Loop - Hunting.be

Report
WAPENS
SOORTEN JACHT
Drijfjacht
Bersjacht (kogelwapen wordt geladen
gedragen)
Loerjacht
Verdelging
Grootwildjacht
Bosjacht
1 inch= 25,4 mm
BUKS VS HAGEL
•
•
•
•
•
•
•
•
1 kogel
10gr/schot
Getrokken/gedraaide loop
850m/s bij exit
Tot 300m
Convergeert op 75m
3000bar à 4000bar
Grofwild
•
•
•
•
•
•
•
•
300 hagels
28 à 36gr/schot
Gladde loop
350 à 400m/s bij exit
Tot 40m (weidelijk)
Convergeert op 35m
500bar
Kleinwild, waterwild, ander wild
Loop/lopen
Voorhout of lade
35m
Slot of baskuul
Kolf
LOOP
H
G
A
B
C
D
E
F
I
A.
Patroonkamer
•
•
•
•
Ruimer geboord dan loop
Dikkere wand, om meer weerstand te bieden
Kamerlengte (staat op buitenkant loop) is minstens even groot als afgevuurd ontvouwd patroon (staat op
verpakking en meestal op patroon zelf)
o kal. 10 – 12
3½”
o kal. 12 – 20
3”
(magnum)
o kal. 12 – 16 – 20
2¾“
Enkel deze zijn toegelaten in de jact
o kal. 12 – 16 – 20
2½”
Druk
o Normale druk:
500 bar
o Uitzonderlijke druk: 650 bar
o Normale proef
950 bar
o Versterkte proef
1200 bar
B.
Overgangsconus
•
Vergemakkelijkt doorgang van de samengeperste hagelkolom en de prop vanuit de huls naar de loop,
zonder dat de druk te snel afneemt
C.
Ziel (kaliber)
•
Binnendiameter van de ziel bepaalt het kaliber
o kal. 12
CIP-norm 18,2
van 18,6 mm tot 18,1 mm (Engels)
o kal. 16
CIP-norm 16,8
van 16,9 mm tot 16,7 mm
o kal. 20
CIP-norm 15,7
van 15,9 mm tot 15,6 mm (Duits)
Hoe groter de diameter van de ziel, hoe kleiner de terugslag
Enkel kalibers 12 – (14) – 16 – 20 zijn toegelaten in Vlaanderen
•
•
LOOP
Geen choke
E.
Choke
Verbeterde choke
•
•
•
•
•
•
Skeet-choke
Full-choke
Wurgboring
Progressieve vernauwing aan de loopmond gaande van 0,0mm (no choke) tot ± 1,0mm (full-choke)
Houdt de hagellading, na het verlaten van de loop, langer bijeen (verhoogt dodelijke werking op langere afstand)
Om de trefzekerheid te meten wordt op een schijf van 75cm doorsnede geschoten vanop 35 meter
o
o
o
o
o
o
•
“Glockenchoke”
Choke
Geen
1/8 à 1/10
1/4
1/2
3/4
4/4
Vernauwing
0,00mm
0,10mm
0,25mm
0,50mm
0,75mm
1,00mm
Browning
***
(niets)
****
**
Beretta
°°°°°
(niets)
°°°°
°°°
°°
°
Trefkorrels
3
3à4
4
5
6
7
Trefzekerheid Opmerking
40% à 45%
Cilindrische choke
50%
Verbeterde choke
55%
60%
65%
70%
Dubbelloopsgeweren kunnen 2 verschillende chokes combineren, waarbij de 2e loop een sterkere choke heeft
• Superposé  bovenste loop heeft sterkste choke
• Juxtaposé  linkse loop heeft sterkste choke
Chokes worden gekozen afhankelijk van het wild:
• Bosjacht (schieten tot max 15 à 20 m)
• 1e loop: Cilindrische choke, verbeterde cilindrische, of skeet
• 2e loop: 1/4 of 1/2 choke
• Open veld of waterwildjacht (schieten tot 35 m)
• 1e loop: 1/4 of 1/2 choke
• 2e loop: 3/4 of 4/4 choke (full)
Hagel vliegt níet sneller
LOOP
F.
