Begroting 2015 Erratum.indb

Report
Begroting 2015
Meerjarig Bestuurlijk Programma 2015-2018
MBP 2015-2018
Begroting
2015
Inhoudsopgave
Raadsvoorstel
Raadsbesluit
Leeswijzer
5
9
11
1. Bestuurssamenvatting
13
2. Programmaplan
2.1 Programma economische stimulering
Kernthema Economische speerpunten
Kernthema Arbeidsmarkt
Kernthema Onderwijs
Kernthema Integraal sportbeleid
Kernthema Cultureel erfgoed
Kernthema Cultuur
19
19
21
25
29
33
36
39
2.2 Programma sociale infrastructuur
Kernthema Armoedebestrijding
Kernthema Meedoen en zorg
Kernthema Integraal jeugdbeleid
Kernthema Integraal ouderenbeleid
43
45
48
53
56
2.3 Programma Leefomgeving
Kernthema Schoon en heel
Kernthema Mobiliteit en parkeren
Kernthema Veiligheid
59
61
64
67
2.4 Ruimtelijke ontwikkeling
Kernthema Fysieke leefomgeving
Kernthema Herstructurering
Kernthema Centrum
Kernthema Duurzaamheid en milieu
75
77
80
84
86
2.5 Programma bestuur en dienstverlening
Kernthema Bestuurskracht
Kernthema Buurtgericht Werken
Kernthema Dienstverlening
Kernthema Middelen
91
93
98
100
104
3. Paragrafen
3.1 Lokale heffingen (BBV, artikel 10)
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing (BBV, artikel 11)
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen (BBV, artikel 12)
3.4 Financiering (BBV, artikel 13)
3.5 Bedrijfsvoering (BBV, artikel 14)
3.6 Verbonden partijen (BBV, artikel 15)
3.7 Grondbeleid (BBV, artikel 16)
3.8 Demografische ontwikkeling/krimp
3.9 Paragraaf subsidies
107
107
117
123
129
135
141
167
171
175
4. Bestuur en organisatie
4.1 Gemeenteraad
4.2 College van burgemeester en wethouders
4.3 Organogram
179
179
180
182
5. Financiële meerjarenbegroting 2015-2018
5.1 Uitgangspunten
5.2 Ontwikkeling (inclusief bezuinigingen)
5.3 EMU-saldo
5.4 Overzicht baten en lasten
5.5 Financiële status en weerbaarheid
183
183
185
187
189
191
3
6. Algemene dekkingsmiddelen
6.1 Lokale heffingen
6.2 Gemeentefonds
6.3 Dividenden
6.4 Onvoorzien
195
195
195
199
200
7. Bijlagen
7.1 Effectmonitor
7.2 Overzicht bezuinigingen
7.3 Balans per 31 december 2013
7.4 Kengetallen
7.5 Begrippen en afkortingen
201
201
217
222
225
227
4
Raadsvoorstel
Onderwerp
MBP 2015-2018
Begroting 2015
Inleiding/aanleiding
Conform de financiële verordening gemeente Heerlen stelt de raad bij aanvang van een nieuwe raadsperiode
een Meerjarig Bestuurlijk Programma (MBP) voor de komende raadsperiode 2015-2018 vast. De raad doet dit
op basis van een programma-indeling en de daaraan gekoppelde kernthema’s. Tevens stelt de raad op voorstel
van het college per programma effect indicatoren vast voor het meten en het afleggen van verantwoording over
de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid.
Daarnaast stelt het college jaarlijks de begroting op over het eerste kalenderjaar van de 4 jaarlijkse beleidsperiode en biedt deze ter vaststelling door de raad aan.
Het MBP is een nadere uitwerking van de uitgangspunten uit het vastgestelde coalitieakkoord ‘knokken met een
glimlach’ en geeft antwoord op de vraag wat we de komende vier jaar willen bereiken, wat we daarvoor gaan
doen en wat het gaat kosten. Hierbij schetsen wij per programma onze ambities. De voortgang in het realiseren
van deze ambities beschrijven wij aan de hand van de kernthema’s. Ook staan wij stil bij een aantal belangrijke
ontwikkelingen voor de stad.
Jaarlijks stellen wij de begroting op conform de gemeentewet, de financiële verordening en de planning- en
control cyclus. Jaarlijks wordt een begroting over het volgende kalenderjaar aan de raad aangeboden met daarbij een doorkijk naar de drie jaren volgend op het begrotingsjaar, de zogenoemde meerjaren begroting.
Kernthema:
Alle kernthema’s
Bevoegdheid
Raad
Voorstel
1a. Het Meerjarige Bestuurlijk Programma 2015-2018, inclusief de financiële gevolgen uit paragraaf 5.2 vast te
stellen.
1b. De begroting 2015 vast te stellen.
1c. Het college van burgemeester en wethouders autorisatie te verlenen tot bestedingen van de bedragen per
programma.
2. De volgende posten op te nemen in de begroting 2015, conform paragraaf 5.2 van het boekwerk
1. Programma Economische Stimulering
€
- 45.229.000
2. Programma Sociale Infrastructuur
€
- 75.636.000
3. Programma Leefomgeving
€
- 101.000
4. Programma Ruimtelijke Ontwikkeling
€
6.864.000
5. Programma Bestuur en Dienstverlening
€
120.846.000
3. Bezuinigingen op programma’s
De volgende bezuinigingsposten op te nemen in de begroting 2015
1. Programma Economische Stimulering
€
1.693.000
2. Programma Sociale Infrastructuur
€
2.198.000
3. Programma Leefomgeving
€
704.000
4. Programma Ruimtelijke Ontwikkeling
€
48.000
5. Programma Bestuur en Dienstverlening
€
1.468.000
4a. De volgende nieuwe investeringskredieten beschikbaar te stellen
1. Renovatie St. Janscollege (2015 en 2016)
€
8.000.000
2. Onderwijshuisvestingsprogramma
€
1.648.000
3. Website Heerlen (www.heerlen.nl)
€
250.000
4. Vervanging noodstroomaggregaat
€
100.000
5
4b. De volgende kredieten verschuiven in de tijd
1. BMV Hoensbroek Zuid (2015 > 2016)
€
3.300.000
2. BMV Hoensbroek Zuid (2016 > 2017)
€
3.000.000
3. Klimaatbeh. glaspaleis (2014 > 2015)
€
1.200.000
4. Aanpak wortelopdruk (2014 > 2015)
€
730.000
5. GRP Eikendermolenweg (2014 > 2016)
€
1.266.000
6. Archief bewaarplaats (2014 > 2015)
€
1.500.000
7. Archief bewaarplaats (2015 > 2016)
€
4.150.000
5. De volgende bestemmingsreserves te vormen vooralsnog zonder dotatie
1. Opvang Jeugdzorg
2. AWBZ/Wmo
6. In de begroting 2014 een bedrag van € 4.115.000 te storten in de bestemmingsreserve ‘Reeds genomen
besluiten’ ten behoeve van het financieren van het voorgenomen beleid zoals omschreven in de begroting
2015 (zie paragraaf 5.2 van het boekwerk).
7. Het saldo van alle voorgestelde besluiten ad € 7.000 te storten in de Algemene Reserve (zie paragraaf 5.2.
van het boekwerk).
Argumenten
1a Het MBP 2015-2018 geeft de richting en de ambities aan voor de komende bestuursperiode
Als kader voor het voorliggend MBP geldt het coalitieakkoord ‘Knokken met een glimlach’.
De onderwerpen uit het coalitieakkoord zijn meegenomen in het MBP 2015-2018 en middels ambities en doelstellingen per programma en per kernthema vertaald in antwoorden op de zogenaamde 3-w-vragen.
1b. De begroting 2015 geeft de concrete maatregelen voor het begrotingsjaar 2015
De raad stelt de begroting vast binnen haar kader stellende en sturende rol. De begroting is gebaseerd op de
besluitvorming en richtlijnen van het MBP 2015 - 2018. In deze begroting schetsen wij onze ambities. De voortgang in het realiseren van deze ambities beschrijven wij aan de hand van de afgeleide bestuurlijke programma’s. Ook staan wij stil bij een aantal belangrijke ontwikkelingen voor de stad.
1c. Autorisatie begroting
De gemeenteraad is het algemeen bestuur, stelt beleidskaders vast en controleert het college van B&W. De
gemeenteraad stelt de doelstelling vast en geeft het college de opdracht om deze te realiseren. Het college van
B&W neemt de dagelijkse besluiten. Afwijkingen op budgetten zoals deze in de begroting door de raad zijn toegekend, worden gedurende het jaar 2015 via een begrotingswijziging aan de raad voorgelegd.
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt hiermee geborgd
Conform de regels uit de financiële verordening is de raad bevoegd om mutaties over de programma’s goed te
keuren. Het beschikbaar stellen van financiële middelen is het sluitstuk van een politiek proces waar inrichting
wordt gegeven aan het gemeentelijk beleid door middel van het bepalen van de gewenste beleidseffecten, de
beleidsdoelen en de activiteiten om die effecten en doelen te bereiken. De indeling van de programmabegroting
vormt derhalve het aanknopingspunt voor de autorisatie door de gemeenteraad.
3. De budgettaire wijzigingen voortvloeiend uit de voorgestelde bezuinigingen
Het betreft een totaal pakket aan bezuinigingen te realiseren in 2015 en verder. Deze bezuinigingen zijn een
integraal onderdeel binnen de besluitvorming van de begroting 2015 (zie paragraaf 5.2 van het boekwerk).
4a/b. Investeringen en kredieten
Deze investeringen en kredieten zijn noodzakelijk om de voorgenomen beleidsintenties te realiseren en af te
schrijven.
5. Bestemmingsreserves komen voort uit “Wij kiezen voor een sociale stad”
In de komende bestuursperiode zal de invoering van de drie decentralisaties (participatie, jeugdzorg en AWBZ)
per 1 januari 2015 een groot deel van onze aandacht gaan opeisen. Deze decentralisaties vergen het uiterste
van ons als gemeente op het gebied van beleidsontwikkeling, bedrijfsvoering, samenwerking en bestuurskracht.
6
De belangrijkste vaststelling op dit moment is dat de invoering van de decentralisaties gepaard gaat met
ingrijpende rijksbezuinigingen en in het verlengde daarvan met de nodige financiële onzekerheden voor zowel
burgers als de gemeente.
Op basis van deze argumenten vormen wij deze bestemmingsreserve.
6. Vrijval reserves en voorzieningen overhevelen jaarschijf
In de begroting 2015 is een vrijval van reserves en voorzieningen opgenomen voor een totaal bedrag van
€ 6.062.000. € 4.115.000 stellen we via de jaarafsluiting 2014 ter beschikking voor de uitvoering van het beleid
in 2015. Conform wet- en regelgeving dient de vrijval van deze reserves en voorzieningen in 2014 verwerkt
te worden. Om deze middelen in te kunnen zetten t.b.v. de begroting 2015 wordt € 4.115.000 overgeheveld
d.m.v. de reserve ‘Reeds genomen besluiten’. Op grond van de BBV kan een bedrag van € 1.947.000 uit de
totale vrijval reserves en voorzieningen niet via deze reserve verlopen.
7. Storting in de algemene reserve
Op basis van geldende richtlijnen storten we dit saldo in de algemene reserve.
Tegenargumenten
N.v.t.
Kosten en dekking
Zie het boekwerk MBP 2015-2018/begroting 2015
Communicatie
• Persconferentie.
• Persbericht.
• (Stads)krant.
Evaluatie
Conform planning- en control cyclus door middel van afwijkingenrapportages (zomernota, novemberbrief) en
jaarrekening.
Planning, procedure en uitvoering
• Verspreiding naar de raadsleden op 16 oktober 2014.
• Technische toelichting op de begroting op 30 oktober 2014.
• Algemene beschouwingen op 5 en 6 november 2014.
• Verzending naar gedeputeerde staten (toezichthouder) vóór 15 november 2014.
Bijlagen ter inzage
Boekwerk MBP 2015-2018/begroting 2015
Burgemeester en wethouders van Heerlen,
de secretaris,
de burgemeester,
mw. C.L.A.F.M. Bruls
dr. P.F.G. Depla
7
8
Raadsbesluit
De raad der gemeente Heerlen;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.
registratienummer;
gegeven de agendering door het Presidium;
gehoord het advies van de raadscommissie voor ;
besluit:
1a. Het Meerjarige Bestuurlijk Programma 2015-2018, inclusief de financiële gevolgen uit paragraaf 5.2 vast te
stellen.
1b. De begroting 2015 vast te stellen.
1c. Het college van burgemeester en wethouders autorisatie te verlenen tot bestedingen van de bedragen per
programma.
2.
De volgende posten op te nemen in de begroting 2015, conform paragraaf 5.2 van het boekwerk
1. Programma Economische Stimulering
€
- 45.229.000
2. Programma Sociale Infrastructuur
€
- 75.636.000
3. Programma Leefomgeving
€
- 101.000
4. Programma Ruimtelijke Ontwikkeling
€
6.864.000
5. Programma Bestuur en Dienstverlening
€
120.846.000
3.
Bezuinigingen op programma’s
De volgende bezuinigingsposten op te nemen in de begroting 2015
1. Programma Economische Stimulering
€
1.693.000
2. Programma Sociale Infrastructuur
€
2.198.000
3. Programma Leefomgeving
€
704.000
4. Programma Ruimtelijke Ontwikkeling
€
48.000
5. Programma Bestuur en Dienstverlening
€
1.468.000
4a. De volgende nieuwe investeringskredieten beschikbaar te stellen
1. Renovatie St. Janscollege (2015 en 2016)
€
2. Onderwijshuisvestingsprogramma
€
3. Website Heerlen (www.heerlen.nl)
€
4. Vervanging noodstroomaggregaat
€
4b. De volgende kredieten verschuiven in de tijd
1. BMV Hoensbroek Zuid (2015 > 2016)
€
2. BMV Hoensbroek Zuid (2016 > 2017)
€
3. Klimaatbeh. glaspaleis (2014 > 2015)
€
4. Aanpak wortelopdruk (2014 > 2015)
€
5. GRP Eikendermolenweg (2014 > 2016)
€
6. Archief bewaarplaats (2014 > 2015)
€
7. Archief bewaarplaats (2015 > 2016)
€
8.000.000
1.648.000
250.000
100.000
3.300.000
3.000.000
1.200.000
730.000
1.266.000
1.500.000
4.150.000
5.
De volgende bestemmingsreserves te vormen vooralsnog zonder dotatie
1. Opvang Jeugdzorg
2. AWBZ/Wmo
6.
In de begroting 2014 een bedrag van € 4.115.000 te storten in de bestemmingsreserve ‘Reeds genomen
besluiten’ ten behoeve van het financieren van het voorgenomen beleid zoals omschreven in de begroting
2015 (zie paragraaf 5.2 van het boekwerk).
9
7.
Het saldo van alle voorgestelde besluiten ad € 7.000 te storten in de Algemene Reserve (zie paragraaf 5.2.
van het boekwerk).
Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen van
griffier,
voorzitter,
10
Leeswijzer
Voor u ligt het Meerjarig Bestuurlijk Programma (MBP) voor de nieuwe bestuursperiode 2015-2018 plus de
begroting 2015. Wij hebben ervoor gekozen om beide documenten in één boekwerk op te nemen. Met name in
de raadsprogramma’s zult u zien dat teksten inzake het meerjarig perspectief (MBP) worden afgewisseld met
teksten die betrekking hebben op de begroting 2015.
In de raadsprogramma’s staan de volgende vragen centraal:
• Wat willen we bereiken?
• Wat gaan we daarvoor doen?
• Wat mag dat kosten?
Deze zogenaamde W-vragen hebben wij als leidraad gebruikt bij de beschrijving van de raadsprogramma’s. De
maatschappelijke doelen zoals ze geformuleerd zijn in de programma’s zijn verder geoperationaliseerd in de
effectindicatoren in de bijlage 7.1.
Het MBP gedeelte van dit boekwerk zit met name in de vraag ‘wat willen we bereiken’. In het antwoord op deze
vraag schetsen wij als college ons meerjarig perspectief. Dat zijn de maatschappelijke effecten die wij willen
bereiken met ons beleid. We geven vervolgens ook aan wat we daarvoor meerjarig gaan doen en hoeveel dat
kost.
Het begrotingsdeel overlapt voor een groot deel deze vragen, behalve dat de begroting specifiek gericht is op
het jaar 2015.
In de begroting geven we over de jaren 2015 tot en met 2018 zowel financieel als inhoudelijk inzicht in onze
plannen. Deze begroting volgt de daarvoor geldende wettelijke voorschriften. Het document is opgebouwd uit
een ‘beleidsbegroting’ en een ‘financiële begroting’. De beleidsbegroting bestaat uit de raadsprogramma’s (economische stimulering, sociale infrastructuur, leefomgeving, ruimtelijke ontwikkeling en bestuur en dienstverlening) en de paragrafen.
In de financiële tabellen presenteren we de cijfers in een veelvoud van € 1.000. Hierdoor ontstaan mogelijk afrondingsverschillen in totaaltellingen, saldi en dergelijke. De kaders die we hanteren bij het realiseren van onze
doelen zijn opgenomen in de ‘paragrafen’. In de paragrafen lichten we het functioneren van de bedrijfsvoering
toe, maar ook op welke manier wij invulling gaan
geven aan het grondbeleid en de lokale heffingen. Daarnaast maken het weerstandsvermogen (inclusief een actueel overzicht van de risico’s), onderhoud kapitaalgoederen, financiering en verbonden partijen, deel uit van de
door het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) verplicht op te nemen paragrafen. Omdat wij de onderwerpen demografische ontwikkeling (krimp), en subsidies van groot belang vinden hebben wij deze onderwerpen in
een aparte paragraaf opgenomen.
11
12
1. Bestuurssamenvatting
‘Knokken met ambitie’
De Rijksbegroting die onlangs tijdens Prinsjesdag het licht zag liet een voorzichtig optimistisch beeld zien. Voor
het eerst sinds jaren is er weer sprake van economische groei, de werkloosheid daalt en de koopkracht van burgers en de investeringsdrang van ondernemers zitten in de lift. Weliswaar met kleine stapjes maar hier en daar
durft men ronduit te zeggen dat de crisis gekeerd is. Daarnaast was het kabinet zichtbaar opgelucht dat de besluitvorming rondom de decentralisatie-operatie een feit was. Een begrijpelijke opluchting want deze operatie,
en dan met name de daarbij horende bezuinigingen, vormt een belangrijk fundament onder de Rijksbegroting.
Bij burgers en gemeenten kan van opluchting allesbehalve sprake zijn. Zij staan aan de vooravond van het
werkelijk worden van deze megaoperatie (megabezuiniging!). Burgers vragen zich af of zij de komende jaren
nog wel de zorg en ondersteuning gaan krijgen die zij nodig hebben en gemeenten vragen zich af hoe zij de
klus moeten klaren en hoe zij de gemeentefinanciën rond moeten krijgen. Daar waar burgers niets anders rest
dan afwachten zijn de voorbereidingen bij ons als gemeente al enige tijd aan de gang. Ondanks deze voorbereidingstijd zijn er nog altijd veel onzekerheden. Onzekerheden die wij met man en macht voor ons zelf maar
vooral voor onze burgers tot het uiterste proberen te beperken. Ondanks deze inspanningen en ondanks de
inzet van iedereen de komende jaren zullen we ook moeten afwachten hoe deze nieuwe gemeentelijke taken
zullen uitpakken. Toch gaan wij ervoor om ondanks een financiële tegenvaller van ongeveer € 10 miljoen in
2015 (los van de drie decentralisaties) om inhoudelijke keuzes te maken de komende jaren.
Wij zien ook steeds vaker brandhaarden ontstaan in verschillende regio’s in de wereld. We hebben gezien
en ervaren dat deze mondiale conflicten rechtstreeks effecten kunnen hebben in ons eigen land en zelfs tot
maatschappelijke onrust kunnen leiden. Wij willen en kunnen onze ogen daar niet voor sluiten. Globalisering wil
ook zeggen dat nare ontwikkelingen in de wereld zich niet meer ‘ver van ons bed’ afspelen. Het is daarom zo
belangrijk onze eigen buurten goed te kennen en de dialoog in stand te houden.
De trend is dat van burgers steeds meer verwacht wordt. Burgers moeten langer zelfstandig zijn, het primaat
van de eigen verantwoordelijkheid wordt sterker en burgers moeten uitgaan van hun eigen kracht. In zekere zin
kunnen burgers steeds minder ‘leunen’ op ons als overheid. Bovendien wordt de speelruimte die wij als lokale
overheid hebben ook steeds kleiner om burgers te laten ‘leunen’. Dat betekent niet dat wij als overheid een stap
terug doen. In tegendeel. Een overheid die op afstand ideeën ontwikkelt en uitvoert is niet effectief. Wij moeten
in ons denken, doen en laten juist die burger, die ondernemer, die zorginstelling en die woningcorporatie betrekken. Dat betekent soms dat we ruimte moeten scheppen, dat betekent soms dat we moeten stimuleren en
prikkelen en dat betekent soms dat we randvoorwaarden moeten inrichten. In ieder geval betekent dit dat we
de stad heel erg goed moeten kennen.
Als lokale overheid moeten we steeds meer alles uit de kast halen om effectief te zijn. Dat zien we terug in onze
gemeentefinanciën. In deze begroting van € 400 miljoen (€ 320 miljoen zonder de nieuwe decentralisatiestaken) is inmiddels sinds 2011 € 25 miljoen bezuinigd. Het gaat daarbij vooral om autonome gemeentetaken die
rechtstreeks invloed hebben op de leefbaarheid in de stad. De druk op deze autonome gemeentetaken zal de
komende jaren alleen maar toenemen.
De bezuinigingsopgave voor 2015 liep in de aanloop van deze begroting op tot een bedrag van rond de € 11
miljoen. Ten opzichte van de bezuinigingsopgaven in de vorige jaren is dit een ongekend hoog bedrag. We hebben de afgelopen maanden twee bezuinigingsrondes nodig gehad om een pakket samen te stellen met de juiste
hoogte en het juiste evenwicht. Uiteindelijk hebben we er voor gekozen om naast bezuinigingsvoorstellen op
het gebied van efficiëntie (onze organisatie) en bezuinigingen op onze gemeentelijke taken ook de lasten voor
de burger te verhogen (de Ladder van Lodewijks). Tegelijkertijd hebben we onze ambities niet uit het oog verloren en gaan we ook nieuwe investeringen doen in de stad.
Dit alles dwingt tot realisme. Natuurlijk is het aanlokkelijk om te speculeren op de verwachte economische groei
maar de feiten en de opgaven vragen nu vooral om het opstropen van de mouwen en aan de slag te gaan.
We hebben bewezen dat we dat als stad juist heel goed kunnen: knokken. Maar niet alleen maar knokken. We
willen wel knokken met ambitie. En onze ambitie is groot. We willen een ondernemende stad zijn, wij willen
een sociale stad zijn, wij willen een stad zijn waar mensen graag zijn en de basis op orde is en we willen een
krachtige centrumstad zijn.
13
Dit is de ambitie die onze stad verdient, die elke Heerlenaar verdient, waar elke Heerlenaar zijn steentje aan
bijdraagt en waaraan elke Heerlenaar zijn/haar perspectief aan mag ontlenen.
Naast deze ambities kijken wij reikhalzend uit naar 2015. 2015 wordt ‘het jaar van Mijnen’ met als fantastische
uitsmijter: het Glazen Huis. Heerlen zal met beide evenementen regionaal, landelijke én euregionaal in de belangstelling staan. Daarnaast hopen wij in 2015 de eerste concrete ontwikkelingen van de Smart Service campus te mogen verwelkomen in de stad met mogelijk tal van nieuwe uitdagingen voor ons. Enkele andere nieuwe
impulsen die wij de komende jaren willen gaan realiseren in de stad zijn de realisatie van een mijnmuseum, het
continueren van de positieve ontwikkeling in het centrum. We maken daarnaast onder andere geld vrij voor een
ondernemershuis, leegstandsbestrijding en integraal ouderenbeleid. Tot slot voeren wij nog een aantal onderzoeken uit in het kader van meer blauw op straat en het versterken van lobby en citymarketing.
Decentralisaties
De decentralisaties AWBZ, jeugdhulp en participatie per 1 januari 2015 vormen een grote uitdaging voor ons als
gemeente. Immers, er komen tal van nieuwe taken op ons af en de daaraan gekoppelde bezuinigingen zijn fors.
We moeten meer gaan doen met minder geld waarbij we steeds nadrukkelijker de ‘eigen kracht’ van de burger
aanspreken. We hebben overigens de afgelopen jaren al te maken gehad met bezuinigingen op de huishoudelijke hulp waarbij het ons is gelukt om de financiële effecten op te vangen in onze begroting ter hoogte van
€ 3,4 miljoen. Ook de toekomstige bezuinigingen op de huishoudelijke hulp vanaf 2016 ter hoogte van € 1,5
miljoen vangen we op binnen onze meerjarenbegroting. We zien dan ook dat de massale landelijke ontslagen in
de thuiszorg bij ons niet aan de orde zijn.
Er zijn ook kansen. Voor het eerst krijgt één partij, de gemeente, zeggenschap over praktisch het hele sociale
domein. De decentralisaties maken het gemeenten mogelijk dwarsverbanden te leggen tussen de verschillende
beleidsterreinen: tussen de Wmo/AWBZ, de jeugdhulp en het domein van werk en inkomen. Ook dwarsverbanden tussen bestaande beleidsterreinen als onderwijs, economie, veiligheid, schuldhulpverlening/armoedebeleid
en herstructurering worden nu nog beter mogelijk. Dat betekent dat we als gemeente nog meer inzetten op
preventie, het bundelen van de zorg en voorzieningen, het efficiënter (lees: goedkoper) maken van de aangeboden hulp en het vergroten van de externe gerichtheid, naar de wijken en de burgers en ondernemers maar
ook naar andere gemeenten, zorginstellingen en andere mogelijke partners en allianties.
Daar waar bij de AWBZ en de jeugdhulp sprake is van min of meer nieuwe taken is dat bij de decentralisatie
participatie minder het geval. Maar ook op dit onderdeel betekent dit een omslag in werk en cultuur, omdat we
regelmatig actief zijn in dezelfde wijken en bij dezelfde gezinnen als de collega-professionals van zorginstellingen. Ook hier staat participatie en eigen kracht centraal. Ook hier zijn we door forse bezuinigingen op het
participatiebudget genoodzaakt om goedkoper te werken en op zoek te gaan naar dwarsverbanden. De dienstverlening richt zich meer op de klant. Wat wil de klant eigenlijk zelf? Wat kan de klant? wat is het beste voor de
klant? Allemaal vragen die steeds vaker gesteld zullen gaan worden en in samenhang met de andere samenwerkingspartners beantwoord moeten worden.
Op het budget dat wij van het Rijk krijgen om de taken van de decentralisaties uit te voeren wordt fors bezuinigd. We gaan er alles aan doen om met dit gekrompen budget de ondersteuning en de dienstverlening op
‘een aanvaardbaar niveau’ te houden. Als het gaat om de rijksbudgetten en de verdeelmodellen zijn wij een
lobby gestart met als uitgangspunt dat de budgetten/verdeelmodellen recht doen aan de specifieke situatie van
onze stad. Daarnaast proberen we om de uitgaven te verminderen door de tarieven van de zorginstellingen
te verkleinen, door de bureaucratie te verminderen en meer te vertrouwen op de mensen die het eigenlijke
werk doen en door minder langs elkaar heen te werken en meer samen te werken. Ook oplossingen door de
mensen zelf en ‘in de eigen omgeving’ zullen we stimuleren mits de oplossingen reëel zijn en niet tot overbelasting van mantelzorgers leiden. Collectieve en integrale oplossingen willen we zoveel mogelijk zoeken indien
dat ook daadwerkelijk mogelijk is voor een cliënt, evenals het ‘mengen’ van doelgroepen als dat verantwoord
is. Wanneer vervolgens alleen individuele (zorg)voorzieningen soelaas bieden dan zullen wij die als gemeente
bieden op een ‘aanvaardbaar’ niveau. Wanneer het rijksbudget uiteindelijk niet toereikend is zetten wij als gemeente eigen middelen daarvoor in.
In het licht van deze begroting kunnen we onmogelijk aangeven of en in hoeverre, meerjarig deze extra middelen nodig zijn ten gevolge van de decentralisaties. Onze ambitie is om met de middelen die we hebben de
ondersteuning en de dienstverlening op een ‘aanvaardbaar’ niveau te houden.
14
Deze ambitie baseren we op het feit dat zorginstellingen waarschijnlijk doelmatiger gaan werken en op het feit
dat wij als lokale overheid inderdaad doeltreffender kunnen opereren (dichter bij de burger, integraal aanbod,
samenwerkingsverbanden etc.). Anderzijds is een groot deel van het takenpakket nieuw voor ons en moeten
wij op onderdelen onze eigen organisaties opnieuw inrichten (aanloop- en frictie effecten). Daarnaast zijn er
belangrijke financiële onzekerheden als de afhankelijkheid van verdeelmodellen en enkele moeilijk te begroten
open-einde regelingen in de AWBZ en de jeugdhulp.
In zekere zin kunnen we 2015 als een overgangsjaar zien. In financieel opzicht omdat de middelen die wij in
2015 gaan ontvangen grotendeels zijn gebaseerd op historische budgetten en nog niet onmiddellijk de forse bezuinigingen bevatten die gepaard gaan met de decentralisaties. In principe geeft ons dat de ruimte om in 2015
de toets ‘aanvaardbaar niveau’ te ontwikkelen en de daarmee samenhangende financiële effecten te concretiseren. Deze effecten kunnen we vervolgens tijdens het begrotingsjaar 2015 verwerken in de lopende begroting (zomernota) én vervolgens concretiseren in de begroting 2016. Vanaf 2016 echter worden de middelen
verdeeld op basis van een nieuw objectief verdeelmodel, waarvan we nu al weten dat we te maken krijgen met
een forse rijkskorting op onze budgetten van ongeveer 10%. Daarnaast is 2015 het jaar waarin we enerzijds
pragmatischer ervoor moeten zorgen dat onze burgers niet tussen de wal en het schip vallen en anderzijds kunnen we onze aanpak en ons beleid verder doorontwikkelen samen met burgers, aanbieders en andere belanghebbenden. Dat betekent dat we andere sturings- en bekostigingstechnieken verkennen, en proberen meer
samenhang in de versnipperde aanbiedersmarkt te brengen en meer op innovatie en doelmatigheid zullen gaan
sturen.
Centrum
We willen dat het centrum van onze stad de krachtige economische motor is van deze regio. We willen hét centrum zijn van retail, cultuur, ontmoeting beleving en werkgelegenheid. Dat doen we met iedereen die daar belang bij heeft en dat kan ook alleen samen met iedereen die daar belang bij heeft. Maar we moeten ook eerlijk
zijn. Het centrum heeft veel meer potentie dan we er nu uit halen. We mogen ons afvragen of we onze ambities
kunnen realiseren met de aanpak zoals we die nu laten zien. Wij denken dat het allemaal een paar tandjes
meer mag. Natuurlijk betekent dat doorgaan met hard werken en zwoegen maar vooral ook op zoek gaan naar
een groter zelfbewustzijn en het vergroten van de schaal waarop wij als stad denken, samenwerken en investeren. In dat opzicht gaan we de komende jaren een fundamentele eerste stap zetten. Over vier jaar zal het
Maankwartier, naar het ambitieuze én visionaire ontwerp van Heerlenaar Michel Huisman, zijn verrezen in de
stad. Wij zijn ervan overtuigd dat dit fysieke icoon samen met de ontwikkeling van Schinkelkwadrant-Zuid een
nieuwe balans zal brengen in de stad. Een balans die meer recht zal doen aan de identiteit van het Heerlen van
nu. Een balans die beter de ambitie de creativiteit en het geloof in onszelf zal weerspiegelen. Natuurlijk is het
tot stand brengen van een megaproject als het Maankwartier niet makkelijk en natuurlijk vraagt een dergelijk
project dag in dag uit het uiterste van ons en alle achtentachtig duizend Heerlenaren, maar laten wij ook uitspreken dat deze raadsperiode een droom zal uitkomen. Een droom die niet alleen uitkomt maar zeker ook een
droom die wij verdienen en ons op weg helpt bij het realiseren van de plannen die wij met het centrum hebben.
Smart Services
Fysieke ontwikkeling kan geen doel op zich zijn. Wij zijn uiteindelijk een stad van mensen en niet van gebouwen. We weten ook dat ontwikkeling in de stad sterk afhangt van de mate waarin wij in staat zijn de ambities
én de creativiteit van burgers (ook ouderen) en ondernemers te kunnen mobiliseren. Dat zien we bijvoorbeeld
terug in de ontwikkeling van de Smart Services. In samenwerking met tal van partners zien we langzaam een
beweging ontstaan die mogelijk van fundamentele economische betekenis kan worden voor de stad. En het
woord ‘economische betekenis’ kan in dat opzicht letterlijk vertaald worden met ‘banen’. We zijn er nog niet
maar wij zien dat de Smart Services de potentie in zich heeft om uit te groeien tot een van de drie campussen in Zuid-Limburg en daarmee een belangrijke economische speler wordt binnen LED en de Kennis-as. De
Provincie Limburg, APG en de Universiteit Maastricht hebben in het najaar van 2014 een investeringsprogramma gepresenteerd voor de realisatie van de Smart Services Campus. De Gemeente Heerlen ziet deze investering als een grote kans voor de economische structuurversterking en de werkgelegenheid van de stad. Smart
Services zijn immers een belangrijke werkgever met een grote innovatieve potentie.
De afgelopen jaren is intensief samengewerkt met financieel-administratieve partners in de Smart Services
Hub. Met de campusplannen worden de vasthoudendheid en de ambitie van de gemeente ten aanzien van de
Smart Services vertaald in een majeur resultaat, met op termijn 2.000 tot 2.500 nieuwe arbeidsplaatsen.
Uniek en van bijzondere meerwaarde is dat de campus in het centrum een plek gaat krijgen.
15
Deze stedelijke campusontwikkeling is ook een uitdaging met betrekking tot de innovatieve denk- en ontwikkelkracht van onze stad, met vragen als: hoe binden we nieuwe werknemers aan deze stad? Hoe kunnen we
het investeringsvolume in de stad verder vergroten? Hoe kunnen we de Smart Services met andere sectoren
verbinden en versterken? etc.. De gemeente Heerlen zal de ontwikkeling van de Smart Services Campus zowel
inhoudelijk als financieel krachtig ondersteun. De gemeente zal daarbij met name de verbinding tussen de
campus en het lokale bedrijfsleven stimuleren. Aansluiting bij het overige bedrijfsleven is voor het succes en
de meerwaarde van de campus immers cruciaal. De gemeente zal bovendien meebouwen aan een campus community. Heerlen moet zo een broedplaats worden voor talent met als doel: meer studenten, bedrijven, werknemers en bewoners in onze stad. Dat betekent investeren in aantrekkelijke woonlocaties en goede voorzieningen
op onderwijsgebied en stedelijke dynamiek, zoals cultuur en een levendig en compact centrum.
Ook zien we dat onze leegstandsaanpak en de ontwikkeling van creatieve industrie in de lift zitten. Dit zijn
ontwikkelingen, vaak onconventioneel, die steeds meer een plek krijgen in de stad en daadwerkelijk resultaten
brengen.
