie
• Politicologie
• Geneeskunde
• Antropologie
• Religie
Deel 1: Darwin en zijn tijdgenoten
Deel 2: Het hedendaagse filosofisch debat.
Deel 1 van de cursus laat zien:
1) dat Darwin en zijn tijdgenoten zich bewust
waren van de brede implicaties van de
evolutietheorie.
2) dat er niet alleen sprake is van een invloed van
Darwins theorie op de filosofie, maar ook van
Darwins schatplichtigheid aan de filosofie.
Thema’s week 1
•
De wetenschappelijke en filosofische
achtergronden van Darwins theorie
•
Het ontstaan van de Origin of Species
Standard ontstaansgeschiedenis
van de evolutietheorie
Charles Darwin (1809-1882)
• Familie omstandigheden
• 1825- 1828: Studie
geneeskunde aan de
Universiteit van Edinburgh
(afgebroken): D. volgt colleges
van de lamarckiaanse
anatoom Robert Edmond
Grant.
• 1828-1831: Studie theologie
en klassieke talen aan
Cambridge. Invloed van Paley.
H.M.S. Beagle (1831-36)
“Gentleman Companion to Capt. Robert Fitzroy; Royal Survey
Ship Beagle”
Darwins reis
De ‘Darwinvinken’ op de
Galapagoseilanden
“One might really fancy that
from an original paucity of
birds in this archipelago,
one species had been taken
and modified for different
ends.”
‘De boom’ van 1837
“First Notebook on the
Transmutation of Species”
(1837)
Maar wat is het
mechanisme achter
de vertakking?
Het mechanisme achter natuurlijke selectie
• Variatie
• Selectie
• Reproductie
Achtergronden
• Biologie: voortplantingstheorieën, taxonomie
(Linnaeus, Buffon), evolutietheorieën (Erasmus
Darwin, Jean-Baptiste Lamarck)
• Geologie: catastrofisme (Cuvier) vs.
Uniformitarianisme (Lyell)
• Sociale wetenschappen: Malthus, Spencer.
• Filosofie : Hume, Herschel, Whewell, Duitse
romanticisme (?)
Voortplantingstheorieën
EPIGENESE: De ontwikkeling van een embryo gebeurt
door een reeks stappen en fasen waarin nieuwe
onderdelen worden toegevoegd.
PREFORMATIONISME: de ontwikkeling van het embryo is
niets anders dan de groei van bestaande structuren, die in
miniatuur versie aanwezig zijn in de ei of in de sperma.
Swammerdams preformationisme
In zijn Miraculum naturae, sive uteri muliebris fabrica
(Leiden, 1672) beschrijft Jan Swammerdam de
resultaten van zijn observaties van kikkereieren. Hij
beweert dat de kleine zwarte stippel in het ei een
volmaakte kikker in miniatuur bevat. De conclusie die
hij trekt is dat alle mensen zich hebben ontwikkeld uit
eieren die oorspronkelijk in de eierstok van Eva zaten.
Als de eieren op zijn, sterven mensen uit.
Preformationisme in het mannelijke lichaam:
Leeuwenhoeks ontdekking van spermatozoa
(1677)
“I have in fact imagined that I could say as I beheld the
animalcules in the semen of an animal that there lies
the head and there as well the shoulders and there
the hips; but since these notions have not the slightest
shred of certainty, I will not yet put forward such a
claim, but hope that we may have the good fortune to
find an animal whose male seed will be so large that
we will recognize within it the figure of the creature
from which it came” (Leeuwenhoek to the Royal
Society, 13 July 1685, in L., Alle de Brieven,
Amsterdam, 1939-, vol. V, pp. 236-237).
Hartsoekers homunculus
Nicolaas Hartsoeker’
afbeelding van een
zaadcel, met een kleine
mens (Essay de
dioptrique, 1694).
Achttiende-eeuwse epigenesis
Pierre-Louis Maupertuis (1698 - 1759)
Het embryo ontstaat
door een menging van
semina van beide
ouders
(aantrekkingskracht).
Zelforganiserend
beginsel aanwezig in
organisch materiaal.
De bevruchting van de eicel:
Karl Ernst von Baer (1791-1876)
Ernst von Baer onderscheidt drie hoofdfasen in de embryogenese en wijst op de overeenkomst in de embryonale
ontwikkeling van verschillende diersoorten.
“Algemene kenmerken die een soort deelt met de andere
vertebraten verschijnen vroeger in het embryo dan de
kenmerken die specifiek zijn voor de betreffende soort.”
Belang van de vergelijkende embryologie voor Darwin: “De
ontwikkeling van embryo tot dier of mens blijkt voor de
verschillende soorten zo sterk overeen te komen dat het idee
van een gemeenschappelijke oorsprong zich vanzelf opdringt.”
(Buskens)
Carl Linnaeus (1707-1778)
Systema naturae (1735; eng.
vertaling van 1780): Orangoetan (“Wild Man”) behoort
tot de homo. “No generic
character … by which to
distinguish between Man
and Ape: It is remarkable
that the stupidest ape
differs so little from the
wisest man, that the
surveyor of nature has yet
to be found who can draw
the line between them.”
