Hoe houden we de koopkracht van de euro in stand?

Report
Slide 1

Hoe houden we de koopkracht van de euro
in stand ?
De uitdagingen van het Europees monetair beleid
Seminarie voor leraren economie van
het secundair onderwijs, op 19 november 2008

L. Aucremanne, J. Bernagie, S. Ide


Slide 2

Schema van de uiteenzetting
► Wie beslist ? Wie doet wat ? Wat streven we na ?

► Het monetaire beleid dag na dag: twee-pijlerstrategie, geïllustreerd

aan de hand van de rente-beslissingen in 2008
► Doelstellingen en principes getoetst aan de praktijk gedurende de

eerste 10 jaar van de euro
► Van de rentebeslissing naar de portemonee: transmissie naar de

reële economie en de inflatie
► Van de rentebeslissing naar de portemonee: liquiditeitsverstrekking

aan de geldmarkt door het Eurosysteem

2


Slide 3

De euro: wie beslist ?
Wie doet wat ?
Wat streven we na ?

3


Slide 4

Hoofdopdrachten van het Eurosysteem

► Monetair beleid

● Primaire doelstelling: prijsstabiliteit
► Goud- en deviezenreserves van de lidstaten
► Betalingssystemen
► Financiële stabiliteit
► Bankbiljetten

4


Slide 5

Eurosysteem / Europees Stelsel van Centrale
Banken
ESCB
Eurosysteem

Raad van Bestuur van
de ECB

Europese Centrale Bank

Nationale centrale banken
van het eurogebied
Directie van de ECB
BE

DE

ES

FR

IE

IT

LU

NL

AT

PT

FI

GR

SI

CY

MT

Algemene Raad van de ECB
Nationale centrale banken
van de EU exclusief het eurogebied
DK
HU

5

PL

SK

LV

SE
EE

GB
LT

CZ

RO

BU


Slide 6

Een federaal systeem

Raad van Bestuur

 Volledig gecentraliseerde

monetaire-beleidsbeslissingen
► Nationale centrale banken betrokken

6

bij de voorbereiding ervan

15
Directie

► Decentralisatie van de

tenuitvoerlegging van het monetaire
beleid
► Min of meer grote autonomie van

15 NCB's
instructies
vertegenwoordiging
6

de nationale centrale banken op
andere terreinen


Slide 7

Een onafhankelijk systeem
► Onafhankelijkheid tegenover de politieke autoriteiten
● Verbod instructies te geven of beslissingen te beïnvloeden
● Persoonlijke onafhankelijkheid
● Verbod op monetaire financiering van de overheidssector
► Duidelijk omschreven opdracht
● Prijsstabiliteit
► Verplichting rekenschap af te leggen over het gevoerde monetaire

beleid
● Hoorzittingen in het Europees parlement
● Publicaties, uiteenzettingen, persconferenties
► Dialoog met de politieke autoriteiten
● Eurogroep, Europese Commissie
● Wisselkoersbeleid
7


Slide 8

De doelstelling volgens het Verdrag van
Maastricht
► De primaire doelstelling van het Eurosysteem bestaat erin de

prijsstabiliteit te handhaven


Onverminderd het doel van prijsstabiliteit, ondersteunt het Eurosysteem
het algemene economische beleid in de Gemeenschap.

► Waarom prijsstabiliteit?




Geen verstoring van de in het relatieve-prijsstelsel vervatte informatie
Geen blinde herverdeling van de inkomens en het vermogen
teweegbrengen
De onzekerheid en de risicopremies in de rentetarieven verminderen

► Gevolgen prijsstabiliteit voor de reële economie


Efficiënte allocatie van de middelen en vertrouwen => investeringen,
duurzame groei en werkgelegenheid

► (Negatieve) ervaringen met prijsinstabiliteit in de 20ste eeuw


8

Duiste hyperinflatie 1922-23, deflatie in de jaren 30,
inflatie in de jaren 70


Slide 9

Prijsstabiliteit:
Een jaarlijkse stijging van de HICP voor het eurogebied met
minder dan - maar dicht bij - 2 pct. op de middellange termijn
► HICP: geharmoniseerde consumptieprijsindex
► Jaarlijkse stijging < 2 pct., maar dicht bij 2 pct.


