Samenvatting 3 - IFMSA-NL

Report
r.
~C?~ru~p~ ~{ct ~/2. ~ ':J
epi deht"u.a~~·~ct....
Epidemiologisch onderzoek
~ ~()~
Opzet en interpretatie
Hoofdsnik I Epidemiologie 2'::::C
ó. \ . :S
8.~ 2 <'--\
Onderzoekers kunnen resultaten bevestigen (confirmatie), tegen spreken (contradictie),
weedeggen (falsificatie) of nader specificeren (elaboratie).
Hypothese:
Toetsbare stelling of uitspraak, dat wil zeggen een uitspraak die
op groen van waarnemingen in de parkatijd al dan niet kan
worden aanvaard.
Fasen van empirische cyclus: I formuleren van onderzoeksvraagstelling (pR!bleemstelling)
2 Maken van een onderzoeksopzet (design)
3 Uitvoeren van het onderzoek (verrichten van observaties; de
gegevensverzameling)
4 Analyseren van de onderzoeksresultaten
5 Interpretatie van de onderzoeksresultaten (conclusie)
Elialogisch factoren:
DetermiiWiten die een rol spelen op een moment dat de ziekte
nog niet aanwezig is, of op een moment dat de ziekte al wel
aanwezig is maar nog niet gedetecteerd is.
Prognostische factoren:
Factoren die van invloed zijn op het verdere verloop van een
ziekte, nadat deze aan het licht gekomen is door middel van
diagnostiek of screening.
Diagnostische factoren:
zeggen iets over de aanwezigheid van de ziekte, maar behoeven
geenszi.ns causaal met het ontstaan of de prognose van de zeitke
te zijn verbonden.
Beschrijvende epidemiologie: houdt zich bezig met de bestudering van het voorkomen van
ziekten, al f niet in relatie tot bepaalde kenmerken.
Verlclarende epidemiologie: zoekt naar factoren die het voorkomen van ziekten kwmen
clo~~-::: ZÁek.k ~ ~~
verldaren.
Hoofdstuk 2 Frequentie
~~-..~ : ~ev-. ~
ç.<:t ve...-~l?::.
z~ ~. :u
Epidemiologische fimctie:
Epidemiologische breuk:
Gezondheidsindicawr:
Prevalentie:
Incidentie:
Cohort:
Dynamische populatie:
Risicomaten:
~\?
6"S
+.-
z..f (Di) beschrijft de associatie tussen ziektefrequentie en
determinanten.
aantal zieke individuen I totaal aantal pers in de groep waaruit
deze zieke individuen afkomstig zijn
de operationalisatie van een bepaalde dimensie van gezondheid
of van een bepaald aspect uit een dergelijke dimensie.
heeft betrekking op het aantal personen dat op een bepaald
moment ziek is.
heeft betrekking op het aantal personen dat ziek wordt in een
bepaalde periode.
Is een gesloten populatie. Het lidmaatschap is van onbeperkte
duur. Een cohort wordt steeds ouder. Loss to follow-up.
Is een open populatie. Het lidmaatschap hangt samen met een
bepaalde toestand en eindigt zodra een individu niet meer in
deze toestand verkeerd, van variabele duur. Kenmerken
veranderen niet met de tijd. Leeftijdssamenstelling blijft dus
constant.
geven voor de mensen in de betreffende groep aan wat de kans
is op het krijgen van een ziekte.
wanneer bij een dwarsdoorsnede van een populatie wordt
nagegaan of een bepaalde toestand bij een individu tot op dat
moment ooit aanwezig was.
het deel van de populatie dat de desbetreffende ziekte heeft
Periotkprevalentie:
gehad in een bepaalde periode.
een constante prevalentie doordat incidentie enerzijds en
Steady-state:
genezing en sterfte anderzijds met elkaar in evenwicht zijn.
Cumulatieve incidentie (Cl): bestaat uit het deel van de leden vab et cohort (op W) dat
gedurende de follow-up periode deze aandoe~ Jcrijgt.
