HAKI - zorgpad depressie

Report
Zorgpad depressie
HAKI, 19 december 2013
Inhoud
1. Inleiding
2. Zorgpad algemeen
2.1 Waarom
2.2 Wat
2.3 Doel
2.3 Kenmerken
3. Zorgpad depressie
4. Screeningsinstrument PHQ-9
5. Subsyndromale depressie
6. Matige depressie
7. Ernstige depressie
8. Toekomst
9. Vragen & bedenkingen
Delphine
Dr. Snoeck
Delphine
Dr. Snoeck
1. Inleiding
• Werkgroep deskundigheidsbevordering
• Vertegenwoordiging HA, ELP, psychiater, CAW,
CGG/suïcidepreventiewerking
• Regio Roeselare
• Handvatten reiken aan de eerste lijn m.b.t. psychische klachten
• Opdracht ELP
• Bevorderen vroegdetectie en vroeginterventie via deskundigheidsbevordering
• Coach voor eerstelijnswerkers
• Belang huisarts
• Spilfiguur
• Vroegdetectie aan de toegangspoort
• Zorgpad depressie
• Hoge prevalentie in eerste lijn
• Hoge morbiditeit en mortaliteit
• Detectie en behandeling schiet te kort
2. Zorgpad algemeen
Waarom?
• Hoge prevalentie depressie in eerste lijn
• Hoge morbiditeit en mortaliteit
• Detectie en behandeling schiet tekort door
•
•
•
•
•
•
•
•
Onvoldoende kennis van de symptomen bij pt en eerste lijn
Gebrek aan samenwerking met de GGZ
Te lange wachttijden GGZ
Gebrek aan kennis en verspreiding van behandelrichtlijnen
Te weinig psycho-educatie
Geringe behandeltrouw
Geen monitoring van de evolutie
Bij comorbiditeit met somatische aandoeningen wordt depressie
soms uit oog verloren
2. Zorgpad algemeen
Wat?
• Bepaalt wie-doet-wat-wanneer-en-waarom als antwoord op de
zorgvraag van de patiënt
• Ontwikkeld op basis van bestaande richtlijnen en beschikbare kennis
om psychische problemen te diagnosticeren en te behandelen
• Methode om patiëntgerichte zorgprocessen transparant,
gestandaardiseerd en geoptimaliseerd te maken en daardoor ook
makkelijk op te volgen
• Interventie om de gemeenschappelijke besluitvorming en organisatie
van een zorgproces voor een specifieke groep patiënten gedurende
een gedefinieerd tijdskader te verwezenlijken
• Uitgaande van de principes van de stepped care en balanced care
•
•
•
Stepped care:
minimale zorg waar mogelijk, intensief waar noodzakelijk
Balanced care:
aanbieden zorg volgens beschikbaarheid en bij ernstige/chronische pathologie kunnen
stappen worden overgeslaan
Vereist coördinatie en monitoring van de klachten
•
2. Zorgpad algemeen
Doel
• Samenwerkingsverbanden in de eerste lijn kunnen
beschrijvingen/zorgpaden gebruiken voor optimalisatie van
zorgproces en afstemming van de zorg met de tweede lijn (=
brugfunctie)
• Vanuit art107 wordt expertise en personeel GGZ ingebracht in
de eerste lijn om deze te ondersteunen in een model van
collaborative care rond de biopsychosociale aanpak van de
patiënt
2. Zorgpad algemeen
Kenmerken?
• In elk zorgpad GGZ kunnen 4 stappen onderscheiden
worden
•
•
•
•
Zelfhulp
Begeleide zelfhulp en groepsbehandelingen
Kortdurende individuele therapie in eerste lijn
Langdurende individuele therapie in 2de of 3de lijn en/of medicatie
• Er is ook aandacht voor psychosociale problemen
• Doorverwijzing naar CAW, OCMW, Sociaal huis, Kind&Gezin, GTB,
Opvoedingsondersteuning, …
3. Zorgpad depressie
• Te bereiken via www.zorgpad-depressie.be
• Vertrekpunt:
• De pt met vermoeden van depressie of onverklaarde lichamelijke
klachten
• Screeningsvragenlijst PHQ-9
• Aandachtspunten na afname
• Uitsluiting lichamelijke oorzaken of effecten medicatie
• Ernstige psychiatrische stoornissen uitsluiten + doorverwijzen
• Inschatting suïcidegevaar (zie linken)
• Afhankelijk van ernst depressie doorloop je enkele stappen
binnen het principe van getrapte zorg
• Opvolging belangrijk onderdeel binnen het zorgpad
• Zorgpad is opgebouwd met links zodat interessante informatie
onmiddellijk beschikbaar is voor hulpverlener en patiënt
4. Screeningsinstrument PHQ-9
• PHQ = Patiënt Health Questionnaire
• Module PHQ-9 bevat 9 vragen over de ernst van depressie a.d.h.v. 9
DSM-IV criteria
• Eerste 2 vragen negatief = STOP afname
• Weinig interesse of plezier
• Neerslachtig, depressief of wanhopig voelen
• 9 items worden op 4-puntsschaal gescoord voor de afgelopen 2
weken
•
•
•
•
Helemaal niet = 0
Meerdere dagen = 1
Meer dan helft van de dagen = 2
Bijna elke dag = 3
• Totaalscore: de score op de 9 items bij elkaar op te tellen
• Hinder: invloed op het dagelijks functioneren  bepalend voor
doorverwijzing
5. Subsyndromale depressie
• Totaalscore: 0-11 + beperkte hinder
• Interventies door HA
• Erkenning en empathie door luisterend oor
• Folder ‘Fit in je hoofd’
• Psycho-educatie
• Bibliotherapie
• Mogelijke interventies door ELP
• Indien nodig begeleide bibliotherapie of psycho-educatie
• Geen doorverwijzing naar 2de of 3de lijn nodig
• Opvolging
• Nieuwe afname PHQ-9 binnen 2 maanden
• Tussentijd afwachten met focus
6. Matige depressie
• Totaalscore: 12-19 + hinder
• Interventies door HA
• Idem ‘subsyndromaal’
• Klachten concretiseren
• Op vraag van patiënt opstart medicatie
• Informatie doornemen en meegeven met patiënt m.b.t.