Een stad van mensen kiest voor cultuur. Dat hebben wij de afgelopen jaren gedaan. Er circuleren lijstjes waarop
wij bij de top 3 culturele steden in Nederland horen. Dat is mooi, maar daar gaat het niet om. Heerlenaren
houden niet van lijstjes, ze houden van cultuur. Het past bij onze stad en het zit in onze genen. De culturele
lente was een begin van iets dat al in ons zat. Maar wij zouden geen Heerlenaren zijn als we cultuur niet zouden combineren en aanvullen met tal van evenementen en het steeds weer verlevendigen van onze stad. Dat
gaan we de komende jaren, samen met iedereen in de stad doorzetten waarbij we het accent ook vooral willen
leggen op ons cultureel erfgoed, onze identiteit. Het jaar van de Mijnen én Serious Request zijn al meteen echte
hoogtepunten waar we zelf met enorm veel plezier naar uitkijken en waarmee we ons karakter én onze ambitie
nog meer in de etalage kunnen zetten.
Naarmate wij ons als regionale centrumstad, als dé koopstad van Parkstad, meer ontwikkelen zullen de omliggende gemeenten daar meer profijt van hebben. De vraag of je dat moet vertalen in een nieuwe bestuursstructuur is voor de komende periode niet relevant. Relevant is wel dat wij samen met onze buurgemeenten de
economische structuur van deze regio kunnen versterken wanneer we vanuit onze individuele kracht samenwerken. Wij willen in dat opzicht een flinke duit in het zakje doen.
Samenvattend kunnen we stellen dat met de realisatie van het Maankwartier én Schinkelkwadrant-Zuid een
belangrijke mijlpaal in de fysieke ontwikkeling van Heerlen markeren. Er zal een nieuw beeld van de stad ontstaan dat beter bij ons zelf past én daardoor beter past bij het imago dat wij als stad willen uitdragen. Parallel
hieraan en vooruitlopend hierop moeten wij de niet-fysieke ontwikkeling op een zelfde ambitieniveau proberen
te brengen. Dat betekent investeren. Dat betekent dat we nog meer ondernemers en burgers moeten verleiden én prikkelen om particuliere investeringen te doen. Dat kan in het klein (bijvoorbeeld een burger die een
investering in een nieuwe gevel wil doen) maar dat kan ook in het groot (een bekende detaillist die zich wil vestigen in Heerlen). Dat betekent ook dat we er als overheid voor moeten zorgen dat nieuwe burgers en nieuwe
ondernemers zich nog meer welkom voelen in Heerlen. Dat betekent dat we de verschillende centrumorganisaties en culturele instellingen uit gaan dagen om vanuit samenwerking en daadkracht met ons de cultuur- en
evenementenkalender op een kwalitatief nog hoger en meer samenhangend niveau te brengen. Dat betekent
in algemene zin dat we nog meer de potentie, het optimisme en de creativiteit van de stad gaan aanboren. Ons
doel is eenvoudig: een krachtige, verfrissende centrumstad, aantrekkelijk voor anderen maar vooral ook een
stad die onszelf laat stralen !
Herstructurering
Herstructurering is van levensbelang voor een stad. Onze ambitie is dan ook dat wij een stad willen zijn waar
mensen graag zijn én waar de basis op orde is. Een dynamisch centrum kan niet bestaan zonder wijken en
buurten waar de openbare ruimte veilig, schoon, heel is en waar mensen het aangenaam vinden om te vertoeven. Daar dragen wij aan bij enerzijds in de gehele stad middels ons reguliere beleid en anderzijds door de
focus te leggen op specifieke, prioritaire buurten die extra aandacht nodig hebben middels onze herstructureringsaanpak.
Uit de ervaringen van de voorgaande jaren hebben we geconcludeerd dat een traditionele aanpak waarbij we
alles vastleggen in een plan en heel veel zaken worden geïnitieerd vanuit de overheid uiteindelijk niet tot de
gewenste resultaten leidt. De kracht zit juist in een stap voor stap ontwikkeling. Onze rol als overheid zal dan
ook een andere worden de komende jaren.
16
Eén die veel meer uitnodigt, meedenkt en ruimte biedt aan de samenleving. Een aanpak waarbij bewoners en
ondernemers met concrete plannen kunnen komen voor de fysieke en sociale ontwikkeling van de buurt, hetgeen de betrokkenheid van de buurten zal vergroten, de afstand tussen gemeente en bewoners zal verkleinen
en het wederzijdse vertrouwen zal vergroten.
De herstructurering in Heerlen heeft zich steeds gerichter en steeds beter in afstemming met burgers en partners in de buurten ontwikkeld en heeft zich steeds meer ontwikkeld tot een sociale herstructurering in samenhang met de ontwikkelingen in het sociale domein. Ook het belang én de kracht van herstructurering voor de
ontwikkeling van een vitale stad en vitale inwoners, is steeds helderder op ons netvlies gekomen.
Daar waar de herstructurering van MSP in een afrondende fase komt gaan we in Hoensbroek vooral onze plannen voortzetten. Inmiddels hebben we gaandeweg als stad enkele unieke methodes ontwikkeld die een antwoord geven op complexe herstructureringsvragen zoals ze bij ons actueel zijn.
De eerste methode is de methode Vrieheide. In Vrieheide gaan we met een zware rugzak aan ervaring de
herstructurering oppakken in de komende bestuursperiode. We weten inmiddels dat een traditionele herstructurering waarbij op voorhand doelstellingen, financieringen en processen worden vastgelegd, geïnitieerd vanuit
de overheid, uiteindelijk niet de gewenste resultaten zal opleveren. De kracht zit juist in een stap voor stap
ontwikkeling. Onze rol als overheid beweegt hierin hierin mee. Eén die veel meer uitnodigt, meedenkt en ruimte
biedt aan de samenleving. Een aanpak waarbij bewoners en ondernemers met concrete plannen kunnen komen
voor de ontwikkeling van de buurt, hetgeen de betrokkenheid van de buurten zal vergroten, de afstand tussen gemeente en bewoners zal verkleinen en het wederzijdse vertrouwen zal vergroten. Feit is dat Vrieheide
een krachtige impuls nodig heeft. Dat vinden wij, dat vindt de provincie maar vooral: dat vinden de bewoners
zelf. Zij willen niet dat er wordt afgebroken, maar dat er juist wordt opgebouwd. Dat er bewaard wordt waar zij
waarde aan hechten en dat er komt wat er ontbreekt. Ook ondernemers moeten er weer zaken kunnen doen en
de naam Vrieheide moet weer een goede klank krijgen in de wijde omgeving. Dat is de ambitie van de bewoners en daar gaan wij pal achter staan de komende jaren.
Daarnaast hebben we de methode Gebrookerbos ontwikkeld. Ook dit is een actueel voorbeeld van een t vernieuwde aanpak. Gebrookerbos is een onconventionele ontwikkelstrategie voor het gebied Heerlen-Noord.
De ambitie die wij daarbij hebben is om kwaliteit en krimp op een slimme manier met elkaar te verbinden. In
het gebied Heerlen-Noord tussen kasteel Hoensbroek en de Brussummerheide vormden beken, moerassen,
kastelen en oude dorpen ooit het decor voor de ontwikkeling van de mijnbouw. Op dit moment is het gebied
ten gevolge van de hedendaagse demografische veranderingen opnieuw een transformatiegebied. In plaats van
een toename van bebouwing ontstaan er door sloop en herstructurering nieuwe open gebieden. Met het project
Gebrookerbos willen wij een hernieuwde samenhang tussen nieuw en historisch landschap creëren. De vrijgekomen ruimten bieden tal van kansen voor een aantrekkelijk groen en hernieuwde economisch vitaal gebied. We
willen ondernemers en burgers zoveel mogelijk betrekken bij de ontwikkeling, aanleg en beheer van de nieuwe
zgn. blauwgroene zones, zodat het uiteindelijke resultaat ook daadwerkelijk optimaal benut zal gaan worden.
We denken dat wij met deze innovatieve methodes aansluiting kunnen vinden binnen de IBA. De IBA die juist
op zoek is naar experimenteergebieden waar ervaring wordt opgedaan met nieuwe vormen van ruimtegebruik,
nieuwe vormen van samenwerking en nieuwe instrumenten en waarbij een rol is weggelegd voor de eigen
bewoners, het bedrijfsleven en het maatschappelijke middenveld. Oftewel: spraakmakende en vernieuwende
projecten die Parkstad transformeren en in 2020 tijdens de slotmanifestatie tentoongesteld kunnen worden. We
mogen zeggen: ‘a perfect match’ !
Financieel uitgangspunt van deze begroting
Dat de gemeente Heerlen een enorme financiële opgave heeft, wisten we al eind 2013 toen wij een sluitende
begroting 2014 maar een niet-sluitende meerjarenbegroting vaststelden om zodoende de nieuwe coalitie niet
voor de voeten te lopen én in afwachting van meer duidelijkheid over de drie decentralisaties van het rijk. Het
is er sinds eind 2013 niet beter op geworden. We zijn geconfronteerd met enorme bezuinigingen, waaronder
de macro-korting (ook wel de efficiency korting genoemd op de decentralisaties), een forse bezuiniging op de
huishoudelijke hulp (Wmo) vanaf 2016 die wij wensen op te vangen, een extra tekort op de WOZL (door de
subsidieverlaging per arbeidsplaats) en de cao verhoging van ambtenaren. Daarnaast zien wij op bijvoorbeeld
het terrein van omgevingskwaliteit dat het een fikse opgave wordt om met de bestaande budgetten dit beschermd gebied waar te maken hetgeen betekent dat we niet meer één op één kunnen ingaan op de wensen
van onze burgers.
17
De afgelopen maanden hebben wij aan de hand van de ladder van Lodewijks, zoals genoemd in het coalitieakkoord, de begroting doorgelopen met in achtneming van de beschermde gebieden. Onze doelstelling daarbij
was natuurlijk een sluitende begroting 2015 en een meerjarenraming die structureel en reëel in evenwicht is. In
dit streven zijn wij geslaagd. Bij een aantal bezuinigingsopties hebben wij te maken met betrouwbaarheid van
ons als bestuur richting onze (maatschappelijke) partners. Zo vinden wij het logisch dat in een periode waarin
de gemeente forse en pijnlijke bezuinigingsmaatregelen moet treffen dat ook voor onze gesubsidieerde instellingen en verbonden partijen ook kritisch naar hun taken en efficiëntie moeten kijken. Het nu in deze begroting,
die in oktober openbaar wordt, bezuinigingen kenbaar te maken voor 2015 past niet in ons bestuurscultuur.
Onze mening en voornemen blijft overeind, maar wij gaan hierover het gesprek aan met de genoemde partners. Met de intentie deze maatregelen per 01-01-2016 te effectueren. Omdat nog niet helder is in welke mate
en in welk tempo bezuinigingen kunnen worden gerealiseerd zonder dat de burger hier onnodig hard getroffen
wordt, maar ook omdat wij bij verbonden partijen afhankelijk zijn van meerderheidsbesluiten hebben wij nog
geen bedrag gekoppeld (meerjarig) aan deze maatregel.
We hebben een pakket van concrete en realistische maatregelen samengesteld om de begroting 2015 sluitend
te krijgen. Daarbij was onze leidraad de inhoud van het coalitieakkoord. Vanuit de ambitie om reëel te begroten en gezien de feitelijkheid van de afgelopen jaarrekeningresultaten is onderzocht hoe wij met dit jaarlijks
verschil van nog geen half procent van de begroting om moesten gaan. Uit analyse bleek dat jaarlijkse meevallers in de jaarrekening steeds op andere producten en andere programma’s vallen. Vanuit de historische analyse is gebleken dat een meevaller van 1,2 miljoen bijna een wetmatigheid is geworden. Deze is vertaald naar
een taakstelling voor de komende jaren. Het bezuinigingspakket zoals opgenomen en weergeven binnen alle
programma’s bestaat op hoofdlijnen uit het verlagen van budgetten als gevolg van het doorlopen van de eerste
drie treden van Lodewijks. Bezuinigingen op de gemeentelijke organisatie op basis van de vierde trede van
Lodewijks, maar ook het vergroten van de lastendruk voor de burger, de vijfde trede.
Deze begroting is uiteindelijk niet sluitend in meerjarig perspectief. Voor het jaar 2018 ontkomen wij er niet aan
om een taakstelling op te nemen van € 3,6 miljoen. Een taakstelling is een opdracht aan onszelf om de komende periode het tekort in de begroting alsnog sluitend te krijgen. We kiezen hiervoor omdat we nu nog geen zicht
hebben op het tempo van de daadwerkelijke realisatie van de verschillende acties die wij gaan ondernemen.
Deze acties bestaan uit het zoeken en implementeren van efficiency maatregelen en samenwerkingswinst. Hier
verstaan wij ook het herijken van diverse beleidsnotities onder die zijn opgesteld in economisch betere tijden.
Daarnaast gaan wij waar mogelijk diverse fondsen, reserves en voorzieningen slim combineren of samenvoegen. Netto betekent dit natuurlijk dat er minder geld is, bijvoorbeeld een verlaging van het cofinancieringsfonds, en dat afwegingen nog belangrijker worden. Wij kiezen hiervoor omdat het reserveren van veel geld voor
mogelijke kansen niet past bij de financiële situatie waarin de acute problemen, vaak ook bij onze cliënten in
het sociaal domein, zo groot zijn. Verder gaan wij de eerder genoemde gesprekken met onze gesubsidieerde
partners en verbonden partijen aan. Dat betekent dat wij met al onze partners een takendiscussie gaan voeren
in het voorgaar van 2015. Wij realiseren ons dat het in het kader van behoorlijk bestuur belangrijk is hiervoor
omzichtig de dialoog aan te gaan en de tijd te nemen, zodat instellingen zich kunnen voorbereiden op lagere
budgetten en/of het schrappen van taken. Daarnaast zijn wij ervan overtuigd dat met een nog kritischere blik
en met in achtneming van het coalitieakkoord wij ook taken binnen onze eigen organisatie kunnen identificeren waar wij binnen deze bestuursperiode mee kunnen stoppen. Dit zijn moeilijke maar helaas noodzakelijke
discussies en keuzes met vanzelfsprekend organisatorische consequenties. De nieuwe bezuinigingen op de
organisatie beginnen in 2015. Voor de frictiekosten (dat zijn de kosten die wij moeten maken om deze bezuiniging daadwerkelijk te kunnen realiseren) is een budget gereserveerd. De bezuinigingen die we de komende
jaren extra eventueel gaan realiseren, gebruiken we om het begrotingssaldo danwel het weerstandsvermogen
te verbeteren. In de zomernota van 2015 presenteren wij de voortgang van de bezuinigingen en de taakstelling, inclusief hun meerjarige doorkijk.
Al met al zijn wij tevreden met dit MBP en deze meerjarenbegroting. Het is ons gelukt om een voor Heerlen
enorm bedrag aan bezuinigingen op een evenwichtige manier te verdelen. Ook is het ons gelukt om ondanks
deze mega-operatie onze ambities overeind te houden en te investeren in onze stad. Wij hebben het coalitieakkoord op deze wijze verankerd in dit MBP en in onze meerjarenbegroting. We realiseren ons dat het niet makkelijk gaat worden de komende bestuursperiode en dat we met z’n allen voor onze stad moeten doorknokken.
18
2. Programmaplan
2.1 Programma economische stimulering
Portefeuillehouders: J. Clemens, M. de Beer en B. Braeken
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat willen we in deze bestuursperiode bereiken met het programma economische stimulering?
Wij willen een ondernemende en aantrekkelijke stad zijn met een sterke rol voor burgers, ondernemers en
instellingen waarbij wij ons als overheid in eerste instantie richten op het scheppen van randvoorwaarden en
het investeren in de contacten met onze partners. De investeringen in cultuur hebben de aantrekkelijkheid van
onze stad aantoonbaar verbeterd (aantrekkelijkheidsindex Atlas voor Gemeenten) en daarmee ook het imago
van de stad. Daarom willen wij ook de culturele lente voortzetten. We wachten onze kansen af en wanneer zich
goede mogelijkheden voordoen die passen binnen onze gemeentelijke visie dan springen wij daarop in samen
met én vertrouwend op onze maatschappelijke partners. We vinden het belangrijk dat de economische investeringen en de inspanningen die wij doen ook daadwerkelijk rendement hebben én samenhangend en versterkend
zijn ten aanzien van andere beleidsterreinen als leefbaarheid, veiligheid, herstructurering, arbeidsmarktbeleid,
armoedebestrijding, onderwijs, sport etc.. Wij denken de komende jaren met dit programma hiervoor een basis
te kunnen leggen. De mate waarin wij dat kunnen doen is echter afhankelijk van de economische barometer de
komende jaren.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat zijn onze ambities in deze bestuursperiode binnen het programma economische stimulering?
De belangrijkste ambitie binnen het programma economie is het versterken van de afstemming tussen economie, onderwijs en arbeidsmarkt. Voorbeelden hiervan zijn het versterken van de competentiegerichte match
van vraag en aanbod tussen onderwijs en arbeidsmarkt, maar ook een betere afstemming van het onderwijsaanbod en de vraag vanuit het bedrijfsleven. Werkgevers moeten daarnaast niet alleen maar op zichzelf gericht
zijn maar geprikkeld worden om aandacht te hebben voor participatie op allerlei niveaus. We willen dat sport,
cultuur en cultureel erfgoed een nog belangrijkere rol gaan spelen bij het versterken van ons lokale vestigingsklimaat voor zowel burgers als ondernemers maar vooral ook bij het versterken van onze identiteit en ons
imago als stad.
We willen graag zien dat steeds meer bedrijven gaan passen binnen onze economische speerpunten, waarbij
specifiek het belang wordt erkend van een sterke clustering van winkelvoorzieningen en een onderscheidende
detailhandel. Maar bovenal ambiëren wij het vergroten van de internationale/euregionale blik bij burgers, bedrijven en overheden.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Hoe gaan wij in deze bestuursperiode onze inspanningen meten binnen het programma economische stimulering?
Voor de indicatoren behorende bij het programma economische stimulering verwijzen wij naar de Effectmonitor
die is opgenomen als bijlage.
19
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het programma economische stimulering kosten?
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Geraamde totaal saldo van
baten en lasten
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-101.144
-100.098
-92.773
-89.582
-89.698
-86.987
61.298
58.218
8.602
5.566
5.523
5.523
-39.846
-41.880
-84.171
-84.016
-84.176
-81.465
-1.150
Toevoeging reserves
-786
-845
-682
-1.444
-1.085
Onttrekking reserves
3.702
4.209
2.657
2.265
4.160
2.899
-36.930
-38.515
-82.196
-83.195
-81.101
-79.716
Rekening
Bijgestelde
begroting
Begroting
Geraamde resultaat
Specificatie kernthema’s (saldo)
x € 1.000
Arbeidsmarkt
Cultureel erfgoed
Cultuur
Economische speerpunten
Onderwijs
Integraal Sportbeleid
Bestemming
Totaal
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-7.826
-6.505
-48.727
-46.893
-45.050
-43.581
-2.576
-3.393
-3.195
-3.052
-3.101
-3.150
-12.578
-13.885
-13.954
-12.588
-12.573
-12.501
-3.252
-4.179
-2.909
-3.458
-3.435
-3.415
-10.206
-10.524
-11.598
-14.225
-16.484
-15.307
-3.408
-3.394
-3.788
-3.801
-3.533
-3.512
2.916
3.364
1.975
821
3.075
1.749
-36.930
-38.515
-82.196
-83.195
-81.101
-79.716
Risico’s
• Claims van derden (juridische procedures).
• Macro-Economische activiteiten (economisch-financiële crisis).
• Verbonden partijen (begrotingsresultaten).
• Onderwijshuisvesting (in relatie tot beschikbare budgetten).
Voor toelichting zie paragraaf 3.2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
20
Kernthema Economische speerpunten
Inleiding
Met dit kernthema willen we een bijdrage leveren aan onze ambitie ‘wij willen een ondernemende stad zijn’.
Om dit te realiseren zijn er een aantal basisvoorwaarden die wij nastreven. Zo is het belangrijk onze ondernemers te koesteren, een slimme en effectieve combinatie te maken met de beleidsterreinen arbeidsmarkt en
onderwijs, te beschikken over een goed imago, een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en een goede infrastructuur. In 2012 heeft de gemeenteraad de nota economie vastgesteld. Er is daarbij gekozen voor een sectorenbeleid. Een drietal grote sectoren en een drietal groeisectoren. Deze sectoren zijn gekozen omdat ze zichtbaar
zijn, succesvol zijn, potentie hebben of verbonden zijn met de identiteit van de stad. De grote sectoren (zorg,
Smart Services en detailhandel) hebben een lange geschiedenis in onze regio en bieden Heerlen kansen vanuit
hun bestaande kracht. De groeisectoren (creatieve industrie, medisch-technische innovaties, zorginnovaties en
nieuwe energie) zijn recenter ontstaan en zijn met name kansrijk nu en in de nabije toekomst.
Aanvullend aan deze sectoren zal de komende periode ook extra aandacht worden besteed aan de sector
(maak)industrie.
Daarnaast is het belangrijk om over de stads- en landsgrenzen heen te kijken om zo de arbeidsmarkt en de
ondernemerspotentie voor deze regio te vergroten.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema economische speerpunten om onze doelstellingen te bereiken?
• We willen het contact met de ondernemers versterken
Het is belangrijk dat wij de Heerlense ondernemer beter leren kennen. De contacten tussen gemeenten en
ondernemers zowel bestuurlijk als ambtelijk zullen we daarom frequenteren. Werkbezoeken zullen daarnaast
een follow-up moeten hebben en moeten gericht zijn op wederzijdse mogelijkheden. Dat betekent ook dat
ondernemers zelf actief kunnen bijdragen aan onze eigen gemeentelijke doelstellingen waarbij wij als gemeente de ruimte én de faciliteiten moeten geven voor ideeën van ondernemers. Een aanpak dus die vanuit
de gemeente veel meer bottom-up georiënteerd is.
• We willen de acquisitiefunctie van ons als gemeente versterken zowel in structuur als in capaciteit.
Belangrijk hierbij is het ontwikkelen van een nog duidelijker economisch profiel van de stad. Bij de uitwerking van dit profiel willen we zeker ook onze ondernemers betrekken omdat wij geloven dat ook zij met hun
netwerken een actieve en effectieve bijdrage kunnen leveren aan acquisitie. Daarnaast gaan wij ons als
gemeente in onze acquisitie-aanpak meer strategisch en pro-actief opstellen.
• Arbeidsmarktbeleid en economisch beleid gaan we sterker met elkaar verbinden.
Om de effectiviteit van onze aanpak te versterken is het belangrijk om de scheidslijn tussen arbeidsmarktbeleid en economisch beleid vloeibaar te maken. Dat gaan we doen door bijvoorbeeld onze economische speerpunten rechtstreeks te koppelen aan werkgelegenheidsdoelstellingen. Ook de werkgeversbenadering gaan
we integraler oppakken bijvoorbeeld op het gebied van acquisitie door werkgevers die geïnteresseerd zijn in
onze stad als vestigingsgebied een totaalaanbod op tafel te kunnen leggen met de specifieke en relevante
gegevens over de stad (onder andere werknemersaanbod, grondprijzen).
• De rol die die wij als gemeente hierbij vervullen is die van aanjagen, activeren en acquireren.
Aanjagen heeft tot doel het laten ontstaan van nieuwe initiatieven, innovatie en samenwerking. We gaan dat
doen middels het faciliteren van ondernemers, het bepalen van de brede economische clusters, het benoemen van accountmanagers binnen onze organisatie, het voeren van een actief relatiemanagement, het
bevorderen van de samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid en het denken in termen van
mogelijkheden in plaats van barrières. Het doel van acquireren is het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid.
Dat gaan we doen middels het bepalen van een duidelijk economisch profiel, het versterken van de acquisitieformatie, het inzetten van pro-actieve en strategische acquisitie, het verbinden van zakelijke netwerken,
het inzetten van ondernemers als ambassadeurs, het koppelen van economische doelstellingen aan werkgelegenheidsdoelstellingen.
21
Het doel van activeren is: zoveel mogelijk mensen aan het werk. Dat doen we door het bepalen van de
loonwaarde van werknemers, het bemiddelen van mensen uit de participatiewet, het ontwikkelen van een
werkgeversdienstverlening, het gebruik maken van accountmanagers, het ontzorgen van ondernemers met
betrekking tot de arbeidsvraag, het koppelen van arbeidsmarkt- en economisch beleid en het inzetten van
ambassadeurs.
• Grote, stabiele sectoren waar wij economische kansen zien.
Smart Services. De mijnen hadden uitgebreide en goede financieel dienstverlenende afdelingen. Ook na de
sluiting van de mijnen zijn bedrijven hier neergestreken waarmee deze kennis niet verloren is gaan. Op dit
moment groeit het tekort aan opgeleid personeel voor deze bedrijven. Bedrijven, onderwijs en overheid werken samen om van elkaars kennis gebruik te kunnen maken en om in de behoefte aan geschoold personeel
te voorzien. We willen gedurende onze bestuursperiode een fysieke campus ‘Smart Services’ in het centrum
gaan ontwikkelen. Met name deze campusontwikkeling in het stadscentrum is een innovatieve ambitie. De
financieel-economische en administratieve dienstverlening is immers sterk verankerd in Heerlen en biedt
mede dankzij de extra impuls van de Limburg Economic Development (LED) kansen op het gebied van werkgelegenheid én op het gebied van duurzame economische ontwikkeling. Hiervoor dient ook het vestigingsklimaat voor, en de dienstverlening aan, nieuwe werknemers te worden versterkt.
Zorg. In Heerlen en Parkstad is een groot aantal zorginstellingen aanwezig. Door de ontgroening en de toenemende zorgvraag zullen er op termijn te weinig ‘handjes’ in de zorg zijn. De Zorgacademie is een samenwerking van diverse onderwijsinstellingen en zorginstellingen om het verwachte personeelstekort vanaf 2015
op te vangen. Op het gebied van zorg willen we specifiek voortbouwen op de huidige samenwerking van
zorginstellingen en kennisinstellingen in de zorgacademie en in algemene zin op innovatie en de inhoudelijke
ontwikkeling van de zorg.
Detailhandel (Heerlen koopstad). Heerlen is het onbetwiste centrum van Parkstad. Een krachtig centrum
van Heerlen maakt de regio nog aantrekkelijker. Om de regionale woon- en werkomgeving aantrekkelijk en
leefbaar te houden is een stadscentrum met een groot aanbod aan winkels, bedrijvigheid, wonen, vermaak
kunst en cultuur van eminent belang. We ambiëren een sterke binnenstad om zo het voorzieningenniveau
voor de consumenten en inwoners in stand te houden zodat winkeliers een gezonde boterham kunnen verdienen. We zetten hierbij in op ons brancheringsbeleid en het stimuleren van ondernemerschap. We willen
de fysieke winkelvoorraad in onze stad herstructureren en het bestrijden van de leegstand voortzetten. Een
belangrijk onderdeel hierbij zijn de initiatieven vanuit de stad.
Ook de maakindustrie is een grote sector in Heerlen. Deze sector zorgt voor 45% van de werkgelegenheid in
deze regio. In het kader van arbeidsmarktbeleid en derhalve ter oplossing van de nog steeds hoge werkloosheid, is en blijft de maakindustrie eveneens een belangrijke sector. Om hier nader invulling aan te geven
wordt de werkrelatie tussen de beleidsvelden economie en arbeidsmarkt versterkt. Om de diversiteit van
deze sector beter in beeld te krijgen en de mogelijkheden te benutten zal het relatiebeheer hier versterkt
worden.
• Naast de grote, stabiele sectoren kent Heerlen groeiende markten waar potentie in zit. Daarom kiezen wij
voor een stimulerend beleid voor deze sectoren.
Creatieve industrie. Cultuur (in al haar facetten) is tegelijkertijd een belangrijke vestigingsfactor alsook
van duidelijke invloed op het imago van de stad. Daarmee is dit een belangrijke motor voor de economie.
Daarnaast zorgt de creatieve industrie voor steeds meer banen. Heerlen blijft inzetten op het stimuleren van
ondernemerschap in de creatieve industrie.
Medische technologie. In en rond Heerlen zijn een groot aantal bedrijven gevestigd in de sectoren medtech en life sciences. Heerlen is een ideale vestigingsplaats voor medisch technologische en aanverwante
bedrijven vanwege de centrale ligging in Europa. Wij zetten in op het verbinden van zorginnovatie, opleiding/
scholing en bedrijfsleven.
Nieuwe energie. De gemeente Heerlen heeft in de afgelopen jaren een actieplan opgezet en uitgevoerd,
dat ertoe heeft geleid dat Heerlen open staat voor bedrijven die zich richten op nieuwe energie. Heerlen zet
in op het versterken van het MKB in de sector nieuwe energie om straks mee voorop te lopen in Nederland.
Het MKB kan een wezenlijke bijdrage leveren aan de energietransitie van Parkstad.
• Het versterken van het profiel van Heerlen met als resultaat een sterkere identiteit en een positief imago
draagt bij aan het vestigingsklimaat. Dit profiel grijpt terug op de historie maar geeft tegelijkertijd de ambitie
weer waaraan anderen graag participeren om hun eigen doelen te realiseren. Onderdeel hiervan is het uitdragen van de aanwezige economische kracht en succesverhalen.
22
Het aanwezige culturele erfgoed vormt onderdeel van dit profiel. Het profiel onderschrijft de internationale/
euregionale positie van deze stad. Dit profiel waaruit onze economische kracht blijkt alsmede de internationale setting van deze regio zal actief worden uitgedragen middels citymarketing.
• Regionale samenwerking. De samenwerking met Aken wordt verder ontwikkeld en versterkt, niet alleen
vanuit economisch perspectief maar mede vanuit aanknopingspunten met al onze beleidsvelden. In dit kader wordt gewerkt aan vergroting van de toegevoegde waarde van ‘Arbeitsgemeinschaft Charlemagne’. De
speerpunten van Heerlen, zoals bijvoorbeeld Smart Services, worden hier nadrukkelijk bij betrokken. Ook de
bestaande netwerken van LED en Mahl worden versterkt ingezet om de toegevoegde waarde voor Heerlen te
vergroten.
Begroting 2015:
Wat gaan we daarvan doen in 2015?
• Smart Services
De daadwerkelijke realisatie van een fysieke campus op het gebied van Smart Services zullen wij als gemeente actief ondersteunen. Hiervoor richten wij een taskforce in die zich gaat bezighouden met: de migratie van de Smart Services Hub activiteiten naar de campus, het verbinden van het lokale bedrijfsleven aan
de campus, het ontwikkelen van een campus community, het verwelkomen en verwijzen van nieuwe werkgevers, werknemers en mogelijke nieuwe bewoners als gevolg van de campusontwikkeling. Daarnaast zien wij
ook het belang van het binden van potentiele werknemers aan onze stad. Hier willen wij actief op inzetten.
• Het versterken van de contacten met het bedrijfsleven via onder andere het afleggen van werkbezoeken
(bestuurlijk en ambtelijk). Het benoemen van interne accountmanagers die in dit kader ook zorgdragen voor
follow-up.
• Het versterken van de acquisitiefunctie met meer nadruk op de strategische en pro-actieve acquisitie en de
acquisitie van nieuwe winkelformules. Hiervoor wordt in 2015 een plan ontwikkeld.
• Het onderzoeken van een betere integrale ondernemersdienstverlening. Hierbij wordt een koppeling gelegd
tussen de te versterken accountmanagementfunctie, de acquisitiefunctie en de werkgeversdienstverlening in
het kader van de nieuwe participatiewet.
• Het ontwikkelen van een duidelijker economisch profiel c.q. propositie, inclusief het benoemen van ambassadeurs (ondernemers) uit onze stad. Hierbij wordt voortgebouwd op de grote clusters inclusief de maakindustrie en de groeiclusters.
• Koopzondagen
We willen de ondernemers in onze stad vragen om in het kader van een mogelijk nieuw koopzondagenbeleid
met een breed gedragen nieuw voorstel te komen voor 1 april 2015. Wij zullen als gemeente vervolgens in
de lijn van dat voorstel tot uitvoering over gaan. Wanneer de ondernemers dit voorstel niet oppakken zullen
wij als gemeente een alternatief voorstel ontwikkelen dat zich inhoudelijk beweegt in de richting van het in
2013 door het college gedane voorstel. In ieder geval zal vanaf 1 mei 2015 nieuwe regelgeving van kracht
zijn.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema economische speerpunten om dit te realiseren?
• De Bouwstenennotitie Economie, 2010.
• Nota economie 2012.
• Het Actieprogramma Nieuwe energie.
• De Strategische visie op het toerisme Parkstad Limburg, 2008.
• Het Regioprogramma (meerjarig uitvoeringsprogramma regiodialoog), 2010.
• Het Actieplan Creatieve Industrie, 2010.
• De Retailstructuurvisie 2010-2020.
• Het Actieplan Nieuwe Energie, 2010-2014.
23
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema economische speerpunten kosten?
Economische speerpunten
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-5.746
-4.773
-2.921
-3.470
-3.435
-3.415
2.494
594
12
12
0
0
-3.252
-4.179
-2.909
-3.458
-3.435
-3.415
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema economische speerpunten?
• Ten behoeve van de Smart Services campus reserveren wij extra middelen ter hoogte van € 300.000 vanaf
2015.
• Voor leegstandsbestrijding reserveren wij in 2016, 2017 en 2018 jaarlijks een extra bedrag ter hoogte van
€ 200.000.
• Ten behoeve van acquisitie reserveren wij in 2016, 2017 en 2018 jaarlijks een extra bedrag ter hoogte van
€ 125.000.
• Voor de versterking van de integrale ondernemersdientverleningis vanaf 2016 € 150.000 (ondernemershuis).
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema economische stimulering?
• Door de budgetten van economie en de budgetten van nieuwe energie met elkaar te combineren realiseren
wij een bezuiniging van € 30.000 structureel vanaf 2015.
24
Kernthema Arbeidsmarkt
Inleiding
Met het kernthema arbeidsmarkt richten we ons op het versterken van de werkgelegenheid én op het versterken van het ondernemerschap. Dat doen we door zoveel mogelijk en zo intensief mogelijk een match te maken
tussen de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid. Dat doen we door ons enerzijds te richten op de vraagkant van de arbeidsmarkt en anderzijds op het meer geschikt maken van het aanbod. Wij maken daarbij geen
verschil tussen additionele en reguliere werkgelegenheid. Wij stellen ons in algemene zin tot doel om de participatiegraad te verhogen. Het bestrijden van werkloosheid is het meest directe instrument waarmee we als lokale
overheid de participatie van onze burgers kunnen realiseren en versnellen. De investeringen die wij als gemeente aan ons arbeidsmarktbeleid kunnen besteden worden echter kleiner door slinkende budgetten. We zullen onze middelen dus slimmer in moeten gaan zetten. Het wordt steeds belangrijker dat wij nog nauwkeuriger
weten wie met welke competenties in onze bijstandsbestanden zit én wat de arbeidsvraag is van ondernemers.
Alleen zo kunnen we optimaal inspelen op ontwikkelingen in de markt en concrete vragen van werkgevers. ‘Ken
je klant’ én ‘ken de ondernemer’ dus. Een succesvolle plaatsing op de arbeidsmarkt blijft daarnaast sterk afhankelijk van: gericht onderwijs, geen uitval uit het onderwijs, gerichte economische ontwikkeling/sturing/acquisitie en een slimme en goede invulling van de randvoorwaarden (kinderopvang/schuldhulpverlening etc.).
