seneca hfdst 6 ad helviam matrem de consolatione 2

Report
6. Ad matrem Helviam de
consolatione X, 1-11
(deel 2 – p. 54-55)
Ken je grenzen
Libet dicere: ‘Quid deducitis naves? Quid manus
et adversus feras et adversus homines armatis?
33 libet = libet mihi (ik zou willen …)
quid = 1. wat?
2. waarom?
Let op de opbouw van het 2e deel: et … et geeft 2 bepalingen
aan bij armatis (én … én, zowel … als)
adversus = voorzetsel
+ acc ( tegen)
Ken je grenzen
Libet dicere: ‘Quid deducitis naves? Quid manus
et adversus feras et adversus homines armatis?
Ik wil graag zeggen: ‘Waarom laten jullie schepen uitvaren?
Waarom bewapenen jullie je handen én tegen wilde dieren
én tegen mensen?
33-34 deducitis naves / manus armatis  om beesten te vangen
om te eten
Stijlfiguren in deze zin: …
retorische vraag (2x)
anafora / repetitio: quid, et
34 adversus homines – Seneca doelt op de
militaire expedities van de Romeinen om
nog niet veroverde landen te veroveren.
Quid tanto tumultu discurritis? Quid opes opibus
adgeritis?
Waarom rennen jullie met zo grote onrust alle kanten uit?
Waarom stapelen jullie schatten op schatten?
34-35
Stijlfiguren: ….?
Alliteratie: tanto tumultu
Anafora / repetitio: opes opibus
Retorische vragen: 2x
Let op: opus, opera = werk
ops, opes = (ev) macht, hulp
(mv) hulpmiddelen, rijkdom, bezit
Non vultis cogitare, quam parva vobis corpora sint?
Willen jullie niet bedenken hoe klein jullie lichamen zijn?
35 vultis – 2e mv van velle!
non vultis cogitare – vriendelijke uitdrukking ipv een imperativus
( bedenk toch)
Verklaar de coniunctivus (sint)
afh. vraag
Welke naamval is vobis en waarom?
dat. possessivus (bezit)
Nonne furor et ultimus mentium error est, cum tam exiguum
capias, cupere multum?
Is het geen waanzin en het toppunt van verdwazing (om)
wanneer je zo weinig kunt bevatten, veel te begeren?
35-36 Wat voor antwoord wil Seneca op deze vraag hebben?
Ja  nonne
Stijlfiguur:
chiasme: exiguum capias, cupere multum
acc ww
ww
acc
Licet itaque augeatis census, promoveatis fines,
numquam tamen corpora vestra laxabitis.
Dus ook al vergroten jullie je vermogen, breiden je gebied,
uit, jullie zullen toch nooit jullie lichamen ruimer maken.
-
Cum bene cesserit negotiatio, multum militia rettulerit,
cum indagati undique cibi coierint, non habebitis,
ubi istos apparatus vestros conlocetis.’
38-40 Let op de opbouw van de zin:
- eerst 3x bijzin met cum
- dan hoofdzin
- vul bij habebitis als lijd vw locum aan (locum, ubi…)
Welke vormen kunnen cesserit, rettulerit en coierint zijn en wat
betekent cum dan?
1. fut. ex  cum = wanneer
2. coni perf  cum = hoewel
40 conlocetis – coni. praes van conlocare  finalis!
Cum bene cesserit negotiatio, multum militia rettulerit,
cum indagati undique cibi coierint, non habebitis,
ubi istos apparatus vestros conlocetis.’
Hoewel (Wanneer) de handel goed is gegaan, de veldtocht
veel heeft terug(op)gebracht, hoewel (wanneer) de overal
opgespoorde etenswaren bij jullie zijn samengekomen,
zullen jullie geen ruimte hebben om die grote weelde van
jullie te plaatsen.
Welke keuze voor cum lijkt het meest logisch?
cum = hoewel (net als in de vorige zin, waar ook een
tegenstelling werd gemaakt)
Het voorbeeld van onze voorouders
Quid tam multa conquiritis?
Waarom zoeken jullie zoveel bij elkaar?
Scilicet maiores nostri,
quorum virtus etiamnunc vitia nostra sustentat, infelices erant,
qui sibi manu sua parabant cibum,
quibus terra cubile erat,
quorum tecta nondum auro fulgebant,
quorum templa nondum gemmis nitebant;
41-44 Let op de zinsbouw! Bij maiores nostri horen 5
relatieve bijzinnen.