Incidentie dichtheid (ID):
ook: wel hazard rate of inciddence density. Aiotal nieuwe
gevallen van ziekte X, totale persoontijd van observatie in
bepaalde tijdsduur.
Het aantal persoonsjaren komt overeen met de oppervlakte
Persoonsjaren:
onder de curve die het verloop van de populatieomvang in de
tijd weergeeft.
Populatie at rislc:
ledereen moet de ziekte kunnen ontwildcelen.
beschrijft het aantal overledenen gedurende een bepaalde
Bruto s terftecijfer:
periode in een bepaalde populatie.
Som van alle meetuitkomsten, gedeeld door het aantal metingen.
Het gemiddelde:
De waarde waar 50"/o van de meet uik:omsten boven en eveneens
De mediaan:
50"/o onder ligt.
de meetwaarde die het vaakst voorkomt.
De modus:
Standaarddeviatie SD:
De absolute waarde van het gemiddelde verschil tussen de
individuele meeruitkomsten en de gemiddelde waarde van alle
meet uitkomsten.
lnterpercentielspreiding:
Een zone, gemarkeerd door 2 meeruitk:omsteo, waarbinnen een
bepaald percentage van de waarnemingen valt.
De afstand tussen de hoogste en de laagste meetwaarde in de
Range:
rangschikking van alle meetwaarde.
=f ~
Hoofdstuk 3 Associatie 2. ~o l:. . 2.. 1- lo
Life -time prevalentie:
\<
Afhankelijke variabele:
Onafhankelijke variabele:
Confounders:
Effectmodificatoren:
RegressievergeJijIcing:
De ziekte, Z
Determinanten, Di. B.v. leeftijd, geslacht.
verstorende variabele is verantwoordelijk: voor een vertekende
weergave van de relatie tussen de centrale determinant en de
ziekte.
' overige' determinanten die de sterkte van de relatie die men
bestudeert doen toe- of afnemen.
Z=bO + b1D 1
één determinant:
Twee determinanten: Z=bO + bi Dl + b2D2
Logaritmische
regressiefunctie:
ln(Z)=bO+blDI + b2D2+. ..
Logistische
regressiefuntie:
ln(ZJI -Z)• bO + biD I + b2D2 + ...
attributiefrisico AR:
AR=ll-10. Verschil van twee incidenties (lD of Cl)
Geeft extra ziektegevallen samenhangend met detenn inant. ( 1gcëxponeerden, 2-niet geëxponeerde)
Wordt ook wel risk difference (R.D) ofrisicoverschil genoemd.
Relatiefrisico RR:
Beter nog: cumulative incidentce dijference (CID)-en incidence
density difference (JDD)
RR=Il!IO. Rate Ratio.
Quotiënt (verhouding) van twee incidenties (10 of CI)
Maat voor sterkte van verband.
Beter nog: cumulatieve incidentieratio (CJR) en incidentie
dichtheidsratio (IDR)
Odds ratio OR:
bet quotillot van twee ' odds'. Odds is de kans Q~n bepaalde
gebeurtenis of toestand gedeeld door het complement van die
kans. OR=adlbc
Attributieve proportie
voor geëxponeerden APe
Etiologische fractie.
Dat deel van de incidentie onder blootgestelden dat is toe te
schrijven aan de determinant
Maat voor impact onder de blootgestelden.
APeo= (11 -10)1 Il = 1-(1-RR)
Relatiefrisico reductie RRR RRR=APe=1-RR Als relatief risico kleiner is dan I.
Attributieve proportie
Etiologische fractie.
voor de totale populatie APt Dat deel van de totale incidentie dat is toe te schrijven aan de
determinant
Maat voor impact in de totale populatie.
