Artist: Jane Kramer Album: Carnival Of Hopes

Report
2015
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jane Kramer
Album:
Carnival Of Hopes
Label:
Independent
donderdag 31 december 2015
Jane Kramer (1980, Valley Forge, Pennsylvania) woont en werkt in Portland, Oregon, waar ze tussen 2011
en 2015 vele songs schreef, die ze vervolgens in een studio in Asheville, NC heeft opgenomen. Dat was dus
haar debuutCD ‘Break and Bloom’ uit 2013. De opvolger ‘Carnival of hopes’ is inmiddels gereed, werd ook in
Asheville opgenomen en is een voortreffelijke CD. Jane noemt als voornaamste invloeden Joni Mitchell, Patty
Griffin, Guy Clark en Emmylou Harris. Daarnaast was haar muzikale grootvader van belang voor haar – hij
was 51 jaar lang eerste violist van het Philadelphia Orchestra. In Asheville maakte ze van 2003-2009 deel
uit van de folkgroep ‘The Barrel House Mama’s’ en speelde ze hiermee op vele festivals. Terug naar de CD.
Die is zeer de moeite waard, een puike CD in het akoestische country-folk genre met wat jazz- en
bluesinvloeden. We horen in de begeleiding allerlei gitaren, ukulele, mandoline, dobro, banjo, fiddle, cello,
bas en drums en incidenteel piano, harmonium, trompet en trombone (in het heerlijk swingende ‘Why’d I do
that blues’). Jane heeft overigens een heerlijke heldere stem en schrijft uitstekende liedjes. De enige cover
is van Tom Petty en heet ‘Down South’ met daarin de onsterfelijke strofe: ‘ Let me sleep on your floor , I’ll
give you all I have and a little bit more’. De moeite waard, dus!
Prima CD. Mooie songs, goed gezongen, puike begeleiding. Een van de betere CDs in het genre!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 1 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Rodney DeCroo
Album:
Campfires On The Moon
Label:
Tonic Records
woensdag 30 december 2015
Het bedje van de in Harmarville, Pennsylvania geboren singer-songwriter Rodney DeCroo was niet bepaald
gespreid.” Zo opende ik, een jaar of zeven geleden, de CD bespreking van Rodney DeCroo’s vierde CD
Mockingbrid Bible. Het levensverhaal van deze fascinerende, iets of wat excentrieke, dichter en singersongwriter fascinerende mij op de een of andere manier. Ik herinner het mij nog als de dag van gisteren.
“Mockingbrid Bible groeit bij iedere draaibeurt. Liedjes met sobere titels als Sacred Ground en Memories Of
Snow And Dust, glunderen van blijdschap op deze plaat”, schreef ik. Het ongewone gevoel van blijdschap
kreeg een prachtig vervolg in de vorm van de opvolger Queen Mary Trash. Op dit dubbel album
onderscheidde DeCroo zich door moedwillig de middenweg van te veel is vaak te weinig te kiezen. Nagenoeg
op dat zelfde moment liet DeCroo zijn boek Shining Like An Apple On Fire in de boeken schappen zetten.
Even later, in 2012 geloof ik, intrigeerde DeCroo weer met zijn gedichtenbundel Allegheny. DeCroo groeide
op aan de voeten van het Allegheny gebergte. Wat bij mij bleef hangen was A Boy's Prayer Of Stones.
DeCroo’s strenge Baptistische opvoeding, het aan lage wal geraken en de positieve ontnuchtering die daarop
volgde, raakte mij enorm.
Nu na vijf jaar voel ik mij vereerd dat ik al een aantal keren naar zijn zesde CD Campfires On The Moon heb
mogen luisteren. Deze man onthutst mij! DeCroo’s tumultueuze leven worden in tien super intieme liedjes
vormgegeven. Mark Haney (contrabas) en Ida Nilsen (zang en piano) ondersteunen DeCroo op een zeer
bijzondere wijze. De donkere, soms vervormde, strijkerspartijen en het open pianospel sluiten als een
warme deken om de kwetsbare liedjes. Naast DeCroo’s uniek geknepen stemgeluid is dit de rode draad die
je tegen zult komen op Campfires On The Moon. Hoe autobiografisch kan je worden. Op Stupid Boy In An
Ugly Town verteld DeCroo hoe hij het beleeft heeft rond als volgt af.
Memories are stories,
They change as they are told,
But a part of me,
Will always be,
A stupid boy in an ugly town.
Nog een paar juweeltjes. Tear All Lovers Down en Young With You voelen aan als twee voorgelezen verhalen
voor het slapen gaan. De zeggingskracht van deze songs creëren traanvocht in mijn ooghoeken. White
Circles beschrijft een man die worstelt met zichzelf. Ik heb er spijt van en ja daar verloor ik wat mij dierbaar
was, hoe in hemelsnaam herstel ik hiervan. Het zijn zelf bespiegelende vertellingen die Rodney DeCroo
gebruikt om te genezen van zijn strijd tegen PTSD. De CD sluit af met misschien wel het mooiste nummer op
deze plaat. Op Out On The Backstretch lijkt het erop dat DeCroo definitief breekt met de wanorde uit het
verleden.
Campfires On The Moon is geen album om even snel tot je te nemen. Wie graag lezend luistert zal enorm
aan zijn trekken komen. De soms cryptische uitgesproken taal op dit album daagt je uit om de onderste
steen boven te krijgen. Liefhebbers van volwassen singer-songwriter muziek als die van Jim White, David
Munyon en Joe Purdy komen volop aan hun trekken. DeCroo geeft ons de noten, maar hij kraakt ze niet voor
je. Met andere woorden, neem de tijd om deze smaakvol ontkiemde noot te kraken.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 2 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Sumner Brothers
Album:
The Hell In Your Mind
Label:
Independent
woensdag 30 december 2015
Een jaar of zes geleden maakte onze Huub voor het eerst kennis met de onverbloemde en openhartige
muziek van de uit Canada afkomstige Sumner Brothers. “Dit in duisternis gehulde album is een combinatie
van diepgaande teksten en treurige melodieën, die de luisteraar vrije toegang biedt tot elke spelonk van hun
ziel.”, schreef Huub over het titelloze album. Volgens de veteraan van ons café werd de uitstekende opvolger
I’ll Be There Tomorrow (2012) muzikaal anders ingevuld maar de intensiteit bleef. In dit geval is het dan ook
erg jammer dat wij uitsluitend maar konden beschikken over een toegezonden download link van het
feitelijke nieuwe visitekaartje van The Sumner Brothers. Huub heeft niks met zip, rar, Flac of mp3
bestanden. Na het beluisteren van de acht tracks, die op hun CD The Hell In Your Mind staan, had
ondergetekende zoiets van, dit mogen we niet aan onze kroeg voorbij laten gaan.
Bob en Brian Sumner laten hun persoonlijke emoties en frustraties, ook op hun vijfde release de vrije loop.
Hun commentaar op de slechtst bewaarde geheimen in het leven worden luid en duidelijk gezongen. De
literaire invulling raakt je, komt soms zenuwslopend over en voelt pikkedonker. De nodige
zelfbespiegelingen niet uit de weg gaande (Last Night I Got Drunk) snijdt hun brutale messcherp uitgevoerde
country rock, blues en folk echt hout. De tweede track Ant Song sluipt bij je naar binnen. Het speelse
gitaarspel en de catchy melodie danst de hele dag tussen je oren. Het verschil in stemgeluid van de
broertjes verassen. Het zijn mp3 tracks dus ik kom er niet achter wie van de twee Giant Song zingt. Feit is
dat het enorm driftig (NQ Arbuckle) gezongen wordt. It Wasn't All My Fault creëert even een rustpuntje
waarna Go This One Alone los barst. Dit psychedelische liedje voelt alsof The Velvet Underground The Doors
ten huwelijk vraagt. Lose Your Mind, met zweverig (The Low Anthem) klarinetspel, komt precies op tijd,
teken dat over de volgorde van de songs goed nagedacht is. Klasse hoor!
The Hell In Your Mind werd opgenomen op Galiano Island, even voor de kust van British Columbia, Canada.
Heb geen idee wie er allemaal op meespelen op deze plaat, maar het geheel sluit als een kluisdeur. The
Sumner Brothers zouden in Nederland eigenlijk allang gearriveerd moeten zijn. Op de manier hoe ze nu hun
plaat onder de aandacht brengen zullen slechts een handje vol mensen hiervan kunnen genieten. The Hell In
Your Mind verdient dit echter niet.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 3 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Burns Sisters
Album:
Looking Back - Our American Irish Souls
Label:
Independent
dinsdag 29 december 2015
Ik heb ze - in al die jaren dat The Burns Sisters actief zijn – slechts 2 keer gezien. Bij het optreden in de
Cactus Cafe, Austin Texas vroeg ik mij af waarom de zusters live veel meer indruk maakten dan op hun
albums van Rounder Records. Met de nieuwste schijf van The Burns Sisters klinkt het een stuk aangenamer
en frisser. Annie en Marie Burns namen zelf de productie voor hun rekening en dat pakt goed uit.
Het nieuwe album brengt een ode aan de Amerikaans Ierse roots van hun familie. The Burns Sisters groeide
op in een creatief gezin, waar vader John J. Burns onder meer actief was als campagneleider voor de
presidentskandidaat Robert Kennedy en moeder Teresa bekend was als een lokaal begeerde zangeres.
Halverwege de 80’er jaren begonnen The Burns Sisters - toen nog als kwintet – met hun muzikale loopbaan
in het folk circuit. Sinds 2013 (na jarenlang als trio actief) zijn alleen de zussen Annie en Marie over, omdat
zus Jeannie haar heil in Austin, Texas zocht.
Er is veel zorg besteed aan dit nieuwe album. De songs zijn rijk gearrangeerd en kanjers als Jim Kimball
(gitaar), Stuart Duncan (fiddle en mandoline) , Don Kerse (bas) en Daryl Burgess kleuren de liedjes
smaakvol in. Het album opent met een ode aan hun moeder, geschreven door Marie Burns. Meteen vallen de
prachtige vocalen op van de gezusters Burns. Ralph McTell’s ontroerende migratiesong Clare to Here is een
van de hoogtepunten. Dat geldt ook voor de eigen autobiografische compositie Workhouse dat prachtig Iers
klinkt dankzij de Uillean Pipes van Blackie O’Connell. De bekende migratiesong Kilkelly van Steven en Peter
Jones ontbreekt niet. Enig minpuntje is de keuze van het kleffe liedje Oh, Danny Boy, maar het zij The Burns
Sisters vergeven als ik in het CD-boekje lees dat zij dat deden ter ere van hun moeder.
Liefhebbers van melodieuze Ierse akoestische muziek doen er goed aan om dit fraaie album van The Burns
Sisters snel aan te schaffen. Een prachtig album vol verstilde luisterliedjes met die geweldige samenzang
van de zussen Burns.
Paul Jonker
Artist:
Kinky Friedman
Album:
The Loneliest Man I Ever Met
Label:
Avenue A Records
maandag 28 december 2015
Kinky Friedman behoeft bij de Americana-kenners geen nadere introductie. De cultheld uit Texas heeft in de
jaren 70 de Americana-wereld wakker geschud met zijn sociaal bewuste songs. Titels als ‘Get your biscuits in
the oven and your buns in the bed’ (waarin hij de Women’s Lib organisatie een flinke schop onder de buns
geeft), ‘We refuse the right to refuse service to you’ (anti discriminatie) en ‘Sold American’ (wat een raar
land, mijn USA) gaven Friedman de status van een cultheld. Voeg daarbij zijn latere serie whodunits, waarin
de leden van zijn toenmalige band ‘The jewboys’ een rol spelen en zijn ‘running for governor (Texas, 2006)’
en het beeld is compleet. Friedman, op 1 november werd hij 71 jaar oud, is nog steeds actief als uitvoerend
artiest. Begin 2013 verscheen zijn laatste CD, een liveCD, op deze site besproken. Verrassend is het begin
oktober jl. verschijnen van deze nieuwe CD, het betreft een in de studio opgenomen CD, zijn eerste in 32
jaar (er verschenen in totaal 15 CD’s van Kinky op 13 verschillende labels, de laatste 32 jaar dus alleen
verzamelaars en live-CD’s)!!! Het is een opvallende CD, waarop voornamelijk covers (sorry, ‘interpretaties’
volgens de grote sigaarvreter zelf) staan, een gevarieerde verzameling met nummers van Tom Waits (‘a
Christmas card from a hooker in Minneapolis’), Willie Nelson (die zelf – uiteraard – meezingt en –speelt op
zijn ‘Bloody Mary Morning’, Merle Haggard (het onsterfelijke ‘Mama’s hungry eyes’, Bob Dylan (het minstens
even onsterfelijke ‘Girl from the North Country’), Warren Zevon en Johnny Cash. Van Kinky zelf staan
behalve de geniaal geweldige titeltrack (opgedragen aan Tompall Glaser) ook ‘Lady yesterday’ en ‘Wild man
from Borneo’ op de CD, twee liedjes uit zijn zeventiger jaren productie. De begeleiding is heel kleinschalig
gehouden, gitaar met incidenteel harmonica, piano.
Kinky Friedman gromt zich op weergaloze wijze door een twaalftal juweeltjes heen. Zijn stem is nog
behoorlijk vast, zijn songkeuze op deze CD onovertroffen. Wat te denken van de afsluiter ‘A nightingale sang
in Berkeley Square’(Engeland, 1939, Eric Maschwitz en Manning Sherwin). Geweldige CD van een ongewoon
mens!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 4 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Reverend Freakchild
Album:
Hillbilly Zen-Punk Blues
Label:
Independent
zondag 27 december 2015
Als je zoals ik, veel muziek te horen krijgt, ben je een bevoorrecht mens. Zeker als je ook verrast wordt door
onbekende namen met evenzo verrassende muziek. Zo ook deze cd van de in Hawai opgegroeide Reverend
Freakchild die in Boston afstudeerde in filosofie en religie en tegenwoordig het Tibetaanse Boeddhisme
bestudeerd. Dus de naam Reverend is op zijn plaats.
De titel Hillbilly Zen-Punk Blues is een mooie verzamelnaam voor wat er zich afspeelt op deze cd. Toen de
Hillbilly rond 1920 ontstond, bestond de microfoon nog niet en werd er zo hard mogelijk in de opnamehoorn
gezongen. En dat doet Reverend Freakchild zo nu en dan in de microfoon zoals op “Tears of Fire” waardoor
het nummer een punklading mee krijgt. In “It’s gonna be alright” is er de echte Hillbilly sound, al tokkelend
en mooi meerstemmig, één van de drie covers overigens, in dit geval van Rev. Gary Davis. “Angels of Mercy”
en “Lullaby” zijn meer de Zen nummers waarbij meditatie een fluitje van een cent wordt, machtig mooie
relaxte muziek. Ook “Moonlight messages” heeft zo’n ontspannen sfeertje wat versterkt wordt door de fluit
en natuurlijk de stem van de Rev. die behoorlijk wat wegheeft van Lou Reed. Ook op het prachtige blues
nummer “She wants a name” met vette mondharp, lekkere slide, wederom die meeslepende stem ala Lou
Reed, bijzonder sterk nummer. En dan volgt er nog een wat meer Boeddhistisch geluid afgewisseld met
stevig bluesy gitaarwerk, een bijzonder instrumentaaltje. De afsluiter is een traditional, “I wish I was in
heaven sitting down”, deze gospel is wel heel mooi bewerkt door Rev. Freakchild.
Als je voor de feestdagen cd’s op je verlanglijstje zet, mag deze schijf daarop niet ontbreken.
Jan van Eck
Artist:
Omar & the Howlers
Album:
The Kitchen Sink
Label:
Big Guitar Music
vrijdag 25 december 2015
Geboren in 1950, op je zevende gitaar leren spelen en op je 13e je eigen band oprichten. Dat was de start
van Kent Dykes. Op zijn 20e leert hij de band the Howlers kennen en sindsdien is de naam Omar ontstaan.
Met ‘The Kitchen Sink’ is dit alweer zijn 27e album en nog steeds is hij op zijn 65e nog steeds een druk
baasje. 150-160 Optredens per jaar, tel daar de reisdagen bij op en zijn jaar is aardig opgevuld.
Het nieuwe album is een verzameling van vijf covers en zeven eigen nummers. Met dit album eren zij
overleden legendes/vrienden. En dat kun je inderdaad het best met muziek doen. Deze covers blijven het
originele gevoel geven ondanks de toch eigen sound van Omar. Een mooi voorbeeld daarvan is “Who do you
love” van Bo Didley, onmiskenbaar, maar net even wat agressiever.
De eigen nummers staan garant voor een flinke dosis rauwe blues met de nodige swing er in. Maar ook
verrast hij met “Dixie's All Night Bar”en “The Battle Rages On”, songs met een flinke scheut country. Het “I'll
Keep on Dreamin” heeft een jazzy ondertoon met een western viool, een mooi laid back nummer wat je niet
vaak hoort bij Omar. De afsluiter “Climb on Board” met een hoog Johnny Cash gevoel, kun je betitelen als
een countrygospel, zeer overtuigend gespeeld.
De country kant van Omar kende ik nog niet maar heeft mij wel positief verrast. Al met al een cd op niveau
die je van Omar & the Howlers mag verwachten.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 5 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Alison Brown
Album:
The Songs Of The Banjo
Label:
Compass Records
donderdag 24 december 2015
Alison Brown speelt banjo in Alison Krauss & Union Station sinds 1989 en is daarnaast o.m. actief in de
groep NewGrange en met haar Alison Brown Quartet. Ze is beslist een fenomeen op dit instrument en heeft
dat, behalve in Union Station, ook op haar eigen CD’s sinds (maar liefst) 1981 nadrukkelijk laten horen. Er
zijn heel wat CD’s verschenen waarop zij is te horen. We beperken ons tot de recent verschenen CD ‘The
song of the banjo’. Er staan 13 nummers op deze CD met een totale speelduur van bijna een uur en het
aantal medewerkers is groot. De instrumentale puik van Nashville is aanwezig, ik noem Stuart Duncan
(fiddle), John Doyle (gitaar), Steve Gadd (drums), Kenny Malone (percussie), Rob Ickes (dobro), John Jarvis
(piano), Garry West (bas) naast Alison zelf op banjo, banjola en low banjo. Slechts drie nummers hebben
een vocale inbreng, de covers ‘Carolina in the pines’ (Michael Murphy, zang van Amy Ray en Emily Saliers),
‘I’ll never fall in love again’ (Bacharach/David, zang Colin Hay) en (bonustrack) ‘What’s going on’ (Marvin
Gaye, zang Keb’Mo’). Er staan nog drie covers op de CD, allen instrumentaal: ‘Time after time’ (Cindy
Lauper, ‘Feels so good’ (Chuck Mangione) en het mij totaal niet bekende ‘Dance with me’ (John en Johanna
Hall). De overige titels zijn van Alison zelf, deels geschreven met anderen. Dat is een merkwaardig
allegaartje, hoor ik jullie denken. Jawel, maar Alison smeedt er een geheel van dat ergens tussen bluegrass
en new age in valt. Hele rustige en subtiele akoestische muziek, prachtig gespeeld, perfect gearrangeerd.
Heerlijk bij een lekker glaasje wijn met de open haard aan. Denk aan Kerst!
‘The song of the banjo’ is een heel aangename CD met volwassen en mooie akoestische juweeltjes. Een
bluegrass/new age project met folk- en jazz-invloeden (‘Stuff happens’ is behoorlijk jazzy en zelfs soulful).
Mooi gedaan!
Fred Schmale
Artist:
Danni Nicholls
Album:
Mockingbird Lane
Label:
Danni Nicholls Music
woensdag 23 december 2015
De meisjes doen het goed dezer dagen. Vooral zij die zich nadrukkelijk aan de traditie spiegelen. Kacey
Musgraves, Ashley Monroe, Brandy Clark, Holly Williams en recent ook Leigh Nash (u kent haar van Sixpence
None The Richer en het onvergetelijke Kiss Me). En zo kan het gebeuren dat het gebrek aan aandacht (of is
het eerbied?) voor traditionele country dat de americanakringen van de laatste twintig jaar kenmerkt,
langzaam maar zeker verdwijnt. Na de meisjes de mannen? Danni Nicholls is ook zo’n nieuw meisje.
Afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk wekt zij vanwege dat Bedford verbazing. Engeland en country, dat
gaat net zo moeizaam samen als Amerika en symfonische rock. Maar zie, dit tweede album van Danni
Nicholls weet zich, hoewel nog niet helemaal geslaagd, aan het vooroordeel te onttrekken. Nicholls schrijft
bijzonder aardige liedjes en heeft met muzikanten als Chris Donohue (producer) en Bryan Owings over
muzikale kwaliteit niet te klagen. Een ander nieuw meisje, Brandy Zdan, zingt in een drietal liedjes mee. Een
prachtig liedje als Beautifully Broken springt er, net als Sad Swan, uit. Rustig beschouwend lijkt Nicholls op
haar best. Een rol die ze zich ook in Back To Memphis aanmeet. Daar schuwt ze zelfs gospel niet. Waar het
Nicholls nog aan ontbreekt is een eigen gezicht. Ze heeft net te weinig ware country en ook te weinig pure
pop in haar bezit. Dat wat bovengenoemde nieuwe meisjes zo aantrekkelijk maakt (wie kan er weerstand
bieden aan Hush Hush van de Pistol Annies?) heeft Nicholls nog niet. En zo’n uitstapje als het jazzy Look Up
At The Moon, dat is nog een kleine brugje te ver. Kortom, Mockingbird Lane is een prima plaat. Maar voor
iemand zoals ik die de terugkeer van het Grote Gebaar uit de meer traditionele country verwelkomt (Brad
Paisley en Alison Krauss in Whiskey Lullaby!) is de vraag aan Danni Nicholls onvermijdelijk: “Volgende keer
meer sentiment, please?”
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 6 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Dave Rawlings Machine
Album:
Nashville Obsolete
Label:
Acony Records
dinsdag 22 december 2015
Zó verouderd als de titel doet vermoeden klinkt Nashville Obsolete nou ook weer niet. Natuurlijk vinden de
gezamenlijk geschreven liedjes van Dave Rawlings en Gillian Welch hun oorsprong in oude folk en - country,
maar in dit geval moet worden opgemerkt dat het echtpaar zich danig heeft laten inspireren door Neil
Youngs oudste (maar zeker niet ouderwetse) soloplaten, gezien de melancholische - en soms desolate sferen
die zo kenmerkend zijn op dit tweede album van de Dave Rawlings Machine. Meer concreet zijn er parallellen
met Youngs werk te trekken die we in het bijzonder aantreffen in het openingsnummer The Weekend, dat
een doorslag is van Out On The Weekend van diens album Harvest uit 1972 en in de daaropvolgende track
Short Haired Women Blues, dat ontleend lijkt te zijn aan The Last Trip To Tulsa, van het debuutalbum uit
1969. In beide songs zijn weelderig klinkende strijkers – van Dave Rawlings’ hand – ingezet, die bijna als
twee druppels water lijken op de bijdragen indertijd van Jack Nitszche zaliger, aan voornoemde elpees. Het
tempo gaat in de karakteristieke Young-traagheid en komt Rawlings stem in het hogere bereik aardig in de
buurt van de meester. Hoe het ook mag zijn – al dan niet geïnspireerd door Young – een schitterend begin
van het album is het in elk geval, dat direct erna met de sublieme praatsongs The Trip en Bodysnatchers een
al even schitterend vervolg krijgt. In The Last Pharaoh en Candy, een kampvuurliedje, maakt het stel van
een traditioneler country-folk arrangement gebruik, wat eigenlijk jammer is voor de samenhang. Maar
Pilgrim (you can’t go home) sluit het album glorieus af. Wat een mooi mandolinenummer is dát en wat wordt
er fraai gezongen door Dave en Gillian.
Na zeven nummers in bijna driekwartier eindigt Nashville Obsolete en draai ik de plaat nog eens en nog
maar eens.
Huub Thomassen
Artist:
Kara Kesselring & Sugarcreek Road
Album:
Hurry Up… and Relax
Label:
Independent
maandag 21 december 2015
Zoals zoveel zwoegende artiesten, verblijvend in de weinig lucratieve scene van onafhankelijke artiesten
heeft ook singer-songwriter Kara Kesselring uit Chicago (USA) haar solodebuut gefinancierd via Kickstarter.
Kara is sinds haar zevende muzikaal actief en heeft in haar leven al vele muzikale projecten gedaan,
gespeeld in een grote diversiteit aan groepen, meegewerkt aan musicals en ga zo maar door. Ze trouwde
met bassist (rock, jazz, klassiek) Patrick Williams (te horen op het prijsnummer ‘Crush’ – ook vocaal), kreeg
een kindje in 2007 en ging daarna haar eigen songs schrijven. Twaalf daarvan staan op haar eerste solo-CD,
waarop de leden van haar folk/country/bluegrassband ‘Sugarcreek Road’ zijn te horen. Kara zingt en speelt
piano, orgel, Rhodes, Wurlitzer, accordeon en kazoo, haar grote steun is producer Chris Cash op gitaren,
drums, percussie, mellotron en ukulele (plus wat vocals), verder horen we o.m. dobro, fiddle, viool en cello
en zijn er nog drie anderen die in een enkel nummer meezingen. De CD begint met een vrolijk jazzy
swingend nummer, ‘Speeding for Jesus’. Direct blijkt al wel dat de stem van Kara niet bij iedereen goed zal
vallen, een beetje richting Victoria Williams, maar wel aangenamer. Ook het tweede nummer is jazzy, dan
wordt het meer richting folk en country, met als hoogtepunten het prettig swingende ‘Crush’, het vrolijke
bluegrass-deuntje ‘Take your time going’ en het mooie Iers-getinte ‘Í’d do it for you’. Kara varieert
aangenaam, een beetje pop, een beetje soul, een vleugje blues (met de passende titel ‘Trouble’), maar slaat
in één nummer in mijn ogen de plank totaal mis, haar stem gaat mij mateloos irriteren in ‘Feel alive’. Het
afsluitende lieve wiegeliedje ‘Iris lullaby’ kan het nog wel enigszins compenseren, maar het blijft jammer!
‘Hurry up … and relax’ is voor 92% een hele leuke CD, jammer van dat ene nummer! Maar het is uiteraard
wel mijn mening, mijn smaak!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 7 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Police Dog Hogan
Album:
Westward Ho!
Label:
Union Music Store
zondag 20 december 2015
Een band met London als uitvalsbasis, die maar liefst zeven leden telt (plus een jonge gast-trompettiste),
'urban bluegrass' speelt en zichzelf vernoemd heeft naar een politiehond, die iemand beet bij rellen in
Brighton. Het promootje ziet er grappig uit: alsof de disc met de hand beschreven is, met postzegels beplakt
en vervolgens afgestempeld. Dit kan interessant worden!
'Westward Ho!' is het derde studio-album van deze energieke, in 2009 opgerichte groep. Het zijn zélf
veertigers, maar ze mikken vooral op het jonge publiek, dat graag naar festivals gaat en hopen ongetwijfeld
op een zelfde soort succes als Mumford & Sons en Flogging Molly. Deze CD werd geproduceerd door Al Scott,
bassist van de folk-punk spelende Oysterband. James Studholme is de bekwame leadvocalist en tevens
akoestisch gitarist, vier van de andere muzikanten zingen ook in de veelstemmige koortjes. Behalve bas en
drums, wordt er viool, banjo, mandoline en accordeon gespeeld in enthousiaste combinaties van folk,
country, pop en rock bij hun stadse bluegrass.
Er zit genoeg afwisseling in de twaalf liedjes. Anders dan bij de meeste pret-bandjes is hier ook aandacht
besteed aan slimme teksten! Geen gemakzuchtige rijmelarij, ze zitten stampvol met verdekte en soms
ironische verwijzingen naar bijvoorbeeld plaatsnamen, literatuur en een bord bij een motel dat aangeeft: 'no
musicians and no pets'. Zelfs een niet zo vrolijk onderwerp wordt toch met een positieve saus overgoten.
"Thunderheads" komt voorzichtig binnen met het verhaal over een vondeling en bouwt op naar een
triomfantelijke climax. "One Size Fits All" is een countryliedje, compleet met gebroken hart. De albumtitel
komt uit "West Country Boy", dat sporen van een shanty vertoont. "St Lucie's Day" is mijn favoriet: een
ingetogen beginnende folkballad met uitgekiend koortje. Voor "Buffalo" en "From The Land Of Miracles"
wordt de oceaan overgestoken, terwijl "Etan Frome" en "Crackington" weer typisch Brits van onderwerp zijn.
"Judgement Day" is een uptempo gospel-getint nummer, met Cajun-invloeden en een knipoog naar de
spreekwoordelijke religieuze opvoeding. "Home", over rehabilitatie na een gevangenisstraf, blijkt een
samenwerking (inclusief voorzichtige rap) te zijn met Platform 7, een band van ex-gevangenen.
Deze aanstekelijke liedjes zijn echter in de eerste plaats gemaakt om live te spelen. Afwachten maar, tot
Police Dog Hogan hier in de line-up van een festival opduikt!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 8 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Robert Plant
Album:
Lullaby and... The Ceaseless Roar
Label:
Wea
zondag 20 december 2015
Schreef ik ooit een recensie die zo weinig recht doet aan een plaat zoals die van Mighty ReArranger van
Robert Plant and the Strange Sensation (2005)? Nochtans geen Led Zeppelin-adept, Robert Plant had dus
vrij spel bij mij, wist ik de essentie van deze plaat nauwelijks tot me door te laten dringen. Het later met wat
extra liedjes opnieuw uitgegeven album (2007) behoort tot het allerbeste dat de grote zanger maakte, niet
in de laatste plaats door het geweldig snarenspel van Justin Adams. Sinds ik de prachtige albums die de
laatste maakte met de Gambiaanse Griot Juldeh Camara leerde kennen, groeide mijn (her)waardering voor
Mighty ReArranger en begreep ik weer eens hoe arrogant, overmoedig en pedant schrijvende mannetjes van
mijn snit kunnen zijn. Anders gesteld: hoe het de mens zo vaak aan een zekere verbeeldingskracht
ontbreekt. Hierna toog Plant naar Amerika en nam daar met Alison Krauss Raising Sand (2007) op om zich
vervolgens in een americana-avontuur met Band Of Joy (2010) te storten. Darrell Scott, Buddy Miller én
Patty Griffin maakten deel uit van deze geweldige band. Gedurende deze tijd raakten Plant en Griffin zodanig
aan elkaar verknocht dat er sprake was van een liefdesrelatie. Het is niet relevant, in muzikale zin gezien
misschien zelfs irrationeel, maar ik vond het een leuk stel. Toen Plant een jaar of wat geleden aankondigde
dat hij afscheid had genomen van Griffin en weer naar Engeland was getogen, ontsnapte mij dan ook een
“Jammer!” Direct gevolgd door een stilte van grote verwachting want Plant liet eveneens weten dat hij
opnieuw een plaat zoals Mighty ReArranger ging maken.
Lullaby and... The Ceaseless Roar. U zult het wellicht niet geloven, maar dit album waarop zowel Justin
Adams als Juldeh Camara te horen zijn, is één van de beste platen van dit jaar. Reeds gedurende zijn
Zeppelinbestaan was Plant regelmatig in Noord-Afrika te vinden, de wereldbeat zit hem in het bloed. Net
zoals de Black Country waarnaar hij dus recent weer terugkeerde (in Turn It Up zingt hij dat hij “lost inside
America” is). Direct hoor ik dat hij zingt over ‘the house of love’ dat hij ziet afbranden, achteraf gezien dan.
Ik moet aan zijn relatie met Patty Griffin denken, een gedachte die geheel voor eigen rekening is. House Of
Love is ook zonder die associatie een prachtig liedje. En, geldt dat niet voor alle liedjes op Lullaby and... The
Ceaseless Roar?! Dit tiende album laat zich nog het beste omschrijven als een meer dan geslaagd
samengaan van elementen uit de muziek van Led Zeppelin, Tinirawen en Band Of Joy. Folk en
(African)blues, het is hieruit dat Plant en zijn band putten met de emmer van de moderne techniek. Het
gevolg is dat Lullaby and... The Ceaseless Roar een op moderne leest geschoeide traditionele klankkleur
kent. En dan is er nog die ongeëvenaarde stem waarin en waardoor niet alleen de muziekgeschiedenis maar
bovenal de geschiedenis van een laat twintigste-eeuwse-mens weerklinkt.
Wim Boluijt
Artist:
Patrick Sweany
Album:
Daytime Turned To Nighttime
Label:
Nine Mile Records
zondag 20 december 2015
Van de zes albums die reeds uit zijn zij er twee in mijn bezit, “Every Hour Is a Dollar Gone” en “Close to the
Floor”. Daar is nu “Daytime turned into Nighttime” bij gekomen. Waar de mij bekende cd’s redelijk rauw
(maar wel heel lekker) waren, daar is deze nieuwste meer laid-back. Maar het maakt blijkbaar niet uit wat
hij speelt. Zijn heerlijke muziek, tokkelend/slidend en met een stem die doet denken aan John Foggerty,
lekker rauw, weten je in het diepst van je vezels te raken.
De opener “First of the week” met minimale achtergrond zang pakt je gelijk bij de strot en neigt gelijk naar
op repeat zetten. En dat weet hij vol te houden tot nummer vier “Sweethearts Together”. Met “Back home”
horen wij de ‘oude’ Sweany even terug, een onvoorstelbaar lekker rauw nummer en goed voor de
afwisseling. Met “Afraid Of You” komen we wat meer in de Neil Young sfeer om dan over te gaan naar een
slow tranentrekker “Too Many Hours”. Er is nog één nummer die wat steviger die zeker genoemd mag
worden, “Nothing Happened At All”, een schitterend nummer met een sound wat het midden houdt tussen
Young en Foggerty.
Ondanks de wat rustiger stijl heeft Sweany mij weer weten te verrassen met een bovengemiddeld album,
goed voor vele cdlade uurtjes.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 9 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Antun Opic
Album:
Shovel My Coal
Label:
Independent
zaterdag 19 december 2015
Zo, die Antun Opic! Deze uit vier liedjes bestaande ep doet denken aan Berlijn. Daar waar de Europese
muziek samensmelt. Klezmer, Balkan beat, blues, jazz, vaudeville, cabaret, klassiek, zigeuner en al waar ik
geen weet van heb, Opic roert erin tot het een vurig mengsel wordt. De Duitse Kroaat of Kroatische Duitser
weet van wanten. Smaakvol is zijn Duitse Engels dat uitstekend bij deze muziek past. In zijn stem klinkt
soms een vilein toontje. Neem nu Hide & Seek waarin hij haar letterlijk platwalst.
Why I am such a bad boy, I make her sad.
Sometimes she sends me without dinner to bed.
Waarna de klarinet melancholiek omhoog kringelt om vervolgens door snijdende gitaarriff overstemd te
worden. De andere drie liedjes, zeker het stevig uitgevoerde The Journalist, mogen er ook zijn. Luister ook
eens naar zijn album No Offense (2013).
Wim Boluijt
Artist:
Tip Jar
Album:
Let Go
Label:
Independent
vrijdag 18 december 2015
Onder de naam Tip Jar bundelden singer-songwriter en multi-instrumentalist Bart de Win en zangeres en
sierraadontwerpster Arianne Knegt vorig jaar al hun krachten in de vorm van hun debuut CD Back Porch. Het
resultaat was een duet-CD met on Nederlandse Bluegrass en country georiënteerde muziek. Zo vlak voor de
kerst zet het tweetal de opvolger daarvan Let Go in de etalage. Net zoals op het debuutalbum hoor je de
inbreng van hun Amerikaanse vrienden Walt en Tina Mitchel Wilkins, Bill Small en Kim Deschamps terug. De
Nederlandse ondersteuning komt van de hand van Harry Hendriks, op diverse gitaren, Tonnie Ector op bas,
Joost van Es op viool, Eric van de Lest en Arthur Lijten op drums.
Geeft toe, het is een hele opsomming waardoor je misschien wel de indruk krijgt van “oei weer zo’n vol
gepropt album”. Het tegendeel is echter waar. Ondanks de drukke bemensing hebben alle veertien liedjes
een open structuur. Denk aan die bouwvalige schuur ergens de middel of nowhere. Voel de het zonlicht op je
gezicht, luister naar het fluitende riet waartussen de Schotse hooglanders grazen. Zo landelijk voelt deze
CD. Dit stel zingt zo geloofwaardig over de liefde en het kleine heldere licht dat je bij de eerste draaibeurt al
verkocht bent. Niet omdat de songs zo uniek zijn, nee het is omdat zo herkenbaar en begrijpend overkomen.
Neem nu Everything’s Changing. De tekst is kort van stof maar bedenk het maar. “A boy becomes a man
almost overnight. A girl without a plan. The road took another life. So hard to understand”, Jezus wat kwam
deze even akelig dichtbij zeg. Niet alle songs kolken overigens op deze manier. De relatief simpele
melodielijnen bijvoorbeeld hadden wat mij betreft, deze keer wat spannender gekund, als je tenminste kijk
wie er zo allemaal meedoen op de deze plaat.
Let Go is naast de lay-out, tekstboekje etc. een uitstekend verzorgde CD. De cover laat twee mensen zien
die goed in hun vel zitten. Loslaten, reizen, ontdekken en plezier maken zitten in de gene. Pluk de dag en
geniet ervan. Laat los, je kunt nu eenmaal niet iedereen die je lief hebt, beschermen tegen het verdriet. Zie
hier de boodschap van de makers.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 10 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Bob Bradshaw
Album:
Whatever You Wanted
Label:
Fluke Records
donderdag 17 december 2015
Singer-songwriter Bob Bradshaw werd in Cork (Ierland) geboren, maar werkt inmiddels 12 jaar in Boston,
Massachusetts, USA. In 1985 koos hij voor een leven in de muziek en zijn weg liep van Portugal via
Duitsland, Spanje, Zweden naar de USA, waar hij in 1989 neerstreek en uiteindelijk in Boston terecht kwam,
waar hij zelfs – vele jaren ouder dan zijn klasgenoten ¬– afstudeerde in 2009 aan het beroemde Berklee
College of Music. Zijn ding werd steeds meer Americana en hij brengt dat op zijn zesde CD ‘Whatever you
wanted’ in allerlei verschijningsvormen. Zijn favorieten en duidelijk inspiratiebronnen wijzen hem de grillige
weg: Guy Clark, Townes van Zandt, John Hiatt (duidelijk!), Steve Earle (eveneens aanwijsbaar) en John
Prine (met name voor het verhalende in zijn songs). Op de CD is een belangrijke rol weggelegd voor klasbak
Duke Levine (Peter Wolf band, J. Geils band, Aimee Mann) op elektrische gitaar en lap steel. Naast Levine is
er in de begeleiding naast gitaren, bas en drums/percussie ruimte voor trompet, flugelhoorn, trombone,
vibes, cello, pedal steel, lap steel, piano, orgel, fiddle en zelfs in één nummer de ‘crotch theremin’ (ik weet
wat een theremin is, maar crotch (vertaling ‘kruis’??).
Bob Bradshaw brengt enorm veel variatie op zijn nieuwe CD. Een kruisbestuiving van pop, rock, country,
soul en noem maar op! Prima CD, goede songs, prima stem, puike begeleiding!
Fred Schmale
Artist:
The Boom Band
Album:
LIVE in London
Label:
Independent
woensdag 16 december 2015
Ik heb lang mijn reserves gehad ten opzichte van The Boom Band, maar op nieuwe cd, ‘The Moon Goes
Boom/Live In London’ is weinig aan te merken.
De opnamen voor deze cd zijn gemaakt op 4 september 2015 in The Half Moon in Londen en laat de band op
zijn best horen. Jon Amor, Marcus Bonfanti, Mark Butcher en Matt Taylor zorgen voor prima gitaarwerk,
Paddy Milner bespeelt de toetsen en dit vijftal zorgt voor uitstekende vocalen. Bassist Jon Noyce en
drummer Evan Jenkins completeren het geheel.
De band heeft tot op heden slechts één studioalbum afgeleverd en negen van de dertien nummer zijn
daarvan afkomstig. De andere vier nummers zijn covers. Al Green’s “I’m A Ram”, Lightnin’ Slim’s “Rooster
Blues” en Huey ‘Piano’ Smith’s “Don’t You Just Know It” krijgen prima vertolkingen, alleen de uitvoering
James Waynes’ “Junko Partner” stelt enigszins teleur. Paddy Milner’s zang en pianospel en de gitaarsolo van
Jon Amor zijn dik in orde, maar de rest van de band ontdoet het nummer van het New Orleans-gevoel en
maakt en een soort pub rock versie van.
De uitvoeringen van “Moonshine”, het instrumentale “Monty’s Theme” en “We Can Work Together” ontstijgen
de studioversies ruim. Op “Monty’s Theme” vallen vooral de dubbele twin-gitaarpartijen van de vier
gitaristen op en het nummer is voorzien van een Phil Aaberg-achtige pianosolo. Grote klasse wat we hier te
horen krijgen. Net als bij de studioversie had naar mijn mening Warren Haynes toch wel songwriters-credits
verdiend voor “When You Come Home”. Prima nummer, maar toch wel een beetje een “Soulshine”- kloon.
Dit album van de Boom Band is zeker de moeite waard. Lekker blues-rock, de nodige Southern-rock, wat
pop en een vleugje New Orleans. Een sterk album!
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 11 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Israel Nash
Album:
Silver Season
Label:
Loose Music
dinsdag 15 december 2015
Na het meer psychedelische “Rains plan’s” ben ik wel heel benieuwd naar “Silver season”. En ik moet
zeggen dat hij mij positief verrast. Dit album gaat weer wat terug naar Nash’s roots. Fijne americana,
meeslepend van begin tot eind. De opener “Willow” zet de toon van de cd, een wat treurige stem begeleid
met een al even treurig klinkende pedal steel en Israel lekker tokkelend op zijn gitaar. Met “Parlour song”
toont Nash weer aan waarom hij zo vaak vergeleken wordt met Neil Young, zowel zijn stem als gitaarspel
hebben dezelfde magische klanken. “Fire & the flood blinkt uit in schoonheid dankzij naast de door de ziel
snijdende gitaar en prachige harmonieuze zang overgaand in de rauwe zang van Nash. “LA Lately” opent
met een arrangement van stijkers overgaand in weer veelvuldig pedal steel en melangolisch gezongen. Met
de ogen dicht lijk je de horizon van LA te kunnen zien, zo intens wordt dit nummer gespeeld en gezongen.
En zo heeft elk nummer wel een verrassing in petto. Verwacht geen stevige nummers zoals op “Barn doors &
concrete floors”, dit album is veel ingetogener en klinkt meestal wat treurig, maar dat is tevens de kracht
van “Silver season”. Een lekker luister album voor in de donkere dagen.
Jan van Eck
Artist:
Jeb Barry
Album:
Milltown
Label:
Independent
maandag 14 december 2015
Massachusetts, USA, huist vele singer-songwriters. Met name rond Boston is er een bloeiende muziekscene,
waarbij Americana-artiesten de boventoon voeren. U begrijpt het al, Jeb Barry is er ook zoeen! Hij is de
zanger en songwriter van de ‘Pawn Shop Saints’, een groep die ‘donkere’ bluegrass speelt. Zijn tweede solo
CD, ‘Milltown’, laat ons een man horen met een gruizige stem die maar liefst 15 eigen songs op de CD heeft
gezet, een klein deel slechts van de meer dan 4000 die hij heeft geschreven. Hij klinkt als een kruising van
Steve Earle en John Fullbright, houdt zijn begeleiding spaarzaam – zelf speelt hij gitaar, mandoline,
resonator gitaar en in een aantal songs is hij ook de enige begeleider. De Pawn Shop Saints spelen
gitaar/dobro, uke bass (wat?), banjo/harmonica en zingen sporadisch mee (twee van de vier). De opnamen
zijn voor het grootste gedeelte ‘live’, niet met publiek, maar zonder gefiebel achteraf. In de serie (bijna)
alleen songs valt met name het tekstueel prachtige ‘If you were whiskey’ op. De whiskey komt terug in het
door dobrospel omgeven ‘Homegrown’. Het daarop volgende nummer heet ‘Why I drink alone’, wat een
problemen heeft die man! Je hoort de whiskey in Jeb’s stem doorklinken.
Een bijzondere singer-songwriter, deze Jeb Barry. Zijn songs zijn uitstekend, de sfeer die hij op deze CD
oproept is donker (somber) en wazig. Mij kan hij ermee boeien, temeer daar hij de begeleiding zo heerlijk
simpel houdt. Je hoort eigenlijk nergens meer dan twee instrumenten!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 12 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Dave Alvin & Phil Alvin
Album:
Lost Time
Label:
Yep Roc Records
zondag 13 december 2015
De klok die tikt maar door. Na de opmerkelijke reünie van de rockers Dave en Phil Alvin met hun release
Common Ground, een tribute aan Big Bill Broonzy in 2013 ligt er al weer een nieuw album klaar voor
bespreking. Lost Time is een swingende schijf met de nadruk op de rock ‘n’ roll. Zo wordt de blues shouter
Big Joe Turner geëerd door 3 covers van deze geweldige zanger uit Kansas City. Big Joe fungeerde als
mentor voor de Alvin Brothers aan het begin van hun muzikale loopbaan. Cherry Red Blues is de eerste Big
Joe Turner song, een relaxed klinkende blues shuffle. Daarnaast wordt het klaagbluesje Wee Baby Blues en
het swingende jump bluesrockertje Feeling Happy van Turner opnieuw bewerkt. Op dit album is de gitaar
van Dave prominent in beeld. Prachtig hoe hij tekeer gaat in de openingstrack Mister Kicks. Dit is een
nummer van Oscar Brown Jr. waarin hij een satanische persoon oproept om de wereld te redden. Een oude
gospel World in A Bad Condition wordt opgepoetst. Dit lied uit 1930 van The Golden Gate Quartet
waarschuwt de luisteraar voor al het kwaad in de wereld. De bewerking van Blind Boy Fuller’s Rattlesnakin’
Daddy komt langzaam op gang, maar rolt zich lekker uit in een aangename piano en harmonicablues. De
broeders Alvin worden op dit album begeleid door de Austinse muzikanten Lisa Pankratz (drums), Brad
Fordham (bas) en Chris Miller (gitaar). Twee bekende songs Please Please Please (James Brown) en House
Of The Rising Sun worden in een nieuw jasje gestoken. Vooral de bewerking van de laatst genoemde song is
meer dan geslaagd. Het is zonder meer leuk dat de broeders Alvin het weer zo goed met elkaar vinden,
maar stilletjes hoop ik toch gauw weer op een solo-album van Dave Alvin, want op Lost Time hoor ik die
gruizige donkere stem te weinig.
Paul Jonker
Artist:
Allison Weiss
Album:
New Love
Label:
Side One Dummy Records
zaterdag 12 december 2015
Indie pop singer-songwriter Allison Weiss is al weer toe aan haar derde studio release. Heb even op Spotify
geluisterd hoe haar eerder albums klonken, want ik had daar geen idee van. Het openingsnummer, van haar
nieuwe CD New Love, The Sound, sprak mij onmiddellijk aan. Het daarop volgende Who We Are zat ook al
binnen no time tussen mijn oren. Kon en kan nog steeds niet de vinger erop leggen waarom ik mij zo
aangetrokken voel tot dit uitgelezen popplaatje. Het enige waar ik op kwam was dat het mogelijk te maken
zou kunnen dat ik ooit een zwak had voor de muziek van Orchestral Manoeuvres in the Dark. Toen ik songs
als Back To Me en Out Of This Alive passeerde dacht ik echt dat ik eruit was. De vanuit LA opererende singersongwriter Allison Weiss moet een folk punk liefhebber zijn. Dat word nog eens stevig benadrukt in het
krankzinnig schokkende liedje Motorbike. Ik word hier echt blij van.
Ik waagde mij heel even buiten de gebaande paden. New Love is volgens mij een van meest onderschatte
indie pop releases van dit jaar. Echt een plaat om op te dansen, springen en stevig te hossen. New Love is
een lekker laagdrempelig aanhaakt plaatje. Deze rollercoaster CD bevat elf songs die je soms tot het uiterste
drijven maar nooit tot waanzin drijft. Luister naar knappe indie pop, ik blijf het doen, als is het maar om mijn
eigen muzikale horizon te verbreden.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 13 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Tallent Brothers
Album:
Back On The Old Stuff
Label:
Independent
vrijdag 11 december 2015
Back On The Old School Stuff is het debuut van The Tallent Brothers. De broers Rocky en Brandon hebben
het album opgedragen aan Levon Helm, drummer en zanger van The Band, hun beider held. Bij hem in
Woodstock vielen ze zo ongeveer midden in een Midnight Ramble-sessie tijdens een tournee, die ze
rondreizend in een oude Van (afgebeeld op de voorkant van het hoesje) plegen af te werken. Rocky, thuis in
enginering, helpt tot zijn verbazing er een handje mee aan de opnames van Electric Dirt, de laatste
studioplaat van de maestro. Al snel daarna wordt Brandon gevraagd als leadgitarist in de band van niemand
minder dan David Allan Coe, dé outlaw aller outlaws. Hij stemt toe op voorwaarden dat Rocky mag
meedoen. Dat mag, maar na een jaar gaan ze weer op eigen benen. De nodige ervaringen rijker en bijgevolg
rijper, komt het tot het opnemen van een eerste volwaardig album, na eerst de e.p. Call Me Country nog te
hebben uitgebracht. Het is het realiseren van een droom, na acht jaar ploeteren on the road, zo laten de
broers weten. Elk van de tien americanasongs op Back On The Old Stuff, verbeeldt een bijgebleven
gebeurtenis van een tournee. Die trips lijken zich in een entourage van weemoed, melancholie en verlangen
af te spelen, want zo klinkt de sfeer op het album van begin tot eind. Het is de kracht en tegelijkertijd ook
de zwakte van het album, dat praktisch alleen ballads bevat. Sterke ballads daar niet van, maar bij elkaar
genomen wringt op den duur het gebrek aan variatie. Aanvankelijk meeslepend, op den duur voortslepend.
Dat kunnen de broers beter lijkt me, want aan talent, integriteit en instelling ontbreekt het hen niet. Daarbij
zijn het prima zangers, Rocky met het schorre en Brandon met een warm stemgeluid. Bovendien bezitten ze
en een fijnbesnaard gevoel voor de instrumentale omlijsting, The Band indachtig. Voor het bereiken van een
dergelijk karakteristiek geluid vervult natuurlijk, naast gebruik van elektrische- en akoestische gitaren, bas,
drums en piano, het orgel een fraaie (hoofd)rol.
Huub Thomassen
Artist:
G.R. Harrison
Album:
Inheritance
Label:
SML Records
donderdag 10 december 2015
Geen Amerikaan, deze G. R. Harrison, maar de Limburgse singer-songwriter Ruud Gijsen, die tijdens
optredens in de straten van Parijs dit pseudoniem aannam om zijn affiniteit met Americana-muziek te tonen.
De man heeft een aanzienlijk aantal projecten achter zijn naam staan. Hij speelde in Texan Tail, The Wild
Specialities en The Electrophonics, was onderdeel van Dylan geit plat, Alles geit plat, Moonshine Whisky en
Uncle Joe & The sweet busters. In 2009 verscheen de voorganger van ‘Inheritance’, ‘Gold, Love or Trust’,
een CD die mij geheel ontgaan is. Op de nieuwe CD horen we Esther de Bont op viool, gitaar en vocals en
Rick Haring op orgels en soundscapes naast Harrison op gitaar, piano en vocals. In één nummer is drummer
J. Beuker te horen. De 12 nummers zijn van Harrison zelf op één na, “Little’ is van De Bont. Het resultaat is
een subtiele, melancholische CD, subtiel in het samenspel van met name Harrison en De Bont. Mooie
muziek, maar helaas te eenvormig, te weinig gevarieerd. Het is met name aangenaam luisteren naar ‘Oh,
my Dublin’ en ‘Inheritance’ en ook naar het iets vlottere ‘Flower lawn’. Harrison heeft een donkere, somber
klinkende stem, waardoor een zekere triestheid niet te vermijden is.
Sombere, melancholische Americana van een Maastrichtenaar, voor de liefhebbers van bijvoorbeeld Leonard
Cohen.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 14 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Admiral Fallow
Album:
Tiny Rewards
Label:
Nettwerk Music Group
woensdag 9 december 2015
Vooruit maar, deze recensie opent direct met de alleszeggende conclusie: het nieuwe album van Admiral
Fallow is, op de valreep, dé ontdekking van 2015. Het album pruttelt al sinds afgelopen mei in de
alternatieve media, draait sinds die tijd overuren in mijn cd-speler en krijgt met terugwerkende kracht alle
aandacht die het verdient. Kleine geschiedenisles: onder leiding van de Schotse frontman Louis Abbott,
treedt Admiral Fallow sinds 2007 op en de band is na het zeer verdienstelijke debuut Boots met my face
(2010) en Tree bursts in snow (2012) toe aan het derde album. En met een verbluffend resultaat. Met Tiny
rewards, vraag je je oprecht, hard en hoofdschuddend af waarom Admiral Fallow weliswaar aardig wat
trouwe fans achter zich heeft, maar dat dit nog niet tot een grotere doorbraak heeft geleid. En daartoe zijn
redenen genoeg. Luister maar eens naar het mee- en opzwepende Evangeline of voel het kippenvel bij het
melancholieke Liquor and milk, waarin Abbott en zangeres Sarah Hayes een retespannend zanggevecht
houden. Klein, intiem en toch energiek. Wie een origineel cadeau zoekt, schaft Tiny rewards van Admiral
Fallow ongehoord aan. En neem er zelf ook één. Wat een plaat!
Hans van der Maas
Artist:
H.T. Roberts
Album:
Old Light
Label:
Deep Blue Something
woensdag 9 december 2015
De Belgische geweldenaar H. T. Roberts komt uiteraard ook in 2015 met een nieuwe CD uit. Er was de
prachtige live-CD uit 2012, ‘Country Music makes me cry’, de heerlijke opvolger uit 2013, ‘Rain Change Fair’
en in 2014 een samenwerkingsverband met collega Bruno Deneckere en de begeleidingsband ‘The landed
gentry’, ‘Heroes and have-beens’). Op de prachtige nieuwe CD is Bruno (bijna) als enige extra kracht
aanwezig, nu in een dienende rol. Bruno speelt tweede gitaar en zorgt voor de harmonie vocalen. H. T. zelf
doet meer, hij schreef alle liedjes, zingt lead, speelt gitaar, mandoline, Weissenborn, harmonica en 5-string
banjo. De elf songs zijn adembenemend mooi, twee ervan zijn banjogestuurd, het prachtige (ook tekstueel!)
‘She is no stranger to beauty’ en ‘The dreams of Derroll’s banjo’. Cultheld Derroll Adams is duidelijk een
inspiratiebron voor H.T.
Net als op de eerder genoemde voorgangers zorgt H. T. Roberts voor een puike sfeer op deze heerlijke CD.
Heerlijk ontspannen musiceren is het devies en als je erin slaagt om zulke prachtige liedjes te schrijven zorg
je voor een must-have CD. Bovendien is de verpakking van de CD ook al schitterend, met uiteraard een fraai
tekstboekje. Fantastisch, fantastisch!!!!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 15 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Gary Clark Jr.
Album:
The Story of Sonny Boy Slim
Label:
Warner Brothers
dinsdag 8 december 2015
Zat laats een bakkie te doen met een bassist die in een aantal cover bandjes speelt in het classic blues rock
circuit. Vroeg aan hem of hij al eens van Gary Clark jr. had gehoord? Antwoord wie? Muzikaal blijven hangen
is ook een kunst van liefhebberij, denk ik dan. Toch kon ik mij dat wel voorstellen want als er één artiest is
die de laatste jaren als een komeet omhoog geschoten is, is het wel Gary Clark jr. De beste man was zo druk
met toeren, na de release van zijn debuut CD Blak and Blu (2012), dat hij terug moest vallen op het vorig
jaar verschenen live dubbel album.
Erg aangenaam is het dan ook kennis te nemen van Clark’s tweede studio release. De man, die geïnspireerd
raakt van alles wat lawaai maakt, maakt het helemaal waar. Ook op The Story of Sonny Boy Slim bewijst
Clark dat hij één van de creatiefste muzikanten is die er op deze aardbol rondlopen. Gospel, Blues, Soul,
Hiphop, R&B, Rock n’ Roll niets is hem vreemd. Ma’s standvastigheid, koosnaampje Sonny Boy, en Clark’s
vrienden, die hem liever Slim noemen, hebben overigens bijgedragen aan de totstandkoming van de
albumtitel.
Clark opent ijzersterk met The Healing. “this music is my healer”, jeetje hoe dat eruit komt. Nee, en dan het
daarop volgende Grinder. Clark is duidelijk “Well I been thinking too much. Seems like everyone’s talking
about money. So, I’ve got to get me some” Na wat soul, HipHop en dat kleine minuscule juweeltje Church,
duikt uit het niets Wings op. Clark relativeert “New cars, new clothes, bankroll, new stones. Everyone knows
so... We got issues, and people get misused. And girl I miss you, but I know we'll get through. What we go
through, everyone knows So... Why don't you meet me in the wings cause I” Muzikaal, zang technisch
misschien wel het beste nummer op dit album. Vloek ik in kerk als ik zeg dat Can’t Sleep zo uit de koker van
Prince gekomen zou kunnen zijn?
The Story of Sonny Boy Slim is een van de beste allround platen die ik dit jaar ben tegengekomen. Ik ben
geen zwak moment tegengekomen. Zoals ik al eerder uitsprak “muzikaal blijven hangen is een kunst van
liefhebberij” Wie zijn muzikale horizon wil verbreden is The Story of Sonny Boy Slim de perfect “get in” plaat.
Jan Janssen
Artist:
Donna Ulisse
Album:
Hard Cry Moon
Label:
Hadley Music Group
maandag 7 december 2015
Donna Ulisse, de bluegrasskoningin uit Nashville, is een productieve lady. In de afgelopen drie jaar
verschenen van haar hand ‘All the way to Bethlehem’, (2012, Donna’s geheel eigen invulling van een kerstCD), ‘Showing my roots’ (oktober 2013, Donna’s nostalgische ode aan haar muzikale helden) en ‘The
songwriter in me’ (voorjaar 2015, voor de verandering geen bluegrass-CD, maar een intieme singersongwriterCD). En dan gaat ze, ook nog in 2015, terug naar haar bluegrass-idioom met haar nieuweling,
‘Hard cry moon’. De twaalf songs op de CD zijn op één na van haar hand, drie maal schreef ze samen met
partner Rick Stanley (als altijd ook goed voor vele achtergrondvocals) en vier maal met Marc Rossi. De enige
cover op de CD is ‘Whispering pines’ van Howard Hausey. In de begeleiding horen we de beste bluegrasslui
van Nashville: Bryan Sutton (wederom de producer, gitaar, banjo), Scott Vestal op banjo, Stuart Duncan op
fiddle, Dennis Crouch op staande bas en Casey Campbell op mandoline. Een overheerlijke bluegrass-CD is
het resultaat, schitterende begeleiding bij de prachtige stem van Donna !!! Mijn favoriete nummers zijn het
vlotte ‘It could have been the mandolin’ en de ballads ‘Hard cry moon’ en ‘As long as we’re together’.
En dit is dus weer een CD die een absolute aanrader is voor de liefhebbers van dit genre. Een must-have!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 16 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Eric Bibb and JJ Milteau
Album:
Lead Belly’s Gold
Label:
Dixiefrog Records
zondag 6 december 2015
Nauwelijks bekomen van zijn cd ‘Blues People’ ligt er inmiddels alweer een nieuw werkje van Eric Bibb in de
cd-speler: ‘Lead Belly’s’ Gold’. Zoals de titel al aangeeft, heeft Bibb keer zijn inspiratie gehaald uit het werk
van Huddy Ledbetter, bekend als Lead Belly of Leadbelly. Eigenlijk is het idee van Philippe Langlois, die de
Bibb ook met Jean-Jacques Milteau in contact heeft gebracht.
Zestien nummers heeft Bibb met deze Franse harmonicaspeler vastgelegd op dit album. Dit duo wordt bij de
elf live opgenomen nummers begeleidt door drummer/percussionist Larry Crockett, terwijl ook bassist Gilles
Mitchel en zanger Big Daddy Wilson op een paar nummers te horen zijn.
De cd bestaat uit een aantal door Ledbetter geschreven of van hem bekende nummers, aangevuld met een
paar zelfgeschreven nieuwe werkjes van het duo. Het live gedeelte bestaat uit elf nummers, zoals bekende
liedjes als “House Of The Rising Sun”, “Midnight Special”, “Where Did You Sleep Last Night” en “Good Night,
Irene”, die allen bij een behoorlijk breed publiek wel bekend zijn. Ze worden allemaal gebracht op de
typische ingetogen Eric Bibb wijze, hoewel het harmonicaspel van Milteau en vooral de vocale inbreng van
Big Daddy Wilson het soms allemaal net iets kruidiger maken.
Van de studionummers zijn de Ledbetter pareltjes “Bourgeois Blues” en “Titanic”, samen met het door Bibb
geschreven “Swimmin’ In A River Of Songs” weer echte hoogtepuntjes. Sociale betrokkenheid was Lead Belly
niet vreemd en ook Bibb niet. Op dit album wordt toch ook weer een link gelegd naar het minder florissante
verleden van de Verenigde Staten en worden parallellen trokken naar het heden, waarin veel is veranderd,
maar veel toch ook weer niet zoveel als gehoopt.
Nieuwe cd’s worden vaak met superlatieven als ‘zijn beste werk’ of ‘hij overtreft zichzelf weer’ de wereld in
gestrooid. Dat is hier niet van toepassing: Eric Bibb levert eigenlijk altijd kwaliteit, dus ook weer met ‘Lead
Belly’s Gold’.
Ton Kok
Artist:
Kodiak Deathbeds
Album:
Kodiak Deathbeds
Label:
Affairs Of The Heart
zaterdag 5 december 2015
Wie zich afvraagt hoe de herfst klinkt, moet het oor maar eens te luister leggen bij het titelloze debuutalbum
van Kodiak Deathbeds. Gedurende tien intimistische en zeer klein gehouden nummers die het midden
houden tussen indiefolk en dreampop, krijgt het seizoen van de vergankelijkheid een soundtrack aangereikt
die wonderwel aansluit bij de kleuren en geuren van dit jaargetijde. Het recept dat dit duo toepast is even
eenvoudig als geslaagd: liedjes maken die gebaseerd zijn op een fragiele, ietwat dromerige stem – soms
dubbel opgenomen –, een akoestische gitaar en een elektrische gitaar die klinkt alsof ze heimwee heeft naar
de tijd dat ze nog niet versterkt werd.
Kodiak Deathbeds is het al dan niet tijdelijke muzikale verbond tussen gitarist Derek Fudesco en zangeres
Amber Webber. Dat zullen voor heel wat muziekliefhebbers nobele onbekenden zijn terwijl anderen dit duo
dan weer kennen door hun bijdragen aan bands als Pretty Girls Make Graves, Cave Singers en Black
Mountain. Wat ze hier echter doen, heeft amper raakvlakken met de muziek die deze bands maakten. Het
duo presenteert een set liedjes die zorgvuldig geschreven lijken te zijn met een fijn pennetje en uitgelezen
Oost-Indische inkt. Webber zingt haar teksten breekbaar en zacht terwijl Fudesco’s gitaarklanken zich op
een bijna liefdevolle manier rond haar stem weven. Dat leidt tot kleine pareltjes als Never Change, het
ietwat mystieke Wild Hearts en het desolate Against the Wind, stuk voor stuk nummers die mij met de
nodige interesse doen uitkijken naar een vervolg.
Martin Overheul
donderdag 24 december 2015
Pagina 17 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Roseline
Album:
Townie
Label:
Independent
vrijdag 4 december 2015
Een bandje uit Lawrence, Kansas, ‘The Roseline’, met als belangrijkste man songwriter Colin Halliburton
(actief sinds 2004), brengt op hun nieuwe (derde) CD een aangenaam soort melodieuze poppy Americana.
Als belangrijkste invloeden noemt Halliburton Ryan Adams, Tom Petty, Gram Parsons en Josh Ritter (en dan
nog 73 andere artiesten en bands). Als muziekgenre noemt hij alt/indie rock, folk/singer-songwriter. Dat
wekt verwachtingen van grote variatie, maar die variatie vinden we op de CD niet. Wat wel te horen is is
aangename poppy muziek, inderdaad melodieus en met een prima begeleiding van het septet op gitaar
(akoestisch, Halliburton, elektrisch, Kris Losure), keyboards, bas, drums en pedal steel en Katlyn Conroy in
de begeleidende vocals. De stem van Halliburton is uitermate geschikt voor zijn repertoire, een soepele,
warme tenor zeg maar, zijn songs zijn uitstekend, zijn arrangementen ook. Verder heb ik geen informatie
kunnen vinden, geen lyrics, zelfs geen vermelding van de producer (Halliburton zelf, neem ik aan?). De
mooiste nummers zijn de titeltrack, ‘Townie’ en het midtempo nummer ‘A malleable posture’.
Gewoon een lekkere CD, deze ‘Townie’, met aangename melodieuze country/folkpop. Blijft lekker hangen!
Fred Schmale
Artist:
Sugar Brown
Album:
Poor Lazarus
Label:
Independent
donderdag 3 december 2015
Op 9 augustus 2014 werd in de Amerikaanse plaats Ferguson de zwarte teenager Michael Brown door een
politieagent doodgeschoten. Twee maanden later ontdekte de Japans/Koreaanse Canadees Sugar Brown
(Ken Kawashima) de folksong “Po’ Lazarus” uit het jaar 1911 en constateerde dat er in ruim honderd jaar
tijd maar weinig veranderd was. Het zette hem aan tot het opnemen van zijn nieuwe cd ‘Poor Lazarus’.
Het album werd opgenomen in de Duke of Erb studio in Kitchener, Ontario en zanger/gitarist Sugar Brown
kreeg hulp van Joolyah Narveson (gitaar, saxofoon), Art Maky (drums) Pat Phillips (drums), Tyler Stoddart
(maracas). Ook Bharat Rajakumar leverde, evenals op Brown’s vorige cd, weer een paar prima bijdragen op
de harmonica. Brad Levis, Tyler Stoddart en Charles Chiu tekenden voor de achtergrondvocalen.
Sugar Brown schreef zes van de veertien nummers en zette verder een gedicht van Lewis Carroll, “The Mad
Gardener’s Song”, in een part 1 en een part 2 op muziek. Ook zijn er covers te horen van Frankie Lee Sims,
Tom Waits, R.L. Burnside en Willie Dixon. Meest opvallende nummer het in Japans gezongen “Tokyo
Nagaremono”, de titelsong van zijn favoriete Japanse film.
Brown gooit er in zijn bewerking van de titelsong als zijn wanhoop uit en zet een intense versie van het
nummer neer. Harmonicaspeler Rajakumar excelleert op “Blues Lights Hooker” en deze man zou best ook
buiten Canada de nodige aandacht verdienen, want zijn spel is van grote klasse. Met het fraaie, gedragen
“Weak Brain And Narrow Mind” wordt het album sterk afgesloten.
Het geluid is iets rauwer dan op zijn vorige cd en over de invloed van R.L. Burnside doet hij ook niet
geheimzinnig. Brown heeft weer een prima cd-tje afgeleverd met een lekker authentiek geluid.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 18 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Kim Simmonds & Savoy Brown
Album:
The Devil To Pay
Label:
Ruf Records
dinsdag 1 december 2015
Behalve bij een select groepje liefhebbers is Savoy Brown in Nederlands nooit een echt grote naam
geworden. Toch loopt het aantal albums, inclusief een paar akoestische solowerkjes van Kim Simmonds,
tegen de vijftig en zit de groep inmiddels in zijn 51e levensjaar. Hun versie van Muddy Waters’ “Louisiana
Blues” vormde de blauwdruk voor veel covers van dit nummer in latere jaren.
Met grote regelmaat worden er nog cd’s uitgebracht en de meest recente heet ‘The Devil To Pay’. In de loop
der tijd heeft de band een indrukwekkende reeks muzikanten versleten (aantal ligt rond de zestig), maar de
laatste jaren zijn, naast zanger/gitarist Kim Simmonds, bassist Pat DeSalvo en drummer Garnet Grimm
vaste waarden in de band.
De van oorsprong Britse band werd in 1965 opgericht als de Savoy Brown Blues Band. De uit Wales
afkomstige Simmonds woont al lange tijd in de V.S. Zowel vocaal, instrumentaal als wat betreft
‘songwriting’, leverde de groep in de jaren zestig en zeventig een aantal klassieke albums af.
De laatste jaren neemt Simmonds zelf de vocalen voor zijn rekening en hoewel hij zich niet kan meten met
mensen als de onovertrefbare Chris Youlden, Lonesome Dave Peverett of Dave Walker, doet hij dit zeker niet
onverdienstelijk. Maar in het bijzonder zijn herkenbare, melodieuze gitaarspel doet het hem. Het is dat
Simmonds al op zeer jonge leeftijd een sterke eigen band had, maar als hij bv. bij iemand als John Mayall
begonnen was, dan had hij zeker tot het rijtje Clapton/Green/Taylor behoord.
Het op het Ruf Records uitgebrachte ‘The Devil To Pay’ is vooral een album, waarbij weer van sterk
gitaarspel te genieten valt. Het instrumentale “Snakin’” is hier een prima voorbeeld van. Zijn sterkte
slidespel is te horen in de rocker “I’ve Been Drinking” en in “Watch My Woman” toont hij zijn jazzy kant.
Dertien eigen nummers, allemaal degelijke nummers, zonder uitschieters naar boven of beneden, maar toch
weer een album dat niet misstaat in het ruime oeuvre van Savoy Brown.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 19 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Mike Zito & The Wheels
Album:
Keep Coming Back
Label:
Ruf Records
maandag 30 november 2015
Zo ben je een cd aan het beluisteren en voordat je nog maar een woord aan het papier hebt toevertrouwd
maak je een optreden mee van de cd-release ‘Keep coming back’. En normaal beoordeel je op wat de cd je
voorschotelt, maar in dit geval neem je toch de live ervaring mee en dat pakt zeer positief uit. Waar de band
live het met vier man doet, worden er op de cd extra muzikanten ingezet met percussie, piano, orgel en
achtergrondzang. Live worden de extra instrumenten wat meer opgepakt door de saxofoon. Maar wat in
beide gevallen blijft is de frisheid, energie en passie die in de muziek wordt gestoken.
De energie bij de opener en titeltrack ‘Keep coming back’ doet de vonk gelijk overspringen en diezelfde
energie voel je vol bij jezelf binnenstromen als daarna ook ‘Chin up’ langs komt. Dan gaat met ‘Get busy
lying’ het gas er iets af gevolgd door de wat meer country-style ‘Early in the morning’ en hiermee toont Mike
Zito aan niet vast te zitten aan één stijl. Hij durft muziek te maken die breder is maar met liefde gemaakt.
Op het album is op drie nummers Anders Osborn co-schrijver en op één ervan, ‘I was drunk’, speelt hij mee
op gitaar en zingt samen met Mike, twee prachtige stemmen, lekker melancholisch, een pareltje. En de
heren laten je ook lekker swingen zoals op ‘Get out of Denver’ met een hoog Chuck ‘Go Johnny Go’ Berry
gehalte , maar ozo lekker.
Mike mag zich gezegend voelen met muzikanten zoals Jimmy Carpenter (saxofoon), Lewis Stephens (drums)
en Scot Sutherland (bas), zij scheuren, stampen en grooven, zij vormen een hechte eenheid met het
gitaarspel en zang van Mike.
Je kunt gerust stellen dat Mike, na in een diep dal gezeten te hebben, met ‘Gone to Texas’ de weg naar
boven heeft gevonden, zowel met zijn leven als met de muziek. Hij mag dan bekend staan als blues
muzikant, hij laat met ‘Keep coming back’ zien, veel meer in zijn mars te hebben en daarin zijn weg
gevonden heeft met een eigenzinnige kijk op muziek en nog steeds een stijgende lijn te pakken heeft.
Gelukkig maar. Hij blijft op deze manier verrassen, ook met deze puike nieuweling.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 20 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Mike McGuire
Album:
Southern Attraction
Label:
Independent
zondag 29 november 2015
Wat een heerlijk plaatje is Southern Attraction van de Amerikaan Mike McGuire. Plaatje ja, want er staan
maar zeven nummers op, goed voor om en nabij 27 minuten en eentje van de categorie puur, pretentieloos
en doortrokken van de lome atmosfeer van het diepe zuiden. Schommelstoel, front/backporch, biertje of
whisky binnen handbereik, lekker lui luisteren naar de songs die JJ Cale ook gemaakt had kunnen hebben.
Want aan hem doet hij qua zang en composities het meest denken, vooral in Tennessee Tom, het
openingsnummer. Het vervolg mag er ook zijn door het fijne tempo in Stay In Your Lane en het stuwende
orgelgeluid, dat de voetjes onwillekeurig ietsje doet tappen. Hierna is er verstilde melancholie in het
akoestische Lucy, een prachtig liedje ingekleurd door een trage slidegitaar en omfloerste mondharmonica.
Crazy Lone Star Blues ontleent zijn melodie en arrangement aan het repertoire van Tony Joe White, een
andere popicoon van de zwoele soort. De met een fraaie titel gezegende song Every Saint Has A Past, Every
Sinner Has A Future, is americana op zijn best: huilerige viool en troostend orgeltje en wederom in een JJ
Cale-modus geplaatst. I Still Miss Someone is een cover van Johnny Cash – niet een van zijn bekendere,
denk ik – waarin de mandoline schittert en je luistert naar ene Guy Clark als je niet beter zou weten.
Thunder Over Clarksville is de dampende, elektrische afsluiter, waar Neil Young de hand in gehad moet
hebben. Zo’n tergend langzame, o zo ingehouden, onverbiddelijk binnenvallende gitaarpartij, waar directe
overgave slechts de enige respons is.
McGuire heeft zich omringd met geweldige instrumentalisten. Bob Ramsey op piano, Hammond B3; Mike
Schroeder op mandoline, viool; Phil Stirgwolt op gitaar, harmonica en achtergrondzang; Rico Thomas op
bas; Paul Woods op drums.
Aan nieuwlichterij doet McGuire dus helemaal niet en oogt al evenmin als de jongste. Toch is Southern
Attraction pas zijn tweede mini-album, na in 2007 zijn eerste Roses For The Moon te hebben afgeleverd. Een
album dat meer country getint is en niet zó goed als deze. In recensies zag ik meestal drie op vijf sterren als
waardering voor Southern Attraction. Te weinig
Huub Thomassen
Artist:
Balkun Brothers
Album:
Balkun Brothers
Label:
Dixiefrog Records
zaterdag 28 november 2015
De Balkun Brothers zijn Steve (gitaar/zang) en Nick Balkun (drums/zang). Ze spelen onder deze naam sinds
2010 en in januari 2015 verscheen hun eerste volledige album ‘ReDrova’, dat al was voorafgegaan door een
paar EP’s. Op het Dixiefrog label werd onlangs hun tweede, titelloze, album uitgebracht. Het album werd
opgenomen, geproduceerd en gemixt door niemand minder dan Pop Chubby, in wiens voorprogramma de
broers momenteel uitgebreid rondtoeren in Europa.
De cd bevat twaalf nummer, elf zelfgeschreven en de twaalfde is Johnny Winter’s “Mean Town Blues”. Drie
van de eigen nummers verschenen eerder op de debuut EP. De muziek is, zoals ze zelf omschrijven,
psychedelische blues-rock. De bezetting kent natuurlijk zijn beperkingen, maar Steve en Nick hebben toch
een lekker schijfje afgeleverd, rauw en dansbaar. De meeste nummers hebben dat ongepolijst Noord
Mississippi geluid, zoals we kennen van de Burnside en Dickinson families. Af en toe wordt wat gas
teruggenomen met nummers als “Jail Bird”, waarin Dave Keyes voor een welkome aanvulling zorgt op piano.
“Rainy Day Front Porch Blues” is een authentiek klinkend akoestisch werkje met het geluid van de
neerdalende regen op de achtergrond. Zeer sfeervol.
In het begin komt het gitaarspel van Steve nogal primitief over, maar naarmate de cd vordert horen we dat
hij best het nodige in zijn mars heeft en behoorlijk met de slide uit de voeten kan. Niet alleen de liefhebbers
van een lekkere groove met smerig gitaarwerk zullen van dit album genieten, maar ook de meer traditionele
liefhebber zal het nodige van zijn/haar gading vinden bij deze mannen uit Hartford, Connecticut.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 21 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tina & Walt Wilkins
Album:
Be mine
Label:
Independent
zaterdag 28 november 2015
Country-duetten zijn van alle tijden. Een populair genre, dat in de laatste vijftig jaar met name een grote
vlucht nam door de prachtige samenwerking van Gram Parsons en Emmylou Harris, na de ontijdige dood van
Parsons is la Harris met bijna iedere zichzelf respecterende artiest, zowel mannelijk als vrouwelijk, de studio
ingedoken om duetten op te nemen. John Prine deed het met een aantal vrouwtjes in 1999 (het prachtige ‘In
spite of ourselves’). En natuurlijk heeft in Engeland Michael Weston King met zijn vrouw als ‘My darling
Clementine’ een tweetal verrukkelijke CD’s volgezongen met nostalgisch klinkende duetten. En dan is er nu
een werkelijk prachtig mooie CD in dit genre van het zeer sympathieke paar uit Austin Tina en Walt Wilkins.
Twaalf schitterende liedjes met daarbij vier originals die niet onder doen voor de covers van songs van Greg
Trooper (‘Ireland’ en Inisheer’), Kimmie Rhodes (‘Be mine’), Bob Livingston (‘On a dream with you’), Melba
Montgomery (‘We must have been out of our mind’, dit nummer staat ook op voornoemde CD van Prine) en
– als een enigszins vreemde eend in de bijt – ‘Never ending song of love’ van Delaney Bramlett. De
begeleiding is in handen van Austin’s finest: Kim Deschamps (van origine een Canadees en met name
bekend van zijn werk met ‘The Cowboy Junkies’) op steel gitaar (de man speelt fenomenaal mooi!), Warren
Hood (fiddle), Ron Flynt (bariton gitaar, B3, bas, piano) en Walt’s makkers van zijn groep ‘The Mystiqueros’
Bill Small (gitaar), Corby Craig Schaub (gitaar, lap steel), Ray Rodriguez (drums) en Jimmy Davis (gitaar).
Als slagroom op de heerlijke cake van de familie Wilkins horen we onze eigen Bart de Win op piano en
accordeon.
U begrijpt het al, dit is een topper in zijn genre! Voor mij is dit een van de mooiste CD’s van het bijna
afgelopen jaar. Maar ik ben dan ook een echte liefhebber van dit genre! Ga eens luisteren en je bent
verknocht!
Fred Schmale
Artist:
Jeroen Kant
Album:
Nooit Genoeg
Label:
Bastaard Platen
vrijdag 27 november 2015
De Brabantse grond levert veel volwassen songwriters op, denk aan J. W. Roy en B. J. Baartmans.
Brabander Jeroen Kant was voor mij een onbekende, maar met deze tweede CD op zijn eigen label
‘Bastaardplaten’ – na ‘De lafaard kapitein’ uit begin 2013 – heeft hij mij totaal verrast en dan bedoel ik dat in
positieve zin. Jeroen zingt in het Nederlands, is zeer goed te verstaan en brengt ons 11 onverwacht mooie
juweeltjes. Prachtige melodietjes en gevoelige en poëtische teksten, vaak met een boodschap. De
begeleiding is in handen van Gabriël Peeters (piano, orgel, drums, percussie en koortjes, tevens
verantwoordelijk voor de opnames (in zijn eigen studio, Uncle Gabe’s Sound Studio in Eindhoven), productie
en mix), Matthijs Leeuwis (pedalsteel, gitaren, koortjes) en Judith Renkema (basgitaar, staande bas en
koortjes). Ik wil jullie een paar strofen uit de teksten niet onthouden, het zal wervend werken. Uit ‘Nooit
genoeg’, in wezen een protestsong: ‘We willen allemaal zwemmen in het geld, we willen allemaal regelrecht
vooruit, we willen allemaal groot en duur en snel, we willen allemaal delen in de buit’. En in ‘Het oude
kronkelpad’ verliest de zanger een geliefde: ‘Het was aan de kant bij het water, ze huilde en zei met een
zachte, zoete stem: ‘Denkend aan later, wil je sterven met mij, blijf je bij me het hele end?’ Er stond maar
één ster aan de hemel en een heel dun streepje maan, het was al licht gaan sneeuwen, ze had haar
zomerjurk nog aan.”
Elf wonderschone Nederlandstalige songs, het is lang geleden dat ik zo verrast werd door Nederlandstalige
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 22 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ben Gilmer
Album:
Russell Country Fair
Label:
Independent
woensdag 25 november 2015
Uit de bergen van West Virgina komt uit een boerenfamilie singer-songwriter Ben Gilmer. Dat is in de buurt
van de Appalachians hoor ik al zeggen. Dat klopt en de Appalachian feel is nadrukkelijk aanwezig op dit
puike Americana-album. De dertien eigen songs (een in samenwerking met Emery Reid) van Gilmer haken
aan bij een flink aantal genres uit de Americana-ruif. Bluegrass, old-time music, een vleugje rock, folk,
country, alles is aanwezig. Ben zelf zingt (uiteraard) en speelt behalve gitaar (akoestisch en elektrisch) ook
banjo en pedal steel, zijn broer Andrew Gilmer zingt mee en speelt de dobro. Verder in de begeleiding
mandoline, bas, percussie, orgel/piano/accordeon, fiddle, extra gitaren en background vocals (hoewel
Heather Hannah Nelson in het heerlijk rockende solo-vocalen mag doen, in een soort vraag en antwoord met
Ben, het doet zowaar enigszins denken aan het overbekende ‘Paradise by the dashboard light’: zij: ‘You talk
too much and you talk too straight, stressin’ me out just being your date. I kinda like your face and I kinda
like your shoes, if you shut your mouth I might like you too’, hij: ‘Oh, if I’m, I’m coming on too strong, won’t
you give me one dance and maybe walk me home’.
‘Russell county fair’, volgens mij een debuut, is een leuk gevarieerde CD met muziek die zowel in het
verleden (Appalachian roots) als in het heden staat. De muziek van Gilmer is grensverleggend, maar
authentiek genoeg om sterk de aandacht te vragen. Een aangename verrassing!
Fred Schmale
Artist:
JW Roy
Album:
Dry Goods & Groceries
Label:
V2 Records
dinsdag 24 november 2015
Zo onverwacht JW Roy in 2005 met het magnifieke album Laagstraat 443 overschakelde naar
Nederlandstalige – vooruit Brabantsdialectische – muziek, zo verrassend schakelt hij tien jaar later op Dry
Goods & Groceries terug naar Engelstalige. Het gaat hierbij om een tweeledig concept, namelijk een album
en een boek gewijd aan de liefde voor levensechte Amerikaanse muziek, meer in het bijzonder over muzikale
outlaws en legendes.
Uitsluitend op CD staan dertien songs, waaronder Lungs van Townes VanZandt (dus niet op vinyl- en
downloadversie) en vier bonustracks: Desperados Waiting For The Train van Guy Clark, Gentle River van
Todd Rakestraw, Let The Train Blow The Whistle van Johnny Cash en Feel Like Going Home van Charlie Rich.
In het boek staan door Nederlandse schrijvers opgetekende verhalen over hun muzikale helden, onder wie
Leon Verdonschot en Nico Dijkshoorn. Beiden zullen tijdens een theatertour met Roy daaruit voordragen.
Wat betreft het muzikale gedeelte pikt Roy met Dry & Groceries de draad weer op sinds Kitchen Table Blues.
Veel vernieuwends ( eigenlijk is dat ook goed nieuws te noemen) valt er niet te melden, al zijn er wat meer
folk invloeden – door veelvuldig gebruik van banjo – in de songs verwerkt en is er wat rockende hillbilly te
horen. Vertrouwd, zo klinkt al met al dit werkstuk, dat vaak het hoge niveau weet te halen van veel van zijn
Amerikaanse evenknieën. Verhalende liedjes, warme instrumentale inkleuring en verstilde uitvoering zorgen
voor een aangename luisterervaring. En zijn stem, zo karakteristiek. En de productie van Gabriël Peeters, zo
piekfijn, helder en warm. Maar eerlijk is eerlijk: qua zeggingskracht legt dit album het af tegen Laagstraat
443. Zijn allerbeste. Komt beslist omdat ik Brabo ben.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 23 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Leslie West
Album:
Soundcheck
Label:
Provogue
maandag 23 november 2015
Mountain was een Amerikaanse rockband afkomstig uit Long Island, New York. De line-up bestond uit zanger
en gitarist Leslie West, bassist en zanger Felix Pappalardi, toetsenist Steve Knight en drummer Corky Laing.
Ik volg de ontwikkelingen van deze fantastische band al vanaf het moment dat ze, zomaar uit het niets, op
het Woodstock Festival speelden. Let op, het was 1969, ik was twaalf! Via de VPRO keken we fragmentjes op
een zwartwit TV. Mijn grote broer schafte later de LP’s Climbing! (1970) en Nantucket Sleighride (1971) aan.
Vooral nummers en het stemgeluid van de klassiek geschoolde bassist Felix Pappalardi spraken en spreken
mij trouwens nog steeds enorm aan. Pappalardi overleed overigens in 1983 omdat hij in zijn appartement
werd doodgeschoten door zijn eigen vrouw. Hoe nostalgisch en tragisch is dit allemaal?
Leslie West was naar mijn gevoel altijd al “train robber” van het gezelschap. Zijn stevige blues rock werd
vaak in verband gebracht met de hard en heavy metal muziek uit die jaren. Hoe gek het ook mag klinken ik
was de beste man helemaal uit het oog verloren. Soundcheck is Leslie West zestiende solo release, onder
welke steen heb ik gezeten, vroeg ik mij af toen een paar keer naar Soundcheck had zitten luisteren.
De CD bevat elf songs en opent met Left By The Roadside To Die. Meteen wordt duidelijk dat West voorlopig
niet van plan is achter de Geraniums plaats te nemen. Oorspronkelijk speelde hij de intro op zijn gitaar. “I
wanted to surprise myself with this record” zegt hij daarover. Nou, hij verraste mij ook. Toetsenist David
Biglin deed deze ondoordachte actie overigens dunnetjes over in de studio. Aangekomen bij Here For The
Party dampt mijn versterker en vliegt bijna in de fik. West zingt als Billy Gibbons (ZZ Top) en speelt gitaar
compleet in dienst van het lied. Ook op Empty Promises / Nothin' Sacred flikt hij dit kunstje. Prachtig! West,
nooit een grote zanger geweest, vliegt even uit de bocht op de, niet altijd even zuiver gezongen, original You
Are My Sunshine. Even later overkomt hem hetzelfde in Stand By Me, dat hij samen zingt met Bonnie
Bramlett. Nu we het toch over legendes hebben op dit album, West wordt bijgestaan door niet de minste op
deze aardbol. Wat dacht je van Peter Frampton, Jack Bruce en Brian May? In de instrumentale stukken als A
Stern Warning en Eleanor Rigby weet West het beste uit zichzelf te halen. De geest van Jimmy Page en John
McLaughlin gaat compleet uit de fles.
Soundcheck is er echt voor Leslie West fans en voor mensen die classic rock muziek een warm hart
toedragen. Geen meesterwerk, nee maar wel eentje om heerlijk bij af te zakken. “Betonuur”, van Alfred
Lagarde, zo vlak voor het eten, herbeleven kan volgens mij geen kwaad.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 24 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Daniel Martin Moore
Album:
Golden Age
Label:
Sofaburn Records
zaterdag 21 november 2015
Van de uit Cold Spring, Kentucky afkomstige Daniel Martin Moore had ik nog nooit eerder gehoord. Zijn
nieuwe CD Glolden Age produceerde hij samen met Jim James (My Morning Jacket) en dat hoor je in alle
opzichten. Had meteen zoiets van laat ik eens op Spotify naar de voorganger Archives Vol. I uit 2013 gaan
luisteren. Hoewel James ook betrokken was bij de productie, lijkt het erop dat op Glolden Age het roer
volledig is omgegaan.
De plaat bevat tien ligt melancholisch sloom klinkende songs. Ze lijken opgebouwd te zijn uitgaande van het
idee, zet een goede rhythm sectie neer, vul de rest van de instrumentatie aan en kijken waar we uitkomen.
Dat valt niet alleen op in het openingsstuk (titeltrack) maar over de hele lijn van dit album. Our Hearts Will
Hover bouwt en bouwt maar door, tot dat het vol zit. Ik zeg expres niet te vol want daar is duidelijk over
nagedacht. Daarnaast heeft Moore ook nog wat te vertellen in dit sonische avontuur. Liefde en
kameraadschap mag gevierd worden. Het is geen taboe om dit te uiten. Hoewel je het niet meteen voelt
maken nummers als To Make It True en Proud As We Are dan toch echt het verschil. Moore’s prachtige, iets
of wat monotoon klinkend, stemgeluid past precies bij de warme muzikale omlijsting die je over je voor je
kiezen krijgt.
Absoluut geen straf om naar te luisteren het voelde meer als een soort van eerste kennismaking met iemand
die je daarna waarschijnlijk nooit meer zult vergeten. Volgens mij was dit dan ook de intentie van de makers
van Glolden Age.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 25 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Mojo Man
Album:
Mojo Man
Label:
Continental Europe
vrijdag 20 november 2015
De naam van de band Mojo Man scheen al een tijdje rond te gaan in het Nederlandse podiumcircuit. In deze
kroeg hadden we er nog nooit van gehoord. Komt wel vaker voor hoor, wij leren daar weer van. Maar goed
als je mensen in je gelederen hebt die hun netwerk hebben binnen het Nederlandse boeking en concertpodia
circuit, dan klinkt het mij helemaal niet vreemd in de oren dat Mojo Man al op diverse grote festivals en
podiums heeft gespeeld.
Al luisterend naar de sneakpreviews van hun titelloze debuutalbum maakte ik al snel op dat ik te maken zou
krijgen met een stevig bonkende classic rock bandje. Nadat ik dit, uitstekend goed verzorgde, schijfje al een
paar keer had zitten te beluisteren moest ik het vooroordeel toch een beetje bijstellen. De CD opent zoals
het ongekuiste Redbone dit in de jaren zeventig deed op hun tweede LP Potlatch. Zingende en trommelende
indianen openende toen de wereldhit Maggie. Mojo Man doet dit anno 2015 op geheel eigentijdse wijze door
de heerlijk lang uitgerekte uitsmijter, Searching Man, naadloos aan te sluiten op de magische opener
Scarecrow.
Mojo Man is een puike negenkoppige formatie die Led Zeppelin en Black Crowes rifjes, luister maar eens
naar Is It A Crime, en Thin Lizzy, AC-DC opmaten (The Ship Is Sinking) dunnetjes te vermengen met STAX
uitstulpjes (I'm A Man). Voormalig MKB accountmanager, zanger, gitarist Marcel Duprix is volgens mij de
enige zanger in dit land die dit aan kan. Wat een ongekende zuivere strot! Had ik het al over de timing
gehad? Nee? Okay, daarvoor heeft de band John Aponno op bas en drummer Rick van der Vlist in dienst.
Deze ritmische tandem houdt de soms bijna uit de bocht vliegende blaaspartijen (Hip Shakin' Mama) keurig
in het gareel. Persoonlijk ben ik niet zo van die “Horns”. Ik ben meer voor de “Balls”. Luister maar eens naar
het vuurspuwende Wild Flower. Het is een kokende heksenketel die nooit ontploft maar gecontroleerd
gedoofd wordt. Het enige rustpuntje op dit album, On The Floor, kwam ik precies midden op de plaat tegen.
Op deze blues rock ballad wordt heerlijk gezongen en super gaaf gesoleerd door lead gitarist Theo van Niel.
Met alle respect voor de vele blues rock bandjes die Nederland rijk is, Mojo Man is de uitzondering op de
regel. Deze megaformatie mag dus gewoon niet ontbreken op de vele out en indoor festivals die volgend
jaar in de Benelux zullen plaatsvinden. Met de juiste connecties “in the house” ben ik er 100 % van
overtuigd dat dit laatste goed komt.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 26 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Phillip Larue
Album:
You
Label:
Razor & Tie
donderdag 19 november 2015
Phillip LaRue zouden enkelen van u moeten kennen van het broer en zus duo LaRue. Begin 2000 maakte
Phillip samen met zijn jongere zus Natalie een soort van alternatieve rock die gedoopt was in wat ze in
Nashville noemen, hedendaagse christenpop. Tot op de dag van vandaag is hij zakelijk gezien in dat laatste
blijven hangen. Phillip LaRue is namelijk mede oprichter van CMI Academy, waar hij gevestigde en nieuwe
artiesten traint en coacht in de christelijke muziekindustrie. Jonge romantische roostmuziek liefhebbende
dames zullen de naam van Phillip LaRue vaker tegen gekomen zijn in populaire TV series als Ghost
Whisperer, One Tree Hill, Harper’s Island en The Hills.
De vierendertigjarige Phillip Paul LaRue, geboren en getogen in Butte County, California, leverde een jaar of
zes geleden zijn debuut CD Let the Road Pave Itself af. Geen flauw idee hoe die klinkt, maar het zegt
volgens mij wel iets over hoe productief LaRue de laatste jaren geweest is. Toen ik LaRue’s nieuwe CD You
voor het eerst draaide kon ik mij niet voorstellen dat tussen het debuut en de opvolger daarvan zes jaar zat.
Phillip LaRue vult dit album met tien verrukkelijke tracks. Het is een levendig album waarin familiare
herinneringen literair verhaald worden. Mensen en dingen in LaRue’s directe omgeving glinsteren begrijpelijk
van dit album. Opvallende track, waar ik meteen een klik mee had, is Diane. LaRue’s beschrijft de strijd die
zijn grootmoeder leverde tegen dementie. Herleef je tweede leven want er is er maar een! De eerste erg
fraaie single heet Lighthouse. LaRue schreef dit geweldig opbeurende liedje met Chad Cates (Avalon).
You is een prima geproduceerd album. De niet alledaagse indie folk pop liedjes blijven lekker hangen. Phillip
LaRue luistervriendelijk stemgeluid spreekt zich uit op dit muzikaal zeer weelderige en vluchtig gevulde
album. Ben eigenlijk wel benieuwd of het nu weer zes jaar duurt voordat er een opvolger komt.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 27 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Popa Chubby
Album:
Live (Big, Bad & Beautiful)
Label:
Cleopatra Blues
woensdag 18 november 2015
Sinds zijn debuut cd in 1994 is Popa Chubby (Ted Horowitz) een van de meest productieve muzikanten. Hij
heeft sindsdien rond de vijfentwintig albums uitgebracht plus een aantal DVD’s. Hij is ook regelmatige
bezoeker op de Europese podia, waar hij dan te zien is met een
ter plaatse ingehuurde ritmesectie, waarmee hij dan energieke shows aflevert, maar zichzelf ook wel eens
tekort doet met dit perfecte 'format'.
‘Live/Big, Bad and Beautiful’ werd in maart 2015 opgenomen tijdens een viertal optredens in Frankrijk. Popa
laat zich hier begeleiden door Francesco Beccaro op bas, Andrea Beccaro op drums en Dave Keyes op
toetsen. Vooral laatstgenoemde zorgt voor de nodige meerwaarde. Hij zorgt dat de nummers meer ‘kleur’
krijgen door de fraaie piano- en orgelpartijen. Hij krijgt veel soloruimte en laat horen ook vocaal en als
songswriter zijn mannetje te staan. Hierdoor krijgt Popa de ruimte om af en toe gas terug te nemen. Hij
hoeft nu niet alle gaatjes vol te spelen, maar kan laten horen, dat hij toch een veelzijdiger gitarist is, dan
met soms te horen krijgt. Opvallend is ook dat hij regelmatig de slide om de vingers schuift en laat horen
hier ook prima mee uit de weg te kunnen.
Hoewel Popa Chubby vaak in het hokje blues-rock wordt gestopt, wordt dat met deze cd toch wel engszins
gerelativeerd. Op de eerste cd is vrijwel uitsluitend, weliswaar stevige, blues te horen.
Teveel om alle nummers te omschrijven, maar vooral de piano/slidegitaar-blues “Signed With Heartache”,
met in de hoofdrol Dave Keyes, is schitterend. In het laatste nummers van deze schijf gaat met even op de
surftoer met een medley, bestaande uit “Speak Softly Love (Godfather Love Theme)/”Miserlou”).
Op de tweede cd gaat het iets meer de rock kant op, maar ook hier blijft het allemaal gecontroleerd. Bekend
was dat Popa Chubby door de Rolling Stones de overstap van drums naar gitaar heeft gemaakt. De Stones
worden hier geëerd met een drietal nummers, Robert Johnson’s “Love In Vain” plus “Brown Sugar” en “Wild
Horses”. Alle drie de nummers zijn voorzien van fraai slidespel.
Met dit album krijg je waar voor je geld: zevenentwintig nummers, een totale speeltijd van ruim
tweeënhalfuur van Popa Chubby en band in optima forma.
Ton Kok
Artist:
The Damned and Dirty
Album:
Hoodoo Down
Label:
Independent
dinsdag 17 november 2015
Dit duo, wat voortvloeide uit de band ‘Bluesmotel’, staat garant voor een puik stukje muziek, al kun je op dit
album bijna niet meer spreken van een duo. Op dit album spelen namelijk meer muzikanten mee dan ooit.
En niet de minsten, Bram Slinger op de hammond en een authentieke Wurlitzer, Hans Vroomans
(Metropoolorkest) op piano, Rinus Groeneveld op saxofoon. De achtergrondzang wordt verzorgd door Marlou
Vriens en op viool is Joep van Beijnum te horen. En dan hebben we ook nog op de drums Frank van Tijn en
voor de percussie zorgt Erwin Palper.
De titeltrack ‘Hoodoo down’ is er één zoals wij van hen mogen verwachten, een beetje gruizig, lekkere slide
en een heerlijke harp en natuurlijk die mooie strot van Kevin. Op de tweede song, ‘Someone to ride the river
with’, komt de invloed van de toetsenman al tot uiting. Het geeft dit uptempo nummer met country blues net
wat meer body. ‘Turmoil’ krijgt een wat meer jazzy sound wat de afwisseling alleen maar mooier maakt. Dit
album kent stuk voor stuk mooie nummers, met als uitschieters ‘Bad day’, het prachtige ‘The golden stairs’
en cynische ‘Walking stereotype’.
Niemand kan nog om The Damned & dirty heen. De eerste drie albums werden al verkozen tot het beste
blues album tijdens de verkiezing ‘beste blues album’ van de Dutch Blues Foundation. En daar zou zomaar
een vierde titel bij kunnen komen.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 28 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Voo Davis
Album:
Midnight Mist
Label:
Butter & Bacon Records
dinsdag 17 november 2015
Voo Davis’ wortels liggen in Alabama, maar is vooral in Chicago opgegroeid. Daar kreeg de blues vat op hem
en hij op de blues. Witte blues welteverstaan, aangelengd met doses Alabamasoul en Southernrock.
Midnight Mist is het derde album, waarop vijftien tracks staan, inclusief twee bonustracks en nog een video
van het nummer Riverside Blues als extraatje. Voor het eerst hoor ik zijn formidabele gitaarspel in vele
variaties: fingerpickin’, slide, rock, funky, hard, zacht, snel, traag en akoestisch of elektrisch, wat overigens
niet automatisch leidt tot allemaal aansprekende liedjes. Van het aantal vind ik iets meer dan de helft mooi.
Nummers vol soul met krachtige arrangementen, waarin zijn hese, negroïde stem schittert en raakt.
Prachtige voorbeelden zijn het titelnummer en Riverside Blues, waarin hij doet denken aan Eddie Hinton of
aan Little Feat in het funky Low Hangin’ Fruit. In de uptempo songs overspeelt hij jammer genoeg zijn hand.
Hardgekookte, soms amorfe blues rock laat hij daarin horen. Te nadrukkelijk gaat het om de groove of jamexercitie en niet om het liedje zelf. Afijn, wat moet je er verder van zeggen? Dat het eerder en misschien
ook beter is gedaan; dat de songs live misschien het beste uit de verf komen; dat muziek als deze steevast
met het hart op de goede plaats gemaakt is.
Huub Thomassen
Artist:
Corb Lund
Album:
Things That Can't Be Undone
Label:
New West Records
dinsdag 17 november 2015
Onze ‘cowboy’ uit Alberta, Canada, Corb Lund (hij groeide op in de prairies van zuid Alberta op de boerderij
van zijn ouders en bleef zijn hele leven een ‘proud Albertan’), is weer terug, slechts zestien maanden na zijn
‘Counterfeit blues’, een rockend overzicht van zijn beste songs! De nieuweling, het eerste studio album in 5
jaar en opgenomen in Nashville onder leiding van superproducer Dave Cobb, is een heerlijk subtiel album
van de cowboy met die heerlijk lijzige stem. Lekker gevarieerd, mooie ballads (‘Alice eyes’, ’S lazy H,
‘Sunbeam’)), een enkele uptempojongen, wat honkytonkwerk (‘Alt Berliner blues’, ‘Goodbye Colorado’), een
rustig rockertje (‘Sadr city’), een verwijzing naar de ‘klassieker’ ‘Take this job and shove it’ van Johnny
Paycheck (‘Washed-up rock star factory blues’, een typische Lund-titel!), The Hurtin’ Albertans (de
begeleidingsband, Grant Siemens (gitaar/lap steel gitaar), Kurt Ciesla (bas en achtergrondvocalen) en Brady
Valgardson (drums) als altijd in de begeleiding! Ik ben behoorlijk onder de indruk van dit album, voor mij
het béste sinds zijn ‘Five dollar bill’ uit 2002. Mijn absolute favoriet op de CD is de prachtig mooie
verhalende ballad met weer zo’n echte Lund-titel: ’S lazy H’, een epos over het almaar veranderende leven
op de ranches en natuurlijk de oprukkende maatschappij: ‘There will soon be houses on that ridge over
there, many years of labor will be all but erased’.
Zoals ik al eerder schreef, Corb Lund staat voor constante kwaliteit! Maar met ‘Things that can’t be undone’
komt hij sterker dan in jaren door. En de liefhebbers weten het ook, getuige de beste chart-posities sinds
‘Cabin fever’ uit 2012, zowel in Canada als in de USA. Wat een perfect mooie CD!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 29 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Blitzen Trapper
Album:
All Across This Land
Label:
Lojinx
maandag 16 november 2015
Toen ik de eerste single en titeltrack van het nieuwe album van Blitzen Trapper hoorde had ik meteen zoiets
van “The Eagles”. Met het daaropvolgende Rock and Roll (Was Made For You) dacht ik meteen aan onze
Zwitserse vriend Reto Burrell. In Mystery and Wonder en Love Grow Cold is Tom Petty niet ver weg.
Aangekomen bij track vijf wordt ik ineens geconfronteerd met het walsende Lonesome Angel. De
herkenbaarheid is zo groot dat ik zelfs na meerdere draaibeurten daar niet vanaf kwam. Dat zegt volgens
mij iets over de uit Portland, Oregon afkomstige Blitzen Trapper. All Across This Land schijnt alweer hun
achtste release te zijn. Deze mix van Americana, folk, country, indie, classic rock en pop mist originaliteit.
Heb geen idee hoe de voorgangers klinken maar ik kom er niet omheen. Daar veranderd de beste track op
dit, Cadillac Road, niets aan. De gitaar rifjes en melodielijnen zijn relatief simpel en blijven ook niet hangen.
Hoewel All Across This Land degelijke muziek bevat en niet echt slecht uit de verf komt ken ik teveel bandjes
die zicht op dit moment wel onderscheiden. Blitzen Trapper blijft voor mijn gevoel teveel op de gebaande
paden met de release All Across This Land.
Jan Janssen
Artist:
Tony Christie & Ranagri
Album:
The Great Irish Songbook
Label:
Stockfisch Records
zondag 15 november 2015
Ranagri is de naam van een dorpje midden in een idyllisch stukje boerenland in Ierland. Ranagri is ook de
naam van een kwartet musici uit Londen (twee keer man, twee keer vrouw) met als instrumentarium fluit,
basfluit, harp, bouzouki, gitaar, whistle, bodhran, bouzouki, banjo en bansuri (Hindoestaanse bamboefluit).
Tony Christy kennen we nog van zijn immense hit ‘Is this the way to Amarillo’ uit – alweer - 1971! De man is
inmiddels 72 jaar oud en nog altijd goed bij stem. Zijn ding is mooi zingen, hij is een echte crooner met de
bijbehorende vibrerende stem. Mijn favoriete Duitse kwaliteitslabel Stockfisch, uiteraard met o.m. Hans-Jörg
Mauksch en zijn fretless bas in de begeleiding (naast accordeon, pipes, viool en cello en piano door andere
reguliere Stockfischen) en ook uiteraard Günter Pauler als producer bracht Tony en Ranagri tot elkaar en dat
levert met deze CD mooi vakwerk op. De songs zijn overbekend en wereldberoemd en behoren tot het Ierse
erfgoed. Ik noem de bekendste titels: ‘On Raglan Road’, ‘Star of the county Down’, ‘When you were sweet
sixteen’, ‘Carrickfergus’, ‘The black velvet band’, ‘Wild mountain thyme’ en uiteraard ‘The parting glass’. We
kennen ze in vele versies (denk aan Van Morrison en The Chieftains met ‘Raglan Road’, ‘Star of the county
Down’ en Carrickfergus’).
Overbekende songs, in een mooi zoet sausje, gezongen door een Engelse crooner met een prachtige
begeleiding. Voor wie geen genoeg kan krijgen van het prachtige Ierse basisrepertoire is dit een mooi
overzicht.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 30 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Matthew Ryan
Album:
Boxers
Label:
Blue Rose Records
zondag 15 november 2015
Ik was hem bijna al vergeten. Ik heb het over de nu vanuit Nashville opererende, maar in Chester,
Pennsylvania geboren en getogen, singer-songwriter Matthew Ryan. Hij is al bijna veertig jaar. Ik herinner
mij het bijzondere verhaal van een aantal jaren geleden nog, als de dag van gisteren. Ryan, geboren als
Ryan Webb, veranderde zijn naam toen hij begin twintig was om zijn oudere broer een hart onder de riem te
steken. Dienst leven raakte uit balans en Ryan besloot de naam van broertje Matthew voorop te stellen.
Onverbiddelijke broederliefde dus.
Daar aan de oevers van de Delaware rivier, even ten zuiden van Philadelphia, ontsproot toch een allerbeste
en zeer talentvolle liedjesdichter. Met Matthew Ryan Vs. The Silver State (2008) nog vers op mijn netvlies
constateer ik van kiet af dat Ryan met zijn nieuwe CD Boxers weer een voltreffer heeft gemaakt. Ryan’s
stem doet mij denken Patterson Hood, maar dan met een natuurlijke ruwe rand. De mooie lome, soms
stevig rockende klank, van de liedjes op deze plaat, hebben deze keer ook iets weg van Rich Hopkins & The
Luminarios.
Ryan trapt je deur in met de titeltrack van dit prachtige album. Met het melodieuze country pop liedje Suffer
No More zet Ryan zijn album voort. Je moet er van houden, ik krijg er geen genoeg van. Deze plaat bonkt en
galmt door mijn huiskamer als ik songs als God's Not Here Tonight en The First Heartbreak open draai. Pas
als ik bij track zes, We Are Libertines, arriveer kom ik heel even tot rust. Daarna gaat Matthew Ryan gewoon
door met nog eens zeven uitstekende composities. Aan het eind bemerk ik dat ik niet één nummer eruit kan
lichten zonder een ander te kort te doen.
Boxer is een prachtige karakteristieke plaat die het alledaagse hectische leven een stuk aangenamer maakt.
Jan Janssen
Artist:
Guy Davis
Album:
Kokomo Kidd
Label:
Dixiefrog Records
zaterdag 14 november 2015
Bij het horen van de naam Guy Davis wordt ik altijd vrolijk. Zelfs de minder vrolijke liedjes toveren een
glimlach rond mijn mond. Deze blues muzikant liet in 2012 in Paradiso al horen dat hij niet alleen de blues
hanteert maar ook de singer-songwriter kant. Dat is op Kokomo kidd ook het geval.
De opener ‘Kokomo kidd’ is nog een typische Davis song, tokkelend, begeleidt door een fijn ritme van de
tuba. Dan volgt ‘I wish I hadn’t stayed away so long’, een songwriters nummer van ongekende schoonheid
inclusief mooi backing vocals. Na het horen van Bob Dylan’s, overigens prachtig uitgevoerd, ‘Lay Lady lay’,
komt bij mij pas de associatie met Dylan op bij ‘Taking just a little bit of time’. In dit min of meer countrypicking style nummer, heeft de stem dezelfde intonatie en dat rasperige. En dat vindt je ook weer terug in
‘She wants to be loved’. ‘Like Sonny did’ is een mooi eerbetoon aan Sonny Terry, een nummer waar hij in
2009 al aan was begonnen vanwege de musical “Finian’s Rainbow” waarin hij de rol van Sonny speelde. En
alhoewel Guy zelf prima mondharmonica speelt, voor Willie Dixon’s ‘Little red rooster’ komt de meester op
de harp, Charlie Musselwhite, even langs. In dit nummer is behalve ruimte voor de harp, ook een belangrijke
rol weggelegd voor heerlijk slidegitaar van John Platania, waardoor het een bovengemiddelde uitvoering is
geworden. Ook de zes resterende nummers zijn van hoog niveau.
Vermeldenswaard is ook zeker de aandacht die aan de digipack is besteedt. Het boekje met de teksten zijn
netjes ingeplakt, met daarop behalve de teksten, ook de beschrijving van het ontstaan van de nummers.
Ook naar het horen van het zoveelste Davis album, is de lach voorlopig niet van mijn gezicht te krijgen.
https://youtu.be/29S1-qurAk0
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 31 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jack Marks
Album:
Wicked Moon
Label:
Sonac/Ascap
vrijdag 13 november 2015
Ik beschouw mijzelf inmiddels als een echte kenner van het werk van Jack Marks, een Canadese singersongwriter uit Toronto. Van de man verschenen tot dusver drie CD’s, die ik allemaal heb mogen bespreken.
Na ‘Two of everything’ (2009), ‘Lost wages’ (tevens de naam van Jack’s zevenkoppige band, 2010) en ‘Blues
like these’ (2013) is er dan nu nummer vier, ‘Wicked moon’. En weer ben ik behoorlijk onder de indruk. Je
kan inmiddels spreken van een indrukwekkend mooie reeks van de man met de lekker gruizige stem. Viel
nummer drie relatief iets tegen na de overweldigende eerste en tweede CD, deze nieuwe is de mooiste van
allemaal. Onder leiding andermaal (net als ‘Blues like these’) is Aaron Comeau (tevens multi-instrumentalist
– elektrische gitaar, zang, mandoline, accordeon en wurlitzer). Verder in de begeleiding gitaar (uiteraard
Jack zelf) bas, drums, percussie, piano, pedal steel, dobro, clarinet, trompet, harmonica. En wat een
heerlijke variatie, van de easy blues in ‘Make it up to me’, de jazzy swing in ‘Ain’t seen him lately’ via de softrock van ‘Darken your eyes’, de easy going soft-jazz ‘Isabelle’ (trompet, clarinet, piano), het vlotte
swingertje ‘Rein it in’, de countrynummertjes ‘Rose Marie’ en ‘Wallflower waltz’ naar het soulvolle ‘I used to
be an outlaw’ en tenslotte de lekker huppelende afsluiter ‘Wicked moon’.
Eens te meer is deze Marks voor mij een geweldige singer-songwriter. De nieuwe CD bevat drie kwartier
ultieme singer-songwriter muziek. Twaalf uitstekende eigen songs met voor elk wat wils.
Fred Schmale
Artist:
David Berkeley
Album:
Cardboard Boat
Label:
Independent
woensdag 11 november 2015
David Berkeley, waar kennen we die ook alweer van? Yep van zijn voorganger The Fire In My Head
natuurlijk. Deze karakteristieke singer-songwriter uit New Jersey leeft, naar mijn gevoel, al veel te lang een
anoniem bestaan. Zijn verhalende, licht literaire teksten, over het verwerken van verdriet en problemen
vertolkte hij meestal in opbeurende melodieën en refreinen. Op Cardboard Boat is dat dan ook niet anders.
De kwaliteit van de nummers op dit album staat buiten kijf. Ook op dit album horen je sporadische accenten
van een Wurlitzer, banjo, strijkers, akoestische gitaren en trompet. Productioneel klinkt het allemaal lekker
open. Berkeley heeft zich weten te omringen met een stel prima muzikanten. Gitarist Bill Titus (Dan Bern),
multi-instrumentalist Jordan Katz (The Indigo Girls) bassist en toetsenist Will Robertson (Shawn Mullins) en
drummer Mathias Kunzli vormen de as van de muzikale omlijsting.
Cardboard Boat bevat een paar extreme uitschieters die bij mij behoorlijk bleven hangen. To The Sea, waar
gaan we naar toe als wij zo doorgaan? Colored Bird, waar zit je, waar ben je gebleven of ben ik je misschien
nu al vergeten? Wishing Well, hoe onzeker word ik als ik niets meer te wensen heb? Het zijn vraagstukken
die Berkeley op zijn eigen subtiele manier probeert te beantwoorden. En ja hoor dit heeft Damian Rice en
Nick Drake potentie.
Steekwoorden, voor diegene die nog steeds niet weten wat ze kunnen verwachten. Cardboard Boat bevat
gepassioneerde relativerende sombere melancholische muziek. Met een goed glas wijn kom je hier met het
grootste gemak de herfst door.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 32 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Lee Palmer
Album:
Like Elway
Label:
Independent
dinsdag 10 november 2015
De Canadese roots-singer/songwriter en akoestisch gitarist Lee Palmer maakt zijn leven lang al muziek,
maar pas de laatste jaren als serieuze professional, omdat studie, werk en gezin prioriteit hadden. De
afgelopen tijd heeft hij de sokken er in, want Like Elway is al zijn derde album in drie jaar tijd en het vierde
is alweer in de maak. Een dergelijke output mag dan gerust geïnspireerd heten en precies dát straalt sterk af
van het negen nummers tellende album, dat een verfijnd samengestelde mix van blues (als basis) jazz, folk,
country, rock, beetje Tex-Mex, New Orléans-R&B bevat en dat uitermate relaxt overkomt. Het zijn
ambachtelijke liedjes, in uiteenlopende, heldere arrangementen vormgegeven. In tien dagen live opgenomen
in Noble Street studio’s in Nashville, Tennessee met de uitstekende bijdragen van drummer Al Cross, bassist
Woodhead, toetsenist Lance Anderson, gitarist Elmer Ferrer, hier en daar aangevuld met de harmonica van
Roly Platt, zangeres Mary Mckay en Cajon-speler, percussionist Joaquin Nuñez. Dit en vooral Palmer’s
stemgeluid maakt Like Elway tot een zwoel zomers plaatje. Dat is wat het is!
Huub Thomassen
Artist:
Harpeth Rising
Album:
Shifted
Label:
Independent
dinsdag 10 november 2015
Een nieuwe CD van een heel bijzonder folkgroepje, dit Harpeth Rising (de naam zou iets te maken kunnen
hebben met het stijgen van het waterpeil in de rivier Harpeth in centraal Tennessee) uit Louisville,
Tennessee. De leading lady van de groep is de geboren Canadese Jordana Greenberg (Ontario, de provincie
van Ottawa en Toronto), die vanaf haar achtste viool studeerde en speelde in de staat Indiana, waar zij toen
woonde. Haar carrière als klassiek solo-violiste bracht haar over de hele wereld en ze heeft met vele
symfonie-orkesten gespeeld. Behalve Jordana (behalve viool ook cowbell, djembe en triangel) horen we de
eveneens klassiek geschoolde (diverse instrumenten, banjo, tambourine, cowbell en shaker, de banjo heeft
ze als laatste ter hand genomen en zichzelf leren spelen door naar Youtube te kijken en haar speelstijl is
uniek) Rebecca Reed-Lunn en Maria Di Meglio (cello, bass drum en cajon). Behalve de volmaakt eigen stijl
muziek heeft het trio ook nog prachtige zangpartijen voor ons in petto, waarbij de drie stemmen prachtig
combineren, hetgeen de nodige kippenvelmomenten oplevert. De songs zijn van eigen hand (negen van
Jordana, één van Jordana’s vader David Greenberg en één van Jordana met David) met één cover, een
prachtige song van één van Canada’s superhelden Leonard Cohen, ‘Dance me to the end of love’. De teksten
van Jordana zijn uitermate poëtisch en hebben complexe relaties als onderwerp. Als voorbeeld een deel van
‘Good ideas’: ‘My hands are tied to the rock of Gibraltar, my mind is given away. I threw myself upon your
altar, seemed like a good idea at the time. My time is here I can hear the knocking falling faster every
second. I jumped off of a cliff cause I was bored of walking, seemed like a good idea at the time’. En zo is er
veel meer van dat fraais. Het hoogtepunt van deze CD is de titeltrack en tevens afsluiter, ‘Shifted’.
Net als de voorgangers die ik eerder mocht beoordelen op deze pagina’s ‘Dead man’s hand’ (2011) en ‘Tales
from Jackson bridge’ (2013), is deze CD een aparte luisterervaring. Na een aantal speelbeurten komt de
muziek, een originele kruisbestuiving van folk, newgrass en klassieke muziek, weer goed door. Voor
folkliefhebbers met oog voor vernieuwing!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 33 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Alberta Cross
Album:
Alberta Cross
Label:
DGR Music
maandag 9 november 2015
Alberta Cross is het muziekproject van een zekere Petter Ericson Stakee. Alberta Cross is een Britse, stevig
klinkende, folkrockband die in 2005 ontstond ergens in een kroeg in Londen. Kijk en daar hebben wij dus
meteen wat mee. Bassist Terry Wolfers en de in Zweden geboren singer-songwriter Petter Ericson Stakee
lulden over muziek. En toen dat lullen over het leven werd besloten ze samen te gaan werken. Hoe
toepasselijk is dat?
Het duurde niet lang voordat John Alexander Ericson (toetsen) en Seb Sternberg op drums zich aansloten.
Toen de band verhuisde naar Brooklyn bleven Erickson en Sternberg achter en werden vervangen door
Austin Beede op drums, Alec Higgins op toetsen en Samuel Kearney op gitaar. In 2009 verscheen Broken
Side Of Time en in 2012 dook Songs Of Patience op.
Anno 2015 mag je concluderen dat Alberta Cross echt een project is. Deze duiventil aan muzikanten
veranderd als je met je ogen knippert. Heel eerlijk… ik had nog nooit van dit project gehoord. Toch schijnt
Petter een behoorlijke naamsbekendheid opgebouwd te hebben in Nederland. Ze stonden al op festivals als
Lowlands en Pukkelpop? Het zal allemaal wel, maar dan is dit vakkundig langs onze kroeg gemanoeuvreer.
Heb om die reden op Spotify ook maar eens even van de voorganger Songs Of Patience geluisterd. Aan
Songs Of Patience zit een americana-achtig smaakje aan. Deze release heeft duidelijke een indie folk
melange. Toch fijn dat Alberta Cross nu wel aanklopt want de twaalf songs op deze CD liggen bij de eerste
draaibeurt meteen goed in mijn gehoor. De eerste single Ghost Of Santa Fe is in ieder geval een goede
keuze. De keuze van piano en kopereblaasinstrumenten (Smoky Lake) hoor je op deze manier niet zo veel.
Van Stakee's lijzige stemgeluid moet je houden. Hij doet bij vlagen denken aan onze grote vriend Rodney
DeCroo. Opvallende tracks zijn ook Isolation en Get Up High. De ruimtelijke, My Morning Jacket achtige,
bewerkingen klinken verfrissend. Dat kan je ook zeggen van het zwalkende sixties klinkende Heavy Words
en Shadow Of Mine. De piano en koper arrangementen halen met het grootste gemak het eredivisie niveau.
Alberta Cross aflevert een van de boeiendste indie folk platen af, die ik het afgelopen jaar ben
tegengekomen. Dit dozijn van uitstekend uitgeblaseerde texturen blijft hangen, zonder dat je ze zo uit de
mouw schut. Met andere woorden welkom in deze kroeg.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 34 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Angela Lewis Brown
Album:
Set Me Free
Label:
Blue Sun Rising
maandag 9 november 2015
Nieuw aan het bluesfront is Angela Lewis Brown, afkomstig uit Huddersfield, Engeland. Opgroeiend met de
muzieksmaak van haar broer, van de vroege Northern soul via de 80’er jaren tot de krachtige dance soul van
de 90’er jaren. Angela gezegend met een uitstekende strot, zocht naar een sound waar haar stem, haar
gevoelens en creativiteit het best tot uiting kwam. Dat werd dus de blues.
Blues blues lovin’ is in ieder geval een opener die bevestigd dat de blues de juiste keus is. Maar in “Set me
free” komt de soulinvloed nog even naar boven. Chris Carter zorgt in dit nummer op zijn trombone ervoor
dat ik moet denken aan fragmenten uit ‘Soul mama’ van Robbie Dale. Met ”Summer nights” lopen de
rillingen over de rug, prachtig gezongen en mooie backing vocals van Zanny Lee. Hierna volgt het wat meer
popachtige “I’m feeling about me”, een nummer wat een beetje uit de toon valt. Maar dan volgt gelukkig
“Hopeless”, waar Angela de gevoelige snaar weer weet te raken met alweer die geweldige Zanny op de
achtergrond. Dan is het tijd voor wat steviger werk met “Better man” (met een subtiele mondharmonica) en
“I”, hierin bijt zij zich wat feller van zich af. Dan volgt er heel toepasselijk met een ijskoude stem “Ice cold
tears”, een prachtig nummer met ingetogen bas en gitaarspel en een lekker orgeltje. “That’s you” en “I’ll be
there” sluiten de cd af.
En juist dat laatste nummer maakt de cd helemaal af. Zowel tekstueel als zang technisch een pareltje.
De cd draait natuurlijk om de kwaliteiten van Angela, maar die kunnen alleen maar tot uiting komen met
goede muzikanten. Twee zijn er al benoemt. Zanny en Chris, waarbij Chris behalve trombone ook nog eens
gitaar/drums/bass en keyboard speelt. En dan is er Alisdair Pickering die op vele nummers prachtig gitaar
speelt, soms zo ingetogen dat het bijna niet opvalt hoe mooi zij speelt. En dan zijn er nog Ashley Hurst en
Dunbar Delmar die de mondharp voor hun rekening nemen. Tezamen hebben zij voor een heerlijke cd
gezorgd.
