OPLEIDING SCHERMLERAAR Docenten

Report
 Hoofd
opleiding KNAS/Docent/Leercoach
Maître Ad van der Weg
Hoofd ELO en Docent Expert Sabel
Maître Frans Hoebrechts
Opleider /Docent Expert Floret
Maître Jeroen Divendal
Opleider /Docent/Expert Degen
Maître Leo Sannen
Praktijkbegeleiders
Maître Martin Ariaans
Maître Bert van Til
Maître Frans Posthuma
Prêvot Irma de Ridder
Leon Pijnappel ELO
Prêvot Chakib Zair
Maître John Heerooms
Prêvot Rudolph Francis
Moniteur Henk Smit
Maître Eyad Said
Maître Ad Mol
Maître Rob Vonk
Maître Georges Dérop
Maître Dr. Andries Tóth
Prêvot Lilian Quant
Prêvot Eric Bel
Maître Robb v Winden
Maître Vic Hartog
Prêvot Gilbert van Zeijl
Prêvot Bas Tielemans
Sanne van den Berg
 expertise
van buitenlandse coaches (met
name voor nivo 4 en 5) ism KNAS topsport
 De
opleiding zal voortdurend geëvalueerd en
verder ontwikkeld worden, en er zal met
name aandacht worden besteed aan een visie
op een leven lang leren. De taak van de
docent is veelomvattend zo zal hij/zij
mogelijk als expert, leercoach,
praktijkbegeleider en als PvB (Proeve van
bekwaamheid) Beoordelaar actief zijn
 Mentaal
Coachen
 Didactisch begeleiden
 Didactiek
 Kanjertraining
 Sport / spel en trainingsvormen.
 Alle
aspirant leraren van niveau 1 t/m 4 kunnen
gaan shoppen bij de (evt.) dichtstbijzijnde
opleider in de buurt. Indien zij een hoofdstuk
afgesloten hebben dan wordt dat genoteerd door
 de leercoach/ praktijkbegeleider incl.
handtekening. (portfolio) Indien de cursist alles
gedaan heeft (portfolio’s, certificaten en evt
vrijstellingen) dan wordt er examen aangevraagd.
2 x per jaar wordt er een (her)examen
afgenomen.
 cursus
EHBO
 Boeken
 Anatomie
 Fysiologie
 Pedagogiek
 Kennis wedstrijdreglement
 Geschiedenis enz.
Maître Frans Hoeberechts Hfd ELO
Leon Pijnappel plv. Hfd ELO
Niveau 1= Opvang nieuwe leerlingen,
ouders, basisbegrippen
Niveau 2 = Les onder begeleiding van
een schermleraar op 1 of meerdere
wapens.
Niveau 3= (Het oude B-diploma). Je
geeft zelfstandig les op alle wapens op
recreatief niveau.
Niveau 4 = Het oude C-diploma. Je hebt
een uitstekende eigen vaardigheid op
tenminste 1 wapen,en een goede eigen
vaardigheid op de overige wapens. Je
kunt leerlingen op regionaal en nationaal
niveau trainen.
Niveau 5= Als 4 maar nu kun je
schermers begeleiden naar een
internationaal niveau. (HBO niveau)
 De
toetsingcommissie:
 1: Hoofd Opleiding KNAS:
 2: Hoofd ELO KNAS
 3:

 De
commissie van beroep :
 1: Bestuurslid breedtesport KNAS
 2: Bestuurslid topsport KNAS
 3: Lid commissie breedtesport.

