Samenvatting HS 4

Report
Hoofdstuk 4
Paragraaf 2


Wat is het verschil tussen de visie van een
Deltametropool en een stedelijk netwerk?
Waarom gaat men tegenwoordig vaak in de
halfwegzone wonen?


In Nederland hebben we een gelaagd bestuur,
wat is dat ook alweer?
Welke ontwikkelingen heeft de ruimtelijke
ordening in Nederland de afgelopen 50 jaar
gemaakt?
Paragraaf 3




De rijksoverheid heeft in de jaren 60 bepaald dat de
groei van de grote steden opgevangen moest worden
in groeikernen  speciaal voor de groei aangewezen
steden
Hierdoor konden groene
gebieden worden gespaard
Eind jaren 70 komen er
groeisteden bij
Na 1980  inzicht dat
groeikernen en files hand in
hand gaan


Wat zijn de kenmerken van Vinex-wijken?
Waarom passen deze wijken niet in het
huidige beleid?
Twee soorten beleid
Ruimtelijke ordening kent twee soorten beleid
Wat is het verschil?
en
Ministerie van economische zaken, landbouw en innovatie
(EL&I) (was LNV en EZ)
- Onder andere: Regionaal economisch beleid
- Onder andere: Dienst landelijk gebied (DLG)  het
inrichten van groene gebieden voor natuur, landbouw,
water of recreatie.

Ministerie van infrastructuur en milieu (I&M) (was V&W en
VROM)
- Verkeer, luchtvaart, scheepvaart en veiligheid (in het
verkeer)
- Het scheppen van een prettige woonomgeving, het voeren
van een ruimtelijk ontwikkelingsbeleid en de ontwikkeling
van een duurzame toekomst


Stad, agglomeratie, stadsgewest, stedelijk
gebied

Hoe heet dit monocentrische model?
Stadsgeledingsmodellen
Modellen van
Burgess, Hoyt en
Harris / Ullman en
Berry
Paragraaf 5

Welk bedrijf heeft een grotere reikwijdte en
waarom:

Een supermarkt en een V&D

Een bijzondere speciaalzaak voor vissen en een
Ziekenhuis

Hoe zit dat met de drempelwaarde van deze
bedrijven?

Waarom willen veel voorzieningen zich graag in
een stad vestigen?


Wel of geen asielzoekerscentrum?
Afweging van belangen


De overheid legt geld bij om een nieuwbouw
project te helpen financieren
Dit gebeurt bijv. bij stadions of
studentenwoningen
Paragraaf 6



Vroeger werkten veel lageropgeleiden in de stad
Nu zie je juist meer yuppen in
de stad, rijke, hoger opgeleiden
Hierdoor ontstaat ruimtelijke
polarisatie



Wat is een duale arbeidsmarkt?
Wat is het verschil tussen ruimtelijke en sociale
polarisatie?
Waarom is polarisatie volgens velen niet
wenselijk?

Wat is het doel van herstructurering?

Wat is het grootste probleem bij deze oplossing?
Paragraaf 9

Een buurtprofiel is een overzicht van objectieve en
subjectieve kenmerken in een wijk die samen de leefbaarheid
bepalen


-

-
Wijken en daarmee woningen geven duidelijk aan wat de
behoefte was in de tijd dat de wijk gebouwd is
Woningkenmerken:
Ouderdom
Eigendom
Woningtype
Staat van onderhoud
Samenhang met bewonerskenmerken
Grootte van huishoudens
Etniciteit
Inkomen
Gezinsfase




Waarom is het van belang om in een wijk niet
overal dezelfde woningkenmerken te hebben?
Waarom is het van belang om in een wijk niet
overal dezelfde bewonerskenmerken te
hebben?
Waarom zijn veel wijken toch nogal
homogeen?
Hoe los je dat op?
Paragraaf 10



Wat is het verschil tussen objectieve
onveiligheid en subjectieve onveiligheid?
Waarom kan extra veel aandacht voor
misdaad in de media zorgen voor een sterke
stijging in de subjectieve onveiligheid?
Wat heeft sociale cohesie te maken met
veiligheid?

Zijn er nog vragen over het hoofdstuk of over
het artikel?

similar documents