*t Accent van de cliënt

Report
’t Accent van de cliënt
If you are really doing the work, then it gets inside you. (A. Obholzer)
Situering project
Een
gezamenlijk
initiatief
van
de
reflectiegroepen minderjarigen en ouders
Vraag naar een participatieve basishouding
Vorming ‘t Accent van de cliënt
 Een vorming werd ontwikkeld, met als doel:
 Stem laten horen van diegene die zich aan de andere kant van de hulpverlening
bevindt
 Hulpverleners laten reflecteren/ prikkelen over hun eigen handelen met betrekking
tot een participatieve basishouding
 De visie van een participatieve basishouding wordt geïntegreerd in de praktijk van
de hulpverlening
• Prikkelen
• Nadenken over eigen part. houding
• Nadenken over structuur van organisatie
• Belemmerende factoren?
Participatie als basis
 Zowat elke studie naar het perspectief van cliënten op de hulpverlening
begint met dezelfde vaststellingen:
 De houding van de hulpverlener is doorslaggevend in hoe de cliënten de
hulp ervaren en heeft meer invloed op het succes van de behandeling dan
de richting, methode of technieken die gebruikt worden.
 Positief resultaat van behandeling wordt bepaald door de
WERKRELATIE, waarin de cliënt actief kan deelnemen:
BETROKKENHEID
 Cliënten meten de kwaliteit van de hulp vooral af aan de
communicatie en de benadering door de hulpverleners
Participatie als basis
 Conclusie:
 Een participatieve basishouding bij de hulpverlener is
onontbeerlijk vertrekpunt.
een
 Maar wat is dat eigenlijk een participatieve basishouding?
 Minderjarigen geven aan dat het moet klikken. Maar wanneer klikt het
precies?
 En hoe komt het dat het met de ene hulpverlener wel klikt en met de
andere niet?
 Filmpje: Een goede begeleider
Een goede begeleider
 Ik ben in mijn huis en het probleem is in mijn huis. Als je buiten mijn huis
bent, dan ga je mij niet kunnen helpen. Want je moet in mijn huis zijn,
maar met praten gaat het niet. Als je in mijn huis bent dan kan je zien wat
het probleem is.
 Metafoor huis
Een goede begeleider
 Voor hen gaat het over:
 iemand helpen
 een goede band opbouwen
 vertrouwen en steun geven
 Essentieel is de relatieopbouw en het nabij zijn
• Inzicht in eigen aandeel/ plaats voor verandering
Een goede begeleider
Filmpje: Wanneer klikt het?
Een goede begeleider
 Een gelijke relatie als vertrekpunt
 Gelijkwaardigheid
 “Ah manneke, voor wa ist?”… (ervaring jongere vzw Jong)
 “Het is duidelijk dat je totaal niet op de hoogte bent van de manier van
werken…”(telefonisch naar jongere vzw Jong, 2011)
 Jongeren willen met respect benaderd worden
Een goede begeleider
 Je voelt dat aan hé. Als hij begint te luisteren…
 Concreet:
 Maatschappelijk kwetsbare kinderen, jongeren,
volwassenen zijn zeer gevoelig voor :
•
•
•
•
•
•
•
•
Geen respect
Vertrouwen schenden
Onechtheid
Dingen beloven en toch niet doen
Niet duidelijk communiceren – zaken achter de rug doen
Hen de schuld toewijzen
Gevoel van falen geven
…
Een goede begeleider
 Je moet gewoon je eigen zijn…
 Concreet:
 Het is belangrijk voor een hulpverlener dat hij oprecht is en niet
bang is om in relatie tot de cliënt zijn persoonlijkheid te tonen
 Testje: zijn er cliënten die jouw persoonlijkheid kunnen
omschrijven?
 Een hulpverlener zou zichzelf moeten kunnen zijn tijdens het
werken met mensen. Humor, eens iets persoonlijks vertellen,…
 Leuk in de omgang, niet laten voelen dat hij/zij werkt!
Een goede begeleider
 Je onderschat elkaar. Je hebt een fout beeld en krijgt
daardoor een andere wereld. En na een tijdje besef je dat
dat niet zo is. Ken mijn leefwereld.
 Concreet:
 Hoe goed kennen wij de leefwereld van de jongeren en ouders
die wij begeleiden?
 Wat houdt hun bezig? Wat zijn hun dromen (ongeacht al dan
niet realistisch)? Hun wensen?
 Zoek aanknopingspunten
 Vb. voetbal/ sport/ mode/ auto’s
 Je kan heus wat bijleren…
Een goede begeleider
 Nabijheid

