Onderzoek bij vermoeden op dementie

Report
Deel1
Diagnostiek
Vormen van dementie
Benaderingswijzen
Als kleuter vertelden mijn ouders, dat mijn oma dingen vergeet,
Pas later weet je, dat het dementie heet.
Een bezoekje, oma zat te wachten tot de deur zou open gaan,
En dan, keek ze je met vragende ogen aan.
Er klonk dan uit haar mond; “Ik weet wel wie jij bent!”
Maar ze wist niet wie IK was, ze had mijn vader in mij herkend.
Blij, dat ik mijn oma heb gekend
Arie de Jong, 11 jaar
http://youtu.be/-zI8HG3UvF0
Doornemen gedetailleerde ziektegeschiedenis
 Bestaat er een verband tussen het gedrag nu en vroeger
functioneren, sociaal functioneren, ADL en HDL
 Bestaat er een verband tussen het eetgedrag en het
functioneren
 Onderzoek naar bloedarmoede of infectieziekten
(urineweginfectie)
 Onderzoek naar lever- en nierfunctie of diabetes
 Onderzoek naar gebrek aan vitamine B 12 en
foliumzuur
 Onderzoek naar hypotheriodie (lage schildklierfunctie)
 Lumbale punctie om infectie in centrale zenuwstelsel uit
te sluiten




Onderzoek naar evenwicht, reflexen
Electro-encefalogram (EEG) om andere ziekten dan
dementie uit te sluiten
Computertomogram (CT-scan) kan aanwijzing
geven richting Alzheimer, maar ook C.V.A, tumor
Neuropsychologisch onderzoek naar:
- geheugen
- rationeel denken
- coördinatie
- schrijven
_ het begrijpen van instructies
- Uitdrukkingsvaardigheid





Onderzoek naar desoriëntatie in tijd, plaats en
persoon
Onderzoek naar concentratievermogen,
functioneren korte- en lang termijn geheugen
Testen
Sociaal psychiatrisch onderzoek. Gesprek met
betrokkene en zijn familie om ernst van de situatie
in beeld te brengen
Observatielijsten klik op:
http://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&content=inno_case&laag1=891&laag2
=902&item_id=121
Primaire dementie
Ziekte van alzheimer, afsterven van
zenuwcellen in de hersenen
Multi-infarct dementie
Toenemend aantal kleine infarcten in de
Hersenen
Secundaire dementie
Dementie ten gevolge van een andere
Aandoening; geneesmiddelen vergiftiging,
vitamine tekort, vertraagde schildklier,
bloedarmoede, hart- en longafwijkingen, AIDS
Deel 2
Benaderingswijzen
Realiteit Oriëntatie Training
Validation
Stadium 4
Snoezelen
Stadium 3
Reminiscentie
Stadium 2
Validation
Stadium 1
ROT/ Validation
Warme Zorg
H. Buijssen geeft aan dat licht dementerende
ouderen de behoefte hebben om in de
werkelijkheid te vertoeven of hierna terug te
keren.
De cliënt krijgt hiertoe zintuiglijke en
emotionele prikkels.
Daarenboven moet ROT de zelfstandigheid in
stand houden en daarmee zorgen voor
angstreductie op de afdeling
Bewoners voeren gezamenlijk opdrachten uit
die gericht zijn op het waarnemen, het
geheugen en de concentratie, bijvoorbeeld:
 Het weer
 Een actueel krantenartikel doornemen
 Het eten
 De dagindeling
 Onderdeel uit een TV programma bespreken
De bijeenkomst verloopt altijd volgens een vast
Schema:
1. Eerst worden alle mensen bij naam genoemd en
de namen worden herhaald
2. Na deze kennismakingsronde volgt het
onderdeel van datum, tijd, het weer, jaargetijde
3. Vervolgens het onderdeel dat gericht is op de
cognitieve functies. Zoals bespreken van
actuele onderwerpen naar aanleiding van TV,
Krant, interesse van de deelnemers
4. Afsluiting
Het individuele contact heeft als doel dat
steeds het leven van alledag en dit moment
wordt benadrukt:
 Vertellen wat men gaat koken, wat er wordt
gegeten
 Vertellen wat er op de televisie komt
 In benadering steeds tijdstip, dagdeel,
jaargetijde etc.
 Werk
met kleurcodering of pictogrammen die
afdelingen of verschillende ruimten van elkaar
onderscheiden
 Plaats kleurcoderingen (strepen) op wand of vloer
zodat ruimten (toilet) zelf door cliënt gevonden
kunnen worden.
 Gezichtenbord en naam van de mensen die op
de afdeling werkzaam zijn.
 Het in alle ruimten aanwezig zijn van klokken,
kalender, het menu van de dag, feestdagen en
herinner de bewoners hieraan bij ieder contact
 Zeg bij ieder contact wie je bent, leg elke nieuwe
handeling uit alvorens deze uit te voeren
 Stel familie op de hoogte van deze benadering
(continuïteit)
ROT
 Appél op gezonde
functies
 Het bieden van
overzicht en structuur
 Training
 Oefenen van cognitieve
functies
Validation
 Appél op
belevingswereld en
herinneringen
 Het bieden van warmte
en veiligheid
 Integratie
 Het verwerken van
gevoelens en emoties
H. Buijssen
N. Feill
Uitgangspunten zijn de 7 levenstaken van
Erikson. Die aan elk levensstadium zijn
Verbonden.
Deze levenstaken kunnen vervuld worden of
niet.
Blijven belangrijke levenstaken onvervuld en
worden de daarbij behorende gevoelens
verdrongen, dan kunnen deze gevoelens op
hoge leeftijd weer terugkomen om alsnog te
worden verwerkt
Het eerste stadium is het stadium van
"Lichteverwardheid" (Disorientation).
Hiermee wordt niet bedoeld de desoriëntatie in
tijd, plaats én persoon. Het proces van dementeren
begint met gaten in het heden en verleden
(inprentings- en geheugenstoornissen) waarbij tijd nog
zijn structurerend karakter bezit. Ook zijn er
problemen met het ordenen van de waarnemingen en
met het vermogen tot oordelen. Voor de mensen die in
dit eerste stadium van geestelijke achteruitgang zitten,
heeft oriënteren op de werkelijkheid wel degelijk zin.