APP (It-10)/lt
Cobo.rt onderzoek:
Patiëntcontrole groep:
Potentiele invloedfractie:
PIF
Preventieparadox:
Standardized mean
RRenAR
OR
PIF"' Jt-lt'/ lt
Attributieve proportie die de impact van een preventieve
interventie beschrijft.
Geeft aan welk deel van de incidentie vermeden wordt wanneer
door middel van een preventieve maatregel de blootstelling aan
een determinant in de populatie afneemt.
It' = incidentie van de ziekte in de totale populatie na de
interventie.
voor ieder individu is de potentii!lc ge-zondheidswinst gemiddeld
gering, maar voor de gehele bevolking levert deze kleine
vermindering van het individuele risico toch een aanzienlijke
vermindering van de incidentie op.
SMD= (Ml -MO) / SDl-0
dijfenmee
•oa uit van het gemiddelde en de standaarddeviatie bij continue gezondheidsvariabelcn.
*Gebruik het verschil van gemiddelden voor de vergelijking van groepen op een continue
gezondheidsvariabele. SMD
*gebruik correlatie en regressie als je een continue determinant en een continue
gczondheidsvariabele met elkaar in verband wil brengen.
Design, onderzoelrsontwerp Wijze waarop onderzoekpersonen geselecteerd worden, keuze
en toepass ing van meetinstrument, tijdsschaal waarop de
opeenvolgende gebeurtenissen geprogrammeerd zijn.
Vraagstelling:
-De variabele in het onderzoek, met name de aJbanlcelijke en
onafhankelijke (wat)
-De onderzoekspopulatie (wie)
-De aard en richting van het veronderstelde vertliod tussen
de onderzoeksvariabele (hoe)
-De termijn waarop een eventueel effect gerealiseerd dient te
worden (wanneer)
Validiteit:
Verwijst naar de mate waarin die opzet de onderzoeker in staat
stelt geldige conclusies te trekken.
Interne validiteit:
Hoge interne validiteit wanneer de resulterende conclusies
geldig zijn voor de onderzochte populatie.
Externe validiteit:
Hoge externe validiteit wanneer de conclusies ook van
toepassing zijn op andere populaties dan de onderzochte.
-Externe validiteit verwijst dus naar de generaliseerbaarheid van de onderzoeksresultaten en
heeft te maken met de representativiteit van de populatie en de waarnemingen in een bepaald
onderzoek.
Epidemiologisch onderzoek : -particularistische problemen, plaats- en tijdgebonden.
Beleidsonderbouwend karakter. Gericht op een kwantitatieve
scbatling van de frequentie.
- abstracte problemen, onafhankelijk van plaat~ en tijd.
Gericht op het ontdekleen van associaties tussen een determinant
en ziekte. Blz 74-75
E./flciënlie van onderzoek:
Men wil een zo duidelijk mogelijk effect tegen zo min mogelijk
kosten en inspanningen.
Geschikte onder:zoelrspop.
-Duidelijk contrast in de blootstelling aan de determinant die
centraal staat in het onderzoek (vermoedelijke oorzaak)
-Een zo groot mogelijke vergelijkbaarheid ten aanzien van
andere detennjnanten van de ziekte (potentiële confounders)
-Een zo groot mogelijke vergel ij kbaarbeid ten aanzien van de
wijze waarop de verschillende variabelen bij de
onderzoekspersonen gemeten worden.
-Een duidelijk contrast in de detenninantenstatus wil zeggen dat de onderzoekspopulatie zo
gekozen wordt dat alle relevante waarden die de expositiefactor kan aannemen in voldoende
mate vertegenwoordigd zijn.
-Het aselect trekleen van een steekproef van een redelijke omvang ge.eft in de regel de beste
waarborgen voor representativiteit van de onderzoekspopulatie.
-Methoden om binnen een onderzoekspopulatie te zorgen voor zo gering mogelijke
verseruilen in andere risicofactoren dan de bestudeerde expositiefactor:
~restrictie
Blz. 77-78-84 Afbakenen van basispopulatie in homogene groepen.