Linnaeus’ brief aan Johann Georg Gmelin
(25 februari 1747)
“It doesn’t please that I placed man among the
anthropomorpha, but man must know himself. Let’s
forget about the words; I, for one, do not care about
which name we use. But I ask you and all the world
which generic difference there is between man and
ape, which can be derived from the principles of
natural history. I myself have certainly not encountered
any. That someone come to name a single one to me!
If I called man ‘ape’ or vice versa, I would stir up all
theologians against me. And yet, according to the law
of my discipline, I would certainly have to do so.”
Erasmus Darwin (1731-1802)
Zoönomia (1794-96): “Would it be too bold
to imagine that, in the great length of time
since the earth began to exist, perhaps
millions of ages before the commencement
of the history of mankind, all warmblooded animals have arisen from one
living filament, which the great First Cause
endued with animality, with the power of
acquiring new parts, attended with new
propensities, directed by irritations,
sensations, volitions and associations, and
thus possessing the faculty of continuing to
improve by its own inherent activity, and of
delivering down these improvements by
generation to its posterity, world without
end!”
Jean-Baptiste-Pierre-Antoine de Monet de
Lamarck (1744-1829)
Standbeeld in de Jardin des
Plantes: “Fondateur de la
doctrine de l’évolution”
Lamarck, welke evolutie?
• 1809, Philosophie Zoologique. Ontstaan van
steeds complexere soorten, dankzij dynamisme
van levende materie.
• Evolutie is rechtlijnig en opklimmend.
• Erfelijkheid van verworven kenmerken.
• Natuur streeft naar complexiteit en
zelfbewustzijn.
• Belangrijk voor Darwin: analogie tussen
artificiële en natuurlijke selectie.
Robert Chambers (1802-1871)
“Thus we find not only frequent additions to the previous
existing forms, but frequent withdrawals which had
apparently become inappropriate.”
Geologie en paleontologie
• Catrastofisme (Cuvier): dieren zijn uitgestorven
als gevolg van plotselinge catastrofes. Na elke
catastrofe een schepping.
• Uniformitarianisme (Lyell): aarde is veel ouder
dan gedacht en ondergaat natuurlijke processen
als erosie, sedimentatie en vulkanisme.
Lyells invloed op Darwin
Darwin neemt Lyells Principles of Geology (1830-1833)
mee op de Beagle. In het boek wordt Lamarcks theorie
bekritiseerd en het beginsel van de onveranderlijkheid
van soorten verdedigd. Toch is het boek een belangrijk
inspiratiebron voor Darwin :
• Leeftijd van de aarde (tientallen miljoenen jaren) is
genoeg om evolutie mogelijk te maken. Omdat het
aardoppervlak voortdurend door natuurlijke oorzaken
verandert, zijn organismen gedwongen zich aan deze
verandering aan te passen.
• Aan Lyell ontleent Darwin het idee dat het uitsterven
van sommigen dieren en plantensoorten het gevolg is
van een oorlog in de natuur (Zie reader 1 blz. 40)
Malthus
Thomas Robert Malthus:
An Essay on the Principle
of Population (1798).
De bevolkingsgroei is
exponentieel, die van de
voedselproductie lineair.
Leidt tot “Malthusiaanse
catastrofe” en tot strijd.
Malthus’ invloed op Darwin
“In October 1838, that is, fifteen months after I had
begun my systematic inquiry, I happened to read for
amusement Malthus on Population, and being well
prepared to appreciate the struggle for existence which
everywhere goes on from long- continued observation
of the habits of animals and plants, it at once struck me
that under these circumstances favourable variations
would tend to be preserved, and unfavourable ones to
be destroyed. The results of this would be the
formation of a new species. Here, then I had at last got
a theory by which to work". (Charles Darwin,
Autobiography, 1876)
Malthus’ invloed op Wallace
“One day something brought to my recollection Malthus's
Principles of Population … I thought of his clear exposition of
…disease, accidents, war, and famine, which keep down the
population … It then occurred to me that these causes or their
equivalents are continually acting in the case of animals also; and
as animals usually breed much more rapidly than does mankind,
the destruction every year from these causes must be enormous
in order to keep down the numbers of each species, since they
evidently do not increase regularly from year to year, as
otherwise the world would long ago have been densely crowded
with those that breed most quickly. [Then] it occurred to me to
ask the question, Why do some die and some live? And the
answer was clearly, that on the whole the best fitted live. … that
is, the fittest would survive. …The more I thought over it the
more I became convinced that I had at length found the longsought-for law of nature that solved the problem of the origin of
species. … on the two succeeding evenings I wrote [the theory]
out carefully in order to send it to Darwin by the next post.
[Alfred Russel Wallace, My Life, pp. 361-363]
1838-1858/9
Darwin publiceert over
alles behalve over de
evolutietheorie, die hij
degelijk in zijn
dagboeken verder
ontwikkelt.
