PowerPoint Presentation - Faculteit Theologie en

Report
Bevraging GAP
Gezinsleer: aanvaarding en positionering
Faculteit Theologie en Religiewetenschappen
Prof. Annemie Dillen & Prof. Thomas Knieps
1. Inleiding
• Presentatie van een deel van de resultaten en
conclusies: geen details van analyses (zie
latere publicaties), wel algemene resultaten.
• Verdere analyses kunnen op termijn ook nog
uitgevoerd worden. Hier geven we een
selectie weer van wat tot nu toe
bekend/geanalyseerd is.
Algemene thematiek
• De perceptie van elementen van de kerkelijke
leer omtrent huwelijk, gezin en seksualiteit
door kerkbetrokkenen, geëngageerd binnen
het Vlaamse pastorale
veld/godsdienstonderwijs
• Vanuit de ervaring: er is een spanning tussen
opvattingen/praktijken en de kerkelijke leer
(of minstens: de perceptie van de kernlijnen
van de leer)
Waarom onderzoek?
• Aanleiding: synode 2014 en voorbereiding geïnitieerd vanuit Rome
• Vragenlijst vanuit Rome: moeilijk, tendentieus, lang en zeer moeilijk
te verwerken/interpreteren
• De kans geven aan Vlaamse kerkelijk geëngageerde mensen om hun
visie omtrent deze thematiek op een iets minder inspannende
manier te kennen te geven (nadeel: gesloten vragen, bepaald
kader)
• Weinig betrouwbare data in Vlaanderen over visies i.v.m. gezin en
houding t.a.v. kerkelijk leer bij groep kerkbetrokken mensen
• Wetenschappelijk verantwoorde gegevens verzamelen die toelaten
om spontaan aanvoelen van velen verder te kaderen, nuanceren,
onderbouwen – bij een specifieke doelgroep: mensen die in de
Vlaamse katholieke kerk een functie (als vrijwilliger of professional)
opnemen
• Empirisch onderzoek gericht op het ondersteunen of verwerpen
van ‘theorie’ - ook ‘explorerend’
• Gesprek en theologische reflectie stimuleren
Enkele reacties van respondenten
• Vragen van ‘bovenaf’, maar feitelijke beleving en
ervaring wordt zo niet gehoord of nog: de vragen
handelen over wat zou moeten, over de leer
• Kerkelijke leer kan en moet/mag toch niet veranderen
• Bevraging en resultaten zaaien verdeeldheid, we
moeten ons verenigen en focussen op de kern
• Werkelijkheid is genuanceerder – veel hangt af van de
situatie – het is niet zo zwart-wit
• Dankbaar voor de mogelijkheid om mee te doen
• Hoop op concrete actie naar aanleiding van de
bevraging
• Er ontbreekt nog heel wat in verband met deze
thematiek
• Weinig aandacht voor ‘liefde’, ‘relatie’, ‘dagelijks leven’
– vooral theoretische visies
2. Kader:
Thematiek en hoofdvragen
Waarover gaat het onderzoek?
• Kennis van de kerkelijke leer over gezinsthema’s
(specifieke thema’s voornamelijk ingegeven door de
vragenlijst vanuit Rome: echtscheiding/hertrouw,
ongehuwd samenwonen, anticonceptie, homoseksuele
relaties, …)
• Acceptatie van de kerkelijke leer over deze thema’s
• Pastorale houding/praxis t.a.v. deze onderwerpen
• Beleving van geloof in gezinscontext
• Telkens: eigen perceptie van deze zaken (geen
observatie)
Algemene onderzoeksvragen
• In welke mate stemmen kerkelijk geëngageerden in Vlaanderen in
met de kerkelijke leer over gezin? (zijn er onderlinge
verschillen/samenhangen per deelthema?)
• In welke mate vinden kerkelijk geëngageerden dat ze kennis hebben
van de kerkelijke gezinsleer (en samenhang met andere gegevens)
en hoe evalueren ze de (veronderstelde) kennis van anderen in hun
(pastorale) omgeving?
• Welke pastorale houdingen denken de bevraagden dat ze
aannemen ten aanzien van bijzondere groepen (bv. mensen levend
in homoseksuele relaties, ongehuwd samenwonenden, …), en
onderlinge samenhang met andere gegevens.
• Is er een verband tussen geloofshouding en visies omtrent gezin?
• Is er een verband tussen visies omtrent gezin en de leeftijd/
geslacht/opleiding/burgerlijke stand…?
Reeds bestaand onderzoek
• Buitenlands onderzoek over visies van katholieken over
huwelijk en gezinsonderwerpen (vb. Zulehner, 2010,
2014; Woodhead, 2013; Kühn, 2013)
• EVS – Europees waardenonderzoek (1981, 1990, 1999,
2008), met luik voor België/Vlaanderen
• Sociologisch onderzoek over gezinsthema’s waarbij
algemene verbanden met geloofsbeleving onderzocht
zijn (vb. LAGO, 2009ff.; Scheiding in Vlaanderen, 2011)
• Onderzoek over beleving van geloof in gezinnen en
samenhang met geloofsbeleving algemeen (Pollefeyt et
al., 2004; Dillen & Pollefeyt, 2005)
• Kwalitatief onderzoek rond geloofsbeleving in gezinnen
3. Methode van onderzoek
Belangrijkste hypothesen (op basis van
ervaring en ander onderzoek)
• Een groot deel van de Vlaamse kerkelijk betrokkenen
stemt (vermoedelijk) niet of niet volledig in met de
kerkelijke gezinsleer in theorie en in pastorale praktijk.
• Een visie waarbij geloofselementen eerder strikt
aanvaard worden, hangt (vermoedelijk) samen met een
grotere aanvaarding van de kerkelijke gezinsleer (in
theorie en in pastorale praxis).
