en γ-straling

Report
Natuurkunde H5:
M.Prickaerts
21-08-13
Atoombouw
• Kern (protonen en neutronen) en elektronenwolk
(elektronen in schillen)
• Atoomnummer Z: aantal protonen
in de kern
• Massagetal A: aantal nucleonen
(of kerndeeltjes: protonen en
neutronen)
A
• Notatie: Z X
• Isotopen: hetzelfde aantal protonen (Z) in de kern (dus:
hetzelfde element X), maar verschillend aantal neutronen (N)
in de kern en dus verschillend massagetal (A = Z + N)
Rontgenstraling
• Bron: röntgenbuis
• Eigenschappen: ioniserend en doordringend vermogen
• Soort straling: fotonen
Kernstraling
• Bron: instabiele istopen
• Eigenschappen: ioniserend en doordringend vermogen
• Soort straling: instabiele kern verandert in een andere kern
onder uitzending van α-, β- of γ-straling
• α-straling: heliumkernen 42 He
• β-straling: elektronen -10 e
• γ-straling: fotonen (energie groter dan fotonenergie bij
röntgenstraling)
Marie Curie
•
•
•
•
Overleden door straling
Nobelprijs en geld
Element Curium, Polonium en Radium
Activiteit radioactieve straling Curie
Marie Curie
Marie Curie
Ioniserend vermogen
• Bij doordringen van straling in een stof wordt energie
afgegeven aan elektronen in de buitenste schillen van de
atomen
• Stralingsdeeltje (bij α- en β-straling) of foton (bij röntgen- en γstraling) stoot bij botsing een elektron uit het atoom: ionisatie
Doordringend vermogen
• α- en β-straling: dracht
• Dracht R: afstand waarover het stralingsdeeltje al zijn energie
heeft afgegeven aan het materiaal – hangt af van de soort
straling, de energie van het stralings-deeltje en de dichtheid
van het materiaal
Doordringend vermogen
• Röntgen- en γ-straling: halveringsdikte
• Halveringsdikte d1/2: afstand waarover een materiaal de helft
van de invallende fotonen heeft geabsorbeerd – hangt af van
de fotonenergie en de dichtheid van het materiaal
• De intensiteit Id van de
doorgelaten straling neemt af met
de dikte d van het materiaal:
na elke halverings-dikte is de
intensiteit een factor 2 kleiner
Ioniserend en doordringend
vermogen
soort straling
ioniserend
vermogen
doordringend
vermogen
• α-straling
groot
klein
• β-straling
matig
klein
klein
matig
groot
groot
• röntgenstraling
• γ-straling
Bronnen
• Natuurlijke stralingsbronnen: achtergrondstraling
• Kosmos
• Bodem, water en lucht > voedsel en bouwmaterialen
•
•
•
•
•
Kunstmatige stralingsbronnen
Medische toepassingen: diagnose en therapie
Kernreactoren, opslagplaatsen van radioactief afval
Deeltjesversnellers
Consumentenproducten zoals rookmelders en beeldschermen
• Fall-out door nucleaire rampen en kernbomproeven
Detectie
• Geiger-Müller telbuis
• Vooral gevoelig voor β-deeltjes
• Deeltje veroorzaakt ionisatie van gasatomen in de telbuis de
vrijgemaakte elektronen leveren een spannings-puls
elektronische teller telt het aantal pulsen
Detectie
• Dosismeter
• Bevat materiaal dat de energie
van de invallende straling
absorbeert
• Vroeger een fotografische film – na ontwikkelen bepaalt de
zwarting de dosis
• Tegenwoordig thermoluminescentie – straling brengt atomen
in aangeslagen toestand, na verhitting komt energie vrij in de
vorm van licht: de lichtintensiteit bepaalt de dosis.uitvoering
als badge
Filmpje
• http://www.youtube.com/watch?v=8z5NRD8D6c
Halveringstijd
• Bij radioactief verval verandert een instabiele kern in een
andere kern onder uitzending van α-, β- of γ-straling
• De halveringstijd t1/2 is de tijd waarin de helft van het
aanwezige aantal instabiele kernen vervalt
• Het aantal aanwezige instabiele kernen Nt neemt af in de loop
van de tijd t: na elke halveringstijd is het aantal instabiele
