PowerPoint-presentatie

Report
15 februari 2015
Urk
Marcus 3
En Jezus trok Zich
met zijn discipelen terug naar de zee.
En een talrijke menigte uit Galilea ging mede.
7
Marcus 3
En Jezus trok Zich
met zijn discipelen terug naar de zee.
En een talrijke menigte uit Galilea ging mede.
7
Marcus 3
Ook uit Judea
en uit Jeruzalem en uit Idumea
en het Overjordaanse
en de streken van Tyrus en Sidon
kwam een talrijke menigte tot Hem,
daar zij hoorden, hoeveel Hij deed.
8
Marcus 3
Ook uit Judea
en uit Jeruzalem en uit Idumea
en het Overjordaanse
en de streken van Tyrus en Sidon
kwam een talrijke menigte tot Hem,
daar zij hoorden, hoeveel Hij deed.
8
Marcus 3
En Hij zeide tot zijn discipelen,
dat een scheepje in zijn nabijheid
moest blijven met het oog op de schare,
opdat zij Hem niet zouden verdringen.
9
Marcus 3
En Hij zeide tot zijn discipelen,
dat een scheepje in zijn nabijheid
moest blijven met het oog op de schare,
opdat zij Hem niet zouden verdringen.
9
Marcus 3
En Hij zeide tot zijn discipelen,
dat een scheepje in zijn nabijheid
moest blijven met het oog op de schare,
opdat zij Hem niet zouden verdringen.
9
Marcus 3
Want Hij genas velen,
zodat allen, die kwalen hadden,
op Hem aandrongen
om Hem te kunnen aanraken.
10
lett. gesels
Marcus 3
En de onreine geesten
wierpen zich voor Hem neder,
telkens als zij Hem zagen,
en zij schreeuwden, zeggende:
Gij zijt de Zoon van God.
11
Marcus 3
En de onreine geesten
wierpen zich voor Hem neder,
telkens als zij Hem zagen,
en zij schreeuwden, zeggende:
Gij zijt de Zoon van God.
11
Marcus 3
En herhaaldelijk verbood Hij hun
Hem bekend te maken.
12
= de onreine geesten
Marcus 3
En Hij ging de berg op en riep tot Zich,
wie Hij zelf wilde, en zij kwamen tot Hem.
13
Marcus 3
En Hij stelde er twaalf aan,
opdat zij met Hem zouden zijn en
opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken,
14
lett. -Hij-maakt (nl. een twaalftal)
Marcus 3
En Hij stelde er twaalf aan,
opdat zij met Hem zouden zijn en
opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken,
14
> apostelen (= afvaardigen)
Marcus 3
en om macht te hebben
boze geesten uit te drijven.
15
lett. demonen
aanduiding van "de goden der volken"
(Hand.17:18; 1Kor.10:20; Ps.96:5 LXX)
Marcus 3
(...)
20 En Hij ging in een huis;
en er verzamelde zich weder de schare,
zodat zij zelfs geen brood konden eten.
Marcus 3
(...)
20 En Hij ging in een huis;
en er verzamelde zich weder de schare,
zodat zij zelfs geen brood konden eten.
Marcus 3
En toen zijn naastbestaanden dit hoorden,
gingen zij heen om Hem te halen,
want zij zeiden: Hij is niet bij zijn zinnen.
21
lett. 'horend degenen bij hem'
Marcus 3
En toen zijn naastbestaanden dit hoorden,
gingen zij heen om Hem te halen,
want zij zeiden: Hij is niet bij zijn zinnen.
21
lett. zij-kwamen-uit
(nl. uit het huis)
Marcus 3
En toen zijn naastbestaanden dit hoorden,
gingen zij heen om Hem te halen,
want zij zeiden: Hij is niet bij zijn zinnen.
21
lett. vatten (grijpen)
Marcus 3
En toen zijn naastbestaanden dit hoorden,
gingen zij heen om Hem te halen,
want zij zeiden: Hij is niet bij zijn zinnen.
21
lett. buiten-zichzelf
Marcus 3
En de schriftgeleerden,
die van Jeruzalem gekomen waren,
zeiden: Hij heeft Beelzebul,
en door de overste der boze geesten
drijft Hij de geesten uit.
22
lett. afdalend
Marcus 3
En de schriftgeleerden,
die van Jeruzalem gekomen waren,
zeiden: Hij heeft Beelzebul,
en door de overste der boze geesten
drijft Hij de geesten uit.
22
Hebreeuws:
1. ba'al zevul = heer van het huis (>12:24)
2. ba'al zevuv = heer der vliegen
Marcus 3
En de schriftgeleerden,
die van Jeruzalem gekomen waren,
zeiden: Hij heeft Beelzebul,
en door de overste der boze geesten
drijft Hij de geesten uit.