Pas in een latere fase, het tweede stadium
"Verwardheid in tijd" (Time Confusion),
verliest de tijd zijn structurerende functie en
komt de oudere in een tijdloze algemeenheid
terecht. Verleden en heden lopen door elkaar.
De oudere praat meer over zijn herinneringen
en leeft meer in een eigen werkelijkheid.

Als de dementerende in het derde stadium
van "Voortdurende beweging" komt, zijn de
verbale vermogens langzaam aan het
verdwijnen. De persoon is steeds minder
ontvankelijk voor prikkels uit de omgeving.
Deze mensen houden van bewegingen en
ritmische herhalingen

In het vierde stadium van "Vegeteren", dringt
de omgeving nauwelijks meer door. De ogen
zijn gesloten. Er is wel een reactie op
aanraking en deze ouderen zijn zeer gevoelig
voor warmte en koestering.
The Four Phases of Resolution
http://youtu.be/pH6pJ1mEUpA
 Symboliseren
mensen uit het heden mensen door
mensen uit het verleden
 Houden vast aan de realiteit
 Weten dat ze veel dingen vergeten
 Confabuleren om gaten in te geheugen te
verbergen
 Geven de schuld aan anderen van dingen die ze
zijn vergeten of kwijt zijn
 Vertonen façade gedrag. Niets aan de hand
 Ontkennen gevoelens van eenzaamheid en angst
 Hebben vermogen tot lezen en schrijven
 Kunnen zich verbaal goed uiten
 Kunnen een afkeer van aanraking vertonen
 Onderzoek
feiten, vermijd het spreken over
gevoelens. Dit kan als bedreigend worden
ervaren. Lichamelijk contact wordt afgewezen.
 Ga niet in discussie over de waarheid van feiten
 Gebruik begrippen als wie, wat, waar, wanneer
 Ga mee met favoriete zintuig
- kleuren. Vraag naar de dingen die ze zien
- geluiden. Vraag naar de dingen die ze
horen
- Geuren. Vraag naar de dingen die ze ruiken
 Herhaal in grote lijnen waar het gesprek over
gaat
 Houdt rekening met achterdocht
 Maak een keuze in ROT of Valideren
 Desoriëntatie
in tijd, plaats en persoon
 Herinneringen komen niet meer
gestructureerd maar associatief
 Herinneringen worden soms zo sterk beleefd
dat het verleden in het nu wordt beleefd
 Verbale vermogens zijn nog grotendeels in
tact
 Recente gebeurtenissen worden niet meer
onthouden
 Spraak wordt langzamer
 Doelloos staren met de ogen
bij deze mensen is lichamelijk contact
mogelijk. Bijvoorbeeld handen vasthouden
 Zorg voor direct aanhoudend oogcontact
 Spreek met heldere lage stem
 Stel vragen over vroeger
 Ga mee in hun herinnering
 Probeer verhalen te begrijpen door verbanden
te leggen (levensboek)

