Augustinus Aurelius

Report
De Filosoos: Filosofen Top Twaalf
Nr.3:
Aurelius Augustinus
(ook wel Augustinus van Hippo genoemd)
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
1
Leven Augustinus: kort overzicht
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
13 november 354 - 28 augustus 430
Geboren in Thagaste (het tegenwoordige Souk Ahras in Noord Algerije, destijds was Thagaste onderdeel
van de West-Romeinse provincie Africa) en overleden in Hippo (het tegenwoordige Annaba in Noord
Algerije).
Augustinus was overigens geen Afrikaan, want zijn ouders waren (eenvoudige) afstammelingen van
Romeinse kolonisten. Zijn moedertaal was latijns. Toch beschouwde Augustinus zichzelf wel degelijk
ook als een Afrikaan.
370 : Augustinus’ (niet christelijke) vader overlijdt. De vrome christelijke moeder van Augustinus,
Monica, speelt een belangrijke rol in het leven van Augustinus. Monica wilde niets liever dan dat
Augustinus zich zou bekeren tot het Christendom (wat uiteindelijk ook gebeurde).
370 : verhuizing naar Chartago, studie retoriek (bekostigd door een rijke vriend)
372 : Augustinus krijgt verhouding met vrouw en wordt vader van zoon Adeodatus (“Door God
geschonken” - die jong sterft op 18-jarige leeftijd in 390)
376 : professor in de retorica
376 – 386 : lid van de gemeenschap der Manicheeërs (Manicheïsme)
383 : naar Rome
385 : naar Milaan (baan in de retorica) waar hij beïnvloed wordt door bisschop Ambrosius
386 : bekering tot Christendom
387 : gedoopt door bisschop Ambrosius, later dat jaar overlijdt zijn moeder Monica
388 : terug naar Afrika (naar Hippo)
391 : priester
Augustinus met
396 : bisschop tot dood in 430
zijn moeder Monica
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
2
Betekenis Augustinus voor de filosofie
• Augustinus wordt gezien als de invloedrijkste christelijk denker en
belangrijkste Kerkvader* (theoloog/schrijver) van het Westen.
Door veel zelfstudie (= een autodidact) kwam Augustinus met nieuwe originele
inzichten waarmee hij de basis heeft gelegd voor een christelijke (godsdienst)
filosofie.
• * Voorwaarden toekenning titel Kerkvader: 1) Hij moet in de orthodoxe geloofstraditie
staan. 2) Hij moet al vanaf het begin kerkelijke goedkeuring genieten. 3) Hij moet een
heilige levenswandel hebben geleid. 4) Hij moet tot de periode van de christelijke
Oudheid behoren.
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
3
Werken van Augustinus
•
1.
2.
3.
Augustinus was een zeer productief schrijver. Op zijn naam staan onder meer preken,
traktaten, verhandelingen, brieven, bijbelcommentaren, dogmatische, filosofische en
theologische teksten, een autobiografisch werk en zelfs een gedicht.
De beroemdste geschriften van Augustinus zijn:
Confessiones ('Belijdenissen‘)
De Civitate Dei ('De Stad Gods‘)
De Trinitate ('Over de Drie-eenheid').
•
De dertien hoofdstukken van Confessiones hebben de vorm van een gebed. Daarin doet hij God
als het ware verslag van zijn levensgeschiedenis, zijn diepste zielenroerselen en zijn
theologische bespiegelingen. Het (autobiografische) boek wordt beschouwd als een van de grote
werken uit de wereldliteratuur.
•
In De Civitate Dei verdedigt hij tegenover geletterde heidenen het Christendom als de ware
godsdienst en geeft hij zijn ideeën over de sociale en maatschappelijke orde weer (zie meer op
pagina 9).
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
4
Diverse invloeden
Augustinus is in zijn leven door verschillende religieuze en filosofische stromingen
beïnvloed. Veel daarvan heeft hij later in zijn leven weer verworpen.
Zo werd Augustinus in het begin van zijn volwassen leven bijvoorbeeld beïnvloed door het
Manicheïsme, een religieuze stroming uit Perzië, waarin het dualisme tussen de twee
entiteiten Goed (het licht) en Kwaad (de duisternis) centraal stond. Later keerde Augustinus
zich tegen de Manicheeërs, omdat hij ervan overtuigd raakte dat het kwaad geen op zichzelf
staande entiteit kon zijn (zie hieronder).