Met de nieuwe Participatiewet vanaf 1 januari 2015 komt er één regeling voor iedereen die voorheen een beroep deed op de wet Werk en Bijstand, de Wajong of wet Sociale Werkvoorziening. Uitgangspunt van deze wet
is dat iedereen naar vermogen participeert. Met participeren bedoelen we het verrichten van arbeid. In ieder
geval is dat het uiteindelijke doel. Maar voor een aantal mensen gaat daar nog een heel traject aan vooraf wanneer iemand nog niet ‘rijp’ is voor de reguliere arbeidsmarkt. Zo kan het zijn dat eerst in de praktijk werkervaring opgedaan moet worden, bijvoorbeeld met een werkervaringsplek of een werkstage gekoppeld aan een opleiding, of werken met behoud van uitkering mogelijkerwijs binnen het gemeentelijk werkbedrijf. Voor anderen
zullen deze vormen van participatie nog te ver weg liggen of door omstandigheden niet mogelijk zijn. Dan zijn
er andere opties als vrijwilligerswerk of het naar vermogen klussen in de wijk.
Ook zullen er mensen zijn die eigenlijk niet kunnen werken en die aangewezen zijn op dagbesteding. Ook die
dagbesteding kan een arbeidsmatig karakter hebben. We bevinden ons dan op het snijvlak van Beschut Werken
en de Wmo/AWBZ. Participatie is in de eerste plaats belangrijk voor de betrokkenen zelf. Het geeft immers een
zinvolle dagbesteding. Feit is dat mensen bij actieve participatie zich ontwikkelen omdat constant bewust en
onbewust competenties, vaardigheden en kennis ontwikkeld worden.
Daar waar we met ons re-integratie inspelen op de kansen en mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt (dat wil
zeggen een duurzaam baanperspectief, vraaggericht én aanbodgeschikt) willen we de focus op de vraagkant én
het matchen van vraag en aanbod nog meer versterken. Het gaat daarbij om afstemming, beleidsontwikkeling
en samenwerking met andere overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven op lokaal, regionaal en provinciaal niveau. Deze afstemming vindt in Zuid-Limburg onder regie van Heerlen structureel en methodisch plaats
binnen het RAN (Regionaal Arbeidsmarkt Netwerk) waarin ‘de 3 O’s’ (overheid, ondernemers en onderwijs) zijn
vertegenwoordigd. Concrete projecten zullen de komende jaren binnen de speerpunten (diagnose/ken je klant,
jeugdwerkloosheid, werkgeversdienstverlening, leren én werken, participatie en re-integratie) ontwikkeld gaan
worden. Deze indeling hanteren we ook binnen dit kernthema.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema arbeidsmarkt om onze doelstellingen te bereiken?
Jeugdwerkloosheid
• Jongerenloket. De bestrijding van de jeugdwerkloosheid én de preventie van ervan (door de versterkte
samenwerking met het onderwijs) hebben in Heerlen vruchten afgeworpen onder andere door onze eigen
aanpak binnen het Jongerenloket. Dit willen we hoe dan ook continueren waarbij we de hoop uitspreken dat
andere Parkstadgemeenten toch weer besluiten om zich hierbij aan te sluiten.
Leren én werken
• We willen als stad mensen met een hoge opleiding aantrekken en binden.
In algemene zin is het belangrijk als stad om naast het belang van het vergroten van het arbeidsaanbod ook
in de randvoorwaardelijke sfeer arbeid in Heerlen aantrekkelijker te maken. Dat willen we gaan doen in de
vorm van zgn. arrangementen.
25
Dat betekent dat niet alleen de baan interessant is, maar ook allerlei andere factoren die daarmee verband
houden.
Deze arrangementen willen we de komende periode steeds concreter gaan maken tegelijkertijd met de ontwikkelingen rondom de Smart Services (campusontwikkeling). Het gaat daarbij om het ontwikkelen van een
betere leer-werk omgeving, zgn. ontzorgprogramma’s, trainee-programma’s etc..
• De positie van ouderen op de arbeidsmarkt willen we versterken en behouden.
De positie van oudere werknemers (50 plus) heeft de speciale aandacht in het stedelijk netwerk. Onderdeel
hiervan is met name ook de mobiliteit tussen de verschillende sectoren. Onderzocht gaat worden op welke
manier we de positie van deze werknemers kunnen versterken. Binnen ons eigen beleid is het uitgangspunt
dat daar waar wij in algemene zin ons participatie- en arbeidsmarktbeleid consolideren en waar nodig verbeteren dit ook voor specifieke doelgroepen als 50 plussers positieve gevolgen heeft.
• De kansen van een grensoverschrijdende arbeidsmarkt willen we beter gaan verkennen en benutten.
Dit thema bespreken en onderzoeken we onder andere in het samenwerkingsverband Charlemagne (grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen gemeenten en regionale overheden gelegen rond het drielandenpunt van Nederland, Duitsland en België). Daarnaast willen we proberen om binnen de arbeidsmarktregio en mogelijk de provincie dit thema sterker op de agenda te krijgen met als doel te komen tot concrete
projecten zoals bijvoorbeeld een grensoverschrijdend trainee-programma.
Participatie en re-integratie
• Beschut werken continueren.
De gemeente organiseert beschut werk voor mensen die door lichamelijke, verstandelijke en/of psychische
beperking een zodanige mate van ondersteuning nodig hebben dat van reguliere werkgevers niet (zonder
meer) kan worden verwacht dat zij deze mensen in dienst nemen. Beschut werk kan, met extra aanpassingen en begeleiding, ook bij een reguliere werkgever worden georganiseerd. In de komende bestuursperiode
blijven wij als gemeente een onderkomen (lees: werk) bieden voor mensen die een beschut werk plek nodig
hebben.
Begroting 2015:
Wat gaan we daarvan doen in 2015?
Werkgeversdienstverlening
• We willen een integrale werkgeversdienstverlening gaan ontwikkelen.
Als gemeente beschikken we over een aantal instrumenten waarmee we de contacten met, en de dienstverlening aan, werkgevers vorm geven. Zo zijn er onder andere het werkgeversservicepunt, het bedrijvencontactpunt en onze acquisitiefunctie. We willen deze dienstverlening in 2015 doorontwikkelen door de contacten met de ondernemers te versterken (werkbezoeken ambtelijk en bestuurlijk met follow-up, ondernemers
actief laten bijdrage aan economische doelstellingen, initiatieven van bedrijven ruimte geven) de acquisitie
van ons sterker maken (acquisitie vanuit een helder economisch profiel, strategische en pro-actieve acquisitie, betrekken ondernemers bij acquisitie) een meer integrale aanpak vanuit arbeidsmarktbeleid en economisch beleid.
• Regionale coördinatie: regionaal werkbedrijf
De 35 arbeidsmarktregio’s (wij vallen onder de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg) hebben een belangrijke rol
bij het invullen van de banenafspraken tussen de sociale partners. In de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg
wordt een platform ingericht. Gemeenten hebben de lead bij de Werkbedrijven. Werkgevers- en werknemersorganisaties nemen deel aan het bestuur. De Werkbedrijven spelen een belangrijke rol bij het plaatsen
van mensen op de extra banen uit de banenafspraak die de sociale partners met het kabinet hebben gemaakt. In elke regio wordt een basispakket aan functionaliteiten onder regie van het Werkbedrijf georganiseerd. Werkbedrijven hebben onder andere als doel om werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking in
dienst nemen te ‘ontzorgen’.
Leren én werken
• Tegenprestaties van mensen in de bijstand
In het coalitieakkoord is afgesproken dat, zolang de wetgever ons dat niet oplegt, wij mensen met een bijstandsuitkering niet verplichten tot een tegenprestatie. Wij zullen niet afwijken van deze afspraak.
26
Participatie en re-integratie
• Gemeentelijk werkbedrijf ‘werk voor Heerlen’.
Een belangrijke ontwikkeling is de al in gang gezette totstandkoming van een gemeentelijk werkbedrijf voor
zowel mensen in de sociale werkvoorziening als voor mensen uit de bijstand die nog een laatste stap nodig
hebben naar de reguliere arbeidsmarkt. De komende jaren willen we binnen het werkbedrijf 145 mensen uit
de sociale werkvoorziening en 48 mensen met een bijstandsuitkering plaatsen waarbij we onderscheid willen
gaan maken tussen enerzijds een werkbedrijf, maar ook een leerbedrijf. De mensen werken binnen het werkbedrijf binnen een arbeidsrelatie en ontvangen dus loon. Ook willen wij het gemeentelijk werkbedrijf gedeeltelijk geschikt maken voor mensen die aangewezen zijn op beschut werk.
• Baanbrekend werk door ontwikkelen.
Baanbrekend Werk is in eerste instantie gestart als een zgn. participatie instrument met daarbij de inzet van
uitkeringsgerechtigden op maatschappelijk zinvolle projecten binnen de stad Heerlen. Deelnemers kwamen
vooral uit de groep uitkeringsgerechtigden waarvoor maatschappelijke participatie, zeker op korte tot middellange termijn, het hoogst haalbare was. Op dit moment nemen ongeveer 410 uitkeringsgerechtigden deel
aan de 25 projecten en 13 activiteiten die Baanbrekend Werk nu telt. De focus van Baanbrekend Werk komt
steeds meer te liggen op doorontwikkeling en doorstroom richting werk in dienstverband.
• WOZL (Werkvoorzieningsschap Oostelijk Zuid-Limburg).
Eind 2014 vindt er een onderzoek plaats naar de toekomstige positie en identiteit van het WOZL waarin een
aantal scenario’s geschetst zullen worden over hoe de toekomst eruit zou kunnen zien. Dit onderzoek zal
vervolgens aan de deelnemende Raden worden voorgelegd. Op basis van de keuze die daaruit voortkomt
zal de WOZL een plan van aanpak opstellen binnen de gekozen kaders, hetgeen in de loop van 2015 zal
plaatsvinden. Tegelijkertijd voert de WOZL bestaand beleid uit waaronder het voorbereiden en uitvoeren van
vervreemdingen. Actueel zijn in dat verband de vervreemding van Post en commercieel groen.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema arbeidsmarkt om dit te realiseren?
• De Notitie Kantelen en Verbinden’ van het Regionaal Arbeidsmarkt Netwerk, 2013.
• De Sectorconvenanten vanuit het Sociaal Akkoord.
• De Wet Werk en Bijstand.
• De Participatiewet, juni 2014.
• Het (nieuwe) Actieplan Jeugdwerkloosheid Zuid Limburg, 2014.
• Beleidsnotitie ‘Met minder geld meer doen’, juni 2012’.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema arbeidsmarkt kosten?
Arbeidsmarkt
Rekening
x € 1.000
Lasten
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-58.201
-56.874
-49.734
-47.003
-45.160
-43.691
Baten
50.375
50.369
1.008
110
110
110
Totaal
-7.826
-6.505
-48.727
-46.893
-45.050
-43.581
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema arbeidsmarkt?
• Door slimme combinaties te maken tussen Schoon GMS en Werk voor Heerlen kunnen we een efficiënter en
kostenbesparend resultaat bereiken. Dit betekent een structurele bezuiniging vanaf 2015 van € 35.000. Wij
garanderen dat de begeleiding in stand blijft.
• Door het aantal ID banen af te gaan bouwen bezuinigen wij structureel vanaf 2015 € 750.000. Dat gebeurt
door het ID dienstverband af te kopen, waarna het dienstverband blijft bestaan en de arbeidsovereenkomst
wordt voortgezet. Na 2,5 jaar moeten nog minimaal de helft van de doelgroep een arbeidsovereenkomst
hebben.
27
• Op basis van een meevaller in de begrote kosten bezuinigen we ingaande 2015 structureel € 10.000 op de
financiering van regionale arbeidsmarktprojecten.
• Door minder budget ter beschikking te stellen voor het sociale plan en de gemeenschappelijke regeling
WOZL bezuinigen we ingaande 2015 structureel € 30.000.
28
Kernthema Onderwijs
Inleiding
We willen dat onze kinderen het best mogelijke en uitdagend onderwijs krijgen. Onderwijs is belangrijk voor
bestaanszekerheid, welvaart en welzijn, innovatie en vooruitgang, maar ook voor actief burgerschap en brede
maatschappelijke participatie. Vanaf 2015 zal de arbeidsmarkt in deze regio kampen met een tekort aan hoger
opgeleiden en vakkrachten. Dit wordt veroorzaakt door de bevolkingskrimp en het relatief lage opleidingsniveau
van de beroepsbevolking in deze regio. Het belang van goed en uitdagend onderwijs dat aansluit op de arbeidsmarkt en het benutten van talenten van kinderen en jongeren, zowel van leerlingen die minder goed meekunnen als toptalenten, is groot. Wij zien onderwijs als een belangrijke basisvoorziening binnen ons integrale
jeugdbeleid. Het onderwijs heeft een belangrijke (signalerende) rol met betrekking tot de jeugdpreventie en de
jeugdzorg. Wij richten ons vooral op de kwetsbare (jonge) kinderen en jongeren die extra aandacht nodig hebben om hun schoolperiode succesvol af te ronden. We zullen onze regierol nog sterker inzetten om de kansen
voor jongeren op de arbeidsmarkt te vergroten en uitval tegen te gaan. Initiatieven van het onderwijs met
betrekking tot het opleiden van vakkrachten zullen wij zoveel als mogelijk ondersteunen. De samenwerking met
onze partners (onderwijs, jeugd, arbeidsmarkt en economie) is daarbij van cruciaal belang.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema onderwijs om onze doelstellingen te bereiken?
• Harmonisatie voorschoolse voorzieningen.
Het peuterspeelzaalwerk en kinderopvang zijn twee gescheiden voorzieningen. Het Rijk bereidt een wetsvoorstel voor om peuterspeelzaalwerk en kinderopvang te harmoniseren vanaf 2017. Op basis van het conceptwetsvoorstel, dat in het voorjaar van 2015 wordt verwacht, zullen wij ons gaan beraden over de harmonisatie van het peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang in deze gemeente.
• Afstemming met het onderwijs over Passend Onderwijs in relatie tot een aantal thema’s.
De samenwerkingsverbanden PO (Primair Onderwijs) en VO (Voortgezet Onderwijs) en de gemeenten in
Parkstad hebben de volgende thema’s benoemd voor het OOG (op overeenstemming gericht overleg):
tegengaan thuiszitten en voortijdig schoolverlaten, doorlopende leerlijnen verder ontwikkelen, afstemming
jeugdzorg, passende onderwijshuisvesting, leerlingenvervoer en aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Deze
thema’s hebben binnen ons eigen gemeentelijke beleid een plek.
• Voorkomen thuiszitten en voortijdig schoolverlaten.
Wij blijven inzetten op het tegengaan van thuiszitten en het voortijdig schoolverlaten. Bureau VSV (voortijdig
schoolverlaten) Parkstad heeft hierin een belangrijke taak onder andere in het terugleiden van jongeren naar
school. Dat deze aanpak zijn vruchten afwerpt, blijkt uit het feit dat het percentage voortijdig schoolverlaters
in Parkstad in het schooljaar 2012-2013 voor het eerst niet hoger, maar gelijk is aan de landelijke norm. De
komende periode wordt de aanpak geëvalueerd, geborgd en doorontwikkeld. Vanaf 2016 zal het rijksbeleid
worden herzien. Wij zullen dan als contactgemeente de regie nemen voor nieuwe afspraken met partners in
Zuid-Limburg.
• Sluitende aanpak kwetsbare jongeren.
Voor een groep jongeren blijkt, ondanks inspanningen van hunzelf, ouders, onderwijs, gemeenten, zorg en
andere betrokkenen, een startkwalificatie niet haalbaar. Voor deze jongeren is na het volgen van onderwijs
toeleiding naar werk of een andere vorm van maatschappelijke participatie de aangewezen route. Wij gaan
er voor zorgen dat er een sluitende begeleidingsstructuur voor deze jongeren opgezet wordt naar een beter
passende opleiding, leerwerkomgeving of dagbesteding. Het onderwijs, bureau VSV en het jongerenloket
spelen hierin een belangrijke rol.
Onderwijshuisvesting
• Integraal Huisvestingsplan (IHP).
De uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan wordt, net als de afgelopen jaren, ook in 2015 en verder,
gezamenlijk met de schoolbesturen opgepakt. De ontwikkeling van de BMV’s zijn daar een belangrijk onderdeel van. De uitvoering van het IHP is onder andere van belang omdat het ervoor zorgdraagt dat scholen
gehuisvest zijn in zo optimaal mogelijke gebouwen.
29
Daardoor kunnen de exploitatielasten voor scholen in de pas blijven lopen met de voor hen beschikbare rijksmiddelen en blijven de middelen van het Rijk die bedoeld zijn voor de inhoudelijke kwaliteit van het onderwijs ook daarvoor beschikbaar.
• Renovatie St. Janscollege.
De gemeente Heerlen wil het St. Janscollege op de huidige plek handhaven. Onlangs heeft een onderzoek
naar de constructie van het gebouw plaatsgevonden. Het onderzoek heeft aangetoond dat er technisch geen
beletsel bestaat om het gebouw te renoveren. In afstemming met het LVO zetten we in op renovatie van het
St. Janscollege, gericht op het toekomstbestendig maken van dit gebouw voor de langere termijn.
• Techniekonderwijs.
De schoolbesturen van SVOPL/LVO/ARCUS en de gemeente Heerlen willen de bovenbouw VMBO en de onderbouw MBO samen vorm geven om: 1. Het best mogelijke vakonderwijs aan te kunnen bieden en 2. De
overgang van VMBO naar MBO soepel te laten verlopen.
Om bovenstaande te kunnen realiseren is samenvoeging van het vmbo en mbo onderwijs op één locatie
noodzakelijk. Op dit moment wordt onderzocht of de voormalige Arcus locatie aan de Schandelermolenweg
een optie is om het techniekonderwijs nieuwe stijl onder te brengen.
• Doordecentralisatie groot onderhoud primair onderwijs.
Vanaf 2015 zal de doordecentralisatie van het groot onderhoud een feit zijn. Op dat moment zal de verantwoordelijkheid ten aanzien van deze onderdelen niet langer bij de gemeente zijn ondergebracht maar bij de
schoolbesturen. De rijksvergoeding zal dan niet meer via het gemeentefonds plaatsvinden maar rechtstreeks
van het Rijk worden overgemaakt aan de schoolbesturen voor primair onderwijs.
Vrijkomende onderwijsgebouwen
In het kader van de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs zal er in de nabije toekomst (2015/2017) een aantal schoolgebouwen van het primair onderwijs aan de onderwijs bestemming worden onttrokken. De gebouwen vallen terug aan de gemeente Heerlen, zijnde economisch eigenaar. Onderzocht
zal worden of er een herbestemming voor deze gebouwen gevonden kan worden of dat een functiewijziging dan
wel sloop beleidsmatig meer gewenst is.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema onderwijs om onze doelstellingen te bereiken?
• Lokaal Educatieve Agenda (LEA) 2-13 jaar.
De prioriteiten binnen de Lokaal Educatieve Agenda voor de periode 2012-2015 zijn: taal-stimulering, (voor)
scholen die handelingsgericht en opbrengstgericht werken en het vergroten van de ouderbetrokkenheid. Per
thema hebben het onderwijs en de gemeente resultaatafspraken gemaakt. In 2015 zal de LEA geëvalueerd
worden en zal het beleid vanaf 2016 herzien worden. Dit onder andere in samenhang met de ontwikkelingen
in het kader van het passend onderwijs.
• Voortzetting voor- en vroegschoolse educatie en extra leertijd.
Wij voeren voor de periode 2012 t/m 2015 de gemaakte afspraken met het Rijk uit, met betrekking tot het
effectief benutten van voor- en vroegschoolse educatie en extra leertijd op de basisscholen. Vanaf 2016
wordt het rijksbeleid herzien. Wij zien daarnaast toe op de kwaliteit van de peuterspeelzalen en de kinderopvang.
• Opstellen van regionaal educatieplan en wetswijziging WEB.
Vanaf 2015 wordt de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) herzien. De gemeente Heerlen wordt contactgemeente in Zuid-Limburg en krijgt de regie in het regionale educatiebeleid. De gemeente moet zorgen
voor een (volwassenen)educatie-aanbod, afgestemd op de behoefte van de doelgroepen en moet afspraken
maken met aanbieders van (volwassenen)educatie. De verplichte inkoop bij de ROC’s wordt stapsgewijs afgebouwd tot 2018. Er zal beleidsinhoudelijk worden samengewerkt met de arbeidsmarktregio Zuid-Limburg,
waar Heerlen reeds als centrumgemeente voor Zuid-Limburg optreedt, en zal daarmee de bestaande netwerken op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt en participatie/integratie met elkaar verbinden.
30
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema onderwijs om dit te realiseren?
• De wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie).
• De Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
• De Leerplichtwet en de RMC-regelgeving.
• Het wetsvoorstel ‘Centra Jeugd en Gezin’.
• Wet Passend Onderwijs.
• Jeugdwet.
• De wet Educatie en Beroepsonderwijs.
• Wet Participatiebudget.
• De verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.
• Bestuursafspraken Rijk-G4/G33 over het effectief benutten van vve en extra leertijd.
• Convenant VVE 2012-2015.
• LEA 2012-2015.
• Regionaal programma Parkstad VSV 2012-2015.
• Verordening leerlingenvervoer.
• Productovereenkomst Arcus.
• IHP.
• Plan van aanpak ouderbetrokkenheid 2012-2015.
• Convenant VSV tussen Rijk en RMC regio 0.39.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema onderwijs kosten?
Onderwijs
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-14.750
-15.343
-17.011
-17.542
-19.802
-18.624
4.544
4.819
5.413
3.318
3.318
3.318
-10.206
-10.524
-11.598
-14.225
-16.484
-15.307
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema onderwijs?
• Bij de trajecten COS en Retour gaat het om het terug- of doorleiden van voortijdig schoolverlaters van 12 tot
23 jaar naar het voorgezet en/of beroepsonderwijs of arbeid, met als doel maatschappelijke participatie. Wij
als gemeente financierden deze trajecten. In het kader van de nieuwe wetgeving ‘passend onderwijs’, is dit
nu een gedeelde verantwoordelijkheid van het onderwijs. Hierdoor bezuinigen we ingaande 2016 € 90.000.
• Er is een speciale website (www.jonginparkstad.nl) voor studenten die door ons als gemeente wordt gefinancierd. Door hiermee te stoppen en het alternatief aan te bieden om de informatie via de gemeentelijke
kanalen te gaan verstekken, bezuinigen we € 3.000 in 2015 en vanaf 2016 € 7.000.
• Op basis van het aan u voorgelegde raadsvoorstel leerlingenvervoer realiseren wij een voordeel/bezuiniging
van € 50.000 structureel vanaf 2015.
• We hebben alsnog een subsidie ontvangen ten behoeve van de BMV Molenberg, terwijl de financiering van
deze voorziening al is gerealiseerd. Dit levert in 2015 een bezuiniging op van € 500.000.
• Binnen de post ‘overige uitgaven onderwijs’ gaan we vanaf 2015 een bedrag ter hoogte van € 20.000 structureel bezuinigen.
31
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Welke investeringen gaan we doen binnen het kernthema onderwijs?
Omschrijving
Begroting
x € 1.000
OBS Tovercirkel Benzenraderwg inpass PSZ
2015
Meerjarenraming
2016
2017
3.303
3.000
2018
143
BMV Hoensbroek Zuid
BMV Molenberg Broederhuis
1.000
BMV Molenberg Brede School
1.871
BMV MSP
4.500
Brede School Hoensbroek/Dem (=Aldenhof)
3.825
Zonnewijzer Unilocatie
3.125
Mgr Hanssenschool parkeervoorz Leerlverv
4.030
250
St Janscollege renovatie
4.000
Overig onderwijshuisvesting
1.648
Totaal
20.362
32
4.000
11.334
3.000
0
Kernthema Integraal sportbeleid
Inleiding
Wij stimuleren het beoefenen van sport en bewegen omdat het de gezondheid van burgers vergroot en daarmee ook de mate waarin iemand deelneemt aan de samenleving. Sport is daarmee een belangrijk instrument
ter verbetering van het welzijn en de welvaart van onze burgers. Sport draagt bij aan een vitale bevolking en
dus ook aan een verbetering van de verdiencapaciteit van de beroepsbevolking. Een goede sportinfrastructuur
is bovendien een belangrijke vestigingsfactor. Sportevenementen zijn een middel om aandacht te vragen voor
sportbeoefening, maar ook een middel om onze stad te profileren.
Met het sportbeleid activeren we mensen om het beste uit zichzelf te halen. Dat doen we langs drie lijnen: 1)
sportstimuleringsbeleid; 2) accommodatiebeleid en 3) evenementenbeleid. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor verenigingen. Gelukkig is een positieve trend waarneembaar dat mensen steeds meer bewegen en
sporten. Daarnaast is ook de manier waarop mensen sporten en bewegen veranderd. Mensen bepalen steeds
meer zélf wanneer, waar, hoe lang en met wie ze sporten. Als gemeente willen we deze behoeften en trends
faciliteren. Daarvoor zijn onder meer kwalitatief goede accommodaties noodzakelijk en flexibiliteit in ons sportaanbod, bijvoorbeeld in termen van sportinnovatie. Specifieke doelgroepen in ons beleid zijn jongeren, mensen
met een beperking, en verenigingen.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema integraal sportbeleid om onze doelstellingen te bereiken?
Sportstimulering
• Sportstimulering.
We laten inwoners in aanraking komen met een breed aanbod van sport- en beweegactiviteiten (vanaf
het najaar van 2014 communiceren we dit onder de paraplu: Mov’On). De behoefte staat daarbij centraal.
Daarom investeren we ook in een innovatief sportaanbod. We zetten in op het op jonge leeftijd aanleren van
een actieve en gezonde leefstijl en stimuleren tot een structurele sport- en beweegdeelname (tot op late
leeftijd). Dit beleid voeren we uit in samenwerking met partners zoals: sportaanbieders (onder andere sportverenigingen), onderwijs, welzijn- en zorginstellingen.
• Schoolzwemmen.
In het kader van sportstimulering zullen we het schoolzwemmen voortzetten vanuit de overtuiging dat een
zwemdiploma een belangrijke sportieve basisvoorwaarde is.
• Sport en decentralisaties.
We willen de komende jaren sport doelgerichter gaan inzetten om het gezondheidspeil in onze stad te verbeteren en de participatie te verhogen. We verwachten hierdoor op termijn minder aanspraak op gemeentelijke
regelingen. Bovendien draagt het bij aan het vergroten van de arbeidsgeschiktheid van de inwoners.
• Vitale sportverenigingen.
We gaan door met het inzetten op het vitaliseren van de verenigingen. Kansrijke en gezonde verenigingen
ondersteunen wij bij het ontwikkelen van sportaanbod dat bijdraagt aan de veranderende vraag van burgers.
Wij werken daarbij samen met sportbonden en sportprofessionals.
Accommodaties
• Accommodatiebeleid.
We gaan het aanbod en de kwaliteit van de binnensportaccommodaties bezien. We willen kwalitatief goede
voorzieningen die toekomstbestendig zijn. Hiervoor wordt begin 2015 een traject opgestart zoals we dat de
afgelopen jaren hebben gedaan met de buitensportaccommodaties.
Daarnaast bezien we de skatevoorziening. We zullen u een afzonderlijk plan voorleggen.
• Heroverwegen tarieven.
De tarieven voor sportaccommodaties die verenigingen en andere gebruikers betalen willen we herzien. Deze
tarieven gaan we toetsen aan uitgangspunten die passen bij de geleverde kwaliteit, de kostendekkendheid
en ons sportaccommodatiebeleid.
33
Sportevenementen
• Sportevenementen.
Ons sportevenementenbeleid gaan we de komende jaren meer in samenhang brengen. In het kader van
citymarketing willen we ons sportbeleid krachtiger profileren. Het (sportieve) profiel van de stad zal daarbij
leidend zijn. Belangrijke criteria zijn bovendien de exposure voor de stad (in termen van bezoekers) en het
sportstimulerend karakter (in termen van deelnemers). We gaan daarom bij topsportevenementen de relatie
met de breedtesport meer aandacht geven.
Overig
• Innovatie en samenwerking.
We willen samen met organisaties en bedrijven uit de gemeente de sport extra promoten en ontwikkelen. We
gaan sporten en bewegen voor mensen met een beperking uitbouwen en professionaliseren door samen te
werken met de sport-, onderwijs- en met zorgorganisaties. We gaan sportevenementen meer op locatie van
en in samenwerking met lokale organisaties een plek geven. We gaan sportstimuleringsprogramma’s verder
ontwikkelen samen met GGD en andere professionals. We zullen extern subsidies en impulsen gaan verwerven als cofinanciering voor het voortzetten van huidige projecten en het opstarten van nieuwe projecten.
• Sport als werksector meer op de kaart zetten.
Sport als werksector willen we meer gaan combineren met bestaande re-integratie en participatie instrumenten als betaald werk, baanbrekend werk, arbeidsmatige dagbesteding, stagemogelijkheden, werkervaringsplaatsen etc.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema integraal sportbeleid om onze doelstellingen te
bereiken?
• Onderzoek regiozwembad.
In 2015 gaan we een vervolgonderzoek instellen naar de mogelijkheden van een regionaal zwembad
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema integraal sportbeleid om dit te realiseren?
• De visienota Sport en Bewegen, 2008.
• Het integraal maatschappelijk accommodatiebeleid Heerlen, 2010.
• De nota ‘Herstructurering Buitensportaccommodaties Heerlen’, 2011.
• De nota Evenementenbeleid een voortdurende belevenis, actualisatie evenementenbeleid Heerlen 20142017, 2014.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema integraal sportbeleid kosten?
Integraal sportbeleid
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-4.753
-4.619
-4.957
-4.969
-4.702
-4.680
1.345
1.225
1.169
1.169
1.169
1.169
-3.408
-3.394
-3.788
-3.801
-3.533
-3.512
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema integraal sportbeleid?
• JOGG (jeugd op gezond gewicht) is een lokale aanpak gericht op wijken waar het percentage overgewicht
onder jongeren van 0-19 jaar het hoogst is. De kosten van een JOGG-regisseur van € 21.000 op jaarbasis
dekken we in 2015 en 2016 via de inzet van GIDS-middelen. Daarnaast wordt voorgesteld om € 25.000
incidenteel te bezuinigen in 2015. De betekent in totaal een bezuiniging op sportstimulering van € 46.000 in
2015 en € 21.000 in 2016.
34
• Op het onderhoud van buitensportaccommodaties vindt een versobering plaats waarmee een korting van
€ 50.000 wordt bereikt. Het verhuurtarief wordt met 3% extra bovenop de inflatie van 1,5% verhoogd. In
totaal wordt een bezuiniging op buitensport gerealiseerd van € 52.000 in 2015 en 2016 en € 53.000 in 2017
en 2018.
• Het verhuur tarief van binnensportaccommodaties wordt met 2% extra bovenop de inflatie van 1,5% verhoogd. Dat betekent een structurele bezuiniging vanaf 2015 van € 8.000.
• Door het contract met de skatehal niet te verlengen en tegelijkertijd middelen te reserveren voor een nieuwe
kostenefficient alternatief, realiseren wij een bezuiniging van € 56.000 ingaande 2016.
• We gaan een onderzoek doen naar het anders organiseren van de exploitatie van sportaccommodaties. Dit is
vooralsnog een PM post.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Welke investeringen gaan we doen binnen het kernthema integraal sportbeleid?
Omschrijving
Begroting
x € 1.000
Meerjarenraming
2015
2016
2017
2018
72
593
122
734
Hockeyveld Kaldeborn
100
0
0
0
Totaal
172
593
122
734
Buitensportaccommodaties
35
Kernthema Cultureel erfgoed
Inleiding
Heerlen heeft een rijk en bewogen verleden. De sporen van dat verleden zijn nog volop aanwezig in stad, onder
meer in de vorm van enkele unieke en zeer bijzondere monumenten, die zowel binnen als buiten Heerlen relatief onbekend zijn. Heerlen is van ver gekomen en heeft zich de afgelopen decennia uit een diep dal geknokt.
De stad wil laten zien wat het in huis heeft, haar erfgoed zichtbaar maken en het verhaal van Heerlen vertellen. Daarmee wordt de economie van Heerlen op velerlei manieren gestimuleerd. Het versterkt de identiteit van
de stad en daarmee de betrokkenheid bij en trots van Heerlenaren op hun stad. Het versterkt het imago van
de stad -het beeld dat mensen van buiten Heerlen van Heerlen hebben- en verbetert daarmee het vestigingsklimaat. Voor veel mensen is een aantrekkelijke stad met veel cultuur en erfgoed minstens net zo belangrijk
als het vinden van passend werk. Het is het instrument om het stedelijk toerisme in Heerlen te stimuleren en
daarmee de verblijfsduur en bestedingen in het centrum. Ook zorgt het voor verhoging van de sfeer in de stad,
allemaal zaken waar vooral de detailhandel de vruchten van kan plukken. Het verruimt tenslotte ook de euregionale blik, want het rijke verleden van Heerlen staat niet op zichzelf.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema cultureel erfgoed om onze doelstellingen te bereiken ?
• Romeins verleden. Onderzoek badhuis en toekomstplannen Thermenmuseum.
Naast het onderzoek en de consolidatie van het rijks monumentale Romeinse badhuis dat samen met de
Rijksdienst Cultureel Erfgoed zal worden opgepakt, gaan we de transitie van het Thermenmuseum uitwerken.
Wat voor een gebouw moet er komen na afronding van het onderzoek en de consolidatie, dat recht doet aan
het beheer, de zichtbaarheid en toeristische potentie van het Romeinse badhuis? Bij de beantwoording van
deze vragen willen wij het publiek, de Heerlense burger én ondernemers, zoveel mogelijk betrekken.
We gaan ons museaal landschap in kaart brengen in het kader van de Heerlense deelname aan het convenant Via Belgica. De ontwikkeling van de Thermenlocatie tot een bezoekerscentrum gaan we samen met de
andere convenantpartners onderzoeken. Hierdoor denken wij de toekomstige Thermen beter in zijn context
te kunnen plaatsen.
De herinrichting van de openbare ruimte rond het Thermenmuseum en het realiseren van een zogenaamd
‘Romeins kwartier’ moeten hier vervolgens op aansluiten. Deze transitie past goed binnen de doelstellingen
van de IBA en zal als zodanig als mogelijk IBA-project worden aangemeld.
• De ontwikkeling van Historisch Goud en het optimaal zichtbaar maken van het Verhaal van Heerlen.
Hoe kan Historisch Goud zich ontwikkelen tot een meer publieksgerichte organisatie met een prominente rol
in het Heerlense erfgoedveld richting alle partijen die zich met erfgoed bezighouden? Wat voor organisatie
past daarbij en is verzelfstandiging daarbij wenselijk? Dat zijn vragen die wij de komende tijd nader gaan
uitwerken.
• Realiseren volwaardig Mijnmuseum.
In samenwerking met alle partijen die deze ambitie delen willen we een volwaardig mijnmuseum realiseren.
Hiervoor is ophoging van de structurele subsidie nodig met een bedrag van € 200.000 volgens het recent
uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek van BMC.
• Archeologie en beleid
We gaan beginnen met het actualiseren van de archeologische beleidskaart, die in 2013 is vastgesteld.
Hiertoe zal de gemeente een digitaal portaal inrichten waar lokale gebiedskenners informatie kunnen achterlaten die bij een update kan worden meegenomen. Alle nieuwe informatie, waaronder archeologische
onderzoeken en nieuwe vondsten, zullen verwerkt worden in de kaart. Tevens zal blijken of de ondergrenzen
archeologische onderzoekplicht aangehouden, dan wel aangepast (verruimd of verfijnd) moeten worden.
• Erfgoed wordt zichtbaar gemaakt in de integrale beleidsplannen.
De ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid wordt versterkt door de inspirerende kracht van cultureel erfgoed en
we gaan deze een structurele plek te geven in ruimtelijke ontwikkelingen.
