Livius, AUC, II, 13

Report
d. De vredesvoorwaarden (13.1-5)
• Mucium dimissum,
• cui postea Scaevolae a clade dextrae manus cognomen inditum,
• legati a Porsenna Romam secuti sunt;
• De vrijgelaten Mucius,
• aan wie later door het verlies van zijn rechterhand de bijnaam
Scaevola (de Linkshandige) werd gegeven,
• volgden gezanten van Porsenna naar Rome;
•
•
•
•
adeo moverat eum et primi periculi casus,
a quo nihil se praeter errorem insidiatoris texisset,
et subeunda dimicatio totiens quot coniurati superessent,
ut pacis condiciones ultro ferret Romanis.
• zozeer had hem én het voorval van het eerste gevaar,
• waartegen hem niets behalve de vergissing van de belager had
beschermd,
• én de gedachte dat hij zo vaak voor zijn leven moest vechten als
er samenzweerders overbleven, angst ingeboezemd,
• dat hij uit eigen beweging vredesvoorwaarden aanbood aan de
Romeinen.
• Se: perspectief = Porsenna.
• Ultro: het was logischer geweest als de Romeinen om vrede
vroegen.
• Iactatum in condicionibus nequiquam de Tarquiniis in regnum
restituendis,
• magis quia id negare ipse nequiverat Tarquiniis,
• quam quod negatum iri sibi ab Romanis ignoraret.
• Bij (de onderhandelingen over) de voorwaarden werd vergeefs
gewag gemaakt van het herstellen van de Tarquinii in de
heerschappij,
• meer omdat hijzelf de Tarquinii dit niet had kunnen weigeren,
• dan omdat hij niet wist dat het hem door de Romeinen
geweigerd zou worden.
• Iactatum: door Porsenna.
• Id: Tarquinius en zijn familie hebben Porsenna gevraagd te
helpen om hen weer als koningshuis in Rome te krijgen.
• De agro Veientibus restituendo impetratum,
• expressaque necessitas obsides dandi Romanis,
• si Ianiculo praesidium deduci vellent.
• Er werd (door hem) gedaan gekregen dat het land aan de
Veienten werd teruggegeven,
• en de noodzaak werd aan (voor) de Romeinen opgelegd
(vastgesteld) om gijzelaars te geven,
• als ze wilden dat het garnizoen van de Janiculum werd
weggeleid.
• Necessitas: impliceert dat de Romeinen dit eigenlijk niet wilden.
• His condicionibus composita pace,
• exercitum ab Ianiculo deduxit Porsenna
• et agro Romano excessit.
• Nadat de vrede op deze voorwaarden was gesloten,
• leidde Porsenna zijn leger van de Janiculum weg
• en ging hij weg uit het Romeinse land.
• His condicionibus composita pace: twee eisen van Posenna aan
de Romeinen:
– Veroverd land teruggeven
– Gijzelaars geven als de Etrusken de Ianimulum verlaten.
• Patres C. Mucio virtutis causa trans Tiberim agrum dono
dedere,
• quae postea sunt Mucia prata appellata.
• De senatoren gaven aan Gaius Mucius vanwege zijn moed land
aan de overkant van de Tiber ten geschenke,
• dat later ‘Mucische Weiden’ werd genoemd.
2. DE DAPPERE CLOELIA (II, 13.6-11)
a. Porsenna eist de gevluchte Cloelia terug (13.6-8)
• Ergo ita honorata virtute,
• feminae quoque ad publica decora excitatae,
• Dus, toen moed zo was geëerd,
• werden ook de vrouwen aangespoord tot roemvolle daden voor
de staat,
• Ita  d 13-14 patres C Mucio trans Tiberim agrum dono
dedere.
• et Cloelia virgo una ex obsidibus,
• cum castra Etruscorum forte haud procul ripa Tiberis locata
essent,
• frustrata custodes,
• dux agminis virginum inter tela hostium Tiberim tranavit,
• sospitesque omnes Romam ad propinquos restituit.
• en wel het meisje Cloelia, een van de gijzelaars,
• omdat het legerkamp van de Etrusken toevallig niet ver van de
oever van de Tiber was geplaatst,
• na de bewakers te hebben misleid,
• zwom als leidster van een kolonne meisjes tussen de wapens
van de vijanden de Tiber over, (te paard?)
• en bracht allen veilig naar Rome naar hun verwanten.