Het essay van Alfred Russel Wallace
(1823-1913)
“On the Tendency of Varieties to
Depart Indefinitely from the
Original Type” (MS, 1858)
Wallace en Darwin: 1858
1858: Darwin en Wallace publiceren samen On the
Tendency of Species to form Varieties; and on the
Perpetuation of Varieties and Species by Natural Means
of Selection, bevattend Wallace’s On The Tendency of
Varieties to Depart Indefinitely from the Original
Type en Extract from an unpublished Work on Species
from Charles Darwins Essay of 1844.
Darwins Ontstaan van soorten (1859)
Indeling van The Origin
Ch. 1: Variation under Domestication
Ch. 2: Variations under Nature
Ch. 3: Struggle for Existence
Ch. 4: Natural Selection
Ch. 5: Laws of Variation
– [p. 167: “Our ignorance of the laws of variation is profound”]
Ch. 6: Difficulties of Theory
Ch. 7: Instinct
Ch. 8: Hybridism
Ch. 9: On the Imperfection of the Geological Record
Ch. 10: On the Geological Succession of Organic Being
Ch. 11: Geographical Distribution
Ch. 12: Geographical Distribution—continued
Ch. 13: Mutual Affinities of Organic Beings: Morphology:
Embryology: Rudimentary Organs
Ch. 14: Recapitulation and Conclusion
Wetenschapsfilosofie
• John Herschel’s (1792-1871), Preliminary Discourse on the
Study of Natural Philosophy (1830) : begrip vera causa als
ontdekte natuurwet die bij nadere bestudering ook een
verklaring kan geven voor allerlei andersoortige
natuurverschijnselen. Belang van de analogie.
• William Whewell’s (1794-1866), History of the Inductive
Sciences (1837): begrip consilience of induction: ‘“The
Consilience of Inductions takes place when an induction,
obtained from one class of facts, coincides with an induction
obtained from another different class. Thus consilience is a
test of the truth of the theory in which it occurs.”
Vera causa
Hoofdstukken 1-4 bewijzen het bestaan en de
geschiktheid van trasmutatie d.m.v. natuurlijke selectie.
Zoals de natuurlijke variatie onder domesticatie wordt
veroorzaakt door menselijke selectie (hoofdstuk 1), zo
wordt de natuurlijke variatie in de vrije natuur
(hoofdstuk 2) door middel van de strijd om het bestaan
(hoofdstuk 3) veroorzaakt door natuurlijke selectie
(hoofdstuk 4).
Hoofdstukken 5, 10-13 bewijzen de
verantwoordelijkheid van natuurlijke selectie.
Consilience of inductions
1. Geologie: leeftijd van de aarde compatibel met het langzame proces
van evolutie.
2. Embryologie: “Agassiz insists that ancient animals resemble to a
certain extent the embryos of recent animals of the same classes;
or that the geological succession of extinct forms is in some degree
parallel to the embryological development of recent forms” (Origin,
ch. 10)-- “ontogenie recapituleert de fylogenie”
3. Vergelijkende anatomie : overeenkomsten in de bouw van
verschillende organismen.
4. Anatomie : rudimentaire organen die hun functie hebben verloren.
5. Paleontologie: fossielen tonen missing links aan tussen bestaande
soorten.
6. Biogeografie: niet homogene verspreiding van planten en
dierensoorten op aarde.
Thema’s week 2
• Darwin’s delay
• Draagt de wereld de sporen van haar schepper?
Darwin’s Delay: 1838-1859
(1) Bang, want iedereen geloofde destijds in de
onveranderbaarheid van de soorten. Is dit
waar? Uit ons verhaal blijkt van niet!
(2) Bang, want zijn vrouw, gezin en vrienden
waren heel kerkelijk. Maar familie en vrienden
wisten van zijn theorie.
S.J Gould, “Darwin’s Delay”
Darwin’s M and N Notebooks “include many
statements showing that he espoused but feared
to expose something he perceived as far more
heretical than evolution itself: philosophical
materialism--the postulate that matter is the stuff
of all existence and that all mental and spiritual
phenomena are its by-products. No notion could
be more upsetting to the deepest traditions of
Western thought than the statement that the
mind -- however complex and powerful -- is
simply a product of brain.” (reader, blz. 78)
S.J Gould, “Darwin’s Delay”
“Other evolutionists spoke of vital forces, directed
history, organic striving, and the essential
irreducibility of mind – a panoply of concepts that
traditional Christianity could accept in compromise,
for the permitted a Christian God to work by evolution
instead of creation. Darwin spoke only of random
variation and natural selection.” (reader, blz. 78)
Materialisme?
“Thought (or desires more properly) being
heredetary — it is difficult to imagine it anything but
structure of brain heredetary, analogy points out to
this. Love of the deity effect of organization. Oh you
Materialist! … Why is thought being a secretion of
brain more monderful than gravity a property of
matter? It is our arrogance, our admiration of
ourselves.” (Notebook C, p. 16)
Van Wyhe: Darwin slow thinker
“I suppose that I am a very slow thinker, for you
would be surprised at the number of years it took me
to see clearly what some of the problems were,
which had to be solved … Looking back, I think it was
more difficult to see what the problems were than to
solve them, as far as I have succeeded in doing; &
this seems to me rather curious.” (Darwin to Lyell, 30
Sept. 1859)
(geciteerd in John van Wyhe: “Mind the Gap: Did
Darwin Avoid Publishing His Theory for Many Years?”