Een Romein houdt de
afbeeldingen van zijn
voorvaderen vast
Scilicet maiores nostri,
quorum virtus etiamnunc vitia nostra sustentat, infelices erant,
qui sibi manu sua parabant cibum,
quibus terra cubile erat,
quorum tecta nondum auro fulgebant,
quorum templa nondum gemmis nitebant;
Natuurlijk waren onze voorouders ongelukkig,
van wie de deugd ook nu nog een steun is voor onze fouten,
die voor zichzelf met hun eigen hand voedsel bereidden,
voor wie de aarde een bed was,
van wie de huizen nog niet schitterden door goud,
van wie de tempels nog niet fonkelden van de edelstenen;
Wat is de toon van deze zin(nen)?
Ironisch  ze waren helemaal niet ongelukkig! (ook al
leefden ze sober; of misschien: omdat ze sober leefden)
itaque tunc per fictiles deos religiose iurabatur:
qui illos invocaverant, ad hostem morituri, ne fallerent,
redibant.
45 religiose – welke vorm?
bijwoord van relisiosus (zegt dus iets van
iurabatur)
qui – relativum zonder antecedent (degenen, die..)
illos – waarnaar verwijst dit?
fictiles deos
morituri – welke vorm?
ptc futurum  geeft een doel / plan / lot aan:
om te …, van plan om …,
gedoemd te …
itaque tunc per fictiles deos religiose iurabatur:
qui illos invocaverant, ad hostem morituri, ne fallerent,
redibant.
dus toen werd bij goden van aardewerk vroom gezworen:
zij die hen hadden aangeroepen, keerden van plan om
te sterven terug naar de vijand om hun eed niet te breken.
44 fictiles deos – tot de 2e eeuw v. Chr maakten
de Romeinen godenbeelden van (hout of)
terracotta, die dan beschilderd werden
Van welke van de in de vorige zin genoemde
dingen is dit een voorbeeld?
virtus
Marcus Atilius Regulus
Werd in 1e Punische oorlog krijgsgevangen genomen, maar
vrijgelaten om in Rome over een vredesverdrag te onderhandelen. Hij pleitte tegen dit verdrag, keerde toen terug
naar Carthago en stierf daar de marteldood.
Seneca veralgemeniseert hier, alsof alle Romeinen dat
vroeger deden.
Scilicet minus beate vivebat dictator noster, qui
Samnitium legatos audivit, cum vilissimum cibum in
foco ipse manu sua versaret
Natuurlijk leefde onze dictator minder gelukkig, die de
gezanten van de Samnieten (aan)hoorde, toen hij het
goedkoopste voedsel op het vuur zelf eigenhandig
roerde (stond te roeren)
46 Scilicet – geeft aan, dat het ironisch bedoeld is.
beate – bijwoord van beatus
47 versaret – waar komt de vertaling ‘stond te roeren’ van de
uitgever vandaan?
impf geeft iets aan, dat lang duurt
dictator noster = Manius Curius Dentatus

Manius Curius Dentatus
Stond bekend als een sober levend en onomkoopbare
generaal. Het verhaal luidde, dat de gezanten van de
Samnieten (= vijanden van de Romeinen) hem
met goud wilden omkopen, maar dat hij een potje rapen
aan het koken was en daar gewoon mee door ging.
— illa, qua iam saepe hostem percusserat laureamque
in Capitolini Iovis gremio reposuerat —
- met die hand waarmee hij al dikwijls de vijand had
verpletterd en de laurierkrans op de schoot van Jupiter
Capitolinus had gelegd 47 illa – abl ( illa manu, manus is vrouwelijk!)
qua – abl.
47-48 lauream reposuerat – wat zou daarmee bedoeld worden?
Dit was altijd het ceremoniële einde
van een triomftocht. De veldheer
eindigde de tocht op het Capitool,
waar hij zijn lauwerkrans (=teken
van overwinning) aan Jupiter wijdde.
quam Apicius nostra memoria vixit,
qui in ea urbe,
ex qua aliquando philosophi velut corruptores
iuventutis abire iussi sunt,
scientiam popinae professus disciplina sua saeculum infecit.
48 quam – hoort nog bij (46) minus
minus … quam = minder … dan
Let op de zinsopbouw:
qui – verwijst naar Apicius
ex qua verwijst naar urbe
quam Apicius nostra memoria vixit,
qui in ea urbe,
ex qua aliquando philosophi velut corruptores
iuventutis abire iussi sunt,
scientiam popinae professus disciplina sua saeculum infecit.
(minder gelukkig) dan Apicius in onze dagen leefde,
die in die stad,
waaruit eens filosofen als bedervers van de
jeugd het bevel kregen weg te gaan,
de wetenschap van het eethuis docerend, met zijn onderwijs
onze generatie bedierf.
49 ea urbe = Rome (in 161 v. Chr. zijn filosofen verbannen uit Rome)
Apicius – beroemde smulpaap; schreef ook een boek (De Arte
Coquinaria)
Het einde van Apicius
Cuius exitum nosse operae pretium est.
Zijn dood te kennen is de moeite waard.
