delier - Frans Koster

Report
DELIER
OPBOUW PRESENTATIE

Quiz en antwoorden

Wat is een delier?

voorbeeld

Voortekenen van een delier

Soorten delier

Symptomen van een delier

Wat moedigt een delier aan

Oorzaken van een delier

Hoe herken je een delier?

Gevolgen van een delier

Tips om met delier om te gaan

Een delier. En nu?

Specifieke aandachtspunten

Vragen
Nursing heeft een quiz gemaakt om je kennis
van een delier te testen.
Er volgen 8 meerkeuzevragen.
QUIZ

1. Bij een klassiek geval van delier is de cliënt:
A. Continu onrustig
B. 's Ochtends onrustiger dan 's avonds
C. 's Avonds onrustiger dan 's ochtends

2. Als je cliënt een delier heeft...
A. is het goed als hij/zij zoveel mogelijk bezoek ontvangt
B. Kun je het beste maximaal twee bezoekers per keer laten komen
C. Kun je de prikkels het best verminderen door geen bezoek toe te
laten

3. Het bezoek van de delirante cliënt kan het best...
A. bij de deur gaan zitten.
B. om de cliënt heen gaan zitten.
C. aan één kan het van het bed van de cliënt gaan zitten

4. Wat is het grootste verschil tussen een delier en dementie?
A. Een delier ontstaat plotseling, terwijl dementie zich langzaam
ontwikkelt
B. Er zijn geen verschillen
C. Bij een delier gaat de cliënt klappertanden, bij dementie niet

5. Wat is niet waar?
A. Hoe ouder de cliënt, des te groter de kans op een delier
B. Een delier kan vanzelf overgaan
C. Als iemand een delier heeft gehad, is de kans groter op nóg een
delier

6. Wat is het grootste verschil tussen een stil delier en een
depressie?
A. Bij een depressie staart de cliënt voor zich uit, bij een delier naar
de grond
B. Bij een depressie heeft de cliënt geen zin meer om te leven, bij
een delier wel
C. Bij een depressie zit de cliënt het liefst binnen, bij een delier wil
hij/zij naar buiten

7. Hoe kun je het beste reageren als een delirante cliënt
hallucineert?
A. Begrip tonen, maar wel zeggen dat jij die dingen niet ziet
B. De cliënt duidelijk maken dat de hallucinaties niet echt zijn, zodat
hij meer in het heden leeft
C. Het laten begaan

8. Kan de cliënt doodgaan door een delier?
A. Alleen in de meest ernstige gevallen
B. Nee, maar wel aan de onderliggende lichamelijke oorzaak van
het delier
C. Dat komt inderdaad regelmatig voor
WAT IS EEN DELIER?

Een plotseling optredende, ernstige verwardheid.

Of, completer geformuleerd:

Een acuut, in de loop van een etmaal in ernst variërende
psychische stoornis t.g.v. een lichamelijke aandoening, intoxicatie of
onthouding van middelen die de stofwisseling van de hersenen
ernstig ontregelen.
VOORBEELD

Meneer Dijkstra is 71 jaar. Hij heeft een kophalsprothese door een
heupfractuur. Hij heeft leefregels. Hij heeft een catheter omdat
hij pijn heeft en daardoor slecht mobiliseert.
Hij slaapt de hele nacht niet, ligt in een vreemd bed en is
rusteloos.
Om 5 uur ’s morgens is hij er zat van. Hij wil eruit, want hij wil weer
jagen wat hij altijd heeft gedaan. Hij ziet vanuit het raam ganzen
lopen. Zonder bril (ligt op een vreemde kast) stapt hij uit bed en
valt.
VOORTEKENEN VAN EEN DELIER

Wat zie je vaak voordat een delier begint?

Verstoord waak/slaapritme

Rusteloosheid

Nachtmerrie

Lichte desoriëntatie

Volgens onderzoek: 10%-30% van zkh-patiënten krijgt een delier.