Notes and Records of the Royal Society 61 (2007), 177205.)
Welke moeilijkheden?
Richards: het uitstel was veroorzaakt door de
langdurige inspanning om een verklaring te vinden
van de evolutie van de instincten van steriele mieren.
Vraag: waarom zijn deze instincten problematisch?
Ruse’s verklaring voor het uitstel
• Oorzaak ligt niet in de moeilijkheden: Ruse ziet geen
groot verschil tussen de Sketch (1842), de Essay
(1844) en de Origin (1859).
• Darwin was bang voor de reacties van Deïsten.
• Onderzoek naar “barnacles” (=zepokken), zie Buskes
blz. 267-268).
• Darwin gebruikte het uitstel om medestanders te
krijgen.
Uitstel
Richards
Ruse
De theorie krijgt
langzaam gestalte
(steriele insecten is een
moeilijk geval)
Darwin had al in 1838 de
vera causa ontdekt
(zeepokken zijn een
bevestiging)
Vooruitgang Reader,blz. 53:
“Third, a wise selector
that has the good of
creatures at heart would
produce a progressive
evolution, one that
created ever more
improved organization,
which Darwin certainly
thought to be the case.”
Reader, blz. 32: “Darwin
scholars agree that he
accepted some form of
biological progress. .What
form of progress? …Not …a
kind of Germanic notion of
inevitable upward change
for the better…such
transcendalism was hated
by Darwin’s group.”
Mechanicisme of teleologie?
Richards: “Darwin’s language and
metaphorical mode of thought gave his
theory a meaning resistant to any
mechanistic interpretation and unyielding
even to his later, more cautious reflections.”
(reader, blz. 52)
Teleologie?
“Man selects only for his own good; Nature only for
that of the being which she tends. . . Can we
wonder, then, that nature’s productions should be
far “truer” in character than man’s productions; that
they should be infinitely better adapted to the most
complex conditions of life, and should plainly bear
the stamp of far higher workmanship? (Origin, 8384).
“And as natural selection works solely by and for the
good of each being, all corporeal and mental
endowments will tend to progress towards
perfection” (Origin, 489).
Deïsme?
“I had no intention to write atheistically. But I own that I
cannot see as plainly as others do, and as I should wish
to do, evidence of design and beneficence on all sides of
us. There seems to me too much misery in the world. I
cannot persuade myself that a beneficent and
omnipotent God would have designedly created the
Ichneumonidae with the express intention of their
feeding within the living bodies of Caterpillars (…). Not
believing this, I see no necessity in the belief that the
eye was expressly designed. On the other hand, I cannot
anyhow be contented to view this wonderful universe,
and especially the nature of man, and to conclude that
everything is the result of brute force. I am inclined to
look at everything as resulting from designed laws, with
the details, whether good or bad, left to the working out
of what we may call chance.
Not that this notion at all satisfies me. I feel most deeply
(Darwin aan Asa Gray, 22 mei 1860, The Life and Letters of Charles
thatDarwin,
the whole
ispp.
too
profound for the human
London,subject
1887, dl. 2,
311-312).
intellect. A dog might as well speculate on the mind of
Newton. (…) Certainly I agree with you that my views are
not at all necessarily atheistical. The lightning kills a man,
whether a good one or bad one, owing to the excessively
complex action of natural laws. … A child (…) is born by
the action of even more complex laws, and I can see no
reason why a man, or other animal, may not have been
aboriginally produced by other laws, and that all these
laws may have been expressly designed by an omniscient
Creator, who foresaw every future event and
consequence. But the more I think the more bewildered I
become; as indeed I probably have shown by this letter.”
(Darwin aan A. Gray, 22 mei 1860)
Deïsme en evolutionisme
“It seems to me absurd to doubt that a man may be an
ardent Theist & an evolutionist (…). As you ask, I may
state that my judgment often fluctuates. Moreover
whether a man deserves to be called a theist depends on
the definition of the term: which is much too large a
subject for a note. In my most extreme fluctuations I have
never been an atheist in the sense of denying the
existence of a God.— I think that generally (& more and
more so as I grow older) but not always, that an agnostic
would be the most correct description of my state of
mind.” (D. aan J. Fordyce 1879, The Life and Letters of Charles
Darwin, London, 1887, dl. 1, p. 304).
In de brief aan Gray maakt Darwin een link tussen
gemene instincten (“Ichneumonidae… feeding within
the living bodies of Caterpillars”) en het menselijke
oog (“I see no necessity in the belief that the eye was
expressly designed”).
Waarom?
William Paley
Toen hij theologie in Oxford studeerde, las Darwin het boek van
William Paley: “I do not think I hardly ever admired a book more than
Paley’s “Natural Theology”. I could almost formerly have said it by
heart.”