Jan van Eck
Artist:
Martin Harley & Daniel Kimbro
Album:
Live at Southern Ground
Label:
Del Mundo Records
zondag 8 november 2015
Martin Harley en Daniel Kimbro namen deze ‘live’ CD op in een handvol uurtjes in de Southern Ground
studios in Nashville Tennessee. Geen andere aanwezigen naast deze twee, Martin op gitaar, Weissenborn en
vocals en Daniel op staande bas en background vocals. Harley is overigens geboren en getogen in de UK,
geboren in Wales en opgegroeid in Surrey. Met zijn band maakte hij een vijftal CDs in de periode tot 2012,
waarna hij in Texas een CD opnam met Bob Parr en nu heeft hij gekozen voor een locatie in Nashville om
zijn prettige folksy blues songs op te nemen. Van de tien songs schreef Harley er zeven, waarvan met name
het vrolijke ‘Honey Bee’ en het lekker jazzy swingende ‘Love in the afternoon’ opvallen. De drie covers zijn
allereerst het overbekende ‘Goodnight Irene’, doodgespeeld hoor ik jullie zeggen? Luister dan naar de
opvallende versie van Harley! Cover nummer twee is ‘Chocolate Jesus’ van Tom Waits, waar Harley een
meeslepende bluesversie maakt met een hoofdrol voor zijn Weissenborn, nummer drie tenslotte komt van
de hand van Blind Willie Johnson, het overbekende ‘Nobody’s fault but mine’ (met weer die heerlijke
Weissenborn). De begeleiding van bassist Kimbro – niet in alle nummers overigens - is prima ondersteunend
en vult prima aan, met name in ‘Money don’t matter’ is het samenspel (en dito zang) van superbe klasse..
Een gave CD, deze nieuwe Harley! De man schrijft prima songs, zijn speelstijl is vooral subtiel, een
bluesgetinte stijl met folkfeel, soepel een aangenaam, vooral zijn slidespel op de Weissenborn is fantastisch.
Er staat nog een hidden track op de CD, geen informatie hierover, maar je moet na nummer 10 maar liefst 3
minuten wachten voordat het begint. Het is een lekker slepende blues van bijna zeven minuten met in de
begeleiding een gestreken staande bas.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 35 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tjens Couter
Album:
Who Cares
Label:
Starman Records
zaterdag 7 november 2015
In 1975 verscheen Who Cares. Dit debuut van Tjens Couter, een band die bestond uit Arno Tjens (Hintjens,
zo weten wij nu) en Paul Couter. Couter kwam uit Zeebrugge en Hintjens wieg stond in Oostende. Na twee
platen was het gedaan met Tjens Couter. Van Paul Couter werd, hoewel hij muziek en een occasioneel album
bleef maken, nauwelijks meer iets vernomen. Tenminste als men dat vergelijkt met de aandacht die Hintjens
vanaf 1980 met T.C. Matic en later onder zijn eigen naam mocht ontvangen. Starman Records bracht
onlangs Who Cares opnieuw uit. Niet onaardig hoor, deze op aan de Engelse blues van de jaren zestig en
zeventig van de vorige eeuw verwante muziek. Maar wie Hintjens latere werk kent, zal toch niet anders
kunnen dan dit als prematuur te bestempelen. Voor de liefhebbers, zo zeggen we dan.
Wim Boluijt
Artist:
Gilmore & Roberts
Album:
Conflict Tourism
Label:
GR! Records
zaterdag 7 november 2015
Drie jaar geleden besprak ik hier de derde CD van het eigentijdse akoestische folkduo (Katriona) Gilmore &
(Jamie) Roberts. Mijn conclusie toen: ‘The innocent left’ is een goede, eigentijdse, folkCD met kruidige
Keltische invloeden. We horen aan de muziek dat ons duo een avontuurlijke koers vaart, maar voldoende
dicht bij de basis blijft om ook de traditionalisten onder ons te kunnen bekoren’. Inmiddels ligt de opvolger,
‘Conflict tourism’, in de winkels. Deze nieuwe CD is opgenomen in Devon met een enkele baspartij uit LA
(James ‘Hutch’ Hutchinson). Producer is Mark Tucker, die we ook horen op drums, bas, strings, keyboards en
programming. Gilmore zingt en speelt fiddle, viola en mandoline, Roberts zingt en speelt gitaar (in één
nummer elektrische gitaar), drums, percussie en doet wat programming. Verder horen we naast de eerder
genoemde bijdragen van Tucker incidenteel (extra) bas, dobro, lap steel, gitaar en extra drums/percussie.
Van de elf nummers zijn er zes van de hand van Roberts en vijf van Gilmore. Gek genoeg is en geen
gezamenlijk geschreven nummer. De teksten werden wederom geïnspireerd door mensen en gebeurtenissen
uit het verleden, zoals bijvoorbeeld het lied ‘Jack O lantern’ over de ontstaangeschiedenis van de Halloween
‘fruit’ lantaarns. Over een historische figuur uit het stadje Barnsley (Margaret Maggott - 1759-1848) gaat
‘Peggy Rirey’. Onder deze naam kende men deze dame, die rond kerst de mensen de beste wensen deed,
hetgeen ‘garant’ stond voor een prima volgend jaar.
Iets meer rockend dan de voorganger, hoewel dat slechts in een paar nummers is, maar na aanzienlijke
speelbeurten is mijn bescheiden mening dat deze CD een groei vertoont t.o.v. de voorganger, het is een
hele mooie eigentijdse folkCD geworden!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 36 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Billy Hector
Album:
Old School Thang
Label:
Ghetto Surf Music
vrijdag 6 november 2015
Al 35 jaar lang staat Billy al op de bühne. Hij heeft in verschillende formaties gespeeld en heeft ook getoerd
als gitarist van o.a. Hubert Sumlin en Joe Louis Walker. Na eerst in midden tachtig een vijfkoppige bluesrock
band The fairlanes te hebben opgericht, besloot hij in 1993 door te gaan als trio, The Billy Hector Band, met
behalve Billy op gitaar en zang, Sim Cain op drums en Tim Tindall op bas. Op de cd ‘Old school thang’ wordt
er van deze bezetting een enkele keer afgeweken. Tim wordt een enkele keer vervangen door Winston Roye
en Sim door Larry Crockett/Rich Monica.
Vanaf de opener ‘She’s gone’, met blazers en orgel, heeft de cd mijn volledige aandacht. Ook al twijfel je
even bij nummer twee, Goin’down, een al talloze malen gecoverd nummer. Maar ook hier ben ik overstag,
een muur van geluid, uitstekende slidegitaar, maar bovenal mooi gemaakt door de blazerssectie. Dan volgt
de titeltrack ‘Old school thang’ een lekker funky bluesje, nu eens zonder allerlei extra muzikanten en
wederom valt qua kwaliteit niets op aan te merken. Om uitschieters te benoemen is een moeilijke taak. Van
de elf nummers, alle elf goed, steken ‘Rita’, ‘Vitamin big daddy’, ‘Fake id’ en ‘People of the world ‘ er iets
boven uit. Dit is in ieder geval een cd die zowel thuis als in de auto bovengemiddeld in de speler zal zitten.
Jan van Eck
Artist:
Jeremy Steding
Album:
My Own American Dream
Label:
Independent
vrijdag 6 november 2015
Over de Texaan Jeremy Steding mocht ik jullie berichten op deze pagina’s naar aanleiding van zijn vorige CD
(zijn derde sinds 2009), ‘I keep on livin’, but I don’t learn’ uit 2011. Over deze door onze goede vriend Walt
Wilkins geproduceerde CD schreef ik destijds: ‘I keep on livin’….’ Is een lekker Texaans product. Je waant je
in één van die prachtige oude Texaanse Dance Halls, met een biertje in de hand en een Stetson op het hoofd
en naast je een bevallige Texaanse. Genieten van Jeremy’s muziek, met hopelijk de bezetting van deze CD
op het podium. Zulk soort muziek. Gaaf!’ De opvolger is er inmiddels en ademt dezelfde ongedwongen sfeer
uit. Nu met klasbakken als Lloyd Maines (pedal steel, dobro), Tim Crouch (fiddle, mandoline, banjo en bas)
en lead gitarist Chris Reeves en als producer Chris Gill brengt Jeremy op deze reeds in begin 2014
gepresenteerde CD 10 lekkere Texaanse countrykrakers. Direct al bij de opener, een pittige midtempo
honkytonker zit je er lekker in, en dat gaat de hele CD door. De muziek doet hier en daar denken aan het
werk van Robert Earl Keen, al mikt Jeremy er meer country in. Leuk is de Ierse invloed in ‘Four hour gig’, dat
klinkt als een ode aan ‘The Dubliners’. Prachtig rustpunt is het subtiele ‘Arkansas rain’ met zijn prachtige
mandolinepartij. ‘Oh darlin’’ is schatpichtig aan de beroemde staatgenoot Buddy Holly. Voldoende variatie,
dus!
Voor de liefhebbers van lekkere Texaanse dance-hall honky-tonk muziek is dit een uitermate genietbaar
schijfje. De 10 songs zijn alle van Steding zelf en net als op de voorganger krijgt hij bij één song hulp van
Mike Ethan Messick. Ik ben behoorlijk onder de indruk van deze CD!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 37 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Bottle Rockets
Album:
South Broadway Athletic Club
Label:
Bloodshot Records
donderdag 5 november 2015
Ruim vier jaar geleden tekende The Bottle Rockets voor hun elfde CD Not So Loud. De semi akoestisch
opnamen op dat album stamden uit 2007. Voor echte gespierde midwest, rock' n 'roll, waar de band bekend
om staat, moet je echter terug naar 2009. Hoewel de band toen al meer dan zeventien jaar super verzorgde,
ontspannen strakke muziek verzorgde, had Lean Forward alles in zich van hun klassieker 24 Hours A Day uit
1997.
Met hun 12de album, South Broadway Athletic Club, brengt het kwartet opnieuw de schoonheid van het alle
dagelijkse leven aan het licht. Na zes jaar wisten ze Eric “Roscoe” Ambel toch weer bereid te vinden om dit
album te produceren. Ambel pakte overigens zes jaar geleden ook al de draad op. South Broadway Athletic
Clubligt ligt dan ook precies in het verlengde van Lean Forward. Hoe moeilijk kun je het jezelf maken, moet
de band gedacht hebben, toen ze besloten dit album in zijn geheel in hun woonplaats St. Louis, Missouri op
te nemen. Moeilijk maken ze je het überhaupt niet. Niet in muzikale en zeker ook niet in tekstuele zin.
De muziek van de band gedijd, zoals gebruikelijk te doen is, het beste in je auto. De pompende ritmesectie
van drummer Marcus Ortmann's en bassist Keith Voegele drukken op je gaspedaal. John Horton en Brian
Henneman’s hoogwaardig technisch gitaargescheur zorgen voor de geheide snelheidsovertreding. Tekstueel
put, liedjes smid Henneman, uit zijn soms leuke maar vaak ook zorgwekkende observaties. Songs als
Monday (Everytime I Turn Around), I Don't Wanna Know en Something Good zaten meteen tussen mijn
oren. Even later kon ik daar Ship It On The Frisco en het sluitstuk Shape Of A Wheel daaraan toevoegen.
Als fan kun je bijna niet objectief zijn over dit album. Toch bespeur in een zekere muzikale gemakzucht in
liedjes als Big Fat Nuthin' en het daarop volgende Dog. Niet dat ze slecht worden uitgevoerd, maar gewoon
omdat ze als dertien in een dozijn klinken. Met de release van South Broadway Athletic Club stel ik vast dat
de band zich confirmeert aan hun eigen geluid. Geen verrassingen voor de Bottle Rocker fan dus.
Jan Janssen
Artist:
Patty Griffin
Album:
Servant Of Love
Label:
PGM
woensdag 4 november 2015
Met haar 51 jaar staat Patty Griffin midden in het leven. Een mooi moment om eens flink uit te pakken. Zij
heeft nauwelijks de scheiding met Robert Plant achter de rug als zij liedjes gaat schrijven voor haar tiende
album Servant Of Love. Het wordt een raadselachtig album vol mystieke en spirituele liedjes. Een ding weet
zij zeker. Ik ga niet bij de pakken neerzitten. Nee geen album vol liefdesverdriet. De schrijver James
Baldwin was haar inspiratiebron om songwriter te worden en die zei ooit: We can always do better and you
can never tell the children that there’s no hope. Patty laat zich ook inspireren door het transcendentalisme
en gaat op zoek naar een oorspronkelijke relatie met het universum.
Het album opent meteen met een hoogtepunt. Een ingetogen op piano spelende Patty Griffin zingt: I long to
live by the ocean, carry me away, I’m a servant of love… Slechts een schelle trompet (Ephraim Owens) en
een nauwelijks hoorbare cello begeleiden deze mysterieuze song. De luisteraar wordt weer wakker door het
lekker funkende en swampy Gunpowder. Good And Done (over een schietpartij) valt op door prachtig
gitaarspel in een sfeer van een verlaten woestijn. Het middenstuk van het nieuwe album is het hart van de
reeks songs. Meditatieve liedjes als 250.000 Miles en Made Of The Sun doet de luisteraar in zwijm vallen.
Wat een prachtige stem in combinatie met die kleurrijke akoestische gitaarklanken. Everything’s changed is
ook van een beklemmende schoonheid. Producer Craig Ross weet precies hoe hij deze verstilde songs moet
vastleggen. Rider of Days is ook een hoogtepunt Oh wat kan die Patty toch prachtig helder en gepassioneerd
zingen! Het gruizige Snake Charmer is een welkome song na deze reeks meditatieve songs. Het album sluit
af met de prachtige song Shine A Different Way, waar Griffin op de mandoline actief is.
Servant Of Love is een absoluut hoogtepunt in het toch al imposante oeuvre van Patty Griffin.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 38 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
John Mayall
Album:
Find A Way To Care
Label:
Forty Below Records
woensdag 4 november 2015
De ondertussen eenentachtig jaar oude John Mayall behoeft geen enkele introductie meer. De Britse blues
icoon is sinds de vroege jaren zestig actief en heeft zijn sporen ruimschoots verdiend. Hij is nog steeds terug
te vinden op de podia, verzorgt zijn eigen merchandising en is nooit te beroerd handtekeningen uit te delen
of met de fans op de foto te gaan.
De laatste jaren levert hij ook weer nog met regelmaat prima cd’s af. Ook ‘Find A Wat To Care’ is zeker de
moeite waard. Goed, er zijn wat minpuntjes: de stem van Mayall heeft best wat aan zeggingskracht ingeboet
in de loop der jaren en staan een paar covers op die, zeker in vergelijking met het origineel, toch minder
krachtig overkomen, zoals “I Want All My Money Back” van Lonnie Brooks en “War We Wage” van Matt
Schofield. Maar dit mag de pret niet drukken.
Rocky Athas (gitaar), Greg Rzab (bas) en Jay Davenport (drums) zijn al weer de nodige jaartjes zijn vaste
begeleiders. Zij krijgen op dit album assistentie van een blazerssectie, bestaande uit Ron Dziubla (sax), Mark
Pender (trompet) en Richard A. Rosenberg (trombone).
De blazers zorgen in nummers als “River’s Invitation” en de titelsong van de cd voor een welkome
aanvulling. Mayall legt op deze cd de nadruk op zijn toetsenspel. Hij is te horen op piano, clavinet, Hammond
en Wurlitzer. Dit gaat een beetje ten koste van het gitaarspel van Rocky Athas en ook de harmonica is
slechts in twee nummers te horen, waaronder het toch wel erg fraaie nummer “Ropes And Chains”.
Uiteindelijk zijn slechts vijf nummers van eigen hand, maar het zijn zonder uitzondering sterke nummers.
Het slotnummer “Crazy Lady” neemt ons mee terug in de tijd. Zichzelf begeleidend op met Cripple Clarence
Lofton-achtig pianospel stelt hij een vriendin uit vervlogen tijden aan ons voor. Met ‘Find A Way To Care’ laat
John Mayall horen nog niet uitgerangeerd te zijn.
Ton Kok
Artist:
Surrender Hill
Album:
Surrender Hill
Label:
Independent
dinsdag 3 november 2015
Surrender Hill is een Americana duo uit Arizona, bestaande uit de singer-songwriters Robin Dean Salmon (hij
werd geboren in Zuid-Afrika en maakt al sinds zijn High School-tijd muziek) en Afton Seekins (geboren in
Alaska, opgegroeid in Arizona, waar ze sinds 2000 weer terug is en muziek maakt). In 2013 kwamen ze
elkaar tegen bij diverse festivals en een vonk sloeg over, waarna niet alleen de muziek, maar ook de liefde
hen verbond. Inmiddels woont het stel in Atlanta, Georgia en treden ze sinds 2014 op als duo, met
countrymuziek als voornaamste invloed. De debuutCD bevat 13 door Dean en Afton samen geschreven en
gezongen songs, waarbij Dean het merendeel van de begeleiding op zich neemt (gitaren, orgel, bas), Afton
de percussie doet en Gabriel Rhodes (niet Kimmie’s zoon, overigens) de drums. Incidenteel horen we een
mandoline (in het mooie, vlotte nummer ‘Long dirt road’) en achtergrondvocalen. De muziek is poppy en
mainstream country met mooie duetvocalen.
Surrender Hill is geen hemelbestormer, maar maakt aangename hedendaagse Americana/country, zonder de
veelheid aan elektrische gitaren die daar zo vaak bij hoort. Gewoon een lekkere CD!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 39 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tokyo Rosenthal
Album:
Afterlife
Label:
Rock & Sock Records
dinsdag 3 november 2015
Tokyo Rosenthal is al ruim 30 bezig in de muziek, zijn muziek is meestal een aangenaam gedoseerd mengsel
van bluegrass, folk, country, pop en rock. Sinds 2009 ben ik voor RealRootsCafe de gelukkige om de
producten van de man te mogen recenseren, ik beschouw de man als een goede singer-songwriter die
beslist meer aandacht verdient in ons land. Twee jaar geleden was ik zeer te spreken over de vijfde CD van
de man, niet geheel ontoepasselijk getiteld ‘Tokyo’s fifth’ en dat geldt zeker ook voor deze opvolger,
‘Afterlife’. Rosenthal levert constante kwaliteit en doet dat op deze CD met producer Chris Stamey op bas en
verder horen we accordeon (4 nrs), dobro (2 nrs), drums of percussie, mandoline (1 nr), charango (1 nr),
french horn (1 nr) en viola (4 nrs). Tokyo zelf zingt, speelt gitaar en harmonica en Andrea Connolly zorgt
voor de extra vocals in vijf nummers. Alle (tien) songs zijn door Tokyo zelf geschreven, het prachtige, in
accordeonbegeleiding gedoopte nummer ‘The cold war’ is tevens als ‘bonus video’ te genieten. Ook nu weer
is het geheel fris sfeervol, er wordt heerlijk enthousiast gemusiceerd en de songs zijn beresterk.
Ik blijf in herhalingen vervallen: ‘Afterlife’ is wederom een zeer sterke, gevarieerde CD van een eigenzinnig
man, die nooit doorbrak in welke vorm dan ook. Tokyo verdient veel meer aandacht dan hij tot dusver heeft
gekregen.
Fred Schmale
Artist:
Bobby Long
Album:
Ode To Thinking
Label:
Compass Records
maandag 2 november 2015
Bobby Long, een nog jonge man die opgroeide in het bucolische Wiltshire ( “I opened up a book and
Thomas Hardy jumped out”, was het niet Martin Ansell die dat ooit zong?) maakt bepaald indruk met Ode To
Thinking, zijn derde album. Hij stak het samen met producer/muzikant Mark Hallman (Carole King, Ani
DiFranco) in elkaar. Elf liedjes die overduidelijk geworteld zijn in (Engelse) folk maar door Long’s voordracht
en dat rauwe randje dat zijn stem aankleeft ook met countrysoul in verband kunnen worden gebracht. Ode
To Thinking steunt dan ook volledig op die stem en Long’s uitstekende, akoestische gitaarspel. Dat heeft
Hallman goed gezien, zijn muzikale bijdragen lopen deze sterke troeven dan ook nooit voor de voeten. En
omdat Bobby Long ook nog eens uitstekende liedjes schrijft – het is meteen raak met Ode To Thinking, het
eerste liedje – kunnen we niet anders dan de loftrompet steken. Aan wie u, bij wijze van voorbeeld, moet
denken? Richie Havens bijvoorbeeld als het om zijn stem gaat. En misschien, als het om de gitaar gaat,
Mississippi John Hurt. Tenslotte, nog een mooi liedje? The Dark Won’t Get Darker. Ineens doemt dan ook
David Gray op. Alleen in gedachten, natuurlijk.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 40 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jack Hustinx & The Southern Aces
Album:
Over Yonder
Label:
Harlem Records
maandag 2 november 2015
Je kan zien dat er zorg besteed is aan het nieuwe ‘kindje’ van Jack Hustinx. De Eindhovense rootsmuzikant
kijkt mij op de Stax-achtige voorkant van zijn nieuwe Cd Over Yonder enigszins guitig aan. Als of hij wil
zeggen. Kom maar op. Ik heb er alles aan gedaan. Hier ben ik trots op en gelijk heeft hij. Jack heeft er twee
en een half jaar over gedaan om zijn eerste solo-album op de markt te brengen. Met bevriende muzikanten
componeerde hij 12 liedjes en een groot gedeelte van deze werkzaamheden vonden plaats in zijn ‘tweede’
thuishaven Austin, Texas. Hustinx is vooral bekend als de oprichter van de Nederlandse roots-band Shiner
Twins, die ooit waren gestart als tourband voor de Texaanse zanger Malford Mulligan. Na de viering van het
10 jarig bestaan besloten de leden van Shiner Twins uiteindelijk om hun eigen dingetje te gaan doen.
Het album Over Yonder ruikt naar de katoenvelden uit het diepe Zuiden van Amerika, alsof Jack daar als
kind tussen die stekelige struiken opgroeide. Nee, Jack was geen ‘share-cropper’ maar luisterde als tiener
wel naar die broeirige county-soul via een transister-radiootje. In dat bed in Eindhoven liggen de roots van
deze muziekliefhebber pur sang.
Het nieuwe album opent heel sterk met een hartverscheurende ballade Life Will Humble You. Malford
Mulligan kwam bij Jack met deze titel aanzetten. Gezamenlijk maakten zij er een prachtig levenslied van,
waarvan de intensiteit de luisteraar diep raakt. Met Malford schreef Hustinx ook I Won’t Surrender. Een song
met een heerlijk strakke beat met een opvallende accordeon (The Subdudes-muzikant John Magnie), die er
om heen danst, terwijl Harry Bodine zich lekker met zijn gitaar mag uitleven. Absoluut hoogtepunt is de
aangrijpende gospel My Soul – My Inspiration, die Jack en Malford componeerde. Het schrijven met een
goede maat van Jack, namelijk Harry Bodine (Delta Roux), leverde ook een aantal voltreffers op. Luister
maar eens naar het The Band-achtige Good While It Lasted, met een hoofdrol voor die heerlijk gruizige slidegitaar van Bodine. Zij schreven ook Down The Road, een liefelijke song met het mooie refrein: somewhere
down the road…we will find our peace again. Dit duo schreef voorts het flink stompende Little Feat-achtige
Walkin’ Waste Of Time. Midden op het album treft men een ode aan San Antonio. In Welcome To San Antone
ontpopt Roel Spanjers zich als een accordeon-wizard, alsof hij stadgenoot is van Tex-Mex-maestro Santiago
Jimenez Jr. Het album eindigt met The Rains Came Down. Een mooie melodieuze afsluiter met een fraaie
tekst die Jack schreef met Robert LaRoche (Patricia Vonne Band).
Dit album smaakt naar meer en gelukkig kan men in november Jack en zijn Aces ( met onder meer Malford
Mulligan en Harry Bodine) overal in Nederland aan het werk zien. Mis dat niet!!! Hier zijn de data
THU 5 NOV - CONCERTZAAL DE SPOT - MIDDELBURG
FRI 6 NOV - MUZIEKHUIS QBUS - LEIDEN
SAT 7 NOV - POP & CULTUURCENTRUM MANIFESTO - HOORN
SUN 8 NOV - MUZIEKPODIUM AZOTOD - DE MEERN - UTRECHT
MON 9 NOV - MENEER FRITS / MUZIEKGEBOUW - EINDHOVEN (sold out)
WED 11 NOV - COBBLESTONE CLUB - OLDENZAAL
THU 12 NOV - CAFE WILHELMINA - EINDHOVEN
FRI 13 NOV - CULTUURPODIUM DE GROENE ENGEL - OSS
SAT 14 NOV - NORTH SEA JAZZ CLUB - AMSTERDAM
SUN 15 NOV - MUZIEKPODIUM CAMBRINUS - HORST
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 41 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Willy Bo Walker & Ad Brayshaw
Album:
Stone Cold Beautiful
Label:
Independent
zondag 1 november 2015
De van oorsprong uit Glasgow afkomstige zanger Willy Bo Walker, heeft al vele cd’s op zijn naam staan. De
genres zijn divers, blues, rock, soul, swamp en jazz, je kunt alles verwachten. In 2015 is hij behoorlijk actief.
Ik heb nu de tweede schijf uit zijn trilogie op de draaitafel liggen. Hij laat zich op de cd begeleiden door E.D.
Brayshaw, die alle instrumenten voor zijn rekening neemt en zangeres Kareňa K. De opnames werden in zijn
eigen studio opgenomen en afgemixt in de Abbey Road Studios.
De opener ‘Stormwarning’ is een lichte rock uitvoering met een laagje blues. In dit nummer wordt meteen
de keuze voor Bayshaw duidelijk, behalve multi-instrumentalist, is hij een uitstekend gitarist, die op de
openingstrack heerlijke solo’s laat horen. De stem van Willy klinkt overigens als één die de nodige sigaretten
en whiskey te verduren heeft gehad, maar wel heel aangenaam. In ‘Motel blues’ wordt er even gas terug
genomen om halverwege er een vlijmscherpe gitaarsolo doorheen te gooien, een heel fijn nummer. Dan
volgt er de laid back blues ‘Loan me a dime’ met de klagende stem van Willy en zeer mooie achtergrond
zang van Kareňa en wederom een prachtige gitaarsolo, één woord: kippenvel. Voor de overige drie nummers
geldt hetzelfde, mooie composities.
En ja deze cd telt inderdaad maar zes nummers, maar deze zes duren toch nog ruim 39 minuten en dat
waren zeer aangename minuten
Jan van Eck
Artist:
Tony Furtado
Album:
The Bell
Label:
Blue Rose Records
zondag 1 november 2015
Folk artiest Tony Furtado is oorspronkelijk afkomstig uit Californië en woont tegenwoordig ietsjes verderop in
Portland, Oregon. Voor een beetje kenner van folkmuziek zal hij geen onbekende zijn. Die weet wel van zijn
rol als veel gevraagd banjospeler in opnamestudio’s en van zijn oeuvre dat, zijn nieuwste plaat The Bell
inbegrepen, intussen zestien albums telt. Serieuze belangstelling om naar zijn repertoire te luisteren heb ik
nooit gehad. Komt door de banjo als hoofdinstrument. Aanhoudend metalige klanken; daar houd ik niet zo
van.
Over de dertien nummers en de zes bonustracks op deze meer dan voortreffelijke dubbel-cd (speciale editie)
ben ik, geleidelijk aan, steeds enthousiaster geraakt. Tuurlijk, in elk liedje is het banjogeluid een constante,
maar dat is ditmaal – in smaakvolle afwisseling – heel mooi verweven met de meerstemmige klanken van
akoestische- en elektrische gitaren, bas, piano, orgel, mandoline, accordeon, fluit, viool, pedal steel, blazers,
drums en – niet in de laatste plaats – de gevoelige, melancholieke, hoge tenor van Furtado, waardoor
luisterende weg het album zich ontpopt als een fijnmazig klankmozaïek van grote schoonheid. Van de songs,
waaronder enkele instrumentale stukken, gaat een bijzonder mystieke- en hypnotiserende kracht uit. Niet
voor niets vinden ze hun oorsprong in Keltische folk. Als daar accenten uit verschillende genres als pop,
rock, bluegrass, jazz en singer-songwriter met veel smaak aan worden toegevoegd, is het eindresultaat er
eentje om blijvend te koesteren.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 42 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Chubby Knuckle Choir
Album:
Reveille
Label:
Independent
vrijdag 30 oktober 2015
Achter deze verwarring stichtende naam schuilt een typisch Texaanse band in de traditie van ‘The
Resentments’, ‘The Band of Heathens’, ‘The Gourds’ en ‘The South Austin Moonlighters’. Ze komen uit
Bastrop, Texas, hebben inmiddels hun basis in (uiteraard) Austin en brengen ons op hun debuutCD een mix
van swamp, rock, blues, R&B, soul en een vleugje country. Een echte Americana-band dus. Het sextet
rijpere heren heeft een zeer uitgebreid aantal instrumenten tot zijn beschikking, de vocals zijn vaak bluesy
en soulvol. Behalve gitaar, bas, drums is er (incidenteel) ruimte voor fiddle, steel gitaar, mandoline. De
opnames werden gedaan in de Congress House studio in Austin met als producer Andre Moran (we kennen
hem van zijn werk met Eliza Gilkyson en Hot club of cowtown). Let met name op het subtiele nummer
‘Gone’, geschreven door Tres Womack en gezongen door Barry Lowe. Het is een gevoelig epos, een waar
gebeurd verhaal overigens, over een man een vader die zijn vrouw verliest aan kanker. Een leuke
meerwaarde levert de live opname van ‘Storyville’, waaruit blijkt dat dit echt een prima band op het podium
is!
Het ‘Chubby Knuckle Choir’ brengt geen vernieuwing, maar het vakmanschap druipt er vanaf. Vooral
interessant voor de liefhebbers van ‘The Band of Heathens’, want daarmee is de verwantschap het meest
evident’.
Fred Schmale
Artist:
The Skylarks
Album:
The Skylarks
Label:
Independent
donderdag 29 oktober 2015
Er zijn in het verleden al heel wat bands onder de naam The Skylarks actief geweest , maar de groep waar
ik het nu over ga hebben is afkomstig uit Los Angeles. Sam Mellon richtte de band in 2005 op en het
titelloze album dat nu voor mij ligt, schijnt hun derde schijf te zijn. The Skylarks zijn vooral actief in de
contreien van het zonnige Californië.
Het album opent met veel noise maar al gauw eist een Ventures achtige gitaar in combinatie met een
melodieuze steel de aandacht op. Prachtige vocalen a la The Jayhawks maken de heerlijke meezinger Our
Own Enemy af. Het zonnige geluid wordt voortgezet met The Roll I’m On, waarbij de gitarist prachtige
vervormde gitaargeluiden maakt in combinatie met de ferme trompet van Dan Clucas. De zonnige
melodieuze sound wordt aangehouden en Almost Feel A Breeze valt vooral op door de voortreffelijke
samenzang in combi met die kraakhelder klinkende gitaren.
Bij Blowin Like A Rose neemt de enige vrouw in de band (Amy Luftig Viste) de lead vocal voor haar rekening.
Het is een prachtige laid back song met trompetgeschal, fraaie samenzang en aan het eind mag de gitarist
toch nog even helemaal ‘loose’ gaan. Heel wat pittiger gaat het er aan toe in Sheer Bliss For Me. Tot slot
noem ik nog een van de hoogtepunten namelijk het licht psychedelisch klinkende Just One In the Crew.
Deze zomerse melodieuze muziek van The Skylarks is mij uitstekend bevallen. Een band met een eigen
geluid. Een fraaie mix van country, folk en pop.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 43 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Stick In The Wheel
Album:
From Here
Label:
From Here Records
woensdag 28 oktober 2015
Ondanks het feit dat men voornamelijk stokoude traditionele folk brengt is het Londense Stick In The Wheel
een vreemde eend in de bijt in het huidige aanbod van het folk genre. Het vijftal bestaat uit Ian Carter
(Dobro), Nicola Kearey (Zang), Fran Foot (Harmonie zang) , Si Foote (Percussie) en Ellie Wilson (Viool). Ian
Carter is vooral bekend van zijn werk als producer van onder anderen de interessante rockgroep Wolf People
en rapper Ghostpoet. In Engeland is men al geruime tijd overtuigd van de kwaliteiten van deze groep na een
aantal goed ontvangen EP’s. Een van die EP’s werd zelfs gekozen door fRoots tot Editor’s Choice Album of
the Year 2014. From Here is hun debuut cd. Het bevat een verzameling rauwe, zeer intense liedjes gezongen
door een zangeres met een vet Cockney accent. Die opnames zijn bewust ongepolijst en ruw. Zo werd
Common Ground opgenomen in pakhuis temidden van dozen en pallets. Dit lied handelt over de
voortdurende uitholling van de rechten van mensen. Het is de intentie van de groep om de parallellen tussen
het leven van, pakweg, 100 tot 200 jaar geleden en nu te schetsen. Dat voor de gewone man niet veel
veranderd is. Veel van het gebrachte materiaal is nog steeds actueel. Niet al het materiaal is stokoud, de
korte opener Champion is een herbewerking van Champion at Keepin’ ‘em Rolling, geschreven door Ewan
MacColl. Naast vader van Kirsty, was hij een socialist in hart en nieren. Het merendeel van het gebodene is
uptempo met hier en daar wat meer ingetogen werk, zoals het prachtige Seven Gypsies. From Here is een
zeer intens en overtuigend debuut.
Theo Volk
donderdag 24 december 2015
Pagina 44 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Brent Best
Album:
Your Dog, Champ
Label:
Last Chance Records
woensdag 28 oktober 2015
We zagen er naar uit, die zaterdagavond in april 2006, het optreden van The Drams op Blue Highways. De
grote zaal stroomde echter leeg en slechts een handvol liefhebbers zag de Voormalige Bonen, omgetoverd
tot The Drams. Onbekend met het nieuwe werk kon het publiek niet van het vuur proeven. Maar de warmte
voor Brent Best en zijn mannen was er wel. Ze leek me, in dat kleine gezelschap, wederzijds. De nieuwe
organist Chad Stockslager (dat die jongen geen drummer is geworden lijkt me het toppunt van puberale
eigenzinnigheid) smeerde met brede tapijten die de gitaren van Best en Jess Barr (jawel, hij rookte weer,
keek strak, lachte nooit en speelde wederom met die verzengende koelte) met veel plezier met modder aan
hun schoenen bevuilden. Geen liedjes van Slobberbone, de band die er na het verschijnen van Slippage
(2002) de brui aan had gegeven. Maar in dit nieuwe werk, dat niet altijd goed te horen was vanwege het
grote geluid, waren toch riffs en melodieën van waarde te ontdekken. Zo schreven we op een blauwe
maandag in datzelfde april, niet wetend dat het later te verschijnen Jubilee Drive (2006) van The Drams een
grote teleurstelling zou zijn.
In 2004 overleed de uit Oxford, Mississippi afkomstige Larry Brown. De voormalige brandweerman die
prachtige boeken als Father and Son (1996) en Fay (2000) schreef, kende onder zijn vrienden veel
muzikanten zoals Alejandro Escovedo, Billy Bob Thornton en Cary Hudson (lees Browns prachtige
beschrijving van de muziek van Hudsons voormalige band Blue Mountain, te vinden in het boekje van
Homegrown, een cd van deze band uit 1997). Hudson en Escovedo ontbreken dan ook niet op Just One More
– A musical tribute to Larry Brown, a great American author dat in 2007 door Bloodshot Records werd
uitgegeven. Vooral Hudsons Song In C is aangrijpend mooi, nog altijd.
On a gravel road, twenty miles from town.
Low riding with Larry Brown,
Up into the hills, feeling free.
Ook van de partij op Just One More is Brent Best. Het prachtige Robert Cole dat als hoogtepunt van zijn
onlangs verschenen Your Dog, Champ kan gelden, wordt door Best samen met Scott Danbom, die viool
speelt op Jubilee Drive, vertolkt. Het is één van de fraaie liedjes op het album voor de zo betreurde schrijver
van ‘grit lit’. Bovendien is het inmiddels, na al die jaren, een aanwijzing voor de jaren van treurnis en
troebelen die Brent Best mocht doormaken. Jaren die overigens door menig recensent worden verward met
de verhalen die de liedjes van Your Dog, Champ vertellen. Best heeft menigmaal opgemerkt dat deze liedjes
nadrukkelijk niet autobiografisch zijn, maar – lees er de recensies maar op na – weinigen die zich daar wat
aan gelegen laten liggen. Wie iets over deze moeilijke jaren wil lezen, doet er goed aan de website van Best
te bezoeken. Hij verslikte zich bijna in de door fans gefinancierde campagne voor Your Dog, Champ (zo
vergat hij de verzendkosten naar bestemmingen buiten de USA in zijn berekeningen mee te nemen), zijn
schoonvader overleed, hij ondervond dat het huis van zijn vrouw financieel ‘onder water stond’ en verloor de
opnames die hij eerder had gemaakt.
Bijna tien jaar na Robert Cole is Your Dog, Champ verschenen, niet voor niets is deze titel een citaat uit dat
eerste liedje dat onze oren zo lang geleden al bereikte. Wie de band louter van concerten kent, zal de
neiging hebben om bij Slobberbone aan louter harde en onstuimige rock ‘n’ roll met folk- en
countryinvloeden te denken. Vandaar waarschijnlijk de her en der opgemerkte verbazing dat Your Dog,
Champ een ingetogen karakter kent. Wie de vier cd’s van Slobberbone in huis heeft, weet wel beter en zal in
deze nieuw plaat horen wat hij al kende. Best betoont zich immers opnieuw een uitzonderlijk goed
liedjesschrijver. Zijn gevoel voor een memorabele melodie hier en daar, het sterk verhalende karakter van
zo goed als alle liedjes (hey, dit is tenslotte de man die Billy Prichard schreef) en de ruwhouten voordracht,
allemaal is het nog in tact. De elf liedjes mogen dan geen weergaloos lied zoals Gimme Me Back My Dog
bevatten, ze kennen wél allemaal een essentie die hun bestaan rechtvaardigt. Daarbij, Best doet op dit
prachtige album niets onder voor iemand als James McMurtry. Ook Scott Danbom speelt weer mee.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 45 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Feufollet
Album:
Two Universes
Label:
Feufollet Records
dinsdag 27 oktober 2015
Feufollet is een band uit Louisiana die al vanaf 1999 actief is. Het nieuwe album Two Universes is inmiddels
hun zesde album. Hun laatste schijf En Couleurs (2010) werd genomineerd voor een Grammy in de categorie
Beste Cajun en Zydeco album. De groep kende een aantal mutaties. De fiddler Chris Segura verliet de groep
terwijl de plaats van zangeres Anna Laura Edmiston werd ingenomen door Kelli Jones-Savoy. Deze mutaties
werken door in de koers die Feufollet heeft ingezet.
De puristen onder de Cajun-aanhangers zullen afhaken bij beluistering van de nieuwe schijf Two Universes.
De toetsenist Andrew Toups heeft een prominente rol bij de invulling van de melodieuze liedjes en de nieuwe
zangeres, opgegroeid in North Carolina, brengt veel country en old-timey-invloeden mee. Kelli Jones-Savoy
– getrouwd met de fiddler Joel Savoy – leverde zes nieuwe songs aan, terwijl de inbreng van de andere
songwriter, accordeonist/gitarist Chris Stafford beperkt blijft tot drie. De nieuwe schijf opent nog vrij
traditioneel met een moderne up tempo cajun-song Tired Of Your Tears. Een prachtig melancholiek liedje.
De stem van Kelli klinkt warm en zij is een aanwinst voor de band. Dan gaat de band meer de pop-kant op
met Know What’s Next. Vervolgens moderne honky tonk klanken in Hole In My Heart. Het titelnummer is een
prachtig country-duet en de stemmen van Kelli en Chris harmoniëren groots. Cette Fois is een vrolijke cajun
two-step met natuurlijk de accordeon en de fiddle in de hoofdrol. When You Said Goodbye vind ik de mooiste
track. Een meeslepende ballade met een mooie melodie, gevoelig gezongen door Kelli. One Foot In My Door
klinkt als een vrolijk circusnummer met in de hoofdrol de frivole keyboards van Andrew Toups. De catalogus
van de Swamp Pop kan een nieuwe song toevoegen aan de al lange lijst met fraaie liedjes. Pris Dans La Vie
Farouche is zo’n heerlijk swamppoppertje met een Augie Meyers achtig orgeltje en een blazersarrangement.
Kortom, dit is een heerlijk afwisselend album met een gevarieerd aanbod aan muziekstijlen. Het wordt nu
toch echt wel eens tijd dat Feufollet in Nederland is te bewonderen. Het lijkt mij een leuke band voor een
Americana-festival.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 46 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Crooked Brothers
Album:
Thank You I'm Sorry
Label:
Rough Trade
maandag 26 oktober 2015
Broers zijn de Crooked Brothers uit Winnipeg, Canada niet van elkaar, maar dezelfde muzikale genen
bezitten Jesse, Matt en Darwin wel. Verbindende factor is hun passie voor ouderwets singer-songwriterwerk,
bluegrass, blues en rock ‘n’ roll. Dat levert een enigszins tegendraadse mix op van sober tot rijk en van licht
tot donker gearrangeerde liedjes, zo weten we sinds hun debuut Deathbed Pillowtalk uit 2010 en de redelijk
gewaardeerde opvolger Lawrence, Where’s Your Knife? van 2012. Met dit ‘tweegezichten' profiel wordt, bijna
als vanzelfsprekend, voortgeborduurd op het recente album Thank You I’Am Sorry, zonder zichzelf al te zeer
te herhalen.
De negen liedjes zijn ditmaal uitgesprokener, kleurrijker, spannender en laveren qua tekst en muziek tussen
zacht lieflijk en dreigend grimmig. De ene gezichtskant toont prachtige, typische singer-songwriterliedjes,
zoals opener Dear Antonie, Kennedy halverwege en Sitting True en North Of The Border, de beide
slotnummers. Het zijn warm aanvoelende, ironisch aandoende, soms dromerige liefdesliedjes over het
verwachtingsvol zoeken, vinden en omarmen van geluk, gehuld in een atmosfeer van weemoed, verlangen
en beklemming. Akoestische gitaren, baritonzang en uitwaaierende pedal steel, vormen hier de passende
omlijsting. De andere zijde vult het onheilspellende, wat sinistere karakter van hun repertoire. Hoor de
louter met zang en mondharmonica omlijste country-blues in Mean Mean Baby, die de muzikaal stemmige
opmaat blijkt voor het aardedonkere met praatzang en elektrische staccato blues opgetuigde Organs On
Demand, waarin de horrorhandel in menselijke organen – via een tekstueel drieluikje – uit de doeken wordt
gedaan. De getergde (of is het wellustige) graatzang in de spookachtige, rauwe rocker Lightning in My
Chest, doet qua griezelgehalte daar niet (veel) voor onder. In ieder geval bliksemt het zeer fel daarbinnen.
Gitaren, mandoline, mondharmonica en zang is de inbreng van de gelegenheidsbroers zelf, spaarzaam
aangevuld met Julien Bradford op contrabas en (eenmaal) cello, Emmet VanEtten op drums en Eric Lemoine
op pedal steel.
Huub Thomassen
Artist:
Atlas Road Crew
Album:
Halfway to Hopkins
Label:
Independent
maandag 26 oktober 2015
De band naam is vernoemd naar de straat die voor de oefenruimte van de heren loopt in Columbia, South
Carolina. Zij spelen een classic rock achtige stijl met southern soul accenten, met in de basis invloeden van
de Allman Brothers en de Black Crows. De band is ontstaan op de universiteit van South Carolina maar zien
zichzelf vooral als vriendenband.
De muziek klinkt fris, met een sound die je ook veel bij Australische bands zoals Dirty York en The
Widowbirds aantreft. De zanger, Taylor Nicholson, doet qua stijl nogal eens denken aan Benjamin Ringel van
de Delta Saints en heeft een behoorlijke invloed op de sound van de band. Vandaar dat de muziek soms
enige feeling heeft met de Delta Saints.
Na het horen van het eerste nummer, ‘Voices’, met de strofe ‘voices in my head’, kan na het horen van de
hele cd gezegd worden dat de stem in je geheugen blijft hangen. Op ‘Black eye sun rise’ begint Max Becker
met een intro op de bas en dat wordt gevolgd door weer prima zangwerk en heel subtiel gitaarspel van Dave
Beddingfield. Je verwacht dat het nummer op een moment gaat knallen maar dat gebeurd niet, eigenlijk een
verrassend ingetogen nummer. Op ‘Low country blues’ mag Bryce James zijn toetsen even lekker onder
handen nemen met daar tussendoor een heftige slidegitaar solo. En natuurlijk is Patrick Drohan op elk
nummer goed aanwezig op de drums, super strak en meestal de muziek vooruit stuwend.
Het is teveel om alle nummers te beschrijven, maar één ding is zeker, met dit debuut album maken ARC een
grote indruk. En als zij dit gaan volhouden gaan wij zeker meer horen van deze veelbelovende band.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 47 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Assunta & The Light Orchestra
Album:
Live
Label:
Independent
zondag 25 oktober 2015
Onder de ruim opgezette naam Assunta & The Light Orchestra gaat een Belgisch duo schuil. Zangeres en
songwriter Assunta Mandaglio heeft (zuid-)Italiaanse roots, maar is geboren in België. Haar heerlijke
lichthese, maar verder klaarheldere stemgeluid betovert op deze live CD van begin tot eind. Assunta is sinds
2000 actief in de muziek en heeft een indrukwekkend aantal projecten op haar naam staan, waarbij ze als
songwriter haar mannetje staat. Na een goed ontvangen CD met haar band Assunta Mano (2004) volgt een
samenwerking met de Engelse producer Matt Foster en vervolgens met landgenoot Buscemi (in 2012 is er
een door haar geschreven hit : ‘Nite people’). De laatste samenwerking is met de excellente gitarist Pieter
Thys (actief sinds midden jaren 90 van de vorige eeuw), eerst in de elfkoppige band Balaxy Orchestra en nu
dan met het kleinschalige project Assunta & The Light Orchestra. In 2013 werd de debuutCD van deze duoformatie opgenomen, de CD verscheen in 2014 (‘Occupied by the sun’). Tijdens de aan deze CD opgehangen
toer werden de live-opnamen gemaakt die nu op CD verkrijgbaar zijn. De zeven nummers op deze liveCD
brengen etherische muziek tot de luisteraar. Vaak tegen new-age aan, mede door de gevoelige stem van
Assunta en het fenomenale spel van Thys, die zijn eigen experimentele gitaren bouwde (‘double-neck frettles
guitar’, ‘violin guitar’) en hier bespeelt met een intiem en fraai geluid tot gevolg.
‘Assunta & The Light Orchestra live’ brengt gevoelig luistergenot voor de stille momenten van de dag en
vooral van de avond. Je moet het gewoon ondergaan en je laten meespoelen in de wollige wereld van
Assunta en Pieter.
Fred Schmale
Artist:
Buddy Guy
Album:
Born To Play Guitar
Label:
RCA Records
zaterdag 24 oktober 2015
Op zijn nieuwe cd ‘Born To Play Guitar’ blijkt het vuur bij blues veteraan Buddy Guy weer flink opgelaaid te
zijn. Het album, met wederom Tom Hambridge als producer, klinkt fris en eigentijds en is toch stevig
geworteld in de blues traditie, waar hij overigens zelf als sinds de jaren vijftig deel van uitmaakt. Dit album
klinkt weer een stuk geïnspireerder, dan zijn werk van de afgelopen jaren.
Hij heeft weer een aantal topmuzikanten om zich heen verzameld als Reese Wynans, Doyle Bramhall II, Billy
Cox, de McKendree broers en de zussen McCrary en anderen. Natuurlijk zit Tom Hambridge weer echter het
drumstel. Verder zijn er ook nog wat gasten te horen: Billy Gibbons, Kim Wilson, Joss Stone en Van Morrison.
De blues liefhebbers lopen hier regelmatig te mopperen, als er weer een blues challenge zit aan te komen,
dat blues geen wedstrijd is maar een gevoel. Nou, Buddy Guy won in 1958 zijn eerste platencontract bij het
Cobra label, door in een competitie mensen als Otis Rush en Magic Sam te verslaan. En nu, zevenenvijftig (!)
jaar later, laat hij horen dat een beetje competitie hem geen kwaad heeft gedaan.
‘Born To Play Guitar’ is een goed album geworden, dat in een aantal nummers teruggrijpt naar de eenvoud
van zijn beginjaren. Simpele begeleiding van gitaar, piano, bas en drums, waarbij Guy laat horen vocaal
weinig ingeboet te hebben in de loop der jaren. Dit geldt voor de langzame blues nummers als de titelsong
en de nummers “Back Up Mama” en “Come Back Muddy”. Het nummer “Wear It Out” is een stevige blues
rocker geworden, niet in het minst door de bijdrage van ZZ Top’s Billy Gibbons. Kim Wilson’s harmonicaspel
is te horen op Willie Dixon’s “Too Late” en shuffle “Kiss Me Quick”. “(Baby) You Got What It Takes” werd
geschreven door Brook Benton en is een swingende mid-tempo blues met blazers, waarin Guy te horen is in
duet met Joss Stone.
Heel fraai is ook het gospelachtige “Flesh & Bone”, opgedragen aan B.B. King. Fraai ingetogen slidespel,
mooi dragend orgelspel en een vocale bijdrage van Van Morrison. Het album kent geen zwakke nummers en
twaalf van de veertien songs zijn nieuw van de hand van, in verschillende combinaties, Buddy Guy, Tom
Hambridge, Richard Fleming en Gary Nicholson. Sommige nummer hebben een autobiografische inslag,
hoewel Guy er zelf niet aan meeschreef. Buddy Guy mag dan inmiddels bijna tachtig jaar oud zijn, hij is
zeker nog niet versleten. Dit album zal hem ongetwijfeld minimaal weer een Grammy nominatie opleveren.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 48 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Bellfuries
Album:
Workingman's Bellfuries
Label:
Histyle Records
zaterdag 24 oktober 2015
Bij de groepsnaam ‘the Bellfuries’ (letterlijk zoiets als ‘klokduivels’) dacht ik in eerste instantie aan een Ierse
groep, maar het is een groepje jonge honden uit Austin, Texas, die met deze CD aan hun derde toe zijn na
‘Palmyra’ en ‘Just plain lonesome’! De bezetting is gitaar, lead gitaar, bas (staand en elektrisch) en
drums/percussie. De zangers van het stel zijn de gitarist en voornaamste songwriter Joey Simeone (hij
schreef negen van de elf songs op de CD, waarop verder nog twee covers staan) en drummer/percussionist
Chris Sensat. De inspiratie van de heren moeten we zoeken in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Neem
een vleugje Everly Brothers (luister naar ‘Beaumont Blues’), een scheutje Beatles (de cover ‘She’s a
woman’), een snufje Dion and the Bellmonts (‘Bad seed sown’), een toefje Coasters (de cover ‘Baltimore’,
geschreven door Felice en Boudleau Bryant) en een grote dosis rockabilly en je hebt een goede beschrijving
van de muziek van dit enthousiaste kwartet. Mijn favoriet is het vlotte country-achtige liefdesliedje ‘Under
the light of the moon’: ‘ Would you, kindly, help me to see, exactly how you came to give your heart so quick
to me. Do you recall pricisely if the fall took place the night I held you tight, under the light of the moon’.
Geeft tevens een beeld van de songwritercapaciteiten van Simeone, geen moeilijk begrijpbare verhaaltjes.
Wat een lekker CDtje, het speelplezier spat eraf. Ga ze zien op 1 november in dB’s, Utrecht en op 5
november in ‘Huis verloren’ in Hoorn!
Fred Schmale
Artist:
Ashley Monroe
Album:
The Blade
Label:
Warner Music Nashville
zaterdag 24 oktober 2015
De bijna dertigjarige Ashley Monroe komt uit Knoxville, Tennessee. Wat velen niet weten is dat deze
countryzangeres en songwriter een paar jaar geleden (2012) een bescheiden hit had in Nederland met de
band Train. De singel Bruises dook weliswaar niet op in onze nationale top tien, maar mag wel gezien
worden als één van haar eerste stappen om zich te profileren als solo artiest.
Ashley Monroe maakte deel uit van The Pistol Annies, waar o.a. ook Angaleena Presley en Miranda Lambert
ook deel van uitmaakte. Echte country liefhebbers beweren zelfs dat van die drie Monroe over de beste stem
beschikte. Kan dat niet zo goed beoordelen feit is wel dat als je Monroe’s nieuwe CD “The Blade” de nodige
draaibeurten geeft, je niet anders kunt zeggen dat deze flitsende jongedame over een mooi snerpend
snikkend stemgeluid beschikt. Yep, je moet daar van houden, maar het bereik daarvan is ongekend
bovenmaats en heeft bovendien veel weg van een jonge Dolly Parton.
Deze plaat werd overigens opgenomen met Vince Gill, die ook de productie van de voorganger “Like A Rose”
voor zijn rekening nam. Toeval of niet dit album staat vol van “I Will Always Love You” liedjes. Ik kreeg daar
dus, na al die jaren, nog steeds kippenvel van. Toch waren het de eerste twee songs, On To Something Good
en I Buried Your Love Alive, die mij over de streep trokken om deze plaat nader onder de loep te nemen.
Even later duikt nog zo’n lekker deuntje op. If Love Was Fair, kruipt niet alleen tekstueel onder je huid.
Ashley Monroe levert met “The Blade” een interessante country plaatje af. Absoluut niet te sentimenteel of
te bittersweet voor de doorsnee roots muziekliefhebber, naar mijn gevoel. De intieme sfeer op “The Blade”
raakte deze oude roots rocker. Daar is wat voor nodig kan je wel stellen. Monroe deed dit op doortastende
en energieke wijze.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 49 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Teresa Storch
Album:
Come Clean
Label:
Independent
vrijdag 23 oktober 2015
Af en toe wordt ik als recensent verrast met een parel van een CD van een nog onbekende muzikant. Come
Clean van de Amerikaanse zangeres Teresa Storch is er zo’n eentje. Het bijzondere van dit album zit ‘m
onder meer in de inventieve manier waarop de muziek is gearrangeerd. Teresa gebruikte voor Come Clean
liefst 25 muzikanten maar producer Philip Parker zorgde er voor dat het geheel niet verzande in te
doorgeschoten bombast.
Teresa Storch groeide op in Omaha, Nebraska. In eerste instantie wilde zij iets doen met ballet, maar toen
zij een optreden zag in het Red Rocks Amphitheater in Colorado van troubadour Lyle Lovett zei Teresa tot
haar vriendje: Dat wil ik ook doen! Zij sloot zich aan bij de folk scene van Boston met grootheden als Patty
Griffin en Peter Mulvey. In 2008 debuteerde Teresa Storch met het album Stream Of Concrete, gevolgd door
The Honesty Kitchen. De productie voor haar 3e album Come Clean nam 3 jaar in beslag, maar dan heb je in
dit geval ook wat.
Het album opent met een mooie dromerige song. Het is de titeltrack. Het is een mooi filosofisch liedje met
een oproep tot een bredere en open kijk op het leven. Het zachte blazersarrangement klinkt geweldig bij
deze fraaie song. Still gaat in hetzelfde sfeertje door. Een indrukwekkende song over het reflecteren op een
liefdesrelatie. Happy Girl is wellicht het hoogtepunt van dit album. In een onheilspellend decor zingt Teresa
op een klagende wijze: And I love this world, even when it hurts, I’m a happy girl.. De song Abigail brengt
de luisteraar in een ander sfeertje. Gedreven door een prachtige dobro (en mandoline) neemt Teresa mij
mee in de wereld van de bluegrass. Dezelfde sound komt nog eens terug bij Make You Mine met dit keer
een hoofdrol voor de fiddle. Mooie country soul biedt Before I Got Home en Make it Last. De laatst genoemde
bluesy song is ook een hoogtepunt. Een geheel andere sfeer is Paris. Een Europees klinkende cabaret-song,
waarbij je lekker kan gaan liggen aan de oever van de Seine. Ach, er staat eigenlijk geen een slecht nummer
tussen de elf gecomponeerde liedjes van Teresa Storch. Come Clean is een aanrader voor de liefhebbers van
mooi gearrangeerde luistermuziek. In mei 2016 wil Teresa Storch haar eerste Europese toer maken. Zij
zoekt nog podia om op te treden. Geïnteresseerd? Neem dan contact op met Teresa via haar website.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 50 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Dana Immanuell
Album:
Dotted Lines
Label:
Independent
vrijdag 23 oktober 2015
Ze woont tegenwoordig in Noord-Londen, maar studeerde Latijn, Grieks en filosofie in Oxford. Autodidact op
gitaar en banjo. Reeds alle uithoeken van de wereld zag ze, maar niet in de hoedanigheid van muzikant.
Verdienstelijk pokeraar, maar verdiende vooral de kost als verslaggever bij internationale pokertoernooien.
Die bracht haar uiteraard in het mekka van het poker, Las Vegas. Maar bijvoorbeeld ook bij de Amsterdam
Master Classics in het Holland Casino, waar ze onder anderen oud-hockeyster Fatima Moreira de Melo
ontmoette. Tegenwoordig is ze nog steeds freelance journaliste, maar is de focus meer op een
muziekcarrière komen te liggen. Sinds haar jeugd is ze Americanofiel en ontstond ook haar voorliefde voor
countrymuziek en die van Hank Williams in het bijzonder. Die countrymuziek vormt de basis van haar songs,
maar bevat nog veel invloeden uit andere genres. Haar muziek is erg moeilijk in een hokje te plaatsen. In
2011 debuteerde ze met Character Assassination, die een aantal expliciete teksten bevatte. Dit blijft op de
nieuwe cd Dotted Lines beperkt tot een nummer, Be Like Arnie. Hoe goed haar teksten zijn viel me in eerste
instantie niet op, omdat ik totaal opging in de zeer toegankelijke, veelal, heerlijke ritmische uptemponummers. Vooral het gitaarwerk op dit album is van hoog niveau. Het zal U waarschijnlijk niet
verbazen dat veel haar teksten verwijzingen bevatten naar haar pokerachtergrond. Maar in Life in colour
veegt ze de vloer aan met een ex:
And baby you’re not bohemian, and this isn’t arthouse, it is real life
And you can’t be the heroine, you’re just not that bright
And I can’t shake the feeling there’s more to this than dark and light
Yeah I’m in colour and you’re in black and white.
Het nummer zorgt ook voor afwisseling met de up-temponummers. De opnames voor dit album verliepen
overigens zeer traag, er werd maar liefst twee jaar over gedaan in de studio van producer George Malamas.
Ze betaalde hem door met hem de credits van enige liedjes te delen. Dotted Lines is een verrassend sterk
album en neemt een unieke plaats in het huidige roots aanbod
Theo Volk
Artist:
Thorbjorn Risager & The Black Tornado
Album:
Songs From The Road
Label:
Ruf Records
donderdag 22 oktober 2015
Het heeft even geduurd maar ook in Nederland is deze band definitief doorgebroken. En terecht in mijn
ogen. Dit Deense dynamiet kun je gewoon niet ontlopen. Had ik al acht cd’s plus de vinyl edities, nog steeds
is een volgende uitgave welkom, zo ook deze.
De powersound, swingend, dwingend, dringt tot diep in je vezels door. De soulvolle en uit duizenden
herkenbare stem van Thorbjøn weet je te raken, ook al zou ondertiteling soms welkom zijn. Een
blazerssectie die swingt als een trein, een drummer (Martin Seidelin) met soms een razend ritme en straffe
bas (Søren Bøjgaard), zorgen voor een solide basis. Tel daar bij op het gitaar geweld van Thorbjøn en vette
slide van Peter Skjernig en twee heerlijke stemmen van achtergrondzangeressen Lisa Lystam en Ida Bang en
je krijgt al een aardig plaatje. Voor dit optreden werd ook nog eens Emil Balsgaard op toetsen toegevoegd
en met succes, behalve prima begeleiding ook nog eens goed voor fijne boogiewoogie. Het koperwerk
verzorgd door Peter W Kehl, Hans Nybo en Kasper Wagner, is zeer gevarieerd. Maar liefst vijf instrumenten,
te weten trompet, flugelhorn, tenor sax, alt sax en bariton sax, geven enorm veel mogelijkheden en dat is
zeker prettig bij de solo’s, solo’s die overigens nooit te lang duren.
De cd laat je vijftien nummers lang genieten. De dvd doet daar een schepje bovenop met drie extra
nummers. De geluidskwaliteit is uitstekend. Dit heb ik twee keer aan den lijve mogen meemaken, ook in een
kleine zaal zoals in NiXenMeeR is het geluid uitstekend, stevig maar zonder dat je oordoppen nodig hebt. De
dvd is ook van prima kwaliteit, zeker gezien de weinige ruimte die de cameramensen hebben op een overvol
podium, worden er mooie beelden geschoten. Wederom een weer een mooi album uit de reeks ‘Songs from
the road’
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 51 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Paul Kovac & Jen Maurer
Album:
Boy = Girl
Label:
Independent
woensdag 21 oktober 2015
Onder de titel Boy=Girl (Boy equals Girl) brengt het duo Paul Kovac en Jen Maurer in bijna 55 minuten
muziek (16 songs) haar en zijn visie op Americana. Even iets over de twee artiesten. Paul Kovac is geboren
in 1956 en speelt allerlei genres muziek sinds de vroege jaren 70. Bluegrass is een genre dat hij veel heeft
omarmd, ooit speelde hij een paar shows als mandolinespeler van grootheid Bill Monroe. Zijn instrumenten
op deze CD zijn gitaar, bas, banjo, orgel en percussie. Maurer speelt gitaar, banjo, percussie. Zij heeft met
name haar achtergrond in cajun, blues, zydeco, old-time, country en bluegrass. Dus is het redelijk duidelijk
dat we een eclectisch mengelmoesje kunnen verwachten. We horen elementen van bijna alle
rootsstromingen van de USA. Behalve country en bluegrass bespeuren we western swing, rock, oldtime(vooral door de inbreng van banjo), blues en pop. De songs zijn voor precies 75% zelf geschreven, Paul
schreef er 5, Jen ook, samen dus twee. De covers zijn verrassend: ‘Back to black’ van Amy Winehouse, in
een mooi ingetogen versie, ‘Well well well’ van Bob Dylan en Danny O’Keefe (vele hits zijn door hem
geschreven, vooral in de jaren 70 en hij heeft onlangs een mooie CD uitgebracht), verder een countryklassieker van T. Caldwell, Jr (‘This ol’ cowgirl’) en een traditional, ‘Lonesome Reuben’s train’.
Alles bij elkaar is ‘Boy=Girl’ een leuke, gevarieerde CD, waarop prachtig wordt gezongen en gemusiceerd (er
zijn slechts drie bijdragen van anderen, op percussie, fiddle en pedal steel), het meest rockende en bluesy
nummer van de CD is ‘Wish I was on that train’, een zwoele country-tearjerker is ‘What if I fall’.Americana
op zijn leukst, deze CD!
Fred Schmale
Artist:
Banditos
Album:
Banditos
Label:
Bloodshot Records
woensdag 21 oktober 2015
Dit is nog eens een verrassend leuk bandje met een geheel eigen geluid! Het valt niet mee om je in
Americana-land te onderscheiden, maar Banditos is daar zeker in geslaagd. De stijl van deze Southern bar
rockband is moeilijk te omschrijven. Gemakshalve neem ik daarom een treffende typering van een
Amerikaanse recensent over: some kind of rock hootenanny. Deze mix van country, rock, punk, folk, blues
en bluegrass klinkt lekker fris uit de boxen. De 12 eigen liedjes zijn praktisch live opgenomen en een beetje
bijgewerkt. Dat komt de sound ten goede want die klinkt energiek en levendig.
Banditos is een groep uit Nashville, maar het begon ooit in Birmingham, Alabama, waar het zestal een live
reputatie opbouwde in de plaatselijke kroeg. Het leverde hen de bijnaam op van Fanditos. Banditos heeft 3
zangers in de gelederen, waarvan Mary Beth Richards de meeste indruk maakt. Het nieuwe album opent met
een soort psychedelische boogie The Breeze. De wulps huppelende banjo van Stephen Pierce moet het
opnemen met de flink gierende gitaren van Jeffrey Salter en Corey Parsons. Dan volgt een soort sound a la
The Hackensaw Boys met Waitin’. Een onheilspellende rockertje is Golden Grease waarop de gitaristen weer
eens flink uit hun dak gaan. Het eerste rustpunt is het Alabama Shakes achtige bluesje No Good. Dan blijkt
dat de schreeuwerige stem van Mary Beth Richards uitstekend geschikt is voor dit genre. Denk aan Janis
Joplin maar dan wat minder ‘over the top’. Een spuitend rockertje is Still Sober (After All These Beers). In
deze hilarische song klinkt het refrein: Round and round, give me some more, I ain’t gonna stop until I hit
the floor. Old Ways is een heerlijke slow blues; Blue Moosey#2 een traditioneel klinkend country-duet. Tot
slot noem ik nog het ouderwets klinkende Chuck Berry achtige rockertje Cry Baby Cry met een pianist die
wel eens naar Jerry Lee Lewis heeft geluisterd.
Met zo’n geweldig album moet Banditos maar eens snel naar Nederland komen om onze podia onveilig te
maken met hun veelzijdige eclectische rootsmuziek.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 52 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Shemekia Copeland
Album:
Outskirts Of Love
Label:
Alligator Records
maandag 19 oktober 2015
Haar baanbrekende debuut maakte ze in 1998 op 18-jarige leeftijd met Turn The Heat Up!. Ze is de dochter
van de legendarische Texaanse bluesgitarist Johnny Copeland. Haar eerste albums bevatten alleen pure,
hedendaagse bluesmuziek. Sinds Never Going Back uit 2009 werd het tijd voor invloeden uit andere genres.
Dat geldt ook weer voor haar nieuwste cd, Outskirts Of Love, waarop de nodige soul en country-invloeden te
horen zijn. Het album werd vakkunddig geproduceerd door John Hahn en Oliver Wood. Laatstgenoemde is
bekend van de, ook live, geweldige band The Wood Brothers. Ze schreven naast het titelnummer samen nog
twee nummers voor Outskirts Of Love. Daarnaast is een cover te vinden van Jesse Winchester’s Isn’t That
So. Naast hedendaagse blues wordt er een prachtige versie gebracht van Jessie Mae Hemphill’s Lord, Help
The Poor And Needy. Andere goed gekozen covers zijn Long As I Can See The Light van Creedence
Clearwater Revival, Jesus Just Left Chicago van ZZ Top en Wrapped Up In Love Again van Albert King.
Heerlijke country-soul en zwarte humor is te vinden in een van de hoogtepunten Drivin’ Out Of Nashville,
wat over sexuele intimidatie handelt. Het van Solomon Burke bekende I Feel A Sin Comin On wordt volledig
naar haar hand gezet. Ondanks haar kleine gestalte brengt ze haar repertoire krachtig en vol overgave.
Intussen is Outskirts Of Love haar zevende, geweldige studio-album op rij en zijn vooral haar laatste albums
zeer succesvol. Ze won al 8 Blues Music Awards en wordt door collega’s als The Rolling Stones en Jeff Beck
op handen gedragen. Outskirts Of Love is andermaal een bewijs dat ze tot de grote diva’s van de blues
behoort.
Theo Volk
Artist:
Lucie Thorne
Album:
Everything Sings Tonight
Label:
Continental Record Services
maandag 19 oktober 2015
Een jaar of vijf geleden raakte ik zwaar onder de indruk van de uit Tasmanië afkomstige, maar nu vanuit
Melbourne opererende, singer-songwriter Lucie Thorne. Black Across The Field, Lucie Thorne’s achte release,
werd terecht opgepikt door het kleine Wageningse labeltje Smoked Records. Wat mij betreft zette Thorne
zich met dat album definitief op de kaart.
Verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen ik Thorne’s nieuwe plaat Everything Sings Tonight
opzette. Blackwing, waarmee ze dit album opent, betrad al schuifelend mijn huiskamer. Niets maar dan ook
helemaal niets werd omgestoten. Ik wil waarmee zeggen dat Thorne op muzikaal gebied met uiterste
precisie manoeuvreert. Ze neemt plaats en begint voorzichtig te roffelen op mijn tafelkleed. The Rushing
Dark zou op die manier opgenomen kunnen zijn. Lekker! O nee dacht ik toen ik Room To Burn hoorde
kloppen. Je hoort Thorne’s subtiel gitaarspel en de doffe klappen van drummer Hamish Stuart. Knap gedaan!
De daaropvolgende tracks Darlin If We Could en Everything Sings klinken dan ineens een herhaling van de
zojuist gemaakte zette. Thorn’s hese stemgeluid zingt egale tonen en blijft daar na een minute of
vijfentwintig te lang in hangen. Een opleving of afwisseling dan in het met een orgeltje uitgevoerde Not
Waiting Now.
Thorne’s lome, schilderachtige poëtische vorm van folkrock op Everything Sings Tonight leest opnieuw als
een goed boek op een vrije zondagmiddag. Muzikaal gezien heeft het naar mijn beleving te weinig om het
lijf. Thorne zou haar liedjes meer muzikale diepgang en spanning mee kunnen geven. Ik adviseer haar dan
ook om bijvoorbeeld eens met Chris Eckman en Carla Torgerson om tafel te gaan. In dat gezelschap zouden
haar opzienbarende creatieve ideeën werkelijk meer klankkleur meekrijgen.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 53 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Micky & The Motorcars
Album:
Across The Pond
Label:
Blue Rose Records
zondag 18 oktober 2015
In Duitsland loopt men weg met een band als Micky & The Motorcars, van de gebroeders Micky en Gary
Braun uit Austin, Texas. Ze maken ongecompliceerde, knisperende countryrock. Die belangstelling daar
wordt voortdurend gevoed door het Duitse Blue Rose-label, dat al vele jaren albums uitbrengt van
doorgaans heel interessante americana-muzikanten. Een behoorlijk aantal wordt ook letterlijk een Europees
podium geboden. Zodra een soloartiest of band toetreedt tot de Blue Rose-stal, volgt tamelijk vaak een
tournee in Duitsland en daarbuiten. Niet zelden wordt van die optredens een live-album uitgebracht. Het
album Across The Pond is er zo eentje. M & The M stond op 23 september 2013 In The Saloon in Heilbronn
en een paar dagen later in het Laboratorium in Stuttgart op het affiche. Van beide sets zijn twaalf nummers
op het album terechtgekomen, inclusief Nobody’s Girl (van Reckless Kelly, de andere band uit de familie
Braun, met de broers Willy en Cody aan het roer) Wie M & The M een beetje kent, zal niet verrast zijn over
wat er ten gehore wordt gebracht. Het vriendelijke, bij vlagen aanstekelijke country-rockgeluid wijkt
nauwelijks af van het studiorepertoire, dat eveneens behoorlijk live klinkt. Echt spannend wordt het niet,
maar gewoon een goeie plaat met veel vaart is het wel. Een nummer als Big Casino, waarin Gary Braun de
lead zang voor even heel overtuigend overneemt van broer Micky, gaat erin als gesneden koek. Waarom
trouwens maar één keer? Zijn vollere stem bevalt me beter dan de scherpere country stem van Micky. Maar
goed, M & The M levert een prima performance, mede dankzij de in topvorm verkerende leadgitarist Justin
Schaefer. Kort en goed: Across The Pond is een onderhoudende plaat, die saaie autoritten veraangenaamt.
Om maar wat te noemen.
Huub Thomassen
Artist:
Heather Nova
Album:
The Way It Feels
Label:
V2 Records
zaterdag 17 oktober 2015
Hoewel de muziek van Heather Nova (Bermuda, 6 juli 1967) met woorden als ‘finesse’, ‘delicaat’, ‘verzorgd’,
‘poëtisch’ (haar teksten) en ‘betoverend’ (soms) gekenschetst kan worden, blijft die eerste indruk, ‘wat is
het eigenlijk een tutje’, wat mij betreft immer aan haar kleven. Ook The Way It Feels, haar zevende album,
brengt me niet op andere gedachten. Het was alweer enige tijd geleden dat een plaat van de feeërieke
eilandbewoonster het licht zag. In 2011 verscheen 300 Days At Sea en daarna trad een zekere stilte rondom
haar in. Ongetwijfeld is de opvoeding van haar zoon Sebastiaan (aan wie ze op The Way It Feels twee liedjes
wijdt, Treehouse en Moon River Days) hier debet aan. Net zoals haar vastgelopen huwelijk. Er zijn
recensenten en journalisten die The Way It Feels bestempelen tot het beste dat Nova, die eigenlijk Heather
Allison Frith heet, het levenslicht deed zien. Ik zal ze niet tegenspreken, want liedjes als The Archeologist,
voornoemde liedjes over haar zoon, het een treurende vriendin opbeurende Girl On The Mountain en het met
een fraaie pedal steel aangelengde I'm Air, ze zijn allemaal te voorzien van de adjectieven waarmee deze
recensie opende. Waar wringt er dan toch een klein schoentje? In de productie van Jay Clifford en Josh Kaler
die hoewel deze onberispelijk en aangenaam aandoet, toch ook wat al te keurig kan worden genoemd. Dat ik
dit hier schrijf en ook nog eens meen dat hetzelfde opgeld doet voor haar stem, het is allemaal slechts
mening en persoonlijke opvatting, neemt u deze voor wat hen haar waard acht. Want ongeveer hier, zo
tegen het einde van dit schrijven, heeft een nieuwe gedachte in mij postgevat. Nee, Heather Nova is voor
mij niet “(…) an amazing amalgam of Joni Mitchell against a sonic background of The Velvet Underground.”
zoals één recensent schreef. Maar enige verwantschap met de muziek van Lana Del Rey hoor ik ineens wél.
De drie albums die de New Yorkse tot dusver maakte kan ik zeer waarderen. Het is dus niet uit te sluiten dat
over enige tijd, bij het herlezen van deze recensie, door mij de woorden ‘tutje’, ‘al te keurig’ en ‘hetzelfde
opgeld doet voor haar stem’ zullen worden verwijderd.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 54 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Charlie Roth
Album:
Oh My Stars
Label:
Independent
zaterdag 17 oktober 2015
Charlie Roth (Minnesota, USA) is een oude rot in het vak. Bij het bespreken van zijn zesde CD, ‘Tartan
cactus heart’ (2012) schreef ik: ‘Een heerlijke echte verhalende singer-songwriter-CD in de traditie van Tom
Paxton en Bill Staines, deze ‘Tartan cactus heart’ van Charlie Roth. En dat geldt zeker ook voor deze
gevarieerde nieuweling, waarop we 12 songs horen voorbijkomen. Elf ervan zijn er van Charlie, vier daarvan
schreef hij met een collega singer-songwriter. Nummer twaalf is van de hand van de mij onbekende Matt
Walvatne (een honkytonkertje/westernswingertje, ‘Imma maker happy’). De begeleiding is behalve van zijn
eigen band, ‘The healers’ (gitaren, bas, drums/percussie) ook (op drie nummers) in handen van Jonathan
Byrd & The Pickup Cowboys (vocals, banjo/zaag/mandoline/slide gitaar, cello/bas) en (op twee nummers) de
Keltische groep ‘Ring of Kerry’. ‘The Henry Girls’ uit Donegan, Ierland zingen op een aantal nummers
hemelse achtergrondvocalen. De vergelijking met – vooral – Bill Staines is zeker te maken, Charlie roept
dezelfde ‘folky sfeer’ op en schrijft vergelijkbaar melodieuze en aangename liedjes. Leuk is de inbreng van
Keltische muziek en een Mexicaans ritme in een aantal van de songs.
Wederom laat deze Charlie Roth mij genieten van zijn muziek. De man is een begenadigd troubadour en zijn
mooie, subtiele songs blijven mij bekoren. Deze man verdient veel meer aandacht!!!
Fred Schmale
Artist:
Josh Ritter
Album:
Sermon On The Rocks
Label:
V2 Records
vrijdag 16 oktober 2015
Ritter’s Sermon On The Rocks geproduceerde door Josh samen met Trina Shoemaker (Queens of the Stone
Age, Emmylou Harris). Dit album bevat maar liefst twaalf tracks die in twee weken tijd werden opgenomen
in de Parlor Recording Studio in New Orleans. Ritter dook samen met Matt Barrick (The Walkman) op drums,
bassist Zachariah Hickman, gitarist Joshua Kaufman (Keb' Mo') en pianist Sam Kassirer (Bhi Bhiman en Joe
Pug) de studio in en produceerde, naar mijn beleving, een van de meest ambitieuze platen die hij tot dusver
maakte.
Doelbewust, zoals de meeste van jullie hem kennen, gooit hij op dit album het roer om. Deze tekstdichter
weet wat hij wil en steekt dat ook niet onder stoelen of banken. “I wanted to make something grand. I
wanted it to swing hard.” Yep, en zo is het. “I wanted to move and I wanted to dance” lees ik dan in zijn
promotie betoog. Dit album opent namelijk met Birds Of The Meadow. Wie lekker verstillend in een hoekje
kan zitten mijmeren mag het proberen, zeker weten dat het bij proberen blijft, lukken doet het niet. Sermon
On The Rocks bevat namelijk prachtige pop rock liedje die we de komende tijs zonder enige twijfel op de
radio zullen gaan horen. Ook het daarop volgens zeer verrassend zwalkende Young Moses behaald een dikke
voldoende. Ritter maakt het zichzelf niet gemakkelijk “I wanted to make something important to me and to
no one else.” Dit blijft hangen zeg. Met het liedje Henrietta, Indiana horen we een vleugje Ritter in de
achteruit stand. De verslavende tekst vondsten worden muzikaal kunstig geïnjecteerd. Net als je denkt ik
zak weg schut Ritter Getting Ready To Get Down uit zijn mauw. “I wanted to play messianic oracular honkytonk” Het is de eerste singles die van dit album getrokken is. Dit album staat er vol van Seeing Me 'Round en
The Stone komen daar natuurlijk ook voor in aanmerking.
Josh Ritter heeft op Sermon On The Rocks zichzelf her ontdekt. “I wanted it like I’ve never wanted anything
in my life. I wanted it because life is short” propagandeert hij verder. Wie ben ik om dit tegen te spreken.
Sermon On The Rocks staat dit jaar in mijn Amazing Ten 2015.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 55 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Galley Beggar
Album:
Silence And Tears
Label:
Rise Above Records
woensdag 14 oktober 2015
Galley Beggar is een naam die je in feite direct koppelt aan het UK en dat is helemaal juist! Het is in de
Engelse folklore de naam voor een geheimzinnige vleesloze geest die gillend (en daarmee de nodige lui de
stuipen op het lijf jaagt) op zoek is naar zijn eigen hoofd. De zeskoppige groep met dezelfde naam heeft zijn
hoofd duidelijk al gevonden, getuige de puike Engelse Keltisch getinte folk op dit derde album. Zelf noemen
ze hun muziek ‘acid folk’, omdat er mede naar elektrische instrumenten wordt gegrepen. De inspiratie komt
uit de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw en met name van groepen als Fairport Convention, Pentangle,
Fotheringay, Steeleye Span en consorten. En dat hoor je en dat geniet je als rechtgeaarde liefhebber van dit
fijne genre. Het instrumentarium is niet onverwacht: gitaar, mandoline, bas, viool en drums/percussie. De
vocalen zijn vooral in handen van Maria O’Donnell (geen instrument), met harmonische en achtergrondhulp
van Paul Dadswell (drums/percussie) en Mat Fowler (gitaar, mandoline). Ze schuwen de interessante
tempowisselingen van hun inspiratoren niet.
Prima werk van een interessante, echt Britse folkgroep met pit en durf. Voor de liefhebbers van de Engelse
folk van o.m. Fairfort Convention een must!
Fred Schmale
Artist:
The Coffis Brothers & The Mountain Men
Album:
Wrong Side Of The Road
Label:
Independent
maandag 12 oktober 2015
De multi-instrumentale broers Jamie en Kellen Coffis, op gegroeid in de bergen van Santa Cruz, aangevuld
met ‘The mountain men’ Henry Chadwick (drums/percussie), Mason Hutchinson (bas) en Kyle Poppen (lead
en rhythm gitaar) hebben in het verleden goed geluisterd naar Tom Petty, Neil Young en de Beatles. En dat
is goed te horen in hun muziek die een mix van country, folk, blues en rock ‘n’ roll herbergen. Zo is in
‘Trouble town’ de vroege Tom Petty te horen en in ‘Love of mine’ de Beatles. De nummers zitten prima in
elkaar, sommigen misschien wat zoetsappig maar wel met prachtige harmonieën zoals de Beatles dat ook
hadden. De steviger nummers zijn mij iets meer op het lijf geschreven. Het nummer ‘Rollin’ is daar een mooi
voorbeeld van, het doet een beetje denken aan het album ‘American stars and bars’ van Neil Young, een
heerlijk nummer. Maar als je even later ‘Runaways’ hoort is het enorm schakelen, zit je net in de flow van
een stijl, dan wordt het even later over een compleet andere boeg gegooid, zoals ‘Big time’, een hele mooie
gruizige blues. De stijlen liggen soms zo ver uit elkaar dat het mij begint te irriteren. En dat laatste is
jammer gezien de muzikale kwaliteiten. Ik had liever de muziek opgesplitst gezien in twee cd’s, elk met hun
bijpassende stijlen zodat je een cd kiest die bij je stemming past. En in dat geval was ik louter positief
geweest want musiceren kunnen deze heren.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 56 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Kerstin Blodig
Album:
Out Of The Woods
Label:
Stockfisch Records
zondag 11 oktober 2015
Kerstin Blodig is een Noorse singer-songwriter die haar Noorse roots vermengt met Keltische invloeden en
zodoende een geheel eigen stijl heeft ontwikkeld. Ze speelt zowel solo als in verschillende Keltische groepen
als Talking Water en Norland Wood (waarin ook twee leden van de bekende groep Clannad spelen). Met
hjaar levenspartner, de Schotse gitarist Ian Melrose, heeft ze het duo Kelpie, inmiddels goed voor vier CD’s.
Zo alles bij elkaar zijn er twaalf CD’s verschenen waarop zij te horen is en met ‘Out of the woods’ is zij aan
nummer 13 toe. ‘Out of the woods’ verscheen op het prachtige Stockfisch label onder leiding van de
onvermoeibare Günter Pauler, die de opnames maakte in de bossen van Gieseberg in Duitsland in juni 2011.
Kerstin speelt heel verdienstelijk gitaar (Gibson L-60) en heeft de stem van ‘een heldere fjord aan de kust
van Noorwegen’, in de begeleiding horen we naast haar compaan Ian Melrose (gitaar, whistle) vaak Urs
Fuchs op bas en soms Manfred Leuchter op accordeon, Yoki Jockusch op percussie, Mia Gunberg Adin op
nykkelharpa en Liv Vester Larsen op fiddle. Het repertoire is divers, er staan op de CD drie instrumentaaltjes
(met soms steminkleuring door Kerstin) van eigen hand (Kerstin/Ian) onder de titels Out of the woods 1
(Impro), 2 (Impro) en 3 (Impro) gespeeld door Kerstin, Ian en bas en percussie (op nr 2 speelt Ian
‘seljefloyte’, op 1 horen we hem ook op een fluit, maar dat wordt nergens vermeld), enkele traditionals uit
Noorwegen (3) en Schotland (1) en eigen werk van Kerstin. Ze zingt met de stem van een ‘non-smoker’
(aldus het tekstboekje) zowel in het Engels als in het Noors (waar het boekje de vertalingen bij levert).
Subtiliteit troef op deze mooie CD met muziek die minstens even verstild is als menig Noorse fjord.
Hoe subtiel kan folkmuziek zijn, op deze CD is de muziek op zijn allergevoeligst. Bloemen, trollen, het bos,
een verdwaalde raaf met goed nieuws, elfjes, maneschijn, nachtegalen en andere vogels, zij allen spelen een
hoofdrol in de verzameling liedjes die Kerstin Blodig op deze bijzondere CD heeft gezet. Mooi!!!!!!!
Fred Schmale
Artist:
Mahalia Barnes & The Soul Mates (feat. Joe Bonamassa)
Album:
Ooh Yea - The Betty Davis Songbook
Label:
Provogue Records
zaterdag 10 oktober 2015
Mahalia Barnes, geboren 1982, is een Australische rockzangeres, met nog niet echt een grote staat van
dienst. Halverwege het vorige decennium bracht ze twee EP’s uit en haar debuutalbum (Mahalia Barnes and
the Soul Mates, Volume 1) zag in 2008 het levenslicht. Daarnaast is ze ook op twee singles te horen met
haar vader Jimmy Barnes (bekend van de band Cold Chisel en later, vooral in Australië, van een imposante
solocarrière). Gemakshalve heeft ze zijn artiestennaam maar overgenomen.
Oh Yeah! The Betty Davis Songbook is dus haar tweede volledige album en een eerbetoon aan de
Amerikaanse zangeres Betty Davis, die haar artiestennaam dan weer ontleende aan haar achtgenoot Miles.
Nu ben ik niet echt bekend met het werk van Betty Davis en ook Mahalia Barnes zei me, voor ik dit album
hoorde, niet veel, dus sta ik er eigenlijk helemaal blank tegenover.
De Soul Mates bestaan uit Franco Raggatt (gitaar), Clayton Doley (orgel, piano), Lachlan Doley (clavinet,
Rhodes), Ben Rodgers (bas), David Hibbard (drums), Yanya Boston (conga's), en achtergrond vocalisten
Darren Percival, Jade MacRae en Juanita Tippins. Het album werd in drie dagen tijd live opgenomen.
De muziek is een mengeling van rock, soul en funk met hier en daar een psychedelisch sausje. Het album
opent met een lekker, stevig rocknummer “If I’m In Luck I Might Get Picked Up”. Ook het nummer “Nasty
Girls” valt in deze categorie. “In The Meantime” en “Shoop-B-Doo And Cop Him” zijn prima soulballads.
“Game Is My Middle Name” is dan weer een lekker funk nummer.
Op zich is deze schrijf een prima kennismaking met miss Barnes. Persoonlijk vind ik haar als rockzangeres
nog het sterkst, hoewel ze het er ook in de andere stijlen niet slecht vanaf brengt. Leuk is ook de bijdrage
van Bonamassa, die af en toe lekker losgaat, maar toch niet te dominant aanwezig is.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 57 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Gregory Page
Album:
Let's Fall In Love Again
Label:
V2 Records
vrijdag 9 oktober 2015
Een van de vele kwaliteiten van de Britse tv-serie The Singing Detective, een memorabele miniserie uit
1986, is het grensverleggende gebruik van muziek in de verhaallijnen. Hoofdpersonage Philip E. Marlow, een
glansrol van acteur Michael Gambon, leidt door de medicijnen die hij slikt om een zware huidziekte te
bestrijden aan hallucinaties waarin anderen én hijzelf plots in zingen uitbarsten. Dat schrijver Dennis Potter
een liefhebber was van muziek uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, maakte dat onterecht
vergeten grootheden als Dick Haymes, de Mills Brothers en Anne Shelton nog eens prominent in de
schijnwerpers werden geplaatst. Maar de liedjes die mij het meest wisten te bekoren, waren die van The Ink
Spots, een zwart vocal harmony kwartet dat dreef op de onvergelijkelijke stem van Bill Kenny en de
wonderlijke harmonieën van Charlie Fuqua, Deek Watson en Oriville ‘Hoppy’ Jones.
Die associatie ligt voor de hand als je ziet en hoort dat de Amerikaans-Ierse muzikant Grogory Page ervoor
kiest om ‘I Don’t Want to Set the World on Fire’ te coveren op het door jazz, vroege rhythm and blues en
doo-wop geïnspireerde Let’s Fall in Love Again, zijn nieuwste album – zijn vierde samenwerking met Jason
Mraz. De versie van Page verschilt overigens maar weinig van wat de Ink Spots er in 1943 van maakten, zij
het dat het stemgeluid van Bill Kenny niet te vergelijken is met dat van Page. Wat meteen opvalt, is de
ambitieuze songkeuze van Page. Naast een aantal smaakvolle eigen nummers, waarvan vooral ‘That’s You’
mij bevalt, kiest hij voor monumentale songs als ‘More Than You Know’, ‘The Story of Love’, ‘I Can’t Give
You Anything But Love’ en ‘When Youre Smiling’. Stuk voor stuk standards die al in hun definitieve vorm
waren gegoten door respectievelijk Billy Hollyday, The Five Keys, Ella Fitzgerald en Dean Martin. Maar
Gregory Page en zijn uitstekende begeleiders komen er niet alleen mee weg, hun versies blijven keurig
rechtovereind, zónder de genoemde uitvoeringen naar de kroon te steken. Wat uiteraard helemaal niet hoeft.
Page zingt naar goede gewoonte ontspannen en met veel gevoel voor de juiste frasering en timing. Het lijkt
hem wat dat betreft niet uit te maken of hij zijn jazz-, folk-, pop- of variétéjas aanheeft. Nog een mooie
traditie is dat zijn begeleiders de tien nummers op dit album, inclusief de sfeervolle instrumentale afsluiter
‘Cup of Moonlight’, soepel en gepast inkleuren. Een speciale vermelding is in dit geval weggelegd voor Sky
Ladd, die met zijn subtiele pianotoets een groot aandeel heeft in de geslaagde retrospectieve klankkleur van
Let’s Fall in Love Again.
Martin Overheul
donderdag 24 december 2015
Pagina 58 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Kees Dusink
Album:
Forever Blue
Label:
Independent
donderdag 8 oktober 2015
Tien jaar lang was Kees Dusink gitarist in een van de toonaangevende Nederlandse blues groepen, de
Twelve Bar Blues Band. De groep kreeg de Dutch Blues Award voor beste band van 2011 en voor 2012 kreeg
Kees een zelfde award als beste gitarist.
Al een tijdje liep hij rond met het idee om het 12BBB nummer “Marian”, geschreven voor zijn grote liefde, in
een instrumentale versie op te nemen. Een aantal muzikanten werden benaderd en uiteindelijk groeide het
idee uit tot de opname van een compleet instrumentale blues cd. Voor zover mij bekend de eerste in
Nederland.
Met Willem van der Schoof op toetsen, Bas Mali op ritmegitaar, Bas Buis op bas en Frans Ogiér op drums
werden begin dit jaar in de Marmelade Studio in Delft een aantal nummers opgenomen. Harmonicaspeler
Robin van Roon schoof ook nog een paar dagen aan.
Het resultaat werd eind juni gepresenteerd en het eindresultaat is er een om trots op te zijn. De cd opent
met lyrische tonen van Kees, gespeeld op zijn rode Gibson’ Lucille’, dan zet de band het licht dreigende
thema van het nummer in, dat overgaat in de vloeiende melodielijn van de leadgitaar en horen we titelsong
“Forever Blue”. “Harbour Swing” maakt zijn titel helemaal waar. Een lekkere swing met lekker jazzy
drumwerk van Frans Ogiér.
De slide-gitaar wordt slechts twee keer gebruikt, eerst in Peter Green’s “Albatross”, een nummer dat
verrassend genoeg niet gebaseerd is op Green’s eigen versie, maar op de uitvoering van Rick de Vito.
Mijn favoriete nummer is het ander slidewerkje, het Cooder-eske “Blues To The Bone”, dat heerlijk ingetogen
begint, maar een fraaie spanningsboog heeft. Kippenvel! Robin van Roon is op twee nummers te horen,
waarvan vooral “No Wonder” een pareltje is. Lekker gedragen door een subtiele Hammond partij weten Kees
en Robin dit nummer perfect op te bouwen en weer te laten terugzakken. Ze weten me een kleine zes
minuten met twee akkoorden volledig in de greep te houden: het zegt mij genoeg over de kwaliteit van het
muzikanten.
Negen eigen nummers en twee covers met naast het genoemde “Albatross” nog een Peter Green nummer,
“Man Of The World”. Dat Green een grote held van Kees is, was al lang aan zijn gitaarspel te horen.
Over het soulachtige “Back In Time” was men in eerste instantie niet tevreden, maar door wat creatief werk
van geluidsmensen Roland Dirkse en Sven “Hammond” Figee heeft dit nummer zijn aanwezigheid op het
album zeker verdiend. En met “Marian” bereikt men de apotheose van dit bijzondere album, dat zowel elke
blues- als gitaarliefhebber in huis zou moeten hebben.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 59 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Sofia Talvik
Album:
Big Sky Country
Label:
Independent
donderdag 8 oktober 2015
Sofia Talvik is een naam die je eerder aan een oost-Europees land zou koppelen dan aan Zweden, maar
Sofia is afkomstig uit Zweden, waar deze zesde CD (sinds 2005) van haar deels werd opgenomen in
Stockholm, de overige opnames werden in Berlijn gemaakt. Sofia zingt met een engelachtige stem en speelt
de akoestische gitaar (maar is ook verantwoordelijk voor ‘all other instruments’ – behalve de genoemde,
uiteraard), in de begeleiding horen we gitaar, drums/percussie, bas, banjo en viool. Verder zijn er
gastbijdragen op cello en piano en ook de nodige blazers (in ‘Bonfire’, maar geen credits, wellicht door Sofia
met een synthesizer ingekleurd – zijn dit die ‘all other instruments’?). Van de elf songs schreef Sofia er 10,
nummer elf is een cover van een Buffy Sainte-Marie song, ‘Starwalker’. De muziek van Sofia is lieflijk, de
meeste liedjes zijn van een soft country-pop karakter. Ze vliegen niet direct binnen en zijn iets te eenvormig
om optimaal te boeien. Boven de rest uit stijgt het gevoelige ‘Dusty heart, empty hand’ en de mooie versie
van ‘Starwalker’, waar we duidelijk invloeden van de muziek van de native Americans horen (niet onlogisch
als Sainte-Marie de schrijver is).
‘Big sky country’ is een aardige CD van een mooie en lief (soms ietwat Keltisch, denk aan Enya) klinkende
Zweedse, maar zoals ik al zei is het geheel niet verrassend genoeg en te eenvormig om echt te boeien.
Fred Schmale
Artist:
David Gogo
Album:
Vicksburg Call
Label:
Factor Recordings
woensdag 7 oktober 2015
Vickburg call is alweer het veertiende album van de Canadees David Gogo. Ditmaal opgenomen in de
hagelnieuwe studio van Rick Salt. Hij heeft al vaker albums opgenomen bij Rick maar deze studio zou het
live gevoel beter weergeven. Dus maar even zijn voorgaande cd’s tevoorschijn gehaald. En inderdaad het
verschil hoor je, het klinkt meer als een band, completer en warmer. Hij heeft het label van bluesrock maar
in dit geval is het toch meer rock met een laagje blues afgewisseld met zeer mooie rustige nummers en daar
is niks mis mee.
De opener ‘Cuts me to the bone’ is zo’n (hard)rocknummer, met een lekkere stevige groove, grommende
gitaar en stevige slide. “Fooling myself’ is dan wel een bluesrock nummer, waar hij de steun krijgt van
gitarist Kim Simmonds (Savoy Brown) en gezamenlijk maken zij hier een puik nummer van. ‘The loner’, een
cover van Neil Young weet hij op zijn eigen wijze te spelen, zonder dat het afbreuk doet aan het origineel. En
dat geldt ook voor de andere covers op dit album, ‘Jet set’ van Stephen Stills is prachtig en van ‘Why’ van
Annie Lennox ben ik onder de indruk. De vierde cover is er één van Victor Anthony, ‘There’s a hole’,
opvallend vooral omdat Victor deze onlangs zelf heeft uitgebracht op zijn album ‘Mystery loves company’ en
nu dus al gecoverd, en hoe!
Al met al een lovenswaardig album van David die zeker de aandacht verdiend.
https://youtu.be/K3SNow6WK2Y
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 60 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Hazmat Modine
Album:
Hazmat Modine
Label:
Independent
woensdag 7 oktober 2015
Een probleem kan Extra-Deluxe-Supreme best hebben. “Aan een boom, zo vol geladen, / mist men vijf zes
pruimen niet.” De beroemde woorden van Hiëronymus van Alphen (1746-1803) kenmerken de nieuwe cd
van het New Yorkse Hazmat Modine als geen andere. Overvloed is hier het kernwoord. De acht leden van dit
eclectische muziekgezelschap (‘band’ doet de veelzijdige vakbekwaamheid van deze muzikanten geen recht)
spelen de sterren van de hemel. Tuba, saxofoon, trompet, banjo, gitaar en de diatonische mondharmonica.
Hoor die Wade Schuman in End Of Sweet Dreams dat laatste instrument eens aan zijn lippen zetten! In
midtempo bestrijken de heren en dames vele landstreken en de daaraan gerelateerde muziekstijlen zodat
een hoogst opmerkelijk samensmelting van jazz, cajun, country, klezmer, gospel en (ze noemen het zelf)
‘Egyptische Afro-pop’ te horen valt. Waar ze nog aan toe voegen dat de term ‘barokke blues’ wat hen betreft
ook best mag vallen.
Het probleem van het probleem waar deze cd niet helemaal van slag van raakt, maar toch, is dat het hier
het zingen betreft. Misschien nog niet eens de techniek van het zingen. Toonhoogte, samenzang en
frasering, het is allemaal dik in orde. Nee, het is de voordracht die het wat af laat weten. Waar de band live
ongetwijfeld een hele zaal moeiteloos een halve meter omhoog speelt zodat podium en publiek op gelijke
hoogte vertoeven, is het de zang die de luisteraar thuis aan de grond gekluisterd houdt. Natuurlijk, dit
gezelschap en hun muziek mag niet worden gevraagd om de energie van een Chuck Berry, om maar eens
iemand te noemen, te evenaren. Per slot van rekening speelt Hazmat Modine geen rock ‘n’ roll. Maar iets
meer vuur, betere stemmen? Graag! Het had van Extra-Deluxe-Supreme een plaat om u tegen te zeggen
gemaakt. Nu zeggen we ‘jij’ en ‘je’ tegen dit werk als we onze waardering kenbaar maken en een
schouderklopje uitdelen.
Wim Boluijt
Artist:
Los Lobos
Album:
Gates Of Gold
Label:
Proper
dinsdag 6 oktober 2015
Het collectief Los Lobos is actief sinds het begin van de jaren 80 en heeft in zijn bestaan vele trouwe
vrienden gemaakt met hun aanstekelijke mengsel van rock, blues, tex-mex, country, cumbia, mariachi,
bolero en norteno. In de loop der jaren hebben zanger David Hidalgo en zijn companen ons een heel
gevarieerd repertoire voorgezet. Voor mij blijft toch het Spaanstalige ‘La pistola y el corazon’ (1988) met
zijn keur aan midden- en zuid-Amerikaanse muziekstijlen het hoogtepunt, maar anderen zullen een meer
rock-geöriënteerd werkstuk wellicht beter waarderen. De nieuwste CD van onze helden van Los Lobos, de
eerste CD na ‘Tin can trust’ (de titelsong hiervan stond zelfs even in de Nederlandse top-100) uit 2010 is
echt voor elk wat wils. Een echte Los Lobos-productie met ruimte voor vrijwel alle hierboven genoemde
genres. De eerste nummers zijn duidelijk rock-geöriënteerd met zelf jazzy accenten in ‘When we were free’
en up-tempo southern rock in ‘Mis-treater boogie blues’. Vanaf het zesde nummer komt er aandacht voor
Spaanstalige songs met bijbehorende ritmes. Zo passeren ‘Poquito para aqui’, een cumbia en ‘La tumba sera
el final’, rasechte tex-mex. Tussen deze nummers in staat de titelsong, een mooie slepende rocker met een
fraaie mandoline-intro. Naar het einde toe komen er wat ballades en een heerlijk bluesnummer, ‘I believed
you so’. Het zou zomaar een nummer van Elmore James kunnen zijn!
Kortom, de wolven (letterlijke vertaling van ‘Los Lobos’) leven nog en hoe! Gave mixmuziek van een eeuwig
jeugdige band!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 61 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Bhi Bhiman
Album:
Rhythm & Reason
Label:
BooCoo Music
dinsdag 6 oktober 2015
Hij durft, die Bhi Bhiman. Zingt me daar frank en vrij over naar Brussel verhuizen. Sterker nog, hij
overweegt ook andere plaatsen om zich te vestigen. Moving To Brussels, zal dit aanstekelijke liedje uit
Wilders’ sound system weerklinken? Bhiman mag dan geboren zijn in St. Louis, Missouri, zijn ouders komen
uit Sri Lanka. Wantrouwen maakt meer stuk dan bommen.
Dit - http://www.realrootscafe.com/2013/04/16/bhiman/ - schreven we over het tweede album van Bhiman.
Slim, gedreven, social bewogen (immigratie, sociale uitsluiting en rassenkwesties, hij snijdt het allemaal
aan) én, niet onbelangrijk, een uitstekend liedjesschrijver en performer.
Bhiman durft. Zo gaat het prachtige Up In Arms over Huey Newton, medeoprichter van Black Panters.
Politicians never see the brown boy starving
Like Malcolm X and Martin King and Marcus Garvey.
We zijn, zo wil Bhiman maar zeggen, niet zoveel opgeschoten sinds de protesten van de jaren zestig. De
viool in dit liedje is van Rhiannon Giddens. Newton zal later in zijn leven verzinken in een zee van drugs.
Wat valt er na dit liedje nog te schrijven? Dat Rhythm & Reason een schitterende plaat is, dat de
tegendraadsheid van Bhiman in dit ons tijdsgewricht van essentieel belang is en dat we woorden als soul,
country en rock en namen als Bob Marley en Pops Staples niet eens hebben gebruikt? Dat. Precies dat.
Wim Boluijt
Artist:
Rod Picott
Album:
Fortune
Label:
Welding Records
maandag 5 oktober 2015
Ongeveer 15 jaar geleden: mensen uit zijn eigen omgeving raden hem sterk af muzikant te worden. Te
weinig talent als liedjesschrijver en zanger. Blijf maar gewoon werken als trucker of in de bouw, zo luidt het
ongevraagde advies aan Rod Picott. Hij op zijn beurt: weet je wat, ik ga verhuizen naar Nashville,
Tennessee, vastbesloten als nooit tevoren zijn droom waar te gaan maken. Anno 2000 strijkt hij neer in dé
stad van de country. In 2001verschijnt zijn eerste album Tiger Tom Dixons Blues en nemen Fred Eaglesmith
en Ray Wylie Hubbard liedjes van hem op. Een lekker voortvarend begin, dat hij weet te vervolgen met een
serie prima albums, waaronder de duetplaat Sew Your Heart With Wires uit 2009, met zijn toenmalige
geliefde Amanda Shires. Met het recente Fortune is hij intussen aan zijn achtste plaat toe. Zonder twijfel zijn
persoonlijkste en boeiendste. Zelfonderzoek van relaties en empathie voor hen die het noodlot treft, vormen
de onderwerpen van de fraai uitgewerkte, metaforische teksten. Hoewel zijn muzikaal vertrouwde stramien
van rustige, sobere ‘man met akoestische gitaar’ liedjes, in afwisseling met temporijke alt. countryrockers
ook nu aanwezig is, klinken de twaalf uitstekende liedjes op Fortune – mede door wat blues invloeden –
uiteenlopender, intiemer, donkerder en bovenal bezielder. De combinatie van zijn doorleefde stemgeluid
(ondanks of dankzij vermeend tekort aan zangtechniek, prachtig schor en melancholisch) en de ontspannen,
hartveroverende begeleiding van gitarist Will Kimbrough, drummer Neilsson Hubbard en akoestisch bassist
Lex Price, zorgt voor subtiel dynamische en sfeerrijke accenten in de akoestische- en elektrische
arrangementen. Een bijzonder talentvolle, fijnbesnaarde songschrijver, met een gevoelige stem. Dát is hoe
Rod Picott zich manifesteert. Al 15 jaar lang.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 62 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Brad Absher & Swamp Royale
Album:
Lucky Dog
Label:
Montrose Records
zondag 4 oktober 2015
Gulf Coast Soul & Blues is de eigen etikettering voor de muziek van deze Brad Absher en zijn band Swamp
Royale uit Houston, Texas, de huidige woonplaats van Absher. Zijn muzikale vorming kreeg hij allereerst in
zijn geboorteplaats Lake Charles (Louisiana), en later in het gave Tulsa in Oklahoma. ‘Lucky dog’ is
inmiddels zijn zesde CD en biedt ons een aanstekelijk mengsel van blues, gospel en soul. Van de twaalf
songs op de CD zijn er zes van Brad, een van bassist Larry Fulscher en vijf covers. Die covers geven een
duidelijke indicatie van wat je mag verwachten: de gospeltraditional ‘Jesus on the mainline’ (ooit door Ry
Cooder op schitterende wijze vertolkt op zijn LP ‘Paradise and lunch’ uit 1974), het bekende ‘Lipstick traces’
van Allen Toussaint, ‘Rather be blind’ van Leon Russell, ‘Same love’ van Bill Withers en een andere
klassieker, ‘Miss your water’ van William Bell. Als de CD wordt afgespeeld horen we direct een prachtig
Southern Swamp nummer waarin het hammond orgel van bandlid Barry Seelen – naast Brad (op zo’n vijf
verschillende gitaren waarvan de Fender Stratocaster en de Gibson 335 het meest aanwezig zijn), Larry en
Barry hoort ook drummer Mike Patton bij ‘Swamp Royale’, er zijn gastrollen voor blazers en pedal steel. De
overige nummers geven ons soul (‘I need a drink’) , meer southern rock (‘Wanna be your man’, ‘Trouble’, in
‘Same love’ en ‘Miss your water’ klinkt Brad als de diepbetreurde Bobby Charles), blues (‘Memphis on the
way’) en zelfs country (‘Not tonight’ met Brian Thomas op pedal steel).
‘Lucky dog’ is een prima CD met heerlijke muziek in vooral de stijl van het zuiden van de USA. Sympathiek
en goed gespeeld! Brad Absher is een man om in de gaten te houden!
Fred Schmale
Artist:
Ben Prestage
Album:
Live From Will's Pub Orlando
Label:
Independent
zaterdag 3 oktober 2015
Ben Prestage aka de ‘One man band’ moet meer dan twee hersenhelften hebben om al zijn ledematen te
coördineren. De drums en bekkens met zijn voeten bedienen, (slide)gitaar, fingerpicking en mondharmonica
spelen en dan nog tijd hebben om te zingen. Het is haast bovenmenselijk wat hij presteert als je daar bij
optelt dat de muziek en zang soms op een snelheid gaat van de alom bekende snelheid van de Amerikaanse
veilingmeester, onnavolgbaar. En of dat nog niet genoeg is bediend hij zich soms op één gitaar van de
bastonen op de onderste snaren en op de bovenste helft speelt hij de melodielijn. Naast het begenadigd
muzikant zijn, weet hij zijn optredens ook de nodige humor mee te geven en dat is ook op deze live
dubbelaar wel duidelijk geworden. Uit ervaring weet ik dat Ben, als het publiek helemaal meegaat met zijn
muziek, hij houdt van actie/reactie, hij niet van het podium te krijgen is. En dat is precies waar hij in
geslaagd is met dit live album, je wordt meegezogen in de muziek. Zijn stijl is de blues met zo nu en dan
cafenummers a la de Dubliners. Je krijgt de neiging om ook te reageren alsof je er live bij bent. Voor
diegene die denkt dat een dubbelaar erg veel is voor een ‘one man band’ komt bedrogen uit, Ben boeit je
van het begin tot het eind.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 63 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Boom Band
Album:
The Boom Band
Label:
Independent
vrijdag 2 oktober 2015
De jury heeft er lang over moeten beraadslagen, maar is uiteindelijk tot het oordeel gekomen, dat de
titelloze debuut cd van The Boom Band best een prima album is.
Tegen het album pleitte al het lof dat de band de afgelopen tijd werd toegezwaaid: een supergroep, een
album dat alles in zich heeft een klassieker te worden, spetterend gitaarwerk, een fantastische performance
etc. etc. Ik heb de band een paar keer live gezien en dit album regelmatig beluisterd en hoewel we te maken
hebben met een groep uitstekende muzikanten, ontstijgt de band voor mijn geen enkele keer de som der
delen.
Wat voor het album pleitte en uiteindelijk de doorslag gaf in mijn eindoordeel, was het toch wel
relativerende commentaar van de bandleden zelf, die als uitgangspunt hadden lekker samen plezier maken
en hun favoriete muziek op cd vastleggen. En hierin zijn ze dus wel geslaagd.
Met Matt Taylor (gitaar/zang), Jon Amor(gitaar/zang), Marcus Bonfanti (gitaar/zang), Mark Butcher
(gitaar/zang) en Paddy Milner (toetsen/zang) heeft de groep onbetwist veel kwaliteit in huis. Deze heren
worden bijgestaan door Scott Wiber (bas) en Steve Rushton (drums/zang).
De mannen schrijven stuk voor stuk sterke songs en beheersen hun instrumenten. De sterkste troef van
deze cd: de af en toe schitterende harmonieuze vocalen. Natuurlijk is er op het gitaarspel weinig aan te
merken, alleen is het af en toe teveel van hetzelfde.
De uitschieters zijn voor mij de door Matt Taylor geschreven nummers “We Can Work Together” (elektrische
versie) en “Monty’s Theme”, die beiden een lekker Southern rock-jasje aangemeten krijgen en voorzien
worden van een paar heerlijk twin-gitaar partijen. Mark Butcher’s “Favour Bank Shuffle” steekt er ook
bovenuit, vooral Milner’s pianospel geeft dit nummer een lekker laidback sfeertje en Butcher laat horen tot
smaakvol gitaarspel in staat te zijn. Het Bonfanti nummer “When You Come Home” is zeker geen slecht
nummer, maar lijkt toch wel erg veel op een bekend Warren Haynes nummer.
Er staan vier akoestische bonusnummer op de cd. Alleen de vier zangers/gitaristen zijn hier op te horen. Ook
hier laten de heren horen vocaal sterk in de schoenen te staan. Alleen blijkt weer dat het een hecht,
gelijkwaardig gezelschap is, maar qua stijl te weinig van elkaar verschilt om het geheel dat beetje extra mee
te geven.
Een klein technisch foutje, althans op mijn exemplaar: als ik cd in de apparatuur schuif, krijg ik volledig
andere titels te zien. Maar dit doet dus verder niets aan de cd af.
Kortom een goed album, niets meer, niets minder.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 64 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tom Heyman
Album:
That Cool Blue Feeling
Label:
Bohemian Neglect Recording Works
donderdag 1 oktober 2015
Wanneer de naam Tom Heyman valt, denk ik automatisch terug aan de jaren negentig. Het was die periode
waarin hij als co-componist, sologitarist en co-zanger van Go To BLazes, uitstekende bijdragen leverde aan
een handvol fraaie cd’s én aan de geweldige liveoptredens van deze Amerikaanse alt countryrockband uit
Philadelphia. In 1997 was het helaas gedaan met de groep, waarna Heyman muzikaal zijn geluk vond in San
Francisco. Als uitstekend gitarist en befaamd pedal steelspeler maakten (en maken) talrijke Bay Areamuzikanten in de studio of op het podium, grif van zijn diensten gebruik, onder wie Chuck Prophet. Van hem
zelf verschenen er – mondjesmaat – gematigd enthousiast ontvangen albums: Boarding House Rules in
2000, Deliver Me in 2005 en de obscure live plaat Ballads, Blues and Union Dues in 2008.
Zo opwindend en energiek het repertoire van GTB was, zo ingetogen en donker is zijn solorepertoire. De titel
alleen al van zijn recente album That Cool Blue Feeling, spreekt wat dat betreft boekdelen. Muzikaal gezien
mag het hem voor de wind gaan, op persoonlijk vlak is er malaise. Nachtelijke escapades en relationele
besognes zijn, kort samengevat, de onderwerpen in de overwegend desperate songteksten. En soms zijn die
onverbloemd, zoals in het slotnummer Losers Like Me: “What if God hates losers like me, look at what you
made me do, and if God hates losers like me, my troubles will never be trough.” Een ontboezeming die niet
vrolijk stemt, indruk maakt het des te meer. De teksten mogen beklemmen, de tien liedjes ademen
niettemin ruimte, dankzij de losse speelstijl en de rustige, open, warme productie van Mike Coykendall
(voormalig aanvoerder van het prachtige bandje The Old Joe Clarks), en de mooie semi-akoestische
instrumentaties door Coykendall op drums, percussie, bas, akoestisch gitaar en bij zang, Russel James Miller
op drums, bas, piano, akoestisch gitaar, percussie en Paul Brainard (van Richmond Fontaine) in twee songs
op pedal steel.
Heyman zelf bespeelt allerlei gitaren, orgel en zingt. Zijn tenor/baritonstem heeft weliswaar een enigszins
beperkt bereik en klinkt soms wat onvast, maar dat maakt de kwetsbare sfeer van het album alleen maar
indringender. Heel mooi en zeer aanbevolen.
Huub Thomassen
Artist:
The Resonant Rogues
Album:
Here & Gone Again
Label:
The Resonant Rogues
donderdag 1 oktober 2015
Uit Asheville, North Carolina, de stad die ons onder meer Malcolm Holcombe heeft gebracht, komen ‘The
Resonant Rogues’, in eerste aanleg een echtpaarlijk duo, de songwriters Sparrow (banjo/accordeon) en
Keith J. Smith (gitaar). De band is een kwartet met Craig Sandberg op staande bas en Drayton Aldridge op
fiddle. Het paar schreef alle 10 songs zelf, songs die geïnspireerd zijn door old timey music, folk en blues,
maar dit wordt gemengd met gypsy jazz (denk aan ‘Hot club de France’-swing), klezmer en Balkan
(zigeuner) muziek. Het levert sfeervolle uit deze zo verschillende werelden getrokken liedjes met in de
begeleiding uiteraard hoofdrollen voor banjo, fiddle, gitaar en accordeon, maar we horen ook pedal steel
(Matt Smith van ‘The Honeycutters’ speelt in de opener ‘Make us stay’), trompet (Je Wildenhouse van ‘The
squirrel nut zippers’, een verwant gezelschap) en drums. Het speelplezier druipt er vanaf!
Er zijn veel van dit soort groepen in de USA, groepen die een leuk mengsel maken van allerlei
muziekvormen, maar deze ‘Resonant Rogues’ mogen we beslist tot de betere van hun genre rekenen. Heel
lekker CDtje!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 65 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Amanda Pearcy
Album:
An Offering
Label:
Independent
donderdag 1 oktober 2015
Amanda Pearcy komt oorspronkelijk uit Houston, Texas, waar ze een ongelukkige jeugd kende met ouders
die drankproblemen hadden. Haar eigen leven kende ook veel meer downs dan ups, daarover vertelde ik bij
een vorige recensie. Inmiddels woont ze in de omgeving van Austin en is ze aan haar derde CD toe sinds
haar debuut in 2009, ‘Waitin’on Sunday’. Deze CD en de zeer succesvolle opvolger uit 2013, ‘Royal street’
bekoorden mij zeer. Voor haar nieuwe CD tapt ze veel meer uit het soul- en bluesvaatje dan op de twee
voorgangers. Dat haar stem zeer geschikt is voor een meer soulvolle aanpak – iedereen die haar live heeft
gezien en gehoord zal dat zeker beamen. Op de CD staan elf nieuwe songs van Amanda en een prima cover
van Bobby Gentry’s ‘Ode to Billy Joe’, een song die lijkt te zijn geschreven voor Amanda’s hese soulstem!
Haar persoonlijke leven kende een turbulente periode na het uitkomen van Royal Street. Ze had geen eigen
huis, leefde in huizen van vrienden en kennissen in een oppasfunctie! Een familielid werd veroordeeld tot een
verblijf in de oudste gevangenis van Texas, genoeg problemen voor een aantal gevoelige songs. En gevoelig
als nooit tevoren is Amanda op ‘An offering’, het hoogtepunt is het walsje ‘A little bit more’!
Tenslotte de begeleiding. Deze is ronduit prachtig. Onder leiding van producer Tim Lorsch (viool, cello, ook
verantwoordelijk voor de produktie van Sam Baker’s Cotton) horen we George Bradflute (gitaren,
mandocello), Matt Giles (gitaren), Mike Daly (steel gitaar), Ron de la Vega (staande bas), Mickey Grimm
(drums), Ray Bonneville (harmonica). Onze goede vriend Jimmy Lafave zingt mee op twee nummers. De
moeite waard, deze Amanda Pearcy, ga haar beluisteren en zien in oktober: 15 Goirle, 17 In the woods,
Lage Vuursche, 18 Crossroads, Bergen op Zoom, 19 Meneer Frits, Eindhoven, 21 Steendam en 25 Borger
Fred Schmale
Artist:
The Barr Brothers
Album:
Alta Falls
Label:
Secret City Records
dinsdag 29 september 2015
Daar keken we van op. Een nieuwe ep van The Barr Brothers? Het prachtige Sleeping Operator, dat eind
vorig jaar verscheen, laat zich nog altijd met tegenzin uit de cd-speler verdrijven. Maar omdat het hier Alta
Falls betreft, vijf liedjes die afkomstig zijn uit dezelfde sessies met producer Ryan Freeland die tot Sleeping
Operator hebben geleid, maakt het debuut toch wat ruimte.
Op 28 april, de band vertoefde op dat moment in Berlijn, was Alta Falls er ineens. Voorlopig alleen digitaal
en dat valt te betreuren. Want de muziek mag er dan niet minder om worden, zo’n download heeft gewoon
weinig om het lijf. Maar kom, laten we niet zeuren. Sleeping Operator, weinigen hebben er tot op heden
weet van dat dit één van de mooiste platen van 2014 was, alle liedjes van Alta Falls kunnen er zó op. Het
teder voortrollende, akoestisch aangedreven Burn Card bijvoorbeeld. Of de prachtige gospel van Never Been
A Captain. Volgens de band hebben ze er zo nog tientallen liggen. ‘Misfits’ noemen ze zulke liedjes
nonchalant. Die houding kan alleen een band zich permitteren die hier klinkt als The National in Silan
wasverzachter gewassen: indringend zacht.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 66 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Whiskey Charmers
Album:
The Whiskey Charmers
Label:
Independent
maandag 28 september 2015
Onder de bijzondere naam ‘The whiskey charmers’ (maar welk bandje zoekt niet naar een opvallende,
intrigerende naam) komt een debuutCD met dezelfde titel uit Detroit tot ons. Songwriter/akoestisch gitarist
Carrie Shepard beschrijft de muziek als americana country, country-alt americana, country folk roots,
country noir. Die laatste classificatie vind ik persoonlijk het meest toepasselijk. In de New York Music Daily
noemt de recensent de muziek ‘Twin-Peaks C&W’. De muziek doet mij sterk denken aan die van het
Canadese collectief van de Timmins-familie, de ‘Cowboy junkies’, met een gitarist die Mark Knopfler en J. J.
Cale heel goed heeft beluisterd. Heerlijk sombere muziek met een sombere vocaliste en sombere, soms
ietwat betoverende liedjes en een sombere elektrische gitaar (Lawrence Daversa), nogmaals, heerlijke
muziek. Behalve de genoemde gitaar en zang horen we in ieder geval drums uit de luidsprekers komen
(Brian Ferriby).
Moeilijk in een hokje te plaatsen, deze muziek van ‘The whiskey charmers’, maar helemaal geschikt voor
mijn hang naar sombere liedjes. Die zang, die gitaar, die liedjes, heerlijk!
Fred Schmale
Artist:
Phil Cook
Album:
Southland Mission
Label:
Middle West
zondag 27 september 2015
Phil Cook was voor mij een grote onbekende maar staat nu in mijn geheugen gegrift. Een artiest die al
meespeelde op albums van oa Blind Boys of Alabama, Frazey Ford en Charlie Parr. En ondanks dat toch nog
onzeker is over zijn album. In de auto, samen met zijn vrouw, draait hij voor het eerst het afgemixte album,
nerveus tot op het bot naar haar reactie. En die is geheel naar mijn mening, louter positief. Die onzekerheid
en veel andere alledaagse zaken passeren de revue in zijn nummers. Muzikaal staat hij zijn mannetje en hij
weet zijn mede muzikanten naar grote hoogte te stuwen.
Het album bevat een mix van stijlen, country, folk, southernrock, alles in een, lijkt wel, passende volgorde.
De opener ‘Ain’t it sweet’ legt de lat al heel hoog, het geeft een gevoel van herkening, Take it easy van de
Eagles lijkt langs te komen met daar doorheen een snijdende slidesolo a la Sonny Landreth. ‘1992’ trekt de
lijn door, een prachtig nummer, vergelijk het met de stijl van Ry Cooder. ‘Great tide’ laat wederom horen dat
hij een bijzonder goed zanger is en tevens een geweldig (slide)gitarist, gespeeld met een heerlijke beat er
onder, super nummer. Met ‘Belong’ wordt even de voet van het gaspedaal gehaald, lekkere banjo
fingerpcikin’country aangevuld met viool en prachitge backingvocals. Ook van de nummers die daarna
komen moet ik zeggen dat er geen zwakke tussen zitten. Enkele daarvan zijn echte pareltjes zoals ‘Sitting
on a fence’ en ‘Time to wake’, al is die laatste maar 1:26 lang.
https://youtu.be/h1VZJxiVf0k
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 67 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ann Brun
Album:
When I'm Free
Label:
V2 Records
zondag 27 september 2015
Over de Noorse singer-songwriter Ane Brun (eigenlijk Ane Brunvoll) weten we heel wat. Ze is in ons land
behoorlijk populair, mede door haar vele prachtige optredens hier in de laatste 15 jaar. Op 21-jarige leeftijd,
in 1997, kreeg ze interesse in de akoestische gitaar, waarna ze in 1998 actief was als straatmuzikant in
Barcelona. Na haar verhuizing naar Stockholm (2000) verscheen in 2001 haar debuutalbum, de EP ‘Wooden
body’ en in 2003 haar doorbraakCD ‘Spending time with Morgan’. Vanaf dat moment verschijnt er bijna elk
jaar een nieuwe CD, sinds 2011 wordt dat om het jaar. Haar handelsmerk wordt inmiddels ‘subtiele liedjes
met fraaie orchestraties’ en op deze nieuweling, haar zevende studioCD, is dat ook weer meer dan duidelijk,
en ook duidelijk is dat Ane het experiment niet schuwt. Haar muziek doet soms denken aan Enya, met name
door de orchestraties, maar ook de stem. Synthesizers en strijkers zetten de toon, de ritmes op de
achtergrond zijn incidenteel verrassend complex. En de lyrics zijn als altijd zeer poëtisch. Neem dit couplet
uit het prijsnummer ‘You lit my fire’: ‘They changed our game, I want to kiss the feet of all those women.
Spray my body in gold, engrave myself with their names. Stand tall in awe to the freedom that they gave, to
us and never ever forget, no, I will never ever forget.’ Behoorlijk ondoorgrondelijk, dat wel.
‘When I’m free’ doet zijn naam eer aan, Ane Brun claimt de vrijheid om volop te experimenteren en eist haar
plaats op in de reeks gevoelige zangeressen met een boodschap. Sterke arrangementen, mooi gezongen.
Fred Schmale
Artist:
Albany Down
Album:
Not Over Yet
Label:
AD Recordings
zaterdag 26 september 2015
Het Britse kwartet Albany Down wil blijkbaar weer even de aandacht op zich vestigen, want onlangs viel er
een promo EP op mijn deurmat, waarop vijf nummers te vinden zijn van hun cd Not Over Yet uit 2013. De
groep bestaat uit zanger Paul Muir, gitarist Paul Turley, bassist Billy Dedman en drummer Donna Peters.
Ik heb de groep inmiddels een paar keer live gezien en ze wisten mij nog niet helemaal te overtuigen, maar
op hun albums is weinig aan te merken. “Not Over Yet” het openingsnummers van de cd is een stevig
rocknummer, met een goed in het gehoor liggend melodieus refrein. Ook sterk is “You Ain’t Coming Home”,
waarmee de groep laat horen ook een goede ballad te kunnen afleveren. Enig minpuntje hier is dat de
gitaarsolo iets te ver weg in de mix zit van een muur aan geluid met een overdaad aan strings.
