Schoolkeuzeonderzoek 2014/2015

Report
Schoolkeuzeonderzoek
schooljaar 14-15
Introductie
Zomaar wat vragen
• Waarom schoolkeuzeonderzoek?
• Welke vormen van voortgezet
onderwijs zijn er?
• Wie bepaalt de keuze?
• Waar bestaat het onderzoek uit?
• Wat gebeurt er met de uitslag?
Waarom
Schoolkeuzeonderzoek?
• advies van de basisschool is verplicht
• ondersteuning bij het kiezen van de
juiste vorm van Voortgezet Onderwijs
• het Voortgezet Onderwijs vraagt de
gegevens bij toelating
Juiste keuze garantie voor
schoolsucces?
Succes is mede afhankelijk van:
•
•
•
Hoe ervaart uw kind de overgang van
onze school naar het VO
Puberteit
Overige omstandigheden
Vervolgonderwijs na basisschool
Uitstroom leerlingen
De meeste leerlingen stromen door naar:
• Praktijk Onderwijs
• VMBO (met Leerwegondersteuning)
Enkele leerlingen stromen door naar:
• MAVO (Theoretische Leerweg)
• HAVO
• Overige scholen (voorheen Clusterscholen)
Uitstroom schooljaar 13-14
Kompas
5
Pionier
1
VMBO
Basis/Kader
(LWOO)
MAVO (TL)
15
9
3
0
HAVO
2
1
PRO
Aanmelding bij de
voormalige REC-scholen:
Verloopt via Commissies
•
Voorheen Cluster 2: Taal- en
communicatieproblemen (VSO Hendrik Mol
Schagen)
•
Voorheen Cluster 3: Zeer Moeilijk Lerende
Kinderen (VSO ZMLK Linie College)
•
Voorheen Cluster 4: Zeer Moeilijk Opvoedbare
Kinderen (VSO de Spinaker)
Wie bepaalt de keuze?
•
•
•
De directeur van de school geeft advies
Advies is gebaseerd op de toetsuitslagen
van de aanleg en schoolvorderingen
samen met de ervaringen van de
leerkrachten (gedrag, motivatie, etc.)
Het kind samen met de ouders kiezen de
school
Procedure
November
Afname tests
Bespreken resultaten
December
Formuleren van het advies
Januari/februari
Bezoek open dagen
Februari
Bespreken van het advies met de ouders
Ouders tekenen voor ontvangst
Ouders tekenen voor bespreking in PCL
Januari/februari
Bezoek open dagen
Maart/juni
Aanmelden op het VO
Wat wordt getoetst bij het
schoolkeuzeonderzoek
• Didactische vorderingen
• Intelligentie
• Sociaal-emotioneel functioneren
Didactisch onderzoek
Onderzoek met groepsgewijs af te nemen
test:
Drempelonderzoek
Begrijpend lezen
Woordenschat
Spelling
Technisch lezen
Rekenen
Wat doet onze school voor
het onderzoek?
•
•
De school toetst de leervorderingen van
de leerlingen
De leervorderingen worden omgezet in
Dle-scores
Onderscheid DL - Dle
•
•
•
•
•
DL staat voor Didactische Leeftijd
De didactische leeftijd geeft aan hoeveel
maanden een leerling les kreeg sinds het
begin van groep 3
Een schooljaar telt 10 onderwijsmaanden
Aan het eind van groep 3 is de
Didactische Leeftijd 10
Aan het eind van groep 8 is de
Didactische leeftijd 60
•
•
DLE staat voor Didactische Leeftijd
Equivalent
De dle-score is een getal dat aangeeft na
hoeveel lesmaanden de gemiddelde
basisschoolleerling een bepaalde prestatie
bereikt
…een voorbeeld …
… stel het is juni in groep 4
• Een leerling wordt getoetst
• De Didactische leeftijd (DL) is dan 20
• Op het onderdeel Rekenen behaalt
de leerling een Dle-score 15
• Deze score wordt doorgaans behaald
in januari groep 4
• De leerling heeft dus een achterstand
van 5 maanden
Waarom gebruiken wij
Dle’s?
•
•
Aan de hand van het behaalde Dle kunnen
we zien hoe groot het leerrendement (of
leerachterstand) is
Het behaalde leerrendement bepaalt
mede voor welk vervolgonderwijs de
leerling in aanmerking komt
Wie neemt de toetsen af?
•
•
•
Alle onderdelen van het onderzoek
worden afgenomen door een ervaren
testassistent van Bureau School &
Onderwijs Service
De afname vindt plaats in de eigen klas
De groepsleerkracht is daarbij niet
aanwezig
Verwerking resultaten
•
•
•
Resultaten worden centraal verwerkt
De toetsresultaten van elk kind worden op
een grafiek in beeld gebracht
Deze grafiek geeft inzicht in het passende
vervolgonderwijs
Waarom niet de Cito toets?
