Les 1

Report
Socratische methodes
Prof. dr. F. Mortier
• R. Anthone, F. Mortier, Socrates op de
speelplaats. Theorie en praktijk van het
filosoferen met kinderen. Leuven/Voorburg,
Acco, 2007.
Filosofie als levenskunst
• Wijsbegeerte van de oudheid: niet primair
gericht op waarheidsvinding, wel op
zelfontwikkeling
• Geen theoretisch ideaal, wel een praktisch:
jezelf veranderen
• Pierre Hadot; Michel Foucault
• Band pedagogiek: “filosoferen” als vorm van
zelf-opvoeding
Basisfiguur
• Socrates (470-399)
• Socratische ironie: Laches
• Model: Socrates ondervraagt mensen die het
denken te weten en toont aan dat ze eigenlijk
niets weten
• Belang van de elenchus: syllogistische
weerlegging
• Belang van dialectiek: het voeren van
systematische vraaggesprekken
Vraaggesprek?
• Zoeken van definities voor kernbegrippen
(waarheid, kennis, schoonheid, waarde, …)
• Opsporen van problemen in voorgestelde
definities  ontwikkelen door fouten te
elimineren
• Achtergrond: anamnese-theorie: waarheid is
al aanwezig in jou; je moet haar alleen nog
ontdekken door haar te expliciteren
• Pedagogisch concept:
– anti-dogmatisch (= dogmatisch = “opleggen van
geloofsinhouden”);
– Zelf-ontdekking
– Waarheidszoeken = collaboratieve onderneming
 Community of Inquiry
Socratisch gesprek
• Gustav Heckmann:
• “Socratische methode in de brede betekenis
wordt beoefend telkens wanneer mensen door
het gemeenschappelijk toetsen van gronden de
waarheid in een kwestie naderbij proberen te
komen. Socratisch zou ik een gesprek noemen
wanneer dat niet toevallig gebeurt, maar
voortdurend het gesprek bepaalt: een gesprek
dat voortdurend draait rond het
gemeenschappelijk beproeven van gronden” (Das
sokratische Gespräch, 1981, p. 7)
Didactische types
• Lezing (lectio):
– vertrekt van tekst
– Hiërarchie rollen educator / educandus
– Inhoudelijke sturingsrol educator
• Dialoog:
– vertrekt van ervaringen / aanwezige kennis; gericht op
zelfstandig ontdekken van verbanden
– democratische verdeling rollen
– formele versus inhoudelijke rol voor resp. educator en
educandus
journalistenoefening
• A formuleert een stelling
• B ondervraagt A over zijn stelling
• Regel: B mag door vragen aan A niet te
kennen geven wat zijn/haar mening is over de
kwestie
• Rollen omkeren
• Bespreking moeilijkheden / welk soort vragen
zijn gesteld
kameroefening
• A beschrijft een kamer aan B. B vat samen.
• A stelt vragen aan B die denkt aan een kamer
en A probeert zich een beeld te vormen van
die kamer.
• Rollen omkeren.
• Regel: “Hoe ziet de kamer eruit?” is verboden.
• Moeilijkheden?
Verscheidene types
• Leonard Nelson (1882-1927): methode van de
regressieve abstractie
filosofie
Ervaringsoordeel
Gronden
Grondbeginselen
Regressieve abstractie
Psychologie
Regressieve abstractie
• Eén voorbeeld
• Terugvragen naar (1) grond; (2) principe.
• Twee rollen: (1) vragensteller; (2)
antwoordgever(s)
• Vragensteller = procesbewaker (vraagt respect
voor regels van de dialoog)
• Antwoordgevers = streven naar inhoudelijke
consensus
Voorbeelden van regels
• Voorbeeldregel: geef voorbeelden uit je eigen
ervaring waarin die vraag een belangrijke rol
speelde
• Concretiseringsregel: uitspraken moeten kunnen
worden aangetoond in termen van het
uitgangsvoorbeeld
• Autonomieregel: beroep je niet op autoriteiten of
op anderen
• Herhalingsregel: ga na of de spreker begrepen is
Voorbeeld
• Kwestie:
– “Wanneer is men “vrij”. Kan men echt vrij zijn?