“The Working Man” is ook een schitterend nummer. In het begin is een fraai pianopartij te horen,
maar deze gaat ook jammer genoeg op in een wederom dominante stringpartij. De nummers op deze promo
cd zijn stuk voor stuk sterk en de liefhebbers van het melodieuzere hardrockwerk kan ik zeker aanraden om
de beide albums van deze groep aan een luisterbeurt te onderwerpen.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 68 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
John Moreland
Album:
High On Tulsa Heat
Label:
Old Omens
vrijdag 25 september 2015
Inderdaad, John Moreland woont in Tulsa, die fantastische stad in Oklahoma waar zoveel fraaie art deco
gebouwen staan als gevolg van de olie’boom’ in deze stad in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. John
Moreland is nog jong, pas 30 jaar, maar zijn stem heeft het gruizige doorleefde van een man van zeker 50.
Met ‘High on Tulsa heat’ levert hij zijn derde solo-CD af en het is een prachtige CD van een uitstekende
singer-songwriter, het aanbevelen meer dan waard. John schreef zijn eerste liedjes toen hij 10 was en van
Kentucky naar Tulsa verhuisde met zijn ouders. In High School was hij in de ban van punk en hardcore,
maar hij kreeg er op een gegeven moment genoeg van en kreeg plotseling de smaak te pakken van de
lievelingsmuziek van zijn vader, van o.m. Creedence Clearwater Revival en Steve Earle. Met name de lyrics
van de songs trokken zijn aandacht en de resultaten van zijn muzikale zoektocht zijn goed hoorbaar in deze
prima CD. Doordat in 2013 de populaire crime-serie ‘Sons of anarchy’ maar liefst drie van zijn liedjes
gebruikte werd John’s carrière gelanceerd, er kwam aandacht voor zijn prima songs. Op ‘High on Tulsa heat’
staan er weer 10, de één nog mooier dan de ander. In de begeleiding horen we o.m. meestergitarist Jared
Tyler (we kennen hem van o.m. zijn werk voor Malcolm Holcombe, luister naar zijn dobrospel op de
prachtige ballad ‘Cherokee’) en Tulsa-held en multi-instrumentalist Jesse Aycock, die zowel in de
mediumtempo rockers en de gevoelige ballads hun vakmanschap tonen.
Ga ervoor, deze John Moreland is één van de beste singer-songwriters die ik dit jaar heb mogen horen.
Prachtige CD! Zeker ook voor de fans van Steve Earle!
Fred Schmale
Artist:
Iain Morrison
Album:
Eas
Label:
Independent
donderdag 24 september 2015
We hebben onze oren nog altijd vol aan The Bell That Never Rang van Lau dat zich zo langzamerhand voor
ons als het mooiste folk-album van 2015 begint af te tekenen. Dat Eas van Iain Morrison zich zo
langzamerhand met eenzelfde oordeel kan tooien, wil dus wel wat zeggen. Nou ja, in ons universum dan
toch. We kenden de Schot niet. Noch zijn vader, de beroemde piper Iain M. Morrison (senior). Zes platen
heeft hij gemaakt. Dat de op het Isle of Lewis geboren Morrison tijdens het spelen van Crash My Model Car
in het kader van de zogeheten Transatlantic Sessions (5) Jerry Douglas en Bela Fleck aan zijn zijde mocht
vinden, is bepaald veelzeggend. Wij hoorden het en waren diep onder de indruk. Hetzelfde geldt voor Eas.
Volgens menig Schot met kijk op de zaak, is dit het beste album van Iain Morrison tot nog toe. Siubhal (dat
‘reis’ betekent), het even gedragen als diep in de Schotse folktraditie gewortelde eerste liedje van Eas, geeft
deze Schotten recht van spreken. Die fluit! Ook prachtig is To The Sea. In Crackle horen we de stem van
piper Allan McDonald. In Gaelic vertelt hij over verbondenheid tussen een vader en een zoon die is ontstaan
door beider liefde voor traditionele muziek. Het schitterende You’re My Letting Go besluit Eas. Een prachtige
stem heeft hij, die Iain Morrison. Het hier volgende liedje, Homeward, is niet op Eas te vinden. De muziek op
Eas mag dan meer ingetogen zijn dan dit, wij geloven dat het de kracht van het werk van Iain Morrison meer
dan recht doet.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 69 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Valley Maker
Album:
When I Was a Child
Label:
Brick Lane Records
woensdag 23 september 2015
Valley Maker is een project van de uit Seattle afkomstige maar in Florence, zuid Carolina opgegroeide singersongwriter Austin Crane. De oudste uit een gezin van zes groeide op een hechte evangelische gemeenschap
met zeer beperkte toegang tot muzikale en culturele diversiteit. Net zoals bij de meeste van ons ontwikkelde
hij zijn muzikale kijk op de dingen tijdens de pubertijd. De nu zevenentwintig jarige multi-instrumentalist
volgde met name de independent scene. Toen de muziek van mensen als Bill Callahan, Will Oldham, Chan
Marshall en Jason Molina zijn pad kruisten wist hij het zeker, rustieke en geestdroevige folk noir was zijn
ding. Wie zijn debuutalbum When I Was A Child voor het eerst in zijn of haar CD lade schuift zal dan ook
meteen opvallen dat de appel niet ver van de boom gevallen is.
When I Was A Child is een beklijvende en diep persoonlijk gericht album dat meteen blijft hangen. In zijn
liedjes op dit album probeert Crane zijn eigen vragen te beantwoorden. Het antwoord daarop blijft een vele
gevallen echter uit. De luisteraar zal de onderwerp herkennen maar zal over een creatieve geest moeten
beschikken om een werkelijk goede conclusie te trekken. Crane daarover “"It's a way to dwell on history and
ask these big questions with other people.” Het is allemaal heerlijk om aan te horen! Opvallende rol is ook
weggelegd voor ene Amy Godwin. Haar stem weeft zich subtiel in Crane’s Alt stemgeluid. Het eindresultaat
klinkt minder als een duo maar meer als een verbazingwekkende instrument. In liedje als Take My People
Dancing en Only Friend voert het tweetal dit op tot een ultiem climax.
When I Was A Child gaf mij het gevoel of ik het al jaren kende. Hoewel de thema’s soms behoorlijk zwaar op
de maag lagen stapte ik voldaan uit mijn luie stoel om het CD hoesje nog eens goed door te nemen. Vaag en
schemerig kan soms verhelderend werken. Je hoeft je niet te schamen als je heel even je fantasie de vrije
loop geeft. Het daarna terugvallen op dat gestructureerde leventje, waar eigenlijk iedereen wel behoefte aan
heeft, is eigenlijk de boodschap van dit prachtige debuutalbum van Valley Maker.
Jan Janssen
Artist:
Big Daddy Wilson
Album:
Time
Label:
Dixiefrog Records
woensdag 23 september 2015
William Blount a.k.a. Bid Daddy Wilson werd geboren in de Verenigde Staten, maar maakte pas kennis met
de blues, toen hij gedurende zijn militaire dienst tijd in Duitsland gestationeerd was. In Duitsland ontmoette
hij ook zijn late echtgenote en is hij daar gebleven. Hij heeft inmiddels een aantal cd’s op zijn naam,
waarvan Time zijn eerste is voor het DixieFrog
label.
Naast Wilson zelf drukken ook zijn medeproducers Eric Bibb en Staffan Astmer een belangrijk stempel op dit
album. Eric Bibb hoeft geen nadere introductie; Staffan Astmer is een multi-instrumentalist, die muziek haalt
uit alles waar snaren op zitten en waar je op kan slaan. Dit trio combineert ook de talenten op het gebied
van songwriting en leveren veertien liedjes af.
Het album is wat mij betreft een beetje stemming onderhevigd. Het ene moment kan ik mateloos genieten
van het warme stemgeluid van Wilson en het subtiele fingerpicking werk van de anderen. Op andere
momenten kabbelt het allemaal een beetje voort en komt het wat monotoon aan bij mij.
Het staat buiten kijf dat dit een fraai en integer gemaakt album is, met eerlijke roots en blues muziek,
waarbij ook De Heer altijd in de buurt is. De nummers “She Love Me” en “Like A Sunny Day” krijgen een
vleug soul mee en “We’re Ready” heeft war Caraïbische invloeden. Het meest pittige nummer van de cd is
Wilson’s eerbetoon aan zijn moeder, het van een lekkere groove voorziene “Miss Dorothy Lee”. “Daisy” is
een hartverwarmend eerbetoon een zijn dochter. Het duet met Eric Bibb met de titel “Mississippi John” is
zeker ook het vermelden waard.
Liefhebbers van het ingetogen akoestische werk kunnen aan dit album het hart ophalen.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 70 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Session Americana
Album:
Pack Up The Circus
Label:
Continental Song City
dinsdag 22 september 2015
In eerste instantie denk je aan een verzamelCD van een aantal artiesten die elk een liedje mochten
bijdragen, maar dat is bij Session Americana niet het geval. Er zijn wel veel artiesten bij betrokken, maar
Session Americana is een band uit Boston, met als basis een sextet musici, waarbij vele anderen zich in
wisselende samenstelling aansluiten. Over de nieuwste CD van de groep, deze ‘Pack up the circus’ zegt de
groep zelf: ‘Dit is onze meest complete expressie van samenwerking op muzikaal gebied tot dusver’. Behalve
een uitermate prettige, aangename en vrolijke cover van een oude hit van The Mills Brothers, het
onsterfelijke ‘You always hurt the one you love’ staat er louter origineel materiaal op de CD en is er sprake
van een leuke diversiteit . Neem ‘Vitamin T..’, een nummer met een lekker Caribisch tintje, neem ook ‘Time
winds me up’ met zijn blues en rap, ‘Notary Public’, een klassiek countrydeuntje voor een gemengd duo met
een lekkere mondharmonica. ‘Mighty long time’ is een prachtige singer-songwriter ballad. Dat het een
collectief opgebouwd project is blijkt uit het ontbreken van de naam van de songwriter, de namen van de
solisten, etc. In de begeleiding is veel ruimte voor fiddle, pedal steel en mondharmonica naast bas, gitaar,
drums.
Dat de CD voorbeeldig en verrassend is mag na deze uitleg duidelijk zijn en doet met interesse uitzien naar
een concert van dit gezelschap. Dat zal echt een belevenis zijn, lijkt mij – volgens zeggen is iedere show
weer helemaal anders! Ik noem nog wat betrokken namen buiten het basissextet: producer Anaïs Mitchell,
Laura Cortese, Jennifer Kimball, Eliza Carthy, Duke Levine. Ik heb de CD inmiddels in mijn hart gesloten,
gewoon verdomd goed!
Fred Schmale
Artist:
Martin Sexton
Album:
Mixtape Of The Open Road
Label:
Kitchen Table Records
maandag 21 september 2015
Het staat buiten kijf dat Martin Sexton behoort tot de categorie van begenadigde zangers. Zijn stem bezit de
nodige soul, is flexibel, heeft hij een groot bereik en daarnaast beschikt hij over een geweldige techniek. Op
de gezaghebbende website Allmusic worden zijn zangkwaliteiten, volgens mij terecht, vergeleken met die
van Van Morrison, Al Green, Aaron Neville en Otis Redding. Toch kan het veelzijdige gebruik van zijn stem
een mogelijke struikelblok vormen voor potentiële luisteraars. Hij maakt namelijk frequent gebruik van het
schakelen naar de kopstem, vooral in het liedje You. In de begeleidende koortjes wordt ook regelmatig
vocaal stevig uitgepakt. En aan het eind van Virginia jodelt hij zelfs. Zijn stem lijkt dan trouwens als twee
druppels water op die van Murry Hammond (Old 97’s). Het liefst hoor ik dat hij de liedjes en de zang klein
houdt, zoals in het prachtige I believe In You.
Het is overigens een gevarieerde cd geworden, met goed in het gehoor liggende songs. Met heerlijke uptemponummers als Doin’ Something Right, welke laat horen dat Sexton ook in de wieg zou kunnen zijn voor
jazz zanger. Of het swingende Dandelion Days. Ook is het gitaarwerk van Sexton regelmatig om je vingers
bij af te likken, zoals in Give It Up en Supper Time. Hij is autodidact op dit instrument, net als op het gebied
van zingen. Alle nummers werden door hemzelf of samen met anderen geschreven.
Overigens loopt Sexton allang mee in de muziekwereld. Zijn eerste solo album In The Journey verscheen al
in 1991 op cassetteband. Mogelijk een van de redenen om cassettebandjes op de hoes af te beelden. Het is
misschien geen urgent of vernieuwend album, maar wel een die door mij, vanwege de grote variatie,
regelmatig beluisterd wordt.
Theo Volk
donderdag 24 december 2015
Pagina 71 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Bill Wyman
Album:
Back To Basics
Label:
Proper Records
zondag 20 september 2015
Het heeft 33 jaar geduurd voordat Bill Wyman zijn laatste solo-album uitbracht. Dat wil niet zeggen dat hij
voortdurend zijn begonia’s op het balkon aan het tellen is. Hij is een druk baasje. Zo is hij actief als film en
muziekproducer, fotograaf, schrijver, verzamelaar van oude spulletjes en archeoloog. Bill runt ook al 26 jaar
succesvol een restaurant. Daarnaast is hij al jaren actief in de bluesband Rhythm Kings, waarmee hij met
een aantal veteraan-muzikanten de wereld rond toert. Nu op 78 jarige leeftijd is daar op eens een nieuwe
schijf Back To Basics met 12 songs waarvan er 8 nieuw zijn. Hij wordt daarbij geholpen door ervaren
muzikanten als Guy Fletcher en Robbie McIntosh en voor de productie ervan deed Bill een beroep op Andy
Wright.
Het album opent met een rustig rockertje What & How & If & When & Why. De song wordt opgefleurd met
lekkere blazers en een enthousiast koortje. Bij het tweede nummer wordt duidelijk dat de stem van Bill – die
al nooit sterk was – nogal hees klinkt. Toch klinkt I Lost My Ring lekker funky en duidelijk is dat Bill een
groot liefhebber is van de laidback muziek van JJ Cale. Love, Love, Love is een rustig liefdesliedje met wel
erg zoete koortjes erbij. Een van de betere tracks is het funky meezingertje Stuff (Can’t Get Enough), dat
over hebzucht gaat. Running Back To You klinkt als een heerlijk catchy JJ Cale song. In Seventeen verplaatst
Bill zich in Amerikaans Model, die het denkt te gaan maken. Het album eindigt met I Got Time (to
disappear). Is dat een hint of doet hij het met een knipoog?
Paul Jonker
Artist:
Cheryl Lescom & The Tucson Choir Boys
Album:
1953
Label:
Busted Flat Records
zaterdag 19 september 2015
Ondanks haar 35 jarige carrière, is Cheryl voor mij een grote onbekende. Vanaf 1975 had zij al enkele bands
op haar naam staan. Daarna heeft zij nog als achtergrondzangeres gezongen bij Ronnie Hawkins en getourd
met Long John Baldry. Door de samenwerking op het Grapejam Acoustic Bluesfestival met The Tucson
Choir Boys, waar de respons zo overweldigend was, kon een samensmelting niet uitblijven. Nu is er dus de
vijfde cd van Cheryl, 1953.
Cheryl, gezegend met een goeie strot, weet zij de sfeer uit 1953, in een modern jasje, goed op te roepen.
Blues doordrenkt met rock ‘n’ roll en een scheutje country. Maar je moet wel van een hoog Dooh Wah Wah
gehalte houden, die ook met enige regelmaat erg zoet klinkt. Live zal deze muziek de beentjes van de vloer
krijgen, maar thuis luisteren vraagt meer van muziek. De stem ten spijt zal deze cd bij mij niet veel speeltijd
krijgen.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 72 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Clarence Bucaro
Album:
Like The 1st Time
Label:
Continetal Song City
vrijdag 18 september 2015
Clarence is van origine afkomstig uit Cleveland, Ohio, een van de noordelijke staten van de USA, maar vanaf
het begin van deze eeuw heeft hij veel gezworven door zijn immense geboorteland, woonde en werkte hij
enkele jaren in New Orleans om uiteindelijk via Los Angeles in 2006 neer te strijken in Brooklyn. Zijn
debuutCD, ‘Sweet corn’, verscheen in 2002 en tot dusver volgden er zes CD’s van hem en nu is er dan zijn
nieuwste, met de vragen oproepende titel ‘Like the 1st time’ is hij dus aan zijn achtste solo-CD toe. Over de
titel zegt hij: ‘het herinnert mij aan mijn vroegste opnames en het gevoel van ‘ruwe inspiratie’ dat ik toen
had. En het moet gezegd, het is een prachtige CD, met schitterende songs erop, echt prachtig singersongwriterwerk. De meeste songs zijn gevoelig en ingetogen, alleen op ‘Let the mystery in’ gaat hij wat los,
in een blues/rock arrangement. Mooiste nummers zijn ‘Safe at home’, het vrolijke ‘Like the 1st time’, het
mooi voortkabbelende ‘Somewhere in the middle’, het gevoelige ‘New tongue’, de piano-ballad ‘Barrio moon’
en het vaudeville-achtige ‘Old Brown shoes’.
Clarence Bucaro op zijn best, puike singer-songwriterCD
Fred Schmale
Artist:
The Statesboro Revue
Album:
Jukehouse Revival
Label:
Blue Rose Records
woensdag 16 september 2015
Rambler on Privilege Creek van The Statesboro Revue vind ik één van de mooiste platen van 2013. Het
bevat geweldig krachtige in soul gedrenkte Southern-rock, waarmee de band uit Austin, Texas in dat jaar
hoog in diverse charts weet te eindigen. Podiumhouders verwelkomen de band daarom maar al te graag. En
niet alleen in Amerika. Ook Europa doen ze aan met optredens in Duitsland, Frankrijk, Spanje, Schotland,
Engeland en Nederland. Meer onderweg dan thuis, blijkt er ook nog tijd ingeruimd voor het maken van een
nieuw album Jukehouse Revival, hun derde. Indachtig de albumtitel gaan de broers Stewart en Garrett
Mann, de kern van de groep, dit keer voor een country geluid. Het prominente blues en boogie-geluid zijn
goeddeels vervangen door twangende alt. countryrock, waarin banjo, accordeon, lap steel regelmatig
figureren en soms domineren. Daardoor klinkt het album vlakker, lichter en bij vlagen gewoon easy going.
Het eindresultaat van deze koerswijziging vind ik tegenvallen. Ik mis de rauwheid, de stoom, soul en
gedrevenheid, waardoor ze klinken als vele andere doorsnee bands. Lichte teleurstelling.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 73 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Daniel Romano
Album:
If I've Only One Time Askin
Label:
New East Records
woensdag 16 september 2015
Veel is er de laatste paar jaar geschreven over de Retro-Country van de Canadees Daniel Romano. Zijn
albums ‘Working for the Music man’ (2010), ‘Sleep beneath the willow’(2011) en ‘Come cry with me’ (2013)
werden zeer goed onvangen door critici en muziekliefhebbers en dat zal met deze nieuweling ‘If I’ve only one
time askin’’ niet anders zijn. Net als George Jones in de jaren 60 tot 80 van de vorige eeuw komt Romano
met elf songs vol met duister hartezeer, gebed in heerlijke retro-country met hoofdrollen voor piano en
pedal steel. Wat te denken van de volgende strofe: ‘There’s a cold, dark stare to my lover, and there’s a big
black mark on my soul. There was a time we were lost in one another and now we’re lost in the part of
letting go’ (‘Old fires die’). Daniel heeft op deze CD gekozen voor een soort ‘linking’ van de songs door de
gaatjes tussen de nummers te vullen met muziek met o.m. strijkers. In de begeleiding horen we naast pedal
steel, piano, gitaren, bas, drums ook incidenteel accordeon en strijkers.
Mooier nog dan zijn voorgangers is deze nieuweling. Jammer dat zijn live optreden op Take Root in
september 2014 door een slechte geluidregie in het water viel. De man is gewoon heel erg goed in wat hij
doet, hij brengt de retrosfeer met verve en het is volop genieten van zijn 10 eigen songs en één cover
(‘Learning to do without me’ – een George Jones song uit 1984) vol met liefdesproblemen en de ellende die
daaruit voortkomt. ‘I was suspicious about you, I had your love, the greatest love I ever knew. But you
never took me in like I needed, I’d catch you cryin’ for no reason but the truth’ zingt hij op het volgens mij
mooiste nummer van de CD, het walsje ‘The one that got away (came back today)’ (de ex van zijn vriendin
komt terug en pikt haar weer in), waar hij besluit met ‘And if I asked myself truly if you ever loved me. Oh,
the answer would kill me, so I’ll drink off the memory ‘til the wine leads me all the way through’.
Fred Schmale
Artist:
Spencer Bohren
Album:
Seven Birds
Label:
Valve Records
dinsdag 15 september 2015
Op de inmiddels 65 jarige Bohren lijkt de sleet nog niet op te zitten. Hij weet nog steeds prachtige muziek te
combineren met mooie teksten. Zoals de titeltrack ‘Seven birds’, gebaseerd op een verhaal over groene
papagaaien in New Orléans, waar het leven van in perspectief vanuit de vogels gezien wordt en daar een
parallel is te zien met de mens. In “Mississippi Delta’ neemt hij je, met zowel tekst als muziek, mee op reis
naar de delta, het zwoele en zompige is bijna tastbaar. Ook alledaagse dingen passeren de revue zoals in
‘The party’s over’, een beetje neerslachtig nummer, waar prachtig wordt verwoord over vrouwen die genoeg
hebben van het oude leventje en een frisse herstart beginnen. En uit eigen ervaring verhaalt hij in
‘Disappearing nightly’ over de mooie en minder mooie kanten van het leven van de reizende muzikant. Ook
mag ‘500 Miles’ niet onvermeld blijven waarin Spencer bij gestaan wordt door de prachtige stem van Aurora
Nealand die daarnaast ook de accordeon bespeeld en dit alles tezamen tot een kippenvelnummer vormt,
voor mij het mooiste nummer van de cd.
De kunst om een cd als deze te laten boeien, vergt ook wat van het muzikale gedeelte zonder daarbij af te
leiden van de teksten. Daarin is Spencer Bohren met vlag en wimpel geslaagd met verschillende stijlen, een
beetje country, rootsie, bluesy en rock waar nodig, geeft dit album een fijne body. Een verademing
vergeleken met veel andere singer/songwriters waar de muziek bijzaak is en daardoor lang niet zo spannend
als deze schijf.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 74 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Scott Macleod
Album:
Flickers And Fade
Label:
Independent
maandag 14 september 2015
Over de Canadese singer-songwriter Scott MacLeod berichtte ik in december 2012 naar aanleiding van zijn
CD ‘Right as rain’. De man komt zelf uit het van de schaatswereld bekende Calgary, waar hij vanuit zijn
geboortestreek Prince Edward Island in 2001 neerstreek en in datzelfde jaar ging optreden. Op zijn nieuwe
(vierde) CD laat Scott ons wederom horen dat hij een prima route heeft gevonden in de country-rock hoek!
De CD is opgenomen in Nanton in de Canadese provincie Alberta, in de begeleiding horen we voornamelijk
lokale talenten op bas, drums, gitaren, mandoline, banjo, pedal steel en incidenteel washboard en trombone.
De producer is Steve Loree, die zich o.m. heeft ontfermd over Ian Tyson en Brooke Wylie. De 13 songs zijn
zonder meer prima, werden door Scott geschreven met incidenteel hulp van anderen. En net als voorganger
‘Right as rain’ is de CD een groeibriljantje, die met elke speelbeurt aangenamer wordt. De afsluiter ‘Straight
ahead’ is een typische concert-afsluiter met zijn ruim 15 minuten speelduur en ruimte voor bijna alle
instrumenten om eens lekker los te gaan.
‘Flicker and fade’ is een uitstekende CD van een prima singer-songwriter, die een goede variatie brengt
tussen country en rock met ruimte voor best wel ruig (de afsluiter) en best wel rustig (de ballad ‘Back this
way’) en alles daar tussenin.
Fred Schmale
Artist:
Ronnie Earl & The Broadcasters
Album:
Father's Day
Label:
Stony Plain Records
zondag 13 september 2015
Vorig jaar verscheen de cd ‘Good News’ van Ronnie Earl & the Broadcasters en ondanks het feit dat het
zeker geen slecht album was, stelde het mij toch enigszins teleur. Op de opvolger hebben we niet lang
hoeven wachten. Zijn vijfentwintigste album ‘Fathers’s Day’ is inmiddels een feit.
Ronnie Earl & the Broadcasters bestaan nog steeds uit Ronnie Earl op gitaar, Lorne Entress op drums, Jim
Mouradian op bas en Dave Limona op piano en Hammond B3. Diane Blue neemt op enkele nummers de
vocalen voor haar rekening en een nieuwe troefkaart wordt uitgespeeld: zanger Michael Ledbetter. Ledbetter
heeft de laatste paar jaar een uitstekende reputatie weten op te bouwen als zanger bij de Nick Moss Band.
Deze klassiek geschoolde vocalist heeft een geslaagde overstap weten te maken naar blues en soul. Sinds de
overstap valt hem louter lof te deel en ook op dit album tilt hij vocaal naar een hoog niveau. Op zeven
nummers is hij de leadzanger en op twee nummers is hij te horen in duet met Diane Blue.
Slechts één instrumentaal nummer dit keer, de Bobby Timmons compositie “Moanin’”, voor het eerst
opgenomen door Art Blakey in 1958. Ruim zes minuten wisselen gitaar, Hammond en saxofoon elkaar af in
deze jazz klassieker. Naast dit nummer staan er drie eigen nummers op de cd, waarvan het titelnummer van
de cd, een ruim acht minuten durende slow blues er met kop en staart bovenuit steekt. Earl en Ledbetter
schreven het nummer samen en vormen hier een perfecte combinatie. Ook mijn favoriete Otis Rush
nummer, “Right Place, Wrong Time” krijgt een hele sterke uitvoering.
Diane Blue neemt naast de duetten, drie nummers vocaal voor haar rekening, waarvan Brook Benton’s “I’ll
Take Care Of You” je ook kippenvel bezorgt. Gastgitarist Nicolas Tabarias neemt op dit nummer een sterkte
solo voor zijn rekening. In een aantal nummers is nog een driekoppige kopersectie aanwezig, terwijl
gitaristen Tim O’Connor en Larry Lusignan ook nog een kleine bijdrage leveren.
Met dit album heeft Earl met zijn band een waardige jubileum cd afgeleverd.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 75 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ocean Carolina
Album:
Maudlin Days
Label:
Old Hand Records
zaterdag 12 september 2015
Ocean Carolina nieuwe CD Maudlin Days volgt hun twee jaar geleden verschenen CD All the Way Home.
Hoewel frontman van de band Michael Simone al meer dan twaalf jaar bezig is ben ik zijn naam nog nooit
eerder tegengekomen. Als je Maudlin Days voor de eerste keer helemaal hebt afgedraaid weet ik bijna wel
zeker dat je het vaker gaat draaien. Niet omdat het kwartje niet meteen valt maar puur omdat je een album
als Fade Away Diamond Time van de Neal Casal nu nog steeds met veel genoegen koestert. Met andere
woorden Maudlin Days heeft alles gemeen alternatieve Southern country- rock gerne. Op deze plaat horen
we ook producer en gitarist Jon Graboff (Shooter Jennings, M. Ward), drummer Tony Leone (Ollabelle) en
gitarist Dave Wanamaker (The Loveless). De melodielijnen in de liedjes hebben allen iets voorspelbaars
maar staan ieder op zich. Trof dan ook niet een liedje aan waarvan je zou kunnen zeggen dat het er dertien
in een dozijn passen. Hier en daar hoor de bekend voorkomende muzikale vondsten. Zoals in de opener All I
Can Do, Cry Baby Cry, Something en Nobody Wants to Cry. Leg verdorie weer een link met The Ozark
Mountain Daredevels. Kan dus niet meer stuk.
Mensen die muziek van Joseph Arthur, Neal Casal en The Great Lake Swimmers op handen dragen hengelen,
met de aanschaf van Maudlin Days, de perfecte vangst binnen. Ocean Carolina in deze vorm zal niet lang
meer een anoniem bestaan beleven. De liedjes op dit album staan als een huis en geven volgens mij ook
beeld hoe de band live zal klinken. Michael Simone daar over, “I just wanted to be the guy who showed up in
the studio with my guitar and played and sang my songs with a band and capture that” Sierende woorden
die kloppen als een bus.
Jan Janssen
Artist:
BJ's Wild Verband
Album:
Later
Label:
Continental Record Services
zaterdag 12 september 2015
Singer-songwriter Bart-Jan Baartmans, beter bekend als BJ Baartmans is een bezig manneke. Behalve
werken aan zijn eigen songs en zijn – tot dusver 14, inclusief deze ‘Later’! – CDs is hij een veelgevraagd
begeleider en sessiemuzikant en producer. Hij heeft een lange reeks vaderlandse en buitenlandse artiesten
begeleid, om wat namen te noemen: Iain Matthews, JW Roy, Oh Suzanna, Brian Webb. In 2005 was hij
begeleider van de helaas recent (op veel te jonge leeftijd) overleden goedlachse Tasmaanse Audrey Auld, in
een concert waar ik hele fijne herinneringen aan heb. Deze BJB brengt ons zijn nieuwste CD, ‘live in de
studio opgenomen’ met zijn BJ’s Wild Verband, waarin naast rasgitarist BJ ook Mike Roelofs (B3 hammond
en moog) en Sjoerd van Bommel (drums) acteren. De CD is zowel in het Nederlands als in het Engels
opgenomen, als je de Nederlandstalige versie koopt kan je de Engelse versie gratis downloaden. De muziek
is pittig, BJ rockt in sommige nummers en ontroert in prachtige ballades, hij mengt op prima wijze rock,
blues, soul en jazz en het Wild Verband kan los gaan in de nodige improvisaties! Hij laat horen dat hij
misschien wel de beste gitarist van ons land in dit genre, en ook een zeer begenadigd liedjesschrijver is.
BJ Baartmans verrast keer op keer met zijn opgenomen werk. Geen twee CD’s zijn inwisselbaar, hij
kameleont als geen ander! Heerlijk werk!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 76 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Whitehorse
Album:
Leave No Bridge
Label:
Six Shooter Records
vrijdag 11 september 2015
Vanaf 2011 maakt het echtpaar Melissa McClelland en Luke Doucet uit Hamilton, Canada samen muziek
onder de naam Whitehorse. Eerder hebben beiden een afzonderlijke muziekcarrière, waar-in Doucet opvalt
als producer en studiogitarist voor talrijke collega-muzikanten. Eigen albums maakt hij ook. Die maken één
ding duidelijk: hij is een groot liefhebber van muzikale pluriformiteit, diplomatiek gesproken. Van snoeiharde
punk tot fragiel singer-songwriterwerk, van barokke-pop tot schroeiende wildwest soundscapes. Een
avonturier en grensverlegger, eigenschappen die niet per definitie garant staan voor aantrekkelijke albums.
Inderdaad, ik vind ze doorgaans niet te pruimen, recht voor zijn raap gezegd. Melissa is wat dat aangaat
eenvoudiger en bescheidener. Ze maakt een handvol albums, met folk-pop die nauwelijks opvallen en dat is
het wel.
Samen zijn ze heel erg goed, al profileert Doucet zich ten opzichte van zijn vrouw veel sterker. Dat blijkt al
bij het verschijnen van het titelloze mini-album in 2011, dat meer steunt op zijn solorepertoire dan op dat
van haar. Voor succes maakt dat niet uit, de Canadese muziekpers reageert heel enthousiast op de kleine
eersteling, reden om snel daarna het volwaardige album The Fate of the World Depends on This Kiss te
maken, dat trouwens pardoes in mijn top-10 van 2012 zal belanden. Prachtplaat! Avontuurlijk, atmosferisch
en het allerbelangrijkste, het zijn liedjes met kop en staart.
Op Leave No Bridge Unburned borduurt hij voort op de aanpak van zijn voorganger, zij het dat de songs
compacter zijn en het gebruik van loops zo goed als achterwege blijft, zaken die trouwens het album niet
direct toegankelijker maakt in vergelijking met zijn voorganger. Aan de wendbare, soms volle, complexe
arrangementen en de bonkige, dynamische productie is weliswaar met elke luisterbeurt meer te ontdekken,
maar dan dient de luisteraar het mozaïek van diverse stijlen grondig op zichzelf te laten inwerken. De plaat
biedt immers een kruisbestuiving van rock (‘n’roll), pop, surf, twang, folk, country, sixties, beat en soul. Het
is kost waar je een tijdje op moet kauwen, eer je de smaak ervan te pakken krijgt.
Het bespelen van alles wat snaren heeft, is Doucet’s tweede natuur. Wie hem weleens live heeft gezien zal
dat kunnen beamen. Hier horen we het prachtig bollende geluid van de Gretsch-gitaar in de temporijke
nummers en ook de lieflijk zwevende noten in dromerig stemmende ballads. McClelland, als gezegd in een
bescheidener rol, zingt heel mooi. Solo of in duet met manlief. Daarnaast speelt ze gitaar en percussie. Voor
het vervolmaken van het eindresultaat is op enkele nummers nog een aantal drummers en toetsenisten
(piano, orgel) ingezet en heeft het producers- duo Gus Van Go en zijn maat Werner F meer dan voortreffelijk
werk afgeleverd. Topper.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 77 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Rickie Lee Jones
Album:
The Other Side of Desire
Label:
The Other Side of Desire Music
vrijdag 11 september 2015
Het heeft een lange tijd geduurd maar dan heb je ook wat. De Amerikaanse Rickie Lee Jones had een
writer’s block, maar haar verhuizing van Los Angeles naar New Orleans (2013) heeft haar goed gedaan.
Getroffen door de sfeer van The Crescent City vloeide de ene song na de andere uit haar pen. The Other
Side Of Desire is het resultaat: een prachtig album met 11 nieuwe songs. Vreemd genoeg moest Rickie Lee,
een zangeres met toch een flinke status, geld bedelen via een Pledge Music donatiecampagne om het album
uiteindelijk op te kunnen nemen. Het album opent met Jimmy Choos over een rusteloze vrouw gezeten op
een dak en zucht:
O Cherie come and take a ride with me, You just need to clear out your mind, O mon Cher, because I’ll go
with you anywhere. Can’t we leave that demon behind?
Een prachtig countrysong (met sfeerrijk spel op de mandoline en fiddle) is Valtz de Mon Pere geïnspireerd
door het leven van de vader van Louis Michot (Lost Bayou Ramblers). Lekker pittig klinkt de swingende
swamp pop in J’ai connais pas. Rickie Lee klinkt hier lekker fris, opgejut door het fantastische spel van New
Orleans grootheden als John Cleary en David Torkanowsky. De meditatieve piano-song Infinity mag ik ook
graag horen:
This is where we’ve always been, it will always come again, it hasn’t even happened yet, we’re here and in
infinity…
Een Amerikaanse journalist schreef heel treffend dat het lied Christmas in New Orleans the southern answer
is to Fairytale Of New York (The Pogues). Mijn favoriete track is Haunted dat gepaard gaat met fraai
raspend psychedelisch gitaarwerk. Het had van mij nog wel langer dan die 5 minuten mogen duren. Het
album sluit af met een Kurt Weil achtig circusnummer. Kortom, dit is een fraai veelzijdig album met een
Rickie Lee Jones, die als herboren klinkt.
Paul Jonker
Artist:
Eric Bibb
Album:
Guitar Tab Songbook Vol 1
Label:
Dixiefrog Records
donderdag 10 september 2015
Een heel bijzonder project, deze nieuweling van Eric Bibb, bestaande uit een CD met daarop 10 songs, twee
maal opgenomen – eerst alleen de begeleiding en daarna met de zang erbij - , een CD-Rom met ‘Tab &
Standard notations’ en teksten voor de 10 songs (plus MP3’s) en een DVD met voor iedere song drie video’s
met resp. een close-up van beide handen op een split-scren, een ‘long shot’ en commentaar van Eric over de
song en hoe deze te spelen. Wat een geweldig materiaal voor de gitaarhelden onder ons. Eric introduceert
het project uit zijn woonplaats Hilo. Hawaií als volgt: ‘Aloha, friends, I know quite a few of you out there
have been waiting many years for the arrival of this tab/song book. Thank you for your patience! After
several false starts and delays, due to my busy schedule troubadouring around the World, we finally brought
all the pieces together’. En ‘all that pieces’ leveren een document van vele uren genot op. Voor de
liefhebbers van de sympathieke country-blues van Bibb is er de CD met ieder liedje met en zonder zang,
voor de gitaristen onder ons is er een schat aan instructie. De songs zijn overigens eerder opgenomen en
werden voor dit project opnieuw gedaan. Zo passeren de welbekende traditionals ‘Come back baby’, ‘Needed
time’ en ‘Goin’ down slow’ naast originals van Bibb als ‘Champagne habits’, ‘In my father’s house’ en
‘Connected’. Ter herinnering: Eric is de zoon van Leon Bibb, die naam maakte in de New Yorkse folk scene
van de jaren 60 van de vorige eeuw en de neef van de beroemde jazzpianist en oprichter van The Modern
jazz Quartet John Lewis. Vanaf zijn vroege jeugd (op zijn zevende kreeg hij van zijn vader zijn eerste gitaar)
speelt Eric gitaar, op zijn 16e maakt hij deel uit van zijn vader’s begeleidingsband. Sinds 1972 verschijnen er
werkstukken van hem, onder meer een groot aantal samenwerkingsprojecten met vele anderen, waaronder
zijn eigen vader (‘A family affair’, 2002).
Eric Bibb kan bij mij al lang niet meer stuk. Alles wat de man maakt is geweldig. Hij zoekt ook nog eens naar
de nodige verschillende invalshoeken, waarvan dit geweldige project een duidelijk voorbeeld is! Een echte
geweldenaar!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 78 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Iris DeMent
Album:
The Trackless woods
Label:
Flariella Records
donderdag 10 september 2015
I can’t hardly bear it.” she says. Iris DeMent vertelde in een interview met The Boston Globe dat ze de
opname van Anna Achmatova die haar gedicht De Muse voordraagt, als het hoogtepunt van The Trackless
Woods ziet. En gelijk heeft ze. Dit gedicht, dat ook op een muur in de Johan de Wittstraat in Leiden te
vinden is (was?), is adembenemend.
Kogda ja noč'ju ždu ee prixoda,
Žizn', kažetsja, visit na voloske.
Cto pocesti, cto junost', cto svoboda
Pred miloj gost'ej s dudockoj v ruke.
I vot vošla. Otkinuv pokryvalo,
Vnimatel'no vzgljanula na menja.
Ej govorju: "Ty l' Dantu diktovala
Stranicy Ada?" Otvecaet: "Ja".
In de vertaling van Marja Wiebes en Margriet Berg luidt het als volgt.
Wanneer ik 's avonds wacht of zij zal komen,
Dan hangt het leven, lijkt het, aan een draad.
Wat maal ik nog om roem, jeugd, vrijheidsdromen
Als zij met haar schalmei daar voor mij staat.
Daar is ze. Met haar sluier teruggeslagen,
Kijkt ze mij aan met onverholen blik.
'Was jij het die aan Dante,' zal ik vragen
'De Hel dicteerde?' 'Ja,' is 't antwoord. 'Ik'.
Met enige moeite kan ik de verleiding weerstaan om dit gedicht hier te bespreken. Dante, één van de
grootste dichters ooit, zijn werk kan nooit genoeg aan beschouwing onderworpen worden. En de grote Anna
Achmatova, de Russische dichter die leefde van 1889 tot 1966. In een eeuw en een land dat verscheurd
werd door het geweld van de Eerste Wereldoorlog, de Russische Revolutie (1917), de Tweede Wereldoorlog
en de Koude Oorlog. Van aanvang af was haar geluid en toon opmerkelijk. Binnen de acmeïsten (het Griekse
akme betekent ‘bloeitijd’ of ‘scherpte’) kon zij als geen ander in de klassieke versvorm anders dan de
symbolisten, het alledaagse beschrijven zodanig dat het zowel groots werd als gewoon bleef. Enfin, laten we
het hier maar bij laten. Kees Verheul weet er veel meer van dan ik.
http://www.dbnl.org/tekst/_tir001197901_01/_tir001197901_01_0063.php
Hoe komt een Amerikaanse singer-songwriter ertoe om maar liefst zeventien teksten van een Russische
dichter in evenzoveel liedjes om te zetten? Dasha, de uit Rusland afkomstige pleegdochter die DeMent en
haar partner Greg Brown (één van de allerbeste, poëtische liedjesschrijvers van onze tijd, het is geen toeval
dat juist hij een gedeelte uit een gedicht van T. S. Eliot voordraagt op de nieuwe cd van Lucie Thorn) speelt
hier een grote rol. Zij werd overigens ook genoemd op Sing The Delta (2012), DeMents vorige album.
Daarnaast, zo merkt DeMent in een aantal recente interviews op, is Achmatovas leven en werk van een
ontroerende kwaliteit. Zoekt u de tekeningen eens op die Modigliani van haar maakte in het Parijs van begin
twintigste eeuw. Zij vond in zijn ogen ‘een gouden glans’ en hij was ‘als niemand op deze aarde’.
En de muziek? Nou, mogelijk is dit het beste album dat Iris DeMent ooit maakte. Al kan het zijn dat de
poëzie bij deze beoordeling van essentieel belang is. Wie het album alleen als muziek beschouwt, zal
mogelijk een zekere eenvormigheid bespeuren. Die evenwel bij goed en aandachtig luisteren zeker zal
verdwijnen. Leo Kottke, Dave Jacques, Richard Bennett (producer), Bryan Owings, Bo Ramsey en diverse
leden van de familie Brown staan hiervoor garant. Al is het natuurlijk DeMent zelf die met haar prachtige
stem en dito pianospel de muziek werkelijk kleur geeft. Ze houdt van het door Babette Deutsch en Lyn Coffin
vertaalde werk van Achmatova. Dat hoor je. Dat voel je.
Ik zag niet uw tranen, zie niet uw verdriet,
En ik hoor het zoeven van de wielen niet
Als u straks naar bomen en baaien rijdt,
Door uw land dat zelfs geen standbeeld aan wijdt.
Dat dichtte Joseph Brodsky in 1962. Boven het gedicht waar dit kwatrijn deel van uitmaakt staat voor A. A.
Achmatova.
donderdag 24 december 2015
Pagina 79 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Wim Boluijt
Artist:
The Boxmasters
Album:
Somewhere Down The Road
Label:
Ranch Records
woensdag 9 september 2015
Sceptisch ben ik over het album Somewhere Down The Road van The Boxmasters uit Californië. Aanleiding is
Hollywoodacteur Billy Bob Thornton, die ik in het cd-boekje aantref als Bud Thornton. Geen idee dat hij in
deze groep als co-schrijver, co-producer, zanger, drummer en frontman een vooraanstaande rol vervult. Tel
daarbij op het feit dat het om een dubbel-cd gaat met 22 nummer en een speelduur van ongeveer 1½ uur
en mijn terughoudendheid neemt alleen maar toe. Poeh, een hele zit die ik eigenlijk liever vermijd,
simpelweg omdat ik niet veel op heb met Billy Bobs soloplaten. Het is pathetische, sentimentele
countrymuziek waar ik – meer in het bijzonder zijn gezwollen ‘sexy’ manier van zingen – een allergie voor
heb. Maar genoeg hierover gezeverd en vooruit, ik heb me ‘vermand’, ben met aandacht gaan luisteren en …
vergeleken met zijn soloplaten valt dit groepsalbum toch wel mee. Minder aanstellerig in ieder geval, maar
nog wel volop aanwezig is ‘n – laat ik zeggen –lichte versie van countrymuziek, die gepolijste melodieën,
hang naar melodrama en overdreven romantiek laat horen. Het zijn liedjes geknipt voor radio en voor een
potentieel groot publiek. De band, die in 2007 werd opgericht en eerder al twee dubbelalbums uitbracht
bestaat, naast Billy Bob, uit gitarist Brad Davis, bassist J.D Andrew en toetsenist Teddy Andreadis. Niet de
eersten de besten, trouwens. CD 1 vertegenwoordigt meer het rockachtige werk, cd 2 hun meer fluwelen
kant.
Huub Thomassen
Artist:
Royal Southern Brotherhood
Album:
Can't Look Back
Label:
Ruf Records
dinsdag 8 september 2015
Medio 2014 verliet Mike Zito de Royal Southern Brotherhood. De band was sindsdien in Europa te zien met
zijn vervanger, zanger/gitarist Bart Walker. Ondertussen heeft ook Devon Allman de groep verlaten en zijn
vervanger heet Tyrone Vaughan. Bekende achternaam? Klopt, de man is de zoon van bluesgigant Jimmy
Vaughan en Tyrone kreeg op vijfjarige leeftijd van zijn oom Stevie Ray zijn eerste gitaar. Op deze cd laat hij
horen dat hij dit instrument aardig heeft weten te temmen.
Op zich is het een flinke aderlating als mensen als Zito en Allman opstappen, maar naar mijn mening is dit
vertrek het totale bandgeluid wel ten goede gekomen. Het klinkt allemaal homogener dan voorheen.
Oudgedienden zijn zanger/percussionist Cyril Neville, bassist Charlie Wooton en drummer Yonrico Scott en
dit gezelschap krijgt verder nog versterking van Ivan Neville achter de toetsen een drietal blazers,
waaronder good old Jimmy Hall (saxofoon/zang). ‘Don’t Look Back is eerder dit jaar opgenomen in de Fame
Studios in Muscle Shoals en heeft als subtitel meegekregen: The Muscle Shoals Sessions. Tom Hambridge is
de producer.
De cd opent een stevige blues/rock nummer met de titel “I Wanna Be Free”, waarin de beide nieuwkomers
gelijk maar laten horen een stevig stukje gitaarwerk te kunnen neerzetten. Maar het zeker niet alles
southern blues en rock wat de klok slaat. Het titelnummer wordt ingeleid door fraaie basklanken van Wooton
en Walker speelt banjo op dit nummer, dat een reggaeachtig refrein heeft. “The Big Greasy” is een lekker
funky werkje in de Neville-traditie. “Penzi” heeft Caraïbische invloeden. Op dit nummer hanteert Walker de
mandoline. Met “Por Boy” laat Vaughn horen ook als songwriter zijn mannetje te staan. Het minste nummer
vind ik persoonlijk de ballad “Beter Half”, waarvan de begeleiding niet echt vloeiend is, maar dat is misschien
een kwestie van smaak.
‘Don’t Look Back’ is een cd, die laat horen dat de Brotherhood ook zonder het duo Zito/Allman zeker
bestaansrecht heeft.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 80 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Watkins Family Hour
Album:
Watkins Family Hour
Label:
Thirty Tigers Records
dinsdag 8 september 2015
Iedere maand, indien de optredens elders geen roet in het eten gooien, spelen broer (Sean) en zus (Sara)
Watkins, bekend van de formatie Nickel Creek, met wisselende muzikale gasten in de Largo in LA. Het is
voor het tweetal een soort laboratorium, waarin ze kunnen experimenteren met nieuw repertoire, zelf
geschreven of covers van anderen. Na een tiental jaren besloot het tweetal onder de groepsnaam ‘Watkins
family hour’ in de hele USA te gaan optreden. Ze worden meestal vergezeld door Fiona Apple (zang) en
Benmont Tench (de toetsenist die we o.m. kennen van zijn werk met Tom Petty, maar hij zingt hier ook),
maar ook anderen sluiten aan. Op de debuutCD van dit gezelschap horen we naast de vier eerder
genoemden ook nog Sebastian Steinberg en Don Heffington zingen. Het repertoire is een mooie doorsnede
van Americanaland, nummers van Dylan (‘Going going gone’), Gordon Lightfoot (het onsterfelijk mooie ‘Early
morning rain’), Robert Earl Keen, Harlan Howard, Roger Miller en – min of meer als buitenbeentjes, maar
helemaal naar de eigen americanahand gezet - van Lindsey Buckingham en Robert C. Hunter/Jerry Garcia
(Grateful dead, dus). We horen ook het schitterende ‘She thinks I still care’ (wie zong dit nummer niet?
Bekende versies zijn van George Jones, Patty Loveless, Michael Nesmith, maar ook Elvis en Connie Francis
zongen het ooit) in een gevoelige versie. Prachtig gedaan. Het zal duidelijk zijn, deze CD bevat übercountry
met soms een bluesy randje.
Een mooie, in slechts drie dagen met het nodige goede gevoel opgenomen CD. Verwacht geen
experimenteerdrift, dat hoort bij dit gezelschap niet, ze kennen hun repertoire en maken er iets prachtigs
van!
Fred Schmale
Artist:
HogJaw
Album:
Rise To The Mountain
Label:
Independent
maandag 7 september 2015
Hogjaw, een band waar ik vaker wat over gelezen heb, maar nog nooit aan toe gekomen om te beluisteren.
En dan valt er ineens hun nieuwe cd ‘Rise to the mountains’ op de mat. En ik kan zeggen dat het een
aangename kennismaking was. Het is het vijfde album van deze formatie, die sinds 2014 een kleine
wijziging onderging. Gitarist Kreg Self moest om gezondheids redenen stoppen en zijn plek werd ingenomen
door Jimmy Rose.
Met een mix van rock, southernrock en zo nu en dan country, zetten zij een stevige sound neer die mij terug
gooit in de tijd van de hardrockformatie The Godz (niet te verwarren met de oudere psychedelische
rockformatie Godz) gelardeerd met zo nu en dan een scheutje Lynyrd Skynyrd en soms tegen Black Sabbath
aanscheurend
Titeltrack ‘Rise to the mountain’ laat gelijk horen wat men kan verwachten, Kwall zet in met een stevig potje
drums strak begeleidt door de pompende bas van Elvis D, scherpe gitaarsolo’s vanJimmy Rose en de
krachtige donkerbruine stem van J.B. Jones. De enige rustpuntjes (wel hele mooie) op de cd zijn de intro
van ‘Leavin out the backside’, ‘I will remain’ en de afsluiter ‘Grey skies’. Deze zijn een welkome afwisseling
om op kracht te komen voor het volgende stevige nummer, nummers die je trouwens veel energie geven, ik
betrap mij er op voortdurend in ritmisch in beweging te zijn met handen en voeten.
Al met al een welkome aanvulling op mijn muziekcollectie voor de broodnodige variatie.
Video ‘Where have you gone
https://youtu.be/i_NREbgXWEU
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 81 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ian Tyson
Album:
Carnero Vaquero
Label:
Stony Plain Records
zondag 6 september 2015
Wie kent hem niet, Ian Tyson, de legendarische Canadese ‘Godfather of folk’. In de jaren 60 was hij samen
met zijn toenmalige echtgenote Sylvia Fricker ‘top of the bill’ in de folkwereld van zowel Canada als de USA.
Onsterfelijk mooie songs werden toen geboren, denk aan ‘Four strong winds’, ‘You were on my mind’ en
‘Someday soon’. In 1969 stond het tweetal aan de wieg van de countryrock met hun ‘Great speckled bird’,
een prachtig album dat nooit de aandacht kreeg die het verdiende. Na de scheiding van Sylvia ging Ian solo
door met als specialiteit ‘cowboy songs’ (Ian heeft een echte ranch ten zuiden van Calgary), waarvan het
minstens even onsterfelijke ‘Navajo rug’ het bekendst werd – Ian schreef het samen met Tom Russell en de
versie van Jerry Jeff Walker is wellicht het meest tot de verbeelding sprekend. Ian is nu 81 en nog volop in
actie. Hij treedt nog altijd op en schrijft nog altijd songs. ‘Carnero (Spaans voor ram) Vaquero (Spaans voor
cowboy)’ is zijn 17e CD (waaronder twee compilaties), nummer 13 voor Stony Plain, en laat horen dat hij
nog altijd zijn mannetje staat als zanger (hij is volledig hersteld van een aandoening die zijn stem aantastte)
en songwriter (vijf nieuwe liedjes van zijn hand, een paar samenwerkingsliedjes (waaronder ‘Wolves no
longer sing’ met zijn oude makker Tom Russell) en een nieuwe versie van de klassieker ‘Darcy Farrow’(voor
het eerst in 1965 opgenomen met Sylvia aan zijn zijde) plus de traditional ‘Doney girl’, vermoedelijk
geschreven ergens begin 19e eeuw. In ‘Wolves no longer sing’ beschouwt hij het veranderen van zijn ‘wilde
westen’: ‘The old songs are forgotten, gone with the ravens on the wing. And love no longer matters and the
wind no longer sings, the old man sold his horses, the children sold the ranch’. Verder is het genieten van
typische up-tempo cowboy songs als ‘Colorado horses’ en ‘Wolves no longer sing’ en mid-tempo ditto’s als
‘Cottonwood canyon’.
Een verrassend mooi album van een rijpe cowboy! In zijn prachtige eigen stijl weet Tyson als immer te
boeien. Goed om te zien dat fitte oude knarren nog altijd meedoen. Ian Tyson is eeuwig jeugdig lijkt het wel
na het horen van deze prachtige CD. (Fred Schmale, fan van Tyson sinds de jaren 60).
Fred Schmale
Artist:
Sonny Landreth
Album:
Bound by the Blues
Label:
Provogue Records
vrijdag 4 september 2015
Het was niet minder dan een ridderslag, de aanwezigheid van Joe Satriani op het vorige album (Elemental
Journey, 2012) van Sonny Landreth. Dat is te zeggen, het omgekeerde (dat bij mijn weten nog nooit
gebeurd is) zou als ridderslag ook niet misstaan. Want óók de gitarist Sonny Landreth mag er zijn. Al is zijn
spel dan minder technisch en complex van aard dan dat van Satriani, de met blues, cajun en zydeco
aangelengde folkrock, gekenmerkt door die soepele swing van Landreth, is behoorlijk uniek. Meer aandacht
voor dat instrumentale, hierboven vermelde, vorige album was dus op zijn plaats geweest. Als de
voortekenen echter niet bedriegen, zal Bound By The Blues, meer liefhebbers op de been brengen. Dit
album, waarop Landreth met David Ranson (bas) en Brian Brignac (drums) liedjes van o.a. Elmore James,
Skip James en Robert Johnson ten gehore brengt, is even onberispelijk als geïnspireerd in elkaar gestoken.
En hoewel Landreth hier, weliswaar op eigen wijze, maar toch, doet wat al zovelen voor hem hebben gedaan
(Dust My Broom, nog maar eens een keer), mag het volledig in die bluestraditie passende Bound By The
Blues geslaagd heten.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 82 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Weldon Henson
Album:
Honky Tonk Frontier
Label:
Hillbilly Renegade Records
donderdag 3 september 2015
Het vierde album (sinds zijn debuut in 2008) van de Texaanse honky-tonker Weldon Henson heeft een
geweldige aandachttrekker in de begeleidende gelederen: steel-gitarist Ricky Davis. Deze grote jongen (hij
zingt mee en speelt ook af en toe dobro) kennen we o.m. van zijn samenwerking met Dale Watson in de
jaren 2001-2004. Verder in de begeleiding naast Weldon zelf op gitaren ruimte voor piano, bas en drums. Na
het lezen van deze inleiding begrijpt u wel dat we recht-door-zee country kunnen verwachten, echte en
dansbare honky tonk muziek. En niets is minder waar, vanaf de dansbare honky tonk van de eerste twee
nummers met de toepasselijke titels ‘Hey, bottle of whisky’ en ‘Honky tonk feels right’ via ‘Heartache game’,
waarin Weldon zijn gitaar laat klinken als Dale Watson, de heartcore country van ‘Looking for my break’ en
de gevoelige ballad ‘Not a home’, de heerlijke wals ‘The score’, de rockende gitaarlicks in ‘Trying to pretend’
en de jumpende honky tonk van ‘I need wine’ blijft Weldon trouw aan zijn country roots. Na zijn vertrek uit
de Air Force in 2006 heeft Weldon zijn leven gewijd aan de ‘True country music’, hij en zijn band spelen elke
dinsdagavond in de bekende ‘Broken Spoke’ in Austin. Het pleit voor hem dat de CD een aangenaam ‘live
gevoel oproept’. Je waant je in een Texaanse honky tonk op een zwoele zaterdagavond, met een Stetson op
schuifelend, walsend en twosteppend met een mooie vrouw.
Ben je toe aan de echte country feel, een injectie met recht-door-zee country met een pure pedal steel in de
begeleiding (Weldon: ‘a ton of steel’), ga dan voor dit lekkere geval van Weldon Henson, elf songs, waarvan
Weldon er 10 schreef en Don Singleton de elfde (‘Hey, bottle of whiskey’). Puurder en origineler kan country
niet klinken.
Fred Schmale
Artist:
The Widowbirds
Album:
Black Into The Blue
Label:
Independent
woensdag 2 september 2015
De Australischede formatie The Widowbirds werd in 2010 opgericht dankzij een songwriters proces van
zanger Simon Meli en gitarist Tony Kvesic. Bobby Poulton (bass), Robbie Woolf (orgel, keyboards) en Shane
O’Neill (drums) maken dit vijftal compleet.
De eerste keer dat ik deze band zag was in 2013 in NiXenMeeR (Enschede) en daar maakten zij als live band
een geweldige indruk met hun rootsy rock. Na dat optreden heb ik dan ook gelijk de cd Shenandoah
aangeschaft en hierop bleken zij, in tegenstelling tot sommige bands, ook hier enige mate van live-gevoel op
te roepen.
En nu is er dan Black into the blue, een album dat na het beluisteren laat horen dat ook hier het live-gevoel
komt boven drijven. Simon Meli weet met zijn (hard)rockstem de muziek van de nodige lading te voorzien.
Hij heeft een enorm bereik en door zijn stembuigingen zitten er altijd onverwachte momenten in zijn zang.
Het gitaarspel van Tony is de ene keer opzwepend en messcherp, de andere keer loom en meeslepend.
Zeker in Sweet Trouble komen beide stijlen aan bod met daar doorheen geweldig orgelspel van Robbie, alles
leunend op een ritmesectie die met weinig input enorm veel invloed op dit nummer hebben, voor mij het
hoogtepunt van de toch al sterke cd. Per song is er wel eens een onderbreking in tempo en een overgang in
klankkleur, hierdoor wordt geen enkel nummer monotoon. Na een paar keer luisteren krijg je de composities
dan ook pas goed in de gaten, dat maakt de cd ook spannend. Hier zit dan ook een heel tevreden luisteraar.
Na deze cd, release datum 17 september, wordt het tijd dat deze band behalve in Duitsland en Spanje ook in
Nederland de waardering krijgt die zij verdiend.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 83 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Santiparro
Album:
True Prayer
Label:
Gnome Life Records
dinsdag 1 september 2015
De kans dat Santiparro ooit Als De Rook Om Je Hoofd Is Verdwenen zal gaan opnemen is, is niet groot. Alan
Scheurman kreeg de naam Santiparro toegemeten toen hij een bezoek bracht aan de zogeheten ‘Huichol
people’ in centraal westelijk Mexico waar de bolvormige cactus groeit die mescaline voortbrengt. De lens die
dingen ziet die meestal niet worden gezien, dat is de betekenis van deze nome de plume. Shamanistische
rituelen en bevrijding van de ketenen die ons aan het alledaagse kluisteren, Santiparro laat niet na om in
zijn liedjes te wijzen op zijn spirituele bevindingen.
Are you harvesting,
Are you harvesting the spiritual fruit,
Falling from the world tree?
Dat een enigszins rare man zoals Will Oldham aan dit album meewerkt, wekt geen verwondering. De
aanwezigheid van de andere gasten – Kyp Malone (TV On The Radio), Adam Wills (Bear In Heaven), Melati
Malay (Young Magic) en Ben Bromley (NewVillager) – doen dat wel. Enigzins.
https://www.youtube.com/watch?t=62&v=Ci2JcUV4wF8
De voornamelijk akoestische psychedelica van Santiparro is, zo hebt u inmiddels wel begrepen, meer dan
curieus. Als u een liefhebber bent van het werk van de immer met onvaste toon zingende Will Oldham, is dit
beslist een album om een keer te beluisteren. Santiparro zingt namelijk net zo. In die zin is dit zeker geen
slecht album, al gaat de vlag in het Café nu ook niet weer uit. Dat laatste heeft vooral te maken met de
grote hoeveelheid (drugsgerelateerde?) onzin die Santiparro bezingt. En die rook? Bekijk de cover van True
Prayer nog maar eens.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 84 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Guy Verlinde
Album:
Better Days Ahead
Label:
Independent
maandag 31 augustus 2015
Guy Verlinde, de artiest voorheen bekend als Lightin’ Guy, heeft onlangs zijn nieuwste album Better Days
Ahead, het levenslicht doen zien.
Bij beluistering van het album blijkt dat de titel de lading volledig dekt. Vrijwel alle nummers handelen over
betere tijden na een slechte periode. Guy geeft ook volop adviezen, hoe je na zo’n periode in het leven zou
moeten staan. In de jaren zeventig vorige eeuw zou men dit een concept-album genoemd hebben.
Guy heeft dit album onder eigen naam uitgebracht. Hij wordt op deze schijf niet begeleid door zijn live band
The Mighty Gators. Naast Guy, die de leadvocalen voor zijn rekening neemt en uiteraard op gitaar te horen
is, zijn van de partij: Luc Alexander (gitaar), Wladimir Geels (bas), Frederik van den Berghe
(drums/percussie), Gertjan van Hellemont plus Cleo Janse (achtergrond zang), Steven Troch (harmonica),
Patrick Cuyvers (Hammond) en Gert Jacobs (toetsen).
Alle elf nummers zijn van Guy’s hand en vormen een mooie, gevarieerde selectie songs, die geworteld zijn in
de blues, maar ook de nodige Americana en ook pop/rock invloeden tonen.
De titelsong “Better Days Ahead” is een goed in elkaar stekend pop/rock nummer, waarin Guy het thema
van de cd duidelijk voor het voetlicht brengt. Het wordt gevolgd door een lichtvoetig bluesje “Heaven Inside
My Head”, waarin een prima blazende Steven Troch te horen is. Het album heeft een goede balans tussen de
wat stevigere uptempo nummers als “Wild Nights”, “Into The Night” en “Learnin’ How To Love You” en het
ingetogenere Americana werk als “Sacred Ground”, “Call On Me” en “Don’t Tell Me That You Love Me”. Fraai
fingerpicking spel op de resonator gitaar maakt “The One” een van de hoogtepuntjes.
Guy Verlinde heeft met Better Days Ahead een cd afgeleverd, waar hij trots op kan zijn. Op het Moulin Blues
Festival in Ospel speelde hij voornamelijk materiaal van deze cd. Met zijn Mighty Gators liet hij toen al
horen, dat het materiaal ook live uitstekend overeind blijft.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 85 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ad VanDerVeen
Album:
Presents Of The Past/Requests Revisited
Label:
Blue Rose Records
zondag 30 augustus 2015
Ad Vanderveen kennen we als één van Nederlands beste singer-songwriters. Op zijn nieuwste product, de
fraaie dubbelCD ‘Presents of the past/Requests revisited’ horen we hem op gitaren, mondharmonica, bas,
banjo, autoharp en percussie. Ad Vanderveen is al actief sinds de jaren 70, toen hij met de band ‘Brinker’
een paar singeltjes maakte. Hij speelde bas in Herman Brood’s ‘Wild Romance’, had samen Philip
Kroonenberg de formatie ‘Personnel’ in de jaren 80 en de vroege jaren 90. Als solo-artiest en onderdeel van
vele projecten, o.m. met Iain Matthews, Eliza Gilkyson en zijn garage-band ‘The O’Neils’, heeft hij inmiddels
meer dan 20 CD’s gevuld, met als debuut in 1993 ‘Travel light’. Ad’s nieuwste project is een dubbelCD,
opgenomen in Den Haag zonder publiek in Theater in de steeg (‘Presents of the past’ met 10 nieuwe liedjes
van Ad) en Studio ‘Seafront Music’ (‘Requests revisited’, 10 remakes van bekende songs van Ad). De
productie is in handen van Ad zelf en de Haagse singer/songwriter Rene Kaaij, die bijdraagt op bas, drums,
piano, hammondorgel, accordeon, percussie en vocals. Het resultaat mag er zijn. Kijken we allereerst naar
de CD met de remakes, dan is het verrassend om te horen hoe de heren, samen met violisten Jim Morrison
en Karen Joy Mc Coy, Maaike Peterse op cello, Kersten de Ligny op percussie/vocals, Timon van Heerdt op
mandoline en incidentele bijdragen van Rob van Duuren op pedal steel en Dimitri Vlaanderen op percussie,
de bekende songs als ‘First feeling’, ‘Anchor’, ‘Emigrant family’ en ‘Soul power’ een nieuw leven geven.
Prachtig gedaan. Er staat ook een door elektrische gitaren en orgel(s) beheerste hidden track (‘Water under
the bridge’, bekend van Personnel) op van meer dan 19 minuten, waarop we maar liefst 13 musici en
vocalisten kunnen horen, waaronder Leland Sklar en Al Kooper. De CD met de nieuwe songs laat eens te
meer horen dat Ad een geweldige songwriter is. Diverse van zijn nieuwe songs komen ongetwijfeld terecht in
de lange reeks Vanderveen-klassiekers, waarvan er een aantal op de revisited-CD staan. Neem het
schitterende ‘The future has changed’, waarop diva Lynn Miles meezingt. En ook de titeltrack, het vriendelijk
voortkabbelende ‘Presents of the past’, ‘Small time real life stories’ , het in accordeon gedoopte walsje ‘Music
waiting for words’ en ‘Well that never runs dry’ zijn aansprekende nieuwelingen.
Ad Vanderveen staat voor constante topkwaliteit. Hier is hij sterker dan ooit door de verrassend prima
samenwerking met alleskunner Rene Kaaij. Een CD om in je hart te sluiten. En – door de ‘Requests revisited’
bovendien een leuke kennismaking met het eerdere werk van Ad, een flink aantal van de nummers op deze
CD is niet meer verkrijgbaar in de originele versie!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 86 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Stevie Agnew & Hurricane Road
Album:
Bad Blood & Whiskey
Label:
Skimmin' Stone Records
zaterdag 29 augustus 2015
Als je fervent Nazareth fan bent, valt je de naam Agnew gelijk op. Inderdaad blijkt dit een zoon van
Nazareth’s bassist Pete Agnew te zijn, waar tevens zijn broer Lee de drums beroerd na de dood van Darrell
Sweet. De muziek is hem dus thuis met de paplepel ingegoten. Maar daarmee zijn wij er nog niet want ook
broer Chris speelt bas (the Rezillos) en nu dus ook in Stevie zijn band. Waar Nazareth bekend staat om de
hardrock daar gooit Stevie met zijn band het over een andere boeg, americana met soms een scheutje rock.
Alle nummers komen van de hand van Stevie (zang, akoestisch, slide gitaar, bluesharp) en Chris Smith
(drums, bas, bohdran, cahon, percussie). Verder bestaat de band uit Jimmy Anderson (dobro, akoestisch,
elektrisch gitaar), Lesley Thompson (viool), Elaine Shorthouse (piano, achtergrond zang) en Ali Bell (zang).
Daar naast zijn er nog een zestal gastmuzikanten aanwezig.
Wat direct opvalt is de stem van Stevie, het had de zoon van Dan McCafferty (zanger Nazareth) kunnen zijn.
De heze/raspende stem ligt overigens bijzonder fijn in het gehoor. De nummers zijn zeer gevarieerd mede
door het aantal muzikanten en evenzoveel instrumenten. En ondanks deze variëteit liggen de songs qua
sfeer dicht bij elkaar, een warme soms wat donkere sound. Waar bij anderen de viool mij nog wel eens
begint te irriteren is dat hier niet het geval, het is allemaal heel gedoseerd. Met het gebruik van de viool,
fluit en uilleann pipes* valt er soms ook een prachtige deken van de schotse hooglanden over de nummers,
ietwat mystiek maar o zo mooi. Zo nu en dan is het wat steviger met een grommende bas en een fijn
partijtje bluesharp, goed voor de afwisseling. Met dit album kunnen Stevie en zijn band ook hier wel eens
definitief naam maken.
*uilleannn pipes: Ierse doedelzak, welke niet met de mond wordt opgeblazen, maar al zittend wordt met
ellebogenwerk de lucht in de zak gepompt.
Jan van Eck
Artist:
The Lachy Doley Group
Album:
Conviction
Label:
Marista
vrijdag 28 augustus 2015
Hij wordt The Jimi Hendrix of the Hammond Organ genoemd. Ik heb het over de Australische muzikant Lachy
Doley. Met zijn trio speelt hij een soort Power Hammond Soul. Doley is een verzamelaar van
toetsinstrumenten. Of het nu een Hammond, Rhodes, Clavinet of de Moog is. Hij heeft zij allemaal en de
zeldzaamste is de Hohner Whammy Clavinet, waarvan er maar 20 op de wereld bestaan. Dit collector’s item
is onder meer te horen op Lachy Doley nieuwe album Conviction. Lachy heeft al een aantal albums op zijn
naam staan. Conviction is nu ook in de Benelux verkrijgbaar.
Het album opent majestueus met een lekker swingend Betcha I’ll Getcha. Het lijkt wel of ik een nieuwe
versie hoor van Blood Sweat & Tears. De enorme stem van Doley in combinatie met die heerlijke blazers en
zijn funky grooves op de hammond klinkt geweldig. Vervolgens wordt het even rustig met het titelnummer.
Een mooie ballade met helaas teveel bombast. Die koortjes hadden van mij weggelaten kunnen worden.
Make It Up klinkt heftig en zou niet misstaan in de catalogus van de Spencer Davis Group. Aan het eind van
de song klinkt het allemaal wat te overdone. Back In Black heeft een strakke monotone beat die mij helaas
niet pakt. Lekker ‘catchy’ klinkt het rustig funkende Frankly My Dear I Don’t Give A Damn. Hoogtepunt van
dit album is de bewerking van Bill Withers’ Use Me. Het lijkt of er een gitarist aan het power trio is
toegevoegd, maar het is toch echt Lachy Doley die uit zijn toetsenbord de meest ingenieuze klanken haalt.
Het album eindigt met een lekker sompig bluesje Stop Listening To The Blues. Conviction is een album met
sterke en minder sterke tracks. Ik zou Lachey Doley willen adviseren bij een aantal tracks het ‘less is more’principe te hanteren. Ik ben wel erg benieuwd hoe The Lachy Doley Group live klinkt. Die nieuwsgierigheid
kan ik eind oktober bevredigen, want dan komt deze band naar Nederland.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 87 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Alectro
Album:
School Of Desire
Label:
Blue Rose Records
donderdag 27 augustus 2015
Ik moet bekennen dat bij de namen van de Alectro-kern Steve Kirkman en Jeff Eyrich geen lichtje ging
branden. Toch zijn ze allebei al decennia in de muziek actief. Als producer (voornamelijk Eyrich),
studiomuzikant en podiumbegeleider hebben beiden ruimschoots hun sporen verdiend. Eigen solorepertoire
echter is er niet of nauwelijks. Kirkman maakt jarengeleden een paar platen (Searcher 2001 en Roads
2007), Eyrich drijft samen met een compagnon een jazzlabel (BePop Records) en speelt in een jazzy
popformatie. Solowerk van hem is niet te vinden.
Wonderlijk dat het duo niet eerder de handen ineensloeg, want hun debuut School of Desire is een
verrassend mooie plaat. Analoog opgenomen in Kirkman’s studio in New York, hun beider woonplaats,
verbeelden veel van de elf liedjes de vurige entourage van spaghetti westerns.
Het prachtige openingsnummer The Debt noopt meteen al tot de onontkoombare vergelijking met het werk
van Ennio Morricone. Al gaat die vergelijking ook wel op voor Calexico, vooral door het gloeiend mooie
saxofoonspel van Tim Ouimette. In het titelnummer en Fork in the Road rocken de (slide) gitaren broeierig in
strak draftempo. Losjes gespeeld, in een gospelachtig sfeertje horen we heel aantrekkelijke rockabilly-twang
in Woody Guthrie’s nummer Hard Travelin’. Shining Stars, gedompeld in een felle, trillende gitaarsound,
bevat de krachtig gezongen boodschap: “If you want consolation, you can’t get that in the dark. But if you
want revelation, you gotta see the Shining Star”. Op de zachte surf-twang van het instrumentale Sunset at
County Line dommel ik fijn weg en sluimer nog wat door op de kalme melodielijnen, heldere gitaren en
ontspannen zang in Cross and the Switchblade. Het oneindig veel gecoverde Tobacco Road van John D.
Loudermilk krijgt een JJ Cale laid-back behandeling, refererend aan diens Crazy Mama. Mooi gedaan, tikje
overbodig. Take Me to the Highway is een metaforisch getinte song met vrijheid als thema: niet de
(eind)bestemming, maar het onderweg-zijn doet ertoe. Om (levens) kracht te houden dient de ziel tijdig
gelaafd. Met whisky als water natuurlijk, zoals in Whiskey Water duidelijk wordt. Het passend slotakkoord is
voor Sunrise at Faria, een kort instrumentaaltje in spaghettistijl.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 88 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Laurence Jones
Album:
What´s It Gonna Be
Label:
Ruf Records
woensdag 26 augustus 2015
Laurence Jones is een jonge Britse blues/rocker, die sinds augustus 2014 behoorlijk is doorgebroken in
Nederland. En terecht. Het is een talentvolle gitarist, een degelijke zanger en kan daarnaast ook nog eens
gevarieerde songs schrijven, die niet alleen als alibi dienen voor lange gitaarsolo’s, maar wel degelijk inhoud
hebben.
Laurence wordt op de cd What’s It Gonna Be bijgestaan door zijn vaste begeleiders Roger Inniss op bas en
Miri Miettinen op drums. Voor de toetsenbijdragen tekenen Julian Grudgings en Lewis Stephens, terwijl S.J.
Mortimer wat achtergrondvocalen voor haar rekening neemt. Het beluisteren van de cd wekt bij mij de
indruk dat Laurence een beetje op een tweesprong in zijn carrière staat. Het album begint met een paar
stevige blues/rocknummers, zoals we van zijn vorige cd’s en vooral live gewend zijn.
Met “What’s It Gonna Be” zet hij een krachtige opener neer en ook de paar volgende nummers zullen de fans
vertrouwd in de oren klinken. De rest van het album bestaat echter toch vooral op lekker in het gehoor
liggende pop/rock songs. Overigens niets mis mee. “Don’t Look Back”, een duet met zangeres Sandi Thom
is een pareltje. Het meest commerciële nummer op de cd is de oude Bad Company hit “Can’t Get Enough”,
dat een beschaafde, maar wel lekkere uitvoering krijgt. Dit nummer is een duet met Dana Fuchs.
Leadbelly’s “Good Morning Blues” krijgt dan wel weer een behandeling, zoals we van Laurence Jones gewend
zijn. Hoewel Laurence zijn stem zeker gegroeid is, moet ik toch even glimlachen bij het rock ‘n’roll-nummer
“Stop Moving The House”. Vreemd dit nummer over overmatig drankgebruik te horen uit de mond van een
zanger, die klinkt alsof hij nog niet de leeftijd heeft bereikt om alcohol te mogen kopen. Maar dit is een
goede, door het duo Jones en Inniss geproduceerde cd, met een helder en krachtig geluid en een prima
verzameling songs. Na zijn eerste twee cd’s groeit hij nog steeds en young mister Jones gaat ongetwijfeld
een grote worden op zijn vakgebied.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 89 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Joel Rafael
Album:
Baladista
Label:
Inside Recordings
dinsdag 25 augustus 2015
Joel Rafael is een echte hippie en een folkie, een zanger van melodieuze folksongs dus. Hij doet dat al ruim
50 jaar vanuit zijn domicilie in het zuiden van Californië (omgeving van San Diego). Zijn debuutCD
verscheen al in 1994. Aan het begin van de 21e eeuw werd hij bekend door zijn vertolkingen van songs van
de legendarische Woody Guthrie op de CD’s Woodeye (2002) en Woodyboye (2004), later door het label
Inside Records (opgericht door Jackson Browne en zijn management team) heruitgegeven als dubbelCD in
een prachtige box met een schitterend informatieboekje van 30 pagina’s . Op het onlangs verschenen
subtiele juweel ‘Baladista’ – zijn negende CD - zingt Joel met zijn gevoelige en gerijpte stem een negental
ballads van eigen hand – op het werkelijk adembenemend mooie ‘Love’s First lesson’ (is a broken heart!)
schreef good old Jack Tempchin (‘Peaceful easy feeling’ van The Eagles is o.m. van hem) mee – plus een
cover van de oude hit ‘500 miles’ (geschreven in 1961 door Hedy West en een hit van o.m. Bobby Bare sr en
gecovered door tientallen artiesten). In de spaarzame begeleiding horen we naast Joel (gitaar, piano,
harmonica, zang) op bas James Hutchinson en Greg Leisz op elektrische gitaar, een ongelofelijk subtiele
zingende steel gitaar en dobro. Alleen op de afsluiter ‘500 miles’ horen we twee extra gitaarklasbakken: John
Inmon en Terry ‘Buffalo’ Ware. De productie is in handen van Joel en zijn dochter Lauren. Ik noemde al
‘Love’s first lesson’ als prijsnummer, ik voeg daar direct ‘Sticks and stones’ aan toe, waarin Joel verhaalt
over een optreden in de geboortestad van Woody Guthrie, Okemah (Oklahoma) waarin hij een onbekend
liedje van Guthrie zong, Leisz speelt hier dobro. In ‘The good Samaritan’ bekent Joel dat hij zijn best doet
om te zijn als deze Bijbelse figuur: ‘I love the Good Samaritan, he’s a friend who’s a friend in deed. I’ll be
like the Good Samaritan when my neighbor is in need’.
Ik ben een grote fan van het werk van deze man, die met ‘Baladista’ in mijn ogen zijn allermooiste CD heeft
gemaakt. Een top-10 CD in mijn lijstje van 2015. Heel erg subtiel en mooi, folk op zijn allerbest. Ik heb sinds
‘And the hits just keep on comin’’ van Michael Nesmith uit 1972 niet meer zo’n mooi samenspel van gitaar en
steel gitaar gehoord. I just love it!!! Kopen, dit moois!!
Fred Schmale
Artist:
The Kentucky Headhunters
Album:
Meet Me in Blues Land
Label:
Alligator Records
maandag 24 augustus 2015
In 1968 begonnen de broers Richard Young (rhythm gitaar/zang) en Fred Young (drums) samen met hun
neven Anthony Kenney (bas) en Greg Martin (lead gitaar) als de Southern blues-rock band Itchy Brothers en
werden in 1986 omgedoopt naar The Kentucky Headhunters, later werd ook nog Doug Phelps (rhythm
gitaar) aan toegevoegd.
In 1992 raakten zij bevriend met pianist Johnnie Johnson, voormalig sideman van Chuck Berry en in 1993
rolde het eerste gezamelijke album ‘That ‘ll work’ van de persen. In 2003 werd Johnson gevraagd nog eens
samen een plaat te maken en Johnnie was direct enthousiast. Zij begonnen gelijk nummers te
schrijven/spelen, maar nu pas in 2015 is het album afgemixt. Johnson mocht het niet meer meemaken, hij
overleed in 2005.
Het album bevat elf nummers, tien van eigen hand en één cover van Chuck Berry,’Little Queenie’. Het is een
pracht plaat geworden met rock ‘n’ roll, (slow)blues en southernrock, waar de vonken bijtijds vanaf spatten
waarbij het het gitaarspel van Doug Phelps in het oog springt en waar Johnnie met zijn piano de nummers
nog een level omhoog trekken. Wat ook opvalt is dat zowel Richard als Doug de zang op verdelen, op vier
nummers zingt Richard, op vijf Doug en op één is Johnnie te horen, een prettige afwisseling. Blijft over één
instrumentaalnummer, een werkelijk op moordend tempo gespeelde boogie, een kolfje naar Johnnie’s hand.
Meet me in bluesland is het laatste huzarenstukje voor Johnnie Johnson geworden. Hij heeft het
eindresultaat dan niet mee mogen maken, had hij dat wel gemogen, dan was hij er trots op geweest.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 90 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Andy Shauf
Album:
The Bearer Of Bad News
Label:
Tender Loving Empire
zondag 23 augustus 2015
Wie zal er op 12 september 2015 naar De Oosterpoort togen, louter en alleen om Andy Shauf te zien en
horen spelen? Een enkeling, mogelijk, zo denken wij. Nu heeft de jonge Canarese singer-songwriter
natuurlijk wel grote namen naast de zijne op de lijst van het festival in Groningen te dulden. Dawes, My
Morning Jacket, Patty Griffin, bijvoorbeeld. Het in 2008 verschenen Darker Days kennen we niet. Het geldt
als het debuut van Andy Shauf, die overigens eerder dit jaar al op een aantal Nederlandse podia te
bewonderen was. Naar horen zeggen is het een sterk debuut. Wij geloven het direct, we kennen nu immers
The Bearer Of Bad News, een album waar we behoorlijk van onder de indruk zijn geraakt. In zowat alle
besprekingen die we van deze plaat hebben gelezen, wordt het werk van Shauf vergeleken met dat van
Elliott Smith. Hoewel de analogie zeker niet ongestoeld kan worden genoemd, denken wij toch vooral aan
Tom Brosseau. Over zijn laatste album, Perfect Abandon, leest u hier binnenkort meer. Shauf deelt met
Brosseau de ingetogen instrumentatie en ingenieuze, zeer sterk verhalende liedjes. Het vleugje western
swing is niet afwezig, maar doet zich bij Tom Brosseau sterker gelden. Shauf nam de tijd voor het opnemen
van dit album. Dat bracht een recensent ertoe om als kritiek te uiten dat de spontaniteit in dat lange process
van opnemen kennelijk was ‘weggespeeld’. En hoewel hier een kern van waarheid in zit, wordt de soep
volgens ons niet zo heet gegeten als deze wordt opgediend. Zorgvuldigheid en het nauwgezet vormgeven
van de liedjes, we kunnen het wel waarderen. In die zin doet Andy Shauf ons ook denken aan Will Stratton
(luister eens naar Grey Lodge Wisdom). Wonderlijke liedjes hoor. Zoals Wendell Walker dat wordt verteld
door iemand die een buitenechtelijke relatie met de vrouw van Wendell, die een vriend van hem is, krijgt.
Als Wendell hier achter komt, schiet hij eerst zijn vrouw dood en vervolgens zichzelf. Eerst had hij het
geweer op zijn vriend gericht: “My son, my son, I’m gonna cut you down.” Maar schieten kon hij toen niet.
Jesus, She’s A Good Girl is een prachtig liedje. Het mooiste van de plaat wellicht. Ook zeer fraai zijn de twee
liedjes waarmee The Bearer Of Bad News eindigt. Jerry Was A Clerk gaat over vier vrienden die een boer
willen beroven. Het kost één van hen haar leven. My Dear Helen, het laatste liedje, beschrijft deze
gebeurtenis door de ogen van de boer, die alles aan zijn recent overladen vrouw vertelt. Hij begraaft het
meisje en vraagt zich af waarom hij toch niet wat hoger gemikt heeft. Want hoe zal hij nu ooit bij Helen in de
hemel geraken? “I hope God can forgive me, I hope you forgive me too, I’m just a tired old man just waiting
to join you.”
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 91 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Cécile Doo-Kingué
Album:
Anybody Listening Pt.1 Monologues
Label:
CDK Music
zaterdag 22 augustus 2015
Cécile Doo-Kingué is een in Montreal wonende zangeres/gitariste/songwriter. In 2008 debuteerde ze met de
EP Akoustik, waarop vijf solo gebrachte akoestische nummers stonden. Twee jaar later verscheen haar
eerste album Freedom Calling, waar we ondermeer de vijf nummer van de EP in banduitvoering horen. Weer
twee jaar later verscheen het album Gris. Terwijl het eerste album op een nummer na Engelstalig was, het
tweede album is Franstalig. Ook bracht ze nog een Franstalige EP uit, waarvan de nummers ook terug te
vinden zijn op Gris.
Voor haar nieuwe cd, deel één van een drieluik, Anybody Listening, part 1: Monologues, heeft ze haar
ritmesectie tijdelijk op non actief gezet en de akoestische gitaar weer ter hand genomen. Resultaat is een
toch wel zeer indrukwekkend product. Het album wordt in het Engels gezonden, met uitzondering van enkele
strofen Frans in het nummer “Home”.
Cécile kan uitstekend met de gitaar overweg, heeft een indrukwekkende stem en heeft daarnaast in haar
songs ook nog iets te vertellen. De teksten gaan ergens over: over opgroeien in een vreemd land, waar je je
niet altijd even welkom voelt (“Third World Child”), over politiegeweld tegen Afro-Amerikanen (“Six
Letters”), over de verleidingen van het leven (“Sweet Talkin’ Devil”), over geweld tegen homo’s en
lesbiennes (“Bloodstained Vodka”), over eenzaamheid en egoïsme (“Anybody Listening”) en materialisme
(“Animal Kingdom”). Af en toe komt er ook een wat luchtiger song tussendoor, zoals “Little Bit”. Zwakke
nummers staan er niet op en het album houdt je in de ban van de eerste tot de laatste noot.
De nummers “Make Me” en “Bloodstained Vodka” krijgen van onze Amerikaanse vrienden het stempel
”Explicit” mee voor het niet altijd even politiek correcte teksten. Maar soms is dat nodig om de boodschap
goed over te brengen. Dit is een indrukwekkend album met soul, blues en folk, dat je naar de strot grijpt.
Ton Kok
Artist:
Vincent Cross
Album:
A Town Called Normal
Label:
Independent
vrijdag 21 augustus 2015
Geboren in Dublin, Ierland, opgegroeid in Australië en tegenwoordig inwoner van de stad New York. Vincent
Cross is zijn naam. Akoestisch gitarist, mandoline- harmonicaspeler en singer-songwriter van akoestische
country-folksongs. Met twee albums op zijn naam is A Town Called Normal de eerste die ik van ‘m hoor. Het
in eigen beheer opgenomen album verscheen al in 2013. Een tijdje terug werd door hem zelf het album bij
Real Roots Café onder de aandacht gebracht. Goed idee, de plaat bevat namelijk americana in zijn puurste
vorm. Kleine, breekbare, poëtische liedjes, opgebouwd uit een mix van ouderwetse- en moderne countryfolk/bluegrass. Alle twaalf liedjes raken, maar - ergens halverwege de plaat – kwam en bleef ik in de greep
van het godverlaten mooie Trouble Being There. Het is een kort liefdesliedje met een prachtige,
meeslepende melodie als omlijsting van de pijnlijk eerlijke tekst over spijt en zelfverwijt, indrukwekkend
sober maar krachtig ingevuld door akoestische gitaar, mandoline, staande bas, banjo, licht borstelende
drums en Cross’ magnifieke, melancholische stemgeluid. Zeldzaam indringend, van een grote zeggingskracht
en kwalitatief van de overtreffende trap. Gebruikmaken van zulke sterke superlatieven over één liedje, het
zou de overige elf haast te kort doen, wat niet op z´n plaats zou zijn. Het punt is dat het ene liedje gewoon
nog mooiere is dan het andere. Allemaal te danken aan Cross´ liedjesschrijverskunst, die draait om de
driehoek: eenvoud, verbeeldingskracht en melodische vormgeving.
Aan het album, dat in de Moon studio’s, Staten Island werd opgenomen, werkten topmuzikanten mee op
bas, drums, banjo en mandoline. Het eindresultaat: prachtig liedjes, fraaie inkleuring, machtig mooie
uitvoering.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 92 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Danny & The Champions Of The World
Album:
What Kind Of Love
Label:
Loose Music
vrijdag 21 augustus 2015
Danny & the Champions of the World was tot voorkort voor mij een nieuwe naam. Tot dat ik in een
persbericht, van het Mañana Mañana festival 2015, las dat hij als eerbetoon aan Percy Sledge geboekt was.
Nieuwsgierig zoals wij in deze kroeg altijd zijn, gingen we op onderzoek uit. Wie is die Danny “George”
Wilson eigenlijk en wat triggerde de festivalprogrammeur juist hem te boeken.
Even voor diegene die het nog niet wisten, op het Mañana Mañana festival laten ze de muziekgeest de
vrijeloop. Dit evenement vind dit jaar plaats in het weekend van 28 tot en met 30 augustus op Landgoed
Enghuizen in Hummelo. Op dit festival doeken over het algemeen geen grote namen op. Men gokt er een
beetje op dat de optredens uniek uitpakken waardoor de sessies lekker lang in je geheugen blijven hangen.
Mooi concept, die ik in het verre verleden, bij vlagen op podium Roepaen ook heb meegemaakt.
Het vijfde album van Danny & The Champions Of The World heet What Kind Of Love. Tja, en zoals de titel al
doet vermoeden gaat de tien liedjes op dit album dan ook over de liefde. In de breedste zin van het woord
ontvouwd zich een fantastische country soul plaat die leunt op de grondbeginselen van ene Eddie Hinton.
Wilson laat daar volgens mij ook iets over los. “the title made me think of some mythical jazz and soul
records” Ik durf te wedden dat hij vast en zeker naar Hinton’s Cry & Moan of Letters From Mississippi heeft
geluisterd. Met enige nuance merk ik op dat het verschil zit in het feit dat Wilson’s soulvolle stem en muziek
mij iets te gelikt klinkt. Ik kreeg namelijk het gevoel dat ik het na drie of vier draaibeurten wel gehoord had.
Samen met Champions Of The World bestaande uit Chris Clarke, Steve Brookes, Paul Lush, 'Free Jazz' Geoff
op saxofoon en toetsen en Henry Senior Jnr op Pedal steel, hebben ze desalniettemin een aangename plaat
gemaakt.
Met als hoogtepunt songs als Clear Water, Can I Change My Mind (waar heb ik dit wel eens eerder gehoord?)
en Just Be Yourself kan ik mij wel een beetje voorstellen waarom de Mañana Mañana programmeur Danny &
The Champions Of The World op hun affiche hebben gezet. What Kind Of Love klinkt overigens alles behalve
geestverruimend, om daar maar eens op terug te komen. Maar naar het schijnt moet je de band vooral live
aan het werk zien. Met andere woorden, grijp je kans en doe er wat mee.
<iframe width="750" height="400" src="https://www.youtube.com/embed/z85yswDExms"
frameborder="0" allowfullscreen></iframe>
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 93 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ward Thomas
Album:
From Where We Stand
Label:
V2 Records
donderdag 20 augustus 2015
Ward Thomas is de naam voor het samenwerkingsverband van de in 1994 geboren tweeling Lizzy en
Catherine Ward Thomas uit Hampshire, UK. Hun eersteling uit 2014 was een EP, ‘Footnotes’, met slechts vier
nummers en16 minuten muziek. De opvolger heeft maar liefst 18 tracks en een speelduur van ruim 75
minuten, in een jaartje is er veel gebeurd, blijkbaar. Op deze nieuwe CD staan vier live tracks van een
concert in Glasgow, zodat we ‘Push for the stride’, ‘Guest list’, ‘Caledonia’ en ‘Town called ugley’ twee maal
horen. De muziek is Americana met de nadruk op country ‘Nashville stijl’, een soort hitgevoelige countrypop,
denk daarbij met name aan de ‘Dixie chicks’. Ze waren eind april te beluisteren in Paradiso. De songs zijn
voor het overgrote deel door de twins zelf geschreven, de ook al op ‘Footnotes’ te beluisteren track
‘Caledonia’ werd geschreven door een oude bekende, Dougie McLean. In de lyrics, in a ‘real country feel’ is
er met name ruimte voor relaties en liefde, neem bijvoorbeeld ‘Guest list’: ‘You’re someone on the top of the
guest list, each little story I tell has got you in it’, maar in het autobiografische ‘Town called ugley’ gaat het
over het vele ‘on the road’ zijn: ‘I swear we drove right past the old kings head 25 times or more. The wipers
stopped and Catherine said ‘I can’t take this any more’, so Lizzy jumped out and took the wheel, she coulda
take us to the moon and back. By the time that we got out and slammed the door in a town called UGLEY’.
Het nummer is op video te bekijken (wardthomasmusic.com) met als special gast Vince Gill. De uptempo en
lekker rockende nummers worden aangenaam afgewisseld met rustige nummers. Weinig informatie is er op
mijn recensie-exemplaar of ook op de website over de musici op de CD, er staat wel een vermelding van
opnames in Nashville in 2012.
Liefhebbers van Nashville-getinte country zullen heel blij zijn met deze CD met een prettig lange speelduur.
De zang is goed, de begeleiding ook, de songs mogen er zijn, wellicht met de ballad ‘From where I stand’ als
hoogtepunt.
Fred Schmale
Artist:
Donna Ulisse
Album:
The Songwriter In Me
Label:
Hadley Music Group
donderdag 20 augustus 2015
We kennen Donna Ulisse als de koningin van de bluegrass, met veel aandacht voor het Christelijk geloof. In
2012 verscheen ‘All the way to Bethlehem’, Donna’s geheel eigen invulling van een kerst-CD, en in 2013 het
bluegrassjuweel ‘Showing my roots’, Donna’s nostalgische ode aan haar muzikale helden. Donna verzamelde
een groot aantal opnames van eigen liedjes, direct na het schrijven ervan opgenomen. 24 ervan kwamen op
deze bijzondere CD terecht, heel subtiel opgenomen met een kleinschalige begeleiding: haar echtgenoot
Rick Stanley (schreef op 12 liedjes mee, zorgt voor de harmonievocalen op 22 songs en op één ervan zingt
hij lead), Glen Duncan, Tony King, Kenny Smith, Bryan Sutton op gitaar, Duncan ook – incidenteel - op fiddle
of banjo. Bij de CD kan een boek worden aangeschaft met daarin naast alle teksten een soort autobiografie
onder de titel: ‘The songwriter in me: Snapshots of my creative process’. Donna schrijft prachtige liedjes,
getuigt in een groot aantal van haar geloof (‘I am a child of God’, ‘Come to Jesus moment’, ‘We’re gonna find
a preacher’, ‘Holy waters’), maar is ook autobiografisch bezig in o.a. ‘Showing my roots’ en ‘Papa’s garden’.
En de begeleiding is uitmuntend, heerlijk akoestisch en kleinschalig.
Een uitstekende singer-songwriter CD van een van de mooiste stemmen van Nashville en wijde omgeving.
En een speelduur van bijna 80 minuten, ook niet te versmaden.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 94 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Eliana Cargnelutti
Album:
Electric Woman
Label:
Ruf Records
woensdag 19 augustus 2015
Eliana Cargnelutti is een jonge Italiaanse zangeres/gitariste, die met Electric Woman haar tweede cd
aflevert. Ze maakt dit jaar deel uit van de Ruf Records Blues Caravan onder de noemer “Girls With Guitars”.
Hoewel ze in Italië haar eigen band heeft wordt ze op dit album begeleidt door een gouden ritmesectie met
Roger Inniss op bas en Jamie Little op drums. John Ginty speelt Hammond en piano, terwijl producer Albert
Castiglia de slide-gitaar partijen voor zijn rekening neemt.
De Italiaanse schreef acht van de elf nummers zelf, waarvan een samen met Castiglia. Electric Woman is een
lekker blues/rock album geworden en de dame kan zich in mijn ogen makkelijk meten met Britse collega’s
als Joanne Shaw Taylor en Chantel McGregor. Er zit iets te weinig emotie en doorleefdheid in de muziek om
het onder ‘blues’ te scharen, maar de dame kan goed met een gitaar overweg en zingt in onberispelijk
Engels.
In het instrumentale “Eliana’s Boogie” laat ze horen dat ze een zeker niet te onderschatten gitariste is. Met
nummer als “Why Do I Sing The Blues”, het Albert Collins-esque “Everybody Needs Love” en “I’m A Woman”
laat ze horen ook prima songs te kunnen schrijven.
Warren Haynes’ “Soulshine” is een nummer, waar ik betere van versies heb gehoord, maar het krijgt een
heldere vertolking en is met “I Saw Your Eyes” een van de rustpuntjes op de cd. Savoy Brown’s “Street
Corner Talking” voegt weliswaar niets toe aan het origineel, maar het goed om te horen dat dit nummer van
de ondergewaardeerde Britse band nieuw leven wordt ingeblazen. AC/DC’s “There’s Gonna Be Some Rockin’”
krijgt een prima bluesy uitvoering, waarin Castiglia zich ook even kan uitleven. Met dit album laat signorina
Cargnelutti horen en belofte te zijn voor een mooie toekomst.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 95 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Arooj Aftab
Album:
Bird Under Water
Label:
Independent
dinsdag 18 augustus 2015
Sijpelmuziek. Geschonken tot een plas die zich langzaam om de voeten vormt en bij neerblikken het lichaam
weerspiegelt. Arooj Aftab is een jonge Pakistaanse die aan het befaamde Berklee College of Music in Boston
studeerde. Op een gegeven moment tijgt ze naar New York en het is daar dat haar debuutalbum Bird Under
Water gestalte krijgt. Ze luistert in die dagen veel naar thumris (een Noord-Indiase vorm van zingen,
verwant aan soefi-muziek maar in die zin daarvan verschillend dat de Islam-elementen zijn vervangen door
beschrijvingen van de liefde van de Hindoegod Krishna voor Radha) van Begum Akhtar. De herhaling, die in
deze muziek telkens anders klinkt zonder het karakter van het origineel geweld aan te doen, doet haar
denken aan de muziek van Erik Satie. En zo weet ze Westers minimalisme verbonden met wat ze ‘Sufi stuff’
noemt. Samen met haar werkelijk fenomenale band (let vooral op gitarist Bhrigu Sahni en accordeonist
Magda Giannikou) vertrouwt ze vijf prachtige stukken aan de plaat toe.
https://youtu.be/53izq9PGo-o
Mogelijk steken nu bij de modale lezer twee bezwaren de kop op. Is dit niet Islamtopzwaar? Een godsdienst
met een pr-probleem roept immers veel (onterechte én terechte) kritiek op. Sowieso, God en Nederland, ligt
dat elkaar nog wel? Volgens Aftab gaat haar op oude teksten gebaseerde soefipoëzie vooral over afstand,
tijd en reizen en heeft het allemaal weinig van doen met God. En wat als het wél over God ging? Ook dat kan
immers prachtige muziek opleveren? Wij noemen u Music From Iraq – Babylonian Fingers (2015) van Ahmed
Mukhtar.
Dan het andere bezwaar. Wat moet een ‘countrymuziekliefhebber’ (hupsakee, allemaal over één kam, met
dezelfde middenscheiding, maar dat deden we met de ‘Islamvraag’ ook) met deze muziek? Eerlijk? Ik vroeg
me een dag voor het schrijven van deze recensie nog af wat onze Cafébezoekers zullen vinden van de
fantastische nieuwe cd van Joe Satriani (Shockwave Supernova)? Het is het soort vraag die wij hier
natuurlijk wel vaker stellen. Het nieuwe album van Titus Andronicus? Het nieuwe album van Low? Het
nieuwe album van Locrian? Het nieuwe album van Lau? Allemaal, net als die Joe Satriani, van harte
aanbevolen.
Echter, we dwalen af, want wat is het antwoord op de laatst gestelde vraag? De trompet in Lullaby die
herinneringen aan Calexico oproept? De prachtige melodieën van voornoemde accordeon die Engelse folk
(The Gloaming vooral) in gedachten brengt? De prachtige productie van Aftab zelf, gelaagd, elektronisch
verfijnd en qua subtiliteit en smaak nauwelijks onderdoend voor het werk van Daniel Lanois? En zingt ze niet
schoon, deze Arooj Aftab?!
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 96 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Levi Lowrey
Album:
My Crazy Head
Label:
Independent
maandag 17 augustus 2015
Met ‘My crazy head’, zijn eerste ‘independent release’, is singer-songwriter Levi Lowrey, een creatieve
dertiger, toe aan zijn derde CD sinds zijn debuut ‘I confess I was a fool’ uit 2011. Levi kreeg wat bekendheid
als mede-auteur van een hit van de Zac Brown Band, ‘Colder weather’. ‘My crazy head’ is een mooie CD,
duidelijk geïnspireerd door de betere countrymuziek uit Nashville. Levi’s songs zijn mooi geconstrueerd en
hebben een mooi arrangement meegekregen. Luister bijvoorbeeld naar de titeltrack, waar een
strijkersarrangement (synthesizer?) de song naar een hoger plan tilt. Alle liedjes zijn opgenomen in Levi’s
kelder, er is sprake van een behoorlijke diversiteit, zo is mijn favoriet ‘Dreamer’s pedigree’ een vlot
countrydeuntje, gebed in fiddles en banjo (mijn van weinig informatie voorziene recensie-exemplaar
vermeldt hier een bijdrage (vocals neem ik aan) van ene Wyatt Durrette, naast de titels wordt verder gewag
gemaakt van bijdragen van Danny McAdams op ‘Put your badge on’, Shine White op ‘I’m going with her’ en
(vrouw?) Stephanie Lowrey op ‘Young and free’). Maar de muziek is goed tot prachtig, naast ‘Dreamer’s
pedigree’ is ook ‘A maritime song’, een langzaam walsje, van topklasse. En het steviger aangezette ‘I’m
going with her’ met een pittige steel gitaar naast een ‘driving’ banjo blijft beslist lekker hangen. ‘Young and
free’, met wederom een strijkersarrangement, is een prachtige ballad en kan wedijveren met het beste werk
van vele gerespecteerde singer-songwriters.
Deze Levi Lowrey is een knaap om in de gaten te houden. Hij beweegt zich in het betere Nashville-segment
en levert met ‘My crazy head’ een prettig aangename Americana-CD af. Ga eens luisteren en je zult het
ervaren!
Fred Schmale
Artist:
Good Lovelies
Album:
Burn The Plan
Label:
Independent
zondag 16 augustus 2015
Weet niet wat de beweegredenen waren waarom Caroline Brooks, Kerri Ough en Sue Passmore, een aantal
jaren geleden, besloten The Good Lovelies op te richten. Feit is dat het een super goed geslaagd besluit is
geweest. Het innovatieve Burn The Plan volgt hun twee eerder uitgebrachte albums The Good Lovelies
(2009) en Let The Rain Fall (2011) op. De wat truttig aandoende CD cover van Let The Rain Fall heeft plaats
gemaakt voor cover art. Ook de oubollige folkloristische uitstraling heeft een soort van metamorfose
doorgemaakt. Sla het CD boekje maar eens open. De Canadese meiden zijn meer dan mooi alleen, zeg dan
maar. The Good Lovelies maken opgewekte folk en country pop, zoals wij die in deze kroeg ook kennen van
onder andere Larkin Poe en The Lovell Sisters.
De productie en mix van Burn The Plan is gedaan onder bezielende leiding van niemand minder dan Les
Cooper. Cooper had ook een vinger in de pap bij Matthew de Zoete’s Color Film (2012) en Jill Barber’s For All
Time. Hoewel multi-instrumentalist en songwriter Cooper ook het vorige album produceerde hoor je gewoon
dat de meiden de co-productie in handen hebben gehad. Hierdoor zou je zomaar op het verkeerde been
gezet kunnen worden bij de catchy opener In The Morning. Haakte bijna af nadat elektronische geknutsel.
Toch maar even wachten want als het hitgevoelige Waiting For You (met Luke Doucet) zich uitgevouwen
heeft laat je het niet meer los. De daarop volgende tracks Broken Hearted de ballad Last Night, Don’t Hold
Back en Into The Dark pakken je dan als vanzelfsprekend. Ik vroeg mij af waarom open je dan op zo’n
manier? Luister dan even naar het langzaam wegzakkende slotstuk Watching TV. Burn The Plan op repeat
zetten loont dus.
Burn The Plan is geen baanbrekende CD geworden. Dit laatste weten de meiden vast en zeker ook wel. Wat
wel erg aanspreekt is de charmante sfeer die door dit album loopt. Het voelt als een goed opgebouwd live
concert, waarvan je een nacht goed wakker van kan liggen. Ben benieuwd of iemand in de lage landen
bereid is The Good Lovelies over de plas te tillen. Zou namelijk wel erg fijn zijn…
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 97 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The 44'S
Album:
On The 13th
Label:
Sonic Rendezvous
zondag 16 augustus 2015
Deze cd is voer voor de liefhebbers van de West Coast blues in de stijl van Lester Butler, Johnny Mastro en
dergelijken. Heerlijke ongecompliceerde blues met een bite. On The 13th is de derde cd van The44s en sinds
hun vorige album heeft de band wel wat personele veranderingen ondergaan. Zanger/gitarist Johnny Main
en drummer J.R. Lozano zijn nog steeds van de partij. Op de bas is tegenwoordig te horen Mike Hightower
en ook nieuw is ‘Shady’ Jake Huffman, een talent, dat hier op twintig jarige leeftijd al laat horen tot grootse
dingen in staat te zijn op de harmonica.
Wat de nummers betreft: maar liefst drie nummers zetten de heren al eerder op een album, te weten “Slip
Slide”, “Ninety-nine To Life” en “Hanging Tree”. Prima nummers, dat wel, maar veel voegen ze niet toe aan
de versies uit 2012. Beetje jammer. Verder zijn er drie instrumentale nummers te horen, waarop Main en
Huffman uitgebreide showen wat ze in huis hebben. Op zich ook niets mis mee, maar toch …
Van de drie covers krijgen Smokey Hogg’s “Too Many Drivers” en Magic Sam’s “Easy Baby” prima
ontspannen uitvoeringen. Beide nummers klinken heerlijk relaxed en op vooral op “Easy Baby” laat Johnny
Main horen dat een lange gitaarsolo ook zonder allerlei trucjes kan blijven boeien. “Devil Woman” van de
Red Devils krijgt ook een sterke uitvoering, hoewel dit nummer net iets te lang duurt om het echt spannend
te houden.
Als je nog niets van deze band in huis hebt, dan is deze cd een prima kennismaking. Mensen, die het vorige
album “Americana” al in hun verzameling hebben, kunnen een herhaling van zetten verwachten.
Ton Kok
Artist:
Audrey Auld
Album:
Hey Warden
Label:
Reckless Records
zaterdag 15 augustus 2015
De goedlachse Audrey Auld is geboren en getogen in de bush van Tasmania, maar ze woont al meer dan 10
jaar in de USA, momenteel weer in Californië. Haar muzikale carrière start in Australië in de traditionele
country stijl van Hank Williams in 1997. Het is grappig om te constateren dat ook Audrey haar inspiratie op
haar nieuwe CD in het gevangenisleven zoekt. In 2007 trad ze op in de bekende San Quentin gevangenis in
Californië (in de voetsporen van Cash, dus), waarna ze hierin tot 2013 songwriting workshops deed met de
gevangenen..
Haar nieuwe CD, ‘Hey warden’, bevat naast drie eigen songs ook vijf songs die ze met de inmates van de
San Quentin gevangenis schreef, waarbij ze zelf de afronding verzorgde, dus ze maakte de muziek bij de
teksten van de gevangenen. Ze nam ze op voordat ze van Nashville terugging naar Californië. In de
begeleiding horen we naast Kenny Vaughan op gitaren Dennis Wage op piano en keys, Ralph Friedrichsen op
bas, Jeffrey Perkins op drums en Eamon McLaughlin op viool. In ‘Hey warden’ zingt vrijwel de hele band mee
en zelfs ook Audrey’s echtgenoot Mez Mezera (ooit liet hij zijn enorme flipflops onder het bed staan nadat ze
bij mij hadden overnacht). Een fragment uit de lyrics van dit nummer: ‘Hey, hey warden, can I borrow your
Phone? I’m gonna tell my baby I’m sorry she’s alone. And tell my mama to be strong and that I won’t be
coming home’. Aangrijpend is het nummer ‘Sunshine’, door Audrey geschreven nadat Audrey een slechte
diagnose kreeg te horen: ‘Don’t look at me like that, like you’re sorry. I can see the hurt in your eyes. Don’t
stroke my arm like that and say sorry. If ignorance is bliss, wisdom gets you high, if you’re sorry for me,
then I’m sorry for you. Cause We all go out the same, just look at me and tell me you love me. We are here
like the sunshine, here like the rain’. Meest opvallende song is ‘Oh love’, gebed in een zoete viool, maar met
in rapvorm tussendoor de gevoelens over liefde van de inmates.
De muziek is minder country-getint dan in de voorganger ‘Tonk’ (2013), maar de afwisseling van stijlen doet
het goed. Een heel sympathieke CD, het gevolg van een zeer sympathiek project. We hopen dat Audrey nog
lang bij ons mag zijn om ons te plezieren met haar puike projecten. We love you, Audrey Auld!!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 98 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
John Campbelljohn
Album:
Chin Up
Label:
Nood Recordings
donderdag 13 augustus 2015
Chin Up is het tiende album van de Canadese (slide)gitarist en zanger John Campbelljohn. De hoes van dit
album wordt gesierd met CampbellJohn’s fraaie gitarencollectie. Of hij alle twaalf afgebeelde gitaren ook
daadwerkelijk gebruikt op deze cd weet ik niet, maar het gitaargeluid is behoorlijk gevarieerd. Twaalf
zelfgeschreven nummers staan er op de cd, waarvan elf samen met anderen geschreven.
Het begint met “The Mumble Boogie”, waarin fraai Hawaiian-style steelgitaar te horen is. Akoestisch slidespel
is te horen op “I Got It All”. Op “Meet My Maker” valt vooral het subtiele basspel van Ronald Hynes op,
terwijl ook de fraaie brug in dit nummer er mag wezen. Op “How Stupid Is That” sluiten het pianospel van
Robert Campbell en het slidespel van John perfect op elkaar aan. Tel daarbij een sterke tekst en we hebben
hier een van de hoogtepunten van de cd te pakken.
Van “Fantastico Supremo” had hij echter beter een instrumentaal nummer kunnen maken, want het
zanggedeelte haalt naar mijn mening dit nummer behoorlijk omlaag. De achtergrondzang werd opgenomen
in een hotelkamer in Brescia, Italië en waarschijnlijk had de Chianti en/of Brunello al rijkelijk gevloeid. Een
aantal nummers zijn standaard nummers, die door een verrassende wending boven het gemiddelde
uitsteken. Enkele andere nummers blijven daar echter op hangen. Chin Up is niet het perfecte album
geworden om de tien te volmaken, maar zeker voor de liefhebbers van slidegitaar de moeite waard.
Ton Kok
Artist:
The Deslondes
Album:
The Deslondes
Label:
New West Records
woensdag 12 augustus 2015
Een nieuwe band uit Louisiana. Daar ben ik altijd benieuwd naar. The Deslondes komen uit New Orleans en
maken hun debuut met een titelloos album. Het zijn vijf songwriters, die reeds geruime tijd actief waren in
bands als Broken Wing Routine en The Tumbleweeds. De naam van de groep is afkomstig van de plek waar
een van de leden , Sam Doores woont. Voor de productie van het debuut-album is Andrija Tokic ( Hurray for
the Riff Raff’s, Alabama Shakes) ingeschakeld. Het album opent met Fought the Blues and Won. Een Fats
Domino gedreven piano ‘riff’ die klinkt als een swamp pop klassieker in de dop. Vervolgens een up tempo
country tune, waarbij opvalt hoe geweldig de samenzang tussen de 4 heren klinkt. Alleen John James
Tourville houdt zijn mond, maar die heeft het al te druk met zijn wervelende spel op de steel. Luister maar
hoe gedreven hij is bij de track Still Someone. Heavenly Home is een van mijn lievelingstracks. Een
spiritueel liedje over de dubieuze aanwezigheid van een Hogere Macht. Waarom is er zo veel ellende op de
wereld? Low Down Soul klinkt als een moderne Jimmie Rodgers-song , waarbij de emotionele zang net niet
uitmondt in klagelijk gejodel. Bij Time To Believe In waant de luisteraar zich in een spaghetti western met
als thema: tijd is kostbaar; besteedt het wel. Het album zit vol teksten met hartenpijn. Louise is daarvan
een treffend voorbeeld. Een man is helemaal gek van Louise, maar hij is ‘a rambling man’ die haar moet
laten gaan. Bij The Real Deal (lekker rammelende New Orleans R & B) is de man vol hartzeer wel positief. Hij
zal ooit ‘the real deal’ vinden. Het album eindigt met een mooi desperado-liedje Out On The Rise, mooi
ingekleurd door piano, steel en klarinet. Dit debuut van The Deslondes smaakt naar meer en binnenkort is
het kwintet te bewonderen in Nederland en België. Ik ben zeer benieuwd hoe zij live klinken en de
countrydansers kunnen alvast hun ‘boots’ in gereedheid brengen met een flinke poetsbeurt.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 99 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Fairfield Four
Album:
Still Rockin' My Soul
Label:
Fairfield Four Records
dinsdag 11 augustus 2015
Het gospelkwartet The Fairfield Four bestaat tegenwoordig uit de tenoren Levert Allison en Bobbye Sherrell ,
de baritone Larrice Byrd, Sr. en de bas Joe Thompson. Laatstgenoemde is de leider van de groep en zijn
neef Rufus Carrethers was een van de oorspronkelijke leden van The Fairfield Four die in 1921`begonnen te
zingen in Tennessee’s Fairfield Baptist Church (Nashville). Het kwartet zingt op de traditionele manier hun
gospels. Dat betekent a cappella met af en toe wat handgeklap. Die traditie wordt voortgezet op het nieuwe
album Still Rockin’My Soul. Deze schijf met 10 songs opent met de swingende titeltrack. Het klinkt als een
geoliede machine maar dat is ook niet zo verwonderlijk want het viertal is al meer dan 30 jaar actief. Een
van de prijsnummers is de bewerking van Thomas Dorsey’s gospelklassieker Highway To Heaven. Ook fraai
en rudimentaire klinkt I Love The Lord, He Heard My Cry, waarop zo waar een monotoon orgelgeluid is te
horen. De countryzangeres Lee Ann Womack levert een vocale bijdrage in het kerstliedje Children Go Where
I Send Thee. Still Rockin’My Soul is een prima traditioneel klinkend gospelalbum en ik hoop dat de heren
het nog even vol kunnen houden, zodat zij in 2021 het 100 jarig bestaan van The Fairfield Four kunnen
vieren.
Paul Jonker
Artist:
Red Moon Road
Album:
Red Moon Road
Label:
Independent
maandag 10 augustus 2015
Meet ‘Red moon road’, een uitstekende folkband uit Winnipeg in Canada. Volgens eigen zeggen ontstond de
samenwerking tussen Daniel Jordan (ooit een big-band jazz drummer), Daniel Peloquin-Hopfner (voorheen
een progressieve metalboy) en zangeres Sheena Raltai (was leadzangeres in een punkband) in een zeilboot
in 2009 tijdens een storm op een Canadees meer (en die zijn vaak heel groooot). Het resultaat is deze
prachtige debuut-CD (er was eerst een EP, ‘Tales from the whiteshell’), geworteld in akoestische folk. Het is
voortdurend genieten van wonderschone harmoniezang en het geluid van de meestal akoestische
instrumenten als banjo, gitaar, mandoline met aanvulling van drums, pedal steel, fiddle, toy piano, kazoo en
meer van dat fraais. Heerlijke muziek, met subtiele invloeden van jazz (van vooral de bas en de drums) en
popmuziek. Let op het klassiek aandoende vioolspel en de machtig mooie mandoline in het prijsnummer
‘Demons’. Het Franstalige nummer van de CD, ‘Qu’allons-nous faire’ is een lekker fiddle-nummertje. Ze
waren op 1 mei in Spijkerboor, in het bekende ‘’t Keerpunt’, het zal velen zijn ontgaan. Maar bij een
volgende gelegenheid beveel ik dit trio van harte aan.
Mocht je denken dat er geen verrassende nieuwelingen zijn te begroeten, ga dan eens luisteren naar ‘Red
moon road’. Prachtige songs, wonderschone arrangementen en samenzang die bij vlagen doet denken aan
ons diepbetreurde ‘Girlyman’ (luister naar ‘Why he left the ocean’). Prachtig, hoor!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 100 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Rusty Appolo
Album:
Oh Yeah!
Label:
Sonic Rendezvous
zondag 9 augustus 2015
Rusty Apollo is een nieuwe naam in de Nederlandse blues wereld. De leden van de band hebben een mooie
carrière achter de rug in de diverse muzikale disciplines. Voor blues liefhebbers is harmonicaspeler Kim
Snelten de meest bekende naam. De andere leden zijn Michiel van Leeuwen (bas/zang), Rogier van der
Ploeg (gitaar), Onno Voorhoeve (gitaar/fluit) en Mike Meijer (drums/zang). De elf songs zijn allemaal min of
meer bekende blues klassiekers en krijgen een lekkere rauwe bewerking mee van dit kwintet. Veel nummers
hebben een wat monotoon, soms slepend ritme. Niet verwonderlijk dat ruim geput is uit het werk van John
Lee Hooker en Howlin’ Wolf. Wat betreft de lead zang nemen Michiel van Leeuwen en Mike Meijer ieder vijf
nummers voor hun rekening. Kim Snelten is als zanger te horen in “Mellow Down Easy”, een nummer dat ik
hem in het verleden ook met enige regelmaat in andere bands heb horen vertolken.
Hoewel het een constant album is, springen enkele nummers er toch wel boven uit. John Lee Hooker’s
“Highway 13” begint behoorlijk ingetogen, maar naarmate het nummer vordert, stijgt de intensiteit.
“Chevrolet (“Can I Do It For You?”)” krijgt ook een bijzondere bewerking. Michiel van Leeuwen zingt dit
nummer met alleen begeleiding van percussie en een dwarsfluit. In “Take Out Some Insurance” weten ze
zich het luie geluid van Jimmy Reed prima eigen te maken. Tja, eigenlijk wordt er met dit album niets
nieuws gebracht, maar door de indrukwekkende manier waarop alles gespeeld wordt is het zeker de
aanschaf waard. In de categorie ‘Traditionele Blues’ in Nederland de topper tot op heden dit jaar.
Ton Kok
Artist:
Ben Reel
Album:
7th
Label:
B. Reel Records
zaterdag 8 augustus 2015
Op 7th, inderdaad, het zevende album van de Noord-Ierse liedjessmid, zanger, gitarist en
mondharmonicaspeler Ben Reel, staan uitsluitend Amerikaanse muziekgenres. Dat zijn er nogal wat. Met
recht kun je van een ratjetoe spreken: roots-pop, alt country, country-folk, rock ‘n’ roll, heartland-rock,
blues, soul, gospel. Niettemin is het een mooi uitgebalanceerd album met veertien uitstekende liedjes die, in
al hun diversiteit, prima op elkaar aansluiten. Belangrijke schakels vormen zijn soepele soulstem, gepijnigde
manier van zingen en het lekker aanstekelijke spel van zijn begeleiders, vijftien in getal, met onder meer
gitaristen, drummers, bassist, toetsenist en een enkele keer trompettist of saxofonist. Speciale vermelding is
er voor de Amerikaanse singer-songwriter David Olney, als medecomponist betrokken bij de mooie ballad
God’s World en er ook op meezingt. En ten slotte mag Reel zijn hoed(je) afzetten voor zijn vrouw Julieanne,
die schittert als tweede stem en daarnaast een belangrijke rol vervult in de prachtige gospelachtige
achtergrondkoortjes. Reel nam 7th thuis op, was eindverantwoordelijk voor de gloedvolle sound en de open,
franjeloze productie.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 101 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Chris D. Smith
Album:
A.D. 2014
Label:
Independent
zaterdag 8 augustus 2015
Chris D. Smith is een uit Antwerpen afkomstige songwriter, die in 2012 zijn debuutalbum Words uitbracht.
Vorig kaar verscheen de opvolger A.D. 2014 en dit album bevat elf door hem geschreven songs, die een
groot scala aan invloeden in zich bergen. Zo horen we Led Zeppelin, Jimi Hendrix, Rolling Stones en Beatles
in de muziek terug. Hoewel hij in zijn jongere jaren helemaal in de ban was van mensen als B.B. King en
Muddy Waters is hier weinig van terug te vinden.
Smith zingt en speelt gitaar, bas, toetsen, harmonica, percussie en produceerde het album zelf. Hij wordt
verder bijgestaan door zeven vakkundige muzikanten, zoals Bart Delacourt ((bas), Tim Coenen
(drums/gitaar/bas), Tom Vanstiphout (gitaar/pedal steel), Little Chris Van Nauws (gitaar) en Niels Verheest
(toetsen).
De muziek is niet in een hokje te plaatsen. Zo opent de cd met “Italian Girls”, waarin we een vleugje Bryan
Adams horen. Dat gaat over in een reggae-achtig werkje “Hard Times”, dat dan weer gevolgd wordt door
“Tell Me”, waarin we Led Zeppelin invloeden herkennen. Maar ook country, folk en rock zijn hem niet vreemd.
Zo weet Chris een aantal totaal uiteenlopende werkjes achter elkaar te zetten. Naast het gebruikelijke
instrumentarium met gitaar, toetsen, bas en drums zijn ook wat minder gangbare instrumenten te horen,
zoals vibrafoon (Carlo Willems) en viool (Nils De Caster). Deze instrumenten spelen een belangrijke rol in de
ballade “Gates Of Love”. Dire Straits horen we terug in de titelsong “A.D. 2014”, een nummer waar bij de
gitaarliefhebbers hun hart kunnen ophalen. Het slotnummer van de cd “A.D. 2014 Reprise” is hier een
voortzetting van, maar heeft weer een heel ander sfeertje. Op “Coat Made Of Love” horen we dan ook nog
een vleugje Peter Frampton. Dit is een verrassende cd, die ondanks de uiteenlopende stijlen, toch als een
geheel klinkt. En wie wat wil beluisteren van Chris D. Smith, die raad ik een bezoekje aan op de website
www.chrisdsmith.com.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 102 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Warren Haynes
Album:
Ashes & Dust
Label:
Provogue
vrijdag 7 augustus 2015
De hoeksteen van het Amerikaanse muzikale roots country muziek, niemand minder dan Warren Hayes
zetten enige tijd geleden zijn derde CD Ashes & Dust in de schappen. Warren Haynes, die de meesten van
jullie kennen van onder meer The Allman Brothers Band en Gov’t Mule, werk op deze plaat samen met de uit
New Jersey afkomstige folk rock formatie Railroad Earth. Haynes werkte in zijn eentje aan behoorlijk wat
songs. De meeste daarvan hadden een folky en Keltische inslag. Een samenwerking met Railroad Earth lag
in eerste instantie niet zomaar voor de hand, maar kwam in een stroomversnelling terecht omdat de band
met Haynes het podium ging delen.
Ashes & Dust is dan ook niet een plaat die je zomaar uit de koken van Warren Haynes zou verwachten. Zo
opent de CD met Is It Me or You? en Coal Tattoo. Lekker laidback tokkelt Andy Goessling’s banjo als rode
draad door beide liedjes. De songs plaveien de melodieuze grondslag van dit album. Blue Maiden’s Tale
sijpelt langzaam maar zeker bij mij naar binnen. Heb het meerdere malen achter elkaar afgespeeld. De
verwachte schoonheid, van dit nagenoeg akoestische vorm gegeven liedje, openbare zich. Heerlijk! Even
later hoor ik de Fleetwood Mac cover Gold Dust Woman (feat. Grace Potter). Dit nummer stond op Fleetwood
Mac’s legendarische CD Rumours. Er wordt weinig moeite gedaan dit liedjes een eigen smoelwerk mee te
geven. Potter doet haar uiterste best om als Stievie Nicks te klinken, terwijl Goessling en Haynes beurtelings
met Dobro en slide gitaarwerk je in de wolken brengen. Het voegt allemaal niet veel toe, maar het klinkt
bloedmooi.
