Kerstliturgie 2013, En het geschiede

Report
En het
geschiedde
Kerstliturgie 2013
Zingen:
Psalm 33:5
Geen ding geschiedt er ooit gewisser,
Dan ‘t hoog bevel van ‘s HEEREN mond:
Zijn Godd’lijk’ almacht spreekt, en ‘t is er,
Zijn wil gebiedt, en ‘t wordt terstond.
Schoon de heid’nen samen
List op list beramen,
God verbreekt hun raad;
Schoon de mogendheden
Snood ontwerpen smeden,
Hij belacht haar haat.
2
Stem:
Ik zal… en het geschiedde. God doet wat
Hij belooft. Hij beveelt, spreekt en gebiedt.
Hij is naar deze aarde gekomen. Als baby.
Wonderlijk reddingsplan. Goddelijke
almacht.
3
Gebed:
Heilige Geest, U verzekerde ons bij de
heilige doop in ons te willen wonen en ons
als leden van Christus te heiligen. Nu we
op het punt staan de Bijbel te lezen en de
geschiedenis van Christus’ geboorte te
overdenken, bidden we om open oren en
een gelovig hart zodat we werkelijk
gemeenschap mogen hebben met onze
Zaligmaker. Tot eer van U, Drie-enig God,
en tot uitbreiding van Uw Kerk. Amen.
4
Lezen:
Lukas 2:1-5
En het geschiedde in die dagen dat er een
gebod uitging van keizer Augustus dat heel
de wereld ingeschreven moest worden.
5
Lezen:
Deze eerste inschrijving vond plaats toen
Cyrenius over Syrië stadhouder was. En ze
gingen allen op weg om ingeschreven te
worden, ieder naar zijn eigen stad. Ook
Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad
Nazareth naar Judea, naar de stad van
David, die Bethlehem heet, omdat hij uit
het huis en het geslacht van David was,
om ingeschreven te worden met Maria, zijn
ondertrouwde vrouw, die zwanger was.
6
Stem:
…en het geschiedde. Dat is het thema voor
deze kerstliturgie. We lezen het drie keer
in Lukas 2. We onderscheiden
wereldgeschiedenis, heilsgeschiedenis en
kerkgeschiedenis.
Een van de machtigste mannen in de
wereld van die dagen is keizer Augustus.
Hij heeft een plan. Hij wil belasting innen
maar hoe moet hij dat organiseren?
7
Stem:
Om te weten wie er in ‘zijn wereld’ wonen,
laat hij iedereen naar zijn geboorteplaats
gaan. Op het kaartje kun je zien hoe groot
het Romeinse Rijk in die tijd was.
8
Stem:
Duizenden mensen moeten hun tassen
pakken. Dat betekent niet alleen een lange
of kortere reis, er kan ondertussen ook
niet worden gewerkt.
9
Stem:
De inwoners van het Romeinse Rijk worden
er niet rijker op, Augustus wel. Ook Jozef
en Maria krijgen bericht.
10
Stem:
Soms denk ik weleens: Zou Maria nog
tegengestribbeld hebben? En misschien
heeft Jozef wel gezegd: ‘Dat doen we niet
Maria, die keizer heeft het hoog in z’n bol
zitten, maar ik blijf met jou thuis. Wij
wachten in Nazareth op de geboorte van
de Messias’.
Wat we wel weten, is dat Micha in zijn
profetie zegt:
11
Lezen:
Micha 5:1
En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein
onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij
voortkomen Die een Heerser zal zijn in
Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher,
van eeuwige dagen af.
12
Zingen:
Lied 30 Uit aller mond (melodie)
O kom, o kom Immanuël,
Verlos Uw volk, Uw Israël,
herstel het van ellende weer,
Zodat het looft Uw naam, o Heer’!
Weest blij, weest blij, o Israël!
Hij is nabij, Immanuël!
13
Stem:
God de Heere regeert. Hij heeft de
wereldgeschiedenis in Zijn hand en keizer
Augustus moet doen wat God wil.
Jozef en Maria gaan. Wat nemen ze
allemaal mee? Doeken!
Wie gaat mee? De HEERE, dat had de
engel beloofd toen hij vertelde dat Maria
zwanger zou worden: ‘de HEERE is met u’.
14
Stem:
Natuurlijk gaat het Kindje mee, veilig in
Maria’s schoot. En beiden weten Zijn
naam: Jezus.