D. Hume, Dialogues Concerning Natural
Religion (1779)
“Cleanthes: The curious adapting of means to ends,
throughout all nature, resembles exactly, though it
much exceeds, the productions of human
contrivance; of human designs, thought, wisdom, and
intelligence. Since, therefore, the effects resemble
each other, we are led to infer, by all the rules of
analogy, that the causes also resemble; and that the
Author of Nature is somewhat similar to the mind of
man, though possessed of much larger faculties,
proportioned to the grandeur of the work which he
has executed. By this argument a posteriori, and by
this argument alone, do we prove at once the
existence of a Deity, and his similarity to human mind
and intelligence.”
“Philo: If we see a house, CLEANTHES, we conclude,
with the greatest certainty, that it had an architect or
builder; because this is precisely that species of effect
which we have experienced to proceed from that
species of cause. But surely you will not affirm, that
the universe bears such a resemblance to a house,
that we can with the same certainty infer a similar
cause, or that the analogy is here entire and perfect.
The dissimilitude is so striking, that the utmost you
can here pretend to is a guess, a conjecture, a
presumption concerning a similar cause; and how that
pretension will be received in the world, I leave you to
consider.”
W. Paley, Natural Theology, 1802
“Nor would it, I apprehend, weaken the conclusion,
that we had never seen a watch made; that we had
never known an artist capable of making one; that
we were altogether incapable of executing such a
piece of work..
Our observer knows enough for his argument: he
knows the utility of the end: he knows the
subserviency and adaptation of the means to the
end. These points being known, his ignorance of
other points, his doubts concerning other points,
affect not the certainty of his reasoning. The
consciousness of knowing little need not beget a
distrust of that which he does know.”
Darwin over Paley
“Although I did not think much about the existence
of a personal God until a considerably later period of
my life, I will here give the vague conclusions to
which I have been driven. The old argument of
design in nature, as given by Paley, which formerly
seemed to me so conclusive, fails, now that the law
of natural selection has been discovered.” (Charles
Darwin, The Autobiography of Charles Darwin 18091882.)
Aanhangers van intelligent design wijzen naar
• Complexe organen
• Complexe instincten.
Hoe verklaart Darwin deze fenomenen?
Welke nieuwe wending geeft hij aan:
1) Paley’s analogie oog/telescoop? (“But may not this
inference be presumptuous? Have we any right to
assume that the Creator works by intellectual powers
like those of man?”)
2) het beginsel “Natura non facit saltus”?
Wonderbaarlijke instincten
Darwin, Origin of Species, p. 207: “… especially as so
wonderful an instinct as that of the hive-bee in
making its cells will probably have occurred to many
readers, as a difficulty sufficient to overthrow my
whole theory.”
Waarom zijn instincten problematisch? Natural
Selection (MS.): “It is most natural to believe that the
transcendent perfection and complexity of many
instincts can be accounted for only by the direct
interposition of the Creator.” Maar hoe zit het dan
met gemene instincten? (zie brief aan Gray).
Andere problematische aspecten
• Hoe zijn instincten ontstaan?
• Hoe kunnen instincten evolueren?
• Hoe kunnen altruïstische instincten worden
geselecteerd?
Wat zijn instincten?
“An action, which we ourselves should require
experience to enable us to perform, when performed
by an animal, more especially by a very young one,
without any experience, and when performed by
many individuals in the same way, without their
knowing for what purpose it is performed, is usually
said to be instinctive.” ((Origin, 207)
Wat is de oorsprong van instincten?
“I must premise, that I have nothing to do
with the origin of the primary mental powers,
any more than I have with that of life itself.
We are concerned only with the diversities of
instinct and of the other mental qualities of
animals within the same class.” (Origin, 209)
De evolutie van instincten: verklaring 1
“If we suppose any habitual action to become
inherited – and I think it can be shown that
this does sometimes happen – then the
resemblance between what originally was a
habit and an instinct becomes so close as not
to be distinguished. ... But it would be the
most serious error to suppose that the greater
number of instincts have been acquired by
habit in one generation, and then transmitted
by inheritance to succeeding generations. …”
De evolutie van instincten: verklaring 2
“Under changed conditions of life, it is at least
possible that slight modifications of instinct might be
profitable to a species; and if it can be shown that
instincts do vary ever so little, then I can see no
difficulty in natural selection preserving and
continually accumulating variations of instinct to any
extent that may be profitable. It is thus, as I believe,
that all the most complex and wonderful instincts
have originated … [that is, by] variations produced by
the same unknown causes which produce deviations
of bodily structures” (Origin, 209)
Altruisme en steriele mieren
“This difficulty, though appearing
insuperable, is lessened, or, as I believe,
disappears, when it is remembered that
selection may be applied to the family, as
well as to the individual, and may thus gain
the desired end.” (Origin, 237).
Wat is het verschil tussen instinct en
intellect?
"Intellect is a modification of instinct--an unfolding
& generalizing of the means by which an instinct is
transmitted." (N Notebooks, MS p. 198).
Wat is thinking?
“Thinking consists of sensation of images before your
eyes, or ears (language mere means of exciting
association) or of memory of such sensation, &
memory is repetition of whatever takes place in
brain, when sensation is perceived.” (M Notebooks,
MS p. 61e-62e).
