Effectmeting 10 proeftuinen woonservicegebieden

Report
George de Kam


Definitie woonservicegebied:
◦ Wijk/dorp (5.000 tot 10.000 inwoners)
◦ Gecoördineerd dienstenaanbod wonen, welzijn en zorg, t/m onplanbare
24-uurszorg en aanpassingen aan de woning
◦ Kwetsbare bewoners kunnen langer zelfstandig blijven wonen in hun eigen
woning en/of woonomgeving  langer deelnemen aan vertrouwde
samenleving
◦ Verhuizen naar zorgwoning binnen het woonservicegebied mogelijk
Doel woonservicegebieden: zo lang mogelijk zelfstandig
kunnen blijven wonen te midden van anderen, zodat een
levensloop bestendige leefomgeving ontstaat
2


Ondersteunende website
Bijvoorbeeld
http://www.watwerktindewijk.nl/index.cfm/i
nterventie/details?id=214 Seniorensoos
Andromeda in Eindhoven
4
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
Bilgaard, Leeuwarden
Krakeel, Hoogeveen
Berflo Es, Hengelo
Meulenvelden, Didam
Rond de Regenboog, Dronten
Dorp West, De Bilt
Zeevang, De Verbinding
Middelburg Noord-Oost
Hoge Vucht, Breda
Helden-Panningen
Vergelijkingsgebieden

Kern Beuningen

Wolfskuil, Nijmegen
6
Ouderen profielen (2)
Extreem kwetsbaar
Ervaren ernstige klachten in
verschillende domeinen,
Multidomein problematiek
Klachen in lichamelijk, psychisch, mobiliteit
en cognitie. Ervaren soms te weinig aandacht.
Complexiteit 
Lichamelijke en mobiliteit problemen
Chronische aandoeningen en kunnen zich
niet meer zelfstandig redden.
Somber en gespannen
Moeite met ouder worden, passief en onzeker.
Wel eens psychosociale klachten en last van geheugen.
Chronische aandoeningen, maar redden zich prima.
Vitaal
Begin chronische aandoeningen, maar
verder geen beperkingen.
Kwetsbaarheid 
17
18
19
Woonservicegebied :
Hoge Vucht, Breda
Dichtheid 70-plussers
& Voorzieningen op peil
Bronnen:
•
BAG
•
OpenStreetMap
•
VROM
•
GBA DIdam
•
Verschillende websites: oa Telefoongids/TomTom/Google
•
Onderzoek Effectmeting Proeftuienen WSG
•
Water uit Top10NL2009 (Id: urn:nbn:nl:ui:13-fft-twq). Copyright 2007
Topografische Dienst Kadaster, verkregen via DANS.
Kaart gemaakt met KansenVerkenner © Object
Vision, in het kader van het onderzoek
Effectmeting 10 proeftuinen woonservicegebieden,
20
Nationaal Programma Ouderenzorg.







Zelfbepaling en zelfredzaamheid
Optimisme en realisme
Sociale kanten van welbevinden meer van
belang dan fysieke
Openbare ruimte
Ondersteuning door buren en nabije
verwanten
Eigen bijdragen
Wederkerigheid
21
Wil zo lang mogelijk thuis blijven wonen, in mijn eigen huis, te midden
van mijn eigen sociale netwerk en in mijn eigen wijk, zoals het altijd
is geweest;
Wil door anderen worden ondersteund in dit streven, hetzij door
persoonlijke hulp, hetzij door aanpassingen in mijn omgeving
(woning en wijk), hetzij door keuzes geboden te worden in het vorm
geven aan mijn leven;
Ben in het licht van al mijn beperkingen en toenemende lichamelijke
en geestelijke ongemakken tegelijk realistisch en optimistisch over
de mogelijkheden die mij nog resten in het zicht van de haven;
Verwacht dat mijn omgeving zorgt voor een basisniveau van
toegankelijke (medische) zorg en ondersteuning op het moment dat
ik aangeef die nodig te hebben;
22
Wil van betekenis zijn voor mensen in mijn omgeving en niet
slechts een last vanuit volledige afhankelijkheid;
Heb een eigen identiteit als bewoner van deze wijk of dit dorp
en wens daarin erkend en herkend te worden;
Maak gebruik van de oplossingen die mij worden geboden als
ik ze nuttig vind en verzin anders mijn eigen oplossingen;
Wens dat organisaties en beroepskrachten die mij ondersteunen
aansluiten bij mijn leefwereld in plaats van dat ze mij
dwingen me te voegen in hun systemen.”
25