 Weinig
tot geen spraak
 Mensen trekken zich terug in verleden
 Constante beweging houdt hen in leven
 Concentratie vermogen is sterk verminderd
 Vroege ervaringen blijven wel intact
 Woorden worden vervangen door bewegingen
 Mensen
in dit stadium uiten zich niet meer
verbaal, dus non verbale communicatie
 Spiegel hun bewegingen, ga mee in het ritme
 Houdt oogcontact
 Toon dezelfde emotie. Wees vrolijk als ze
blijdschap uitstralen, spreek zacht en
begrijpend als ze droefheid uitstralen
Demonstratie Naomi Feil
http://www.youtube.com/watch?v=US-Arj3l-kk
 Cliënten
sluiten zich helemaal af van de
buitenwereld
 Liggen vaak in foetushouding
 Reageren nog wel op zintuigprikkels
Dementerenden in dit stadium sluiten zich
helemaal af. Reageren alleen nog op zintuiglijke
prikkels. Onderzoek de voorkeurszintuig(-en).
 Visueel
Zien
 Auditief
Horen
 Kinesthetisch Voelen
 Olfactoir
Ruiken
 Gustatoir Proeven
Welke activiteiten zijn bij iedere voorkeurszintuig
mogelijk?
Rol validationwerker
1. Formuleer op eenvoudige wijze 2
alternatieven voor een probleem. Maak
zinnen met eenvoudige woorden
2.
breng structuur aan in de volgorde van
gebeurtenissen
3. Bied veiligheid, laat nooit een groepslid
domineren
4. Geef elk groepslid een bevredigende rol
5. Zorg dat de groepsleden bij elkaar passen
1
persoon in stadium 2 met
leiderschapskwaliteiten
 1 persoon in stadium 2 met wijze,
moederlijke kwaliteiten
 4 tot 5 mensen in stadium 2 die graag praten
 Niet meer dan mensen uit stadium 3 die
onmiddellijk reageren op aanraking
 Niet meer dan 2 mopperaars, want zij neigen
tot domineren van de groep
 Een
persoon die de mensen welkom heet,
voorzitter is en de taak heeft de bijeenkomst
te openen en te sluiten
 Een leider bij het zingen van liedjes
 Een stoelen of bloemenschikker, klaarzetten
van benodigdheden
 Een emotionele “begeleider”, moederlijk
figuur om troost te bieden
 Gastheer of gastvrouw bij het aanbieden van
koffie, thee en/ of koekjes
Onderwerpen die aansluiten bij universele
gevoelens:
 Het missen van je ouders, kinderen
 Kwajongensstreken
 Straffen
 Vroegere beroepen
 vriendschap
 Waarom
wordt iemand boos?
 Leven met mensen die je “gek”vindt
 Wat gebeurt er iemand als hij oud wordt?
 Hoe kun je elkaar helpen
 Stel
de agenda op
 Selecteer liedjes, muziek,
gespreksonderwerpen, gedichten
 Leg de benodigdheden klaar, maak de ruimte
gereed
 Zet de stoelen in een kring dicht bij elkaar.
Deelnemers kunnen elkaar goed horen en
zien en geeft geborgenheid
 Maak een stoelverdeling. Wie kan naast wie?
 Ga voor de bijeenkomst naar elk groepslid
toe
Deel 3
Benaderingswijzen
Reminiscentie
Warme zorg

Naarmate de dementie vordert, keert de dementerende
steeds verder terug in het verleden. Reminiscentie is het
proces van het terughalen van positieve herinneringen
aan gebeurtenissen of ervaringen uit het verleden.
Doelen van reminiscentie zijn het onderhouden van
contacten, het leren kennen van de dementerende,
creëren van wederzijds begrip en respect, herinneringen
en culturele achtergrond overdragen aan anderen,
gelegenheid krijgen om te vertellen, gevoel van
eigenwaarde versterken, een gevoel van
samenhorigheid te creëren door het delen van
herinneringen, herkenning en trots creëren. Zo kun je
met de dementerende bijvoorbeeld koper gaan poetsen.
Dit haalt vaak herinneringen op omdat dit vroeger vaak
werd gedaan.
Onder begeleiding van een begeleider komen een
aantal ouderen wekelijks bij elkaar. Het praten in
groepen heeft vooral als voordeel dat
herinneringen makkelijker naar voren komen
omdat men elkaar prikkelt. Bij reminiscentie
staan vooral plezierige en fijne herinneringen uit
het verleden op de voorgrond. Als aanzet kan
ook gebruik worden gemaakt van activiteiten of
bepaalde thema's.
Sommige ouderen kunnen beter niet aan
dergelijke groepen deelnemen zoals bijvoorbeeld
ouderen die onlangs een ingrijpend verlies
hebben geleden of die achterdochtig zijn. Verder
moeten de deelnemers zich gebeurtenissen uit
het verleden kunnen herinneren, de aandacht
kunnen vasthouden en kunnen praten.