We zetten de verheven Augustus naast de
arme Jozef en Maria. Hoe schril is het
contrast. Augustus’ verlangen is te weten
hoe machtig hij is. Wat verlangt Maria?
15
Gedicht:
Bethlehem
De avond valt, mijn voeten gaan steeds
trager.
Daar in de verte… zou de stad daar zijn?
Ach Jozef, leg je arm nog even lager,
want in mijn lenden brandt zo’n vreemde
pijn!
16
Gedicht:
Die lange weg, door voeten uitgesleten –
nooit was een pad mij zo’n oneindigheid!
Zou Jozef hier misschien een slaapplaats
weten?
Voor rust is het wat mij betreft hoog tijd.
17
Gedicht:
De poort is gepasseerd, nu gaat het komen.
We zijn er! Nu een rustplaats voor de nacht.
Kijk, Jozef neemt het geld dat hij heeft
meegenomen,
hij klopt al op een deur en wacht…
18
Gedicht:
De waard staat ons wel vriendelijk te woord
en in zijn ogen zie ik medelijden.
Hij zegt: ‘Hebt u het dan nog niet gehoord?
De stad stroomt vol van alle vier de zijden!’
‘Wat kan ik nog bedenken?’ zegt hij zacht
en op mij wijzend: ‘U zult nog bezwijken!
Ga rusten in mijn lege stal vannacht,
dan kunt u morgen naar iets anders kijken.’
19
Gedicht:
Hij geeft ons nog een lamp en zegt: ‘Het is
niet ver.’
Maar zonder Jozefs steun was ik er nooit
gekomen.
De nacht is om ons heen, er flonkert reeds
een ster.
De wind komt plotseling en schudt de
bomen.
Joke Verweerd
20
Lezen:
Lukas 2:6, 7
En het geschiedde, toen zij daar waren, dat
de dagen vervuld werden dat zij baren zou,
en zij baarde haar eerstgeboren Zoon,
wikkelde Hem in doeken en legde Hem in
de kribbe, omdat er voor hen geen plaats
was in de herberg.
21
Zingen:
Gezang 21:1
Ik kniel aan Uwe kribbe neer,
o Jezus, Gij mijn leven!
Ik kom tot U en breng U, Heer,
wat Gij mij hebt gegeven.
O, neem mijn leven, geest en hart,
en laat mijn ziel in vreugd en smart
bij U geborgen wezen.
22
Lezen:
Galaten 4:4
Maar toen de volheid van de tijd gekomen
was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit
een vrouw, geboren onder de wet, om hen
die onder de wet waren, vrij te kopen,
opdat wij de aanneming tot kinderen
zouden ontvangen.
23
Gedicht:
Galaten 4:4
God heeft Zijn Zoon gezonden.
Wat heeft U, mijn God, bewogen,
dat G’ Uw Zoon zond uit de hoge
en Hij hier op aarde kwam,
en in armoe werd geboren
voor ons mensen, diep verloren,
dat Hij onze plaats innam?
24
Gedicht:
‘t Was Uw liefde, groot, almachtig,
Uw genade, rijk en krachtig,
die Gij in Hem openbaart.
Niemand kan die liefde vatten,
noch de rijkdom van de schatten
voor wie Christus heeft aanvaard.
25
Gedicht:
‘t Is een liefde die verloren
mensen in Hem heeft verkoren
eens Gods Zoon gelijk te zijn.
Wie de Zoon heeft aangenomen
kan niet in het oordeel komen,
want Zijn bloed maakt zondaars rein.
Dichter onbekend
26
Lezen:
1 Johannes 4:9
Hierin is de liefde van God aan ons
geopenbaard dat God Zijn eniggeboren
Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat
wij zouden leven door Hem.
27
Zingen:
Gezang 10:5 en 7
Wat heil, een Kind is ons geboren,
een Zoon gegeven door uw kracht!
De heerschappij zal Hem behoren,
Zijn last is licht, Zijn juk is zacht.
Zijn naam is ‘Wonderbaar’, Zijn daden
zijn wond’ren van genaad’ alleen.
Hij doet ons, hoe met schuld beladen,
verzoend voor ‘t oog des Vaders treên.
28
Zingen:
O Vredevorst, Gij kunt gebieden
de vreed’ op aard’ en in mijn ziel!
Doe elke zondaar tot U vlieden,
dat al wat ademt voor U kniel’!