? randomiseren
Aselecte loewijzingsprocedure hanteren.
? (pre)stratiticereo Onderzoekspopul atie indelen in strata.
? matchen.
-Populatiekenmerken, expositiecondities en meetprocedures moeten i. i.g. vergelijkbaar zijn.
Longitudinaal onderzoek:
7 Experimenteel
7 Niet-experimenteel
Per individu zijn er minimaal twee verschillende
meetmomenten; een om de expositiestatus en een om de
ziektestatus vast te stellen.
8. v. RandoJJlÎzes controlled trial (RCT) Blz. 80-81
observationeel onderzoek.
worden de determinant, ziekte en eventuele andere factoren bij
ieder individu op hetzelfde tijdstip gemeten. Dus maar één
meetmoment (cross-sectioneel onderzoek, __
dwarsdoorsnedenonderzoek)
DetcrJJlÎnant vormt het uitgangspunt. Onderzoekspopulatie
Cohortonderzoelc:
geformeerd op basis van de te bestuderen determinant.
Subgroepen (cohorten) met verschillen in detenninantstatus aan
het begin van de observatieperiode worden vergeleken om te
zien of deze vcrschillen na verloop van tijd (follow-up) gepaard
gaan met verschillen in optreden van ziektemanifestaties. In het
begin is de ziektestatus bij alle personen gelijk.
Patient-controle onderzoek Ziekte vormt uitgangspunt. Onderzoekspopulatie geformeerd op
basis van de te bestuderen ziek:te. Subgroepen met verschillen in
ziektestatus (meestal zieken versus niet zieken)worden
vergeleken ten aanzien prevalentie van de verschillende
categorieên van de determinant op een relevant geacht tijdstip in
het verleden.
Als alle relevante gebeurtenissen al plaatsgevonden hebben op
Historisch cohort
het moment dat het onderzoek van sta11 gaat.
als alle gebeurtenissen nog moeten plaatsvinden nadat het
Prospectiefcohort
onderzoek is gestart.
Cross-over design, N= I trial, factorieel design. Blz. 87
Gerandomisserd exp.
transversaal onderzoek:
Sterke punten van cohortonderzoek
-Relevante kenmerken worden op individueel niveau gemeten.
-Volgorde waarin de waarnemingen plaatsvinden, valt samen met de natuurlijke loop van de
gebeurtenissen.
-onderzoekspopulatie wordt gerekruteerd uit personen bij wie de bestudeerde
gezondheidsuitlcomst nog niet gerealiseerd is. (geen selectiebias)
-Expositievariabele worden gemeten op een moment dat de relevante gezondheidsuilkomst
nog niet aanwezig is. (geen differentiële rnisclassificatie, t.a.v. expositiemeting.)
-de ziektestatus kan in veel gevallen blind worden gemeten. zodat eventuele meetfouten niet
gerelateerd zijn aan expositiestatus. (geen differentiële misclassificatie, t.a.v.
uitkomstrncting).
-Het effect van de onderzochte expositiefactor op het voorkomen van verschillende ziekten
geevalueerd worden.
Vcrschil gerandolllÎseerd experiment en een cohortonderzoek
• ontbreken randomisatie procedure bij cohort.
• Geen sprake van placebo-expositie en blindering van de onderzoekspersonen bij cohort.
DtL5 minder mogetijkheden om vergelijkbare ~ubcohorten te realiseren en vergelijkbare
om~llllldigheden te creëren waaronder de expositie in elk van de subcohorten plaatsvindt.
Confaunding vormt dus een serieuze bedreigi ng voor cohort onderzoek.