36
• Verankering archeologie in de Ruimtelijke Ordening.
Ruimtelijke ontwikkelingen staan niet stil. Ook de komende jaren is het van primair belang dat het aspect
archeologie bij planontwikkelingen wordt meegenomen. De archeologische beleidskaart voor de gemeente
Heerlen is hierbij een onmisbaar instrument dat een zorgvuldige en verantwoorde omgang met het archeologisch erfgoed mogelijk maakt. Om archeologische belangen mee te wegen, dienen zij structureel en formeel
onderdeel te zijn van het planologische besluitvormingsproces. Op structuurvisie-niveau in de rol van medeordenend principe, op bestemmingsniveau als mede-afwegingskader, op vergunningsniveau als toetsingskader. Hoe concreter het plan, hoe gedetailleerder de kennis over het archeologische bodemarchief moet zijn.
De regio-archeoloog controleert in dit proces of de archeologische belangen voldoende gewaarborgd zijn.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema cultureel erfgoed om onze doelstellingen te bereiken?
• In 2015 staan we uitgebreid stil bij het mijnverleden van de stad en de regio middels het Jaar van de Mijnen.
Het Jaar van de Mijnen gaat namelijk over het nu: over de huidige identiteit en ambitie van de voormalige
mijnstreek. Daarbij kijken wij als stad via het Jaar van de Mijnen ook terug op onze geschiedenis. Het laat
zien hoe enorm groot de invloed van het mijnverleden op deze regio is geweest, en hoe belangrijk dat verleden is voor toekomstige ontwikkelingen. Tevens is dit het jaar om de plannen voor het realiseren van een
volwaardig mijnmuseum voor de toekomst te concretiseren.
• Historisch Goud zal een begin gaan maken met het onderzoeken en consolideren van het Romeinse badhuis
in het Thermenmuseum, activiteiten waar het publiek nadrukkelijk bij betrokken gaat worden. Ook over het
realiseren van een nieuwe archiefbewaarplaats voor de archiefdienst Rijckheyt moet in 2015 duidelijkheid
komen.
• Verder gaan we met Ave Rex Christe (eigenaar kasteel Hoensbroek) en de stichting erfgoed van De Kleine
Zusters van de H. Joseph, die het erfgoed van het Savelbergklooster beheert, in gesprek over hoe ook dit
erfgoed het best behouden en ontsloten kan worden binnen het verhaal van Heerlen.
• In 2014 is gewerkt aan de beleidsnota archeologie, die begin 2015 aan u als raad wordt aangeboden.
Grootste doelstelling voor 2015 is het verankeren van het archeologiebeleid binnen alle gelederen van de
gemeentelijke organisatie. In 2015 wordt een gemeentelijke monumentenlijst gerealiseerd en wordt de haalbaarheid van een subsidieverordening monumentenbeheer onderzocht en zo nodig vastgesteld. Wijzigingen
in het rijksbeleid zijn aanleiding om het gemeentelijk monumentenbeleid verder te actualiseren. Verder
wordt er naar toe gewerkt om het cultureel erfgoed een structurele plek te geven in ruimtelijke ontwikkelingen. Hiertoe worden de aanwezige of te verwachten cultuurhistorische waarden opgenomen in nieuwe
bestemmingsplannen en in de te actualiseren bestemmingsplannen.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema cultureel erfgoed om dit te realiseren?
• Nota Cultureel Erfgoed ‘Het verhaal van Heerlen’, 2012-2020, 2012;
• Culturele Agenda, ‘Cultuur in Balans’, 2013-2016, 2013.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema cultureel erfgoed kosten?
Cultureel erfgoed
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-3.312
-3.833
-3.641
-3.497
-3.546
-3.595
736
439
446
446
446
446
-2.576
-3.393
-3.195
-3.052
-3.101
-3.150
37
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema cultureel erfgoed?
• Ten behoeve van het mijnmuseum hebben we in 2015 extra middelen gereserveerd.
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema cultureel erfgoed?
• Door budgetten bestemd voor het jaar van de mijnen anders te financieren realiseren wij een bezuiniging
van € 100.000 in 2015.
38
Kernthema Cultuur
Inleiding
In Heerlen bloeit al een tijdje de Culturele Lente, waarmee Heerlen zich zowel binnen als buiten Heerlen heeft
weten te profileren als cultuurstad. Het zichtbaar maken van het rijke en gevarieerde cultuuraanbod stimuleert
de economie van Heerlen op velerlei manieren. Het versterkt de identiteit van de stad en daarmee de betrokkenheid bij en trots van Heerlenaren op hun stad. Het versterkt het imago van de stad (het beeld dat mensen
van buiten Heerlen van Heerlen hebben) en het verbetert daarmee het vestigingsklimaat. Voor veel mensen
is een aantrekkelijke stad met veel cultuur en erfgoed minstens net zo belangrijk als het vinden van passend
werk. Het is het instrument om het stedelijk toerisme in Heerlen te stimuleren en daarmee de verblijfsduur en
bestedingen in het centrum. Daarnaast zorgt het voor verhoging van de sfeer en levendigheid in de stad, allemaal zaken waar vooral de detailhandel de vruchten van kan plukken. Het verruimt ook de euregionale blik,
want het cultuuraanbod van Heerlen staat niet op zichzelf. En cultuur levert een belangrijke bijdrage aan de
ontwikkeling van onze burgers, van jong tot oud. Creativiteit is een onmisbare competentie geworden in onze
moderne kenniseconomie en wordt onder meer door middel van kunst-, media- en erfgoededucatie overgebracht.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema cultuur om onze doelstellingen te bereiken?
• De Culturele Lente in Heerlen wordt voortgezet. Prioriteit wordt in deze beleidsperiode gegeven kunst in de
buurten (cultuur van onderop) en Urban Culture. Daarbij zal goed gekeken worden naar medegebruik van
bestaande gebouwen en toevoegen van culturele functies (bijv. bibliotheek en cultuureducatie) aan BMV’s.
• Heerlen heeft veel geïnvesteerd een volwaardige podiumketen (Parkstad Limburg Theaters, poppodium de
Nieuwe Nor, Cultuurhuis Heerlen en Cultura Nova) Een investering die zich zichtbaar begint uit te betalen
(zie Atlas voor gemeenten). De rijksbezuinigingen op cultuur treffen de podiumkunsten hard. Door slimme
verbindingen en allianties is er ook ruimte voor vernieuwing en versterking.
• Filmhuis optimaliseren of herbezinnen.
Parkstad ontbeert een volwaardige functie voor het vertonen van de artistieke film, een zogenaamd filmhuis. De leegstaande Royal bioscoop biedt kansen voor het onderbrengen van een filmhuis met twee doeken. Afhankelijk van de hoogte van de huur en kapitaallasten zal dit zeker in de opstartfase vragen om een
hogere bijdrage van de gemeente in de exploitatiekosten van het filmhuis. Mocht verhuizing naar de Royal
niet haalbaar blijken dan zal opnieuw bekeken moeten worden of het realiseren van een volwaardig filmhuis
prioriteit heeft en hoe omgegaan wordt met de huidige voorziening.
• Media- en bibliotheekbeleid
Lokale omroep, openbare bibliotheek, creatieve ondernemers en vele andere partijen in de stad houden zich
bezig met informatie en cultuur, waarbij internet en nieuwe, laagdrempelige mediavormen een steeds hogere
vlucht nemen. Het samenbrengen van partijen en mediavormen (zowel fysiek als digitaal) zal met betrokken
partijen in de stad worden verkend. Hierbij zal ook een koppeling worden gezocht met de Kunst, Theater en
Media opleiding van Arcus en initiatieven op dit terrein van de provincie.
• Nieuw evenementenbeleid
Het huidige evenementenbeleid zal worden geëvalueerd waarbij onder meer gekeken zal worden naar kwaliteit, professionaliteit van de organisatie, bezoekersaantallen en gegenereerde media-aandacht. Op basis van
de uitkomsten van de evaluatie zal herijking van het evenementenbeleid plaatsvinden.
• Samenwerking over de gemeentegrenzen heen.
Meer dan eens is het van belang om met omliggende gemeenten en provincie te bekijken waar ieders sterkten en zwakten liggen en hoe we kunnen zorgen dat we daar gebruik van maken door elkaar te versterken.
Samenwerking van Heerlense instellingen met bijvoorbeeld Continiüm/Creative City in Kerkrade, Marres in
Maastricht en DoMijnen in Sittard-Geleen zou daarbij serieus bekeken moeten worden.
39
• Samenwerking over de grenzen heen - Euregionaal.
Heerlen heeft de samenwerkingsovereenkomst voor de Euregionale gemeenschap voor Kultuur en
Samenleving (EGKS) getekend. Weliswaar heeft Maastricht (én de Euregio) niet de titel van Europese
Culturele Hoofdstad 2018 binnengehaald, er is wel veel tot stand gekomen. De energie die op gang gekomen
willen we gaande houden. De kwaliteiten van cultureel Heerlen verbinden aan die in Belgisch Limburg, het
Luikse en de Regio Aken biedt Heerlen kansen om de eigen culturele lente nog weelderiger te laten bloeien.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema cultuur om onze doelstellingen te bereiken?
De programmering van de culturele instellingen en evenementen zal voor een goot deel in het teken staan van
het Jaar van de Mijnen, dat zal worden afgesloten met het Glazen Huis van Serious Request in Heerlen. Cultura
Nova viert in 2015 bovendien haar 25-jarig jubileum.
Verder zal Schunck* in 2015 worden verzelfstandigd, waarmee de culturele infrastructuur meer in evenwicht
zal worden gebracht (zelfde afstand tot de gemeente als de andere instellingen) en er meer ruimte zal zijn voor
cultureel ondernemerschap binnen de instelling.
Om leegstand van het monumentale pand van de voormalige Royal-bioscoop te voorkomen wordt onderzocht of
het Filmhuis de Spiegel hier een plek kan krijgen.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema cultuur om dit te realiseren?
• Strategische Beleidsnota cultuur 2006-2015.
•
•
•
•
•
•
•
Culturele Agenda, ‘Cultuur in Balans’, 2013-2016, vastgesteld 2013.
Nota evenementenbeleid.
Nota volkscultuur.
Nota cultuurparticipatie ‘Leren en doen’.
Nota kunst openbare ruimte.
Nota erfgoed ‘Het verhaal van Heerlen’.
Samenwerkingsovereenkomst EGKS.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema cultuur kosten?
Cultuur
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-14.382
-14.656
-14.510
-13.100
-13.053
-12.982
1.804
772
556
512
481
481
-12.578
-13.885
-13.954
-12.588
-12.573
-12.501
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema cultuur?
• Het budget dat bestemd is voor evenementen gaan we in 2015 verlagen. Hierdoor bezuinigen we in 2015
€ 9.000.
• De kermis in Heerlerheide zullen wij beëindigen.
• Op de subsidies die wij verstrekken voor creatieve Industrie/atelierbeleid gaan we bezuinigen. Hiermee besparen we structureel vanaf 2015 € 34.000.
• Er komt een nieuwe regeling voor amateurkunst en cultuurproducties. Met deze nieuwe regeling gaan we
ingaande 2016 een bedrag van € 100.000 bezuinigen.
• Er vindt een korting plaats op de kostenpost ‘media uitingen’. Hiermee wordt een bezuiniging gerealiseerd
van € 40.000 ingaande 2016.
• De subsidie aan Signe gaan we de komende 4 jaar afbouwen. Hiermee wordt een bezuiniging gerealiseerd
van € 15.000 in 2015, € 30.000 in 2016, € 45.000 in 2017 en € 60.000 vanaf 2018.
40
• De zgn. tenderregelingen amateurkunst en Community Art worden, samen met de gelden voor de cultuurproducties, gedeeltelijk afgebouwd. Hierdoor bezuinigen we vanaf 2016 jaarlijks € 121.000.
• Door de cofinanciering die wij doen ten aanzien van monumenten te versoberen, bezuinigen wij per 2015
jaarlijks € 6.000.
• In 2016 gaan we het project ‘stadsdichter’ evalueren. Dit is vooralsnog een PM post.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Welke investeringen gaan we doen binnen het kernthema cultuur?
Omschrijving
Begroting
x € 1.000
Meerjarenraming
2015
2016
2017
2018
Automatisering Schunck*
42
31
31
31
Camerabewakingssysteem
80
126
26
Huisvesting + inrichting Schunck*
232
Zelfbediening bibliotheek
86
113
Totaal
354
41
157
57
230
42
2.2 Programma sociale infrastructuur
Portefeuillehouders: J. Clemens, P. van Zutphen en B Braeken
MBP, meerjarige perspectief (2015-2018):
Wat willen we in deze bestuursperiode bereiken met het programma sociale infrastructuur?
Wij zijn de afgelopen jaren gegroeid tot een van de sociaalste steden van het land. Dat willen wij de komende
bestuursperiode vasthouden. Dat is een hoge ambitie omdat we de komende jaren geconfronteerd worden met
de invoering van de 3 decentralisatie die veel vragen van de veerkracht van gemeenten op zowel financieel en
beleidsmatig gebied en op het gebied van bestuurskracht. Toch willen wij samen met én voor onze inwoners het
verschil maken waarbij we ons focussen op het begrip ‘aanvaardbaar niveau’. We gaan er alles aan doen om
met de middelen die we van het Rijk krijgen de zorg en de voorzieningen voor onze burgers, ondanks de bezuinigingen, op een ‘aanvaardbaar niveau’ te houden. Waar het ons om gaat is dat onze burgers zoveel mogelijk
bij de samenleving betrokken blijven. Participatie dus. We willen zo weinig mogelijk ‘uitvallers’ doordat iemand
geen baan heeft, door ziekte, ouderdomsklachten etc..
We willen dat iedereen, ook mensen met een beperking, optimaal mee kan doen in Heerlen. Hierbij nemen
we (meer dan voorheen) de talenten en mogelijkheden van onze burgers als vertrekpunt. Dit geldt zeker ook
voor ouderen, die vanuit hun ervaring en kennis nog veel te bieden hebben aan hun omgeving en de stad. Dat
betekent zoveel mogelijk op eigen kracht en waar nodig met ondersteuning van het sociaal netwerk. Wij als
gemeente staan stand-by om die burgers die het nodig hebben te ondersteunen. Hiermee willen we voor elkaar
krijgen dat kinderen gezond en veilig opgroeien, burgers meedoen naar vermogen en mensen zoveel mogelijk
zelfredzaam en samen redzaam zijn.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat zijn onze ambities in deze bestuursperiode binnen het programma sociale infrastructuur?
We willen in ieder geval ons bestaand beleid voortzetten en proberen dit in lijn te gaan brengen met de decentralisatieopgave en bijbehorende budgetkorting. Het sociaal domein zullen we dan wel anders moeten organiseren. We focussen daarbij op deze vijf ambities:
1. Vergroten van de eigen kracht en zelfredzaamheid van burgers.
2. Oog voor stimulering van gezonde en actieve leefstijl van alle burgers.
3. Nadruk leggen op preventie en lichte vormen van ondersteuning.
4. Maatwerk leveren voor die burgers die ondersteuning nodig hebben.
5. Efficiënter organiseren van maatschappelijke ondersteuning rondom en dichtbij een burger (denk daarbij
onder andere aan de sociale wijkteams/basisteams).
We gaan hierbij de volgende rode draad hanteren:
1. Cultuuromslag bij zowel de burger, professionals in het veld als gemeente:
a. De burger is primair verantwoordelijk voor zijn eigen leven en het oplossen van problemen (eigen
kracht) en wordt geacht een bijdrage te leveren aan de samenleving (participatie) voor zover de burgers
daar daadwerkelijk toe in staat is.
b. Professionals zullen burgers aanspreken op hun eigen kracht en verantwoordelijkheden.
c. De gemeente moet zaken durven loslaten (ruimte geven aan de professional én de burger) en de gemeente is ondersteunend aan haar burgers en organisaties. Daar waar de burger het niet zelf of met zijn
sociale omgeving kan oplossen is de gemeente ‘stand-by’ en zorgt ervoor dat de juiste hulp beschikbaar
komt.
d. We willen de zorg op een aanvaardbaar niveau te houden.
2. Integraal & ontschot:
a. De totale problematiek per huishouden wordt in kaart gebracht en indien nodig wordt een integraal ondersteuningsaanbod geformuleerd op de diverse levensgebieden.
b. Als gemeente streven we ernaar om de budgetten die verdeeld zijn over diverse kostenposten en afdelingen, ontschot in te zetten.
43
3. Gebiedsgerichte aanpak:
We gaan meer samenhang creëren tussen organisaties, voorzieningen die daarvoor in aanmerking komen en
netwerken op buurtniveau.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Hoe gaan wij in deze bestuursperiode onze inspanningen meten binnen het programma sociale infrastructuur?
Voor de indicatoren behorende bij het programma sociale infrastructuur verwijzen wij naar de effectmonitor die
is opgenomen als bijlage.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het programma sociale infrastructuur kosten?
Rekening
x € 1.000
Lasten
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-121.006
-120.992
-198.241
-201.912
-199.390
-198.966
Baten
Geraamde totaal saldo van
baten en lasten
73.240
73.941
68.690
68.193
67.939
67.939
-47.765
-47.052
-129.552
-133.719
-131.451
-131.027
Toevoeging reserves
0
-68
0
0
0
0
Onttrekking reserves
0
135
0
49
49
49
-47.765
-46.984
-129.552
-133.670
-131.402
-130.978
Rekening
Bijgestelde
begroting
Begroting
Geraamde resultaat
Specificatie kernthema’s (saldo)
x € 1.000
Armoedebestrijding
Integraal Jeugdbeleid
Integraal Ouderenbeleid
Meedoen & Zorg
Bestemming
Totaal
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-12.825
-14.303
-15.394
-15.763
-15.769
-15.768
-5.394
-5.498
-34.422
-34.134
-33.300
-33.292
-224
-221
-205
-406
-405
-405
-29.323
-27.030
-79.531
-83.416
-81.977
-81.562
0
67
0
49
49
49
-47.765
-46.984
-129.552
-133.670
-131.402
-130.978
Risico’s
• Claims van derden (juridisch procedures).
• Verbonden partijen (begrotingsresultaten).
• WWB 20015 (maatregelen minder hoge uitkeringslasten in relatie tot budget Rijk).
Voor toelichting zie paragraaf 3.2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
44
Kernthema Armoedebestrijding
Inleiding
Met dit kernthema bieden wij een inkomensvangnet aan voor de Heerlense burger door het verstrekken van
bijstandsuitkeringen en minimaregelingen, waarbij we tevens oog hebben voor maatschappelijke initiatieven
die armoede bestrijden danwel participatie bevorderen. Tegelijkertijd bestrijden we het misbruik en oneigenlijk
gebruik van het inkomensvangnet, vorderen we de teveel of ten onrechte uitgekeerde bijstandsgelden terug,
innen we onderhoudsbijdragen en voorkomen, bestraffen en sporen we bijstandsfraude op.
We zien een maatschappelijke trend dat armoedebestrijding minder gericht wordt op inkomen en meer op participatie. Armoede is meer dan een gebrek aan inkomen: ’Het is niet alleen een gebrek aan geld, maar ook het
gevoel niet meer mee te tellen’. Alleen inkomensondersteuning bieden lost dit niet op. Betaald werk voor een
fatsoenlijk loon is natuurlijk de beste vorm van participatie.
Dat betekent dat we voor de groep mensen in de bijstand die fysiek, mentaal en sociaal in staat is om te werken, de energie en de middelen meer richten op arbeidsdeelname en dus het verwerven van een zelfstandig inkomen. Voor degenen die (nog) niet in staat zijn om te werken blijven we uiteraard het sociale vangnet bieden.
Maar naast het bestrijden van armoede willen we vooral ook de sociale kwaliteit van onze stad vergroten. Dat
willen we bereiken door burgers in staat te stellen om deel te nemen aan het sociaal maatschappelijk en economisch leven, onder condities die hun welbevinden en individuele competenties stimuleren.
MBP, meerjarig perspectief 2016-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema armoedebestrijding om onze doelstellingen te bereiken?
• Inhoud van het bestaande armoedebeleid handhaven.
De koers van de voorgaande jaren, met name het bestrijden van het niet-gebruik van voorzieningen, willen
we handhaven in de nieuwe bestuursperiode. Met name op het punt van het bestrijden van niet gebruik is
het van belang om aan te geven dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden van individuele voorzieningen
naar steeds meer categoriale voorzieningen. Hierdoor is de invloed die wij kunnen uitoefenen op het bestrijden van niet-gebruik beduidend afgenomen. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat we krachtig en gericht
het oneigenlijk gebruik van bijstand moeten blijven bestrijden. In dat verband gaan we een onderzoek doen
naar de specifieke doelgroep van mensen met zgn. partiële inkomsten. Ook zij in dit verband vermeld dat
het sanctiebeleid steeds minder gemeentelijk beleidsruimte toelaat omdat het grotendeel is opgenomen in
de wet. Dit betekent soms dat wij wetgeving moeten uitvoeren die wij niet altijd terecht vinden (bijv. hoge
sancties (boete) bij het niet inleveren van het zgn. SMS formulier).
• Extra (Klijnsma) gelden in principe voor armoedebeleid.
Als gevolg van rijksbeleid hebben wij een aantal, grotendeels met gemeentelijk beleid gefinancierde, categoriale regelingen moeten afschaffen. De financieel voordelige effecten hiervan hebben wij in de begroting verwerkt. Mede daarom willen wij extra middelen, de zgn. ‘Klijnsma’ gelden in gaan zetten voor armoedebeleid.
Deze extra middelen zijn niet geoormerkt, maar staatssecretaris Klijnsma van SZW heeft gemeenten opgeroepen om deze middelen zo gericht mogelijk in te zetten voor het doel waarvoor ze bestemd zijn. In het
najaar van 2014 zal zij daarom aan gemeenten vragen om inzicht te geven over hoe wij met deze middelen
het armoede- en schuldenbeleid hebben versterkt, met specifieke aandacht voor kinderen die in armoede
opgroeien. We gaan beleid ontwikkelen over hoe wij deze middelen gaan inzetten voor ons armoedebeleid.
Dat doen we overigens niet alleen, maar samen met de betrokken maatschappelijke organisaties. Meerjarig
gaat het om de volgende middelen.
2014
2015
2016
2017
€ 821.000
€ 1.064.000
€ 1.082.000
€ 1.108.000
• Focus schuldhulpverlening verleggen.
Schuldhulpverlening speelt een cruciale rol in het hele sociale domein. Financiële problemen hangen altijd
samen met andere vraagstukken op het gebied van werk, zorg en inkomen. Schulden kunnen zowel oorzaak
als gevolg zijn van andere problemen, zoals werkeloosheid, verslaving etc.. Schulden belemmeren mensen
in hun participatie. In het verleden hebben we vooral de nadruk gelegd op de toegankelijkheid van de
schuldhulpverlening.
45
De komende periode willen we de focus verleggen naar meer preventie, efficiëntie en effectiviteit. Vroeg
signalering speelt daarbij een belangrijke rol. Van iedereen schuldenvrij naar maximaal haalbare financiële
stabiliteit, uitgaande van eigen kracht en verantwoordelijkheid. Schuldenpakket, motivatie en vaardigheden
van de schuldhulpvrager staan daarbij centraal. Doel is kostenbeheersing, minder uitval en meer succesvolle
schuldhulpverleningstrajecten.
• Meer samenhang aanbrengen in kindondersteuning.
Kinderen hadden al prioriteit in ons beleid, maar dat willen we versterken. Volgens de kinderombudsman
leven 384.000 kinderen in Nederland in armoede. Wij doen al veel tegen kinderarmoede: kledingdagen,
Stichting Leergeld, Jeugdsportfonds, Jeugdcultuurfonds, schoolzwemmen en bibliotheek. Zoals hierboven
aangegeven gaan we de extra armoedemiddelen die we de komende jaren krijgen deels inzetten om nog
meer voor kinderen te doen.
• Reguliere Bijstand.
Tot de regulieren bijstand behoren de WWB, de IOAW, IOAZ en het Bijstand Besluit ‘startende zelfstandigen’ (BBZ starters). De ontwikkeling van het klantenbestand wordt wekelijks gemonitord en mogelijkheden
om de instroom te beperken en de uitstroom uit de uitkering te bevorderen worden steeds opnieuw gezocht en gevonden. Denk aan de nieuwe opzet van de Poort, de toepassing van de Zelf Redzaamheid Matrix
(ZRM), de functie van het Centraal loket Schudhulpverlening, ons handhavingsbeleid en de invulling van het
Verbeterplan in het kader van de MAU. In 2012 en in 2013 behoorde de toename van het bijstand volume in
Heerlen tot de laagste van het land.
Ingaande 11 september 2014 wordt de doelgroep van mogelijke klanten groter. Het aantal mensen dat een
beroep op de reguliere bijstand doet zal toenemen omdat de ‘Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten’ (de Wajong) nog slechts geldt voor een beperkte groep en het UWV vanaf die datum geen nieuwe
meldingen accepteert.
Om alle uitkeringen te kunnen betalen ontvangen we jaarlijks, via een zgn. ‘verdeelmodel’, een budget van
het rijk. De aan Heerlen toegekende middelen waren in het verleden altijd te laag zodat er jaarlijks een beroep gedaan moest worden op aanvullende financiering. Omdat Heerlen, begin 2013, wederom voldeed aan
alle voorwaarden voor een Meerjarig Aanvullende Uitkering (de MAU) werd deze aanvullende uitkering, onder
voorwaarden, toegekend voor de jaren 2013, 2014 en 2015.
Op 30 september 2014 werd aan Heerlen het voorlopige budget voor 2015 toegekend dat berekend werd
op basis van het nieuwe ‘Centraal Plan Bureau (CPB) verdeelmodel’ en waarin tevens de beoogde effecten
van de maatregelen WWB 2015 zijn verdisconteerd. Vooralsnog is voor 2015 het MACRO budget 4% lager
vastgesteld ten opzichte van 2014. Voor 2015 blijft een kosten neutrale uitvoering van de regeling BUIG de
doelstelling.
• Handhaving.
Binnen Handhaving gaan we steeds meer projectmatig werken in plaats van alleen het oppakken van interne en externe fraudemeldingen. Projecten in dat verband zijn: STERK, Partiële Inkomsten, Flexteam en
Adresfraude.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema armoedebestrijding om onze doelstellingen te
bereiken?
• Effectiviteit verhogen.
Binnen het armoedebeleid bestaan zgn. generieke verstrekkingen, die vrij te besteden zijn door de klant
en zgn. specifieke verstrekkingen die verstrekt zijn voor een bepaald doel. Het risico van het verstrekken
van specifieke verstrekkingen binnen het kader van armoedehulpverlening is dat het voor iets anders wordt
gebruikt, dan waar het voor bedoeld is. Dat willen we zo veel mogelijk voorkomen. Een goed alternatief is
hulp in natura. Zo voorkomen we bijvoorbeeld dat een vergoeding voor de maatschappelijke participatie van
kinderen wordt gebruikt voor het afbetalen van schulden of geld voor een wasmachine wordt uitgegeven aan
een televisie. In 2015 ontwikkelen we hierover nieuw beleid.
46
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema armoedebestrijding om dit te realiseren?
• WWB-verordeningen.
• Afstemmingsverordening, 2015.
• Verordening individuele inkomenstoeslag, 2015.
• Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive, 2015.
• Handhavingsverordening, 2015.
• Verordening individuele studietoeslag, 2015).
• Beleidsregel bijzondere bijstand, 2015.
• Beleidsregel terugvordering, invordering, boete en verhaal, 2015.
• Beleidsregel toeslagen.
• Handhavingsbeleidsplan ‘Dienstverlenend Handhaven 2014-2018’.
• Verordening Kortingsregeling, 2015.
• Beleidsplan schuldhulpverlening, 2015.
• Kadernota armoedebeleid (er komt een nieuw beleidsplan).
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema armoedebestrijding kosten?
Armoedebestrijding
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-81.084
-83.164
-79.332
-79.701
-79.707
-79.706
68.260
68.861
63.938
63.938
63.938
63.938
-12.825
-14.303
-15.394
-15.763
-15.769
-15.768
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema armoedebestrijding?
• Het college kan op aanvraag een individuele studietoeslag verlenen aan personen die minimaal 18 jaar oud
zijn, recht hebben op studiefinanciering of WTOS, geen vermogen hebben en met voltijdse arbeid niet in
staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon. In individuele gevallen doen wij dat en op korte
termijn gaan wij in dat verband een verordening opstellen. Onze intentie is dat wij niet substantieel meer
zullen doen dan we nu al doen waardoor deze extra middelen kunnen vrijvallen en als bezuiniging kunnen
worden opgenomen. Voor deze regeling wordt in 2015 € 6 miljoen beschikbaar gesteld, oplopend tot € 35
miljoen structureel. Voorstel is om deze individuele studietoeslag niet in te voeren. Dit levert een bezuiniging
op van € 66.000 in 2015, € 209.000 in 2016, € 336.000 in 2017 en € 396.000 in 2018.
47
Kernthema Meedoen en zorg
Inleiding
Binnen dit kernthema werken verschillende sectoren samen waaronder welzijn, zorg, sport en cultuur. Al die
sectoren zijn er op gericht om de sociale infrastructuur te versterken. Met het kernthema Meedoen & Zorg
richten we ons op het verder aanpakken van sociale achterstanden van mensen. We willen onze burgers zo
optimaal mogelijk laten meedoen in onze samenleving. Daarnaast willen wij meer mensen die nu nog niet actief
zijn in de samenleving, vooral binnen de groepen langdurig werklozen, ‘jonge’ ouderen en allochtonen, activeren tot vrijwilligerswerk of andere vormen van informele dienstverlening. Meer dan voorheen zetten we daarbij
in op het benutten van de ‘eigen kracht’ van burgers en hun sociale netwerk. Dat betekent een andere rol voor
zowel de Heerlense burger als de gemeente Heerlen. Hierbij staat de gemeente meer op afstand. De rol van
de burger verschuift naar die van initiatiefnemer, waarbij de gemeente meer zaken los laat. De focus komt nog
meer te liggen op wat mensen wél kunnen, in plaats van op wat ze niet meer kunnen. In de praktijk betekent
dit dat we de nadruk leggen en inzetten op de zgn. nulde lijn, het eigen netwerk, preventie en vroeg signalering.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervalt vanaf 2015. De AWBZ-functies extramurale begeleiding en persoonlijke verzorging worden met ingang van 2015 overgeheveld naar de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en komen daarmee onder de verantwoordelijkheid van ons als gemeente. Wat overblijf
komt in de wet hervorming langdurige zorg of gaat over naar de zorgverzekeringswet.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema meedoen en zorg om onze doelstellingen te bereiken?
• Intensiveren ondersteuning mantelzorgers.
Indien nodig wordt voor de mantelzorger ook een ondersteuningsplan opgesteld dat samenhangt met het
ondersteuningsplan van die persoon voor wie de mantelzorger zorgt. Deze ‘op maat aanpak’ is nieuw ten opzichte van het huidige mantelzorgbeleid. We willen op deze manier overbelasting zoveel mogelijk voorkomen.
Als gemeente kunnen we hier op sturen. Dat betekent echter wel dat we alert moeten zijn op de signalen uit
de directe omgeving van burgers. Komende periode zullen we gebruiken om te zoeken naar mogelijkheden
om de mantelzorger te ontlasten. In dit kader zal onderzocht worden op welke manier een slimme combinatie van respijtzorg en kortdurend verblijf gemaakt kan worden. Ook krijgen we als taak om het mantelzorgcompliment vorm te geven (dat is nu nog landelijk geregeld).
• Intensiveren gezondheidsbeleid.
De komende periode zetten we in op het creëren van meer samenhang tussen de diverse preventieve activiteiten om op die manier beter te kunnen sturen op resultaten. Zo willen we een betere koppeling maken
tussen het publieke gezondheidsbeleid en het Wmo beleid. Juist omdat het zorggebruik in Heerlen relatief
hoog ligt ten opzichte van de rest van Nederland, blijven we inzetten op gezondheidsbeleid om deze trend te
keren. Dit krijgt onder andere al vorm via de koppeling met sportbeleid. Heerlen is sinds juli 2014 zgn. JOGG
(Jongeren op Gezond Gewicht) gemeente geworden.
• Integraal oppakken van alcoholmatigingsbeleid.
Wij hebben een wettelijke verplichting om preventie- en handhavingsplan op te stellen. Per gemeente moet
aangegeven worden wat de doelstellingen, aanpak en resultaten zijn met betrekking tot alcoholmatigingsbeleid inclusief aspecten als preventie, regelgeving en handhaving. Inzet is om dit op parkstadniveau af te
stemmen.
• Intensiveren vrijwilligersbeleid.
Bij de zorgvrijwilligers willen we onderzoeken of er meer gebruik kan worden gemaakt van de ondersteuning van vrijwilligers in plaats van professionals. We realiseren ons dat bepaalde handelingen door professionals uitgevoerd moeten worden omdat zij daartoe opgeleid zijn en bepaalde noodzakelijke vaardigheden
ontwikkeld hebben. Ook zijn we ons bewust van het spanningsveld tussen de inzet van vrijwilligers en wat
dit betekent voor plekken op de arbeidsmarkt. We zullen op zoek gaan naar juiste balans. We denken dat er
meer mogelijk is door de inzet van slimme combinaties als enthousiasmeren, ondersteunen en faciliteren van
mensen met een uitkering en mensen in trajecten van baanbrekend werk.
48
Tot slot willen we overige vrijwilligers en verenigingen bewust maken van het uitgangspunt dat iedereen zoveel mogelijk normaal zou moeten kunnen meedoen. Dat betekent dat mensen ook met een beperking mee
zouden moeten kunnen doen aan het reguliere activiteitenaanbod zoals dat momenteel in Heerlen georganiseerd is.
• Huishoudelijke hulp.
Vanaf 2015 beschikken we over ongeveer 3,4 miljoen euro minder budget ten behoeve van de huishoudelijke
hulp. We vangen dit op door aanpassingen op de Huishoudelijke Zorg die we al vanaf 2013 gefaseerd hebben
ingevoerd, met name rond het doen van boodschappen en PGB’s voor naaste familie. De financiële effecten
daarvan zijn in afwachting van de forse bezuiniging op het budget voor 2013 en 2014 vooralsnog incidenteel
ingeboekt en worden nu structureel aangewend om deze bezuiniging op te vangen. Daarnaast zijn er aanbestedingsvoordelen en zijn er voordelen binnen de zogenaamde HHT (Huishoudelijke Hulp Toeslag) doordat
enerzijds de was- en strijkservice een algemene voor voorziening wordt maar dat anderzijds via de HHT
mensen de mogelijkheid krijgen dit als individuele voorziening te behouden, waarvoor dan wel een eigen
bijdrage verschuldigd is.
Vanaf 2016 krijgen we te maken met nog eens € 1,5 miljoen extra minder rijksbudget voor de huishoudelijke
hulp (HH). Dit is niet verder op te vangen door beleidsaanpassingen, tenzij de HH als individuele voorziening
zou verdwijnen, hetgeen wij onwenselijk vinden. Daarom kiezen wij er voor dit bedrag in deed eigen gemeentelijke begroting vrij te maken.
Hierdoor zien we ook dat de werkgelegenheidseffecten in de thuiszorg positief afsteekt ten opzichte van andere regio’s.
• Inclusieve stad.