Ashes & Dust bevat dertien songs en heeft een speelduur van ruim een uur en twintig minuten. Alle liedjes
worden lekker uitgesponnen, niet een onder de vier minuten. Ik heb mij eerlijk gezegd geen moment zitten
vervelen. De lijst van meespelende muzikanten is lang. Shawn Colvin, Mickey Raphael en Allman Brothers
Band bassist Oteil Burbridge, percussionist Marc Quinones die ook aanschoven, maken Ashes & Dust tot een
betekenisvolle plaat.
<iframe width="750" height="400" src="https://www.youtube.com/embed/8fwwVyyw2Ng"
frameborder="0" allowfullscreen></iframe>
Jan Janssen
Artist:
Texas Martha & The House Of Twang
Album:
Long Way From Home
Label:
Independent
donderdag 6 augustus 2015
Texas Martha is een Amerikaanse countryzangeres. Zij groeide op in de Bluegrass State Kentucky en haar
echte naam is Marty Fields. Op Long Way From Home is lekker pittige country te horen met veelal heerlijke
steelklanken. Het album opent met een flink rockende boogie (Born To Boogie). Een gitaar vol twang en die
eerder genoemde steel klinken vol energie. Take You Down brengt de luisteraar naar het zuiden om daar
lekker van de zon te genieten en flink te dansen. Gitarist Lionel Duhaupas kan zich helemaal uitleven met
dit ruige stompertje. De titeltrack Long Way From Home heeft dat onwennige gevoel met heimwee. Texas
Martha zingt het vol passie. Met Lover’s Lane start de eerste rustige ballade. Prachtig steelwerk begeleidt
deze song over het verwerken van liefdesverdriet. De volgende track Johanna is ook rustig en dit keer
hebben een orgeltje en een smoelschuif de hoofdrol in dit aangename meezingertje. Texas Martha toert af
en toe in Frankrijk en waagt het zelfs om in het Frans te zingen in Streets of Bordeaux. Hierna wordt het
gaspedaal weer flink ingedrukt en wordt het album afgesloten met wervelende en spuitende tracks als
Strike, Do As You Are Told en Gotta Move. Texas Martha is een aanwinst in de swingende country-wereld vol
twang.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 103 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The High Line Riders
Album:
Bumping Into Nothing
Label:
Blue Rose Records
woensdag 5 augustus 2015
Ed Pettersen heeft zich een bestaan verworven in Nashville, waar hij zich bezighoudt met produceren van
CD’s, zoals in 2006 de prachtige 3CD-set ‘Song of America’ en de laatste CD van Freedy Johnston. Er is
voldoende tijd om zelf songs te schrijven en op te nemen en om projecten te doen in Noorwegen (zijn roots
liggen daar, hijzelf is geboren in NYC) en in Nashville. Ooit had hij in 1997 een doorbraak met zijn groep ‘The
High Line Riders’ en de CD ‘Something south of here’, een goed ontvangen CD met lekkere twangy
rock’n’roll. En onder deze naam heeft Ed een nieuwe band in het leven geroepen, waarin alleen drummer
Pete Abbott uit de oorspronkelijke line-up is teruggekeerd.
Verder spelen nu Gary Goodlow (net als Ed op gitaar), David Santos op bas en Mike Brenner op steel gitaar.
De basis-sound is lekkere rock, maar er zijn vele uitstapjes naar diverse muziekstijlen te genieten, niet in de
laatste plaats door de vele gastmusici. Zo zijn o.m. Freedy Johnston (in de stevig rockende opener ‘Every
time it rains’), Chuck Mead (‘I don’t think about when you were mine’), Joanna Smith (‘I’m where you were’),
The Farewell drifters (‘Janey’) en de Noren Henning Kvitnes en Ida Jenshus (‘Cold comfort’, een nummer dat
terugkomt als bonus track met alleen Kvitnes, het is één van mijn favoriete nummers – Kvitnes schreef het
samen met Pettersen, zoals dat in twee andere songs ook het geval is). Ed schreef ‘Small town in my mind’
samen met Freddy Holm en de overige acht nummers deed hij alleen. De muziek gaat van stevige rock, met
Springsteen-accenten (de titeltrack), via mid-tempo country-rock (‘You can’t get it from here’) naar
popgetinte country (de tracks met Mead en Smith).
Pettersen rocks again! Zijn songs zijn uitstekend, hij weet hoe aangename maar bij vlagen stevige rock moet
worden gespeeld en gezongen. Voor de liefhebbers van Springsteen, Bob Seger en John Mellencamp is dit
een CD waar ze maar eens aandacht aan moeten geven!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 104 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Canned Heat
Album:
Songs From The Road
Label:
Ruf Records
woensdag 5 augustus 2015
En daar zit je dan ineens met een nieuwe CD/DVD van Canned Heat in je handen. Het deze eeuw verschenen
werk van de groep bestaat uit een samenraapsel van hele oude opnamen en de cd’s Friends In The Can
(2003) en Christmas Album (2007), die niet echt wereldschokkend waren.
Dan is daar nu Songs From The Road, opgenomen tijdens de 50 Years Anniversary Tour op 16 maart 2015 in
de Harmonie in Bonn, met voornamelijk oud werk, maar ook met een paar nieuwe instrumentals als
‘Nighthawk’ en ‘Oaxaca’.
Wat moet ik hier van denken? Het in mijn bezit zijnde materiaal bestaat hoofdzakelijk uit vinyl, keurig
opgeborgen op zolder in een rek en de CD Canned Heat in Concert (King Biscuit Flower Hour). De band roept
bij mij namen op als Bob ‘The Bear’ Hite, Alan ‘Blind Owl’ Wilson, Henry ‘Sunflower’ Vestine en Harvey ‘The
Snake’ Mandel. Mannen die, op laatstgenoemde na, het tijdelijke met het eeuwige hebben verwisseld.
Van de bezetting van de eerste LP van is alleen Larry ‘The Mole’ Taylor (gitaar, bas, zang) over, hoewel hij
de band in de loop der tijd meerdere keren verlaten heeft, waardoor de derde drummer van de groep, Fito
de la Parra, inmiddels het langst dienende bandlid is. Fito is ook al jaren de drijvende kracht achter de
groep. De band wordt gecompleteerd door John Paulus (bas, gitaar, achtergrondzang) en Dale Spalding
(harmonica, zang, gitaar en bas).
De groep bestaat uit een aantal degelijke muzikanten, die voor een prima avondje nostalgie zorgen en bij
tijd en wijle ook muzikaal nog wel leuke dingen laten horen. Vooral beide eerdergenoemde instrumentale
nummers mogen er wezen, evenals het ook al instrumentale “Cristo Redentor”. Ook oudjes als “Don’t Know
Where She Went (She Split)”en “Amphetamine Annie” komen lekker uit de speakers knallen. Nummers als
“On The Road Again" en "Going Up The Country” echter lijken af en toe wel op een persiflage van het
origineel. Fito de la Parra is een prima drummer, maar zingen is niet zijn sterkte punt en dat is een
understatement.
Bij het eerste nummer van de DVD slaat me weer even de schrik om het hart. Veel rood licht op het podium,
waardoor de beelden niet geweldig zijn. Gelukkig wordt dit snel rechtgezet en krijgen we toch een van de
betere video opnamen van Ruf Records tot op heden voorgeschoteld.
De CD bevat veertien nummers, de DVD heeft er met “I’m Her Man” en “Have A Good Time” twee extra.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 105 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Blues Caravan 2014
Album:
Laurence Jones, Christina Skjolberg, Albert Castiglia LIVE
Label:
Ruf Records
dinsdag 4 augustus 2015
In 2005 verscheen de eerste CD van Ruf Records’ Blues Caravan. Thomas Ruf bedacht het concept om drie
artiesten onder deze op pad te sturen met een begeleidingsband. De drie solisten wisselen vrijwel per jaar
en in 2014 bestond de groep uit Christina Skjolberg (Noorwegen), Laurence Jones (Engeland) en Albert
Castiglia (Verenigde Staten). Ze worden begeleidt door op Roger Inniss (Engeland) op bas en Miri Miettinen
(Finland) op drums. Een waar internationaal gezelschap dus.
Inmiddels hebben de bandleden weer hun eigen weg vervolgd, maar kunnen we nog even nagenieten van de
2014 editie met deze Live cd/DVD. Op de cd staan elf nummers, waar er negen van ook op de DVD te vinden
zijn. DVD wordt dan weer aangevuld met vier nummers, die de cd niet gehaald hebben. De nummers die
alleen op cd te vinden zijn, zijn twee Albert Castiglia nummers: “Put Some Stank On It” en de Rolling Stones
cover “Sway”.
Voor de verdere bespreking ga ik uit van de DVD.
De cd opent met het nummer “Join Me On The Blues Caravan”, waarop het hele gezelschap te horen is.
Instrumentaal zit het prima in elkaar, met drie solerende gitaristen, die elk een eigen stijl hebben. De tekst,
vooral het refrein, komt iets te geforceerd over, maar de sfeer zit er wel gelijk goed in.
De opbouw van de cd c.q. de volgorde van de artiesten is uitstekend. Christina Skjolberg bijt het spits af en
brengt een paar prima eigen werkjes. Naast de ritmesectie wordt ze begeleidt door Laurence Jones op
toetsen. Miss Skjolberg toont zich een prima songwriter en een talentje voor de toekomst. Qua zang moet ze
nog wat groeien en wat gitaarspel mag ze wat mij betreft iets minder van haar pedalen en tremolo gebruik
maken, maar de dame zet verder een prima performance neer.
Laurence Jones mag vervolgens zijn muzikale kwaliteiten tonen. Ook hij zet een goede show neer, waarin hij
laat horen dat de gitaar weinig geheimen meer voor hem heeft en ook vocaal is er weinig mis. Het
doorleefde in de stem komt ongetwijfeld in de loop der jaren. Overigens zijn de Inniss en Miettinen
tegenwoordig ook de vaste begeleiders in zijn eigen band. Bij dit optreden van Laurence Jones komt
trouwens wel een zwak punt van de DVD aan het licht. In “Soul Swamp River” zingt Laurence een stukje
onversterkt en tijdens “All Along The Watchtower” wordt het volume van de gitaar helemaal op nul gezet.
Voor in de zaal komt dit ongetwijfeld prima over, maar op de DVD en cd (“All Along The Watchtower”) levert
dat toch wel lange stiltes op.
De meeste indruk maakt de geroutineerde Albert Castiglia. Het begint met een indrukwekkende
instrumentaal nummer: “Fat Cat”. Hij vervolgt met het eveneens instrumentale “Freddie’s Boogie”(“Boogie
Funk”) inclusief een prima solo, waarbij hij op een gegeven moment alleen de linker hand gebruikt. Zeer
indrukwekkend. Het ondermeer van Magic Slim bekende “Bad Avenue” is een stevige slow blues, waarin
Castiglia een lange wandeling door het publiek maakt en zelfs voor een dame op de knieën gaat.
Tegenwoordig is een dergelijke wandeling bijna obligaat, maar het blijft leuk. Opmerkelijk is dat Castiglia
speelt met de middelvinger van zijn linkerhand in het verband, maar dit schijnt hem totaal niet te hinderen.
De gezamenlijke afsluiters zijn “Cocaine” en “Sweet Home Chicago”. De Blues Caravan is een prima project
met dit keer een glansrol voor de hier nog steeds zwaar onderschatte Albert Castiglia.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 106 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Lynyrd Skynyrd
Album:
One More For The Fans
Label:
e a r MUSIC
maandag 3 augustus 2015
In het najaar van het vorige jaar trok een mêleert gezelschap aan artiesten naar het historische Fox Theatre
in Atlanta, Georgia. Doel was niet alleen aan te schuiven bij de huidige bezetting van Lynyrd Skynyrd. Het
evenement maakte ook onderdeel uit van een campagne om het Fox Theater te redden voor de sloophamer.
Lynyrd Skynyrd nam in 1976, precies op die plek het legendarische live album, One More For The Road op.
Niet alleen mijlpaal voor fans en buitenlui dus.
De lijst van artiesten is indrukwekkend! Trace Adkins, Alabama, Gregg Allman, Blackberry Smoke, Cheap
Trick, Charlie Daniels, Peter Frampton, Gov’t Mule, Warren Haynes, John Hiatt, Randy Houser, Jason Isbell,
Jamey Johnson, Aaron Lewis, moe., O.A.R., Robert Randolph en broer van Ronnie van Zant, Donnie. Ik ben
helaas alleen maar naar de twee CD’s kunnen luisteren. Het complete document bestaat namelijk ook nog
eens uit twee DVD’s. De lijst van liedjes, die ik tegen kwam op deze CD, liggen precies in het verlengde van
wat ik mijn van deze legendarische band kan herinneren.
Wie ooit dacht dat de band overleden was heeft het mis. In de basis staat tegenwoordig Gary Rossington
(gitaar), Johnny Van Zant (vocals), Rickey Medlocke (gitaar), Michael Cartellone op drums. In de meeste
gevallen staat de band ook met Mark "Sparky" Matejka (gitaar), Johnny Colt (bas), Peter Keys (keyboards)
en The Honkettes-Dale Krantz Rossington en Carol Chase als backing vocals op het podium. Tjonge, jonge
wat had ik hier graag bij willen zijn. De opnamen klinken vol en geven laten eigenlijk niets te wensen over.
Fans kunnen hun hart ophalen. Jongelui, die aangestoken zijn door de Southern rock keuzes die hun ouders
maakten, kunnen zonder enige moeite aansluiten.
Jan Janssen
Artist:
Dom Flemons
Album:
Prospect Hill
Label:
Dixiefrog Records
donderdag 30 juli 2015
Dom Flemons noemt zich eigenlijk The American Songster Dom Flemons. Hij maakt deel uit van het
interessante collectief The Carolina Chocolate Drops, waarvan nu dus drie leden een solo-CD hebben
afgeleverd. Na Leyla McClella en Rhiannon Giddens (beide in ons cafe te vinden) is het nu de beurt aan Dom
Flemons. Zijn inspiratie vind hij o.m. in de vroege New Orleans Jazz, in blues van grootheden als Sonny Boy
Williamson (de door Dom bewerkte traditional ‘Polly put the kettle on’) en Tampa Red (van hem horen we
‘But they got it fixed right on’), in de old-time fiddlemuziek (uit Arizona deze keer) en in de
stringbandmuziek van de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw (‘Have I stayed too long’ is een song van Blind
James Campbell and his Nashville String Band - overigens heeft ook Willie Nelson deze song gecovered).
Dom heeft meer favorieten, in ‘I can’t do it anymore’ eert hij zijn rockhelden uit de jaren 50 – met name
Hank Ballard. Er zijn twee instrumentaaltjes een van ene James Davis (‘Georgia drumbeat’) en de ander van
Dom en onze favoriet Guy Davis, die in een aantal nummers op de CD is te horen (gitaar, banjo, snare
drums, vocals),’Marching up to Prospect Hill’. Verder zijn er o.m. zes eigen nummers van Dom. In de meeste
songs is de begeleiding klein gehouden, twee tot vier personen, de grootste band is Dom plus vier (clarinet,
gitaar, banjo, bas en drums). Verder horen we op de CD fiddle, harmonica, saxofoon, de nodige ritmeinstrumenten en diverse vocalisten.
Een leuke CD met – gedeeltelijk - een jaren 20 feel. Met name de sfeer die Dom oproept is aangenaam, er
wordt heel enthousiast gemusiceerd en gezongen. Hedendaagse old-timey music met een bluesy en jazzy
feel!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 107 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
King Of The World
Album:
Live At Paradiso
Label:
Independent
woensdag 29 juli 2015
Hoe je het ook wendt of keert, King of the World is in iets meer dan drie jaar tijd uitgegroeid tot een van de
toonaangevende bands in Nederland. Natuurlijk heeft de groep een steuntje in de rug gehad van Johan
Derksen en top promotiewerk, maar de kwaliteit van de mannen is boven elke twijfel verheven. Ruud Weber
(bas/zang), Erwin Java (gitaar), Fokke de Jong (drums/achtergrond zang) en Govert van der Kolm
(toetsen/achtergrond zang) vormen een hecht collectief, dat twee goede studio cd’s heeft afgeleverd. Op
Live At Paradiso laten ze horen op het podium het best tot zijn recht te komen.
Elf van de dertien nummers verschenen al op de beide studio cd’s. “Woman Across The River” staat ook al
vanaf het begin op de setlist. Het nummer was al te horen op de promo uit 2012. Het enige nieuwe nummer
is Delbert McClinton’s “Do It”.
Elke keer als ik de cd beluister hoor ik een combinatie van stevige Texas Blues, vermengt met een portie
onvervalste Nederblues (in de positieve zin des woords), wat toch een herkenbaar eigen geluid oplevert.
Vind ik de band op de studio albums wat voorzichtig en clean spelen, live gaat het helemaal los.
Heerlijk zijn de fraaie gitaar/Hammond-duellen, zoals in de opener “Messing With My Mind” en in “Woman
Across The River”. Vuurwerk ook in de slow blues “If You Want To Leave”, waar het felle gitaarspel van Erwin
Java door het pompende Hammond ondersteund wordt. “Better Leave While You Can” heeft dezelfde
ingrediënten en is een stevige shuffle met een ZZ Top-achtige gitaarriff.
Tel bij het feilloze instrumentale gedeelte ook nog het relaxte, prettige stemgeluid van Ruud Weber en je
hebt een top cd, waarop het live geluid van de groep op nagenoeg perfecte wijze is vastgelegd. Kunnen we
dan echt geen minpuntje vinden? Jazeker, jammer dat bij “Broke And Lonely” het visuele aspect van
Govert’s capriolen op de toetsen ontbreekt.
Ton Kok
Artist:
Muddy Waters 100
Album:
Muddy Waters 100
Label:
Continental Record Services
dinsdag 28 juli 2015
Time flyes. Het is al weer honderd jaar geleden dat Muddy Waters, geboren als McKinley Morganfield, ter
wereld kwam. En wat heeft hij de muziekwereld veel moois nagelaten.
Mijn eerste kennismaking met Muddy op beeld was in 1978 in Rockpalast, mede daardoor kon hij op nog
meer aandacht van mij rekenen, tot op heden draai ik zijn muziek met enige regelmaat. Ik kan er dan ook
helemaal achterstaan dat oud sideman (van 1979 tot 1983), John Primer, heeft aangezet tot deze tribute.
En dat heeft hij zeer voortvarend aangepakt. Bij deze toch maar even de lijst van alle meewerkende
artiesten, John Primer, Billy Branch, Gary Clark Jr., Shemekia Copeland, James Cotton, Bob Margolin, Keb’
Mo’, Derek Trucks, Johnny Winter, met Vincent Bucher, Leanne Faine, Tim Gant, Khari Parker,
James Teague, Steve Gibons, Keith Henderson en the Living History Band: Matthew Skoller, Billy Flynn,
Johnny Iguana, Felton Crews, Kenny “Beedy Eyes” Smith.
Het album bevat nummers van het begin van zijn carriere tot zijn einde. En de nummers zijn niet een kopie
van het origineel maar zijn met de tijd mee gegaan zonder de essentie te verliezen. Mooie voorbeelden
daarvan zijn ‘Got my mojo working’, ‘Trouble no more’ en ‘Manish boy’ met een geheel eigentijdse beat.
Op alle nummers zingt John Primer mee, die met een fijne intonatie het Muddy gevoel in de nummers legt.
Ook mooi is natuurlijk nog steeds het harpspel van de inmiddels 80-jarige James Cotton, die vanaf 1959, in
periodes bij Muddy meespeelde. Ook vermeldens waard zijn de prachtige zangpartijen van Shemekia
Copeland in ‘Got my mojo working’ en van gospelzangeres Leanne Faine die met ‘Why don’t you live so God
can use you’ samen met John Primer, een waanzinnig mooie gospel neerzet.
Muddy 100 is een gedenkwaardige tribute geworden, waar alle muzikanten het echte Muddy Waters gevoel
weten op te roepen en het krijgt dan ook een prominente plek bij de echte Waters albums.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 108 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Stockfisch Records Collection
Album:
Closer To Music Volume 5
Label:
Stockfisch Records
maandag 27 juli 2015
Het is alweer vier jaar geleden dat ik compilatie ‘Closer to the Music volume 4’ van het Duitse kwaliteitslabel
Stockfisch in ons cafe besprak. De basisfilosofie van deze serie is om recent op het label verschenen (op nr 5
zijn dat er 12) en binnenkort te verschijnen (5) CD’s van goede singer-songwriters uit (met name) de
folkwereld onder de aandacht van de luisteraars te brengen met opnames van een FANTASTISCHE
KWALITEIT. We zijn in 2015 aan nummer 5 toe, een CD met 18 nummers van 16 artiesten of groepen en
een speelduur van ruim 79 minuten. De CD is zelfs een super-audio CD, die op gewone CD-spelers geweldig
klinkt en vermoedelijk nog veel mooier met een SACD-speler (wie kent dit?). En dan de artiesten. Een leuke
mengelmoes van folk uit Canada (Paul O’Brien, Don Ross), UK (Paul Stephenson en de geweldige Allan
Taylor), USA (David Munyon, David Roth, Steve Strauss, Eugene Ruffolo/Shane Alexander samen met
Dennis Kolen in ‘The greater good’, Carrie Newcomer) en Duitsland zelf (Kerstin Blodig). De CD sluit af met
een viertal bijzondere opnames, achtereenvolgens een cover van de Ierse klassieker ‘Carrickfergus’ van
Ranagri met Tony Christie, daarna l’Inverno – Largo van Vivaldi van het ‘La Folia Borockorchester’,
vervolgens ‘The silver swan’ van ‘The spirit of Ganbo feat. C. McFadden en tenslotte het prachtige ‘A
riverside town’ van de Chinees Jiang Cheng Ji door Song Zuying & China Philharmonic Orchestra.alle vier
verrassende ‘ buitenbeentjes’. De begeleiding van vele nummers is in handen van zeer goede musici uit de
eigen stal van Stockfisch.
Een zeer fraaie productie met voornamelijk wonderschone ingetogen prachtmuziek, meestentijds akoestisch.
En een prima introductie van de beste artiesten uit de Stockfisch-stal. Je blijft verzuchten: ‘Wat mooi’, en
geniet, geniet, geniet.
Fred Schmale
Artist:
Rory Kelly
Album:
Kings Never Sleep
Label:
Independent
zondag 26 juli 2015
De cd Kings Never Sleep van zanger/gitarist Rory Kelly is alweer een tijdje op de markt. Dit is de derde cd
van de Amerikaan. Was op de eerste cd swamp rock te horen en kon de tweede in de categorie Southern
rock geschaard worden, zijn derde album bevat voornamelijk hard rock. Hij wordt begeleid door zijn vader
Mike op drums en bassist Billy Miller.
Het album begint met twee stevige rocknummers: “Lay To Waste” en de titelsong “Kings Never Sleep”. Het
eerste nummer wordt gedomineerd door heftig slide-gitaar werk, terwijl de slide in het tweede nummer
terzijde gelegd wordt, maar verder van hetzelfde laken een pak is. Pas bij het derde nummer “, “Black
Widow”, wordt even iets meer ingetogen gespeeld. De swamp rock beperkt zich tot de nummers “Menace To
Society” en “Look Away”.
Twee nummers springen er een beetje bovenuit. Het nummer “16 Tons” van Tennessee Ernie Ford werd in
de loop der tijd gecoverd door uiteenlopende artiesten als country muzikanten Merle Travis en Johnny Cash,
blues artiesten als B.B. King en Big Bill Broonzy, maar ook mensen als Louis Neefs en Robbie Williams
waagden zich er aan. Het even wennen aan het begin, maar uiteindelijk zetten Rory Kelly en zijn mannen
van dit nummer een prima originele versie neer. Ook het instrumentale “Hasta La Muerta” mag er wezen.
Het nummer zou zo voor de soundtrack van een Western film gebruikt kunnen worden. Voor de
hardrockliefhebbers is dit een prima album en zeker de moeite waard om eens nader te onderzoeken.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 109 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Black Sorrows
Album:
Endless Sleep
Label:
Rootsy.nu
zondag 26 juli 2015
The Black Sorrows? Dat is lang geleden. Zo lang dat ik zelfs niet meer weet welke albums ik ooit van deze
band uit Melbourne in mijn bezit had. Waar deze gebleven zijn, ik zou het niet weten. Het Café liet een
pakketje bezorgen en zie: Endless Sleep. Joe Camilleri en zijn mannen weten in oogwenk de jaren weg te
spelen. Inderdaad, zo klonken ze. De eerste cd bevat louter covers: van muzikanten als J.J. Cale, Lou Reed,
Warren Zevon John Coltrane, Gil Scott-Heron en Willy Deville. Sterk werk, ik kan niet anders zeggen. Het is
goed te horen dat Camilleri van deze liedjes houdt. De zanger/gitarist en zijn band klinken hier als Elvis die
het repertoire van John Mellencamp uitvoert met Van Morrison voor ogen. Ook de bonus cd met oude
krakers van de band (zo te horen in nieuwe muzikale jasjes gestoken) mag er zijn.
“Herregud, vilken coverplatta!” De woorden van Christer Olsson op de website van het platenlabel zijn niet
alleen veelzeggend, ze zijn me uit het hart gegrepen.
En dan nog dit. Wie deze plaat op vinyl wil kopen doet er goed aan om de andere coverplaat, die alleen op
vinyl te verkrijgen is, ook te bestellen. Hoor zelf. Dat kan toch niet beter?!
https://youtu.be/hdA_MuYc7KU
Wim Boluijt
Artist:
Danny Schmidt
Album:
Owls
Label:
Independent
zaterdag 25 juli 2015
Onze kleine grote vriend uit Austin (hij is er geboren en getogen!) heeft na zijn akoestische versie van zijn
nieuwe CD, ‘Owls’, nu de definitieve versie afgerond. Dus behalve Danny op gitaar en vocals en – uiteraard –
zijn lieve Carrie Elkin (vocals) horen we producer David Goodrich (we kennen hem van o.m. Chris Smither,
Peter Mulvey en Jeffrey Foucault) op elektrische gitaar, good old Lloyd Maines op lap steel gitaar, Mike
Meadows op drums, Andrew Pressman op bas en Daniel Thomas Phipps in de achtergrondvocalen.
De opnames werden ‘live’ gemaakt in San Marcos, TX (een half uurtje rijden vanuit Austin). Het is heel mooi
dat we deze ingevulde versies kunnen leggen naast de ingetogen akoestische versies van begin dit jaar. Als
Danny in september naar ons land komt om de nieuwe CD te promoten zullen we de akoestische versies
weer kunnen omarmen, naast natuurlijk een aantal eerdere songs van onze held. Sinds 2007 staan de CDs
van Danny steevast in de top 10 van de internationals ‘Folk Radio Charts’ en het moet raar lopen als deze
prachtige nieuweling niet het hoogst komt van allemaal. Danny is in topvorm en tovert ons een elftal
heerlijke songs voor, waarvan er eentje, het rockende ‘Wings of no restraint’ niet op de akoestische CD
voorkomt. Het hoogtepunt van de CD is het sublieme ‘Cries of shadows’, Danny’s parabel over de ‘relatie’
van een persoon met zijn eigen ‘donkerder kant’: ‘In the sunset of my life I’d sit and count the golden rays.
And my shadow’d sit behind me, but she was gentle, thin, and grey. And we’d laugh at how we chased each
other back and forth all day, all the while holding hands, in love and in dismay’. En Danny benaderd hiermee
zijn topnummer ‘Company of friends’ (een ultieme begrafenissong). Maar alle andere songs zijn ook
geweldig, neem bijvoorbeeld zijn aanklacht tegen het wapengeweld in zijn USA, ‘Guns & the crazy ones’:
‘Seems to me it’s just as plain as please, it’s plastered the news. Cause every day there’s a new display of
cannons come loose. Once was tough, two’s a called bluff, three’s enough’s enough. Four was cruel, five’s a
dead school, six is like they’re gunning for you’.
Danny Schmidt is absolute TOPKLASSE . Voor de liefhebbers van schitterende singer-songwriter muziek is dit
een MUST!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 110 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
King King
Album:
Reaching For The Light
Label:
Manhaton Records
vrijdag 24 juli 2015
Reaching For The Light is alweer het derde album van King King. De naam van deze band is terug te leiden
naar titel van de debuut cd van de Red Devils, die opgenomen werd in de King King Club in Los Angeles. De
muziek van dit Brits(/Nederlandse) kwartet is sinds de debuut cd uit 2011 wel ver af komen te staan van de
Red Devils. Met blues heeft het niet veel meer te maken, maar daar zullen de fans van de groep geen
boodschap aan hebben. Het nieuwe album is weer een mooie verzameling songs geworden, acht van eigen
hand, aangevuld met “Just A Little Lie” van Paul Carrack.
Centraal in de groep staat de charismatische Alan Nimmo, een prima zanger met een aangenaam stemgeluid
en daarnaast ook nog eens een uitstekende gitarist. Hij wordt omringd door bassist Lindsey Coulson,
drummer Wayne Proctor en toetsenist Bob Fridzema. Laatstgenoemde heeft zich volledig zijn draai gevonden
in de band en weet een stempel op het groepsgeluid te drukken.
De cd opent met het stevigste nummer van de cd: “Hurricane”. Het is even schrikken, want de muur van
geluid in dit nummer klinkt behoorlijk over-geproduceerd. Gelukkig blijft dit ‘euvel’ beperkt tot dit ene
nummer. De rest van het album is ook wat rustiger en in een lagere versnelling. Met gevarieerde nummers
als het catchy mid-tempo “You Stopped The Rain”, de power ballad “Rush Hour” en het Free-achtige,
ingetogen “Stranger To Love” heeft de groep weer sterk en fris materiaal om het live repertoire te
vernieuwen. Alleen voegt het poppy “Just A Little Lie” niet echt veel toe aan het eigen werk. King King heeft
een prima album afgeleverd, dat de nog steeds groeiende fan schare zeker niet zal teleurstellen.
Ton Kok
Artist:
Sharon Robinson
Album:
Caffeine
Label:
FreeWorld
woensdag 22 juli 2015
Even voorstellen: Sharon Robinson uit Californië was in 1979/1980 en van 2008-2013 de belangrijkste
achtergrondzangeres van Leonard Cohen, ze was onder meer onderdeel van Cohen’s World Tour van 20082013. Ze heeft daarnaast vele bijdragen geleverd aan Cohen-songs sinds de jaren 80 van de vorige eeuw.
Op ‘Ten new songs’ (2001) schreef ze zelfs aan alle songs mee. Door al dat werk voor Cohen schoot de eigen
solocarrière er behoorlijk bij in. In 2008 verscheen haar eerste solo-CD, ‘Everybody knows’ (met door Cohen
getekende ‘cover-art’) en nu is er dan eindelijk de subtiele opvolger, ‘Caffeine’. Luisterend naar de CD horen
we in de eerste plaats prettig in het gehoor liggende rustige soulmuziek met pop- en jazztinten,
vermoedelijk zeer geschikt voor een zwoel samenzijn op een met goede wijn gelardeerde avond, het liefst bij
een aangename open haard. Maar allengs valt na meerdere draaibeurten op hoe mooi de arrangementen
zijn en hoe goed er wordt gemusiceerd en hoe mooi Sharon zingt. De songs, één ervan mede geschreven
door Cohen, zijn ijzersterk, er zit een song tussen (‘Strong for me’) dat sterk lijkt op het nummer ‘Smooth
operator’ van Sade uit 1984, om een sfeeridee te geven. Maar de stem van Diana Krall mag eveneens als
referentiepunt dienen. Mijn hoogtepunt is het licht reggae getinte ‘Caffeine’, wat een verrukkelijk nummer is
dit! Ook het nummer ‘Safe’ is prachtig!
Het late-avond-gevoel blijft overheersen, maar in dat genre (als je van een genre zou kunnen spreken) is dit
een echte topper. Ik heb met toenemend genoegen naar de betoverende klanken van Sharon Robinson
geluisterd. Subtieler kan haast niet, soulvoller ook niet! Applaus!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 111 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
John Coinman
Album:
Already Are
Label:
Cavalier Recordings
woensdag 22 juli 2015
De Amerikaanse singer-songwriter John Coinman groeide op in New Mexico, hij werd destijds gegrepen –
zoals zovelen – door het werk van Bob Dylan en zijn liefde voor de betere song werd geboren. Van zijn hand
zijn inmiddels vijf CD’s verschenen, waarvan deze laatste, ‘Already are’, welgeteld tien jaar later verschijnt
als de prachtige voorganger ‘Songs from the modern west’. Maar Coinman heeft in de tussenliggende
periode bepaald niet stil gezeten, hij heeft in deze periode maar liefst 5 CD’s uitgebracht met onze grote
held en John’s goede vriend Kevin Costner als ‘Kevin Costner and the modern west’ met daarin de line-up
van ‘Songs from the modern west’. Coinman schrijft song voor films, was de ‘musical director’ van Costner’s
megasucces ‘Dances with wolves’ en acteerde zelf in ‘The postman’. De nieuwe CD bevat elf nieuwe songs
van Coinman, in de begeleiding horen we o.m. medeproducer Teddy Morgan (produceerde ook de
voorganger) op gitaren en vocalen, Neil Harry op pedal steel, Larry Cobb op drums en Brandy Zdan
(‘Twilight Hotel’) in de harmony vocals. Coinman weet hoe te rocken, luister maar naar de prachtige
nummers ‘Five minutes from America’, ‘For you’ en ‘Oklahoma City’, waarin hij Bruce Springsteen naar de
kroon steekt. In het prijsnummer ‘The angels came down’ doet John ons denken aan David Olney, met name
door het ritme (‘If it wasn’t for the wind’): ‘Walking all alone in the southern rain by graveyards and
battlefields that blood still stains. Back to a time when the angels came walking all alone in the southern
rain’.
Prachtige CD, een topper in het singer-songwriter genre. Ijzersterke songs, prachtige productie. Laat John
niet weer 10 jaar wachten met het uitbrengen van een solo-CD, daarvoor is het teveel genieten. Ik heb met
opnieuw veel genoegen de voorganger opgezet, alsmede de compilatie-CD ‘This place ain’t what it used to
be’ (2003) – een compilatie van nummers van zijn eerste drie CD’s en alleen in Europa uitgebracht. Wat een
dijk van een singer-songwriter is John Coinman!
Fred Schmale
Artist:
The Great Crusades
Album:
Thieves Of Chicago
Label:
Blue Rose Records
dinsdag 21 juli 2015
Hoe deze cd op de burelen van Real Roots Café is beland is mij niet helemaal duidelijk en hoe hij uiteindelijk
in mijn cd-speler terecht is gekomen wellicht nog minder. Het heeft namelijk niets met roots- of bluesmuziek
te maken, maar is grote stads gitaarrock. De enige link, die ik kan leggen is het gebruik van een pedal steel
gitaar in enkele nummers en het feit dat de heren uit Chicago komen.
The Great Crusades is een kwartet dat bestaan uit Brian Krumm (zang/gitaar), die omschreven wordt als een
mix van Tom Waits en Axl Rose, Brian Leach (gitaar/toetsen), Brian Hunt (bas) en Christian Moder
(drums/toetsen). Op dit album krijgen ze hulp van Curtis J. Brewer (gitaar op “Cruel Joke”), Jake Brookman
(cello), Brian Wilkie (pedal steel gitaar), Stephen Wright (trompet/flügelhorn), Katy Scrantom en Laura
Thompson (achtergrond vocalen).
Thieves Of Chicago is het achtste studioalbum van de heren en al snel is duidelijk dat we hier met een
verzameling goede songs te maken hebben, die ook nog eens uitstekend vertolkt worden. Brian Krumm is
verantwoordelijk voor de teksten. Hij eigent zich de nodige dichterlijke vrijheden toe, maar weet fraaie
staaltjes poëzie uit zijn pen te laten vloeien.
Wat direct opvalt, is de enige cover: Beck’s “Why Did You Make Me Care?”. Dit nummer krijgt een geheel
eigen bewerking, die (voor mij althans) het origineel snel op een de achtergrond drukt. Het wordt fraai
ingekleurd door cello en flügelhorn. Zeer intens en toch relaxed gebracht.
Er staan pittige rocknummers op, zoals “This City Is A Shambles Tonight” en “’Til The Needle On The Record
Goes To Bed”. Ook “The Right Way To Be Wrong” valt in deze categorie. Dit nummer is een waardig
eerbetoon aan Joan Jett. Maar ook het ingetogen werk is van grote klasse. De schitterende songs “Vandalia”
en “Old Lovers, Old Friends” vallen hieronder. Normaal gesproken zou ik nooit met deze cd in aanraking zijn
gekomen, maar ik kan deze verdwaalde cd van harte aanbevelen.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 112 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Eilen Jewell
Album:
Sundown Over Ghost Town
Label:
Signature Sound
maandag 20 juli 2015
Toen Eilen Jewell in 2007 uit het schijnbare niets bij ons opdook met haar album 'Letters From Sinners &
Strangers' veroverde zij mijn hart onmiddellijk met haar prachtige cover van het door Charlie Rich
geschreven "Thanks A Lot". Daarvoor had zij al 'Nowhere In Time' (live demo) en 'Boundary County' zélf
uitgebracht. Inmiddels zijn wij alweer een aantal jaren en een aantal CD's verder - waarvan twee met The
Sacred Shakers en eentje gevuld met Loretta Lynn covers. Deze singer-songwriter is de definitie van
rootsmuziek in eigen persoon, want ze hanteert graag verschillende stijlen en laat zich beslist niet in een
vakje proppen.
Na negen jaren in Boston gewoond te hebben, keerde zij in 2012 terug naar haar geboorteplaats Boise,
Idaho. Dat leverde genoeg inspiratie op om weer een mooi album met zelfgeschreven liedjes te vullen! Eilen
werkt nog steeds met haar hechte band, bestaande uit gitarist Jerry Miller, contrabassist Johnny Sciascia en
drummer Jason Beek, tevens haar echtgenoot. De gastmuzikanten, zoals Jake Hoffman (pedal steel) en Jack
Gardner (trompet), kwamen uit de buurt en het hele idee achter deze opnames in Idaho was, om een
spontaan 'live' gevoel in de studio weer te geven. Is heel goed gelukt, moet ik zeggen.
De terugkeer naar Eilen's vroegste verleden levert een persoonlijk, autobiografisch concept album op. Met
mystieke achtergronden die het goed in een film zouden doen, zowel mooie en tedere als spookachtige
sfeertekeningen in de tekst en natuurlijk Eilen als de 'torch singer'! "Been all around this world, just to come
back to you / It's a long and lonesome highway, it's a bitter shade of blue". En dat is pas het eerste
nummer! In "Hallelujah Band" (met prachtige gitaarpartij) refereert Eilen in enkele jeugdherinneringen aan
een grot en haar eigen 'geheime' landje. Voor "Rio Grande", een fraai spaghetti western-achtig stuk, kijkt zij
terug op haar jaren als studente in het Zuidwesten, toen er van alles misging.
"Half-Broke Horse" gaat over Pyro, de mustang van Eilen's vader en hoe sommigen mensen op dat
onaangepaste paard lijken. "My Hometown" is bedoeld als een vredige boodschap van troost en mededogen
voor de bewoners van Newtown, Connecticut, geschreven na de afschuwelijke schietpartij. "Needle &
Thread" blijft in dezelfde sfeer en beschrijft het stadje waar Eilen opgroeide, nu op de kaart aangegeven als
'ghost town'. Dit bloedmooie sfeervolle altcountry album eindigt tenslotte met "Songbird", een ode aan baby
Mavis, geboren halverwege tijdens de opnamen.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 113 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Giant Sand
Album:
Heartbreak Pass
Label:
New West Records
zondag 19 juli 2015
Van een loom wiegen doordesemd, begeeft de muziek van Howe Gelb zich altijd naar de rand. Daar waar de
aandacht overgaat in de kloof van vergetelheid. Eerlijk? Ik vind de muziek die zijn veel te vroeg overleden
vriend Rainer Ptacek maakte van een andere, betere orde. Daarmee is niet gezegd dat Gelb een prutser is.
Ramp (1991) betekende mijn kennismaking met de band van de man uit Tuscon, Arizona. Het is nog altijd
een mooie plaat, vind ik. Een enkel soloalbum en zelfs The Band of Blacky Rachette volgden. Maar hoe groot
ook mijn waardering, nooit stal hij mijn hart. Wél heb ik grote achting voor wat hij deed met de laatste
opnamen (The Farm, 2002) die hij met Rainer Ptacek maakte. Net voor diens dood. Hij werkte ze af toen
Ptacek al was overleden en schreef er een prachtig in memoriam bij. Ooit Ptacek met dat door tumor door
elkaar gehusseld brein The Farm horen zingen? Met die zin voor zijn dochter.
Lily I love you, don't know how I ever.
Got by without you.
Never going to leave here.
you're not going to change that.
Heartbreak Pass is een typische Howe Gelb plaat. Dat wat mompelende zingen, die bijna achteloze
voordracht en zanderige, zondoordrenkte liedjes, zo kennen we de man die Carice van Houten hielp bij het
maken van See You On The Ice (2012). Het is dan ook geen verrassing dat de zeer Europees georiënteerde
Gelb in Man On A String zowel Ilse Delange als JB Meijers laat opdraven. In de andere liedjes horen we dan
weer Maggie Björklund, Grant Lee Philips, John Parish, Steve Shelley (Sonic Youth) en Jason Lytl
(Granddaddy). Samen met al deze gasten heeft Gelb van Heartbreak Past een mooi en stemmig album
gemaakt. Voor mij té mooi en té stemmig. De jazz die Gelb aan zijn typische woestijnamericana heeft
toegevoegd, geeft de muziek wat waterigs. Maar als u zonder dat u deze zin tot het eind toe hoeft te lezen,
weet dat er om de albums van Giant Sand te tellen inmiddels zo’n zes handen nodig zijn, zult u hier
ongetwijfeld anders over denken.
Wim Boluijt
Artist:
Girls With Guitars
Album:
Girls With Guitars
Label:
Ruf Records
zaterdag 18 juli 2015
Goede wijn behoeft geen krans, maar heeft soms wel tijd nodig om te rijpen. Zo zou je deze cd van
de dames Eliana Cargnelutti, Sadie Johnson en Heather Crosse kunnen samenvatten. Elk jaar brengt Thomas
Ruf van Ruf Records een drietal talentvolle muzikanten samen om onder de naam Blues Caravan rond te
toeren. Het wordt meestal vooraf gegaan met een studio cd en afgesloten met de release van een live/DVD
van het gezelschap.
Girls with Guitars werd opgenomen in Stantonville, Tennessee onder toezicht van de gerenommeerde
producer Jim Gaines. De Italiaanse Eliane en Amerikaanse Sadie zingen beiden en spelen een verdienstelijk
stukje gitaar. De eveneens uit de Verenigde Staten afkomstige Heather zingt en speelt bas. Ze worden
ondersteund door Rick Steff achter de toetsen en Justin Holder achter de drums. Trey Hardin is enkele
nummers op bas te horen.
Met drie covers en acht zelfgeschreven nummers geven de dames een prima visitekaartje af. Er is, zeker op
vocaal gebied, nog ruimte om te groeien. Maar om nu de dames te adviseren om flink aan de whisky en
nicotine te gaan lijk me ook geen goed advies. Laat het natuurlijk rijpingsproces zijn werk maar doen. De cd
bestaat uit en verzameling van lekker in het gehoor liggende rock/pop en blues liedjes. De covers zijn
nummers van ZZ Top (“Tush”), Traffic (“Feelin’ Alright”) en Joan Jett (“I Hate Myself For Loving You”).
Het slotnummer van de cd, “Wish You Hadn’t Gone” is samen geschreven door de dames Cargnelutti en
Johnson en toont aan dat er veel potentie zit in dit gezelschap. Met dit nummer krijgt de cd een volwassen
slot. We kijken nu al uit naar de live cd/DVD aan het eind van dit jaar/begin volgend jaar om te horen hoe
de dames muzikaal gegroeid zijn. De eerste berichten vanaf de diverse podia zijn hoopgevend.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 114 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Dustbowl Revival
Album:
With A Lampshade On
Label:
Continental Song City
vrijdag 17 juli 2015
Waar Bert Pijpers van Continental Song City ze vandaan haalt, geen idée. Maar deze ‘Dustbowl Revival’ uit
Venice, Californië is weer zo’n vrolijk Amerikaans rootsgezelschap dat allerlei heerlijke rootsgebieden aan
elkaar koppelt en mengt. In dit geval horen we bluegrass, New Orleans swing en jazz, vooroorlogse blues en
gospel. Andere namen voor hun mengsel zijn swing-grass of string band-brass band mengsel. Dat de band
terecht een ijzersterke live-reputatie (LA Weekly noemde de band ‘Best live band in LA’!) heeft opgebouwd is
duidelijk te horen op de verrukkelijke live-opname ‘With a lampshade on’, opgenomen in San Francisco’s
Great American Music Hall en de befaamde ‘Troubadour’ van Los Angeles, inmiddels hun vierde CD sinds het
debuut ‘You can’t go back to the garden of Eden’ uit 2010. De band is uitgegroeid tot een octet waarin
allerlei instrumenten worden bespeeld. We horen fiddle, mandoline, trombone, clarinet, trompet, ukulele,
drums, gitaar, bas, harmonica, wasboard en kazoo. En het speelplezier spat eraf bij dit collectief o.l.v.
oprichter Zach Lupetin. Dat een toefje funk in het mengsel wordt gegooid horen we in het feelgood nummer
‘Feels good’, waarin vocaliste (tevens washboard en ukulele) Liz Beebe schittert. Een van mijn favorieten is
het vrolijke deuntje ‘Never had to go’, een mengsel van huppelende bluegrass en country met een inbreng
van blazers, werkelijk aanstekelijk vrolijk. En dat geldt voor alle nummers.
‘With a lampshade on’ bevat 14 nummers met een leuke diversiteit met invloeden uit het ruime aanbod van
de Americana, gebracht door een zeer enthousiast ensemble, dat op zaterdag 6 juni het publiek verraste op
het Naked Song Festival in Eindhoven in de fijne zaal van Meneer Frits
Fred Schmale
Artist:
Jason Isbell
Album:
Something More Than Free
Label:
Southeastern Records
vrijdag 17 juli 2015
De twaalf tracks op Jason Isbell’s CD Southeastern zullen vrees ik geen potten breken bij het grote publiek”,
schreef ik een tijd geleden. Velen zien juist dat album als Jason Isbell’s grote doorbraak. Heb meerdere
malen naar zijn nieuwe CD Something More Than Free geluisterd en ik blijf bij mijn standpunt. Jason Isbell
mag in zijn thuisland Amerika een behoorlijk grote hebben, op het Europese continent moet hij dit volgens
mij nog steeds zien waar te maken.
Something More Than Free is absoluut geen slechte plaat, in tegendeel zelfs, maar ik bespeur een zekere
southern gelatenheid van “jongens het komt allemaal wel goed”. Prima wat mij betreft. Misschien stroken
mijn hooggespannen verwachtingen wel niet met de ambities van deze uit Greenville, Alabama afkomstige
singer-songwriter en gitarist.
Kijk smaken verschillen natuurlijk, maar open met het minst aansprekende nummer op deze plaat, If It
Takes A Lifetime, noem ik ronduit slordig. Het daaropvolgende 24 Frames zou bijvoorbeeld een veel betere
keus geweest zijn. Het is een voorbode van nog eens twee prijsvechters op deze plaat. Het ingetogen
akoestische hoogstandje Flagship en How To Forget komen groots uit de verf. Ergens midden op de plaat
etaleert Isbell zich waarom hij bekend staat. Children Of Children is een prachtig zorgvuldig opgebouwde
ballad. Het venijn, van dit bijna zes minuten durende nummer, zit ‘m in de staart. Het radiovriendelijke
liedje The Life You Choose wordt vast en zeker de tweede single, die van dit album getrokken wordt. Hoe is
het mogelijk, Isbell sluit af met weer een hoogtepunten op dit album. De tekst van, To A Band That I Loved,
zal bij insiders beslist een belletje doen rinkelen. Uit de passionele zang valt volgens mijn op te malen dat
Isbell het er nog steeds moeilijk mee heeft.
Something More Than Free is geen legendarische plaat geworden waarmee Isbell zich een plaats verzekerd
weet in de Alabama Music Hall of Fame, dat zich in Muscle Shoals bevind. Aan de andere kant weet ik bijna
wel zeker dat het in de toekomst er dik in zal zitten.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 115 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tad Robinson
Album:
Day Into Night
Label:
Servern Records
donderdag 16 juli 2015
Voormalig zanger van Dave Specter & the Bluebirds ging in 1994 solo en deed dat met succes. Zijn soul met
een vleugje blues ligt na de eerste keer luisteren heel fijn in het gehoor, zeker mede door zijn warme stem.
Zijn inmiddels zesde album ‘Day into night’ wordt opgeluisterd met puntige gitaarriffs, blazers en orgel, hij
wordt daarbij ondersteunt door niet de minsten. In zijn band zitten Johnny Moeller op gitaar, Robb Stupka
op drums, Steve Gomes op bas en Kevin Anker op keys, tel daarbij onder andere de gastmuzikanten Anson
Funderburgh en Alex Schultz bij op en de uitkomst laat zich raden.
Zwoele zomeravondmuziek, met soms een Barry White sfeer, met prachitge backingvocals zoals op ‘He’s
moved on’. Alleen ‘Lonely talking’ en ‘While you were gone’ springen er in tempo en felheid iets bovenuit. De
cd zit muzikaal goed in elkaar maar toch naar enkele keren luisteren lijkt het soms iets teveel door te
kabbelen zonder een keer lekker uit de bocht te vliegen, waardoor voor mij deze schijf beperkt blijft als fijne
achtergrond muziek en niet als luister plaat
Jan van Eck
Artist:
Band Of Ruhks
Album:
Band Of Ruhks
Label:
101 Ranch Records
woensdag 15 juli 2015
Het debuut van de Band Of Ruhks. Wie zijn deze drie fraai gefotografeerde heren? Ronnie Bowman, Don
Rigsby en Kenny Smith maakten in de jaren negentig deel uit van The Lonesome River Band. Ondanks hun
succes besloten zij in 2001 de bluegrass groep te verlaten en een persoonlijke muzikale ontdekkingsreis te
beginnen.
Ronnie Bowman leidde zijn eigen band The Committee, schrijft country hits, werkt als producer en tourt
regelmatig met Lee Ann Womack en Dan Tyminski. Afgaand op mijn platenkast ken ik Don Rigsby en zijn
band Midnight Call beter - de man heeft zo'n ongelooflijk prachtige stem! Hij is een pleitbezorger van de
traditionele bluegrass muziek, maakte deel uit van de supergroep Longview en zong op albums van Alan
Jackson en Peter Rowan. Gitarist Kenny Smith tenslotte, vormde een nieuwe band met zijn vrouw Amanda,
werd overladen met lof voor zijn unieke gitaarstijl en ook van dit duo staat hier prima werk in de kast.
We zetten de geschiedenis van deze heren even stil in het jaar 2010. Na een reünie-optreden met The
Lonesome River Band overwogen zij om weer gezamenlijk muziek te gaan maken. Iets nieuws, gebaseerd op
de onderlinge waardering van talent en hun langdurige vriendschap. Zo zag de Band Of Ruhks dus het
levenslicht.
Dit titelloze album bevat dertien nummers, Ronnie Bowman schreef mee aan zes daarvan. Bij "Coal Mining
Man", naar voren geschoven als de eerste single, was niemand minder dan Mark Collie zijn mede-schrijver
en de befaamde Dr. Ralph Stanley verschijnt in een cameo. Don Rigsby is terecht trots: ” I have known
Ralph since I was a child and he is a life-long friend. I am thrilled to have him here with us and as always, he
nailed it. Nobody else sounds like him.” Van de gecoverde klassiekers is Leon Payne's "Lost Highway" altijd
goed, terwijl "Danny Boy" enigszins overbodig lijkt.
Al is de hoofdschotel traditionele bluegrass, er zijn ook country, celtic en americana invloeden hoorbaar.
Alledrie de heren zingen; Don bespeelt de mandoline en nog een paar neefjes - zoals de mandola; Kenny is
uiteraard de leadgitarist; Ronnie speelt ook gitaar. Verder kwamen diverse bekende muzikanten in de studio
langs, bijvoorbeeld Rob McCoury (banjo), Stuart Duncan (fiddle) en Rob Ickes (resonator gitaar). Lee Ann
Womack zingt prachtig mee op "Rendezvous With Danger". Toen ik mij realiseerde wie deel uitmaakten van
deze Band Of Ruhks verwachtte ik onberispelijke kwaliteit en die kreeg ik dus ook!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 116 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Richard Thompson
Album:
Still
Label:
Proper
dinsdag 14 juli 2015
Enige scepsis was mij niet vreemd. Richard Thompson die de productie van zijn nieuwe album in de handen
van Jeff Tweedy gaf? Uitgezonderd de eerste twee platen kreeg het werk van Wilco, de band van Tweedy, in
mijn ogen altijd net wat teveel lof toegezwaaid. Yankee Foxtrot Hotel (2002)? Op zijn hoogst levert dit album
enig vermaak. Het is me té gestileerd, op het neurotische af op orde gebracht. Dat gezegd zijnde, spelen
kunnen Tweedy en zijn mannen natuurlijk wel. En al gaat het hier niet zozeer om de muzikant Tweedy maar
om de producer, het euvel van de keurigheid blijft. De laatste platen van Mavis Staples staan dan ook, in
tegenstelling tot het werk van The Staple Singers, niet in mijn kast.
By the way, en geheel terzijde. Is het u opgevallen dat bij de besprekingen van het onlangs door Tweedy
vormgegeven, postuum verschenen album van Pops Staples (Don’t Lose This, 2015) niemand ook maar een
letter schreef over Staples prachtige Peace To The Neighborhood (1992)? Met Mavis. Maar ook Jackson
Brown, Bonnie Raitt, Ry Cooder, Terry Evans, Willie Greene en Jim Keltner. Ons dunkt, zeggen mijn oren.
Dat ik vind dat Still verrassend goed en puntig klinkt, kan dan ook maar twee, elkaar uitsluitende, dingen
betekenen. Of Thompson heeft Tweedy boven zichzelf doen uitstijgen, óf mijn oordeel over de werken van
Tweedy dient met een korrel zout te worden genomen. Het laatste kan, met het oog op La condition
humaine als het meest waarschijnlijke worden gezien. Temeer daar ik, in mijn recente recensie van
Thompsons Acoustic Classics (2014) http://www.realrootscafe.com/?s=richard+thompson in de lijst van
belangrijke Thompson-albums verzuimde om The Old Kit Bag (2003) te vermelden.
Twaalf liedjes bevat Still, zoals de Engelsen het zo mooi zeggen the sixteenth solo studio album. Elf zijn er
prachtig. Het laatste, wanneer Thompson over zijn ‘guitar heroes’ zingt (en deze naspeelt) is wat klef en
sentimenteel. Les Paul en Django Reinhardt in het zonnetje zetten is nobel maar hier kleeft er teveel ‘oude
man kijkt terug op de gitaristen van zijn jeugd en pinkt zowaar bijna een traantje weg’ aan. Opnieuw, het is
niet uitgesloten dat ik er helemaal naast zit. Still is een prachtige plaat. Thompson heeft met Michael Jerome
(drums) en Taras Prodaniuk (bass) een ritmesectie van heb ik jou daar in huis. En zijn gitaarspel kan gelden
als het beste dat Engeland in de latere helft van de twintigste eeuw heeft voortgebracht. Als geen ander
beheerst hij de kunst om, zoals Huub op 2 april 2013 in zijn recensie van Electric schreef, om folkmuziek op
een rock ‘n’ roll manier te spelen. Ook liedjes schrijven kan hij nog altijd als de beste. Dat de verrassing er
inmiddels af is, mag geen verrassing heten. Al weet je het met muzikanten van dit kaliber nooit. Zesenzestig
is hij nu. Kijken of u nog een Still in u hebt in het eerste jaar van uw officiële pensioen.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 117 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ben Slavin
Album:
Palepolis
Label:
Apogeo Records
dinsdag 14 juli 2015
Een heel bijzonder debuut, deze CD ‘Palepolis’ van de mij totaal onbekende singer-songwriter Ben Slavin. De
man studeerde operazang aan de Arizona State University in zijn geboorteland USA, ging na zijn studie naar
Milaan om zich verder te bekwamen als ‘Dramatic baritone’. In Milaan sloeg zijn muzikale richting een
andere weg in toen hij ene Odette Di Malo ontmoette. Met haar vormde hij een folk-pop duo, ‘The March’. Er
kwam een EP en een toernee. De onrust sloeg weer toe en Napels werd zijn volgende doel. Hij woont er
sinds 2004 en heeft nu zijn eerste solo-CD opgenomen in een 17e eeuwse basiliek – je hoort een klassieke
galm in een paar nummers.
Acht van de 10 songs zijn van Ben zelf, één is er van Di Malo (‘Unaccesible’) en er is zowaar een cover van
Joni Mitchell (‘For free’). Het heeft mij een flink aantal draaibeurten gekost om Ben’s belevenissen in het
zuiden van Italië te gaan waarderen. Zijn stem is apart, dank zij de operatraining een ruime klasse beter dan
de stem van vele collega’s. De prima begeleiding is in Italiaanse handen, behalve gitaar en banjo (Ben zelf)
is er bas, drums, piano, viool en cello te horen. De arrangementen tenslotte zijn modern en apart (van ene
Antonio Cece, die net als Ben gitaar en banjo speelt). ‘Lucia lies in purgatory’ is de meest opvallende song,
stem met spaarzame begeleiding en geworteld in klassieke muziek.
Apart en steeds mooier naarmate je de CD meer draaibeurten geeft. Ik wens deze sympathieke Italiaanse
Amerikaan veel succes op zijn lastige weg naar bekendheid in de wereld van de singer-songwriters. Zijn
stem heeft hij mee!!
Fred Schmale
Artist:
Sean Taylor
Album:
The Only Good Addiction Is Love
Label:
Independent
dinsdag 14 juli 2015
Hé er staat weer een nieuwe Sean Taylor in de schappen. Ik kijk erna en weet dat we in deze kroeg Chase
The Night (2013) en Love Against Death uit 2011 al eerder besproken hebben. De CD opent met de
titeltrack The Only Good Addiction Is Love. Ja Wim, Taylor is een hese, niet van een lichte theatraliteit
gespeende fluisterzanger. Het liedje Bad Light begint veel belovend. Het komt niet echt op gang maar blijft
hangen als de klere. Rothko, heerlijk loom en easy listening. Het heeft niet veel om het lijf, maar ik lust hier
wel pap van. Hoe eerlijk kan muziek klinken? Laat Flesh And Mind eens op je inwerken. Deze jongen begint
steeds meer op een moderne versie van Nils Lofgren te lijken. Luister maar eens naar diens Acoustic Live
album uit 1997. Live, nu we het woord toch in de mond genomen hebben, dit album klinkt zo. “What you
hear is what you get” moet producer Mark Hallman, andermaal gedacht hebben. Observerende songs als We
Can Burn en Moma komen onkreukbaar uit de verf. Aangekomen bij het prijsnummertje op deze plaat,
Desolation Angels. Jack Kerouac’s psychologische strijd en toenemende ontevredenheid over het
boeddhisme krijgt van Taylor een eigen gezicht. Prachtig!
Nee Wim, de teksten op dit mooie album hebben weldegelijk iets om het lijf. En ja, het voelt alsof Sean
Taylor zijn debuutalbum aflevert. The Only Good Addiction Is Love is een goede plaat waar de rek flink in zit.
Details zoals instrumentatiekeuze en liedjes indeling vallen echt op naar mate je de CD meerdere malen
afspeelt. Samengevat Sean Taylor ontwikkeld zichzelf. Waar het eindigt mag Jozef weten, een ding is zeker
Taylor moet je echt live gaan zien als hij bij jouw in de buurt komt.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 118 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Roly Platt
Album:
Inside Out
Label:
Independent
maandag 13 juli 2015
Roly Platt is een voor mijn onbekende Canadese harmonicaspeler. Een bezoek aan zijn website
www.rolyplatt.com toont aan dat de man in zijn geboorteland toch een indrukwekkende staat van dienst
heeft opgebouwd. Hij heeft met een keur van artiesten opgetreden en opgenomen en is daar naast ook
verantwoordelijk voor een groot aantal reclame jingles en film- en TV soundtracks.
Op de hoes van zijn debuut cd onder eigen naam schrijft hij: het is de bedoeling dat ik elke zesenvijftig jaar
een cd uitbrengt, dus zit ik precies op schema. Op Inside Out wordt de harmonicaspeler, die op één nummer
ook zingt, begeleidt door John Tilden (gitaar), Lance Anderson (toetsen), Russ Boswell (bas) en Al Cross
(drums), terwijl Neil Chapman op twee nummers te horen is op gitaar. Jordan John neemt zang en gitaar
voor zijn rekening op “Bartender’s Blues" en Steve Strongman is als zanger/gitarist op twee nummers te
horen.
Op de cd staan elf nummers, waar van maar liefst zeven instrumentale werkjes. In het totaal staan er zes
eigen nummers op en vijf covers. De schijf opent met een oudje van de Crusaders, “Put It Where You Want
It” en Pratt bewijst hiermee direct dat hij niet de eerste de beste is. De nummers worden allemaal smaakvol
en vakkundig gespeeld. Het eigen werkje “Mad River” is een stevige boogie, met naast Pratt’s harmonicaspel
ook een stevige gitaarsolo met een lekker rauw randje van Neil Chapman.
Naast genoemde nummers zijn vooral de beide nummers met Steve Strongman erg sterk. Dit zijn de shuffle
“Good Mind To Wander” en de slow blues “Ocean Of Tears”. Wat mij betreft had Strongman een wel wat
prominentere rol mogen krijgen op dit album. “Rippin’ It Up” is het enige nummer waar Pratt als zanger te
horen is en dat doet hij zeker niet onverdienstelijk.
“Over The Rainbow”, “I Got A Woman” en “Georgia On My Mind” zijn de bekendere covers op de cd. Het
enige nummer dat een beetje uit de toon valt is James Taylor’s “Bartender’s Blues”, een heuse country
smartlap. Platt’s ingetogen harmonicaspel maakt echter veel goed. Roly Platt heeft met Inside Out een prima
debuut afgeleverd. Nu kijken of ik het geduld kan opbrengen om zesenvijftig jaar op de opvolger te wachten.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 119 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Mojo Makers
Album:
Devils Hands
Label:
Hypertension Music
zondag 12 juli 2015
De Mojo Makers is een Deense band, die in 2013 de debuut cd Wait Till The Morning uitbracht. De opvolger
is Devils Hands en het eerste wat me opval, is dat de mannen een bijzonder eigenzinnig blues/rock geluid
weten neer te zetten. De nadruk ligt weliswaar op rock, maar zo af en toe weten ze ook wat bluesy
hoogstandjes neer te zetten, terwijl ook inspiratie uit de gospel geput wordt.
Met zanger Kasper Osman heeft de band een frontman met een prima strot in huis. Gitarist Kristian Hoffman
weet prima gitaarwerk neer te zetten. Vooral zijn smaakvolle slidespel kan ik wel waarderen. Bassist Kristian
Bast en drummer Morten Haesum leggen een stevige fundering neer, terwijl toetsenist Lars Madsen op
Hammond en piano de nummers prima weet in te kleuren. Het openingsnummer “Come On Brother” en de
titelsong “Devils Hands” zijn een paar prima gospelwerkjes, die een stevig hedendaags jasje aangemeten
krijgen.
Bij de productie valt op dat in sommige nummers de bas en bij andere nummers drums voor in de mix
zitten. Dit is een goede vondst, het heeft het hele album een ongekende dynamiek mee. In “Howl Away” is
het vooral de ritmesectie, die het nummer een pittig reggae-sfeertje meegeeft.
“One True Love” is een van de prijsnummers. Een sterk slidegitaar/Hammond intro, waarna Kasper Osman
met zijn lekkere hese stemgeluid invalt. Het intro van “Naja” begint met handgeklap en zang, dat op zich al
tot meedeinen leidt, maar als de band er dan nog een heerlijke groove tegen aan gooit, gaat het helemaal
los. Tussen de diverse Hammond-nummers door, krijgt dit nummer door gebruik van een elektrische piano
wat lichtvoetigs mee.
De Mojo Makers hebben een eigen geluid weten te vinden en dat maakt dit album heel verfrissend, tussen
het blues/rock geweld van tegenwoordig.
Ton Kok
Artist:
Wink Burcham
Album:
Cowboy Heroes and Old Folk Songs
Label:
Continental Record Services
zondag 12 juli 2015
Cowboy Heroes and Old Folk Songs is een compilatie van de albums Irene Venne, het debuut van 2012 en
Comfortable Shoes van 2013, dat onlangs werd uitgebracht door Continental Record Services ter
kennismaking met de folk-, country- en blues van singer-songwriter Wink Burcham uit Tulsa, Oklahoma.
Afgaande op de wekenlange hoge notering in de Euro Americana Chart is zijn entree op de Europese markt
met veel plezier ontvangen, al ben ik wel benieuwd of het album de eindejaarlijstjes veelvuldig zal halen.
Zoveel opborrelend enthousiasme ervaar ik na vele luisterrondjes nou ook weer niet. Zeker, het is een goed
album, maar behoort niet tot de buitencategorie. Hoewel zijn werk me onbekend is, klinkt het heel
vertrouwd, levensecht, uit het hart gegrepen en toch slaat de vonk maar zelden over. Technisch uitstekend
en subtiel gespeeld mis ik, ondanks zijn mooie, donkere stemgeluid, hartstocht en gedrevenheid in de
voordracht. De sfeer is vooral laid back, in het bijzonder de bluesy/swing, finkerpickin’ songs, een stijl die
me, eerlijk is eerlijk, niet zo ligt. Maar los daarvan: wil je je onderscheiden in de overvolle wereld van singersongwriters, dan is een zekere mate van toegevoegde waarde een noodzaak, al is het maar door een
gepassioneerde performance. Jawel hoor, soms veer ik op bij een paar folk-country georiënteerde songs, als
het weemoedig stemmende Liquor Store (in band- en soloversie aanwezig) of de fraai meerstemmig
gezongen country-soul in Outta This Town. Ja, een album vol country-soul van zijn hand, dat lijkt me wel
wat.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 120 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Townes Van Zandt
Album:
The NashVille Sessions
Label:
Charly Records
vrijdag 10 juli 2015
Iedereen in de rootsmuziekwereld kent John Townes Van Zandt. Heeft hem zien optreden: hopelijk tijdens
goede avonden, die dan gelijk historisch goed waren. Maar misschien ook tijdens avonden, dat hij de indruk
wekte nauwelijks te weten waar hij zich bevond. Heeft over hem gelezen: in muziekbladen en op Internet.
Heeft allerlei ware en onware verhalen gehoord: van zijn echte vrienden uit de tijd vóór hij bekend werd en
van profiteurs, die later aanhaakten om een graantje mee te pikken. Heeft ook een hele rij LP's en CD's in de
platenkast staan. Misschien wel de originele 'For The Sake Of The Song' (1968) op het Poppy label en
misschien ook een aantal van de vele (postuum uitgebrachte) live-albums in sterk wisselende kwaliteit,
omdat daar nét weer een extra liedje of een andere versie op te vinden is!
Herkenbaar? Goed, dan gaan we nu naar 'The Nashville Sessions'. Begin 1974 begon Townes te werken aan
zijn zevende album, de opvolger van 'The Late Great Townes Van Zandt'. Zijn manager Kevin Eggers had
studio Jack's Tracks in Nashville voor de opnamen afgehuurd. Het ging fantastisch, er werd van 'killer tunes'
gesproken en de album titel zou 'Seven Come Eleven' worden.
Ja, maar we hebben het hier wél over Townes Van Zandt en drama was dus nooit ver weg. Cowboy Jack
Clement, eigenaar van de studio, had $6000 voorgeschoten aan Kevin Eggers, omdat zijn Poppy Records
bijna failliet ging. Het album was klaar, de kosten werden nooit betaald, dus Jack bleef op de master tapes
zitten. Toen het gerucht circuleerde, dat hij ze wilde wissen, sloop Kevin 's nachts de studio binnen en zette
de ruwe mix van 'Seven Come Eleven' over op een cassette. De liedjes eindigden allemaal in heropgenomen
versies, live-uitvoeringen of als bonus tracks op de volgende albums van Townes. De originele opnames
kwamen in 1993 eindelijk uit als 'The Nashville Sessions' en zijn nu als '2015 Remastered Edition'
verschenen, omdat het vijftig jaar geleden is dat Townes in Houston begon met zijn optredens, voor $10 per
avond in de Jester Lounge.
We horen hier Townes Van Zandt tijdens het hoogtepunt van zijn carrière, bijzonder goed bij stem en
begeleid door formidabele sessie-muzikanten. Als begin van een verzameling zijn deze twaalf tracks een
uitstekende keuze en de completist heeft natuurlijk nog een mooi plekje in de platenkast over bij de Z.
Tenminste, ik stop Townes altijd bij de Z...
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 121 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jack Savoretti
Album:
Written In Scars
Label:
BMG Records
donderdag 9 juli 2015
Zag enige tijd geleden voor het eerst een iets of wat nerveuse Jack Savoretti op het Nijmeegse Doornroosje
podium staan. Waarom, mocht Jozef weten, want op het moment dat deze eenendertigjarige Italiaanse
Engelsman zijn strot los trok wist ik meteen dat het goed zat. Savoretti grazige stemgeluid klonk live
namelijk vele malen beter dan ik op zijn studioalbums Between The Minds (2007) en Before The Storm
(2012) gewend was. Ik schreef toen in mijn verslag “Met een beetje fantasie zie en hoor je een jonge versie
van John Mellencamp. Het enige verschil is dat Savoretti absoluut geen Heartland rocker is maar meer een
melodieuze afgeleide daarvan.” Was dan ook erg benieuwt naar Savoretti’s nieuwe CD Written In Scars.
Het wachten werp zo zijn vruchten af want Savoretti heeft niet stil gezeten. Alles maar dan echt alles wijst
erop dat deze singer-songwriter zichzelf aan het herontdekken is. Om te beginnen klinkt zijn stemgeluid
rauwer dan op zijn voorgaande albums. Zou hij mijn verslag gelezen hebben? De mensen in zijn omgeving
laten een uitbundig uitpakkende Savoretti horen. De tekstuele boodschap is duidelijk genegenheid en
radeloosheid doen het met elkaar. Luister maar eens de songs Nobody ‘Cept You en Broken Glass. Gek
genoeg zijn dit niet bepaald de meeste radiovriendelijkste liedjes. Daarvoor komt Savoretti op de proppen
met songs als de opener Back To Me, Home, Tie Me Down en The Other Side Of Love. Opvallende rol is
weggelegd voor Elisabeth Maurus, beter bekend onder haar artiestennaam Lissie. Het weerbarstige liedje
Wasted is met het liedje The Hunger verre het beste wat ik tot dusver van Savoretti heb gehoord.
Written In Scars is het bewijs dat Savoretti nog lang niet aan zijn creatieve taks zit. De vergelijking in het
CD profiel met George Ezra of een Paolo Nuttini gingen mij net even iets te ver. Het is trouwens te idioot
voor woorden zo’n vergelijk. Jack Savoretti klinkt gewoon als zichzelf en ja, live als een jong opgeschoten
melodieuze John Mellencamp. Niets mis mee, toch?
Jan Janssen
Artist:
Dunderhead
Album:
Dunderhead
Label:
Rootsy.nu
donderdag 9 juli 2015
Wie denkt dat Zweden geen bluegrass kunnen spelen moet nodig deze CD aanschaffen. Dunderhead werkt
vanuit Goteburg, maar bestaat uit musici uit alle windstreken van het mooie Zweden. De groep werd in
januari 2013 geformeerd door (lead)zangeres Angelina Darland (tevens gitaar en accordeon), een groeiende
countrybriljant uit Lund in het Scandinavische land. Oorspronkelijk werd zij begeleid door The Moonshine
Brothers, opgericht in 2011 door banjoist Anders Ternesten. Nu vinden we in Dunderhead behalve Angelina
en Anders ook Michael Grund (mandoline, (lead)zang), Carl Karlsson (bas) en Jimmy Hermansson (gitaar).
In hun eerste jaar als Dunderhead, in 2013 dus, werden ze direct de winnaar in de competitie van ons eigen
prestigieuze European World of Bluegrass in Voorthuizen. En dat is de beste aanbeveling een band kan
krijgen. Luisterend naar de debuutCD begrijpen we deze eerste prijs. Dunderhead is een voortreffelijke
bluegrassgroep, ze klinken alsof ze al vele jaren samen spelen. De zang en het spel op de bekende
bluegrassinstrumenten is voortreffelijk verzorgd, de zang is uitstekend. En de songs zijn ook nog eens
originals, 8 van Angelina en drie van Michael. Lof, dus.
Deze zomer zal de groep de USA aandoen en ze zullen spelen op diverse festivals in Kentucky! Wat wil je als
bluegrassfreaks nog meer? Voor de bluegrassfans een welkome aanvulling op hun ongetwijfeld al ruime CDverzameling! Geef Zweden een bluegrasskans! Je zult er geen spijt van hebben!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 122 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Alabama Shakes
Album:
Sound & Color
Label:
Ato Records
woensdag 8 juli 2015
Wij keken niet weinig op toen wij voor het eerst van Alabama Shakes hoorden. En we waren bepaald niet de
enigen. Boys & Girls (2012) met het fenomenale Hold On.
Bless my heart, bless my soul
Didn’t think I’d make it to 22 years old
There must be someone up above
sayin’ come on Brittney, you got to come on up
Brittney Howard was ooit postbode. U en ik zouden haar over het hoofd gezien hebben, daar in de straat.
Met een Amerikaanse PTT-fiets. Tassen vol met post. Wat de drie mannen van Alabama Shakes zoals
uitvoerden in die tijd, is mij niet bekend. Wel dat het, net zoals dat post bestellen, vóóral verleden tijd is.
Want het kwartet uit Athens, Alabama kan inmiddels op eigen benen staan. Zeker nu Sound & Color, het
zojuist verschenen tweede album, minstens zo mooi blijkt te zijn als het debuut. Nog meer dan voorheen
kenmerkt de muziek van Alabama Shakes zich door een soepele hoekigheid. Vierkante, stevige rock die doet
denken aan (hard)rock uit de jaren zestig en zeventig en uitermate soepele soul (Marvin Gaye, Prince)
openbaren zich gelijktijdig in het spel van deze band. Het is deze even bepaalde als onbestemde vermenging
die het unieke van de band bepaald. Tegelijkertijd moeten we natuurlijk niet overdrijven en zijn de rock,
funk en soul in deze vorm van alle tijden. Future People is een waar kunststukje. Twee volkomen
verschillende gitaarlijnen en een ingetogen (hadden we Al Green al genoemd?) zingende Howard. Over dode
geliefden. Eigenlijk, zo moeten we constateren, zijn alle liedjes goed. Ook het ‘punky’ The Greatest mag er
zijn, net zoals Shoegaze (hoe gaat u ooit dat refrein weer uit uw oren halen?). Gimme All Your Love.
https://youtu.be/-oib0a2_itA
Ineens weet ik wel wat de mannen zoal deden. Bassist Zac Cockrell werkte in een dierenkliniek en drummer
Steve Johnson deed iets bij een kerncentrale. Mogelijk is het voor u ook van belang dat gitarist Heath Fogg
de Drive-By Truckers zijn helden noemt. Als we deze door Blake Mills (zijn liedje If I’m Unworthy uit 2014
klinkt als een blauwdruk voor Sound & Vision) geproduceerde plaat ooit mogen ontmoeten, zullen we u
zeggen, zoveel is zeker.
Wim Boluijt
Artist:
Samantha Fish
Album:
Wild Heart
Label:
Ruf Records
dinsdag 7 juli 2015
De eerste keer dat ik Samantha live hoorde spelen was in het voorprogramma van Mike Zito in NiXenMeeR
en raakte ik al onder de indruk van deze pittige dame en was dan ook zeer benieuwd hoe zij zich ontwikkeld
zou hebben.
En ik moet zeggen, zij heeft mij positief verrast met de opvolger van “Black wind howlin’”, minder hard
gespeeld en meer variatie en haar stem blijkt aan kracht gewonnen te hebben. Ruf Records heeft een goede
slag geslagen door deze protegé van Mike Zito vast te leggen wat andersom ook geldt, weinig
maatschappijen geven muzikanten zoveel ruimte.
Stevige, tussen rock en blues hangende nummers als ‘Road runner’, ‘Highway’s holding me now’, ‘Turn it up’
worden afgewisseld met een ballad ‘Place to fall’, een countrystyle nummer getiteld ‘Go home’ en ‘Jim Lee
Blues’. Dat Samantha ook naar oudere bands heeft geluisterd blijkt wel in ‘Show me’, een nummer met veel
Led Zeppelin gevoel. Met het twaalfde nummer ‘I’m in love with you’ sluit zij het album rustig af en ben ik
heimelijk een beetje in love with her, dat heeft Samantha met dit album dan wel bereikt, een album dat naar
meerdere keren draaien in je hoofd blijft hangen.
https://youtu.be/SlPyt8LwII0
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 123 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Hollis Brown
Album:
3 Shots
Label:
Blue Rose Records
dinsdag 7 juli 2015
Hollis Brown komt uit New York. De band bestaat uit het kwartet Mike Montali Jon Bonilla, Dillon DeVito,
drummer Andrew Zehnal en Adam Bock toetsen. De band debuteerde in 2009 met een titelloos album dat de
grote plas niet over stak. De opvolger Ride On The Train, daarentegen kwam zag en overwon bij een relatief
kleine groep muziekfanaten. De band verraste een jaar later, vriend en vijand met de release Gets Loaded.
Het was een heuse tegendraadse remake van Loaded van The Velvet Underground uit 1970. Het er een van
een weergaloze schoonheid!
Had al een paar keer naar 3 Shots geluisterd voordat ik ook maar één letter op mijn scherm toverde. Het is
een goede gewoonte van mij en wat dan meteen opvalt, is dat de band een enorme productionele groei
heeft doorgemaakt. Het soms onbestuurbare geniepige geluid heeft plaats gemaakt voor een iets of wat
door geboetseerde sound. Heel eerlijk gezegd, ligt 3 Shots mij persoonlijk vele malen beter dan hun
voorgangers. De rijk gevulde opener Cathedral en de daarop volgende titeltrack klinken doordacht en lijken
vooral gemaakt te zijn om nieuwe luisteraars binnen te loodsen. De radiovriendelijke songs zijn met uiterste
precisie gepleisterd. Het meer dan 7 minuten durende John Wayne heeft een jaren typische zeventig tachtig
opbouw, zoals bijvoorbeeld Green On Red, Wishbone Ash en natuurlijk Led Zeppelin dit pleegden te doen.
Met songs als Sandy en Sweet Tooth presenteert de band zich op een presenteerblaadje. Mainstream DJ´s,
ontwaak met smaak! Highway One, waar je ook dat knetterende stemmetje van Nikki Lane hoort, is een
lekkere mee knipper. Tijdens live optredens zal dit liedje maar ook het daarop volgende robuuste Wait For
Me Virgina, het uitstekend doen.
3 Shots mag gezien worden als Hollis Brown´s eerste poging om het grote publiek te bereiken. En ja, van
mij mogen de Nederlandse bobo´s, die zich nu zo druk maken om het verdwijnen van Radio 6, roepen dat ze
iets bijzonders hebben ontdekt. Het helpt echt! Echte muziekpioniers zullen er hartelijk om gniffelen. Deze
Hollis Brown missie is hoe dan ook gedoemd om te slagen.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 124 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Mighty Mo Rodgers
Album:
A Mississippi Blues Tale Mud 'n Blood
Label:
Dixiefrog Records
maandag 6 juli 2015
Mighty Mo Rodgers is een Amerikaanse toetsenist, zanger, songwriter en producer met een behoorlijke staat
van dienst. Als muzikant is hij actief sinds medio de jaren zestig. Hij was (co-) producer van het Sonny Terry
& Brownie McGhee’s album Sonny & Brownie en tevens songwriter voor ondermeer het bekende Motown
label. Onder eigen naam is deze cd Mud ’N Blood zijn zesde album. En om met de deur in huis te vallen, je
wordt niet echt vrolijk van Mo’s visie op het leven. Het album Mud ’N Blood is een drieluik geworden met de
hoofdstukken ‘Twilight’, ‘The Dark’ en ‘The Light’.
‘Twilight’ heeft een korte introductie onder de naam “Goin’ South” en bestaat verder uit het nummer
“Haunted By The Blues”, een prima werkje met soulinvloeden. In dit nummer zit is prima gitaar- en
harmonicaspel te horen van Dizzy Dale Williams respectievelijk Darryl Dunmore.
Tot zover valt het allemaal wel mee, maar dan het ‘Dark’ gedeelte, dat ons meeneemt door de ‘zwarte’
bladzijden van de Amerikaanse geschiedenis: de periode van de slavernij, onderdrukking, lynchpartijen en
de zogenaamde chaingangs. Dit gedeelte opent met het beladen “The Ghost Of Highway 61”. Het nummer
“Unmarked Grave” is een ook al een donker nummer, waar als intro door Alan Lomax gemaakte opnamen
gebruikt worden van zingende gevangenen. Ook de duivel komt ruimschoots aan bod in de vorm van de
“Devil Train Boogie” en “I Got A Call From The Devil”. Het leven lijkt voor Mo één lange strijd tegen de
verleidingen. In eerstgenoemd nummer is trouwens fraai saxwerk te horen van Davyd Johnson.
Het ‘Light’ gedeelte brengt ons terug naar recentere tijden. Ook hier weer een korte introductie met “Drivin’
Up”, waarna het funky “Juke Joint Jumpin’” volgt. De dansvloer schijnt een van de weinige plaatsen te zijn,
waar Mo het naar zijn zin heeft. In het moderne zuiden van de V.S. is de kleur van mensen minder
belangrijk geworden, dan de kleur van geld. Dit wordt dan ook uitgedragen in enkele songs. En ook zijn
geloof in liefde is verloren gegaan gezien de tekst van “Love Will Only Make You Sweat”: If you lookin’ for
love, you better buy yourself a pet.
Op dit album krijgen we een somber kijkje op de wereld van Mighty Mo Rodgers voorgeschoteld, maar wel
met enige regelmaat in de vorm van wat prima stukjes muziek. Voor de blues, soul en gospel liefhebbers is
het best de moeite waard om deze cd even aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 125 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tim Lee3
Album:
33 1/3
Label:
Independent
maandag 6 juli 2015
33 1/3 eeuw zijn Susan Bauer en Tim Lee een liefdesstel. Volgens henzelf mag je ze, net als het toerental
van een LP-platenspeler, langspelers noemen. Zoiets als een dubbel-LP. Niettemin, rijkelijk laat - zou je
denken - dat ze sinds 2010 pas ook als muzikale dubbelaar door het leven gaan, en samen met drummer
Chris Bratta onder de groepsnaam Tim Lee 3 albums maken. Tim Lee trouwens is geen muzikaal groentje.
Verre van dat. Hij was het gezicht van de - volgens kenners - onderschatte groep The Windbreakers, een
pop-rockband à la de dB’s in de jaren negentig en toerde in ’85-’86 een jaartje met het bekendere en
eveneens door het publiek nauwelijks op waarde geschatte Let’s Active, de toenmalige groep van de flink
aan de weg timmerende producer Mitch Easter.
Tim Lee 3 bracht eerder de albums Raucous Americanos in 2010 en Devil’s Rope in 2013 uit. Ik kende ze
niet, maar verlekkert door de kwaliteit van 33 1/3 wel beluistert. Mijn indruk: ze halen het niet bij het album
33 1/3, dat van meet af aan kan rekenen op mijn hoge luisterdichtheid. Het liedjes schrijvende paar uit
Knoxville Tennessee, qua stijl niet voor één gat te vangen, levert in een mengeling van jengelende pop,
(Southern)rock, sixties folk, moderne country en een snufje soul, elf heerlijk sprankelende liedjes af.
Eenvoud is daarbij het sleutelwoord. Drie-akkoordenschema’s als basis, prachtig aangekleed door subliem
grofkorrelig of venijnig gitaarspel van Lee, de aangenaam warme bastonen van Bauer en de rauw vallende
drumslagen van Bratta. Bauer en Lee nemen in afwisseling de leadzang voor hun rekening, maar zingen ook
samen prachtige harmonieën. Solo klinkt hij als een soort Steve Wynn, zij als een kruising van Deborah
Harry en Chrissie Hynde. De band liet zich voor wat verfraaiingen bijstaan door enkele toetsenisten
(aandacht voor de fantastische orgelpartijtjes graag) met onder meer Craig Schumacher, gelijktijdig
albummixer, steel-gitaristen en achtergrondvocalisten. 33 1/3 is niets minder dan een – in essentie – no
nonsens roots/rock ‘n’ roll album. Van de bovenste plank dan wel.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 126 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
My Morning Jacket
Album:
The Waterfall
Label:
Capitol Records
zaterdag 4 juli 2015
De falset die Jim James liet horen in Evil Urges, het eerste liedje van het gelijknamige album van My Morning
Jacket uit 2008, was menigeen een doorn in het oor. De messen werden geslepen en My Morning Jacket
kreeg voor het eerst de wind van voren. Tot dan toe ging het van een leien dakje voor de band uit Louisville,
Kentucky. Niet in de laatste plaats door de prachtige stem van de eerder genoemde Jim James. The
ingetogen albums The Tennessee Fire (1999) en At Dawn (2001) waren goed, maar nog beter werd het met
It Still Moves (2003) en Z (2005). Het door John Leckie geproduceerde Z wordt door menigeen nog altijd als
het beste gezien dat deze band heeft voortgebracht. Eerlijk is eerlijk, ik liet me een beetje meeslepen door
het gebrom dat Evil Urges opleverde en liet de band vervolgens links liggen. Circuital (2011)? Nee mijnheer.
Regions of Light and Sound of God (2013) van Jim James? Ook niet mijnheer.
De afgelopen weken luisterde ik veel naar The Waterfall, het nieuwe album van ‘de ochtendjassen’ zoals ze
hier in huis sinds jaar en dag liefkozend worden genoemd. Een plaat die wat terugwijkt wanneer je naderbij
komt. Die schuilt als er aandacht op gevestigd wordt. Eerder een hoek van de kamer opzoekt dan het
midden. Net doen alsof je niet luistert, is dan het devies. En zie, wanneer The Waterfall zich onbespied
waarde, gaf deze steeds meer van zichzelf prijs. De altijd wat raadselachtige teksten van James
bijvoorbeeld, die hier zingt over het gedachte-experiment om een waterval de omgekeerde kant op te laten
stromen. Geloof nu maar, zingt hij in Believe (Nobody Knows), want niemand kent ware zekerheid. Gelovige
materialisten zullen er de kriebels van krijgen en dat is wel een beetje te begrijpen want soms zet James zijn
pantheïstische mystiek wel heel erg dik in de verf. En is bovendien zijn woordkeus niet altijd poëtisch
fijnzinnig, al doet hij je nooit aan zijn oprechte bedoelingen twijfelen. Het werkelijk prachtige tweede liedje,
Compound Fracture (die toetsen!) zorgt ervoor dat dergelijke gedachten al snel als niet-relevant meer
worden gezien. Door de plaat de plaat te laten en ogenschijnlijk in andere bezigheden op te gaan dan het
beluisteren van The Waterfall, ging het album zich steeds beter op zijn gemak voelen. Begrijp je meisje, het
is voorbij?! Dat is de strekking van het prachtige Get The Point. Het rockende Big Decisions is vintage My
Morning Jacket en laat nog maar eens horen dat de mengeling van countryrock, progressieve hardrock en
psych-soul van deze band even tijdloos als uniek is
Ik heb Evil Urges nog eens opgezet. Het album was veel beter dan ik dacht. Waar waren mijn oren in 2008?
En Librarian moet wel het mooiste liedje over een bibliothecaresse ooit zijn. Zal ik een nieuwe steen des
aanstoots in de muziekvijver gooien? De intro van het laatste liedje, Tropics (Erase Traces) klinkt als Yes
anno 1971. Prachtig!
Wim Boluijt
Artist:
Eddie Boyd and The Phatapillars
Album:
A Lover and A Fool
Label:
Independent
zaterdag 4 juli 2015
Rootsy Indie-rock uit Australië met een snufje Nirvana, zo mag je de stijl van dit trio wel noemen. Na twaalf
maanden touren zijn zij de studio ingedoken en daarvan is deze EP het resultaat. Dit debuut smaakt naar
meer, lekkere frisse sound met een scherp randje, waarbij de stem van Eddie Boyd opvalt, mooi breed
bereik en vanuit de tenen, een genot om te horen. Naast zingen speelt Boyd ook uitstekend gitaar. Luister
maar eens naar Fooling Myself. In dat nummer komen de klasse van Sandy Clarke op de bas en Andy
Nielsen op drums ook prachtig tot hun recht. Hier is ook goed te horen dat de ritme sectie de kunst van het
weglaten beheerst.
Ook prachtig is Bad timing. Eerst fingerpicking van Eddie, meerstemmige zang, daarna valt de bas en even
later volgt die drumpartij. Pure schoonheid! Dat waren de wat rustige nummers. De wat steviger nummers
als A lover And A Fool, Long Ago en Next To Me doen daar in schoonheid overigens niet voor onder. In Long
Ago trekt Boyd echt geweldig zijn strot open. Vijf nummers lang duurt deze EP en voor mij is dit wat aan de
korte kant. Een dikke 10 voor deze debuut EP.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 127 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Wildie
Album:
Lost and Gone
Label:
Rootsy.nu
zaterdag 4 juli 2015
Ik weet niet wat je moet verwachten van een band met de naam Wildie, maar verwacht geen wilde, lees
stevige, muziek op het debuut van deze Zweedse formatie. Integendeel, de muziek is heel ingetogen,
akoestisch en subtiel. Singer-songwriter Anders Thorén is een bekende sessiemuzikant uit het Zweedse
Malmö, die in de herfst van 2013 een tijd verbleef op het platteland van zuidoost-Zweden. Daar schreef hij,
geïnspireerd door het afwezig zijn van afleidingen in deze rustige omgeving, een aantal prachtige songs,
samen met Kate Visonj. Samen met multi-instrumentalist (gitaar, bas, drums, keyboards, harmony vocals)
Rasmus Svensson, bassist Peter Antonsson en drummer Marcus Rostedt werden de 10 juweeltjes
opgenomen in een studio in Malmö in 2014. Opvallend is vooral de serene rust die van de songs uitgaat, het
totaal ontbreken van enige stress. Je wordt meegezogen in een wereld, bijna zonder zorgen, waar walsjes en
lief voortkabbelende folksongs met verrukkelijke melodietjes de regie voeren.
Een aangename verrassing, deze Zweedse Americana-schijf. Prachtig gedaan, boys! Kom gauw terug met
meer!
Fred Schmale
Artist:
Doug MacLeod
Album:
Exactly Like This
Label:
Reference Recordings
vrijdag 3 juli 2015
Tijdens zijn shows kondigt Doug MacLeod zijn nummers soms aan met de woorden: “This Song Goes Exactly
Like This." Of er nu een foutje in zit, of hij vergeet af en toe een couplet, dat maakt niet uit, op het moment
klopt het natuurlijk helemaal. Exactly Like This is ook de titel van zijn nieuwe album geworden. De nummers
zijn live in de studio opgenomen, zonder aanpassingen achteraf. Precies zoals ze vastgelegd werden.
MacLeod heeft inmiddels ruim twintig geluiddragers op zijn naam, waarvan de meeste akoestische werkjes
zijn. Behalve dat hij een begenadigde zanger/gitarist is en een fantastische songwriter/storyteller, die altijd
kwaliteit levert, weet hij ook nog steeds regelmatig te verrassen. Zo ook op dit nieuwe album. Hij wordt
wederom begeleidt door Denny Croy (bas en achtergrondzang) en Jimi Bott (drums en achtergrondzang),
terwijl pianist Michael Thompson, voormalig pianist van de Doug MacLeod Band (alweer jaren tachtig vorige
eeuw) op dit album ook van de partij is. De cd opent met een stukje boogiewoogie piano van de lekkere
binnenkomer “Rock It Till The Cows Come Home”, waar Thompson meteen zijn meerwaarde bewijst.
In het bijgeleverde booklet geeft Doug per nummer aan waar hij het aan ontleent heeft of door wie hij is
geïnspireerd. Voor iedere blues liefhebber duidelijk zijn dat John Lee Hooker aan de basis stond van
“Vanetta” en in “Serious Doin’ Woman” klinkt Tony Joe White door. “Raylene”, gaat over een dame uit Baton
Rouge en deze dame heeft duidelijk een grote indruk gemaakt op Doug, want in 1987 bezong hij haar al op
zijn bandalbum “54th And Vermont”. Hij waagt zich op dit album ook aan country & western met de
nummers “Ain’t It Rough?” en “Ridge Runner” en dat gaat hem uitstekend af. Gaat Doug MacLeod nooit
vervelen? Nou, mij in ieder geval niet. Dit is weer een werkje van grote klasse.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 128 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Dar Williams
Album:
Emerald
Label:
Bread And Butter Music
donderdag 2 juli 2015
Dar Williams heeft in de afgelopen twee decennia (ze debuteerde met ‘The honesty room’ in 1993) haar
sporen verdiend in de Americana-wereld. Haar doorbraakalbum, ‘My better self’ uit 2005, kreeg een keur
aan uitstekende recensies. Op haar negende studioCD, ‘Emerald’, heeft zij gewaardeerde hulp gekregen van
een keur aan grootheden uit de Americana: Jill Sobule, Richard Thompson, The Milk Carton Kids, Jim
Lauderdale, Suzzy Roche, Lycy Wainwright Roche, Bryn Roberts, Angel Snow, Trevor Gordon Hall en The
Hooters. De opnamen vonden dan ook op zes verschillende locaties plaats. De song die in de eerste plaats
opvalt is ‘FM Radio’ (tevens als single uitgekomen, Dar graaft hier in haar herinneringen aan de muziek van
de jaren 70, de tijd waarin ze opgroeide), ze zingt het samen met Jill Sobule en het doet qua sfeer denken
aan een liedje van de Corrs, misschien niet toevallig ‘Radio’ geheten. Grappig genoeg doet ook de song ‘Here
tonight’ denken aan The Corrs. Maar wat overheerst is het Dar Williams-gevoel, ze schrijft weer een aantal
prachtige songs bij elkaar. Neem het gevoelige ‘Girl of the world’, waar haar stem prachtig breekbaar klinkt
en een cello de juiste sfeer oproept. Of haar eveneens gevoelige duet met Lauderdale, ‘Slippery slope’. Ook
in de gevoelige sfeer (nu met popinvloeden) zit ‘Mad river’, een liedje dat ze schreef n.a.v. de Occupybeweging. Het subtiele ‘Weight of the world’ had geschreven en gezongen kunnen zijn door Eliza Gilkyson.
OK, genoeg referenties om een houvast te hebben. ‘Emerald’ is een mooi gevarieerd album met behoorlijke
tekstuele diepgang en prachtige bijdragen van een keur aan Americana-helden. En Dar is ook zo’n held! Een
van de beste vrouwelijke singer-songwriters van dit moment!!!
Fred Schmale
Artist:
The McCrary Sisters
Album:
Let's Go
Label:
McC Records
donderdag 2 juli 2015
Het moet ongeveer 10 jaar geleden zijn dat ik een van de mooiste concerten in mijn leven meemaakte. Het
was tijdens SXSW in de knusse akoestische zaal Cactus Cafe (Austin,Tx), waar Buddy Miller optrad. Eén uur
in de nacht begon het en er waren niet meer dan 20 mensen in de zaal. Buddy speelde vooral nummers van
zijn nieuwe gospel achtige album Universal United House of Prayer. Het was mijn eerste kennismaking met
de achtergrondzangeressen Ann en Regina McCrary, die er een waar gospel-spektakel van maakten.
The McCrary Sisters hebben dit keer - na hun debuut Our Journey (2011) – Buddy Miller ingeschakeld om
hun nieuwe album te produceren. Buddy leverde vele songs aan en is voorts veelvuldig als muzikant actief.
The McCrary Sisters zijn de dochters van wijlen Reverend Samuel McCrary, die een van de originele leden
was van de populaire gospelband The Fairfield Four uit Nashville. Regina en Ann McCrary hebben zich
volledig gestort op het zingen van gospelsongs, terwijl Deborah en Alfreda dit als een nevenactiviteit
beschouwen.
Bij de openingstune van het nieuwe album wordt meteen duidelijk waarom het draait in het leven: Let’s go
to the land where milk and honey flows. Deze korte titeltrack wordt a capella gezongen. Daarna wordt het
levendig met het door een geweldige piano gedreven I’ve Got Jesus (And That’s Enough). Buddy Miller
begeleid de sisters met een smoezelig gitaarsoundje in het fraaie By The Mark. De dames gaan vocaal
helemaal uit hun dak in het pittige dansbare Fire. Hoogtepunt is de fraaie ballad Use Me Lord met een
heerlijk zalvend orgeltje. The Fairfield Four zijn nog altijd actief en zij geven een gastbijdrage in het
onstuimige Don’t Let Nobody Turn You Round. Ach er staat eigenlijk geen slecht nummer op dit aangename
gospelalbum. Aan het einde staat nog een mooi nummer Hold The Wind, waarin Buddy Miller met The
McCrary Sisters het traditionele vraag en antwoord spel op een overtuigende manier neerzetten.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 129 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Guitar Heroes
Album:
Guitar Heroes
Label:
Dixiefrog Records
woensdag 1 juli 2015
Doug Cox, directeur van het Vancouver Island Musicfest, heeft in 2013 eindelijk zijn droom verwezenlijkt, nl
een stel ras gitaristen bij elkaar brengen. Je schrijft natuurlijk historie als je vier gitaristen bij elkaar brengt
die een ieder al een glansrijke loopbaan hebben gehad. En het is hem gelukt om James Burton, Albert Lee,
Amos Garrett en David Wilcox bij elkaar te krijgen en een live concert op te nemen. En ondanks de toch al
op leeftijd zijnde heren wordt er een puike live registratie gemaakt, waarbij alleen de stemmen de leeftijd
verraad.
James Burton met zijn ‘chicken pick’stijl, belangrijk is belangrijk geweest voor de country en rock ’n roll en
Albert Lee maakte dit zich eigen met een wat meer jazzy stijl. Amos Garrett maakte de meersnaren bending
populair en David Wilcox, de minst bekende van de vier staat in thuisland Canada bekend om zijn funky stijl
en stevige slide. Gezamenlijk geven zij op dit optreden elkaar de ruimte om hun eigen ding te doen en dat
heeft een mooi album, zonder overdubs, van dit viertal opgeleverd. Een echt stukje geschiedenis.
Jan van Eck
Artist:
Brock Zeman
Album:
Pulling Your Sword Out Of The Devil's Back
Label:
Factor Recordings
woensdag 1 juli 2015
De naam Brock Zeman rolt ieder jaar wel een paar keer over onze stamtafel. De uit Carleton Place, Ontario
afkomstige singer-songwriter Brock Zeman mag je gerust omschrijven als één van de laatste troubadours
die puristische verhalen verteld. Na het beluisteren van Zeman’s elfde album Pulling Your Sword Out Of The
Devil’s Back, vraag ik mij nog steeds af waarom wij deze man niet of nauwelijks op Nederlandse podiums
hebben gezien.
De Canadese liedjessmid kondigde min of meer op de voorganger Rotten Tooth, al aan dat hij toe was om
voor het ruimere muzikale sop te kiezen. Zonder het zich in tekstuele zin echt moeilijk te maken, valt ook op
dit album op dat het kwartje meteen valt. Zeman praat zichzelf bij ons naar binnen. Hij pakt een kruk en
gaat zitten. Bezoekers draaien zich om van de bar en hangen aan zijn lippen. Zijn indringede woorden
boeien. Zonder dat je het in de gaten hebt sta je midden in een muur van gitaargeluid. Heerlijk! Zeman pakt
zijn gitaar en zet het liedje Walking In The Dark in. Terwijl sfeer in deze kroeg steeds beter wordt, lezen wij
het intense genot van zijn gezicht. Tikkende voetjes op de Barkrukvoetsteunen, als hij de uiterst
radiovriendelijk liedjes Sweat, Don’t Think About You Anymore en Little Details de ruimte in smijt. Dan
opeens ontvouwd de singer-songwriter en producer Zeman zich zoals de meesten hem kennen. De ballad 10
Year Fight, is een fabelachtige respectvolle veraf ontmoeting met zijn ex schoonvader. “Daddy’s little girl,
she’s gone wrong.”, hoor je Zeman zingen. Zeman breekt zijn belofte zijn ex een liedje te gunnen.
Een ding mag duidelijk zijn als Zeman met dit album nog steeds geen plaatsje gegund wordt op Nederlandse
podia, dan vreet ik een stuk uit mijn hoed. Pulling Your Sword Out Of The Devil’s Back mag dan wel wat
afstand genomen hebben van zijn eerder verschenen albums, deze is met afstand de meest ambitieuze.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 130 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Amy Speace
Album:
That Kind Of Girl
Label:
Continental Record Services
maandag 29 juni 2015
Amy Speace uit New York is begonnen als actrice en auteur van toneelstukken, begon pas op haar 25e
muziek te maken en op haar 28e met het schrijven van liedjes. Het was Judy Collins die haar ‘ontdekte’ en
met haar ging toeren. In maart 2005 zag ik haar voor het eerst in Austin (SXSW). Ze boeide mij toen. Een
leuke uitstraling, een uitstekende stem met veel mogelijkheden en prima songs. Toen had ze één CD op haar
naam staan (‘Fable’, 2002), met het machtig mooie ‘That kind of girl’ is zij aan haar zesde CD toe. De CD is
zelfs – naar mijn bescheiden mening – beter dan de geweldige voorganger ‘How to sleep in a stormy boat’
(2013), net als op die CD zijn haar songs gevoelig en subtiel. En de begeleiding is uit het topsegment van de
Nashville scene. Denk aan Will Kimbrough (gitaren), Carl Broemel (gitaren, w.o. steel gitaar), Eamon
McLoughlin (strings, mandoline), Danny Mitchell (keyboards, trompet) en drummer Neilson Hubbard (tevens
producer). Additionele vocalen komen o.m. van John Moreland, Ben Glover, Tim Easton, Rod Picott en Doug
and Telisha Williams. Ook nu spelen liefdesperikelen een belangrijke rol in haar songs, die zij alleen (3) of
met anderen (o.m. Ben Glover, Kate Klim, Neilson Hubbard, Beth Nielson Chapman en Doug & Telisha
Williams) schreef. Amy heeft een schitterende stem, die doet denken aan Gretchen Peters. De liedjes hebben
een hoog genietgehalte, ze blijven allemaal lekker hangen. Neem het vlotte countrydeuntje ‘In Chicago’ (de
fiddle in de hoofdrol), de perfecte ballad ‘Trouble looks good on you’ (met een lekker slepende steel gitaar
en trompet), het walsje ‘That kind of girl’ en het Keltisch getinte ‘Hymn for the crossing’. Ach, alle twaalf
songs zijn raak, raker, raakst.
Amy Speace wordt nog altijd eigenlijk alleen maar steeds beter. ‘That kind of girl’ gaat hele ogen gooien in
mijn top 10 van 2015 komen. Heel erg geweldig! Perfecte CD, in alle opzichten! Absolute aanrader!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 131 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Rocky Votolato
Album:
Hospital Handshakes
Label:
Glitterhouse Records
zondag 28 juni 2015
Er zitten twee mannen in een studio. De ene heeft zojuist de laatste gitaarpartijen ingespeeld voor de band
die hij gaat verlaten. De andere is voorzichtig nieuwe wegen aan het verkennen. Na een periode van
tegenslag en trauma (dat woord neemt hij in de mond, ‘trauma’) begon de liedjesbron weer te stromen.
Oude vrienden zijn het, Chris Walla en Rocky Votolato. Walla maakt sinds 1997deel uit van Death Cab for
Cutie. In 2014 niet meer. Kintsugi (2015) is een prachtig album, zoveel is zeker.
Terug naar die studio in Seattle. De beide vrienden werken aan het achtste album van Rocky Votolato. Na
het zevende, Television of Saints (2012) stootte Votolato dus zijn neus. In existentiële zin, welteverstaan.
Hospital Handshakes zal hij de nieuwe plaat noemen.
Ziekenhuis,
Wiekensuis,
Dood en waanzin,
kind aan huis.
Zonder aanzien
des persoons
leggen w’ons,
iets doodgewoons,
naakt en broos
te vondeling
in twee witte handen,
Dichtte ooit Gerrit Achterberg (uit Hoonte, 1949). Net zoals deze regels (Uit Blauwzuur, 1969).
En de hoop is een krijtwit kind, dat lacht
tegen den rover, die het slacht.
Het gaat weer goed met de man die ooit met zijn broer in Waxwing speelde. Indie rock. Met wat punk
erdoorheen. De teksten van de elf liedjes op Hospital Shakes zijn donker, schetsmatig. En hoopvol. Water is
een metafoor. Het kookt. Het zingt op rotsen en onder bruggen. Het is een vloed die schoon wast. Een
rusteloze zee. Votolato legt zich er niet bij neer, bij het onheil. Hij vindt troost bij de Perzische soefi-meester
uit de dertiende eeuw, Rūmī. Voelt verzet als vuurwerkpiloten die hun explosie tegemoet vliegen. De patiënt
heeft geen geduld meer.
It’s time to white-knuckle this shit.
Zeker, gekte en liefde, ze lijken veel op elkaar (zou hij Plato gelezen hebben?). Maar de rivier (daar is het
water weer) zal ons allemaal naar de eindstreep meevoeren.
One day we’ll be on the other side.
Daar in die studio laten de ze drummer Andy Lum (Craft Spells/My Goodness) spelen. Hij slaat de liedjes
erdoorheen. Zijn rol in Boxcutter is groot. En in de andere liedjes nauwelijks minder. Cody Votolato speelt
elektrische gitaar. Ook hij laat Boxcutter zingen. Ook Casy Foubert en Eric Corson (bas) spelen dat het een
lust is. En Chris Walla? Af en toe voegt hij toetsen toe.
Toen verliet de plaat de studie en bezocht mijn huis. Ik speelde Hospital Shakes af. Rocky Votolato? Ik ken
de hoezen van zijn cd’s van Undertow, het muzieklabel waar ik albums van Dolly Varden kocht. Zijn muziek
had ik nooit eerder gehoord. Aanvankelijk haalde ik dan ook de schouders op. Mooi hoor, maar misschien
iets teveel pop? Te glad? Gelijkenis met de muziek van Death Cab for Cutie, toch een beetje? Langzaam
maar zeker leerde ik Rocky Votolato kennen. Begonnen zijn teksten te spreken van een verandering die hij
nauwelijks in woorden weet te vatten. Bleek de productie van Chris Walla het predikaat ‘onberispelijk’ te
verdienen. Vormden de liedjes zich tot kleine verhalen. Begon ik mee te zingen. Links en rechts hoorde ik
Vigilantes of Love en John Mellencamp. Winterpills, ook.
En ook, wat zingt Alexandera Niedzialkowski mooi. Vanzelfsprekend, in dat prachtige Hospital Handshakes.
Een liedje dat zichzelf zingt als de cd gewoon in de kast staat.
Naschrift. Er is een nieuwe ep van Rocky Votolato en Chuck Ragan. Kindred Spirits heet deze ep, die drie
liedjes van Votolato en, aan de andere zijde in geval van vinyl, drie liedjes van Ragan bevat. Over de laatste
gesproken: luister eens naar zijn laatste album Till Midnight. Sterk werk.
donderdag 24 december 2015
Pagina 132 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Wim Boluijt
Artist:
Bobby Spencer
Album:
Hurricane Unleashed
Label:
CD Baby
zaterdag 27 juni 2015
Bobby ‘Hurricane’ Spencer is een zanger/saxspeler/componist/arrangeur, die het vak leerde door veel
optredens in het clubcircuit aan de Amerikaanse westkust. Hij speelde in een paar funkbands en werd later
een gewaardeerd sessiemuzikant. Hij is te horen op albums van Sonny Rhodes, Jimmy McCracklin en J.J.
‘Bad Boy’ Jones. Laatstgenoemde bezorgde hem de bijnaam ‘Hurricane’. Tevens speelde hij met grootheden
als Etta James, Lowell Fulson, Carla Thomas en ZZ Hill.
Zijn meest recente album is Hurricane Unleashed en bevat twaalf nummers, waarvan er vier eerder
verschenen op zijn uit 2003 daterende album I Got The Blues. Op het album staan twaalf lekker in het
gehoor liggende nummers, waar van hij er zelf tien schreef. Bobby Spencer blijkt te beschikken over een
ontspannen, warm stemgeluid. Gitaarliefhebbers zullen wellicht minder met dit album hebben, want wat de
solo’s betreft draait het hier om de saxofoon. Vooral de uptempo nummers spreken mij aan. De cd opent
met een lekker funky blues werkje: “Gotta Get Back To Chicago”. “Camarillo” heeft een sterkte tekst met
verwijzingen naar Charlie Parker en krijgen we stukje scat van Bobby te horen.
Het enige nummer, waarop ook de gitaar mede een hoofdrol speelt is Bill Doggett’s “Honky Tonk”. Gitarist
Lester Lands speelt hier een smaakvol stukje sologitaar. Op de overige nummers neemt Andrea Balestra de
gitaarpartijen voor zijn rekening. “Call Your Dogs Off” is een vrij conventionele shuffle, maar is wel zo’n
nummer dat na een keer afspelen direct in je hoofd blijft hangen. Hurricane Unleashed bevat heerlijk funky
blues met een portie soul en een dosis jazz. Het is een mooie, heldere productie, misschien af en toe iets te
glad. Het album straalt een relaxte sfeer uit en dat maakt het uitermate geschikt voor de late uurtjes in een
romantische omgeving.
Ton Kok
Artist:
Bella Hardy
Album:
With The Dawn
Label:
Noe Records
donderdag 25 juni 2015
Dat viel niet mee! Menig luisteraar zal, wanneer hij of zij With The Dawn, het zevende album van de Britse
Bella Hardy, voor het eerst hoort, ogenblikkelijk van mening zijn dat dit op zijn minst een bijzonder werk is.
De door producer Ben Seal grotendeels met elektronica vormgegeven folksongs klinken, mede door dit
gegeven, behoorlijk eigenzinnig. De bij vlagen behoorlijk theatrale voordracht van Hardy doet in dat opzicht
ook een duit in het zakje. Echter, méér elektronica en een minder geëxalteerde voordracht hadden With The
Dawn waarschijnlijk een beter album gemaakt dat het nu is. Voor wie louter naar traditioneel vormgegeven
Engelse folk luistert, is dit ongetwijfeld een zeer avontuurlijke plaat. En het moet gezegd, dat is With The
Dawn in zekere zin ook. Maar wie zoals ik recent veel naar White Men Are Black Men Too van Young Fathers
luisterde, zal door deze plaat niet van zijn of haar sokken geblazen worden. En dan zijn er nog de momenten
dat je als luisteraar denkt: “Bella, stop toch eens met die tierlantijnen zang?!”
Dat viel net mee! Ik schreef het al. Langzaam maar zeker ben ik With The Dawn gaan waarderen, maar om
bovenstaande redenen, heb ik er mijn hart niet aan geschonken. Na enige tijd ontdekte ik veel moois. Zoals
het op de tekening met dezelfde naam van Yoshitomo Nara gebaseerde Oh! My God! I Miss You http://www.moma.org/collection/browse_results.php?object_id=89360. En de bittere toon in Another
Whisky Song, een liedje over het leven met drankorgel, is meer dan raak.
My man needs me and just another glass of whisky.
Ook heel fraai: het samen met Cara Luft geschreven Time Wanders On. De banjo in dit liedje wordt bespeeld
door Luft. Ook Lulleby For A Grieving Man mag er zijn. Hier wél een fraai evenwicht in elektronica en
theatrale voordracht.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 133 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Melody Gardot
Album:
Currency Of Man
Label:
Verve
woensdag 24 juni 2015
De Amerikaanse zangeres Melody Gardot is inmiddels al aan haar vierde solo album toe. De CD heet
Currency Of Man en ondersteund haar vierde optreden op het aanstaande North Sea Jazz Festival in
Rotterdam. En eerlijk gezegd, dat is niet zonder reden.
De amper dertigjarige zangeres strikte Grammy Award winnaar Larry Klein voor de productie van dit nieuwe
album. Op haar vorige album The Absence hoorde je vlotte sensuele Fado invloeden. Niets mis mee, want
met haar stem als hoofdinstrument, doorstond ze moeiteloos alle moeilijkheid gradaties, die dit genre met
zich meebrengt. Met haar nieuwe release keert Gardot terug naar haar muzikale komaf. Currency Of Man
bevat een fenomenale mix van jazz, blues en R&B. Herkenbaarheid glorieert want dit album sluit naadloos
aan op haar tweede CD My One And Only Thrill.
Elk nummer lijkt een eigen gezicht te hebben. Gardot schetst een beeld van de mens die aan de zelfkant van
het leven staat. Een toch, het is dramatiek zonder depressief van te worden! Bovendien zingt Gardot lekker
geheimzinnig rauw wat een nummer als Preacherman naar grote hoogte tilt. Nu ik het toch heb over deze
roerende poëtische ode aan het verhaal van Emmett Till. Het verhaal gaat over een veertienjarige AfroAmerikaanse jongen, die in 1955 vermoord werd in Mississippi, tijdens een bezoek aan zijn grootmoeder. Hij
flirten met een blank meisje en dat was in die tijd “not done”, zullen we maar zeggen. De brede mediaaandacht die deze moord kreeg was niet alleen de katalysator voor de Civil Rights Movement maar
inspireerde Gardot ook om onderstaande video de wereld in te slingeren. Het is allemaal prachtig in beeld
gebracht met Gardot als magisch vocaal middelpunt.
<iframe width="750" height="40" src="https://www.youtube.com/embed/gOwoE8XtPFU" frameborder="0"
allowfullscreen></iframe>
Wees nou eens eerlijk zeg ik tegen mijzelf. Dit soort muziek doet het toch altijd goed bij een breed publiek?
Als ze nog in ons midden was had Winehouse de songs op dit album ook kunnen zingen. Hiermee zeg ik niet
dat Currency Of Man niet origineel genoeg klinkt. In tegendeel, ik tril en beef van deze prachtige stem, die
mij bijna vijftig minuten in zijn greep hield.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 134 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Gary Clark Jr.
Album:
Live
Label:
Warner Brothers
dinsdag 23 juni 2015
Voor mij is Gary Clark Jr. nog steeds een beetje vreemde eend in de blues bijt. Na twee onbekend gebleven
cd’s in 2004 en resp. 2008 breekt hij pas een beetje door aan deze kant van de oceaan in 2010 na zijn
optreden op Eric Clapton’s Crossroads Festival en de EP Bright Lights. In 2012 volgt het album Blak and Blu
en is zijn naam wel gevestigd. Toch komt hij de laatste jaren vaker in het nieuws door samenwerkingen met
anderen in een breed scala van stijlen, dan door zijn solo prestaties. Vorig jaar zag ik hem live in Paradiso.
Daar stond een wat timide man op het podium, die vanuit de duisternis op ingetogen wijze zijn teksten ten
gehore bracht. Dat deed hij dan wel op warme en aangename wijze. Maar het meest aansprekende van de
man is zijn gitaarspel. Soms zwaar overstuurd laat hij zijn versterker kreunen en kraken, maar hij lets his
guitar do the talking.
Gary is een man die live het best tot zijn recht komt en vandaar ook de niet onbegrijpelijk beslissing op een
(dubbel) live album uit te brengen. Op de cd is veel materiaal terug te horen van Blak and Blu, aangevuld
met een aantal bluescovers. Het album opent met het aloude “Catfish Blues”, dat een wat logge, maar wel
meeslepende versie krijgt en vrijwel non stop brengt hij met zijn band vijftien nummers te horen. Allemaal
lekker uitgesponnen, zonder dat het eigenlijk een moment gaat vervelen.
Wat me bij de blues covers opvalt, is dat de credits niet altijd correct zijn weergegeven, maar aan de muziek
is te horen, dat hij wel degelijk zijn klassiekers kent. Hij brengt ze op de herkenbare Gary Clark Jr. wijze en
mengt de diverse stijlen prima door elkaar. Zo krijgt bijvoorbeeld Mr. Bo Collins’ “If Trouble Was Money” een
fraaie Magic Sam-behandeling. “Please Come Home”, een eigen werkje, zingt hij met een hoog modern R&B
stemmetje, dat aan mij niet echt besteed is, maar de magistrale gitaarsolo in dit nummer is dan weer een
van de absolute hoogtepunten van deze cd. Clark Jr. wordt begeleidt door King Zapata (gitaar), die ook de
nodige soloruimte toebedeeld krijgt. De ritmesectie bestaat uit John Bradley op bas en Johnny Radelat
achter het drumstel. De band mengt moeiteloos traditionele blues, psychedelische rock en moderne R&B tot
een samenhangend geheel. Een goede live registratie!
Ton Kok
Artist:
Natasha Borzilova
Album:
Wilder Days
Label:
Hadley Music Group
maandag 22 juni 2015
De Russische Natasha verhuisde in 2006 naar Amerika om haar carrière te verstevigen en dat gaat zeker
lukken met het uitbrengen van Wilder Days. Deze klassiek geschoolde singer-songwriter heeft hiermee een
ontzettend fijne luisterplaat afgeleverd. Op bas na (Sergey Olkhovskiy) bespeeld ze alle instrumenten op
deze fraaie plaat.
Op één song na, Oysters van Tori Amos, komen alle nummers van eigen hand, songs die gaan over alle
dingen van de dag, scheidingen, teleurstellingen maar ook vrolijke verhalen passeren de revue, het is niet
alleen kommer en kwel. Alle songs hebben prachtige melodielijnen, waarvan er één bovenuit springt, White
Noise, wat verhaald over scheiding, heeft een bijzonder mooi arrangement gekregen van haar vriendin
Edwina Hayes.
Het album straalt een sfeer uit die ligt tussen de Keltische klanken van Enya en de progrock van Mostly
Autumn. Met de ogen dicht voert de muziek je over velden, bossen en steden en laten je steeds wat anders
zien en horen, in één woord: SUPER.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 135 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
American Aquarium
Album:
Wolves
Label:
Blue Rose Records
zaterdag 20 juni 2015
De rootsrockers van American Aquarium (Raleigh, North Carolina) hebben een behoorlijke schare fans in ons
landje na hun optreden op Take Root in Groningen van een paar jaar terug (2013). Met hun nieuwe, geheel
door de fans gefinancierde CD ‘Wolves’ verlaten ze – deels – hun wat ruigere geluid van de voorganger
‘Burn. Flicker. Die.’ (2012, geproduceerd door Jason Isbell) ten faveure van een sound, waarin de pedal-steel
wordt geassisteerd door twee elektrische gitaren. Gevoegd bij de onverminderd licht gruizige stem van BJ
Barham levert het een in mijn ogen prachtige CD op. De mooiste rootsrock van 2015 tot dusver, luister maar
naar de heerlijke ballads ’Man I’m supposed to be’ en ‘End over end’, de uptempo rocker ‘Old north state’
(‘Carolina, I’m coming home’, gevolgd door de officiële North Carolina State toast, geschreven in 1904:
‘Here’s to the land of the long leaf pine, the summer land where the sun doth shine, where the weak grow
strong and the strong grow great. Here’s to down home, the Old North State, the Old North State’), het
subtiel rockende ‘Wichita Falls’ (‘I’m sending you a postcard from Wichita Falls. That’s where it started baby,
that’s where it all started falling apart, you went and broke my heart’.). In het titelnummer horen we zowaar
invloeden van The Band!
Lof aan de boys van AA, hun gitaren, banjo, bas, drums, piano en steel gitaar met hulp op percussie, piano,
orgel en zang! Prachtige CD, heerlijke mix van een zingende steel gitaar en rockende gitaren. Prachtige
songs van voorman Barham. Opgenomen in Asheville, North Carolina in slechts 20 dagen in de zomer van
2014.
Fred Schmale
Artist:
Jordan Officer
Album:
I'm Free
Label:
Select
zaterdag 20 juni 2015
Jordan Officer is een Canadese zanger/gitarist/songwriter, die zijn carrière begon met het spelen in
bluesbands. Hij was sideman in veel bands, maar in 1996 begon hij aan een lang avontuur met de Susie
Arioli Band, welke door hem en de jazz zangeres met die naam werd opgericht. Hij nam vier albums op met
deze groep. In 2010 verscheen zijn eerste solo album, gevolgd door een EP en recent kwam zijn nieuwste cd
uit: I’m Free. Na een periode van country, rock en jazz muziek is hij nu weer helemaal terug bij de blues. De
reden hiervoor geeft hij in het gesproken intro van het openingsnummer “At Least I’ve Got The Blues” en zal
geen verrassing zijn: zijn vrouw is bij hem weggegaan. Dit gegeven is dan ook een terugkerend thema in de
meeste songs.
Hoewel Jordan een beperkte zanger is, weet hij toch de boodschap van zijn songs op overtuigende wijze
over te brengen. De grote kracht zit echter in het gitaarspel, dat heerlijk bluesy kan klinken, maar soms ook
jazzy. Charley Drayton en Tony Mason wisselen elkaar af achter de drums, Jeff Hill speelt bas op één
nummer. De baspartijen zijn verder voor rekening van niemand minder dan Andy Hess (ex-Gov’t Mule). De
bas en drums zijn effectief, maar staan wel volledig in dienst van de songs. In sommige nummers hadden ze
iets meer naar voren gehaald mogen worden.
De titelsong is een heerlijke slow blues, met gitaarspel om de vingers bij af te likken. “A Night Of Fun” is een
van de sterkste nummers van het album, in principe een twaalf maten blues, maar gebracht met een zonnig
latin-achtig ritme. “When We Were Just Two” wordt gebracht zonder bassist en dit nummer is overgoten met
een Bo Diddley-achtig sausje. In “Two Will Do” laat Jordan horen de jazz prima onder knie te hebben.
Er staan twee covers op het album: de blues klassieker “Ain’t Nobody’s Business” krijgt een prima
vertolking, maar aan de begeleiding had wat mij betreft een bas mogen worden toegevoegd. Met alleen
gitaar en drums klinkt het soms wel erg dun. De titelsong van de Clint Eastwood’s Western “Hang ‘Em High”
is dan weer een van de hoogtepunten van dit schijfje. Ik moet zeggen dat ik tot voor kort nog nooit van
Jordan Officer gehoord had, maar wat mij betreft is deze in eigen beheer opgenomen cd een aangename
kennismaking.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 136 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Katey Laurel
Album:
Periscope
Label:
Roaring Twenties Records
zaterdag 20 juni 2015
De beoogde titel 'Put Up Your Periscope' is ingekort en het album wordt als 'folk pop' omschreven. Bij
muziekliefhebbers die haar niet kennen, introduceert Katey Laurel zich als een onafhankelijke singersongwriter uit Denver, Colorado. Als iemand vraagt hoe zij klinkt, zegt ze meestal: "Ingrid Michaelson meets
Aimee Mann". Haar eerste levensjaren bracht zij door in de Volkswagenbus, waarmee haar hippie ouders van
kust naar kust reden. Toen zij een afgelegen boerderij betrokken, bestreed Katey de verveling door paarden
te tekenen en piano te spelen, later kwamen daar french horn en gitaar bij. Ze luisterde naar allerlei muziek,
van bluegrass en klassiek tot alternatieve rock en dance pop cassettes.