Loopmond
•
N.a.
G.
Viziering
•
•
Richtmiddel
Bestaat uit
A. bies
- superposé: bovenop de lopen
- juxtaposé: tussen de lopen
B. korrel:
op de bies aan de loopmond
C. keep: komt niet voor bij geweren die uitsluitend hagel verschieten
H.
Uitwerper of uittrekker
•
Uitwerpers (ejectors): Uitwerpmechanisme om lege hulzen uit lopen te verwijderen , bij het breken van het
wapen; Werkt enkel voor afgevuurde hulzen
Uitduwers of uittrekkers: Mechanisme die hulzen enkele milimeters naar achteren uit de kamer duwt zodat
je eraan kan met de vingers, bij het breken van het wapen
•
I.
Loophaken
•
•
Soorten
o Geweerriemhaak: niet altijd aanwezig
o Voorhouthaak
o Scharnierhaak: haakt de loop in het slot. Hierop draait het geweer open
o Vergrendelhaak
Scharnier- en vergrendelhaak is aanwezig per lopen. Bij dubbelloopgeweren zijn er 2
VOORHOUT
Functies
• Steunen van het hand bij het richten van het wapen
• Bijeenhouden van het wapen bij het openen. Beperkt de hoek waarin het wapen kan openen
• Bevat het uittrek- of ejectorenmechanisme
• Opspannen van het slagstuk (hanen) bij hamerless kippende geweren
xx
• Bij meest voorkomende automatisch repeterende wapens bevinden de patronen zich in een buisvormige lade in het voorhout
• Bij pumpgun wordt het geweer geladen door een met de hand verschuifbaar voorhout
• Bij een geweer is dit een apart stuk, gescheiden van de kolf. Bij een buks vormen voorhout en kolf één geheel
SLOT, BASKUUL, OF SLUITSTUK
Veiligheid
Opspan- of afvuur-mechanisme
• Opspannen gebeurt bij het openen van het geweer
• Hammerless = inwendige hanen
• Er zijn 3 manieren om een geweer onklaar te maken
1. Niet meer kunnen afschieten
2. Hamers niet meer kunnen opspannen
3. Voorhout eraf nemen
Vergrendeling
Opspan- of
afvuurmechanisme
Trekkermechanisme
• Vrijmaken van de haan
• Trekkerweerstand bedraagt 1,6kg à 2,0kg (= 1/2 gewicht wapen)
Trekker
• Indien geen 2e trekker, trekkerweerstand van 2e schot is ook zwaarder
• Indien 2e trekker aanwezig, is die zwaarder (meer weerstand) om automatisch afgaan bij de terugstoot van het eerste schot
Veiligheidsmechanisme
• Niet te vertrouwen
• Bevindt zich gewoonlijk op de kolfhals
Vergrendeling
• Sluit de loop/lopen af
• Ontsluiting gebeurt dmv de sleutel op de kolfhals
Loophaak
Vergredenlingsof sluitingsmechanismen
Pen
Greener
Kersten
Purdey
KOLF
Lopen schieten, de kolf treft
A. Balans
• Zwaartepunt bevindt zich tussen de handen, ter hoogte van het scharnier, dus voor de trekbeugel
• Balans kan aangepast worden door afmetingen (kolf, lopen) en uitboren/verzwaren van de kolf
B. Zool of kolfplaat
C. Lengte
• 35 cm à 38 cm
• Te korte kolf:
o Te weinig mikspoor waardoor het schot te laag afkomt
o Te hoog aan de schouder bij snel schouderen
o Hevige terugstoot
o Kan verlengd worden met een kolfkap in rubber, leder, hoorn…
• Te lange kolf:
o Te veel mikspoor waardoor het schot te hoog afkomt
D. Helling op de Neus
E. Helling op de Hiel
Helling
• Hellingshoek: hoek van de loop t.o.v. de zool
E. Schranking
• Zijdelingse afbuiging van de kolf t.o.v. de aslijn (van de loop/lopen)
• Bij rechts-ogigen, naar rechts, bij links-ogigen, naar links
• Tussen 4mm en 20mm
D
E
C
A
E
B
HAGEL
Huls en sluiting (Case; n.a.)