Rapport IvG: in 2005 40.000 tot 60.000 in het zkh. Maar er worden
geen cijfers bijgehouden. Mede omdat de stille vorm gemakkelijk te
missen is. (bron: IvG)
SOORTEN DELIER

2 soorten delier:

Apathisch/stil (hypoactief)

Onrustig (hyperactief)

Delier kan snel ontstaan: zelfs binnen enkele uren

Vraag voor jezelf: zou jij een stil delier herkennen?
WAT MOEDIGT EEN DELIER AAN?

Welke factoren moedigen een delier aan?

Cognitieve stoornis en dementie

Slaapproblemen

Slecht zien en horen

Verwaarloosde gezondheid

Stress (bv door opname)

Eerder delier
OORZAKEN VAN EEN DELIER
HOE HERKEN JE EEN DELIER?
GEVOLGEN VAN EEN DELIER

25% overlijdt een maand na delier. Grotendeels door
onderliggende oorzaak. Dit zijn gegevens van een zkh.

60% overlijdt na 4 jaar.

Kans op dementie is na delier 12,5 keer zo groot dan wanneer je
geen delier doormaakt.
KAN JE VERWARDHEID VERMINDEREN?

Spreek rustig en in korte zinnen.

Zeg wie je bent en wat je komt doen als je de kamer binnenkomt.
Herhaal dit indien nodig.

Noem de dag en de plaats, en vertel de cliënt waarom hij daar is.

Bezoek is erg belangrijk, maar veel personen tegelijk of een lange
bezoektijd in één keer is voor de cliënt vermoeiend en verwarrend.

Het bezoek hoeft niet steeds te praten, hun aanwezigheid is vaak al
genoeg.

Laat de familie enkele vertrouwde zaken meenemen, zoals een foto,
een klok of een kalender.
KAN JE VERWARDHEID VERMINDEREN?

Let erop dat de cliënt zo nodig zijn bril of gehoorapparaat draagt.

Maak het delier bespreekbaar. Sommige cliënten weten wat ze doen
en schamen zich er achteraf voor.

Zorg voor goede verlichting, open overdag de gordijnen, zorg 's
nachts voor een bedlampje of sluimerverlichting.

Ga niet mee in hallucinaties of waanideeën. Probeer deze niet tegen
te spreken, maar maak duidelijk dat jouw waarneming anders is.

Praat over bestaande personen en echte gebeurtenissen.

Realiseer je dat iemand met een delier ziek is en zich niet anders kan
gedragen dan hij doet, al lijkt het soms alsof de cliënt niet zijn best
doet.
EEN DELIER. EN NU?

Samenwerken:

Signaleren = arts inschakelen

Duidelijk observeren en rapporteren. Wees in je rapportage
concreet en beschrijf feiten: deze kan je collega meten en
doorgaan met observeren.

Overleg met huiskamerassistent: hoe is het voedingspatroon en
aanwezigheid in de huiskamer?

Familie: onmiddellijk inlichten na diagnose, maar bij symptomen
meteen informeren. Zo voorkom je onbegrip en kan je afspraken
maken. Plus: wat kan de familie doen?
EEN DELIER. EN NU? INTERVENTIES

Meest voorkomende beroepsmatige interventies:

DOS-score gedurende een aantal dagen. DOS staat voor Delirium
Obervatie Screening. 3 maal per dag wordt met punten de
bewustzijnstoestand van de patiënt gemeten. Het resultaat is een
waarschijnlijk delier.

Evt. oorzaak opsporen: UWI? Meten! Mogelijk uitdroging? Diabeet?
Retentie? Maar bij dit alles: meestal eerst overleggen met SOG.

Medicatie, zoals haldol. Uiteraard pas na voorschrift.

Veiligheid creëren: bedhekken?, matrassen, bewegingsmelders,
nachtcontroles.

Belangrijkste? Meeleven/invoelen! (Pte gilt, wil niet in bed. Bed blijkt
voor haar een graf voor te stellen!)
WAAR LET JE SPECIFIEK OP?

Patiënten met een delier hebben een groot zelfzorgtekort. Let
dus op:

Decubitus, helemaal bij een stil delier

Voedingspatroon

Waak- en slaapritme

Valgevaar. Pas eventueel een bewegingsmelder toe

Wassen en kleden in principe overnemen
VRAGEN?
EINDE

similar documents