Invloed van Hume’s Treatise of Human Nature op
Darwin
Brein bepaalt mind
Als het verschil tussen reason en instinct enkel gradueel
en niet substantieel is, kunnen wij dan zeggen dat:
a) dieren redeneren?
b) dat ons gedraag instinctief is?
Als b het geval is, wat zijn dan de implicaties voor de
ethiek?
[i] Moeten wij concluderen dat dieren moreel
handelen?
of
[ii] Is het moreel handelen pas op een late stadium in
de mentale evolutie ontstaan?
Noch mens noch mind in de Origin
Darwin aan Wallace: “I think I shall avoid the whole
subject, as so surrounded with prejudices, though I
fully admit that it is the highest & most interesting
problem for the naturalist.”
De enige zin in Darwins Origin of Species (1859)
waarin de mens wordt genoemd is: “light will be
thrown on the origin of man and his history.”
Lezers begrijpen meteen de implicaties
Dominee Leonard Jenkyns’ brief aan Darwin, januari
1860:
“I cannot bring myself to the idea that man’s
reasoning faculties and above all his moral sense
could ever have been obtained from irrational
progenitors, by mere natural selection--acting
however gradually and for whatever length of time
that may be required.”
Intelligente dieren
• Hieronymus Rorarius, nuncio of Pope Clement VII:
Quod animalia bruta saepe ratione utantur melius
homine (1547)
• Hermann Samuel Reimarus: Instinctum brutorum
existentis Dei, eiusdemque sapientissimi, indicem
(1725)
Darwins tweede uitstel
• 1863: Thomas Huxley, Evidence as to Man’s Place in
Nature (de structurele overeenkomsten tussen mens en
mensapen worden voor het eerst besproken)
• 1864: Alfred Wallace, The origin of human races and the
antiquity of man as deduced from the theory of “natural
selection”,
• 1869: Alfred Wallace, Bespreking van Lyells Principles of
Geology
• 1871: Charles Darwin, The Descent of Man
Thema week 3
De evolutie van cognitie cultuur en moraal
volgens Alfred Wallace
Wallace (1864)
Mentale en lichamelijke evolutie :
“As the competing races, the climate, the
vegetation (…) are slowly changing, they (=animals)
must undergo a corresponding change in their
structure, habits, and constitution. (…) But man
does this by means of his intellect alone, the
variations of which enable him, with an unchanged
body, still to keep in harmony with the changing
universe. (…) From the time when (…) intellectual
and moral faculties became fairly developed, man
would cease to be influenced by “natural
selection” in his physical form and structure.”
Een of meerdere menselijke rassen?
“If, therefore, we are of opinion that he (=man)
was not really man till these higher faculties were
fully developed, we may assert that there were
many originally distinct races of men; while if we
think that a being like us in form and structure, but
with mental faculties scarcely raised above the
brute, must still be considered to have been
human, we are fully entitled to maintain the
common origin of all mankind” (reader, blz. 137)
En wat is de toekomst van de menselijke ras?
Wallace’s spiritualistic turn
1869: in een bespreking van Lyells Principles of
Geology beweert Wallace dat de complexiteit van de
menselijke geest niet te verklaren is in termen van
natuurlijke selectie en dat de kloof tussen de
cognitieve vermogens van mensen en dieren een
bewijs is dat een “Hogere Intelligentie” evolutie heeft
gestuurd.
1.
Welke argumenten gebruikt Wallace?
2.
Welke rol speelt de analogie artificiële/menselijke
selectie in zijn betoog?
Racisme?
• In het artikel uit 1864 geeft Wallace een verklaring van de
superioriteit van de Europese rassen.
• In The Malay Archipelago: Closing Passages (S715: 1869/1891)
schrijft hij:
“it is very remarkable that among people in a very low stage of
civilization we find some approach to such a perfect social state. I
have lived with communities of savages in South America and in
the East, who have no laws or law courts but the public opinion
of the village freely expressed. Each man scrupulously respects
the rights of his fellow, and any infraction of those rights rarely or
never takes place. In such a community, all are nearly equal.
There are none of those wide distinctions, of education and
ignorance, wealth and poverty, master and servant, which are the
product of our civilization; there is none of that wide-spread
division of labour, which, while it increases wealth, produces also
conflicting interests; there is not that severe competition and
struggle for existence, or for wealth, which the dense population
of civilized countries inevitably creates.”
Thema week 4
Darwin over de evolutie van bewustzijn,
cultuur en moraal
Darwins reactie op Wallace’s
boekbespreking
“But I groan over man – zo schreef Darwin in
een brief aan Wallace uit 1870 – you write like
a metamorphosed (in the retrograde
direction) naturalist, and you the author of the
best paper that ever appeared in
the Anthropological Review.”
Darwins antwoord op Wallace
1871: Darwin, The Descent of Man, and
Selection in Relation to Sex. Doel van het
boek is “om na te gaan, ten eerste, of de
mens, net als iedere andere diersoort,
afstamt van een of andere eerder
bestaande vorm; ten tweede, op welke
wijze hij zich heeft ontwikkeld; en ten
derde, wat het belang is van de verschillen
tussen de zogenaamde rassen van de
mens.”
