Diabetes mellitus bij het schoolgaande kind(2014)

Report
Diabetes mellitus bij het
schoolgaande kind.
Dr. Jesse Vanbesien.
UZ-Brussel.
9 mei 2014.
Vraag 1:

Toedienen mediacatie (glucagon en
insuline) in de (lagere) school bij
kinderen met diabetes mellitus type 1.
Vormen van diabetes mellitus bij
het kind

Type 1 diabetes > 95%

Andere:
-
Type 2 diabetes
Monogenetische diabetes of MODY
Mucoviscidose gerelateerde diabetes
Mitochondriale cytopathie
Medicatie gerelateerde diabetes
(Asparaginase/Corticoïden)
- Genetische syndromen
- Neonatale diabetes
Oorzaken insulinetekort
Type 1
Type 2
Β cel
destructie
Verminderde
gevoeligheid
insuline
Insulinetekort
Pathofysiologie van diabetes
mellitus type 1

Β-cel destructie
 Irreversiebel
 progressief

Auto-immune ziekte
 Infiltratie met lymfocyten
 Circulerende specifieke auto-antistoffen
 High-risk HLA genotypen

Latente pre-klinische fase
 Positieve auto-antistoffen
 Normale glycemie
 Geen klachten

Symptomatische klinische fase
 Positieve auto-antistoffen
 Hyperglycemie
 Specifieke klachten
Gevolgen insulinetekort
Insulinetekort
Hoog suiker in
bloed
Suiker
(energie)
tekort in cellen
Insulinetekort: hoog bloedsuiker
Veel plassen
Veel drinken
Uitdroging
Insulinetekort:
suikertekort intracellulair
Vermoeidheid
Energie-aanvoer vanuit
vetten
Vermagering
Productie ketonen
Misselijkheid – buikpijn –
braken
Keto-acidose
Behandeling van diabetes type 1
INSULINE
EDUCATIE
ZELFCONTROLE
VOEDING
BEWEGING
Behandeling van diabetes type 1


Insuline subcutaan
toedienen
3 methoden:
 Met spuit en naald
 Met een insulinepen
 Met een insulinepomp
Ernstige hypoglycemie




Zeer variabele kliniek.
Adrenerge symptomen:
bleekheid, zweten,
beven, angst,
hartkloppingen,
hongergevoel
Neuroglycopenische
symptomen: concentratie
problemen,
vermoeidheid, troebel
zicht,
stemmingsveranderingen
(prikkelbaarheid,
agressie, wenen),
verwardheid,
neurologische
uitvalsverschijnselen.
Verminderd bewustzijn,
bewustzijnsverlies,
convulsies
Wat te doen bij hypoglycemie ?
Glycemie < 60 mg/dl
Snelle suikers:
• 1 dextro / 10 kg lichaamsgewicht
• 30 ml cola / 10 kg lichaamsgewicht
Controle dex na 10 minuten
< 60 mg/dl:
Herhaal snelle
suiker
> 60 mg/dl:
Trage suiker
(1 koolhydraatportie) als volgende maaltijd
> 30’
Insuline dosis bij maaltijd verlagen met 0.5
– 1IE
Onmiddellijk eten
Ernstige hypoglycemie
Bewustzijnsverlies
< 12 jaar: 0.5 mg IM (1/2 ampoulle)
> 12 jaar: 1 mg IM (1 ampoulle)
Toedienen medicatie in de school bij
kinderen met diabetes mellitus type 1.

Wettelijke bepalingen:
 Wet op uitoefening
gezondheidszorgberoepen.
 Hulp aan personen in nood.
Wet op uitoefening gezondheidszorg
beroepen




Toedienen medicatie (subcutaan,
intramusculair) handeling wettelijk
voorbehouden aan arts en
verpleegkundige
B2-verpleegkundige handeling
Niet door zorgkundige, opvoeders,
familieleden, …
Wel door patiënt zelf
Wet op uitoefening gezondheidszorg
beroepen


Wet verbied verpleegkundige
handelingen door niet – bevoegden te
vergemakkelijken oa door het hun aan te
leren
Het is aan beroepsbeoefenaars en
directies verboden uitvoering door niet –
bevoegden toe te laten of hiertoe
opdracht te geven
Hulp aan personen in nood





Wettelijke norm mag overtreden worden als hierdoor
direct en onmiddellijk mensenleven gered kan
worden (dus bij acuut levensgevaar)
Voor plotse acute niet-voorzienbare situaties
‘Hulpverlener’ moet doen wat hij/zij kent en kan
Op school:kennis van EHBO: inschatten van toestand
van het kind, vrijwaren vitale functies, hulp
(ambulance) halen/bellen
Bij (ernstige) hypoglycemie: wel suiker geven, bij
bewustzijnsverlies,geen glucagon injectie geven
Glucagon IM


Indicatie: Ernstige hypoglycemie met
verminderd bewustzijn weinig frequent
Echter:
 ‘externe’ hulp snel ter plaatse (ambulance)
 Alternatieve behandeling: honing?