Dit zal de God des heils bewerken,
Hij zal de zetel, u bereid,
met recht en met gerechte sterken;
Hem zij de lof in eeuwigheid!
29
Stem:
Wat heil, een kind is ons geboren.
Heilsgeschiedenis. Geschiedenis van heling,
redding. Al heel lang is er een
onoverbrugbare kloof tussen de hemel en
de aarde. Die was er niet in de hof van
Eden, daar was alles goed. Harmonie
tussen de Schepper en Zijn schepping.
30
Stem:
Maar Eva was heel eigenwijs en volgde haar
eigen hart in plaats van de stem van de
Heere God. Dat is zonde. Zo miste ze haar
doel om haar Schepper te eren en moest ze
zich met Adam achter de struiken
verstoppen.
31
Stem:
God had alle recht om Zich voor altijd te
verstoppen. Te stoppen met Adam en Eva.
Maar dat doet God niet! Hij komt met Zijn
belofte: ‘Ik zal’. God doet wat Hij belooft.
Hij wordt mens, Hij wordt als een baby
geboren en in een stal in een kribbe gelegd.
Zo laag was nodig. Om heil te brengen.
32
Gedicht:
Beloofd
Omdat Hij beloofd was
aan een onmogelijke wereld
omdat Hij beloofd was
hoewel door weinigen verwacht
is Hij gekomen
Zijn aanvang begonnen
Zijn mens-zijn geworden
werd Zijn leven van liefde
Zijn gaan door de diepte
– die onmogelijke mogelijkheid –
33
Gedicht:
tot de weg naar de Vader ónze Vader
Omdat het beloofd is
aan een onmogelijke wereld
omdat het beloofd is
door hoe weinigen ook verwacht
zal Zijn Rijk komen
het is al begonnen
ongezien al aan het worden
bij tijden al voelbaar
34
Gedicht:
in de ene wee na de andere
want het moet door de engte
de onmogelijkheid van het kwaad heen –
maar de pijn van de weeën
wekt de lach der verwachting:
het Rijk dat beloofd is
het meldt zich
het komt
Inge Lievaart
35
Zingen:
Psalm 2:4 en 7
‘En Ik, die Vorst, met zoveel macht bedeeld,
Zal Gods besluit aan ‘t wereldrond doen horen.
Hij sprak tot Mij: ‘‘k Heb heden U geteeld;
Gij zijt Mijn Zoon, Gij zijt Mijn eengebo - ren’;
Zeg vrij Uw eis; Ik zal Uw macht verhogen,
Opdat Uw naam alom ontzaglijk zij;
Het heidendom ligg’ voor Uw stoel gebogen,
En ‘t eind der aard erkenn’ Uw heerschappij.’
36
Zingen:
Welzalig zij, die, naar Zijn reine leer,
In Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen;
Die Sions Vorst erkennen voor hun HEER;
Welzalig zij, die vast op Hem betrou – wen.
37
Lezen:
Lukas 2:8-14
En er waren herders in diezelfde streek, die
zich ophielden in het open veld en ‘s nachts
de wacht hielden over hun kudde. En zie,
een engel van de Heere stond bij hen en de
heerlijkheid van de Heere omscheen hen en
zij werden zeer bevreesd.
En de engel zei tegen hen: Wees niet
bevreesd, want zie, ik verkondig u grote
blijdschap, die voor heel het volk wezen zal,
namelijk dat heden voor u in de stad van
David de Zaligmaker geboren is; Hij is
Christus, de Heere.
38
Lezen:
En dit zal voor u het teken zijn: u zult het
Kindje vinden in doeken gewikkeld en
liggend in de kribbe. En plotseling was er
bij de engel een menigte van de hemelse
legermacht, die God loofde en zei: Eer zij
aan God in de hoogste hemelen, en vrede
op aarde, in mensen een welbehagen.
39
Stem:
Wees niet bang maar blij. Voor u, voor jou
is de Zaligmaker geboren. Christus, de
Heere. De engel vraagt niet of de herders
gaan. Hij belooft dat ze Hem zullen vinden.
Het Kind in doeken in een kribbe in de stad
van David, dat is voldoende informatie om
Hem te vinden.
Dan staat de engel niet meer alleen maar
voegt zich een groot hemels koor toe en
klinkt het eerste ‘Ere zij God’. Alleen voor
herders! Of zouden anderen het ook
hebben gehoord?
40
Zingen:
Gezang 25:1 en 2
Hoor, de eng’len zingen d’ eer
van de nieuw geboren Heer!
