Lage druk glaucoom

Report
Normale Druk Glaucoom
September 2013 – dr. Mieke Devos
Wat is een normale oogdruk ?
• gemiddelde + 2 SD (Gauss distributie)
• 21 mmHg
• Skewed distribution
• beschrijving van de oogdruk in een normale populatie
Oogdruk en chronisch open hoek glaucoma
Eyepressure
Normal
21 24 27 30 33
Glaucoma
Chronisch open hoek glaucoom :
30%
nooit een verhoogde oogdruk
Chronisch open hoek glaucoom :
Progressie
ondanks een genormaliseerde oogdruk
• Structurele veranderingen
• Papil en retinale zenuwvezellaag
• Selectieve celdood van de retinale ganglion cellen
• Gezichtsveldafwijkingen
•
•
•
•
•
•
Oogdruk: Verhoogd? Fluctuaties? Verloop over de jaren?
Familiale voorgeschiedenis
Myopie: > -3D
risico x 2.5
Dikte van het hoornvlies
Hart- en vaatziekten
Migraine, koude extremiteiten, verminderd dorstgevoel,
zenuwvezellaag
ganglioncellaag
• Oogdruk
• Vasculaire factoren
• Neurodegeneratie
• Genetisch
Bloedstoevoer = transportcapaciteit
(cellen, ionen, moleculen, zuurstof, warmte)
Globale bloedcirculatie:
Cardiale Output
Bloeddruk
Globale weerstand
Perfusie druk
(arterieel – veneuze druk)
Lokale weerstand
Hartritme
Volume
Op orgaan niveau:
Lokale
bloedstoevoer
autoregulatie
Vasculaire dysregulatie
Primaire vasculaire
dysregulatie
Oogdruk
Activatie van
astrocyten
Lage
bloeddruk
Verhoogde retinale
veneuze druk
Lage oculaire perfusie druk
Verstoorde
autoregulatie
Instabiele oculaire bloedstoevoer
Instabiele O2
concentraties
Oxidatieve stress
Apoptosis
Slaapapnea
Primaire vasculaire
dysregulatie
Oogdruk
Activatie van
astrocyten
Lage
bloeddruk
Verhoogde retinale
veneuze druk
Lage perfusie druk
Verstoorde
autoregulatie
Instabiele oculaire bloedstoevoer
Instabiele O2
concentraties
Oxidatieve stress
Apoptosis
Slaapapnea
• Collaborative initial glaucoma treatment study (1998, CIGTS)
• Bij NTG: 30% drukdaling (medicatie al dan niet met chirurgie) = protectief
• Oogdruk speelt minstens bij een deel van de NTG een rol
• STREEFDRUK
• 30% drukdaling
• + ft van de ernst van de reeds aanwezige schade
• + ft van de snelheid van progressie
Klinisch voorbeeld: casus 193
• 1983: dame, 55 j
• Fam: nonkel blind geworden tgv glaucoma
• Oftalmo:
•
•
•
•
•
Visus: 10/10 ODS
SL: nl ODS
Oogdruk: 18 mmHg ODS
Papil: verdachte cupping OD > OS
Gezichtsveld: beperkte alteraties OD
• Sterk verdacht voor chronisch open hoek glaucoma
1983
1983 - 1992
1993 - 1996
AT: 18
R/Timolol: AT: 11 - 14
R/Timolol: AT: 13 - 16
1997 - 2000
2001
2002 - 2005
AT: 10 - 14
AT: 16
R/Xalatan: AT: 12 - 14
2006
CASUS 193
TRABECULECTOMIE
2013
R/ lumigan + Cosopt AT: 8 - 10
Primaire vasculaire
dysregulatie
Oogdruk
Activatie van
astrocyten
Lage
bloeddruk
Verhoogde retinale
veneuze druk
Lage perfusie druk
Verstoorde
autoregulatie
Instabiele oculaire bloedstoevoer
Instabiele O2
concentraties
Oxidatieve stress
Apoptosis
Slaapapnea
Lage
bloeddruk
• Primaire vasculaire dysregulatie
• Tgv inname van medicatie: bepaalde antidepressiva, Parkinson, prostaat
• R/ arteriële hypertensie
< 140 / 90 mmHg
> 140 – 150 < mmHg
• Bloeddrukmeting en 24 u bloeddrukmeting
• Orthostatisme ? (daling van > 20 mmHg systolisch of mmHg diastolisch)
nazicht medicatie: Antidepressiva? Antiparkinson? Prostaat?
• Witte jas effect?
• Aandacht voor nachtelijke hypotensie en nachtelijke dips
• BD < 100 / 60 mmHg
• > 20% daling ‘s nachts = pathologische dip
• Fluctuaties
Bij patiënten onder bloeddrukverlagende medicatie
evt. aanpassing van de dosis en/of het toedieningsschema
om instabiele perfusie en nachtelijke hypotensie te vermijden
Onze voorkeur zal dus uitgaan naar:
· langwerkende producten boven kortwerkende medicatie
(ACE-inhib.: enalapril; Sartanen: losartan; Ca-antag. in lage dosis: amlor,)
· liever combinatie van verschillende klassen dan hogere dosis van 1 klasse
· indien een b-blokker: liefst cardioselectief: bisoprolol: emconcor, nobiten,..
· liever geen diuretica en geen α-blokkers
Primaire vasculaire
dysregulatie
Oogdruk
Activatie van
astrocyten
Lage
bloeddruk
Verhoogde retinale
veneuze druk
Lage perfusie druk
Verstoorde
autoregulatie
Instabiele oculaire bloedstoevoer
Instabiele O2
concentraties
Oxidatieve stress
Apoptosis
Slaapapnea
24-uur holter EKG ter uitsluiting van
· hemodynamisch significante hartritmestoornissen of geleidingstoornissen?
· bradycardie? (< 40 bpm); Pauzes? (2-3sec); tachycardie? (> 160 – 200 bpm)
Duplex van de halsvaten.
· Graad van
stenose? (> 50%, > 60%) Indicatie voor revascularisatie?
· Indicatie voor statine therapie?
Echocardio (bij klinische argumenten voor hartfalen).
· significante klepletsels?
· instabiele flow?

similar documents