Verwachtingen ouders….
Vaak niet uitgelegd
Insuline SC




Bij elke maaltijd/collatie nodig, dus elke
schooldag
Geen alternatieve behandeling
‘thuis’ verpleegkundige
Verwachtingen ouders
Vraag 2:

Overleg met school bij kind met diabetes
mellitus type 1.
Interventie van het diabetes team op
school.

Verschaffen van informatie omtrent de ziekte en de
behandeling
 bij voorkeur zo snel mogelijk na diagnose
 later opnieuw zo nodig (bv. Schoolverandering,
meerdaagse uitstappen,…)
 onderwijzend, administratief, toezicht en
keukenpersoneel
 In de klas aangepast aan leeftijd en schoolsituatie
 In samenwerking met kind, ouders en schoolarts
 diagnose, behandeling, aanpassen van behandeling in
bepaalde situaties, acute complicaties
Interventie van het diabetes team op
school.

Uitwerken en controleren van preventieve
maatregelen
 igv van hypoglycemie



Aanwezigheid en beschikbaarheid van drank/voedsel voor
opsuikeren
wat gebruiken om op te suikeren, waar ligt het, hoeveel
geven we, wie beslist hierover
Beschikbaarheid en geldigheid van Glucagen hypokit
 Opvang bij ernstige hyperglycemie

Ketonen strips: wanneer gebruiken, waar liggen ze, wat
als er ketonen zijn
 Wie neemt de verantwoordelijkheid
 Beschikbaarheid van contactnummers igv medische
problemen
Interventie van het diabetes team op
school.

Bevorderen van de communicatie tussen ouders en
onderwijzend personeel
 Vermijden van overbescherming door ouders
 Vermijden van specifieke eisen van ouders
 Vermijden van de afwijzing van verantwoordelijkheden
van onderwijzend personeel
 Vermijden van overcontrole door onderwijzend personeel
 Zowel clb-team als diabetes-team kunnen bemiddelen bij
conflicten
Verwachtingen ten aanzien van de
school.


Geven van specifieke toelatingen tijdens lesuren en
sporturen (prikken, spuiten, eten)
Toezicht tijdens speeltijden, maaltijden en
sportlessen, zowel






op algemene toestand
op glycemie controle’s
extra snacks
insuline injecties
Uitwerken van maatregelen bij bepaalde
gelegenheden oa. Verjaardagfeestjes, kooklessen…
Toediening / beschikbaar stellen van “Glycogen
hypokit” bij ernstige hypoglycemie.
Verwachtingen ten aanzien van de
school.

Voorzorgsmaatregelen bij extra- muros activiteiten
 Meenemen van diabetes materiaal
 Meenemen van bijkomende maaltijd en/of
snacks
 Voorzien van tijd en plaats voor zelfcontrole /
insuline injecties / nemen van maaltijden en
snacks.
 Extra controle op algemeen welbevinden van het
kind
 Meenemen van telefoonnummers van
ouders/diabetes-team
Vraag 3:

Insulinepomp
Behandeling van diabetes type 1


Insuline toedienen
3 methoden:
 Met spuit en naald
 Met een insulinepen
 Met een insulinepomp
Wat is een insulinepomp?
Een klein apparaatje dat
bestaat uit:
 Een computer,
beeldscherm en
bedieningstoetsen
 Een batterij, motor en
aandrijfas
 Insulinereservoir,
verbonden met lichaam
door infusieset
De infusieset geeft insuline
af aan het onderhuidse
weefsel
Wat doet een insulinepomp?
Continue Subcutane Insuline Infusie:
1. Basale toediening: continue afgifte
gedurende 24 uur van snelwerkende
insuline ( E/uur )
2. Bolus toediening: insuline dosis
gegeven door gebruiker voor
koolhydraten van de maaltijd of voor
een hoge bloedsuiker
Insulineafgifte met insulinepomp
Voordelen van pomptherapie








Alleen gebruik van snelwerkende insuline: minder
schommelingen door betere opname
Infusieset slechts om de 3 tot 4 dagen vervangen, geen 4
inspuitingen/ dag
Betere regulatie met minder hypo’s
Periodes van stress, ziekte, onregelmatige werkuren zijn
beter op te vangen
Flexibiliteit: eten waneer, wat en hoe vaak u wilt en niet
omdat u moet eten!
Uitslapen is mogelijk, de pomp voorziet u 24u van
insuline!
Meer vrijheid en flexibiliteit, wat bijdraagt tot een betere
kwaliteit van leven
Gebruikers leven hun eigen leven, de pomp regelt hun
diabetes
Waarom is een intensieve
behandeling nodig?