Zoals meer moderne artiesten van de jongere garde, probeert Katey haar liedjes in films, TV-series en
commercials te plaatsen. Zij heeft drie 'home recordings' en twee studio albums achter haar naam staan.
"From Here" (2011) was bij mijn pakje ingesloten, daarop werkte Katey samen met producer en multiinstrumentalist Neilson Hubbard, terwijl Katie Herzig en Matthew Perryman Jones vocale gastrollen
vervulden.
Dit prettig wegluisterende album 'Periscope' werd grotendeels geproduceerd door Warren Huart (Aerosmith,
James Blunt, Colbie Caillat). De teksten zijn door Katey losjes gegroepeerd rond een thema van worsteling
en hoop - waaruit het leven bestaat, zij vult dat in met eenvoudige, aansprekende poëzie.
Opener "The Optimist", een ritmisch op piano gebaseerd popliedje, wordt gevolgd door de eerste single
"Hurricane", waarin een 'wall of sound' met strings en koortje herinneringen aan zestiger jaren
meisjesgroepen oproept. "Only Human" neemt tempo terug, bij het intrigerend gelaagde arrangement komt
Katey's stem mooi uit. Vergelijkingen met Stevie Nicks, Natalie Merchant en Shawn Colvin zou ik niet
verwerpen.
"All The Way Home" kiest een lieve, simpele benadering met fraaie akoestische gitaren, lapsteel en
aanstekelijke percussie. "Bricks of solid gold / Pave the final stretch of road / I am walking through the fire /
To you". De titeltrack "I put up my periscope / Looking for a sign of hope" gaat weer terug naar weidse piano
pop. "Thanks For Loving Me" wordt heel overtuigend gezongen, er is zelfs een mandoline bij gehaald, ook
"Battlesong" is prachtig uitgevoerd. De CD eindigt met een bloedmooi duet van Katey en Aaron Espe,
gewoon bij een achtergrondje van akoestische gitaar, bas en percussie.
Katey zou voor de simpele aanpak kunnen gaan, wat paardenschilderijen makend om haar inkomen aan te
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 137 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Raina Rose, Rebecca Loebe, Smokey & The Mirror
Album:
Three Nights Live
Label:
Goose Creek Music
zaterdag 20 juni 2015
Eigenlijk kan ik volstaan met de hieronder volgende verfilming van The Tracks Of My Tears, het laatste liedje
van Three Nights Live van Raina Rose, Rebecca Loeb, Smokey & The Mirror.
https://youtu.be/i-u8e0ceZ8E?list=PLiNx5_m-I4Hf8hcQkiCs48Z-Mlz_hK_L3
Zonder meer fraai, toch?!
Maar omdat u wellicht (nog) niet in de gelegenheid bent geweest om de andere veertien liedjes van dit livealbum te beluisteren, is het wellicht geen slecht idee om u iets meer over deze samenwerking te vertellen.
Smokey and the Mirror bestaat uit Bryan and Bernice Hembree. Rebecca Loebe en Raina Rose volgen al
jaren het solo-pad. Samen met bassist Will Robertson en keyboardspeler Daniel Walker gingen de vier op
stap en speelden erop los. Eerst in Houston, Texas, daarna in Austin, Texas om te eindigen in Oklahoma
City, Oklahoma. Onberispelijk werden ze opgenomen (én gemixt door John Keane!), deze concerten. En
evenzo uitgegeven.
Liedjes van Jackson Browne, van het album Mermaid Avenue en van Guy Clark worden gespeeld naast
liedjes van eigen hand. Zo horen we Raina Rose in het mooie Swing Wide The Gates.
A woman’s made to cry.
Man is made to sin.
Swing wide the gates.
And come back in.
Loebe zingt het fraaie The Chicago Kid en het echtpaar horen we in het vlotte St. Alban’s Day. Three Nights
Live is een zich bescheiden aandienend album dat beleefd een hand geeft en rustig afwachtend op de bank
gaat zitten. Gaandeweg de kennismaking ontdooit het ijs en blijkt dat u meer soul in huis hebt gehaald dan
u dacht. En ook, deze dames zijn niet voor de poes. Luister maar eens goed naar wat en waarover ze
allemaal zingen.
Het zich op het snijvlak van country, blues, soul en americana bewegende Three Nights Live, op uw jaarlijst
zal het niet prijken. Maar wij kunnen het u desondanks van harte aanbevelen. Want menig album komt niet
zó dicht bij uw jaarlijst.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 138 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Malcolm Holcombe
Album:
The RCA Sessions
Label:
Proper
vrijdag 19 juni 2015
Malcolm Holcombe wordt hier als een 'underground folk legend' ten tonele gevoerd. Misschien ligt het aan
mij, maar bij elke foto die ik zie van Malcolm's doorleefde hoofd, maak ik me spontaan zorgen over de
gezondheid van deze beste man, die afkomstig is uit het ruige maar prachtige berggebied van North
Carolina. Ondertussen gaat hij alweer ruim twintig jaar mee in de hectische muziekwereld en ter gelegenheid
daarvan wordt deze mooie CD + DVD set uitgebracht. Zestien tracks, gekozen uit tien volledige albums en
één EP, die hij uitbracht tussen 1994 en 2014.
Nee, dit is niet zomaar een compilatie, alle zorgvuldig uitgezochte songs werden tijdens de herfst van het
afgelopen jaar opnieuw opgenomen! Niet zomaar in een studio aan huis, Malcolm ging naar de befaamde
RCA Studios in Nashville - vandaar dus de titel van deze bijzondere collectie - en nam daar alles live op.
Soms intiem, met zijn akoestische gitaar, met zijn vertrouwde muzikale partner: multi-instrumentalist Jared
Tyler en vaak heel energiek met de volledige band, verder bestaande uit bassist David Roe Rorick (hij
speelde van 1992 tot 2003 met Johnny Cash), drummer Ken Coomer (Wilco, Uncle Tupelo) en de
onvolprezen Tammy Rogers op viool en mandoline. Dit is de eerste keer dat hij alles op DVD vast liet leggen.
Zestien liedjes lang voert Malcolm ons mee door zijn muzikale gedachtenwereld. Met rauwe, intense en
welgemeende emotie in zijn unieke rafelige stem, die het begrip 'zingen' een heel andere dimensie geeft en
een bijzonder contrast oplevert met de nadrukkelijke akkoorden in het uitgekiende snarenwerk.
"Mouth Harp Man", dat het altijd goed doet tijdens optredens, is exclusief voor deze compilatie opgenomen
en dan gelijk met een gastrol voor de formidabele Jelly Roll Johnson op mondharmonica. Hij levert ook een
bijdrage aan de opvallende talking blues "Mister In Morgantown". Andere veelgevraagde en tijdloze
nummers zijn sfeervolle opener "Who Carried You" met Tammy op viool, psychedelisch "Pitiful Blues" dat
regelrecht uit de woestijn komt en meeslepend "Goin' Home". "Doncha Miss That Water", in melodieuze
vermomming, heeft een subtiele boodschap over het milieu.
Siobhan Maher-Kennedy laat zich vrolijk horen op "My Ol' Radio" en de disc eindigt met een bijzonder duet:
Malcolm zingt zijn klassieker "A Far Cry" samen met de Ierse folk diva Maura O'Connell. Dit album klinkt als
een fijne setlist met nummers die Malcolm het liefst speelt tijdens zijn concerten, opgedragen aan ons
allemaal!
Johanna Bodde
Artist:
The Porter Draw
Album:
The Porter Draw
Label:
Independent
vrijdag 19 juni 2015
Met wat voor een fijn bandje hebben we hier van doen? Wel, met The Porter Draw uit Albuquerque, New
Mexico. Nooit van gehoord en u waarschijnlijk ook niet. Aan die anonieme status zal met dit derde album
zonder naam, een einde komen. Dat moet wel. Welke serieuze liefhebber zal de verrukkelijke cocktail van
alt. countryrock en bluegrass links laten liggen? Niemand toch. De vijfmansgroep bestaat uit Russell Pyle
zang en gitaar, Ben Wood zang en banjo, Joshua Gingerich zang en gitaar, mandoline, harmonica, Dandee
Fleming bas en Joey Gonzales drums. Zij vormen het energieke gezelschap dat heel mooie songs schrijft,
instrumentaal hun mannetje uiteraard staat en met drie geweldige solo- en harmoniezangers in de
gelederen, hun grote troef uitspeelt. Maar het allermooiste is dat de liedjes – tien in getal inclusief vertolking
van Springsteens I ‘m on fire – belangrijker zijn dan het vertoon van instrumentale virtuositeit. Dat levert
klinkende liedjes op: fris als de ochtenddauw, zwoel als ’n zomerbries en vurig als de avondzon. Precies ja,
lyrisch word je van deze fraaie, opzwepende rock (abilly), fluweelzachte ballads, scherp aangesneden
elektrische gitaarsolo’s, fijnbesnaard geluid van mandoline, banjo en mild-rauwe zang. In een kwiek,
melancholisch sfeertje snijdt de groep universele thema’s aan als hartzeer, verlangens en uiteengespatte
dromen. Zeker, cliché en gebaande paden bewandelend, maar ik loop met veel plezier achter deze muziek
aan.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 139 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Keston Cobblers Club
Album:
Wildfire
Label:
Glitterhouse Records
donderdag 18 juni 2015
Twee jaar geleden maakte de Britse band The Keston Cobblers Club al indruk met hun debuutalbum One, For
Words uit 2012. Voor zover ik weet heeft de band met die geluidsdrager in Nederland geen stof op doen
waaien. Toch maakt deze vijfstemmige band interessante Indie folk pop zoals wij die in deze kroeg ook
kennen van Elephant Revival en The Low Anthem. Toch geeft het schrijversduo, bestaande uit Matthew en
Julia Lowe, de muzikale omlijsting net even iets meer vulling mee. Met bonkende drumpartijen, koperen
blaasinstrumenten en synthesizers maken ze hun punt. Je moet een liefhebber zijn van goed gevulde
orkestrale arrangementen. Op hun nieuwe CD Wildfire vliegt het namelijk alle kanten op. Je krijgt het gevoel
dat je steeds naar een andere band zit te luisteren. De band heeft zich de afgelopen drie jaar duidelijk
verder ontwikkeld. “Muziek gaat over veel meer dan audio alleen, het is emotie, energie en esthetische
kunst" zegt Julia Lowe daarover. De band zal deze zomer op een aantal grote UK zomerfestivals te zien zijn.
Ondanks dat de plaat op het Duitse Glitterhouse Records label uit is gebracht, staan ze niet op het
prestigieuze Orange Blossom Festival gepland. Dat is dan toch weer raar. The Keston Cobblers Club lijken
voorlopig dan toch meer wereld beroemd te zijn in de UK.
Jan Janssen
Artist:
Tiny Legs Tim
Album:
Stepping Up
Label:
Sing My Title
woensdag 17 juni 2015
Stepping Up is het derde album van de Belgische blues muzikant Tiny Legs Tim (Tim de Graeve). Verschil
met beide vorige cd’s is dat hij niet als one-man band opereert, maar drie begeleiders heeft aangetrokken.
Dit zijn niet de minsten: Steven Troch (harmonica), René Stock (bas) en Frederik van den Berghe. Beide
eersten zijn ook van de Nederlandse blues liefhebber geen onbekenden, laatstgenoemde heeft een vooral
prima reputatie opgebouwd in de Belgische jazz scene.
Zanger/gitarist Tiny Legs Tim schreef de tien nummers die op deze cd te horen zijn. De onderwerpen van de
songs lopen uiteen, maar waar het ook over gaat, de hele cd straalt een vrolijke sfeer uit. Het
openingsnummer ‘Heart Of The City’ draait om het feit dat een plattelandsjongen in de grote stad prima kan
aarden als hij in het gezelschap is van de juiste persoon. Het gitaarspel van Tim is vrij primititief, maar zeer
effectief. De nummers hebben ook allemaal het juiste blues gevoel, maar Tim weet de geijkte clichés te
ontwijken. Zo ook titelnummer ‘Stepping Up’. In dit nummer weet hij met de slide solo ook de juiste toon te
pakken. ‘’I Got Something’ heeft ook dat lekkere subtiele slidespel. Steven Troch kleurt dit nummer op
uitstekende wijze in op de bluesharp.
Tim heeft niet het doorleefde stemgeluid van de oude bluesmannen. Dit valt in het begin even op, maar al
snel let je daar niet meer op. Hij weet je al heel snel te boeien en dat blijft dat van het begin tot het eind te
doen. Ook als hij van de blues paden afwijkt, bijvoorbeeld in het country-achtige ‘If & Why’.
Tiny Legs Tim heeft met Stepping Up een mooi en constant album afgeleverd. De cd is klinkt, nu hij zich op
zingen en gitaarspelen kan concentreren, ook iets relaxter dan zijn vorige werk, zonder dat het overigens
ook maar ergens gezapig wordt.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 140 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Carlos Forster
Album:
Disasters
Label:
Acuarela
maandag 15 juni 2015
Toen Jesús Llorente van het Spaanse Acuarela Discos ons vroeg of we belangstelling hadden voor een review
copy van Disasters, krabden wij ons achter het hoofd. Carlos Forster? De naam For Stars bracht uitkomst.
Het uit 2004 stammende It Falls Apart werd door ons na jaren weer eens uit de kast gevist. We vonden het
mooier dan we ons herinnerden. Wij dachten aan de recensie die de toen nog enig gezag hebbende website
Pitchfork op 20 juni 2004 publiceerde: “Like Radiohead without the intellectuality and studio precision, or
Grandaddy without the endearing sloppiness, the California group hover between stylistic opposites, trying
ardently to grasp both extremes, but ultimately fail to match the scale of their unrealistic ambitions.” Ook
hooivorkjournalistiek kan bot zijn.
Disasters is het tweede soloalbum van de voorman van For Stars, Carlos Forster. Vrij snel na het uitkomen
van It Falls Apart trok Forster zich min of meer terug uit de muziekwereld. Hij vestigde een
psychotherapiepraktijk in San Francisco. In 2011 verscheen het door zijn vriend M. Ward geproduceerde
Family Trees. Wij hoorden het nooit, zoals onze verbazing na de vraag van Jesús Llorente reeds onthulde.
Disasters dus. Opnieuw was M. Ward van de partij. Net zoals John Murry, Tim Mooney (de op 13 juni 2012
overleden drummer naar wie Tim is vernoemd) Mike Coykendall en Bill Swan (Beulah). Voordat we het
schitterende 3 Books bereikten, ‘Art Garfunkel zingt R.E.M.’ baanden onze oren zich eerst een weg door de
trage elektronische velden van lange liedjes zoals You Survive, Alice en Child On A Train. Oei, dachten wij,
wat zullen de werkelijk diepgewortelden die ons Café bezoeken hiervan denken? Toegegeven, ook wij
moesten even wennen. Maar de hoornsolo van Bill Swan aan het eind van You Survive deed ons door de
knieën gaan.
Dus het pleit was beslecht? Voor ons wel. De in alle rust door Forster gecreëerde muziek is van grote klasse,
zoveel is ons wel duidelijk. Een weinig zwaarmoedig misschien, groots aangezet, traag ook. Popmuziek met
een grandeur om u tegen te zeggen. Die sijpelt tot een plas, een meer, een zee zich vormt en een zon
ergens daarboven het hart lucht. Rest ons slechts de vraag: hoe zullen die werkelijk diepgewortelden de
prachtige covers van Outdoor Miner (van Wire) en Ego Tripping At The Gates Of Hell (The Flaming Lips)
ontvangen? Steve Earle it ain’t …
Wim Boluijt
Artist:
Oh! Pears
Album:
Wild Part Of The World
Label:
Acuarela
maandag 15 juni 2015
Enigszins theatraal, zo kunnen voordracht en muziek van Corey Duncan wel worden genoemd. En wanneer
hij ingetogen klinkt, zoals in het Wild Part Of The World afsluitende Tchaikovsky, dan blijkt hij iets uit diens
vijfde symfonie te spelen. Op zijn website noemt hij zowel Neutral Milk Hotel als Chopin. Voorwaar, een
juiste omschrijving van de uitersten van de bijzondere muziek die deze man uit Seattle maakt. Hij speelde
eerder bij Pattern Is Movement uit Philadelphia. Een ons onbekende groep. Het bij vlagen rijkelijk
georkestreerde Wild Part Of The World volgt op de in 2010 verschenen Oh! Pears Fill Your Lungs EP. Duncan
mag hier dan een keur aan instrumenten bespelen, het weerhield hem er niet van om zo’n vijftien
muzikanten mee te laten spelen. Er hangt een serieus waas over deze wat barokke popmuziek, maar
wanneer hij in Natasha zingt over “(…) memories will keep you alive, even now Im watching you die.”, weten
we dat het menens is. Het album is dan ook ‘dedicated to the memory of Natasha Rodriguez’. Ze zingt mee
in Under The Olive Trees. Langzaam maar zeker grijpt deze muziek ons dan bij de lurven en vallen we ook
voor het titelnummer en het meeslepende Under The Olive Trees.
Want deze muziek mag dan door ons als ‘enigszins theatraal’ worden bevonden – zoals we in onze
openingszin schreven – ze is ook buitengewoon speels en vitaal. Zeker zo’n heerlijk pianowalsje als
Chaconne? En zelfs het zwaar aangestreken Fill Your Lungs dat hierop volgt kent een zwierigheid die op
gespannen voet staat met de wat de duistere tekst. Wild Part Of The World is even intrigerend als
meeslepend. Het zou ons niet verbazen als dit album langzaam maar zeker zal uitgroeien tot iets werkelijk
bijzonders. Alleen, hoe komt hij nu toch aan dat Oh! Pears?
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 141 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Dan Walsh
Album:
Incidents & Accidents
Label:
Rooksmere Records
zondag 14 juni 2015
De banjo. Zijn geluid, wie of wat kan het evenaren? Dat wat hortende ritme, met vloeiende haperingen. Die
hoog kringelende tonen waarin zich een onbestemd verlangen openbaart. Beter is het misschien wel om te
wijzen op het verlangen dat deze tonen in de luisteraar opwekken. Zeker, alle muziek die een snaar raakt,
vermag dat. Maar de banjo, zeker in de handen van een jonge meester als Dan Walsh, de banjo vermag dat
bij uitstek. Neem nu Wobbly Trolley van Incidents & Accidents, Walsh’ nieuwe album. Het schommelen
brengt je in een lichte vervoering, de theekopjes dampen, de koekjes en de cake strelen de ogen.
Walsh speelt meestal de zogeheten ‘clawhammer’ stijl. De vijfde snaar fungeert dan als een grondtoon of
drone. Maar ook de meer op finger pickining geënte stijl beheerst hij als geen ander. Luister maar eens naar
het aan oud-spel verwante Whiplash Reel. Soms zingt Walsh zoals in zijn uitvoering van With A Memory Like
Mine (Darrell Scott) of in Only Way To Go en Hermit of Gully Lake. Dan wortelen voordracht en toon duidelijk
in de Engelse folk. Terwijl in het laatstgenoemde stuk er zowaar ook een verwantschap met het werk van
Steven Wilson (o.a. Porcupine Tree) valt te ontdekken. En wie van mening is dat een banjo wel kan swingen
maar niet kan ‘grooven’? The Missing Light, met die duidelijk funky ondertoon, laat horen dat zulk een
mening in geval van Dan Walsh op z’n minst ongegrond is.
https://youtu.be/iz6nsbAS2Ks
Incidents & Accidents brengt het werk van Richard Thompson in herinnering. Die prettig aandoende
creatieve eigenwijsheid, de virtuositeit die zichzelf nooit op de borst slaat maar evenwel onmisbaar is voor
lied en uitvoering, de compositorische lenigheid en de karaktervolle presentatie: dit alles is ook van
toepassing op deze jonge Engelse banjospeler. Die, het zij gezegd, eerder al platen onder zijn eigen naam
maakte en ook een met Will Pound.
Dan Walsh besluit dit prachtige album met het mooie Dancing In The Wind. Een kind dat node wordt gemist
op de kerstavond.
Now as we lay flowers at your grave under your tree.
I see the space you used to run, a memory comes to me.
Of one who had such faithful trust.
De afgelopen maanden heb ik veel naar de twee albums van Nathan Bowles geluisterd. A Bottle, A Buckeye
(2012) en Nansemond (2014). Banjo, inderdaad. Incidents & Accidents, hoewel met een minder mystieke
toon behept, heeft zich moeiteloos naar dit luisterpatroon gevoegd.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 142 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Mumford & Sons
Album:
Wilder Mind
Label:
V2 Records
zaterdag 13 juni 2015
Alle grote namen van deden het. U2 deed het bijvoorbeeld op Zooropa. Ik heb het over muzikale
koerswijzigingen van populaire bandjes. Mumford & Sons leverde tot dusver twee toonaangevende albums
af. Het droomdebuut Sons Sigh No More kreeg de iets of magere opvolger Babel. De gehanteerde indie folk
formule was blijkbaar aan vernieuwing toe want de nieuwe CD, Wilder Mind, klinkt nog maar naar een
schijntje van wat de band zo groot maakte. Aan de andere kant vraag ik mij af waarom moet een artiest of
band elk album hetzelfde blijven doen? Doet we in de kroeg toch ook niet?
Daarom heb ik met groot plezier naar dit nieuwe album zitten luisteren. Er wordt weliswaar uit een ander
vaatje getapt, maar in de basis noteer ik eigenlijk alleen maar een muzikaal groeiproces. Fijn dat de rek er
nog in zit, toch? De in detail wat andere aanpak spreekt mij wel aan. Geen banjo? So what, daar krijg je
geslepen gitaarwerk in ruime mate voor terug. Net als op de voorgangers blijven een aantal nummers
behoorlijk kleven. Sta s ’morgens maar eens op met songs als Believe, Broad-Shouldered Beasts, Only Love
en Snake Eyes. Meest vreemde eend in de bijt kom ik ergens midden op het album tegen. Monster klinkt
loom en humeurig maar ontvouwd zich, naarmate het meer draaibeurten krijgt, tot een van de beste
nummer op deze plaat.
Wilder Mind is absoluut meer dan een gemiddeld album geworden. De open arrangementen komen
geloofwaardig over en hebben nog steeds dat eigengereide geluid van Mumford & Sons. Vernieuwend klinkt
het allemaal niet. The War On Drugs meets My Morning Jacket. Het verschil zit ‘m in het feit dat laats
genoemde bandjes nog geen fractie van de radio aandacht krijgt als Mumford & Sons, ook met deze plaat,
zal krijgen.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 143 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ryan Boldt
Album:
Broadside Ballads
Label:
Dahl Street Records
zaterdag 13 juni 2015
Ryan Boldt, dat is die boomlange singer-songwriter uit de succesvolle Canadese groep The Deep Dark
Woods. Tijdens een door de band ingelaste pauze trakteert hij ons op zijn met spanning verwachte, al twee
jaar geleden opgenomen debuut album. Hij is pas getrouwd ("Which is pretty awesome, just having a friend
around all the time") en woont tegenwoordig in Victoria, waar zijn vrouw studeert. Dit is overigens niet zijn
eerste periode in British Columbia, toen hij negentien was, verhuisde hij naar Chemainus en begon daar met
solo optredens en het schrijven van liedjes, geïnspireerd door Ian & Sylvia Tyson, Bob Dylan en The Stanley
Brothers.
Ryan Boldt was altijd al geïnteresseerd in muziek uit het verleden: Engelse folk, country blues en r&b uit de
sixties. Opvallend bij deze negen 'Broadside Ballads' is, dat het covers van onbekende traditionals zijn. Ryan
raakte geïnspireerd door het werk van Shirley Collins, een aantal nummers is dan ook terug te vinden op
haar albums 'Folk Roots, New Routes' met Davy Graham (1964) en 'No Roses' met The Albion Country Band
(1971). De gospels werden door zijn grootmoeder gezongen. Hij probeert er boeiende uitvoeringen van te
maken, die ook in het heden nog aanspreken.
Ryan (gitaar, bas, drums) wordt bijgestaan door zijn Deep Dark Woods maatje Clayton Linthicum (gitaar,
pedal steel, banjo, toetsen), verder horen we nog een cello, viool en mandoline. De liedjes werden met coproducer Jody Weger opgenomen, in een tot studio verbouwde kerk en op de veranda tijdens een zonnige
dag. Vandaar dat de CD met kwinkelerende vogeltjes in "Love Is Pleasin'" begint en ze komen verderop
enthousiast terug, bijvoorbeeld in het prachtig melodieuze "Rambleaway" en het ritmische, door banjo en
mandoline versierde "Leaning On The Everlasting Arms". Die ongedwongen sfeer was precies wat Ryan in
gedachten had, hij heeft het warm, simpel en intiem gehouden.
Van het beklemmende, op elektrische gitaar gespeelde "Poor Murdered Woman" (gebaseerd op een
moordzaak uit januari 1834) dacht Ryan altijd al, dat het een goede rocksong zou zijn! "The Welcome Table"
werd ooit in de Zuidelijke Verenigde Staten geschreven en door gevluchte slaven via de 'underground
railway' naar Canada meegebracht. Het klinkt overtuigend als een 'field recording', waarbij Kacy Anderson
meezingt. Verder staat de donkere, melancholieke, soms wat spookachtige stem van Ryan Boldt steeds
centraal. De tekst van "Lazy John" heeft hij zelf op muziek gezet en daarbij eindigt de disc met een
onweersbui...
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 144 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jeff Hopson
Album:
Heretic
Label:
Independent
vrijdag 12 juni 2015
In de bar waar hij vijf avonden per week speelt en waar binnendeurs roken nog toegestaan is, wordt hij
enthousiast de Willie Nelson van Dallas genoemd. Ondertussen ben ik bezig om de puzzelstukjes bij elkaar te
leggen, die het portret vormen van deze singer-songwriter, die in East Tennessee geboren werd maar al
vijfentwintig jaar lang trots inwoner van Texas is. Het schijnt overigens een trend te worden, om pas op
rijpere leeftijd te debuteren!
De albumtitel 'Heretic' is waarschijnlijk te herleiden naar The Heretics, de bar band waarvan deze voormalige
dominee de voorman is. Tegenwoordig noemt Jeff Hopson zichzelf een 'motivational speaker'. Zijn muzikale
inspiratie haalde hij uit de sixties country van zijn kindertijd, de Southern Gospel en vooral uit het Outlaw
Movement van Waylon, Willie en hun vrienden. Hij speelde en tourde vele jaren met bekende en obscure
bands, om zich de laatste vijf jaren toe te leggen op een carrière als singer-songwriter met akoestische
gitaar.
Meer info kan ik niet vinden, dus laten we eens gaan luisteren! De acht tracks leveren 38 minuten aan
muziek op. Gespeeld door onbekende muzikanten in een zeer geroutineerde en uitgebreide country band.
Jeff zelf klinkt inderdaad als een kruising tussen Nelson en Kristofferson. "When you're down the road / You
kinda loose your definition of home". Dat soort regels komen dus al gelijk in het sfeervolle eerste nummer
voorbij. Interessant! In "Kerouac On The Run" lijkt het meisje op Grace Slick in 1969 en ze praten over
Rasputin, Jezus en Townes Van Zandt, plus Bob Dylan en Gram Parsons, tot zij weer vertrekt in de
Greyhoundbus.
Jeff filosofeert verder in "If Jesus Was A Texan" en "Make The Words Rhyme". In het fijn gearrangeerde
"Escalator" rijmt hij dus moeiteloos Rio Grande met modus operandi, hij noemt ook nog Oscar Wilde en in
"Novel Sort Of Man" (wat gekozen werd als de single) is dat Clark Gable. Via het lekker als Steve Earle
rockende "A Little Bit Right" komen we bij het spookachtige 8m24s lange moordverhaal "Moanin'", eindigend
in een onweersbui.
Om Jeff Hopson als een soort redder van de country muziek te zien, gaat wat ver, daarvoor mist dit album
toch nog originaliteit. Ik gaf mij gewonnen toen hij zong: "When that three fifteen from Abilene pulled in
down at South Lamar". Bij ieder goed album hoort ergens een Greyhoundbus door de tekst te rijden!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 145 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
John McDonough
Album:
Dreams And Imagination
Label:
Independent
vrijdag 12 juni 2015
Bij de vermelding 'singer-songwriter uit Austin, Texas' gaat niemand automatisch rechtop zitten. Dat aantal
is inmiddels wel érg groot geworden. Wat heeft John McDonough ons aan extra's te bieden? Hij treedt al zo'n
twintig jaar op, met zijn akoestische gitaar, om de bezoekers van restaurants en de bars in 6th Street te
vermaken met hits van de laatste vijf decennia en uiteraard zijn eigen werk. Vier jaar geleden besloot hij zijn
praktijk als psychotherapeut te sluiten en zich volledig op de muziek toe te leggen. Hij ging vaker spelen,
werd uitgenodigd op enkele festivals in zijn thuisstad én hij maakte twee nieuwe CD's, waarvan 'Dreams And
Imagination' de laatste is.
John McDonough gaat voor de mooie, ontspannen aanpak in een modern folkpop geluid, zichzelf begeleidend
op gitaar en piano, met enkele andere prima spelende muzikanten op elektrische gitaar, bas, drums,
keyboards en cello, Ginger Leigh zingt tweede stem. John's muzikale voorbeelden zijn Harry Chapin en Elton
John. Ondertussen legt hij een persoonlijke betrokkenheid in zijn teksten, het is te horen dat muziek al heel
lang zijn passie is. Hij wil graag emoties overbrengen en kijkt daarvoor naar James Blunt of Damien Rice.
John doet mij soms aan Michael Friedman denken, zijn stem heeft niet dat enorme bereik maar klinkt wel
heel fraai.
Bij sommige teksten is de bedoeling duidelijk: "I've Loved You For So Long" is een liefdesliedje, waaraan
Ginger Leigh een lieflijk extraatje toevoegt. "Say My Name" vertelt het verhaal van een Native American, die
weigert om in een reservaat te wonen. Bij andere nummers is de bedoeling met opzet vaag gehouden, zodat
luisteraars geïntrigeerd worden en daar hun eigen invulling aan kunnen geven. Zorgvuldig de regels
afwegend, zodat ze logisch genoeg zijn, maar genoeg ruimte voor andere interpretaties overlatend.
Wat John zich niet realiseerde, is dat hij nu bij optredens ook niet uitgebreid kan vertellen over de herkomst
en bedoeling van zijn nieuwe liedjes. Hij probeerde het met eentje, "(I Love You More Than Yesterday) I
Love You Now", wat handelt over twee geliefden die van elkaar gescheiden werden door de bouw van de
Berlijnse Muur. Nu vraagt hij zich af, of het hielp om een betere connectie te leggen, of dat het juist de
emotionele betrokkenheid verkleinde, omdat de meeste Amerikanen natuurlijk niet in een verdeeld Duitsland
geweest zijn. Dát is de psycholoog in John McDonough en dat maakt hem toch anders dan de zoveelste
singer-songwriter uit Austin!
Johanna Bodde
Artist:
Ray Barnard
Album:
Where Would I Be Without You
Label:
Independent
vrijdag 12 juni 2015
Multi-instrumentalist Ray Barnard is al een paar jaar op de solo toer. Hij debuteerde in 2012 met het album
Tinted Windows to the Soul. Daarvoor was Ray Barnard 12 jaar actief als de frontman van de rootsrockband The Copperheads, waarmee hij 3 albums opnam. Where Would I Be Without You is Barnard’s tweede
schijf, waarop hij zijn blue-eyed soul etaleert. Het album opent met een vrolijke funky meezinger Bone Of
My Bones. De volgende track Sadness Has A Pleasant Sound is rustiger van aard en doet denken aan de laid
back sound van Bill Withers. No Good Deed (Goes Unpunished) heeft een lekkere ‘funky groove’ met
vreemd genoeg wat al te brave blazers en te zoete koortjes. De stem van Ray Barnard zit vol soul, maar
klinkt toch vlakjes. Wellicht heeft dat mede met de productie te maken. Het bluesy nummer Roseville doet
mij veel denken aan de sfeervolle muziek van Allen Toussaint. De ontroerende afsluiter Soul Together klinkt
ook geslaagd. De funkende blue-eyed soul op dit nieuwe album van Ray Barnard klinkt op zich prima, maar
ik moet bekennen dat ik in mijn platenkast spannender albums op dit gebied heb staan.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 146 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
TG & The Swampbusters
Album:
Swamp Tooth Comb
Label:
Independent
vrijdag 12 juni 2015
Ik geloof eigenlijk niet in het begrip toeval, maar het feit dat ik hier uitgerekend op Bevrijdingsdag een
aantal Canadezen moet beoordelen, zet me toch wel een beetje aan het denken. Werden de Canadezen in
1945 met open armen begroet, ook TG and the Swampbusters zijn van harte welkom.
De band bestaat uit Tim ‘TG’ Gibbons (gitaar, harmonica, zang), Swampy Joe Klienfeltr (bas) en Patch
(drums). De naam Swampbusters wordt helemaal waargemaakt, want de meeste nummers op Swamp Tooth
Comb kenmerken zich door een zompig, broeierig, dreigend en laidback geluid.
De kracht van dit album schuilt in de negen door Tim Gibbons geschreven songs, eigenlijk allemaal prima
pareltjes. Swampy Joe en Patch zorgen voor een solide ondergrond, waarop TG zijn songs ten gehore kan
brengen. Hij racet niet vingervlug over het fretboard, maar de noten die hij speelt zijn wel allemaal raak.
Zeer smaakvol zet hij de korte, puntige solo’s neer. Ook het harmonicaspel is dik in orde. De zang is niet zijn
sterkste punt, maar is ook wel voldoende. Af en toe doet zijn manier van zingen wat denken aan Lou Reed
en Bob Dylan.
De songs zijn stuk voor stuk de moeite waard. “Bayou Preacher”, het openingsnummer heeft dat broeierige
swampy geluid, waar een heerlijke spanning vanuit gaat. Het tweede nummer, met de korte maar krachtige
titel “Who Wants To Dance With An Old Ding Dong” is een lekkere luie shuffle, waar het gitaarspel van TC
heerlijk tot zijn recht komt. Een stukje country gaat de groep ook niet uit de weg in “Country Side Of Town”.
Met “Play Me Some Blues And Keep Is Country” laten ze horen ook een slow blues overtuigend te brengen.
Mijn favoriete nummer is “Cornpone”, waarin Gibbons ook een fraai stukje slidewerk laat horen.
Niets aan te merken? Ach, in sommige nummers klinken wat elementen door, welke te herleiden zijn tot
werk van collega muzikanten, maar dit valt toch meer onder het creatief omgaan met goede ideeën, dan
met jatwerk.
Swamp Tooth Comb is een goed album, dat inmiddels een prominente plaats heeft ingenomen op de cd
plank, met een kopie voor in de auto
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 147 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tom Russell
Album:
The Rose Of Roscrae
Label:
Proper
vrijdag 12 juni 2015
Deze 'Frontier Musical' kostte hem twintig jaar, van idee tot uiteindelijke realisatie. Zelfs voor Tom Russell,
die al meer dan dertig albums op zijn naam heeft staan, is dit een ambitieus en omvangrijk project! Hij
omschrijft zichzelf als een 'outsider', iemand die niet op muziekconventies rondhangt, maar elke dag zijn
gitaar oppakt of achter de piano gaat zitten en zijn Muse om een paar briljante regels vraagt, van het soort
dat een luisteraar even de auto op de vluchtstrook doet zetten.
Tom's levensverhaal laat zich niet in een paar regels samenvatten, hij studeerde criminologie en gaf rond
1969 les in Nigeria, tijdens de Biafra oorlog. Daarna begon hij zijn muzikale carrière in de obscure bars van
Vancouver, waar hij zwaardslikkers en schaarsgeklede danseressen begeleidde. Hij vormde een duo met
Patricia Hardin, maar na hun breuk in 1979 werd hij taxichauffeur in Queens, New York. Hij zong "Gallo Del
Ciello" voor zijn passagier Robert Hunter (Grateful Dead), die hem overtuigde toch weer op te gaan treden.
Dat bijzondere liedje is natuurlijk ook op deze 52 tracks tellende 2-CD set (plus bijgeleverd boek) te vinden,
samen met de 25 nieuw geschreven nummers. Er zijn 'n stuk of vijftig gasten aanwezig, Tom's eerdere duet
partner Gretchen Peters uiteraard, haar echtgenoot Barry Walsh is Tom's co-producer. Maar ook Jimmie Dale
Gilmore, David Olney, Jimmy LaFave, Joe Ely en vele anderen. Opmerkelijk zijn de fragmenten met
overleden artiesten als Johnny Cash, Tex Ritter, Jack Hardy en zelfs Lead Belly! Tom legde uit, dat hij de
rechten van die opnames gekocht heeft.
Hij raakte geïnspireerd door gesprekken met zijn schoonzus, die ooit alleen een grote afgelegen boerderij in
California runde en zich zelfs twee keer tegen een beer moest verdedigen, die haar keuken binnendrong. "I
Talk To God" (Maura O'Connell) en "The Bear" (Eliza Gilkyson) weerspiegelen haar verhaal. Tom zelf is
bijzonder gesteld op de titelsong, over een 92-jarige Ierse immigrant die terugkijkt op zijn leven. Omdat hij
opgroeide met cowboyliedjes en met Broadway musicals, wilde hij het beste daarvan combineren en iets
authentieks neerzetten, tegen een achtergrond van traditionele songs. Opvallend is ook de uitgebreide
culturele inbreng van de diverse groepen Europese immigranten, van Native Americans en Mexicanen.
Geschiedkundig goed onderbouwd en bijzonder interessant. Prachtig gezongen en gespeeld, door Tom
Russell en zijn kleurrijke gasten uit heden of verleden. Dit is inderdaad een indrukwekkend episch
gebeuren... Ja, van harte aanbevolen natuurlijk!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 148 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Eoin Clackin
Album:
Eoin Clackin
Label:
Fairfield Four Records
maandag 8 juni 2015
De voornaam van deze jonge, moderne Ierse singer-songwriter wordt uitgesproken als 'Owen'. Terwijl zijn
klasgenoten in Dublin-Noord discussieerden over Oasis versus Blur, verdiepte hij zich in liedjes die een goed
verhaal vertelden en luisterde naar Dylan, Springsteen en The Beatles. Hij leerde zichzelf piano en gitaar
spelen, deed iets in een paar schoolbandjes, schreef al gauw zijn eigen materiaal en verdiende vanaf zijn
vijftiende wat bij als straatmuzikant. Met het vertrek van zijn grote held Kris Kristofferson naar Nashville in
gedachten, verhuisde Eoin op zijn 21e naar London - een voorraad liedjes in zijn hoofd en gewapend met de
vastberaden wil om in elke pub en club die hij kon vinden, te gaan spelen.
Eoin wist al gauw tijdens een 'open mic' de aandacht te trekken van een muziek bobo en om een lang
verhaal kort samen te vatten: zijn debuut 'Not Lost' werd geproduceerd door Ian Grimble (Manic Street
Preachers, Beth Orton, The Clash) en in 2011 door Sony Ireland uitgebracht. 'Rain Finally Came' (2013) en
de 'Pretty Girl' EP (2014) volgden en bewezen dat Eoin geen eendagsvliegje is. Zijn stem wordt vergeleken
met Chris Martin en zijn sociaal bewogen songwriting met Damien Dempsey, een voorbeeld sinds hij hem in
zijn tienerjaren op TV zag.
Hij is nu klaar om de overstap naar het Europese continent te maken en doet dat met de compilatie 'Eoin
Glackin', die een selectie uit de drie genoemde albums bevat en het niet eerder uitgebrachte epische "You
Are The Revolution". Complimenten voor de lichtgrijze lay-out, met foto's van Eoin als gekwelde dichter én
alle teksten!
De bezielde, fraaie folkrock wordt bekwaam uitgevoerd door een aardig lijstje muzikanten en vocalisten, in
vrijwel alle nummers zijn een piano, viool en koortje aanwezig. Er wordt gemikt op een toegankelijk, weids
en commercieel (pop) geluid. Eoin behandelt thema's die veel jonge mensen bezighouden: vervreemding,
isolatie, angst en hoop, tegenspoed en veerkracht, doorzettingsvermogen, succes, maar ook de gevaren van
het uitgaansleven. Oftewel: de dagelijkse realiteit waarmee iedereen probeert om te gaan…
"What Am I To You?" is een bloedmooie ballade: "I know why the wind blows / Hard right through / These
whispering hills / And crying avenues". Tragisch "Pretty Girl" is al even prachtig, terwijl aanstekelijk "Hello
Caroline" fijn ritmisch en meer Iers klinkt. "Last Night In This Town" is de perfecte beschouwing om deze
compilatie af te sluiten en dan hebben we een goede indruk van Eoin Glackin's talent!
Johanna Bodde
Artist:
King Of The Tramps
Album:
Joyful Noise
Label:
Old School Records
maandag 8 juni 2015
Soepel laveert de Amerikaanse band King Of The Tramps op hun derde album Joyful Noise tussen
southernrock, countryrock en classicrock. Smeuïge soul en r & b dienen als smeermiddel. Intens, rauw en
kleurrijk, alsof ze op een live-podium staan, worden negen nummers door het kwintet uit deelstaat Iowa ten
gehore gebracht. Instrumentaal is het genieten van duaal, vet (slide) gitaarwerk van Justin Snyder en Todd
Partridge – tevens leadzanger en van het knauwende type – dat vervangen wordt door banjo en mandoline
in wat spaarzame momenten van akoestische rust. Boven dat snarengeluid uit stijgen fraaie funky
toetsenbijdragen – meestal orgel – van Adam Audlehelm, zorgen bassist Ryan McAlister en drummer voor
lekker swingende grooves en duikt heel soms zowaar ‘n trompetgeluidje op.
Inderdaad uitstekende Joyful Noise. Ouderwetse rootsrock in de trant van vooral The Allman Brothers Band,
in het tijdvak van Brothers and Sisters (1973) en de formatie Whiskey Meyers, van vandaag de dag. Tijdloos
genre dus, die de laatste jaren in Amerika zelfs een opleving lijkt door te maken.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 149 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Fathead
Album:
Fatter Than Ever
Label:
Electro-fi Records
zondag 7 juni 2015
Fathead is een Canadese band, die er in geslaagd is om tot op heden bij mij onder de radar te blijven. Toch
is het nieuwste album Fatter Than Ever inmiddels het negende van de heren. Los daarvan is van bandleden
John Mays (zang) en Al Lerman (harmonica, gitaren, saxofoon, zang) in de loop der jaren ook het nodige
solo werk verschenen. De groep werd meerdere malen genomineerd voor een Juno Award, het Canadese
equivalent van de Grammy en won er twee voor Blues Recording Of The Year.
Naast beide genoemde heren bestaat de band uit Omar Tunnoch (bas, zang), Papa John King (gitaar, zang)
en Bucky Berger (drums, zang). Verder zijn Alec Fraser en Denis Keldie ieder een nummer te horen op bas
respectievelijk Hammond B3. De overige toetsenpartijen komen voor rekening van Lance Anderson.
Op het album staan vijftien zelfgeschreven nummers. Acht werden er gepend door Lerman, de leider van het
gezelschap, zeven zijn er van de hand van Tunnoch. De nummers liggen lekker in het gehoor en er zitten
ook wel een paar uitschieters tussen. Een daarvan is de soul ballad “Twenty Second Chances”, dat
ondersteund wordt door een vette Hammond-partij en voorzien is van smaakvol gitaarwerk.
“Better Of Taking Chances” is een prima bluesy werkje met een vleugje Fats Domino. Lance Anderson legt
een mooie piano partij neer, terwijl Lerman excelleert op de sax. “Slippery Slope” is een uptempo nummer
dat uitnodigt tot dansen en Lerman toont zijn veelzijdigheid door ook als harmonicaspeler zijn mannetje te
staan. Op “My Brother” en “Shoot That Rooster” laten Omar Tunnoch respectievelijk Al Lerman horen, dat de
band naast John Mays nog twee adequate leadzangers in de gelederen heeft.
Dit album zal de groep geen doorbraak op internationaal niveau opleveren, maar wellicht wel een aantal
nieuwe fans in deze regionen. Best de moeite waard, dit schijfje.
Ton Kok
Artist:
John Mayall’s Bluesbreakers
Album:
Live in 1967
Label:
Forty Below Records
zaterdag 6 juni 2015
Als dit in de brievenbus valt, ga je natuurlijk gelijk naar de cd-speler. Deze cd is natuurlijk wel uit het,
misschien wel, het beste tijdperk van de Bluesbreakers, kijk maar eens naar de namen: John Mayall (vocals,
keyboards, harmonica), Peter Green (lead guitar), John McVie (bass) and Mick Fleetwood (drums).
Deze cd is een unieke verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, ooit opgenomen op tape door de
Nederlander Tom Huissen in vijf verschillende clubs. Recent legde John Mayall de hand op deze opnames en
na wat bijschaven wordt deze cd 12 april op de markt gebracht.
Het album heeft er echt prachtig gespeelde nummers opstaan (zie onderstaande tracklist), maar je moet
dan wel door het holle/blikkerig geluid heen luisteren. Ik kan er kort over zijn, voor de verzamelaar een
must, maar ik had er na twee keer luisteren wat moeite mee om mij te blijven concentreren vanwege de
kwaliteit van de opname.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 150 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Alice DiMicele
Album:
Swim
Label:
Alice Otter Music
vrijdag 5 juni 2015
Natural Organic Music from the Pacific NorthWest, zo noemt Alice DiMicele haar liedjes, liefdesverklaringen
aan de elementen aarde, water, vuur en lucht. Ze verwijst naar zichzelf en iedereen die meewerkte aan haar
nieuwe CD 'Swim' als: doorgewinterde muzikanten. Een singer-songwriter die inmiddels dertien albums zélf
uitgebracht heeft, al bijna dertig jaar tourt en op vele festivalpodia staat, heeft het volste recht om die
uitdrukking te gebruiken.
Alice verhuisde pas op haar 21e naar het Siskiyou gebergte in Oregon, zij werd in New Jersey geboren, als
dochter van een pianiste en een onderwijzer opgroeiend met muziek. In 1988 bracht zij haar eerste album
uit, met een liedje "Celebrate The Rain", dat zij al op haar negende schreef. Thema's als het mileu -of het nu
om eeuwenoude bomen of de zalm gaat-, homorechten, de vrede plus steun aan activisten lopen altijd als
een rode draad door haar muziek.
'Swim' werd opgenomen in de Studio at Pacifica, de oude Steve Miller Ranch, gedurende de zeventiger jaren
gebouwd in Williams, Oregon. Alice werkte daar met co-producer Dennis Dragon (Johnny Rivers, Carole
King), met onze favoriet Jeff Pevar (CPR) op elektrische gitaar, dobro en lapsteel, bassist Damian Erskine en
drummer Reinhardt Melz (beiden uit Gino Vannelli's band). Gasten duiken op, met namen als Bill Payne
(Little Feat), Skip Edwards (Dwight Yoakam), Vince Herman & Andy Thorn (Leftover Salmon), Cilette Swann
(Gypsy Soul), Bonnie Paine & Daniel Rodriguez (Elephant Revival). Alice noemde het zelf een 'family affair'.
Het wekt geen verbazing, na deze uiteenzetting, dat de muziek onder de noemer 'folkrock' te vangen is, met
wat snufjes jazz, funk, country en soul. Alice heeft een moeiteloos stembereik van meerdere octaven, ze
fraseert als een jazz vocaliste en klinkt tegelijk doorleefd, met passie en emotie.
In het groovy openingsnummer "Soul Fly Free" horen we een staaltje van Skip's klasse op het Hammond B3
orgel. Halverwege het aardse maar indrukwekkende "If I Could Move The World" bekent Alice: "I never
learned how to care for myself" - meer vijftigers zullen zich daarin kunnen vinden! Ze speelt akoestische
gitaar op een stuwende, ritmische manier. Darol Anger tovert met virtuoze viool solo's in "Open Road". Jeff
Pevar is alom tegenwoordig met zijn sterke staaltjes. Alice verklaart de titeltrack als een oproep 'to create a
life that one wants rather than letting life happen to you'. Het album eindigt met de Grateful Dead klassieker
"Ripple". Verfrissend gevarieerd, heerlijk klinkend idealisme...
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 151 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jesse Stone
Album:
Break Of Day
Label:
Independent
vrijdag 5 juni 2015
Hij staat als een soort moderne James Dean op het kartonnen hoesje afgebeeld. Jesse Stone, een jonge
Canadese singer-songwriter die tegenwoordig in Manhattan woont. Hij begon liedjes te schrijven, toen hij
nog naar school ging en trad enige jaren met zijn broer op, als Zach & Jesse. Hun pad leidde zelfs naar een
festival in Nashville en daarna vormden zij de band Stereo Hotbox.
Als student richtte Jesse zich meer op de poëzie, belandde in de finale van Great Canadian Song Search en
struinde 'open mic' avonden in Montreal af, om van de Bull Pub zijn vaste stek te maken. Zijn nieuwe band
heette The Creatchers en hij begon aan een studie Music Business Administration. Eén van zijn contacten
leidde hem naar zijn eerste muziekvideo en vervolgens maakte Jesse plannen voor de opnames van zijn soloalbum, gevolgd door een verhuizing naar New York City.
'Break Of Day' is een altcountry / rootsrock album, dat eenzelfde overrompelende frisse energie uitstraalt als
destijds Steve Earle's 'Guitar Town'. De titel refereert aan een gedicht van William Blake, "Hear The Voice":
de nieuwe morgen breekt aan, we hebben de nacht overleefd en kunnen er een goed verhaal over vertellen.
Ook de volgorde van de tracks is nauwkeurig bepaald, naar het voorbeeld van Josh Rouse, om de spanning
van dit album op te bouwen.
Dat lukt voorbeeldig, "Love On The Charles Bridge" is sterk en een beetje rauw, "Promises" krijgt een intro
met bezielde blazers, er wordt ook uitstekend piano gespeeld en dit nummer, dat door Jesse's vader werd
geschreven, doet denken aan Southside Johnny en zijn Asbury Jukes. In het shanty-achtige koortje van
"Fisherman" zingt Jesse's zus mee en ik word verliefd op de dappere banjo, die een duel aangaat met de
zelfverzekerde elektrische gitaar. Halverwege lijkt het liedje afgelopen te zijn -gespannen stilte- om dan
gewoon opnieuw te beginnen.
"Don't Change", de eerste single, heeft zo'n prachtig arrangement dat het op iedereen's persoonlijke hard
drive gegrift blijft staan. "Vampires", nog zo'n intrigerende song, met fiddle en engelenzang op de
achtergrond, terwijl Jesse waakzaam blijft: "In this house we're not alone...". Mijn favoriet is toch "Life
Lonely Road", dat wordt een klassieker! Zang van twee broertjes, fiddle en de banjo duikt ook weer op in dit
ritmische Acadian getinte werkje. Het leven mag dan een eenzame weg zijn, dat is niet zo erg - met muziek
op de koptelefoon van deze nieuwe altcountry ster!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 152 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Robin Adams
Album:
The Garden
Label:
Backshop Records
vrijdag 5 juni 2015
De stem van Robin Adams uit Glasgow doet zowaar denken aan die van Robin Holcomb. Nou ja, een beetje
dan.
Come paint me the stars.
Show me the magic that shines in the dark.
Shimmering voices that sing from so far.
Spiralling angels all falling there way to your heart.
Roy Harper en Bert Jansch. Ook die mogen genoemd worden. Al is er geen enkele referentie die recht doet
aan het bijzondere dat stem en voordracht van Robin Adams aankleven. Dit is een singer-songwriter plaat
pur sang. En dientengevolge zal alleen luisteren naar deze man, zijn stem én zijn gitaar, de uitzonderlijke
kwaliteit van The Garden aan het licht brengen. Dan alleen zal de prachtige melodie van bijvoorbeeld
Troubled Skies te horen zijn. Dan zal de gedachte dat het hierboven geciteerde The Garden (het
titelnummer) over Vincent van Gogh gaat, werkelijk hout snijden. Dan zal de gruwel van de oorlog die hij
beschrijft in Collision Cours, dat een verwantschap kent met het gedicht Le Dormeur du Val (1870) van
Rimbaud, bij de keel grijpen.
Les parfums ne font pas frissonner sa narine;
Il dort dans le soleil, la main sur sa poitrine,
Tranquille. Il a deux trous rouges au côté droit.
Vredig. Er zijn twee rode gaten in zijn rechterzijde.
Robin Adams zingt overigens alleen in het Engels. En al klinkt er in Holy Smoke dan een cello en lijken Street
en Need Not Turn zowaar wat dikker aangekleed te zijn dan de andere liedjes (al moet u ook dan niet aan
winterjassen of opstaande kragen denken), het is kaal wat de klok staat. Met zo’n stem, met zulke mooie
liedjes, met zoveel poëzie in woord en daad is dat bepaald niet erg.
Wim Boluijt
Artist:
The Dirty Aces
Album:
From The Basement
Label:
V2 Records
woensdag 3 juni 2015
Soms ligt een cd langer op de plank voor een beoordeling dan nodig. Muziek is, wat mij betreft,
stemmingsafhankelijk en dan kan het gebeuren dat een cd als ‘From the basement’ pas later doordringt. De
Engelse formatie The Dirty Aces blazen je namelijk van je stoel af met stomende (garage)blues/rock die het
scherpe van de Black Keys en het zompige van Johnny Mastro & Mama’s Boys samensmelten tot een eigen
sound.
Middelpunt is zanger/mondharmonicaspeler Giles Robson die vooral opvalt door zijn soms felle en
gevarieerde harpspel en gitarist Filip Kozlowski die er de ene rif en lick na de andere uitgooit met enkele
solo’s waar de vonken vanaf spetteren. Het geheel kan natuurlijk niet zonder de ritmesectie bestaande uit
Tommy Hull op de bas en Simon Small op de drums. Zij zorgen voor een strak ritme en zware sound, vaak
ingeleid door de bas met veel distortion.
Op elk album heb je natuurlijk je favoriete en minder favoriete nummers, op dit album zijn mijn favorieten
toch vooral de nummers met veel harp en een vette smerige, baslijn, zoals “Sinnin’ against me” en “Ain’t no
forgettin’”en laten die nou net in overtal zijn.
Waar in het begin de cd lang op de plank bleef liggen, staat hij nu vaak op. Dat geeft maar weer aan dat je
niet te snel moet oordelen op een eerste indruk, want ook in dit geval blijkt dat je dan veel moois laat liggen.
https://youtu.be/miLSrtwLG1s
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 153 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Cody Canada & The Departed
Album:
HippieLovePunk
Label:
Blue Rose Records
dinsdag 2 juni 2015
Na ruim vijftien jaar, zeven studio- en drie live-albums houdt de in Amerika populaire rockformatie Cross
Canadian Ragweed in 2010 op te bestaan. Boegbeeld Canada gaat verder onder de naam Cody Canada &
The Departed, waarmee hij in 2011 This Is Indian Land opneemt, een redelijk goed album met uitsluitend
covers als eerbetoon aan zijn muzikale helden uit Oklahoma, de staat waar hij sinds zijn tiende woont. In
2012 blijkt hij leider af, als zijn naam onderdeel wordt van The Departed. Muzikaal gezien pakt dat niet zo
goed uit, want hun album Adventus bevat voornamelijk hardrock en enkele weinigzeggende ballades. Voor
deze mislukte koerswijziging lijkt vooral nieuw groepslid, mede-songschrijver en co-zanger Seth James
verantwoordelijkheid te nemen, gezien het feit dat hij de groep vrijwel direct daarna verlaat. Cody Canada is
weer het gezicht van The Departed en muzikaal aanvoerder. Hij schrijft alle nummers van de nieuwe plaat
HippieLovePunk en houdt de productie in eigen beheer. Het eindresultaat is kwalitatief vergelijkbaar met het
sterke repertoire van CCR, zo geïnspireerd klinkt de plaat waar de zogenoemde Red Dirt-rock weer volop
vanaf spat. Dat betekent stevige rock, met invloeden uit country, heartland, boogie en Southern, doorspekt
met heerlijke flarden piano-rock ‘n’ roll (à la Jerry Lee Lewis) of doorweeft met warm ondersteunende
orgelbijdragen, natuurlijk alles gevat in zeer genietbare, voortrollende melodieën, rechttoe rechtaan ritmes,
waarin het lijzige stemgeluid van Canada heel mooi gedijt. Zeer geschikte muziek voor een autoritje van
uurtje of wat.
Huub Thomassen
Artist:
Natalie Prass
Album:
Natalie Prass
Label:
Columbia
dinsdag 2 juni 2015
Poppenhuismuziek. Dat is wat Natalie Prass maakt. Dat kleine, meestal binnensmonds verblijvende
stemmetje. De pietepeuterige arrangementen waarin strijkers en blazers een grote rol spelen: je ziet de
kamertjes voor je waarin stoeltjes en bankjes staan. Aan de muur schilderijtjes. En kijk, daar staat een klein
draaitafeltje met een elpeetje erop. Ervoor ligt een hoesje. Natalie Prass staat erop. Matthew E White, de
talentvolle muziekman die met weinig opzienbarende platen toch zoveel aandacht weet te verkrijgen, hielp
haar een handje. Het resultaat is middle of the road (wie kent deze term nog?) aangelengd met wat bleke
soul. Het gekunsteld zingen van Prass gaat na verloop van tijd nogal tegenstaan. Dit debuut van de
achtentwintigjarige achtergrondzangeres van Jenny Lewis mag echter niet als mislukt terzijde geschoven
worden. Daarvoor is het met teveel zorg en toewijding gemaakt. Voor wie nooit met poppenhuizen speelt,
lijkt het echter verdacht veel op kitsch.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 154 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Willie Nile
Album:
If I Was A River
Label:
Blue Rose Records
maandag 1 juni 2015
Willie Nile poprocker uit New York, komt met een pianoplaat op de proppen. Het zat al een tijdje in zijn
hoofd om nummers met dezelfde Steinway op te nemen, als welke hij gebruikte voor zijn tweede album in
de Record Plant Studio op 8 december 1980. Hij zat in studio A, John Lennon en Yoko Ono in studio C. Zoals
bekend werd Lennon nog diezelfde dag doodgeschoten. De terugkeer na 34 jaar naar deze studio en
natuurlijk in het bijzonder die speciale herinnering aan Lennon, gaf een speciale tint aan de opnames van If I
Was A River. Aldus Nile’s inleidende stukje op de binnenzijde van het cd-hoesje.
Wie zijn discografie kent, weet dat op elk album wel een pianoballade staat. Maar een hele plaat vol, dat
zette me toch wel even op een ander been. Nile is op de eerste plaats een rock & roller en geen balladeer.
Toch heeft If I Was A River veel moois te bieden. Nooit zit hij verlegen om fijne melodieën, net zomin als om
mooie metaforen waarmee zijn songteksten over persoonlijke- en maatschappelijke kwesties worden
verbeeld. Een aansprekend voorbeeld in dit verband is het liedje Lullaby Loon. Daarin neemt hij op een
hilarische manier alle populaire muziekstromingen én zichzelf flink op de hak.
De piano en zijn vertrouwd klinkende stem mogen dan de instrumentale hoofdrol vervullen, incidenteel zijn
er mooie, subtiel gedoseerde bijdragen van Steuart Smith op allerhande gitaren, bas, orgels, David
Mansfield op mandoline, akoestisch gitaar viool en Frankie Lee als achtergrondzanger.
Samengevat: het album biedt twaalf verstilde, breekbare, melancholieke en ragfijne liedjes dat, na
intensieve beluistering, niettemin ook doet verlangen naar de rock ‘n’ roller in hem.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 155 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Duke Robillard Band
Album:
Calling All Blues!
Label:
Dixiefrog Records
zondag 31 mei 2015
In 1978 maakt het platen kopende publiek voor het eerst kennis met Duke Robillard op het titelloze
debuutalbum van de band Roomful Of Blues. Sindsdien is hij op ruim vijftig albums te horen, waaronder een
aantal samenwerkingsverbanden met een breed scala aan muzikanten. De veteraan blijft productief en
brengt vrijwel jaarlijks nieuw werk uit. Eind 2014 verscheen onder de naam The Duke Robillard Band de cd
Calling All Blues! en de titel geeft het al aan: het is weer eens een onvervalst blues album geworden. Naast
de zanger/gitarist en naamgever van de groep bestaat deze verder uit drummer Max Teixeira, bassist Brad
Hallen en toetsenist Bruce Bears. Verder is zangeres Sunny Crownover te horen en wordt er gebruik
gemaakt Roomful Of Blues blazerssectie met Rich Lataille (alt- en tenorsax), Mark Earley (tenor- en
baritonsax) en Doug Woolverton (trompet).
In acht zelf gepende nummers en twee covers laat Dukehoren vrijwel alle blues stijlen in de vingers te
hebben. De plaat opent met het relaxed rockende “Down In Mexico”, een eerbetoon aan zijn favoriete
vakantieland. De Hammond van Bruce Bears en de blazerssectie geven dit nummer een lekker stuwende
drive. Een sterk begin. Wat volgt is een lesje blues geschiedenis, waarin hij inspiratie put uit diverse stijlen
vanaf jaren dertig vorige eeuw tot op het heden.
Om er nog wat nummers tussenuit te pikken: “Blues Beyond The Call Of Duty” is een heerlijke slow blues,
waarin Sunny Crownover het vocale gedeelte voor haar rekening nummers en The Duke het nummer omlijst
met fraaie jazzy gitaarlicks. “Emphasis On Memphis” is geschreven door Gary Nicholson en Ron Sexsmith. De
eerste tonen van het intro zijn geleend van Wilson Pickett’s “In The Midnight Hour” en het in een goed in het
gehoor liggende soulful song. Nicholson bewijst voor de zoveelste keer een zeer begenadigd songwriter te
zijn. “Nasty Guitar” is een nummer, zoals Duke zelf omschrijft, dat hij speelt als de aandacht van het publiek
begint te verslappen en even met een stevig nummer wakker geschud moet worden. Nu moet je ‘stevig’ bij
deze man wel enigszins relativeren, maar je krijgt bij het beluisteren wel een idee wat hij bedoelt. Ook “I’m
Gonna Quit My Baby” moet even genoemd worden. Oorspronkelijk heeft hij dit nummer samen met
drummer Mark Teixeira opgenomen, maar voor de definitieve versie werd de rest van de band er ook
bijgehaald. De slidesolo werd vorig jaar opgenomen in de periode dat hij met een gebroken hand rondliep en
een aantal Europese optredens moest cancelen. Met de hand ingekapseld en twee vingers aan elkaar
getapet nam hij deze solo op. Enigszins out of tune, zoals hij zelf aangeeft, maar een kniesoor, die hier
aanstoot aan neemt.
Duke Robillard heeft met zijn band een van zijn betere werkjes van de laatste jaren afgeleverd. Hoewel hij
altijd kwaliteit levert zijn de uitstapjes naar het wat gladde jazz werk achterwege gebleven en heeft hij me
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 156 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Anna Coogan & JD Foster
Album:
Birth of the Stars
Label:
Elevate Records
zaterdag 30 mei 2015
Begin vorig jaar woonde ik in Trianon, Nijmegen een optreden bij van Anna Coogan & JD Foster, begeleidt
door drummer Willie B en – voor die gelegenheid – meestergitarist BJ Baartmans. Ik was erg benieuwd naar
hun samenwerking, gezien de verschillen in muzikale ervaring en - opvatting. Zij, de fijnzinnige, verstilde
folk/singer-songwriter met twee prima soloalbums op haar naam, namelijk The Nocturnal Among US uit
2010 (geproduceerd door Mr. Foster) en het prachtige The Wasted Ocean uit 2012. Hij, de eigenzinnige
studiorat en oude rot in het vak van songschrijver, multi-instrumentalist en producer van talrijke artiesten.
Blij verrast was ik over wat ze die avond te berde brachten. De vaak vervormde, onnavolgbare
gitaaringevingen van Foster (toen uitgevoerd door Baartmans) bleken wonderwel te accorderen met de
lieftallige, engelenzang van Coogan. Die avond speelden ze alle negen songs van het onlangs verschenen
album The Birth of the Stars, hun eerste gezamenlijk tot stand gebrachte product, natuurlijk onder
productionele leiding van Mr. Foster zelf.
De aanstekelijke chemie tussen beiden tijdens de live set, vind je ook terug op het album. Waar JD Foster
zich redelijk beteugelt in het gebruik van noisy gitaarwerk en andere geluidseffecten, neemt Coogan door
haar innemende, naturelle voordracht als vanzelf haar eigen ruimte in. Zodoende ontstaat er een spannende
versmelting van neo-traditionele-, progressieve-, tikje psychedelische folkrockpop. Op het met een
chachacha-ritme uitgeruste niemendalletje Simple Little Love na, is er sprake van mooie tot heel mooie
composities die, door de niet alledaagse inkleuring, hun schoonheid niet onmiddellijk prijsgeven. Maar voor
wie het kan opbrengen het album serieus te beluisteren, zal hoogstwaarschijnlijk volop genieten van fraaie
muzikale finesses en fijne melancholie, die The Birth of the Stars rijk is.
Huub Thomassen
Artist:
Harrison Kennedy
Album:
This Is From Here
Label:
Dixiefrog Records
vrijdag 29 mei 2015
De eerste kennismaking met Harrison Kennedy was met het album Soulscape, een verrassend album. Zijn
nieuwste schijf ‘This is from here’ is een totaal andere schijf geworden, geen banjo en niet het experimentele
wat ‘Soulscape’ zo kenmerkt. Hij laat zich begeleiden door een achttal muzikanten waaronder Colin Linden.
Die afwisseling van muzikanten maken de nummers ook zo lekker gevarieerd en tel daar bij op de ervaring
die Harrison opdeed in het zingen in een kerkkoor van Hamilton’s Stewart Memorial Church Choir en zijn
reizen op jeugdige leeftijd in de straten van Detroit en je krijgt een aardig plaatje van hem. Het is een mooie
mix geworden van soulvolle blues met zo nu en dan een flinke scheut gospel met op alle nummers
ondersteuning van Jesse O’Brien op piano, orgel en Wurlitzer.
Bij het nummer ‘Shake the hand’ lijkt Harrison bij Eric Bibb in de leer geweest te zijn, zelfde klasse en sfeer,
maar hij schakelt net zo makkelijk om naar een slow pianoblues ‘Jimmy Lee’ met een meer dan uitmuntende
Colin Linden op gitaar. Op de nummers ‘You, me or us’ en het swingende ‘Crocodile lies’ komen zijn kerkkoor
achtergrond tot uiting, pareltjes. Het uit twaalf nummers bestaande album kent geen zwakke nummers
alleen enkele uitschieters naar boven, een schijf die in geen enkele verzameling mag ontbreken.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 157 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Whiskey Gentry
Album:
Live From Georgia
Label:
Goose Creek Music
dinsdag 26 mei 2015
Gentry betekent zoiets als ‘De deftige stand’, in combinatie met whiskey dus redelijk apart. Volgens schrijver
Hunter S. Thompson (‘Fear and loathing in Las Vegas’, 1971) is ‘the whiskey gentry’ een ‘mix of booze,
failed dreams and a terminal identity crisis’. Maar de CD ‘Live from Georgia’ , opgenomen op 16 en 17
augustus 2013 in Athens, Georgia, is bij mij als een zeer positieve donderslag binnengekomen. De band is in
2010 in Atlanta, Georgia, geformeerd door het echtpaar Lauren Staley en Jason Morrow en bestaat inmiddels
uit zeven musici, naast Lauren en Jason zijn dat Chesley Lowe op banjo, Sammy Griffith op bas, Price
Cannon op drums, Michael Smith op mandoline en Rick Nunan op fiddle. Hun muziek werd door Paste
Magazine beschreven als ‘its fingers picking deep into fields of bluegrass with a punk-inspired kick drum’.
Deze derde CD sinds 2011 bevat ruim 50 minuten van een hele lekkere, energierijke mengvorm van country
en bluegrass, met extra bijdragen van John Keane (‘Uncle Tupelo’, tevens de producer) op pedal steel, Leah
Calvert op vocals en verder incidenteel trombone en trompet. Van de 14 nummers schreef de band er tien,
er zijn covers van o.m. Bill Monroe (de opener, ‘White house blues’).
Ik ken de twee studio-CDs van de band niet, maar live is de band een openbaring, een verrukkelijke en
vrolijke country/bluegrassband. Prachtige, goed gearrangeerde muziek, mooi gespeeld en gezongen. Voor
alle fans van country en bluegrass die een beetje energieke meerwaarde kunnen waarderen! Ik hoor daar
helemaal bij! Aanrader!!!
Fred Schmale
Artist:
Kevin Breit (Feat. Rebecca Jenkins)
Album:
Ernesto & Delilah
Label:
Independent
maandag 25 mei 2015
Kevin Breit never plays the same thing once, aldus een slimme woordspeling van Hugh Laurie, muzikant en
acteur in de serie 'House'. Kevin is zo'n artiest die bij zijn collega's veel beter bekend is, dan bij het grote
publiek. Jazz, blues, wereldmuziek, hij draait er zijn hand niet voor om. Als gitarist werkte deze Canadees
met o.a. Norah Jones, Rosanne Cash, K.D. Lang en Amos Lee. Maar... hij speelt ook zeer verdienstelijk
mandoline, wat hij al eerder liet horen op zijn album 'Field Recording'.
Nu komt hij met het uiterst luxueus verpakte dubbel-album 'Ernesto and Delilah'. De 'Ernesto' disc bevat
instrumentale muziek, gecomponeerd door de Braziliaan Ernesto Ciari, die in 1972 zelfmoord pleegde. Zoon
Romero was nauw betrokken bij deze opnames en verschafte aanvullende informatie over de tumultueuze
relatie van zijn ouders. Kevin Breit zélf is niet te horen op deze disc, alle Portugees getitelde stukken worden
gespeeld door de Upper York Mandolin Orchestra (mandolines, mandola's, mandocello's, bas en percussie),
met als gasten percussionist Cyro Baptista en Grégoire Maret op harmonica, die als fluit klinkt in de solo van
"Uma Longa Escalada". De muziekstijl gaat van klassiek (componisten circa 1900) tot (avant garde) jazz tot
latin. Mijn favoriete, prachtig opgebouwde nummer "Santo Antônio" danst richting traditionele Braziliaanse
muziek, met castagnetten op de achtergrond. Bijzonder. De mandoline kan een nerveus instrument zijn,
maar niet hier!
De 'Delilah' disc bestaat uit duetten van Kevin Breit met zangeres en actrice Rebecca Jenkins in de hoofdrol.
Dit is origineel door Kevin geschreven werk. Hij ontmoette zijn zangpartner tijdens een evenement in
Toronto, ter ere van Joni Mitchell. Rebecca heeft een lieve meisjesachtige stem, die het perfecte contrast
vormt met Kevin's wat ruwe, hese klank. Voor de begeleiding tekende het Upper York Mandolin Quartet, let
op: getalenteerde Kevin Breit bespeelt (meesterlijk) twee mandolines, de mandola en mandocello, vergezeld
door een bassist en percussionist.
Dit is betoverende muziek in al zijn variaties, er zijn invloeden uit het hele stijlen spectrum hoorbaar. De
teksten bevinden zich ergens tussen moderne poëzie en werk van Tom Russell, Warren Zevon, Tom Waits en
Johnny Dowd. Een experimentele collectie songs. Kevin Breit doet alles op z'n eigen manier, als singersongwriter heeft hij een intense, persoonlijke aanpak. Rebecca voegt het lieflijke element toe, dat de muziek
wat toegankelijker maakt voor fans van alternatieve folk en altcountry noir. Maar dan valt er nog genoeg te
ontdekken bij 'the beauty and the weird mandolin master'!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 158 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Wynntown Marshals
Album:
The End Of The Golden Age
Label:
Blue Rose Records
maandag 25 mei 2015
De uit Edinburgh, Schotland afkomstige The Wynntown Marshals hebben onlangs hun derde CD The End Of
The Golden Age in de schappen laten zetten. In 2013 zag ik de band voor het eerst echt live aan het werk,
tijdens het jaarlijkse Blue Rose Christmas feestje. De voorganger, The Long Haul, verscheen in datzelfde jaar
op Blue Rose Records.
Op het erg fraaie The End Of The Golden Age hoor ik meteen dat de band niet stil gezeten heeft. Hun
eigenzinnige Schotse blik op het alt country genre heeft een enorme vogelvlucht gemaakt. De harmony
vocals klinken veel verzorgder dan op beide voorgangers. Wat ook opvalt is de prominente rol die Richie
Noble op toetsen heeft gekregen. In nagenoeg alle nummer zweeft dat subtiele geluidje in de rondte. Het
gitaarduelisme tussen zanger gitarist Keith Benzie en Ian Sloan overtreft deze keer mijn stoutste
verwachtingen. Als songs als Being Lazy en het daarop volgende Red Clay Hill langskomen, voel je gewoon
dat dit album niet meer teleur kan stellen. Better Than Yesterday, The Girl On the Hill en Metagama, beste
vrienden deze songs hebben onherroepelijk een Ozark Mountain Daredevils countryrock feel. Tja, en zoals
jullie willigt weten lust ik daar wel pap van.
Herinneringen en nostalgisch verlangen kruipen op The End Of The Golden Age dicht tegen elkaar aan. Het
resultaat is een prachtige alt country plaat, die we zeker terug zullen zien op de diverse jaarlijstjes van dit
jaar. The Wynntown Marshals in deze vorm spelen Champions league.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 159 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Devon Allman
Album:
Ragged & Dirty
Label:
Ruf Records
zondag 24 mei 2015
In 1999 richtte Devon Allman de groep Honeytribe op, dat twee sterke cd’s afleverde en in 2009 ophield te
bestaan. Daarna trad hij toe tot de groep Royal Southern Brotherhood, waarvan tot op vandaag drie albums
verschenen en waarmee hij inmiddels de halve wereld heeft rond getoerd. Ondertussen hield hij zich ook nog
bezig met solo activiteiten en na het album Turqoise uit 2013 verscheen eind vorig jaar Ragged & Dirty.
Waren al zijn voorgaande albums opgenomen ergens in het zuiden van de Verenigde Staten, voor Ragged &
Dirty reisde hij naar Chicago om onder leiding van de gerenommeerde producer Tom Hambrigde (o.a. Buddy
Guy, George Thorogood, Johnny Winter, James Cotton en Joe Louis Walker) zijn nieuwste op te nemen. Hij
wordt hierop bijgestaan door gitarist Giles Cory (Billy Branch), bassist Felton Crews (o.a. Charlie
Musselwhite), toetsenspeler Marty Sammon (Buddy Guy), terwijl Tom Hambridge achter het drumstel
plaatsnam en tevens vier songs voor het album leverde. Wendy Moten en Bobby Schneck Jr. nemen de
achtergrond vocalen voor hun rekening.
Ondanks het feit dat hij zijn inspiratie ging zoeken in Chicago is het geen Chicago blues album geworden,
maar blijft het herkenbare, wat zware Allman geluid overeind. Het is een fraai en afwisselend album
geworden, waarop de blues en de Southern rock-sound prima gecombineerd worden.
Het album bevat een paar stevige Southern bluesrockers als “Half The Truth”, “Traveling”, “Blackjack
Heartattack” en de titelsong, Luther Allison’s “Ragged & Dirty”. Wat opvalt, is dat nauwelijks te horen is
welke songs door Hambridge en welke door Allman geschreven zijn. De heren voelen elkaar blijkbaar perfect
aan.
Naast de titelsong staan er nog twee covers op het album: “Ten Million Slaves” van Otis Taylor krijgt een
prima, hedendaagse vertolking, het aloude “I’ll Be Around” van de Spinners had wat mij betreft achterwege
mogen blijven. Op het half akoestische “Leavin’” is speelt Bobby Schneck Jr., voormalig lid van Allman’s tour
band sologitaar. Hij doet dit uitstekend en heeft een lichtvoetige stijl, die mooi contrasteert met het wat
steviger geluid van Allman. “Can’t Lose ‘Em All” is een werkje met een funky tintje, dat helemaal past in de
Southern rock traditie. Ondanks het feit dat Devon Allman behoorlijk naam heeft gemaakt in de
muziekwereld, doet dit nummer toch onmiskenbaar denken aan vader Gregg.
“Midnight Lake Michigan” is een lang instrumentaal nummer, waar Allman en toetsenist Sammon elkaar
perfect aanvullen en met het op de resonator gespeelde slotnummer “Leave The City” komt een mooi einde
aan deze cd. De twee overige, nog niet genoemde nummers zijn “Back To You”, een schitterende slow blues
en “Times Have Changed”, een prima rocker. Ragged & Dirty is het beste wat Devon Allman tot op heden
heeft uitgebracht en wat mij betreft mag hij zijn solocarrière de komende jaren voorrang geven boven het
soms wat incoherente Royal Southern Brotherhood gebeuren.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 160 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Martha & the House of Twang
Album:
Long Way From Home
Label:
Independent
zondag 24 mei 2015
Texas Martha is een Amerikaanse countryzangeres. Zij groeide op in de Bluegrass State Kentucky en haar
echte naam is Marty Fields. Op Long Way From Home is lekker pittige country te horen met veelal heerlijke
steelklanken. Het album opent met een flink rockende boogie (Born To Boogie). Een gitaar vol twang en die
eerder genoemde steel klinken vol energie. Take You Down brengt de luisteraar naar het zuiden om daar
lekker van de zon te genieten en flink te dansen. Gitarist Lionel Duhaupas kan zich helemaal uitleven met
dit ruige stompertje. De titeltrack Long Way From Home heeft dat onwennige gevoel met heimwee. Texas
Martha zingt het vol passie. Met Lover’s Lane start de eerste rustige ballade. Prachtig steelwerk begeleidt
deze song over het verwerken van liefdesverdriet. De volgende track Johanna is ook rustig en dit keer
hebben een orgeltje en een smoelschuif de hoofdrol in dit aangename meezingertje. Texas Martha toert af
en toe in Frankrijk en waagt het zelfs om in het Frans te zingen in Streets of Bordeaux. Hierna wordt het
gaspedaal weer flink ingedrukt en wordt het album afgesloten met wervelende en spuitende tracks als
Strike, Do As You Are Told en Gotta Move. Texas Martha is een aanwinst in de swingende country-wereld vol
twang.
Paul Jonker
Artist:
Cameron Blake
Album:
Alone On The World Stage
Label:
Silver Slant Racords
donderdag 21 mei 2015
Cameron Blake uit Grand Rapids, Michigan is een echte folkie die het genre protestsong heeft omarmd, maar
dit op een hedendaagse manier aanpakt. Met ‘Alone in the World stage’ is Blake aan zijn vijfde CD toe sinds
2009, een redelijk opmerkelijke productie! Hij doet het helemaal alleen, met een prachtige stem en
begeleiding van zijn gitaar of piano. Zijn onderwerpen zijn divers, in ‘Rise and shine’ behandelt hij het
complexe probleem van het conflict tussen Israël en de Palestijnen (‘see the uniforms on the teenage boys,
the gorilla scarves and the bomb decoys as the pillars rise along the barbed wire coils. It’s just another call
to prayer through the shellfire noise’), in Detroit ziet hij de problemen van de failliete stad door de ogen van
een alleenstaande, gebroken vrouw, in ‘Ultrasound’ speelt zijn nog ongeboren dochter een rol (‘Settin’ sail in
the deep, tiny fingers, tiny toes on feather feet. I’m a well, you’re a spring, do you know you’re closer than
you’ll ever be to heaven, to home and the secret words that spoke life in your bones’. Mooi beschreven! De
sfeer van de CD is prachtg subtiel, hij doet soms denken aan de vroege Leonard Cohen (‘The fisherman’),
maar een vergelijking met cultheld Mickey Newbury kan ook worden gemaakt.
Zeer de moeite waard, deze ‘hedendaagse protestzanger met zijn prachtige stem’ en poëtische teksten. Een
aanwinst in het genre!!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 161 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Folk Awards 2015
Album:
Folk Awards 2015
Label:
Proper
maandag 18 mei 2015
And the winner is... Op 22 april j.l. werden de Folk Awards uitgereikt tijdens een ceremonie in Cardiff,
rechtstreeks uitgezonden door BBC Radio 2 en BBC Radio Wales. Om een indruk te geven hoe folkmuziek
nog altijd leeft in Engeland: de wekelijkse Radio 2 Folk Show heeft gemiddeld 812.000 luisteraars! Vandaar
dat het elk jaar de moeite loont, om een luxe 2-CD set bij dit Folk Awards gebeuren uit te brengen.
Disc 1 begint met Cara Dillon, die "Moorlough Mary" een dynamisch nieuw jasje aantrekt. Als jong meisje
leerde zij deze Noord-Ierse ballade van 'Man of Songs' Paddy Tunney. Ook Jez Lowe kennen wij hier goed,
hij is vertegenwoordigd met "The Pitmen Poets", een eerbetoon aan mijnwerkers in het Noord-Oosten van
Engeland, die over hun werk en gemeenschap zongen. Voor de derde nominatie pakken we disc 2, Julie
Fowlis met "Do Chalum", een op muziek gezet gedicht van John MacLean voor zijn in 1960 jong overleden
broer. Maar... winnares van de Folk Singer of the Year Award is Nancy Kerr en wij luisteren naar haar eigen
werkje "Never Lay Them Down", waarin zij heel knap de bewoordingen van een traditionele folk song
gebruikt om het leven in een moderne Engelse stad te omschrijven. Zo zouden wij de hele show na kunnen
spelen!
Laat ik mij beperken tot wat opvallende tracks uit deze collectie: het klaaglijk raadselachtige "It Would Not
Be A Rose" van Josienne Clark & Ben Walker (Best Duo). The Will Pound Band tekent voor een fijne lange
traditionele jig rond Will's virtuoze harmonicaspel. Sam Sweeney (Musician of the Year) brengt ook een
instrumental, uit een project over de geschiedenis van zijn viool.
Loudon Wainwright III (Lifetime Achievement Award) laat een staaltje wrang opmerkingsvermogen horen in
"God And Nature". De groep 9Bach zingt een modern bewerkte traditional in 't Welsh en hun 'Tincian' werd
Best Album. Peggy Seeger's "Swim To The Star" (Best Original Song) herdenkt de ondergang van de Titanic.
Bekende namen zijn vader & dochter duo Martin & Eliza Carthy, maar... O'Hooley & Tidow tourden in
Nederland! Chris While & Julie Matthews vertellen in het opmerkelijke "Dancing Under The Gallows" over een
vrouw die 111 jaar werd - de oudste overlevende van de Holocaust. Er is veel respect voor traditie op dit
dubbel-album en er wordt naar de toekomst gekeken met vier bonus-tracks: live opnames van
genomineerden (16-21 jaar) voor de Young Folk Award (gewonnen door de groep Talisk).
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 162 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Great Dictators
Album:
Killers
Label:
Royal Toad Records
maandag 18 mei 2015
Af en toe krijg ik vreemd muzikaal voedsel op mijn bordje geschept... Wat kan ik mij hierbij voorstellen? The
Great Dictators, een rockband uit Kopenhagen, in de zomer van 2011 opgericht door hun singer-songwriter
Dragut Lugalzagosi. Overige leden zijn Jakob Lundorff en Mikkel Balle, op deze CD 'Killers' doen nog drie
andere muzikanten mee.
In 2012 brachten zij drie EP's uit: 'When I Waltz' (januari), 'Horrorscopes' (juni) en 'Someday, Nothing Will
Happen' (december). Blijkbaar hadden zij inspiratie in overvloed, want al in februari van het daaropvolgende
jaar verscheen de eerste volledige CD 'Liars' en nu is er dus deze: 'Killers'. De eerste single is het nummer
"Strange Ways", dat gelijk waarschuwingsstickers opgeplakt krijgt, o.a. voor gebruik van het F-woord. In de
animated video figureert Vladimir Putin samen met zanger Dragut.
The Great Dictators beroemen zich op hun ongebruikelijke, originele geluid, dat ze omschrijven als een mix
van Americana en Noordelijke melancholie, met grootse emoties en vreemdsoortige instrumenten. De
genoemde zingende zaag is aanwezig, maar banjo, autoharp en mandoline hoor ik niet echt vaak
voorbijkomen. Een piano, trompet en fraaie koortjes vallen hier wel op en dan is er natuurlijk nog de gewone
basis van gitaren, bas en drums. Ja, de weidse donkere arrangementen, die we overigens wel vaker
aantreffen bij Scandinavische rockbands, zijn over het algemeen erg mooi, knap opgebouwd ook en zeer
genietbaar - in het vervreemdende instrumentale titelstuk bijvoorbeeld. Dragut's stem wordt geprezen als
'opvallend, diep en intens', hij klinkt inderdaad heel aangenaam.
Wat de teksten betreft (ik ga op het gehoor af, omdat ze nergens na te lezen zijn), krijg ik de indruk dat er
behoorlijk tegen religieuze opvoeding ("Your church is not my church") en politiek aangeschopt wordt, dan
wil de muziek ook nog weleens venijnig fel en dreigend worden. Vrijheid van meningsuiting, natuurlijk, maar
dit is niet helemaal mijn ding. Ik voel soms een zekere vijandigheid, die mij een ongemakkelijk gevoel geeft.
Al stellen positieve oproepen als "Let's all just get along" en "Try to make friends with your past" mij dan
weer enigszins gerust.
Ik kijk nog even op FaceBook en daar zie ik dat een paar rijk getatoeëerde bandleden hun bloederige handen
wassen in de keuken. Wat is daar in vredesnaam gebeurd met Kerst? Verderop staat dan weer een foto met
twee schattige hondjes: 'We wanna be your dawgs'. Tegenstrijdigheid alom! Voor wie er weg mee weet…
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 163 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Doug Burr
Album:
Pale White Dove
Label:
Velvet Blue Music/Spune
zondag 17 mei 2015
Als je de EP Trembling Lips & Pale Fingertips (2012) niet meerekent dan is Pale White Dove, Doug Burr’s
vijfde album. Van de muziek, van deze uit Denton, Texas afkomstige singer-songwriter, geniet ik al meer
twaalf jaar. Burr maakte in 2004 het droomdebuut The Sickle & The Sheaves. Daarna volgde de evenzo
bejubelde opvolgers On Promenade (2007), The Shawl (2009) en O Ye Devastator uit 2010. Pale White Dove
heeft dus even op zich laten wachten maar, verklapt deze kroegbaas nu alvast, het wachten wordt beloond.
Stond Burr, op zijn vorige albums, bekend om zijn humeurige donkere sound, verrast hij vriend en vijand
door te openen met ze zeer catchy opener White Night/Black Light. Nog nooit heb ik Burr op die manier zien
vuurspugen, als dat hij dit daar nu laat horen. Het daarop volgende Never Gonna Be Young Again is dat niet
anders. Ik hoor een donkere versie van Friday On My Mind van The Easybeats. Net toen ik dacht dat ik toe
was aan een rustpuntje knalt Revolution Son Blues uit mijn gloednieuwe Sonos installatie. Weet nu meteen
wat de toegevoegde waarde is van de Sonos Sub. Burr’s artistieke, tekstdichterlijke gave en muzikale
creativiteit hebben overduidelijk een groeiproces ondergaan. I Love To Hate You! Ryan Adams zou willen dat
hij het geschreven had. Waar is Doug Burr druk mee geweest, vroeg ik mij af.
When you’re playing the Soldier’s Joy you play it a little faster
Upon the whirlwind I see natural disaster
Ever heard the sound of the blues runnin’ backwards
Them wedding bells ain’t ringers – they’re crashers
Het verlies is verwerkt. Met gebalde vuisten is het tijd om terug te slaan, zo lijkt het. Dit album klinkt zo
anders dat je, je maar moeilijk kunt voorstellen dat hij dit weer geflikt heeft met zijn maatje, producer en
multi-instrumentalist Britton Beisenherz. Luister toch eens naar From The City Of The Bride en When The
Arrow Hits The Sparrow. De namen van deze muzikanten, die deze nummers tot een spektakelstuk
verheffen, wil ik jullie niet onthouden. Eric Pulido op gitaren, Glen Farris Squibb op bas, Amanda Leggett
harmony vocals en Dave Sims op drums. Tja en dan, I See Satan Fall Like Lightning! Laat David Eugene
Edwards het maar niet horen!
There’s a Power in the air – got the tongues all combinin’
Oh my little refugee, ain’t never gonna find it
Got the violence in the veil and the veil in the violence
Whiskeytown meets 16 Horsepower, maar dan met veel meer structuur en bravoure. White Night/Black Light
is het beste wat ik op alternatief country rock gebied gehoord heb dit jaar. Springlevende muziek gemaakt
door een man die weet hoe je emotionele uitbarstingen muzikaal, tekstueel verstaanbaar de wereld in
slingert. Doug Burr maakt, wat mij betreft, nu al het album van het jaar.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 164 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Elders
Album:
Story Road
Label:
Independent
zondag 17 mei 2015
Bij de eerste maal beluisteren van deze prima CD ging ik ervan uit dat de band ‘The Elders’ ergens in Ierland
zijn domicilie had, maar niets is minder waar. Dit goede en soms lekker rockende Keltische geweld komt uit
de USA, uit Kansas City in Missouri om precies te zijn. De groep werd in het leven geroepen in 1998, toen
een zestal liefhebbers van Ierse muziek besloot samen hun geliefde muziek te gaan spelen. Tot dusver heeft
dat een zestal studioCD’s, een viertal live-CD’s, drie DVD’s en een compilatieCD (‘The best of The Elders vol
1’) opgeleverd en ‘Story Road’ is de zevende studioCD, wel met een paar live opgenomen tracks erop. De
instrumentatie is op-en-top Iers met viool, fiddle, whistles, uilleann pipes, mandoline, banjo, bodhran,
gitaren, maar ook bas, drums, percussie, keyboards. Vier van de zes heren zingen, waarbij de harmonieën
heel fraai klinken. In het verleden was er altijd wel een accordeonist bij, maar op dit moment niet. Het
repertoire is divers, van heel erg Iers (zoals ‘Road to ruins’ met een hoofdrol voor de whistle en ‘Naughty
Bridget’ met hoofdrollen voor fluit, whistle, bodhran, mandoline en fiddle) via Iers-geïnspireerd (het
rockende ‘Saint Patrick’s battalion’ met zijn uitgesproken stevige drumpartij) tot echte folkrock (zoals de
opener ‘Meetings of the waters’ en het in fiddles gedoopte stampende nummer ‘Thirteen days’). Het
prijsnummer is het instrumentaaltje ‘Happy feet’, op-en-top Iers, met tempowisselingen en waarbij live
ongetwijfeld een aantal Ierse dansers zullen meedoen, zo’n nummer is het. Americana-invloeden zijn
onmiskenbaar aanwezig gedurende de gehele CD, maar nergens zo manifest als in ‘The miners’, waarin het
lijkt alsof The Eagles een inspiratiebron waren.
Een heerlijk aanstekelijke Keltisch-ingevulde supergave CD. Wat een heerlijke band, ‘The Elders’! Verveelt
geen moment, het is moeilijk stilzitten met dit vrolijks! Extra pluspunt voor de zeer gave en voor dit genre
uitermate geschikte stem van Ian Byrne.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 165 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Johnny Dowd
Album:
That's Your Wife On The Back Of My Horse
Label:
Mother Jinx Records
vrijdag 15 mei 2015
Johnny is één van mijn helden. Op 13 juni 1998 hoorde ik hem voor 't eerst live op de radio, tijdens VPRO's
Studio Amstel Festival. De andere, destijds nog onbekende gasten waren The Handsome Family en Bonnie
Prince Billy. Gelukkig had ik een (gebruikte) tape in mijn cassetterecorder gestopt! 'Wrong Side Of Memphis',
Johnny's opzienbarende eerste solo-album, zag ook het levenslicht als eigen gemaakte demo cassette.
Geboren in Fort Worth (Texas) en nog steeds werkzaam bij verhuisbedrijf Zolar in Ithaca (New York), weet
Johnny zijn levensverhaal altijd op een kleurrijke manier te vertellen. Na een verschijning in de film
'Searching For The Wrong-Eyed Jesus' (2003) en talloze albums, wilde hij voor z'n nieuwste terug naar de
doe-het-zelf opnamestijl van zijn eersteling.
Deze veertien tracks heeft hij gekozen uit het dubbele, in twee jaar tijd vastgelegde aantal. Eerst de muziek
opnemend met zijn 'seven-track recorder' (één track is kapot), als altijd puttend uit verschillende stijlen.
Daarna ter inspiratie zijn notitieblok vol gedichten en teksten erbij pakkend. Hij gebruikt al vijfentwintig jaar
dezelfde Electro-Harmonix DRM16, maar hij wilde een ander soort geluid horen, dus mix en mastering
werden deze keer uitbesteed aan Matt Saccuccimorano. Normaal heb ik een hekel aan ingeblikte drums,
maar het hoort gewoon bij Johnny!
De inventieve titel komt uit Johnny Guitar Watson's "Gangster Of Love" (1957). Hij maakte er een gedicht
van en dat opent, gedoopt in vervormde gitaargeluiden, het album. Johnny vond het ook mooi passen bij de
cover foto van zijn overgrootvader, die sheriff was in Oklahoma. Op deze CD vervult Anna Coogan de rol van
zingende engel, die tegenwicht geeft aan Johnny's eigenwijze voordracht, soms opzettelijke off-key zang en
zwarte humor. Ze echoot moeiteloos Johnny's woorden in haar rollen van country diva tot 'banshee'.
Natuurlijk verwijst hij op één track ("White Dolemite") naar zichzelf - en naar Archie Bell. De "Cadillac
Hearse" brengt ons met fantastische gitaar riffs naar New Orleans en ook "Why?", met soul invloeden, is een
nieuwe Dowd-klassieker. Het album eindigt met een lang stuk, waarop Willie B (drums) en Mike Edmondson
(toetsen) meespelen, Johnny's dankwoord is kostelijk!
Mocht u soms denken dat het leven niet eerlijk is: "Fair is where you go if you want to see the pigs race /
Fare is what you pay the bus driver to get you to another place". Uitstekend album, of zoals 'Master of the
Absurd' Johnny het zelf zou spellen: "Xcellent".
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 166 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Paul Brady
Album:
The Vicar St. Sessions Vol 1
Label:
Proper
vrijdag 15 mei 2015
Met een bescheiden capaciteit van 750 bezoekers is Vicar Street bekend geworden als de beste plek in het
Ierse Dublin om muziek te beleven. Paul Brady nam de club tijdelijk over in oktober 2001, zo kunnen we dat
wel stellen. Hij wilde zijn destijds dertigjarige carrière herbeleven tijdens een 'Paul Brady Month' van drie-entwintig avonden, waarop een bonte verzameling muzikale gasten zijn concerten opluisterde. Het gewaagde
plan bleek een doorslaand succes en er was blijkbaar veel vraag naar opnames van deze inmiddels
legendarische concertreeks, want wij schuiven nu deel 1 op disc in de speler. Voor de fanatieke fan is er een
genummerde, gesigneerde uitgave op vinyl, maar de kartonnen CD-hoes ontvouwt zich ook tot een mooi
verzamelexemplaar met kunstzinnige foto's en boekje.
Dan komen we bij de muziek! Paul Brady, geboren in Noord-Ierland (1947), is een singer-songwriter, die
vooral bij zijn collega's in hoog aanzien staat. Zijn liedjes werden al door talloze artiesten wereldwijd
gecoverd. Na een korte uitleg beginnen Paul en zijn band enthousiast aan "I Want You To Want Me". De
eerste gast is niemand minder dan Mark Knopfler, hij zingt de leadvocal in "Baloney Again" en speelt
elektrische gitaar. Elders gaat Gavin Friday in duet met Paul, terwijl Maurice Seezer, als partner-in-crime
aangekondigd, piano speelt met de band. "In This Heart" (met Sinéad O'Connor) wordt loepzuiver a-capella
gezongen, terwijl Van Morrison blazers in zijn kielzog meekrijgt, voor een krachtig "Irish Heartbeat"
uiteraard.
De onovertroffen Bonnie Raitt betreedt het podium voor "Not The Only One", als duet gezongen, terwijl zij
elektrische gitaar speelt en bij aanstekelijk "The World Is What You Make It" neemt Bonnie de slide ter hand.
Voor de ingetogen ballades "Don't Go Far" met Curtis Stigers en "Last Seen October 9th", huiveringwekkend
mooi met Eleanor McEvoy, neemt Paul plaats achter de piano. Ronan Keating is de gast-vocalist in het
enigszins bombastische "The Long Goodbye" en de disc eindigt met Bob Dylan's "Forever Young", waarbij
Mary Black, Moya Brennan en Maura O’Connell coupletten plus koortjes zingen.
Dit is een mix van folk, pop, rock en wat traditionele muziek. De tracks, inclusief aan- en afkondigingen, zijn
vakkundig geknipt, cruciaal bij een goed live-album en lopen mooi in elkaar over. Dankzij de perfect gekozen
locatie houden de concerten een bepaalde intimiteit en het speelplezier knalt er aan alle kanten vanaf. Waar
wordt het feestje gehouden, om de nieuwe CD te lanceren? U mag één keer raden!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 167 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Bros. Landreth
Album:
Let It Lie
Label:
Slate Creek Records
vrijdag 15 mei 2015
Let It Lie, het debuutalbum van de Canadese roots-rockers The Bros. Landreth. Met deze zin zouden kenners
direct een link kunnen leggen naar die andere gelijknamige roots-rocker Sonny Landreth. Namen zijn namen
en in dit geval, blijft het daarbij. Het muzikale DNA in het bloed van de gebroeders David en Joey Landreth
werd door hun ouders ingegeven. De kleine snotneuzen bezochten, samen met hun moeder, Pa’s live
optredens tot ze erbij neer vielen. “We were always around music. We had no choice! We were baptized into
it.” Laat frontman en songwriter van de band Joey Landreth weten. Het resultaat is een noemenswaardig
debuutalbum waar blues, folk, americana en southern-rock zonder te blikken of te blozen doorelkaar
gehutseld worden.
Zoals gezegd niet gerelateerd aan… en toch hoor ik enige gelijkenis in het de manier hoe Joey Landreth
zingt. Het ligt er op sommige momenten gloeiend tegenaan hoor. De band bestaat verder uit drummer Ryan
Voth en toetsenist Alex Campbell. Op Let It Lie hoor je overwegend netjes gearrangeerde songs. De broertje
vliegen nergens uit de bocht waardoor de melodielijnen, na een aantal draaibeurten, ongelofelijk in je hoofd
blijven hangen. De plaat opent met het uiterst radiovriendelijke Our Love. Als het daaropvolgende
Firecracker volgt weet je eigenlijk al hoe zit. De kwaliteit dan dit album zit in de doordachte
voorspelbaarheid. Luister maar eens naar Let It Lie. Ik krijg een Desperado (Eagles) gevoel. Er is een video
van I Am The Fool. Bekijk hem maar eens en oordeel zelf.
Ik lust hier wel pap van. Geen groots opgezette plaat. Elk liedje staat precies op de goede plek. Deze band
zou je volgens mij het beste kunnen beoordelen als je ze live aan het werk ziet. Nummers als Runaway Train
en Going To The Country zouden dan weleens compleet kunnen ontsporen. Deze fijnbesnaarde band geeft
haar visitekaartje af. Niets meer, maar zeker ook niets minder. Nu maar hopen of wij The Bros. Landreth
binnenkort ook op Nederlandse podia mogen verwelkomen.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 168 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Weepies
Album:
Sirens
Label:
Nettwerk Productions
donderdag 14 mei 2015
Satelliet Suzy.
Telkens als ik u zie.
Schijnt jouw licht over mijn planeet.
Hoe hoger je staat, hoe mooier je heet.
Oh, Suzy.
Je draait wat rond me heen.
Zo hoog boven de wolken eenzaam en alleen.
Je vangt daar vast veel zon.
Als ik dat toch eens kon.
Satelliet Suzy.
De woorden van Stijn Meuris komen op wanneer ik naar Sirens van The Weepies luister. De man van
Noordkaap zingt over het gemak waarmee de satelliet door de ruimte zweeft.
Als ik dat toch eens kon.
Het gemak waarmee Deb Talan en Steve Tannen hun liedjes zingen en spelen doet me beseffen dat het toch
vaak behelpen is met al die muziek waarmee we om de oren worden geslagen. Een kwestie van talent,
ongetwijfeld. En het vermogen om levenservaringen vorm te geven. Het duurde vijf jaar voordat dit vijfde
album Be My Thrill (2010) opvolgde. Ongetwijfeld speelde Talans borstkanker hier een rol. Al moet je dit ook
weer niet groter maken dan het is. Ik doel hier op de interpretatiezucht die menig bespreker regelmatig
aankleeft. Tegelijkertijd kan ik het niet laten om tijdens het luisteren de prachtige cover van Tom Petty’s
Learning To Fly te denken aan de vrouw die ik ooit verpleegde. Ze was genezen verklaard van kanker. Maar
ze kon het niet meer, leven.
I'm learning to fly, but I ain't got wings.
Coming down is the hardest thing.
Well the good ol' days may not return.
And the rocks might melt and the sea may burn.
Is er een album dat met een mooier tweetal begint dan dit? River From The Sky en No Trouble. Het echtpaar
zingt ze samen, zoals alle andere liedjes. O zeker, er zijn zorgen te bespeuren, zeker in Trouble. En ook in
de liedjes, maar liefst zestien, die daarna volgen. Maar liefde en levensvreugde (zie ze hieronder met de kids
in bed) spelen de eerste viool.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 169 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Hayward Williams
Album:
The Reef
Label:
Independent
dinsdag 12 mei 2015
Het was op 6 oktober 2007 dat ik voor het eerst muziek hoorde van de muzikant Hayward Williams. Dat was
tijdens Take Root en ik was verbouwereerd door de passie en schoonheid van zijn muziek. In mijn recensie
in Country Gazette schreef ik onder meer het volgende: De jonge troubadour uit Milwaukee doet zijn laatste
nummers in zijn eentje. Als na de laatste noot het publiek spontaan opstaat en Hayward Williams overlaad
met een overdonderend applaus, dan weet de jonge man zich geen raad en verlaat met zijn handen voor
het gezicht het toneel. Het leven kan toch zo mooi zijn!
In 2007 verscheen zijn derde wonderschone album Another Sailor’s Dream en er zouden nog twee geweldige
albums volgen. The Reef is Hayward’s zesde schijf en daar is heel wat aan vooraf gegaan. Op een vliegveld
in Australië werd Hayward overvallen door paniekaanvallen. Een gevolg van complete uitputting. The Reef is
een soort helend album, waarop een ‘herboren’ muzikant is opgestaan. Uitgangspunt vormde de soulrijke
muziek van Van Morrison’s klassieker Moondance. The Reef werd in 2 dagen opgenomen en de tien tracks
klinken heel direct. Troubadour Jeffrey Foucault zat achter de knoppen en naast zijn spel zijn er bijdragen
van multi-instrumentalist Matt Lorenz, Billy Conway (drums) en Jeremy Moses Curtis (bas). High Street is de
openingstrack en meteen valt die heerlijke soulvolle stem van Hayward Williams op (denk bijvoorbeeld aan
Stevie Winwood). Leuk klinkt dat in combinatie met die sfeerrijke backing vocals. Die koortjes zijn praktisch
op elk nummer te horen en Jeffrey Foucoult, Matt en Kate Lorentz zijn daar verantwoordelijk voor. In de
openingstrack gaat het over het ongemak om op partijtjes te zijn. In de volgende track Helpless Hands stelt
hij zich kwetsbaar op en zingt: If I go under, will you go under with me.
I was In love is een van de prijsnummers. Wat een heerlijk voortkabbelend liedje. Down To The Pier heeft
een mooi arrangement met de steel van Alex McCollough in combinatie met zoete koortjes en zacht
trompetgeschal. Daarnaast zit het up tempo nummer Beginnings knap in elkaar. Kortom er valt weer heel
wat te genieten op deze soulvolle schijf van Hayward Williams.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 170 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ron Sexsmith
Album:
Carousel One
Label:
Cooking Vinyl
dinsdag 12 mei 2015
Sure as the sky is wide, to hold every prayer inside
As sure as the sky is, I know things are looking up
(Sure As The Sky)
Ron Sexsmith, anyone? Meestal volgt dan een stilte. In een enkel geval lijkt het alsof er op ‘play’ is gedrukt.
Een niet zelden wat onsamenhangend betoog waarin woorden als ‘miskend’, ‘geniaal’, ‘beste liedjesschrijver’
en ‘volkomen onterecht’ worden gebruikt, volgt. Want ook in het zo kleine wereld van ‘onze’ muziek tiert het
geloof welig. Kleine evangelisten die elkaar de loef trachten af te steken: predikers van pracht. Geloof het nu
maar! De subjectiviteit van het smaakoordeel is onontkoombaar. Erg in mijn nopjes met Kintsugi (2015) van
Death Cap For Cutie dat ik een paar keer online beluisterde, lees ik daarna met verbazing een aantal uiterst
kritische recensies. En de lof die Carrie & Lowell (2015) van Sufjan Stevens vooruit snelde, werd tijdens het
beluisteren van de uitermate slechte eerste (transparante) persing ontmaskerd: wat een ontzettende
zeurpietplaat is me dat. Al dat gezucht in de liedjes die ook allemaal nog eens op elkaar lijken en bol staan
van zelfbeklag, grrr. Vergis ik me in het laatste geval? De tijd zal het leren.
Ron Sexsmith dus. Carousel One, vernoemd naar de bagagetransportband van het vliegveld van Los Angeles
waar de koffers van de vluchten uit Toronto aankomen, is zijn veertiende album. Sinds Ron Sexsmith (1995)
luister ik naar zijn werk. Mooiere liedjes dan Speaking With The Angel, There’s A Rhythm en Secret Heart, ik
ken ze niet. Als Mitchell Froom hem produceert (zoals op Forever Endeavour uit 2013 na enige tijd weer eens
het geval was), lijkt hij het best tot zijn recht te komen. Een stelling die meteen onderuit gehaald wordt door
het door Jim Scott geproduceerde Carousel One. Die laat me het orgel van John Ginty gewoon in de Cor
Steyn/Klaus Wunderlich modus opereren. Zeer fraai! En met Bob Glaub, Don Heffington en Jon Graboff erbij
is de technische uitvoering van de liedjes natuurlijk meteen boven alle twijfel verheven.
Een goede plaat dus? Zeker. Maar de muziek van Ron Sexsmith is, net als die van Jesse Winchester en Nick
Lowe, wat de Engelsen een acquired taste noemen. Precies dát zullen de liefhebbers van dat laatste album
van Sufjan Stevens me in het gezicht willen werpen. En gelijk hebben ze.
Wim Boluijt
Artist:
The Bloody Jug Band
Album:
Rope Burn
Label:
Independent
dinsdag 12 mei 2015
Deze Amerikaanse 8-koppige formatie heeft in Nederland al een kleine schare volgers en dat mogen er van
mij meer worden. Zij brengen een mix van soulvolle blues/swampblues/rock/folk die staat als een huis, zo
start het album met ‘Volfkiller’, met een muur van geluid, waar gelijk het vocale geweld van Cragmire Peace,
ondersteund door Stormy Jean al gelijk opvallen en die lijn trekken zij door in ‘Dorothy Gale’.
Het derde nummer, ’13 Steps’, kondigt al een wijziging aan, volume gaat wat naar beneden en Stormy Jean
neemt het voortouw met een stem die iets weg heeft van Melanie, prachtige achtergrondzang, langzaam
opzwepend ritme, melancholische harp, een nummer wat je pakt. ‘Beautifull corps’klinkt zoals de tekst,
luguber en geheel in die lijn volgt ‘Wanted man in hell’ met mooie slide gitaar en banjo, alweer een pareltje.
En zo kunnen we nog wel even door gaan, maar dit album moet je zelf beleven, de sfeer veranderd
voortdurend, mede mogelijk door de vele instrumenten en de zang, die afwisselend door Gragmire Peace en
Stormy Jean gedaan worden, ga er maar aan staan.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 171 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Jellyman's Daughter
Album:
The Jellyman's Daughter
Label:
Independent
dinsdag 12 mei 2015
Een Jellyman is volgens de ‘urban dictionary’ een pedofiel of iemand die van jelly (dat glibberige
Angelsaksische doorzichtige puddinkje) houdt. Wat we ons moeten voorstellen omtrent de dochter van zo’n
persoon laat ik aan de eigen verbeelding van de lezer over. De muzikale ‘The Jellyman’s daughter’ is het uit
Edinburgh afkomstige duo Emily Kelly (zang, soms ook gitaar) en Graham Coe (cello en zang). Ze omarmen
folk en wel de UK-folk, zij het met de nodige Americana-accenten. Aangevuld in de begeleiding door (zij het
niet altijd) bas, banjo, fiddle en mandoline brengen zij op dit debuutalbum (opgenomen in 2013) 9 eigen
songs, een traditional (‘Darling Corey’, bijna 100 jaar geleden ‘ontstaan’ in de hooglanden van Kentucky en
al vele malen gezongen en gespeeld, met name in het Bluegrass-genre) en een Beatles-cover (het
onsterfelijke ‘Can’t buy me love’). De muziek is aangenaam akoestisch, de zang van Emily moet je – eerlijk
gezegd – liggen. Ik was niet happy met haar vocals, ze heeft niet een stem die ik als aangenaam ervaar.
Maar dat is een kwestie van smaak. De harmonieën zijn overigens wel mooi uitgewerkt en de liedjes mooi
geschreven, met goede teksten die weer eens voornamelijk handelen over mensen, relaties (‘Blue lullaby’,
‘The one you’re leaving’, Come back to me’, enz.). er is een heuse murder ballad, ‘Carolina’ (‘She spends all
her days walking down the river to wash off the sins of the deeds she’s done. She hopes and she prays that
her god will forgive her, she’s left him behind with no place to run. Her man tried his luck so she shot him
dead. ‘He ran out of time’ with a smile , she said. A good hearted woman with the devil inside, she’s left
alone with no place to hide’).
Moderne folk, de muziek van ‘The Jellyman’s daughter’, mooie begeleiding en indringende zang.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 172 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Vanessa Peters
Album:
With The Sentimentals
Label:
Independent
dinsdag 12 mei 2015
Vanessa plaatst haar zonnebril op een enorme Italiaanse zonnebloem en benoemt de plant tot haar 'stunt
double'. Ze laat net zo makkelijk een handstandje als andere acrobatische capriolen zien, om een nieuw,
prachtig en kleurrijk uitgevoerd album aan te prijzen via de social media. Deze opmerkelijke singersongwriter uit Dallas noemt het Italiaanse Lucca haar tweede thuis, ze spreekt de taal vlekkeloos en bouwde
haar hechte Europese fanclub op door onvermoeibaar te toeren. Vanessa heeft een onmiskenbaar eigen
geluid, haar poppy folk met intelligente teksten is misschien alleen met Aimee Mann te vergelijken. Ze heeft
een rustige, iets terughoudende maar vloeiende manier van zingen en componeert melodietjes, die je
ongemerkt meeneuriet.
Er was een onmiddellijke muzikale klik met M.C. Hansen en zijn band The Sentimentals, bij hun eerste
kennismaking in 2007. Na diverse gezamenlijke optredens in Denemarken en Texas vonden zij het hoog tijd
worden voor een album! Natuurlijk mocht Vanessa's echtgenoot Rip Rowan ook meedoen, hij tekende voor
productie en bespelen van de keyboards. Wij kenden Rip al van zijn uitstekende werk met Salim Nourallah
en de Old 97's. M.C. speelt akoestische en elektrische gitaar, Nikolaj contrabas en Jacob drums plus
percussie.
Naast hun andere verplichtingen vond dit vijftal in april en oktober 2014 tijd om tweemaal vijf tracks vast te
leggen. Het CD-boekje laat foto's zien van de gezellige, geïmproviseerde studioruimtes op het Deense
platteland. Er werd live opgenomen, twee of drie takes, geen overdubs. De prima samenwerking klinkt
overal door op het album!
Het eerste nummer, "Pacific Street" is een cover van Hem, geschreven door Dan Messé. "Are you going for
an Oscar / Or are you happy / With an independent film award". Ja, "Big Time Underground" springt er gelijk
weer uit, Vanessa nam deze song (net als "Fireworks") eerder op met haar Italiaanse band Ice Cream on
Mondays voor het album 'Little Films' (2006). "Afford To Pretend" komt van de akoestische EP 'Blackout',
daterend uit datzelfde jaar en kreeg ook een fraai modern muzikaal jasje aan. Van de gloednieuwe nummers
is vooral "The Choice" indrukwekkend, zelfs in een gelukkige relatie kunnen gedachten aan iemand uit het
verleden een schaduw blijven werpen. Voeg daarbij een prachtig gespeeld arrangement en het perfecte
plaatje is -met vijf andere juweeltjes- compleet.
Vanessa was geïnspireerd en heeft nog een paar dozijn songs klaarliggen, ze denkt al aan een volgend
album en dan zullen we ongetwijfeld weer een enthousiast handstandje kunnen zien!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 173 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jimmy Lafave
Album:
The Night Tribe
Label:
Music Road Records
maandag 11 mei 2015
Er zijn een paar singer-songwriters die ik volgens mij mijn hele leven al volg. Althans zo lijkt het. Een
daarvan is Jimmy Lafave. Begin jaren negentig plukte ik Austin Skyline uit mijn favoriete platenzaak. Daarna
volgenden er nog eens dertien stuks, als je het fantastische Open Road (Highway Trance Acoustic Mini
Album) meerekent. Lafave is in mijn ogen altijd trouw gebleven aan zijn eigen geluid. Lafave luistert goed
naar wat zijn fans waarderen in zijn muziek en laat zich duidelijk minder leiden door de industrie zelf.
Over Lafave’s nieuwe CD The Night Tribe hoef ik mij niet al te veel over uit te wijden. Met songs als Maybe,
Trying To Get Back To You en Talk To An Angel weet Lafave mij weer meteen te raken. Natuurlijk plukt
Lafave weer uit geschriften van zijn grote helden. De uitvoeringen van Journey Through The Past (Neil
Young) en Queen Jane Approximately (Bob Dylan) zijn echte juweeltjes. Niet nieuws onder de zon, Lafave
levert gewoon weer een super groeiproduct af. Zo bleef ik in het begin steken bij de openingstrack The
Beauty Of You. Maar naarmate ik de CD meerdere malen door mijn CD speler jaste, kropen nummers als
Never Came Back To Memphis en The Roads Of The Earth mij flink onder de huid. Een zo hoort het gewoon.
The Night Tribe voelt als een rondreis door de Verenigde Staten. Soms overweldigend maar vaak ook
confronterend. Lafave illustreert op dit album dat eenzaamheid soms een ongewenst gevoel opwekt. Heb je
de film Wild al gezien? Ik wil daarmee zeggen dat privileges niet zomaar komen aanwaaien. Lafave blijft ook
op The Night Tribe dicht bij zichzelf en is zich er duidelijk van bewust dat hij, ook dit keer, zijn fans op hun
wenken bedient.
Jan Janssen
Artist:
Laura Rain & The Caesars
Album:
Closer
Label:
Independent
maandag 11 mei 2015
Laura Rain is een klassiek geschoolde zangeres uit Detroit, Verenigde Staten. Nu ontkomt niemand uit die
plaats er aan om met de Detroit soul in aanraking te komen, ook Laura Rain dus niet. Haar begeleidingsband
the Caesars bestaat uit een aantal veteranen uit de lokale soul, blues, rock en jazz scene en miss Rain draait
daar ook al weer de nodige jaartjes in mee. Eerder verscheen van hen de cd Electrified en nu is daar Closer.
De Caesars bestaan uit gitarist George Rain, toetsenspeler /bassist Phil Hale en drummer/percussionist Ron
Pangborn. Alle elf nummers op de cd werden geschreven door Laura Rain en George Friend.
De cd opent met een stevig rhythm & blues nummer, getiteld “Seasons”. Het wordt gevolgd door de
titelsong, een relaxed soul nummer. Hier komt voor het eerst de blazerssectie met Johnny Evans
(saxofoons) en John Douglas (trompet) om de hoek kijken. In “Squawkin’” laat de band horen dat ook blues
hen niet onbekend is. Het is een prima funky werkje, waarin de blazers wederom een mooie aanvulling zijn.
Gitarist Friend laat in dit nummer horen prima met zijn instrument overweg te kunnen.
De cd is prima geproduceerd, misschien net iets te netjes, maar Laura Rain en haar band schotelen de
luisteraar een prettig in het gehoor liggende selectie liedjes voor. Echt spannend wordt het weliswaar niet,
maar nummers als de slow blues “Your Love Is Not Broken”of het door de Fender Rhodes gedragen “He Is”
zijn meer dan de moeite waard. In het slotnummer “My Heart Is Open”, een heel ingetogen cocktail jazz
nummer, is te horen dat Laura niet alleen qua techniek een formidabele zangeres is, maar dat ze er met
haar zwoele stemgeluid ook de juiste emotie er in weet te leggen.
Al met al een aangename verrassing, dit album.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 174 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Rhiannon Giddens
Album:
Tomorrow Is My Turn
Label:
Nonesuch
zondag 10 mei 2015
Geen bekende naam voor velen van jullie, net zo min als voor mij. Tenzij je bekend bent met ‘The Carolina
Chocolate Drops’, want van die kwaliteitsgroep is Rhiannon de lead zanger(es). Op het prachtige label
Nonesuch, bekend van veel klassiek kwaliteitswerk, maar ook van toppers uit de folkwereld – Emmylou
Harris bracht op dit label o.m. ‘Stumble into grace’ uit en in mei verschijnt een nieuwe duet-CD met Rodney
Crowell – verscheen onlangs de debuutCD van Giddens en hij is bij mij binnengekomen als een bommetje.
Die stem van Giddons is vol en soulful, een rijpe stem die zeer geschikt is voor bijvoorbeeld gospelmuziek,
denk aan grootheden als Mahalia Jackson, Rosetta Tharpe en Odetta. Geproduceerd door de fameuze T Bone
Burnett en met hulp van bassist Dennis Crouch en gitarist Colin Linden en fiddler/violist Gabe Witcher plus
een heel peloton incidentele hulpjes op een diversiteit aan instrumenten brengt Giddens een mooie doorsnee
van de Amerikaanse rootsmuziek met songs van o.m. Patsy Cline (‘She’s got you’, geschreven door Hank
Cochran), Dolly Parton (‘Don’t let it trouble your mind’), Elizabeth Cotton (‘Shake Sugaree’), Nina Simone
(‘Tomorrow is my turn’) en Jean Ritchie (‘O love is teasin’’), maar ook de traditional ‘Black is the color’ (o.m.
Joan Baez) en natuurlijk songs van Odetta (‘Waterboy’) en Rosetta Tharpe (‘Up above my head’). Een
eclectische mix van gospel, blues, jazz, pop, country en rock ’n roll.
Het is genieten van begin tot eind, al moet je wel gevoelig zijn voor het soort stem als van Giddens. En ik
ben er zeer gevoelig voor! Een juweel!
Fred Schmale
Artist:
Root Doctor
Album:
New Attitude
Label:
Independent
zondag 10 mei 2015
De Amerikaanse soul/bluesband Root Doctor vond zijn oorsprong eind jaren tachtig in de muziek scene in
Lansing, Michigan. In de loop der tijd leverde de groep een aantal cd’s af, waarvan New Attitude de meest
recente is. De band bestaat uit de zanger Freddie Cunningham, bassist James Williams, toetsenist Mike
Skory, gitarist Bill Malone en drummer Bob Gardner. Dit is een ervaren gezelschap, dat bovendien een paar
prima songwriters in de gelederen heeft. Op de cd krijgen ze in aantal nummers versterking van een
vijfkoppige blazerssectie en is harmonicaspeler Dave Matchette in één nummer te horen.
De nummers klinken warm en zijn fraai afgewerkt, maar op een of andere manier springt de vonk op mij niet
over. Bassist James Williams weet in sommige nummers een prima partij te spelen, maar er zitten ook
nummers tussen, waarin hij zeer plichtmatig staat te spelen. Hetzelfde geldt voor gitarist Bill Malone, die
bijvoorbeeld in het openingsnummer “Rear View Sight” een pittige solo weet neer te zetten, maar ook
regelmatig er niet uit haalt, wat er in zit. Toetsenist Mike Skory speelt op zich geen noot verkeerd, maar is
wel erg voorspelbaar. Freddie Cunningham is een zanger met een warm en soepel stemgeluid en heeft geen
moeite met soul, blues, jazz of New Orleans R&B. Hij brengt het er op dit album nog het beste van af.
Een nummer als “Louisiana Bound”, dat opgeleukt wordt door Mike Lynch op accordeon, is een heerlijk
dansnummer en Denise Lasalle’s “Someone Else Is Steppin’ In” is gewoon af. Maar verder denk ik dat deze
band live beter tot zijn recht komt, dan op deze cd. De cd is verkrijgbaar via
www.cdbaby.com/artist/rootdoctor. Hier zijn ook geluidsfragmenten te beluisteren.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 175 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ellen Sundberg
Album:
White Smoke And Pines
Label:
Rootsy.nu
zaterdag 9 mei 2015
Het kleine Zweedse label Rootsy Records komt de laatste jaren vaak met interessante Scandinavische singersongwriters. Zo ontdekte onze Fred, een jaar of twee geleden, de nu eenentwintigjarige, uit Bjärme, Zweden
afkomstige, Ellen Sundberg. Eind januari 2014 verliet Sundberg haar eigen veilige omgeving om in Austin,
Texas de opvolger van haar debuutalbum Black Raven op te nemen. Niet voor niets naar nu blijkt. White
Smoke And Pines werd onder bezielende leiding van niemand minder dan Israel Nash Gripka opgenomen. In
het kielzog van Israel Nash succes verwierf Sundberg langzaam maar zeker haar erkenning.
Op White Smoke And Pines hoor dan ook nagenoeg de complete band van Israel Nash. Het resultaat is dat
de tien liedjes, die terechtgekomen zijn op deze plaat, in eerste instantie, een stuk toegankelijker
overkomen dan op Black Raven. De CD opent ijzersterk met het zelf bespiegelende liedje What Is Life. De
melodie is niet verrassend, maar de combinatie met haar manier van zingen fascineren mij. Sundberg is nog
jong en is nog zoekende naar een eigen identiteit. Headlights en Hollow legt de vinger op het probleem van
haar eigen generatie. Hoe, wat, wanneer en vooral waarom maak ik deze keuze. Onzekerheid is dan vaak
niet de beste raadgever. Dit onderwerp komt ook weer terug in liedjes als Swedish Inland en Yours & Mine.
Niet alleen de tijd veranderd maar ook je geestelijke en lichamelijke gesteldheid gaan met je op de loop.
Loepzuiver, zonder enige franje onderwerpt ook Ellen Sundberg zich aan die veranderingen. Luister maar
eens naar het super radiovriendelijke deuntje Four Times. Knap gedaan Sundberg!