kernen een factor 2 kleiner
• http://www.youtube.com/watch?v=cHRF9pjZv64
• http://www.youtube.com/watch?v=LDaZZnQCJw4
Activiteit
• De activiteit A is het aantal vervallende kernen per seconde
• Eenheid: becquerel (Bq)
• De activiteit At neemt af in de loop van de tijd t: na elke
halveringstijd is de activiteit
een factor 2 kleiner
• Vervalkromme geeft de activiteit
At als functie van de tijd t
Vervalvergelijking
• α-verval:
A
Z
4
X  AZ-4
-2Y + 2 He
• Het α-deeltje is een heliumkern
• Behoudsprincipes:
massagetal: A = (A – 4) + 4
atoomnummer: Z = (Z – 2) + 2
AX
Z
4 He
2
A-4 Y
Z-2
Vervalvergelijking
• β-verval:
A
Z
•
•
•
•
•
A
X  Z +1
Y + -10 e
e (β- deeltje)
0
-1
Het β-deeltje is een elektron
Behoudsprincipes:
massagetal: A = A + 0
atoomnummer: Z = (Z + 1) – 1
Bij β-verval vervalt een neutron in de kern tot een proton en
een elektron:
AX
Z
n  p+ e
1
0
1
1
0
-1
• Het elektron wordt door de kern uitgestoten
β
AY
Z+1
Vervalvergelijking
Am Y
Z
• γ-verval:
Am
Z
Y  AZ Y + γ
γ
• Het γ-deeltje is een foton
AY
Z
• Na α- of β-verval bezit de kern vaak nog teveel energie: de
kern bevindt zich in een aangeslagen toestand (aangegeven
door de letter m achter het massagetal)
• De kern raakt deze energie kwijt door het uitzenden van een
γ-foton
• γ-straling wordt dus uitgezonden in combinatie met α- of βstraling
Besmetting/bestraling
• schema:
besmetting
ioniserende
straling
bron
radioactiviteit
radioactieve stof
radioactief verval
activiteit
halveringstijd
ontvanger
bestraling
soorten straling
ioniserend vermogen
doordringend vermogen
dosis
dosisequivalent
absorptie
halveringsdikte
Bestraling en Besmetting
• Bij bestraling absorbeert een ontvanger straling ‘van buitenaf’:
uitwendige bestraling
• Bij besmetting heeft een ontvanger zelf radioactieve stoffen
binnengekregen (op of in het lichaam) en ontvangt daardoor straling
‘van binnenuit’: inwendige bestraling
besmetting
ioniserende
straling
bron
radioactiviteit
ontvanger
bestraling
Dosis/-equivalent
• •De dosis D is de geabsorbeerde stralingsenergie per
kilogram van het absorberende materiaal:
•
E
D = str
m
• Eenheid: gray (Gy) (1 Gy = 1J/kg)
• Het dosisequivalent H is de dosis, gecorrigeerd voor het
biologisch effect (of de aangerichte schade) van de
verschillende soorten straling:
• H=Q D
• Eenheid: sievert (Sv)
• Weegfactor: Qα = 20 en Qβ = Qγ = Qrö = 1
Dosis/-equivalent
• Rekenvoorbeeld
• Lichaamsweefsel met een massa van 5 kg absorbeert bij
bestraling met α-straling 0,05 J stralingsenergie
E
0,05
• Dosis:
D = str =
= 0,01Gy
m
5
• Dosisequivalent:
H = Q D = 20 0,01 = 0,2 Sv
ENKELE GROOTHEDEN IN DE STRALINGSLEER
ACTIVITEIT
De activiteit drukt uit hoeveel radioactieve straling
er per seconde door de bron wordt uitgezonden.
1 Becquerel = 1 desintegratie / s
WEINIG ACTIVITEIT
1 Bq
VEEL ACTIVITEIT
( Oude eenheid: 1 Ci = 1 Curie = 3.7 1010 Bq )
ENKELE GROOTHEDEN IN DE STRALINGSLEER
ACTIVITEIT
De activiteit van een bron neemt exponentieel af met de tijd
A
Bijvoorbeeld:
Uranium-238
TRAAG
WEINIG
ACTIVITEIT
T1/2
t
A
Bijvoorbeeld:
Cobalt-60
VLUG
VEEL
ACTIVITEIT
T1/2 = 4.51 109 jaar
T1/2 = 5.27 jaar
T1/2
t
ENKELE GROOTHEDEN IN DE STRALINGSLEER
ACTIVITEIT
De activiteit van een bron hangt af van het radioactief isotoop
Enkele voorbeelden:
1 gram Radium-226
T1/2 = 1620 jaar
Activiteit = 3.7 1010 Bq
1 gram Uranium-238
T1/2 = 4.51 109 jaar
Activiteit = 1.23 104 Bq
1 gram Cobalt-60
T1/2 = 5.27 jaar
Activiteit = 4.2 1013 Bq
ENKELE GROOTHEDEN IN DE STRALINGSLEER
DOSIS
De stralingsdosis drukt uit hoeveel straling er
per kilogram materie geabsorbeerd wordt.