• Hoe meer men zelf de kerkelijke gezinsleer aanvaardt,
hoe meer men vermoedt dat anderen (die de leer in
grote mate verwerpen) de leer niet echt goed kennen.
Onderzoekspopulatie - steekproef
• Onderzoekspopulatie: mensen actief in pastoraat en
geloofscommunicatie (priesters, parochie-assistenten, vrijwilligers
in catechese, huwelijksvoorbereiding, professionele pastors in
zorgpastoraat, pastorale vrijwilligers in voorzieningen,
vormingsmedewerkers, leden van christelijke sociale bewegingen of
gezinsbewegingen, godsdienstleerkrachten, docenten…). Dit is niet
de ‘doorsnee katholiek’!
• Steekproef: geadresseerden van nieuwsbrieven (gezinspastoraal,
Elisabeth-pastorale zorg), adressenbestand FTRW KU Leuven, IPBleden (expliciet aangeschreven) en geïnteresseerden die via
internet, sociale media de link naar de online enquête vinden en
zichzelf tot doelgroep rekenen (accidentiële steekproef).
• 1853 respondenten
Dataverzameling en instrument
• Online-enquête met voornamelijk gesloten vragen (likert-schaal
met scores meestal van 1-5 of meerkeuzevragen; enkele open
vragen).
• 52 vragen
• Invultijd: 20 à 30 minuten
• Bestaande schaal (postkritische geloofsschaal) en enkele items
overgenomen uit het onderzoek ‘Scheiden in Vlaanderen’, die
vergelijking mogelijk maken. Ook enkele algemene vragen zijn
overgenomen uit ander onderzoek (o.a. ‘Godsdienstonderwijs
uitgedaagd’, …)
• Zelf geformuleerde items en explorerende factoranalyse om tot
schalen te komen: theologisch ‘interpreteer-werk’ vanuit de
Vaticaanse vragenlijst en vanuit algemene achtergrond in gezins- en
huwelijksethiek/pastoraal
Onderzoeksprocedure
• Mogelijkheid om de vragenlijst in te vullen tussen 15
december 2013 en 8 januari 2014 (periode kerstvakantie –
noodzakelijk korte periode in functie van rapportering naar
bisschoppenconferentie en naar Rome)
• Steekproef aangeschreven via e-mail (met code, zodat
duidelijk wordt wie via deze weg de enquête wel/niet
ingevuld heeft en we zicht krijgen op de mate van
representativiteit) (! Antwoorden wel volledig anoniem –
niet te achterhalen wie wat invulde). Tegelijk ook: open
toegang via links op internet, sociale media, …
• Daarna statistische analyses met behulp van SPSS-software
(uitgevoerd door dr. Karolina Krysinska, psychologe, in
dialoog met experten methodologie)
Analysedesign
• Analyses van scores op individuele vragen/items
(verdeling, gemiddeldes, standaarddeviatie, …)
• Factoranalyse om te komen tot betrouwbare schalen
• Analyses van gemiddelde scores op schalen
• Correlaties tussen verschillende schalen en associaties
tussen schaalscores en achtergrondvariabelen
• Contingentietabellen (die wijzen op samenhang)
• Geen oorzakelijke verbanden, enkel mogelijke
samenhang, geen regressie-analyse
• Kwalitatieve data-analyse bij antwoorden op open
vragen (later stadium)
4. Resultaten
• 3362 respondenten in totaal
• 1853 respondenten vullen vragenlijst volledig
in (927 via e-mail, gecodeerde vragenlijst; 961
via rechtstreekse online link)
• 1509 respondenten met onvolledig ingevulde
vragenlijst (614 + 895); mogelijke redenen:
niet tot doelgroep behoren, tijdsgebrek,
moeite met bepaalde vragen, …
• Gemiddelde leeftijd gelijk, verder kleine
verschillen in de samenstelling van de twee
groepen
Achtergrondvariabelen – beschrijving
steekproef
Persoonlijk profiel
Hoe oud bent u?
N = 1852
Gemiddelde
leeftijd: 55
Meeste deelnemers
tussen 40 en 70
…- 45 = 459 (24.8 %)
46-55 = 449 (24.2%)
56-65 = 461 (24.9 %)
66- … = 483 (26.1 % )
x= 54,95
SD = 14,553
Min. = 14
Max. = 92
Gemiddelde –
standaardafwijking (=
spreiding t.a.v.
gemiddelde)
Geslacht
Bent u man of vrouw?
N = 1853
Mannelijk = 1042 (56,2%)
Vrouwelijk = 811 (43,8%)
Grotere groep mannen:
cf. relatief groot aantal
priesters die de vragenlijst
invulden
Bisdom
Verspreiding komt overeen met
grootte van de Vlaamse
bisdommen
In welk bisdom bent u (hoofdzakelijk) actief?
N = 1853
1: Vicariaat Brussel, aartsbisdom MechelenBrussel = 83 (4,5%)
2: Vicariaat Vlaams Brabant en Mechelen,
aartsbisdom Mechelen-Brussel = 438
(23,6%)
3: Antwerpen = 385 (20,8%)
4: Brugge = 366 (19,8%)
5: Gent = 386 (20,8%)
6: Hasselt = 155 (8,4%)
7: Andere = 40 (2,1%)
1
2
3
4
5
6
7
Functie
Welke functie hebt u binnen de kerk?