White Smoke And Pines bevat nog steeds die donkere melancholische drang. Je slikt ze wat makkelijke weg,
dat is alles. De tien zelf beschouwende liedjes worden gevuld met relatief simpele bewoordingen. Is het
poëzie? Ja, maar deze begrijp je. “ik zal jou schaduw zijn, als jij de mijne bent. In het doolhof van
schaduwen hoor je bij mij.” Laat Moederdag maar komen, zou ik zeggen.
Jan Janssen
Artist:
Mulebone
Album:
Keep On Movin'
Label:
Independent
zaterdag 9 mei 2015
Mulebone is het samenwerkingsverband van Hugh Pool (vocals, gitaar, national steel gitaar, banjo en
harmonica, een rootsmuziek specialist, o.m. lid van Beth Nielsen Chapman’s begeleidingsgroep) en multiinstrumentalist John Ragusa (fluiten, fife, Jew’s harp, tin whisle, pocket trompet en harmony vocals).
Mulebone omarmt de traditionele (elektrische) country blues – denk aan Howlin’ Wolf, Muddy Waters en
John Lee Hooker – maar meestal wel op een eigentijdse manier neergezet. Alle songs zijn geschreven door
Pool, met alleen in ‘Groove and a Grind’ hulp van Ragusa. En alle songs zijn ‘live’ opgenomen, dus zonder
overdubs en wat dies meer zij. De kenners weten wat ze kunnen verwachten, de blues-liefhebbers zullen van
dit album genieten. Verrassing brengt de inbreng van de fluiten!
Een bijzondere CD, die niet voor niets een vijftiental weken in de top 100 albums in America heeft gestaan.
Blues-vakwerk. Een concert van de heren zal zonder meer vergelijkbaar zijn met deze CD.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 176 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Aaron NewMan & OK Caravan
Album:
Aaron NewMan & OK Caravan
Label:
Independent
vrijdag 8 mei 2015
Een heerlijk ongecompliceerde Americana-CD van een mij onbekend gezelschap. Aaron Newman en zijn vier
companen, The OK Caravan, komen uit Oklahoma City en trakteren ons op deze puike debuut-CD op een
mengsel van Americana, blues, country en southern rock. Newman schreef de songs, speelt ritme-gitaar en
zingt, de OKC brengt bas, percussie, fiddle, mandoline en gitaren (lead, steel)/keyboards in. Als ‘special
guest’ horen we Derek Paul meezingen op een tweetal songs. Newman’s stem is van het licht gruizige soort,
zijn teksten verlangen terug naar het minder hectische leven van vroeger (‘1892’), memoreren de gruwelijke
daden van de blanken jegens de indianen (‘The battle of Wachita river’, een aanval op Cheyenne indianen
door de beruchte generaal Custer in 1868), maar hebben ook betrekking op het eigen leven van nu en de
bijbehorende liefdesperikelen (‘Winter Blues’, twee maal te horen op de CD, in totaal verschillende settings,
koppelt liefdesverdriet met winterdepressie). Om nog wat vergelijkingen te maken: ‘Day is done’ klinkt als
John Fogerty meets Steve Earle. Er zijn meer songs die ons aan Creedence Clearwater Revival doen denken,
zoals ‘Going in no direction’ en ‘I’m on the Moon, you’re on the sun’). ‘No return’ is een ballad in rock-sferen
met een lekkere fiddle-solo om op te leuken. Country komt vooral tot wasdom in ‘Winter blues’ (beide
versies, en ook heerlijk verschillend) en ‘Only in America’.
U begrijpt het al, dit is een hele lekkere CD! Een gezelschap om in de gaten te houden, zeker als er besloten
wordt om een live CD op te nemen. Aanrader!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 177 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Dayna Kurtz
Album:
Rise and Fall
Label:
Kismet Records
vrijdag 8 mei 2015
Zij brak door met haar indrukwekkende tweede album 'Postcards From Downtown' (2002); ik herinner mij
nog hoeveel er over haar gepraat werd en dat leverde zelfs een hit single op: "Love Gets In The Way".
Dayna Kurtz, met haar omfloerste, diepe, verleidelijke stem en haar warmbloedige, intense voordracht. De
enige die ergens in de buurt komt is Marianne Faithfull.
Laten we ook Dayna's bijzondere liedjes, die zich over meerdere genres uitspreiden, niet vergeten! Al
weerspiegelt haar succes zich meer in artistieke waardering van collega's als Norah Jones en Bonnie Raitt,
dan in duizelingwekkende verkoopaantallen. De afgelopen jaren heeft zij zich bezig gehouden met het onder
de aandacht brengen van onbekende, vergeelde muzikale parels op 'Secret Canon Vol. 1 & 2' (2012 en
2013).
Voor 'Rise And Fall' grijpt Dayna terug naar de opzet van haar befaamde 'Postcards' album. Een collectie
origineel materiaal, verzameld over een langere tijdsperiode die bijzonder heftig was: haar vader overleed,
ze verhuisde van New York City (Brooklyn) naar New Orleans, haar huwelijk strandde, maar na enkele wilde
uitspattingen is zij nu weer gelukkig met een nieuwe grote liefde. Alle gedachten en ervaringen zijn
inmiddels verwerkt in deze prachtige nummers.
De single "It's How You Hold Me" doet even vermoeden, dat Dayna een vergeten nummer van Dan Penn &
Spooner Oldham opgespoord heeft. Nostalgische country-soul met gospel gevoel en dan die krachtige stem!
"You're Not What I Need", een ballade waarin het B3-orgel de gevestigde indruk versterkt, handelt ook over
de liefde. Maar dan gaan we met "Raise The Last Glass" op rockende gitaarklanken een heel andere richting
uit! Dayna neemt in de knappe tekst geen blad voor de mond: Jezus zal bij terugkomst zeker het hoofd
schudden, als hij ziet hoe wij met deze aan ons gegeven planeet omgaan. Peter Vitalone speelt accordeon en
er wandelt een rafelig geïmproviseerd, maar zeer effectief koortje langs. Een absoluut hoogtepunt en ik
noem er nog twee.
In "A Few Confessions" krijgt de meeslepende melodie met banjo, slide-gitaar en strijkkwartet Ethel een
interessant arrangement, de tweede stem wordt gezongen door de Frans-Israëlische chanteuse Keren Ann.
In "You'll Always Live Inside Of Me" speelt Dayna opnieuw banjo en Robert Mache (Continental Drifters)
mandoline. Dit is een bloedstollend mooie cover van de briljante ondergewaardeerde Bobby Charles en
David Allan Coe. Dat spontane soul koortje komt weer binnen en we eindigen met een ouderwetse fadeout... Ik zeg alleen nog maar: herhaaltoets.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 178 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
David Corley
Album:
Available Light
Label:
Independent
donderdag 7 mei 2015
Het was alweer een tijdje terug dat ik een CD ontving met een begeleidend handgeschreven tekstvel. Corley
is de naam, het vel is een uitvouwvel en bevat de teksten voor de 10 eigen songs op de CD. Corley is een
uitstekende singer-songwriter uit Indiana in de USA. Hij groeide op op een paardenfarm met behalve twee
honden alleen vrouwen om zich heen, zijn oma, moeder en zus. Zijn pianolessen waren een obsessie voor
hem door de eeuwige herhalingen van simpele liedjes, die zijn lerares voor hem bedacht. Zijn moeder stopte
er gelukkig mee na de nodige rebellieën van David. Door zelfstudie leerde hij echt piano spelen en spoedig
schreef hij zijn eigen liedjes, die hij tijdens zijn zwervend bestaan vanaf zijn 20e met vele baantjes en wilde
muzieksessies in het midden van de nacht in een muziekcentrum van de universiteit van Georgia verder
uitwerkte. Tijdens een verblijf in de bergen van Georgia kreeg hij een hartaanval en daarvan herstelde hij in
zijn geboortestad in Indiana. Op zijn 53e verschijnt dan zijn debuutCD, ‘Available light’, geproduceerd door
de Canadese multi-instrumentalist (B3, Piano, clavinet, Wurlitzer, achtergrondzang) Hugh Christopher
Brown. De rest van de begeleiding is bas, gitaren, drums en percussie en de heerlijke achtergrondvocalen
zijn – naast Hugh - van Kate Fenner en Sarah McDermott. David zelf speelt piano, gitaar en bas en zingt
met een stem die doet denken aan Greg Brown, donker en licht gruizig. Zijn songs en arrangementen
hebben ook wel verwantschap met Sam Baker. Als je op You tube kijkt naar het prachtnummer ‘Easy
mistake’ krijg je een prima beeld van wat deze man vermag.
Mooi, overtuigend debuut van een man die al het nodige heeft moeten verstouwen. Muziek die aangrijpt,
doorleefd en gevoelig. Intense muziek, teksten die aankomen. Kortom – David Corley is een echte aanwinst
in het singer-songwriter circuit. We hopen dat zijn gezondheid het hem toestaat om nog lange tijd ons te
plezieren.
Fred Schmale
Artist:
Pi Jacobs
Album:
Hi-Rise Ranch
Label:
Independent
donderdag 7 mei 2015
Pi Jacobs is een jonge rock chick uit Californië die nationale bekendheid verkreeg doordat een song van haar
werd gebruikt in de Amerikaanse TV hit ‘Pretty little liars’. Haar vorige EP met daarop zes eigen rocksongs,
haar zesde werkstuk sinds haar debuut i n 2001, de EP ‘Urbanicana’ met haar succesnummer ‘Trying to be
loved’ erop kwam uit in 2013 en nu is er de opvolger, alweer een EP met zes nummers. Pi noemt haar
muziek een ‘Americana bluesy rock thing’. En dat is een prima beschrijving, de muziek rockt stevig, er zijn
twee rustpuntjes (de ballad ‘Starting now’ en het rustigste nummer van de CD, de Led Zeppelin cover ‘Baby,
I’m gonna leave you’, geschreven door folkie Anne Johannsen in de jaren 50 en ook ooit door Joan Baez
vertolkt, de overige vijf songs zijn van Pi zelf), en verder variatie in tempo. In de begeleiding horen we
alleen onze Pi op alle gitaren, twee bassisten (waaronder weer Pi), wederom op drums Fredo Ortiz, en twee
keyboarders en vocale hulp van een tweetal. De CD ademt onder meer de sfeer van een reis over de weg
(‘Icy road’) of met een trein (‘The train’, voor mij veruit het beste nummer op de CD).
Samengevat: ‘Hi-rise ranch’ is, net als de voorganger, een rock-CD, maar zowaar beter dan de te
eenvormige voorganger. Voor de liefhebbers van rockchicks van het type Anouk is dit een leuke CD.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 179 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Darla Sinners
Album:
Aaron
Label:
Inbetweens Records
woensdag 6 mei 2015
Het Amsterdamse samenwerkingsverband van Jeroen Ligter (‘Giant tiger hooth’, gitaar, zang) en Herman
Ypma (‘Giant tiger hooth’, ‘Eins, zwei orchestra’, multi-instrumentalist) heet ‘Darla sinners’ en brengt met
‘Aaron’ een prima roots-CD uit. Er is hulp van Jan Petit (gitaar), Mila Schlingeman (keyboards), Livia Stier
(backing vocals) en Joris van Waesberge (bas). Namen die voor mij helemaal onbekend zijn, al zijn de
namen van de bands waarin deze mensen opereren aanleiding om te denken aan alternatieve, punk-achtige
muziek. Dat is maar sporadisch te horen op deze verrassend aardige CD, die vooral de Amerikaanse
rootsmuziek omarmt. Rockend waar nodig, bluesy bij tijd en wijlen, mooie goed geconstrueerde ballads,
goede zang – vooral waar vrouwelijke inbreng is voor de achtergrondvocalen. De songs zijn van Jeroen, hij
schreef ze voor zijn zoon met educatieve bedoelingen, de opnames zijn door beide heren zelf verzorgd,
gewoon in de ‘huiskamer’, Herman’s studio op de wallen. Ook de productie is in eigen handen. Het klinkt
heel goed, met een beetje ruimtelijk ingevuld geluid dat gewoon prima past bij het gebodene. Er zijn wel
wat experimentele trekjes, zoals het merkwaardige lange einde van het tiende nummer vol met
achtergrondgeluiden van????? Geen idee wat daarvan de bedoeling is.
Maar de muziek spreekt, doet je wat, bij iedere draaibeurt pak je weer meer draadjes op. En dat is gaaf.
Niet in een hokje te stoppen, deze Darla Sinners. Te verkrijgen via Bandcamp voor een zelf te bepalen
bedrag.
Fred Schmale
Artist:
Scott Shea
Album:
Let It Storm
Label:
Independent
dinsdag 5 mei 2015
Een debuut van een Canadese singer-songwriter. Scott Shea is de zoon van Red Shea, de fameuze gitarist
van de Canadese superfolkie Gordon Lightfoot. Al op zeer jeugdige leeftijd speelde hij gitaar en schreef hij
liedjes, waarmee hij talloze songwriting competities wist te winnen. Na een avontuurtje met het duo met zijn
broer, The Sheas, en een zwervend bestaan all over the world is hij terug aan de westkust van Canada en is
hij toe aan zijn debuutCD. Opgenomen in Austin TX met een opzienbarende pianiste/keyboardiste genaamd
Bobbie Nelson, Willie’s zus, naast drummer Freddy Fletcher (de zoon van Bobby Nelson!) en multiinstrumentalist/producer Gordie Johnson brengt hij een tiental mooie verhalende songs, die gerijpt zijn na
het overlijden van zijn vader (in 2008, 70 jaar oud). De gitaar die hij gebruikte bij het schrijven van de
songs is die van zijn vader ten tijde van de grote vroege Lightfoot hits als ‘If you could read my mind’. De
uitkomst is een bijzondere aangename en goed uitgebalanceerde CD met prima songs, Scott heeft een
prachtige, volle stem en de begeleiding is vrijwel perfect! De teksten zijn uit het eigen leven gegrepen en
verhalen – zoals zo vaak – over relaties. Maar de lyriek is zeer mooi vertegenwoordigd, getuige dit fragment
uit de titel track, ‘Let it storm’: ‘I know how good it feels to be free with someone, to find the open fields I
have seen wild horses run. I know how good it feels, the warmth of the sun, clouds are coming in my back is
to the wind and I have you to keep me warm. Let it storm, let it storm, all the bad weather I have worn, let
it storm, let it storm, I’ve got you to keep me warm’.
Aldus Scott Shea! Een goede nieuwkomer, maar geen echte vernieuwer. Maar wie maalt daarom, als het
resultaat van CD-opnames gewoon aangenaam goed is.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 180 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Victor Krummenacher
Album:
Hard To See Trouble Coming
Label:
Veritas
dinsdag 5 mei 2015
In het jaar 2000 was ik aanwezig op de CD release party van Victor's album 'Bittersweet' in de Make-Out
Room, mijn favoriete club in het Mission District van San Francisco. Ik had de akoestische uitvoering van zijn
prachtige liedje "Angel Tattoo" op een compilatie gevonden, maar verder was ik mij toen nauwelijks bewust
van zijn reputatie met indie-rockband Camper Van Beethoven. Hij speelde uiteraard alle nieuwe nummers
van zijn CD en voor de bijpassende geluiden van "Radio Tower" bewoog hij zijn mobieltje tegen de speakers.
Natuurlijk ging het ding tot ieders hilariteit juist op dat moment af... Zonder te kijken of zelfs maar een
seconde te verspillen, wees Victor in de volgepakte donkere club feilloos de dader aan en nee, dat hadden ze
dus níet van te voren afgesproken!
Inmiddels is dit alweer Victor's negende solo-album, geproduceerd samen met Bruce Kaphan (American
Music Club). De titel verwijst naar een uitspraak van Levon Helm, toen hij tijdens een radio interview
gevraagd werd naar de zelfmoord van Richard Manuel. Verder liet Victor zich inspireren door Van Morrison's
befaamde album 'Astral Weeks': de wereld om ons heen is overweldigend, maar we kunnen er niet aan
ontsnappen. Een emotioneel bijzonder zwaar jaar liet zijn sporen na in de persoonlijke, diepgravende
teksten, maar de opnamen waren tegelijk een reddingsboei. Victor verzamelde een getalenteerd groepje
vrienden in de studio voor twee sessies, hij speelde zelf niet alleen de bas, maar ook de gitaarpartijen,
experimenteerde wat met 'open tuning' en putte rijkelijk uit zijn vele muzikale invloeden.
We beginnen gelijk met de titel track, geïnspireerd door het 'Folk Singer' album van Muddy Waters, Victor
liet de band zijn originele demo aanvullen. Indrukwekkend prachtige, sfeervolle swamp blues. Via een fijn
countryrock duet "If I Could Only Close My Eyes" met Loralee Christenson, komen we bij "An Angel Who
Sings Like Jacqui McShee", een gedeeltelijk verzonnen ballade vernoemd naar de zangeres van Pentangle,
met passende Celtic viool. Het vrolijke "Chemtrails" knipoogt naar ruimteschepen en
samenzweringstheorieën, terwijl "All Of This Is Mine" de onheilspellende grunge kant uitgaat, oproepend tot
meer verantwoordelijkheid voor onze planeet. "Tennessee & Pancho", met accordeon van Rich Kuhns, werd
geïnspireerd door een wilde fantasie tijdens Victor's gesprek met Joe Ely, op wie hij qua stem trouwens best
veel lijkt. In het laatste nummer vinden we Victor bij "The Kildalton Cross" in Schotland, klaar voor het
volgende hoofdstuk in zijn leven - hoopvol gestemd.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 181 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Sven Hammond
Album:
IV
Label:
Caroline
maandag 4 mei 2015
Dat is pas met de deur in huis vallen. Brother Drunk van Sven Hammond opent IV (we hebben even
overwogen of we een prijsvraag uit zouden schrijven met als vraag hoeveel albums Sven Hammond [Soul]
tot nu tot heeft uitgebracht) zoals Apple een store. Ogenblikkelijk moeten wij denken aan King’s X en Doug
Pinnick de geweldige bassist en zanger van dit in ons lang nauwelijks gekende en dientengevolge evenmin
voldoende gewaardeerde trio uit Texas. De falsetstem van Ivan Peroti, de snijdende gitaar-rif van Tim
Eijmaal, de loom funkende bas van Glenn Gaddum en de niets ontziende drums van Joost Kroon, het liedje
over de voor ons onbekende dronkaard zet de toon. En dat was nodig, want wij kennen Sven Hammond in
het geheel niet. Nou ja, we zien Sven Figee (aan wiens orgel menig keyboardspeler zich zou moeten toetsen)
weleens bij DWDD. Eerlijk? We hebben vaak veel kritiek op dat programma, zeker waar het elke band maar
één minuut laten spelen betreft, maar het zet wél heel veel muzikanten in het zonnetje. Warempel, het
tweede liedje, Fly, lijkt zo mogelijk nog meer op King’s X. Qua riff én de wijze waarop Peroti zingt. Want
zingen, dat kan hij! En dan komt liedje nummer drie. Empire.
https://youtu.be/A94NLg_kYn4
Zeg nu zelf, dit is toch een fenomenale single?!
We hebben ons bij het vele malen beluisteren van IV weleens afgevraagd of de band het er wat de productie
betreft niet te dik bovenop heeft gelegd. Dat doen we niet meer. Want IV mag dan meer ‘Roachford’ zijn dan
‘Bobby Womack’, het album is gevuld met werkelijk onweerstaanbare rock ‘n’ soul. Daarnaast, het in kringen
van soulliefhebbers zo geliefde speuren naar oude acts op muzieklabels als Ace Records, doet de blik op de
hedendaagse soulbands soms vertroebelen.
Het is overigens niet allemaal rock wat Sven Hammond laat horen. Luister maar eens naar die subtiele
frasering en stembuigingen in Diamond Drink. Prince, iemand? En dan, alsof de band het voorafgaande al
spelend heeft gelezen, laten ze het zevende liedje, King, gewoon een klassieke soulballad zijn. Alsof ze willen
zeggen: “U dacht dat wij dit niet kunnen?” Pain rockt dan weer en met het voorzichtig naar Stairway To
Heaven knipogende Kill Your Darlings, een liedje van zachtaardige durf, besluit IV.
Sven Figee verklaarde onlangs aan Jean-Paul Heck waarom het woord ‘soul’ uit de bandnaam is verdwenen:
“We zitten nu op een geweldige rocktrip, vandaar dat we hebben besloten om de ‘s’ van soul te laten vallen.”
U hebt inmiddels begrepen dat we de eerste drie albums van deze band nog nooit hebben gehoord. Wat
geeft het, aan het prachtige IV hebben we voorlopig onze oren vol.
donderdag 24 december 2015
Pagina 182 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Chris Culgin
Album:
It's Only Time
Label:
Independent
zondag 3 mei 2015
Al direct na het horen van de eerste tonen van deze CD van Chris Culgin weet je het al – hier is een echte
country boy aan het werk. En Culgin is een echte country boy, hij woont en werkt aan de rand van
Peterborough, Ontario, Canada, een stad van ca. 70.000 inwoners op het platteland tussen Toronto en
Ottawa in. Chris zingt en speelt gitaar, piano en banjo, in de begeleiding horen we elektrische gitaren, bas,
drums, percussie naast fiddle, pedal steel, piano en orgel. De lekkere vrouwelijke achtergrondvocals zijn van
ene Grainne Ryan. ‘It’s only time’ is de follow-up voor zijn debuut-EP (‘Goodnight, good morning’, 7 nrs). In
sommige nummers doet Culgin mij denken aan die hype uit Canada, Daniel Romano (luister naar ‘Clutter’ –
‘Life is full of clutter, like the clothes on our floor. Sometimes doing nothing are the times I remember
more’). Er staat een instrumentraaltje op dat doet denken aan het spel van Jerry Miller op de CD’s van Eilen
Jewell (‘Cowgirl song’), de hardcore countrysong ‘Ex’, over liefdesperikelen in een kleine stad, doet weer
denken aan landgenoot Corb Lund, ook een country boy, maar dan uit Alberta. Zijn teksten reflecteren aan
het leven in een kleine stad (in ‘Car crash’ gaat het over een goede vriend die het leven liet bij een autoongeluk, ‘Living in the city’ laat weinig te raden over, ‘Never learned to read’ gaat over een ongeletterde
stadgenoot), de muzikale invulling gaat van country tot (softe) country rock. Het slotnummer, ‘Caught
myself in a wind’ breekt na een lange New Age achtige intro los in een mooi folk-nummer en eindigt in
popsferen. En dan, na 2,5 minuten volgt er nog een niet-genoemde 13e track, een heerlijk huppelend
country-nummertje met een lekkere pedal-steel in de hoofdrol en een prima fiddle-solo. Het blijkt de
titeltrack te zijn.
Alles bij elkaar is ‘It’s only time’ gewoon een hele aangename CD. Geen hemelbestormende nieuwlichterij,
maar recht-voor-zijn-raap country van een leuke singer-songwriter uit mijn favoriete Canada.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 183 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Matthew Barber
Album:
Big Romance
Label:
V2/Bertus
zaterdag 2 mei 2015
Je emotionele uitingen nemen toe naarmate je ouder wordt! Met deze stelling open ik de CD bespreking van
het achtste studioalbum van de uit Canada afkomstige singer-songwriter Matthew Barber. Ik betrapte mijzelf
erop toen ik een tijdje geleden naar een aantal TV series en films zat te kijken. De combinatie van het
verhaal, het visuele beeld en natuurlijk de muziek, die de stiltes vult tijdens lege momenten, sloegen bij
ineens op de strot. Ik kreeg er een snotneus van. Herkennen jullie dit gevoel, of ben ik de enige?
Wie naar Big Romance gaat luisteren zal het aan het eind met mij eens zijn, als ik zeg dat nagenoeg alle
nummers op deze plaat een filmisch karakter hebben. Barber, maakte een jaar of tien geleden naam met de
release Means & Ends. Daarna bracht hij weliswaar een aantal mooie platen uit, maar daar raakte in
Nederlands niemand ondersteboven van. Met Big Romance zou dit weleens compleet om kunnen slaan. De
productie lag namelijk in handen van niemand minder dan Jayhawks frontman Gary Louris. Louris nam naast
de productie ook de nodige gitaarpartijen, toetsen en achtergrondzang voor zijn rekening. Het resultaat is
een gepimpte versie van Means & Ends. Moeilijker wil ik het voor jullie niet maken. De plaat opent met de
spectaculaire ballad Hold Me. Barber en zus Jill leveren vakwerk en weten van minuut een onder mijn huid te
kruipen. Zo open je, bedacht ik me ineens! Magnet Eyes en de titeltrack komen voorspelbaar uit de
startblokken, maar ook hier weer toucheert de melodie mijn sereniteit. De kalmte, in When She Comes Over
Me, die daarna volgt brengen je in vervoering. Americana pop waarop The Jayhawks patent hadden komt
voorbij in de track On The 505. Barber pakt ergens in het midden op deze plaat pas echt uit met soepel
rollende Lose Your Love. Als de stof is opgetrokken kan het verwerkingsproces beginnen. Boosheid, het
verdriet en de verwerking daarvan vallen als puzzelstukken ineen in het zeer fraai vormgegeven Magic Greg.
Slik… meer zeg ik even niet.
Safe Haven, Beyond The Lights, The Best Of Me en Top Of The Lake zijn titels van speelfilms en een TV serie
die ik associeer met de muziek die ik hoor op Big Romance. Mensen die Justin Ruthledge, Peter Bradley
Adams of een Ross Copperman hoog hebben zitten weten waar ik het over heb. Met andere woorden,
Matthew Barber is terug van weggeweest. Noem het emotionele ouderdom van mijn part. Ik schaam mij er
niet meer voor om man en paard te noemen.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 184 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Rob Lytle
Album:
A Hypocrite Of Heart And Hope
Label:
Independent
vrijdag 1 mei 2015
Zijn vorige CD droeg de door punctuatie opvallende titel 'You.Must.Stop.' (2011). Nu belooft singersongwriter Rob Lytle ons songs in het country, rock en folkpop genre, verpakt in zeventiger jaren stijl. Hij
heeft zich verzekerd van de vakkundige medewerking door ervaren muzikanten als Thomm Jutz (gitaren),
Barry Walsh (toetsen) en Lynn Williams (drums). Klinkt veelbelovend!
Rob groeide op in de deprimerende, door staalindustrie gedomineerde omgeving van Youngstown, Ohio. Als
tiener legde hij liedjes, die hij in zijn hoofd hoorde zingen, vast met een simpele cassetterecorder. Hij begon
aan een studie Engels, maar kreeg van zijn mentor het advies om levenservaring op te doen en onderwerpen
te zoeken waar hij over kon schrijven. Tot 1986 was hij leadzanger en leverancier van songs voor
humoristisch The Other Side, met Elliot Ingersoll op gitaar. Rob verhuisde naar Boston, deel uitmakend van
de bloeiende folk scene in de vroege jaren negentig. Hij nam toen verschillende albums op, voor 'Rob Lytle'
(1995) vroeg hij Geoff Bartley als co-producer, toekomstige folksterren Dar Williams en Ellis Paul zongen
met hem mee. Rob onderbrak zijn muzikale carrière veertien jaar lang om voor zijn gezin te zorgen. Eind
2009 kwam hij voorzichtig weer tevoorschijn, om in 2011 de finale van de Kerrville Folk Festival Songwriting
Competition te bereiken.
Deze door Thomm Jutz geproduceerde en in Nashville opgenomen CD luistert heel lekker weg! Vloeiend, met
vlotte melodietjes en uiteraard uitstekend gespeeld. Rob heeft een prima Don Henley-achtige stem en de
knipoogjes naar klassiekers hebben effect. Zijn achtergrond als dichter, verhalenverteller en stand-up
comedian vertaalt zich hier in de slimme, afgewogen woordkeuze.
"Come South" is een sfeervolle opener: "It's cold here in Chicago / When the wind blows off the lake", dus
zijn uitnodiging ligt voor de hand. "The Way We Used To Love" en "Pretending That You Love Me" zijn
aanstekelijke uptempo liedjes, met fijne gitaar, toetsen plus koortjes van Britt Savage en Peter Cronin. De
invloed van Jackson Browne is duidelijk hoorbaar in "Mother, Can You Hear Me?" en "Little Loser". "Trouble"
kreeg het typische ritme van een Johnny Cash nummer mee, terwijl de traditionele country met pedal steel
in "Drunk Girl" aan Merle Haggard doet denken. Via de akoestische traditionele folk van "Oh Dying" en het
sentimentele "Daddy Let Me Help You" komen we bij het leuke afsluitende conferencier-liedje "My
Masterpiece".
Ja, Rob maakt zijn belofte waar, dit is inderdaad een fijn album in zeventiger jaren stijl geworden!
Johanna Bodde
Artist:
Alligator Gumbo
Album:
Simmerin'
Label:
Rootsy.nu
donderdag 30 april 2015
Je raadt het al, dit is cajun muziek! En dat klopt! Maar de verrassing komt als je hoort dat ‘Alligator Gumbo’
uit Zweden komt. Johan Larsson zingt, speelt gitaar en triangel, Thor Ahlgren zingt, speelt accordeon en –
zeer verrassend voor dit genre – doedelzak. Verder horen we Leif Eriksson op gitaar, Fred Sörensson op
fiddle en Dan Englund op akoestische bas. ‘Simmerin’ is het tweede album van deze heren, van de twaalf
songs zijn er 10 traditionals en 2 geschreven door Thor (‘The long voyage’ en ‘Cold Cajun’). De bagpipes
horen we in twee nummers, Thor introduceerde het instrument tijdens een bezoek aan Louisiana, een paar
maanden voor de opnames van deze CD, waar de ontvangst door de locals op zijn minst enthousiast was te
noemen! Luisterend naar de CD valt op dat de Zweedse heren hun repertoire uitstekend beheersen, net
zoals dat voor een aantal Nederlandse groepen geldt. En waarom zouden Europese musici niet mooie Cajunmuziek kunnen maken! Kwestie van inleven in het muzikale erfgoed van Louisiana!! Er wordt in het Cajun
Frans gezongen en dat klinkt gewoon heel goed. Nummers als ‘Eunice one-step’, ‘Midland two-step’, ‘Pauvre
hobo’, ‘Bosco stomp’, ‘La valse a Abe’ en ‘Madeleine’ klinken echt alsof ze in Louisiana zijn opgenomen door
locale grootheden!
Een lekkere meeslepende CD, lekkere vlot-swingende dansmuziek, uitstekend gespeeld en gezongen. Lang
leve deze Zweedse cajuns!!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 185 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
JD McPherson
Album:
Let The Good Times Roll
Label:
Rounder
dinsdag 28 april 2015
Let The Good Times Roll is de opvolger van JD McPherson’s droom debuutalbum Signs & Signifiers.
McPherson, afkomstig uit Oklahoma, was dus een compleet nieuwe naam aan het firmament. Een paar puike
live optredens in wat kleine afgelegen zaaltjes in Nederland was echter voldoende op hem op het grote
Zwarte Cross podium te zetten. JD McPherson steekt met zijn knetterend stemgeluid en muzikale fantasie
zomaar een Eli 'Paperboy' Reed of een James Hunter naar de kroon.”, riep ik op een eiland, een paar jaar
geleden.
Let The Good Times Roll komt dan ook niet voor niets via Rounder en V2 tot ons. JD McPherson’s eigentijdse
invulling van soul, rhythm & blues en pure jaren zestig rock-'n-roll heeft een vonk doen over slaan naar het
jongere publiek. Kijk meer eens een beetje rond, ondergetekende en nog veel meer van die jonge goden
(hahahah), lopen tegenwoordig met een vetkuif rond. De elf aanstekelijke liedjes nestelen zich binnen no
time in je hoofd. Ja, ja deze jonge gast heeft goed geluisterd naar zijn live publiek. In muzikale zin worden
kleine songs groot uitgepakt waardoor Let The Good Times Roll nog een stuk gevarieerder overkomt dan zijn
voorganger.
Let The Good Times Roll is met grote zorg gemaakt voor de teeny bobbers van nu. Deze plaat barst van de
hartstochtelijke energie en aanvoelt als een pittige rollercoaster rit. Mijn vetkuif gaat er in elk geval van
krullen.
<iframe width="700" height="450" src="https://www.youtube.com/embed/R9nuj7vz_kI" frameborder="0"
allowfullscreen></iframe>
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 186 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
6 String Drag
Album:
Roots Rock 'n' Roll
Label:
Royal Potato
maandag 27 april 2015
De uitdrukking 'come-back' wordt meestal gebruikt. Maar nee - 6 String Drag spreekt alleen over een
winterslaap van zestien jaar! Deze band uit Raleigh, North Carolina behoorde in de tweede helft van de jaren
negentig, samen met Whiskeytown, Drive-By Truckers en Son Volt tot de pioniers van de alt-country
beweging. Hun album 'High Hat', geproduceerd door Steve Earle en uitgebracht op zijn E-Squared Records,
staat nog altijd genoteerd als een klassieker in het genre.
Ooit vernoemd naar "Five String Drag" van The Stanley Brothers, gaan zij er nu op volle kracht tegenaan om
nieuwe muziek te maken. Ouder, wijzer, met meer ervaring en een paar littekens rijker. Schrijver van
uitstekende songs Kenny Roby en bassist Rob Keller stonden altijd al bekend om hun broederlijk
harmoniërende stemmen, Scotty Miller speelt weer gitaar en Ray Duffey is de drummer.
Na het promoten van een solo-album, dat niet eens duizend exemplaren verkocht, begon Kenny Roby (nu
begin 40) naar een stapeltje ongebruikte muziek te lonken. Hij stuurde demo's rond, de juiste mensen zagen
wat in zijn plannen en voor hij het wist, stond hij in de studio met... de leden van zijn oude band. Het idee
was, om iets te maken in de gouden stijl van The Everly Brothers, Roy Orbison, Gene Vincent, Charlie Rich
en vooral zijn held Doug Sahm, maar verder trok hij de teugels niet erg strak. Er was meer over van de
vertrouwde chemie dan ze verwachtten!
Het resultaat, in vier dagen 'live to tape' opgenomen, is een bijzonder aantrekkelijke CD geworden. Ik
garandeer, dat u vanaf het eerste nummer lekker meeswingt! Tussendoor glimt af en toe een rustiger
pareltje, zoals het Mexicaans aandoende "Give Up The Night", het intrigerende "Me & My Disease" of het
droevige "Hard Times, High Times" ("Do what you gotta do / But don't do goodbye"). "Choppin' Block" kreeg
invloeden van Muddy Waters mee en Scotty Miller leeft zich uit op de slide gitaar; tijdens de solo's van
"Sylvia" komt hij zelfs dicht in de buurt van Sonny Landreth. Er trekt ook regelmatig een smakelijke
blazerssectie (saxofoons en een trompet) voorbij.
Kenny zal altijd proberen zijn ultieme geweldige plaat te maken: muziek die hem laat huilen als hij luistert,
die hem zelfs aanspoort van een gebouw te springen of op straat te gaan schreeuwen, muziek die hij aan
iemand anders wil laten horen. Met 6 String Drag Version 2.0 is hem dat weer gelukt!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 187 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
CW Stoneking
Album:
Gon' Boogaloo
Label:
King Hokum Records
maandag 27 april 2015
Zes jaar hebben we moeten wachten op het nieuwe album van C.W. Stoneking, maar het was het waard. Na
een lange aanloopperiode werd uiteindelijk in twee dagen tijd Gon’ Boogaloo opgenomen. Het album werd
live opgenomen en gemixt in de Sound Recording Studios in het Australische Campbells Creek.
Op de hoes staat een wat bizarre afbeelding van Christopher William Stoneking, die eigenlijk volledig bij de
muziek aansluit: een beetje vreemd, maar wel lekker. De man is uniek in zijn soort en weet weer een
heerlijk authentiek sfeertje te creëren. Veel nummers hebben een beetje jaren dertig sound en bij nummers
als “The Zombie” en “Get On The Floor” duikt automatisch de naam Cab Calloway op in mijn gedachte.
C.W. Stoneking (gitaar en zang) wordt begeleidt door Andrew Scott op bas en Jacob Kinniburgh op drums.
Kanchana Karunaratna en Lucky Pereira leveren percussie bijdragen. Zeer bepalend voor het geluid zijn
vooral de dames Vika Bull, Linda Bull, Maddy en Memphis Kelly, die genoemd worden voor de achtergrond
vocalen, maar hiermee tekort gedaan worden. In diverse nummers zijn hun bijdragen veel meer dan dat en
is er een speelse interactie met de vocalen van C.W. zelf.
Heette het vorige album Jungle Blues, ook hier zoekt hij het oerwoud op met de nummers “The Jungle
Swing” en “I’m The Jungle Man”. Eerstgenoemde nummer komt in eerste instantie een beetje moeizaam
over door het vreemde ritme, maar al snel grijpt het je toch.
De muziek van Stoneking is een mengeling van blues, vaudeville, calypso, maar in nummer als “Going Back
South” is ook heerlijk jazzy gitaarspel te horen, terwijl de vijftiger jaren terug te horen zijn in een slijper als
“Tomorrow Gon’ Be Late” of het uptempo “We Gon’ Boogaloo”, waarin we in de tekst Chuck Berry invloeden
terug horen.
Het vrolijke “Good Luck Charm” klinkt aanvankelijk als een kinderliedje en is een van de lichtvoetigere
nummers. Bij het vijftien seconden durende intro van “On A Desert Isle” waan je je door de gitaarklanken
onmiddellijk op een Hawaïaans strand. Hoe lang laat de volgende cd op zich wachten? Maakt niet uit, deze
kan voorlopig een tijdje mee.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 188 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Great Lake Swimmers
Album:
A Forest Of Arms
Label:
Nettwerk Productions
maandag 27 april 2015
De Canadese band The Great Lake Swimmers, gevormd rondom singer-songwriter Tony Dekker, maakte tot
dusver vijf indrukwekkende albums. De sfeervolle muziek van deze band wordt in Nederland al jaren op
handen gedragen. Dekker heeft de gave om universele thema's als de schoonheid van de natuur, milieu en
zijn persoonlijke betrokkenheid daarin op bijna filosofische wijze uit te dragen. Op hun nieuwe CD A Forest
Of Arms is dit niet anders.
Tony Dekker, Erik Anesen, Miranda Mulholland, Bret Higgens en Josua van Tassel maken er een gewoonte
van om hun opnamen op verschillende locaties te laten plaatsvinden. De duur daarvan is niet belangrijk het
natuurlijke geluidskwaliteit en de hechting die liedjes moeten hebben met het bandconcept, des te meer. Zo
werden een aantal vocale tracks en akoestische gitaarpartijen opgenomen in de Tyendinaga grotten in
Ontario. Wie goed het oor te luister legt hoort in de tracks Don’t Leave Me Hanging, The Great Bear en With
Every Departure de vleermuizen rondfladderen. Grapje natuurlijk, maar evenwel je voelt een soort van
claustrofobische benauwdheid die dit keer alle behalve bedrukkend aanvoelt.
De viool partijen werden opgenomen in een Club in Toronto, terwijl de meeste rhythm sectie tracks
opgenomen werden in een Chalet net even buiten Toronto. Opvallend is wel dat ik The Great Lake Swimmers
nog nooit zo vlot van start heb horen gaan als op dit album. De plaat opent met Something Like A Storm, de
eerste single van deze plaat Zero In The City en het schommelende Shaking All Over. Traditiegetrouwe fans
zullen daar even doorheen moeten prikken. Het zijn drie iets of wat poppy liedjes die het woord
radiovriendelijk van mijn omgestempeld krijgen. Wat mij betreft geen schande, ik lust hier namelijk wel pap
van. Luister maar eens naar One More Charge At The Red Cape, A Jukebox In A Desert Of Snow en het
robuuste I Must Have Someone Else's Blues.
A Forest Of Arms heeft een herderlijk karakter. Dit album waakt over je en laat je gecontroleerd
ontvlammen. Het stuurt je en houd je samen. Het is lente de lammeren verschijnen in de weidevelden. Het
bredere muzikale gezichtsveld, dat The Great Lake Swimmers voor ogen hadden, weten ze op mij bijzonder
goed over te brengen. Is dit niet waar het allemaal omdraait, lieve Real Roots Café vrienden?
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 189 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Samantha Martin & Delta Sugar
Album:
Send The Nightingale
Label:
Independent
zondag 26 april 2015
Wat kun je toch prettig verrast worden door artiesten, die al langer meedraaien en dan in één keer de
aandacht weten te krijgen. Samantha’s eerste cd ‘Back home’ verscheen al in 2008, gevolgd door ‘Samantha
Martin and the Haggard’ in 2012 en nu dan ‘Send the nightingale’ en met deze cd heeft zij mijn aandacht
getrokken met als gevolg dat ook haar oudere werken nog eens beluisterd moeten worden.
‘Send the nightingale’ is een dijk van een plaat die van de eerste noot tot de laatste blijft boeien, een
soulvolle bluesy/country/gospel schijf die gedragen wordt door de sterke stem van Samantha, die voor mij
een geweldige mix lijkt te hebben van Eden Brent, Chastity Brown, Lisa Mills en Beth Hart, probeer daar
maar eens koeltjes onder te blijven. Haar soms harde en rauwe en ietwat schelle stem, maar altijd vol
passie en emotie, wordt geweldig ondersteund door haar co-vocalisten Sherie Marshall en Stacie Tabb. De
term co-vocalisten komt overigens van Samantha zelf, want met backing-vocals doe je deze zangeressen
echt te kort en daar ben ik het volmondig mee eens. De cd, gedragen door de vocalen, wordt prachtig
begeleidt door gitarist Mikey McCallum en op orgel Jimmy Hill en op meerdere nummers wordt het ritme
bepaald door handgeklap. Muzikanten die zo klein kunnen spelen en zichzelf kunnen wegcijferen zoals Mikey
verdienen respect, want wat hij laat horen getuigt van enorme klasse, mooi lijnen, lekkere picks, een enkele
kleine solo maar altijd in dienst van.
Elf geweldige nummers, de één emotioneel, de ander vrolijk, langzaam en up-tempo, waarbij wel
gewaarschuwd moet worden zoals bij enkele drugs, ben je vrolijk dan wordt dit versterkt, ben je een beetje
neerslachtig, dan zal ook dit gevoel versterkt worden, u bent gewaarschuwd. De cd is opgedragen aan haar
moeder die op 6 december 2014 is overleden met de woorden, You were to young too go but rest easy, and
know you were loved beyond words. Your nightingale will sing for you – just shine your light and guide her
pat. Haar moeder zou trots geweest zijn op de prestatie van haar dochter met wat zij heeft afgeleverd.
Jan van Eck
donderdag 24 december 2015
Pagina 190 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Decemberists
Album:
What a Terrible World, What a Beautiful World
Label:
Capitol
zondag 26 april 2015
Bijna sluit het Café. Als laatste ga ik weg. Bij de deur heeft Jan de sleutel al in zijn hand. Dan bedenk ik dat
ik iets vergeet. “Jan, die James McMurty, hebben we daar nog een exemplaar van?” Jan knikt en zegt “Loop
even mee.” Door de deur achter de tapkast komen we in een stelsel van gangen waar bezoekers geen weet
van hebben. Al kennen we vaste gasten die er weleens naar vragen. “Wat is dat toch daar, achter die deur?”
We glimlachen dan vriendelijk en mompelen iets over ‘de essentie van het Café’ of ‘waar de werkelijke
waarde zich openbaart’. In de gangen staan de gewone cafédingen zoals biervaten, taphendels, dozen met
glazen, stoelen, tafels en barkrukken. Net voorbij de dozen met chips stoppen we voor een deur waarop
staat te lezen: ‘magazijn van het onophoudelijk zingen’. Jan opent de deur. Onafzienbare rijen met vinyl,
cd’s, cassettes, banden en downloads, allemaal gehuld in een stoffig waas van licht. Er weerklinken
duizenden liedjes. Zacht, onontkoombaar en zonder dat er sprake is van geluidsbrij. Als de aandacht op één
liedje wordt gevestigd, wijken de andere als het ware wat terug. Ik hoor These Things I’ve Come To Know
van Complicated Game. Net op dat moment heeft Jan de plaat ineens in zijn hand. Ik kijk hem vragend aan.
“Ach”, zegt Jan, “het denken aan een liedje of een plaat is in dit magazijn genoeg.” Terwijl ik Complicated
Game aanpakte, denk ik ineens aan The Decemberists. En daar weerklinkt het onweerstaanbare The Cavalry
Captain en in mijn handen heb ik nu ook What A Terrible World, What A Beautiful World. “Hoe kan dat?”,
vroeg ik Jan. “Deze plaat heb ik toch nog niet besproken?” “Dat”, antwoordde Jan, “is het geheim van het
magazijn van het onophoudelijk zingen. De zing van het bestaan, die niemand kan verklaren.”
Op weg naar huis, de straten aan de voeten van de gedachteloos schaduw werpende silhouetten van bomen
en lantarenpalen, hoor ik What A Terrible World, What A Beautiful World. Verbaast constateer ik dat ik geen
apparaat bij me heb waarop muziek afgespeeld zou kunnen worden. Hoe kan ik Colin Meloy dan toch zo
duidelijk de volgende zin uit Philomena horen zingen?
All that I wanted in the world
Was just to live to see a naked girl
But I found I quickly bored
I wanted more, I wanted more
Aangekomen op de markt begrijp ik het: ik ben een speler geworden. Iets van het magazijn van het
onophoudelijke zingen van het Café vergezelt me. Wat zou Jan, die ook op weg naar huis was, op dit
moment horen? Ik vergeet hem onmiddellijk weer. Want Colin Meloy, schrijver van kinderboeken en broer
van schrijfster Maile Meloy, en de rest van The Decemberists laten Lake Song horen en dat is alles wat op dit
moment speelt. Alweer een prachtig liedje van deze wat ongrijpbare en daardoor zo vaak onbegrepen band.
De verhalende, niet zelden enigszins literaire teksten, de mengeling van folk, prog (vooral op The Crane Wife
uit 2006) en rock, de subtiele ironie en humor, ze weerspiegelen de kracht van de naar een onvoltooide
roman van Tolstoy vernoemde band. Maar juist omdat deze elementen zo met elkaar verweven zijn, lijken ze
elkaar op te heffen. De eeuwigdurende honger van het verlangende jongetje naar het naakte meisje (ook al
bevinden beiden zich inmiddels in een verzorgingshuis), beschreven in het tekstfragment hierboven, is daar
een goed voorbeeld van. Goed luisteren, of liever gezegd ‘lezend luisteren’ is het devies. Na een sterke reeks
van vier platen, beginnend bij het debuut Castaways and Cutouts (2002) volgde het misschien wat al te
conceptuele The Hazzards of Love (2009). Dat laatste album leverde de band voor het eerst kritiek op. Of
die terecht was? Luister naar het onweerstaanbare The Wanting Comes In Waves van dat album en ga
daarna de platen die u kent na. U zult moeten constateren dat dergelijke, onweerstaanbare liedjes dun
gezaaid zijn. Na het sobere The King Is Dead (2011) is What A Terrible World, What A Beautiful World dus
het zevende werk van het vijftal uit Portland, Oregon. Er zijn mensen die opnieuw teleurgesteld zijn.
http://kickingthehabit.nl/2015-01-19/review-the-decemberists-what-a-terrible-world-what-a-beautiful-w
Dat kan natuurlijk. Soms gaat het zingen je juist in de koude kleren zitten.
Daar doemt mijn huis op. De kille nacht strekt zich wit uit over de autoruiten. Uit mijn mond rookt adem.
Maar mijn kleren zijn warm. Gespeeld ben ik thuis gekomen. Het plaatje is af.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 191 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Grace Griffith
Album:
Passing Through
Label:
Blix Street Records
zaterdag 25 april 2015
Een heel bijzondere zangeres, deze Grace Griffith. Ze is diep geworteld in het Keltische repertoire, waarbij ze
zingt met een stem die sterk verwant is aan die van haar toenmalige vriendin Eva Cassidy, maar ook aan die
van de Ierse grootheid Mary Black (Blix Street Records, opererend vanuit Californië, trok haar aan in de
jaren 90 als opvolger van hun belangrijkste artiest, Mary Black). Grace groeide op in een gezin met 10
kinderen op een boerderij in Maryland, USA. Ze begon met muziek (gitaar, zang) maken als jong meisje,
speelde in kleine koffiehuizen, maar ze moest een praktisch getinte opleiding afronden van haar ouders, dus
studeerde ze af als fysiotherapeut in 1978. Maar de muziek bleef trekken, ze zong in lokale Ierse bands (in
Washington, DC), ‘The Hags’ (waar ze werd opgevolgd door Mary Chapin Carpenter) en ‘Connemara’ (twee
CD’s, in 1993 en 1995). Haar eerste soloCD stamt ook uit 1993, later door Blix Street Records opgepikt.
Grace tipte Eva Cassidy (Eva was een grote fan van Grace, en Grace werd een fan van Eva) bij Blix Street
Records in 1996, toen Eva al ernstig ziek was. Het was het begin van een bijzondere postume carrière van
Eva. Grace had haar eigen fysieke problemen toen bij haar in 1998 de ziekte van Parkinson werd
geconstateerd. Het had een enorme invloed op haar leven, maar ze bleef muziek maken,nu alleen zang
(door haar ziekte moest ze het spelen van instrumenten opgeven). Met ‘Passing through’ is zij aan haar
zesde solo-CD toe. En wat een juweel is het! Prachtige, bijna hemelse Keltische muziek. Grace heeft een
schitterende engelachtige stem, de begeleiding is subtiel akoestisch. We horen piano, fiddle, cello, gitaar,
fluit, bas, accordeon, bouzouki, Keltische harp, mandoline en whistle in de meest fraaie en gevoelige
arrangementen. Het repertoire mag ook verrassend worden genoemd met covers van Laurie Lewis (‘The
wood Thrush’s song’, a cappella gezongen), Emmylou Harris (‘Cup of kindness’), een supergevoelige versie
van ‘Nature boy’ (een hit voor Nat King Cole in 1948, later gezongen door een keur aan artiesten, o.a. Frank
Sinatra en Grace Slick ), een paar heerlijke traditionals (‘Down by the Sally gardens’, ‘Bridget O’Malley’, ‘I
wish my love was a red rose’). Mijn favoriet is ‘Loud are the bells of Norwich’, van ene Sydney Carter en
gebaseerd op een gedicht van Julian of Norwich.
Een absoluut juweel van een CD. Ongelofelijk, wat deze Grace Griffith nog voor elkaar krijgt ondanks haar
enorme beperkingen. Het heeft hierdoor zo’n twee jaar geduurd om de opnamen af te ronden. Een hele
grote aanrader, een topper in het Keltische genre!!!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 192 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Bootleg Betty
Album:
Bootleg Betty
Label:
Kroese Records
vrijdag 24 april 2015
Bootleg Betty is een band met invloeden van rock ‘n roll, country, rockabilly en pop. Daar zijn er wel meer
van, maar er zijn er maar weinig die uitsluitend uit vrouwen bestaan. Met hun muziek nemen de dames je
mee naar een rokerige, vuige kroeg waar ze je met hun zelfgeschreven songs alle hoeken van de
rootsmuziek laten horen.
Wie nu denkt, wat maakt die klojo nou, hij kopieert de tekst die Bootleg Betty zelf op hun eigen website
heeft staan, heeft gelijk. Wees gerust, het is geen gemakzucht of een writer’s block van deze kroegbaas. Het
geschrevene is zo waar als een koe en ik kon het eigenlijk niet beter verwoorden. Muzikaal gezien is de
muziek die Bootleg Betty maakt helemaal niet mijn ding. Misschien vloek ik nu zelfs wel in de kroeg, als ik
zeg dat de muziek van Pokey LaFarge of een Luke Winslow-King mij ook niet aanspreekt. Toch bekruipt bij
mij het gevoel dat de vijf dames van Bootleg Betty daar goed naar geluisterd hebben. Indie Folk is uit. Daar
staat tegenover dat country jazz en rockabilly weer helemaal in zijn. Pop dus! Zie het gevolg. Binnen een
poep en een scheet volgen inmiddels meer dan duizend mensen Bootleg Betty op Facebook. Veel meer kom
je overigens niet te weten over deze vijf opgeschoten meiden. Over wie wat en hoe doet en waar ze vandaan
komen blijven de schatjes, ook op hun website, vaag. Vijf meiden die er zo uitzien hebben volgers en die
volgers hebben smaak als ik het heb over de muziek die afkomstig is van hun debuut EP Left the Barn. De
arrangementen klinken lekke ruw en brutaal. Ze “kicken ass” zouden ze in Amerika zeggen. Met A Song
Called Wanda trappen ze je de deur in, alsof ze willen zeggen “kom maar op”. De rhythm sectie staat als een
huis en het gitaarspel Imke Loeffen, kijk dat weet ik dan toevallig wel, noem ik zeer doeltreffend.
Ik zou deze nette Chica’s inderdaad weleens in een echte rokerige, vunzige kroeg willen zien optreden. Een
ander aangenaam weetje is overigens dat deze EP de eerste release is van Kroese Records. De populaire
Nijmeegse en Arnhemse platenzaak hoopt met het nieuwe label een ondersteunende rol te kunnen spelen in
de ontwikkeling van een aantal bandjes in de regio. Ja, ja de muziekindustrie komt langzaam maar zeker in
positieve zin in beweging.
Jan Janssen
Artist:
Rich Hopkins & Luminarios
Album:
Tombstone
Label:
Blue Rose Records
vrijdag 24 april 2015
Twee jaar na het album Buried Treasures is er opvolger Tombstone van Rich Hopkins, een van mijn meest
favoriete rockmuzikanten. Ik zie steeds weer uit naar een dosis nieuwe onweerstaanbare woestijnrock, het
vaste concept van de man en zijn Lumineers uit Tucson, Arizona. Een concept dat natuurlijk ook voor
Tombstone werd gebruikt en dat staat voor eenvoud van de songopbouw, weergaloze gitaarriffs,
schroeiende gitaarsolo’s, pakkende melodieën, super strakke ritmesectie, half pratende emo-zang, soulvolle
achtergrond koortjes, gepassioneerde uitvoering en songteksten die zowel van persoonlijk- filosofische als
van sociaal-politieke betekenis zijn. De ene keer dienen ze als ferme aanklacht tegen onrecht waaraan
mensen voortdurend worden blootgesteld, een andere keer als krachtige oproep voor een betere wereld.
Tombstone bevat twaalf nummers. Tien daarvan schreef hij samen met zijn vrouw Lisa Novak, welke laatste
met het akoestische slotnummer Leona’s Waltz een stille, ontroerende hommage brengt aan haar moeder,
ooit pianiste in de band The Southernaires. De zanger van die band indertijd, Arnold Parker leende zijn stem
aan dat liedje. Een muzikale vernieuwer zal Hopkins waarschijnlijk nooit worden. Liever niet zelfs wat mij
betreft, want zijn muziek onderga ik altijd als een hele fijne luistertrip. Het gestage, meeslepende tempo, de
sensitieve sfeer en authentieke voordracht waarmee dat allemaal over het voetlicht wordt gebracht, is van
een even grandioze als tijdloze klasse.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 193 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
José Gonzáles
Album:
Vestiges & Claws
Label:
Peacefrog
donderdag 23 april 2015
Mute
Zoals de Volkswagen Golf.
Zoals Prodent tandpasta.
Zoals Venz hagelslag.
Zoals een Batavus fiets.
Zoals V&D.
Zoals het Tweede Kamerlid Agnes Wolbert.
Zoals Heineken bier.
Zo klinkt José González.
In 2003 bracht de Zweed zijn goed ontvangen album Veneer uit. Zijn ‘rollende’ akoestische gitaarspel en zijn
ingetogen zang mochten op waardering rekenen. Het onlangs verschenen Vestiges & Claw is pas het derde
soloalbum van González die echter sinds dat eerste album ook twee albums met de Zweedse folkrockgroep
Junip maakte. De singer-songwriter staat, net als het rijtje hierboven (uitgezonderd misschien Agnes
Wolbert, die ik nauwelijks ken), zowel voor kwaliteit als voor een zekere alledaagsheid. Er zijn mensen die
dat laatste woord in de vorige zin liever door saaiheid zouden vervangen. Zover wil ik niet gaan. Maar echt
opwindend kan ik de muziek van González niet vinden. Dat is al zo sinds ik hem op een vrijdagavond in de
zomer van 2007 het Cactus Festival in Brugge zag openen. Vestiges & Claw brengt hierin geen verandering,
ook al presenteert José González zich met deze plaat als een zijn vak toegewijde man van liedjes.
Wim Boluijt
Artist:
Yonder
Album:
Graftings
Label:
Rootsy.nu
woensdag 22 april 2015
Yonder wil niet, dat hun muziek vergeleken wordt met goed gerijpte wijn, gerechten uit sterrenrestaurants
of door de zon geliefkoosd fruit. Dat was ik ook niet van plan! Ken ik dit Zweedse viertal? Mats Qwarfordt
zingt, schrijft liedjes en speelt harmonica. Peder af Ugglas is de gitarist en hém ken ik zeker wel, van een
aantal boeiende en tevens behoorlijk eigenwijze solo-albums. Dan vind ik hier nog Björn Lundquist, die de
staande bas bespeelt en drummer Mats Persson.
'Graftings' is Yonder's tien nummers tellende tweede album en de muzikanten bouwen verder op hun
fundament van traditionele country blues, folk, old-time en gospel. Met een hedendaags sausje en natuurlijk
de eigen creatieve benadering. Er is duidelijk zorg aan het uiterlijk van de CD besteed, de lay-out met
blauwe rozen doet mij aan ouderwets behang denken en er is zelfs een boekje met teksten!
"First Big Love" begint het album met een fraaie mondharmonica solo, Peder's opvallende gitaarspel vraagt
gelijk de aandacht, samen met de stem van Mats Qwarfordt, die 'n beetje aan Willie Nelson doet denken. De
bekende traditional "In The Pines" gaat terug tot 1870 en leent zich prima voor een onheilspellende
vertolking, met zeer imposante gitaarsolo's. "He Arose From The Dead" is een minder bekende traditionele
gospel, die voor het eerst opgenomen werd in 1927. Yonder's uitvoering, met opgewekte harmonica en
effectieve koortjes, neemt ons mee richting de Zuidelijke Amerikaanse staten. "Wedding" is een door Peder
af Ugglas geschreven instrumental, waarop Mats Qwarfordt laat horen, dat hij ook een goede
verstandhouding heeft met de mandoline.
Dan komen we bij twee originele liedjes, de ingetogen en met veel gevoel gebrachte folk van "Nothing Is
Permanent" en de met uitstekende gitaar omlijste, aan Billy Joe Shaver herinnerende blues van "You Will
Know". Hier komt de titel 'Graftings' vandaan, zie ik. Blind Lemon Jefferson's "See That My Grave Is Kept
Clean" werd ontelbare keren gecoverd, maar Yonder weet met een spaarzaam begeleide versie indruk te
maken. "Jack O'Diamond's a hard card to play", ook hier komt de band glorieus mee weg, om het album
vervolgens te eindigen met twee prima eigen werkjes: akoestisch "Lay Here By My Side" en gothic
romantisch "Oh Rose", waarin wij nog even van Peder's gitaar kunnen genieten. Ik zal geen vreemde
vergelijkingen maken, Yonder. Schitterend album met een eigen identiteit. Zo tevreden?
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 194 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Nikki Lane
Album:
All Or Nothin'
Label:
New West Records
maandag 20 april 2015
Het aanbod dat Dan Auerbach, veelgevraagd (ster)producer deed aan de in Nashville, Tennessee
woonachtige country-artieste Niki Lane, om een handje te helpen bij haar tweede album All or Nothing greep
ze maar wat graag aan. Natuurlijk, want in 2011 was het tamelijk stil gebleven rond haar debuut-cd Walk of
Shame. En nu, nu zijn er all over ronkende recensies te lezen over All or Nothing. Inderdaad een heel
geslaagd album, niet in de laatste plaats door de samenwerking met Auerbach die voortreffelijk werk
verrichtte. Hij schreef mee aan vijf van de twaalf liedjes, bracht prachtig gevarieerde arrangementen aan en
voorzag het fraai geproduceerde country-album van een lichtvoetig, dwars en ongelikt rock ‘n’ soulrandje. En
Nikki dan? Nou die heeft zo te horen talent genoeg van zichzelf, maar een duwtje in de rug van zo iemand
als Auerbach is nooit weg om een carrièresprongetje.
Het mooie van haar is dat ze veelzijdige, beetje tegendraadse, getroebleerde liefdesliedjes schrijft die
wortelen in traditionele country en die ze mengt met springerige pop, zoals in I Don’t Care (vroeg Elvis
Costello-orgeltje) of aanlengt met het typische sixties meidengroep-geluid van Phil Spector in Good Man of
You Can’t Talk To Me Like That. Of neem het galopperende ritme in Seein’Double dat een broeierige
prairiesfeer ademt door de heerlijke donkerte van twangende gitaren. In Love’s on Fire zingen beiden
prachtig samen, vocaal aangevoerd door Auerbach, wiens lichtbruine stem prachtig kleurt met het
doordringende, meisjesachtige (tussen jonge Lucinda Williams en Wanda Jackson in) stemgeluid van Lane.
Het titelnummer is doordesemd van soul en rock en is er prettige countryrock in Sleep With A Stranger en
Man Up. Westkust-country, in de geest van Gram Parsons, treffen we aan in de magnifieke ballad Out of
Mind. Het album eindigt met bitterzoete traditionele country in Wild One en het wederom in een Spectorsound gedompelde Want My Heart Back.
Uitstekende Nashville-country, die zowel door de purist als de moderne liefhebber van countrymuziek
gewaardeerd zal worden. All or Nothing is ‘alles’ geworden en zou zomaar haar Walk of Fame kunnen
betekenen
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 195 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Dana Fuchs
Album:
Songs From The Road
Label:
Ruf Records
zondag 19 april 2015
In de serie “Songs From The Road” verscheen eind vorig jaar een CD/DVD van Dana Fuchs. De audio en
video opnamen werden op 14 maart 2014 gemaakt in de Highline Ballroom in New York. Ik heb haar
meerdere keren in Nederland gezien en behalve haar vaste begeleider, gitarist Jon Diamond, maakt ze in
Europa meestal gebruik van een hier ingehuurde bassist en drummer met soms ook nog een toetsenist.
Op deze cd maakt ze gebruik van een wat uitgebreidere band. Naast Fuchs en Diamond staan op het podium
Matt Beck (gitaar), Pete Levin (toetsen), Jack Daley (bas) en Joe Daley (drums), terwijl ook een achtergrond
koortje, de Screaming Sirens (Elaine Caswell, Nicki Richards en Bette Sussman), van de partij is. Door deze
uitgebreidere band klinkt het wel allemaal meer uitgebalanceerd. Door het kleinere podium in deze club en
de grotere band is er ook minder ruimte voor miss Fuchs’ flamboyante gedrag. Weliswaar staat, loopt ligt, zit
en knielt ze op het podium en laat af en toe best de haren wapperen, het is toch minder uitbundig dan op de
Europese festivals.
Op de CD en DVD krijgen we in ongeveer anderhalf uur tijd een goed en afwisselend optreden
voorgeschoteld. Veel rock, een vleugje soul, wat country en heel klein beetje gospel staan op het menu. In
twee akoestische nummers halverwege de set, “Sad Salvation” en het countrynummer “Tell Me I’m Not
Drinking”, zien we Dana zelfs gitaar spelen. Overigens staan deze twee songs op de tracklist van de DVD
omgekeerd vermeld. De DVD bevat ten opzichte van de CD een nummer extra: “Love To Beg”.
Aan het begin van de DVD is het even schrikken als bij de camera van achter uit de zaal regelmatig mensen
door beeld lopen en we vanaf de camera in de zaal tegen de achterhoofden van de toeschouwers aankijken.
Dit was een groot euvel op de Songs From The Road DVD van Joanne Shaw Taylor. Gelukkig weet men dit
goed op lossen en krijgen we over het algemeen goede beelden te zien.
Tijdens het voorstelrondje weet ze een oude discussie toch weer een beetje te doen opladen. Maar om even
de aandacht bij de muziek te houden, alle favorieten als “Bliss Avenue”, het emotionele “So Hard To Move”,
“Rodents In The Attic” en anderen zijn op de CD terug te vinden en de enige covers die gespeeld worden,
komen pas aan bod als toegiften: Otis Redding’s "I’ve Been Loving You Too Long” en het Lennon/McCartney
nummer “Don’t Let Me Down”.
Beeld- en geluidskwaliteit zijn dik in orde, prima zangeres met dito band. Goed product van deze rock dame.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 196 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Esme Patterson
Album:
Woman To Woman
Label:
Xtra Mile
zaterdag 18 april 2015
De antwoordsong. In de jaren vijftig en zestig was dit fenomeen heel populair. Een bekend voorbeeld: Hank
Thompson scoorde een hit met "The Wild Side Of Life" en Kitty Wells antwoordde met "It Wasn't God Who
Made Honky Tonk Angels". Nog steeds wordt het leuke idee opgepikt. Zo cirkelt nu 'Woman To Woman' van
singer-songwriter Esmé Patterson in mijn speler. Dit is haar tweede solo-CD, Esmé komt uit Denver,
Colorado, waar zij ook actief was in de groep Paper Bird. Ze verscheen op Anaïs Mitchell's concept-album
'Hadestown' en werkte samen met Shakey Graves op 'And The War Came'.
Toen Esmé in een hotelkamer, op een winteravond in Spearfish, South Dakota, het bekende Townes Van
Zandt nummer "Loretta" aan het instuderen was, realiseerde zij zich - dat er veel bekende liedjes zijn met
een vrouwennaam, bevroren in de tijd, als een zwart-wit foto. Zij besloot dat de dames toch wel 'n beetje
kleur verdienden!
Al in de eerste minuut verovert Esmé mijn muzikale hart. Geen wonder, dat "Valentine" de aandacht trok
van Elvis Costello, want dit is het antwoord van zijn "Alison": "I make love to whoever I want"! De gitaar
volgt Esmé's speelse, bijzonder energieke zang: ze gaat moeiteloos van gesproken voordracht tot veelvuldig
gebruik van de fraai vibrerende kopstem. Het altcountry / rootsrock album is live opgenomen met een
volledige band, we horen zelfs een viool. Esmé komt over als een pittige, zelfbewuste en onafhankelijke
vrouw, ze is direct, af en toe stevig rockend met wat punk invloeden.
"Never Chase A Man" is het rake antwoord op "Jolene" en ik raak verliefd op de uitbundige pedal steel. "Oh
Let's Dance" ("Lola") krijgt een toepasselijk Caraïbisch ritme mee, "What Do You Call A Woman?" ("Billie
Jean") is een sterke bluesrock track en in "Louder Than The Sound" ("Evangeline") heeft Esmé geen enkele
moeite met de gecompliceerde melodie. Ook "A Dream" ("Goodnight Irene") is knap gezongen met koortjes
en voor "Wildflower" ("To Ramona") blijft zij Bob Dylan's stijl trouw.
Is dit een feministisch album? In zekere zin, het was geen vooropgezet plan maar Esmé voelt zich goed bij
dat stempel. Of had zij beter van al die klassiekers af kunnen blijven? Ze krijgt inderdaad dergelijke kritiek
en als 'music nerd' snapt zij dat, maar aan de andere kant: het is popmuziek, geen religie, niets is heilig.
Zelf zou zij het best gaaf vinden, als iemand één van haar eigen liedjes beantwoordde!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 197 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Diftong
Album:
The Rocket Swing
Label:
Come Undone Records
vrijdag 17 april 2015
Diftong (letterlijk ‘tweeklank-een combinatie van twee opeenvolgende klinkers binnen een lettergreep, zoals
de dalende tweeklanken in onze taal au, ou, ie of ij) is de artiestennaam van de Nederlandse singersongwriter Hans Willers, al een flink deel van zijn leven actief musicus, sinds 2006 – na het opgeven van zijn
weekbaan - een zelf-verklaarde singer-songwriter (zijn eerste optreden was in 2008 in Zuid Frankrijk), die
na ‘Holy bones’ uit 2012 nu met zijn vierde CD komt. Over ‘Holy bones’ was ik destijds behoorlijk lyrisch:
‘een zeer geslaagde mooi gearrangeerde singer-songwriterproductie. Heerlijke songs, lekker stevig
gezongen met aansprekende vet aangezette teksten en een heel goede begeleiding. Graag meer van dit
werk, Diftong’. En de man heeft goed naar mij geluisterd. Deze nieuwe CD bevalt mij zelfs nog meer dan de
voorganger. De opnames vonden plaats in Nova Scotia, Canada in de studio van (neef van de bekende Anne
Murray) Dale Murray (o.m. lid van de mij onbekende Canadese indie rock band ‘Cuff the duke’). In de
begeleiding komen we behalve deze Murray (gitaren, pedal steel, piano en meer, tevens producer) ook
Brian Murray (drums), Fleur Mainville op fiddle en Christina Martin en Matt Epp op vocals tegen. De stem van
Diftong doet mij eens te meer vooral denken aan de onbekende troubadour uit het Canadese Ottawa, Wayne
Rostadt. De CD brengt lekker veel variatie, van rootsrock tot subtiele akoestische folk. De teksten hebben
een minstens even gevarieerd karakter, met maar één liefdesliedje – vrij ongewoon voor een CD van dit
genre. Diftong vertelt ons over een tattoo, de geboorte van de blues, een vrachtwagen-klassieker en een
voodoo-pop. De song van de titel gaat over een schommel, gemaakt van een zijspan van een motor (leek op
een raket) en werd geïnspireerd door het onverwachte overlijden van een neef, waarmee hij in zijn prille
jeugd graag schommelde – op die schommel, dus!.
Met ‘The rocket swing’ overtreft Diftong zijn al uitstekende voorganger. Zijn aparte stem, de gave teksten en
zeker ook de geweldige begeleiding (luister naar het schitterende pedal steel spel van Murray) leveren
prachtig luistergenot op. Well done, man!!!(
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 198 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Nick Edward Harris
Album:
The Tall Trees
Label:
Shifted Fiction Records
donderdag 16 april 2015
Iemand vergeleek hem met John Martyn en Sam Beam (Iron & Wine). Het leek me een adequate
omschrijving, al voegde ik er in gedachten John Renbourn en Bert Jansch aan toe. Ook al klinkt Nick Edward
Harris dan niet zó folk en zó virtuoos als laatstgenoemde heren, in zijn bloed zingen de snaren evenzo.
Intermezzo. Hoewel u er hier niets van gemerkt zou hebben als ik het niet had opschreven, koste het me
toch enige tijd om weer naar The Tall Trees van Nick Edward Harris terug te keren. Renbourn en Jansch, wat
een muziekmannen van formaat! Wie luistert er tegenwoordig nog naar ze? Nu de americana zo vaak blijkt
te zijn aangelengd met andere americana en bijgevolg steeds meer van het vroegere vuur lijkt te ontberen,
is een terugkeer naar ware (outlaw)country en Engelse folk zo gek nog niet. Lijkt mij.
Is de indruk gewekt dat The Tall Trees, het tweede album van de uit London afkomstige Harris nauwelijks is
beluisterd? Niet is minder waar. Luister naar Calm Your Demons, het eerste liedje van deze cd en u zult de
andere elf ook willen horen. Opnieuw willen horen bovendien.
https://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=QagcNtDMefw
Ondertussen moet ik wellicht iets rechtzetten. Mogelijk bestaat nu het idee dat Nick Edward Harris op zijn
best een ‘bekwaam’ gitarist is. Wie naar de intro van Unarmed luistert, of Trying To Be Silent vooral volgt
middels de akoestische gitaar van Edwards, weet wel beter. Ook opvallend, in dat laatste liedje klinkt hij
zowaar als Dotan.
https://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=kC8JhRf-U60
Wil deze Engelsman dat wij zoveel als mogelijk onze eigen verbeelding aanspreken als we naar dit prachtige
album luisteren? Het ontbreken van welke informatie dan ook (uitgezonderd zijn naam, de titels van de
liedjes en een verwijzing naar zijn website) op The Tall Trees lijkt daar inderdaad op te wijzen. Zijn
bedachtzame voordracht en de flarden tekst die soms achter mijn oren blijven haken, doen vermoeden dat
zijn teksten meer dan de moeite waard zijn, al zal het nog wel een tijdje duren voordat ik ze allemaal heb
kunnen doorgronden. Het zesde liedje, Moscow To Beijing is instrumentaal: de viool en gitaar nemen hun
hoed af voor klezmer zonder dat deze in de buurt lijkt. En dan is er nog het prachtige Black Box. Een zwarte
doos op de bodem van de zee, “(…) sending out your signal to the fish in the sea.” Nu eist een piano alle
aandacht op, evenals een ijl klinkend blaasinstrument. Dan volgt warempel een fraaie, tweede instrumental.
De laatste verrassing is On The Way To Leh. Ineens weet ik aan wie hij me nog meer doet denken: Richard
Thompson. Een compliment als geen ander, lijkt me.
The Tall Trees is bescheiden van aard. Het nestelt zich naast de luisteraar zonder dat deze het in de gaten
heeft. De avondroodfoto op de hoes geeft een treffend beeld. Zo vaak te zien en zelden écht gezien.
Langzaam maar zeker hoor je meer in deze plaat. Tot je bij de trompet in het laatste liedje, About You, bent
gekomen. Als het zover is, kan The Tall Trees met de meest liefdevolle woorden die een luisteraar over de
lippen kunnen komen, worden getypeerd als ‘behorend tot de collectie’.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 199 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Shannon Lyon
Album:
The Lights Behind
Label:
Factor Recordings
woensdag 15 april 2015
Tegenwoordig woont hij aan een onverharde zijweg van de Yellowhead Highway, de verbinding tussen Jasper
en Kamloops in British Columbia. "Ik word weer verliefd op Canada", zegt Shannon Lyon. Na een verblijf van
ongeveer tien jaren in Europa, vierde hij zijn thuiskomst met het opnemen van deze nieuwe altcountry CD.
We tellen maar liefst zeventien tracks, het is een retrospectief met een viertal recent geschreven liedjes daar
tussenin.
Rond 1990 speelde hij elke donderdagavond met zijn band Strange Days in Kitchener, Ontario. Toen hij die
sleur niet meer kon verdragen, kocht hij een enkele reis Amsterdam. De creatieve impuls zorgde voor een
aantal geweldige albums en veel optredens. "De krachtigste manier om een liedje over te brengen, is om het
zelf eerst beleefd te hebben". Shannon nam dit iets te letterlijk, het donkere nummer "Barcelona" schreef hij
met de fles absint bij de hand. Toen hij in Berlijn woonde, is hij -gelukkig- gestopt met drinken, nu houdt hij
het bij een kop koffie en focust op zijn werk. "I feel a lot more joy - less darkness".
Shannon's oude vriend, producer Rob Szabo, selecteerde songs uit twintig jaar Lyon-muziekgeschiedenis.
Veel fans kennen de eerste opnamen niet, omdat sommige platenlabels niet meer bestaan. "Cornerstore" en
"Last Time I Cried" schreef Shannon bijvoorbeeld, toen hij 21 was. Dit is misschien wel zijn beste album tot
nu toe. Aanbevolen voor een eerste kennismaking en voor de doorgewinterde liefhebber, want de oudere
liedjes zijn opnieuw prachtig gearrangeerd. Dit vormt één gevarieerd geheel, wisselend in tempo, maar
steeds boeiend.
De stem van onze troubadour is zelfs beter geworden: doorleefder, iets rafeliger misschien, nog steeds met
de typerende keelklanken, maar met meer gevoel. Hij speelt als altijd uitstekend akoestische gitaar en
harmonica. Eerlijk, diep persoonlijk, melancholiek en 'n tikje nostalgisch, durft hij zich kwetsbaar op te
stellen en zijn ziel bloot te geven. Hij vertelt zijn verhalen, vol met goede en slechte herinneringen.
We luisteren naar het grappig aanstekelijke "Mods Rule" ("Well, apple pie sounds pretty good to me right
now"), het mooi opgebouwde "Soul Of The World" (met Mike Roelofs op keyboards) en "Nobody Else" met
een Sixteen Horsepower tintje; naar een absoluut hoogtepunt als "Dirty Old South" (met de ontroerende
bekentenis "When I think of it all / It's hard to forgive myself"), terwijl het album effectief eindigt met de
eenvoudige regel uit "OK Guy": "You don't have to be there when I cry".
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 200 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Sarah McQuaid
Album:
Walking Into White
Label:
Waterbrug
dinsdag 14 april 2015
Een opvolger voor de prachtig mooie CD ‘The plum tree and the rose’. Sarah McQuaid heeft een
internationale achtergrond, ze is de in Madrid geboren dochter van een Spaanse vader en een Amerikaanse
moeder), groeide op in de USA (Chicago), ze heeft zowel de Ierse als de Amerikaanse nationaliteit en woont
momenteel in Cornwall in de UK. Sinds haar debuut in 1997 is ‘Walking into white’ de zevende CD van deze
vooral Keltisch georiënteerde Sarah. Er staan 14 nummers op de CD, waaronder een prachtig
instrumentaaltje (‘I am grateful for what I have’) en drie korte (alle ca 45 seconden) a cappella gebrachte
nummers met de titels ‘Sweetness and pain I, II en III’. In het door de inbreng van de trompet van Gareth
Flowers jazzy nummer ‘Walking into white’ horen we verder alleen Sarah’s stem en gitaar en dan valt op
hoe schitterend ze gitaar speelt, duidelijk klassiek geschoold. Er staat nog een heel bijzondere song op de
CD, ‘Jackdaws rising’, met de stemmen van Sarah en Adele Schulz en in de begeleiding Sarah, de beide
producers Adam Pierce (ook Fender jaguar, drums, cajon, percussie, tambourine, bas, air organ en
vibraphone) en Jeremy Backofen (ook bas in enkele nummers) en ook nog Martin Stransbury met ‘stomps
and handclaps’. Net als op de voorganger laat Sarah zich inspireren door oude muziek en literatuur. Twee
songs zijn geïnspireerd door de kinderboekenserie ‘Swallows and amazons’ van Arthur Ransome (UK, ca
1930), boeken die Sarah recentelijk alle twaalf voorlas aan haar twee kinderen. En ‘Canticle of the sun’ (in
de begeleiding twee air orgels en een vibrafoon naast Sarah en haar gitaar) is zelfs geïnspireerd door een
gedicht van Franciscus van Assisi uit 1225. Sarah sluit haar bijzondere CD af met een cover van ‘The First
time ever I saw your face’ van Ewan MacColl – een nummer dat we kennen van Peggy Seeger en Gordon
Lightfoot - alleen Sarah en haar gitaar!
‘Walking into white’ is een pure folkCD met songs die je ertoe dwingen diep te gaan in Sarah’s gevoelige,
droevige stem en de mooi ingevulde karige en subtiele begeleiding. Na het beluisteren blijf je – net als bij de
voorganger - in gepaste stilte achter.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 201 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Scott Matthews
Album:
Home Part I
Label:
San Remo Records
maandag 13 april 2015
Vanmiddag weerklonk de stem van Roger van Boxtel, belangenverstrengelaar (lid van de Eerste kamer voor
D66 en vicevoorzitter van Zorgverzekeraars Nederland) én muziekliefhebber. Laten we ons beperken tot het
laatste, want politiek in ons café, daar komt altijd gedonder van. Hij sprak op de radio over zijn nieuwe boek
Van trilling tot rilling – De magie van muziek en betoonde zich een gloedvol pleitbezorger voor meer
aandacht voor muziek in onze samenleving. Volgens Van Boxtel, die in zijn boek mensen als Jaap van
Zweden, Willeke Alberti, Dick Swaab en Leo Blokhuis aan het woord laat, laat de aandacht voor muziek de
laatste jaren wat te wensen over. Dat lijkt me een aanvechtbare stelling. Zijn enthousiasme voor zowel
klassieke muziek als popmuziek was evenwel oprecht en ik moest eraan denken toen ik me er eindelijk toe
zette om deze recensie te gaan schrijven. Want, Scott Matthews, hoe zou Roger van Boxtel over diens
nieuwe, vijfde album denken?
Het is muziek die het in de trage tijd van de popmuziek, de jaren zestig en zeventig waarin vinyl als maat
van alle dingen was gesteld, goed gedaan zou hebben. Het betrachten van geduld, beluisteren in plaats van
luisteren. Muziek die korrel voor korrel valt en pas een hoop vormt als men enige tijd de ogen gesloten heeft
gehouden. Die verwijzing naar het uitstellen van deze recensie staat er niet zonder reden. Want wat kost het
veel moeite om dit schitterende album van Brit met de aan die van Jeff Buckley verwante stem, te blijven
beluisteren. Aanvankelijk dacht ik dat het tekort aan mijn kant lag. Wat later begreep ik dat Matthews het de
luisteraar met zoveel verstilling (het kost warempel best veel moeite om zijn knappe spel op de akoestische
gitaar op waarde te kunnen schatten en de arrangementen als uitgekiend in plaats van eenvormig te
beluisteren) en compositorische terughoudendheid bepaald niet gemakkelijk maakt. Wat zich hier ook
wreekt is de mp3-vorm waarin het recensie-exemplaar tot mij kwam. Te weinig tastbaar, kantloos verklankt,
onzichtbaar beleefd. Misschien spreekt hier iets van misplaatste nostalgie uit? De hoes op schoot? Misschien,
zeker wanneer we het ‘bord op schoot bij Studio Sport’ voor de geest halen. Wie maalt daar nog om? Toch
geraakte ook Van Boxtel in vuur en vlam toen Dolf Jansen hem de intro van Gimme Some Lovin’ van The
Spencer Davis Group liet horen. Weer zat hij op de middelbare school zei hij. Dansen, wilde hij. Mogelijk
overdrijf ik, met die hoes en de nadruk op de letterlijk omliggende vormen van deze muziek. Dit grotendeels
door Matthews zelf volgespeelde album dat bedachtzame, aan de oude Cat Stevens en Nick Drake
herinnerende muziek bevat, is echter veel te goed om in de alledaagse beslommeringen op te gaan. Je hebt
er je handen vol aan, maar pas als je de handen er vol van hebt, geraak je er vol van. Rest natuurlijk de
vraag: “Roger, wat denk jij ervan?”
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 202 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Kelley Mcrae
Album:
East On My Mind
Label:
Independent
zondag 12 april 2015
Strangers become friends and soon we walk together / through the fields of this grey land". Mooie regels uit
de ingetogen ballade "Fair Weather", die de EP 'Easy On My Mind' opent. Hoewel Kelley alleen haar eigen
naam voor de muziek gebruikt, krijg ik de indruk dat het woord 'together' veel voor haar betekent. Ze staat
samen met haar echtgenoot, gitarist Matt Castelein, afgebeeld op de cover. Kelley geeft me nog gelijk ook:
"No, I can't do this alone" hoor ik in het prettige midtempo countryliedje "Stay Close To Me". De zes tracks
zijn inderdaad het resultaat van gezamenlijke schrijfsessies in hun blokhut, die ze voor een jaar huurden in
de Smoky Mountains (North Carolina).
Deze EP is niet haar eerste werkje, Kelley's website laat drie eerdere album covers zien. Ze groeide op in
Mississippi en bewoonde enige tijd een appartement in New York City, waar de East Village en Brooklyn de
speeltuin zijn voor een nieuwe generatie singer-songwriters. In februari 2011 werd de huur opgezegd, met
de opbrengst van hun spullen een VW kampeerbus aangeschaft en ging het duo met de gitaren op weg. Een
jaar later hadden zij zowel New Orleans als de Westkust gezien, ruim tweehonderd keer opgetreden en had
hun bus 35.000 mijlen meer op de teller staan.
Laten we verder luisteren: de jazz getinte titeltrack heeft als onderwerp dankbaarheid en hoop voor de
toekomst. Kelley schreef dit na een moeilijke tijd, juist op de drempel van een veelbelovende periode. Niet
alleen haar fraaie stem (denk aan Neko Case, Gillian Welch, Laura Cantrell) valt op, maar ook haar gevoelige
voordracht. Het persoonlijke tintje, alsof zij voor ons alleen zingt. Ze heeft alles helemaal onder controle en
hoewel zij het hier niet vaak doet, kan zij ook stevig en met soul uithalen.
Het idee voor "Full Cup" kwam na een lange avond in Austin bij het vuur, bier drinkend en liedjes van John
Prine zingend. De EP is opgenomen in dezelfde stad, een bedrieglijk simpele productie met aandacht voor
het sterke akoestische gitaarwerk, ook Geoff Queen's bijdragen op pedal steel en dobro springen eruit. "So
Fine" is een weemoedig countryfolk liedje in de stijl van Patty Griffin, geïnspireerd door een bejaard stel op
hun veranda in de Smoky Mountains - alsof zij daar al vijftig jaar zaten. Het laatste nummer blijft in dezelfde
sfeer en graaft wat dieper, naar de misvattingen van het menselijk hart. MOOI plaatje!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 203 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Andy Pratt
Album:
Do You Remember
Label:
Continental Song City
zaterdag 11 april 2015
Een comeback, zo wordt Do You Remember Me? van Andy Pratt genoemd. Op de cover van Heaven 2
(mrt/apr 2015) spreekt men zelfs van ‘Verloren zoon’. In het artikel van Constant Meijers dat aan deze
nieuwe cd van Andy Pratt is gewijd, staat dat deze ‘onderdook in religie’. Ook ‘kwam de bekering tot God zijn
schrijftalent niet ten goede’. Tja, als je als muzikant openlijk met geloof op de proppen komt, kan je maar
beter direct je andere wang toekeren. Vraag het Bob Dylan maar. Of Jeremy Enigk. Of Cat Stevens. Meijers
richt zich geheel volgens de huidige Andy-Pratt-mythe op de – inderdaad – fenomenale eerste twee albums
van de man (het uit 1969 stammende Records Are Like Life en Andy Pratt uit 1973) en heeft geen oog voor
de rol die religie op voortreffelijke albums als Motives (1979) en Shiver In The Night (1977) speelde. Maar
wat misschien wel erger is: waar waren alle popjournalisten toen Pratt in 1986 Perfect Therapy deed
verschenen? Dat album doet in niets onder voor alle hierboven genoemde platen. Toegegeven, daarna werd
het sappelen geblazen voor de liefhebber van Pratts muziek. In 2003 verscheen herstelde Pratt zich met het
prachtige New Resolutions. Nauwelijks nam hij bijvoorbeeld een sterker liedje op dan Why Do You Love Me
van deze plaat. De drie grondkenmerken van het wezen van zijn muziek: mystiek, onzekerheid en verlangen
vormen hier, zonder de rest van het album tekort te doen, een betoverende eenheid. De uitstekende band
(let op de gitaar als u het liedje beluistert op http://www.itsaboutmusic.com/andypratt.html) speelt
natuurlijk ook een rol van betekenis. Ik beschouwde dit magnifieke teken van leven van de inmiddels
Nederland verlaten hebbende en opnieuw in Amerika gevestigde Pratt, als een comeback. Ik interviewde
hem en schreef een kort artikel. Niemand wilde het plaatsten. Muziekbladen? Nee, dank u. Uiteindelijk
verscheen het rond 2004 in het Nederlands Dagblad onder de titel ‘Vergeet de vergetelheid’. Omdat het
nauwelijks aan belang heeft ingeboet, kunt u het hier in het Café (opnieuw?) lezen.
U zult inmiddels begrijpen: dat van die comeback is schromelijk overdreven. Ook al omdat Pratt de
afgelopen jaren online regelmatig nieuwe muziek van zijn hand deed verschijnen. Eveneens overdreven is de
lof die Pratt krijgt toegezwaaid voor Do You Remember Me? De liedjes zijn wat doorsnee (ter illustratie, pas
bij liedje vijf, the Snakecharmer, veer je als luisteraar wat op, terwijl de matige nieuwe versie van het
aloude, wonderlijk mooie Avenging Annie je alleen maar doet afvragen waarom niemand hem dit idee uit het
hoofd gepraat heeft?) en de productie is ronduit slecht. Dat Pratts stem niet meer zo fijnzinnig klinkt als in
zijn hoogtijdagen is hem gezien zijn leeftijd, bijna 70, is begrijpelijk. Dat hij tracht te zingen als in die dagen
van weleer, niet.
Het is duidelijk. Zoals hij klonk, bijvoorbeeld op de weergaloze ep Fun In The First World (1982), zo klinkt hij
niet meer. Met Do You Remember Me? heeft Andy Pratt zich tussen wal en schip gezongen. Voor de
liefhebbers van zijn werk (waartoe ik mijzelf reken) is het één van zijn mindere platen en voor die mensen
die zijn werk niet kennen ligt er nog heel veel mooier moois te wachten.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 204 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
To Kill A King
Album:
To Kill A King
Label:
Xtra Mile Recordings
vrijdag 10 april 2015
Het liep in het beging niet allemaal van het leien dakje, voor de uit Londen afkomstige pop rock formatie To
Kill A King. Amper verscheen hun debuutalbum Cannibals With Cutlery (2013), vertrokken er zo, uit het
niets, de bandleden Ian Dudfield op gitaar en drummer Jonathan "Jon" Willoughby. Ga er dan maar eens
aanstaan! Ze hebben zich er klaarblijkelijk doorheen geslagen want anders hadden we niet meer van hun
vernomen natuurlijk.
Vorig jaar maakte onze SXSW verslagever Paul Jonker al melding van To Kill A King. Afgelopen zomer dook
het gezelschap samen met Bastille producer Mark Crew de studio in. Het resultaat van dit titelloze album
mag er zijn. Tussen de subtiele opener Compare Scars en de grillige afsluiter Today, valt er genoeg te
beleven om je oor eens goed te luister te leggen. Nee, mannen dit is geen roots, dit Britpop met een
geraffineerd randje post-punk. In eerste instantie dacht ik, waar ben ik aan begonnen. Totdat ik de eerste
single Love Is Not Control voorbij hoorde komen. Het is een catchy melodietje met een ligt melancholieke
ondertoon. Het knarsende stemgeluid van Ralph Pelleymounter past zich moeiteloos aan bij de enorme
diversiteit van de songs op dit album. In muzikaal opzicht sluiten bassist Peter Hakola, drummer Josh Taffel,
gitarist Grant McNeill en Ben Jackson op toetsen daar naadloos daarbij aan. Door de bocht genomen hebben
To Kill A King een behoorlijk volwassen album afgeleverd.
Geeft het toe, het was een uitdaging. Maar met een beetje flexibele instelling, denk ik dat een beetje roots
muziekliefhebber het mij eens zal zijn als ik zeg dat op deze plaat prima gemusiceerd wordt. Terwijl indiefolk bandje als Mumford & Sons en The National een beetje op hun retour lijken, geven To Kill a King het
genre juist een frisse twist.
Jan Janssen
Artist:
The Westies
Album:
West Side Stories
Label:
Independent
donderdag 9 april 2015
The Westies is de – niet echt originele – naam voor het nieuwe project van singer-songwriter Michael
McDermott, een man die ooit op zijn 20e een lovend ontvangen debuut afleverde met ‘620 W. Surf’ (1991).
Hij werd destijds vergeleken met Springsteen en Dylan. Een viertal jaren later was de hype rondom Michael
over. Waarom, vermoedelijk omdat Michael zichzelf verliet in het echte Rock ’n Roll leven met drugs, alcohol
en vrouwen? Na 1991 verschenen er diverse CD’s van McDermott, maar het succes van de eerste werd
nooit benaderd. Sinds 2013 heeft Michael de band ‘The Westies’, waarin zijn vrouw Heather Horton zingt en
de fiddle speelt. Naast Michael (zang/akoestische gitaar) en Heather horen we in de band gitarist Joe
Pisapia, drummer/pianist Ian Fitchuk en soms John Deaderick op piano. In het – lekker subtiel rockende nummer ‘Devil’ spelen producer Lex Price (elektrische gitaar), Daniel Tashian (ook el. gtr) en Fred Eltingham
op drums. Michael schrijft uitstekende songs, titels van meestal één woord (alleen ‘Hell’s kitchen’ en ‘Five
leaf’ niet), zijn stem is prachtig en doet inderdaad denken aan met name Springsteen, maar ook Kevin Welch
is een goed ijkpunt, de begeleiding is voor een behoorlijk deel elektrisch, vaak licht rockend, soms heel
ingetogen. Naast het prachtige ‘Devil’ komen ook ‘Bars’ (zou een mooie ballad van bijvoorbeeld Kevin Welch
kunnen zijn en het van prachtige duet-vocalen met Horton gelardeerde ‘Rosie’ machtig mooi door.
Ik kende Michael McDermott niet, maar na het beluisteren van deze prachtige CD ben ik behoorlijk verrast
door zijn kwaliteiten. Uitstekende Americana, prima songs en prachtige zang en begeleiding. Hopen dat deze
band ons land spoedig aandoet!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 205 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Angaleena Presley
Album:
American Middle Class
Label:
Slate Creek Records
woensdag 8 april 2015
American Middle Class is het solodebuut van de Amerikaanse countryzangeres Angaleena Presley. Zij komt
oorspronkelijk uit Beauty, Kentucky, maar vond haar heil uiteindelijk in de muziekstad Nashville. Met
Miranda Lambert en Ashley Monroe vormde zij een succesvol countrytrio Pistol Annies, die met hun debuut
Hell On Heels vele prijzen wonnen in de countrywereld. Angaleena is getrouwd met Jordan Powell, waarmee
zij samen de productie van haar debuut verzorgde. Met behulp van gevestigde muzikanten uit Nashville als
Keith Gattis (gitaar), Audley Freed (gitaar), David Henry (cello) en toetsenist John Henry Trinko kon het
eigenlijk niet fout gaan.
American Middle Class is gelukkig geen glad geproduceerde Nashville-plaat. De meeste tracks klinken
redelijk ingehouden met als resultaat: meeslepende country-soul met een melancholieke ondertoon. De
teksten gaan over alledaagse problematiek met als centraal thema: iets willen hebben en het nooit krijgen
of niets willen hebben, omdat je het toch nooit zult krijgen. Het album opent met het bluesy Ain’t No Man en
meteen valt op dat Angaleena mooie teksten schrijft. “She’s busy as a saddle in a horse town” zingt Presley
vol passie. Het gaat over een dame die (te) veel in haar mars heeft om in een mannenwereld te overleven.
Het grijpt terug naar haar eerste pionierende jaren in Nashville. Het gospelachtige All I Ever Wanted is mijn
lievelingstrack. Grocery Store doet mij denken aan de sfeervolle muziek van Kathleen Edwards. Prachtig die
zwevende en galmende gitaren. De titeltrack opent met een aantal quotes van Angaleena’s vader, die als
mijnwerker in Kentucky actief was. Het is een ode aan het harde doch simpele leven in een
mijnwerkersgezin. “Cause a blade of bluegrass left a scar on my neck and it ain’t quit hurtin’ yet” is een van
de rake regels in het autobiografische Better Off Red. Het gaat over het verlangen naar een plek die nooit
meer zo zal zijn zoals ze die in haar hoofd heeft zitten.
American Middle Class is een puik debuut met sfeerrijke aansprekende countrymuziek.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 206 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Point Quiet
Album:
Ways And Needs Of A Night Horse
Label:
Continental Record Services
dinsdag 7 april 2015
Laten we vooral niet vergeten, dat er in Nederland ook fijne muziek gemaakt wordt! Deze vijf leden sterke
formatie bestaat sinds 2007, gebruikte eerst de naam White Sands en debuteerde met 'Deseronto'. Wat in
2011 -na de naamsverandering- gevolgd werd door het album 'Point Quiet'. Voor de titel van deze nieuwe
CD krijgt een creatieve geest bonuspunten: 'Ways And Needs Of A Night Horse' - prachtig!
De band belooft ons 'elf liedjes over verlies, hoop en vertrouwen in hun vertrouwde donkere Americana
geluid'. Dit is zo'n album, dat vanaf de eerste tonen de aandacht van een luisteraar gevangen houdt! Point
Quiet neemt ons mee langs boeiende muzikale landschappen, die zich als een ouderwetse zwart/wit film
afrollen. Sfeervol en melancholiek. Pascal Hallibert (singer-songwriter en gitarist van Franse afkomst) heeft
een vriendelijke, warme, iets hese stem, waarvan je denkt dat je 'm eerder ergens gehoord hebt. Zijn
bedaarde maar emotievolle, vertrouwelijke manier van zingen past perfect bij de rijk gelaagde
arrangementen, waarin ik een scala aan instrumenten voorbij hoor komen, van viool, banjo en accordeon tot
blazers. Country noir met invloeden uit de alternatieve folk en soms wat Mexicaanse geluiden, op een
aangenaam rustgevende en vloeiende manier gespeeld door getalenteerde, zeer inventieve muzikanten.
In het meeslepend ritmische "NY Or Not NY" wordt het tempo iets opgeschroefd. Bij het klaaglijke "The Man
I Once Was" huilt een pedal steel vol empathie mee, samen met een dobro komt hij terug voor "Horses". Ja,
af en toe zit er ook een eenvoudiger ballade tussen, "The West Wind" heeft bijvoorbeeld Dylanesque
invloeden. Het meest indrukwekkend vind ik "Threnody", wat klaagzang of 'lament' betekent, afgeleid van
een Grieks woord. Het nummer wordt schitterend opgebouwd: een harmonica, de intense voordracht van
Pascal, daarna toetsen, de viool en zang van Simone Manuputty. Nummers als "Trembling Stars" en de
afsluitende korte maar verrukkelijke instrumental "Maneras Y Necessidades" doen sterk aan Calexico
denken. Als ik ter aanbeveling vergelijkingen moet maken, kies ik uit de diverse 'country noir' acts toch de
Willard Grant Conspiracy en voor de stem Addam Scott. Verbluffend mooie muziek, in een unieke stijl, van
eigen bodem. Dit is opnieuw een bewijs dat Nederlandse bands op hetzelfde niveau mee kunnen doen als de
Amerikaanse acts!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 207 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Marcia Ball
Album:
The Tattooed Lady And The Alligator
Label:
Alligator Records
zaterdag 4 april 2015
De Amerikaanse zangeres/pianiste Marcia Ball begon op vijf jarige leeftijd met piano spelen en startte haar
muzikale loopbaan in 1970 in een country band. Vier jaar later begon een solocarrière, die haar over de hele
wereld bracht. The Tatooed Lady and The Alligator Man is haar vijftiende album en haar eerste voor Bruce
Iglauer’s Alligator Records.
Ze wordt op dit album begeleid door haar vaste tour band, bestaande uit Don Bennett (bas), Damien Llanes
(drums), Thad Scott (tenor sax) en Mighty Mike Schermer (gitaar). Alleen neemt Roscoe Beck in drie
nummers de bas voor zijn rekening. Dit gezelschap wordt aangevuld met een aantal gast instrumentalisten
en vocalisten. Er wordt gezegd dat ze haar beste werk afleverde in de jaren tachtig en negentig voor
Rounder Records, maar eigenlijk is al haar werk van constante, hoge kwaliteit. Ook deze nieuwe schijf mag
er wezen. Niet echt vernieuwend, maar een zeer aangename gumbo van stijlen, waarin haar herkenbare
New Orleans-stijl pianospel centraal staat. Bovendien beschikt Marcia over een soepel en aangenaam
stemgeluid. De teksten vormen stuk voor stuk fraaie afgeronde verhaaltjes.
De cd opent met het titelnummer, een swingende rock ‘n’ roller, die de voetjes meteen in beweging brengt.
Het tweede nummer “Clean My House” wordt vervolmaakt door een puntige gitaarsolo van voormalig
Westcoast gitarist Mike Schermer. “Like There’s No Tomorrow” is helemaal in de New Orleans traditie met
een prima second line drumpartij en heerlijk pianospel en dito saxsolo. De enige cover op de cd is de slijper
“He’s The One” van Hank Ballard, die het zelf uitbracht als “She’s The One”. Country met een vleugje zydeco
horen we in “The Squeeze Is On”, waarin Terrance Simien de accordeon hanteert. “Human Kindness” is
gospel en met een “Can’t Blame Nobody But Myself” wordt ingezet met een stukje boogiewoogie. Delbert
McClinton is hier te horen op harmonica. “Lazy Blues” is precies wat de titel suggereert, een lekkere
langzame blues.
Marcia Ball heeft een album afgeleverd, dat de vergelijking met haar eerdere werk moeiteloos kan doorstaan
en laat horen dat er op pensioengerechtigde leeftijd nog stevig rekening gehouden moet worden met haar.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 208 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Miriam Jones
Album:
Between Green & Gone
Label:
Independent
vrijdag 3 april 2015
Bij een vraag over het eerste liedje dat ze ooit schreven, kun je vreemde antwoorden krijgen van singersongwriters. Miriam Jones, acht jaar oud, was in een boom geklommen en raakte geïnspireerd door de 'Stars
Of The 60s' tapes van haar ouders. Het bijzondere is, dat die boom in het berggebied van Papua New Guinea
stond! Haar vader gaf les aan een theologisch instituut en zij omschrijft de drie jaren dat de familie daar
woonde als prachtig, maar soms ook angstaanjagend...
Teruggekeerd in British Columbia kreeg zij drumlessen en besteedde het geld dat ze won bij een
songschrijfwedstrijd aan haar eerste gitaar. Ze tourde met een vocaal jazz ensemble en belandde uiteindelijk
in Nashville. Daar bracht zij het door Charlie Peacock geproduceerde album 'Being Here' (2008) uit. Miriam
trouwde een Engelsman en volgde hem naar Oxford, waar zij in 2010 thuis 'Fire-lives' opnam. Een tweetal
singles trok de aandacht van de BBC, er werd een band gevormd, festivals raakten geïnteresseerd en Miriam
was goed op weg met haar muzikale carrière!
Voor haar nieuwe CD 'Between Green & Gone' ging zij op zoek naar de perfecte producer en dat werd
tenslotte Simon Edwards, die eerder werkte met Fairground Attraction en Billy Bragg. Miriam legde tien
liedjes vast, of beter gezegd: kleine, op muziek gezette stukjes literatuur. Haar stem doet inderdaad aan
Joan Osborne denken, dat ben ik met haar biograaf eens. Zelfverzekerd, stoer en 'n klein beetje gruizig,
maar met de juiste hoeveelheid warmte, gevoel en betrokkenheid bij haar hoofdpersoon. De begeleiding is
standaard: akoestische en elektrische gitaren, bas, drums, toetsen en laten we de mandoline, door Simon
Edwards bij één track bespeeld, niet vergeten. Er wordt goed gemusiceerd, trouwens.
De intelligente teksten trekken dus -terecht- de meeste aandacht. In haar soms schrijnend eerlijke en
herkenbare benadering van liefdesproblemen doet zij af en toe aan Lucinda Williams denken. "But I won't
give up waiting for the phone or a car outside my home" (uit "Unknown"). Hebben we allemaal weleens -of
meer dan eens- gedaan! Het album eindigt in "Stay" met Miriam's stem: "You leave me shaking when you
walk away".
De albumtitel komt uit een citaat van Brian McLaren, een Amerikaanse dominee, schrijver en activist. Miriam
mocht in 2012 optreden tijdens zijn boekpresentatie in Engeland, raakte geïnspireerd door zijn woorden en
kreeg toestemming om ze te gebruiken: "The autumn blaze of colour between green and gone".
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 209 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Steve Earle & The Dukes
Album:
Terraplane
Label:
New West Records
donderdag 2 april 2015
Terraplane is Steve Earle’s zestiende studiorelease, sinds zijn legendarische debuutalbum Guitar Town uit
1986. Zoals de titel al doet vermoeden, Robert Johnson zong er begin jaren zestig al over, bevat deze CD elf
sprankelende erg rauw geproduceerde blues songs. Het is Earle zoals ik hem persoonlijk graag hoor.
Melodieus robuust en tekstueel nagenoeg onevenaarbaar in het genre, ontbloot Earle zijn thema’s. Songs als
You’re The Best Lover That I Ever Had en Better Off Alone, laten een man horen die veel rondgereisd heeft
en op momenten erg eenzaam is. Volgens mij kijkt Earle daarin ook terug op het onlangs stukgelopen
huwelijk met Allison Moorer. De eenzame troubadour houd zich een spiegel voor en observeer zijn omgeving
in Go Go Boots Are Back en Acquainted With The Wind. Er wordt, in mijn beleving, niet met modder
gesmeten. Dit laatste doet Moorer overigens ook niet op haar onlangs verschenen CD Down To Believing.
Earle bekijkt het constructief gunt je een kijk in zijn toekomst. Luister maar eens naar aan het slotstuk King
Of The Blues. Zo horen we het graag.
O ja, het is Steve Earle & The Dukes dit keer bestaande uit Kelly Looney (bas), Will Rigby (drums), Chris
Masterson (gitaar) en Eleanor Whitmore. Laatste twee kennen we natuurlijk als het Mastersons echtpaar.
Zoals al eerder gezegd, klinkt de productie op Terraplane lekker rauw. Dat heeft dan ook alles te maken met
het feit dat Earle producer R.S. Field (Buddy Guy) en Ray Kennedy opnieuw betrokken heeft bij dit project.
Terraplane heb ik ondergaan als een soort verzamelaar van de beste blues nummers, die je zo op eerdere
Steve Earle releases zult kunt treffen. Niets nieuws, maar wel super gave plaat.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 210 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jeff Jensen
Album:
Morose Elephant
Label:
Swingsuit Records
woensdag 1 april 2015
Wat een opmerkelijke albumtitel! De olifant op het kartonnen hoesje kijkt inderdaad niet erg gelukkig...
Maar ondertussen beluisteren wij hier toch wél een fijn blues album.
Het levensverhaal van Jeff Jensen lijkt op dat van vele jonge muzikanten: hij begon als elf-jarige gitaar te
spelen, luisterde tijdens zijn schooltijd naar allerlei soorten muziek, maar de blues bleef nooit ver weg. Toen
hij negentien was, begon hij op te treden in het Zuiden van California, in 2003 richtte hij met Chris Sabie de
Santa Clarita Blues Society op en een jaar later had hij al zijn eigen Jeff Jensen Band. Vele optredens
volgden, ze openden bijvoorbeeld voor B.B. King tijdens diens '80th Birthday Tour' en uiteraard werden er
ook albums opgenomen. In 2011 verhuisde Jeff naar Memphis, om daar met harmonica virtuoos Brandon
Santini te werken.
'Morose Elephant' is Jeff's vierde CD, waarop de tracks verdeeld zijn in een A- en B-kant. We beginnen gelijk
goed met Jeff's eigen compositie "Make It Through", optimistisch, energiek en soulgetint met blazers,
Wurlitzer en koortje. "Get Along" is een stevig bluesrock nummer met opvallende gitaarsolo's, dat hij samen
schreef met de uitstekende toetsenist Victor Wainwright. In soulballad "Fall Apart" krijgen we voldoende
gelegenheid om van Jeff's fraaie stem te genieten en ik moet regelmatig aan Ellis Hooks denken. Met Jeff's
teksten is ook niets mis: "Paper Walls" bijvoorbeeld, voert een grote boze kaartenhuisjes omverblazende
wolf ten tonele. Jammer van die slordige s-klanken hier, vergeten een plopkap over de microfoon te
trekken? "Ash And Bone" verrast als akoestisch folknummer met Anne Harris op viool en Reba Russell's
ingetogen tweede stemmetje.
Er staan ook vier covers op deze CD: de traditional "Going Home" gaat overtuigend de gospelkant op, mede
dankzij Reba's vocale bijdrage en uiteraard zit er weer een verbluffende gitaarsolo in. "What's The Matter
With The Mill" (1930), geschreven door Memphis Minnie en Joe McCoy, wordt hier gebracht als duet van Jeff
met Victor, die ook Jerry Lee Lewis imiteert op de piano. In Amos Milburn's tot akoestische countryblues
getransformeerde "Bad Bad Whiskey" (1950) speelt Eric Hughes harmonica en dan hebben we nog het door
blazers en wandelende bas versierde oudje "I'll Always Be In Love With You" (1929).
"Elephant Blue" blijkt een opwindende jazzy instrumental te zijn en tot slot geeft de CD een bonus track
prijs: "Empty Bottles". Origineel, gevarieerd album, geen enkele reden dus voor muziekliefhebbers of
olifanten om ongelukkig te kijken!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 211 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Steve Strauss
Album:
Sea Of Dreams
Label:
Stockfisch Records
woensdag 1 april 2015
Steve Strauss is een uit New York City afkomstige sociaal werker, die als singer-songwriter die het geluk
heeft gevonden bij het Duitse kwaliteitslabel Stockfisch. Hij heeft geen enorme productie achter zijn naam
staan. Ik kwam niet verder dan drie CD’s, alle op Stockfisch: ‘Powderhouse road’(1998), ‘Just like love’
(2005) en nu dus ‘Sea of dreams’. Op de hoes blikt de man ons tegemoet met een sombere blik en een
opvallend donker sikje onder zijn kin. De CD telt 14 nummers en blijft net onder het uur steken. Er staan
twee covers op, ‘For the turnstiles’ van Neil Young (1974) en ‘With open arms’ van Burt Bacharach/Hal David
(1959). De twaalf eigen songs laten Strauss horen als een sombere man, die zich kwaad maakt over
misstanden in de wereld (‘Acts of war’: ‘These are the acts of war, the little men gather to wager. With death
dealing cards at the table and nobody keeping the score’), maar soms ook hoop ziet (“Sea of dreams”: The
well op hope has a flimsy rope. The bucket leaks and the pulley chokes. But she’s never dry and her water is
divine. There is wine in the well of hope’). De donkere stem van Strauss (bijna net zo donker als Leonard
Cohen, soms ook even onvast als Cohen) wordt als altijd prachtig begeleid door de sterren van Stockfisch
o.l.v. producer/opnameleider Günter Pauler. We horen een keur aan akoestische en elektrische
instrumenten, er is ruimte voor lapsteel, accordeon (Manfred Leuchter heeft een aangename eigen stijl),
pedal steel (Martin Huch is schitterend in ‘Off the wire’), dobro, sax, piano naast uiteraard gitaren, bas en
drums.
Het heeft mij de nodige speelbeurten gekost om de CD te leren waarderen. Maar het is Strauss uiteindelijk
gelukt om hem voor mij te winnen, en daar heeft Stockfisch natuurlijk bij geholpen!
Fred Schmale
Artist:
Bettye LaVette
Album:
Worthy
Label:
Suburban Records
dinsdag 31 maart 2015
It was so hard for me to feel that I was worthy, zingt souldiva Bettye Lavette in het titelnummer van haar
nieuwe album Worthy. Deze compositie van Mary Gauthier/ Beth Nielsen Chapman is haar op het lijf
geschreven. Het leven van Bettye was er een van vallen en opstaan. Dat is onder meer te lezen in haar
autobiografie A Woman Like Me uit 2012. Bettye was pas 16 toen zij in 1962 haar eerste single My Man –
He’s A Lovin’Man opnam. Met deze Top Tien R & B hit voor Atlantic Records op zak toerde LaVette geregeld
met grootheden uit deze beroemde soul stal. Een harde leerschool voor deze tiener in het zwarte circuit vol
drugs, drank, misdaad en prostitutie. Een echte grote hit bleef daarna uit en zij besloot mee te doen met de
beroemde Broadway-musical Bubbling Brown Sugar met onder meer Cab Calloway in de gelederen. Daarna
werd het stil rond om deze zangeres. Eind jaren 90 bracht een Franse verzamelaar haar oude singles
opnieuw uit en Munich Records bracht een live-concert van LaVette uit Vredenburg (1989) uit in 2000. De
uiteindelijke comeback vierde Bettye LaVette met de release van I’ve Got My Own Hell To Raise in 2005.
Deze schijf werd geproduceerd door Joe Henry. Nu 10 jaar later gaat Bettye weer in zee met deze ingenieuze
producer.
Worthy is een album met 11 covers van weinig voor de hand liggende songs. Het album opent met een jazzy
soul uitvoering van Dylan’s Unbelievable. Het is ongelooflijk hoe Bettye zich in zo’n liedje stort. Eigenlijk
geldt dat voor elke song, die Lavette op dit album bewerkt. Een klasse band met Jay Bellarose (drums),
gitarist Doyle Bramhall 11, bassist Chris Bruce en toetsenist Patrick Warren zorgt voor de juiste inkleuring
van de liedjes. Bless Us All, een Mickey Newbury song is een van de hoogtepunten. Prachtig hoe Bettye met
snikkende stem dit lied transformeert tot een ontroerende soulballade. Bijzonder fraai is ook de bewerking
van Randall Bramlett’s Where A Life Goes, dat LaVette gebruikt voor een conversatie met haar overleden
zuster. Zeer aangrijpend klinkt voorts het bluesy Just Between You And Me And The Wall. Een nummer
geschreven door James H. Brown Jr. (Amazing Rhythm Aces). Ach, eigenlijk staat er geen slecht nummer op
dit vrij rustige soul album.
Het leven is de moeite waard als je de kunst verstaat om liedjes weer een glansrijk nieuw leven in te blazen.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 212 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Bonefish
Album:
Time to Market
Label:
Independent
maandag 30 maart 2015
Rockband Bonefish uit Stockholm speelt, naar eigen zeggen 'electrified americana'. Toen hun titelloze debuut
(2013) bij mij binnenrolde, verwachtte ik metal of ander snoeihard spul. Dit op basis van de album cover, de
naam en het vissengraat logo. Het bleek dus stevige maar melodieuze rock te zijn, met invloeden uit blues,
pop en folk. Als invloeden werden genoemd: Television, Talking Heads, T-Bone Burnett en verder Dinosaur
Jr, Arcade Fire en Queens of the Stone Age.
Voorman Bie Karlsson heeft zijn sporen inmiddels wel verdiend, sinds eind jaren zeventig speelt hij in
diverse succesvolle Zweedse bands, waarvan zelfs albums op grote labels uitgebracht zijn. Hij is de
belangrijkste songschrijver voor Bonefish. De overige drie bandleden, die gitaar, bas en drums spelen, zijn
ook ervaren muzikanten. Vaste gast Max Lorentz (toetsen) werkte in het verleden met niemand minder dan
Agnetha Fältskog.
Deze EP 'Time To Market' laat een veel leuker schilderij zien, wél van dezelfde kunstenaar Ulf Rahmberg
trouwens. Er staan vier nieuwe nummers op en vier bonus tracks. De muziek is erg sterk, het speelplezier
knalt uit de speakers en er is veel zorg besteed aan de arrangementen. Dit is uitstekende 'duo gitaar' rock,
naar het voorbeeld van Tom Verlaine en Richard Lloyd in Television uiteraard, maar ook True West komt
bovendrijven en Neil Young is nooit ver weg. Een herbeleving van de tachtiger jaren, zoals aangekondigd
door de band, maar wel met een eigen stempel - mede dankzij de prima keyboards, dus ik heb daar geen
probleem mee! Het vijf minuten lange "We All Gonna Go That Road" voert ons nog verder terug, tot poprock
uit de late jaren zestig, met een aanstekelijke melodie, mooie samenzang en enthousiast lang uitgesponnen
gitaar solo's.
Wat de teksten betreft, ondanks een paar slimme vondsten ("Nothing rhymes with bullet"), krijg ik het
gevoel dat sommige regels en uitdrukkingen iets te letterlijk uit het Zweeds vertaald zijn. Jammer - maar
begrijpelijk, dat wordt ook in Nederland vaak gedaan! Er sluipt af en toe een Scandinavisch accent binnen,
maar de stemmen van de heren, die de leadvocals afwisselen, zijn zonder meer goed. Bie doet zelfs af en
toe aan Sean O'Brien denken!
Wat de bonus tracks betreft: dat zijn drie succesvolle nummers van het debuut in een alternatieve versie,
oftewel iets anders gemixed. De krachtige, nostalgisch idealistische ballade "My Sweet Lord" besluit in een
live-uitvoering deze EP, die meer eenheid in stijl en geluid laat horen dan de voorganger.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 213 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Captain Ivory
Album:
Captain Ivory
Label:
Independent
maandag 30 maart 2015
Captain Ivory is een vrij jonge band, die in 2012 werd opgericht in Detroit. De muziek reflecteert de huidig
staat van die plaats: down and dirty. Vorig jaar relokaliseerde de groep zich in Nashville. De groep bestaat
uit Jayson Traver (zang/gitaar), Robbie Bolog (sologitaar), Steve Willing (piano/orgel), Brett Smith (bas) en
Justin Leiter (drums). De mannen halen hun inspiratie uit de platencollecties van hun ouders en daarin
bevinden zich duidelijk een aantal Southern rock werkjes, want onder die noemer is de muziek van Captain
Ivory het best te plaatsen.
Het openingsnummer van hun titelloze debuut cd is “Baroness”, een pittige Southern rock song, die er stevig
inhakt. Met “Bottle & A Penitentiary” gaat het dan op dezelfde voet verder. In dit nummer zijn ook de eerste
country invloeden te horen. Ook in de nummers “Tennessee Approximately” en “Truth When You Lie” komen
deze invloeden terug. “Tennessee Approximately” roept ook duidelijk herinneringen op aan Lynyrd Skynyrd.
“False Remedy”, met Black Sabbath-riff en spoorachtig gierend orgel, evenals “Here You Are” zijn de enige
langzamere nummers. En met de prima bluesrocker “Six Minutes To Midnight” wordt de cd op overtuigende
wijze afgesloten.
Jason Travers, met zijn gruizige stemgeluid en Robbie Blog zijn het meest bepalend voor het geluid van de
band, Steve Willing’s toetsenspel is in alle nummers duidelijk aanwezig, maar hij speelt helemaal in dienst
van het band. De ritmesectie weet de zaak dan prima op de rails te houden. De band heeft het eerste
kwartaal uitgebreid door Europa getoerd, waarbij ze begin dit jaar ook in Enschede hebben gespeeld. Als ze
live net zo’n indruk gemaakt hebben als op deze cd, dan zullen we ze ongetwijfeld snel terug zien.
Ton Kok
Artist:
Chris Jamison
Album:
Lovecraft
Label:
Independent
zondag 29 maart 2015
Chris Jamison's vijfde CD Lovecraft werd, toevallig of niet, opgewekt in het pittoreske bergdorpje Jerome,
Arizona. Toeval omdat ik in 2006 via Sedona daar terecht kwam. Bleef daar hangen omdat de hoofdstraat
als een Hollywood decor op mij over kwam en omdat het oude café, in die straat, te gezellig werd om daarna
de auto in te stappen. Wat heeft dit te maken met deze release te maken, zullen jullie je afvragen. Ik zal het
je uitleggen. Wij hebben overnacht een B&B. Vlak daarnaast stond een historisch schoolgebouw, waarover
de B&B eigenaren maar niet uitgepraat raakten. Toeval wil dat Lovecraft daar nu juist precies is opgenomen.
De plaat werd opgenomen in periode waarin Jamison een nieuw leven aan het opbouwen was. Het isolement
creëerden, volgens hem, de perfecte sfeer om de songs, die nu op Lovecraft staan, vorm te geven. Als ik
naar de covers kijk van zijn vorige albums dan heeft Jamison wel iets desolate omgevingen. Jamison,
geboren in Texas, groeide op in de Blue Ridge Mountains en dat hoor je in zijn muziek terug. Lovecraft bevat
maar negen nummer en heeft een speelduur van precies negenendertig minuten. Jamison vult zijn soms
psychedelische folk, country en pop songs zorgvuldig met traditionele instrumenten als cello, harp, viool,
piano, trompet en Dobro. Op muzikaal gebied valt er eigenlijk niets op aan te merken. Jamison’s stemgeluid
klinkt lichtvoetig en word in de meeste gevallen in een ruimtelijke mix gezet. Jamison produceerde Lovecraft
helemaal in zijn eentje. De mix en mastering liet hij echter over aan Sam Kassirer (Josh Ritter) en Scott Hull.
Lovecraft opent, volgens mij, met de eerste single van dit album Always. Kom een opvallend tekst dingetje
tegen in Juniper Blues. “wel I knew she forgive me as soon as her boots hit the ground” Ik heb er meerdere
luisterbeurten overgedaan om niet op het verkeerde pad te geraken. Dan volgen What About Tomorrow, en
The Mockingbird Songja, wat moet daarover zeggen? Chris Isaak meets Barcley James Harvest? Als dan
tegen het einde van deze plaat Roadside Bar uit mijn speakers galmt, kan Lovecraft niet meer stuk bij mij.
Het oude, knal rode, pleisterplafond, de iets of wat te hoge barkrukken roepen bijna nostalgische
herinneringen op. Hier doen wij het voor in dit Cafe, bedenk ik mij dan ineens.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 214 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Gretchen Peters
Album:
Blackbirds
Label:
Proper
zondag 29 maart 2015
Gretchen Peters is in de eerste plaats bekend als songwriter, ze schrijft al liedjes sinds haar tienerjaren.
Vanaf het jaar dat ze naar Nashville verhuisde (1988) stijgt haar ster snel, met een mooie ‘Song of the year’
Grammy award in 1995 als eerste wapenfeit – voor het door Martina McBride gezongen ‘Independence day’.
Andere songs leverden ook nominaties op. Diverse artiesten namen liedjes van haar op, naast McBride
waren dat o.m. Patty Loveless, Pam Tillis, Trisha Yearwood, Bonnie Raitt en George Strait. Geen slechte zaak
derhalve. Haar eerste eigen CD verscheen in 1996, ‘The secret of live’, waarna tot 2012 (‘Goodbye cruel
world’, niet letterlijk genomen, overigens) nog negen andere CD’s volgden plus een duo-CD met Tom
Russell. In 2015 is er dan ‘Blackbirds’. De van Gretchen bekende mix van pop, folk en country is volop
aanwezig. Prettig in het gehoor liggende songs, een prachtig mooie begeleiding met haar sympathieke
echtgenoot Barry Walsh (ook de productie, samen met Gretchen en Doug Laucio) in een hoofdrol op
toetsinstrumenten. We horen verder onder meer niemand minder dan Jerry Douglas (zijn dobro heerst in
meerdere songs), Will Kimbrough (gitaren) en Suzy Bogguss en Kim Richey op vocals. Gretchen heeft –
soms samen met de Ierse Amerikaan Ben Glover (over hem binnenkort meer) - weer een aantal heerlijke
ballads geschreven (vooral ‘Jubilee’ is een juweel, gebed in een mooi strijkje, maar ook de zoveelste ode aan
‘Nashville’ is heerlijk subtiel) en er is een prachtig duet met Jimmy Lafave (‘When you’re coming home’).
Voor de variatie zorgen de meer pop-getinte songs als ‘Black ribbons’ met zijn Ierse ‘feel’ en de opener
‘Blackbirds’. De CD sluit af met een akoestische versie van de titelsong (hetgeen overigens niet op het
hoesje van mijn ‘Promotional copy’ wordt vermeld).
Mooi werk van onze getalenteerde songsmith. Ik heb haar nog niet eerder zo goed gehoord en dat mag een
compliment heten voor iemand met zo’n staat van dienst.