Verder werd Augustinus in zijn leven beïnvloed door het neoplatonisme. Een stroming die is
voortgekomen uit, en heeft voortgeborduurd op, de ideeën van Plato. Plotinus (ca. 204 –
270) wordt gezien als de stichter van het neoplatonisme. Het neoplatonisme gaat ervan uit
dat het zijn en alle schoonheid in de wereld voortkomt uit het Ene. Het Ene is een absolute
eenheid en volheid. Alles in de kosmos vloeit voort uit het Ene en alles verlangt er ook naar
terug. Voor Augustinus was dit aanleiding om te komen tot het idee dat het hele bestaan
van goddelijke aard is (het Ene = God). Net als Plotinus was Augustinus van mening dat het
kwaad een afwezigheid van God is. Het kwaad kent geen zelfstandig bestaan, want het
scheppingswerk van God is alleen maar goed. Het kwade kwam volgens Augustinus voort
uit de ongehoorzaamheid van de mens: “De goede wil is Gods werk, de kwade wil is het
wegvallen van Gods werk.”
Plotinus (ca. 204 – 270)
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
5
Gerichtheid op God (1)
In de middeleeuwen draaide de filosofie veelal om de vraag of we alleen in God kunnen geloven of
dat we God ook met het verstand kunnen begrijpen.
Volgens Augustinus waren er grenzen aan wat het verstand kan bevatten als het om religieuze
vragen gaat. Wat dat betreft is het christendom een goddelijk mysterie dat we alleen maar door ons
geloof kunnen benaderen. Maar Augustinus was daarbij wel van mening dat als we in het
christendom zouden geloven, God onze ziel zou verlichten en we zodoende een soort
bovennatuurlijke kennis van God zouden bereiken.
• Illuminatieleer
Augustinus kwam hierbij tot het opstellen van de theorie van de illuminatieleer: de waarheid (van
onvergankelijke principes) begrijpt de mens alleen dan als hij en zijn verstand door het goddelijke
licht wordt verlicht.
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
6
Gerichtheid op God (2)
Augustinus sloeg de weg van zelfkennis op die gekenmerkt werd door zijn gerichtheid op God:
• “Ik ken mezelf slechts in het licht van de waarheid van Degene door wie ik altijd al gekend
(geschapen) ben.”
• “Geloof om tot inzicht te komen en kom tot inzicht om te geloven.”
• “De weg tot God kan slechts gevonden worden in Gods weg tot de mensen.”
Voorwaarde voor de weg tot/het aanschouwen van God is echter dat het hart van de mens wordt gezuiverd en
uitstijgt boven de wereld, het lichaam en de ziel.
Waarheid ligt in het innerlijke
Om tot de waarheid door te dringen, legde Augustinus eerst de innerlijke zekerheid bloot: “Over de dingen buiten
mij om kan ik me vergissen. Maar in zoverre ik daaraan twijfel, ben ik van mezelf als een twijfelende bewust. De
zekerheid is in elk oordelen, twijfelen, vergissen voorondersteld.”
“Als ik me namelijk vergis, ben ik.”
“Ga niet naar buiten, keer in jezelf; in het innerlijke van de mens woont de waarheid.”
De mens op zoek naar de waarheid beweegt zich steeds verder naar binnen, naar het binnenste van het hart, wat
tegelijk een opstijgen naar God is. Uiteindelijk kom je dan tot God, als oergrond van de waarheid. Het bereiken van
deze waarheden komt niet voort uit zintuiglijke ervaringen, het gaat hier om zekere waarheden die tijdloos en
bovenindividueel geldig zijn. Je kunt het zien als dat die waarheden in de ideeënwereld (Plato!) bestaan en dat wij
er toegang tot kunnen krijgen door de eerder genoemde illuminatie: “De eeuwige waarheden stralen binnen in onze
geest als een gave van God.”
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
7
Augustinus en het begrip tijd
“Als de tijd als een objectief gegeven wordt opgevat, dan blijkt dat zij in disparate tijdspunten uiteenvalt. Want het
verleden is niet meer, het toekomstige is er nog niet en het heden is gereduceerd tot het nietige punt van de
overgang van verleden naar toekomst.”
