Recht op veiligheid!? De autonome aanwezigheid van

Report
De autonome aanwezigheid van jongeren in de
publieke ruimte en de impact op hun
onveiligheidsgevoelens
Dr. Diederik Cops
Postdoctoraal onderzoeker JOP
Leuvens Instituut voor Criminologie

Het ‘recht op veiligheid’ als (relatief) nieuw buzzword
◦ Programma’s van quasi elke (Vlaamse) politieke partij
◦ Regeerakkoord december 2011: “elke burger heeft het recht
om in veiligheid te leven”
◦ Minister J. Milquet: “…renforcer le droit et le devoir de sécurité:
le droit à la sécurité des citoyens et le devoir de sécurité des
autorités”


Van klassiek vrijheidsrecht naar sociaal grondrecht
Veel aandacht voor de invulling van ‘recht’, weinig aandacht voor
de betekenis van ‘veiligheid’
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte

Gebruik van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en de
bevindingen hiervan om een maatschappelijk ‘hot topic’ verder te
stofferen
 Onderzoek naar onveiligheidsgevoelens bij jongeren en de
implicaties hiervan voor de dominante interpretatie van
‘veiligheid’ en het ‘recht op veiligheid’
Verdere inhoud:
• ‘Veiligheid’ als maatschappelijk fenomeen: over sociale en
subjectieve veiligheid
• Schets van het onderzoek als raamwerk
• Publieke ruimte en gevoelens van onveiligheid bij jongeren
• Implicaties voor ‘veiligheid’…
• … en het ‘recht op veiligheid’
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte


Veiligheid: schijnbare maatschappelijke consensus over een diffuus
containerbegrip
Maatschappelijke en politieke courante invulling van veiligheid:
◦ Sociale veiligheid: criminaliteit en andere storende en
bedreigende feiten en gedragingen in de publieke ruimte
◦ Subjectieve veiligheid: de persoonlijke beleving van veiligheid als
legitimering van het gevoel van de individuele burger

Het recht op veiligheid: in essentie betrekking op het recht voor
elke burger om zich veilig te voelen m.b.t. criminaliteit, overlast en
de ervaren dreiging hiervan
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte

Jongeren als ‘usual suspects’ versus ‘ideal victims’
≈ oudere klagers en jongere daders

Invulling en betekenisgeving afhankelijk van maatschappelijke
organisatie: ‘fearing’ versus ‘feared’ subjects’ i/d veiligheidssamenleving
 vooral groepen rondhangende jongeren roepen gevoelens van ergernis, onrust
en onveiligheid op
 Niet langer gedrag op zich, wel de perceptie dat deze groepen een bedreiging
voor de veiligheid (kunnen) vormen is voldoende voorwaarde

Vaak verwijderd uit de publieke ruimte om het gevoel van veiligheid
van andere burgers te verhogen
>< Continuïteit en dualiteit in omgang met jongeren
- ‘moral panic’ over jongeren is geen uniek gegeven
- moeilijk evenwicht tussen bescherming en controle, met
voldoende ruimte voor sterke lokale verschillen
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte

Titel project: ‘Onveiligheidsgevoelens bij jongeren. Naar een
geïntegreerde benadering van een vergeten sociale groep’
≈ zowel maatschappelijke als wetenschappelijke probleemstelling

Nood aan een actorgericht, geïntegreerd en leefwereldspecifiek
perspectief in de verklaring van het ‘ontstaan’ van gevoelens van
onveiligheid (bij jongeren)
◦ Perceptie van de respondent als vertrekpunt om individuele verschillen
te helpen verklaren
◦ Erkenning van een complex samenspel van factoren op diverse niveaus
◦ Rekening houdend met de concrete relevante invloeden in de
specifieke leefwereld van de onderzochte groep
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte
Bredere attitudes t.a.v. sociale verandering
Buurt
Vrijetijdsbesteding
Ouderlijke
supervisie
Onveiligheidsgevoelens
Slachtofferschap
Peers
Jongeren 'buiten'? Een
criminologisch debat over
jongeren in de publieke ruimte

Adolescentie als levensfase waarin aanwezigheid in de openbare
ruimte toeneemt: niet enkel middel, maar ook doel op zich (Ponsaers, 2007)
◦ Differentiële emotiestheorie
◦ Sociale leerperspectief

Gedrag als routine activiteit, niet enkel in enge betekenis van
vermijdingsgedrag (Rengifo & Bolton, 2012)
◦ Gedrag als oorzaak, niet louter een gevolg van onveiligheidsgevoelens
Autonome aanwezigheid
in openbare ruimte
Slachtofferschap
Vermijding
en bescherming
Onveiligheidsgevoelens
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte

Gebruikte databestanden:
◦ JOP-monitor 1(2005-06):




Postenquête bij representatieve steekproef
14- tot 25-jarigen in Vlaams gewest
Responsgraad: 58%
N=2503 (14 tot 19 jaar: n=1287)
◦ JOP-monitor 2 (2008)