Fred Schmale
Artist:
Almaz Yebio
Album:
Down To Earth
Label:
Independent
zaterdag 28 maart 2015
Welke verwachtingen je ook zou hebben bij het lezen van de naam van de artieste, de werkelijkheid is
anders. Almaz Yebio is een jazz-zangeres uit Malmö, Zweden. Haar repertoire is maar voor een klein deel
zelfgepend (ze is co-writer op twee songs), ze heeft iets met de muziek die ze in haar jeugd omarmde, die
van Peter Gabriel (u weet wel, Genesis, ze doet drie songs van hem op de CD) en Paul Simon (ook drie
songs, o.m. ‘Hearts and bones’). De biografie van Almaz verhaalt over een prille jeugd in Zweden, een leven
in Afrika (een paar jaar in Zambia en daarna Ethiopië, waar zij piano ging spelen) vanaf haar vijfde tot het
moment dat de militaire junta Haile Selassie verdreef in 1974, waarna haar ouders remigreerden naar
Zweden, waar ze muziek ging studeren aan de Academy of Music in Malmö. Sinds 1987 is zij betrokken bij
een groot aantal muzikale projecten, is zij o.m. docente zang in Malmö en werkt zij aan CD’s, zowel solo als
in groepsverband. ‘Down to earth’ is haar vijfde werkstuk en is – zoals uit de inleiding hierboven kan worden
begrepen – pop-geöriënteerd. Haar stem is soepel en prettig jazzy, de Zweedse begeleiders weten de sfeer
goed te bepalen, in de basis horen we een trio, met gitarist Krister Jonsson, bassist Mats Ingvarsson (tevens
ritmegitaar, backing vocals en co-producer naast Almaz) en drummer Björn Jönsson, er zijn additionele
bijdragen op saxofoon, percussie en backing vocals.
Een CD voor de liefhebbers van mooie jazz-zang met een poprandje. Je moet de CD wel een flink aantal
malen draaien voordat de muziek iets bij je doet, vaak is dat een goed teken.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 215 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
One Of The Boys
Album:
Pinned Up
Label:
Movement Records
vrijdag 27 maart 2015
Het was eerst eventjes puzzelen, hoe dit in elkaar zat - met de namen. Door een drukfout viel de titel weg
op 't kartonnen hoesje. Maar... we snappen het nu helemaal: Tina Schlieske is One Of The Boys voor haar
nieuwste project en hun 6 tracks tellende EP heet 'Pinned Up'! Voor ik de wenkbrauwen kon fronsen bij een
EP'tje vol covers, was ik al totaal gevloerd door de fantastische bluesy soulstem en timing van deze
mevrouw! Ze komt zelfs weg met één van Prince's mooiste nummers: "When Doves Cry"…
En wie is Tina Schlieske nu eigenlijk? Oeps, iemand die ik natuurlijk zou moeten kennen! Ze werd geboren in
Chicago maar groeide op in Minneapolis, haar ouders kwamen uit Litouwen, haar oma was een Russische
opera diva en ook haar moeder hield veel van muziek. Dus luisterde Tina in de jaren zeventig naar Janis
Joplin, Joni Mitchell, David Bowie, T-Rex, Elvis en de Beatles op de FM radio. Het belangrijkst was echter de
Aretha Franklin tape van haar zus! Toen ze dertien werd kreeg ze haar eerste gitaar, de elektrische kwam op
haar zestiende en ze leerde zichzelf akkoorden uit een muziekboek van... alweer haar zus. Daarna vormde
zij al snel haar eigen band: Tina & The B-Sides! Ook wel Tina & The B-Side Movement genoemd. Ze tourde
non-stop en na een show in de befaamde club CBGB's kreeg zij zelfs een deal voor twee platen bij Sire
Records aangeboden.
Twaalf jaar, acht albums en bijna 100.000 verkochte exemplaren later wilde zij toch verandering... Ze ging
solo met haar akoestische gitaar, richtte andere bandjes op: Lola & The Red Hots, Tina Schlieske & The
Graceland Exiles en zij zong zelfs een seizoen in Double Trouble (dat was Stevie Ray Vaughn's band). Een
zeer onvolledige opsomming... en Tina kijkt al uit naar haar volgende tien projecten!
Na twee eerdere solo-CD's brengt 'Pinned Up' ons covers van Soul Asylum ("The Game"), Hüsker Dü ("Makes
No Sense At All"), Bob Dylan ("Most Of The Time" van 'Oh Mercy' uit 1989), The Jayhawks ("Big Star" van
'Sound Of Lies' uit 1997 - geschreven door Gary Louris), The Replacements ("Sixteen Blue" - uiteraard
geschreven door Paul Westerberg) en Prince noemde ik al eerder. Allemaal artiesten, die ook een binding
met Minneapolis en/of Minnesota hebben. Jon James speelt bas en Wurlitzer, producer Patrik Tanner alle
andere instrumenten, Tina beperkt zich tot ZINGEN...
Johanna Bodde
Artist:
Paul Dougherty
Album:
River Pearl
Label:
Ake It Black Records
vrijdag 27 maart 2015
Paul Dougherty is een veelzijdig artiest, zo maak ik op uit zijn bio. Behalve songschrijver, multiinstrumentalist is hij fotograaf en schilder. Geboren in Houston, Texas en opgegroeid in Nashville,
Tennessee, in welke omgeving hij met enig succes in allerlei soorten bandjes – van punk tot country –
speelt. In 1989 verblijft hij een jaartje in Berlijn, dé place to be natuurlijk voor kunstenaars en keert daarna
terug naar Nashville om in 2002 opnieuw in Duitsland te gaan wonen. Dit keer in München, waar hij nog
steeds woont. Voor het in die stad gevestigde label Bake It Black is River Pearl, een compilatieplaat niet
meegeteld, zijn derde studio album en mijn kennismaking met zijn muziek.
Die kennismaking pakt niet onverdeeld gunstig uit. Dat komt door het allegaartje aan stijlen en de wat
stuurloze instrumentale invulling van de dertien nummers, liedjes die zowel persoonlijke- als sociaal-politiek
geëngageerde teksten bevatten. Rauw rammelende rock- en ruige blues nummers worden afgewisseld met
wat fletse, saaie folk- en country ballads. Die buitensporig grote diversiteit brengt veel te weinig samenhang
aan tussen de songs. Daar komt nog eens bij dat de liedjes van een doorsnee kwaliteit zijn en de – tussen
de Dylan- en Al Stewartachtige schommelende zang van Dougherty – eveneens niet veel indruk maakt.
Knap is dat Dougherty – op een deuntje saxofoon ( Ian East) en pedal steel (Paul Hilton) na – alle
instrumenten als gitaar, mandoline, drums, bas, mondharmonica zelf bespeelt. Daar heeft hij zich hoorbaar
fijn in uitgeleefd, maar voor een evenwichtig album met liedjes die raken is meer nodig dan enthousiasme
alleen.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 216 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Unthanks
Album:
Mount The Air
Label:
Rabble Rouser Music
vrijdag 27 maart 2015
The Unthanks zijn de zusjes Rachel en Becky Unthank uit Tyneside in het Noordoosten van de UK, bij
Newcastle. De echtgenoot van Rachel, Adrian McNally, is onderdeel van het project als pianist, arrangeur.
Tien jaar geleden, in 2005, verscheen hun debuut ‘Cruel sister’, waarna nog drie schitterende werkstukken
volgden. Het leverde de dames een schare bekende fans op. Vier jaar na hun laatste CD met eigen werk,
‘Last’, verschijnt ‘Mount the air’ en, het is wat clichématig, sorry, HET WACHTEN WAS DE MOEITE WAARD!
De CD, waaraan maar liefst twee jaar is gewerkt, start met de ruim 10 minuten lange titeltrack (als single te
verkrijgen in een versie die 5 minuten duurt en – volgens zeggen – heel anders is), een prachtig
gearrangeerd (denk aan ‘Sketches of Spain’ van Miles Davis ) nummer met een hoofdrol voor een aantal
blazers, die de prachtige samenzang op onnavolgbare wijze accentueren. Het belooft veel en dat wordt
geheel waar gemaakt! The Unthanks maken muziek die zijn wortels heeft in de traditionele folk muziek met
Keltische achtergrond van Noordoost Engeland, maar ze verwerken er een diversiteit aan invloeden in, ze
noemen daarvan o.a. Steve Reich, Miles Davis, Tom Waits en Sufjan Stevens. Het resultaat heeft een vaak
dromerige, soms betoverende en dan weer symfonische uitstraling, waarbij de vocalen staan als een huis,
een magische droomwereld wordt geschapen! Mijn torenhoge favoriet op de CD is ‘Last lullaby’ met piano en
strijkers in de hoofdrol. Vergelijken met anderen is buitengewoon onmogelijk. Maar als ik toch iets moet
noemen, dan is dat de wonderschone CD van de NewYorkse tweeling The Bowmans uit 2006, ‘Far from
home’, waar ook de arrangementen en de samenzang een overheersende adembenemende rol speelden.
De muziek van The Unthanks is betoverend mooi en geheel eigen. Je wordt vanzelf meegesleept!
Fred Schmale
Artist:
The Young Folk
Album:
The Little Battle
Label:
Pixie Pace Records
donderdag 26 maart 2015
Even voorstellen. De uit Dublin, Ierland afkomstige alt folk bandje The Young Folk bestaat uit Anthony Furey
(gitaar, zang), Tony McLaughlin (bas , mandoline), Paul Butler (keyboards) en Karl Hand (drums). Hun
debuutalbum The Little Battle, dat eigenlijk vorig jaar al uitkwam, zal zich de komende tijd moeten gaan
bewijzen in Nederland. Afgelopen maand was de band ineens te zien op de Nederlandse TV, in het
programma van het Volendamse duo Nick & Simon genaamd “The U.K. & Irish Dream”.
In de Ierse media werd de band zonder te blikken of te blozen vergeleken met namen als die van Fleet
Foxes, Mumford & Sons en The Low Anthem. Weet niet of je daar nu zo blij om moet zijn, terwijl vorig jaar
nog voorprogramma’s opende van Clannad en Bear’s Den. Feit is wel dat we te maken hebben met
intelligente goed geletterde teksten, die vooral een jong publiek zullen aanspreken. Heb de band nog nooit
eerder live aan het werk gezien maar ik kan mij voorstellen, dat als je zoiets op een concertpodium zet, dat
het meteen feest is.
De plaat opent met het super verlegen My Friends. Voor je het in de gaten hebt krijg je de melodie niet
meer uit je bolletje geklopt. Als ik songs als Biscuits en de eerste single Way Home hoor langskomen moet ik
denken aan de uit Leeds, Engeland afkomstige vijfmanformatie The Dunwells. De prachtige harmony vocals,
met iets of wat Iers accent, in I've Been Here Before stemt mij enorm vrolijk. Anthony Furey stem komt
knettert scherp binnen en is buitengewoon goed te volgen. De beeldende teksten roepen bij
jeugdherinneringen op. De soms gevaarlijke slenterwandelingen langs de oevers van de Rijn en het
kattenkwaad, die daarmee gepaard gingen, doemen op in de prachtig vorm gegeven songs Long Time Ago
en Remember When.
Long Time Ago bevat afwisselend fijngevoelige songs. De sfeer is soms melancholisch maar nooit
zwaarmoedig. Ik verbind hier geen grote namen aan. Simpelweg om dat ik van mening ben dat The Young
Folk de kans verdient een nog beter album af te leveren. Dit debuutalbum heeft de euforie van een
première. De kunst is om, met dezelfde rolbezetting, de vreugde erin te houden.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 217 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
John Cee Stannard & Blue Horizon
Album:
Bus Depot Blues
Label:
Independent
woensdag 25 maart 2015
Ik ben al meer dan vijftig jaar singer-songwriter van beroep, zo stelt John Cee Stannard zich losjes voor. Hij
begon zijn carrière als lid van de Engelse folkgroep Tudor Lodge in 1968. Drie jaar later zag hij 150.000
mensen voor zich op het Weeley Festival. Linda Thompson maakte kort deel uit van de groep en toen ging
iedereen zijn eigen weg. In 1980 vond een reünie plaats en na enkele personeelswijzigingen is Tudor Lodge
gereduceerd tot een duo: John met Lynne Whiteland, die hen van materiaal voorziet.
John zélf schreef, na het eerste album, vrij weinig. Tot in januari 2011 een creatieve uitbarsting voor zes
liedjes zorgde, waaronder een blues nummer. Precies de richting die hij in wilde slaan! Het uiteindelijke
resultaat was in 2013 'The Doob Doo Album' van de John Cee Stannard Blues Orchestra.
John vormde Blue Horizon voor zijn live-optredens en met hen (Mike Baker, gitaar en Howard Birchmore,
harmonica) plus een aantal gasten nam hij deze nieuwe CD 'Bus Depot Blues' op. Traditionele akoestische
folk blues, met wat vleugjes skiffle ("Bus Depot") en ragtime ("I'll Take Care Of Mine" en "When You Need
Them Most", een rake maar laconiek gebrachte beschouwing van vriendschap).
Niet alleen het accent is onmiskenbaar, de onderwerpen van sommige liedjes zijn ook geïnspireerd door
Britse politieke en maatschappelijke misstanden. Beleefd en ingehouden boos gebracht, zoals een goede
conferencier dat hier zou doen - spelend met woorden.
Mijn favorieten zijn: "Lady Luck" (doet eventjes aan "Midnight Special" denken) en het ruim vijf minuten lang
dreigende "Flood Water", de slide-gitaar prachtig samenspelend met de enthousiaste harmonica op een
ritmische ondergrond. Bij "Bad Luck Rain" komt een mooie Spaanse gitaar om de hoek kijken en bij "Best I
Can For You" een viool.
De enige cover is Arthur Crudup's "That's Alright", met een waarderende knipoog naar de uitvoering door
Elvis Presley. Dit album eindigt bij het aanstekelijke uptempo "Not Until It's Gone" en dan wil ik zelf ook een
tamboerijn pakken... Blues was altijd bedoeld om mensen een beter gevoel te geven en dat is hier weer
helemaal gelukt!
John houdt bepaald niet van stil zitten, want ondertussen heeft hij een boek geschreven, presenteert hij een
radioprogramma en bedacht hij, dat het best leuk zou zijn om kleine rolletjes in films te spelen. We kunnen
hem dus zien in 'Harry Potter And The Goblet Of Fire', 'The Da Vinci Code' en 'James Bond - Skyfall'.
Johanna Bodde
Artist:
Ben Glover
Album:
Atlantic
Label:
Carpe Vita Creative
dinsdag 24 maart 2015
Ben Glover, hoor ik al zeggen, wie is dat? De man is opgegroeid in Ierland, heeft een aantal jaren in
Nashville gewoond en gewerkt. In het zuiden van de USA heeft hij de nodige aan muziek gerelateerde
plekken bezocht, zoals het graf van Hank Williams in Montgomery, Alabama. Voor de opnames van deze
nieuwe CD trok hij naar Donegal, Ierland, waar de opnamen plaats vonden in het huis waar hij als kind
vakantie vierde. Ben Glover is een uitstekende musicus en een prima songwriter. Dat laatste doet hij op
deze vijfde CD van hem steeds met anderen. Van de 11 songs op de CD schreef hij er één met Rod Picott,
twee met Gretchen Peters, drie met Mary Gauthier en vijf met producer Neilson Hubbard (tevens drums,
percussie, akoestische gitaar en zang. Behalve Hubbard horen we in de begeleiding gitaren, pedal steel, lap
steel, mandoline, bas en orgel/piano. Achtergrondvocalen zijn er van Hubbard, Lo Carter, April Rucker en
Gretchen Peters. De muziek van Ben is een mengsel van country (met name het heerlijke walsje ‘True love’s
breaking my heart’), gospel (‘Oh soul’, geschreven met Gauthier), singer-songwriterwerk (de schitterende
ballads ‘Blackbirds’ en ‘The Mississippi turns blue’ met mede-auteur Gretchen op vocals), rock (‘Take and
pay’ komt lekker stevig door) en pop (het vrolijke ‘Sing a song boys’).
Bijzonder geslaagde CD van een man, waar ik nog nooit van had gehoord, maar die indruk heeft gemaakt
met deze prachtige CD, blijvende indruk! Schitterende songs, een heerlijke stem en een geschikte keuze van
begeleiders. Ik ga zoeken naar de eerdere CD’s.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 218 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Mister & Mississippi
Album:
We Only Part To Meet Again
Label:
V2 Records
maandag 23 maart 2015
De altijd lastige tweede? Het is een fabeltje natuurlijk, één van de vele verzinsels die besprekers de kans
geeft om het besprokene aan een in woorden opgerichte kapstok op te hangen. Want wat denkt u van de
vierde? Valt niet mee hoor, na die derde. En de laatste maken gaat meestal ook niet van een leien dakje,
zeker niet als je alles al hebt gedaan en gezegd. Hoewel er een kern van waarheid in deze eerste regels
schuilt, dienen ze natuurlijk om te maskeren dat ik het eerste album van Mister And Mississippi niet ken. De
een aantal jaren geleden in Utrecht op de Herman Brood Academie gevormde band is mij natuurlijk niet
onbekend. De lof die het gelijknamig debuut (2013) oogstte, werd namelijk niet onder stoelen of banken
gestoken. We Only Part To Meet Again, dat onlangs verscheen, verraste me zowaar. Ik had de band op basis
van een half oor en tv-optredens hier en daar min of meer tot de altcountry gerekend. Nu zijn er invloeden
uit deze muziekstroming op dit tweede album te bespeuren maar het voornoemde predicaat doet de muziek
van Mister And Mississippi tekort.
Alsof men op een zonovergoten maar niet warme voorjaarsdag over een dijk door een polder fietst. Onder
aan de dijk, een meter of vijftig van de fietser, bevindt zich een boerderij. Aan een waslijn wappert een
bonte was. Een deur gaat open en iemand (een vrouw?) loopt naar de schuur. Vanaf het erf beweegt een
hond zich traag naar de lopende toe. Zo klinkt het prachtige eerste liedje van We Only Part To Meet Again.
Meet Me At The Lighthouse heet het. De gedachten gaan uit naar het vroege Over The Rhine, toen Ric
Hordinsky nog deel uitmaakte van de band. Er kleeft de Nederlandse band ook iets van Low aan: een
vooruitstrevende traagheid. Zeker in het schitterende titelnummer. Iemand merkte iets op over teksten die
‘stereotiep’ en 'eendimensionaal’ zijn. Merkwaardig. In verlies gedrenkte woorden als deze?
See my reflection covered in black
To sit here and wonder how I want it back
De stem van Maxime Barlag (een plaatje, vooral met die hoed). De stem van Samgar Jacobs. Een
uitstekende ritmesectie. Gitaren die in de wolken zijn met zichzelf. Producer Reyn Ouwehand. Vooral die
laatste is een factor van belang. Zonder de band tekort te willen doen: hij durft het geluid ragfijn groots te
laten zijn. Zoals de wind die was tot leven wekt. Gedurende de tweede helft van deze plaat dwalen de
gedachten wat af. Ik moet aan Temper the wind to the shorn lamb (2003) van This Beautiful Mess denken.
Barlag en Jacobs zingen zoals Arjen van Wijk met stemmen waarin een kantelen vervat zit dat zich aan het
wieken vasthoudt. Overigens, die tweede helft groeit wél hoor, als deze de tijd maar krijgt.
Wim Boluijt
Artist:
Handsome Jack
Album:
Do What Comes Naturally
Label:
Alive Records
zondag 22 maart 2015
Als er één tegenwoordige groep vintage blues-rockmuziek maakt van het zeer trage, trekkende soort dan is
het Handsome Jack wel. Een bandje uit Buffalo, New York, dat voor hun derde cd Do What Comes Naturally
de hulp inriep van producer Zachary Gabbard, u weet wel die van de groep The Buffalo Killers, die qua
repertoire uit ongeveer hetzelfde vaatje tapt en op hetzelfde label zit. Bij elkaar genomen staat het aantal
nummers dat het album telt voor een oneindige lijst aan voorbeelden uit de jaren zestig en zeventig van
Britse- en Amerikaanse blues-rockbands, die ter inspiratie hebben gediend. Geen beginnen aan, dus laat
maar. Alleen de verstokte liefhebber (zoals ik) is met een dergelijke plaat in zijn nopjes, zelfs als er wat op
aan te merken valt. Tempowisseling, zang en instrumentatie hadden afwisselender gekund, tegelijkertijd
houd ik van het hypnotiserend effect dat de diepe groove, shakende boogie, herhalende songstructuur,
brakke gitaarsolo’s en de gehele soulsfeer op me heeft. Muziek als goud zo eerlijk, als een diamant zo
ongepolijst, met alle muzikale beperkingen van dien. Moerassige muziek waarbij zonder enig voorbehoud
lekker wordt aangemodderd. Precies zoals de titel van het album dat duidt. Geweldig is dat.
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 219 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Craig Cassler
Album:
Back To You
Label:
Independent
vrijdag 20 maart 2015
Wat zijn er toch veel singer-songwriters, die compleet onder mijn muzikale radar weten te vliegen! Er is
weinig interessants over hen op Internet te vinden, behalve het kale feit dat ze al x-zoveel CD's gemaakt
hebben en dan blijken ze nog goed te zijn ook... Bijvoorbeeld Craig Cassler, een EP meetellend is 'Back To
You' al zijn vijfde 'muziekbaby'. Zeer schaars van informatie voorzien, maar de foto's zijn ronduit prachtig!
Bomen in de woestijn, de fotografe is Monica Hoover uit San Diego en in die stad heeft Craig ook zijn negen
nummers tellende album opgenomen, geproduceerd door Dan De La Isla. Inmiddels is hij alweer verhuisd
naar Boston…
Hij maakte een late start in de muziek, tijdens zijn studie begon hij teksten te schrijven en na het afstuderen
nam hij de gitaar op. Craig vindt het heel belangrijk om zoveel mogelijk levenslessen te leren, die hij dan
weer in zijn liedjes verwerkt. Bij eerder materiaal werd hij geïnspireerd door verschillende genres, maar dit
is voornamelijk akoestische folk met wat rock invloeden. Hij legt de nadruk op zijn voordracht en teksten,
uitdrukking gevend aan zijn gevoelens - in de hoop dat de luisteraars, die hij meeneemt op zijn muzikale
reis, zich daarin zullen herkennen.
Het ritmisch voortkabbelende titelnummer is voorzien van een bekoorlijk trompetje. Op "Take My Hand"
hoor ik een banjo. "25 Cents" is iets te sloom naar mijn smaak, maar met "Whiskey Bent", begeleid door een
uitstekende harmonica zitten we weer op het goede spoor. Nog meer redenen om te drinken: "Hey Mr
Bartender". In "Three Words" horen we dan een volledige band. Gedreven "Cell Block Blues", indrukwekkend
opgebouwd "New Orleans" (mijn favoriet!) en een fraai door cello begeleid duet "Ease Your Sorrow"
verschenen al op Craig's eerdere CD 'What Could Be'.
Een afwisselend album, met een heel eigen, onvoorspelbaar geluid, melodieus met wat ruwe randjes. Ik
kwam een vergelijking met Jack Johnson tegen, waar ik mij wel in kan vinden. Craig Cassler is het gelukkigst
met een gitaar in zijn handen, sleutelend aan een nieuwe tekst: "Anytime is a good time for good music".
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 220 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Serpentyne
Album:
Myths & Muses
Label:
Independent
donderdag 19 maart 2015
De cover van deze CD toont een engelachtige, zeer strijdbare vrouw (zie het niet misselijke zwaard in haar
handen), een zogenaamde ‘Valkyrie’, op een prachtig paard in een omgeving die verwijst naar de hemel –
het is het doek ‘The twilight of the Gods’ Van Howard David Johnson. We zijn dan in de Noorse mythologie
terecht gekomen, één van de inspiratiebronnen van de Engelse band ‘Serpentyne’, opgericht in 2010 door
Maggie-Beth Sand (lead vocals, harmonium, keyboards, citole) en Mark Powell (hurdy-gurdy, citer, gitaren,
keyboards, baglama en achtergrondvocals). Op de cover van het bijgevoegde tekstboekje staat het octet
van deze formatie in een landschap van hoog gras, enkele bomen en zware wolkpartijen en je waant je in de
middeleeuwen door de kleding en de instrumenten. De Scandinavische middeleeuwen, raad je dan gelijk. En
inderdaad, in die richting moet je de muziek van de groep plaatsen. Ze maken een wonderlijke mix van
middeleeuws aandoende muziek (de zang doet heel sterk denken aan de Carmina Burana van Orff) met
daarbij horende instrumenten als didgeridoo, bouzouki, (blok)fluiten en echte exoten als djembe, darbouka,
crotales, tarabouka, descant, frame drums, Franse en middeleeuwse doedelzakken en modernere
wereldmuziek en rockinvloeden met daarbij uit de moderne wereld stammende elektrische gitaren, drums,
viool en keyboards. De songs zijn ofwel geschreven afwel gearrangeerd door Sand en Powell, bij het
schrijven is er altijd een achterliggende invloed van ofwel een legende, of een eeuwenoud gedicht. En van
overal komen de invloeden, in ‘Alexandria’ bijvoorbeeld horen we de traditionele Turkse muziek langskomen,
in ‘Valkyries’ en ‘Freya’s firedanse’ is het de Noorse mythologie, in ‘Je vivroie liement’ en ‘Douce Dame Jolie’
(voor mij het mooiste nummer, zie verderop waarom) is het een Franse dichter uit de veertiende eeuw, in
het tweede nummer is een Bretonse dans ingebouwd. En uiteraard zijn er enkele traditionele Engelse songs
(16e eeuw). Maar met name het ritme is bijna altijd heel alledaags.
Een uitermate bijzondere groep, deze ‘Serpentyne’. Nergens mee te vergelijken. Hoewel, ooit in de jaren 70
zag ik in de omgeving van Cahors (Frankrijk) een groep optreden, die voor de pauze een soort alledaagse
pop bracht, maar na de pauze doorging op authentieke instrumenten en een in de Langue d’Oc gezongen
serie eeuwenoude volksliedjes bracht, compleet met draailier, fluiten en al dat fraais. Ik was perplex en was
dat na het beluisteren van deze CD weer. Heel apart!
Fred Schmale
Artist:
The Deaf
Album:
The Deaf
Label:
Speed Beat
woensdag 18 maart 2015
Later als we oud zijn, zal er dan een toekomstige Johan Derksen wijzen op de werken van Spike? Iemand die
met kennis van zaken uit de doeken doet dat met name de tweede incarnatie van Di-rect waarin Marcel
Veenendaal zanger Tim Akkerman heeft vervangen, al tientallen jaren niet op waarde is geschat door ‘de
kenners’? Ik heb het ze nooit gevraagd, maar ik vermoed dat hier in het Café heel wat mensen rondlopen die
deze Haagse band nauwelijks een oor waardig keuren. Spike, de bassist van Di-rect heeft ook een andere
band die hij The Deaf noemt. De bassist van deze band, Miss Fuzz (Janneke Nijhuijs), maakt tegenwoordig
ook deel uit van Melle de Boers Smutfish. Kijkt men daar ineens op van het glas bier? Er is overigens nog
een tweede vermoeden dat ik met u wil delen. Ook dit tweede album van The Deaf gaat over het hoofd
gezien worden. De prachtige sixtiespop valt tussen de oude wal en het jonge schip. Het ene heeft meer dan
genoeg aan kabbelen en het andere wil de boeggolven op zien spatten in neonkleuren. Spike is bovenmatig
in vorm, hij zingt dat het een lieve lust is: snerend, bezeten en bevlogen. De liedjes stuiteren. Al leggen ze
zich ook een enkele keer neer aan uw voeten (Lonely Knife). Wacht niet op de toekomst!
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 221 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Allison Moorer
Album:
Down To Believing
Label:
Proper
dinsdag 17 maart 2015
Down To Believing is Allison Moorer’s negende studio release. De CD, bevat maar liefst dertien songs die
naar mijn gevoel een lang verborgen optimisme etaleren. Je gevoel uiten is niet altijd even gemakkelijk
geweest. Allison Moorer weet dit als geen ander. De songs op dit album wakker, volgens mij, een nieuwe
Allison Moorer tijdperk aan. Moorer’s verborgen optimisme wordt niet langer genegeerd “One step forward
and two steps back”, het leven is zoals het is. De nadruk ligt dit keer op die ene stap vooruit.
De afgelopen twee jaar nam ze de plaat op in Nashville. Down To Believing werd overigens geproduceerd
door vriend en gitarist Kenny Greenberg. Greenberg draaide opvallend genoeg ook aan de knoppen bij
Moorer’s Alabama Song (1998) en Hardest Part (2000).
Het mag duidelijk zijn, op dit album staan familie relaties, het autisme van haar vijf jaar oude zoon en haar
echtscheiding van Steve Earle centraal. Wat dat laatste aangaat opent Moorer op vurige wijze met de
titeltrack van dit album. Erg nuchter en open beukt ze bij je naar binnen. Hoe houd ik alle op de rails, terwijl
de alles, als een kaartenhuis, in elkaar aan het storten is. Elke dag vroeg ze zich af, geloof ik er nog in of
niet? Het was een lange weg tot ze erachter kwam dat ze het niet meer zag zitten.
Thunderstorm / Hurricane en Mama Let the Wolf In is Moorer’s reactie op de diagnose van haar zoon. In de
hitte van de strijd ziet Moorer echter openingen. Afwachten is geen optie. In het sfeervol akoestisch
uitgevoerde Blood is Moorer opvallend open over haar relatie met haar oudere zus Shelby Lynne.
Down To Believing mag gezien worden als een comeback album van Allison Moorer. Onvoorwaardelijk liefde
kan pijnlijk zijn, maar het veranderd niets aan de situatie zoals hij is. Wie goed luister naar de songs op
Down To Believing kan zich laten inspireren. Op dit album gaan veel te veel dingen goed om ze te ontkennen.
Jan Janssen
Artist:
Chadwick Stokes
Album:
The Horse Comanche
Label:
Nettwerk Music Group
dinsdag 17 maart 2015
De achtendertig jarige singer-songwriter Chad (Chadwick) Stokes komt oorspronkelijk uit Boston,
Massachusetts. Hij was ooit frontman van het indie roots bandje Dispatch. Eind jaren negentig uitbracht die
band een aantal niet geheel onbelangrijke albums uit. In 2011 maakte Stokes zijn solodebuut met
Simmerkane II.
The Horse Comanche heeft dus een tijd op zich laten wachten. De plaat opent met het liedje Pine Needle
Tea. Ik had meteen zoiets van hoor ik nu Ben Knox Miller (The Low Anthem)? Stokes overvalt mij met dit
prachtige, maar piep klein gehouden, melodietje. Daarna volgt Mother Maple. De melodie, gebruikte
instrumenten en het achtergrond koortje maken je al aan het begin van deze plaat nieuwsgierig naar wat je
nog meer hoopt verwachten. Het tropische Prison Blue Eyes zou bijvoorbeeld zo van de plank van Paul
Simon gehaald kunnen zijn. Dit is moderne indie folk die kleeft en niet snel loslaat. De plaat groeit naar
mate de tijd verstrijkt. Horse Comanche “we are on the great adventure of our lives” zingt Stokes. Je zult op
die manier maar uitgestuurd worden, zonder dat iemand de toezegging doet dat je weer terug komt.
Prachtig! Op Hazy Maze horen we dat goed georkestreerde koortje weer. Fijnzinnig gevonden en ook de kers
op de slagroomtaart is New Haven. Stokes zingt dit in duet met ene Lucius. De naam zegt mij niets, maar
ook hier voel je gewoon dat er is nagedacht over hoe dicht een liedje tegen je aan kan aankruipen.
The Horse Comanche is een prachtige indie folk pop plaat geworden. Het productie team, bestaande uit Sam
Beam (Iron & Wine), Brain Deck (Josh Ritter) en Noah Georgeson (Joanna Newson) plukte de muziek van de
straat en brachten het in de studio, zegt Chadwick Stokes daarover. Dit voel je dan ook tot in alle details.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 222 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Vanessa Lively
Album:
Return to Waves
Label:
Animada Records
maandag 16 maart 2015
Vanessa Lively is een in Austin wonende singer-songwriter. Met ‘Return to waves’ is zij aan haar vijfde CD
toe, de tweede die door CRS in Nederland wordt uitgebracht. De opnames vonden plaats toen Vanessa
zwanger was van haar eerste kind (inmiddels geboren – Jeremiah) en werd geproduceerd door plaatsgenoot
en collega Paul Curreri (ook gitaren, keyboards, zang en arrangementen), die samen met de ook aanwezige
Devon Sproule (zang) naast het verse echtpaar Carrie Elkin/Danny Schmidt woont in East Austin. Lively
brengt een aangename mix van folk met invloeden uit de wereldmuziek, denk aan ritmes (Spaans, Caribisch,
soms zelfs funky). Van de twaalf liedjes schreef er 10, één schreef ze samen met collega Erik Moll en
nummer twaalf is de vertaling van een gedicht van de Franse poëet Baudelaire (ca 1857). Behalve
Curreri/Sproule en de akoestische gitaar van Lively is er alleen nog ruimte voor een dienende bas en dito
drums. Vanessa’s stem is redelijk laag, licht hees en daardoor fantastisch passend bij haar prachtige liedjes.
Met name het heerlijk ritmische ‘We are waiting’ is prachtig, met schitterende harmonievocalen van Sproule.
In het Spaans aandoende ‘She won’t let go’ (dat nummer schreef ze met Moll) krijgen bas, drums en de
elektrische gitaar van Curreri de ruimte om iets samen te doen en alweer is de zang bijna hemels.
Een echt prachtige en gevoelige CD van Vanessa Lively. Subtiele topklasse uit Austin!!! Lof voor de
producer/arrangeur Paul Curreri!
Fred Schmale
Artist:
The Bloodhounds
Album:
Let Loose!
Label:
Alive Records
zondag 15 maart 2015
De vier jonge honden op de cover zien er gelukkig niet ál te bloeddorstig uit, dus ik durf de disc wel te
pakken... Er is nauwelijks iets bekend over Aaron 'Little Rock' Piedraita, Branden Santos, Johnny Santana en
Mark Schafler - muzikanten van Mexicaanse afkomst, die in East Los Angeles op straat speelden. Ze werden
ontdekt door producer Arthur Alexander (The Poppees, Sorrows) en onder zijn hoede namen zij dit debuut
op.
Als ervaren straatmuzikanten weten zij gelijk met de eerste tonen van "Indian Highway" onze aandacht te
trekken en vast te houden! Dit is goudeerlijke zestiger jaren rock&roll met een rauw randje, veel tijdloze
blues invloeden en wat Mexicaanse zonnestralen. Overtuigend - alsof het zonder veel technische
hulpmiddelen live in een garage, kelder of bij een straatfestival opgenomen is. Swingend, galmend,
bedrieglijk rammelend, pretentieloos enthousiasme!
Aaron roept meer dan hij zingt, effectief bij het hoge tempo wat vrijwel constant aangehouden wordt.
Branden strooit rijkelijk met fuzz en andere effecten bij zijn uitzonderlijk gedreven gitaarspel. Toetsenist
Alex 'JM' Galvan, bassist Levi Alvarez en producer Arthur Alexander in de rol van multi-instrumentalist
worden als The Dachshunds geïntroduceerd. Dit doet mij denken aan vroeg werk van Los Lonely Boys en Los
Lobos, maar natuurlijk ook aan oude platen van de Rolling Stones, The Pretty Things, The Yardbirds; hier in
Nederland hadden we destijds Q65 en The Outsiders.
Er worden twee covers gespeeld: "Crackin' Up" (Bo Diddley, 1959) dat een aanstekelijk ska / pubrock jasje
krijgt en "Security" (Otis Redding, 1965) met toetsen en scheurende mondharmonica solo. In "Hey Lonnie"
wordt een ouderwetse saloon piano bespeeld bij een megaphone effect op de stem. "The Wolf" zit vol
verwijzingen naar blues klassiekers. Voor "Dusty Bibles & Silver Spoons" en "Olderbudwiser" is
teruggegrepen naar de jug band aanpak. Akoestische gitaren, de 'washtub' bas, banjo, zelfs een washboard
en kazoo worden erbij gehaald! De Nitty Gritty Dirt Band is ooit zo begonnen... Ik krijg veel energie van al
het speelplezier in deze opgewekte 'feel good' muziek! Mijn favoriete nummer is "Try A Little Reefer", dat
enkele goede herinneringen oproept aan "Memphis Tennessee" in de uitvoering van Johnny Rivers.
Bij het debuut krijgt een onbekende band maar één kans om overtuigend die blanco disc op te vullen. Dit is
een in alle opzichten compleet, met veel inzet gemaakt album, dat klinkt als een zestiger jaren klassieker die per ongeluk op een studioplank achtergelaten werd. Verrassend!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 223 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Singer
Album:
The Musical
Label:
Proper Records
zaterdag 14 maart 2015
Een bijzonder project met een grote Nederlandse inbreng, deze opname van de musical ‘Singer’,
gecomponeerd door de Engelse musici Georgie Fame (inmiddels 71 jaar oud, actief sinds 1959 - eerst bij
The Animals, waar hij keyboards speelde op de monsterhit ‘House of the rising sun’ en later met zijn rhythm
and blues groep Georgie Fame and The Blue Flames, waarmee hij een serie hits had in de jaren 60,
herinneren jullie zich wellicht ‘Yeh yeh’ uit 1964 of ‘Rosetta’ uit 1971 – samen met Alan Price!) en de in 2008
overleden Steve Gray.
De ontstaansgeschiedenis van de musical start in 1984, toen Fame en Gray voor de Nederlandse radio
optraden met ons Metropole Orkest en Edwin Rutten. Rutten suggereerde dat Gray en Fame een origineel
werk zouden componeren om met het Metropole orkest uit te voeren. Dat werd een officiële opdracht, de
opvoeringsdatum was ook al vastgesteld: 3 en 4 maart 1985. Het werd een musical rond het levensverhaal
van een zangeres uit een kleine stad in het zuiden van de USA. In principe is het - arme en donkere meisje een net meisje, maar ze voelt zich enigszins aangetrokken tot verkeerde mannen met alle ellende
vandien. Ze wordt een ster door populaire muziek te zingen , maar haar hart is bij de jazzmuziek. Ze gaat
bijna ten onder door haar slechte gewoontes maar krijgt aan het eind van de musical toch nog een nieuwe
kans. De CD is een registratie van een concert in 013 in Tilburg op 18 januari 2004 met naast het Metropole
orkest en Georgie Fame een hoofdrol voor zangeres Madeline Bell (inmiddels 72 jaar oud, ooit zingend bij
het New London Chorale van Tom Parker naast o.m. Vicki Brown). Verwacht een vooral jazzy klinkend geheel
met uitstekende zang van vooral Bell. De koorpartijen zijn overigens in handen van de Jody Pijper Singers.
Interessante, onbekende musical met grote Nederlandse inbreng. Jazz en pop omarmen elkaar, er zijn
enkele mooie songs te genieten, zoals ‘My second home’, ‘Singer’, ‘that’s how hit records are made’ en –
vooral – ‘The blues and me’ (‘The blues and me do get along fine’)!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 224 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Swamp Dogg
Album:
The White Man Made Me Do It
Label:
Alive Records
zaterdag 14 maart 2015
Het is al weer 7 jaar geleden dat ik Swamp Dogg voor het eerst in levende lijve mocht aanschouwen. Het
was om precies te zijn op 17 maart 2007 en het optreden van de kleine man vond plaats in de vermaarde
Continental Club in Austin, Texas. Ik volg deze 72 jarige soulzanger al vanaf het begin van zijn loopbaan en
ik was blij dat ik deze artiest eindelijk live zag. In 1970 werd hij een cult-figuur door de release van het
moeilijk te verkrijgen meesterwerk Total Destruction To Your Mind. Een jaar later baarde hij opzien met het
politiek/sociaal geëngageerde nummer God Bless America for What?, dat niet in goede aarde viel bij
president Richard Nixon. Prachtige albums volgden en die Lp’s - met de meest weirde uitbeeldingen prijken nog steeds in mijn platenkast.
Ik was dan ook erg blij dat ik van onze kroegbaas de nieuwe schijf van Swamp Dogg mocht recenseren. The
White Man Made Me Do It is een geweldig album, waarop Swamp Dogg met zijn bijtende maatschappijkritiek
flink van leer trekt. Bij de openings- en titeltrack is het meteen raak. In deze lange, flink funkende song bijt
hij flink van zich af met zijn bewondering voor zwarte mensen die in het leven wel het een en ander bereikt
hebben. In de stompende blues Prejudice is Alive And Well kaart hij de raciale vooroordelen in de wereld
aan. In Light A Candle..Ring A Bell uit hij zijn woede over de bekrompenheid van zijn eigen land: America is
sick and it needs a doctor quick. Swamp Dogg is dus nog altijd gevoelig voor hypocrisie. Militant maar veelal
met een knipoog. In een interview kwam laatst nog zijn zelfspot aan het licht: I still consider myself the
most successful failure in the United States and that’s really not bad at all.
De soulmuziek van Swamp Dogg is voorzien van rijke blazersarrangementen en veel toetsenwerk. Het klinkt
soms nogal pompeus en bombastisch, maar ik lust er wel pap van. De liefde in al haar facetten is ook een
favoriet onderwerp van Swamp Dogg. Luister maar eens naar Lying Lying Lying Woman, waarin hij het
slachtoffer is van overspel. Yeah Yeah Yeah Yeah is ook een geweldig liefdesliedje met een heerlijke ‘beat’.
Ooit schreef Swamp Dogg het liefdes-duet met Esther Philips: The Love We Got Ain’t Worth Two Dead Flies.
Een waanzinnige titel (1981) uit de geschiedenis van de pop-muziek. Een prachtige ode aan de soul-icoon
Sly Stone (Where Is Sly) mag niet onvermeld blijven. Daarnaast zijn er twee geslaagde covers van Sam
Cooke’s You Send Me en het door The Clovers bekend geworden wrange liedje Your Cash Ain’t Nothing But
Trash.
Een bonus-CD Best Of Swamp Dogg’s Soul & Blues Collection is toegevoegd aan dit nieuwe album. Hierop
zijn oude klassieke opnames van Swamp Dogg te horen als mede 70’er jaren nummers die hij voor anderen
heeft geschreven (Sandra Philips, Lightnin’ Slim, Irma Thomas, Irma Thomas, Charlie Whitehead, Doris Duke
en ZZ Hill). Eens te meer reden om de geldbuidel open te trekken voor een lekkere portie ouderwetse soul.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 225 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Bjorn van der Doelen & Allez Soldaat
Album:
Caballero Zonder Filter
Label:
Bastaard Platen
vrijdag 13 maart 2015
Als voormalig profvoetballer zou Björn toch moeten weten, dat de sigaret zonder filter niet bij een gezond
sportief leven past... Hij kwam in het veld voor PSV, Standaard Luik, FC Twente en NEC. In die tijd was hij al
voorzichtig actief als zanger van zelfgeschreven liedjes. Op zijn negenentwintigste bleek hij de voetballerij
moe en richtte hij zich vervolgens op zijn gezin met drie zoontjes én op zijn muzikale carrière.
Zijn eerste single 'Bende Mal' (geïnspireerd door een opmerking van zijn moeder) werd in 2006 uitgebracht,
een jaar later gevolgd door zijn ode aan 'Nijmegen'. In 2009 toerde hij langs de Nederlandse clubs met
Eindhovense punkers The Spades. Björn vormde toen zijn eigen band, met de leuke naam Allez Soldaat en
gezamenlijk brachten zij het Brabantstalige roots album 'D'n Duvel Die Slaapt Nooit' (2010) uit, gevolgd
door 'Als De Wolven Janken' (2012). Daarnaast is hij onvermoeibaar actief in theatervoorstellingen, op radio
en televisie, als gitarist in bands en schreef hij zelfs mee aan carnavalskrakers. O ja, de sport lokt nog
steeds: Björn fietst, bokst en loopt de halve marathon.
Terug naar die sigaret nu. Het titelstuk opent de CD en blijkt een sfeervol geluidslandschap met gesproken
woord te zijn, een verhaal vol melancholieke herinneringen - waarin iedereen rookte. Ook als hij zingt,
maakt Björn uitgekiend gebruik van het beperkte bereik van zijn donkerbruine stem, er is geen vals nootje
te bespeuren en als theaterman kent hij alle geheimen van een onberispelijke timing. Hij speelt akoestische,
elektrische en banjo gitaar, terwijl Allez Soldaat als uitstekende begeleidingsband voor de rest zorgt.
Huursoldaten zijn multi-instrumentalist Gabriël Peeters, Alex Akela (viool) en Rob Geboers (orgel).
Een vergelijking met Bart Jan Baartmans of Jan Willem Roy ligt op de loer, maar ik moest ook aan Arno
Adams (één provincie verderop) denken. Overigens: de teksten zijn voor niet-Brabanders goed te volgen,
bovendien arriveert de CD met een keurig uitgevoerd boekje, hulde aan het Tilburgse platenlabel van
Mathijs Leeuwis en Jeroen Kant.
Er is volop variatie, we gaan van gevoelige ballade "D'Anvers" via soulslijper (met blazers) "M'n Lief" en
ritmische rocker "Nieuwe Dag" naar hoogtepunt "Vriend", realistisch en ontroerend, wat nogeens
onderstreept wordt door de viool, terwijl Björn afsluit met de verzuchting "Och War Ik Mar Bruce
Springsteen". Een tiental prima verhalen over het alledaagse leven, vooral sterk door de subtiele humor!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 226 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Robert Jon & The Wreck
Album:
Glory Bound
Label:
Independent
vrijdag 13 maart 2015
De voorkant van het cd-hoesje informeert eigenlijk al voldoende over de muziek die er op het album staat.
We zien vijf langharige, bebaarde mannen in stoere outfit, die met vastberaden blik de wereld willen winnen
voor hun muzikale mix van ouderwetse, doorgaans hardgekookte Southern rock en rock ‘n’ roll. Dan moet je
over extra kwaliteit beschikken, want van dit type bands zijn er meer dan genoeg. De tijd zal het uitwijzen,
maar goed zijn ze, heel goed zelfs deze Robert Jon & The Wreck uit het zuiden van Californië. In 2013
opgericht door leadzanger, gitarist Robert Jon Burrison, maakte de groep in datzelfde jaar nog een minialbum Rhythm of the Road, om afgelopen januari volwaardig te debuteren met Glory Bound, dat praktisch
live in de studio werd opgenomen.
Zoals gewoonlijk in dit genre staan de liedjes bol van tekst- en rockclichés. In- en outro’s, loopjes en riffs
zijn regelrecht afkomstig uit het repertoire van anderen. Het betere jatwerk dus, van noem maar op: Rolling
Stones, Hendrix, Allman Brothers, Led Zeppelin, et cetera. Maar wat zal het voor de echte liefhebber
uitmaken zolang met grote vaardigheid, volledige overgave en intense bezieling wordt gespeeld. In dit geval
helemaal niks denk ik, want op al die fronten klinkt The Wreck volkomen geloofwaardig. Robert Jon zingt de
longen uit zijn lijf, drummer Andrew Aspantman hakt er als een John Bonham op los, bassist Nick Phakpiseth
stookt het vuur nog eens extra op en de gitaristen Kristhopher Butcher en Burrison himself leven zich lekker
uit in fel, snerpend (slide) gitaargeweld. Bestaat er dan überhaupt nog ruimte voor wat subtiliteiten? Ja, toch
wel. Steve Maggiora’s fraaie spel op piano en orgel over het gehele album en een mooie vrouwenstem (geen
idee wie zingt) in één van de twee ballades die het album rijk is, zorgen voor fijne elegantie van het geheel.
Het haalt de blanke pit in dit gezelschap van ruwe bolsters heel mooi naar boven.
In hun woonplaats Orange County won de band in 2013 de prijs voor de beste live-band, waarna het binnen
de kortste keren een Amerika-breed publiek aan zich wist te binden. Wie Robert Jon & The Wreck live wil
meemaken zal de grens over moeten naar Duitsland of België, landen die deel uitmaken van de Europese
tournee die vanaf 20 maart a.s. van start gaat in Zwitserland.
Huub Thomassen
Artist:
Alan Doyle
Album:
So Let’s Go
Label:
Independent
donderdag 12 maart 2015
Wat veel mensen niet weten is dat filmacteur Russell Crowe zo zijn hobby’s erop na houd. Onder de naam
Russ Le Roq, sloot hij zich onder meer aan bij de Newfoundlandse band Great Big Sea. Het bruggetje is dan
al snel geslagen naar acteur, producer en singer-songwriter Alan Doyle. Deze Canadese muzikant was het
gezicht van de band Great Big Sea. Pas een jaar of drie geleden bracht hij zijn eerste solo plaat “Boy On
Bridge” uit. Afgelopen maand viel in onze kroeg ineens “So Let’s Go” op.
Doyle laat zich ondersteunen door niet zomaar een paar muzikanten. Thomas ‘Tawgs’ Salter (Walk Off The
Earth), Jerrod Bettis (Adele), Gordie Sampson (Keith Urban), en Joe Zook (Katy Perry), tillen de nieuwe CD
van Doyle naar een bijzonder niveau. De inmiddels al zesenveertigjarige Canadees trakteert je op een tiental
catchy folk pop songs. De CD opent met het vrolijke deuntje So Let’s Go. Dat liedje zit binnen enkele
minuten tussen je oren. De melodie fluit je zo mee. Bij de daarop volgende songs I Cant Dance Without You
en The Night Loves Us is dat in feite niet anders. Dan komt Laying Down To Perish. De ballad komt lekker
vanuit een dal en ontpopt zich als een Iers folk pop heuveltje. Doyle stem zingt in stijl maar wordt nooit
groots in songs als My Kingdom en Stay. Daar had hij, naast de buitengewone muzikale omlijsting, vocaal
wat meer uit kunnen halen.
“So Let’s Go” is een goed geproduceerd album van een man die je eigenlijk niet meer hoeft te vertellen hoe
je radiovriendelijke songs aan de man moet brengen. Of Alan Doyle met deze vorm van Keltische Ierse folk
pop Nederland zal ontwaken waag ik te betwijfelen. Toch denk ik dat de muziek op “So Let’s Go” je aan
denken zetten.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 227 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ian Siegal
Album:
One Night In Amsterdam
Label:
Nugene Records
donderdag 12 maart 2015
Het eerste wat me aan deze cd opvalt, is het gedisciplineerde spel van de muzikanten. Terwijl het bij Siegal
nog wel eens alle kanten op kan vliegen, wat overigens een van de charmes is van zijn muziek, wordt er hier
duidelijk rekening mee gehouden dat het resultaat van het optreden op cd zal worden vastgelegd. Siegal
treedt aan met de Nederlandse Rhythm Chiefs: Dusty Ciggaar (gitaar), Raphael Schwiddessen (drums) en
Danny van ’t Hoff (bas). Twee dagen voor de opnamen zag ik ze aan het werk tijdens een soort generale
repetitie in Het Dolhuis in Dordrecht. Alles liep toen nog niet vlekkeloos. Zo was er uit de pedal steel gitaar
van Dusty geen geluid te krijgen.
Tien van de in de Amsterdamse North Sea Jazz Club opgenomen nummers zijn uiteindelijk op One Night In
Amsterdam terecht gekomen. De cd begint met “I Am The Train”, dat een lekkere rockabilly versie krijgt en
waar de invloed van de Rhythm Chiefs prima in terug te horen is. Dusty Ciggaar kan zich lekker uitleven op
zijn Telecaster. Na deze opener gaan we eerst nog wat verder terug in de tijd met het funky “Brandy
Balloon” en “Kingdom Come”, voordat er nieuw werk aan bod komt. Ga je bij de eerdere nummers
vergelijken met de oude versies, het nieuwe werk “Writing On The Wall” en “Temporary” is voor deze heren
op maat gemaakt. Met “Early Grace” en het altijd schitterde “Gallo Del Cielo”, met een excellerende Dusty op
baritongitaar, gaat het verder. “Queen Of The Junior Prom” is lang geleden door Siegal geschreven, maar
krijgt hier zijn cd première. De vraag rijst waarom zo een schitterend nummer zo lang op de plank is blijven
liggen.
Voor mij persoonlijk een nummer dat buiten het Siegal idioom valt is het oude Everly Brothers werkje “Love
Hurts”, dat Siegal als duet breng met zangeres Tess Gaerthé. Een schitterend nummer, mooie uitvoering,
maar geen nummer waar ik persoonlijk op zit te wachten. Het wordt dan weer helemaal goed gemaakt met
“Please Don’t Fail Me”, met dit keer een wel werkende pedal steel. Naast Tess is op dit nummer ook broer
Joël Gaerthé te horen. Na het recente Mississippi studiowerk is het even wennen aan het wat gladdere
geluid, maar Ian Siegal blijft toch gewoon kwaliteit afleveren. “Gewoon luisteren als er een genie aan het
werk is”, las ik pas over Siegal. Ik kan me daar helemaal bij aansluiten. Voor de kopers van dit album, dat
ook op vinyl verkrijgbaar is, is als bonustrack het nummer “Hard-Pressed” te downloaden
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 228 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Flying Colors
Album:
Second Nature
Label:
Mascot Records
dinsdag 10 maart 2015
Na een dag van hard werken, volgde een uiterst smakelijke, Afrikaanse tafel. Voldaan en vergenoegd
begonnen de collega’s daarna liedjes uit de oude doos op te diepen. Liedjes die misschien wel iets van een
guilty pleasure in zich droegen. Spice Girls en ABBA, dat soort werk. Toen ondergetekende I’ll See You In My
Dreams van Giant liet horen, vertrokken de gezichten van de collega’s, die u achteloos alles van Buffalo Tom
en Tom Waits zouden kunnen vertellen. Vieze muziek, zo vonden ze. Glad ook. Bombastisch. Gedateerd.
Gebaren spraken boekdelen. Ik aan dit vermakelijke voorval denken toen ik de pen ter hand nam om Second
Nature te beschrijven. Casey McPherson, Dave LaRue, Steve Morse, Mike Portnoy en Neal Morse, het zijn
geen namen die dagelijks over de toog van ons Café vliegen. Steve Morse speelde in Kansas (hoor One Love
Forever) en Mike Portnoy drumde bij Dream Theater. Alsof de heren ook wel wisten dat menig Cafébezoeker
zich achter het hoofd zou krabben ten tijde dat hij of zij deze progrock zou horen, namen ze ook Lost
Without You op. Glen Campbell (wiens geest op dit moment alleen nog maar aan Alzheimer kan denken) had
het kunnen schrijven en opnemen. Daarmee is het gedaan met goede gebaren richting ons Café en beperken
de heren zich tot één groot gebaar. Want zo mag het uitstekende Second Nature, het tweede album van
Flying Colors, wel heten. Virtuoos en vakkundig weet het vijftal in negen composities de luisteraar om de
vinger te winden. Vermits die luisteraar de band daartoe de gelegenheid geeft, want het duurt wel even
voordat Second Nature al die aandacht waardig blijkt te zijn. Komt alles wat waardevol is niet pas nadat het
veroverd is? Een kraker als Mask Machine is het probleem niet: met zo’n riff is elke band het heertje. Hoe
anders ligt dat met het bijna twaalf minuten durende Cosmic Symphony. Complex en lang. En ook groots.
Maar dan vangt Neal Morse te zingen aan (terwijl hij ondertussen een fraai ‘toetsriffje’ ten tonele voert) en
drumt Portnoy zoals alleen hij kan drummen. Om over het schitterende gitaarspel van Steve Morse nog maar
te zwijgen. En die melodie, meneertje, die melodie, zeker wanneer McPherson de zang van Neal Morse weer
overneemt. Maar wat nu als u zich in zekere zin tot mijn collega’s rekent?
Wim Boluijt
Artist:
Loes Swinkels
Album:
Nothing As I Know
Label:
Independent
dinsdag 10 maart 2015
Mijn eerste reactie op de vraag om deze cd te recenseren was: “Laat dit maar door iemand doen, die meer
in deze muziek thuis is”. Maar na toch even geluisterd te hebben naar een promo was mijn interesse toch
wel gewekt. Met Nothing As I Know heeft Loes Swinkels een zeer indrukwekkend album afgeleverd, dat me
regelmatig kippenvel bezorgt en dat voorlopig niet uit de cd speler weg te denken is. Dit is een heel
indrukwekkende Americana cd. Een beetje soul, wat blues, een vleugje country, alles zit erin. Soms rockend,
soms zeer breekbaar.
Miss Swinkels is een uitstekende singer/songwriter en dit Nederlandse wijffie heeft zich de Amerikaanse
rootsmuziek op indrukwekkende wijze eigen weten te maken. Ze weet zich ook wel omringt door een paar
muzikanten, die van wanten weten, zoals Richard van Bergen en B.J. Baartmans op gitaar en Rob Geboers
op Hammond, terwijl producer van de cd, Gabriël Peeters ook te horen is als drummer, bassist en pianist.
Zijn spel op de Wurlitzer, gecombineerd met Van Bergen’s slide-spel, levert de nodige fraaie momenten op,
zoals gelijk al in de titelsong, waar het album mee opent.
De dame schrijft ook prima teksten, die soms echt wel even de aandacht opeisen, hoewel een nummer als
“Heal The Wounded Child” dan weer een kinderlijk ontwapend is. Een paar pakkende up/medium tempo
nummers als “Love Is All Around”, “Good For Me” en het zompige “Misty Feeling”, maar de meesten
langzaam en ingetogen. De nummers “” Foolish Man” en””Welcome Home zitten aardig tegen perfectie aan.
Het gebeurt niet zo vaak, dat ik compleet verrast wordt door een nieuwkomer, maar dit debuut (haar
singer/songwriter cd uit 2009 maar even vergetend) staat als een huis.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 229 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jeff Austin
Album:
The Simple Truth
Label:
Yep Roc Records
maandag 9 maart 2015
Na vijftien jaren in de Yonder Mountain String Band gespeeld te hebben, vonden Jeff Austin en zijn
onafscheidelijke, handgemaakte Nugget mandoline het tijd om naar een groener grasveld te vertrekken. De
solo carrière! Misschien had dit te maken met de geboorte van zijn dochtertje, of misschien had hij hetzelfde
gevoel als bij dat Grateful Dead concert, drie weken voor hij met zijn studie stopte: er is nog zoveel méér in
de muziekwereld…
In een buitenwijk van Chicago luisterde Jeff's moeder altijd naar muziek en zong graag mee. Kleine Jeff werd
een gewaardeerd lid van schoolkoren, draaide platen van Willie Nelson, Waylon Jennings, The Beatles en Bob
Dylan, studeerde Musical Theatre aan de University of Cincinnati en deed uiteindelijk zelfs auditie voor
Broadway shows. Tot hij zich realiseerde dat hij gewoon in een band wilde! Dave Johnston moedigde hem
aan mandoline te spelen, wat hij zichzelf leerde met hulp van 'Not For Kids Only' (Jerry Garcia & David
Grisman). Drie jaren lang jamde hij met Dave's band The Bluegrassholes voor zij naar Colorado vertrokken
en de andere twee leden van de Yonder Mountain String Band ontmoetten. De rest is succesvolle
geschiedenis!
Voor 'The Simple Truth' put Jeff Austin uit afwisselende bronnen: energieke bluegrass, country ballades, rock
en wat power pop. Hij vertelt graag een goed samengesteld verhaaltje met pakkend refrein. Opener is "What
The Night Brings", een favoriet uit het Yonder Mountain String Band repertoire - zoals Jeff die altijd al wilde
horen, met drums en elektrische gitaar. In de titeltrack horen we brutale koortjes en een snufje New Orleans
jazz met blazers. De inspiratie kwam tot hem toen Jeff onderweg naar Bloomington, Indiana om een show te
openen, hopeloos verdwaald raakte - refreintjes rondzingend in zijn hoofd. Het opgewekte "Fiddling Around"
is eerder opgenomen door Dierks Bentley.
Jeff wordt in knappe arrangementen begeleid door zijn eigen kwartet: Danny Barnes (Bad Livers) op banjo,
gitarist Ross Martin, bassist Eric Thorin en Cody Dickinson (North Mississippi Allstars) op percussie. Er komt
een rij gasten langs: Todd Snider, Jenn Hartswick, Jason Carter (fiddle), Andy Hall (dobro). De
samenwerking met Sarah Siskind maakte veel indruk. Jeff was al een fan, hij kwam niet verder met "Over
And Over", dus hij stuurde haar een E-mail met demootje en moest een halve dag bijkomen, toen Sarah
inderdaad antwoordde! Zij zingt tweede stem bij deze ballade en het intieme "Falling Stars". Al met al: een
sympathieke, goed gemaakte plaat!
Johanna Bodde
Artist:
Some Kind Of Fire Rose
Album:
Breekbaar
Label:
Independent
zondag 8 maart 2015
Breekbaar is het eerste liedje op de debuut-EP van het Haagse duo ‘Some kind of fire rose’, bestaande uit
Gijs Hietkanp (gitaar, zang, we kennen hem als geluidsman van net Haagse ‘Acoustic Alley’) en Lisette van
Zwieten (zang). De in totaal vier songs op de EP worden beurtelings in het Nederlands (ook ‘Nergens heen’:
‘Als je denkt dat ik wegga, draai je nog maar om, want Ik ga nergens heen, behalve naar jou toe’) en Engels
(‘Clouds’ en ‘Dream girl’) gezongen, zijn alle originals ( aan ‘Dream girl’ heeft Steve de Groot een bijdrage
geleverd). Met ‘Breekbaar’ en ‘Clouds’ won het duo twee The Hague International Singer-Songwriter (THISS)
awards. ‘Breekbaar’ is het meest opvallende liedje van de vier, met name door de bijzondere tekst: ‘Je denkt
dat ik niet breekbaar ben, maar ik val elke dag opnieuw, van de grond waaruit ik kwam krabbel ik weer
omhoog’, een liedje dat de kwetsbare Lisette nooit had durven zingen tot Gijs in haar leven kwam. Inmiddels
is ‘Breekbaar’ ook een theatervoorstelling geworden van de door henzelf opgerichte theatergroep GlasHart,
die in 2013 in Delft in première ging.
‘Breekbaar’ doet zijn naam alle eer aan. De vier prachtige verstilde liedjes met hun kraakheldere
harmonieuze samenzang smaken naar veel meer. We hopen dat Gijs en Lisette de creativiteit kunnen blijven
vasthouden om ons in de toekomst meer, veel meer van dit heerlijks te brengen. Lof, lof, lof!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 230 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Katzenjammer
Album:
Rockland
Label:
V2 Records
zaterdag 7 maart 2015
Nee, geen grappen over ‘handschoenen’ en ‘aanpakken’. Ook een combinatie zoals ‘poes’ en ‘niet voor’ mag
achterwege blijven. Nochtans kennen Anne Marit Bergheim, Turid Jørgensen, Solveig Heilo en Marianne
Sveen, de vier Noorse dames die Katzenjammer vormen, bijkans meer girlpower dan de Spice Girls en heeft
hun muziek een vrolijke huppelheid die we sinds de Dolly Dots niet meer hoorden. Die laatste naam kan u op
het verkeerde been zetten. Het kwartet, waarin de dames hun instrumenten onder elkaar uitwisselen als
ware het hun bevindingen op de weegschaal, speelt namelijk min of meer akoestisch vormgegeven folkrock.
En doet dat, u begrijpt het inmiddels, met verve. Niet in de laatste plaats omdat ze ook uitstekend en
aanstekelijk kunnen zingen. Leuke liedjes ook. Kenners verzekeren me dat deze beter zijn dan die van hun
twee eerste albums. Laten we het maar geloven, het is zo al druk genoeg. De titel van het album (en het
gelijknamige liedje) verwijzen naar verluidt naar Howl, het beroemde gedicht van Allen Ginsberg.
I’m with you in Rockland
where the faculties of the skull no longer admit the worms of the senses
Rockland is het psychiatrische ziekenhuis waar de moeder van Ginsberg ooit werd opgenomen. De tekst van
het liedje van de dames lijkt hier inderdaad wel naar te verwijzen. Sowieso kan de dames spitsvondigheid
niet worden ontzegd.
Now I´m the Alpha Dog
And you´re the Beta Baby!
You know my heart is flogged
And now my heart got rabies
Curvaceous Needs gaat over vrouwelijke rondingen terwijl Old Lady Grey vol van liefde zingt over een vrouw
aan die, oud en ziek, glimlacht wanneer ze muziek hoort. Een plaat voor de jaarlijstjes zal dit niet worden
maar als alle platen die niet voor de jaarlijstjes in aanmerking komen, waren als deze, dan zouden die
jaarlijstjes een stuk minder veelbetekend zijn.
Wim Boluijt
Artist:
Fiction Plane
Album:
Mondo Lumina
Label:
Verycords Records
vrijdag 6 maart 2015
Mondo Lumina, het derde album van Fiction Plane, is tot op heden nogal zuinig ontvangen. De schrijvers met
de gereserveerde houding wijzen er meestal op dat het allemaal niet meer zo leuk is als ten tijde van het
onweerstaanbare liedje Two Sisters (2007). Het tweede album, Sparks (2010) moest een dergelijke hit
ontberen, reden te meer om de band als eendagsvlieg af te schilderen. Hier in het Café volgen we dit alles
met enig hoofdschudden. Natuurlijk, ook wij begrijpen dat uw eerste zorg als het huis in brand staat, niet
Mondo Lumina in veiligheid brengen is. We kunnen ons zelfs voorstellen dat er dagen of weken voorbij gaan
dat u niet naar Fiction Plane luistert. Maar deze band als leeg beschouwen (als u ‘m hebt, dan kunt u vast
ook de vaststelling dat dit ‘kennelijk oplucht’ waarderen), dat gaat ons te ver. In het pittige Where Do We Go
From Here is het orgel van Brenda O’Brien te horen. Wat Mondo Lumina daarna laat horen is even pittig en
aantrekkelijk als dat eerste liedje. Het tweede, Flesh And Bone bevat een onweerstaanbaar koortje. En zo
gaat het maar door. Wanneer iemand in het Café in zo’n geval roept dat zoiets geen kunst is, kijkt het
merendeel van de bezoekers elkaar aan en zegt dan op rustige toon: “Probeert u het dan zelf eens?!”
Meestal blijkt de bezoeker dan plotseling veel belangstelling voor de geslepenheid van zijn glas te hebben.
De andere liedjes zijn eveneens te kwalificeren als vlotte, moderne, met veel vakmanschap en toewijding
gemaakte pop. Het trio laat veel ruimte tussen de bas, de gitaar en de drums. Zoals het een muzikaal trio
betaamt, zouden we bijna willen zeggen. Een zekere eenvormigheid in zowel de productie, de
arrangementen als de liedjes zelf, staat een hoog cijfer in de weg. Bovendien had men ons een plezier
gedaan als het ‘Bono-zingen’ in Planes was voorkomen. Maar een zeven, die geven we zo.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 231 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Matt Ellis
Album:
The Greatest Escape
Label:
Independent
vrijdag 6 maart 2015
Sinds een jaar of tien woont de geboren Aussie (Sydney) singer-songwriter Matt Ellis in Venice, Californië.
Hij streek daar neer na wat kortere of langere periodes te hebben doorgebracht in New-Zeeland (waar hij
opgroeide), Hongkong, Mexico, Canada en delen van de Verenigde Staten. Zijn vier albums die aan The
Greatest Escape voorafgingen, heb ik nooit gehoord. Om met de deur in huis te vallen, een daverende indruk
maakt The Great Escape niet, wat niet wegneemt dat ik met plezier naar de liedjes luister. Het is een mix
van akoestisch folk/singer-songwriterwerk en alt countryrock met een poplaagje. De muziek refereert aan de
zonnige melancholie van Tom Petty-nummers en aan het ingetogen werk van vele, ja te veel om op te
noemen singer-songwriters. Sympathieke, verzorgde liedjes schrijft Ellis, zoals het zeer catchy
openingsnummer On the Horizon, maar helaas pakken ze onvoldoende door.
Niettemin, als gezegd, luister ik met genoegen naar Ellis’ mooie stem en naar de uitstekende
instrumentalisten: Josh Norton op gitaren, Fernando Sanchez op drums, Grant Fitzpatrick op bas, Tim
Walker op pedal steel, Calexcico’s Nick Luca op toetsen en nog een rijtje voor bescheidener bijdragen. Het
album werd opgenomen in Tucson, Arizona door Chris Schultz en Craig Schumacher. De heren zorgden,
terwijl ze nota bene in de woestijn zaten, voor een onberispelijk geluid. Had best wat mogen schuren.
Huub Thomassen
Artist:
Brett Larson
Album:
One Of These Roads
Label:
Independent
donderdag 5 maart 2015
Het House of Mercy label komt uit St Paul, Minnesota. Op dit label verschenen o.m. een paar CDs van
countrybluesman Charlie Parr naast CDs van de mij onbekende Erik Brandt en dus ook Brett Larson, ook
afkomstig uit Minnesota en actief in de muziek sinds de jaren 70 van de vorige eeuw. Van Larson is het zijn
derde op dit label na ‘All the way wrong’ uit 2003 (werd meegestuurd met de nieuwe CD) en ‘Blood of the
faithful’ uit 2006. Voornoemde Erik Brandt is de producer (tevens piano, orgel, accordeon) naast drummer
Levi Stugelmeyer. Verder in de begeleiding ruimte voor pedal steel, fiddle, mandoline, gitaar en bas. De elf
songs op de CD zijn alle geschreven door de folky Larson. Larson’s werk doet sterk denken aan dat van Bill
Staines, heerlijke, subtiele countryfolk met gospelinvloeden (luister naar ‘Going home’ met vocale hulp van
‘The hasty chorale’). In het slotnummer, ‘You will be my spring’ zingt Angie Talle de harmonievocalen. In
Brett’s songs komen diverse thema’s voorbij, zoals het leven in Minnesota (‘Up here on the border’: ‘Up here
on the border, the snow is moving in. There ain’t nothing colder than a howlin’ border wind’), liefde voor de
familie (‘One of these roads’, ‘You will be my spring’, ‘Bring you a highway’) en wrange humor in
bijvoorbeeld ‘Dead end road’: ‘Keep going straight,don’t turn my way, I’m a dead end road’.
Een hele goede CD van een sympathieke singer-songwriter. De songs zijn subtiel, eenvoudig gehouden. Ook
de instrumentatie is eenvoudig gehouden, maar o, zo prachtig. Een verrassing. Dat Brett dit al een tijdje kan
bewijst de CD uit 2003, minstens even subtiel!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 232 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
G2
Album:
Mind over Matter
Label:
Rootsy.nu
donderdag 5 maart 2015
Alle vijf leden van de Zweedse band G2 vertellen een interessant verhaal hoe de liefde voor bluegrass en de
eigen instrumenten (gitaar, mandoline, banjo, dobro, bas) tot stand kwam: met de paplepel ingegoten, door
de LP-set 'Will The Circle Be Unbroken' (Nitty Gritty Dirt Band) of via een punkrock omweg. Zij ontmoetten
elkaar in 2006 tijdens een jam-sessie op een festival. Ze zijn niet de eerste en zullen ook niet de laatste
groep zijn, die zo gevormd wordt! Het daaropvolgende jaar werden zij door de EWOB gekozen als #1
European Bluegrass Band en reisden af naar de IBMA in Nashville, waar ze het Ryman Auditorium podium
mochten beklimmen. Er werden twee albums gemaakt: 'Where The Tall Grass Grows' (2007) en 'Untapped
Routes' (2010). Ze tourden, speelden met Jim Lauderdale en openden voor Kris Kristofferson.
Dit derde album 'Mind Over Matter' werd opgenomen in Nashville, ondanks een mislukte 'crowdfunding'
campagne, waarin de band slechts 24 procent van het beoogde bedrag toegezegd kreeg. De ervaren
producer is Erick Jaskowiak (Darrell Scott en Tim O'Brien, Della Mae) en van het hele avontuur is een
documentaire gemaakt. G2 gaat niet alleen in de muziek voor een frisse 'progressief akoestische' aanpak, de
promotie wordt ook als een popband aangepakt, met een video voor de single "We Were Kings", waarin de
Zweedse waterverfkunstenaar Björn Bernström aan het werk is.
Maar liefst zeven van de elf nummers zijn geschreven door zanger / gitarist Christoffer Olsson. Het valt mij
op, dat hij accenten uit de countrymuziek aanbrengt, in "Never On My Mind" en "My Weary Heart"
bijvoorbeeld. Erik Igelström tekent voor één rustig Don Williams-achtig liedje, "Another Land", dat
spaarzaam door gitaar en tweede stem begeleid wordt. Verder vinden wij hier goedgekozen covers: het
pittige "How Hard To Be True" (Sarah Siskind), "Something On The Wind" (Jeremy Garrett & Jon Weisberger)
en de fraaie instrumental "Lindblad" (Roger Tallroth uit de Zweedse groep Väsen), waarop ook gastmuzikant
Christian Sedelmyer (fiddle) te horen is.
In tegenstelling tot sommige messcherpe vocalen in de bluegrass, heeft Christoffer een mooie flexibele
fluwelen stem. Ook ben ik dol op de dobro, dus deze CD is zeker aan mij besteed! Misschien door de
Scandinavische oorsprong, heeft G2 een eigen geluid. De vakbekwaamheid op de instrumenten doet niet
onder voor die van Amerikaanse vakbroeders en het enthousiasme is bijzonder aanstekelijk. Ik word blij van
dit album, dat nét even anders is dan de rest!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 233 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Asleep At the Wheel
Album:
Still the King: Celebrating the Music of Bob Wills and His Texas Playboys
Label:
Proper
dinsdag 3 maart 2015
Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Wim Bloemendaal draaide in zijn onsterfelijke programma
‘Nashville (een landelijk VARA-programma van Wim Bloemendaal)’ in 1973 een nummer van de debuutCD
(‘Comin’ right at ye’) van de groep met de wonderlijke naam ‘Asleep at the wheel’. Dat nummer, ‘Take me
back to Tulsa’ sloeg bij mij in als een bom! Western swing was mijn ding, een vlotte combinatie van country
en jazz met simpele teksten over het mooie leven in Texas en omstreken. Die LP en een groot aantal
opvolgers kocht ik zodra ze verschenen. Voorman en oprichter Ray Benson is na ruim 40 jaar nog altijd
heerlijk actief, samen met de zoveelste bezetting van zijn band. Dat ‘Asleep at the wheel’ de muziek van Bob
Wills (and his Texas Playboys, met name immens populair in de jaren 30, 40 en 50 van de vorige eeuw)
omarmde en regelmatig liet terugkomen op de tot dusver meer dan 20 albums mag vanzelfsprekend heten.
In 1993 (‘A tribute to the Music of Bob Wills’ en 1999 (‘Ride with Bob’) verschenen tribuutCD’s met nummers
van Wills en nu verschijnt de beste tribuutCD ooit van Bob Wills, ‘Still the king’, met 22 (!) songs en ruim 70
minuten speelduur. Alleen ‘Faded love’ en ‘Bob Wills is still the king’ staan zowel op deze nieuweling als op
‘Ride with Bob’, op de drie tribute-CD’s staan in totaal 57 liedjes van Wills, met slechts twee dubbele! ‘Still
the king’ is gedaan met liefde voor deze muziek en in samenwerking met maar liefst meer dan 45
Amerikaanse (en meestal ook Texaanse) artiesten. Behalve de obligate Willie Nelson (samen met de Willsadepten ‘Quebe sisters’ in ‘Navajo trail’) en Merle Haggard (in duet met Emily Gimble, de dochter van Johnny
in ‘Keeper of my heart’) horen we o.m. Lyle Lovett (in een prachtig bluesy gezongen ‘Trouble in mind’),
Buddy Miller, Old crow medicine show (in een zinderende versie van de klassieker ‘Tiger rag’), George Strait
(‘South of the border, down Mexico way’) en The devil makes three (‘Bubbles in my beer’). De liefhebbers
van Bob Wills hebben al een aantal klassiekers zien noemen (uiteraard ontbreekt ‘Faded love’ niet), het
vermelden waard is nog de aanwezigheid van twee oudgedienden van de Playboys, zanger Leon Rausch (86
jaar) en steel-gitarist Billy Briggs (92 jaar).
‘Still the king: Celebrating the Music of Bob Wills and his Texas playboys’ is een magistrale herinnering aan
de muziek van Bob Wills, tijdloos en romantisch, swingend en danswaardig. De bekende hoofdrollen voor de
gitaar, de (klassieke)steel gitaar, fiddle(s) en soms blazers met ondersteuning van een hechte ritmesectie.
Een absolute aanrader voor de vele fans van Western Swing en een supergeschikte introductie van deze
heerlijke muziek voor de muziekliefhebbers die deze muziek niet kennen, maar wel open staan voor
Americana.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 234 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ryan Culwell
Album:
Flatlands
Label:
Lightning Rod Records
dinsdag 3 maart 2015
Toen Ryan Culwell werd gevraagd om zijn muziek te beschrijven, verwees hij naar de speelfilm No County
For Old Men. Weet niet of iemand die thriller ooit wel eens gezien heeft, maar mocht je, na het lezen van
deze CD bespreking, toch nog een poging wagen, dan zet je maar schrap. De enorme leegtes, verstillende
dialogen en gewelddadigheden jagen je de stuipen op het lijf. Als je daarna ook nog even naar Ryan
Culwell’s nieuwe CD Flatlands gaat luistern zal je, net als ik, tot de conclusie komen dat Culwell op
hoofdlijnen de spijker op s’en kop slaat.
Hoewel twee jaar gelden nog de EP Winter Wheat aan mijn neus voorbij ging is Flatlands de opvolger van het
bijna negen jaar geleden verschenen Heroes On The Radio. Heb het even moeten zoeken maar ik schreef
toen “als Lee Clayton met pensioen gaat dan heeft Clayton aan Ryan Culwell een waardige opvolger”. Culwell
is een iets mindere outlaw maar heeft meer weg een working class hero. Het lijkt erop dat Culwell de laatste
jaren zijn handen stevig uit de mauwen heeft gestoken. Zelf zegt hij daarover “When my daughters are
grown they deserve a story that doesn't include the woes of West Texas bars or a recounting of daddy's
touring history to explain why he left their mom. I left the scene so those stories wouldn't write themselves
over the top of me, and it was worth it.” Dat noem ik nog eens je kwetsbaar opstellen.
De donkere liedjes op Flatlands vertellen verhalen over de glooiende en desolate olievelden van het
Panhandle gebied. Dit rechthoekige Texaanse gebied, dat grenst aan New Mexico en Oklahoma, ligt er al
jaren verlaten bij. Hier en daar een honky tonk, waar knokpartijen aan de order van de dag zijn, schepten de
inspiratie voor Flatlands. Never Gonna Cry en de titeltrack van dit album ontbloten de haat liefde verhouding
die Culwell kennelijk heeft met zijn geboorte grond. Red River, Piss Down In My Bones en War zijn wat mij
betreft echte juweeltjes. Met het verstillende liedje Won't Come Home lijkt Culwell definitief afscheid
genomen te hebben van het verleden.
De nu vanuit Nashville opererende Ryan Culwell maakt met zijn sfeervolle teksten en muziek behoorlijk veel
indruk op mij. Trots op het resultaat is hij weer helemaal terug. Na het beluisteren van Flatlands geloof ik
dat je bergen kunt vinden in een landschap dat zo plat als een dubbeltje is. Soms heb je een illusie nodig om
leegtes te benevelen. Flatlands bewijst dat het kan.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 235 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ranagri
Album:
Fort Of The Hare
Label:
Stockfisch Records
zondag 1 maart 2015
Ranagri is de naam van een dorpje midden in een idyllisch stukje boerenland in Ierland. Ranagri is ook de
naam van een kwartet musici uit Londen (twee keer man, twee keer vrouw) met als instrumentarium fluit,
basfluit, harp, bouzouki, gitaar, whistle, bodhran en nog wat exoten als bowed psaltery (cither die met een
strijkstok wordt bespeeld), bansuri (Hindoestaanse bamboefluit), harmonium, shakuhachi (Japanse
bamboefluit) en kantele (Fins tokkelinstrument uit de citherfamilie). Uiteraard - het is immers een
Stockfisch-productie – is Hans-Jörg Mauksch met zijn fretless bas (soms) van de partij en doet Günter Pauler
de productie. Ranagri bestaat uit vier musici die hun sporen hebben verdiend in de begeleiding van vele
artiesten, waaronder Stevie Wonder, Peter Gabriel, Radiohead en zelfs Ennio Morricone. Een ontmoeting in
een pub in Richmond was het begin van deze nieuwe band, die zijn debuutCD mocht uitbrengen op het
Duitse kwaliteitslabel Stockfisch. Verwacht geen standaardrepertoire, Ranagri brengt behoorlijk
vooruitstrevende songs met een experimentele inslag, maar ook met aandacht voor de klassieke elementen
van de Ierse folk. Heel bijzonder dus. Voorman, zanger/gitarist Danal Rogers, schreef alle songs zelf (alleen
het instrumentaaltje ‘Atlas’ is van de beide dames in de groep), de lyrics zijn heel poëtisch, zoals
bijvoorbeeld in het prachtige ‘The bogeyman’ (een boeman, vaak door ouders ingezet om hun kinderen tot
de orde te roepen), met prachtige harmonievocalen van de andere leden van Ranagri: ‘It’s oh such a shame
we’re all so afraid. Don’t you know that’s all in the game. It’s only a bogwyman knockin’ my door, but he
don’t live here no more’.
Iersgetinte folk, maar door de modern inslag eigenlijk een soort ‘wereldmuziek’, deze debuutCD van Ranagri.
Vereist een tijdje doorluisteren, maar dan besef je hoe mooi deze muziek eigenlijk is!! Heel interessant!!
Fred Schmale
Artist:
Steve Hill
Album:
Solo Recordings Volume 1
Label:
No Label Records
zaterdag 28 februari 2015
Nog niet zo lang geleden kreeg ik de Steve Hill cd ‘Solo Recordings Volume 2’ ter recensie aangeboden.
Inmiddels heb ik ook de Volumes 1 en 1½ mogen ontvangen. Volume 1 dateert al weer uit 2012 en bevat
twaalf nummers, acht van de hand van Hill zelf. Hij speelt gitaar, harmonica, drums en zingt en kan met
recht als one-man band omschreven worden.
De muziek van Hill doet nogal primitief aan een heeft dat rauwe North Mississippi geluid, bekend van onder
anderen de Burnside en Dickinson families. Met het “Ever Changing World” wordt de sfeer van het album al
duidelijk neergezet. Na de rockende opening gaat het verder het bluesy “Love Got Us Blind” en Muddy
Waters’ “Honey Bee”. Al deze nummers klinken lekker ongepolijst. “Out Of Face” is dan van een andere orde,
een fraaie akoestische gespeeld singer/songwriter nummer. Met “King Of The World”, “The Ballad Of Johnny
Wabo” en “Gotta Be Strong And Carry On”, laat Hill horen een begenadigd songwriter te zijn en covers als
“Cream’s “Politician” en Robert Johnson’s “Preaching Blues”, krijgen een fraaie Steve Hill-behandeling. En
wat te zeggen van een one-man band versie van “Ain’t Wastin’ Time No More”. Om een nummer van de
Allman Brothers Band in je eentje overtuigend neer te zetten, moet je toch wel wat in huis hebben. Degenen
die Volume 2 hebben aangeschaft kunnen zich veilig wagen aan Hill’s eerste solo recordings.
Tussen beide albums heeft hij ook nog een EP uitgebracht, Volume 1½. Twee nummers, te weten “Go On” en
“Long Road” verschenen ook op Volume 2. De beide andere nummers zijn een oud Motown werkje “Money
(That’s What I Want)” en een heerlijk zelfgeschreven bluesje, getiteld “Nothing New”. De cd’s zijn beiden
ondermeer verkrijgbaar via www.stevehillmuic.com en zeer de moeite waard voor liefhebbers van het
rudimentaire blueswerk.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 236 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Steve Hill
Album:
Solo Recordings Volume 1 1/2
Label:
No Label Records
zaterdag 28 februari 2015
Nog niet zo lang geleden kreeg ik de Steve Hill cd ‘Solo Recordings Volume 2’ ter recensie aangeboden.
Inmiddels heb ik ook de Volumes 1 en 1½ mogen ontvangen. Volume 1 dateert al weer uit 2012 en bevat
twaalf nummers, acht van de hand van Hill zelf. Hij speelt gitaar, harmonica, drums en zingt en kan met
recht als one-man band omschreven worden.
De muziek van Hill doet nogal primitief aan een heeft dat rauwe North Mississippi geluid, bekend van onder
anderen de Burnside en Dickinson families. Met het “Ever Changing World” wordt de sfeer van het album al
duidelijk neergezet. Na de rockende opening gaat het verder het bluesy “Love Got Us Blind” en Muddy
Waters’ “Honey Bee”. Al deze nummers klinken lekker ongepolijst. “Out Of Face” is dan van een andere orde,
een fraaie akoestische gespeeld singer/songwriter nummer. Met “King Of The World”, “The Ballad Of Johnny
Wabo” en “Gotta Be Strong And Carry On”, laat Hill horen een begenadigd songwriter te zijn en covers als
“Cream’s “Politician” en Robert Johnson’s “Preaching Blues”, krijgen een fraaie Steve Hill-behandeling. En
wat te zeggen van een one-man band versie van “Ain’t Wastin’ Time No More”. Om een nummer van de
Allman Brothers Band in je eentje overtuigend neer te zetten, moet je toch wel wat in huis hebben. Degenen
die Volume 2 hebben aangeschaft kunnen zich veilig wagen aan Hill’s eerste solo recordings.
Tussen beide albums heeft hij ook nog een EP uitgebracht, Volume 1½. Twee nummers, te weten “Go On” en
“Long Road” verschenen ook op Volume 2. De beide andere nummers zijn een oud Motown werkje “Money
(That’s What I Want)” en een heerlijk zelfgeschreven bluesje, getiteld “Nothing New”. De cd’s zijn beiden
ondermeer verkrijgbaar via www.stevehillmuic.com en zeer de moeite waard voor liefhebbers van het
rudimentaire blueswerk.
Ton Kok
Artist:
Awna Teixeira
Album:
Wild One
Label:
Lucky Dice Music
vrijdag 27 februari 2015
We kennen Awna, een Canadese singer/songwriter met een Portugese afkomst, van haar werk als één van
de frontvrouwen van de Canadees/Amerikaanse succesformatie Po’ Girl, met diens hemelse mix van folk,
klezmer en pop met wat jazz en country-accenten. Po’ Girl heeft een pauze ingelast, die inmiddels langer
duurt dan oorspronkelijk de bedoeling was, mede ten gevolge van de successen van Awna en Allison in hun
nieuwe projecten (Allison vormt met partner J T. Lindsay de succesvolle formatie ‘Birds of Chicago’). Awna
heeft in 2012 haar eerste solo-CD uitgebracht, ‘Where the darkness goes’, waarop de meeste ex-leden van
Po’ Girl te horen waren. In 2013 maakte Awna geheel alleen een EP’tje met vijf wederom hemelse liedjes
onder de titel ‘Thunderbird’. We horen haar op gitaar, accordeon, banjo, gutbucket bas en ze zingt met haar
karakteristieke stem de sterren van de hemel. Voor de nieuwe soloCD, ‘Wild one’, wordt uit een ander vaatje
getapt. In de zomer van 2014 ging Awna terug naar haar vroegere woonstad Toronto (ze woont
tegenwoordig in Salt Lake City in de USA) om haar nieuwe CD op te nemen. Voor het eerst zijn de opnames
in de stad waar zij opgroeide, in een studio op loopafstand van haar vroegere thuis! De bedoeling is dat
deze CD uitkomt voordat zij haar Nederlandse toer in maart 2015 begint. Twee jaar geleden begon Awna de
liedjes te schrijven voor deze nieuwe CD, waarbij haar motto was: ‘Helping raise mental health awareness
through music’. Ze wil een deel van de opbrengsten van de nieuwe toer schenken aan lokale instellingen die
zich met geestesziekten bezig houden. De meeste liedjes gaan over vrienden en familieleden die hebben
geworsteld met ziektes van de hersenen en die zelfs daardoor zijn overleden. Dat betekent een nog grotere
diepgang dan we normaliter al van Awna gewend zijn.
Schitterende muziek, die muziek van Awna. Heel persoonlijk, heel gevoelig. In de begeleiding ruimte voor
orgel, piano, gitaar, bas, drums, de absolute hoofdrol als altijd voor de fascinerende stem van Awna, een
stem die je nooit onberoerd laat en dat geldt in sterkere mate voor deze nieuwe songs. Verplichte aanschaf.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 237 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jim White vs. The Packway Handle Band
Album:
Take It Like A Man
Label:
Yep Roc Records
vrijdag 27 februari 2015
Muziek verveelt sowieso nooit, maar een onverwachte samenwerking plaatst toch die extra kers op de taart!
Jim White is altijd een bijzondere singer-songwriter geweest, die veel van zijn luisteraars vraagt. Een
rusteloze ziel, op zoek naar zijn geluk door de wereld trekkend: "To lead a fuller life". Hij werkte in New York
City als taxichauffeur, was professioneel surfer, bokser en fotomodel in Milaan, om tenslotte een cult status
te verwerven met "Searching For The Wrong-Eyed Jesus". Dat was de grensverleggende film die The
Packway Handle Band bekeek tijdens een bezoek aan het Burning Man Festival. Deze mij eerder onbekende
vijfkoppige groep blijkt al vele jaren met succes hun energieke bluegrass te spelen, met als basis Athens,
Georgia.
Dezelfde stad waar Jim White uiteindelijk een thuis vond en de afgelopen tien jaar in zijn 'Southern Gothic'
stijl creatief werkzaam geweest is. Naast de muziek houdt hij zich bezig met visuele kunst en het schrijven
van korte verhalen. Puur toevallig benaderde hij The Packway Handle Band voor één van zijn projecten, de
band wilde hem als producer voor hun eigen nieuwe album, Jim had nog een stapel bluegrass getint
materiaal (geïnspireerd door zijn stuklopende huwelijk), dat hij niet eerder kon plaatsen en zij besloten de
krachten te bundelen! Andy LeMaster (Bright Eyes) werd ingehuurd voor de technische kant en... 'Take It
Like A Man' was het resultaat!
Vs. (versus) staat voor het samenbrengen van twee onwaarschijnlijke componenten. Altcountry en bluegrass
mogen dan niet extreem ver uit elkaar liggen, we hebben ook nog Jim White, de gekwelde kruising tussen
maffe professor, cabaretier en romanschrijver, plus de blije Packway Handle Band! De basis is traditioneel:
gitaar, mandoline, banjo, bas en viool, met meerstemmige koortjes, maar er zitten ook gasten,
geluidseffecten en rauwe randjes tussen.
Mijn favoriet "Jim 3:16" ("A bar is just a church where they serve beer") en "Gravity Won't Fail" zijn
typerend voor Jim: het liedje voelt vertrouwd maar houdt je opmerkzaam. "Wordmule Revisited" is
inderdaad een gloednieuwe versie van Jim's legendarisch onpopulaire nummer met de balkende slidegitaar,
dat nog eens tevoorschijn getrokken werd voor de TV-serie 'Breaking Bad'. Het uitbundig overdreven "Corn
Pone Refugee" werd door Jim en Josh Erwin samen geschreven. Bij de eerste single "Not A Song"
contrasteert een confronterende tekst met de opgewekte melodie. Jim's dochtertje vond het gelijk leuk: "Ik
wilde altijd al een liedje hebben, waarbij mijn kinderen mee konden zingen - dat was een prachtmoment!"
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 238 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tony Lucca
Album:
Tony Lucca
Label:
Independent
vrijdag 27 februari 2015
Tony Lucca werd in 2012 derde tijdens de Amerikaanse versie van de Voice. Ho, ho, lieve kroegbezoekers,
voordat jullie meteen deze kroeg verlaten, toch maar even blijven hangen graag. Lucca sloot naar aanleiding
van zijn Voice optreden een platencontract af en stond daarna natuurlijk behoorlijk in de picture. Toch vroeg
ik mij af waarom wij in de EU niet allang eerder van deze in Pontiac, Michigan geboren singer-songwriter
hadden gehoord. De verklaring lag eigenlijk voor het oprapen, Lucca wilde ademen en bevrijd worden van
last die hij op zijn nek gehaald had. Met zijn achtste titelloze release hoor ik een zeer creatieve knaap aan
het werk die absoluut zelf het beste weet waar en wanneer de klok luid en waar de klepel hangt.
Lucca procedeerde nagenoeg helemaal in zijn eentje, deze bij tijd en wijle stevige rockende plaat. Volgens
mij wilde Lucca zo dicht mogelijk bij het live effect blijven. Luister maar eens naar zijn in 2011 verscheen
live CD “Live at Jammin' Java”. De plaats waar ik in 2003 soortgenoot Bill Deasy, voor het eerst aan het
werk zag. Als mijn oren mij niet in de steek gelaten hebben is hem dat aardig gelukt. De CD bevat een
dozijn aan prachtige melodieuze liedjes, die vreselijk lekker in het gehoor liggen. Tekstueel houd Lucca het
dicht bij zichzelf. De CD opent met een ijzersterke country rocker, Old Girl. Lucca rekent af met de
muziekindustrie en plakt het verleden achter het behang met vurige gitaarpartijen. Een Tom Kimmel of een
Jude Cole zijn dan niet ver weg. De eerste singel van dit album heet Delilah. Dit catchy indie folk liedje zal
het, met een beetje promotie, ver schoppen in de Amerikaanse hitlijsten. Lucca weet overigens ook mijn
gevoelige snaar te betasten met de piano gedreven ballad North Star. Ontwapenend akoestisch slaat Lucca
zijn vleugels uit en sluit hij af met het nog geen drie minuten durende liedje Sparrow.
Tony Lucca is een uitzondering op de regel. Wij maken, zoals zo vaak, graag het verschil in deze kroeg. Mist
de juiste muzikale snaar maar geraakt wordt maakt muziek altijd iets in je los. Als dat bij je gebeurd, ben je
spekkoper.
Jan Janssen
Artist:
Brad Colerick
Album:
Tucson
Label:
Independent
donderdag 26 februari 2015
Brad Colerick (geboren in Nebraska, levend en werkend in Pasadena, Californië) ken ik nog van zijn CD
‘When I’m gone’ uit 2009. Ik schreef in de recensie: ‘De muziek is akoestische Americana met duidelijke
invloeden van country en bluegrass. In de begeleiding zitten veel artiesten van de Amerikaanse westkust
met als bekendsten Larry Klein, Herb Pedersen en Kenny Edwards.
Een prima CD met liedjes die blijven hangen, zeker geen standaard Nashville-produkt’’ . Met zijn vijfde
soloCD ‘Tucson’, genoemd naar de gelijknamige woestijnstad in Arizona, trekt hij zijn prima lijntje door.
Arizona is de staat waarnaar zijn grootouders en later ook zijn ouders trokken nadat ze stopten met werken.
Van de 11 songs zijn er twee niet van Colerick, de titeltrack ‘Tucson’ is in 2014 geschreven door David Plenn
en ‘Hob thrasher’ in 2002 door Jack en Michael McNevin. De opnames werden gemaakt in Arkansas in slechts
6 dagen in totaal onder leiding van producer Charlie White (tevens allerlei gitaren, o.m. dobro en pedal steel
en bas). We horen naast Colerick zelf (vocals, akoestische gitaar) en White o.m. Herb Pederson vocals), Tim
Crouch (fiddle), Dave Roe op staande bas, Kenny Loggains op drums, Steve Hanson op mandoline, banjo en
Larry Marrs op background vocals. De liedjes werden voor het eerst gebracht tijdens de wekelijkse singersongwritersessies ‘Wine & Song’, door Brad vier jaar geleden opgezet in (South) Pasadena, een voorstad van
Los Angeles.
Brad Colerick nestelt zich met ‘Tucson’ in mijn rijtje favoriete singer-songwriters. Een prachtige CD,
uitstekende liedjes, prima begeleiding, sterke productie. Voor de liefhebbers van country- en folkgetinte
akoestische singer-songwriter-Americana.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 239 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
JJ Grey & MOFRO
Album:
Ol' Glory
Label:
Provogue Records
dinsdag 24 februari 2015
Hoewel JJ Grey, in video trailer, zegt dat Ol’ Glory, het zevende album van JJ Grey & Mofro is, neem ik de
vrijheid hem tegen te spreken. Ja, ja “in Gods naam wie denk jij wel wie je bent” hoor ik jullie al grommen.
Ik denk dat hij bedoelde te zeggen studioalbum, want Brighter Days, uit 2011, was natuurlijk live album. JJ
Grey verhuist volgens mij nu voor de vierde keer van platenmaatschappij. SwampLand, Glitterhouse,
Alligator worden nu ingeruild voor het meer mondiale Provogue Records.
Ol’ Glory bevat wederom twaalf puike liedjes die meteen lekker in het gehoor liggen. Grey weet waar zijn
roots liggen en maakt van zijn noot een deugt. Dat merkte ik al op de voorganger This River. “Niets, maar
dan ook helemaal niets blijft er in muzikale opzicht over als je “This River” vergelijkt met dat legendarische
album Lochloosa uit 2004”, schreef ik twee jaar geleden. Kijk eerst maar eens naar de trailer en je begrijpt
hoe dit proces heeft plaats gevonden.
Iets najagen om iets voorelkaar te krijgen leverde niet op wat Grey werkelijk wilde bereiken. Ol’ Glory werd
opgenomen in Retrophonics Studio in Saint Augustine, Florida. Een locatie waar Grey wel vaker neerstreek
om te surfen. Op deze plaat horen we een geoliede band die het levensverhaal van JJ Grey laat spreken.
Anthony Cole (drums en percussie), Andrew Trube (gitaar), Anthony Farrell (piano/orgel), Todd Smallie
(bas), Dennis Marion (trompet) en Jeff Dazey (saxofoon), zie je in de meeste gevallen ook op het live
podium verschijnen. Op deze plaat schuiven trouwens ook Luther Dickinson (North Mississippi Allstars) en
Derek Trucks (Tedeschi Trucks Band) aan.
Heb de plaat meerdere malen door mijn CD speler gejaagd. Wat mij opviel is dat de volgorder van de songs
inderdaad als een levensverhaal aanvoelt. Geopend wordt er met Everything Is A Song. Dit Southern soul
deuntje wordt even daarna opgevolgd door Every Minute. Wat mij betreft is dit het meest radiovriendelijke
liedjes op deze CD. Songs als Light A Candle en het robuust vormgegeven Brave Lil' Fighter volgen dan bijna
voorspelbaar. Nagenoeg ieder liedje wordt zorgvuldig tot een climax gebracht. JJ Grey stemgeluid komt pas
echt tot uitbarsting in het prachtige Tic Tac Toe. Grey sluit dit keer nogal verrassend af met de ballad The
Hurricane. Prachtig!
Ol’ Glory manifesteert zich, nu al, als een van de beste roots platen van 2015. JJ Grey & Mofro hebben zo
langzamerhand een soort van patent weten te leggen of deze mix van blues, rock, folk, funk, gospel en R&B.
Wie overigens via iTunes de digitale versie download, krijgt twee bonustracks cadeau. “Wij worden geboren
om de waarheid te spreken. Liegen hebben we onszelf aangeleerd en kunnen wij dus gewoon afleren.” JJ
Grey geeft het smoel met de bonustrack Santa Claus en True Love, & Freedom. Dit komt rechtstreeks uit het
hart van een man die in het verleden moeilijk dingen kon loslaten maar nu daarom kan lachen.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 240 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Richard Lindgren
Album:
Sundown On a Lemon Tree
Label:
Rootsy.nu
dinsdag 24 februari 2015
Na het kwalitatief matige mini-album Driftwood (The 309 sessions), een akoestisch tussendoortje dat in
2014 werd uitgebracht, volgde later dat jaar nog het nieuwe studioalbum Sundown On A Lemon Tree van de
Zweedse singer-songwriter en akoestisch gitarist Richard Lindgren. Een album dat niet helemaal kan
wedijveren met het uitstekende Grace van 2012. Tekstueel gaat het wederom over zijn voortdurende
worsteling met de liefde, waarbij de muzikale inhoud nagenoeg dezelfde mix van barroom-jazz, blues, New
Orleans-dixie/r&b, soul, folk en ‘n vleugje country bevat, zij het dit keer alleen met akoestische
instrumenten, als staande bas, piano, Hammond B3, drums, saxofoon en klarinet, opgenomen. Vier van het
tien songs tellende album zijn covers van stokoude songs, waaronder het heel mooi, alleen met
pianobegeleiding, melancholiek gezongen Hard Times van Stephen Foster en het overbekende Danny Boy
van de mij onbekende Frederic Weatherly. Het gehele album ademt zo’n nostalgische sfeer, die in een paar
songs door springerig jazzy klarinetgeluid (niet mijn favoriete instrument) iets te dik is aangezet. Buiten dat
zijn er prachtige, kleine, ingetogen liedjes te beluisteren, met semi-zwijmelteksten vol romantiek en
melancholie. Hoogtepunten vormen eigen nummers als de titelsong, Hobo and Maria, A Long Time Ago en
Song For Claudia.
Huub Thomassen
Artist:
Annie Keating
Album:
Make Believing
Label:
Independent
maandag 23 februari 2015
Annie Keating is een in New York wonende en werkende singer-songwriter. Met ‘Making believe’ levert ze
haar zesde CD af, waarvan de basistracks in drie dagen live werden opgenomen in een studio in Brooklyn
met in de begeleiding de multi-instrumentalisten Jason Mercer (tevens co-producer en verantwoordelijk voor
een drietal arrangementen) en Chris Tarrow (hij bracht ook arrangementen in) en verder drums, percussie,
harmonica. Aanvullingen, zij het in bescheiden mate, volgden later in een korte sessie met John Abrams
(gitaar, mandoline), zijn broer James (Mandoline, banjo, viool, fiddle) en Matt Keating op orgel en piano. Ik
ben behoorlijk onder de indruk van deze CD. Van Keating had ik al drie CD’s, maar die deden mij heel wat
minder dan deze nieuweling. De songs zijn goed, de uitvoering uitstekend – Annie heeft een heldere stem
die heel buigzaam kan zijn, de begeleiding prachtig (let vooral op de heel functionele harmonica) en er is
voldoende variatie. Annie omarmt folk, bluegrass (‘One good morning’) en country (luister naar het heerlijke
walsje ‘Sunny dirt road’), maar kan ook lekker rocken (‘I want to believe’). In het prachtige ‘Foxes’ is het
arrangement (Mercer) en de begeleiding (o.m. een ‘Mellotron choir’!) wel heel apart en aangenaam.
Een prettige verrassing, deze zesde van Annie Keating. Uitstekende CD! Deze zal vaak worden gespeeld!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 241 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Johnny Fontane & The Rivals
Album:
Lemme Tell Ya!
Label:
Wanted Men Records
maandag 23 februari 2015
Johnny Fontane and the Rivals is een Zwitserse blues/rock band van wie binnenkort de cd Lemme Tell Ya! zal
verschijnen. De groep bestaat uit Tom Marcozzi (gitaar/zang), Philipp Lüdi (toetsen), Christian Spahni (bas)
en Lucas Zürcher (drums).
Tom Marcozzi schreef alle twaalf nummers, die op dit album te horen zijn. Vinnie Moore (gitaar), Justina Lee
Brown (zang) en Marco Pantherra (harmonica) vervullen gastrolletjes, terwijl op “Hands On You” ook een
driekoppige blazerssectie te horen is.
Het openingsnummer is een prima blues/rocker, waarin meteen ook wel het zwakke punt van de cd getoond
wordt. De teksten zijn in diverse nummers niet meer dan rijmelarij op Sinterklaasgedicht niveau. Dit is
jammer en wellicht dat hier bij een volgende gelegenheid wat meer aandacht aan besteed kan worden. Het
instrumentale gedeelte van het nummer zit prima in elkaar.
“Hands On You” zit ook prima in elkaar, in principe een standaard blues, waar toch net iets anders is door
buiten de solo net van het twaalf maten schema af te wijken. Alleen hadden hier de blazers iets prominenter
aanwezig mogen zijn.
Op “Help Me” is Justina Lee Brown als achtergrondzangeres te horen. Op “This Ain’t Mississippi” is deze
dame bovendien als leadzangeres te horen en met haar soulvolle vocalen weet ze deze langzame blues
nummer boven de overige nummers uit te tillen en lopende rillingen toch wel even over de rug. Heel mooi!
Vinnie Moore (Alice Cooper, UFO) is als gast te horen op de ballad “Tell Me”. Vooral de interacties tussen
gitaar en piano is hier zeer de moeite waard. Verder is zeker ook het eerbetoon aan Gary Moore in het
instrumentale “Garymental” beslist de moeite waard. Zolang je niet teveel waarde hecht aan diepgravende
of spitsvondige teksten en af en toe een niet helemaal perfecte mix op de koop toe wil nemen is dit en prima
debuut voor Johnny Fontane and the Rivals.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 242 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
James McMurtry
Album:
Complicated Game
Label:
Complicated Game
zondag 22 februari 2015
Complicated Game is volgens mij James McMurtry’s achtste release. Zijn voorganger Just Us Kids ligt alweer
zes jaar in het verleden. De verrassend open productie van deze plaat, lag in handen van CC Adcock en Mike
Napolitano. Weet niet of jullie Adcock’s release “The Lafayette Marquis” nog voor de geest kunnen halen,
maar die magistrale lome sfeer voel ik ook op Complicated Game. Ook Napolitano is niet de eerste de beste.
The Neville Brothers, Joseph Arthur en onlangs nog Ani DiFranco maakten al gretig gebruik van zijn kennis
en ervaring.
Sinds McMurtry’s debuutalbum Too Long In The Wasteland is er veel veranderd in de muziekindustrie. Tja,
en als je zes jaar geen plaat meer hebt opgenomen of uitgebracht dan wordt je juist met die feiten
geconfronteerd. McMurtry verwoord dit probleem subliem in twee zinnen “Vroeger ging je op tournee om je
plaat te promoten. Tegenwoordig maak je plaat om je tournee te promoten.” Het is zo waar als een koe,
maar hoe krijg je die gedachten tussen de oren van Nederlandse programmeurs van concertpodiums. Ik
vrees dat we uitkomen op de beroemde kip en het ei discussie.
Na het beluisteren van Complicated Game kom ik alvast tot de conclusie dat McMurtry tot een van de beste
singer-songwriters behoord, die dit tijdperk rijk is. Hij slaat wat mij betreft twee vliegen in een klap. Het
gecompliceerde aan dit spel is, waar wil je de nadruk op leggen. Zijn het de beschouwingen of zijn het de
persoonlijke bespiegelingen die dit album zo bijzonder maken? Ik bespeur warme poëzie in Long Island
Sound en een pure realisme in She Loves Me. Beide songs grijpen je, met een knipoog, naar de strot, als je
ze tenminste de kans geeft om ze echt tot je te laten doordringen. McMurtry is, zoals altijd eigenlijk al,
begaan met de wereld om zich heen. Zo vraagt hij zich af wat doen wij elkaar toch steeds aan. Een weer
opent McMurtry zijn tekstdichterlijke spervuur in How'm I Gonna Find You Now, Ain't Got a Place, These
Things I've Come To Know en You Got To Me. Het is McMurtry ten voeten uit.
Complicated Game komt iets of wat braaf over, maar nogmaals wie doet je wat als je er werkelijk even voor
gaat zitten. Nee heb je al, maar weet dan wel dat McMurtry, naarmate de draaibeurten toenemen,
automatisch het ja afdwingt.
Jan Janssen
Artist:
Feaver
Album:
A Year From This Day
Label:
ARC
zondag 22 februari 2015
Feaver is een altfolkformatie uit Rotterdam bestaande uit Tjeerd ‘Feaver’ Broere, Julia Reinhold, Danny
Lelieveld, Jaap Kooiman en Frank Goverts. Aanvankelijk was Broere een punkdrummer, maar op een
roadtrip met El Pino en The Volunteers besloot hij het over een andere boeg te gooien. Hij leerde zichzelf
gitaar spelen en er kwamen dromerige liedjes uit zijn koker tevoorschijn. Die dromerigheid wordt omarmd
op de debuutCD van het inmiddels tot een kwintet gegroeide Feaver. De CD bevat gevarieerde goed
uitgeëxperimenteerde altfolk songs, mooi gezongen, soms meerstemmig. Mooie orchestraties erbij, met
name in de prachtige afsluiter ‘Train’ (uitgebracht als single), goed gearrangeerd.
Feaver zal met name de liefhebbers van licht experimentele indiefolk aanspreken. Prettig ingevulde muziek.
Op youtube is te zien dat de groep zich live goed kan presenteren!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 243 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Karen Jonas
Album:
Oklahoma Lottery
Label:
Independent
zaterdag 21 februari 2015
Op Internet is men het zelden met elkaar eens, behalve over dit album: het kwam uit de lucht vallen en het
is goed. Dat maakt mij nieuwsgierig naar deze jonge singer-songwriter uit het stadje Fredericksburg,
Virginia. Er blijkt toch een connectie te zijn, want Karen was één van The Parlor Soldiers, die in 2011 de CD
'When The Dust Settles' afleverden. Haar voormalige zang- en schrijfpartner Alex Culbreth verblijdde ons al
in 2012 met zijn eigen 'Honey In A Jar'.
Er bestaan grappige filmpjes van zingende kleuter Karen, maar zij zag het muzikale licht pas op haar
zestiende, luisterend naar een Joni Mitchell plaat van haar vader. Hij leerde haar de beginselen van het
gitaarspel en gaandeweg ontwikkelde zij haar eigen ongebruikelijke 'thumb-strum' stijl. Ze ging liedjes
schrijven en ontdekte haar literaire talent tijdens een studie Engels. Karen benadrukt dat zij met folk en pop,
níet met country opgegroeid is, pas toen ze 22 was hoorde zij voor het eerst muziek van Johnny Cash!
Het succes van The Parlor Soldiers -ze stopten vanwege 'persoonlijke redenen'- inspireerde Karen om met
de opgedane ervaring een eigen carrière te beginnen. Eerdere plannen mislukten door een keelontsteking en
ongeduld, in plan C had Karen met haar nieuwe band twee dagen (tien uren totaal) de tijd om live iets in de
studio neer te zetten. De muziek klinkt prima, met een glansrol voor gitarist Tim Bray, alleen lapsteel en
elektrische piano zijn later toegevoegd. Als vergelijking kunnen we denken aan het werk van Amanda Pearcy
en Eilen Jewell. Karen's stem is echter een verhaal apart: zwoel, verleidelijk, droevig, bedachtzaam, sterk,
kwetsbaar... De expressie aanzettend geeft zij een song precies wat nodig is.
Karen beschouwt liedjes schrijven als een minutieus werkje en raadpleegt graag de Wikipedia! "Suicide Sal"
verwijst naar de titel van een gedicht dat Bonnie Parker in de gevangenis schreef. "Oklahoma Lottery" vlecht
de geschiedenis van de Dust Bowl door Karen's eigen ervaringen - gescheiden, met twee dochtertjes wonend
in een spookhuis. "Lucky" brengt ons naar de saloons van het Wilde Westen en "Money" is een oprecht boze
song over hedendaagse armoede. Dan zijn er natuurlijk nog verhandelingen over de liefde: "Get Out Of My
Head" en "Thinkin' Of You Again" hebben dezelfde hoofdpersoon - vóór en na de relatie!
"I didn’t really expect anyone outside of Fredericksburg to care too much." Dat heeft Karen dus mis: wij op
Internet denken er anders over!
Johanna Bodde
Artist:
JP Harris & The Tough Choices
Album:
Home Is Where The Hurt Is
Label:
Cow Island Music
vrijdag 20 februari 2015
In 2012 verraste JP Harris de muziekliefhebber met een heerlijk traditionele country album I’ll Keep Calling.
In Nashville werd dit album in dat jaar uitverkoren als Best Country Album. Twee jaar later ligt nu de
opvolger op mijn bureaula en is wederom uitgebracht door het onvolprezen country label Cow Island Music.
De tien songs van Home Is Where The Hurt Is werden opgenomen In Ronnie’s Place. De studio in Nashville
van onder meer Ronnie Milsap en Roy Orbison, waar ook Loretta Lynn, Conway Twitty en Merle Haggard
legendarische country songs hebben opgenomen. Mooie titel trouwens voor dit album vol met liefdesleed en
drank.
Het album opent met een pittige honky tonk song (Give A Litte Lovin’) met een ouderwets 60’er jaren
country sound. Heerlijke fiddles en een puntig spelende steelspeler (Brett Resnick) begeleiden de treurige
tearjerker A Breaking Heart. South Oklahoma heeft een aangenaam tropisch sfeertje met stemmige
steelklanken. Het is heerlijk mijmeren over oude liefdes bij Old Love Letters. Het jachtige
muzikantenbestaan is ook niet alles. Luister maar naar de verhalende trucksong Truckstop Amphetamines.
Een zakdoek heeft de luisteraar echt nodig bij de ontroerende titel track Home Is Where The Hurt Is. Naast
Harris’ band The Tough Choices zijn er gastbijdragen van zangeres Nikki Lane, Chance McCoy (Old Crow
Medicine Show) en Steve Berlin (Los Lobos). De laatste vrolijkt met zijn saxofoon Young Women and Old
Guitars op. Dat is een heerlijk stompertje met veel billy waarmee dit album wordt afgesloten.
Home Is Where The Hurt Is is een uitstekende schijf voor liefhebbers van traditionele country.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 244 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Doug Prescott Band
Album:
Karma & The Big Caboose
Label:
Independent
woensdag 18 februari 2015
Doug Prescott is al decennia lang actief in de muziek, in de rootsmuziek! Zijn huidige basisband is een
sextet, met gitarist Tommy Hartley in een hoofdrol en verder een tweede gitarist, bas, drums en
trompet/trombone. Gastmusici zorgen voor pedal steel, fiddle, mandoline, sax, piano/keyboards, Nancy
Middleton en Jill Kuhn Sexton verzorgen lekkere achtergrondvocalen. Zijn nieuwste CD heet ‘Karma & The
big caboose’, bevat 10 songs, waarvan Doug er acht voor zijn rekening heeft genomen. De covers zijn van
Walter Washington (‘Thinkin’ for yourself’) en Little Feat’s Lowell George (‘Sailin’ shoes’). Referentiekader
voor Doug’s muziek vinden we vooral bij Little Feat, maar ook – bijvoorbeeld - Delbert McClinton en The
Allman Brothers Band zijn niet ver weg. Een lekker mengsel van Southern Rock (de opener ‘Did you bring da
groove’, met zijn diverse blazers zou zo uit New Orleans kunnen komen), ‘Tell me again’ is een lekker
countrydeuntje, de overige songs zijn heerlijk divers, we horen blues, rock, country en bayou en zelfs een
beetje folk (‘A month in Texas’).
Een heerlijke feestschijf, goed gespeeld, goed gearrangeerd. Recht-voor-zijn-raap Americana, dus!
Fred Schmale
Artist:
John F Klaver Band
Album:
The Edge
Label:
DMI Records
woensdag 18 februari 2015
De vorige cd van de John F. Klaver Band, Wheels In Motion, was een volwassen cd, waar weinig op aan te
merken was. De nieuwe cd, die de titel The Edge heeft meegekregen is van hetzelfde niveau. Misschien niet
direct veel vooruitgang ten opzichte van de voorganger, maar dat hoge niveau opnieuw weten te halen in
een prestatie op zich.
De vaste muzikanten, naast zanger/gitarist John F. Klaver, zijn bassiste Iris Sigtermans en drummer Eric
Dillisse. Bob Fridzema neemt op negen nummers de toetsen voor zijn rekening. Na zijn overstap naar het
Britse King King nam Pascal Lanslots de plaats achter de toetsen in. Hij is op vier nummers te horen.
De cd bevat elf door John geschreven nummers en twee covers. Robert Johnson’s “32/20 Blues” krijgt een
behoorlijk stevige uitvoering, die behoorlijk ver af staat van het origineel. “Maydell” daarentegen mist de
kracht van het origineel van Johnny Neel en de latere versies van de Allman Brothers Band en John Mayall.
De kracht van deze cd zit toch meer in de eigen nummers.
De cd beging met “You Make Me Feel So Alive” en de uit de jazz hoek afkomstige zangeres Wies Ingwersen
zorgt hier voor een welkome vocale aanvulling. Ze is ook nog op twee andere nummers te horen en vooral
de soulvolle ballad “I Still Believe” is een pareltje geworden. Saxofonist Efraim Trujillo laat een fraai werk
horen op “Make It So”, terwijl Sugar Boy Vielvoye de slow blues “Heartful Of Blues” van een mooie bluesharp
partij voorziet.
Dit is het meest bluesy album van de band tot op heden. De ballad “When Everything Falls”, het
instrumentale “Kempner Woman” en het pittige titelnummer “The Edge” zeker het vermelden waard. Dit is
weer boeiend album geworden. Of de band dit kan op een volgende cd kan overtreffen is de vraag, maar
met wederom een evenaring en ik ben tevreden.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 245 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The New Madrids
Album:
Through The Heart Of Town
Label:
Independent
dinsdag 17 februari 2015
Het nummer "New Madrid", dat Jeff Tweedy voor Uncle Tupelo schreef, heeft blijkbaar zoveel indruk
gemaakt dat er complete bands naar vernoemd worden! Niet alleen de in winterslaap verkerende groep uit
Cleveland, Ohio (met Oliver Buck en Adam Rich), maar ook deze Schotse formatie. De countryrock band
blijkt in 2010 samengesteld te zijn uit de zanger van The Revivals en de vier, na het vertrek van Gavin JD
Munro, overgebleven leden van Southpaw, hier vooral bekend door hun CD 'Buffalo Mansions' (2006) met
het onovertroffen 'Underwater Jesus'. Gavin, schrijver van dat fijne werkje, is tegenwoordig actief in de Red
Pine Timber Company. We zijn weer helemaal up-to-date!
The New Madrids leveren nu een doorwrocht debuut af, tien tracks, Ian Hutchison en Donny McElligott
schreven er ieder vijf en verdelen ook de vocalen. De muzikanten spelen met overtuiging en duidelijke
ervaring: strakke ritme sectie, Telecasters links en rechts, klaaglijke pedal en lap steel, vlekkeloze koortjes.
Als invloeden worden genoemd: The Band, Whiskeytown, The Byrds, maar ook stevigere kost: Drive-By
Truckers, The Black Crowes en AC/DC.
Het eerste nummer "Wrapped Up" begint ongeveer waar Southpaw stopte, met fijne countryrock, die vooral
opvalt door de treffende gelijkenis tussen Donny's stem en die van naamgenoot Don Henley. Dan horen we
de inbreng van Ian in "You" en hij brengt met hese, doorleefde stem het stoerdere materiaal, meer
gebaseerd op bluesrock, funk, de vroege Rolling Stones en Little Feat. Droef gepassioneerde ballade "Shake"
tovert een onvervalst Muscle Shoals geluid tevoorschijn, inclusief blazers uiteraard. Ook de eerste single
"Shine A Light" gaat de countrysoul richting uit, al is de pedal steel hier nadrukkelijker aanwezig, het
samenspel is adembenemend!
"Big Fun" blijkt een rocker te zijn, vol van zonnige nostalgie. "Long Is The Way" klinkt als een spontane, lang
uitgesponnen akoestische jamsessie op het strand, met Donny's mandoline en gastmuzikante Hannah
Fisher's viool. Nog meer Eagles getint werk komt langs, maar dan nét iets hoekiger. "Alaska" is een van
wanhoop doordrenkt duet met Brennen Leigh, oude kennis van een Noors festival waar Southpaw ooit
speelde. Het loopt slecht af trouwens: "Next thing I hear is when / The pin hits the shell". Deze mix van
country, rock en soul, met twee uitstekende singer-songwriters, leverde een bijzonder smakelijk plaatje op!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 246 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Sabrina Weeks & Swing Cat Bounce
Album:
Live
Label:
Independent
maandag 16 februari 2015
Sabrina Weeks is een Canadese zangeres, die zichzelf in de biografie op haar website omschrijft als een
mengeling tussen Etta James, Mae West en Doris Day. Wat ik me daar precies bij voor moet stellen is me
niet duidelijk, misschien wordt dat helder op de binnenkort uit te brengen DVD van de band.
Na de studio cd’s Tales From Lenny’s Diner en Got My Eye On You hebben Sabrina Weeks & Swing Cat
Bounce de cd Live uitgebracht. Naast miss Weeks bestaat de band uit Mike Hilliard (gitaar), Ed Hilliard
(drums), Terry Strudwick (bas) en Bill White (rhythm gitaar). De schijf bevat twaalf nummers, slechts twee
verschenen op de eerdere studio albums: “Bad Boys” en “Got My Eye On You”, respectievelijk het openingsen slotnummer. Als het eigen werk is geschreven door Sabrina en Mike Hilliard. Er zijn vijf covers te horen,
waarvan Randy Newman’s “You Can Leave Your Hat On” een beetje buiten het stramien van de overige
nummers valt, maar bij het publiek hoorbaar aanslaat. Andere bekende nummers als “Hound Dog” en “Big
Boss Man” krijgen een eigen, funky, bewerking.
Sabrina Deeks is een prima zangeres en Mike Hilliard een gitarist die zowel met vingers als met slide lekker
gedoseerde solo’s weer neer te zetten. De andere drie mannen vormen een solide basis voor dit tweetal. Ze
schrijven ook prima songs met soms een uitschieter als “Slide Over Here”, wat een heerlijke drive heeft. Ook
“Roll It” is met een heerlijke groove een schitterde nummer. En bij Ike Turner’s “Strange” zullen de voetjes
in Kamloops, British Columbia, ongetwijfeld van de vloer gegaan zijn.
Een fraaie live cd van dit kwintet, die me overigens wel nieuwsgierig maakt naar de te verwachten DVD. Aan
de reacties van het publiek is te horen, dat er toch wat meer op het podium gebeurt, dan dit album doet
vermoeden.
Ton Kok
Artist:
Gurf Morlix
Album:
Eatin' At Me
Label:
Rootball Records
zondag 15 februari 2015
Import-Texaan Gurf Morlix (hij woont sinds 1975 in Austin) heeft een enorme staat van dienst, met name als
producer en begeleider. Zijn werk met Buddy en Julie Miller en vooral Lucinda Williams (11 jaar lang)
spreekt wellicht het meest tot de verbeelding, maar er zijn nog tientallen anderen die met hem hebben
gewerkt. Na zijn ode aan de Austinse cultheld en goede vriend van Townes Blaze Foley (2011 – ‘Blaze
Foley’s 113th wet dream’) en het adembenemend mooie ‘Gurf Morlix finds the present tense’ (2013) is Gurf
aan zijn alweer negende solo-CD toe, en – geloof het of niet – zijn werk wordt steeds completer. Is het zijn
zang – niemand zingt zoals hij, met korte pauzes voordat hij nieuwe woorden zonder enige galm in de ether
slingert, of zijn schitterende spel op een diversiteit aan instrumenten, dan wel zijn soulful en bluesy feel? Het
is alles bij elkaar wat de man zo interessant maakt. Vanaf de pittige opener ‘Dirty old buffalo’ (over de stad
Buffalo in New York State, in de omgeving waarvan Gurf werd geboren’ via de country-ballad ‘Grab the
wheel’, de bluesy ‘Elephant’s graveyard’ en het al even bluesy ‘The dog I am’, het lyrisch ingevulde
folknummer ’50 years’ (waarin hij terugdenkt aan zijn jeugd: ‘I used to love the sound that time made
rushing by my ears, now it’s gone by in the blink of an eye, and it’s been 50 years’), het vrolijke ‘Dinah’,
‘Last call’, ‘Born in Lackawanna’ (in de omgeving van Buffalo, dus) tot het slotnummer ‘Blue smoke’ (een
gevoelige country-ballad met fiddle in de hoofdrol) is het weer overheerlijk genieten van de muziek van deze
geweldenaar.