(Meerdere antwoorden mogelijk)
N = 1853
1: Priester = 176 (9,5%)
2: Religieus = 106 (5,7%)
3: Pastoor/deken = 64 (3,5%)
4: Pastor of pastoraal animator in de zorgsector
= 141 (7,6%)
5: Parochie assistent(e) = 55 (3,0%)
6: Aalmoezenier in gevangenis of leger = 6 (0,3%)
7: Diaken = 77 (4,2%)
8: (Diocesaan) vormingsmedewerk(st)er of
jeugdwerk(st)er = 52 (2,8%)
9: Medewerk(st)er in huwelijks /gezinspastoraat
= 50 (2,7%)
10: Godsdienstleerkracht = 305 (16,5%)
11: Docent(e) theologie of religie, zingeving
levensbeschouwing (hogeschool of
universiteit) = 88 (4,7%)
12: Vrijgestelde of vrijwillige(st)er in het
christelijk middenveld of in een
katholieke vereniging = 211
(11,4%)
13: Pastoraal vrijwillig(st)er ter ondersteuning
van pastoraat in de zorgsector = 60
(3,2%)
14: Vrijwillig(st)er ter ondersteuning van
gevangenispastoraat/pastoraat in
het leger = 11 (0,6%)
15: vrijwillig(st)er in de huwelijksvoorbereiding
= 66 (3,6%)
16: Catechist(e) = 232 (12,5%)
17: Niet van toepassing = 336 (18,1%)
18: Andere functie = 479 (25,8%)
Theologische opleiding
Grootste groep (64 %) zegt op een of andere manier een
theologische opleiding gehad te hebben
Heeft u een theologische opleiding genoten?
N = 1853
1
2
3
4
5
6
1: Neen = 668 (36,0%)
2: Ja, licentiaat/master/doctor
godsdienstwetenschappen of theologie aan de
universiteit = 495 (26,7%)
3: Ja, diocesane opleiding
godsdienstwetenschappen of pastorale
opleiding binnen een bisdom = 289 (15,6%)
4: Ja, seminarie-opleiding of theologische
opleiding binnen een religieuze orde = 213
(11,5%)
5: Ja, lerarenopleiding met keuzevak godsdienst =
160 (8,6%)
6: Andere = 185 (10,0%)
Vrijwilliger, priester, of
(leken)pastor/godsdienstleerkracht
Bijna de helft: actief als vrijwilliger
Vanuit welk kader neemt u het grootste deel van uw kerkelijke/religieuze taken op?
N = 1853
1: Ik ben vrijwilliger = 888 (47,9%)
2: Ik heb een betaalde opdracht binnen de
kerk/het pastoraat/het godsdienstonderwijs
= 518 (28,0%)
3: Ik ben priester/religieus = 209 (11,3%)
4: Andere = 238 (12,8%)
1
2
3
4
Geloofsprofiel respondenten
Als antwoord op de vraag ‘hoe gelovig vindt u zichzelf?’ scoort
92,2% op een schaal van 1 tot 10 een score van 6 of meer.
Hoe gelovig vindt u zichzelf?
N = 1853
1 (Weinig gelovig) = 18 (1,0%)
2 = 22 (1,2%)
3 = 22 (1,2%)
4 = 19 (1,0%)
5 = 64 (3,5%)
6 = 118 (6,4%)
7 = 384 (20,7%)
8 = 648 (35,0%)
9 = 341 (18,4%)
10 (Zeer gelovig) = 217 (11,7%)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
x = 7,74
SD =1,650
Eigen gelovige opvoeding
93,6 % zegt van zichzelf dat ze sterk tot zeer
sterk religieus werden opgevoed
Bent u gelovig opgevoed?
N = 1853
Helemaal niet = 12 (0,6%)
Eerder niet = 46 (2,5%)
Neutraal = 63 (3,4%)
Eerder wel = 794 (42,8%)
Zeer sterk = 938 (50,6%)
x = 4,40
SD = 0,732
Belang geloof
Voor ongeveer 96% is geloof (eerder wel)
belangrijk tot heel belangrijk in het leven
In welke mate zijn geloof en levensbeschouwing belangrijk voor u?
N = 1853
Helemaal niet bela ngrijk = 9 (0,5%)
Eerder niet belangrijk = 15 (0,8%)
Neutraal = 57 (3,1%)
Eerder wel belangrijk = 606 (32,7%)
Heel belangrijk = 1166 (62,9%)
x = 4,57
SD=0,643
Katholieke (?) zelfomschrijving
Op de vraag hoe men zichzelf op religieus vlak omschrijft, zegt
meer dan driekwart van de respondenten dat ze zich als
‘katholiek’ beschouwen.
Hoe omschrijft u zichzelf op religieus vlak?
N = 1853
Katholiek = 1296 (69,9%)
Christen, maar niet katholiek = 358 (19,3%)
Spiritueel = 83 (4,5%)
Niet religieus = 20 (1,1%)
Andere = 96 (5,2%)
x = 1,52
SD = 1,013
Bidden
75,4 % bidt regelmatig of zelfs dagelijks
Bidt u wel eens?
N = 1853
Nooit = 51 (2,8%)
Zelden = 98 (5,3%)
Soms = 308 (16,6%)
Regelmatig = 650 (35,1%)
Dagelijks = 746 (40,3%)
x = 4,05
SD = 1,013
Religieuze vieringen bijwonen
Hoe vaak woont u religieuze diensten bij? (doopplechtigheden, huwelijken, communies, en
begrafenissen worden hier niet meegerekend)
N = 1853
1: Nooit = 26 (1,4%)
2: Zelden = 121 (6,5%)
3: Enkel op speciale feestdagen = 144 (7,8%)
4: Minstens een keer per maand = 361 (19,5%)
5: Eén maal per week = 772 (41,7%)
6: Enkele keren per week = 273 (14,7%)
7: Dagelijks = 156 (8,4%)
1
2
3
4
5
6
7
Cognitieve geloofsschaal (hoe denken mensen
over geloofsitems) (basis: ‘postkritische
geloofsschaal’)
Schaal
x̅
SD
Letterlijk Geloof
2,8052
1,13436
Letterlijk Ongeloof
Symbolische
Attitude
2,0246
0,91906
5,7366
0,69126
Schaal
van 1 tot
7
Duidelijke, gemiddelde voorkeur voor symbolisch denken
Uitleg schaal
• Letterlijk ongeloof: Dit zijn stellingen zoals ‘Het geloof is uiteindelijk
niet meer dan een vangnet voor onze menselijke angsten’ of ‘de
wetenschappelijke verklaringen van mens en wereld hebben de
religieuze verklaringen overbodig gemaakt’.