Een inclusieve samenleving is een samenleving waar iedere burger met of zonder beperking aan kan deelnemen. Een samenleving, waarbij kwaliteit van leven en keuzevrijheid van het individu belangrijke elementen
zijn. Vraag en mogelijkheden van mensen zijn daarbij het uitgangspunt. Een samenleving waar op specifiek terreinen soms extra aanpassingen nodig zijn. Om te komen tot een inclusieve samenleving is inclusief
beleid en inclusief denken nodig. Het doel van ons inclusief beleid is dat alle burgers van een gemeente, met
beperking of zonder beperkingen, vanzelfsprekend op een gelijkwaardige manier kunnen deelnemen aan het
maatschappelijke leven.
Decentralisatie AWBZ/Wmo
• Vormgeven opvang en beschermd wonen op regionaal niveau.
Voor burgers in de opvang is het van groot belang dat integrale zorg geboden wordt. Zij hebben bijna allemaal problemen op alle leefgebieden. (Omvangrijke) schulden zijn er eigenlijk altijd. Verstandelijke beperkingen en/of psychiatrische of psychosociale problematiek spelen eveneens heel vaak een rol. We gaan dan
ook hier werken volgens de methodiek: 1 Gezin, 1 Plan, 1 Regisseur. We streven ernaar dat mensen zo kort
mogelijk in de opvang verblijven. Via het project ‘Housing Parkstad’ wordt sinds 2013 in samenwerking met
de woningcorporaties in de regio de uitstroom bevorderd en gestructureerd. Dit zullen we voortzetten en
wellicht uitbreiden.
Voor beschermd wonen geldt dat dit alleen mensen met psychiatrische problematiek betreft. Zij verblijven
vaak enkele jaren, en soms chronisch, in een beschermde woonvorm. Deze doelgroep is grotendeels nieuw
voor de gemeente. We zullen hier de komende jaren ervaring mee opdoen en beleid voor ontwikkelen.
• Transformatie stimuleren.
De volgende veranderingen achten wij in 2015 en de jaren erna nodig in de zorg en ondersteuning aan
inwoners met beperkingen: het realiseren van een cultuuromslag bij zowel burgers, professionals als de
gemeente. We willen toewerken naar nieuwe vormen van zakelijke afspraken met onze partners, het inzetten
van andere instrumenten om de zelfredzaamheid van inwoners te stimuleren en het ‘normaliseren van zorg’.
Ook de voorgenomen uitbreiding van (inzet door) vrijwilligers en ‘zorg op afstand’ (zoals het inzetten van
beeldcommunicatie en andere ICT-middelen) zullen leiden tot verschuivingen in de mate en vorm van ondersteuning.
• Toewerken naar een intensieve samenwerking met de partners.
We voeren onze rol als opdrachtgever uit in partnerschap. De kennis en kunde van onze partners hebben we
hard nodig om deze klus te klaren.
49
We werken samen met onze partners op basis van wederzijds vertrouwen en respect voor elkaars kwaliteiten
en verschillen en werken samen aan het vernieuwen en verbeteren van de ondersteuning aan burgers (high
trust high penalty). Dat betekent dat we elkaar ook aanspreken als er afspraken niet worden nagekomen.
Omdat de gemeente wel eindverantwoordelijk is op zowel inhoudelijk, financieel als politiek gebied vervult de
gemeente een speciale rol binnen dit partnerschap. We willen toewerken naar een systeem dat gebaseerd is
op vertrouwen.
Begroting 2015:
Wat gaan we daarvan in 2015 doen om onze doelstellingen te bereiken?
• Opvang anders vormgeven, waaronder vrouwenopvang.
In overleg met Blijf van mijn Lijf Parkstad en Levanto (moederopvang) is een verandertraject gestart waarbij
Blijf van mijn Lijf haar landelijke functie grotendeels loslaat en vanaf 1 januari 2015 voornamelijk vrouwen
binnen Parkstad opvangt die slachtoffer zijn van huiselijk geweld.
Tevens is het streven om de twee opvanginstellingen samen te voegen tot één opvang voor vrouwen, voor
zowel huiselijk geweld als (jonge) moeders die opvang en/of ondersteuning nodig hebben. Gedurende 2015
zal dit verder vorm krijgen.
Voor de opvang willen we een integrale aanpak met een sterke regie op cliëntniveau waarbij we aan de
parkstadgemeenten vragen om Heerlen hiervoor te mandateren. De drie decentralisaties geven ons de kans
om tot een sterke integrale aanpak te komen, ook voor de kinderen in de opvang, met al doel duurzame
uitstroom uit de opvang.
Decentralisaties AWBZ/Wmo
• De decentralisatie AWBZ/Wmo.
We gaan nieuwe taken en verantwoordelijkheden implementeren op basis van het in werking treden van de
nieuwe wetgeving rondom de Wmo (en jeugdzorg) per 1 januari 2015.
• Het vormgeven van een ‘nieuwe toegang’ tot de Wmo-voorzieningen.
Bij het vormgeven van onze nieuwe taken binnen zowel de Wmo, Jeugdwet als Participatiewet is de belangrijkste opgave dat we de ondersteuning aan burgers verbeteren tegen minder kosten. Een belangrijk onderdeel van het verbeteren van deze ondersteuning vormt de zogenaamde ‘Toegang tot ondersteuning’. Als we
over toegang spreken dan hebben we het over het proces vanaf het moment dat een burger (of zijn omgeving) ondersteuning zoekt tot en met het moment waarop de toewijzing van deze ondersteuning plaatsvindt.
De nieuwe taken vragen niet alleen van ons dat we het toegangsproces tot deze ondersteuning organiseren,
de gedecentraliseerde taken bieden ook meer mogelijkheden om de ondersteuning aan burgers beter afgestemd op de burger te organiseren
• Organiseren ondersteuningsaanbod.
Op basis van de individuele behoeften van een burger gaan we onderzoeken wat nodig is om een persoon te
ondersteunen zodat hij/zij zo normaal mogelijk in de samenleving kan participeren. Hiertoe kunnen (reeds
bestaande gemeentelijke Wmo) voorzieningen ingezet worden zoals een woningaanpassing, hulp bij het
huishouden etc. Nieuw is dat we ook begeleiding, kortdurend verblijf en beschermd wonen gaan aanbieden.
Hiermee worden de gemeentelijke Wmo-voorzieningen uitgebreid en kunnen we een bredere mix van voorzieningen aanbieden. We krijgen hiermee de kans om onconventionele arrangementen samen te stellen die
aansluiten op de individuele behoeften. Ook biedt dit kansen voor kostenbesparingen. Juist doordat we een
brede mix aan instrumenten kunnen inzetten, bestaat er de mogelijkheid om aan knoppen te draaien waar
we eerder niet aan konden draaien. Zo kan het best zijn dat door de inzet van extra huishoudelijke hulp, er
met minder uren begeleiding volstaan kan worden. Of dat door de mantelzorger een ondersteuningsaanbod
te doen, de vraag naar dagopvang uitgesteld kan worden. We kunnen dus sturen op het inzetten van preventieve en relatief goedkope ondersteuning om het beroep op de duurdere vormen van ondersteuning terug te
schroeven. Ook bouwen we een bepaalde mate van flexibiliteit in zodat ondersteuning gegeven kan worden
op die momenten dat het nodig is. Het kan namelijk best zo zijn dat in er in het begin van een proces veel
ondersteuning nodig is, terwijl met het stabiliseren van de problematiek, de behoefte aan ondersteuning
afneemt.
50
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema meedoen en zorg om dit te realiseren?
• Uitgangspunten ‘3 Decentralisaties’, 2012.
• Regionaal Gezondheidsbeleid, 2012-2015 ‘Een gezonde koers voor Zuid-Limburg’, 2012.
• Financieel uitwerkingsbesluit maatschappelijke ondersteuning, 2015.
• Uitwerkingsbesluit maatschappelijke ondersteuning, 2015.
• Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid Heerlen, 2010.
• Verordening maatschappelijke ondersteuning, 2009.
• Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2008-2011 ‘Meedoen in Heerlen’ 2015.
• Stedelijk Kompas, 2008.
• Dienstverleningsconcept en Toegang ‘Dichtbij’ Advies 3D Werkgroep, 2013.
• Beleidskader Sociaal Domein, 2013.
• Wet maatschappelijke ondersteuning, 2015.
• Verordening maatschappelijke ondersteuning, 2015.
• Financieel uitwerkingsbesluit maatschappelijke ondersteuning, 2015.
• Uitwerkingsbesluit maatschappelijke ondersteuning, 2015.
• Beleidsplan Wmo, 2014.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema meedoen en zorg kosten?
Meedoen en zorg
Rekening
x € 1.000
Lasten
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-33.912
-31.634
-83.932
-87.218
-85.778
-85.363
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
4.589
4.604
4.401
3.801
3.801
3.801
-29.323
-27.030
-79.531
-83.416
-81.977
-81.562
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema meedoen en zorg?
Zie ook onder de alinea ‘huishoudelijke hulp’.
• Doordat wij stoppen met de subsidie aan dragers van het zgn. geestelijk ambt realiseren wij een bezuiniging
vanaf 2015 € 14.000.
• Een besparing bij de nieuwe aanbesteding hulpmiddelen (Wmo oud) levert een bezuiniging op van
€ 1.100.000 per 2015.
• Op het preventief jeugdbeleid verwachten wij lagere uitgaven. Dit betekent een structurele bezuiniging van
€ 75.000 vanaf 2015.
• Er is een bezuiniging mogelijk door de invulling van het reanimatienetwerk (hulp bij een circulatiestilstand)
anders vorm te geven. Dit betekent een structurele bezuiniging van € 20.000 vanaf 2015.
• De nazorg en begeleiding aan vrouwen uit de (voormalige) tippelzone is overbodig geworden. Dit betekent
een structurele bezuiniging vanaf 2015 van € 48.000.
• We realiseren een afbouw op het overschot ten aanzien van de ontmoetingsfunctie van zgn. sociaal kwetsbaren (alleenstaanden en ouderen). Dit betekent een bezuiniging van € 15.000 structureel vanaf 2015.
• De gereserveerde regionale middelen ten behoeve van de maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen
kan eenmalig komen te vervallen zonder dat er inhoudelijk wordt ingegrepen. Dat betekent een besparing
van € 600.000 in 2015.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Welke investeringen gaan we doen binnen het kernthema meedoen en zorg?
Omschrijving
Begroting
x € 1.000
Multifunctionele Accommodatie Bekkerveld
2015
Meerjarenraming
2016
2017
2018
0
0
0
2.538
Totaal
2.538
51
52
Kernthema Integraal jeugdbeleid
Inleiding
Het hele gemeentelijke jeugdbeleid bestaat uit drie deelgebieden die steeds specifieker worden en er op gericht
zijn om de kansen van kinderen/jongeren tussen 0-23 jaar te vergroten zodat ze zich optimaal kunnen ontplooien en ontwikkelen tot een actief en volwaardig burger. Als er problemen ontstaan zoals achterstanden en
uitval van jongeren dan willen we dat in een zo vroeg mogelijk stadium opsporen en aanpakken.
Het eerste deelgebied is het beleid, of beter gezegd de combinatie van beleid, dat gericht is op basisvoorzieningen en een pro-actief karakter heeft. Dat varieert van scouting en speeltuinvoorzieningen tot culturele, economische, onderwijs- en arbeidsmarktgerichte voorzieningen die onder andere bedoeld zijn voor jeugdigen en er
in algemene zin voor zorgen dat het voorzieningen niveau in de stad op peil is.
Het volgende meer specifiek op jeugdigen gerichte deelgebied is ons jeugdpreventie beleid. Dit is bijvoorbeeld
de inzet van maatschappelijk werk en de jeugdgezondheidszorg die risico’s bij jongeren in een vroeg stadium
signaleren en oppakken. Het doel is om zwaardere problemen bij deze groep te voorkomen en daarmee de
(dure) specialistische zorg. Voor ons als gemeente is de effectiviteit van dit preventieve deelgebied van groot
belang omdat hiermee de belasting op de zorg, die vanaf 2015 onderdeel wordt van gemeentelijk beleid (decentralisatie), verminderd wordt.
Het derde deelgebied is de hierboven genoemde jeugdzorg. Deze bestaat uit allerlei vormen van jeugdhulp (inclusief specialistische hulp zoals jeugd-ggz, jeugd-vb, gesloten jeugdhulp) en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
De decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeente moet ervoor zorgen dat er meer wordt ingezet op
preventie, hulp beter op elkaar aansluit en dat er maximaal gebruik gemaakt wordt van de eigen kracht van
mensen. Daarnaast gaan we de 3 decentralisaties in samenhang oppakken zowel in beleid als in uitvoering. De
nieuwe taken binnen het jeugdbeleid zullen daarnaast aansluiten bij de bestaande (preventieve) taken die de
gemeente al had.
In 2015 proberen we deze taken op een goede manier over te hevelen aan de gemeente en ervoor te zorgen
dat een burger met vragen/problemen geholpen wordt en de benodigde hulp geboden kan worden (Transitie).
Vanaf 2015 zullen we gaan investeren in een verdere transformatie van de jeugdhulp: integraler, efficiënter en
preventiever.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema integraal jeugdbeleid om onze doelstellingen te bereiken?
• Uitvoeren plan van aanpak ouderbetrokkenheid.
Essentie van het plan van aanpak ‘ouderbetrokkenheid’ is het vergroten van de betrokkenheid van ouders
bij de ontwikkeling van hun kind. Hierover zijn met meerdere partijen (onderwijs en overige jeugdpartners)
afspraken gemaakt die we de komende jaren gaan uitvoeren.
• Continueren van de samenwerking Parkstad in relatie tot de decentralisaties.
Op het gebied van jeugd werken de Parkstadgemeenten al enkele jaren constructief samen met de jeugdpartners met als doel het verbeteren van de situatie van kinderen en jongeren. De thema’s voor de komende
jaren zijn: de decentralisatie van de jeugdzorg, verder implementeren van 1gezin-1Plan-1Regisseur, passend
onderwijs en de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld.
• Continueren integrale aanpak veiligheidsproblemen.
Door samenwerking tussen gemeente Heerlen, Alcander (Jeugdwerk en Jeugdpreventieplatform) en de Politie
kunnen zgn. ‘hotspots’ in het kader van Jeugdoverlast snel en effectief worden aangepakt. Hiervoor is ook
een werkbudget beschikbaar gesteld dat snel ingezet kan worden.
• Continueren jeugdparticipatie-activiteiten.
De verschillende jeugdparticipatieprojecten (Jeugdparticipatiedagen, Kinderburgemeester etc.) worden
steeds meer in samenwerking met het welzijnswerk en buurtpartners uitgevoerd zodat er door het jaar heen
meer, op participatie gerichte, activiteiten voor een grotere groep Heerlense kinderen en jongeren aangeboden kunnen worden.
53
• Bevorderen vrijetijdsbesteding jongeren.
Middels het bieden van een zinvolle vrijetijdsbesteding worden bij jeugdigen talenten ontdekt en interesses
gewekt die bijdragen aan de identiteitsvorming van jeugdigen. Door het bieden van actieve programma`s in
de jongerenaccommodaties en het ambulante jongerenwerk wordt verveling tegengegaan en gewerkt aan
het bevorderen van sociale interactie. Tevens wordt ondersteuning en hulp geboden aan de buurtgerichte
vrijwillige inzet op dit gebied.
• Realiseren twee jongerenaccommodaties.
Op dit moment zijn twee van de vier in totaal te realiseren jongerenaccommodaties in gebruik. De derde jongerenaccommodatie voor het stadsdeel Heerlerheide wordt op dit moment ontwikkeld en de vierde accommodatie voor Heerlen zuid is in voorbereiding.
• Speeltuinen en scouting.
We gaan de komende jaren de speeltuinen en scouting herstructureren om te komen tot voldoende en kwalitatieve accommodaties met vitale speeltuin- en scoutingorganisaties. Het speeltuinbeleid richt zich met name
op kwaliteitsverbetering, modernisering en veiligheid.
Voor wat betreft scouting ligt de focus op de toekomstige behoefte aan accommodaties in relatie tot het aantal gebruikers.
• Decentralisatie jeugdzorg: aanvaardbaar niveau.
Het ‘aanvaardbaar niveau’ van hulp wil niet zeggen dat dit gerelateerd is aan de huidige kwaliteit en kwantiteit van zorg. Door de nieuwe werkwijze zal dit voor burgers zeker veranderen. De mening van de professional is voor ons leidend en bepaalt wat een aanvaardbaar niveau van hulp is voor een gezin. Zolang we als
gemeente het advies van de professional als leidend hanteren, bieden we als gemeente een aanvaardbaar
hulpniveau.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema integraal jeugdbeleid om onze doelstellingen te
bereiken?
• Invoering decentralisatie jeugdzorg.
We gaan er alles aan doen om de nieuwe jeugd wet taken uit te voeren met de daarvoor beschikbare
budgetten. In de afspraken met aanbieders voor 2015 (vastgelegd in het Regionaal Transitie Arrangement,
RTA) is hierop ingespeeld door met hen af te spreken dat ze 80% van hun budget in 2012 krijgen in 2015.
Hiermee wordt ruimte gecreëerd voor vernieuwing en het opvangen van de landelijke taakstelling. Ook door
de nieuwe werkwijze - waarbij samen met het gezin, integraal gekeken wordt naar alle leefgebieden, hulp
goed op elkaar afgestemd wordt, eigen kracht van het sociaal netwerk benut wordt en de hulp geregisseerd
wordt, moet bijdragen aan een efficiënte uitvoering binnen de beschikbare budgetten. Aangezien er in 2015
veel veranderingen in een keer plaatsvinden in het sociale domein en het daardoor koffiedik kijken is welke
gevolgen dit heeft, zal na het eerste kwartaal 2015 pas een eerste indicatie gegeven kunnen worden of een
en ande haalbaar is.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema integraal jeugdbeleid om dit te realiseren?
• Wet op de Jeugdwetzorg, 2015.
• Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), 2015.
• Wet Publieke Gezondheid, 2008.
• Wet op de Kinderopvang, 2015.
• ‘Samenwerken voor de jeugd, zo doen we dat in Parkstad’: Jeugdagenda 2012-2015 (2011) en
Uitvoeringsprogramma Jeugdagenda Parkstad 2014-20152014).
• [email protected], Kkadernota Integraal Jeugdbeleid 2013-2016, 2013.
• Nog vast te stellen: Beleidsplan Jeugdhulp Parkstad 2015-2018.
• Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid Heerlen, 2010.
54
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema integraal jeugdbeleid kosten?
Integraal Jeugdbeleid
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-5.785
-5.974
-34.772
-34.588
-33.500
-33.492
391
476
351
454
200
200
-5.394
-5.498
-34.422
-34.134
-33.300
-33.292
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema integraal jeugdbeleid?
• Door middelen vanuit de specifieke uitkering onderwijs achterstandenbeleid uit te ruilen met het kernthema
jeugdbeleid is in 2015 een bezuiniging mogelijk van € 250.000.
• Door het versoberen van de wettelijke taak inzake de inspecties kinderopvang, gastouderopvang en peuterspeelzalen bezuinigen we vanaf 2015 jaarlijks € 10.000.
55
Kernthema Integraal ouderenbeleid
Inleiding
Het uitgangspunt van het kernthema Ouderenbeleid is dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen
en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Om dit te bereiken is een integrale benadering van groot
belang. We richten ons daarbij met name op de groep vitale ouderen.
Het gaat om een groep senioren die zich over het algemeen fit voelt en die zelfredzaam en onafhankelijk is. We
willen deze groep stimuleren om maatschappelijk actief te blijven of te worden. En daarnaast zijn wij er juist
van overtuigd dat deze groep, met al haar ervaring en kennis, een belangrijke toegevoegde waarde heeft voor
de samenleving. Wij als gemeente denken een rol te hebben bij het mobiliseren van deze toegevoegde waarde.
We hebben daarnaast oog voor de groep kwetsbare ouderen, of degenen die in deze positie dreigen te komen
doordat er een zorgvraag bestaat. De aandacht voor deze groep pakken we binnen de reguliere inzet van de
Wmo op.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we in deze bestuursperiode doen binnen het kernthema integraal ouderenbeleid om onze
doelstellingen te bereiken?
• De meerjarige activiteiten binnen dit kernthema gaan we in 2015, in de nieuwe Ouderennota (2015), definitief omschrijven. Het is belangrijk om de totstandkoming van deze nota in goede samenspraak te doen met
ouderen en met de aan de doelgroep ouderen gerelateerde organisaties. Het ontwikkelen van ouderenbeleid
samen met de samenleving zal ook de ruggengraat vormen van deze nieuwe ouderennota. Wij vinden het als
gemeente belangrijk dat een drietal thema’s een prominente plek zullen gaan krijgen in de nota:
1. Wonen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ouderen zolang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen?
Dat kan variëren van het evalueren en mogelijk toepassen van nieuwe concepten, tot het bedenken en
eventueel ontwikkelen van eenvoudige slimme aanpassingen aan woningen. Naast deze fysieke benadering zijn er mogelijk ook meer maatschappelijke en sociale aspecten die het zelfstandig wonen kunnen
bevorderen.
2. Bewegen. Vitaliteit en met name lichamelijke vitaliteit speelt een belangrijke rol in de mate waarin ouderen nog (kunnen) deelnemen aan de maatschappij. Wij denken daar als gemeente een belangrijke rol
in te kunnen spelen door bijvoorbeeld het reguliere sportaanbod ook beter geschikt te maken voor deze
groep vitale ouderen.
3. Participatie. Wij denken daarbij aan twee vormen van participatie. Enerzijds willen we ervoor zorgen dat
ouderen blijven deelnemen aan het maatschappelijke leven en anderzijds willen we juist gebruik maken
van de ervaring, kennis en bekwaamheden van ouderen omdat wij denken dat dit een belangrijke impuls
kan zijn voor de samenleving.
Begroting 2015:
Wat gaan we daarvan in 2015 doen om onze doelstellingen te bereiken?
• We gaan in 2015 een nieuwe ouderennota opstellen. De laatste ouderennota dateert alweer uit 2003 en is
daarmee verouderd. In deze nota waarin de ‘vitale ouderen’ centraal zullen staan, gaan we de belangrijkste
thema’s en doelstellingen van dit beleidsterrein benoemen. Het ontwikkelen van dat nieuwe beleid gaan we
in nauwe samenspraak doen met instellingen, maatschappelijke en culturele organisaties én ouderenorganisaties.
• We gaan de budgetten die wij besteden in het kader van het vitaal ouderenbeleid centraliseren. Op dit
moment zijn deze budgetten nog verspreid over de verschillende kernthema’s waardoor de integrale beleidsontwikkeling en verantwoording van dit beleidsonderdeel wordt gehinderd. Dit willen we in de komende
bestuursperiode verbeteren te beginnen met het centraliseren van de budgetten in 2015.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema integraal ouderenbeleid om dit te realiseren?
• De nieuwe Ouderennota.
• Regionaal Gezondheidsbeleid, 2012-2015 ‘Een gezonde koers voor Zuid-Limburg’.
• Het nieuwe Wmo beleidsplan.
56
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema integraal ouderenbeleid kosten?
Integraal Ouderenbeleid
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Rekening
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-224
-221
-205
-406
-405
-405
0
0
0
0
0
0
-224
-221
-205
-406
-405
-405
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema integraal ouderenbeleid?
• In 2016, 2017 en 2018 reserveren wij jaarlijks ten behoeve van het integrale ouderenbeleid een bedrag ter
hoogte van € 200.000 extra.
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema integraal ouderenbeleid?
n.v.t.
57
58
2.3 Programma Leefomgeving
Portefeuillehouders: N. Aarts, P. Depla, J. Clemens
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat willen we in deze bestuursperiode bereiken met het programma leefomgeving?
Onze ambitie is: ‘in Heerlen is de basis op orde’. Onze strategische opgave is de versterking van de sociaaleconomische structuur van onze stad. Het door ontwikkelen en versterken van die sociaal-economische en ook
de ruimtelijke structuur kan alleen als de basis op orde is. Pas als een stad met zijn centrum, woonbuurten,
natuurgebieden en bedrijvenlocaties schoon, heel, veilig en bereikbaar is, nu en in de toekomst, willen mensen
er wonen, werken en recreëren. Het programma leefomgeving stelt zich tot doel deze basis op orde te krijgen
en te houden, zodat Heerlen een stad is waar inwoners en gasten zich prettig voelen en waar bedrijven zich willen vestigen. Heerlen als aantrekkelijke stad. Gezien de financiële druk waar gemeenten, en dus ook Heerlen,
mee te maken hebben moeten we echter nu, maar ook in de komende jaren moeilijke en soms pijnlijke keuzes
maken. Onze eerste prioriteit ligt dan bij het überhaupt niet laten dalen en liefst zelfs verhogen van de kwaliteit
van de leefomgeving in gebieden waar die kwaliteit al laag is. Daarna richten wij ons op het voorkomen van
dalingen in gebieden waar de huidige kwaliteit net voldoende is. Daar waar de kwaliteit ruim voldoende is zullen
wij een eventuele daling moeten accepteren. Daar waar mogelijk zal het programma leefomgeving verbinding
en afstemming zoeken met andere programma’s zodat de inspanningen van de programma’s elkaar maximaal
zullen versterken.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat zijn onze ambities in deze bestuursperiode binnen het programma leefomgeving?
De ambities binnen het programma leefomgeving zijn afgeleiden van de thema’s schoon, heel, veilig en bereikbaar. Zo willen we zorgen voor een schone stad, heel straatmeubilair, voldoende verlichting, en bijgehouden
groen. Verloedering en verpaupering willen we tegen gaan. We gaan nadenken over gedifferentieerder onderhoud van de openbare ruimte, de burgers actiever betrekken en zoeken naar manieren om heel ook duurzaam
heel te laten zijn (geen of minder kapitaalvernietiging). Overheid en burger zullen het meer samen moeten
doen in de toekomst.
Veiligheid is een basisvoorwaarde voor een leefbare buurt en stad. Binnen dit onderdeel van het programma
leefomgeving zullen we onze inzet om criminaliteit en overlast terug te dringen continueren en daar waar mogelijk samen met onze maatschappelijke partners verder verbeteren.
Georganiseerde criminaliteit wordt samen met onze justitiële partners aangepakt, het aantal vermogens- en geweldsdelicten willen we verder verkleinen en de illegale hennepteelt en synthetische drugs productie zullen we
zoveel mogelijk tegen gaan. We plegen forse inspanningen om kindermishandeling en huiselijk geweld (geweld
in afhankelijkheidsrelaties) verder terug te dringen en op het verminderen van overlast in de openbare ruimte.
Heerlen kiest hierbij waar mogelijk nadrukkelijk voor de combinatie van preventie, repressie en zorg daar in de
praktijk is gebleken dat dit de enige manier is om duurzame resultaten te boeken. Een veilige leefomgeving betekent ook dat ingezet zal worden op veilige gebouwen, woningen, bedrijven en evenementen (bouwen, ruimtelijke ordening en milieu). Tevens zetten we in op het zoveel mogelijk verkleinen van de effecten van rampen
middels een goede voorbereiding hierop.
Tenslotte is een leefbare stad ook een stad die goed bereikbaar is en waarbij de verkeersveiligheid en toegankelijkheid zoveel mogelijk geborgd is. Middels de juiste verkeerskundige keuzes en accenten kan het streven
naar het gewenste multimodale verkeerssysteem (en dus ook een hogere tevredenheid onder de bewoners en
bezoekers van Heerlen) zo goed mogelijk worden benaderd.
In 2015 wordt beleid ontwikkeld met betrekking tot het vergroten van burgerparticipatie. Het gaat erom de
burger meer in staat te stellen medeverantwoordelijkheid te voelen en te nemen voor zowel de veiligheid in de
stad, als voor de onderdelen schoon, heel, en bereikbaarheid.
59
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Hoe gaan wij in deze bestuursperiode onze inspanningen meten binnen het programma leefomgeving?
Voor de indicatoren behorende bij het programma Leefomgeving verwijzen wij naar de Effectmonitor die is
opgenomen als bijlage.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het programma leefomgeving kosten?
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-53.546
-51.850
-52.447
-52.031
-52.052
-52.074
4.618
3.496
3.162
2.702
2.702
2.702
-48.928
-48.354
-49.285
-49.329
-49.350
-49.372
Toevoeging reserves
-948
-1.241
-40
-40
-40
-40
Onttrekking reserves
739
913
335
332
201
177
-49.138
-48.682
-48.991
-49.037
-49.189
-49.235
Rekening
Bijgestelde
begroting
Begroting
Geraamde totaal saldo van
baten en lasten
Geraamde resultaat
Specificatie kernthema’s (saldo)
x € 1.000
Mobiliteit & Parkeren
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-1.219
-1.529
-1.720
-1.727
-1.727
-1.725
Schoon en heel
-32.812
-32.666
-33.362
-33.589
-33.628
-33.654
Veiligheid
-14.898
-14.159
-14.203
-14.013
-13.995
-13.993
Bestemming
Totaal
-210
-328
294
292
161
137
-49.138
-48.682
-48.991
-49.037
-49.189
-49.235
Risico’s
• Claims van derden (juridische procedures).
• Gemeentegaranties (terugvorderen van verliezen).
• Verbonden partijen (begrotingsresultaten).
Voor toelichting zie paragraaf 3.2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
60
Kernthema Schoon en heel
Inleiding
De openbare ruimte vormt de eerste indruk van de stad. De kwaliteit van het beheer en onderhoud is dan ook
een belangrijke basisvoorwaarde voor een leefbare en een aantrekkelijke stad voor onze inwoners, bezoekers
en ondernemers. Uit onderzoek van de universiteit van Wageningen blijkt zelfs dat Heerlen de groenste stad
is van Nederland. We staan echter voor steeds grotere uitdagingen in tijden waar er bezuinigd moet worden.
Zo zijn veel kastanjebomen in Heerlen massaal getroffen door een dodelijke bomenziekte, waaronder ook de
beeldbepalende kastanjebomen rondom het Bekkerveld. Uiteraard ‘beschermen’ wij ons groen zo goed als
we kunnen en blijven we de openbare ruimte onderhouden op een niveau wat verantwoord is. Het nieuwe
Werkbedrijf zal hierin een belangrijke rol hebben, waarbij wij verwachten meer maatwerk te kunnen leveren.
De basis moet immers op orde zijn!
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema schoon en heel om onze doelstellingen te bereiken?
• Rioolrenovaties (niveau minimale kwaliteit)/GRP vaststellen en uitvoeren (Parkstad).
We gaan door met de in 2014 ingeslagen weg om invulling te geven aan de verdergaande samenwerking
op het gebied van riool. Dit doen we samen met de gemeenten Kerkrade, Voerendaal, Nuth, Landgraaf,
Brunssum en Onderbanken, Heerlen en Waterschap Roer en Overmaas. Het gaat zowel om het opstellen van
gemeentelijke rioleringsplannen als de uitvoering van operationele werkzaamheden. De insteek is dat elke
gemeente een eigen rioleringsplan behoudt, maar dat de gemeenschappelijke onderdelen optimaal worden
benut. Doelstelling is om de kwaliteit van het rioolstelsel te verbeteren tegen lagere exploitatie- en investeringskosten. Hierbij houden we rekening met de resultaten en afspraken uit de verschillende optimalisatiestudies en waterakkoorden.
• Huidige niveau groenonderhoud handhaven/Samenwerken met buurten voor leefbaarheid/Groenstroken
meer in bruikleen/adopteren rotonde/Visie Beheer en Onderhoud Leefomgeving 2015-2020.
Wij gaan de Visie Beheer en Onderhoud Leefomgeving 2015-2020 formuleren (Kwaliteitsplan IBOR is onderdeel hiervan). De visie heeft als doel om ons onderhoud tegen zo laag mogelijk kosten uit te voeren, waarbij
wij de tevredenheid van bewoners op peil willen houden. Hiervoor gebruiken wij onder andere de uitkomsten
van een onderzoek dat wij eind 2013 hebben uitgevoerd naar de aspecten van beleving en de wijze waarop
wij dit kunnen beïnvloeden. Belangrijke aspecten zijn samenwerking met buurten, communicatie, het in
bruikleen geven en verkopen van gronden en de aansluiting op bedrijfsprocessen.
• Groen: samen doen!
Daar waar wij denken aan het versoberen van het onderhoud openbare ruimte tot het niveau dat verantwoord is, proberen wij het groenonderhoud op het huidige niveau handhaven. De waarde van groen is
namelijk niet in geld uit te drukken, maar heeft een zeer belangrijke impact op de beleving van de openbare ruimte. Daarom heeft het onderhoud van het groen in de coalitieovereenkomst een beschermde status
gekregen. Hierbij willen wij Heerlenaren ruimte geven om het groen meer smaak en variatie te geven, waar
de gemeente alleen een standaard inrichting kan opleveren. Om deze initiatieven op een eenduidige wijze te
faciliteren en te stimuleren, stellen wij de beleidsnota: “Groen: Samen doen!” op.
U kunt daarbij denken aan het onderhoud van plantsoenen tot en met de aanleg van geveltuintjes. Een ander mooi voorbeeld is de adoptie van het groen op rotondes door bedrijven. Wij verwachten dat buurten en
centra minder anoniem aanvoelen en dat er meer het gevoel ‘van mijn straat’ ontstaat.
• Onderhoud wegen.
Wij voeren al het benodigde onderhoud uit om de kwaliteit van de hoofdwegen en de buurtverbindingswegen
op peil te houden. Dit is binnen het budget mogelijk, omdat in woonbuurten nog maar 35 procent van het
benodigde grootschalige onderhoud wordt uitgevoerd.
Door het beperkt uitvoeren van grootschalig onderhoud in woonbuurten, gaat het kleinschalig onderhoud
toenemen. Wij verwachten dat de beeldkwaliteit uit het Kwaliteitsplan IBOR niet overal meer gehaald zal
worden. Ook zullen we niet altijd voldoen aan de verwachtingen van onze inwoners. Het beschikbaar budget
voor onderhoud is immers onvoldoende om alle wegen duurzaam te onderhouden.
61
Wel blijven we in staat om de veiligheid van het wegdek te garanderen, zoals dat bij een normaal weggebruik van de gemeente verwacht mag worden.
• Uitvoeren stedelijk plan schoon houden en evalueren.
Wij voeren het stedelijk plan schoonhouden uit. Wij meten in 2015 de tevredenheid over de netheid van het
straatbeeld aan de hand van het Burgeronderzoek dat eind 2015 opnieuw plaatsvindt. Tussentijds meten
wij de ‘netheid’ door gebruik te maken van de jaarlijkse resultaten van de gemeentelijke schouwen van de
openbare ruimte. Natuurlijk gaan wij ook met onze inwoners zelf in gesprek, want hun reacties zijn voor ons
de belangrijkste indicator voor succes. Dit is de basis voor de evaluatie van het plan en de activiteiten die we
ontwikkelen.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema schoon en heel om onze doelstellingen te bereiken?
In
•
•
•
•
•
2015 gaan we de volgende activiteiten ontplooien:
Het opstellen van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Heerlen.
Het opstellen van de Visie Beheer en Onderhoud Leefomgeving.
Het opstellen van de Nota Zelfbeheer: Groen samen doen.
Het actualiseren van de Wegverhardingsnota.
Het uitvoeren en evalueren van het Stedelijk Plan Schoonhouden.
• Om te kunnen stoppen met het handmatig sluiten van het centrum en het centrum stadsdeel Heerlerheide
investeren wij in een automatische afsluiting, waardoor de kosten voor open en sluiten kunnen worden teruggedrongen.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema schoon en heel om dit te realiseren?
• Kwaliteitsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2012-2015.
• Stedelijk Plan Schoonhouden 2012-2015 (2012).
• Beleidsplan Stedelijk Watermanagement 2011-2015 (2011).