1 Gray = 1 Joule / kg
1 Gy
( Oude eenheid: 1 rad = 0.01 Gy )
ENKELE GROOTHEDEN IN DE STRALINGSLEER
DOSIS
D
Hoge
dosis
Afstand van de bron
Lage
dosis
ENKELE GROOTHEDEN IN DE STRALINGSLEER
EFFECTIEF DOSIS EQUIVALENT
H= D x Q
De stralingsschade toegebracht aan weefsel
door een zelfde stralingsdosis is tevens
afhankelijk van het soort straling.
Het relatief biologisch effect (Q) houdt rekening
met het soort straling.
De eenheid van effectief dosis equivalent is
de Sievert ( 1 Sv )
Oude eenheid : 1 rem = 0.01 Sv
a
Q = 20
b
Q=1
g
Q=1
EEN AANTAL RICHTWAARDEN
Kosmische straling op zeeniveau:
300 Sv / jaar
bij een intercontinentale vlucht:
5 Sv / uur
600 Sv / jaar
Straling uit de bodem:
Straling uit bouwmaterialen (Radon):
NATUURLIJKE
STRALING
2 mSv / jaar
Eén thorax radiografie:
100 Sv
Eén thorax CT scan:
1 mSv - 17 mSv
Totale gemiddelde stralingsbelasting in België:
4.3 mSv / jaar
TOEGELATEN effectieve dosis ten gevolge van handelingen
Burgerbevolking:
1 mSv / jaar
Beroepshalve blootgesteld: 20 mSv / jaar
KUNSTMATIGE
STRALING
DE VERDELING VAN DE STRALINGSBELASTING
IN BELGIË
Stoffen in lichaam
Thoron
Radon
Kernenergie
Medisch
Kosmisch
Bodem/Gebouwen
Totale gemiddelde stralingsbelasting in België:
4.3 mSv / jaar
WETGEVING IN BELGIË AANGAANDE
HET GEBRUIK VAN IONISERENDE STRALING
VERGUNNING
Klasse 1:
• Kernreactoren
• Heropwerkingsfabrieken
Klasse 2:
• Producenten van radionucliden
• Deeltjesversnellers
• Röntgentoestellen (E > 200 kV)
• Verwerking van radioactief afval, ...
Klasse 3:
• Mobiele X-stralen apparatuur
• Röntgentoestellen (E < 200 kV)
• Toestellen met ingekapselde bronnen
Klasse 4:
• ingekapselde bronnen
(< 1 Sv/h op 10 cm afstand)
• laag radioactieve isotopen
CONTROLE
Ministerie volksgezondheid
speciale commissie
Eigen fysische
controleorgaan
Bestendige deputatie v.d.
provinciale raad
Erkend organisme
geen
Niet vereist
NUCLEAIRE ACCIDENTEN
SOORTEN ACCIDENTEN
1. BESMETTING VAN DE OMGEVING MET RADIONUCLIDEN
2. BESTRALING VAN PERSONEN IN DE NABIJHEID
VAN EEN RADIOACTIEVE BRON
El Cobalto
Gevalstudie 1
1983, Ciudad Juárez : Vicente Sotelo Alerdin parkeert
zijn pick-up dicht bij zijn huis na lekke band.
Kinderen spelen op de stilstaande pick-up van.