Beschikbaar- Bereikbaar - Flexibel
• In taken
• In tijd
• In zijn
 Nadruk te grote afstand?
 Doen, doen, doen, …
 Doelstellingen/ Oplossingen
• Wiens probleem is het?
“Ze laten niet blijken dat het werk is, dat het hen niet aanstaat, ze laten u
voelen dat het voor u is en niet voor hen”(jongere)
“Een hulpverlener moet niet zijn zoals vrienden, die heeft zijn eigen kijk
en die is waardevol, ze moeten er wel in slagen om dicht bij je te
staan.” (jongere)
Een goede begeleider
 Nestelen (voorbeeld 365 dagen)
 Medisch discour viert hoogtij
 Hulpverlening staat hierdoor onder druk!
 Mag niet de overhand halen op de zorgende, warme of betekenisvolle
vezels van een organisatie
“Als kind herinner ik me kampen met het werk van mijn vader. We gingen
mee met het gezin samen met de gasten van de instelling waar mijn vader
werkte. Ook met kerstmis gingen we daar en kochten we cadeaus voor
elkaar. Er was een papegaai die kon spreken en we speelden ping pong.”
(Getuigenis: kind van een hulpverlener, staat nu zelf als stafmedewerker in
het werkveld).
Een boodschap naar…
 Een boodschap naar…
• Uw hart moet bij deze job liggen
• “Je hebt jobs die je met hart en ziel moet doen want als je met
mensen werkt, en zeker mensen die al problemen hebben gehad,
mensen die weinig aanzien krijgen in de maatschappij. Zeker in zo’n
job vind ik dat je een beetje met hart en ziel moet werken, dat je
een beetje medeleven kunt tonen, dat je ingesteld moet zijn op
mensen. En dat is iets wat je te weinig vindt in de
hulpverlening…Als zo iemand naar je toekomt, heb je ook al zoiets
van: op deze manier hoeft het voor mij niet. Dat is iets wat veel
voorkomt vindt ik, dat ze het niet doen met hun hart.”
Basishouding is de basis
Hoe?





Persoonlijkheid
De eigen levensgeschiedenis
Gevoeligheden
Sterke en zwakke punten
Stressreacties
Basishouding is de basis
 Sta even stil bij je job en stil jezelf de volgende vragen









Wat maakt dat ik deze job doe?
Waar ligt mijn hart?
Welke beloning zoek ik in mijn werk? Bij mijn cliënten, team, organisatie?
Welke honger zie ik en wil ik invullen bij de ander?
Hoe zorgt mijn team voor brandstof, zodat ik weer opgeladen wordt?
Hoe zorg ik daar zelf voor?
Is er een roddelcultuur in mijn organisatie en welk effect heeft dit op mij?
Geven we elkaar feedback?
Volg ik supervisie? Intervisie? Teambespreking, bijscholing, training, raadpleeg ik
vakliteratuur? Volg ik de nieuwe tendensen, beleidskeuzes?
 Hoe maken we plezier in het team?
 Staat mijn mond voldoende stil?
•
In welke mate worden hulpverleners voldoende erkend voor de jobs die ze
uitoefenen? Ondersteund door collega’s? Directie? Kunnen ze beroep doen op
coaching?
En de hulpverlener???
Wat roept dit bij jullie op?
Hebben jullie het gevoel dat jullie in de
mogelijkheid zijn om deze noden en
behoeften van jongeren te kunnen opvangen?
MICRO (participatieve basishouding hulpverlener)
MESO
Welke elementen binnen de eigen organisatie
beperken de participatie bij kinderen,
jongeren en ouders?
Zelf participeren doet
participeren
Organisaties kritisch bevragen
“Ik zou nooit van mijn leven willen verblijven in de
vrouwenopvang. Het is daar een zottenkot. Sommige vrouwen
zijn na hun verblijf ontgoocheld. Ze waren op zoeken naar
rust, rust die ze hier niet hebben kunnen vinden.”
(Hulpverlener CAW vrouwenopvang)
“ Als ik hier als jongere zou verblijven, dan zou ik hier ook het
kot afbreken of ontsnappingspogingen ondernemen.”
(hulpverlener residentiële setting)
Zelf participeren doet
participeren
Participatieve organisatiesfeer creëren
 Daag je hulpverleners uit!
 Lerende organisatie
 Holistische benadering
 Vertrekken vanuit de ervaring van de basiswerkers
• Niet Top Down
Zelf participeren doet
participeren
 De basishouding van de hulpverlener wordt positief
beïnvloed als de hulpverlener invloed kan uitoefenen
op het beleid binnen de voorziening en bijgevolg kan
mee participeren.
 Krijgen hulpverleners voldoende de ruimte om mee te
participeren?
 Worden ze betrokken bij beslissingen die rechtstreeks
gevolg hebben op hun dagelijkse werk?
 In welke mate hebben directies hier voldoende oog voor?

similar documents