Vreed’ op aarde, ‘t is vervuld:
God verzoent der mensen schuld.
Mengt u, volken, in het koor,
dat weerklinkt de hemel door,
mensentong en eng’lenstem,
zingt het kind van Bethlehem!
Hoor, de eng’len zingen d’ eer
van de nieuw geboren Heer!
41
Zingen:
Hij, die heerst op ‘s hemels troon,
Christus, d’ eeuw’ge, ‘s Vaders Zoon,
wordt geboren uit een maagd
op de tijd, die God behaagt.
Vleesgeworden woord van God,
mens geworden om ons lot,
U, der mensen een, o Heer,
U, Immanuël, zij eer!
Hoor, de eng’len zingen d’ eer
van de nieuw geboren Heer!
42
Lezen:
Lukas 2:15 en 16
En het geschiedde toen de engelen van hen
weggegaan waren naar de hemel, dat de
herders tegen elkaar zeiden: ‘Laten wij nu
naar Bethlehem gaan en dat woord zien dat
er geschied is, dat de Heere ons
bekendgemaakt heeft’.
En zij gingen met haast en vonden Maria en
Jozef, en het Kindje liggend in de kribbe.
43
Stem:
Uit het Weihnachtsoratorium van
Johann Sebastian Bach (1685-1750):
(Evangelist)
En toen de engelen van hen opvoeren ten
hemel, spraken de herders tot elkaar:
(Herderskoor)
Laat ons dan gaan naar Bethlehem en zien
het Woord dat daar geschied is, Hetwelk de
Heer ons bekend heeft gemaakt.
44
Stem:
(Bas)
Hij heeft Zijn volk getroost,
Hij heeft Zijn Israël verlost,
de hulp uit Sion ons gezonden,
ons lijden een einde doen nemen.
Ziet herders, dit heeft Hij gedaan.
Gaat zien, dat treft gij aan.
45
Stem:
(Koraal)
Dit heeft Hij al voor ons gedaan,
Zijn grote liefde toont Hij aan;
verheugt u daarom Christenheid,
breng Hem dank daarvoor in eeuwigheid.
Kyrieleis!
46
Stem:
Hoorden we eerst over wereldgeschiedenis
en heilsgeschiedenis, hier kun je spreken
van het begin van kerkgeschiedenis. Want
de kerk is daar waar Jezus Zich laat vinden.
Hij laat Zich vinden door de herders.
47
Lezen:
Jeremia 29:12-14a
Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u
zult tot Mij bidden en Ik zal naar u
luisteren. U zult Mij zoeken en vinden,
wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw
hart. Ik zal door u gevonden worden,
spreekt de HEERE, Ik zal een omkeer
brengen in uw gevangenschap.
48
Stem:
Jezus zoeken en vinden. Wat heerlijk om
die blijdschap te kunnen delen. Vandaag
vieren we als vrouwen van de vrouwenkring
het kerstfeest. Misschien vieren anderen
het met ons mee. Samen zingen tot eer van
God schept een band.
49
Zingen:
Psalm 95:1 en 4
Komt, laat ons samen Isrels HEER.
De rotssteen van ons heil, met eer,
Met Godgewijde zang ontmoeten;
Laat ons Zijn gunstrijk aangezicht,
Met een verheven lofgedicht
En blijde psalmen, juichend groeten.
50
Zingen:
Want Hij is onze God, en wij
Zijn ‘t volk van Zijne heerschappij,
De schapen, die Zijn hand wil weiden;
Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
51
Lezen:
Lukas 2:17-20
Toen zij Het gezien hadden, maakten zij
overal het woord bekend dat hun over dit
Kind verteld was. En allen die het hoorden,
verwonderden zich over wat door de
herders tegen hen gezegd werd. Maar Maria
bewaarde al deze woorden en overlegde die
in haar hart. En de herders keerden terug
en zij verheerlijkten en loofden God om
alles wat zij gehoord en gezien hadden,
zoals tot hen gesproken was.
52
Stem:
De Duitse predikant Dietrich Bonhoeffer
viert kerstfeest in gevangenschap. Hij
schrijft: ’Ook wij moeten als de herders
weer terugkeren, terug naar de oude
verhoudingen met al hun druk.
Maar – als ons dan maar het kerstfeest van
de herders wordt geschonken, als we maar
zo zouden kunnen horen en geloven. De
Redder is er! Gods hand rust weer op de
wereld en laat de wereld niet meer los! Het
heil is ophanden! De nacht is gevorderd, de
dag is nabijgekomen.