Beperken van acute problemen van
diabetes, zoals hypo’s en Hypers
Risico op langetermijncomplicaties
verminderen
Beter voelen en beter functioneren
Regelt de pomp je bloedsuiker
automatisch?
Neen! Je moet blijven:
 Bloedsuiker meten
4X/dag
 Koolhydraten tellen
 Bolussen geven
 Denken
 Pomp programmeren
Insteekplaatsen infusieset?
Onderhuids
vetweefsel:
 Buik
 Billen
 dijen
Men mag ontkoppelen 1 uur per dag



Voor zwemmen
Voor contactsporten
Voor douche of bad
Wat voorzien op de school?




Actieplan voor dagelijkse verzorging:
- Schema voor bloedsuikertesting
- Maaltijden en snacks voorzien met labels met
aantal grammen koolhydraten
- Uitleg gebruik pomp: bolussen geven
Actieplan voor lage en hoge bloedsuikers
Plan voor communicatie met ouders en
diabetesteam
Reserve materiaal voor diabetesregeling
Actieplan bij hypo (< 70mg/dl )



Onmiddellijk 1 zakje Hypofit per 1O kg
lichaamsgewicht
10 tot 15 minuten wachten, herbeginnen
wanneer de bloedsuiker beneden 70
blijft.
Wanneer bloedsuiker boven 70,
langwerkende koolhydraten nemen, als
volgende maaltijd of snack later dan 1
uur
Actieplan bij hyperglycemie
( > 250 mg/dl)
Correctiebolus geven met de pomp
 Controle na 1uur
 Bloedsuiker gezakt: oké
 Bloedsuiker gestegen: ketonen testen in
het bloed en steeds bijspuiten met pen
na tel ouders of medisch team!
Indien 4 uur zonder insulineafgifte: risico
voor ketoacidose!

Sport: risico op ….



Hypo:
- voorgaande maaltijdbolus verlagen
- extra koolhydraten geven voor sport en na
sport
Pomp beschadigen:
- ontkoppelen voor 1 uur
Kleefpleister gelost:
- Steeds controle na sport
Kleefpleister los en naald uit
lichaam!




Risico op ketoacidose
Meet bloedsuiker en ketonen
Bel de ouders of medisch team
Bijspuiten met de pen
Alarmen


Dringende alarmen: ouders bellen!
- Verstopping
- Batterij leeg
- Reservoir met insuline leeg
Aandachtsalarm:
- Batterij of reservoir bijna leeg
Alarm wissen



Bekijk de alarmtekst om de alarmsituatie
te verhelpen
Wis het alarm door op de knoppen ESC
en ACT te drukken
Volg de instructies op die bij het alarm
waren verschenen
Vraag 4:

Adolescenten met diabetes en alcohol:
gevaren, advies
Diabetes en alcohol

Alcohol blokkeert de mogelijkheid van de lever
nieuwe glucose te maken
 Risico op hypoglycemie

Daling cortison en groeihormoon oiv alcohol
 Risico op hypoglycemie

Verstoorde productie vetzuren thv lever
 Risico op hypoglycemie

En dit gedurende ganse periode dat lever nodig
om heeft om alcohol af te breken !
 Risico op laattijdige hypoglycemie

Alcohol bevat veel calorieën, cave
gewichtstoename.
Diabetes en alcohol - dronkenschap




Verminderd helder denken
Verhoogd risico op niet herkennen van
hypoglycemie-symptomen
Verhoogd risico op niet herkennen van symptomen
van hyperglycemie, insuline tekort of ketose
Derden herkennen symptomen van hypoglycemie
niet, verwarren met dronkenschap/intoxicatie
Diabetes en alcohol








Geen volledige ban van alcohol, maar eerder praktisch
aangepast advies
Licht (deel van) gezelschap in dat je diabetes hebt
Diabetes ID
Met mate drinken, vermijd dronkenschap
Eet altijd langwerkende koolhydraten bij het drinken van
alcohol
Goede hydratatie
Bloedsuiker meten voor slapengaan
Eet nog extra langwerkende koolhydraten voor slapengaan
(chips)
Diabetes en alcohol






Verlaag dosis bedtijd-insuline (10%?)
Licht derden (ouders) in over je toestand
Op tijd opstaan
Goed koolhydratenrijk ontbijt
Gevaar van binge-drinking, risico op braken –
aspiratie - ketoacidose
Cave: glucagon werkt minder goed na gebruik van
alcohol

similar documents