Samenhang
Opleiding
Toetsing
De lerende staat centraal.
Opleiders faciliteren het
leren. De vraag is dus niet of
de opleider ‘alles’ heeft
kunnen behandelen maar of
de lerende een stap verder is
in zijn of haar ontwikkeling.
Bij de visie op leren gaat de
wat-vraag vooraf aan de hoevraag. De wat-vraag is door
het invoeren van de
kwalificatiestructuren sport
en arbitrage beantwoord met
competenties’.
 een
competentie is het
geïntegreerde geheel van
kennis, vaardigheden,
attituden en persoonlijke
eigenschappen van een
individu dat in een
bepaalde context leidt tot
succesvol presteren.
Kennis (inzicht) en
vaardigheden zijn
belangrijke onderdelen
maar maken iemand nog
niet competent.
Competentie
Attitudes
Persoonlijke
eigenschappen
Vaardigheden
Kennis
 Hoe
leert men? Betekenisvol leren. Reflectie op
praktijkervaringen zet aan tot het nadenken over
de eigen attituden en eigenschappen.
 Reflectie leidt tot een behoefte aan nieuwe kennis
en vaardigheden.
 Praktijkervaringen en reflectie vervullen daardoor
belangrijke schakels in het leerproces. De lerende
moet daadwerkelijk actie
 ondernemen. Anders gezegd: er is pas sprake van
leren als de hele cirkel doorlopen is.
Het is de bedoeling dat cursisten de
‘leerstof’ krijgen die ze daadwerkelijk
nodig hebben. Dit betekent dat het niet
zinvol is en zelfs demotiverend kan zijn
om stof aan te bieden die de cursist al
beheerst of waar hij nog niet aan toe is.
Het gaat om maatwerk. Dit maatwerk
komt mede tot stand door aan te sluiten
bij de vragen en ervaringen van cursisten.
 Vragen
en ervaringen komen vaak voort uit de
praktijk. Vandaar dat bij competentiegericht
opleiden de praktijk een cruciale plaats
inneemt. Door opdrachten in de praktijk uit te
voeren, doen de cursisten gericht relevante
ervaringen op.
 Reflectie op die ervaringen zet de cursist aan
zich verder te verdiepen in de theorie en om
vaardigheden te oefenen. Bovendien geeft
reflectie inzicht in eigen attituden en
eigenschappen.
Reflectie=belangrijke schakel in het
leerproces. Voor een permanent
leerproces (ook na afronding van de
opleiding) is het van belang te
reflecteren op het eigen handelen.
De begeleiding is hierop gericht.
 De
praktijkopdrachten
worden ondersteund
door workshops. De
workshops zijn gericht
op het uitwisselen van
en reflecteren op
ervaringen en op een
verdere verdieping van
kennis en oefening van
de benodigde
vaardigheden.
Samenhang
Praktijkopdrachten:
praktijkbegeleider
Individueel leertraject:
Scan leercoach
Bijeenkomsten: expert(s)
Toetsing:
PVB-beoordelaar
 Praktijkplekken
nodig voor het uitvoeren van de
opdrachten.
 Criteria. Veiligheid gewaarborgd (een klik hebben)
 De lerende moet de opdrachten in de juiste context
kunnen uitvoeren, de feedback aansluiten bij de
opleidingsdoelen, enz
 Dit stelt eisen aan de kwaliteitsbewaking door het
opleidingsinstituut. Het vinden van goede
praktijkplekken vraagt soms om creatieve
oplossingen.

 Moet
ondersteunend zijn aan het leerproces.
 Praktijkopdrachten.
 Bronnen’ (boeken, beeldmateriaal, websites,
enzovoort) nodig waar voor verdere studie.
 Internet.
 Aan de hand van een (zelf)scan kan een
cursist aan het denken worden gezet over de
persoonlijke doelstellingen en het
leerproces. Naast het materiaal voor de
cursist hebben opleiders bij de omslag naar
competentiegericht opleiden soms behoefte
aan aanvullende informatie.
 Opleiders
faciliteren het leren
(competentieontwikkeling) door
 Cursisten relevante ervaringen op te laten
doen
 Te laten reflecteren op het eigen leren en de
benodigde kennis en vaardigheden aan te
reiken.
 Binnen de opleiding worden de volgende
rollen onderscheiden:
 praktijkbegeleider;
 leercoach;
 expert.
 Begeleidt
cursisten bij het uitvoeren van
opdrachten in de praktijk.
 Zorgt ervoor dat de praktijksituatie voldoet
aan de eisen die de opdracht daaraan stelt.
 Is het eerste aanspreekpunt voor de cursist in
de praktijk (vereniging/sportlocatie). De
begeleiding is afgestemd op de cursist en kan
al naar gelang de opdracht en situatie
verschillende vormen aannemen. Feedback
maakt altijd deel uit van de begeleiding.

 Begeleiding
is primair gericht op de
voortgang van het leerproces.
 Begin: Bespreken van de (zelf)scan
 Einde: Het advies om de proeven van
bekwaamheid af te leggen.
 Helpt de cursist bij het (leren) reflecteren en
de daaruit voortvloeiende keuzes voor het
leerproces. Bij knelpunten in het leerproces
is de leercoach de eerst aangewezen persoon
voor de cursist.

 verzorgen
van de workshops.
 Door de keuze voor competentiegericht
opleiden zullen hun didactische werkvormen
een activerend karakter hebben. Door
vragenderwijs les te geven prikkelen de
experts de reflectie. Inhoudelijk zullen ze
aansluiten bij de praktijkervaringen van de
cursisten of input leveren voor de
opdrachten.
 Afspraken
maken is afspraken nakomen
 Maximale studietijd = 2 jaar
 VRAGEN

similar documents