52 cuius – rel aansluiting  van hem, zijn
Cum sestertium milliens in culinam coniecisset,
cum tot congiaria principum et ingens Capitolii vectigal
singulis comisationibus exsorpsisset,
aere alieno oppressus
rationes suas tunc primum coactus inspexit:
51-55 Let op de zinsbouw:
– 2x bijzin met cum + coni pqpf
– 2x ppp
– dan pas hoofdww.
53 Welke naamval is:
principum
vectigal
Capitolii
comisationibus
Cum sestertium milliens in culinam coniecisset,
cum tot congiaria principum et ingens Capitolii vectigal
singulis comisationibus exsorpsisset,
aere alieno oppressus
rationes suas tunc primum coactus inspexit:
51-55 Let op de zinsbouw:
– 2x bijzin met cum + coni pqpf
– 2x ppp
– dan pas hoofdww.
53 Welke naamval is:
principum
gen mv
vectigal
acc ev
Capitolii
gen ev
comisationibus
abl mv
Cum sestertium milliens in culinam coniecisset,
cum tot congiaria principum et ingens Capitolii vectigal
singulis comisationibus exsorpsisset,
aere alieno oppressus
rationes suas tunc primum coactus inspexit:
Toen hij 100 miljoen sestertiën aan zijn keuken had
besteed, toen hij zoveel schenkingen van keizers en
de enorme belastingopbrengst van het Capitool had
verkwist met de een na de andere orgieën,
onderdrukt door/onder de druk van zijn schuldenlast
bekeek hij toen voor het eerst gedwongen zijn
kasboek:
superfuturum sibi sestertium centiens computavit et
velut in ultima fame victurus, si in sestertio centiens
vixisset, veneno vitam finivit.
55 superfuturum = superfuturum esse. Welke vorm?
inf fut A van super-esse
Is deel van AcI. Wat is de Acc.?
superfuturum sibi sestertium centiens computavit et
velut in ultima fame victurus, si in sestertio centiens
vixisset, veneno vitam finivit.
55 superfuturum = superfuturum esse. Welke vorm?
inf fut A van super-esse
Is deel van AcI. Wat is de Acc.?
sestertium centiens
56 victurus – welke vorm?
ptc fut van vivere - leven
(geeft iets in de toekomst aan; vaak een doel /
plan / lotsbestemming )
superfuturum sibi sestertium centiens computavit et
velut in ultima fame victurus, si in sestertio centiens
vixisset, veneno vitam finivit.
hij berekende dat er voor hem 10 miljoen sestertiën over
zou zijn en alsof hij op het punt stond in uiterste honger te
leven als hij in/met 10 miljoen sestertiën zou hebben/had
geleefd, maakte hij met vergif een eind aan zijn leven!
De dood van Socrates. Ook hij
stierf door het drinken van de
gifbeker (maar gedwongen)
Quanta luxuria erat, cui centiens sestertium egestas fuit!
Hoe groot was de weeldezucht voor wie 10 miljoen
sestertiën armoede was (betekende)!
De wijze les
I nunc et puta pecuniae modum ad rem pertinere, non animi.
58 i / puta – welke vormen?
gebiedende wijs van i-re en puta-re
Welke constructie volgt op puta?
De wijze les
I nunc et puta pecuniae modum ad rem pertinere, non animi.
58 i / puta – welke vormen?
gebiedende wijs van i-re en puta-re
Welke constructie volgt op puta?
AcI (modum … pertinere)
De wijze les
I nunc et puta pecuniae modum ad rem pertinere, non animi.
Ga nu en denk maar dat de mate/hoeveelheid (van) geld
van belang is, niet (de mate van) je mentaliteit.
Wat is de toon van deze zin?
ironisch
Sestertium centiens aliquis extimuit et quod alii voto petunt,
veneno fugit.
Iemand werd erg bang voor 10 miljoen sestertiën en wat
anderen met hun gebed nastreven, ontvluchtte hij met
vergif.
aliquis – Seneca doelt natuurlijk op Apicius
Illi vero tam pravae mentis homini ultima potio saluberrima fuit:
59 illi – welk naamval en waarmee congrueert het?
Illi vero tam pravae mentis homini ultima potio saluberrima fuit:
59 illi – welk naamval en waarmee congrueert het?
dat. ev; congr met homini
pravae mentis – gen. qualitatis
Illi vero tam pravae mentis homini ultima potio saluberrima fuit:
Voor die man echter met zo’n verdorven geest was zijn
allerlaatste drank het meest heilzaam:
60 ultima potio – wat wordt hiermee bedoeld?