Voorzorg tegen deflatierisico's

► Eurogebied


Verschillen tussen landen zijn onvermijdelijk (bijvoorbeeld convergentie
van het prijspeil) of te beteugelen door ander beleid

► Op de middellange termijn



9

Moeilijk controleerbare schokken, bijvoorbeeld olieprijs, andere
grondstoffen
Laat geleidelijke reactie toe; vermijdt te grote volatiliteit in het
beleidsinstrument (korte rente) en de economische activiteit


Slide 10

Het monetaire beleid dag na
dag: twee-pijlerstrategie,
geïllustreerd aan de hand van
de rente-beslissingen in 2008

10


Slide 11

Rentebeslissingen op basis van 2 pijlers


Om tot een rentebeslissing te komen baseert men zich op twee
zogenaamde pijlers
I.

de economische analyse (conjunctuurindicatoren, reële bbp-groei, HICPinflatie, macro-economische voorspellingen,...)


II.

informatie over prijsstabiliteit op korte termijn

de monetaire analyse: analyse van geld- en kredietaggregaten


informatie over prijsstabiliteit op lange termijn



Deze informatie wordt naast elkaar gelegd en er volgt een
algemene beoordeling door de Raad van Bestuur met het oog op
het inschatten van de risico's voor het handhaven prijsstabiliteit



Dan volgt een beslissing om de beleidsrente te verhogen,
verlagen of gelijk te houden

11


Slide 12

Rentebeslissing in juli 2008: van 4,0 pct. naar
4,25 pct. (1)
1. de economische pijler, een selectie van indicatoren
inflatie- en groeiverwachtingen op korte
termijn

inflatie verwachtingen op lange termijn

4,5

4,5

3

4

4

2,8

3,5

3,5

3

3

2,5

2,5

2,4

2

2

2,2

1,5

1,5

HICP-inflatie
HICP-inflate ongerekend energie en
voedsel
Bronnen: ECB, Eurostat, Datastream, Bloomberg,
Consensus Economics

12

2
1,8

Inflatieverwachting 2008
Inflatieverwachting 2009
Reële groeiverwachting 2008
Reële groeiverwachting 2009

apr- 08

jan- 08

okt- 07

jul- 07

apr- 07

jan- 07

okt- 06

jul- 06

apr- 06

jun- 08

mei- 08

apr- 08

mrt- 08

feb- 08

1,6

jan- 08

0

jan-08

0
jul-07

0,5
jan-07

0,5
jul-06

1

jan-06

1

2,6

jan- 06

geobserveerde inflatie

Afgeleid uit financiële instrumenten
Enquete bij professionele voorspellers


Slide 13

Rentebeslissing in juli 2008: van 4,0 pct. naar
4,25 pct. (2)
1. de economische pijler, vervolg

2. de monetaire pijler
Het verloop van de geldhoeveelheid en
kredietverlening

Enquete naar de bancaire kredietverlening:
criteria voor het verlenen van kredieten
(gegevens t.e.m. eerste kwartaal van 2008)

14

70

12

60
50

10

40
30

8

20

6

10
4

0
-10

2

-20
-30

Geldhoeveelheid

verwachting voor volgend kwartaal

Kredietverlening aan residenten van het
eurogebied

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2008

huidig kwartaal

Bron: ECB Bank Lending Survey, Datastream

13

2007

2006

2005

2004

2003

0


Slide 14

Rentebeslissingen in oktober en november
2008: verlaging met telkens 50bp. tot 3.25% (1)
1. de economische pijler, een selectie van indicatoren
inflatie- en groeiverwachtingen op korte
termijn

geobserveerde inflatie

4,5

4,5

4

4

3,5

3,5

3

3

2,5

2,5

inflatie verwachtingen op lange termijn

3
2,8
2,6
2,4

2

2
1,5
1

1,5

2,2

1

2

0,5

1,8

0

HICP-inflatie
HICP-inflate ongerekend energie en
voedsel

-0,5
jan- 08
feb- 08
mrt- 08
apr- 08
mei- 08
jun- 08
jul- 08
aug- 08
sep- 08
okt- 08
nov- 08

jan-06
apr-06
jul-06
okt-06
jan-07
apr-07
jul-07
okt-07
jan-08
apr-08
jul-08

0

Inflatieverwachting 2008
Inflatieverwachting 2009
Reële groeiverwachting 2008
Reële groeiverwachting 2009

