Professionalisering docenten

Report
Adviseurslunch 6 juni 2011
Sophie Sieverink
Professionalisering van docenten staat al een tijdje hoog op de
agenda.
Ook het Actieplan MBO ‘Focus op Vakmanschap 2011-2015’ heeft
professionalisering van docenten centraal staan:
“Goede docenten zijn cruciaal voor de realisatie van de onderwijsdoelstellingen.
Het is dan ook noodzakelijk om docenten in positie te brengen en op resultaat aan
te spreken. Hiervoor wordt de professionele ruimte van de docent in de
organisatie versterkt. Werkgevers en werknemers in het mbo hebben, als enige
onderwijssector, reeds een Professioneel Statuut hiervoor afgesloten en lopen
daarmee vooruit op de invoering van het wetsvoorstel Versterking positie leraren.
Daarnaast moeten docenten hun professionaliteit verder kunnen ontwikkelen. In
die doelstelling past de verplichting tot na– en bijscholing en de inrichting van een
Lerarenregister”.
Het kabinet zet daarom sterk in op de kwaliteit van het onderwijspersoneel.
Het actieplan ‘LeerKracht van Nederland’ wordt voortgezet. Bovendien wordt extra
geïnvesteerd in professionalisering en prestatiebeloning om kwaliteit te verhogen en
te belonen.
In het actieplan LeerKracht van Nederland presenteert het kabinet de
plannen om het lerarentekort aan te pakken en de kwaliteit en de positie
van leraren te versterken. Deze publicatie bevat de volgende onderwerpen:






Een sterker beroep: maatregelen om het leraarsvak weer aanzien te
geven.
Een professionelere school: maatregelen in de school die de kwaliteit en
positie van de leraar moeten verbeteren.
Een betere beloning als instrument voor kwaliteitsverbetering.
Kortetermijnmaatregelen: meer mensen in het onderwijs.
Goede onderwijsresultaten door de inzet van uitstekende leraren.
Financiële consequenties.
In het professioneel statuut worden naast bepalingen over professionaliteit afspraken
gemaakt over extra bevoegdheden van de ondernemingsraad op het moment dat de
Wet op de Ondernemingsraad van toepassing wordt voor de medezeggenschap van
het personeel in de mbo sector.
In het professioneel statuut wordt tevens de zeggenschap van de docent
gewaarborgd.
Voorstel van wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de
Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet medezeggenschap op scholen in
verband met de versterking van de positie van personeel dat is belast met het geven van
onderwijs.
Kwaliteitsregister van de beroepsgroep en individuele docent.
Staat een docent eenmaal in dat register, dan voldoet de docent aan een
aantal afgesproken kwaliteitskenmerken. Ook maakt de docent daarmee
kenbaar dat hij/zij zijn eigen bekwaamheid goed bijhoudt.
Cruciaal bij het lerarenregister is dat het een zaak is van de beroepsgroep
zelf. Het de bedoeling dat het lerarenregister daadwerkelijk door leraren
zelf gevuld en beheerd wordt.
De focus is verschoven van het individuele leren naar het collectieve leren,
van het formele naar het informele leren: leren door te doen en daar
gezamenlijk op de reflecteren.
Dit komt met name door het competentiegericht onderwijs(cgo).

Functiegericht: scholing om het werk dat zij op dat moment uitvoeren
beter te kunnen doen;

Loopbaangericht: scholing die hen voorbereidt op het uitoefenen van
een functie in de toekomst.
De beschikbaarheid van scholingstijd is in Nederland formeel vastgesteld in
de CAO BVE 2007-2009.
Voor docenten bestaat de mogelijkheid om tien procent van hun aanstelling
te besteden aan deskundigheidsbevordering (5% vrij, 5% verantwoord).
Hoewel in Nederland professionalisering een beroepsplicht is, blijkt
deelname aan professionaliseringsactiviteiten in de praktijk vooral vrijwillig
te zijn.
In Nederland bestaan geen minimumeisen aan het aantal uren dat docenten
moeten besteden aan professionalisering.
De ontwikkeling van docenten wordt dus wel op allerlei manieren
gestimuleerd en gefaciliteerd, maar er is veel verschil in de mate waarin
gebruik wordt of kan worden gemaakt van scholing.
Professionele ruimte is een punt van kritiek: tijd nemen of liever het gebrek
aan tijd is een van de grootste belemmeringen om te gaan
professionaliseren.

Onderdeel lumpsum;

Individuele beurzen;

Budget toebedeeld aan scholen;

Eigen bijdrage (gedeeltelijk of alles).

ESF actie E Sociale Innovatie;

Comenius: nascholing voor personeel in het schoolonderwijs 2011;

Lerarenbeurs voor scholing;

Subsidieregeling Krachtig Meesterschap;

Subsidieregeling Onderwijs Netwerk Ondernemen;

Regeling lerarenbeurs voor scholing en zij-instroom 2009-2011;

In-service Training Programme for Teachers;

Leonardo Da Vinci.

similar documents