• Wegverhardingsnota 2011-2015 (2012).
• Beleidsplan Openbare Verlichting t/m 2015 (2011).
• Nota Onderhoud Civieltechnische kunstwerken 2012-2016 (2012).
• Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
• Afvalinzamelplan 2008-2013.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema schoon en heel kosten?
Schoon en heel
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-35.233
-34.464
-35.444
-35.671
-35.711
-35.736
2.421
1.797
2.082
2.082
2.082
2.082
-32.812
-32.666
-33.362
-33.589
-33.628
-33.654
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema schoon en heel?
• Door het opruimen van zwerfvuil anders te financieren bezuinigen we ingaande 2015 structureel € 100.000.
• Er is een besparing mogelijk op de zgn. civiele kunstwerken zijnde het onderhoud en beheer van bruggen,
viaducten, keermuren etc. Het betreft het minimaliseren van het onderhoud. Dat is een bezuiniging van
€ 67.000 in 2015 en 2016.
• Door het meer inzetten van handmatige reiniging van wegen, straten en pleinen door medewerkers van
baanbrekend werk en het werkbedrijf bezuinigen we structureel vanaf 2015 € 50.000.
62
• We bezuinigen structureel vanaf 2015 € 10.000 op energiekosten door het gebruik van LED verlichting.
• Als gevolg van de vele vervangingen van armaturen van openbare verlichting in de afgelopen jaren is er minder sprake van stormschade. Daarnaast is er een afname van vandalisme aan openbare verlichting. Daardoor
kunnen we structureel vanaf 2015 € 10.000 bezuinigen.
• Wanneer we minder vaak onze gemeentelijke boomvoorraad saneren (het verwijderen van ongezonde, beschadigde bomen) dan betekent dat een bezuiniging van € 39.000 structureel ingaande 2015.
• We beschikken over zgn. buurtbudgetten. Dat zijn budgetten ten behoeve van kleine aanpassingen in openbare ruimte. Hierop gaan we bezuinigen. Dat levert structureel vanaf 2015 € 125.000.
• Wanneer we extra reclame-inkomsten genereren door middel van reclame uitingen aan de openbare verlichting levert dat structureel vanaf 2015 € 25.000.
• Door schapen niet meer te laten grazen maar in plaats daarvan regulier te maaien wordt een bezuiniging
gerealiseerd van € 30.000 structureel vanaf 2015.
• Het is mogelijk gemeentelijk het aantal afvalbakken met 300 te reduceren. Dat levert een besparing op van
€ 60.000 structureel ingaande 2015.
• Een reductie van het aantal bloembakken levert een structurele besparing op van € 60.000 vanaf 2015.
• Een vermindering van het aantal speelvoorzieningen betekent een structurele bezuiniging ingaande 2015 van
€ 20.000.
• Waar mogelijk het terreinmeubilair (zitbanken) verminderen levert een structurele bezuiniging op van
€ 10.000 ingaande 2015.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Welke investeringen gaan we doen binnen het kernthema schoon en heel?
Omschrijving
Begroting
x € 1.000
Meerjarenraming
2015
2016
2017
Vervoermiddelen
616
675
141
2018
0
Openbare verlichting
686
686
686
686
Verkeersregelsinstallaties
250
300
300
100
Bewegwijzering
25
25
25
25
Openbare speelvoorzieningen
50
79
114
114
Onderhoud bergingen
Rioolrenovaties
Wortelopdruk
0
1.266
0
0
8.113
8.113
8.113
8.113
11.144
9.179
9.188
730
Totaal
10.520
63
Kernthema Mobiliteit en parkeren
Inleiding
Het kernthema ‘Mobiliteit en Parkeren’ strekt zich uit over vier belangrijke verkeerskundige aspecten, met name
bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en toegankelijkheid. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het
aspect ‘Bereikbaarheid’ kan opgesplitst kan worden in de fysieke bereikbaarheid (infrastructuur) en het parkeren.
Het streven naar een verbetering omtrent de bovenvermelde verkeerskundige aspecten zal zich uiten in een
verbetering van het gehele multimodale verkeersgebeuren. Echter, vaak gaat een vooruitgang omtrent een
verkeersaspect van een vervoermodus ten koste van één of meerdere andere vervoermodus/-modi. Middels de
juiste verkeerskundige keuzes en accenten kan het streven naar het gewenste multimodale verkeerssysteem
(en dus ook onder andere een hogere tevredenheid onder de bewoners en bezoekers van Heerlen) zo goed
mogelijk benaderd worden.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema mobiliteit en parkeren om onze doelstellingen te bereiken?
• Auto.
In deze MBP periode zal onderzocht worden welke infrastructurele maatregelen genomen kunnen worden
omtrent de Buitenring en de aansluiting van de Binnenring aan de A76. Met betrekking tot de Buitenring
Parkstad Limburg dient de gemeente Heerlen de uitspraak van de Raad van State af te wachten. Teneinde de
N281 te ontlasten en zodoende lucht- en geluidshinder in de nabije omgeving van de N281 te beperken, zal
er een lobbytraject gestart worden ten behoeve van de realisatie van de aansluitingen A76-Beersdalweg en
A76-Imstenraderweg.
Verder zal de nieuwe Parkeernota vastgesteld en ten uitvoer gebracht worden. Niet alleen wordt het parkeren gedigitaliseerd, maar ook zal onderzocht worden of gedifferentieerde tarieven ingevoerd kunnen worden.
Tevens zal onderzocht worden hoe de parkeerproblematiek van bewonersbezoekers (onder andere mantelzorgers) aangepakt kan worden.
• Fiets.
Indien het nieuwe Actieplan Fiets is vastgesteld, kan overgegaan worden tot het uitvoeren van de verschillende actiepunten. Hieromtrent zal eerst gezocht worden naar financiële middelen. Verder zal onderzocht
worden of het financieel haalbaar is om verdere infrastructurele maatregelen uit te voeren ten behoeve van
de aanleg van de snelfietsroute Heerlen-Aken.
• Openbaar vervoer.
Reeds geruime tijd zijn er plannen om de IC-verbinding Eindhoven-Aken te realiseren. Echter, voor het
beoogde grensoverschrijdende traject is een uitbreiding van de railinfrastructuur tussen Heerlen en
Herzogenrath noodzakelijk. Na de elektrificatie van het spoor tussen Landgraaf en Herzogenrath zal tevens
ook een spoorverdubbeling plaats moeten vinden ten behoeve van de IC-verbinding. Om dit laatste te kunnen realiseren zal er een lobbytraject opgestart worden.
Verder heeft het behoud van het station in Hoensbroek een beschermde status gekregen, in combinatie
met de invoering van een reguliere busverbinding. Aangezien de Provincie Limburg en de NS het station in
Hoensbroek mogelijk willen afschaffen en er geen (reguliere) buslijn aan dit station is gekoppeld, zal er een
lobbytraject opgestart worden. Dit lobbytraject zal dus moeten leiden tot het handhaven van het station
alsook het invoeren van een busverbinding die goed afgestemd is op het treinverkeer.
Omtrent het gratis of goedkoper openbaar vervoer voor minima en ouderen zal onderzocht worden of er een
vervolg komt van een reeds eerder uitgevoerd pilotproject . Indien dit pilotproject niet vóór 2016 is uitgevoerd, zal dit onderwerp mogelijk opnieuw met de nieuwe concessiehouder besproken worden.
• Te voet.
Indien de voetgangersnota door u als gemeenteraad is vastgesteld, kunnen de opgesomde maatregelen ten
uitvoer gebracht worden. Hieromtrent zal eerst gezocht worden naar financiële middelen.
64
• Leefbaarheid en verkeersveiligheid.
De opgesomde acties uit de nieuwe verkeersveiligheidsnota (indien deze vastgesteld is) zullen uitgevoerd
worden. Ook hieromtrent zal gekeken worden of er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn.
Anders zal gezocht moeten worden naar andere financieringsbronnen. Deze maatregelen uit de nieuwe
Verkeersveiligheidsnota zullen (samen andere verkeersgerelateerde maatregelen) onder meer een
gedragsverandering bij velen teweeg moeten brengen.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema mobiliteit en parkeren om onze doelstellingen te
bereiken?
• Auto
In 2015 stellen wij het ‘Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Heerlen’ op, waarin het beleid en de visie
omtrent de mobiliteit in Heerlen uitgebreid opgenomen staat. Teneinde het beleid geactualiseerd te houden wordt er een nieuwe Parkeernota opgesteld, waarin het recentelijk vastgestelde addendum op de
Parkeernota Heerlen 2010 verwerkt wordt. Ook proberen wij om het parkeren in Heerlen in de periode 20152018 (gedeeltelijk) te digitaliseren. Verder wordt er een nieuwe Nota Gehandicaptenparkeren opgesteld
opdat het centrum optimaal wordt ten behoeve van deze doelgroep.
Behoudens het verbeteren van de Heerlense parkeersituatie zal er ook getracht worden om de bereikbaarheid van bepaalde locaties in Heerlen te optimaliseren. Zo wordt er een verkeerscirculatieplan (VCP)
Hoensbroek opgesteld, en naar aanleiding van de vestiging van Arcus op de Valkenburgerweg zal er onderzocht worden welke maatregelen uitgevoerd dienen te worden ten behoeve van de bereikbaarheid van de
Onderwijscampus.
Tot slot dient de doorstroming op verscheidene Heerlense wegen geoptimaliseerd te worden. Zo lost
de Binnenring de verwachtingen niet geheel op met betrekking tot het ontlasten van het onderliggende
Heerlense wegennetwerk. Dit is te wijten aan de matige doorstroming op het gedeelte tussen de N281 en
de Heerenweg. Een onderzoek dient de knelpunten aan het licht te brengen zodat er enkele gerichte verkeerstechnische maatregelen uitgevoerd kunnen worden die de doorstroming alsook de verkeersveiligheid
op de Binnenring ten goede komen. Verder wordt de Nota Verkeerslichten 2015 aan u als raad voorgelegd en
bovendien zal een gedeelte van de verkeersregelinstallaties (VRI’s) uitgerust worden van het zogenaamde
KAR-systeem (=”KorteAfstandsRadio”) ten behoeve van de doorstroming van de hulpverlening op belangrijke
secundaire wegen in Heerlen.
• Fiets.
In de afgelopen bestuursperiode is het Actieplan Fiets 2009 grotendeels uitgevoerd waarin geambieerd werd
om het fietsaandeel in de modal split te verhogen tot 20% van alle verplaatsingen in Heerlen. Opdat de
haalbaarheid van deze ambitie gewaarborgd blijft, zal er een nieuw Actieplan Fiets opgesteld worden waarin
verscheidene acties ten behoeve van de stimulering van het fietsgebruik opgesomd worden.
In het kader van het grensoverschrijdend samenwerkingsakkoord met onder andere de stad Aken omtrent
de aanleg van de snelfietsroute Heerlen-Aken zullen -op basis van een onderzoek- mogelijk een aantal
(kleinschalige) infrastructurele maatregelen uitgevoerd worden. Deze maatregelen zouden de huidige fietsinfrastructuur op het tracé tot een meer fietsvriendelijk niveau moeten opwaarderen.
• Openbaar vervoer.
Aan de hand van een eigen OV-visie zal er omtrent de nieuwe OV-concessie met de nieuwe concessiehouder
overlegd worden opdat de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer in Heerlen gewaarborgd wordt, of
zelfs verbetert. In vergelijkbare steden is het OV-gebruik lager dan in Heerlen. Verder zal onderzocht worden
of minima-ouderen kunnen genieten van een bepaalde vorm van gratis of goedkoper openbaar vervoer,
tenzij u als raad in 2014 nog instemt met een voorstel. In dit laatste geval zal het aangenomen voorstel in
uitvoering gebracht worden.
65
• Te voet.
Circa 30% van alle verplaatsingen in Heerlen wordt te voet gemaakt. Door vergrijzing zal dat aandeel verder
toenemen. Aangezien voetgangers vaak ‘vergeten’ worden in het mobiliteitsbeleid, zijn wij van mening dat
er een beleidsnota omtrent de voetgangers geschreven moet worden. Deze nota zal geschreven worden op
basis van een plan van aanpak.
• Leefbaarheid en verkeersveiligheid.
Er wordt steeds gestreefd naar een vooruitgang op vlak van verkeersleefbaarheid en veiligheid. Om die
reden zal er onder meer een verkeersveiligheidsnota 2015 opgesteld worden waaruit diverse maatregelen
volgen die de veiligheid van de Heerlense weggebruikers moeten verbeteren.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema mobiliteit en parkeren om dit te realiseren?
• Verkeersveiligheid nota (1995).
• Regionaal Verkeer en Vervoersplan (2007).
• Actieplan Fiets (2009).
• Parkeernota (2010).
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema mobiliteit en parkeren kosten?
Mobiliteit en Parkeren
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-1.306
-1.571
-1.762
-1.770
-1.769
-1.768
87
42
43
43
43
43
-1.219
-1.529
-1.720
-1.727
-1.727
-1.725
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema mobiliteit en parkeren?
• Het parkeren in de binnenstad gaan wij digitaliseren. De hieraan gelieerde bezuiniging wordt meegenomen in
de af- en ombouw van de ambtelijke organisatie.
• Door het aantal gemeentelijk verkeersonderzoeken te beperken wordt een bezuiniging gerealiseerd van
€ 11.000 structureel vanaf 2015.
66
Kernthema Veiligheid
Inleiding
Met het kernthema Veiligheid ambiëren we een levendige en energieke buurt en stad. Veiligheid is een basisvoorwaarde voor een prettige leefomgeving en daarmee ook voor de herstructurering van buurten. Met de
goede resultaten van Operatie Hartslag en onze gebiedsgerichte aanpak gaan we door op de ingeslagen weg.
Dit doen wij door samen met de politie en maatschappelijke organisaties op projectmatige wijze de doorontwikkelde methodiek Hartslag te implementeren in de buurten Hoensbroek en Vrieheide-De Stack. Het betreft
een forse doch tijdelijke inzet die deze buurten in relatief korte tijd een boost moeten geven en die gelijktijdig
tot duurzame verbetering van de leefbaarheid moet leiden. Maar ook in andere buurten zetten wij in op het
in reguliere en soms reactieve wijze aanpakken van overlast en criminaliteit in de openbare ruimte, waarbij
handhaving vaak een belangrijk sluitstuk is. Hierbij denken wij aan jeugd-, parkeer- en drugsoverlast, criminaliteit en geweldpleging. Voor duurzame veiligheid is echter ook de samenwerking met burgers en ondernemers
een noodzakelijke voorwaarde. Aan ons de opgave hen bij de verbetering van veiligheid en dus leefbaarheid
te betrekken, de speelruimte te organiseren, het voorbeeld te geven. Voor wat betreft de fysieke veiligheid
van gebouwen, instellingen en bedrijven werken we risicogestuurd en richten we onze aandacht met name op
brandveiligheid en constructieve veiligheid. Voor wat betreft gezondheid en overlast richten we ons op asbest
en periodieke controles bij bedrijven. Daarnaast hebben horeca en evenementen onze aandacht. In geval van
rampen, crises of calamiteiten staat een regionale gemeentelijke crisisorganisatie ter beschikking om de zorg
voor de bevolking op zich te nemen en effecten zoveel mogelijk te beperken.
De strategische doelstellingen die uit de Kadernota Integrale Veiligheid 2011-2015: “Hartslag voor heel
Heerlen” zijn voortgekomen zijn1:
1. Veiligheid en leefbaarheid voor alle Heerlenaren, van alle leeftijden en in alle buurten.
2. In samenwerking met onze strategische partners - waaronder bewoners en ondernemers.
3. Borging van datgene wat bereikt is.
Er zijn op basis van de veiligheidsanalyse drie prioriteiten geselecteerd, namelijk: “Veilige en leefbare buurten”,
“Veilig opgroeien” en “Veilig centrum: winkelen en uitgaan”. De essentie van het eerste thema is de borging van
de sociale en fysieke veiligheid van de buurten. Het gaat daarbij om het voorkomen en aanpakken van overlast, verloedering en criminaliteit en het vasthouden en waar nodig verbeteren van het veiligheidsgevoel van
de buurtbewoners. De essentie van het tweede thema is dat jeugd zowel slachtoffer van onveiligheid (thuis, op
school, bij het uitgaan, in de openbare ruimte) als dader van onveiligheid (overlast, criminaliteit) kan zijn, en
dat de zorg voor veilig opgroeien een effectieve wisselwerking vraagt van de rollen van ouders, omwonenden,
onderwijs- en welzijnsinstellingen en de actoren in de justitiële keten. Een integrale visie vertaald in een integrale aanpak is hierbij noodzakelijk. Zij leidt tot effectieve combinaties van pro-actie, preventie, curatie en repressie. De essentie van het derde thema ten slotte is het bevorderen van de economische bedrijvigheid, in het
bijzonder de detailhandel, horeca en evenementen, wat leidt tot welvaart, dynamiek, variëteit en een bruisende
en aantrekkelijke stad voor inwoners en bezoekers. Daar waar overlast, winkeldiefstal, overmatig alcoholgebruik en misschien geweld de kop op steken zullen onder regie van de gemeente de krachten gebundeld worden
om met bewoners, ondernemers, politie en justitie tot een passende aanpak te komen.
In 2015 zal in het kader van de nieuw op te stellen kadernota integrale veiligheid mogelijk een herijking van
bovenstaande strategische doelstellingen en bestuurlijke prioriteiten plaatsvinden.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema veiligheid om onze doelstellingen te bereiken?
• Algemeen.
De bestaande aanpakken met betrekking tot criminaliteit, overlast, nazorg ex-gedetineerden en huiselijk
geweld vanuit het Veiligheidshuis zullen ook in 2016 en verder hun bijdrage leveren aan de veiligheid en leefbaarheid van de stad. Hetzelfde geldt voor de aanpak van overlast en criminaliteit vanuit panden en integraal
toezicht kamerverhuurbedrijven en openbare inrichtingen en de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde
criminaliteit.
1
Uitwerking hiervan is te vinden in de Kadernota Integrale Veiligheid 2011-2015: “Hartslag voor heel Heerlen”
67
• Handhaving en toezicht openbaar gebied.
Mede afhankelijk van het tempo waarin de twee eerste fasen van doorontwikkeling van de handhaving in het
publieke domein kunnen worden doorlopen zal in 2016 gewerkt worden aan de fase 3: de verdere professionalisering van de medewerkers. Daarin zullen de competentie-eisen van de verschillende functies in kaart
worden gebracht en zal op individueel niveau worden bekeken of de medewerkers daaraan voldoen. Daar
waar nodig zullen mensen bij- en nageschoold worden. Dit is een proces dat vanzelfsprekend zeer zorgvuldig
en met respect voor mens en historie moet worden doorlopen. De professionalisering zal daarnaast betrekking hebben op onder meer uniformen, (al dan niet) bewapening met wapenstok en handboeien, vakopleiding en public relations. Een en ander vergt investeringen waarvoor te zijner tijd concrete voorstellen gedaan
zullen worden.
• Integrale cannabis aanpak.
De verdere uitwerking en implementatie van de plannen rondom de integrale cannabisaanpak zullen ook in
de periode na 2015 hun beslag krijgen. We zijn ons er terdege van bewust dat we ons op nieuw en onbekend
terrein bevinden en zullen de aanpak dus regelmatig evalueren en op basis daarvan bijsturen. Uiteindelijk
moet deze nieuwe integrale benadering leiden tot significante verbeteringen: terugdringing van de georganiseerde criminaliteit, verhoging van de veiligheid in de wijken en een positief effect op de volksgezondheid.
Binnen de aanpak zal ook een controlemechanisme worden ontwikkeld, waarmee het proces bewaakt kan
worden en dat moet zorgen voor een structurele en duurzame oplossing voor de problematiek rondom de
‘achterdeur’ van de coffeeshop, zoals die verwoord is in het manifest Joint Regulation.
• Toezicht en handhaving op het gebied van bouw, ruimtelijke ordening en milieu.
Voor de komend periode is er een aantal landelijke ontwikkelingen die van grote invloed zullen zijn op het
toezicht en handhaving van de fysieke leefomgeving:
- Omgevingswet. Deze nieuwe wet vervangt 24 wetten, 120 amvb’s en honderden ministeriele regelingen.
De wet is gericht op het in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Het toezichten handhavingsinstrumentarium zal drastisch wijzigen. De wet treedt naar verwachting in 2018 in werking.
- Wetsvoorstel Verbetering vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (wet VTH) en de daaraan gekoppelde kwaliteitseisen 2.1. Verwacht wordt dat deze wet in 2015 in werking treedt. Deze wet stelt onder
andere eisen aan een kwantitatief en kwalitatief goed toezicht en handhaving.
- Landelijke verschuiving binnen het taakveld bouwen van toezicht op verleende vergunningen naar
toezicht/handhaving van de regelgeving inzake bestaande bebouwing. Oorzaken zijn de voorgenomen
privatisering bouwbesluittoets (zowel vergunnen als toezicht), vergunning-vrij bouwen, maar toch blijven
voldoen aan het Bouwbesluit, en steeds meer aandacht voor verbeteren en behouden van de kwaliteit van
bestaande bebouwing.
- Onderzoeken of IBA aanknopingspunten heeft voor bouwtoezicht- en handhaving.
In het meerjarenprogramma Toezicht handhaving Bouwen\Ruimtelijke Ordening\Milieu 2015-2018 zullen
deze aspecten in relatie tot uit te voeren taken nader worden uitgewerkt.
• Formuleren handhavings- en sanctiebeleid evenementen.
Indien op basis van analyse in 2015 wordt besloten tot het opstellen van een handhavings- en sanctiebeleid
evenementen zal vanaf 2016 en verder uitvoering worden gegeven aan dit beleid. De aanpak zal worden
gemonitord en waar nodig zal bijsturing plaatsvinden.
• Drank- en Horecawet.
Een verdere implementatie van het beleid en een intensieve monitoring, evaluatie en bijsturing. Hierbij
speelt ook de regionale en provinciale afstemming een rol. Verder blijven we de landelijke ontwikkelingen
volgen en screenen in hoeverre die het lokale beleid kunnen versterken. Uiteindelijk moet het leiden tot een
levendige en veilige stad, waar jong en oud zich op hun plek voelen en zich kunnen ontwikkelen.
• Kadernota en Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid vaststellen.
Er wordt uitvoering gegeven aan de in 2015 mogelijk door u als raad vast te stellen Kadernota Integrale
Veiligheid 2016-2019. Jaarlijks wordt in overleg met in- en externe partners een uitwerkingsplan opgesteld
waarin de veiligheidsmaatregelen/aanpak op uitvoeringsniveau worden beschreven.
68
• Regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling (veilig thuis) uitvoeren (2015 overgangsjaar).
Uitwerking en concretisering van de in de Regiovisie ‘Veilig Thuis’ gestelde doelen/onderwerpen en monitoring AMHK. In 2018 dient er een nieuwe Regiovisie (looptijd 4 jaar) te worden opgesteld.
• Crisisbeheersing.
De komende jaren zal onder regie van de Veiligheidsregio een verdere doorontwikkeling van de regionale
gemeentelijke crisisorganisatie (Bevolkingszorg) plaatsvinden waarbij wordt ingezet op kleine professionele
inzetbare teams en functionarissen.
• Veiligheid bij evenementen.
De gemeente ziet toe op veiligheid bij evenementen. Gezien de toename van aantal, omvang en complexiteit
van evenementen vraag dit steeds meer aandacht en expertise van de gemeente en hulpdiensten. Dit vereist
de komende jaren een verdere doorontwikkeling van het evenementenproces.
• Cannabisaanpak pilot Heerlen.
In 2016 en verder zal worden bezien of de nieuwe werkwijze in de strijd tegen illegale hennepteelt een uniforme aanpak gaat worden voor de gehele provincie Limburg.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema veiligheid om onze doelstellingen te bereiken?
• Aanpak criminaliteit en overlast, nazorg ex-gedetineerden en huiselijk geweld.
Ook in 2015 zullen we criminaliteit, overlast, gewelddelicten, vermogenscriminaliteit en huiselijk geweld
(geweld in afhankelijkheidsrelaties) voor zover gepleegd door personen met meervoudige problematiek
middels het Veiligheidshuis (dus samen met de 39 maatschappelijke partners die onder regie van de gemeente samenwerken) verder terug proberen te dringen. We zullen tevens inzetten op de nazorg voor
ex-gedetineerden zodat we de kans verlagen dat deze zullen recidiveren. Per 1 januari 2015 is er naar alle
waarschijnlijkheid sprake van een fusie van het Veiligheidshuis Heerlen en het Veiligheidshuis Kerkrade. Deze
gaan samen in het Veiligheidshuis Parkstad. Dit heeft vooralsnog geen gevolgen voor het inhoudelijke werk
van het Veiligheidshuis. Het Veiligheidshuis Parkstad blijft criminaliteit, (notoire) overlast en huiselijk geweld
terugdringen door regie te voeren op de integrale aanpak van meer- en minderjarige veelplegers, daders van
huiselijk geweld, overlastgevenden, jeugdgroepen en ex-gedetineerden. De bestuurlijke focus op de producten van het veiligheidshuis zal in 2015 verder worden uitgebouwd.
• Overlast en criminaliteit vanuit panden en integraal toezicht kamerverhuurbedrijven en openbare inrichtingen.
Middels het Flexteam pakken we ook in 2015 samen met onze partners overlast en criminaliteit vanuit panden aan, en coördineren we het integrale toezicht op de openbare orde in en rondom woningen, kamerverhuurbedrijven en openbare inrichtingen, zoals de coffeeshops, growshops en horeca-inrichtingen. Waar nodig
zullen we integriteitsonderzoeken ten aanzien van vergunningsaanvragen uitvoeren. Dit levert een bijdrage
aan het gewenst maatschappelijk leefklimaat binnen de buurten.
• Bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit
Net als eerdere jaren blijft ook in 2015 de georganiseerde criminaliteit een prioriteit voor ons. De basis
voor deze samenwerking is enige jaren geleden gelegd door het sluiten van het regionaal convenant
“Geïntegreerde Aanpak Georganiseerde Misdaad voor de Provincie Limburg”. Wij richten ons, middels het
Flexteam, ook in 2015 samen met onze maatschappelijke partners op de aanpak van mensenhandel- en
smokkel, hennepteelt, fraude en misbruik in de vastgoedsector, witwassen en daaraan gerelateerde vormen
van financieel-economische criminaliteit, patsers, georganiseerde milieucriminaliteit en outlaw motorcycle
gangs. Een steviger verbinding met en sturing op het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIECLimburg) is hierbij van groot belang.
• Handhaving en toezicht openbaar gebied.
Het belang om weer zichtbaar meer blauw op straat te krijgen kan niet los worden gezien van aandacht voor
kerntaken, bijbehorende formatieomvang en competenties van medewerkers van de gemeentelijke handhaving.
69
Wij zien als kerntaken van de handhaving in het publieke domein door onze BOA’s en toezichthouders:
parkeertoezicht, aanpak jongerenoverlast, bestrijden vervuiling openbare ruimte, hondenoverlast en geluidsoverlast.
Daarvan uitgaande zullen wij in 3 fasen een noodzakelijk proces van doorontwikkeling in gang zetten.
In fase 1 gaat het er allereerst om daadwerkelijk weer meer gemeentelijk “blauw” op straat te krijgen.
Daarvoor zijn diverse oplossingen bedacht, die in het komende half jaar deels nadere besluitvorming vergen
en deels ook aan medezeggenschap onderworpen zijn. Het betreft onder meer: de inzet van BOA’s, toezichthouders en meldkamerpersoneel die beter en flexibel is afgestemd op de behoefte; in samenwerking met de
politie het aantal meldkamers terugbrengen van 2 naar 1 en het (in lijn met de genoemde kerntaken) géén
BOA’s en toezichthouders meer inzetten voor beveiligingstaken.
In fase 2 komt de organisatiestructuur van bureau handhaving aan bod. Toezicht en handhaving in de openbare ruimte en de beveiligingsactiviteiten vragen om een samenhangende en eenduidige sturing, met -gezien
de samenstelling van het personeelsbestand en gelet op geconstateerde cultuurproblemen- een stevige inzet
van personeelsmanagement en sociaal leiderschap.
Conform de Leidraad voor organisatieverandering zullen op basis van een probleemanalyse, die met alle
betrokken medewerkers wordt besproken, voorstellen worden gedaan voor een nieuwe organisatiestructuur
met voldoende managementcapaciteit en -kwaliteit in relatie tot de personeelsomvang; anders gezegd: met
een passende span of control.
Een nieuwe structuur (met daarin leidinggevenden met een sterk sociaal leiderschapsprofiel) ondersteunt
niet alleen de maatregelen voor meer blauw op straat; zij is ook noodzakelijk voor professionalisering van
het personeel in fase 3 van het proces van doorontwikkeling, waarover hierna meer als het gaat om het
meerjarig perspectief 2016-2018.
• Regulering hennepteelt.
De plannen rondom de regulering hennepteelt worden in 2015 verder uitgewerkt en indien mogelijk in de
praktijk gebracht. Deze plannen moeten zorgen voor een verbeterde aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Dit gebeurt in samenwerking met de 8 Limburgse coffeeshopgemeenten. Onderdeel van deze aanpak
is het opzetten van een gecertificeerd bedrijf dat de hennepteelt en bevoorrading van de Limburgse coffeeshops verzorgt. Hiervoor is er een intensieve afstemming en samenwerking met het betreffende netwerk.
De aanpak moet verder zorgen voor veiligere woonwijken, doordat het meehelpt met het bestrijden van de
illegale hennepteelt en het moet zorgen voor een positieve impact op de volksgezondheid.
De integrale cannabis aanpak speelt ook op landelijk niveau als uitwerking van het manifest Joint Regulation.
Dit is vertaald in een intensieve samenwerking met de gemeenten Utrecht en Eindhoven, met een ondersteunende rol van de VNG. Deze samenwerking moet de mogelijkheden onderzoeken om regulering van hennepteelt te realiseren.
• Cannabisaanpak pilot Heerlen.
In februari 2015 zal de in juli 2014 gestarte vernieuwde aanpak in de strijd tegen illegale hennepteelt worden geëvalueerd. Het betreft een pilot in Heerlen. Doelstellingen van de vernieuwde aanpak zijn: vergroten
van de pakkans van hennepplantages, het sneller berechten van illegale telers, het verkrijgen van een beter
beeld en effectievere aanpak van de criminele netwerken achter hennepplantages, het organiseren van naen her controle hennepplantages, oppakken van nazorg (organiseren van maatschappelijke zorg voor telers)
en preventie van gebruik onder jongeren. Het zogenaamd bestuurlijk ruimen maakt hierbij plaats voor een
strafrechtelijke aanpak. Voor de gemeente zijn de belangrijke pijlers binnen de vernieuwde aanpak: preventie, nazorg, nacontrole, communicatie en informatie veredeling (het inrichten van een informatieplein).
• Toezicht en handhaving op het gebied van bouw, ruimtelijke ordening en milieu.
In 2015 en verder wordt uitvoering gegeven aan het meerjarig beleid voor toezicht en handhaving van
bouwen, ruimtelijke ordening en milieu. Jaarlijks evalueren en prioriteiten vaststellen om de raad te informeren over beleidsvoornemens is een wettelijke verplichting. Voor 2015 zal naar verwachting weer aandacht
besteed worden aan het op een minimaal uitvoeringsniveau toezicht houden op nieuwe vergunningen, periodiek controleren bij bedrijven en passief handhaven (afhandelen klachten en verzoeken om handhaving).
Van de 1600 Heerlense bedrijven zijn er 134 overgedragen aan de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD), maar
wij blijven bevoegd gezag en dus verantwoordelijk. Brandveiligheid en constructieve veiligheid in gebouwen
waar grote groepen mensen samenkomen die minder zelfredzaam zijn hebben daarbij prioriteit. Het gebouwenbestand van Heerlen (bijvoorbeeld kinderdagverblijven, scholen, kamerverhuurpanden, zorginstellingen,
Woonboulevard) wordt daarbij in controlecycli gebracht en op basis van risico’s geprioriteerd.
70
Ook asbest zal onverminderde aandacht krijgen. Hennepplantages en drugslabs zullen na melding van
politie en/of brandweer worden aangepakt op grond van de bouwregelgeving. Voor wat betreft handhaving
bij horeca en met name de 10 grote evenementen is inzet nodig via integrale horecacontroles. Op grond
van de Drank- en Horecawet gaat aandacht uit naar evenementen, reguliere horeca en para-commerciële
instellingen. Tot slot wordt op grond van de bouwregelgeving met name woonoverlast aangepakt binnen de
projecten Herstructurering buiten de reguliere capaciteit, met additioneel budget.
• Veilige evenementen.
In 2015 zullen wij op basis van analyse onderzoeken of er behoefte is aan het opstellen van een evenementen handhavings- en sanctiebeleid.
• Drank- en Horecawet.
De nieuwe Drank & Horecawet vraagt om een nieuwe aanpak voor handhaving. Het beleid dat is uitgewerkt,
moet in 2015 in de praktijk worden gebracht, beoordeeld worden op effecten en werkbaarheid en indien
nodig verder worden verfijnd. Hierbij hoort intensief overleg met stakeholders zoals de horeca en de paracommerciële horeca. Het moet bijdragen aan een levendige stad en aan veilig uitgaan. Verder zullen we
kijken hoe de landelijke ontwikkelingen zich rondom dit dossier ontwikkelen en wat hiervoor de gevolgen en
mogelijkheden voor lokaal beleid zijn. Hierbij hoort een sterke samenhang tussen preventie en handhaving.
• Kadernota en Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid vaststellen.
Iedere gemeente is wettelijk verplicht om een veiligheidsplan te hebben. Wij schrijven iedere 4 jaar een
nieuwe kadernota Integrale Veiligheid met ieder jaar een uitwerkingsplan. Het uitwerkingsplan 2015 is het
laatste uitwerkingsplan van de kadernota 2011-2015. In 2015 wordt er een nieuwe kadernota geschreven
waarin nieuwe prioriteiten worden gesteld voor de periode 2016-2019. Deze kadernota wordt eind 2015
vastgesteld.
• Regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling (veilig thuis) uitvoeren (2015 overgangsjaar).
Per 1 januari 2015 ligt er een regiovisie Veilig Thuis voor Zuid-Limburg op geweld in afhankelijkheidsrelaties.
In 2015 wordt samen met de andere Zuid-Limburgse gemeenten en de betrokken ketenpartners gewerkt
aan de concrete uitwerking van deze regiovisie. Het per 1 januari 2015 voor Zuid-Limburg nieuw te realiseren Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK) wordt verder in afstemming met de
ketenpartners inhoudelijk vorm gegeven.
• Nieuwe persoonsgerichte aanpak High Impact Crime (HIC).
Samen met politie en justitie wordt een nieuwe vorm van een persoonsgerichte aanpak gericht op zogenaamde High Impact Crime ontwikkeld. Deze zal in 2015 worden uitgeprobeerd en verder worden verfijnd.
De aanpak zal aan de bestaande aanpakken van het Veiligheidshuis worden toegevoegd.
• Crisisbeheersing.
In 2015 zal vanuit de Veiligheidsregio een verdere professionalisering van de regionale gemeentelijke crisisorganisatie (bevolkingszorg) plaatsvinden, waarbij ook medewerkers van Heerlen worden ingezet in diverse
regionale functies.
• Veilige evenementen.
Ook in 2015 ziet de gemeente er op toe dat evenementen veilig plaatsvinden. Hierbij wordt intensief samengewerkt met de hulpdiensten, zowel in het voortraject als tijdens de evenementen. In 2015 zal de voorbereiding op Serious Request centraal staan.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema veiligheid om dit te realiseren?