Bronnen: ECB, Eurostat, Datastream, Bloomberg, Consensus Economics

14

1,6
jan- 06
apr- 06
jul- 06
okt- 06
jan- 07
apr- 07
jul- 07
okt- 07
jan- 08
apr- 08
jul- 08
okt- 08

0,5

Afgeleid uit financiële instrumenten
Enquete bij professionele voorspellers


Slide 15

Rentebeslissingen in oktober en november
2008: verlaging met telkens 50bp. tot 3.25% (2)
1. de economische pijler, vervolg

2. de monetaire pijler

Enquete naar de bancaire kredietverlening:
criteria voor het verlenen van kredieten
(gegevens t.e.m. derde kwartaal van 2008)

Het verloop van de geldhoeveelheid en
kredietverlening

14

80
70
60
50
40
30
20
10
0
-10
-20
-30

12
10
8
6
4
2

Geldhoeveelheid

verwachting voor volgend kwartaal

Kredietverlening aan residenten van het
eurogebied
Line 3
Line 4

2008

2007

2006

huidig kwartaal

Bronnen: ECB Bank Lending Survey, Datastream

15

2005

2004

2003

2008

2007

2006

2005

2004

2003

0


Slide 16

Doelstellingen en
principes getoetst aan de
praktijk gedurende de
eerste 10 jaar van de euro

16


Slide 17

Prijsstabiliteit zorgt voor lagere reële rente
Geloofwaardig monetair beleid gericht op
prijsstabiliteit leidt tot periode met lage inflatie,
(consumptieprijsindex, veranderingspercentages
t.o.v. het voorgaande jaar)

2005

2000

8

1990

-2,5

1985

-2,5

Duitsland

1980

0

1975

0

1970

2,5

Eurogebied

1965

2,5

2005

5

2000

5

1995

7,5

1990

7,5

1985

10

1980

10

1975

12,5

1970

12,5

1965

15

1960

15

1995

Duitsland

1960

Eurogebied

en tot een daling van de lange rente
(10-jaars referentierente, procenten)

Eurogebied

3

1

-2
Bronnen: OECD, Datastream, eigen berekeningen.
1 Reële rente berekend als de nominale lange rente gedefleerd met de CPI-inflatie.

17

Reële bbp-groei

Reële rente


Slide 18

Prijsstabiliteit:
een middellange termijn-concept met even goed
bezorgdheid voor neerwaartse risico's
("minder dan, maar dicht bij 2%" precisering in mei 2003)
4,5
4
3,5
3
2,5
2
1,5
1
0,5

HICP-inflatie
HICP-inflatie, ongerekend energie en voedsel
Inflatievoorspelling binnen 5 jaar, SPF
Break-even inflatie afgeleid van geindexeerde obligaties, vervaldatum 2012
Break-even inflatie afgeleid van geindexeerde obligaties, vervaldatum 2032
Bronnen: Datastream, ECB Survey of Professional Forecasters.

18

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

2001

2000

1999

0


Slide 19

Verankering van de inflatieverwachtingen eurogebied versus VS
Eurogebied

Verenigde Staten

1,5

1,5

1

19

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

2001

2000

1999

1

2

2

1,5

1,5

1

1
2008

2

2007

2

2,5

2,5

2006

2,5

2005

2,5

3

3

2004

3

2003

3

3,5

3,5

2002

3,5

2001

3,5

4

4

2000

4

1999

4

Inflatieverwachtingen binnen 5 jaar: gemiddelde

Inflatieverwachtingen binnen 10 jaar: gemiddelde

Inflatieverwachtingen binnen 5 jaar: 25pct. laagste antwoorden

Inflatieverwachtingen binnen 10 jaar: 25pct. laagste antwoorden

Inflatieverwachtingen binnen 5 jaar: 25 pct. hoogste antwoorden

Inflatieverwachtingen binnen 10 jaar: 25 pct. hoogste antwoorden


Slide 20

Prijsstabiliteit ging niet gepaard met grotere
variabiliteit van het activiteitsverloop
...kan zowel een gevolg zijn van mildere schokken
als van beter beleid.