• Letterlijk geloof: Dit zijn items zoals ‘Uiteindelijk bestaat er op elke
religieuze vraag maar één juist antwoord’ en ‘God is eens en voor
altijd bepaald en is dus onveranderlijk’.
• Een hoge score op symbolisch denken en een lage score op letterlijk
geloofsdenken wil zeggen dat de respondenten over het algemeen
aangeven dat Bijbelse verhalen in hun context moeten
geïnterpreteerd worden, dat ze beseffen dat er niet slechts één
waarheid is, dat hun eigen geloofsvisie één visie is te midden van
andere visies. De schaal rond symbolisch denken bevat ook items
zoals ‘Ondanks het feit dat de bijbel in een geheel andere
historische context werd geschreven, bevat hij toch een belangrijke
boodschap’
Geloofscommunicatie met partner
Hoe vaak praat u met uw partnerover geloofsthema’s?
N = 1248
1: Nooit = 19 (1,5%)
2: Zelden = 106 (8,5%)
3: Soms = 387 (31,0%)
4: Regelmatig = 624 (50,0%)
5: Dagelijks = 106 (8,5%)
6: Niet van toepassing = 6 (0,5%)
1
2
3
4
5
6
59 % zegt ‘regelmatig’ of ‘dagelijks’ met de partner over geloof te praten,
Dat is duidelijk meer dan een groep (N=83) Vlaamse godsdienstleerkrachten die in 2002
dezelfde vraag kregen (43 %).
Geloofscommunicatie met kinderen
Hoe vaak praat u met uw kind(eren) over geloof? (enkel indien u een of meerdere kinderen hebt
jonger dan 18 jaar)
N = 1289
1: Nooit = 16 (1,2%)
2: Zelden = 138 (10,7%)
3: Soms = 374 (29,0%)
4: Regelmatig = 315 (24,4%)
5: Dagelijks = 36 (2,8%)
6: Niet van toepassing = 410 (31,8%)
1
2
3
4
5
6
Andere religieuze praktijken
• We hebben geen vragen gesteld over minder
traditionele religieuze praktijken, zoals vormen
van meditatie, new age-gerichte spiritualiteit of
over elementen van volksvroomheid, zoals
bedevaarten, kaarsjes branden enz. We
vermoeden op basis van ander onderzoek dat
deze elementen mogelijk bij een groep van de
deelnemers ook voorkomen in combinatie met
de klassieke katholieke beleving (kerkpraktijk,
bidden, …).
Kennis van de kerkelijke leer
Eigen kennis huwelijksleer
70
60
50
1: Ik ben er helemaal niet van op de
hoogte
2: Ik heb een vaag vermoeden
3: Ik weet er een beetje van af
4: Ik kan de grote lijnen schetsen
5: Ik heb er een grondige kennis van
40
30
20
10
0
1
2
3
4
5
Huwelijk als basis voor seksualiteitsbeleving
Huwelijk als voorwaarde om van een gezin te kunnen spreken
ongehuwd samenwonen
contraceptie en gezinsplanning
echtscheiding en hertrouw
homoseksualiteit en homoseksuele relaties
Kennis van de kerkelijke leer
• Opmerkelijk is dat de respondenten de kennis van
de kerkelijke leer bij zichzelf vrij hoog inschatten.
Tussen de 60 en 75% zegt de grote lijnen van de
leer rond huwelijk en gezin te kunnen schetsen of
zelfs een grondige kennis daarvan te hebben.
• Dit kan mede verklaarbaar zijn door het
vergelijkbare percentage dat een theologische
opleiding genoten heeft, waarbinnen deze
thematiek mogelijk aan bod gekomen is, en door
het percentage dat zegt via literatuur en studie
geïnteresseerd te zijn in het onderwerp.
Veronderstelde kennis van anderen
45
40
35
30
25
20
15
10
5
0
1: Ze zijn er helemaal niet van op de
hoogte
2: Ze hebben een vaag vermoeden
3: Ze weten er een beetje van af
4: Ze kunnen de grote lijnen schetsen
5: Ze hebben er een grondige kennis van
1
2
3
4
5
Het huwelijk als basis voor seksualiteitsbeleving
Het huwelijk als voorwaarde om van een gezin te kunnen spreken
Ongehuwd samenwonen
Contraceptie en gezinsplanning
Echtscheiding en hertrouw
Homoseksualiteit en homoseksuele relaties
Mate waarin kerkelijke leer bij anderen
gekend is (veronderstelde kennis)
• De antwoorden hier zijn uiteenlopend. Deze vraag
werd ook als zeer moeilijk beschouwd.
• Het aantal van diegenen die ervan uit gaan dat mensen
die ze in kerkelijke contexten ontmoeten helemaal
geen of enkel een zeer vage kennis van de kerkelijke
positie hebben, schommelt naargelang de specifieke
onderwerpen tussen 22 en 33%. Telkens een derde
vermoedt echter dat deze mensen ‘een beetje afweten’
van de kerkelijke leer. Ook mensen die het niet goed
weten wat anderen denken hebben mogelijk deze
middelste categorie aangekruist. Doorgaans meer dan
een derde veronderstelt een goede tot zelfs grondige
kennis.