El Cobalto
Gevalstudie 1
1m
50 cGy/uur
BIOLOGISCHE SYMPTOMEN OP OMSTAANDERS:
• Reductie van witte bloedcellen
• Chromosomale afwijkingen
Verminderd afweersysteem
El Cobalto
Cobalt machine
(20 jaar oud)
Centro Medico de Juarez
Containers
met Cobalt-60
Pick-up wagen
Gevalstudie 1
Opslagplaats
Schroothoop
El Cobalto
Gevalstudie 1
Vrachtwagens rijden
in de radioactieve
metaalmengeling en
verspreiden
het radioactieve Cobalt
Tafelpoten
Oud ijzer: Recyclage
Bestelling van tafelpoten
in Los Alamos
ALARM !
Los Alamos laboratories
El Cobalto
Balans:
• De autoriteiten spoorden de radioactieve sloopplaats op en vonden dat
de capsules er aangekomen waren na 6 december aangezien het papierwerk
dat sinds die dag verstuurd was radioactief bleek te zijn.
• De pick-up werd teruggevonden en als radioactief afval verwerkt.
• Tafelpoten en andere onderdelen bleken verspreid te zijn tot in Canada,
22 staten van de Verenigde Staten en Mexico.
• 109 huizen werden afgebroken omdat gewapend beton gebruikt was met...
radioactieve bewapening.
• Met behulp van een verkenningshelikopter werden de snelwegen afgekamd
en werden 22 radioactieve plaatsen gevonden. Acht radioactieve zaden werden
uit het asfalt gegraven.
Goiania, Brasilië
Gevalstudie 2
1985:
Bij het ontmantelen van een ziekenhuis bleef
een radiotherapie-eenheid ongemoeid achter.
Oud metaal zoekers vonden de eenheid
en openden een Cesium-137 bron.
De Cesium bron (52 TBq) werd hierbij in stukken
gebroken.
Verschillende stukken Cesium werden
verdeeld tussen vrienden en familie
omwille van het lichtgevend effect.
Sommige kinderen en volwassenen smeerden het Cesium uit
over de huid om “licht te geven in het donker”.
Goiania, Brasilië
Gevalstudie 2
Na twee weken melde een familielid zich in het
ziekenhuis met acute stralingssyndromen.
Hierbij had ze het lichtgevend goedje in een
plastiekzak gestoken en de bus genomen.
Het radioactief materiaal werd tot 150 km buiten
Goiania aangetroffen.
In een Olympisch stadium werden 112.000 mensen geneeskundig onderzocht.
• 250 mensen waren gecontamineerd met Cs-137.
• Verschillende huizen werden afgesmeten en gedecontamineerd.
• 3 gecontamineerde schrootverwerkingsbedrijven werden ontmanteld.
• 4 mensen stierven heel spoedig.
• 28 patiënten hadden stralingsgeïnduceerde huidletsels.
• 50 mensen hadden inwendige besmetting met Cs-137.
Goiania, Brasilië
Gevalstudie 2
In een Olympisch stadium werden 112.000 mensen
geneeskundig onderzocht.
• 250 mensen waren gecontamineerd met Cs-137.
• Verschillende huizen werden afgesmeten en gedecontamineerd.
• 3 gecontamineerde schrootverwerkingsbedrijven werden ontmanteld
• 4 mensen stierven binnen de week.
• 28 patiënten hadden stralingsgeïnduceerde huidletsels.
• 50 mensen hadden inwendige besmetting met Cs-137.
San Salvador, El Salvador
Gevalstudie 3
1989:
In een stralingseenheid voor het steriliseren
van medisch materiaal kwam de bron vast te zitten.
De bediener van het toestel omzeilde de veiligheden
en betrad de ruimte waarin zich de bron bevond
samen met twee collega’s.
De drie personen vertoonden spoedig acute stralingsverschijnselen
en hun handen en voeten dienden
geamputeerd te worden.
De ergst bestraalde man overleed
na zes maanden.
United Kingdom
Gevalstudie 4
1982-1991: Stralingsaccident in de kliniek:
Vóór 1982: Manuele berekeningen van dosisverdeling
(omrekening naar andere SSD)
In 1982: Een gecomputeriseerd planningsysteem aangekocht.
Niet bewust van het feit dat de computerplanning corrigeerde
bij andere SSD werd ook nog een manuele correctie uitgevoerd.
In 1991: De fout werd ontdekt.
Balans:
1045 patiënten ontvingen een te lage dosis.
Een gedetaileerde studie toonde aan dat 492 patiënten
een lokale heropvlakkering van de tumor vertoonden,
hoogst waarschijnlijk ten gevolge van de onderdosage.