22
lett. demonen
Marcus 3
En Hij riep hen tot Zich
en sprak tot hen in gelijkenissen:
Hoe kan de satan de satan uitdrijven?
23
Marcus 3
En indien een koninkrijk
tegen zichzelf verdeeld is,
kan dat koninkrijk zich niet staande houden.
24
Marcus 3
En indien een huis
tegen zichzelf verdeeld is,
zal dat huis niet kunnen bestaan.
25
ba 'al z'vul = Heer van het huis
Marcus 3
En indien de satan
opstaat tegen zichzelf en verdeeld is,
kan hij niet bestaan,
doch is hij aan zijn einde.
26
Marcus 3
En indien de satan
opstaat tegen zichzelf en verdeeld is,
kan hij niet bestaan,
doch is hij aan zijn einde.
26
... maar waarom Jezus dan belemmeren??
Marcus 3
Maar niemand kan
het huis van de sterke binnengaan
en zijn huisraad roven,
als hij niet eerst die sterke heeft gebonden,
en dan zal hij zijn huis plunderen.
27
> de heer van het huis
> de overste der demonen
Marcus 3
Maar niemand kan
het huis van de sterke binnengaan
en zijn huisraad roven,
als hij niet eerst die sterke heeft gebonden,
en dan zal hij zijn huis plunderen.
27
> demonen
Marcus 3
Maar niemand kan
het huis van de sterke binnengaan
en zijn huisraad roven,
als hij niet eerst die sterke heeft gebonden,
en dan zal hij zijn huis plunderen.
27
d.w.z. sterker dan "de sterke" zijn
> licht versus duisternis
Marcus 3
Voorwaar, Ik zeg u,
dat alle zonden aan de kinderen der mensen
zullen vergeven worden,
ook de godslasteringen,
welke zij gesproken mogen hebben;
28
Marcus 3
Voorwaar, Ik zeg u,
dat alle zonden aan de kinderen der mensen
zullen vergeven worden,
ook de godslasteringen,
welke zij gesproken mogen hebben;
28
Marcus 3
Voorwaar, Ik zeg u,
dat alle zonden aan de kinderen der mensen
zullen vergeven worden,
ook de godslasteringen,
welke zij gesproken mogen hebben;
28
> blasfemie
Marcus 3
maar wie gelasterd heeft
tegen de Heilige Geest,
heeft geen vergeving in eeuwigheid,
maar staat schuldig aan eeuwige zonde.
29
Marcus 3
maar wie gelasterd heeft
tegen de Heilige Geest,
heeft geen vergeving in eeuwigheid,
maar staat schuldig aan eeuwige zonde.
29
lett. tot-in de aeon
Marcus 3
maar wie gelasterd heeft
tegen de Heilige Geest,
heeft geen vergeving in eeuwigheid,
maar staat schuldig aan eeuwige zonde.
29
lett. [is] gedoemd
vergl.Hebr.2:15:
NBG51: tot slavernij gedoemd
St.Vert. der dienstbaarheid onderworpen
Marcus 3
maar wie gelasterd heeft
tegen de Heilige Geest,
heeft geen vergeving in eeuwigheid,
maar staat schuldig aan eeuwige zonde.
29
lett. aeonische zonde-daad
= tot in de (komenden) aeon
kun je daar niet van terug
Marcus 3
Immers, zij zeiden:
Hij heeft een onreine geest.
30
Matteus 12
Daarom zeg Ik u:
Alle zonde en lastering
zal de mensen vergeven worden,
maar de lastering van de Geest
zal niet vergeven worden.
31
Matteus 12
Daarom zeg Ik u:
Alle zonde en lastering
zal de mensen vergeven worden,
maar de lastering van de Geest
zal niet vergeven worden.
31
Matteus 12
Daarom zeg Ik u:
Alle zonde en lastering
zal de mensen vergeven worden,
maar de lastering van de Geest
zal niet vergeven worden.
31
Matteus 12
Spreekt iemand
een woord tegen de Zoon des mensen,
het zal hem vergeven worden...
32
Matteus 12
Spreekt iemand
een woord tegen de Zoon des mensen,
het zal hem vergeven worden...
32
Matteus 12
... maar spreekt iemand
tegen de Heilige Geest,
het zal hem niet vergeven worden,
noch in deze eeuw,
noch in de toekomende.
32
Matteus 12
... maar spreekt iemand
tegen de Heilige Geest,
het zal hem niet vergeven worden,
noch in deze eeuw,
noch in de toekomende.
32
Matteus 12
... maar spreekt iemand
tegen de Heilige Geest,
het zal hem niet vergeven worden,
noch in deze eeuw,
noch in de toekomende.
32
Mar.3:29: eeuwigheid...
Romeinen 3
Want ALLEN hebben gezondigd
en derven de heerlijkheid Gods,
24 en worden om niet gerechtvaardigd
uit zijn genade,
door de verlossing in Christus Jezus.
23

similar documents