Behoefte aan eigen regie; Zelf grenzen aan
durven geven
Groot belang van mobiliteit en bezig blijven
Belang van structuur en regelmaat,
betekenisvolle daginvulling
Zelf medische zorg weten te vinden, maar ook
drempels daarin
Belang huisarts, vertrouwen, sturend, ook
bejegeningsproblemen, vaste thuiszorgkracht
Vraagverlegenheid in informele circuit
In het algemeen tevreden over formele zorg
Soms kritiek op ingewikkeldheid, niet transparant
Nabijheid huisarts en apotheek
28



Zelfstandig wonen
Gezondheid en welbevinden
Informele en formele zorg en ondersteuning
29

Indicatie: Aantal ouderen van 80+ dat in
2008 zelfstandig woonde in procent van
aantal ouderen van 75+ dat vijf jaar eerder
zelfstandig woonde
Verschil deels verklaard door overlijden
Ander deel: verhuizen naar intramuraal

DAT KUNT U ZELF MET GBA VOLGEN!


30
Vijf jaar zelfstandig 80+
80%
60%
40%
20%
0%
Proeftuinen
Vergelijkingsgebieden
Nederland
woonservicegebieden
31



Verhouding tussen aantal AWBZ-gebruikers
85+ (2010) en aantal bedden in
zorgwoningen, verzorgings- en
verpleeghuizen (2008) (NL = 0,23)
Alle woonservicegebieden behalve Helden en
Breda gelijk of beter dan NL gemiddelde
Alle woonservicegebieden behalve Zeevang
gelijk of hoger dan hun vergelijkingsgebieden
33


Invloed van zelfstandig kunnen functioneren
binnen en buitenshuis, en kwetsbaarheid
Na controle: geen verschil tussen
woonservicegebieden en controlegebieden
39







Wel invloed:
Tevredenheid over
woningaanpassingen
Beperkingen
Zelfstandig binnen kunnen
functioneren (sterker effect in
Didam en Zeevang, minder
sterk in Dronten en Hengelo)
Overwegen te verhuizen
Veilig voelen
Tevredenheid woonomgeving
(sterker effect in Didam,
minder in Dronten en
Helden-Panningen)






Geen invloed:
Mate van
aanpassingen aan
de woning
Kwetsbaarheid
Verkeersveiligheid
Bereikbaarheid van
voorzieningen en
diensten
Zelfstandig buiten
kunnen
functioneren
40




Aanwijzingen dat langer zelfstandig wonen
en meer extramuraal in woonservicegebieden
Geschiktheid/aanpassingen basis voorwaarde
Tevredenheid met woonsituatie vooral
beïnvloed door wisselwerking persoonlijke
kenmerken / belemmeringen en kwaliteiten
woning > focus in beleid op micro-niveau
NL stelsel werkt goed: niet afhankelijk van
inkomen, huur/koop, hebben van een partner
41



Gezondheid
Kwetsbaarheid
Welbevinden
42
AWBZ en WMO gebruik naar leeftijdsgroep (2010)
Gebruikers
AWBZ 75+
woonservicegebied
nee
Gemiddeld
percentage
N
gebruikers
71
14,95%
ja
10
15,05%
Gebruikers
AWBZ 85+
nee
71
61,74%
ja
10
62,57%
Gebruikers
WMO 75+
nee
71
22,71%
ja
10
23,39%
Gebruikers
WMO 85+
nee
71
34,19%
ja
10
34,15%
43


Ouderen in woonservicegebieden minder
gezondheidsproblemen dan in
controlegebieden > effect van selectie
Tussen woonservicegebieden grote
verschillen: in Dronten ouderen zich vaker zelfstandig
redden, in Leeuwarden en Breda minder vaak, daar ook vaker
meer dan 4 medicijnen, in Zeevang minder vaak