Zwakke punten van cohortonderzoek
OMB-1
Abstract
Aselecte steekproef
tijdloos en plaatsonafhankelijk onderzoek
ieder onderwerp heeft een gelijke kans om te
worden geselecteerd voor de studie
Basispopulatie
alle individuen die in het in het desbetreffende
ziekenhuis terecht zouden komen (bijv), gesteld
dat ze de bewuste ziekte ontwikkeld zouden
hebben
verzameling gesystematiseerde pro tocollen. bevat:
Beslisboom
Alternatieve mogelijk diagnostische en
therapeutische acties, gebeurtenissen die op deze
acties kunnen volgen, evt. beslissingen die nieuwe
acties kunnen bêlnvloeden, de uiteindelijke
gezondheidsuilkomst
Beschrijvende statistiek
verzamelde gegevens overzichtelijk en compact
presenteren in een grafiek
Betrouwbaarheidsint 95% g5% van de gevonden waarden zullen in deze
Interval tiggen
Blindering
maskeren welke pati~nt welke interventie krijgt.
(hiermee is bv. Informatiebias te voorkomen)
Cohort onderzoek
gegevens over blootstelling verzamelen,
vervolgens in het geëxponeerde en nietgeëxponeerde subcohort de incidente gevallen
identificeren en relateren hetzij aan de omvang
van deze subcohorten op 10, hetzij aan de in de
subcohorten geaccumuleerde persoonstijd 'at risk'
gesloten populatie waarbij het onderzoek van
Cohort
beperkte duur is
Confaunder
verstorende variabele die verantwoordelijk is voor
een vertekende weergave van de relatie tussen de
centrale determinant en de ziekte. Het is: -een
onafhankelijke determinant van de bestudeerde
ziekte, -is geassocieerd met de determinant
waarvan primair het effect wordt bestudeerd.factor bevat geen verbindingsschakel in de
causale keten tussen determinant en ziekte
Confounding-by-indication vertekening van de onderzoeksresultaten door de
arts·die wellicht (onbewust) geneigd is om de
interventie van zijn voorkeur toe te wijzen aan
patiënten met een gunstige prognose
Confaunding
berust op verstrengeling van het effect van de te
bestuderen ziektedeterminant met het effect van
een of meerdere factoren
Continue (schaal)
continue waarden, alle waarden, bv. leeftijd
Correlatie
rechtlijnige verbanden
Cross-over trial
elke patient krijgt achtereenvolgens alle
interventies die met elkaar vergeleken worden
Cumulatief risico
het deel van de leden van de cohort dat
gedurende de follow-up deze aandoening krijgt
Diagnostische waarde
Dichotoom
Difrerentiele misclassif.
Discreet
Doelpopulatie
Drempe lan~lyse
Dynamische populatie
EFE
Effectmodificatie
EFP
Eindknoop
Epidemiologische breuk
Experi"""'t
Fout negatief
Fout positief
Gepaarde opzet
Gouden standaard
Healthy workar eff.
Histogram
Historisch cohort o.z.
geeft aan hoe groot de kans is dat personen met
de desbetreffende testuitslag de ziekte hebben of
In de nabije leekomst zullen krijgen
als er maar twee antwoorden mogelijk zijn
wonneer routenfrequentie bij het vaststellen van de
ziekte afhankelijk is van het gemeten
exposilieniveau of wanneer foutenfreq. Bij het
meten van hel expositieniveau alhankelijk is van
de vaalgestelde ziektetoestand
alleen hele getallen
alle personen waarover je een uitspraak wilt doen
bepaling van dremJ>elwaarde (omslagpunt waarbij
men overstapt naar andere voorkeursstrotegie) In
beslisboom
open populatie waarbij het ondeaook van
variabele duur is
otiologische fractie YOO< geêxponeerden, het
absOlute verschil ats proportie van de incidentie in
de geêxponeerde groep geeft aan welk deel van
de totale incidentie in de geexponeerde groep toe
te schijven is aan de expositie 1·(1/RR)
als het expositi~effect niet uniform is voor d e
verschillende waarden van de confaunder
verdachte variabelen. Het is van een hogere orde
den contounding, er kan voor efm. Niet
gecorrigeerd worden.