Met ‘Eatin’ at me’ komt Gurf weer met een sterke serie prachtige liedjes. Wederom is het aanbod gevarieerd
en gaan we van blues via swamp en een vleugje country langs de mooiste wegen van de Americana. Sorry
friends, het gaat je weer geld kosten. Je moet hem hebben, toch!!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 247 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tom Levin
Album:
Them Buffalo & Them Feet
Label:
Cut The Mustard
donderdag 12 februari 2015
Een tweeling album? Tom Levin bracht in januari 2014 eerst 'Them Feet' ter wereld en wij hebben geluk,
want die disc zit -met een mooi boekje- gewoon meeverpakt bij 'Them Buffalo', dat in november 2014
verscheen! De stem van deze Zweed werd ontdekt, toen hij als uitwisselingsstudent in Alaska verbleef. Zijn
gastfamilie hoorde hem jubelen onder de douche en moedigde Tom aan om zich bij het schoolkoor te
voegen. Studerend in Australië begon hij ook liedjes te schrijven en bij terugkomst in zijn thuisland richtte
hij de band Tennis op. In 2002 stortte hij zich volledig op de muziek en bracht zijn eerste solo-album 'Saving
Grandma' op een eigen platenlabel uit. Het tweede werd veel op de Amerikaanse radio gedraaid en in 2006
won Tom de New Music Award (Male Artist of the Year), genomineerden John Mayer en James Blunt hadden
het nakijken.
De vijfde CD moest een vrolijker, meer uptempo album worden dan de voorgangers. Met 'Them Feet' was hij
nog niet helemaal tevreden, dus omarmde hij zijn innerlijke stadionrocker en begon opnieuw, aan 'Them
Buffalo'! Bij het luisteren houd ik de originele volgorde aan. Deze negen pittige, energieke rootsrock
nummers op 'Them Feet' doen mij denken aan het eigenwijze geluid van singer-songwriters uit Seattle, die
nog wortels in de grunge hadden en aan Rodney Crowell ten tijde van 'Street Language'. Uitgesproken
ritmes en pakkende arrangementen, met een opvallende saxofoon in de gastrol. Tom heeft een diepe,
resonerende stem en zingt bijzonder goed, voorin de mix - het resultaat is een prima geluid! Ik ken zijn
eerdere werk niet, maar dit klinkt inderdaad behoorlijk positief, optimistisch en zonnig. "Once I Almost Killed
A Horse", wat autobiografisch schijnt te zijn, draagt een Warren Zevon stempel. "King Neptune" is een
bijzonder afscheidslied voor een overleden vriend.
Ja, 'Them Buffalo' begint met een aanstekelijk, door banjo onderstreept liedje over buffels. Deze tien
nummers tellende disc heeft meer invloeden van ruige folkrock ("Mind's Eye", "Different Drum",
"Summered"). "Girl From Nova Scotia" is een komische ode aan de Canadese Mo Kenny, met wie Tom in het
internationale project The House of Songs werkte. Gedragen, religieus getint "History, Beliefs And Bearded
Men" doet aan Johnny Cash denken, terwijl "Margaret's House" een Leonard Cohen-achtig duet met Aimee
Bobruk blijkt te zijn.
Singer-songwriter voor de intelligente luisteraar wordt Tom genoemd, heden met herinnering mengend in
zijn observaties en let op: hij heeft véél inspiratie!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 248 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Amelia Curran
Album:
They Promised You Mercy
Label:
Six Shooter Records
dinsdag 10 februari 2015
Amelia Curran is geboren in St. John’s, de hoofdstad van het Canadese eiland Newfoundland. Met ‘They
promise you mercy’ is zij aan haar tweede CD op het Blue Rose label toe, in Canada verschenen haar vier
CDs tot dusver op het Six Shooter label uit Toronto. Haar doorbraak was met ‘Hunter, Hunter’ (2010),
waarmee ze vele nominaties en awards verdiende, waaronder de Juno Award. Bij de opvolger ‘Spectators’, in
Canada verschenen in 2012, schreef ik destijds: ‘De Amelia Curran van ‘Hunter, Hunter’ is terug met alweer
een adembenemend volwassen werkstuk. Ik hoop dat we niet weer ruim drie jaar moeten wachten op een
opvolger. Amelia Curran is topklasse!’. Mijn wens is verhoord, de nieuweling liet slechts zo’n 20 maanden op
zich wachten. En Amelia groeit door, de variatie neemt toe, dank zij een paar wat vetter aangezette songs.
Weer in de begeleiding een aantal Canadese artiesten van grote klasse, o.a. Christine Bougie op de lap steel,
drummer Joshua van Tassel, pianist/organist Aaron Davis, accordeoniste Catherine Allen en gitarist Dean
Drouillard. Incidenteel horen we sax, trombone, french horn, trompet en viool. Behalve Amelia’s prachtige
stem (doet mij aan Krista Detor denken) zijn ook haar lyrics zeer opvallend. De opener ‘Somebody
somewhere’ met de titelverwijzing van de CD als voorbeeld: ‘I came for my shadow laid at my feet,
stretched out before me incomplete. Prayed to them children cut loose on the street, I bottled my worship, I
swallowed it neat. Somebody somewhere is missing you, they promised you mercy and they’ll find it
somehow. Keep the horizon ahead of your game, look to your victory songs, they sound the same’. Er is wat
tijd nodig om dit te doorgronden, maar gelukkig mag je van de artiesten altijd je eigen interpretatie invullen.
Amelia wordt nog altijd iedere CD beter, dus haar niveau stijgt naar eredivisiehoogte. Ik ben heel erg onder
de indruk van deze CD. Adembenemend mooi! In februari in ons land, mis haar niet!
Fred Schmale
Artist:
Deadman
Album:
The Sound & The Fury
Label:
Rootsy.nu
dinsdag 10 februari 2015
Nog nooit zo op het verkeerde been gezet als na het beluisteren van de nieuwe CD van de Texaanse band
Deadman. De plaat heet niet voor niets The Sound & The Fury. Knoop dit laatste goed in je oren als je van
plan bent deze CD blindelings onder de arm te slaan. Letterlijk vertaald, het geraas en gebral, op deze plaat
sluit totaal niet aan op eerdere releases van Deadman. Niks mis mee, maar ik wil het toch maar even gezegd
hebben. Het Americana geluid heeft namelijk plaats gemaakt voor elektronische pop rock muziek. Je mag
het van mijn part vergelijken met U2 van een jaar of vijfentwintig geleden. De Ierse band draaide toen ook
om als het blad van de boom. Aan het poppy geluid van Achtung Baby en Zooropa traumatiseerde veel fans.
Deadman pakt min of meer daar de draad op.
Verantwoordelijk voor dat proces is frontman Steven Collins. Deze denktank droomt en leeft in zijn eigen
kleine wereld. Dat merkte ik al toen ik maart naar Chimes At Midnight en How Shall We Then Live heb zitten
luisteren en kijken. Ik ging er al vanuit dat dat Collins hierna solo zou gaan. Geopend wordt er met de
titeltrack. De daarop volgende tracks No Sugar en The Rich Man And The Poor Man klinken aardig maar
missen het magische contact tussen drummer en bassist. Je zegt het maar, maar het U2 appeltje valt de
eerste elf minuten niet ver van de boom. Kijk, als je meer muzikale creativiteit wilt brengen moet je het
goed doen. En dat doet Deadman (Collins) dan ook. In het bijna vanzelfsprekend klinkende Is This The World
We Want? en Ozymandias hoor je bezieling en is het contact er wel. Eenmaal aangekomen bij I Will Tremble
dacht heel even dat Collins zou gaan zingen I Still Haven't Found What I'm Looking For zou gaan zingen.
Nee, het ligt er te dicht op! Bijna op het eind komt toch nog een lichtpuntje tegen. A Ghoste Upon The Water
klinkt weergaloos. Kijk, daar zit je, als muziekliefhebber, op te wachten, als één van je favoriete Americana
bandjes een gedaantewisseling heeft ondergaan.
Met The Sound & The Fury gaan Steven Collins en zijn manschappen echt vreemd. Ik vraag mij af of het een
avontuur of een actie is waaraan doelstellingen zijn gekoppeld. Het zou namelijk doodzonde zijn als, aan het
eind van de rit, Deadman op het resultaat zou worden afgerekend.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 249 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Brant Croucher
Album:
Blanco Country Lights
Label:
White Cat
zaterdag 7 februari 2015
De Texaanse singer-songwriter Brant Croucher werd geboren in Houston, groeide op in Dallas, studeerde in
Denton economie, welke studie hij afbrak voor een zigeunerbestaan dat hij onderhield met losse baantjes en
het zingen van liedjes tegen betaling. Gedurende 15 jaar zwierf hij door Amerika, verbleef in Mexico en Peru
en woonde in Spanje en Noord-Ierland, om zich daarna voor een tijdje te vestigen in achtereenvolgens
Nashville, Tennessee en Austin, Texas. Als een troubadour in hart en nieren inspireerde dat bestaan hem tot
het schrijven van liedjes.
Blanco County Lights is zijn hartverwarmende debuut, terwijl ik aanvankelijk behoorlijk sceptisch was over
de liedjes. Toen ik de cd de eerste keer hoorde, zat John Gorka onmiddellijk in mijn hoofd. Na tig keer
draaien zat ie er nog steeds. Brant Croucher heeft namelijk bijna exact dezelfde muzikale genen als Gorka.
Alsof hij in zijn huid gekropen is. Behalve de structuur van zijn verhalende, gevoelige liedjes, valt vooral
diens gelijkenis met de baritonstem en zijn klaaglijke voordracht op. Normaal gesproken zou een dergelijke
– zich opdringende – vergelijking tot een negatieve aanbeveling hebben geleid, maar in dit geval juist niet.
Want Croucher geeft geen moment de indruk een epigoon te zijn. Integendeel zelfs. Hij schrijft, speelt en
zingt gewoon op zijn eigen, volkomen natuurlijke manier. Het eindresultaat: elf heel eigen, warme,
melancholieke liedjes die naar meer smaken.
De opnames vonden plaats in Houston onder leiding van producer Jack Saunders en werd gemasterd in
Austin door de in americanakringen bekende Jerry Tubb. Verscheidene sessiemuzikanten op onder meer
drums, bas, piano, (elektrische)gitaar, cello, fiddle droegen een steentje bij, onder wie Lloyd Maines voor
een dobrobijdrage, aan slechts een liedje en genregenoot Matt Harlan voor wat achtergrondzang in het
titelnummer.
Huub Thomassen
Artist:
24 Pesos
Album:
Do The Right Thing
Label:
Ourgate Records
vrijdag 6 februari 2015
Drie jaar na het verschijnen van zijn voorganger ligt eerdaags de cd Do The Right Thing van het Britse
gezelschap 24Pesos in de winkels. Nu is mijn relatie met de muziek van de groep altijd een beetje moeizaam
geweest. Enerzijds vind ik het een band, die prima op blues gebaseerde muziek brengt, anderzijds probeert
de groep naar mijn mening soms te geforceerd ‘anders’ te klinken. Bovendien is op een of andere manier
altijd snel hoorbaar dat het een Britse band is, die zich Amerikaanse muziek probeert toe te eigenen.
Dus met een gezonde spanning en wantrouwen schuif ik dit album in de cd speler. Ik moet zeggen, dit is
toch wel het beste wat ik tot op heden van de heren gehoord heb. Julian Burdock (gitaar, dobro, harmonica
en zang), Silas Maitland (bas, gitaar), Moz Gamble (bas) en Bryan McLellan zijn prima muzikanten, hoewel
elke willekeurige zangpedagoog Burdock zal adviseren ademhalingsoefeningen te nemen. Julian Burdock
schreef alle tien de songs op dit album, waarvan vier met behulp van Silas Maitland.
Met het openingsnummer “Step Back”, krachtig ondersteund door een stevige orgelpartij, wordt een fraai
visitekaartje met Southern Rock invloeden afgegeven. Het daarop volgende “Won’t Lie Down” is ook een
pareltje, hoewel ik het gehijg van Burdock af en toe wel als storend ervaar. Ook dit is een lekker op
Amerikaanse leest geschoeid werkje met catchy refrein. De dobro wordt tevoorschijn gehaald voor “Rise
Up”, een lekker bluesy nummer.
Met “Clap Hands” en “The Good Lord Did” maken ze in mijn ogen weer de oude fout om te geforceerd een
eigen geluid proberen te creëren. De kracht van de blues is eenvoud en hier doen de heren net iets te
moeilijk. Op “Need Somebody” (Americana), “Night Train”, “If You Want It” en de funky titelsong “Do The
Right Thing” valt weinig af te dingen. Prima songs en overtuigend gebracht. De cd wordt besloten met een
lekker niemendalletje “Boom Boom”. Al met al kunnen we constateren dat de 24Pesos boys weer helemaal
terug zijn en hopelijk komen ze snel deze cd promoten met wat optredens.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 250 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Cracker
Album:
Berkeley To Bakersfield
Label:
429 Records
donderdag 5 februari 2015
Berkeley To Bakersfield is het tiende studioalbum van Cracker. Het betreft een heuse dubbel CD en is de
eerste in vijf jaar. In de tussentijd kwam er nog wel een geweldig live album uit. Met de release Live At The
Rockpalast Crossroads Festival bevestigde het viertal Johnny Hickman, David Lowery, Frank Funaro en
bassist Sal Maida (Roxy Music) dat ze een band zijn die je vooral live moet zien en horen. Cracker
liedjessmid David Lowery en zijn Camper Van Beethoven maatje Victor Krummenacher lieten begin dit jaar
ook nog El Camino Real in de CD schappen zetten. Stil gezeten is er dus niet!
Berkeley To Bakersfield werd overigens deels opgenomen met een bezetting, die dateert uit de hoogtijdagen
van Cracker. Bassist Davey Faragher en drummer Michael Urbano stonden immers aan de wieg van het
legendarische Kerosine Hat uit 1993. Op disc een (Berkeley) hoor ik een Cracker zoals ik ze het liefst hoor.
Beïnvloed door punk en garage rock beuken ze er flink op los. Met als hoogtepunten Torches and Pitchforks,
El Cerrito, Life In The Big City en Waited My Whole Life, blijven nagenoeg alle andere songs behoorlijk kleven.
Met deel twee (Bakersfield) heb ik toch wat meer moeite gehad. Had ik al een hekel aan dat pedal steel
gejank, na het beluisteren van een aantal nummers, had ik bijna zo iets van laat maar liggen. Zelden heb ik
Cracker zo country gehoord als op dat schijfje. Echter, de aan houder wint. Na een aantal luisterbeurten
kreeg steeds meer waardering voor tracks als Almond Grove, Tonight I Cross The Border, I'm Sorry Baby,
When You Come Down en Where Have Those Days Gone. Dit kwam vooral omdat Lowery zich zeer
verdienstelijk maakt voor wat betreft zijn tekst inhoudelijke kant. Soms erg diep maar altijd even fraai!
Berkeley To Bakersfield is mogelijk Cracker's meest avontuurlijke CD tot dusver. Er word serieus een poging
gedaan om het niveau van Kerosine Hat en Countrysides te evenaren. Eerlijkheid gebied te zeggen, dat hoe
vaker ik de plaatjes draaide des temeer ik er van overtuigt raakte.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 251 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Herman Brock Jr.
Album:
The Old World
Label:
Independent
donderdag 5 februari 2015
Singer-songwriter Herman Brock Jr. is al vele jaren op diverse muzikale fronten actief. Mijn kennismaking
met hem verliep via het leuke plaatje 'Gather Around The Mic' van Brock & The Brockettes (2007). Maar
misschien kent u hem wel van The Eurocasters, Brock's Blue Grass Bunch of één van zijn andere projecten.
Voor degenen die Herman nog niet kennen: hij groeide op in Terneuzen, waar hij al vanaf zijn zestiende bij
zijn vader Herman Brock Sr. in de band gitaar speelde. Linkshandig. Zijn andere instrumenten: banjo,
mandoline, contrabas en mijn favoriet, de dulcimer. Hij beheerst alle stijlen van de rootsmuziek, niet alleen
bluegrass, maar ook country, americana en blues. Tijdens zijn Amerikaanse tournees met The Eurocasters
bouwde hij een goede band op met de sympathieke Jesse Dayton. Dat resulteerde in bijdragen aan elkaars
CD's, terwijl Jesse ook muzikanten als Redd Volkaert en Erik Hokkanen meenam naar de studio in Austin.
Herman's nieuwste album 'The Old World' is super-de-luxe uitgevoerd: de disc zit achterin een écht boek,
met kartonnen kaft en talloze illustraties! De droom begon al een aantal jaren geleden: geïnspireerd door de
talloze streekverhalen en zeemanslegendes die rondgaan in het Middeleeuwse havenstadje Terneuzen, wilde
Herman een album maken in de sfeer van 'The Mountain', het project van Steve Earle met The Del McCoury
Band. Toen de veertien liedjes geschreven waren (twee zijn van Herman Sr.'s hand), werden de
gastmuzikanten uitgenodigd: The Blue Grass Boogiemen, Joost van Es (fiddle), Janos Koolen (mandoline),
Jeroen Schmohl (dobro), om enkele van de bekende namen uit de Nederlandse bluegrasswereld te noemen.
Nadat het geld voor de opnames al door Herman en zijn groepsleden bij elkaar geschraapt en geleend was,
werd voor de rest van de productie een beroep gedaan op 'crowdfunding', waarbij "Diddley Bow", een
zelfgebouwde slidegitaar, verloot is.
Het resultaat blijkt een bijzonder boeiende reis door de tijd, omlijst door uitstekend gezongen en gespeelde,
zowel traditionele als moderne bluegrassmuziek. De titeltrack gaat over de vele Zeeuwen, die naar Amerika
trokken en jaren later met een dikke buidel geld nogeens op bezoek kwamen. Herman vertelt ook over zijn
eigen reizen en geeft goede raad... Er zitten instrumentals en liefdesliedjes tussen; fraaie ballades als "Love
Me Still" en "Stranger" laten ook wat folk- en bluesinvloeden horen. Uiteraard ontbreekt het onheilspellende
verhaal van de "Flyin' Dutchman's Curse" niet, want volgens de overlevering woonde de kapitein in
Terneuzen!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 252 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Don Darlings
Album:
The Don Darlings
Label:
Independent
donderdag 5 februari 2015
The Don Darlings is een band uit het Zweedse Göteborg. In eerste instantie was dit een gelegenheidsband,
maar hun debuutalbum The Shortest Show uit 2010 pakte zo danig positief uit, dat zij besloten om meer
te gaan optreden. Het titelloze album dat nu voor mij ligt is de opvolger.
Het album opent met een duistere ‘ spooky’ song Resurrection. De zware donkere stem van Damon Collum
(oorspronkelijk afkomstig uit het Texaanse Dallas) past hier uitstekend bij. Dezelfde beklemmende sfeer is
te horen op het rustige Noose Around My Neck. Breed uitwaaiende, twangende gitaren vergezellen het
sfeerrijke filmische lied Provide Me An Angel. Dit is een van de hoogtepunten van dit album en het heeft een
aangename spaghetti western gevoel dat de liefhebber kent van Ennio Morricone. Let my soul be released
verzucht de zanger, tevergeefs? If You Can’t Be Good klinkt ook heel geslaagd. Een prachtige countrysong
vol twangende gitaren. Moonshine Baby zit vol hunkering. Will You Be My Moonshine Baby zingt Damon
Collum met een brok in zijn keel. In Julius The Misanthrope vraagt men begrip voor de dwarse houding van
de hoofdpersoon, maar eigenlijk wordt je niet vrolijk van zo’n persoon. Het album wordt afgesloten met een
sfeerrijk liedje Let The River Run met het refrein:
Let the river run its course
Let it go and let it flow
Life unravels in the stream
Take it in and let it glow
The Don Darlings omschrijven hun muziek als Dark Southern Americana. Liefhebbers van de muziek van 16
Horsepower en/of Willard Grant Conspiracy doen er goed aan om eens naar deze band uit Zweden te
luisteren.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 253 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Luna Green
Album:
Havana Sessions
Label:
National
woensdag 4 februari 2015
Bij het intypen van de naam Luna Green tovert de zoekmachine met duidelijk genoegen een serie prachtige
foto's uit de betere modetijdschriften tevoorschijn. Haar portfolio vermeldt in een half zinnetje, dat zij ook
zangeres is. Jammer dus, dat ze als een alien meisje op de cover van de 'Havana Sessions' staat! Maar
misschien is het ook wel een duidelijke link naar Luna's ongrijpbare, vervreemdende muziek.
Afkomstig uit het bosrijke Zweedse Värmland, imiteerde zij als kind graag de vogels. Luna houdt van reizen,
of dat nu per trein in Europa of per vliegtuig richting Tokyo is - ze voelt zich overal en nergens thuis. Op haar
negentiende zong zij haar eigen liedjes in de muziekcafé's van New York en na het uitbrengen van een paar
singles, kwam zij in november 2013 met haar titelloze debuut-CD, in mei 2014 gevolgd door het acht tracks
tellende 'Swedish Strawberries'. Zij speelde op het Love & Peace Festival in Havana, Cuba en deed in
dezelfde bloedhete stad twee spannende studio sessies voor dit album, met enkele lokaal bekende
muzikanten.
Zij koos voor nieuw materiaal, zoals de single "Neptune", die het album opent. Luna bestudeert graag de
planeten en Neptunus is een favoriet, symbool voor compassie, onvoorwaardelijke liefde en escapisme. De
andere nieuwe, zelfgeschreven song is "Showtime". Luna koos verder een aantal geliefde, maar weinig voor
de hand liggende covers, van Tom Waits ("Temptation"), Peggy Lee ("Why Don't You Do Right"), Atomic
Swing ("Mosquitos On Mars"), Kent ("Kräm") en The Soundtrack Of Our Lives ("Gran Canaria"). Ook werden
haar eerdere successen, zoals "Sussh" en "Goblins Fruit" een nieuw jasje aangetrokken, zodat we uiteindelijk
op een totaal van elf (korte) tracks komen.
Met een line-up van gitaren, bas, percussie, orgel en piano wordt een basis van pop, rock en wat folk gelegd.
Daaroverheen gaat een smakelijke saus van jazz, gegarneerd met verrukkelijke Cubaanse (dans)ritmes en
beats, het prima elektrische (surf)gitaarspel is trouwens ook niet te versmaden. Maar... het bijzondere
element is hier natuurlijk de unieke Lolita stem van Luna! Denkt u even aan Björk en Kate Bush, dan denk ik
aan de Britse Kit Holmes. Luna brengt graag enigszins donkere songs met twee betekenissen (er is zowel
geluk als verdriet in het leven) op een intieme manier, zowel speels als mysterieus, zowel puur en etherisch
als rokerig en urban, met veel verleidelijk gefluister, geraffineerd en wereldwijs. Luna Green heeft - in één
woord samengevat: stijl.
Johanna Bodde
Artist:
Ernest Troost
Album:
O Love
Label:
Independent
dinsdag 3 februari 2015
Ernest Troost is een singer-songwriter met een zeer Nederlands klinkende achternaam uit Los Angeles. Na
zijn studie jazz-gitaar en klassieke muziek aan het fameuze Berklee College of Music heeft hij zijn sporen
verdiend als componist van film-muziek (o.m. voor ‘Tremors’) en muziek voor TV-producties (o.m. ‘Lesson
before dying’). Daarnaast componeerde en produceerde hij twee albums met songs voor Judy Collins,
waarbij hij gebruik maakte van teksten van bekende Amerikaanse schrijvers en dichters als Emily Dickinson
en Gertrude Stein. Sinds 2004 bracht hij vier CD’s uit met zijn eigen songs, waarbij hij zich als een
folkzanger met bluesinvloeden deed kennen. Op zijn nieuwste CD, ‘O love’ staan13 originals, liedjes over de
liefde, waarbij de begeleiding voornamelijk akoestisch is, maar waar ook elektrische gitaren een rol spelen,
zoals in de stevige opener ‘Old screen door’ (‘There was blood on the handrail and some on the Floor. This
house was my home, but it ain’t no more’). Troost zelf speelt een flink aantal instrumenten: gitaren, bas,
mandolin, pump organ, percussie en uiteraard zijn de belangrijkste vocals van hem. Collega Nicole Gordon
zingt vaak de harmonies en er is hulp op bas, drums, cajon, percussie, fiddle en lap steel.
‘O love’ is een bovenmodale singer-songwriter CD van een supermusicus. Ernest Troost verdient meer
bekendheid als singer-songwriter!! Ga eens luisteren!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 254 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Kyle Carey
Album:
North Star
Label:
Americelta Records
dinsdag 3 februari 2015
Singer-songwriter Kyle Carey groeide op in Alaska, waar ze kennis maakte met de taal en de liederen van de
Yupik. Dat heeft haar een bepaalde taalgevoeligheid opgeleverd wat zeer van pas kwam tijdens haar jaren in
Cape Breton (Nova Scotia, Oost-Canada) waar zij als jonge vrouw de Keltische taal en liederen studeerde.
Kyle’s muzikale hart zou voor altijd bij de Keltische muziek zijn, de mix van Schotse en Ierse muziek dus.
Op haar nieuwe CD, de opvolger van haar debuut ‘Monongah’ (2011), zijn zeer belangrijke rollen weggelegd
voor het fantastische Engelse folkduo Josienne Clarke (haar prachtige stem horen we in 5 nummers) en Ben
Walker, die zijn onovertroffen gitaarspel inbrengt, zowel akoestisch als elektrisch. Verder zijn er belangrijke
rollen voor – uiteraard – fiddle, maar ook banjo/mandoline/piano (de geweldenaar Dirk Powell, onlangs te
zien en te horen als begeleider van Joan Baez op ‘Take root’ in ons land). Incidenteel horen we harmonium,
Appalachian mountain dulcimer en cello. Net als op de voorgaande CD is Pauline Scanlon te horen
(harmonievocalen). Meer dan de voorganger horen we de Keltische invloeden van Kyle, we begrijpen dan
ook de keuze voor een Ierse producer (Seamus Egan) en de Schotse opnamestudio (Gorbals Sounds Studio
in Glasgow) – de afronding (mixen etc. werd in de USA gedaan, in Philadelphia. Negen van de twaalf songs
zijn originals van Kyle (met name ‘Let them be all reprise’ is adembenemend mooi), er is een heerlijke cover
van een prachtige Kate Wolf song, ‘Across the great divide’ en twee in het Gaelic gezongen traditionals,
‘Cairistiona’ en ‘Sios dhan an abhainn’ (een vertaald Amerikaans liedje, het bekende ‘Down by the river’).
‘North star’ is een juweel, het overstijgt zelfs de kwaliteit van de uitstekende debuutCD van Carey. Met name
de vocalen zijn van uitzonderlijke klasse, zeker als Josienne meezingt. Maar ook de begeleiding overstijgt in
hoge mate het doorsneeproduct. Een aanrader!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 255 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Eric Bibb
Album:
Blues People
Label:
Dixiefrog Records
maandag 2 februari 2015
De nieuwste CD van Eric Bibb heeft als titel Blues People meegekregen en is een eerbetoon aan de
oorspronkelijke Afro-Amerikaanse blues troubadours, evenals een eerbetoon aan Martin Luther King Jr.’s “I
Have A Dream” rede. Het is, zoals eigenlijk al verwacht, weer een fraai album geworden met maar liefst
vijftien songs.
Naast Eric (gitaar/zang) is zeker Glen Scott’s aandeel groot (toetsen, bas, drums, zang, melodica en
blazersarrangementen). Ook komen een groot aantal gasten opdraven, waarvan Taj Mahal, the Five Blind
Boys of Alabama, Ruthie Foster en Popa Chubby bij het grote publiek de bekendste namen zijn.
De muziek is verder een mengeling van traditionele blues, met jazz-, soul- en gospelinvloeden, terwijl
nummers als “Chain Reaction” (featuring Glen Scott) en “Home” (featuring Andre de Lange) herinneringen
oproepen aan Paul Simon’s Graceland.
Sommige nummers hebben een wat luchtigere lading, maar de meeste nummers zijn toch wat zwaarder op
de hand, hoewel er ook hoop in doorklinkt. Na het vrolijke “Chocolate Man”, geschreven en gezongen door
Guy Davis volgt “Rosewood”, een aangrijpend nummer over bloedige rassenconflicten. Daar waar bij
anderen in dergelijke nummers woede doorklinkt, brengt Eric zijn boodschap op een waardige, ingetogen
wijze over, maar wel vol overtuiging.
De minst voor de hand liggende bijdrage is wellicht die van blues/rocker Popa Chubby, die het
autobiografische openingsnummer “Silver Spoon” van een mooi elektrische gitaarpartij weet te voorzien.
“Dream Catchers” en “Out Walking” hebben beiden de ‘Freedom’ marsen uit 1965 tot onderwerp.
Gospel is er te horen in Reverend Gary Davis’ “I Heard The Angels Sing” met J.J. Milteau en de Five Blind
Boys of Alabama. “Need Time”, met Taj Mahal, heeft een meer hedendaags arrangement, maar is ook een
schitterende gospel.
Ik heb Eric Bibb nog niet op een zelfs maar middelmatig album kunnen betrappen. Ook Blues People is weer
een schitterende schijf, die de weg naar de diverse blues radiostations al heeft weten te vinden en daardoor
hopelijk weer voor mooie verkoopcijfers zorgt.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 256 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jeff Bell
Album:
Turned Every Screw
Label:
Independent
zondag 1 februari 2015
Waarschijnlijk is het aantal luisteraars naar zijn songs ('Songs From No One In Particular' werd hier verleden
jaar gerecenseerd) toegenomen, anders zou deze CD er niet achteraan gekomen zijn. Alweer een album, dat
eerder (2011) digitaal uitgebracht is en nu pas als disc het officiële levenslicht ziet. Inmiddels heb ik een
blog vol gedichten van deze in Londen woonachtige singer-songwriter geconsumeerd en kennis gemaakt met
'Another Academy' (2013), een album met gesproken woord van Charles Bukowski, waar Jeff Bell de muziek
bij heeft gecomponeerd.
Jeff had mij al overtuigd met de vorige CD, ik ben benieuwd wat hij nu gaat brengen... Het openingsnummer
("Get The Chains") is weer kort, maar heel geslaagd, met blazers en medewerking van een Franse groep, Le
Skeleton Band. De blues "Cast The First Stone" rockt ook lekker weg met een fijne elektrische gitaar, een
beetje Johnny Dowd-achtig en krijgt tegen het eind een regeltje uit "Papa Was A Rolling Stone" mee. Dan
trekken we bewolkte, desolate folklandschappen binnen. De donkere, van eenzaamheid doordrenkte ballade
"All I See Is You" doet opeens sterk aan Nikki Sudden's album "Red Brocade" denken, met wijnvlekken op
het dekbed en al. Gelaagd opgebouwde tracks "Victims" en "Lay Me Down" zullen fans van Vic Chesnutt ook
kunnen bekoren, denk ik. Het is moeilijk te geloven, dat Jeff alle instrumenten bespeelt en de geluiden zélf
creëert. We horen een piano en andere onverwachte klanken in "Another Year", bij het schrijven kreeg Jeff
hulp van een stadgenoot, de zanger Pete Hill.
"Say A Prayer" klinkt meer als een opstandige discussie met de hogere macht, in plaats van een gebed.
"Hometown" roept even het album 'Goodbye Joe' van Russ Tolman in herinnering: ik hou nu eenmaal van die
dicht in de microfoon gezongen, diep hese keelklanken... Via een nijdig "Guess It Worked" komen we bij een
sarcastische klacht in traditionele bluesvorm, geadresseerd aan de National Health Service: de zorg in
Engeland is dus ook een puinhoop! Tot slot worden we getrakteerd op een ruim negentien minuten lange
bonus-track, het weidse "Wasted Hours (To Be Cont.)", waarop de Australische drummer Ryan Kalkman (uit
de Londense band Mouths) meespeelt.
Hoewel nog steeds intuïtief en eigenzinnig neergezet, met bezield emotionele en soms scherpe teksten, is dit
album toch wat toegankelijker en ook afwisselender dan zijn voorganger. Voor de muziekliefhebber die er
graag wat moeite voor over heeft om parels op te duiken!
Johanna Bodde
Artist:
Nathaniel Rateliff
Album:
Closer
Label:
Thirty Tigers Records
zondag 1 februari 2015
Hij is bijna af. Zo spraken de mensscheppers, juist voordat Nathaniel Rateliff geboren zou worden. Wat
ontbrak nog? Een ziel. En toen, omdat er nog zoveel mensen moesten worden geschapen die dag, greep één
van de mensscheppers in een verkeerde doos. Geen nieuwe ziel voor Nathaniel Rateliff die oktoberdag in
1978, maar een oude, al vele malen gebruikte. De Closer EP, volgend op het veelgeprezen, door Brian Deck
geproduceerde In Memory Of Loss (2011), klinkt dan ook of het hier eeuwenoude opnames betreft: niet
ouderwets maar tijdloos. Boven de akoestische gitaar zweeft een donkere, diepe stem die over onze hoofden
heen lijkt te zingen. Vergelijkingen met Ben Weaver, Ben Kaplan en Sam Bean dringen zich op. Zeker door
het geneuriede Laughter. Het liedje daarop, Closer, opent met de zin: “When I am sick and lonely.” Een
vrolijke boel is het nooit op deze Closer EP. Dat maakt deze vijf liedjes slechts geschikt voor specifieke
omstandigheden van een met een zekere treurnis gepaard gaande beschouwing. Het mooist bewaart Rateliff
voor het laatst: de trage doo-wop van Winded.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 257 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Bear's Den
Album:
Islands
Label:
Communion Records
zaterdag 31 januari 2015
Bear’s Den maakt indie folk pop die je met het grootste gemak kunt vergelijken met de momenteel razend
populaire band Mumford & Sons. Als je naar de wat opgezwollen opener Agape, van hun debuutalbum
Island, heb zitten luisteren kom je daar ook niet omheen. Voor de oorsprong van deze muziekstroming zou
bijna terug kunnen gaan naar de middeleeuwen. Bear’s Den tipt fragmenten uit die tijd aan en zet het om in
strakke ritmische muziekstructuren. Zo krijg je een mix van wat je kent van Bon Iver, The Low Anthem en
Boy & Bear.
Veel van de tracks op deze plaat (Elysium, Bad Blood, When You Break, Isaac, Above The Clouds Of Pompeii
en Agape) waren overigens vorig jaar al terug te vinden op een aantal EP’s die in het circuit rondgingen. Het
mooie daaraan was dat ik het nu ook op productioneel gebied kon beoordelen. Ik ben er even voor gaan
zitten en kom tot de conclusie dat er op productioneel gebied een topprestatie is geleverd. Elysium wint,
ondanks het tragische verhaal wat daar achter zit, daardoor duidelijk meer aan zeggingskracht. Het beste
voel je dat als je onderstaande video gaat bekijken.
Begrijp je nu wat ik bedoel? De overige nummers worden rijk gevuld met aangename samenzang en
banjospel. Ze worden omlijst met een aards elektronische klankenpallet die buitengewoon volwassen over
komen. Dat meeliften met het succes van Mumford & Sons heeft iets opgeleverd. Mijn verwende oortjes
vatten samen en zeggen mij dat ik naar kraak heldere goed geproduceerde muziek heb zitten luisteren. Ik
hou daar wel van. Vraag is of mensen die al in het bezit waren van de EP’s dit ook zo hebben ondervonden.
Jan Janssen
Artist:
Jesse Brewster
Album:
March Of Tracks
Label:
Independent
vrijdag 30 januari 2015
Dat Californië zo’n 38 miljoen inwoners heeft geeft aan dat er ook wel veel singer-songwriters actief zullen
zijn. Ook Jesse Brewster komt uit Californië, uit Los Angeles om precies te zijn. Jesse wordt wel een ‘working
class hero’ genoemd, refererend aan zijn eenvoudige komaf. De eerste tien jaar van zijn leven bracht hij in
‘naturalist households’ door op verschillende locaties. Dat hield in: geen telefoon, geen elektriciteit etc. De
muziek van zijn moeder vormde hem wel: vanaf zijn tiende werd hij overspoeld met The Eagles, Willie
Nelson, Neil Young, maar ook Marley, Beatles en Stones. Jesse ging gitaar spelen en begon liedjes te
schrijven. Na zijn debuutCD ‘Confessional’ (2005) en de opvolger ‘Wrecking ball at the concert hall’ (2011)
verscheen onlangs nummer drie, ‘March of tracks’. Het opnemen van de veertien songs op de CD heeft een
jaar geduurd, er speelt vooral hierdoor een groot aantal musici op de CD mee, 21 om precies te zijn. Er is
ook een mooie variëteit aan instrumenten: behalve gitaren, bas en drums is er ruimte voor orgel,
mandoline, pedal steel, fiddle en trombone. En onder de 21 medewerkers zijn 7 vocalisten, die
achtergrondzang voor hun rekening nemen. Twee songs zijn instrumentaal, de muziek van Brewster is een
lekkere mix van folk, country, country rock en ‘classic rock’. En dat doet de man gewoon goed.
Een prima CD, voor elk wat wils, maar met name voor country-rock liefhebbers een leuke aanwinst.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 258 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Larry Garner & Michael van Merwyk
Album:
Upclose And Personal
Label:
Dixiefrog Records
donderdag 29 januari 2015
Bluesmannen Larry Garner en Michael van Merwyk zijn elkaar de laatste twee decennia regelmatig
tegengekomen ‘on the road’. Begin dit jaar zijn de mannen samen de studio ingedoken en hebben daar, met
hulp van ‘Skinny Joe’ Bens op bas, voor een select publiek live een aantal nummers opgenomen, die nu
verschenen zijn op de cd Upclose And Personal.
De heren Garner en Van Merwyk leveren ieder vijf nummers en het Lightnin’ Hopkins nummer “Mojo Hand”
dient als toegift. Het album begint eigenlijk met het minste nummer: “She’s The Boss”. Op zich een prima
nummer, met de bekentenis dat in huize Garner de vrouw de baas is. Alleen de samenzang met Van Merwyk
pakt mij niet. De stemmen liggen te ver uiteen om mij echt te raken. Vreemd genoeg stoort dit mij alleen dit
ene nummer. In de overige nummers laten de heren horen over een warm stemgeluid te beschikken dat me
prima kan bekoren. Het gitaarspel van beiden is ook dik in orde, waarbij het subtiele slidespel er af en toe
bovenuit springt.
Vooral Larry Garner blijkt een eerste klas entertainer en storyteller te zijn. Hij weet de nummers op
humoristische wijze te introduceren en ook tijdens de nummers is hij soms verhalend bezig, zoals in “Road
Of Life”, een nummer voor alle mannen met een gebroken hart. Als songwriter zijn de heren ook absoluut
aan elkaar gewaagd op dit album. Michael van Merwyk’s “Blues Keeps Calling My Name” en “Ease My Pain”,
evenals Larry Garner’s “Dreaming Again", en het eerder genoemde “Road Of Life” zijn pareltjes, die er voor
mij zelfs nog wat bovenuit springen.
Met een mooi wit laken over de buitenwereld en bij een knapperige open haard levert deze cd bij mij thuis
toch enkele mooie momenten op. Een gezellig en sfeervol schijfje van deze heren.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 259 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
David Vidal
Album:
World Of Trouble
Label:
Independent
woensdag 28 januari 2015
Een man met 'n doorleefd gezicht, die een sigarendoosgitaar op de knie houdt, tegen een achtergrond van
grote, zeer stekelige cactussen. Ik geloof dat ik al weet, welke kant wij hier uitgaan! David Vidal werd
geboren in Gallup, New Mexico, een plaatsje dat genoemd wordt in Bobby Troup's "Get Your Kicks On Route
66". Hij had het geluk om op te groeien in een muzikale familie: pa was boogiewoogie pianist, maar zong
ook cowboyliedjes en David's oudere zussen vormden een vocaal trio. Hij begon als tiener liedjes te
schrijven, leerde gitaarspelen uit een boek met blues standards, geïnspireerd door Duane Allman
experimenteerde hij met open tuning en slidegitaar technieken.
Inmiddels verhuisd naar Denver, speelde hij in jambands en met zijn schooldiploma op zak, zwierf hij lange
tijd rond. Hij liftte naar Alaska, reed op vrachttreinen door Mexico (zijn 21e verjaardag vierde hij in Mérida);
woonde op een boot in de San Francisco Bay, optredend in de koffiehuizen van North Beach. Uiteindelijk
belandde hij via Phoenix, waar hij in rockbands speelde - in Los Angeles, waar hij diverse grote namen
begeleidde als studio-muzikant. Zijn materiaal is ook te horen in de film "My Cousin Vinny" en de TV-serie
"Friday Night Lights".
Het lukte niet om een platendeal rond te krijgen, dus begon hij een aantal solo-albums in eigen beheer uit te
brengen. "World Of Trouble" is in één dag live opgenomen: David bespeelt zijn oude Martin gitaar als een
lapsteel, met een borrelglaasje als slide. De elektrische sigarendoosgitaar wordt wat traditioneler behandeld.
Voeg daarbij een enigszins rauwe, rafelige stem en dat blijkt voldoende om veel indruk te maken - op
dezelfde eenvoudige manier als folkblues helden van weleer met hun oude LP's.
De elf zelfgeschreven, introspectieve liedjes vertellen iets over David's leven en vormen een treffende
biecht. Het gevoelige "Sometimes You Hurt The Ones You Love" is mijn favoriet. Het wrange "My Whole
World Has Broken Down" geeft een realistisch beeld van menselijk falen en doet aan Ray Wylie Hubbard
denken. Terwijl de voordracht van "The Palace" ("You should see the damage I've done") herinneringen aan
David Olney klassiekers oproept, met een gitaar die ook zijn plek op de voorgrond eist. "Ramblin' Blues" en
"Tica Tica" volgen een traditioneler patroon. "Didn't Mean To Fall In Love" klinkt als recent werk van Chip
Taylor. Eerlijk, recht uit het bezwaarde hart, met een laconieke acceptatie van feiten, die we vaker in de
blues tegenkomen.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 260 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Ben Howard
Album:
I Forget Where We Were
Label:
Universal Republic
dinsdag 27 januari 2015
De muziek van Ben Howard leerde ik kennen in het surfplaatsje Pipa in Brazilië. Soundhound verklapte zijn
naam, toen ik ergens op een terras zat. Het liedje Old Pine kwam van zijn gelijknamige EP uit 2008. Kort
daarna dook hij ineens op als support act van Xavier Rudd. Toen Howard in 2011 doorbrak met het liedje
Keep Your Head Up, was de aanschaf van zijn debuutalbum voor mij meer een formaliteit. Lost van wat de
commercie daar omheen mee gedaan heeft, ik vond het een van de beste releases van dat jaar.
Het heeft even geduurd maar de opvolger is nu een feit. Op I Forget Where We Were bespeur ik wederom
die bijzonder instrumentatie keuze, Howard’s zang intonatie en soms een verstommende ambiance. Ook bij
Howard hoor je precies op welk woord hij de nadruk legt. Nick Drake was daar een kei in. Ook Howard blijk
een meester te zijn in hoe je ingetogen songs groots kan laten klinken zonder dat de tekstdichterlijke
vondsten onder gesneeuwd raken. Howard heeft weliswaar een enorm groeiproces doorgemaakt maar heeft
de snelheid waarmee dit is gegaan in de hand weten te houden. Producer Chris Bond heeft klaarblijkelijk een
goede invloed gehad op Howard’s ideeën. I Forget Where We Were telt maar tien tracks maar duurt ruim
vijftig minuten. Dit zegt iets over lengte van de songs. End Of The Affair heeft een speel duur van meer dan
zeven minuten. Een minuscuul probleem groeit uit tot mega conflict. Ik verveel mij geen moment!
Humeurige intensiteit heeft zo zijn schoonheid.
I Forget Where We Were ligt in het verlengde van Every Kingdom als je de hit Keep Your Head Up er vanaf
zou halen. Majestueuze muziek die aanvoelt alsof je verdwaald bent in een labyrint. Howard loods je er
moeiteloos doorheen met steekhoudende woorden. Grote vraag is nu of de commercie dit begrijpt.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 261 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Bill Madden
Album:
New Religion
Label:
MadMuse
maandag 26 januari 2015
Nog niet zolang geleden wees rechtssocioloog Kees Schuyt in De Groene Amsterdam op het belang van
verbeeldingskracht. Niet alleen voor kunst en cultuur maar juist ook voor de economie, de politiek, de
moraal en het alledaagse sociale leven waar calculisme en denken in termen van economisch rendement
(een denken dat Schuyt op zich niet verwerpt) zich ten koste van andere waarden en normen meer en meer
manifesteren. Verbeeldingskracht is een morele vaardigheid, zo stelt Schuyt, zij stelt mensen in staat om
zich te verplaatsen in anderen. Verbeeldingskracht is een voorwaarde voor empathie. Naar ik aanneem kent
Bill Madden Kees Schuyt niet, maar ik durf op basis van het werk van de eerstgenoemde te stellen dat hij
het denken van de laatstgenoemde op zijn minst zal waarderen. De uit Costa Mesa, California afkomstige
Madden legde nog niet zo lang geleden zijn vinger op de grootste zere plek van de wereld toen hij zich in
Dangerous Game van Gone (2006) afvroeg: “How many barrels of /Blood does it take/To fill an SUV/These
days.”
Zijn eerste album, dat de intrigerende titel Chillin’ In Hades (1995) draagt, ken ik niet. Het prachtige
Samsara’s Grip (2004) wekte hier en daar wat beroering, het was daardoor dat ik ervan hoorde en zo leerde
ik Bill Madden en zijn werk kennen. De coverfoto laat een jongetje van een jaar of vijf zes zien dat een
spierversterkend werktuig probeert uit te rekken. Op zich niet bijzonder, ware het niet dat zijn penis net
door de gulp van zijn (zwem?)broekje te zien is. Schande en ophef, zoals te verwachten viel. Veel te weinig
mensen bekommerden zich om de schitterende liedjes op dit album, laat staan dat ze de symboliek van de
foto én de ironie van het feit dat deze in tegenstelling tot het nodeloze geweld en onderdrukking dat op
Samsara’s Grip nadrukkelijk aan de orde wordt gesteld, wél protest opriep, begrepen. In 2006 verscheen
Gone, het beste album van Bill Madden tot nog toe. Billy Mohler stond hem hier gewoontegetrouw bij. Onder
de andere muzikanten bevond zich Jimmy Chamberlin, de voormalige Smashing Pumpkins-drummer. Child
Of The Same God (2008) bevatte een aantal van Maddens mooiste liedjes ooit (Shine On, Humbled by
Grace, Shall be Heard en het ontroerende Bosko and Amira, dat het leven, de liefde en de dood beschrijft
van de Moslima en de Serviër die op negentien mei 1993 werden doodgeschoten toen ze probeerden de
Vrbanja brug over te steken).
Bill Madden.
Zijn muziek maakt van mijn hart een vuist.
Soms.
Soms wellen tranen in mijn ogen als ik zijn liedjes hoor.
Hoewel hij nog nooit een slechte plaat heeft gemaakt, acht ik zijn muziek van te groot belang om deze aan
een louter esthetisch oordeel te onderwerpen. Tenminste, dat hoeft niet achterwege te blijven als de ethiek
en de vraag naar het goede leven maar niet onbesproken blijven. “A righteous uprising/For justice, not
power/Brings us together/To claim what is ours.” weerklinkt het in What Is Ours, het eerste liedje van New
Religion, Maddens nieuwe cd. Hoewel er nog voldoende Sturm und Drang in muziek en presentatie te vinden
is, kan worden gesteld dat dit Maddens meest subtiel vormgegeven werk is. De merendeels akoestische
gitaren stellen zich bescheiden op terwijl de rest van de – niet spaarzame en niet weelderige –
arrangementen met een veelvoud aan elektronica zijn vormgegeven. Francesca, het liedje dat hier volgt,
spreekt wat dat betreft boekdelen.
Maddens stem is wat mij betreft an acquired taste. Niet zozeer omdat hij uitzonderlijk goed zingt (al zingt hij
zeker goed) maar om hoe hij uitzonderlijk betekenisvol zingt. Er staat iets op het spel. Deze man, ook nauw
betrokken bij activist360, ziet bankentuig, wapentuig (machine én mens), ideologietuig, godstuig en
corporatietuig hun ploegen onrechtmatig in de akkers van de zwakkeren slaan en daar de aarde omwoelen
als was ze louter geschapen om bij te dragen aan het gerief van de hebberige hebberds. Ziet, zoals in
Deluge, hoe de overstroomden alles kwijt zijn geraakt. Het kan ons ook overkomen, zoveel is duidelijk.
Verbeeldingskracht is inderdaad een morele vaardigheid, getuige het snijdende New Religion: “The white
shirts/Arrived today uninvited/Without any shame/They took everything.” Dat Maddens werk evenzeer
getuigt van een diepe, spiritueel geënte compassie (met duidelijk Boeddhistische trekken) met de door het
lot of medemens geslagen man, vrouw of kind, als van een zuiver rationele, analytische grondslag, geeft zijn
prachtige liedjes (want laat ook dit gezegd zijn: Bill Madden schrijft doorgaans goede liedjes) zowel het
esthetische als het ethische oordeel kunnen doorstaan.
Is hij te links? Is hij te religieus? Met beide zaken, laat staan met allebei, maak je niet veel vrienden in het
Nederland van 2014. En spreken waar bijna alle anderen niet spreken, er is durf voor nodig. Passie, ook.
Kees Schuyt wees in het artikel in De Groene Amsterdammer op August Landmesser, de man die op dertien
juni 1936 in Hamburg bleef zitten toen de gehele zaal opstond en Hitler toejuichte. “(I was) driving in
England/down the Santa Ana Freeway.” De woorden van Terry Scott Taylor zijn hier op zijn plaats.
Muzikanten als Bill Madden en platen als New Religion, ze zijn dun gezaaid. Pas als we in een zaal willen
donderdag 24 december 2015
Pagina 262 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
opstaan om te zeggen dat het ‘zo niet moet, niet kan en niet wenselijk is’ en de woorden ons in de keel
blijven steken, beseffen we dat we deze mensen en hun muziek hard nodig hebben: om als Sisyphus de
steen met nieuwe moed de berg op te kunnen rollen.
Wim Boluijt
Artist:
Lynne Hanson
Album:
River Of Sand
Label:
Continental Song City Records
maandag 26 januari 2015
Lynne Hanson, een uitstekende singer-songwriter uit Ottawa, Canada, komt met haar vierde CD sinds 2006,
haar eerste sinds 2010, ze nam na de derde CD een rust van vier jaar om haar persoonlijke leven onder
controle te krijgen en om een nieuwe aanpak van songwriting te vinden. Het resultaat mag er zijn, de
nieuweling is heel erg geslaagd, prachtig geproduceerd door haar beroemde plaatsgenoot Lynn Miles en
heeft een heerlijke begeleidingsband, waarin naast Lynn Miles ook o.m. M. J. Dandeneau van de folkformatie
‘Oh my darling’ op bas is te horen. Met haar voorgaande drie CD’s heeft Lynne de nodige awards verdiend,
zelf beschrijft ze haar muziek als ‘Porch music with a little red dirt’, op ‘River of sand’ rekent ze met name af
met de moeizame periode die zij achter de rug heeft en er klinkt positieve hoop door op betere tijden, die
inmiddels zijn aangebroken. Luister naar de schitterende ballade ‘This too will pass’ – niet het liedje van
Danny Schmidt met dezelfde titel, maar een nieuw liedje dat de hoop op betere tijden op prima wijze
verwoordt, het liedje komt na de droefenis, beschreven in ‘Whiskey and tears’. Alle 11 songs zijn van Lynne
zelf en de één is nog mooier dan de ander. Mijn favorieten zijn, behalve ‘This too shall pass’ ook ‘Waiting by
the river’ (schitterende pedal steel), het folky ’Tightrope’, het gevoelige ‘Foolish things’, de rocker ‘Good
intentions’ , het subtiele walsje ‘Colour my summer blue’ en – de allermooiste van al dat moois – ‘That old
house’.
Waren de eerste drie CD’s van Lynne al bovenmodaal, met ‘River of sand’ overtreft ze ze allemaal. Mooie,
gevoelige, persoonlijke songs in een mooie gevarieerde setting. Lynne’s stem lijkt er alleen maar beter op te
worden, zo doorleefd en overtuigend als hier was zij ook nog nooit! Waar hij komt te staan in mijn top-10
van 2014, de tijd zal het leren. Geweldig mooie CD!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 263 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Sons Of Bill
Album:
Love And Logic
Label:
Thirty Tigers Records
maandag 26 januari 2015
Vijf à zes jaar geleden maakte Blue Rose Records voor het kennis met de muziek de gebroeders James, Sam
en Abe Wilson. Ik heb het natuurlijk over de roots en country rock formatie Sons Of Bill. Een paar jaar eerder
werd in deze kroeg al behoorlijk positief geroddeld over hun debuutalbum A Far Cry From Freedom. Tussen
toen en nu is, in muzikaal opzicht, veel veranderd. De band, die in Europa pas echt opviel na de release van
Sirens uit 2012, heeft niet stil gezeten.
De CD komt dit keer tot ons via het Thirty Tigers marketing, distributie en management kantoor, dat zich in
Nashville heeft gevestigd. Lucinda Williams, Patty Griffin en The Avett Brothers zijn namen van artiesten die
de afgelopen twaalf jaar ook uit hun koker kwamen. Ken Coomer (Will Hoge) zit dan ook achter de productie
van deze fundamentele plaat. Volgens het bijgeleverde CD profiel zou ik een soort van vroeg geboren alt
country moeten horen. Muziek die uitgevonden werd, lang voordat de term Americana een feit was. Ik heb
daarmee zitten worstelen en probeer daar toch mijn eigen invulling aan te geven.
Een jaar of vijftien geleden doken uit het niets de Canadese The Cash Brothers op met hun CD How Was
Tomorrow. Zo snel als Andrew en Peter Cash opdoken zo snel waren ze overigens ook weer verdwenen.
Nooit begrepen waarom! Als ik luister naar tracks als Brand New Paradigm, Lost in the Cosmos (Song for
Chris Bell) en Fishing Song krijg ik in die relatie een flashback. Volgens mij zitten op het techno dance banjo
deuntje Bad Dancer niet veel kroegbezoekers wachten. Daar staat tegenover dat songs als Higher Than
Mine, Light A Light en het slotakkoord Hymnsong, weer van sublieme klasse zijn. Ik zie de tempel van Doug
Burr in de verte. De My Morning Jacket wierook bedwelmt je tot diep in je poriën. Meer kan ik van deze plaat
niet maken.
Na meerdere luisterbeurten concludeer ik dat ik mij niet op het verkeerde been heb laten zetten. Love And
Logic is, technisch gezien, een uiterst moderne plaat die prima past in de tijd waarin wij leven. Geen oude
jongens krentenbrood muziek maar volwassen alternatieve pop rock die, naar mijn mening, groots zou
kunnen uitpakken.
Jan Janssen
Artist:
The Parson Red Heads
Album:
Orb Weaver
Label:
Blue Rose Records
zondag 25 januari 2015
Orb Weaver, het derde album van The Parson Red Heads, biedt over de volle lengte louter luisterplezier. In
vergelijking met Yearling, hun vorige ook sterke, wat meer americana georiënteerde album van 2011, is het
bandgeluid opgeschoven naar licht-psychedelische, folkrock/power pop in de trant van Amerikaanse
westkustbands uit een ver verleden als Beau Brummels, Love, Jefferson Airplane, Buffalo Springfield e, Byrds
en Liverpools Mersey Beat. Van wat recenter datum kan R.E.M. eveneens gerekend worden tot de
invloedsfeer van de groep.
Twee korte soundscapes niet meegerekend, horen we tien sprankelende composities. Ze zijn transparant
van structuur, bezitten een mooie melodische afwisseling en worden super strak tot in de puntjes
uitgevoerd. De band, die na zes jaar Los Angelos terugkeerde naar hun oorspronkelijke woonplaats Portland,
Oregan, heeft in Evan Way en Sam Fowles –behalve talentrijke songschrijvers – uitstekende zangers en
vonkelend duellerende gitaristen in huis. Het tweetal wordt gecompleteerd door het stel dat de groove er
stevig inhoudt: drumster, achtergrondvocaliste Brette Marie Way (eega) en bassist, achtergrondvocalist
Charlie Heger.
De enthousiasmerende aanwezigheid van producer Scott McCaughey (o.a. Minus 5, Baseball Project, R.E.M.),
bracht de door de band zo gewenste muzikale schwung aan het eindresultaat. Heerlijk, niet te missen album
Huub Thomassen
donderdag 24 december 2015
Pagina 264 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Distance, Light & Sky
Album:
Casting Nets
Label:
Glitterhouse Records
zaterdag 24 januari 2015
Hoe fascinerend het uitwerpen van een visnet kan zijn, laat de cover van deze CD als illustratie van de titel
zien... Dit is een interessant nieuw project van Chris Eckman! De singer-songwriter en gitarist van The
Walkabouts gaat deze keer een verrassende samenwerking aan met Chantal Acda en Eric Thielemans. Onze
Nederlandse Chantal woont tegenwoordig in Leuven, behalve van haar succesvolle solo-werk ("Let Your
Hands Be My Guide", 2013) kennen we haar van Isbells en True Bypass, het duo met Craig Ward (ex-dEUS).
Ook maakte zij als Sleepingdog tussen 2006 en 2010 drie platen. Eric Thielemans is een Belgische drummer
en percussionist, die niet graag in een vakje geduwd wordt. Weliswaar opgeleid in de jazz, verbindt hij zijn
naam aan uiteenlopende formaties die zich bezig houden met dans, improvisatie, Indonesische muziek en
nog veel meer. Hij speelde onder andere met Sun Ra's altsaxofonist Marshall Allen. Verder heeft hij zijn
eigen Ensemble Artists Repertoire Research, waarin hij met diverse Europese muzikanten samenwerkt.
Dit is het tien (lange) tracks tellende debuutalbum van Distance, Light & Sky en het werd analoog
opgenomen in de Praagse Sono Studios, volgens de unieke technische methodes van producer Phill Brown
(Talk Talk's 'Spirit Of Eden'). Met doorsnee dingen heeft de sympathieke Chris Eckman zich nooit bezig
gehouden en deze muzikanten, met hun verschillende achtergrond, brengen uiteraard weer het beste van
zijn talenten naar boven! Het is een rustig, weldadig warm album geworden, met enigszins melancholieke
alternatieve folk, perfect om tijdens donkere winteravonden te draaien. De liedjes zijn gezamenlijk
geschreven en alle instrumenten worden door de drie muzikanten zelf bespeeld, behalve machtig mooie
gitaren en aanstekelijke percussie hoor ik ook fraaie toetsen.
De harmonieuze, vlekkeloos gedetailleerd uitgevoerde duetten van Chris en Chantal, bijvoorbeeld mijn
favoriete tracks "Still On The Loose" en "Western Avenue" ("Too much leaving in this world..."), doen vooral
denken aan de prachtige Chris & Carla albums uit voorbije jaren. Chantal's stem danst als een fee rond de
kalme voordracht door de sonore, iets hese bariton van Chris in de poëtische teksten. "You Were Done" is
gefundeerd op een fascinerende drumpartij en de laatste track "50's Song", door Chantal solo gezongen, laat
een soundscape met lief kwinkelerende vogeltjes horen.
Bloedmooi, genuanceerd album. Drie muzikanten, verbonden door een gezamenlijke muzikale visie en dat is
net zoiets als het uitwaaierende visnet van de foto.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 265 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Damien Rice
Album:
My Favourite Faded Fantasy
Label:
Warner Brothers
vrijdag 23 januari 2015
Het is alweer tijdje geleden dat Damien Rice een studioalbum in de schappen liet zetten. De release van 9
ligt volgens mij alweer een jaar of negen terug. My Favourite Faded Fantasy is gek genoeg pas zijn derde
studiorelease. Rice draait al ruim vijftien jaar mee in de bovenlaag van het singer-songwriter circuit. De titel
van dit album, Mijn favoriete vervaagde fantasieën, verraad al een beetje het onderwerp van zijn nieuwe
plaat. De Ierse singer-songwriter verwerkt zijn liefdesverdriet in acht zinderende tracks, die meestal klein
beginnen maar in veel gevallen nog groots eindigen. Eenmaal losgelaten, verwerk Rice zijn bedroefdheid.
Wat overblijft zijn de gekoesterde herinneringen. Kan haast niet anders dat deze hem geïnspireerd hebben
op deze dijk van een plaat te maken.
Neem nu het bijna tien minute durende It Takes A Lot To Know A Man. Bijna zwijgzaam deelt Rice, op piano,
zijn verhaal. Langzaam slaat de sfeer om en worden er klappen uitgedeeld. Je voelt genegenheid en de
desoriëntatie. Prachtig, die orkestratie aan het einde. De smaakvolle liedjes I Don’t Want To Change You en
Colour Me In, zijn misschien wel de meest opbeurende liedjes op deze plaat. Ook het kleurrijke liedje Trusty
And True straalt als regendruppels in de zon. Fraai “but not easy to dig it all”.
Ik kan mij voorstellen dat je in de put kunt geraken als je niet gelukkig bent. Afstand nemen van je grootste
passie, lijkt op het eerste oog goed gewerkt te hebben bij Rice. Met My Favourite Faded Fantasy lijkt Rice
zichzelf overwonnen te hebben. Of de luisteraar dit allemaal kan behappen hangt af van de tijd die ze
daarvoor nemen. Ik ben er echt voor gaan zitten. Ti’s maar dat je het weet.
Jan Janssen
Artist:
Walter Salas-Humara
Album:
Curve And Shake
Label:
Blue Rose Records
vrijdag 23 januari 2015
Ze dragen jassen van onbekende snit. Hun brillen ogen doorsnee terwijl de schoenen waar ze op lopen
slechts gekenmerkt worden door zolen en veters. En als ze al eens een das om de nek geslagen hebben dan
is deze zwart of grijs en mogelijk bruin. Zwijgzaam en geduldig zijn ze ook, de liedjes van Walter SalasHumara. Als u belt gaan ze opzij. Het zijn voetgangers die wachten voor een stoplicht. En als er dan iemand,
door de haast van importantie gedreven, de hoek omstuift met de auto, houden ze even in op het zebrapad.
Zeker, het groene voetgangertje schijnt hen flauw doch goedkeurend in de ogen, maar ze laten de
automobilist doorgaan.
Al jaren staat de cd in mijn kast. Gekocht in een tijd dat de muziek die men had de muziek was die men
kende. Bijgevolg ken ik Lagarjija (1988) goed. Ik vind het een mooie plaat. De tijdloze lijzigheid van de in
Havana verwekte maar in New York geboren Cubaan lijkt achteloos gedrapeerd over vakkundig
geconstrueerde en uitgevoerde liedjes terwijl opsmuk de productie vreemd is. Hoewel ik weet heb van zijn
werk met The Silos heb ik dit nooit in huis gehad en bijgevolg ken ik het niet. Toen ik in de stapel cd’s op de
toog in dit Café Curve And Shake ontwaarde en niemand bezwaar maakte (Johanna bijvoorbeeld zat in een
hoekje met A.J. and The BadCats), ging de cd mee naar huis. Met Lagartija voor ogen.
De muziek van Walter Salas-Humara, naast een goede muzikant ook een niet onverdienstelijk schilder
(http://www.waltersdogs.com/), doet denken aan acts als Silver Jews en Pavement. Meer slacker dan
americana dus. Al kan de intro van Uncomplicated zo op een plaat van Neil Young en is een vleugje
countryrock Curve And Shake niet vreemd. Met het hierboven gekenschetste wezen van de liedjes valt te
verwachten dat dit derde soloalbum enig geduld vergt, ja, aanvankelijk zelfs saai lijkt. Mogelijk zal de wat
onvaste stem van Salas-Humara de luisteraar zelfs tegenstaan. Wie van dat laatste geen last heeft en een
vinger heeft die niet gebukt gaat onder repeat-angst haalt met Curve And Shake een buitengewoon
onderhoudend album in huis.
Wim Boluijt
donderdag 24 december 2015
Pagina 266 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tommy Moustache
Album:
Tommy Moustache
Label:
Independent
donderdag 22 januari 2015
Tommy Moustache is een Nederlandse jazzgroep die je met een gerust hart experimenteel kunt noemen.
Drummer Mark van Kersbergen, gitarist Jorn ten Hoopen, altsaxofonist Jasper van Damme en basgitarist Bas
Kloosterman hebben 11 eigen composities op hun CD gezet en een cover, ‘Inspector Gadget’. De titels zijn
apart, passend voor de gelegenheid zullen we maar zeggen. Wat te denken van ‘Toppie Kruiper’, ‘Krank im
Kopp’, ‘Palingtrekken met Mark’, ‘Topless’, goed gek, toch! En dan is er nog een intrigerend boekje
bijgeleverd, met als titel ‘Compendium’. Achtentwintig pagina’s met merkwaardige foto’s, speciale quotes ,
alles als begeleiding van de composities. Bij ‘Topless’ staat de volgende quote: ‘A bikini is not a bikini unless
it can be pulled through a wedding ring’. Een beetje voer voor psychologen, dat wel. En de muziek is, zoals
ik al zei, een soort new-jazz, soms rockend, dan weer subtiel, lekker experimenteel, zeer kundig gespeeld en
leuk gearrangeerd en geproduceerd.
Voor de liefhebbers van nieuwe jazz met rockinvloeden zal deze CD een leuke aanvulling zijn op een
bestaande collectie. Vaardige musici, lekker lijp, licht psychedelisch. Extra punt voor de aparte verpakking!
Fred Schmale
Artist:
Justin Townes Earle
Album:
Absent Fathers
Label:
Loose Music
woensdag 21 januari 2015
Alweer een CD van de zoon van Steve, hoor ik jullie al zeggen, er was er toch pas al eentje verschenen? Dat
klopt, Justin Townes Earle (begin januari 33 geworden en vorig jaar getrouwd) nam in 2014 simultaan een
twintigtal songs op. Oorspronkelijk bedoeld als dubbel-CD, maar JT vond dat de songs in twee helften
moesten worden verdeeld, ieder deel bracht volgens hem zijn eigen statement naar voren. Dus hebben we
nu na ‘Single Mothers’ een zesde CD van zijn hand met de veelzeggende titel ‘Absent Fathers’. De opnames
waren live, met een viermansband naast JT en zijn gitaar bas, drums en de pedal steel-geweldenaar Paul
Niehaus , zonder overdubs, geen andere vocalen, geen additionele musici. In ‘Least I got the blues. ‘Day and
night’’ en ‘Slow monday’ (een puur countrynummer dat heel erg doet denken aan Lyle Lovett) horen we zelfs
alleen JT en Niehaus. Ook op deze CD een aan Otis Redding schatplichtig nummer, de soul-ballad ‘When the
one you love loses faith’. Ook nu weer heel sterk autobiografisch en vol wrok naar – met name – zijn vader,
zoals in de opener, ‘Farther from me’ (vader Steve verliet zijn moeder toen JT 2 jaar oud was): ‘Wish I could
say that I know you, cause Lord, I wanna understand’. Het helen van de wonden lijkt te lukken dank zij zijn
vrouw, in ‘Day and night’ zegt hij: ‘My heart may be broken, least these days I got me a good woman’.
Net als ‘Single mothers’ is het gelijktijdig opgenomen ‘Absent Fathers’ een wonderschone CD. Het is genieten
van JT’s eigen invulling van Americana met een sterke country-inslag (met name dankzij de prachtige pedal
steel van Niehaus), maar ook met de nodige soul en zelfs rock. De man is gerijpt en schrijft prachtige, mooi
uitgebalanceerde songs. Heel fraai, een aanrader, ondanks de korte speelduur (wel 1 minuut meer dan de
30 minuten van de voorganger)!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 267 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Eric De Vries
Album:
Close To Home
Label:
Continental Record Services
dinsdag 20 januari 2015
Hoewel er nog enkele muziekliefhebbers schijnen te zijn, die hem niet kennen, heeft Eric DeVries al een
behoorlijke staat van dienst opgebouwd! Hij begon in zijn tienerjaren met liedjes schrijven en optreden, in
1992 werd hij met The Big Easy tweede bij de 'Grote Prijs van Nederland' en hij vormde jarenlang een singersongwriter duo met BJ Baartmans. Eric's debuut-album 'Little Of A Romeo' kwam uit in 2004, gevolgd door
'Sweet Oblivion' in 2007. Hij tourde diverse keren in Amerika, speelde op festivals en nam daar ook enkele
songs op. Hij neemt graag deel aan allerlei projecten, waarvan het succesvolle Songwriters United het
bekendst is. Ook zette hij de interessante concert-serie 'Ramble On' in Nijmegen en Utrecht op de muzikale
kaart.
Zeven jaar na het vorige album luisteren wij naar dit uitstekende 'Close To Home'. Zoals de titel al verraadt,
is de opzet biografisch en persoonlijk: de liedjes vertellen vertrouwelijk over relaties en reizen, over een
afscheid en een nieuw begin, over spijt en hoop, kortom, over het échte leven! Wel steeds optimistisch, in
slimme bewoordingen en met humor gebracht. Eric's voorbeelden zijn de singer-songwriters uit de jaren
zeventig, maar hij geeft er een eigentijdse draai aan. Hij heeft een prachtige stem: beetje Ad VanderVeen en
beetje Iain Matthews. Samen met het werk van doorgewinterde producer BJ Baartmans betekent dit een
recept voor het perfecte geluid.
Veertien tracks in totaal, gevarieerd, heel goed uitgevoerd door Eric's band The Easy (waarin enkele van de
meest ervaren Nederlandse muzikanten spelen) en ook nog netjes verpakt. Er doen leuke instrumenten
mee, zoals Janos Koolen's ukelele en acht-snarige gitaar of BJ's bouzouki in "Memories Of You": "I could
change my ways and be a better man / Like a snake changes skins just because it can", net als het grappige
"Easy To Love" en het citaten strooiende "Songwriter Blues" zomaar wat voorbeelden van Eric's creatieve
taalgebruik.
Mijn favoriete liedjes zijn "Different Stations": liefde is niet altijd genoeg om een relatie te laten slagen en
"November In The Rain": "Please send me a postcard, from wherever you are / Just so I know that you're
alright", waarbij Henny Groot Antink tweede stem zingt. "One More Try" is een duet met de Amerikaanse
Anna Coogan, terwijl JD Foster de elektrische gitaar bespeelt. De enige cover is een leuke verrassing:
"Nothing Rhymed", de hit van Gilbert O'Sullivan uit 1970. De voor- en tegenspoed van het leven, maar dan
fraai bezongen!
Johanna Bodde
Artist:
Kelly Pardekooper
Album:
Milk in Sunshine
Label:
Independent
maandag 19 januari 2015
Kelly Pardekoper (Iowa City) met de Nederlands aandoende, zij het licht verminkte achternaam, komt met
een pittig en interessant project, zijn zevende CD (sinds 1998) met maar liefst 24 tracks, ‘Milk in sunshine’.
Volgens de begeleidende tekst staan er acht nieuwe liedjes op en daarnaast 16 ‘bonus cuts’ met muziek uit
hit TV-series als True Blood, Justified, Sons of Anarchy, Blue Bloods, Cold Case en nog meer! Pardekoper’s
liedjes doen het blijkbaar goed op TV!! Op de CD doen o.m. Pieta Brown (dochter van Greg) en
gospelzangeres Stephanie Turner mee. Kelly’s muziek is een mix van blues, rock, country en folk,
rootsmuziek derhalve. In de begeleiding ruimte voor Kelly’s gitaar, maar we horen ook bas, drums, meer
gitaren, zoals op de slepende rocker ‘That girl’ – in ‘Drown in alcohol’ klinkt hij als Dire Straits ooit klonk en
‘I can’t go there’ laat een verwantschap met Greg Brown horen.. Kelly’s lyrics handelen heel vaak over liefde,
zoals uit de titels al blijkt: ‘I still cry’, ‘Release me’, ‘So lovely’, ‘Crazy girl’, etc. Maar ook een ogenschijnlijk
anders getint liedje gaat over de liefde; ‘Not in Iowa’ – ‘I miss my country home, I miss the corn and beans.
This sand is in my lungs, I could really use some rain. She turned the lights down and crept up close to me,
so I would feel what I could not see’.
‘Milk in sunshine’ brengt veel variatie in muziekstijlen, hij kan heerlijk rocken, maar deinst ook niet terug
voor een echt countrydeuntje (‘Forgotten’ en het walsje ‘Where’s the love’). Een grootse singer-songwriter
met een prima songwriterpen!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 268 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Vinyl Floor
Album:
Vaudeville
Label:
Karmanian Records
zondag 18 januari 2015
Mijn eerste kennismaking met deze alternatieve rockband wordt enigszins vertraagd, doordat veel info op
Internet in het Deens verschijnt. Ja, de drie heren wonen in Kopenhagen: Daniel en Thomas Charlie
Pedersen zijn broers, Rasmus Bruun is een buurman. Ze gingen, vroeger op het platteland, gezamenlijk naar
school. Vinyl Floor is vernoemd naar de geliefde verzameling grammofoonplaten van hun ouders, met een
knipoog naar de 'retro' elementen in hun muziek. De zingende broertjes Pedersen zijn bandlid sinds 2001 en
Rasmus kwam er in 2003 bij. Zonder ooit muzieklessen gevolgd te hebben, bespelen ze verschillende
instrumenten, hun los-vaste bassist is Mads Rye Bjerregaard.
Dan komen we bij deze (hun derde) mooi met tekeningen versierde CD 'Vaudeville'. Precies zoals in het
variététheater worden ook op dit concept-album diverse muziekstijlen en stemmingen gecombineerd, in
verschillende rollen voor hun hoofdpersonen in de liedjes. De bandleden waren niet zo vrolijk toen ze deze
werkjes schreven: persoonlijke ervaringen als verlies, ziekte, scheiding, rusteloosheid en nachtmerries zijn
regelmatig terugkomende onderwerpen. Er is veel geëxperimenteerd, niet alleen met instrumenten en
arrangementen, maar ook met opname-technieken. Alles in naam van de vrije expressie: gewoon allerlei
dingen proberen en heel goed luisteren, tot de beste versie overblijft.
De CD begint met de aanstekelijke rocker "Change The Song", die de vraag oproept of een mens bij zijn
levenseind dingen betreurt die hij niet gedaan heeft. "Shift" gaat eventjes richting metal terwijl de naam van
Neil Young terloops valt, waarna "Time Your Life" meerstemmig knipoogt naar de Beatles, op een fundament
van keyboards met verrassende vioolpartijen door de dames van The Vindla String Quartet. "Castles" gaat
vervolgens met een akoestische gitaar het folk-pad op en dan is er ook nog een drietal softrock nummers.
Vergelijkingen zijn moeilijk te maken, maar ik moet toch een paar keer aan Queen denken. "Colorblind"
roept een spookachtige theatrale sfeer op, met een door de tekst wandelend monster en de strings zijn dan
ook weer terug. "Nation Underground" is mijn favoriet, een pianosong met een mooie rol voor Thomas
Charlie's lichthese stem. De CD cirkelt door: meer tegen metal aanleunende rock, meer theatraal spektakel,
eindigend met een acht minuten durend shanty-achtig zeemansverhaal "The Abyss".
Ongewoon, maar knap gedaan. Volgens Vinyl Floor draait alles om de kracht van melodie en tekst - want
stijl, ritme en beats, hoe belangrijk voor anderen ook, zijn alleen maar toegevoegde smaakjes.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 269 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Andy Burrows
Album:
Fall Together Again
Label:
PIAS
vrijdag 16 januari 2015
Uitzonderingen daargelaten, slagwerkers treden niet graag in het voetlicht. Drummer Andy Burrows, die
mede aan de fundamenten van het succes van de band Razorlight, meewerkte, verliet de band een jaar of
vier geleden. In 2012 bracht Burrows zijn uiterst toegankelijke solodebuut Company uit. Opeens stond
Burrows de in de schijnwerpers met de hit Hometown en claimde hij en plek op het Pinkpop affiche.
Burrows moet gedacht hebben dat je ijzer moet smeden als het heet is. Met de release Fall Together Again
probeert Burrows opnieuw onder de aandacht te komen van het grote publiek. In vergelijking met zijn
voorganger hoor ik meteen dat dit ook zijn doel is. Burrows maakt namelijk een enorme groei door op
productioneel gebied. Toch vind ik het jammer dat hij het verstillende melancholische kleurenpallet heeft
verlaten. Fall Together Again komt wat mij betreft hierdoor minder boeiend over. De instrumentale opener
Derwen, is uitstekend gearrangeerd en klinkt veelbelovend. Dan lijkt de toon gezet, of toch niet? Nee dus,
want As Good As Gone en City To Coast zijn weliswaar rijk ingericht, maar kruipen akelig dichtbij het geluid
dat ik eerder dit jaar op Joseph Arthur’s CD The Ballad Of Boogie Christ hoorde afspatten. Dit is als een
compliment bedoelt want ook de wat meer melodieuze songs als You Won’t Find love en See A Girl kunnen
door als een goede radio hit. Het opbouwende Watch Me Fall Again en het afsluitende liedjes Don’t Be Gone
Too Long vind ik echter het meest in de buurt komen van het niveau van zijn vorige plaat.
Fall Together Again is door de bocht genomen absoluut geen slechte plaat. Burrows kiest volgens mij bewust
voor wat men graag van hem wil horen. Zijn ongelofelijke talent laat zien dat hij daar geen enkele moeite
mee heeft. Deze karakteristieke plaat excelleert hierdoor meer vanwege het luistergenot dan zeggingskracht.
Jan Janssen
Artist:
David & The Circumstances
Album:
This Part Of Me
Label:
Independent
vrijdag 16 januari 2015
David Groeneweg graaft graag diep. Oppervlakkigheid in songteksten? Niet bij hem! Hij schrijft poëzie over
licht, schemering en duisternis. Zelf noemt hij dit 'existentiële vragen', hij studeerde dan ook wijsbegeerte
en Engels. "Mijn teksten gaan over de niet aan te wijzen scheidslijn tussen het ik en de omstandigheden, de
rivier en de zee, perfectie en imperfectie." Deze jonge singer-songwriter besloot in 2013 een andere richting
in te slaan en thuis een solo album op te nemen. Muzikaal opgeleid aan Codarts, is hij sinds 2008 de
voorman van indie-rockband The Circumstances, die al een EP uitbracht en de scheurende gitaar niet
schuwt. De naam wordt hier wel genoemd, maar het gaat nu voornamelijk om sober, akoestisch werk op
gitaar en toetsen.
Het eerste van negen nummers is "This Part Of Me", een lange verstilde piano ballade, waarin de tekst alle
aandacht krijgt door middel van David's mooie stem en het rustige zelfvertrouwen in zijn voordracht. Het
enige versiersel is een vocale overdub. In "All Across The Sea" horen we een echt koortje zingen, de
breekbare duet stem komt voor rekening van Tessa Douwstra. De gitaren brengen een optimistisch geluid
mee: "And I'll be looking out, praying in the breeze / Until the day I see, see you come back free". Mijn
favoriet "Is It Not You?" ("When you wake up by the seaside does it answer / To these questions that you
wrote down in the sand") wordt gevolgd door het trance opwekkende "Perfect".
Het is goed te horen, dat David al ervaring opgebouwd heeft met dit solo werk bij optredens in o.a.
Rotterdam en tijdens de zomer van 2014 op verschillende 'open mic' podia in New York City. Sommige
liedjes, "Time Moves On" bijvoorbeeld, geven mij het gevoel van Lou Reed's "Perfect Day". Zelf noemt David
als invloeden: Radiohead, Bright Eyes, Bon Iver en Bob Dylan. In "Mr. Darkness" horen we meer van de cello
(bespeeld door Otto Bakker) uit "The Wrong Road", het enige nummer waar band The Circumstances nog
even komt kijken. "Right Where I Belong" eindigt met een Nederlands couplet, wat dan opeens aan
Boudewijn de Groot doet denken. Er wordt passend afgesloten met de subtiele klanken van "Ending Now".
Een vergelijking? Werk van J. Allen (Meanwhiles) en Patrick Crowson uit Brooklyn, of om een bekendere
naam te laten rollen: Ron Sexsmith. David's bescheiden blik is niet nodig: hij maakte een indrukwekkend,
sfeervol album met inhoud.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 270 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Kurtis Shaver
Album:
Long Road
Label:
Independent
vrijdag 16 januari 2015
Uit Californië komt singer-songwriter Kurtis Shaver. De man is zijn hele leven muzikaal actief geweest,
schreef zijn eerste liedjes al in Junior High (leeftijd ongeveer 10-14), ging drums spelen en richtte in de
jaren 80 van de vorige eeuw een rock band op (‘Tangled Web’, later omgedoopt in ‘Jaded Heart’), speelde
vervolgens in een aantal cover bands en schoof op richting folkier muziek. Zijn tweede product, de EP ‘Long
road’ is een rootscountryrock CD met de nodige ruimte voor pedal steel en fiddle en de eigen volle countrystem. Zes eigen liedjes, één ervan samen geschreven met o.m. gitarist Jimmy Corkery. Leuk is vooral het
vrolijke countrynummer ‘Curves’ , opgedragen aan alle vrouwen met (mooie) rondingen. Na het zien van een
modellenshow op TV, waar Kurtis schrok van hoe ‘skinny’ de meisjes waren terwijl ze zichzelf ‘dik’ vonden,
schreef hij dit pleidooi voor vollere rondingen!
Lekker recht-toe-recht-aan, de muziek van Shaver. Mainstream countryrock , niets mis mee, maar ook niet
uitzonderlijk.
Fred Schmale
Artist:
Suzanna Jarvie
Album:
Spiral Road
Label:
Independent
donderdag 15 januari 2015
Die middag hoorde ik een melodietje in mijn hoofd, alsof het uit de verte kwam. Ik pakte mijn gitaar,
speelde een beginakkoord en de woorden borrelden op uit het onderbewuste. Toen ik na twintig minuten het
liedje af had, gaf mij dat zo'n vreemd gevoel - mijn eerste moment van inspiratie." Zo beschrijft de
Canadese singer-songwriter Suzanne Jarvie het ontstaan van "Before And After", de track die haar debuut
album 'Spiral Road' overrompelend begint en ook weer afsluit. Ik moet er wel bij vertellen, dat haar oudste
(destijds 14-jarige) zoon toen langzaam herstellende was van een bijna fatale val, die hem in een langdurig
coma deed geraken. Deze CD is een muzikale kroniek van die moeilijke tijd.
Suzanne, geboren in Hong Kong, zong haar eigen slaapliedjes toen ze 18 maanden oud was. Opgroeiend in
Toronto, ging er iets mis bij de uitvoering van "Silent Night" tijdens een Kerstconcert en sindsdien werd zij
geplaagd door een enorme podiumangst... Op haar zestiende leerde zij gitaar spelen, om indruk te maken
op de leukste jongen van de klas! In een behoefte aan stabiliteit studeerde Suzanne rechten, bouwde een
carrière op als advocaat, trouwde en werd moeder van vier kinderen.
Uiteindelijk ontpopt zij zich toch als singer-songwriter en levert gelijk een indrukwekkend album af! Country,
met invloeden uit rock en bluegrass; geproduceerd door Hugh Christopher Brown; ingespeeld door een
groep studiomuzikanten, met opmerkelijke gasten: de legendarische Holmes Brothers en Mickey Raphael op
harmonica. Suzanne laat horen dat Emmylou Harris haar muzikale voorbeeld is, maar ze zingt met meer
gevoel en bijvoorbeeld in "Tears Of Love" doet ze mij aan Trisha Yearwood denken.
Hoewel realistisch, weet Suzanne de emoties op een poëtische manier onder woorden te brengen: "The
hospital chapel is open all night / But there's never a preacher or sinner in sight." Ze blijft ondanks alles
positief, zoals in de mystieke titelsong met verwijzingen naar de First Nations cultuur. In het refrein van
"Shrieking Shack" verwerkt zij regels uit "Smile" van Charlie Chaplin. De rocker "Enola Gay", vernoemd naar
de B-29 die de eerste atoombom afwierp, staat er een beetje vreemd tussenin. Fantastische uitdrukking is
dat toch: "Soldier on" (in "Wait For Me")!
Als iemand die ons heel dierbaar is voor langere tijd in coma ligt, is die schokkende ervaring absoluut
nergens mee te vergelijken. Ik vind het dus bijzonder dapper van Suzanne Jarvie, dat zij haar gevoelens op
dit album met ons wil delen!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 271 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Andrew Combs
Album:
All These Dreams
Label:
Loose Music
woensdag 14 januari 2015
Singer-songwriter Andrew Combs komt uit Dallas, Texas maar opereert tegenwoordig vanuit Nashville. Zijn
debuutalbum uit 2010 kreeg in deze kroeg lovende kritieken. Met zijn tweede release “All These Dreams” zet
Andrew Combs zijn muzikale carrière op scherp. Combs etaleert zich opnieuw als een man met een enorme
woordenschat. Zijn vertellende teksten hebben een uiterst gevarieerd karakter maar blijven altijd
toegankelijk. Op muzikaal gebied creëert hij een eigentijdse sound die je country rock mag noemen, maar
die duidelijk verder gaat dan dat alleen. De songs als Rainly Day Song en Foolin' zouden zo de Amerikaanse
hitlijsten kunnen sieren. Met andere woorden Andrew Combs heeft zich verder ontwikkeld in het folk pop
segment. Luister maar eens naar de prachtige gedetailleerde liedjes Pearl, Long Gone Lately en All These
Dreams. Hoe mooi wil het allemaal voorgeschoteld hebben.
All These Dreams bevat een elftal aan prachtige liedjes, die eigenlijk al bij de eerste omwenteling blijven
hangen. Andrew Combs weeft zijn krachtdadige verhalen, over liefheid, misstappen en bevrijding, op een
uiterst creatieve manier aan elkaar. Kroegbezoeker die Ryan Bingham of een Shooter Jennings hoog hebben
zitten, is All These Dreams een must have CD.
Jan Janssen
Artist:
The Mulligan Brothers
Album:
Via Portland
Label:
Southern Routes Records
dinsdag 13 januari 2015
The Mulligan Brothers leverde vorig jaar nog een titelloze debuutalbum af. Met uitzondering van dit café
werd, bij mijn weten, aan die release, in de rest van Europa niet nauwelijks aandacht besteed. Een EU
release bleef uit omdat Greg DeLuca (drum), Gram Rea (violen, mandoline en vocals), Ross Newell (gitaar
en lead vocals) en Ben Leiniger (bas en vocals) behoorlijk opgepikt werd in Amerika. Omdat de bezetting
van de band afkomstig is uit Mobile en Baton Rouge lag het zwaartepunt van hun live optredens uiteraard in
het zuiden van Amerika. Kort daarna parkeerde ze hun bus echter voor de Ice Cream Studio’s in Portland,
Oregon. En dat levert zo zijn vruchten af.
Niet voor niets draagt de titel van hun nieuwe CD de naam Via Portland. Via Portland werd overigens
geproduceerd door niemand minder dan multi-instrumentalist Steve Berlin. Berlin produceerde onlangs Matt
Andersen’s meesterwerkje, Weightless. The Mulligan Brothers leggen hun muzikale lat nog een aantal treden
hoger dan ze al deden op hun debuutalbum. De opener Wait For Me maakt meteen duidelijk dat de ambitie
om ook in Europa door te breken een van hun doelen is. De markt mag dan wel overlopen van indie folk
bandjes die Mumford & Sons na galopperen, toch doen The Mulligan Brothers dit op geheel eigenwijze wijze.
Alt-country, blues en folk krijgt bij hun een ziel, en dat hoor je in het daarop volgende City Full Of Streets.
Country rock vierde hoogtij in de jaren zeventig. Met I Don't Want To Know lijkt Ross Newell daar de vloer
mee aan te vegen. Prachtige harmony vocals waarin de viool als een scherp mes door de overige
klankkleuren heen snijdt. Schrok mij een hoedje toen ik de verstillende liedjes Calamine en Run On Ahead
voorbij hoorde komen. Newell stemgeluid verheft zich gedisciplineerd zoals Nick Drake dit ook pleegde te
doen. Afgesloten word er met Not Always What It Seems. Hier bekruipt mij het gevoel dat The Mulligan
Brothers ook goed nagedacht hebben over de volgorde waarin de prachtige melodieën op dit album de revue
moeten passeren.
Met de release van Via Portland vreet ik een stuk uit mijn hoofddeksel als dit album niet in Europa opgepikt
gaat worden.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 272 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Martin Carr
Album:
The Breaks
Label:
Tapete Records
maandag 12 januari 2015
Martin Carr is al heel lang actief op muzikaal gebied. In Schotland geboren, ging hij naar een katholieke
school in Wallasey bij de monding van de Mersey en toen waren daar tussen 1988 en 1999 The Boo Radleys!
Hij was de gitarist en belangrijkste songwriter van deze alternatieve rockband, zingen deed hij destijds
weinig. "Wake Up Boo!" was hun grootste hit, de royalties houden ongetwijfeld nog steeds Martin's koelkast
gevuld, maar top-10 singles zijn moeilijk op te volgen...
Na het uiteenvallen van de band nam hij het pseudoniem 'Brave Captain' aan, zichzelf vernoemend naar een
liedje van Firehose. Hij zocht zijn muzikale grenzen op, maar volgens sommigen verspilde hij zijn talent met
lo-fi experimenten. Hij maakte vanaf 2000 een aantal slecht verkopende albums, singles en EP's, werkte
toen aan TV-muziekjes en is nu weer terug met 'The Breaks', gewoon onder zijn eigen naam en voor het
eerst in lange tijd weer op een echt platenlabel.
De CD werd in januari 2014 opgenomen, maar de meeste songs zijn al drie of vier jaar eerder geschreven.
Zonnig klinkende opener "The Santa Fe Skyway" tovert strings, blazers en overdubde koortjes tevoorschijn.
"St. Peter In Chains" snijdt op Elvis Costello-achtige manier het thema van de religieuze opvoeding aan.
"Mainstream" is een magnifieke ballade: "I tell myself I'm happy as I am", op akoestische gitaar en
keyboards, met blazers en koortjes. Het Beatlesque "Mountains" klinkt als een nooit uitgebrachte Boo
Radleys song. "Senseless Apprentice" is een onverhulde aanval op columniste Katie Hopkins en het rustige
"No Money In My Pocket" komt met de briljante regel: "If Jesus ran our chip chop all our fish would be free".
In het door elektronica gedomineerde "I Don't Think I'll Make It" rijmt een croonende Martin schaamteloos
'heart' met 'René Descartes'. Na een niemendalletje komen we bij de afsluitende, bijzonder fraaie,
hypnotiserend ritmische titeltrack.
Er zijn natuurlijk meer veertigers in Engeland, die met enig zelfvertrouwen een album vol opgewekte
midtempo gitaarpop uitbrengen. Dit heeft toch wel wat extra's te bieden: originele frisse ideeën, slimme
teksten voor knap gemaakte liedjes, die (hij kan het niet laten!) soms halverwege een heel andere weg
inslaan en onverwacht opgefleurd worden door een vervormde gitaar of elektronische geluiden. “A theme
running through my work is not fitting in,” zegt Martin Carr enigszins raadselachtig.
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 273 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Tina Dico
Album:
Whispers
Label:
Kobalt
maandag 12 januari 2015
Het is teveel natuurlijk. Album na album vult de stapel. Voordat je het weet hoor je het luisteren niet meer.
Zeker nu ook de lijstjes weer van zich doen spreken en de weging zich meer op het jaar richt dan op een
afzonderlijk muziekwerk, kan de stapel nog niet beluisterde en besproken platen allicht op de zenuwen
werken. Zo kan het gebeuren dat ik van Whispers, het laatste album van Tina Dico, vooral het eerste liedje
heel vaak heb beluisterd. Ik weet echter niet helemaal zeker of dit zijn oorzaak vindt in voornoemde
ophoping of dat dit liedje onvermijdelijk tot zulks leidt. Het van verschroeiend verlangen aan elkaar gesmede
The Woman Downstairs is immers onwaarschijnlijk mooi. Alleen die openingszinnen al.
I ceremonially undress
For she who in my dreams reveals how she longs and how she cares
I take of all my clothes
For the woman downstairs
Hij? Zij? Zingt zij (Tina) over hem die haar begeert? Zingt zij (Tina) over haar die haar begeert? Zing zij
(Tina) over zichzelf met de begeerde vrouw voor ogen? De andere negen liedjes van dit tiende album van de
Deense mogen dan minder gedraaid zijn, ze zijn bepaald niet onopgemerkt gebleven. Zeker nummer twee
(As Far As Love Goes) en drie Someone You Love) doen eigenlijk in niets voor nummer één onder.
Spaarzaam gearrangeerd en een weinig onderkoeld gezongen (zoals eigenlijk alle liedjes op Whispers) laten
ook deze twee liedjes het podium nagenoeg leeg ten faveure van de stem van Tina Dico die de stemmen van
Rosanne Cash en Mary Chapin Carpenter in herinnering roept. Behept met een naturel soort sensualiteit
weet Dico zowel te intrigeren als – gaandeweg het album – de vraag op te roepen of ze het er niet té dik
bovenop legt. Zeker wanneer blijkt dat Dico met die eerste liedjes meteen ook haar beste kruid heeft
verschoten. Dat wil zeggen, mooi blijft het allemaal wel (zeker het titelnummer), maar de luisteraar hoeft
niet meer naar zijn of haar sokken te zoeken. Daarmee valt hier echter goed te leven, want Dico steekt met
Whispers ver boven het maaiveld van middelmatigheid uit.
Wim Boluijt
Artist:
Fayssoux
Album:
I Can't Wait
Label:
Independent
zaterdag 10 januari 2015
Eerst voorstellen: Fayssoux is Fayssoux McLean, voorheen Fayssoux Starling, toen ze getrouwd was met
John Starling, de guitarist van de bekende bluegrassformatie ‘The seldom scene’. Zowel John als Fayssoux
hebben in het verleden (jaren 70) samengewerkt met Emmylou Harris (van ‘Elite Hotel’ uit 1975 tot
‘Cimarron’ uit 1981). Na haar scheiding van John heeft Fayssoux lange tijd als lerares gewerkt, tot in 1996
de bekende muziekjournalist Peter Cooper (‘The Tennessean’) haar bij toeval tegenkwam in haar woonplaats
Spartanburg (South Carolina), hetgeen de opmaat was voor een nieuwe – nu solo – carrière in de muziek.
Cooper produceerde haar debuutalbum ‘Early’ (2008), een heerlijke pure country-bluegrass schijf. De
opvolger is er nu en ademt dezelfde subtiele atmosfeer. Heerlijk relaxed gezongen en gespeeld, echte pure
akoestische muziek, prachtig geproduceerd en met in de begeleiding de betere – akoestische – jongens en
meisjes uit Nashville: Brandon Turner op gitaren en vocalen, Sierra Hull op mandoline, Mark Fain op bas,
Justin Moses op fiddle en banjo en Pat McInerney op percussie. De producers zijn Peter Cooper en Thomm
Jutz, zij zingen beide mee en spelen incidenteel (Peter) en in vrijwel alle nummers (Thomm) gitaar.
Gastoptredens zijn er van Peter’s maatje Eric Brac (vocals) en pianiste Jen Gunderman (beide van ‘Last train
home’) en bluegrass-fenomeen Donna Ulisse (zeer mooi zingend in ‘Mama’s hungry eyes’, het bekende Merle
Haggard nummer). En dan zingt good old Tom T. Hall mee in zijn eigen ‘I made a friend with a flower today’.
Er zijn ook nog leuke covers van David Ball (‘Uncle Walt’s band’), Jim Lauderdale en – zowaar – mijn goede
vriend R. B. Morris (‘Hell on a poor boy’). 5 van de 12 liedjes zijn door Fayssoux zelf geschreven, deels
samen met Cooper en Jutz.
Prachtig mooi, heel subtiel. Voor de liefhebbers van de countrymuziek die La Harris in de jaren 70 en 80 van
de vorige eeuw maakte. Dat soort muziek, dus!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 274 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Hozier
Album:
Hozier
Label:
Columbia
zaterdag 10 januari 2015
Zeker, hij gooit graag wat olie op het vuur. In Someone New zingt hij met onmiskenbare gretigheid in zijn
stem, al wijst hij er aanvankelijk nog op dat we hem niet verkeerd moeten begrijpen, dat er geen ‘right way
is’.
I fall in love just a little or little bit.
Every day with someone new.
Om er vervolgens nog dit aan toe te voegen.
Love with every stranger.
The stranger the better.
En dat terwijl hij met het fenomenale Take Me To The Church menig apologeet van christelijke huize al in de
hoogste boom heeft. Blader eens door de internetpagina’s en constateer met mij dat de jonge, uitermate
getalenteerde Ier Andrew Hozier-Byrne hier een open zenuw heeft geraakt. Hij liet zich tegenover The Cut
het volgende ontvallen over dat dit zowel beste als meest opvallende liedje van 2014: "Sexuality, and sexual
orientation - regardless of orientation - is just natural. An act of sex is one of the most human things. But an
organization like the church, say, through its doctrine, would undermine humanity by successfully teaching
shame about sexual orientation - that it is sinful, or that it offends God. The song is about asserting yourself
and reclaiming your humanity through an act of love."
Waar werd beter getoond hoe de dienaren Gods niet alleen in Zijn huis de vaak vuile lakens van seksualiteit
en identiteit uitdelen, maar ook in de wereld van politiek en samenleven, dan onlangs nog op het Zeeuwse
eiland Tholen? In een schimmig spel werden drie weigerambtenaren benoemd, ogenschijnlijk nadat de wet
die dit verbiedt op 1 november was ingegaan. Een raadslid van het CDA dat tegen een motie van PvdA en de
SP om deze ambtenaren te ontslaan stemde, benadrukte dat “Het aanstellen van ambtenaren die geen
homo’s willen trouwen tegemoet komt aan de belangen van de inwoners van Tholen.” en riep op tot
tolerantie. Wat een gotspe! Ondertussen kunnen we alleen maar betreuren dat deze weigerchristenen op
Tholen van zo’n klein geloof blijk geven en niet pleiten voor de doodstraf voor praktiserende homo’s zoals de
Bijbel in Leviticus 20:13 hen nadrukkelijk opdraagt ...
Let wel, Hozier benadrukt in voornoemd interview dat dit liedje niet als een aanval op het geloof an sich
dient te worden gezien. “It's an assertion of self, reclaiming humanity back for something that is the most
natural and worthwhile. Electing, in this case a female, to choose a love who is worth loving."
https://www.youtube.com/watch?v=PVjiKRfKpPI&feature=player_detailpage
Kijk, dat alles heeft Take Me To The Church in zich. De woede. De verwondering. De jonge onbesuisdheid.
De blues. De gospel (waarvan je vermoedt dat een voormalig inwoner uit Nazareth ‘m graag op deze wijze
gezongen zou hebben). De soul. Wat meer is, dit heeft het hele album in zich. Het is daarom dat Hozier een
album heeft gemaakt dat tot de beste van 2014 kan worden gerekend en wellicht zelfs als hét debuut van
ditzelfde jaar kan worden beschouwd.
De geest van John Lee Hooker is vaardig over To Be Alone.
De morbide droom van de twee geliefden In A Week die langzaam maar zeker doodgaan in het veld.
After the insects have made their claim.
I’d be home with you.
Het prachtige Like Real People Do dat klinkt alsof Mississippi John Hurt op een koude ochtend aan de Ierse
kust staat te spelen: zijn snaren iets minder veerkrachtig dan thuis maar nog altijd weerspiegelen ze die
rivier van melodie en betovering. Mét een koor van alledaagse fairy lore.
Het ingenieuze Jackie en Wilson.
We'll name our children Jackie and Wilson, 'raise them on rhythm and blues.
Elk liedje is raak.
De uitstekende zingende en componerende Hozier heeft met dit buitengewoon goed geproduceerde werk
donderdag 24 december 2015
Pagina 275 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
wortels aan elkaar geknoopt die maar zelden met elkaar verbonden worden. Het getuigt van de rijkdom van
de behandelde stof op Hozier (muziek én tekst) dat deze zowel aan het hart van onze tijd raakt, als aan de
tijdloosheid van het zingen der mensheid. Homo ludens, blijf met liefde spelen. Vrouw². Man². Of in welke
constellatie dan ook.
Wim Boluijt
Artist:
Melissa Etheridge
Album:
This Is M.E.
Label:
SPV Recordings
vrijdag 9 januari 2015
Muzikaal gezien blijft Melissa Etheridge voor mij een moordwijf. Weet nog precies wanneer ik haar voor het
eerst zag op Duitsland 1. Ja, ja zo noemden we de huidige ARD zender. In die tijd had je in het oosten van
ons land zes TV zenders Nederland 1, 2, 3 en Duitsland 1, 2, 3. Hoewel niet alle albums boeiden volgde ik
Etheridge weg naar de top nauwgezet. In het conservatieve Amerika van toen was die weg was niet altijd
even makkelijk. Achter de schermen worstelde Etheridge met zichzelf of ze wel of niet uit de kast moest
komen. Met de release Yes I Am uit 1993 maakte ze een eind aan alle speculaties. Het klinkt misschien gek
maar nadat ik een paar keer heb zitten luisteren naar haar dertiende release This Is M.E. kreeg ik het gevoel
dat deze naadloos aansluit juist aan dat album.
This Is M.E. ligt qua productie op een duidelijk hoger niveau. Etheridge klink erg verfrissend en open. Niets,
maar dan ook helemaal niets, laat ze aan het toeval over. Zo betrok ze Jerrod Bettis (Adele), Jon Levine
(Nelly Furtado), Jerry Wonda (Mary J. Blige), RoccStar (Chris Brown) en Neyla Pekarek (The Lumineers) bij
de opname van deze krachtige plaat. Etheridge trapt af met I Won´t Be Alone. Bruce Springsteen pleegt dit
ook zo te doen. Een muur van geluid overvalt je als een kat in het donker. Dan volgt Take My Number.
Etheridge pakt haar 12-snarige akoestische gitaar en prutst dit liedje meteen tussen je oren. Like The Way I
Do is dan niet ver weg. Etheridge heeft swappy soul en she gospel rocks ergens midden op de plaat. Het
sensuele Monster, het pompende Like A Preacher en Stranger Road zijn, wat mij betreft, de prijspakkers op
deze geluidsdrager. Etheridge stapte, begin dit jaar, samen met Linda Wallem in het huwelijks bootje en
schreef het piano gedreven Who Are You Waiting For, waarmee dit album afsluit. Het zegt iets over hoe
Etheridge momenteel in haar vel zit.
Melissa Etheridge maakt zich er wederom niet gemakkelijk vanaf. This Is M.E is een geïnspireerde roots rock
plaat die de randen daarvan opzoek. This Is M.E blijft boeien van begin tot eind. Melissa Etheridge is en blijft
een genie als je het hebt over het maken onweerstaanbare melodieën. Zo te horen is ze er nog lang niet
klaar mee.
Jan Janssen
donderdag 24 december 2015
Pagina 276 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Sonny Knight & The Lakers
Album:
I'm Still Here
Label:
Secret Stash
vrijdag 9 januari 2015
Retro Funky Soul? Daar is niets mis mee! Zeker het schijfje dat nu voor mij ligt van Sonny Knight. Deze
soulzanger debuteerde ooit op 17 jarige leeftijd in 1965 met een singeltje Tears On My Pillow met zijn band
Sonny Knight & The Cymbals. Bij dit veel gezochte collectors item bleef het in al die jaren. Sonny ging het
leger in en vocht onder meer in Korea en Vietnam. Na deze periode was Knight nog een tijdje actief in de
funk band Haze en later bij The Valdons, maar hij koos uiteindelijk voor een veilige , vaste baan als
vrachtwagenchauffeur.
In 2012 kwam Sonny Knight weer in beeld dankzij de compilatie Twin Cities Funk & Soul: Lost R&B Grooves
From Minneapolis/St Paul 1964-1979. Samen met Secret Stash oprichter/drummer Eric Foss richtte hij een
nieuwe band op, waarna in 2013 de eerste single verscheen. Dit viel in zeer goede aarde bij de
soulliefhebbers. Sonny’s eerste album kon niet uitblijven met de veel zeggende titel: I’m Still Here. Op 66
jarige leeftijd is het er dan eindelijk van gekomen!
Het debuut opent met een flink stevig funkende track Juicy Lucy. De enorme powerstem van Sonny valt
direct op en de heerlijk volvette blazers, een ronkend orgeltje en een geweldig strakke ritme-sectie doen de
rest. De openingstrack loopt genadeloos over in een powervolle soul shuffle Cave Man, die niet zou misstaan
in de funky catalogus van James Brown. Dan volgt de titeltrack met een rustig ‘talking blues-soulsong’.
Hierin neemt Sonny de luisteraar mee naar het leven dat hij tot dusverre heeft geleefd. Zijn boodschap is
vooral niet te veel terug te kijken naar het verleden, maar het Nu moet centraal staan. Dan volgt wederom
enorm funky spuitwerk met geweldige groovende tracks als Sonny’s Boogaloo en Hey Girl. Als enige cover
zingt Knight het mooie liedje Sugar Man van de onlangs gerehabiliteerde zanger Rodriguez. Tot slot mag de
wonderschone soul ballade When You’re Gone niet onvermeld blijven.
Na Lee Fields en Charles Bradley heeft de soulwereld er een nieuwe ster bij. Ik ben benieuwd hoeveel de
debuutsingle Tears On My Pillow inmiddels op de platenmarkt oplevert.
Paul Jonker
donderdag 24 december 2015
Pagina 277 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Paul Collins
Album:
Feel The Noise
Label:
Alive Records
donderdag 8 januari 2015
Paul Collins, koning van de door melodieus rockende gitaren aangedreven powerpop! Hij bracht zijn jeugd
door in Griekenland en Vietnam, voor hij terugkeerde naar New York om aan de Juilliard Music School te
studeren. Hij verhuisde vervolgens naar San Francisco en richtte daar in 1974 The Nerves op, met Jack Lee
en Peter Case als de bassist. Hun liedje "Hanging On The Telephone" werd later een hit voor Blondie. Paul
herinnert zich nog, dat hij rond die tijd op de hoek van Columbus en Broadway stond, voor Aquarius Records
in North Beach en het enige wat hij wilde was rocken!
Dat deed hij, in The Breakaways (nog steeds met Peter Case), The Beat of Paul Collins' Beat na een dispuut
met een Engelse band over de naam, in zijn eigen -vooral in Spanje populaire- Paul Collins Band, waarmee
hij ook 'n uitstapje richting countryrock waagde en dat doet hij nog steeds... Wat ouder uiteraard, wat
gruiziger klinkend misschien, maar met 'Feel The Noise' staat hij er weer helemaal! De CD werd in maart
2014 opgenomen in Detroit door producer Jim Diamond, die ook met The White Stripes werkte.
Dit is een album vol onweerstaanbare, korte, tot dansen nodigende liedjes, in het beproefde rock&roll en
powerpop concept. Elektrische gitaren, bas, drums en percussie, hier en daar een koortje - simpele teksten,
vooral niet teveel franje. Maar wél veel energie, spontane kracht en urgentie! "I'll let my guitar do the
talking now", aldus de titeltrack waarmee het album begint. "Baby I Want You" klinkt ook heel fijn, met die
staccato gitaar en achtergrondzang van Nikki Corvette. "Don't Know How To Treat A Lady" is klassieke
powerpop en "With A Girl Like You" klassieke sixties rock. In "Can't Get You Off My Mind" duikt zowaar een
akoestische gitaar op, resulterend in een soort zoekgeraakte Beatles song. Het supersnel gespeelde "Baby
I'm In Love With You" getuigt ook weer van decennia aan ervaring.
Tussen het door Paul zelf geschreven werk valt één cover op: "Reach Out I'll Be There", een Motown
klassieker van Holland, Dozier & Holland en een grote hit in 1966 voor The Four Tops. Hier is het dus opeens
een stevige punkrock track geworden! Vervolgens eindigt de CD met sentimentele doo-wop in "Walk Away".
Heerlijk album! Koningen staan er niet om bekend dat ze hard werken, gelukkig denkt een powerpop koning
daar anders over...
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 278 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Jack Kerowax
Album:
Kerowax
Label:
Independent
woensdag 7 januari 2015
Zeg nou eens eerlijk, hoe vaak komt het nog voor dat een jonge energieke band een album opneemt met
onvermengde analoge technologie? Okay, de LP is ook weer terug, dat weten we zo langzamerhand wel.
Maar de opnamen worden in de meeste gevallen digitaal, via master tapes op het nostalgische vinyl gezet.
Met mijn lichte gehoorschade hoor het verschil niet en zie ik het meer als marketing tool. Slim, maar niet
aan mij besteed.
De uit Dallas, Texas afkomstige The Jack Kerowax draait het dus om, op hun debuut album Kerowax.
Middenpunt in deze mieterse nieuwe band singer-songwriter Johnny Beauford. Op dit tien track tellende
album hoor je indie pop, Americana en vernuftige Texas blues. Tekstueel begeeft Beauford zich zo nu en dan
in diepe donkere vochtige holen. De muzikale omlijsting neemt de songs echter op sleeptouw en ontspoort
zelden of nooit op deze plaat.
focus tracks zijn ontegenzeggelijk Ten Year War en Stella. Beauford stem klinkt als aangeschoten wild terwijl
het gitaarwerk duel je alle hoeken van de woonkamer laat zien. Deprimerende angst aanjagende muzikale
kwaliteit hoor ik in songs als Huck Finn's Hideout en Fever. Het gaat alle kanten op maar de band blijft in het
zadel en trekt stevig aan de teugels.
Kerowax is een geweldig debuutalbum van een band die volgens mij precies weten waar ze naartoe willen.
Ik ben er trouwens niet uitgekomen waarheen precies. Dat is misschien ook wel de charme van deze uiterst
lekker in het gehoor liggende plaat. Ik zeg het je, voor wie op zoek is naar rauwe muzikale identiteit is het
belangrijk regelmatig deze kroeg te bezoeken. The Jack Kerowax voelen zich in ieder geval thuis in hun
stamkroeg.
Jan Janssen
Artist:
M. Lockwood Porter
Album:
27
Label:
Independent
dinsdag 6 januari 2015
M. Lockwood Porter is geboren en getogen in Oklahoma, maar woont en werkt momenteel in de omgeving
van San Francisco, in de zg. Bay Area. In juli 2013 verscheen zijn debuut, ‘Judah’s gone’, gewoon lekker
thuis opgenomen. En nu is er de opvolger ‘27’ (refererend aan zijn leeftijd, in juli 2014 werd hij 27, een in de
populaire muziek gevaarlijke leeftijd, zoals we weten). Zijn muziek op de nieuwe CD heeft vooral
verwantschap met Bruce Springsteen, met name door de vaak lekker rockende begeleiding van gitaar, bas,
drums, pedal steel en keyboards. Er is ook wat ruimte voor glockenspiel, harmonica. MLP heeft gewoon een
goede, recht-door-zee band om hem te begeleiden. Ook in ballads als ‘Secrets’ komt MLP’s muziek lekker
door.
Voor de liefhebbers van lekkere rootsrock is deze ‘27’ een hebbedingetje. Recht door zee gespeeld, lekker
klinkende songs en een geschikte stem. Geen verrassende hemelbestormer, maar een goede singersongwriter in de Springsteen-traditie.
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 279 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
The Lost Brothers
Album:
New Songs Of Dawn And Dust
Label:
Lojinx
dinsdag 6 januari 2015
Een plaat een titel als So Long John Fante (2011) geven, getuigt van een afgewogen smaakoordeel. John
Fante (‘Fante was my God’ schreef Jeff Finlin mij onlangs nog) is immers één van de groten uit de
Amerikaanse literatuur van de twintigste eeuw. Dat de twee Ieren op dit album ook nog eens werken met de
band van Richard Hawley strekt ze alleen maar meer tot eer. Het nieuwe album, New Songs Of Dawn And
Dust is opgenomen in Liverpool met Bill Ryder-Jones aan de andere kant van het glas. Een weinig Johnny
Cash en veel Everly Brothers, dat is The Lost Brothers. Daarnaast weerklinkt ook de invloed van menig oude
bard uit het land van herkomst én uit het Verenigd Koninkrijk. Zelfs een zekere verwantschap met The
Proclaimers valt te duiden. Stemmig is hier het trefwoord. De met folk en country bevolkte liedjes strelen
meer dan ze strijken, glijden meer dan ze rollen en dwarrelen meer dan ze vallen. Akoestische gitaren en
twee versmolten doch niet in elkaar opgaande stemmen. Het repertoire oubollig noemen is misschien niet
gepast, het is wel de waarheid. Voor vernieuwing moet met dan ook niet bij The Lost Brothers zijn. Of de
luisteraar dit het duo zal nadragen is afhankelijk van diens appreciatie van oubolligheid. Laat evenwel
gezegd zijn dat New Songs Of Dawn And Dust een even voortreffelijk als met verfijnde verstilling
vormgegeven album is.
Wim Boluijt
Artist:
Popa Chubby
Album:
I’m Feelin’ Lucky
Label:
Dixiefrog Records
zaterdag 3 januari 2015
Het is vijfentwintig jaar geleden dat Theodore Joseph Horowitz begon op te treden als Popa Chubby en in de
loop der jaren heeft de man uit de Big Apple als muzikant een prima reputatie weten op te bouwen. Als
persoon wordt hij door sommigen gevreesd door zijn soms opvliegende karakter en hoewel ik hem ook wel
eens op dergelijke momenten heb meegemaakt, heb ik hem ook als innemend en vriendelijk mogen ervaren,
met een gezonde dosis humor en sterk relativeringsvermogen. Hij neemt zijn werk als muzikant serieus,
maar terwijl een aantal van zijn collega’s hierin soms doorslaan weet Popa Chubby met uitstapjes naar het
werk van de Carter Family tot aan Motörhead toch regelmatig buiten het geijkte stramien te treden.
Zijn nieuwe album, I’m Feelin’ Lucky, mag er weer wezen. Negen van de tien nummers zijn van eigen hand
en hoewel hij zich soms laat inspireren door bestaand nummers van collega’s, weet hij hier toch prima eigen
werkjes uit te smeden. De enige cover op het album is de aloude bluesklassieker “Rollin’ And Tumblin’” en
dit nummer moet het toch afleggen tegen de meeste originals. Het album opent met “Three Little Words”,
wat iets bekend in zich heeft, maar wel een lekker catchy nummer is met een prima solo op de Wurlitzer van
Dave Keyes en een goed gedoseerde gitaarsolo van Chubby zelf. De cd gaat dan verder met de funky
titelsong, “I’m Feeling Lucky”, ook een sterk nummer.
Naast Dave Keyes op toetsen wordt Chubby begeleidt door Chris Reddan op drums en Francesco Beccara op
bas. Dochter Tipitina Horowitz is op trompet te horen op het openingsnummer. De zanger/gitarist neemt zelf
ook de bas op enkele nummers voor zijn rekening. Op “Rock On Bluesman” is collega zanger/gitarist Mike
Zito te horen en beide mannen, die volledig aan elkaar gewaagd zijn, weten ze dit samen geschreven
nummer tot grote hoogte stuwen. In de gitaarsolo is zelfs af en toe een vleugje “Hotel California” te
herkennen. “Come To Me” is het tweede duet op deze schrijf en deze soulballad is Dana Fuchs op lijf
geschreven. Het nummer wordt voortgestuwd door de pompende Hammond van Dave Keyes en hoewel ik
normaal niet echt iets ziet in vergelijkingen met groten uit de muziekwereld, moet ik zeggen dat ik bij deze
song toch wel terug moest denken aan de tijden van Janis Joplin & the Kozmic Blues Band.
In de bluesballad “Save Your Life” is duidelijk te horen dat ook de Allman Brothers Band tot de
inspiratiebronnen van Popa Chubby gerekend kunnen worden. Popa Chubby weet zijn vijfentwintig jaar
bestaan extra glans te geven met deze prima productie op het Dixiefrog label. De bonus cd 25 Years! had
van mijn niet echt gehoeven, maar voor de echte fan wel leuk om te hebben.
Ton Kok
donderdag 24 december 2015
Pagina 280 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Alex Highton
Album:
Nobody Knows Anything
Label:
Independent
vrijdag 2 januari 2015
Het Café aan de lijn. Of ik, gezien de komst van Alex Highton naar Nederland (in januari en april volgend
jaar) zijn tweede album niet te lang op de plank wilde laten liggen. Vanzelfsprekend zegde ik toe Nobody
Knows Anything spoedig te beluisteren en van recensie te voorzien. Ik noemde zelfs een tijdstip waarop deze
in ons Café over de toog geschoven zou worden. Inmiddels ligt dit tijdstip een volle week achter ons.
Het bovenstaande schreef ik een week geleden. Natuurlijk, we kunnen deze procrastinatie niet geheel en al
toeschrijven aan het werk van Alex Highton, feit is wel dat dit het uitstel niet voor de voeten loopt. Enige
kleurloosheid valt Nobody Knows Anything namelijk niet te ontzeggen. Verbazing was dan ook mijn deel toen
ik ontdekte dat dit album her en der nogal wat lof toegezwaaid kreeg. Zeker, het is een goede plaat, met
smaakvol voor het voetlicht gebrachte liedjes. Die verbazing ging over in begrip toen ik mij het oordeel over
The Lights From The Chemical Plant van Robert Ellis voor ogen haalde, een plaat die van mij hooguit een 7
kreeg maar die in veel andere kringen mocht rekenen op een 8, een 9 en zelfs wel een 10. Zijn keurige
mannetjes met keurige plaatjes dan niet aan mij besteed? Het lijkt erop.
Pas als hij in Panic, het derde liedje, want elektronica toevoegt, krijgt de plaat van Alex Highton wat meer
kleur. Maar de voorzichtige wijze waarop dit alles vorm krijgt, is wat mij betreft veelzeggend. Langs lijnen
van geleidelijkheid gaat de folkpop van Alex Highton haar weg. Ontegenzeggelijk fraai gearrangeerd en met
vakmanschap vertolkt, dat is het probleem niet. Highton mag zijn muziek graag vergelijken met die van
Sufjan Stevens en Joni Mitchell, het is een vergelijking die vooralsnog in zijn nadeel uitvalt. Zowel naar vorm
(de eerder genoemde folkpop) als naar inhoud (Highton zingt net als Stevens regelmatig over religie en
God): zonder deze plaat kom je in muzikaal en poëtisch opzicht het jaar ook wel door en dat ligt voor het
merendeel van het werk van genoemde invloeden wel anders. Highton vist in hetzelfde water naar muziek
als Richard Hawley. Ook een vergelijking met het werk van de man uit Sheffield deze kan zijn werk niet
doorstaan. Omdat ik de lof die Nobody Knows Anything mocht ontvangen steevast met redenen omkleed
aantref en een liedje zoals She Had A Sister qua fijnzinnigheid natuurlijk onovertroffen is, kan de conclusie
hier geen andere zijn dan dat dit de beste plaat van dit jaar is waar ik helemaal niets aan vind.
Wim Boluijt
Artist:
Benjamin Folke Thomas
Album:
Too Close To Here
Label:
Bucketfull Of Brains
donderdag 1 januari 2015
Folkenjamin Folke Thomas is een geboren Zweed, die na een ongunstige ervaring als drummer in de grunge
een jaar of vijf geleden (hij was toen 19 jaar oud) naar Londen verkaste om daar in het live circuit furore te
maken met alleen zijn gitaar. Vrijwel direct begon hij met het opnemen van zijn songs. Dat leverde een
jaartje later, in 2010, een EPtje op en nu een eerste volledige CD, die overigens in Zweden (Göteborg) werd
opgenomen met de band van zijn vriend Henning Sernhede (gitaren, mandoline, pedal steel, piano en
vocalen) met naast hem bas, drums, percussie en vrouw Hanna met achtergrondvocalen in twee nummers.
En – zowaar – good old B. J. Cole (met wie heeft deze man niet gespeeld?) op dobro in ‘Extend no greeting’
en Olof Suus op de zingende zaag in ‘Let her down’. Thomas maakt goed in het gehoor liggende poppy
Americana. De opener, ‘Someday’ zou zo maar een nummer hebben kunnen zijn van een vroeg Dire Straits
album met gitaarspel dat doet denken aan Mark Knopfler en een lekker orgeltje in de begeleiding. Het Dire
Straits gevoel blijft aanwezig. Maar we horen een verwijzing naar Billy Swan’s onsterfelijke ‘I can help’ in
‘OK blues’, een van de hoogtepunten op de CD.
De eerste full CD van Benjamin Folke Thomas is geen wereldschokkende gebeurtenis, daarvoor betreedt hij
teveel begaande paden. Maar zijn liedjes zijn uitstekend en zijn stem is aangenaam genoeg om te bekoren.
Gewoon een lekkere CD!!!
Fred Schmale
donderdag 24 december 2015
Pagina 281 van 282
www.realrootscafe.com
[email protected]
Artist:
Roxanne de Bastion
Album:
Seeing You
Label:
Independent
donderdag 1 januari 2015
Ze kijkt bescheiden weg van de camera, ze ziet er heel jong uit en zo klinkt ze ook. Roxanne de Bastion
werd geboren in Berlijn, leerde gitaar spelen, luisterde veel naar The Beatles en probeerde haar eigen liedjes
te schrijven. In 2007, na het veroveren van een schooldiploma, besloot zij haar leven aan de muziek te
wijden, ze pakte de koffer en de gitaar, kocht een enkeltje London en vloog weg!
Het is een goede tijd voor meisjes met gitaren, akoestische muziek en liedjes schrijven zijn weer helemaal
hip. Tegenwoordig reist Roxanne per trein en bus naar optredens, in Engeland, Duitsland en zelfs in New
York. Verleden jaar bracht zij haar debuut-album 'The Real Thing' met tien liedjes uit, geproduceerd door
Gordon Raphael (The Strokes, Regina Spektor), vertellend over haar leven en gedachten, de dingen die zij
opmerkzaam waarneemt en de mensen die ze onderweg ontmoet.
Deze 'Seeing You EP' telt vier nieuwe liedjes en werd in London opgenomen door producer Ben Walker, met
de bedoeling om de charme en opgewektheid van Roxanne's live-optredens vast te leggen. Assistentie is
verleend op gitaar, bas, Hammondorgel, piano en cello. Er zijn vergelijkingen getrokken met Joni Mitchell
(van wie ik geen fan ben), maar dat valt gelukkig erg mee! Ik denk eerder aan Engelse folkpop, eind jaren
zestig en begin jaren zeventig, ik krijg een licht nostalgisch gevoel, vooral bij de titeltrack. Britse
recensenten zijn ook tevreden met haar overtuigend authentieke accent.
De melodieuze liedjes klinken kristalhelder en vloeiend, er zit een zeker soort onschuld in deze eerlijke,
simpele en persoonlijke observaties. Geen pogingen om de wereld te verbeteren, maar met kleine stapjes
komen we er misschien ook wel. "Wasteland" gaat over het deel van de Berlijnse muur, dat bewaard bleef
als de East Side Gallery. Eerder al beschadigd door controversiële pogingen tot renovatie, moest verleden
jaar een 23 meter lang stuk van de openlucht galerie wijken voor de bouw van luxe appartementen en
Roxanne is hier terecht boos over. "Rerun" graaft ook wat dieper, met een beschouwing over de constante
behoefte van de mens tot directe bevrediging van alle verlangens.
Een EP met lieve liedjes en daar valt niets op aan te merken. Mag ik Roxanne aanraden om eens naar mijn
favoriet Sonya Hunter te luisteren? Ze heeft genoeg in haar mars, om ook dat niveau te bereiken!
Johanna Bodde
donderdag 24 december 2015
Pagina 282 van 282

similar documents