Darwins vergelijking tussen de mentale
vermogens van de mens en de lagere dieren
Darwin beweert dat er een grotere kloof is tussen
de cognitieve vermogens van apen en vissen dan
tussen die van apen en mensen, dat het verschil
tussen de cognitieve vermogens van mensen en
hoge zoogdieren gradueel en niet essentieel is, en
dat het menselijk sociaal en moreel gedrag sterke
overeenkomsten vertoont met dierlijke instincten.
Descent of Man
Chapter 1: The Evidence of the Descent of Man from some
Lower Form
Chapter 2: Comparison of the Mental Powers of Man and the
Lower Animals.
Chapter 3: Comparison of the Mental Powers of Man and the
Lower Animals--continued.
Chapter 4: On the Manner of Development of Man from some
Lower Form.
Chapter 5: On the Development of the Intellectual and Moral
Faculties during Primeval and Civilised times.
Chapter 6: On the Affinities and Genealogy of Man.
Chapter 7: On the Races of Man.
Hoofdstuk 2: Darwin over intelligentie
en instincten
Darwin ontkent dat instinct en intelligentie omgekeerd
evenredig zijn.
• Bij intelligente dieren vinden wij complexere
instincten dan bij lagere dieren.
• Mensen vertonen instinctief gedrag.
• Dieren kunnen uit de ervaring leren.
Echter: “I am, however, far from wishing to deny that
instinctive actions may lose their fixed and untaught
character, and be replaced by others performed by
the aid of free will.” (reader, blz. 182)
Darwins hypothese
Het is mogelijk dat ten gevolge van de
ontwikkeling van de hersenen ieder afzonderlijk
deel van het brein minder geschikt is om op
instinctieve wijze te reageren op bijzondere
sensaties en associaties.
Rationele vermogens bij dieren
Emoties: Niet alleen emoties als plezier, pijn en geluk,
maar ook intellectuele emoties en vermogens, die de
basis vormen voor de ontwikkeling van de hogere
mentale vermogens, zijn aanwezig bij dieren. Dieren
genieten van opwinding, lijden aan verveling, ze voelen
verbazing, ze zijn nieuwsgierig.
Rationele vermogens bij dieren
Verder treffen we bij dieren: Imitatie, Aandacht,
Geheugens, Verbeeldingskracht, en zelfs Rede.
“Dieren kan men voortdurend zien aarzelen, zich
beraden en een besluit nemen.”
Darwin geeft echter toe dat het moeilijk is om de
kracht van de rede te onderscheiden van de kracht
van instincten.
Taal
• Apen kunnen zich uitdrukken d.m.v. bewegingen van
gelaatstrekken en gebaren.
• Honden kunnen blaffen in verschillende toonaarden.
• Papegaaien kunnen praten.
Echter: Gearticuleerde spraak is uniek voor de mens.
Hiermee bedoelt D. het vermogen om “welomlijnde
geluiden te verbinden met welomlijnde ideeën. En dit
hangt duidelijk af van de ontwikkeling van de mentale
bekwaamheden.” Bovendien: Taal is de basis van
zelfbewustzijn, individualiteit, abstractie, algemene
ideeën.
Hoofdstuk 3: Instincten en moreel
gedrag
• De morele zin is wat de mens van de lagere dieren
vooral onderscheidt.
• Darwins stelling: Ieder dier begiftigd met
scherpomlijnde sociale instincten zou onvermijdelijk
een morele zin of geweten verwerven, zodra zijn
intellectuele vermogens even goed ontwikkeld of bijna
even goed ontwikkeld zouden zijn als bij de mens.
• Dit betekent echter niet dat een strikt sociaal dier
exact dezelfde morele zin zou verwerven als die van
ons. Waarom?
Sociaal zijn
• Dieren zijn sociaal, bewijzen elkaar belangrijke diensten,
hebben een gevoel van liefde voor elkaar en
sympathiseren met elkaars leed of gevaar.
• Volgens D. zijn sommige sociale instincten verkregen
door natuurlijke selectie, terwijl andere het resultaat zijn
van langdurige gewoontevorming.
• De sociale instincten “zijn verworven door de mens
evenals door de lagere dieren, voor het welzijn van de
gemeenschap (…) Maar naarmate de mens gradueel
vooruitgang maakte in intellectuele kracht (…) steeg zijn
morele peil alsmaar hoger en hoger.”
Utilitarisme of Plichtethiek?
• Reader, blz. 242: Darwin vervangt de “Greatest
happiness principle” met het beginsel van “the
general good of the community”
• Reader, blz. 251: Darwin beweert dat de sociale
instincten, met de hulp van actieve intellectuele
vermogens en het effect van gewoonte, “naturally
lead to the golden rule: “As you would that men
should do to you, do ye to them likewise;” and this
lies at the foundation of morality”
Spreekt Darwin zich tegen?
Evolutie en de mind
• Als alle mentale en emotionele faculteiten zijn
geëvolueerd vanuit lagere dierlijke faculteiten, wat zegt
dit over:
• a) onze geest?