Gedaalde macro-economische volatiliteit....
(standaardafwijking van groei en inflatie tussen 1998-2007 en voor
glijdende reeks periodes van 40 kwartalen voor het eurogebied)

4

3,5

1980-1989

standaardafwijking inflatie

standaardafwijking inflatie

3

2,5

1971-1980
2

1,5

AUS

1990-1999

NO
VK

NZL

SE

1

CN

VS
Eurogebied

DK

0,5

CH

"Commitment" en/of
kleine variantie van schokken

0
0

0,5

1

1,5

2

2,5

3

3,5

4

standaardafwijking bbp-groei

Bronnen: Fagan, Henry en Mestre (2005), Datastream, OESO en eigen berekeningen.

20

"Discretion" en/of
grote variantie van schokken

standaardafwijking bbp-groei


Slide 21

Cash changeover
in 2002 verstoorde de inflatieperceptie, maar recent
lopen inflatie en inflatieperceptie opnieuw meer parallel
Eurogebied

Oostenrijk

België

Finland

6

6

6

6

5

5

5

5

4

4

4

3

3

3

2

2

2

1

1

1

0

0

0

0

-1

4
3
2

96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

Frankrijk

Duitsland

Griekenland

4

6

17
16
15
14
13
12
11
10
9
8
7
6
5
4
3
2
1
0

5
3
4
2

3
2

1
1
0

0
96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

Italië
6

4
3
2
1
0
96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

Bronnen: EC, NBB.

96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

Ierland
7
6
5
4
3
2
1
0

96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

Nederland
11
10
9
8
7
6
5
4
3
2
1
0

5

21

1

96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

Portugal
7

Spanje
6

6

5

5
4

4
3

3

2

2

1
1

0
-1
96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

HICP

0
96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08

Inflatieperceptie

96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08


Slide 22

Van de rentebeslissing naar
de portemonee: transmissie
naar de reële economie en
de inflatie

22


Slide 23

Benadering "via de hoeveelheden" uit de
basishandboeken
► Monetaire basis B  Geldhoeveelheid M  Prijs P
Monetaire
Vergelijking
multiplicator:
van Fisher:
M = bB
P = MV/Q


B onder de controle van de centrale bank



+ : onderstreept de voorwaarden voor de mogelijkheid dat de
centrale bank vat heeft op de commerciële banken en op de
inflatie; "Inflation is always and everywhere a monetary
phenomenon". Deze relatie lijkt stand te houden op de lange
termijn.



-: instabiliteit van b, in het bijzonder in een periode van financiele
crisis, en V op korte termijn in de financieel ontwikkelde
economieën is te groot



geen afspiegeling van het strategische en operationele kader
van de hedendaagse centrale banken

23


Slide 24

Een benadering "via de rente"

Rente van
centrale bank i 

Rente op de
geldmarkt 

Andere financiële
variabelen, reële  Prijs P
variabelen, verwachtingen

► i onder controle van de centrale bank
► de transmissie van een rentebeleid verloopt via de termijnstructuur

van de rente
► geldhoeveelheid M wordt een endogene variabele maar blijft

tevens een indicator voor de risico's voor prijsstabiliteit op
middellange tot lange termijn

Bron:Aucremanne, Boeckx, Vergote (2007), "Rentebeleid versus geldbasisbeleid: gevolgen voor de centrale-bankbalans".
Economisch Tijdschrift van de NBB, December 2007.

24


Slide 25

De transmissie van de monetaire-beleidsimpulsen
Centralebankrente

Financiële markten

Kortetermijnrente
op de geldmarkt

Andere rentetarieven
(obligaties, kredieten, deposito's)

Wisselkoersen

Verwachtingen

Geldhoeveelheid

Goederen-, dienstenen arbeidsmarkt

Binnenlandse vraag
(consumptie, investeringen)

Nettouitvoer

Loon- en prijsvorming

Prijzen

25

Invoerprijzen


Slide 26

Doorrekening van de geldmarktrente op de
andere rentetarieven (maandgegevens, percentages)