incidentie van de groep is toe te schrijven aan de
expositie (p(RR-1))/(p(RR-1 )+1)
het resultaat van de totale strategie weergegeven
(oantal zieke individuen)l(toaal aantal personen In
de groep waaruit deze ziekte afkomstig is)
onderzoeker bepaalt wie wat ~gt
heel\ liekte wel maar denkt van niet
heeft ziekte niet maar denkt van wet
als VOOC' en na de gemaakte memgen dezelfde
mensen gekoppeld worden in de analyse
de diagnostische test met een erkende mate van
validiteit
dat de incidentiecijfers voor alle persoen relatiof
gunstig zijn omdat zij voor hun werk al door
bepaalde selecties zijn gekomen. en dus gezonder
zijn dan do gemiddelde populatie
staven staan tegen elkaar aan omdat er sprake Is
van tussenwaarden. gebruikt bij continuo schaal
als een coho rt onderzoek in het verleden wordt
geprojecteerd (onderLoekspopulatie wordt
afgobokend en cohorten worden geformeerd op
basis van informatie die in het verleden is
verzameld en gedocumenteerd) voorol bij
otiologisch oz naar ziekten met lange latootiotijd
lncidentiediththekl
Incidentiemaat
Inferentie
tnferentiele statistlek
lntoonatie bias
Intentton to treat
lnte<Venûe
Interwaarnemer
Intrawaarnemer
Kansknoop
Mean
Mediaan
Medisth wetensch oz
Membership bias
Mode
Nominaal
Non-diff.misctassificaue
Non-rospondent bias
Nulhypothese
Numeriek
Onderzoekspopulatie
OR
Ordinaat
Particularistisch
Percentage
Placebo-effect
aantal ziektegevallen I de geobserveeroe
persoonstijd
indien in een groep gedurende een bepaalde
periode het aantal nieuwe gevallen van, of nieuwe
personen met de desbetreffende ziekte wordt
geleld
schanen van het poputatiegemlddelda
conclusies treKken over een populatie op grond
van een steekproef door rekening te houden met
toevalsfluctuaties
onderzoeksvariabeleo worden verkeetd gemeten
patient moet altijd in de analyse meegenomen
worden ols behorende bij de interventie die door
de randomisering was toegewezen, wat er ook
gebeurt
gerithte poging om het ontslaan van een
aandoening te voorkomen of het beloop van de
aandoening in gunstige zin te bernvloeden
meerdere onderzoekers voeren dezelfde proef uit
één onderzoeker voert proef meerdere malen uit
in welk percentage de proef positief dan wel
negatief uitvalt
gemiddelde X=LX/n
de middelste observatie, helft van de observaties
is kleiner. andere helft is groter
ondo120ek dat volgens een bepaald stappenplan
vetloopt op medisth lafrein
als de incidentiecijfers voor de hete bevolking
gunstig zijn
.