• Ervaringsoordeel:
– Beschrijving van een ervaring, met “toen voelde ik
mij vrij”
• Gronden:
– “Omdat er geen druk van anderen was”
• Grondbeginsel:
– “Vrijheid is zelfbepaling”
Belangrijk: vraagtechniek
• Vragen naar helderheid en duidelijkheid
• Vragen redenen en bewijzen
• Vragen die alternatieve gezichtspunten
onderzoeken
• Vragen die implicaties en consequenties
onderzoeken
• Vragen in verband met de discussie (metavragen)
Helderheid en duidelijkheid
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Kun je dit uitleggen...? (verklaring)
Wat bedoel je met...? (verduidelijking)
Kun je een voorbeeld geven...? (voorbeelden geven)
Hoe komt dit overeen met...? (aansluiten andere zaken in
gesprek)
Wie begrijpt dit...? (verklaring)
Wat wordt er nu precies gevraagd...? (verheldering)
Kan iemand dit uitleggen? (verheldering)
Betekent wat je zegt dat...? (verificatie)
Wat heeft dit te maken met...? (verbanden leggen)
Helpt dit ons vooruit met... in de discussie...? (verificatie)
Redenen en bewijzen
• Waarom denk je dat? (Peilen naar de reden van
een mening)
• Waarom is dat zo? (Vragen naar een hypothese
of een verklaring)
• Hoe weten we of dit waar is? (Testen, verificatie)
• Waarop heb je dat gebaseerd? (Zoeken naar
vooronderstellingen)
• Wat weten we daarover? (Verzamelen van
informatie)
• Kun je dit aantonen...? (Vragen naar bewijs)
Alternatieve zienswijzen
• Kun je je iets voorstellen dat niet zo is?
(tegenvoorbeelden)
• Wat zou er gebeuren als...? (speculatie)
• Wat is het verschil tussen...? (onderscheidingen
maken, zoeken naar conceptuele grenzen)
• Denkt iemand daar anders over...? (vragen naar
contra-argumenten)
• Kan het tegendeel waar zijn? (alternatieven
zoeken)
Consequenties en implicaties
• Wat kunnen we daaruit afleiden? (Maken van afleidingen
(inferenties))
• Hoe past dit in wat je daarnet zei? (Leggen van verbanden,
consistentie)
• Bestaat daar een regel voor? (Formaliseren van een
procedure; meta-inferenties maken)
• Kunnen we dit veralgemenen? (Algemene regel afleiden)
(Meta-inferenties zijn afleidingen over afleidingen. Een
voorbeeld: als ik uit de vaststelling dat `Geen arenden zijn
duiven' impliceert dat `Geen duiven zijn arenden' afleid dat
`Geen A is B' steeds `Geen B is A' impliceert (wat ook A en B
mogen zijn).
Over gesprek
• Wat kunnen we besluiten? (Vragen naar besluit)
• Kunnen we dit even samenvatten? (Vragen naar samenvatting)
• Zijn we tot een antwoord op de vraag gekomen? (Vragen naar
conclusie)
• Hebben we iets geleerd...? (Vraag naar procesverloop)
• Zijn we ergens vooruitgekomen? (Idem)
• Denken sommigen onder jullie er nu anders over dan voorheen?
(Vraag naar individuele efficiëntie)
• Begrijpen we de kwestie beter? (Vraag naar efficiëntie voor de
onderzoeksgemeenschap)
• Hebben jullie een duidelijkere kijk op de zaak gekregen? (Idem)
Over onderzoeksproces zelf
• Hebben we alle mogelijkheden onderzocht?
(verificatie)
• Is dit gesprek af? (besluit)
• Hoe zijn we van... naar dat onderwerp
gekomen? (memorisering)
• Als we het gesprek opnieuw zouden voeren,
zouden we dan op dezelfde manier tewerk
gaan? (meta-reflectie)
Kennis a priori?
