ZORGVRAGER MET CVA

Report

Herseninfarct: een bloedvat in de hersenen
wordt afgesloten door een bloedstolsel
hierdoor krijgen de hersenen weinig, of
tijdelijk geen zuurstof (80%)

Hersenbloeding: een bloedvat in de hersenen
scheurt of knapt waardoor het bloed zich in
het hersenweefsel ophoopt (20%)
herseninfarct
hersenbloeding
Factoren die een rol spelen;




Toestand van de vaatwand
Samenstelling van het bloed
Bloeddruk
Stroomsnelheid
Risicoverhogende factoren:











Ouderdom
Verhoogde bloeddruk
Eerder TIA gehad
Diabetes Mellitus
Toestand vaatwand
Verhoogd cholesterolgehalte
Hartziekten
Stress
Roken
Overgewicht
Te weinig lichaamsbeweging
Verlamming van de rechter lichaamszijde
Verhoogde spierspanning (spasticiteit)
Gevoelsstoornissen
Evenwichtsstoornissen
Uitval van het gezichtsveld aan de rechterkant
van beide ogen (heminanopsie)
 Moeilijkheden met taal (afasie) en/of
onduidelijke spraak (dysartrie)
 Niet reageren op mensen of dingen aan de
rechterkant van het lichaam of het verwaarlozen
van de rechterkant (neglect)
 Langzaam en onzeker gedrag





Verlamming van de linker lichaamszijde
Uitval van het gezichtsveld aan de linkerkant van
beide ogen (hemianopsie)
 Niet reageren op mensen of dingen aan de
linkerkant van het lichaam (neglect)
 Problemen met ruimtelijke waarneming
 Stoornissen in het waarnemen en denken
waardoor problemen kunnen ontstaan bij het
begrijpen, zien, voelen, spreken, plannen maken,
lezen, rekenen, puzzelen, emoties uiten en gedrag


HEMIANOPSIE
Wisselligging in bed
Liggen op de verlamde lichaamszijde; schouder
naar voren!
 Liggen op de rug is te verkiezen boven liggen op
de gezonde lichaamszijde
 Aangedane arm/hand ondersteunen met
kussen/molton; gebruik eventueel
krukje/bedplank
 Gebruik voetenbankje/aangepaste stoel tegen
onderuitzakken








Betrek de verlamde lichaamszijde zoveel
mogelijk bij de handelingen
Help de zorgvrager vanaf de verlamde
lichaamszijde
Voer de handeling altijd op dezelfde manier uit
Doe de handelingen “zo normaal mogelijk” –
vraag jezelf af: hoe zou ik het zelf doen?
Instrueer de zorgvrager bewegingsoefeningen
te doen (met name schouder)
Doe passieve oefeningen










Controleer schouderblad voor handeling
In (rol)stoel arm op tafel/blad rolstoel
Goede houding in (rol)stoel; houding corrigeren
Trek niet aan aangedane arm en gebruik geen papegaai
Bij lopen niet ondersteunen in de oksel
Arm nooit hoger dan 90 graden
Houd arm altijd voor zorgvrager
Let op schouderpijn, schouder(sub)luxatie
Passief bewegen schouder ter mobiliteitsonderhoud
Pijnanamnese afnemen, invullen pijnscorelijst (bij
afasie; lachebekjes
Houding

Rechtop zitten en aangedane arm op tafel
Voeding





Gemalen of zachte voeding
Ingedikte voeding of drinken
Niet te heet
Kleine hapjes
Sondevoeding (arts)
Hulpmiddelen/randvoorwaarden voeding