In Leeuwarden, Breda en Helden-Panningen
hebben ouderen meer dan gemiddeld
gezondheidsproblemen > arrangementen?
44



In woonservicegebieden ouderen minder
kwetsbaar dan zowel intramuraal als
extramuraal wonende ouderen in
controlegebieden > effect van selectie
Bij onderlinge vergelijking
woonservicegebieden (zonder selectie): meest
kwetsbaar in Breda en Leeuwarden, minst
kwetsbaar in Zeevang en Dronten
Idem na selectie en correctie voor het hebben
van een partner: Breda meest, minst in
Hengelo, Zeevang, Didam
45






Er is geen verschil in welbevinden tussen de
woonservicegebieden en controlegebieden
Belangrijke invloed van het hebben van een partner (hoger)
en van kwetsbaarheid (lager)
Wel neemt welbevinden minder snel af in
woonservicegebieden dan daarbuiten bij het toenemen van
kwetsbaarheid
Verschillen tussen proeftuinen: invloed van kwetsbaarheid
(sterkst), daarnaast hebben van een partner en het
inkomen
De Bilt het laagst, lager dan Leeuwarden, Didam, Breda en
Helden-Panningen
Factoren: sociale steun, tevredenheid over zorg en
ondersteuning, mate van informele zorg (negatieve
invloed), coping
46



Bij ouderen in woonservicegebieden nemen
problemen minder sterk toe als de
beperkingen toenemen
Invloed van factoren: beperkingen, partner,
tevredenheid met zorg en ondersteuning
Vergelijking proeftuinen onderling: bovendien
invloed stedelijkheid (minder psychische
problemen) en financiële situatie; meeste in
Didam en Breda, minst in Hoogeveen en
Hengelo
47




Ouderen kunnen in woonservicegebieden beter
omgaan met gezondheid en ziekte
Factoren die invloed hebben op coping zijn
beperkingen, tevredenheid over zorg en
ondersteuning, en kwetsbaarheid (niet partner of
sociale steun)
Bovendien in woonservicegebied dempend effect
op invloed van toenemende beperkingen en
kwetsbaarheid op afnemen van coping.
Geen verschillen gevonden tussen proeftuinen
onderling
48





Geen duidelijke verschillen tussen
woonservicegebieden en controlegebieden
Buiten woonservicegebieden gaat kwaliteit van
het contact met andere mensen iets sneller
achteruit als beperkingen toenemen
Invloed van sociale steun, aantal contacten en
kwetsbaarheid
Vergelijking van proeftuinen onderling: Breda,
Hengelo, De Bilt meest tevreden.
Invloed op kwaliteit van contacten van:
psychische beperkingen, hoeveelheid contacten,
inkomen, kwetsbaarheid, ervaren sociale steun,
verbondenheid met de buurt
49





Ouderen in woonservicegebieden vinden (ook na correctie
voor kwetsbaarheid) domein ‘plezierig wonen’ vaker
belangrijk, maar tevredenheid hierover verschilt niet.
Variabele ‘tevredenheid woonomgeving’
samengesteld uit tevredenheid over woning,
woonomgeving en verbondenheid met de buurt.
Invloed van tevredenheid over contacten, hoeveelheid
activiteiten, verkeersveiligheid
Hoogst in Middelburg en Didam, laagst in Hoogeveen
en Leeuwarden
Effect van sociale veiligheid verschilt per locatie:
tevredenheid daalt het snelst bij afname sociale
veiligheid in Middelburg, De Bilt en Zeevang.
52






Mantelzorg
Vrijwilligers
Thuiszorg
Huisarts
Specialist
Ziekenhuisopname
53



GGD-Oost (Didam en Hengelo) geen verschil
gebruik mantelzorg tussen
woonservicegebieden en
vergelijkingsgebieden
Factoren: gezondheid, belemmeringen, en
hoe hoger inkomen hoe minder mantelzorg
Inkomenseffect: bij hoger inkomen minder
mantelzorg voor persoonlijke verzorging,
verpleegkundige hulp, begeleiding en
administratie.
54