• Dit is in grotere mate het geval bij de kerkelijke
leer over contraceptie, echtscheiding en
homoseksualiteit dan bijvoorbeeld bij de
kerkelijke verdediging van het huwelijk als basis
voor seksualiteitsbeleving en gezinsopbouw. Dit
heeft allicht te maken met het gegeven dat deze
thema’s meer controversieel zijn en meer mediaaandacht krijgen en dat daarom verondersteld
wordt dat mensen hiervan goed op de hoogte
zijn.
Instemming met de kerkelijke leer
• Deze scores laten zien dat er over de
verschillende thema’s uiteenlopende
meningen bestaan, met andere woorden dat
de respondenten over het algemeen niet over
elk thema hetzelfde denken.
Instemming huwelijksleer
60
50
40
30
20
10
0
Helemaal oneens
Oneens
Ik weet het niet
zo goed
Eens
Helemaal eens
Huwelijk als basis voor seksualiteitsbeleving
Huwelijk als voorwaarde om van een gezin te kunnen spreken
Ongehuwd samenwonen
Contraceptie en gezinsplanning
Echtscheiding en hertrouw
Homoseksualiteit en homoseksuele relaties
Is er een verband tussen de gepercipieerde kennis van
de kerkelijke leer (bij zichzelf of bij anderen) en de
visie over de kerkelijke gezinsleer?
• Er zijn heel kleine significante correlaties. Deze
correlaties zijn echter veel kleiner dan andere
correlaties/samenhangen (bijvoorbeeld denken
over geloof algemeen)
• Hoe meer men verandering wenst, hoe meer
men vermoedt dat de andere enige kennis heeft
van de kerkelijke leer, of omgekeerd: hoe minder
verandering men wenst, hoe meer men denkt dat
anderen niet op de hoogte zijn.
Visie op kerkelijke leer in relatie tot
andere elementen
•
•
•
•
Relatie pkg schaal
Relatie leeftijd
Relatie met theologische opleiding
Relatie vrijwilliger/professional/priester of
religieus
• Ervaring eigen gezinssituatie
Is er een verband tussen geloofshouding
en visies omtrent gezin?
• Ja – het gaat hier zelfs om vrij hoge
correlaties.
• Richting: hoe meer men ‘letterlijk gelovig’
denkt, hoe meer men de kerkelijke gezinsleer
aanvaardt.
Samenhang ‘Traditionele familie- en
gezinsattitudeschaal’ en subschalen met Post-kritische
geloofsschaal en subschalen
Letterlijk
Geloof
0,663***
Letterlijk Symbolische
Ongeloof Attitude
-0,181*** -0,311***
Heteronormatieve
huwelijksvisie
0,588***
-0,162*** -0,245***
Afwijzing van relatie- en
seksualiteitsbeleving los
van het huwelijk
0,506***
-0,155*** -0,294***
Traditionele familie- en
gezinsattitude
0,676***
-0,188*** -0,318***
Verdediging van
huwelijkstrouw als kader
voor relatie- en
seksualiteitsbeleving
Verband tussen religieuze diensten
bijwonen en gezins- en geloofsdenken
• Hoe meer men religieuze diensten bijwoont, hoe
minder men (gemiddeld gezien) verandering op het
vlak van de kerkelijke gezinsleer wenst; hoe hoger men
gemiddeld scoort op de schaal rond ‘traditionele
familie en gezinsattitude’.
• Gemiddelde op letterlijk geloof ligt hoger naarmate
men meer naar de kerk gaat. Geen opvallende en
significante samenhangen tussen symbolisch denken
en kerkpraktijk. Met andere woorden: als iemand
symbolisch denkt, kan niet voorspeld worden of die
veel of weinig naar de kerk zou gaan.
Speelt de leeftijd een rol bij de visie op de
kerkelijke gezinsleer?
• Ja – er zijn significante verbanden (maar de
invloed is niet zo groot)
• Algemene richting van verband: hoe ouder,
hoe traditioneler
Speelt geslacht een rol in de visie op de
kerkelijke leer?
• Ja, op sommige vlakken.
• Mannelijke respondenten scoren gemiddeld
hoger qua ‘eigen kennis’ dan vrouwelijke
respondenten, en staan gemiddeld minder
afwijzend tegenover de kerkelijke leer over
huwelijk en gezin (subschalen van
‘Traditionele Familie- en Gezinsattitude’).
Speelt de theologische opleiding een rol
in de visie op de kerkelijke leer?
• Er is een zekere samenhang tussen sommige schalen en het
al dan niet genoten hebben van een theologische opleiding.
Algemeen: mensen met een theologische opleiding scoren
gemiddeld hoger i.v.m. eigen kennis van de kerkelijke
gezinsleer, symbolische attitude, letterlijk ongeloof en
veranderingswens (maar opgelet: beperkte verschillen).
• Mensen met een theologische opleiding scoren gemiddeld
lager wat betreft instemming met kerkelijke gezinsleer,
letterlijk geloof, de perceptie van de kennis die anderen
hebben over de kerkelijke leer, het vermoeden van de mate
dat anderen instemmen met de kerkelijke gezinsleer.
• De subschalen omtrent specifieke thema’s rond huwelijk en
gezin vertonen geen significante verbanden met de
theologische opleiding.
Speelt de positie als priester of religieuze /
(leken)professional / vrijwilliger een rol in de
visie op de kerkelijke leer?
• Ja: algemeen: priesters/religieuzen: meer
instemming/traditioneel denken over gezin
dan vrijwilligers, en deze weer meer dan
leken-pastores
Is er een samenhang tussen eigen
levenssituatie en visie op gezin?
• Ja, bij de groep die echtscheiding meemaakte, significant minder
instemming met kerkelijke gezinsleer, minder nadruk op
traditionele gezinsethiek (cf. ander onderzoek).