Augustinus onderscheidde drie tijdsdimensies:
1. Tegenwoordigheid van het verleden, namelijk herinnering.
2. Tegenwoordigheid van het tegenwoordige, namelijk wat men waarneemt.
3. Tegenwoordigheid van de toekomst, namelijk verwachting.
Het innerlijke van de mens is voortdurend versplinterd tussen verwachting, voltrekking en herinnering.
Het is onnauwkeurig te zeggen dat verleden en toekomst “zijn”. Alleen het beleven van het heden is werkelijk.
Het begrip tijd maakt de mens bewust van haar eigen tijdelijkheid en wijst haar op het belang van het
onvergankelijke. De geest komt tot rust als hij zich op de eeuwige waarheid richt. Volgens Augustinus is de
mens een uit lichaam en ziel bestaande met verstand begaafde substantie waarbij de ziel het voornaamste is.
Het innerlijk van de mens manifesteert zich als eenheid in de drie-eenheid van tijdsbewustzijn (memoria),
verstand (intelligentia) en wil (voluntas) en is daardoor het beeld van de goddelijke triniteit.
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
8
Augustinus: ethiek
Centraal in de ethiek van Augustinus staat de liefde. Het einddoel van het menselijk streven is de gelukzaligheid. Die verwerft
de mens echter niet in de bevrediging door wereldse (materiële) zaken, maar in God als de onvergankelijke die om zichzelf
bemind wil worden. God heeft de mensen geschapen en slechts in Hem vindt de mens de vervulling van zijn streven.
In de ware (= op God gerichte) liefde vindt de mens de gebruiksaanwijzing voor zijn handelen. Als de liefde waarachtig is, dan
is er geen andere morele wet nodig. Daarom kan Augustinus zeggen:
“Bemin en doe wat je wilt.”
Toch zien we dat de mens geneigd is om te vervallen in zelfliefde en dus voor de verkeerde weg te kiezen. Ter verduidelijking
maakt Augustinus het onderscheid tussen “gebruiken” en “genieten”:
1.
2.
Gebruiken: uiterlijke goederen mogen we slechts gebruiken omwille van het hogere doel (de gelukzaligheid in God),
waarvan we omwille van haarzelf kunnen genieten.
Genieten: genieten wij echter van uiterlijke goederen en onszelf als doel op zich en niet als middel tot een hoger doel
dan missen wij het ware doel van de liefde.
Door de erfzonde is er bij de mens een tendens tot het kwade. De mens kan zichzelf daarvan niet op eigen kracht bevrijden.
Hij is daarvoor aangewezen op de Genade van God: “De vrijheid van de mens tot het goede wordt gefundeerd in de
uitverkiezing door God. ”
Augustinus: geschiedopvatting
Augustinus’ werk “De civitate dei” (de staat van God) heeft grote invloed gehad op de Europese geschiedfilosofie en de
scheiding der politieke machten in de middeleeuwen. De geschiedenis wordt door Augustinus opgevat als een worsteling tussen
twee rijken:
1.
2.
De Godstaat (met liefde tot God)
De Aardse staat (met zelfliefde en verachting voor God)
De strijd tussen Kerk en Staat is een strijd die doorgaat totdat ze aan het eind der tijden gescheiden worden en de Godstaat
als overwinnaar naar voren treedt.
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
9
(mijn) Conclusie
In feite kom je bij de interpretatie van vrijwel alles wat Augustinus zegt
uiteindelijk tot de conclusie dat de juiste weg de weg naar God is!
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
10
Citaten van Augustinus
•
•
•
•
•
•
•
•
•
"De wereld is een boek. Wie niet reist, leest enkel één bladzijde."
"Heb lief en doe wat je wilt."
"God dienen is de ware vrijheid."
"Een vriend is iemand die alles van je weet en toch van je houdt."
"Bij wijsheid hoort het doorgronden met het intellect van wat eeuwig is; bij kennis
het rationeel begrijpen van wat tijdelijk is."
"Begrafenissen zijn eerder een troost voor de levenden dan dat ze de doden tot iets
dienen."
"Geen booswicht die zichzelf niet het eerst kwaad doet."
"De dood moet geen kwaad geacht worden, als hij het einde is van een goed
leven.“
"Gij hebt ons naar U toe geschapen, en rusteloos is ons hart tot het rust vindt in U."
FTT - 3 - Augustinus - 8 oktober - Michiel
11

similar documents