• Algemene plaatselijke verordening (APV).
• Kadernota Integrale Veiligheid 2011-2015; vastgesteld maart 2012.
• Kadernota Programmatisch Handhaven.
• MBP leefomgeving.
• Beleid en uitvoeringsprogramma toezicht en handhaving bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014 (vastgesteld dd 18 maart 2014).
• Regionaal beleidsplan Veiligheidsregio Zuid-Limburg 2012-2015.
• Evenementenbeleid vergunningverlening, veiligheid en facilitering, vastgesteld 1 oktober2013.
71
• Softdrugsbeleid 2002 en 2004 nadien diverse aanpassingen doorgevoerd; recentelijk het ingezetenencriterium.
• Handhavingsbeleid Drugs- en Overige (woon)overlast.
• Horecasanctiebeleid.
• Seksinrichtingenbeleid.
• BIBOB-beleid.
Wetten:
• Wet tijdelijk Huisverbod.
• Nota Ruimtelijke kwaliteit.
• Bouwbesluit.
• Woningwet.
• Wet Ruimtelijke Ordening.
• Monumentenwet.
• Wet Milieubeheer.
• Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
• Wet Veiligheidsregio.
• Drank- en horecawet.
• Wet BOPZ.
• Opiumwet.
• Gemeentewet.
• Wet BIBOB.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema veiligheid kosten?
Veiligheid
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-17.008
-15.815
-15.240
-14.591
-14.573
-14.570
2.110
1.657
1.038
578
578
578
-14.898
-14.159
-14.203
-14.013
-13.995
-13.993
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het integrale veiligheid?
• Voor een onderzoek naar ‘meer zichtbaar blauw’ op straat reserveren wij in 2015 een extra bedrag ad
€ 50.000.
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema veiligheid?
• Er is een besparing mogelijk door te stoppen met groepshulpverlening aan slachtoffers van huiselijk geweld,
door minder inzet van uren bij het case-management huisverboden en te werken met een maximum aantal
uren crisisdienst rondom huisverboden. Dit betekent een bezuiniging van € 20.000 structureel vanaf 2015.
• Door te fuseren en/of samen te werken met het veiligheidshuis Kerkrade realiseren wij een bezuiniging van
€ 37.000 structureel ingaande 2015.
• Door te stoppen met de zgn. ‘overval applicatie’ vanaf 2016 realiseren wij een bezuiniging van € 5.000 structureel vanaf 2016. (het contract van het project loopt tot en met 2015).
• Door de subsidie ten behoeve van de Stichting Halt anders te financieren wordt vanaf 2015 structureel
€ 30.000 bezuinigd.
72
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Welke investeringen gaan we doen binnen het kernthema veiligheid?
Omschrijving
Begroting
x € 1.000
2015
Voertuigen
Meerjarenraming
2016
2017
127
Hardware en portofoons
Mobiele camera’s
60
110
165
65
Software bonnetjes
25
367
73
25
40
Parkeerapparatuur
Totaal
2018
0
0
250
74
2.4 Ruimtelijke ontwikkeling
Portefeuillehouders: J. Clemens, P. van Zutphen, N. Aarts en B. Braeken
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat willen we in deze bestuursperiode bereiken met het programma ruimtelijke ontwikkeling?
We willen een aantrekkelijke stad zijn, met een stadshart met een verrassend/eigenwijs karakter en met vitale
buurten waar mensen graag zijn en waar mensen zich thuis voelen. De fysieke transformatie van ons stadscentrum is in volle gang. Het stadscentrum gaat de komende jaren flink op de schop. In de wijken zijn we er de
afgelopen jaren van uit gegaan dat we dit doel of deze wens konden realiseren door de verschillende gebiedsontwikkelingen vanuit een concreet eindbeeld gekoppeld aan een van tevoren vastgesteld en gefinancierd
uitvoeringsprogramma, aan te pakken en te realiseren. Traditioneel ‘blauwdruk denken’ in het fysieke domein
blijkt echter enerzijds financieel onhaalbaar te zijn en anderzijds niet de gewenste resultaten op te leveren.
Wij willen dan ook met deze aanpak breken en een meer organische, bottom-up aanpak ontwikkelen. Het gaat
daarbij om een procesaanpak die zich in de tijd ontwikkelt en zich kenmerkt met inspelen op kansen, evalueren en bijstellen in voortdurende samenspraak en samenwerking met onze maatschappelijke partners in het
fysieke domein. Daar waar wij de openbare ruimte aanpassen werken beheerder en ontwikkelaar nauw samen.
Ontwerpwensen en beheerbare en financiële haalbaarheid stemmen we op elkaar af.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat zijn onze ambities in deze bestuursperiode binnen het programma ruimtelijke ontwikkeling?
De omslag van groei als ruimtelijk doel naar het behoud en versterken van het bestaande als doel, vereist ook
een andere wijze van planontwikkeling. Die omschakeling van ‘blauwdrukplanning’ naar organisch ontwikkelen
willen wij in deze collegeperiode gestalte geven. De volgende uitgangspunten zijn daarbij van belang:
• We willen meer ruimte bieden voor goede initiatieven vanuit de samenleving. We willen deze begeleiden en
faciliteren.
• We zien kansen voor kleinschalige ontwikkelingen in het stedelijk gebied; een soort “acupunctuur” met ruimtelijke ingrepen gericht op het wegnemen van “rotte plekken”.
• We zien geen kansen meer voor grootschalige uitbreidingsvolumes buiten het centrum.
• Bij nieuwe ontwikkelingen levert iedere ontwikkelfase een afgerond stedenbouwkundig geheel op.
• We willen bestaande uitbreidingscapaciteit herijken en waar wenselijk, nodig of mogelijk zullen we plannen anders faseren, omkatten of geheel stoppen. Uiteraard zal dit in financieel en juridisch opzicht worden
getoetst.
Voor die nieuwe wijze van ontwikkelen is experimenteerruimte nodig. Ruimtelijke ontwikkeling binnen huidige
context en omstandigheden is nieuw in Nederland. Dat vereist een innovatieve aanpak waarbij we “out of the
box” moeten leren denken en doen.
We denken aan flexibel plannen op plekken met hoge dynamiek. Met als doel snel mee te kunnen bewegen
met die dynamiek. We denken aan tijdelijke oplossingen met als voorbeeld: De Tussentijd (Aldenhofpark
Hoensbroek). En we hebben nieuwe instrumenten nodig die zijn gericht op nieuwe financiële arrangementen en
die het principe van ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’ bevorderen.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Hoe gaan wij in deze bestuursperiode onze inspanningen meten binnen het programma ruimtelijke
ontwikkeling?
Voor de indicatoren behorende bij het programma ruimtelijke ontwikkeling verwijzen wij naar de Effectmonitor
die is opgenomen als bijlage.
75
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het programma ruimtelijke ontwikkeling kosten?
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Geraamde totaal saldo van
baten en lasten
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-12.275
-14.047
-15.269
-8.782
-8.332
-8.430
5.185
5.686
7.579
686
510
714
-7.091
-8.361
-7.689
-8.096
-7.822
-7.716
Toevoeging reserves
-1.226
-230
-1.191
0
0
0
Onttrekking reserves
2.048
2.153
201
321
313
148
-6.269
-6.438
-8.679
-7.775
-7.510
-7.567
Rekening
Bijgestelde
begroting
Begroting
Geraamde resultaat
Specificatie kernthema’s (saldo)
x € 1.000
Duurzaamheid & Milieu
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-1.939
-1.869
-1.927
-1.858
-1.854
-1.847
Fysieke leefomgeving
-4.085
-4.881
-4.592
-4.642
-4.631
-4.620
Herstructurering
-1.068
-1.611
-1.171
-1.596
-1.337
-1.248
Bestemming
Totaal
822
1.923
-990
321
313
148
-6.269
-6.438
-8.679
-7.775
-7.510
-7.567
Risico’s
• Claims van derden (juridische procedures).
• Projectenportefeuille (in relatie tot beschikbare budgetten).
• Verbonden partijen (begrotingsresultaten).
• Achterstand actualisering bestemmingsplannen(ruimtelijk sturingsinstrument/inkomsten);
• Bodemsanering (bodemvervuiling);
• Woonwagenstandplaatsen (in eigen beheer en onderhoud).
Voor toelichting zie paragraaf 3.2 Weerstandsvermogen en risico’s
76
Kernthema Fysieke leefomgeving
Inleiding
Heerlen wil, net als vele andere steden, een aantrekkelijke stad zijn om te wonen, te werken en te leven. Een
stad ook, die zich bewust is van haar verleden, maar met de blik op de toekomst gericht. Daarbij past een
ruimtelijke ontwikkeling die met het verleden als uitgangspunt, richting geeft aan de moderne 21e eeuwse stad
die we willen zijn. Om dat te bereiken hanteert de gemeente een planologisch sturingsregime dat is gericht op
het stimuleren van gewenste en het tegengaan van ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen. We houden bij de
uitvoering van het ruimtelijk beleid rekening met de veranderende dynamiek in de vraag naar ruimte en vastgoed.
In het verleden was ruimtelijke sturing vooral gericht op groei. Gelet op de steeds groeiende bevolking was er
veel vraag naar ruimte en vastgoed. Die tijd is echter voorbij. Door demografische en economische veranderingen alsmede vanwege technologische ontwikkelingen neemt de vraag naar ruimte en vastgoed af. We hebben
nu een overschot aan vastgoed en in veel gevallen is ook de kwaliteit van dat vastgoed onvoldoende.
Heerlen staat derhalve voor een omvangrijke en ingrijpende transitieopgave van vastgoed, die betrekking
heeft op de gehele stad. Het betreft zowel economisch en maatschappelijk vastgoed als woningen. Heerlen wil
daarom bouwen aan een compactere en betere stad.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema fysieke leefomgeving om onze doelstellingen te bereiken?
• Woonbuurten.
Veel buurten in Heerlen hebben te maken met een verouderde woningvoorraad. Het gaat dan vaak om woningen die te klein zijn of niet energiezuinig. Bovendien zijn veel woningen niet geschikt om zorg te verlenen,
terwijl nieuwe wetgeving daar juist wel op stuurt. Transitie van die verouderde woningvoorraad is dus een
belangrijke opgave om ook in de toekomst op een prettige manier te kunnen wonen.
In ruimtelijk opzicht gaan we sturen op ‘verdunning’ van de voorraad. Gelet op de daling van het bevolkingsaantal hebben we straks minder woningen nodig en ook andere woningtypes waaronder meer zorggeschikte
woningen. Op het schaalniveau van de buurt betekent dat, dat we niet alleen het woningaanbod beter willen
afstemmen op de toekomstige vraag, maar ook dat we meer ruimte willen creëren in wijken waar de woningen nu nog dicht op elkaar staan. Dat levert straks een meer gedifferentieerd woningaanbod op met kwalitatief hoogwaardige stadsranden en een betere interactie tussen bestaande woonbuurten en groengebieden.
• Het verbeteren van de woonkwaliteit.
Het verbeteren van de woonkwaliteit (duurzaam en levensloopbestendig) is ook een belangrijk speerpunt
binnen de herstructurering. De situatie op de woningmarkt vereist ook dat we opnieuw gaan kijken naar
oude, nog niet gerealiseerde bouwplannen. Oude plannen moeten in sommige gevallen worden herijkt waarbij de plannen zich meer moeten richten op de veranderde marktomstandigheden. Concreet betekent dat dat
we waar mogelijk bouwplannen moeten aanpassen door minder en ook andere woningen aan te bieden. Van
belang daarbij is dat het aanpassen van plannen aan de stadsranden, niet concurrerend gaat werken met
plannen in de woonwijken. Tenslotte willen we overtollige plancapaciteit wegwerken.
• Sociaal maatschappelijke voorzieningen.
Een sterke woonbuurt beschikt ook over sterke sociaal-maatschappelijke voorzieningen. Maar veel van deze
voorzieningen staan ‘onder druk’. De voetbalclub heeft te weinig leden, de school te weinig leerlingen en de
supermarkt te weinig klanten. Dat betekent dat we gaan sturen op een verdere clustering, waarbij voorzieningen die nu nog verspreid zijn gelegen, worden gekoppeld aan andere voorzieningen op bestaande locaties
waardoor deze kunnen uitgroeien tot krachtige en vitale stadsdeelcentra. Ook sportclusters worden verder
geclusterd op bestaande locaties aan de rand van de buurt. Clusters en stadsdeelcentra dienen multimodaal
bereikbaar te zijn. Maar we gaan niet clusteren om te clusteren. We doen dat pas op het moment dat een
voorziening door het ijs dreigt te zakken en verloren dreigt te gaan.
• Ruimtelijke kwaliteit.
We gaan de ruimtelijke kwaliteit in de stad verbeteren door leegstand op strategische en kwetsbare plekken
aan te pakken. Dat betekent dat we in geval van een nieuwe ruimtevraag, eerst gaan kijken of die kan worden geaccommodeerd in bestaand (leegstaand) vastgoed. Dat betekent ook, dat we op minder belangrijke
plekken leegstand wellicht (tijdelijk) zullen moeten accepteren.
77
Voor kwalitatief slecht vastgoed op een onaantrekkelijke plek is sloop uiteindelijk het beste alternatief.
Naast leegstaand vastgoed zullen we ook te maken krijgen met vrijkomende ruimte, bijvoorbeeld na sloop.
We gaan de mogelijkheden onderzoeken om deze ruimte te benutten voor lokale voedsel en energieproductie. Op deze wijze kunnen we mondiale vraagstukken over duurzame energie en voedsel koppelen aan onze
lokale transitieopgaven.
Geen toekomst zonder verleden! We willen de ruimtelijke kwaliteit versterken door de inspirerende kracht
van cultureel erfgoed een structurele plek te geven in ruimtelijke ontwikkelingen. Daarom is ons ruimtelijk
regime erop gericht om waardevolle structuren en elementen uit het verleden, zoals monumenten, beeldbepalende panden, historische bebouwingsclusters, architectonisch waardevolle gebouwen, maar ook de beekdalen, groenstructuren en archeologische vindplaatsen te beschermen, behouden en versterken. Dat doen
we enerzijds door het verankeren van deze waarden in ruimtelijke plannen en anderzijds door -waar nodigmogelijkheden te bieden voor herwaardering, herinrichting en hergebruik, dusdanig dat deze niet worden
misbruikt om de waarden van deze structuren en elementen aan te tasten. Deze structuren en elementen
vertellen het “verhaal van Heerlen”. We willen de kennis over cultuurhistorie en archeologie beter ontsluiten
en voelbaar maken in de stad.
• Gezamenlijk oplossing groeve gebied.
Voor de verschillende zilverzandgroeves zullen ontwikkelingsperspectieven voor de afwerking opgesteld worden en zullen de eerste stappen in deze afwerking ook daadwerkelijk gezet worden.
• Bestemmingsplannen.
Heerlen werkt voortvarend aan actuele bestemmingsplannen voor de hele stad. Een bestemmingsplan bevat
concreet ruimtelijk beleid voor de eerstvolgende 10 jaar in een bepaald afgebakend gebied. Het beleid in
oude bestemmingsplannen is vaak niet meer in overeenstemming met huidige ruimtelijke opgave.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema fysieke leefomgeving om onze doelstellingen te
bereiken?
• Structuurvisie.
De gemeente Heerlen gaat voor het eerst een structuurvisie vaststellen. In een structuurvisie wordt in
grote lijnen het ruimtelijk beleid voor de lange termijn aangegeven. Het creëren van een sterk en veelzijdig
centrum, vitale woonwijken met goede basisvoorzieningen, verstandig omgaan met leegstand, het creëren
van robuuste groene verbindingen en het verankeren van cultuurhistorische en archeologische waarden in
ruimtelijke ontwikkelingen zijn daarbij de belangrijkste speerpunten.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema fysieke leefomgeving om dit te realiseren?
• Provinciaal Omgevingsplan Limburg, 2014.
• Structuurvisie Parkstad Limburg.
• Structuurvisie Heerlen.
• Woonstrategie Parkstad.
• Structuurvisiebesluit Wonen en Retail (Parkstad).
• Regioprogrammering, vast te stellen december 2013 (Parkstad).
• Herstructureringsvisie Parkstad Limburg, vastgesteld in december 2009 (Parkstad).
• Stadsvisie Heerlen 2040.
• Integrale Centrum Visie, vastgesteld december 2005.
• Transformatieplan en -fonds, vastgesteld in juli 2010 (Parkstad).
• Masterplan Vrieheide (in ontwikkeling).
• Masterplan Heerlerbaan (in ontwikkeling).
• Wijkactieplan (WAP) MSP geactualiseerd (concept).
• Masterplan Hoensbroek 2009-2025, vastgesteld in september 2009.
78
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema fysieke leefomgeving kosten?
Fysieke leefomgeving
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-5.194
-5.115
-4.846
-4.896
-4.884
-4.872
1.110
234
254
254
253
253
-4.085
-4.881
-4.592
-4.642
-4.631
-4.620
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema fysieke leefomgeving?
• Ten behoeve van de planontwikkeling Sibelco reserveren wij over de periode van 2015 tot en met 2018 jaarlijks een extra bedrag ter hoogte van € 50.000.
• Voor de taakstelling ‘projecten verwijderen’ reserveren wij in 2015 € 50.000 en in 2016, 2017 en 2018 extra
€ 120.000.
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema fysieke leefomgeving?
• Door de extern onderzoeken inzake planvorming te verminderen besparen wij structureel vanaf 2015
€ 8.000.
• Door het onderhoud van de standplaatsen woonwagenlocaties te versoberen wordt een bezuiniging gerealiseerd van € 27.000 structureel vanaf 2015.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Welke investeringen gaan we doen binnen het kernthema fysieke leefomgeving?
Omschrijving
Begroting
x € 1.000
2015
Klimaatbeheersing glaspaleis
1.200
Gemeentelijke huisvesting (Schinkelkwadrant-Zuid)
8.515
Gemeentelijke huisvesting (Maankwartier)
5.587
MSP Allee
2.016
Totaal
17.318
79
Meerjarenraming
2016
2017
2018
0
0
0
Kernthema Herstructurering
Inleiding
Voor de MBP-periode 2015-2018 vindt de herstructurering haar legitimatie in belangrijke thema’s van het coalitieakkoord. Met name sluiten de activiteiten binnen de herstructurering aan bij de thema’s:
- “wij kiezen voor een ondernemende stad…’’
- “wij kiezen voor een stad waar mensen graag zijn…”
- “wij kiezen voor een stad waar de basis op orde is…
Vanuit deze thema’s hebben we binnen het kernthema Herstructurering de volgende hoofddoelstelling geformuleerd: ‘Het creëren van vitale buurten, waar mensen graag zijn (Thuis in Heerlen)’
We willen dit bereiken langs 4 pijlers:
1. Veiligere buurten.
2. Betere leefomgeving.
3. Meer economische dynamiek.
4. Vitalere bewoners (werk en inkomen/sociaal (inclusief 3D)/gezond).
De inspanningen zijn op gebiedsniveau vertaald, tegelijkertijd koersen we op een uitvoeringsaanpak waarbij
burger initiatieven nadrukkelijk deel gaan uitmaken van de aanpak.
We voeren de vastgestelde masterplannen uit, maar willen meer en meer ruimte creëren voor een ontwikkelingsgerichte aanpak, waarbij de doelen niet op voorhand tot in detail zijn vastgelegd. Wij geven als gemeente
globale kaders mee, geven ruimte en faciliteren. De focus verschuift van een inhoudelijke rol naar het stroomlijnen van het proces om tot resultaat te komen. Een procesaanpak waarbij bewoners, ondernemers en corporaties met concrete plannen kunnen komen voor de ontwikkeling van het gebied, hetgeen de betrokkenheid van
de buurten zal vergroten. Dit omdenken binnen de herstructurering zal zich gedurende de komende jaren gaan
ontwikkelen waarbij we voor Heerlen noord aansluiting willen zoeken bij de Internationale Bau Austellung (IBA),
op de korte termijn kan dat al betekenen dat we gaan herprioriteren en middelen en activiteiten gaan verschuiven.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema herstructurering om onze doelstellingen te bereiken?
MSP
We voeren het wijkactieplan 2008 uit, op basis van de in 2013 vastgestelde herijking. De looptijd van de herstructurering MSP zal versneld worden afgebouwd naar 2018 in plaats van 2020.
Binnen de MBP periode 2015-2018 gaan we onderstaande zaken nog oppakken vanuit de eerder genoemde
4 pijlers.
In het kader van de pijler ‘Veiligere buurten’ gaan we door met de aanpak van huiselijk geweld, het buurtteam
plus en de jeugd- & jongerenoverlast.
De pijler ‘Betere leefomgeving’ geven we vorm middels de herijking van sloop-, renovatie- en nieuwbouwopgaven van corporaties, de afronding en planvorming Parkheuvel, de haalbaarheid van het plan Palemig, de herinrichting van Meezenhof en de afronding van de planontwikkeling centrum
Verder continueren we het project Schoon MSP en gaan we de dienstverleningsovereenkomst van de BMV aan
en ronden we de aanbesteding van de BMV af.
De MSP Allee komt in de zgn. 2de en 3de fase en zullen we de herinrichting van de Limburgiastraat en de aanleg van het Limburgiapark vormgeven. De planontwikkeling Meezenbroekerweg en Kasteellaan, de herinrichting
van de Limaweg/Spoordamstraat en Schaesbergerweg en de planvorming van de vrijkomende schoollokaties
zullen ook aan bod komen.
Binnen de pijler ‘Meer economische dynamiek’ zullen we ons met name richten op de Ondersteuning retailhandel Kasteellaan. In het kader van de pijler ‘Vitalere bewoners’ continueren we de buurthulpen en de inzet van
de wijksportconsulenten.
Hoensbroek-Passart
We voeren de stadsdeelvisie Òs Gebrook 2025 uit. In Hoensbroek is de uitvoering van de herstructurering inmidddels volop zichtbaar. Voorlopig zijn we in 2015 en de hierop volgende jaren nog steeds hard aan het werk.
80
Medio 2014 zijn we gestart met het opstellen van een programma van eisen voor de nieuwbouw van de BMV
Hoensbroek Zuid. Deze wordt gerealiseerd op de locatie van de huidige Albert Schweitzer school. De leerlingen
van deze school zijn thans reeds geherhuisvest op andere scholen zodat de school begin 2015 gesloopt kan
worden. De nieuwe BMV zal einde 2016 opgeleverd worden.
De herontwikkeling van het gebied Hoofdstraat West.
In 2015 leveren wij de visie op die dient als uitwerking van de businesscase waarmee vanaf 2016 het gebied
herontwikkeld kan worden.
De ‘Passart aanpak’ een herstructureringsaanpak met als leidend principe veiligheid is uitgerold naar
Hoensbroek onder de naam ‘hart voor Hoensbroek’. Het totale instrumentarium voor de sociale veiligheidsaanpak wordt in samenhang uitgevoerd en blijkt succesvol te zijn. De aanpak is in Hoensbroek verder uitgerold
naar een groter gebied waaronder Hoofdstraat West en omgeving.
Ten aanzien van de herstructurering zullen we in deze programmaperiode ook aan de slag gaan in het gebied Uitweg-Pannenberg, De Dem Zuid en op de vrijkomende schoollocaties als gevolg van de nieuwbouw van
2 BMV’s. In het kader van het Jaar van de Mijnen zullen we samen met “Woonpunt” een onderzoek doen naar
de toekomstbestendigheid van een mijnwerkerskolonie.
Gebrookerbos
Naast de transformatie van buurten en wijken (gebouwde omgeving) speelt in met name Heerlen Noord ook het
probleem van de toenemende onbebouwde omgeving. In Nederland een nieuw probleem dat niet op te lossen is
met bouwen. In een situatie van krimp is bouwen geen haalbare, duurzame, logische oplossing. Daarnaast is de
omvang te groot voor aanpak door de overheid alleen.
In Heerlen Noord pakken we deze uitdaging aan op een nieuwe, experimentele wijze die we de naam
Gebrookerbos hebben gegeven. Gebrookerbos staat voor een ontwikkelingsstrategie waarbij lege plekken
functie krijgen door initiatieven vanuit de samenleving. Gebrookerbos is een proeftuin waarin we gaan ontdekken hoe we de ontwikkeling van onderop kunnen stimuleren. Gebrookerbos is een living lab waarin we samen
met Open Universiteit, Neimed en de gemeente Heerlen de methode ontwikkelen, onderzoeken en bijsturen. In
2020 leidt dat tot een gevarieerd landschap tussen Kasteel Hoensbroek en de Brunssummerheide dat de historische identiteit en structuur terugbrengt en versterkt. Er ontstaat gedocumenteerde en overdraagbare kennis
van een duurzame ontwikkelingsmethode voor ‘lege’ gebieden en restruimtes. Het transformatieproces voorziet
als een nieuwe levensader het gebied van nieuwe zuurstof. Het resultaat is een nieuw elan, een nieuwe entiteit.
Een entiteit die zichtbaar wordt in de gebouwde en ongebouwde omgeving van Heerlen Noord, in de economische functionaliteit van het gebied en in een vitaal en ondernemend burgerschap.
De transformatie Gebrookerbos wordt voorgedragen als voorbeeldproject in het kader van de IBA
(Internationale Bau Ausstellung).
Vrieheide
We voeren Buurtbusiness Vrieheide uit. Door middel van portfoliomanagement worden burgers en verenigingen
geactiveerd initiatieven te ontplooien. De kaders voor de uitvoering van het masterplan worden vastgelegd in
een beeldkwaliteitsplan, handhavingsprotocol en een economisch profiel.
Naast deze burgerinitiatieven gaan we concreet aan de slag met:
Veiligere buurten
• Aanpak sociaal-veilig (Hartslag Vrieheide)
Medio 2013 werd de aanpak sociaal-veilig vanuit Passart uitgerold in Vrieheide. Duidelijk is inmiddels geworden dat de problematiek in Vrieheide vele malen groter is en zwaarder vanwege criminele activiteiten. Nu de
organisatorische capaciteit voor deze aanpak geregeld is, kan in 2015 vol op deze aanpak ingezet worden.
Ook de jaren daarna zal continuering van de aanpak noodzakelijk zijn.
Betere leefomgeving
• De herinrichting van de bosplantsoenen wordt gerealiseerd.
• Met een gezamenlijke inzet door overheid, burgers en buurtcoöperatie zullen verduurzamingsmaatregelen
op tafel moeten komen, waarbij tevens de financiële haalbaarheid van een (collectieve) aanpak onderzocht
worden.
81
• Specifiek voor de particuliere woningvoorraad wordt geëxperimenteerd met een systeem waarbij “woningtreintjes” de flexibiliteit en mobiliteit op de woningmarkt moeten vergroten.
• De realisatie van de herontwikkeling van de Christus Koningkerk tot regionaal archief wordt gestart.
Vitalere bewoners
• Buurtcoöperatie Vrieheide
Vrieheide kent als een van de eerste wijken een buurtcoöperatie waarin buurtbewoners zelf het heft in handen nemen om de buurt te verbeteren en de kwaliteit van de woningen en woonomgeving te vergroten. In
2015 leveren wij een financiële bijdrage aan de organisatie van de buurtcoöperatie en werken we samen om
initiatieven van de grond te krijgen.
Zandgroevegebieden
Voor de activiteiten wordt verwezen naar het kernthema Fysieke leefomgeving
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema herstructurering om onze doelstellingen te
bereiken?
MSP
MSP Allee gaan we afronden in 2015 en we zullen starten met het project ‘Lanenstructuur’.
Hoensbroek
In 2015 gaan we de BMV Aldenhof opleveren. Het Aldenhofpark gaan we in 2015 grotendeels realiseren en
starten de woningbouwcorporaties met de nieuwbouw van woningen aan de randen van het park. In het centrum wordt de herinrichting van de Markt/Hoofdstraat en het Gebrookerplein gerealiseerd. De nieuwbouw van
de LIDL zal medio 2015 geopend worden. Voor een sterk centrum en een goed functionerende detailhandelstructuur met ook op termijn het behoud van het bestaande voorzieningenniveau is het, naast de herinrichting
van de openbare ruimte, noodzakelijk om in het gebied Noordknoop een aantal structuurbepalende ingrepen te
plegen.
In 2015 gaan we lopende initiatieven, zoals de planontwikkeling van het voormalige mijnspoor tot toeristische
verbinding, de regeneratie van de beekdalen Geleenbeek en Caumerbeek en herinrichting van de kasteelomgeving realiseren.
Passart
Het Buurtactieplan Passart is in 2014 afgerond, in 2015 zullen de projectmatige activiteiten worden ondergebracht in de reguliere lijn. Het Laurierpark zal nog worden aangepast naar aanleiding van een evaluatie met de
bewoners van Passart.
Molenberg
De herstructurering in Molenberg is bijna voltooid. In 2015 wordt de BMV-Molenberg in gebruik genomen en zal
het woningbouwproject Nicolaas Beetsstraat in realisatie gaan.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema herstructurering om dit te realiseren?
• Buurtbusiness Vrieheide (2013).
• Buurtactieplan (BAP) Passart (2009).
• Wijkactieplan (WAP) MSP (2008) geactualiseerd (2013).
• Masterplan Hoensbroek 2025 (2009).
82
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema herstructurering kosten?
Herstructurering
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-4.509
-6.180
-7.599
-1.771
-1.337
-1.248
3.442
4.570
6.428
175
0
0
-1.068
-1.611
-1.171
-1.596
-1.337
-1.248
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema herstructurering?
n.v.t.
83
Kernthema Centrum
Inleiding
Het centrum van Heerlen is de economische motor van de regio. We willen de aantrekkelijkheid van ons
centrum vergroten, waarbij we het verrassende en eigenwijze karakter dat Heerlen zo Heerlens maakt willen
uitdragen. Dit doen we door op het gebied van ‘Ruimte en voorzieningen’ te zorgen voor meer kwaliteit van de
fysieke omgeving en openbare ruimte en een goede mix van voorzieningen in een compacter centrum.
Hierbij is het van belang, gezien de leegstandsproblematiek, dat er een herstructurering komt van de huidige
fysieke winkelvoorraad, waarbij een evenwichtig winkelaanbod ons uitgangspunt blijft. Wij erkennen daarom
het belang van een sterke sturing vanuit de gemeentelijke overheid (branchering), een sturing gebaseerd
op onze keuze voor een sterk, compact en eigentijds centrum, een economische motor voor de stad. In dit
compacte centrum moet wonen mogelijk zijn voor meer jongvolwassenen en jonge bewoners op kleine schaal.
Naast deze fysieke verbeteringen gaan we sterk inzetten op de ‘Beleving en gastvrijheid’ van ons stadshart om
de gezelligheid en sfeer te vergroten. Bezoekers moeten zich welkom voelen in ons centrum en meegenomen
worden door de levendige sfeer die er heerst. Dit alles op de eigentijdse manier van Heerlen, gericht op urban
culture en lef. Daarvoor zal de communicatie en samenwerking met ondernemers en partijen in de stad geïntensiveerd en verbeterd moeten worden.
Bij de aanpak van ons centrum concentreren we ons op een viertal doelstellingen ‘ruimte en voorzieningen’ (het
beter in evenwicht brengen van aanbod en gebruik ruimtes/voorzieningen) ‘beleving en gastvrijheid’ (meer beleving, gastvrijheid, gezelligheid en sfeer) ‘profilering en identiteit’ (meer innovatief gebruik van eigenheid, dat
wat er is) ‘mobilisering en verbinding’ (meer zelf organiserend vermogen).
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema Centrum om onze doelstellingen te bereiken?
• Ruimte en Voorzieningen.
We willen een beter evenwicht in het aanbod én het gebruik van de ruimte in de stad en de voorzieningen.
In dat verband zal in deze bestuursperiode het Maankwartier en Schinkelkwadrant-Zuid voltooid worden.
Daarnaast willen we het centrum compacter, krachtiger en aantrekkelijker maken. Onderdeel hiervan is het
concentreren van nieuwe winkels binnen de zgn. Peutz-driehoek. Daarnaast willen wij hierop de acquisitie aanpassen en mogelijk ook het wijzigen van de bestemmingen in de aanloopstraten. Ook willen wij het
wonen in de stad stimuleren, de ontwikkeling van kleinschalige kantoorruimten, de vestiging van jongeren in
het centrum én het wonen boven winkels.
Met de herontwikkeling van “het Kegelpaleis” en “Sporthuis Diana” willen we een impuls geven aan het
stedelijk wonen voor jong volwassenen en bereiken we tevens dat dit oostelijk deel van het centrum wordt
versterkt met een creatieve invulling in aansluiting op de nieuwe Nor.
Bijzondere aandacht willen we geven aan de leegstandsaanpak in de onconventionele en effectieve manier
zoals wij die de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.
• Beleving en Gastvrijheid.
In 2015 vindt Serious Request plaats in Heerlen. Dit is een landelijk evenement waarmee we ons als stad
goed kunnen profileren. De aankleding (onder andere verlichting) van het Centrum en de wijze waarop we
de bezoeker van ons centrum ontvangen willen we in tot in de puntjes geregeld hebben.
• Profilering en identiteit.
Ook met het jaar van de Mijnen in 2015 kunnen we ons als stad regionaal en internationaal op de kaart
zetten. Daarnaast willen het archeologisch erfgoed zo dicht mogelijk bij de mensen brengen. Dit kan onder
andere bereikt worden door duidelijke verwijzingen naar de lokale archeologische waarden in de openbare
ruimte. Het is daarom van belang dat bij nieuwe ontwikkelingen gezocht wordt naar mogelijkheden om aangetroffen archeologische resten te verbeelden of te ontsluiten. Dit geeft een identiteit en laat het heden een
schakel vormen tussen verleden en toekomst.
84
• Mobilisering en verbinding.
We willen de bestaande centrumorganisaties onder een dak brengen en hen vragen samen met culturele
instellingen, ondernemers en burgers meer samenhang en kwaliteit te ontwikkelen ten aanzien het aantrekkelijker maken van het Centrum van Heerlen. Vanuit het kernthema economische stimulering zullen ook
impulsen worden gegeven rondom dit thema.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema Centrum om onze doelstellingen te bereiken?
• Ruimte en voorzieningen.
Met de fysieke transformatie van ons stadscentrum gaan we door op de ingeslagen weg. Bij het project
Maankwartier (stationsomgeving) zijn de werkzaamheden in volle gang. Daarnaast staan we aan de vooravond van de realisatie van Schinkelkwadrant-Zuid (nieuwe stadskantoor en grootschalige retail). Deze
transformatie van het stadscentrum raakt bezoekers, omwonenden en winkeliers en andere betrokkenen.
Het vergt onze continue aandacht zo goed mogelijk om te gaan met de belangen van de omgeving en deze
op een goede manier te betrekken bij de doelstellingen van project in het centrum.
• Beleving en gastvrijheid.
In 2015 gaat het dan met name om Serious Request, een nieuwe sfeerverlichting, en het mogelijk uitbreiden
en meer profileren van de mural collectie.
• Profilering en identiteit.
Op het gebeid van profilering en gastvrijheid gaat het om het Jaar van de mijnen en een plan van aanpak
voor een Romeins kwartier.
• Mobilisering en verbinding.
We willen een nieuwe centrumorganisatie oprichten die een samenvoeging is van Centrummanagement,
HeerlenMijnStad en Promotie en Evenementen Centrum Heerlen (PEC), met als doel gezamenlijke initiatieven ten behoeve van de aantrekkelijkheid van het centrum. Vanuit het kernthema economische stimulering
zullen ook impulsen worden gegeven rondom dit thema.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema Centrum om dit te realiseren?
• Provinciaal omgevingsplan Limburg, 2014.