• Uitgangspunt Socrates en Nelson: kennis is
aanwezig in deelnemers aan gesprek
• = bepaalde filosofie-opvatting (kantiaans bij
Nelson: “transcendentale deductie”)
• Vandaag: aansluiting bij Critical Thinking en
Informal Logic
• Philosophy for Children (P4C) van Matthew
Lipman: o.a. ontwikkeling van denkvaardigheden
en denk-disposities
Voorbeelden:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
begrippen precies formuleren
gepaste veralgemeningen maken
oorzaak-gevolgrelaties formuleren
onmiddellijke inferenties uit één enkele premisse kunnen maken
syllogistische inferenties uit twee premissen kunnen maken
elementaire standaardiseringsregels kennen
regels van de relatielogica kennen
consistenties en contradicties herkennen
inferenties maken uit voorwaardelijke syllogismen in de oordeelslogica
vragen formuleren
onderliggende vooronderstellingen identificeren
deel-geheel en geheel-deelrelaties vatten
weten wanneer ambiguïteiten te tolereren of te vermijden
vage woorden herkennen
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
relevante overwegingen in rekening brengen
de interdependenties van doelen en middelen herkennen
informele drogredeneringen herkennen
begrippen operationaliseren
redenen geven
de contextuele aard van waarheid en onwaarheid erkennen
onderscheidingen maken
verbanden leggen
werken met analogieën
alternatieven ontdekken
hypothesen opstellen
waarden analyseren
voorbeelden geven
definities geven voor gangbare woorden
criteria identificeren en gebruiken
rekening houden met perspectiefverschillen
• Reasoning skills (inductief, deductief, analogisch,
etc.)
• Inquiry skills (obervatie, beschrijving, vertelling,
…)
• Concept formation skills (definitie, classificatie, ..)
• Translation skills (begrijpen, luisteren, schrijven,
…)
• Critical dispositions (zich afvragen , vragen naar
redenen, oordelen aan de hand van criteria,
bevragen, …°
• Fundering in logische en
redeneervaardigheden
• Technieken gericht op ontwikkeling metacognitie: kennis over kennis; reflexief leren
• Daarnaast: community of inquiry als
doelstelling
Probleem van Molyneux
• 2 maart 1693 brief van William Molyneux aan
John Locke (suggesties voor verbeteringen aan
een nieuwe uitgave van Lockes hoofdwerk, An
Essay concerning Human Understanding).
Probleem van Molyneux
• "Veronderstel een blind geboren man, nu
volwassen, die heeft geleerd om op de tast een
onderscheid te maken tussen een kubus en een
bol, (veronderstel) van ivoor, van ongeveer
dezelfde grootte, zodat hij kan zeggen als hij het
ene en het andere betast wat de kubus is en wat
de bol. Veronderstel dan dat de kubus en de bol
op een tafel worden geplaatst en de blinde man
het gezicht krijgt. De vraag luidt dan of hij op het
gezicht, voor hij ze aanraakt, de bol zou kunnen
onderscheiden van de kubus.”
• Oefening
• 1. Kun je iets noemen dat smaakt zoals zandpapier
aanvoelt?
• 2. Kun je iets noemen dat eruitziet zoals honing
smaakt?
• 3. Kun je iets noemen dat aanvoelt zoals parfum ruikt?
• 4. Kun je iets noemen dat aanvoelt zoals bloed
eruitziet?
• 5. Kun je iets noemen dat ruikt zoals citroen smaakt?
Achtergrond
• Is het gras aan de overkant ook ‘s nachts
groener dan aan deze kant?
• Heeft je huid ook de smaak van zout als
niemand eraan likt?
 Epifenomenale werkelijkheid  afhankelijk
van ervaring (cfr. Mary) = secundaire
eigenschappen
 relatie tussen epifenomenen en
“werkelijkheid”? = primaire eigenschappen
17de een 18de eeuwse
waarnemingstheorie
• René Descartes: dioptrica en optica: zien als vorm van
tasten
• Malebranche: natuurlijke meetkunde: “de ziel schat de
afstand van een voorwerp door de stand van de ogen”.
• Georges Berkeley: er zijn alleen secundaire
eigenschappen
• G.W. Leibniz: meetkundes van de lamme en de blinde
delen dezelfde ideeën, hoewel zij geen beelden delen.
• Denis Diderot (Brief over de blinden ten behoeve van
de zienden): Saunderson en de wiskundige
bewijsmethode “op de tast”
•
P4C-programma
• Basisschool:
– Elfie; Pixie; Kio & Gus
• Secundair:
– Harry Stottlemeier’s Discovery; Nous
– Lisa, Suki, Mark
telkens
•
•
•
•
•
Roman + handleiding
Stuk tekst lezen: kwesties formuleren
Gesprek over kwesties
Achtergrond: in handleiding
Alternatief: oefeningen en discussieschema’s

similar documents