Vgl. vertaling Van Katwijk
• et Cloelia virgo una ex obsidibus,
• cum castra Etruscorum forte haud procul ripa Tiberis
locata essent,
• frustrata custodes,
• dux agminis virginum inter tela hostium Tiberim
tranavit
• Toevallig lag de Etruskische legerplaats vlak bij de
oever van de Tiber. Een van de daar gegijzelde jonge
vrouwen, Cloelia, wist de wachtposten te misleiden
Bijzin cum…essent is hoofdzin geworden
Ptc frustrata is hoofdzin geworden
•
•
•
•
Quod ubi regi nuntiatum est,
primo incensus ira oratores Romam misit
ad Cloeliam obsidem deposcendam:
alias haud magni facere.
• Toen dit aan de koning werd bericht,
• zond hij eerst, ontbrand door/in woede, onderhandelaars naar
Rome
• om de uitlevering van gijzelaar Cloelia te eisen:
• dat hij de andere meisjes niet belangrijk vond.
• Incensus ira – contrasteert met in admirationem versus, regel 8.
•
•
•
•
•
Deinde in admirationem versus,
supra Coclites Muciosque dicere id facinus esse,
et prae se ferre quemadmodum, si non dedatur obses,
pro rupto foedus se habiturum,
sic deditam intactam inviolatamque ad suos remissurum.
• Daarna veranderd in bewondering,
• zei hij dat deze daad (daden) mannen als Cocles en Mucius
overtrof,
• en hij beweerde stellig dat hij weliswaar, als de gijzelaar niet
werd teruggegeven,
• het verdrag als gebroken zou beschouwen,
• maar dat hij haar, als ze werd teruggegeven, ongedeerd en
ongeschonden aan haar familie zou terugsturen.
• Ad suos = regel 5 ad propinquos
b. Cloelia wordt geëerd (13.9-11)
• Utrimque constitit fides;
• Aan beide kanten werd het gegeven woord in acht genomen;
• et Romani pignus pacis ex foedere restituerunt,
• et apud regem Etruscum non tuta solum, sed honorata etiam
virtus fuit,
• laudatamque virginem parte obsidum se donare dixit;
• én de Romeinen gaven het onderpand van de vrede op grond
van het verdrag terug,
• én bij de Etruskische koning was haar moed niet alleen veilig,
maar ook geëerd,
• en hij zei dat hij het geprezen meisje beloonde met een deel
van de gijzelaars;
• Pignus pacis = Cloelia
• ipsa, quos vellet, legeret.
• Productis omnibus
• elegisse impubes dicitur;
NcI
• zelf moest ze uitkiezen wie ze wilde.
• Nadat allen waren voorgeleid,
• wordt gezegd dat zij de jonge jongens heeft gekozen;
• Impubes, 2 redenen dat dit jongen zijn: quos is mannelijk, dus
jongens; in tekst a waren de meisjes al met Cloelia gevlucht.
• quod et virginitati decorum et consensu obsidum ipsorum
• probabile erat eam aetatem potissimum liberari ab hoste,
• quae maxime opportuna iniuriae esset.
• deze keuze was gepast, én voor het feit dat ze een jong meisje
was én, met instemming van de gijzelaars zelf,
• was het prijzenswaardig dat die leeftijd bij voorkeur werd
bevrijd door de vijand,
• die het meest geschikt was voor onrecht.
• Cloelia kiest de jongetjes omdat ze zelf ook jong was:
leeftijdgenoten + deze jonge mensen hebben de meeste last
van het gijzelaar zijn.
• Pace redintegrata, Romani novam in femina virtutem novo
genere honoris, statua equestri, donavere;
• in summa Sacra via fuit posita virgo insidens equo.
• Toen de vrede was hersteld, beloonden de Romeinen de
ongekende moed bij een vrouw met een nieuw (ongekend)
soort eerbewijs, een ruiterstandbeeld;
• op de top van de Via Sacra was een meisje zittend op een paard
geplaatst.
• Herhaling, anafoor geeft nadruk aan “novus”.
• Porsenna wordt sympathiek beschreven:
– Stuurt Mucius weg nadat hij gezien heeft hoeveel pijn M zichzelf doet;
– Laat meisjes gaan, laat Cloelia vrij en laat haar gijzelaars kiezen om mee
te nemen.
• Tacitus spreekt van ‘overgave van de stad’- had Porsenna dan
toch Rome veroverd?

similar documents