2,5

2,0

2,0

3-maand Euribor
3-maand EONIA swap
bedrijven, ≤1 miljoen, ≤ 1j
bedrijven, >1 miljoen, ≤ 1j
gezinnen, huizen, ≤ 1 j
Bronnen: ECB en Datastream
(1) bankobligatie voor een bank met senior-rating, (2) overheidsobligatie op 5 jaar

26

jan-08

2,5

jan-07

3,0

jan-06

3,0

jan-05

3,5

jan-03

3,5

jul-08

4,0

jan-08

4,0

jul-07

4,5

jan-07

4,5

jul-06

5,0

jan-06

5,0

jul-05

5,5

jan-05

5,5

jul-04

6,0

jan-04

6,0

jul-03

6,5

jan-03

6,5

jan-04

Rentes op lange termijn

Rentes op korte termijn

rente waartegen banken zelf ontlenen (1)
overheidsobligatie (risicoloze referentierente) (2)
gezinnen, huizen, 5-10 jaar
bedrijven, > 5 jaar


Slide 27

De centrale bankrente en de wisselkoers
De USD-EUR wisselkoers

De ECB-beleidsrente en de verwachtingen van de
financiële markten omtrent deze rente

1,8
5

1,7
4,5
23-jul

1,6

4
06-aug

1,5

13-aug
26-sep

3,5

1,4

3

jul-08

aug-08 sep-08 okt-08 nov-08
wisselkoers USD voor 1 euro

Bronnen: Datastream, Bloomberg

27

jul-09

mei-09

mrt-09

1,1
jun-08

jan-09

2
nov-08

1,2

jul-08

2,5

sep-08

30-okt

1,3

verwachtingen omtrent de beleidsrente op 23 juli
06-aug
13-aug
26-sep
30-okt
ECB-beleidsrente


Slide 28

Van de rentebeslissing naar de
portemonee:
liquiditeitsverstrekking aan de
geldmarkt door het Eurosysteem

28


Slide 29

Het monetair beleid van het
Eurosysteem: Operationele
aspecten

29


Slide 30

Menu

► operationele kader
► monetaire reserveverplichtingen
► open-marktoperaties
► permanente faciliteiten
► interactie liquiditeitsbeheer - rentesturing
► monetair beleid gedurende de financiële crisis

30


Slide 31

Monetair beleid: operationeel kader

31



Primaire doelstelling: richting geven aan de rentetarieven op zeer
korte termijn van de geldmarkt



Drie categorieën instrumenten:
 minimum reserveverplichtingen (RR): opleggen aan
banken om reserves te vormen en zo behoefte om geld te
lenen bij de centrale bank te vergroten + buffermechanisme
 open-marktverrichtingen (OMO): instrumenten om geld te
lenen (of te ontlenen) aan de banken
 permanente faciliteiten (PF): creatie "rentecorridor"



Centrale beslissing (ECB), gedecentraliseerde uitvoering (NCBs)



Ruime waaier van tegenpartijen, geen nationale quota



Gelijke behandeling en harmonisering



Gewaarborgd (onderpand)


Slide 32



32

Monetaire reserveverplichtingen


Slide 33

Reserveverplichtingen: modaliteiten
► Alle in eurozone gevestigde kredietinstellingen zijn verplicht

reserves te vormen bij hun nationale centrale bank.
► Bedrag: percentage (2%) van de meeste deposito's en

effecten < 2 jaar
► Middelingsprincipe
► Vergoeding tegen het tarief van de basisherfinancieringstransacties
► Reserveperiode: ca 1 maand

33


Slide 34

Monetaire reserveverplichtingen: functies
► Verruimen structureel liquiditeitstekort
 kredietinstellingen "en banque" houden
► Stabilisering geldmarktrente:

 buffermechanisme dmv middelingsfaciliteit

34


Slide 35



35

Open-marktverrichtingen


Slide 36

Open-marktverrichtingen (tenders):
aard & functies
= instrumenten om geld te lenen of te ontlenen aan de markt
► Basisherfinancieringstransacties (MRO)
 wekelijks, looptijd: 1 week
 centrale rol voor sturen marktrente en beheersen liquiditeit

► Langerlopende herfinancieringstransacties (LTRO)
 maandelijks, looptijd: 3 maanden