• b) de relatie tussen lichaam en geest?
Thema week 5
Zijn wij automaten? Het debat tussen Huxley
en James
Thomas H. Huxley (1825-1895)
• Wetenschappelijke interesses:
– Anatomie en fysiologie
– Biologie; zoölogie en morfologie
– Geologie
• Lid van de Royal Society
• Oprichter tijdschrift ‘Nature’
• Publiek verdediger van Darwins
theorie (“Darwin’s bulldog”)
Huxley, “On the Hypothesis that Animals
Are Automata, and Its History” (1874)
Waarom deze titel?
Descartes, Verhandeling over de mens
(1632)
“Verder zou ik willen dat u aanneemt
dat al die functies in deze machine van
nature slechts voortvloeien uit de
rangschikking van haar organen, net
zoals de bewegingen van een uurwerk
of een andere automaat voortvloeien
uit de rangschikking van de
tegengewichten en de raderen. Men
moet (…) dus geen enkele (…)
vegetatieve of sensitieve ziel
veronderstellen.”
Huxley, “On the Hypothesis that Animals
Are Automata, and Its History” (1874)
“For of two alternatives one must be true. Either
consciousness is the function of a something distinct
from the brain, which we call the soul, and a
sensation is the mode in which this soul is affected
by the motion of a part of the brain; or there is no
soul, and a sensation is something generated by the
mode of motion of a part of the brain. In the former
case, the phenomena of the senses are purely
spiritual affections; in the latter, they are something
manufactured by the mechanism of the body, and as
unlike the causes which set that mechanism in
motion, as the sound of a repeater is unlike the
pushing of the spring which gives rise to it.”
Evolutie en geest volgens Huxley
• Geest is het product van evolutie:
– De geest is het resultaat van fysische processen
– Fysische processen zijn onderhevig aan evolutie
Epifenomenalisme:
Argumentatie
• Fysische processen in levende wezens zijn
mechanisch te verklaren
– Zintuiglijke waarneming wordt veroorzaakt door
het sensorisch zenuwstelsel
– Beweging is het resultaat van signalen uit het
motorisch zenuwstelsel
• Sensorische zenuwen kunnen via het brein
een gedragsresponse uitlokken zonder
bemiddeling van het bewustzijn
Alle bewuste fenomenen blijken gelokaliseerd te zijn
in het brein:
“The brain is the organ of sensation, thought, and
emotion; that is to say, some change in the condition
of the matter of this organ is the invariable
antecedent of the state of consciousness to which
each of these terms is applied”
(On the Hypothesis that Animals are Automata, and Its History, 1874)
Mind als stoomfluit
“The consciousness of brutes would
appear to be related to the
mechanism of their body simply as a
collateral product of its working, and
to be as completely without any
power of modifying that working as
the steam-whistle which accompanies
the work of a locomotive engine is
without influence upon its machinery.
Their volition, if they have any, is an
emotion indicative of physical
changes, not a cause of such
changes.”
Conclusies
• Levende lichamen zijn automatisch
functionerende machines
• Deze automaten kunnen bewust en sensitief
zijn, maar dit is puur een passief bijproduct
van de werking van de machinerie
William James (1842-1910)
• Harvard professorships in medicine,
psychology, philosophy
• Functionalist en pragmatist
“The reasons why we call things true is the
reason why they are true, for 'to be true'
means only to perform this marriagefunction”
(Pragmatism: A New Name for Some Old
Ways of Thinking, 1907)
James: Are We Automata?
• Bestaan en werking van reflexen is geen bewijs voor
de automatische werking van het gehele
zenuwstelsel
• Kikkerexperiment toont niet aan dat het lichaam
automatisch functioneert
Evolutie en de geest volgens James
• Bewustzijn is geëvolueerd en het lijkt dus
aannemelijk dat het nut heeft in de strijd om het
bestaan
• Als het bewustzijn nut heeft dan is het geen passief
bijproduct van de werking van de hersenen.
• Welke toegevoegde waarde zou een bewustzijn
hebben bovenop een functioneel, automatische
zenuwstelsel?
Nut van bewustzijn
• Mechanische processen zijn niet gericht op
overleving
• Bewustzijn heeft wel een gerichtheid op betekenis en
waarde
• Een bewustzijn dat gericht is op overleven zou het
normale, willekeurig verloop van evolutie drastisch
kunnen versnellen
Sturend bewustzijn
• Minimaal actief als het automatisch zenuwstelsel snel
en zeker functioneert
• Met name actief als het automatisch zenuwstelsel
hapert, achterblijft of contraproductief is
• Wat zou dit kunnen betekenen voor:
de relatie tussen fysische en mentale evolutie (zie
Wallace)?
de relatie tussen menselijke en dierlijke instincten?
“A priori analysis of both the brain and
conscious action shows us that if the latter
were efficacious it would, by its selective
emphasis, make amends for the
indeterminateness of the former; whilst the
study à posteriori of the distribution of
counsciousness shows it to be exactly such as
we might expect in an organ added for the
sake of steering a nervous system grown too
complex to regulate itself.”
(Are we Automata?, 1879)

similar documents