Vele activiteiten lenen zich hiervoor. Belangrijk is te blijven
realiseren dat de activiteiten een middel zijn om te kunnen
komen tot reminisceren. Niet het spel staat centraal, maar de
herinnering rondom het spelen van het spel. Voorbeelden zijn:
puzzels met afbeeldingen van vroeger die de ouderen
aanspreken of puzzels die vroeger werden gebruikt. Maar ook
het ouderwetse ganzenbord biedt goede aanknopingspunten;
liedjes en versjes die belangrijk waren in het leven van de
ouderen;
foto's of gebruiksvoorwerpen bekijken van oude ambachten;
het opzoeken en koken van oude recepten. Naast het plezier in
het bereiden geeft dit vaak veel herinneringen en gespreksstof;
boeken over vroeger of oude jeugdboeken kunnen ook veel
herinneringen oproepen;
het bekijken van dia's, video's of films over vroegere
gebeurtenissen waardoor de groep deelnemers zich voelt
aangesproken.
In het boek van Dynes 'Vroeger herleefd‘ staan
maar liefst 100 activiteiten uitgewerkt
Naast de mogelijkheden van reminiscentie in groepsverband is
reminiscentie met individuele ouderen mogelijk. De eerder
genoemde onderwerpen kunnen ook hier worden gebruikt.
Daarnaast bieden dagelijkse activiteiten als wassen, aankleden en
eten aanknopingspunten voor gesprekken over vroeger. Enkele
voorbeelden:

wassen en baden.
◦
◦
◦
◦
◦

Hoe gebeurde dat vroeger?
Wat voor zeep en shampoo werd er gebruikt?
Hoe vaak ging men vroeger per week in bad?
Hoe werd het badwater verwarmd?
Wanneer had u thuis voor het eerst een douche?
aankleden.
◦ Werden uw kinderkleren vroeger gekocht of gemaakt?
◦ Hoe vond u het om kleren van een ouder broertje of zusje te moeten
'afdragen'?
◦ Welke kleren droeg men vroeger graag en welke niet?
◦ Welke 'zondagse kleding' had u?
Een mogelijkheid bij reminiscentie is om het als thema
te gebruiken. Het thema school leent zich bijvoorbeeld
uitstekend om op diverse plaatsen een schoolbank met
attributen neer te zetten zoals bijvoorbeeld
schoolbord, krijt, oude schoolboeken, het aap-noot-mies.
Ook in het huisblad kan hierover wat geschreven worden.
Een andere activiteit die je kunt tegengekomen is
'trouwen' met trouwjurken, aankondigingen ondertrouw en
een heuse modeshow met trouwjurken door medewerkers.
Denk ook aan jaargetijden, feestdagen. Kortom
mogelijkheden genoeg.
In het boek van Buijssen en Poppelaars staan zo'n
tweeëntwintig thema's uitgewerkt.


De zorgverlening is gericht op de zorgbehoefte
van de dementerende persoon. Het is gericht op
het verminderen van pijnlijke symptomen als
angst, onveiligheid, onzekerheid. De oudere
moet de omgeving ervaren als veilig en
beschermend. Het bieden van een veilige
omgeving kan op verschillende manieren
gebeuren: door nabijheid, huiselijkheid,
herkenbaarheid, vrijheid en contact met de
familie.
Relatie met hechtingstheorie van John Bowlby


Doelgroep
'Warme zorg' is geschikt voor demente oude
mensen met procesverschijnselen die variëren
van licht tot zeer ernstig. Dit betekent dat
'warme zorg' toepasbaar is bij elke vorm van
dementie.
Wijze van toepassing
Bij warme zorg staat niet zozeer de
hoedanigheid van de therapie, maar de aard
van de zorg centraal; namelijk een veilig en
warm leefklimaat binnen de afdeling.
Daardoor is warme zorg een 24-uurs
benadering.

similar documents