• De overgrote meerderheid van de (kerkelijk geëngageerde)
respondenten leeft zelf niet ongehuwd of in een
homoseksuele/lesbische relatie samen en is ook niet gescheiden en
hertrouwd. Het grootste deel leeft – zo niet celibatair of
alleenstaand – in een traditionele gezinsvorm. In het algemeen is de
grote mate van niet-instemming met de kerkelijke positie omtrent
deze onderwerpen, niet gemotiveerd vanuit een persoonlijke
ervaring in de huidige gezinssituatie (mogelijk wel: van eigen
ouders, familie of vrienden).
• Er zijn weliswaar beperkte statistisch significante verbanden te
vinden tussen eigen gezinssituatie (ervaring echtscheiding) en het
denken over de kerkelijke gezinsleer, maar deze samenhang
verklaart niet de grote mate van niet-instemming met de kerkelijke
gezinsleer.
Samenvatting: algemeen profiel van mensen die
kerkelijk gezinsleer accepteren (of met andere
woorden: welke elementen kunnen de kans op
‘acceptatie kerkelijke gezinsleer’ vergroten)
• Letterlijk geloofsdenken, veel naar de kerk
gaan, ouder dan 65 zijn, man zijn, geen
theologische opleiding genoten hebben
(beperkt!), priester of vrijwilliger zijn, niet
gescheiden zijn,…
Pastorale praktijken
Hoe ervaren onderstaande groepen volgens u (in het
algemeen) de manier waarop ze door pastores ter plaatse
behandeld worden?
• Drie groepen: Ongehuwd samenwonenden, gehuwden
van wie een of beiden voorheen burgerlijk gescheiden
waren, partners in lesbische en homoseksuele relaties.
• De respondenten geven in veel grotere mate voor de
mensen in lesbische en homoseksuele relaties aan dat
de meesten zich uitgesloten voelen uit de
gemeenschap.
Inschatting kerkelijke ervaring van
anderen
70
60
50
40
30
20
10
0
1
2
3
4
5
Partners die ongehuwd samenwonen
Gehuwden van wie een of beiden voordien burgerlijk gescheiden waren
Partners in lesbische of homoseksuele relaties
1: De meesten voelen zich
uitgesloten uit de
gemeenschap
2: De meesten voelen zich
noch verstaan noch
gewaardeerd in hun situatie en
morele keuzes
3: De meesten aanvaarden dat
de kerk hun situatie niet zo
maar kan goedkeuren
4: De meesten trekken zich
niets aan van de kerkelijke
houding
5: Ik weet dit niet
a. Hoe omschrijft u uzelf wanneer u keuzes maakt inzake pastorale begeleiding van mensen in hun
gezinssituatie? (meerdere antwoorden mogelijk)
N = 1853
1: Ik voel mezelf verplicht binnen de regels van de kerk te handelen = 53 (2,9%)
2: Ik voel mezelf geroepen om aan mensen het standpunt van de kerk toe te lichten =
301 (16,2%)
3: Ik voel mezelf geroepen om mensen in gesprek te ondersteunen om tot uitklaring
van hun waarden/normen te komen = 819 (44,2%)
4: Ik voel mezelf geroepen om mensen te stimuleren hun eigen geweten te volgen =
599 (32,3%)
5: Ik zal zoveel mogelijk proberen te luisteren naar de beleving van de mensen en zo
weinig mogelijk sturen = 490 (26,4%)
6: Niet van toepassing = 376 (20,3%)
7: Andere = 25 (1,3%)
Hoe omschrijft u de ideale houding van de kerk ten aanzien van
mensen die volgens de kerk leven in ‘irreguliere gezinssituaties’?
N = 1853
1: De kerk zou voor iedereen duidelijk moeten maken welke vorm van
seksualiteitsbeleving en welke vormen van samenleven volgens de kerkelijke
leer al dan niet ethisch aanvaardbaar zijn = 38 (2,1%)
2: De kerk zou deze mensen moeten welkom heten maar tegelijk duidelijk maken
dat hun gezinssituatie volgens de kerkelijke morele leer eigenlijk niet
wenselijk is = 249 (13,4%)
3: De kerk zou deze mensen moeten
welkom heten en hun keuze ook
positief ethisch evalueren = 1271 (68,6%)
4: De kerk zou deze mensen moeten
welkom heten en verder best
zwijgen over gezinsthema’s = 185 (10,0%)
5: Andere = 110 (5,9%)
5. Conclusie, discussie en
aanbevelingen
Reflecties over de steekproef
• Steekproef: vanuit praktische argumenten –
niet representatief voor ‘de katholiek’, allicht
wel voor kerkelijk betrokkenen
• Zekere bias: degenen die halverwege
afhaakten, staan lichtjes positiever tegenover
sommige aspecten van de kerkelijke leer.
• Vooral : verbanden en interne vergelijkingen
relevant
Reflectie over de vraagstelling
• In deze enquête bevraagd: thema’s rond huwelijk en gezin
die althans in de westerse kerken als het meest ‘heikel’
worden ervaren
• Daarnaast nog andere onderwerpen die ethisch en
pastoraal van betekenis zijn voor de verhouding tussen
geloof, kerk en gezin,
– aandacht voor man-vrouw verhoudingen en voor gelijkwaardig
partnerschap in het algemeen,
– zorg voor en opvoeding van kinderen in brede zin,
– geweldloosheid en gepast reageren op geweld in gezinnen,
– gemeenschapsvorming binnen gezinnen,
– relatie gezin-kerk en de plek van gezinnen in de kerk,
– aandacht voor onvervulde kinderwens,
– enz.
• Ook hiervoor is verdere aandacht nodig.
Conclusies
Resultaten onderzoek:
• Verandering vooral gewild op het domein van
• anticonceptie,
• gescheiden hertrouwden,
• homoseksuele relaties.