53
Stem:
De heerschappij van de wereld is de
vorsten van de wereld al ontzegd en op de
schouders van dit Kind gelegd! Dan mag
ook van ons gelden als van die herders:
niet alleen ‘ze keerden terug’ in al oude
bittere nood maar ook: ’zij loofden en
prezen God om alles wat zij hadden
gehoord en gezien, zoals hun gezegd was’,
midden in alle persoonlijke noden, midden
in de nacht van de wereld, midden in de
oorlog…’
54
Zingen:
Lied 43 Uit aller mond: 1, 2 en 3
Eer zij God in onze dagen,
Eer zij God in deze tijd.
Mensen van het welbehagen,
Roept op aarde vrede uit. Gloria in excelsis Deo
Gloria in excelsis Deo
55
Zingen:
Eer zij God, Die onze Vader
En Die onze Koning is
Eer zij God, Die op de aarde
Naar ons toegekomen is
Gloria in excelsis Deo
Gloria in excelsis Deo
56
Zingen:
Lam van God, Gij hebt gedragen
Alle schuld tot elke prijs,
Geef in onze levensdagen
Peis en vree, kyrieleis
Gloria in excelsis Deo
Gloria in excelsis Deo
57
Stem:
De heenreis en de terugreis.
De herders verlaten hun schapen, hun
werk, om direct naar de Zaligmaker te
gaan.
Ze gaan ook weer terug naar de schapen,
ze keren weer. Ze blijven niet in Bethlehem,
ze moeten gewoon hun werk weer doen.
Maar hoe anders is hun terugreis. Zo blij, al
zingend omdat ze Jezus hebben gezien.
Wat zullen de schapen hebben opgekeken!
58
Stem:
Weet u ook van een heenreis en een
terugreis in uw leven? Bijvoorbeeld die
onvergetelijke kerkdienst? Leeg ging u naar
de kerk, maar vol keerde u naar huis? Je
hart zong mee met Maria:
59
Zingen:
Lofzang van Maria: 1, 3 en 5
Mijn ziel verheft Gods eer;
Mijn geest mag blij de HEER
Mijn Zaligmaker noemen,
Die, in haar lage staat,
Zijn dienstmaagd niet versmaadt,
Maar van Zijn gunst doet roemen.
60
Zingen:
Hoe heilig is Zijn naam!
Laat volk bij volk te zaâm
Barmhartigheid verwachten;
Nu Hij de zaligheid,
Voor die Hem vreest, bereidt,
Door al de nageslachten.
61
Zingen:
Die stout zijn op hun macht,
Heeft Hij versmaad, veracht,
Gestoten van de tronen;
Maar Hij verhoogt en hoedt
Het nederig gemoed,
Waarin Zijn Geest wil wonen.
62
Gedicht:
Een stukje eeuwigheid
Tastend zoek ik naar verwoording
Wat zich in mijn diepste roert
Als het Woord mijn ziel vervoert
En mij houdt in zijn bekoring
63
Gedicht:
Als God tot mijn ziel gaat spreken
Worden al mijn zinnen stil
Hoor ik naar Zijn heilige wil
Is mijn tegenstand geweken
Mag mijn rusteloos hart bekomen
Van zijn eindeloze strijd
In een stukje eeuwigheid
Waar genadebeken stromen
64
Gedicht:
In dit zijn met Christus samen
Valt Zijn liefde mij ten deel
Vult Zijn Geest mijn hart geheel
Zeg ik enkel zachtjes amen
Joke van Sliedrecht
65
Zingen:
Ere zij God
Ere zij God, Ere zij God
In de hoge, in de hoge, in de hoge
Vrede op aarde, vrede op aarde
In de mensen een welbehagen
Ere zij God in de hoge
Ere zij God in de hoge
Vrede op aarde, vrede op aarde
Vrede op aarde, vrede op aarde
In de mensen, in de mensen een welbehagen
In de mensen een welbehagen, een welbehagen
Ere zij God, Ere zij God
In de hoge, in de hoge, in de hoge
Vrede op aarde
Vrede op aarde
In de mensen een welbehagen, Amen, Amen
66
Liturgie:
Trude Kippers-Vos, Rijssen
© Hervormde Vrouwenbond
www.hervormdevrouwenbond.nl

similar documents