•
•
•
Het Drempelonderzoek is aantrekkelijker
en gebruiksvriendelijker voor onze
kinderen
De gegevens kunnen centraal verwerkt
worden en de mogelijkheden voor
vervolgonderwijs worden direct in kaart
gebracht
De scholen voor vervolgonderwijs
gebruiken deze toets ook, zodat de
gegevens gemakkelijk overdraagbaar zijn
Uitleg intelligentieonderzoek
Waarom een nieuw
intelligentieonderzoek?
•
•
•
In de meeste gevallen: een ‘bevestiging’
Bij ongeveer een kwart van de kinderen:
een aanvulling of een verrassing
Daarnaast dient het als ’hulp’ bij
schoolkeuze, voor:
– Ouders en kind (wensen, (on)mogelijkheden,
ideeën, ervaringen)
– Leerkracht – school (ideeën – ervaringen)
– Van belang voor het voortgezet onderwijs
Wat is intelligentie?
•
Het vermogen om tot leerresultaten te
komen ofwel het verstandelijke vermogen
•
Aan de schoolresultaten kan je meestal de
aanleg zien
Het testen zelf
• Hoe zien de tests er uit?
• Opbouw en voorbeelden van de tests
Toetsafname
•
•
•
•
•
De kinderen zitten in toetsopstelling
Duur: minimaal twee uur
Voor elk onderdeel worden altijd enkele
oefenopgaven gemaakt
Er wordt gecontroleerd of alle kinderen de
opdracht hebben begrepen
Tussendoor is er een pauze
NIO – Nederlandse Intelligentietest voor
Onderwijsniveau
Verbale factor
Intelligentieindex
Symbolische factor
NIO bestaat uit 6 subtests
Taalkundig inzicht:
Synoniemen (1), Analogieën (3) en
Categorieën (6)
Rekenkundig/ruimtelijk inzicht:
Getallen (2), Rekenen (4) en Uitslagen (5)
Synoniemen
onderzoekt de kennis en betekenis van woorden
voorbeeld:
Dapper
1. licht 2. koud 3. vrees 4. moedig 5. nieuw
score: het aantal goed gemaakte items (30)
Analogieën
•
onderzoekt het ontdekken van relaties tussen door
woorden aangeduide concrete zaken, of abstracties, en
het kunnen toepassen van die gevonden relaties in
nieuwe situaties.
(a : b = c : ?)
•
voorbeeld:
huizen - stad | bomen - …..
1. takken 2. gras 3. bos 4. weg
•
5. stam
score: het aantal goed gemaakte items (25)
Categorieën
•
onderzoekt het kunnen vinden van een meer of minder
logische relatie tussen begrippen, t.w.: gelijk,
tegengesteld, soort, deel, oorzaak en middel.
voorbeeld:
regen - nat
1. gelijk 2. tegengesteld 3. soort 4. deel 5. oorzaak
6. middel
•
score: het aantal goed gemaakte items (30)
Getallen
•
onderzoekt het logisch kunnen toepassen van
rekenregels en rekenoperatoren op een rij getallen.
•
voorbeeld:
Welk getal moet er in deze rij op het laatste getal
volgen?
2 4 6 8 10 12 ....
[10 11 12 13 14]
•
score: het aantal goed gemaakte items (25)
Rekenen
•
onderzoekt het kunnen ontdekken welke
hoofdbewerkingen van toepassing zijn op de genoemde
getallen
Voorbeeld 1:
8 .. 2 = 10
[ x : + - ]
Voorbeeld 2:
1 .. 3 = 8 .. 2
•
[ x : + - ] [x : + - ]
score: het aantal volledig goed gemaakte items (20)
Uitslagen
•
Onderzoekt het vermogen zich driedimensionale
figuren tweedimensionaal te kunnen voorstellen
en omgekeerd. Met andere woorden, het in de
voorstelling kunnen vouwen van een figuur in het
platte vlak tot een object in de ruimte en
omgekeerd.
•
score het aantal juist aangestreepte alternatieven (max
20) minus het aantal onjuiste alternatieven (40)
Voorbeeld:
NIO antwoordformulier
NIO levert volgende scores
•
•
•
Verbale factorscore (VIQ)
Symbolische factorscore (SIQ)
NIO-totaalscore (IQ)
•
geven een score per onderwijsniveau aan
Betekenis IQ
•
Een IQ-score geeft aan hoe een leerling
op een intelligentietest presteert, in
vergelijking met kinderen van dezelfde
leeftijd
•
Gemiddeld IQ = 90 - 100
Sociaal-emotioneel
functioneren
Het sociaal-emotioneel functioneren
wordt in kaart gebracht met behulp van
de LeerMotivatieTest (LMT)
LeerMotivatieTest
-
-
-
Leermotivatie: mate waarin leerling
gemotiveerd is om op school te presteren
Zelfvertrouwen: mate waarin leerling
overweg kan met situaties die spanning
oproepen
Doorzettingsvermogen: heeft leerling
een bepaalde spanning nodig om tot
prestaties te komen
Sociale Wenselijkheid
Nog vragen?

similar documents