(recentelijk ook 6 maanden)
 aanvullende financiering (geen rentesignaal)
► Fijnregelingstransacties (FT)
 ad-hoc
 afzwakken weerslag onverwachte

liquiditeitsschommelingen op de rente

36


Slide 37

Open-marktverrichtingen: Tenderprocedures
2 systemen:
►Volumetenders (vaste rente)  ECB maakt rentevoet vooraf

deelnemers vragen bedrag

full of partial allotment
►Rentetenders (variabele rente)

deelnemers stellen bedragen en rentevoeten voor

cut-off voor iedereen of cut-off maar iedereen
voorgestelde prijs

37


Slide 38



38

Permanente faciliteiten


Slide 39

Permanente faciliteiten
Kenmerken:
► Geld lenen of ontlenen voor 1 dag (overnight)
► Marginale beleningsfaciliteit (bovengrens rentecorridor)



banken kunnen geld lenen voor 1 dag
tot 9 oktober 2008: de officiële rente van de ECB + 1%,
nu +0.5%

► Depositofaciliteit (ondergrens rentecorridor)

banken kunnen geld plaatsen voor 1 dag

tot 9 oktober 2008: de officiële rente van de ECB -1%,
nu -0.5%

► Op eigen initiatief en onbeperkt (onderpand)

Functies:
► Binden O/N-rentevoeten (creatie "corridor")
► Algemene beleidsoriëntatie weergeven
► Marginale verstrekking en opslorping van

liquiditeiten
39


Slide 40

Interactie liquiditeitsbeleidrentevorming geldmarkt

40


Slide 41

Overzicht operationeel Kader
Doelstelling

Daggeldrente (EONIA)
dicht tegen officiële rente

Instrumenten

 Minimumreservesysteem (RR)
Reserveverplichtingen

 Open marktoperaties (OMOs)
Basisherfinancieringsoperaties

 Permanente faciliteiten (PF)

(1 week)

Langerlopende herfinancieringsoperaties
(3 maanden)

Fine-tuning operaties
(doorgaans 1 dag)

41

Marginale
beleningsfaciliteit

Deposito
faciliteit


Slide 42

Evolutie EONIA en de rentecorridor
5.50
5.00
4.50
4.00
3.50
3.00
2.50
2.00
1.50
1.00
0.50

02
20

03
20

04
20

05
20

06
20

Marginale beleningsfaciliteit
Depositofaciliteit
Daggeldrente op de markt (EONIA)
minimale inschrijvingsrente bij de basisherfinancieringstransacties

42

07
20

08
20


Slide 43

Vereenvoudigde balans van het Eurosysteem
(gemiddelde van de in 2007 uitstaande bedragen per dag, miljarden euro's)
Passief

Actief

Autonome
factoren

Netto externe activa
Andere

323,7
106,5

Bankbiljetten
Deposito's van de overheid

629,6
52,5
251,9

Gemiddelde verplichting
Reservetegoeden boven
de gemiddelde verplichting

Reserveverplichtingen

187,4
1,9
189,3

Openmarkttransacties

Basis-herfinancieringstransacties
(1 week)
263,6
Langerlopende herfinan183,3
cieringstransacties
"Fine-tuning"-transacties
0,0

"Fine-tuning"-transacties

5,4

Deposito (1 dag)

0,5

441,5

Permanente
faciliteiten

Marginale belening (1 dag)

0,2

0,3

43


Slide 44

De financiële crisis

44


Slide 45

De Financiële crisis


Vertrouwen tussen banken is weg
=> "Droogvallen" van interbancaire markt
=> Centrale banken vaak enige manier om liquiditeiten te
bekomen en te beleggen.
 extra maatregelen









45

Renteverlagingen (van 4.25% naar 3.25% in 2 stappen)
Versoepeling criteria onderpand
'Full allotment' bij de open-marktoperaties
(uiteraard beperkt tot beschikbaar onderpand)
Meer operaties: extra LTROs
Vernauwing corridor van de PF (van 200 bp naar 100 bp)
OMO's in USD ('full allotment') en CHF (voorwaarden SNB).
Emergency Liquidity Assistance
(op nationaal niveau: “lender of last resort”)


Slide 46

Bedankt !

46


similar documents