Gebruik servet, placemat, broodsmeerplankje,
warmhoudbord
Bord met opstaande rand en aangepast bestek
Bord draaien bij hemianopsie
Geen drukke activiteiten voor het eten
Mondspoelen en regelmatig afvegen
Vochtlijst/voedingslijst bijhouden
Goede mondverzorging ivm verhoogde kans stomatitis
Observeer verschijnselen ondervoeding en
aspiratiepneumonie
Wegen/BMI
Temperaturen bij verdenking aspiratiepneumonie
Kleden
Leg kleding in juiste volgorde met achterkant
boven
 Bij aankleden eerst aangedane zijde
 Bij uitkleden eerst gezonde zijde
 Gebruik hulpmiddelen als verlengde schoenlepel,
spaghetti veters, knoopdoorhaler, grote knopen of
klitteband
 Gebruik lichte, rekbare kleding
 Verricht kleden altijd op dezelfde wijze
 Stimuleer zelfzorg

Wassen





Zolang de zorgvrager nog niet zonder hulp op een stoel kan
zitten moet hij in bed worden gewassen
Benader vanaf aangedane zijde
Benoem lichaamsdeel wat je verzorgt
Verricht wassen altijd op dezelfde wijze
Bij wassen bij de wastafel – leg de arm in de wastafel
Douchen



Bij voorkeur zittend met kunststof douchestoel
Beugels aan de wand
Antislipmateriaal
Observeer met welke handelingen de zorgvrager
moeite heeft
 Stel samen met de zorgvrager prioriteiten
 Maak een stappenplan
 Voer handelingen stap voor stap uit en oefen ze
met de zorgvrager
 Stel haalbare eisen
 Observeer verschijnselen van vermoeidheid
 Leg voorwerpen die nodig zijn voor de handeling
klaar; in de juiste volgorde
 Verbeter niet te snel: geef de zorgvrager de
kans/tijd zelf te herstellen











Blijf communiceren
Beperk geluiden vanuit de omgeving
Gebruik niet alleen spraak maar ook gebaren, bewegingen
en geluiden
Maak geen ingewikkelde zinnen, maar korte en kernachtige
Stel gesloten vragen
Herhaal zo nodig de boodschap van de zorgvrager
Praat niet op “speciale wijze”
Schreeuw niet! Men is niet doof of hardhorend.
Gebruik communicatiehulpmiddelen zoals; pen en papier,
pictogrammen en taalwoordenboeken
|Geef voorlichting en instructie aan familie en
mantelzorgers







Wijs de zorgvrager op allerlei dingen die aan de
kant staan die hij verwaarloost
Neem de aangedane zijde mee bij alle activiteiten
Schenk bewust aandacht aan een goede stand van
de aangedane lichaamsdelen
Benoem lichaamsdeel wat je verzorgt
Zorg voor een goede lichaamshouding
Vraag hem welke kant hij b.v. op wil. Het heeft
meer zin hem zelf de juiste weg te laten wijzen of
fouten te laten herstellen dan dit voor hem te
doen
Symmetrisch benaderen






Benader vanaf aangedane zijde
Stimuleer bij het kijken zijn hoofd te draaien
Attendeer zorgvrager op duidelijke
herkenningspunten bv sticker op wc-deur
Zorg voor goede verlichting
Zorg voor overzichtelijke ruimte
bv niet te veel meubels
Draai het bord bij het eten
Urineretentie





Observeer onrust/urineren/urineproductie
Bladderscan na urineren
Éénmalige catheterisatie
Bij urineretentie een aantal malen per dag
intermitterend catheteriseren
Temperaturen bij verdenking op
urineweginfectie






Urine incontinentie
Blaastraining
Stimuleer gebruik po, urinaal, postoel, toilet,
ook bij gebruik incontinentiemateriaal
Gebruik incontinentiemateriaal en verwissel
dit regelmatig
Liever geen verblijfscatheter
Verzorg de huid en kleding goed ivm frisheid,
hygiëne, kans op smetten, vochtletsel,
decubitus








Decubitus
Contracturen
Trombose
Aspiratiepneumonie
Obstipatie
Urineweginfectie
Stomatitis
Ondervoeding
Decubitus graad 1
Decubitus graad 2
gesloten blaardek
ondervoeding

similar documents