• Betekenis van huwelijk en huwelijkstrouw wordt niet in
dezelfde mate in vraag gesteld.
• Vraag naar verandering betreft vooral
• omgang met gescheiden hertrouwden,
• seksualiteitsbeleving bij homoseksuele partners,
• erkenning van niet-huwelijkse gezinsvormen.
1. Wordt de these bevestigd:
“Afkeur van de kerkelijke leer rond huwelijk en
gezin is in eerste instantie het gevolg van een
ontoereikende kennis van de leer”?
 Respondenten schatten in het algemeen de kennis van
de kerkelijke leer omtrent huwelijk en gezin zowel in
eigen zelfperceptie als ook bij derden vrij hoog in.
 Respondenten zijn in het algemeen vrij goed
theologisch geschoold en geven aan de kerkelijke leer
vrij goed te kennen. Toch staat een behoorlijk grote
groep kritisch tegenover heel wat aspecten van de
kerkelijke gezinsleer.
 Veronderstelling dat deze leer te weinig bekend is en
daarom ook vaak miskend en ongegrond afgewezen
wordt, wordt niet bevestigd.
2. Wordt de these bevestigd:
“Instemming met de kerkelijke leer rond
huwelijk en gezin neemt af over de loop der tijd
en in het bijzonder bij de jongere generaties”?
“The Church’s official teaching still have a good level of
support amongst over-60s, plus that of a minority of
churchgoers including some younger people. Taking into
account the age trend, support for Catholic teaching is
declining rapidly.” (Woodhead, 2013)
Resultaten in verband met de rol van de
leeftijd (oudere groep meer op de hoogte,
minder veranderingsgezind) beantwoorden
gedeeltelijk aan verwachtingen. De theorie:
‘hoe ouder hoe traditioneler’ lijkt hierdoor
bevestigd te worden.
Maar relatief weinig verschillen tussen de
leeftijdscategorieën bij de scores op de
verschillend sub-schalen: alle leeftijdsgroepen
willen globaal gezien verandering!
 Andere hypothese:
 65 plussers = generatie van Vaticanum II en Humanae vitae →
hogere verwachtingen m.b.t. verandering
 jongere generaties maken bewuste keuze → meer behoudsgezind
wordt niet geverifieerd – hoewel er mogelijk zowel bij de
jongeren als in de ouderengroep wel deelgroepen te
onderscheiden zijn voor wie dit klopt (zeker als men de gehele
populatie en niet enkel de steekproef voor ogen neemt).
Mogelijk hebben degenen die na HV ontgoocheld waren,
uiteindelijk hun kerkelijk engagement opgegeven?
 Anderzijds: jongere generaties blijven in ons onderzoek
ondervertegenwoordigd.
Mogelijk toont dit dat ze minder kerkelijk geëngageerd zijn?
 Globaal genomen kunnen we zeggen dat de huidige en
toekomstige generaties die de kerk dragen, het nog
moeilijker hebben met de kerkelijke gezinsleer dan vroegere
generaties.
3: Wordt de these bevestigd:
“Katholieken en kerkelijk geëngageerde mensen
denken zeer klassiek over huwelijk en gezin en
volgen de kerkelijke leer terzake”?
“Zowel het praktiseren als het behoren tot een bepaalde religieuze
denominatie hangt in belangrijke mate samen met een veroordeling van
relatievormen die afwijken van het klassieke patroon van een getrouwd,
heteroseksueel koppel met kinderen. Dit klassieke relatiemodel werd (en
wordt) door diverse religies als het normatieve model naar voren geschoven.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat die respondenten die in sterke mate
kerkelijk zijn, nog steeds vasthangen aan dit ideaal.” (Abts, Dobelaere & Voyé,
2011, 65)
 (Ander) onderzoek toont aan dat een sterke mate van geloof
en kerkelijke praktijk samenhangt met een eerder klassieke
visie op huwelijk en gezin. Ons onderzoek doorbreekt echter
het beeld van een homogene groep van geëngageerde en
kerkgetrouwe katholieken en geeft een genuanceerd beeld
van de Vlaamse kerk.
 De kerkelijke leerstellingen rond huwelijk en seksualiteit
worden naast de kerkelijke leiding door een zeer beperkte
groep van pastoraal geëngageerden onderschreven. Een grote
groep anderen noemt zichzelf uitdrukkelijk ‘katholiek’ en is
kerkelijk betrokken, maar is het slechts in beperkte mate eens
met de leer rond huwelijk en gezin.
 Verschillen tussen instemming en afwijzing hangen niet alleen
samen met het gelovig zijn of niet gelovig zijn, maar wel met de
manier waarop men gelooft (eerder ‘letterlijk’, gelovend in één
absolute waarheid of meer symbolisch, bewust van de contextbepaaldheid van geloofsuitspraken).
 Bij priesters is er meer instemming met de kerkelijke leer dan bij
vrijwilligers en bij lekenpastores/godsdienstleerkrachten, maar ook
daar wijzen de resultaten in het algemeen op relatief weinig
instemming met de kerkelijke leer over het gezin.
 Gelovig en geëngageerd zijn in de katholieke kerk wil niet
noodzakelijk zeggen: het eens zijn met alle items rond huwelijk en
seksualiteit die door de officiële kerk worden voorgesteld. We
krijgen een duidelijk beeld van een kerk en van kerkelijk betrokken
mensen die zeer gelovig en geëngageerd zijn maar toch kritisch
staan tegenover het merendeel van de bevraagde elementen van
de kerkelijke leer over het gezin. Indien er sprake kan zijn van een
scheidingslijn tussen diegenen die vasthouden aan de kerkelijke leer
en anderen die er niet mee instemmen, dan verloopt die lijn niet
tussen kerkgetrouwen en randkerkelijken maar doorheen de groep
van geëngageerde gelovigen.