• Karton of plastic
• Onderaan afgesloten met patroonvoet, of bodemkap (brass head), die voorzien is van een
uitstekende rand, die dient als steun als de patroon in de kamer zit. Dit laat toe de patroon terug
uit de kamer te verwijderen
• 2 soorten sluiting, die opengaan bij het afschieten
o Rolsluiting: meer spreiding, verliest aan populariteit
o Stersluiting
• De lengte van de opengevouwen huls
o staat op de huls en de verpakking
o mag niet langer zijn dan de kamer (kortere patronen mogen wel)
• Lengte
o kal. 10 – 12
3½”
89mm
o kal. 12 – 20
3”
76mm
(magnum)
o kal. 12 – 16 – 20
2¾“
70mm
Enkel deze zijn toegelaten in de jacht
o kal. 12 – 16 – 20
2½”
65mm
meestal 67mm
o 2¼”
55mm
Prop (wad)
• Gasdichte afsluiting tussen kruit en hagellading
o Voorkomt drukverlies
o Voorkomt smelten van hagelkorrels bij ontsteking van lading (trosvorming)
• Schokdemper door samendrukbaarheid (ruwe papiervezel, samengeperste kurk, piepschuim…)
• Bestaat ook in bekervorm, om aanraking met loopwand te verminderen (afremming) waardoor
beter schotbeeld
• Houdt loopwand proper(der)
HAGEL
Kruitlading
• Ca. 2gr voor kal. 12
• Offensief bij lichte hagelladingen (Frans, Italiaans)  Kracht
• Progressief bij zware hagellading (Engels)  Comfort
Hagellading (1/2)
• Bolvormige korrels van ~gelijke grootte
• Vierkante korrels: dispersante voor grotere spreiding door verhoogde luchtweerstand
• Voor kal. 12 tussen 28gr en 36gr
• Hageldikte wordt aangeduid met FN nummering
• Verschilt weinig van Belgische of van Italiaanse, of van Engelse nummering
•
•
FN #
9
8
7
6
5
4
2
0
00
Ø mm
2
2,2
2,4
2,6
2,8
3
3,4
3,8
4,1
Spreiding: Totale diameter van de hagelbundel
o Is in functie van:
• Dikte: Hoe groter de dikte de hagelkorrels, hoe minder spreiding
• Prop: Zowel de vorm (omsluiting van hagelkorrels geeft minder spreiding) als materiaal (vilten prop geeft meer spreiding dan
plastic prop)
• Choke: Hoe meer choke, hoe minder spreiding
• Materiaal: Staalhagel geeft minder spreiding
• Kaliber
o Is in functie van afstand tot de loopmond
• 50m  5m
• 100m  15m
o Wordt gemeten met de cirkel van warsee, en hiermee meet men de effectieve choke (zie choke: trefkorrels en trefzekerheid)
• Schot op 35m
• 2 concentrische cirkels met respectievelijke diameters van 75cm en 37,5cm
Dekking: Verdeling van de hagelkorrels op doel,
HAGEL
Hagellading (2/2)
• Druk
• ±500 bar
• Draagvermogen
• Snelheid hagel bij verlaten van loop: 350 à 400m/s
• Snelheid hagel op 40 m na loop: 200m/s
• Maximaal wanneer geschoten wordt op 25° à 30°
• Draagwijdte = hageldikte (in mm) x 100.000, i.e. veilige afstand (!)