Geen verschil tussen de woonservicegebieden
op totaal niveau, wel in soort inzet
Invloed kwetsbaarheid en financiële situatie
(hoe hoger inkomen, hoe minder informele
zorg, met name in huishoudelijke hulp,
persoonlijke verzorging, gezelschap,
administratie en klusjes in huis)
55



Geen verschillen woonservicegebieden in
intensiteit huishoudelijke hulp, verzorging,
verpleging t.o.v vergelijkingsgebieden
Geen verschillen thuiszorg (per oudere)
woonservicegebieden en controlegebieden
Bij vergelijking Didam en Hengelo met
vergelijkingsgebieden: aanwijzing in Didam
dat minder thuiszorg als informeel meer of
beter ondersteund (‘informele substitutieimpuls’)
60




Latente variabele uit gebruik verpleegkundige van thuiszorg (10%), diensten
huishoudelijke hulp (ongeveer 75%) en hebt u thuiszorg (20%)
Invloed van kwetsbaarheid, beperkingen en het
gebruik van informele zorg (hoe meer informeel,
hoe meer thuiszorg), hebben van een partner
(minder thuiszorg), en minder thuiszorg
naarmate woning is aangepast
Hoogste scores in Breda en Dronten, laagste in
Zeevang en Hoogeveen.
Woonservicegebieden verschillen in de mate
waarin mate van informele zorg effect heeft op
het krijgen van thuiszorg: sterkst in Dronten,
zwakst in Hoogeveen
61



Geen afwijkend huisartsen gebruik na
controle voor andere variabelen
Invloed van kwetsbaarheid, beperkingen en
het hebben van een partner (dan meer
huisartsgebruik)
Verschillen tussen proeftuinen, maar deze
niet te verklaren uit aanwezigheid of
nabijheid huisarts of gezondheidscentrum,
advisering of wijkverpleegkundige
64





Geen verschil woonservicegebieden
Wel effect stedelijkheid (hoger gebruik)
Invloed van beperkingen enige factor bij 1
specialist
Invloed van beperkingen, kwetsbaarheid en
hebben partner bij bezoek meerdere specialisten
In controle gebieden meer ziekenhuisopnamen
dan in woonservicegebieden, geen verschil
tussen de woonservicegebieden onderling;
invloed van beperkingen
65



Geen verschil in gebruik psychosociale zorg
tussen woonservicegebieden en
controlegebieden
Effect van beperkingen en kwetsbaarheid
Mogelijk effect van aanwezigheid van dit type
zorg op snellere toename gebruik bij meer
beperkingen
66



Wel verschil tussen locaties, maar niet toe te
schrijven aan al dan niet woonservicegebied
ten opzichte van controlegebieden
Invloed van kwetsbaarheid, beperkingen,
partner en ervaringen met zorgverleners
Licht verschil tussen proeftuinen in de mate
waarin kwetsbaarheid tevredenheid
beïnvloedt. (minste invloed in Hoogeveen,
Hengelo en Helden-Panningen > maar sterk
verschillende arrangementen
67






Ouderen in woonservicegebieden ongeveer even
gezond als elders
Van ‘langer zelfstandig wonen’ naar ‘zo
volwaardig mogelijk zelfstandig wonen’
Woonservicegebieden sluiten aan bij wensen van
ouderen (zelfstandig, vertrouwd, nabij, netwerk,
wederkerigheid, zekerheid, toegankelijk, advies,
adequate zorg en ondersteuning..
Groot belang van geschiktheid woningen
Belangrijk in te zetten op alle aspecten van
kwetsbaarheid
Enkele effecten kwantitatief aantoonbaar…
68

Aangetoonde effecten:
◦ Langer zelfstandig wonen
◦ Meer extramuraal wonen
◦ Minder ziekenhuisopname
◦ Aanpassen woningen heeft effect op (minder)
thuiszorg
◦ Beter omgaan met ziekte en gezondheid
(coping)
◦ ..’dempende werking’
69
◦ ‘dempende
werking’ op achteruitgang
welbevinden bij het toenemen van beperkingen,
te weten:
• Minder effect toenemende beperkingen op
toename psychische problemen
• Problemen met coping stijgen minder snel bij
toenemende kwetsbaarheid en bij toenemende
(stemming / geheugen) beperkingen
• Bij toenemende kwetsbaarheid neemt
welbevinden minder snel af
• Sociale relaties blijven beter bij toenemen van
beperkingen
70