Het drinken van het gif.
tunc venena edebat bibebatque,
cum inmensis epulis non delectaretur tantum, sed gloriaretur,
cum vitia sua ostentaret,
cum civitatem in luxuriam suam converteret,
cum iuventutem ad imitationem sui sollicitaret
etiam sine malis exemplis per se docilem.
toen at en dronk hij vergif,
toen hij niet alleen in zijn onmetelijke maaltijden
genoegen schepte, maar zich er ook op beroemde,
toen hij pronkte met zijn fouten,
toen hij de aandacht van de burgerij vestigde op zijn
weeldezucht,
toen hij de jeugd tot het nabootsen van hem verleidde,
(de jeugd die) ook zonder slechte voorbeelden op zich
ontvankelijk (is).
tunc venena edebat bibebatque,
cum inmensis epulis non delectaretur tantum, sed gloriaretur,
cum vitia sua ostentaret,
cum civitatem in luxuriam suam converteret,
cum iuventutem ad imitationem sui sollicitaret
etiam sine malis exemplis per se docilem.
60 tunc – nl. tijdens zijn leven
venena edebat / bibebat – niet letterlijk bedoeld;
- Apicius handelde niet volgens de ratio: hij at en dronk
zoveel (impf  lange duur / herhaling!)
- dat hij daardoor uiteindelijke zijn eigen dood veroorzaakte:
hij kon nl. niet meer leven met ‘te weinig’ geld (naar zijn
mening)
- ook suggereert Seneca door venenum, dat hij anderen met
deze ‘ziekte’ besmette.
64 docilem – congrueert met iuventutem
Haec accidunt divitias non ad rationem revocantibus,
cuius certi fines sunt, sed ad vitiosam consuetudinem,
cuius inmensum et incomprensibile arbitrium est.
64 haec – onz mv  deze dingen, dit
revocantibus – gesubstantiveerd ppa
cuius – Welke naamval, getal, geslacht?
Waar verwijst het dus
naar?
Haec accidunt divitias non ad rationem revocantibus,
cuius certi fines sunt, sed ad vitiosam consuetudinem,
cuius inmensum et incomprensibile arbitrium est.
64 haec – onz mv  deze dingen, dit
revocantibus – gesubstantiveerd ppa
cuius – Welke naamval, getal, geslacht?
Waar verwijst het dus naar?
- gen ev M/V/O (hier V)
- verwijst naar ratio (het enige woord ervoor dat ook ev is)
65 De tweede cuius verwijst naar consuetudinem
incomprensibile – welke vorm?
onzijdig van incomprensibilis (rijtje fortis)
Haec accidunt divitias non ad rationem revocantibus,
cuius certi fines sunt, sed ad vitiosam consuetudinem,
cuius inmensum et incomprensibile arbitrium est.
Deze dingen gebeuren met hen die hun rijkdom niet
afmeten naar de ratio, waarvan de grenzen vastomlijnd
zijn, maar naar een verdorven levenswijze, waarvan het
oordeel onmetelijk en onbeperkt is.
64 ad ratio revocare – afmeten naar de ratio: dwz met verstand
kijken, welke rol de rijkdom in je leven moet spelen.
En vooral niet: ervan afhankelijk zijn, want rijkdom hoort
bij de indifferentia.
Cupiditati nihil satis est, naturae satis est etiam parum.
Voor de begeerte is niets genoeg, voor de natuur is ook
heel weinig genoeg.
66 Sententia (korte, kernachtig spreuk)
Cupiditati – metonymia (abstractum pro concreto):
begeerte staat hier voor iem., die veel begeert
naturae – hier vooral ook in Stoische zin (secundum naturam
vivere). Je moet leven, zoals de ratio het heeft bedoeld,
in overeenstemming met je natura. En het is niet je natuur
om je vol te proppen.
Nullum ergo paupertas exulis incommodum habet;
De armoede van een balling heeft dus geen enkel nadeel;
nullum enim tam inops exilium est, quod non alendo homini
abunde fertile sit.
67 nullum congr. met exilium
68 alendo – welke vorm?
gerundium in abl.
abunde – welke vorm?
bijwoord van abundus
fertile – welke vorm?
onz ev van fertilis
nullum enim tam inops exilium est, quod non alendo homini
abunde fertile sit.
want geen enkel ballingsoord is zo arm dat het niet
buitensporig vruchtbaar is om een mens te voeden.
68 Verklaar de coni. sit
tam … quod = zodanig … dat: geeft een gevolg aan
(consecutivus)
Filosofische gedachten in deze tekst:
• Niet alleen bedoeld voor zijn moeder
• Natuurlijk ook gericht aan de mens in
het algemeen / aan de lezer
• Algemene boodschap: het ware geluk zit in jezelf, is
niet afhankelijk van levensomstandigheden
• Seneca vertelt over de verschillende indifferentia:
– de plaats waar je bent
– hoeveelheid rijkdom
en meer specifiek:
– hoeveelheid eten en vooral de exclusiviteit ervan
• Ballingschap zelfs positief: als je neiging tot luxezucht
had, word je er dan van genezen!
• In elk oord is genoeg te eten

similar documents