• Veilige afstand (!) varieert dus tussen 200m en 400m
• Dodelijke werking
• Schokwerking op zenuwstelsel door afgeven van kinetische energie
• Ekin = mv²/2 [Joule]
• Rechtstreeks:
hersenen, halswervels, ruggenmerg
• Onrechtstreeks: beenderen, schouder, ribben, wervels
• Weidelijkheid
• Beschieten van wild mag tot op 40m om te zorgen dat er nog genoeg kinetische energie overgezet wordt
Gladloopkogelpatroon
• Brenneke
• Idem als hagelpatroon, maar een zware, loden kogel in plaats van hagel
• Mag voor drijfjacht
• Mag niet voor bers- en loerjacht
• Kan gebruikt worden in combinatie met paradox choke (choke die bedrading heeft die kogel een rotatie geeft)
• Gewicht:
• Kal. 12: 30gr
• Kal. 20: 24gr
• Snelheid: 450m/s
• Nauwkeurig tot op 50m
ALTERNATIEVE HAGEL
Lood (verboden)
 Lage smelttemperatuur
 Grote dichtheid
 Gemakkelijk vervormbaar
 Algemeen verspreid
− Giftig
Tin


−
−
 Gemakkelijk te fabriceren
 Elke korrel is relatief zwaar, én grote massa in 1 patroon geven een hoger kinetisch vermogen
 Geeft gemakkelijk energie af; weinig ricochet; minder kans op tandbeschadeging bij eten,…
 Goedkoop
 Grondelende eenden nemen lood op ipv kiezels
Gemakkelijk vervormbaar
Niet giftig
Zeer lage dichtheid
Klein productie
Bismut
 Grote dichtheid
 Gemakkelijk vervormbaar
 Niet giftig
− Duur
− Versplintert
Staal


−
−
Goedkoop
Niet giftig
Niet gemakkelijk vervormbaar
Weinig spreiding (meer randhagel (ongevallen), meer misschieting)
Tungsten of wolfram
 Lage smelttemperatuur
 Grote dichtheid
 Gemakkelijk vervormbaar
 Beter dan hagel (indien gemengd met zachter materiaal)
 Niet giftig
− Niet gemakkelijk vervormbaar, zeer hard
LOOP
D
A
B
C
A.
Patroonkamer
•
•
•
•
Ruimer geboord dan loop
Dikkere wand, om meer weerstand te bieden
Kamer geeft geen mogelijkheid tot vergissen van patroon
Heeft een kamerrand, die de kogel tegenhoudt
B.
Overgangsconus
•
•
•
•
Aanzetconus
Houdt de messing huls tegen
Zorgt voor hermetischen gasafsluiting naar achter
x
D.
Viziering
•
Bij dubbelbuksen heeft de keep een heel brede insnijding zodat er een ruim gezichtsveld blijft
(vluchtkeep), daar er met dubbelbuksen overwegend op lopend wild geschoten wordt
x.
Choke
•
Geen
LOOP
C.
Ziel
•
•
•
•
Cilindrisch
Velden en trekken om de kogel een rotatie om zijn lengteas te geven
• Stabiliseert de kogel, en verhoogt de precisie
• Hierdoor 2 diameters die gelijk blijven over de ganse lengte van de loop
• Velddiameter (X)
• Groef- of trekdiameter (Y)
Spoedlengte of spoed
• Lengte van de trek waarbij een volledige omwenteling gemaakt wordt
• Afhankelijk van patroon, kaliber, projectiel en vertreksnelheid
• Tussen 8” en 35” (±18cm tot ±90cm)
• In eenzelfde kaliber heeft een zwaardere kogel een kortere spoed
Polygoonloop vs “trek-en veldloop”
• Betere gasdischte afsluiting
• Minder weerstand (snellere kogel)
• Minder slijtage (langere levensduur)
• Gemakkelijker te poetsen
• Eenvoudiger te vervaardigen
X. Velden
Y. Trekken
ondiep
diep
GRENDELHUIS, OF SLUITSTUK
Opspan- of afvuur-mechanisme
• Slagpin, slagpinveer,...