de waarde die hel meest voorkomt
als jo de schaal in een aantal categorieën kunt
vetdelen
als de fouten bij het meten van de ene variabele
onafhankelijk zijn van de gemeten waarde van de
andere variabele
als personen uit de oorspronkelijke steekproef die
meewe<ken aan het onderzoek systematisch
verschillen van de personen die van de deelname
afzien
als er geen verschil Is voor belde situaties
als je een rangorde in cijfers kunt weergeven
personen die daadiVerkelijk ondeiZOCht worden
Odds-ratio. de kans gedeeld door het complement
van dio kans: adlbc
Als Je In de nominale verdeling eon rangorde kan
oanbr&ngen
tijd- en plaatsgebonden
proportie uitgedrukt in procenten
het psychologische effect wal optreedt als de
patiënt een placebo krijgt terwijl hij denkt dat hij
Placebogeneesmiddel
Popuiatien at risk
Power
Pragmatische studl<>
PrevalenUemaal
Proportie
P-waarde
RandOm variation
Rata
Ratio
RO
Relatle
Reproduceerbaameld
Schatten
Selectie bias
SEM
Sensitiviteit
Sensitiviteitsanalyse
Sham-treatment
Situationeel onderzoek
een medicijn krijgt (en zich hierdOOr beier gaat
voelen)
een voor de patiênt geloofwaardige interventie
waaruit, zondar dat de patiënl het weet hel
werkZame bestanddeel is weggelalen
personen die daadiVell<alijk de kans hebben om de
ziekte in kwestie to krijgen
de waarschijnlijkheid van hel verwerpen van de
nulhypothese als deze echt fout is, of hel
bevestigen van de alternatieve hypothese als dez.e
achtgoed is
is de nieuwe interventie superieur aan reeds
ingeburgerde behandelingen voor de
desbetreffende indicalie
indien in een groep op een bepaald moment of
gedurende een bepaalde periode het aantal
bestaande gevallen van, of aanwez.ige personen
met een ziekte wordt geteld
een deel van het geheel a I (a-tb)
de waarschijnlijkheld van het vorkrijgen van een
resultaat
toeval bepaaH de verschilen. hoe groter de geep
onderzochte personen, hoe kleiner het verschil
proportie x baso, a I (a ...b) x base
ene proportie gedoeld door andere
risicoverschü = risicoratio = RR =verhouding
tussen de incidentiecijfers van hel geêxponcerde
en niet-geëxponeerde subcohort
2 varlabelen hebben iets met elkaar te maken
overeenkomst tussen de uitkomsten van
herhaalde metingen die onder verschillende
omstandigheden worden uitgevoerd
(kwantitatief) een parameter wordt gebruikt en in
maat en getal uitgedrukt. met een 95%
betrouwbaarheidsinterval
onvergelijkbaarheld tussen onderzoekspopulatie
en controlegroep
standaard afwijking van het gemiddelde S DI n
percentage van de personen met een bepaalde
ziekte die door de test terecht als ziek
geclassifice>erd woreten al(a-tc)
analyse waarin •Wlfdt nagegaan orde
aanvankelijke voorkeursstrategie gehandhaafd
blijft wanneer andere redelijke aannames m.b.t. de
kan•en op cruciale yebeurtenis•en worden
gedaan
placebo geneesmiddel
ondoiUlek dat betrekking heeft op een bepaalde
situatle
percentage van de personen zonder ~kte die
door de test terecht als niet-ziek geclassifoceerd
worden, d/(b+d}
Staaldiegram
staven h<>ngen niet met elkaar samen en staan
daardoor niet naast elkaar, wordt gebruikt bij
discreet, nominaal en ordinaat
Standaard deviatie SD
standaard afwijking, geeft de spreiding rond het
gemiddelde weer. SO= ((E(X-X)'/(n-1))
Steekproef van patiOnten gedeelte van de populatie wordt onderzocht die de
hele populatie vertegenwoordigd
(kWalitatief) een hypothese wordt verworpen of
Toetsen
geaccepteerd bij een bepaalde P-,.aarde
Transvorsaal onderzoek op één moment in de tijd wordt gekeken naar de
test of blootstelling en naar de ziekte
Tweesteekproeven opzet als de I-test voor twee onafhankelijke groepen
wordt gebruikt
U~middelen
bij ledene kansknoop die men onderweg
tegenkomt wordt de gemiddelde kans op een
gunstige uitkomst berekend
Utiliteltsanalyse
waardering die je afspreekt voor een bepaatdo
uilkomst
je fflEMlt datgene wat je ook daadwerkelijk wih
Validiteit
melen
CV=(SO/X}x1 00
Variatie ooëfficiënt
het specifieke effect van het veronderstelde
Verkl. Interventie studie
weri<Zame bestanddeol van de desbetteffenele
interventie
Wegsnoeien
het wegsinepen van ongunstige routes, zodat
alleen de meest succesvolte wegen overblijven
selectie uitval in de onderzoekspopulatie
Withdrawl bias
Specificiteit

similar documents