 Activatie
 Slaaphygiëne
 Beheersen van stress-inducerende factoren
• Mogelijke interventies door ELP (= generalistische benadering)
• Coping versterken
• Problem solving technieken aanleren
• Doorverwijzing binnen eerste lijn ifv klacht
• Opvolging
• Nieuwe afname PHQ-9 binnen 3 weken
7. Ernstige depressie
• Totaalscore: 20-27 + grote hinder
• Interventies door HA
• Idem ‘subsyndromaal en matig’
• Opstart medicatie
• Mogelijke interventies door ELP
• Motiveren tot hulpverlening
• Begeleide doorverwijzing
• Doorverwijzing binnen tweede of derde lijn ifv klacht en ernst
• Bij acuut suïcidegevaar doorverwijzen naar:
• Suïcidepreventiewerking CGG
• Mobiel team acuut (Roeselare-Izegem-Hooglede 051/434107)
• PAAZ
• Opvolging
• Nieuwe afname PHQ-9 binnen de week
Medicamenteuze behandeling
• Helpen antidepressiva wel ?
Firma’s hielden negatieve studies achter. Bij nieuwe analyse
bleken enkel ernstige depressies te reageren.
• Antidepressiva werken wel degelijk, zowel op korte als op
lange termijn.
• Genotype – endofenotype (bijv neuroticisme) – externe
factoren – fenotype.
Er is dus niet één soort depressie maar verschillende !
• Belang van transdiagnostische processen, zoals piekeren en
rumineren = probleem met DSM IV, symptomen
Keuze antidepressiva
• TCA niet langer eerste keuze gezien nevenwerkingen en risico
bij overdosering (cardiale problemen !).
• Keuze is afhankelijk van presentatie van de depressie
• Bij klassieke presentatie alle antidepressiva even efficiënt
• Keuze bepaald door nevenwerkingsprofiel en kostprijs.
• SSRI (Selectieve Serotonine Reuptake Inhibitoren) eerste keuze
gezien minst nevenwerkingen
• Als onvoldoende effect dan combineren met andere klassen
Combineren
• Serotonine niet altijd voldoende
• Bij combinaties serotonerge werking associeren met
noradrenerge of dopaminerge werkingen
• De NRI werken zuiver op de noradrenaline (Edronax)
• De SNRI werken op pre-synaptische serotonine en noradrenaline
al dan niet met een dosis-respons relatie (Efexor, Cymbalta)
• NaSSA werken op post-synaptische serotonine en noradrenaline
(Remergon)
• De NDRI werken op Noradrenaline en Dopamine ( Wellbutrin)
• TCA hebben min of meer voorkeur voor NA of Se (Nortrilen –
Anafranil) of een sterke histaminerge component (Redomex of
Sinequan)
• Moclobemide werkt op de 3 systemen en is een reversiebele
MAO-inhibitor
• Abilify is een partiele dopamine-agonist en kan in combinatie met
een SSRI een bijkomend dopaminerg effect geven
• SSRI
• Prozac ( 20-40), Seroxat ( 20-30), Serlain ( 50-100), Citalopram ( 2040), Floxyfral ( 100) en Sipralexa ( 10)
• SNRI
• Cymbalta (60), Efexor ( 150-300)
• NRI
• Edronax (4mg, 2mg in comb.)
• NaSSa
• Remergon ( 15-45)
• NDRI
• Wellbutrin (150-300)
• RIMA
• Aurorix (150-450)
• TCA
• Anafranil, Redomex, Sinequan, Nortrilen, Tofranil ( 75-150),
Prothiaden (75-150), Trazolan (200-300), Valdoxan (25-50)
• Werkt indirect op Ser, Nor en Melatonine
Problemen oplossen:
wanneer patiënten niet beter worden
Problemen oplossen:
neveneffecten
Alternatieven
• Lichttherapie (oa bij seizoensgebonden depressie)
• Belang van beïnvloeding dag-nacht cyclus via melatonine
• Maakt deel uit van de chronotherapieen (ook slaapdeprivatie en
slaapfazeverschuiving)
• Neuromodulatie technieken
• ECT of rTMS of tDCS, Nervus vagus stimulatie, Deep brain
stimulatie
• Augmentatie met Lithium en dopamine agonisten
• Abilify
• Sifrol
• Ketamine
• Andere pathway , nl NMDA-antagonist
• Glutamaat minder actief met zeer snel maar tijdelijk effect
Doorverwijzen 2de of 3de lijn
• Bij ernstig suïcidegevaar
• CGG
• Mobiel team acute zorg
• Opname PAAZ
• Bij vermoeden psychose of bipolariteit
• Doorverwijzen psychiater
• Bij ernstige hinder en beperkte respons op therapie
•
•
•
•
•
CGG
Privétherapeut
Psychiater
Mobiel team acute zorg
Gespecialiseerde residentiële zorg
8. Vervolg/toekomst
Uitwerking en voorstelling :
Zorgpad alcoholmisbruik
Zorgpad angst
9. Vragen & bedenkingen
Contactgegevens
• Dr. Snoeck
• Delphine Van Hevele
• Lisbeth Scherpereel
[email protected]
[email protected]
[email protected]

similar documents