• 3000 à 4000 bar
Trekkermechanisme
• Enkele trekker zonder versneller (jachttrekker)
• Kleine vrije loop (eerste weerstand)
• Trekkerdruk: 1 à 2kg
• Goed voor drijfjacht (mét voortrekker af te raden)
• Enkele trekker met voorspanner (Franse Stecher)
• Opspannen mechanisme: trekker naar voren duwen
• Afvuren schot:
trekker overhalen
trekkerdruk: ±0 à 200gr (kan afgesteld worden)
• Dubbel trekker met voorspanner (Duitse Stecher)
• Opspannen mechanisme: achterste trekker
trekkerdruk: 1 à 2kg
• Afvuren schot:
voorste trekker
trekkerdruk: ±0 à 200gr (kan afgesteld worden)
• Kan ook afgevuurd worden door enkel voorste trekker over te halen (grotere trekkerdruk)
Veiligheidsmechanisme
• Niet te vertrouwen
• Bevindt zich gewoonlijk op de kolfhals
• Trekkerveiligheid vs slagstukveiligheid
• Trekkerveiligheid: schuif of drukknop die belet dat de trekker of trekkerstang kan bewegen
• Slagstukveiligheid: Blokeert trekker en slagstuk en slagpin
Vergrendeling
• Vergrendelingsnokken zorgen voor hermetische afsluiting langs achteren
• Noodventiel: indien per accident toch gas naar achter stroomt bij het afvuren (bv slagpin doorboort
slaghoedje), worden de gassen zijwaarts afgevoerd
Afvuren
schot
Opspannen
mechanisme
PATROON
Huls
1. Randhuls
Kogel
2. Groefhuls
3. Gordelhuls
Schouder
• Huls wordt in kamer gedragen
doordat rand tegen kamerrand
steunt
• Huls wordt verwijderd uit kamer
via hulsuitdrukker of uitwerper
• Dubbellopen
•
•
• Huls wordt in kamer gedragen
doordat hulsschouder tegen
overgangsconus zit
• Huls wordt verwijderd uit kamer
via hulsuittrekker via groef
• Halfautomatisch of grendel
• Ook randloze huls genoemd
• Huls wordt in kamer gedragen
door zowel de gordel die tegen
kamerrand steunt als de
hulsschouder die tegen
overgangsconus zit
• Huls wordt verwijderd uit kamer
via hulsuittrekker via groef
• Zwaardere kalibers (magnum)
Functie:
• Gasdichte afsluiting bij afvuren kogel
• Kruitlading bijeenhouden
• De kogel te positioneren vòòr de velden en trekken
Randhuls patronen  randvuurpatronen (ontsteken bij slag van hamer op rand), die gevaarlijk zijn
Prop
• Normaal geen prop
• Soms toch een prop zodat kruitlading steeds contact heeft met slaghoedje, ook als huls niet
volledig gevuld is met lading
Met prop
Zonder prop
Leeg
Kruit
Groef
Slaghoedje
PATROON
Kogel of projectiel
• Samenstelling
• Deelmantel:
• Zachte loden kern omgeven door hardere messing (zink en koper) mantel die toch nog redelijk zacht is
• Aanpassing aan trekken en velden, maar toch stijf genoeg is om schroeflijnige vorm te volgen
• Diameter
• Ligt tussen diameter trekken en velden
• Kan net ietsje groter zijn de diameter trekken (waarom)
• Wordt paddestoelvormig bij inslag op wild (door zachtheid mantel), wat overzetting van kinetische energie bevordert
• Uitschot moet behoorlijk zijn om zweetspoor te geven, om dier dat niet onmiddellijk sterft op te sporen en af te maken
• Volmantel (verboden voor jacht):
• Zachte loden kern omgeven door volledige hardere metalen mantel
• Stuikt minder op bij inslag op wild (door hardheid mantel), zonder kinetische energie over te zetten
• Miniem uitschot
• H mantel
• 2 delen:
• Voorste deel zacht: vervorming
• Achterste deel hard: doordringing in wildlichaam
PATROON
Kogel of projectiel
• Kaliber
• Europa
• Kogeldiameter (mm) x hulslengte (mm); bv 7 x 64
• “R” betekent dat de huls een rand heeft; bv 7 x 64 R
• “R” Enkel bij kippende lopen
• US & UK