Postenquête bij representatieve steekproef
12- tot 30-jarigen in Vlaams gewest
Responsgraad: 45%
N=3710 (14 tot 19 jaar: n=1613)
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte
Het onveiligheidsgevoel als ‘parapluconcept’ (Vanderveen, 2006) en het
gebruikte meetinstrument:
‘Het is vandaag de dag te onveilig om kinderen alleen op straat te laten’
‘Uit angst dat mij iets overkomt, durf ik ‘s avonds niet meer alleen op straat te komen’
‘s avonds moet je op straat extra voorzichtig zijn’
‘De laatste jaren zijn de straten onveiliger geworden’
‘De politie is niet meer in staat om ons nog te beschermen tegen criminelen’
‘Uit angst om overvallen te worden, durf ik niet in bepaalde wijken te komen’
‘In deze tijd is een alarmsysteem geen overbodige luxe’
’s avonds en ‘s nachts durf ik niet alleen thuis te blijven’
Autonome mobiliteit in de openbare ruimte: gemeten als vrijetijdspatroon
‘…naar een feest of fuif gaan’
‘…op café gaan’
‘…naar festival of concert gaan’
‘…langs gaan bij vrienden, samen met vrienden iets doen’
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte
Ouderlijke
opvolging
_
Sociale cohesie
+
Autonome
aanwezigheid
+
Aantal vrienden
_
+
Onveiligheidsgevoelens
+
Slachtofferschap
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte

Een sterkere autonome aanwezigheid in de publieke ruimte
hangt samen met een lager onveiligheidsgevoel
◦ Hoe meer jongeren hun vrije tijd in de publieke ruimte met vrienden
doorbrengen, hoe minder onveilig ze zich voelen

De veiligheidsbevorderende functie van rondhanggedrag bij
jongeren (cf. Crawford, 2009; Cahill, 2000; Anderson e.a., 1994)
◦ Groepsvorming als bescherming tegen potentiële risico’s
◦ Overdracht van kennis en technieken om met potentiële risico’s om te
gaan (‘streetwise’)
 Vorming van ‘mental maps’ en een gevoel van beheersbaarheid van
de publieke ruimte
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte


Metafoor van het voetbalteam in de aanpak van onveiligheid (Boutellier,
2005 en Daems, 2005)
De behoefte aan veiligheid is universeel, maar niet de concrete
betekenis en ervaring van veiligheid en hoe (dit gevoel van) veiligheid
kan worden bereikt
◦
Autonome aanwezigheid van jongeren in de publieke ruimte van centraal
belang om te leren omgaan met potentiële bedreigingen en om zich minder
onveilig te voelen
◦ De veiligheidsfunctie van rondhanggedrag in groep tijdens de adolescentie

Invulling van en omgang met ‘risico’ verschilt tussen sociale groepen:
wat de ene groep doet om zich veiliger te voelen, kan door een andere
groep juist als onveilig worden ervaren (cf. Zedner, 2000)
◦ Invulling van ‘veiligheid’: geen maatschappelijke consensus, maar ‘strijd’
tussen sociale groepen
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte

Centrale vraag: ‘over wiens (recht op) veiligheid gaat het?’ als
praktische leidraad voor beleidsvorming
◦ Het nastreven van het ‘recht op veiligheid’ van de ene burger, kan het recht
op veiligheid van de andere burger hypothekeren

Evenwicht tussen de (gerechtvaardigde) eis naar een gevoel van
veiligheid en een vrij gebruik van de publieke ruimte door elke
burger
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Anderson, S., Kinsey, R., Loader, I. & Smith, C. (1994). Cautionary tales: young
people, crime and policing in Edinburgh. Avebury: Aldershot.
Boutellier, H. (2005). Meer dan veilig. Over bestuur, bescherming en burgerschap
(oratie). Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.
Cahill, C. (2000). Street literacy: urban teenagers’ strategies for negotiating their
neighborhood. Journal of Youth Studies, 3, (3), 251-277.
Crawford, A. (2009). Criminalizing sociability through anti-social behaviour
legislation: dispersal powers, young people and the police. Youth Justice, 9, (1),
5-26.
Daems, T. (2005). Boekbespreking H. Boutellier ‘meer dan veilig. Over bestuur,
bescherming en burgerschap, Panopticon, 26, (6), 74-80.
Ponsaers, P. (2007). De politieke geografie van de publieke ruimte en de rol van
de politie. In P. Ponsaers & E. Devroe (eds.). Cahiers integrale veiligheid. Thema
publieke ruimte (pp. 53-69). Brussel: Politeia.
Renfigo, A. & Bolton, A. (2012). Routine activities and fear of crime: specifying
individual-level mechanisms. European Journal of Criminology, 9, (2), 99-119.
Vanderveen, G. (2006a). Interpreting Fear, Crime, Risk and Unsafety;
conceptualization and measurement. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.
Zedner, L. (2000). The pursuit of security. In T. Hope & R. Sparks. (eds.). Crime,
risk and insecurity: law and order in everyday life and political discourse. London:
Routledge.
Jongeren 'buiten'? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte

similar documents