Canada en Verenigde Staten
Gevalstudie 5
1985-1987: Stralingsaccident in verschillende klinieken
6 accidenten ten gevolge van een software-probleem op verschillende versnellers.
vlakheidsfilter
In een aantal zeldzame situaties liet het
programma toe dat bij wijziging van
elektronen naar gammastraling het filter niet
voor de bundel werd geschoven wat leidde tot
Ernstige overbestraling (150-250 Gy).
Balans:
Drie doden en drie ernstig gewonden
Verenigde Staten
Gevalstudie 6
1992:
Een Iridium-192 bron bleef zitten in een patiënt met een
rectum-tumor. Een externe stralingsdetector sloeg alarm
maar dit werd genegeerd door de verpleegkundige.
De bron bleef zitten gedurende 4 dagen waarbij de patiënt
een dosis ontving van 18000 Gy op 1 cm van de bron
i.p.v. de voorgeschreven 18 Gy. De patiënt stierf spoedig
na het verwijderen van de catheter.
Het verband tussen het plotse overlijden van de patiënt
en een mogelijk probleem met het toestel werd niet gelegd.
De catheter (met bron !) die uit de patiënt gehaald werd,
werd door de verpleegkundige bovenop het toestel gelegd
en het toestel werd in een gewone opslagplaats gezet.
Verenigde Staten
Gevalstudie 6
De opslagruimte werd door veel personeelsleden regelmatig bezocht.
De radioactieve bron zorgde voor de accidentele bestraling van 94 personen:
ziekenhuispersoneel, ambulanciers en schoonmaakpersoneel.
Bescherming
• Het jaarlijkse dosisequivalent van zo’n 2 mSv als gevolg van
de natuurlijke achtergrondstraling is onontkoombaar
• De ontvangen extra dosis moet zo laag mogelijk zijn en onder
de dosislimiet blijven
• Er zijn drie mogelijkheden om het stralingsrisico voor
stralingswerkers te beperken:
• Verkorten van de tijd dat de stralingswerker met de bron
bezig is
• Afscherming van de bron
• Vergroten van de afstand tot de bron
Afweging
• Toepassingen moeten gerechtvaardigd zijn
• De ontvangen stralingsdosis moet zo laag mogelijk zijn en
onder de dosislimiet blijven
• Bij medisch diagnostische stralingstoepassingen steeds
nagaan of er alternatieven zijn (zoals MRI of echoscopie)
• Voor medisch therapeutische stralingstoepassingen
(bestraling) geldt een andere afweging: het risico van niet
behandelen tegenover het risico van de stralingsdosis
• Deze stralingsdosis valt niet onder de dosislimiet
Website
• Toepassingen en filmpjes ter verduidelijking
• http://watisradioactievestraling.tudelft.nl/site/
Kernsplijting
• Bij beschieting met neutronen kan een zware atoomkern
splijten
• Een voorbeeld is de splijting van de uraniumisotoop U-235:
235
92
89
1
U+ 01n  144
Ba
+
Kr
+
3
56
36
0n
235
92
94
1
U+ 01n  140
Xe
+
Sr
+
2
54
38
0n
• De splijtingsproducten zijn instabiel en vervallen onder
uitzenden van α-, β- en/of γ-straling
Kernsplijtingsenergie
• Bij kernsplijting is sprake van een massadefect: de totale
massa van de kernen en losse kerndeeltjes is na de splijting
kleiner dan voor de splijting
• De ‘verdwenen’ massa – of: het massadefect m – is bij de
splijting volgens de equivalentie van massa en energie
omgezet in energie:
E = m c2
• Deze energie komt vrij in de vorm van kinetische energie van
de splijtingsproducten
• Het massadefect m is te berekenen uit de atoom-massa’s en
de atomaire massa-eenheid u
Voorbeeld
• Splijtingsreactie:
• Voor splijting
na splijting
235
1
140
94
1
U+
n

Xe
+
Sr
+
2
92
0
54
38
0n
isotoop
235
92
U
1
0
massa
235,044·u
n
1,008·u
totaal
236,052·u
• •
•
isotoop
140
54
Xe
94
38
Sr
2 01n
totaal
massa
139,921·u
93,915·u
2,017·u
235,854·u
massadefect:
m = 0,198·u = 0,198·1,66·10–27 = 3,29·10–28 kg
Energie
•
•
•
•
•
•
•
•
•
massadefect:
m = 0,198·u = 0,198·1,66·10–27 = 3,29·10–28 kg
Energie:
E = m·c2 = 3,29·10–28·(3,00·108)2 = 2,96·10–11 J
Energie in elektronvolt (eV): 1 eV = 1,60·10–19 J 
1 J = 1/1,60·10–19 = 6,25·1018 eV
Energie:
E = 2,96·10–11·6,25·1018 = 1,85·108 eV = 185 MeV
bij de splijting van U-235 in Xe-140 en Sr-94 komt dus 185
MeV energie vrij
Kettingreactie
• Bij de splijting van U-235 ontstaan twee of drie vrije
neutronen
• Deze vrije neutronen kunnen op hun beurt weer nieuwe
uraniumkernen splijten: zo ontstaat een kettingreactie.