Dempend effect is sterker bij netwerk / brede
infrastructuur die zowel formele als informele zorg
en ondersteuning omvat, waarin oudere ‘gekend’
wordt
Bij toenemende beperkingen gaan toename informele
en formele zorg en ondersteuning min of meer gelijk
op > geen substitutie
Bij ouderen met beter inkomen minder informele
zorg
In woonservicegebieden niet meer thuiszorg (p.p.)
In woonservicegebieden geen afwijkingen in gebruik
huisartsen of specialisten, wel minder
ziekenhuisopnames
Geen aantoonbaar effect van specifieke organisatie
van de zorg (wijkzorgteam, afstemming met
eerstelijn) op tevredenheid met zorg
71





Over doelmatigheid moeilijk uitspraken te
doen
Meer extramuraal: € 20 tot € 80 per oudere
70+;
Maximaal € 30 effect woningaanpassing op
thuiszorg
Rond € 10 wegens minder ziekenhuisopname
Verschil investeren en incasseren…
72







WSG ‘werkt’ als verzekering. Waarbij een basispakket
van adequate thuiszorg verlangd
wordt…keuzemogelijkheden in voorzieningen die
ouderen belangrijk vinden
Geen algemeen recept voor arrangementen
Aandacht voor veiligheid en nabijheid voorzieningen
Meer respect en waardering voor eigen kracht,
inbreng, wederkerigheid van ouderen
Bezinning op bekendheid en gebruik aanbod welzijn
en diensten
Belang van vraag gestuurd lokaal implementatie /
ontwikkelingstraject
Implementatie vraagt om lange adem en gunstige
beleidsomgeving
73






Blijvende aandacht voor aanpassen woningen
Versterk kernkwaliteit van woonservicegebieden:
netwerk van ouderen met sociale omgeving,
vrijwilligers en professionals
Reflecteer op samenwerking gemeente en andere
betrokken partijen
Financiële schotten zo veel mogelijk doorbreken,
actieve rol zorgkantoor wenselijk
Verbeter bekendheid en gebruik voorzieningen
Aandacht voor plaats en rol van ouderen in
wijkvernieuwing, maatregelen voor
veiligheidsbeleving
74

Deze rollator was van mijn 82 jarige moeder
en ik kan me niet herinneren dat ze er ooit
achter heeft gelopen.
75







Thuiswonen en oud worden als regel
Woningen aangepast/geschikt
‘verhuizen kost bedstro’ > maar ook
diversiteit in aanbod
Toename kwetsbaarheid vertragen
Aansluiten autonomie, zelfredzaamheid en
eigen initiatief
Samenspel informeel en formeel
zorg/ondersteuning > nabijheid, gekend zijn
Voorzieningen nabij, op maat en naar wens
76




Voor welbevinden en gezondheid ouderen
Voor effectief gemeentelijk beleid
Om systeemwijzigingen te accomoderen
Om partners te vinden
77








Woningvoorraad in beeld
Voorzieningen en verbindingen in kaart
vanuit perspectief van de ouderen
Informatie over woonsituatie en
verhuisgedrag ouderen
Gebiedsspecifiek zorggebruik en zorgkosten
Bestaande initiatieven en organisaties
Netwerk alerte professionals
Bestaand gebruik steunpunten en adviseurs
Ontwikkeling en gebruik intramurale
voorzieningen
78







Koppelen bestaande statistische bronnen
Actief op zoek naar bestaande initiatieven van
ouderen en aanzetten voor nieuwe > nieuwe
sociale kaart
Evalueer recente initiatieven samen met de
ouderen en professionals
Gebruik bestaande vragenlijsten voor analyseren
woonwensen, kwetsbaarheid, gebruik informele
zorg > aanknopingspunten voor beleid
Praat met ouderen over dagelijks leven >
vraagpatronen en handelingsperspectieven
Maak het onderzoek onderdeel van de oplossing
Laat je inspireren door ervaringen van anderen
79
Contactpersoon:
George de Kam
[email protected]
www.wonenouderen.nl

similar documents