• Kogeldiameter (inch); bv .243
• Soms fantasiebenaming achter: bv .243 Win (staat voor Winchester; H&H is Holland&Holland)
• Soms toevoeging van datum van ingebruikname amerikaans leger; bv .243-06 (staat voor 1906)
• Soms toevoeging van de massa van de kruitlading; bv .243-30 (staat voor 30 grains; 100 grains = 6,48gr)
• Diameters zijn benaderingen, en geven diameter van trekken aan (niet van velden)
• Uitzondering: kaliber 8 heeft verschillende diameters (daar benadering) hoewel ze zelfde diameteraanduiding hebben, nl. 8. De
hulslengtes kunnen wel verschillen
• 8,07mm
gewone 8mm
• 8,20mm
S-patroon
“S” wordt toegevoegd, soms zwart of rood slaghoedje, en karteling in de kogel
“S” heeft dus een zwaardere poederlading (Superlading)
• 8 x 57
Infanteriepatronen
“I” of “J” wordt toegevoegd, enkel bij 8 x 57 patronen
• Op de loop van een buks staat niet het kaliber vermeld maar de patroon die met het wapen verschoten wordt“
• Bv. er staat niet .224, maar er staat .22 of .22 Hornet of .220 Swift of .222 Rem of .224 Weath of 5,6 of…
• Beperkt aantal kalibers, maar 1500 à 2000 patronen
PATROON
Kogel of projectiel (2/2)
• Druk
• Tussen ±3000 bar en ±4000 bar (magnum patronen)
• Draagvermogen (snelheid)
• Snelheid kogel bij verlaten van loop: tussen 600 à 700m/s en 1200m/s
• Snelheid hagel op 100 m na loop: 100m/s trager, i.e. tussen 600m/s à 1100m/s
• Maximaal wanneer geschoten wordt op 25° à 30°
• Draagwijdte
• Zwaardere projectielen verliezen minder gemakkelijk snelheid, en draaft dus verder
• Kan tot 2km gaan
• Dodelijke werking
• Schokwerking op zenuwstelsel door afgeven van kinetische energie
• Ekin = mv²/2 [Joule]
• Rechtstreeks:
hersenen, halswervels, ruggenmerg
• Onrechtstreeks: beenderen, schouder, ribben, wervels
• Beschadiging van vitale organen (hart, longen, lever, milt)
• Dier sterft op 100m van aanschotplaats (varkens kunnen uitzondering zijn)
• Bloedverlies
• Weidelijkheid
• Ree:
• Voorwaarde: 980 Joule trefenergie op 100m  5,6mm kogel
• Ander grofwild
• Voorwaarde: 2200 Joule trefenergie op 100m  6,5 mm kogel
• Tot 300 meter (te confirmeren)
KOGELBALISTIEK
Kogelbaan
• Afbuiging naar beneden onder invloed van de zwaartekracht
• Afremming onder invloed van de luchtweerstand
• OAR: Optimale AfstandsRegeling
• GEE: Günstigste Einschiess Entfernung
• MRD: Most Recommended Distance
• i.e. Afstellen (inschieten) van de buks met een bepaald
projectiel om afwijking t.o.v. de vizierlijn te beperken over een
gegeven afstand
• bv nooit meer dan 4 cm afwijking op alles t.e.m. 200m
Korrel
Keep
Richtmiddelen (viziering)
• Open vizier
• Keep en korrel, waarbij men de gestreken korrel moet schieten (bovenkant keep en bovenkant korrel zijn gealigneerd)
• In onbruik want ook moet scherp stellen op 3 objecten (keep, korrel, en doel) en dit is onmogelijk
• Afstelling op 100m
• Uitzondering: Dubbelbuks op 50m of 80m
• Richtkijker
• Optische kenmerken
• Vaste of regelbare vergroting
• 8 x 21
• 8: vergroting, vergrotingsfactor tussen 1,5x en 12x; voor bers-en loerjacht tussen 4x en 6x
• 21; diameter van voorste lens (in mm), of objectieflens. Hoe groter, hoe helderder
• Oogpunt: waar snijden lichtbundels zich achter de kijker (±8cm)
• Gezichtsveld: bv 100m (gezichtsveld) op 1000m (afstand)
• Reticules (kruisdraden)
• Montage
• Dure kijkers worden waardeloos als montage niet goed is
• Afregeling
• Inschieten vraagt minimum 3 schoten
• Zelfde munitie gebruiken als bij jagen

similar documents