Kernreactor
• In een kernreactor is sprake van een gecontroleerde kettingreactie
van kernsplijtingen om energie vrij te maken: elke kernsplijting
veroorzaakt één volgende kernsplijting
• De energie wordt gebruikt om stoom te maken
• De stoom drijft een turbine/
•
generator-combinatie aan
• De kerncentrale levert elek•
trische energie
Splijtstofstaven
• In de kernreactor zit de splijtstof (U-235) in splijtstof-staven
• Natuurlijk uranium bestaat vooral uit U-238 en slechts voor
0,7% uit het splijtbare U-235
• Voor het kernsplijtingsproces is verrijkt uranium met 3 tot 5%
U-235 nodig
• Uit het U-238 in de splijtstofstaven ontstaat plutonium (Pu239) door absorptie van neutronen:
238
92
0
U+ 01n  239
Pu+
2
94
-1e
Moderator
• Voor splijting van een uraniumkern is een langzaam neutron
nodig
• De neutronen die ontstaan bij splijting van een uraniumkern
hebben een grote snelheid
• Om deze neutronen zodanig af te remmen dat ze een nieuwe
uraniumkern kunnen splijten –
en zo de kettingreactie in stand kunnen
houden – is een moderator nodig
• In een kerncentrale is de moderator meestal
water
Regelstaven
• De kettingreactie van kernsplijtingen wordt onder controle
gehouden met regelstaven
• Deze regelstaven bestaan uit een materiaal dat neutronen
absorbeert zonder dat er verdere reacties optreden: boor of
cadmium
• In een kritische reactor veroorzaakt precies één van de bij
splijting vrijkomende neutronen een nieuwe splijtingsreactie
• De kernreactor levert dan een constant vermogen
Cyclus
• Schema:
productie
splijtstofstaven
uraniumverrijking
uraniumwinning
kerncentrale
opwerking
splijtstofstaven
radioactief
afval
Kernafval
• In een kerncentrale, maar ook in ziekenhuizen en
onderzoekscentra wordt kernafval geproduceerd
• Laag- en middelradioactief afval zoals kleding, papier, wateren luchtfilters wordt in Nederland boven-gronds opgeslagen
bij de COVRA
• Hoogradioactief kernsplijtingsafval gaat vanuit Nederland
naar Frankrijk voor opwerking
• Bij opwerking wordt het overgebleven uranium en het
gevormde plutonium uit het kernsplijtingsafval gehaald voor
hergebruik als splijtstof
Veiligheidsaspecten
• In een Nederlandse kerncentrale wordt zorgvuldig gelet op
de veiligheid door:
•
Ontwerp van de centrale met veiligheidsomhulling
•
Correct onderhoud van de centrale
•
Regels en procedures bij het werken met de centrale
•
Toezicht van de overheid op naleving van de regels
Milieu-aspecten
• Bij normaal functioneren levert een kerncentrale een extra
stralingsdosis van niet meer dan 10 μSv per jaar per persoon
• Een kerncentrale van 1000 MW verbruikt per dag 3,2 kg
uranium, een kolencentrale heeft voor eenzelfde
energieproductie 10.600 ton steenkool nodig
• De voorraden splijtstof (uranium) en fossiele brand-stof
(aardgas, aardolie en steenkool) zijn eindig
• Een thermische centrale (op fossiele brandstof) draagt bij aan
versterking van het broeikaseffect, een kerncentrale levert
hoogradioactief kernsplijtings-afval

similar documents