4. Wordt de these bevestigd:
“Er zijn op dit moment twee groepen katholieken: een
kleine minderheid die vasthoudt aan de kerkelijke leer
en een meerderheid die katholiek-zijn op een nieuwe
manier invullen”?
“Overall then, British Catholics have moved further from a
Vatican-approved model of a faithful Catholic with every
generation. This does not mean that they have become secular,
atheistic, or even non-Catholic – it means that they have become
Catholics in a different way.” (Woodhead, 2013)
 Uit ons onderzoek blijkt dat respondenten die het
niet eens zijn met de kerkelijke leer over
specifieke onderwerpen, niet noodzakelijk de leer
in het geheel verwerpen:
Degenen die zich ‘katholiek’ noemen (= grootste groep
van de respondenten, 1296 personen) scoren gemiddeld
hoger dan degenen die zich ‘christen maar niet
katholiek’ (358) of ‘spiritueel’ (83) noemen als het gaat
over algemene instemming met de kerkelijke leer over
de waarde van huwelijkstrouw (‘Het huwelijk is een
band voor het leven die nooit verbroken mag worden’)
en over het belang van een heteroseksueel huwelijk
(bijvoorbeeld: ‘Het huwelijk is van nature uit een
verbintenis tussen man en vrouw- niet tussen mensen
van hetzelfde geslacht’).
 Respondenten stellen makkelijker dat ze ‘verandering
willen in de kerkelijke leer’, dan dat ze aangeven ‘het
niet eens te zijn’. Mogelijk is ‘verandering’ een term die
wijst op iets in de leer of in de manier waarop de kerk
met de leer omgaat waarvan men vindt dat het moet
veranderd worden, terwijl ‘het eens zijn’ of het ‘oneens
zijn’ juist eerder op het geheel van de leer over de
thematiek kan wijzen. Aangeven dat verandering
wenselijk is, wil daarom niet altijd zeggen dat alles
moet veranderen.
 Een vrij grote groep van katholieken heeft het klassieke
model van huwelijk en gezin niet volledig opgegeven
en vraagt toch tegelijk meer tolerantie voor
leefvormen die van het ideaal afwijken.
5. Wordt de these bevestigd?
“In de samenleving heersen zeer liberale ideeën
over gezin. Kerkelijk geëngageerde/
geprofileerde katholieken denken anders en
kunnen/moeten een ‘tegendiscours’ bieden”?
 Kerkelijk geëngageerden vormen een intern diverse
groep: vrij grote groep lijkt aan te sluiten bij ‘liberalere’
opvattingen die in de samenleving gangbaar zijn terwijl
kleine groep sterk gefocust is op kerkelijke gezinsleer
en traditioneel gezinsmodel.
 Wanneer we de resultaten van dit onderzoek
vergelijken met de resultaten van sociologisch
onderzoek over Scheiding in Vlaanderen, dan merken
we dat zowel binnen de algemene groep (sociologisch
onderzoek) als binnen de specifiek kerkbetrokken
groep behoorlijk wat diversiteit merkbaar is omtrent
thema’s als huwelijk en echtscheiding:
Voorbeeld echtscheiding:
Stelling ‘Uit elkaar gaan is de beste oplossing in geval van een
ongelukkige relatie, ook als er kinderen zijn’ werd voorgelegd
in onze bevraging (aan kerkelijk geëngageerden) en in het
kader van een onderzoek rond SIV aan een grote diverse
groep volwassenen in Vlaanderen:
• In onze bevraging gaf 21,4% aan het oneens/helemaal
oneens te zijn met de stelling, in SIV was dat maar 11,1%.
• In onze bevraging gaf 42,9% aan het eens/helemaal eens te
zijn met de stelling, in SIV was dat 72,5%.
 Deze cijfers geven enerzijds aan dat de groep kerkelijk
geëngageerden over het algemeen toch meer afwijzend
staat ten aanzien van echtscheiding dan een doorsnee
groep Vlamingen. Anderzijds laat de groep ook zien dat de
kerkelijk geëngageerden ook onderling verdeeld zijn.
 We merken ook op dat in het SIV onderzoek 27,5%
toch niet zonder meer zegt dat echtscheiding oké is.
Dat wil zeggen dat ook in de brede samenleving een
zekere diversiteit heerst.
 Huwelijkstrouw en het zoeken naar alternatieven voor
echtscheiding in het geval van relatieproblemen, lijkt
voor velen die zich actief inzetten in de kerk wel
belangrijk (hier bevraagd: “in het geval dat er kinderen
zijn”). Tegelijk is een positieve houding ten aanzien van
echtgescheidenen en hertrouwde mensen wenselijk
volgens de grootste groep van de bevraagden.
Aanbevelingen
• Mogelijke handelingsopties:
1) Kerkelijke leer blijft ongewijzigd – ‘veld’ moet zich
aanpassen/conformeren aan leer
2) Kerkelijke leer wijzigen om kloof met ‘veld’ te
verminderen
3) Spanning tussen leer en praktijk uithouden;
mogelijkheden verkennen om verhouding tussen
morele waarden/normen en beleving/pastorale
noden te herijken
Aanbevelingen:
Wat kan/moet er gebeuren?
• Bevindingen (niet-instemming, wens naar
verandering) au serieux nemen
• Rekening houden met de mogelijkheid dat
afwijking van de leer niet per se indicatie is van
distantiëring van het geloof en van centrale
morele waarden
• Erkenning geven aan bestaande pastorale
praktijken en houdingen die nabijheid bij mensen
centraal stellen (vanuit elementen in kerkelijke
gezinsleer die daarop reeds wijzen)

similar documents