• Structuurvisie Parkstad Limburg.
• Structuurvisiebesluit Wonen en retail.
• Stadsvisie Heerlen, 2040.
• Integrale Centrum Visie, 2005.
• Structuurvisie Heerlen.
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema centrum?
• Ten behoeve van het centrum reserveren wij over de periode van 2015 tot en met 2018 jaarlijks een extra
bedrag ter hoogte van € 390.000.
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema Centrum?
n.v.t.
85
Kernthema Duurzaamheid en milieu
Inleiding
Bij duurzaamheid gaat het gemeentelijke beleid enerzijds over de traditionele milieuthema’s: onder andere
bodem, geluid, externe veiligheid en lucht. We hebben hiervoor deels regelgeving, gemeentelijke actieplannen
en meestal Rijksmiddelen en instrumenten zoals bodemsaneringen, woningisolatieprojecten etc.. Anderzijds
richten we ons op de brede duurzaamheidsaspecten. De regelgeving op dit onderdeel is echter veel geringer.
Wel zien we een trend dat er vooral vanuit Europa steeds meer bindende regelgeving ontstaat op het onderdeel energie. We hebben een eigen klimaatbeleidsplan waarin we bijvoorbeeld de richtlijn hebben opgenomen
dat onze eigen overheidsgebouwen zuiniger moeten en onze nieuwbouw op energiegebied zelfs 50% zuiniger
gebouwd moeten worden. De stadsregio Parkstad Limburg heeft een verkenning gedaan naar de mogelijkheden
voor een brede energietransitie (PALET). Hieruit blijkt dat de regio in 2040 energieneutraal zou kunnen zijn
door allerlei maatregelen om energie te besparen en duurzame energie op te wekken. Een sterke bestuurlijke
verankering van deze ambitie is van belang om de energietransitie breed te kunnen oppakken met de verschillende stakeholders.
Naast de inzet van hernieuwbare energiebronnen wordt de CO2 emissie landelijk beschouwd als een van de
graadmeters voor het duurzaamheidsbeleid van de overheid. De lokale CO2 emissie is sinds 2009 met 7%
verminderd. In ons eigen klimaatbeleidsplan hebben wij ons ten doel gesteld dat er in 2020 een reductie van
20% moet zijn. Onze rol als lokale overheid speelt zich daarbij voornamelijk af op het gebied van stimuleren,
inspireren, het geven van het goede voorbeeld, educatie en het creëren van overlegtafels waar de verschillende
partijen praten over dit onderwerp.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema duurzaamheid en milieu om onze doelstellingen te
bereiken?
• Afval.
Het verder uitvoeren van het vastgestelde afvalbeheersplan 2014-2020 door het door ontwikkelen van bronscheiding (2015-2018). Het doel is een reductie van de hoeveelheid afval en een vermindering van de kosten
voor de burger. Dit doen we door fase 2 van het vastgestelde afvalbeheersplan uit te voeren (container voor
papier en verpakkingsmateriaal). Het uiteindelijke doel is het afbouwen van de dienstverlening voor restafval. Per maatregel zal er een bestuurlijke afweging moeten plaatsvinden.
• Klimaat/energie.
We kijken samen met bedrijven en instellingen naar mogelijkheden om hun huisvesting en bedrijfsvoering
energiezuinig(er) te maken.
We ondersteunen energie initiatieven vanuit wijken en buurten, waarbij burgers zélf plannen om de collectieve inkoop van duurzame energiesystemen en besparende maatregelen te ontwikkelen. De ervaring leert
dat ze hierbij ondersteund en gefaciliteerd dienen te worden.
Er dient aandacht te zijn voor een goede voorbeeldfunctie van onze eigen organisatie door een energie-aanpak voor gemeentelijke gebouwen op te stellen en gefaseerd op te starten.
Het stimuleren/initiëren IBA-projecten; de IBA is een prima medium om de energietransitie middels innovatieve en stimulerende voorbeeldprojecten te stimuleren. Daar waar mogelijk en wenselijk moet hier gebruik
van gemaakt worden.
• Geluid/lucht.
De sanering van de resterende woningen voor Geluidssanering wegverkeer bestaande woningvoorraad zal
verder lopen. Het treffen van geluidwerende voorzieningen voor de resterende woningen van de A-lijst (circa
400) zal voor 2020 worden afgerond. Per jaar worden naar verwachting 50 woningen behandeld.
• Uitbreiding/verduurzaming gemeentelijk wagenpark.
Het gemeentelijk wagenpark wordt (afhankelijk van de uitkomsten van de pilot in 2014-2015) uitgebreid
met een aantal duurzame personenvoertuigen voor zakelijke ritten. Het gaat naar verwachting om circa 15
elektrische of aardgasvoertuigen, voor de duur van vier jaar. Door de lagere uitstoot wordt de leefomgeving
verbeterd en wordt een goed voorbeeld gegeven in het kader van de klimaatverandering (CO2).
86
• Uitrol stimuleren (laad netwerk) elektrisch rijden (2015-2018).
Heerlen neemt deel aan de Green Deal Inventarisatie Laadinfrastructuur van de gemeente Maastricht. Hierbij
wordt informatie verzameld over de behoefte aan laadcapaciteit, geschikte laadlocaties en stakeholders die
in die behoefte kunnen voorzien. Uit dit project zal in het laatste kwartaal 2014 informatie volgen over de
locaties waarvoor de gemeente aan zet is om oplaadpalen in de openbare ruimte te plaatsen. Ook zal in
2015 een beleidskader worden vastgesteld over oplaadpalen in de openbare ruimte zodat aanvragen voor
het plaatsen van laadpalen in het kader van de APV kunnen worden afgehandeld.
• Invoeren stadsdistributiesysteem.
Een binnenstadservice voor alle Parkstadgemeenten zal worden ingevoerd indien de resultaten van het onderzoek positief uitvallen. Wij zullen dit dan als gemeente Heerlen faciliteren en ondersteunen.
• Bestemmingsplannen.
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening gaan we verder met het actualiseren van de bestemmingsplannen. Verder zal in het kader van de aankomende Omgevingswet gekeken worden naar de consequenties voor
het maken van bestemmingsplannen. Indien nodig zullen wij daar op anticiperen.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema duurzaamheid en milieu om onze doelstellingen te
bereiken?
• Afval.
Verder uitwerking geven aan het afvalbeheersplan 2014-2020. Het eerste dat wordt opgepakt is dan ook de
aanpassing van de ledigingstarieven GFT en restafval. Dit om het uiteindelijk doel namelijk de reductie van
het afval te behalen.
• Klimaat.
Het opstellen van het uitvoeringsprogramma energietransitie Heerlen en regio Parkstad als onderdeel van
KBP en PALET). Samen met de stakeholders binnen de regio zal er een breed gedragen aanpak worden
opgesteld, waarbij verantwoordelijkheden worden verdeeld en het bereiken van concrete resultaten uitgangspunt is. De mogelijkheden om woningen energiezuinig en toekomstbestendig te maken zullen daarbij
worden meegenomen. Ambitie hierin is om op langere termijn een zelfvoorzienende woning te hebben. Bij de
aanpak/verduurzaming van hun woningvoorraad (PALET-woningcorporaties), zal de gemeente woningcorporaties ondersteunen.
Verder is de duurzaamheidwinkel in gebruik genomen. De burger zal in de winkel omtrent bovenstaande
thema’s geadviseerd worden en zal op weg worden geholpen voor wat betreft het energiezuinig maken van
zijn woning. Dit in samenwerking met de energieteams die 4000 huishoudens gaan bezoeken.
• Geluid/lucht.
Met middelen van het Rijk vindt in het kader van de Wet geluidhinder de sanering plaats van woningen die
vanwege het wegverkeerslawaai een urgent hoge geluidbelasting ondervinden. De sanering bestaat uit het
treffen van geluidwerende voorzieningen aan de gevel, waardoor een beter geluidklimaat in de woning wordt
gerealiseerd. Bij 162 woningen van dit project heeft die sanering al plaatsgevonden of is momenteel in
uitvoering; sanering van de resterende 50 woningen vindt zo nodig plaats in combinatie met de herinrichting
van de Akerstraat-Noord.
• E-Car Sharing (inkomsten) onderzoek.
Onderzocht wordt of de duurzame voertuigen van ons eigen wagenpark kunnen worden gedeeld met externe
partijen, zoals bv. Zuyd Hogeschool, DSM, APG. Hiermee wordt het aantal schoon gereden kilometers in en
om de stad vergroot alsmede de betaalbaarheid van elektrisch vervoer verbeterd. Praktische voorwaarden
(bv. veiligheid, laadcapaciteit) worden onderzocht en bepalen de haalbaarheid en daarmee de succeskans
van het project.
• Stadsdistributiesysteem.
Binnenstadservice is een vervoersdienst die kleine vrachtjes voor bestemmingen in het centrum gaat bundelen en schoner vervoert dan met gebruikelijke voertuigen.
87
Dat betekent dat leveringen voor de gemeente worden bezorgd op de Wijngaardsweg bij Binnenstadservice,
daar worden gebundeld met andere leveringen en gezamenlijk door één schoon voertuig in één rit naar de
bestemmingen in het centrum worden vervoerd.
Dankzij een subsidie kan hiermee een jaar geëxperimenteerd worden, waarbij halverwege 2015 duidelijk
moet worden of deze service budgetneutraal kan worden uitgevoerd of dat er toch blijvende meerkosten mee
gepaard gaan. Mogelijkheden van schaalvergroting naar Parkstadniveau of Zuid-Limburg worden daarbij ook
onderzocht.
• Bodem.
In het kader van het convenant zullen de spoedlocaties (ernstig verontreinigd met risico’s) worden afgerond.
Door veranderde regelgeving en landelijk beleid zullen we het bodembeleidsplan en de nota bodembeheer
actualiseren. De financiering voor bovenstaande is indicatief middels een schrijven van het Ministerie van
Binnenlandse zaken toegezegd. Het budget wordt formeel geregeld via de Meicirculaire 2015 van het gemeentefonds door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema duurzaamheid en milieu om dit te
realiseren?
• Vigerend rijks-, provinciaal en regionaal beleid op het gebied van groen, water, toerisme en recreatie.
• Structuurvisie Parkstad Limburg.
• Herstructureringsvisie.
• Integrale Bekenvisie.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR).
Klimaatbeleidsplan 2010-2020.
Leefomgevingsplannen.
Bomenbeleidsplan.
Bodembeleidsplan.
Afvalbeheersplan 2014-2020 Rd4 gemeenten.
Actieplan Luchtkwaliteit, 2009, looptijd niet beperkt.
Actieplan Geluid, 2013-2018.
Beleid Externe Veiligheid 2011-2015.
Thema duurzaamheid in Stadsdeelvisie Hoensbroek.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema duurzaamheid en milieu kosten?
Duurzaamheid en milieu
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-2.572
-2.751
-2.824
-2.115
-2.111
-2.309
634
882
897
257
257
462
-1.939
-1.869
-1.927
-1.858
-1.854
-1.847
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema duurzaamheid en milieu?
• Voor duurzaamheid in combinatie met nieuwe energie reserveren wij in 2016, 2017 en 2018 jaarlijks een
extra bedrag ter hoogte van € 100.000.
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema duurzaamheid en milieu?
• Door minder bodemonderzoeken op gemeentelijke terreinen uit te voeren realiseren wij een bezuiniging van
€ 9.000 structureel vanaf 2015.
• Door minder onderzoek en voorlichting op het gebied van energie realiseren we een structurele bezuiniging
van € 1.000 op jaarbasis vanaf 2015.
88
• Idem voor minder onderzoek naar de gevolgen van fijnstof en naar de luchtkwaliteit. Dit levert een structurele bezuiniging op van € 3.000 per jaar vanaf 2015.
• Door de subsidie ten aanzien van de stichting CNME af te bouwen (subsidie ten behoeve van educatie onderwijs op gebied van natuur en milieu) wordt vanaf 2016 € 33.000 structureel bezuinigd.
89
90
2.5 Programma bestuur en dienstverlening
Portefeuillehouders: P. Depla, N. Aarts, B. Braeken en M. de Beer
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat willen we in deze bestuursperiode bereiken met het programma Bestuur & Dienstverlening?
We willen een krachtige centrumstad zijn én een gemeente die financieel gezond is. Dat zijn doelstellingen die
wij onder andere binnen dit kernthema willen bereiken. Daarnaast leggen wij binnen het kernthema bestuur en
dienstverlening het accent op het verstevigen van de relatie met onze burger middels de kernthema’s dienstverlening en het kernthema buurtgericht werken.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Wat zijn onze ambities in deze bestuursperiode binnen het programma Bestuur & Dienstverlening?
We gaan de bestuurskracht verder versterken. De samenwerking met andere gemeenten is hierbij van het
grootste belang en zal de komende jaren, gezien de opgaven waarmee wij als stad te maken krijgen, alleen
nog maar belangrijker worden. Deze samenwerking gaan wij verder intensieven met als stip op de horizon een
herindeling. Het buurtgericht werken is belangrijk. Hier richten wij ons op het verder activeren van de burgers
en meer maatwerk voor de buurten. Ook ligt de focus op een goede samenwerking met de sociale wijkteams.
Binnen het kernthema Dienstverlening stellen we ons als doel de mate van tevredenheid over geleverde producten en diensten aan burgers, bedrijven en instellingen op een hoog niveau te houden. Ook streven wij naar
een integrale dienstverlening, dusdanig dat de burger geen last heeft van organisatiegrenzen. Het gaat hierbij
ook om het verder uitbouwen van de digitale dienstverlening en het verder verlichten van de administratieve
lasten.
‘Last’ maar zeker ‘not least’ kiezen wij voor een financieel gezonde gemeente, waarbij ons doel een reëel en
structureel evenwicht in de begroting is. In het bijzonder richten wij ons op het binnenhalen van meer subsidies
voor reeds lopende projecten én aan een passende subsidietaakstelling voor toekomstige projecten. Wij zijn
van mening dat, gezien onze ambities, alles zelf betalen niet meer mogelijk is. Om die reden is het intensiveren
van de lobby ook een aandachtspunt in de komende coalitieperiode.
MBP, meerjarig perspectief (2015-2018):
Hoe gaan wij in deze bestuursperiode onze inspanningen meten binnen het programma Bestuur &
Dienstverlening?
Voor de indicatoren behorende bij het programma Bestuur en dienstverlening verwijzen wij naar de
Effectmonitor die is opgenomen als bijlage.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het programma Bestuur & Dienstverlening kosten?
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-56.764
-41.087
-30.481
-25.967
-24.686
-20.426
196.082
181.492
297.474
295.154
290.790
288.509
139.318
140.405
266.993
269.187
266.104
268.083
Toevoeging reserves
-8.530
-8.697
-6.590
-5.624
-5.100
-4.100
Onttrekking reserves
15.813
8.911
9.015
3.651
2.611
3.513
146.601
140.619
269.417
267.214
263.615
267.496
Geraamde totaal saldo van
baten en lasten
Geraamde resultaat
91
Specificatie kernthema’s (saldo)
Rekening
x € 1.000
Bestuurskracht
Buurtgericht werken
Dienstverlening
Middelen
Bestemming
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-10.594
-10.659
-7.314
-7.889
-7.331
-7.765
-412
-559
-560
-560
-560
-560
-4.828
-3.697
-4.168
-4.074
-4.084
-3.983
155.152
155.320
279.036
281.710
278.079
280.390
7.283
214
2.424
-1.973
-2.489
-587
146.601
140.619
269.417
267.214
263.615
267.496
Risico’s
• Claims van derden (juridische procedures).
• Gemeentegaranties (terugvorderen van verliezen).
• Verbonden partijen (begrotingsresultaten).
• Bestuurskracht (regionale samenwerking).
Voor toelichting zie paragraaf 3.2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
92
Kernthema Bestuurskracht
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema Bestuurskracht om onze doelstellingen te bereiken?
Één strategische agenda, één investeringsfonds.
De stedelijke agenda omvat meer dan de som der delen van onze lokale prioritaire agenda. Op een aantal
thema’s geldt de strategie van de schaal. Steden en regio’ s gebruiken steeds vaker een `borrowed size` voor
hun agenda. Voorbeeld hiervan is de LED/agenda die op Zuid-Limburgse schaal is gedefinieerd maar bestaat
uit herkenbare regionale prioriteiten. Ook voor de lokale herstructureringsopgave wordt er op Parkstad niveau
geacteerd. Voorkomen moet worden dat er meerdere agenda’s circuleren die elk apart worden belobbyed, zoals
de Heerlenagenda, de Parkstadagenda, de Tripoolagenda en Zuid-Limburg agenda, soms ook met verschillende
eigenaren.
Voor 2015 wordt ingezet op de (her)formulering van 1 strategische agenda van Parkstad en Heerlen waarvan de
onderdelen bijdragen aan de gezamenlijke ambities van de Zuid Limburg agenda. Omdat wij hebben gekozen
voor een brede en flexibele samenwerking in Parkstad hoeven wij ons bij het formuleren van een agenda van
de regio niet, zoals in het verleden, te beperken ruimtelijk-economische onderdelen. Voor 2015 gaan wij met
de regio, publiek en privaat, burgers en bedrijven de dialoog aan die moet leiden tot één gedeelde en gedragen
strategische visie op de stedelijke en regionale agenda. Belangrijke dilemma’s daarin zijn: 1. hoe wij omgaan
met de betrekkelijke ‘waarheid’ van demografische modellen in relatie tot de ontwikkelscenarios behorende bij
onze strategische agenda; 2. Hoe wij onze uitdagingen wat betreft onze sociaal-economische structuur positioneren in relatie tot de ontwikkelperspectieven van onze grensligging zoals verwoord in de publicatie ‘Groeien
aan de Grens’ van Gerard Marlet. Om de stand van zaken en vervolgens de voortgang van onze resultaten te
kunnen volgen zal aan de hand van de herijkte strategische agenda een onderzoeksagenda worden vastgesteld.
Als basis zullen wij waar mogelijk gebruik maken van indicatoren die al langer worden gemeten om de ontwikkeling vanuit de historie te kunnen volgen. Tegelijkertijd zullen wij kijken of de effectmonitor zoals wij die de
afgelopen jaren hanteren in begrotingscyclus voldoende meerwaarde heeft naast de rapportages van de diverse
onderzoeken die de gemeenteraad ontvangt en de nieuwe strategische onderzoeksagenda.
Voor de uitvoering van de strategische agenda beschikt de gemeente Heerlen al een aantal jaar over het cofinancieringsfonds. In verband met de economische crisis en de effecten daarvan op investeringsprojecten is de
voeding van dit fonds in voorgaande begrotingen tijdelijk verlaagd. Ook nu weer moet geconstateerd worden
dat de onttrekkingen uit het fonds achterblijven bij de verwachtingen. Besloten is om te kijken hoe wij de
komende jaren een slimme combinatie kunnen maken van het cofinancieringsfonds en het economiefonds dat
is ingericht voor de uitvoering van de nota economie. Om die combinatie mogelijk te maken zullen een aantal
meerjarige zaken die nu nog in het cofinancieringsfonds zitten verplaatst worden naar de reguliere begroting.
Denk hierbij aan de bijdrage aan de Stadsregio Parkstad, Limburg Economic Development en Regiobranding.
Zowel de verplichting als de dekking gaan over waarmee het cofinancieringsfonds kleiner wordt maar ontlast
wordt van meerjarige verplichtingen. Bij het economiefonds zal hetzelfde gebeuren, meerjarige bijdrages zullen naar de reguliere exploitatie worden verplaatst, daarnaast zullen uit het fonds gefinancierde uren worden
verplaatst naar projectbegrotingen of de organisatiekosten. Op deze manier maken wij van beide fondsen echte
investeringsfondsen die wij slim willen combineren en inzetten voor de versterking van de Heerlense economie,
met name de werkgelegenheid moet worden gestimuleerd. Hiermee wordt beter recht gedaan aan de bedoeling
en de kaders van beide fondsen zoals vastgesteld door de gemeenteraad. De uitwerking zal worden gepresenteerd in de zomernota 2015.
Regionale Samenwerking
In deze bestuursperiode gaan wij aan de slag met een nieuwe samenwerkingsvorm in Parkstad. Een samenwerking op programmering en uitvoering, een samenwerking die gemeenten laat samenwerken in plaats van
de samenwerking over te nemen, een samenwerking over de volle breedte van de gemeentelijke agenda, een
samenwerking die de inhoudelijke portefeuillehouders maar ook de gemeenteraden beter in positie brengt.
Centraal staan de bestuurscommissies die in afstemming met de colleges zorgen voor de gezamenlijke programmering, positionering en afstemming van de uitvoering. Vanuit het verleden blijven onderwerpen als
herstructurering, grensoverschrijdend openbaar vervoer en economische clusters belangrijke regionale onderwerpen.
93
De nieuwe samenwerkingsvorm geeft ook ruimte voor samenwerking en afstemming op andere gebieden zoals
de decentralisaties en veiligheid. Van die ruimte willen wij graag gebruik maken. Als centrum gemeente moeten
wij onze verantwoordelijkheid nemen.
De transitie van de oude vorm van samenwerking naar de nieuwe is wat betreft de werkwijze al in 2014 geeffectueerd. De transformatie en inkrimping van de regio-organisatie is in volle gang conform het door de gemeenteraden vastgesteld plan. Die transformatie loopt de komende jaren door.
In de vorige bestuursperiode is voor de WGR+ een extra paragraaf in de begroting opgenomen, inmiddels is
de Stadsregio een WGR en zal de rapportage derhalve via dit kernthema en de paragraaf verbonden partijen
plaatsvinden.
Op Zuid-Limburgse schaal zetten wij de samenwerking onverminderd door met een belangrijk accent bij de
gezamenlijke, en met de provincie afgestemde, lobby richting Den Haag en Brussel. De drie centrumsteden
van Zuid-Limburg zullen het voortouw blijven nemen namens de drie subregio’s waarbij Heerlen, via de nieuwe
samenwerkingsvorm in Parkstad, de buurgemeenten zal betrekken, informeren en vertegenwoordigen. Een belangrijk thema voor 2015 is in deze de lobby voor een objectief en op basis van de echt bepalende indicatoren
opgebouwd verdeelmodel vanaf 2016 voor de drie decentralisaties in het sociale domein. Deze lobby zal, net als
eerdere lobbyactivitieten zoals die voor de A2 en het grensoverschrijdend openbaar vervoer, worden gevoerd
door overheden in nauwe samenwerking met onze maatschappelijke partners en ambassadeurs. Het belang
van de inbreng van partners uit het nabije buitenland zoals de MAHHL steden en de RWTH-Aachen wordt steeds
belangrijker. Net als in de uitvoering heeft de gemeente ook in de lobby keihard partners nodig.
Naast samenwerking op beleid en lobby blijven wij ook kijken naar de mogelijkheden om op operationeel niveau
samen te werken. De successen van bijvoorbeeld de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD), de belastingsamenwerking en Parkstad IT bewijzen dat het kan. Heerlen zal hier altijd kiezen voor de ‘coalition of the willing’, met
andere woorden, Heerlen spreekt niet uit op welk niveau op een onderwerp samenwerking moet komen maar
zoekt naar partners met eenzelfde ambitie. Op het moment dat wij op die manier een samenwerking kunnen
vormen die ‘winst’ in geld of kwaliteit voor onze burgers oplevert zullen wij daarvoor gaan.
Netwerken
Netwerken, bestuurlijk of ambtelijk zijn onze navelstreng met de samenleving. Of we het hebben over het netwerk van buurtorganisaties, ondernemerscollectieven, maatschappelijke organisaties of vakgroepen, stedenbanden, de G/32, subsidieverstrekkers of de VNG, veel van onze kennis, inzichten en resultaten zouden zonder
deze netwerken niet tot stand zijn gekomen. Toch is tot voor kort het beschikken over en het onderhouden
van netwerken nog onvoldoende gestimuleerd. Vanaf 2015 gaan wij structureel aandacht besteden aan actief
beheer en ontwikkeling van onze bestuurlijke en ambtelijke netwerken. Het is van groot belang dat wij goed
inzicht hebben in waar wij aan tafel zitten, met wie en met welk doel. Naast de vaste netwerken gaan wij kijken
welke andere contacten er zijn vanuit bestuur en organisatie richting partijen die voor ons belangrijk kunnen
zijn zodat wij op de belangrijke momenten meteen de kortste lijntjes kunnen inzetten. Professioneel relatiemanagement is een vereiste voor het zorgvuldig en effectief omgaan met de partners.
Een aantal voorbeelden van overlegtafels (vaak sectoraal en/of gebiedsgericht aangestuurd vanuit andere kernthema’s) waar wij ook in 2015 mee door zullen gaan:
• buurtgericht werken, buurtbezoeken en de buurtwethouder;
• grootwerkgeversoverleg;
• Smart Services;
• overleg met ondernemers binnenstad;
• ronde tafel met corporaties;
• maatschappelijke organisaties rond veiligheidshuizen;
• overleg met zorginstellingen;
• Kompas voor Zuid-Limburg (Agendacommissie en Stuurgroepen);
• Limburg Economic Development en Regiobranding;
• G/32 netwerk;
• Werkgroep Europa;
• Platform 31;
• Charlemagne;
• MAHHL netwerk;
• Stedelijk netwerk arbeidsmarktregio Zuid-Limburg.
94
In alle overlegstructuren gaan wij werken aan de opbouw van de relatie, maar zullen wij ons ook kritisch opstellen ten aanzien van de toegevoegde waarde. Daar waar deze naar onze mening onvoldoende is zullen wij met
de partners verkennen wat hier aan gedaan kan worden. Lukt het niet om die meerwaarde te vinden dan zal de
gemeente haar deelname heroverwegen.
Specifieke aandacht in het netwerken verdient het netwerken over de grens. Wij zien dat onze strategische
doelen inclusief de bijbehorende lobby deels afhankelijk zijn van Euregionale ontwikkelingen en potenties.
Niet alleen onze burgers, instellingen en bedrijven moeten meer netwerken over de grens, ook wij moeten dat
doen. Structuren als MAHHL en Charlemagne zorgen voor vaste contacten, een goede basis. Met de IBA en de
IC Eindhoven-Aachen maken wij onze verbondenheid zichtbaar. Meer is nodig om echt de verbinding te leggen. Bestuur en organisatie zullen zich nog meer inzetten om het netwerk met met name de stad Aachen uit te
breiden.
Lobby
Lobby is nooit eenrichtingsverkeer, maar zoekt vooral de verbinding tussen agenda’ s van twee of meerdere
partijen. Het doel is om het gezamenlijke belang erkend te krijgen in een makkelijk communiceerbare boodschap waarbij de win/win gedachte leidraad is. Lobby draait vaak om geld (zie ook de paragraaf subsidies),
maar vaak ook om (politieke) aandacht voor een onderwerp, wetgeving of om een specifieke status. De gemeenteraad bepaalt de prioriteiten, het college coördineert en de portefeuillehouder stuurt de uitvoering aan.
Als bestuurlijk bepaald is waar wij voor gaan en hoe wij het aanvliegen begint de lobby pas. Soms begint dat in
het contact tussen twee beleidsambtenaren op een beleidsvoorbereidende bijeenkomst. Soms moeten bestuurders zich in stelling brengen om het (politiek)gewicht van de inhoud te benadrukken. Waarmee we willen
aangeven dat lobby zowel politiek als ambtelijk vertaald kan worden. Kortom lobby is een dynamisch strategisch actiespel voor bestuur en organisatie om op het juiste moment en de juiste plaats de gewenst agendaverbinding te leggen en de meerwaarde daarvan te duiden bij de andere partij. Onze strategische agenda bepaalt
onze lobby prioriteiten.
Voor 2015 willen we werken aan een verdere focus op onze strategische agenda vanuit de lobby invalshoeken.
Focus niet alleen op het lobbydoel en bijbehorende beslisser, maar identificeer en mobiliseer ook de partijen
die ons verhaal kunnen ondersteunen. Tevens willen we vanuit de inhoud verbindingen gaan leggen naar onze
belangrijke partners en het verbeteren van onze relaties en netwerken. Geen nieuwe agenda, lobby is immers
een verhaal van continuïteit, maar een vertaling van de reeds bekende lobbythema’s naar de werkelijkheid van
het moment. Belangrijke thema’s voor de lobby in 2015 zijn de 3D verdeelmodellen vanaf 2016, de realisatie
van de Smart Services campus en het doorzetten van de herstructurering.
Bij lobby is de voorbereiding van groot belang maar ook de uitvoering van de lobby vraagt aandacht en creativiteit. Het sturen van brieven en het inbrengen van onze standpunten in diverse gremia is slechts het begin.
Op onze top-prioriteiten moeten wij zorgen voor extra aandacht. Wij gaan daarbij de concurrentie aan met
andere steden en zullen dus met uitzonderlijke kwaliteit moeten komen als wij mensen uit Brussel of Den Haag
willen verleiden. Hoewel evenementen als Cultura Nova, het International Breakdance Event, het Wereld Muziek
Concours, Pink Pop en Tefaf nog steeds aantrekkingskracht hebben zien wij dat de echte beslissers alleen
komen als wij daar omheen een goed, op het lobbythema gericht inhoudelijk programma aanbieden waarbij
niet alleen de gemeente, maar ook belangrijke bedrijven en maatschappelijke partners zijn betrokken. Waar
het gaat om het lobbyen voor subsidies is een goed en actueel beeld van de Europese, nationale en provinciale
subsidiemogelijkheden onmisbaar. Dit alles vraagt veel van onze organisatie doch hierin investeren zal zichzelf
zeker terugbetalen.
Communicatie & Stadsmarketing
Het is belangrijk dat wij uitleggen wat wij doen en waarom wij het doen. Digitale media worden daarbij steeds
belangrijker en handiger door het breed bereik danwel gericht bereik en de hoge actualiteitswaarde. Gezien de
steeds sterker worden informatiebehoefte van onze omgeving, de veelheid aan gemeentelijke activiteiten in de
buurten, de enorme impact van de verbreding van het gemeentelijk takenpakket in het sociale domein en de
snelle technologische ontwikkelingen en mogelijkheden zal in 2015 een nieuwe strategische visie op onze communicatie worden geformuleerd.
95
Heerlen is al een paar jaar in bloei, dat zien wij in de stad maar ook in de jaarlijkse ‘lijstjes’, dat verdient meer
aandacht. Niet alleen omdat Heerlen het goed doet maar vooral omdat Heerlen invulling geeft aan de belofte
die Zuid-Limburg in de regio branding doet. Heerlen heeft een trots verhaal vanuit haar Romeinse en Mijnindustriële verleden. Heerlen is een sterk merk als het gaat om cultuur. Heerlen heeft een solide basis voor
een economisch profiel op het gebied van Smart Services en een hoogstedelijke binnenstad voor de hele regio.
Dit zijn allemaal Heerlense elementen die de Zuid-Limburg branding inkleuren, elementen die de ambities van
Parkstad tastbaar maken. Vanuit die optiek gaan wij in 2015 van start met de stadsmarketing van Heerlen.
Geen apart traject, dure campagnes of extra activiteiten, maar een initiatief om de kracht van Heerlen als onderdeel van het grotere geheel breder bekend te maken via de communicatie van reeds lopende activiteiten en
projecten die tot realisatie komen. Realisaties waar bewoners trots op kunnen zijn, maar die ook de aantrekkelijkheid van de stad vergroten voor bezoekers en bedrijven. Dit is hét moment om het uitdragen van met merk
Heerlen een flinke impuls te geven.
Gemeente Heerlen geeft richting aan dit uitdragen. Dit met als stevige basis een aantal kernwaarden die het
merk Heerlen omschrijven. Scherpe keuzes worden gemaakt. Bestaande activiteiten en projecten die passen
bij het verhaal van Heerlen worden in de markt gezet met een eenduidige en herkenbare uitstraling en voor de
juiste doelgroep.
Personeel en organisatie.
U wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering.
Werkwijze raad en commissies.
Het begin 2014 ingang gezette verbeteringstraject rond de werkwijze van raad en commissies wordt in samenwerking met de raad verder opgepakt en uitgewerkt. Een traject dat niet uniek voor Heerlen is, maar waarvan
eveneens analogieën voorkomen in de twee andere Zuid-Limburgse centrumsteden en die als trend binnen alle
G/32 gemeenten terugkomt en die weer het gevolg zijn van een steeds zwaarder worden raadsagenda en toenemende lokale verantwoordelijkheden. Uitkomsten en ervaringen uit deze trajecten worden geanalyseerd en
aan de gemeenteraad voorgelegd. We zetten daarbij in op het zoeken naar, bij de veranderende gemeentelijke
opgave passende, oplossingen.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema Bestuurskracht om dit te realiseren?
• Stadsvisie Heerlen 2026 (2008).
• Coalitieakkoord ‘Samen knokken met een glimlach’ (2014).
• Kompas voor samenwerking in Zuid Limburg (2011).
• Uitvoeringsprogramma Brainport 2020 (2011).
• Regioprogramma ‘Naar een duurzame vitale regio’ (2010).
• WGR-regeling ‘Stadsregio Parkstad Limburg’ (2013).
• Financiële Verordening Gemeente Heerlen (2010).
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema Bestuurskracht kosten?
Bestuurskracht
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-12.369
-10.839
-7.317
-7.892
-7.334
-7.768
1.775
180
3
3
3
3
-10.594
-10.659
-7.314
-7.889
-7.331
-7.765
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema bestuurskracht?
• Voor het onderzoek naar de versterking van lobby en citymarketing reserveren wij in 2016, 2017 en 2018
jaarlijks extra middelen ter hoogte van € 100.000.
96
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema Bestuurskracht?
• Door het anders te organiseren van de bezoeken van het college aan de Heerlense buurten bezuinigen we
structureel ingaande 2015 € 10.000.
• Door te besparen op de beïnvloedbare kosten van de reis- en verblijfkosten van het college van B&W bezuinigen we structureel € 1.000.
• Er is een besparing mogelijk op de diverse communicatie acties zoals stadspromotie. Dit is een structurele
bezuiniging van € 4.000 vanaf 2015.
• Door het cofinancieringsfonds te combineren met andere economie gelden bezuinigen we in 2015 € 200.000,
in 2016 € 500.000, in 2017 € 1.000.000 en in 2018 € 2.000.000.
• Door te stoppen met de stadskrant bezuinigen we op de materiële budgetten in 2015 € 101.000 en vanaf
2016 € 131.000.
• De huidige voortgang van de transformatie van de organisatie van de stadsregio, alsmede de afspraken met
LED inzake de financiering van onze bijdrage en nog te maken financieringsafspraken met de IBA leveren
een voordeel op van € 819.000 in 2015, € 134.000 in 2016, € 582.000 in 2017 en € 122.000 in 2018.
• Een versoberen van het consumptie budget ten behoeve van het college van B&W levert een structurele
bezuiniging op van € 7.000.
97
Kernthema Buurtgericht Werken
Inleiding
Buurtgericht Werken draagt zorg voor de verbinding van de gemeente met netwerken in de Heerlense buurten,
zowel van binnen naar buiten als andersom. Deze netwerken bestaan zowel uit bewonersorganisaties als verenigingen, belangenverenigingen en professionele partners.
De komende periode wordt een bijdrage geleverd aan het nog meer activeren van burgers, in aansluiting op
de transitie in het sociale domein. Bovendien wordt ingezet op het verder faciliteren en aanjagen van bewonersinitiatieven, naast de al aanwezige inzet door de buurtorganisaties. We gaan een visie ontwikkelen over de
Heerlense buurgerichte aanpak, waarbij de focus op de relatie met de burger en maatwerk per buurt centraal
staat.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema Buurtgericht Werken om onze doelstellingen te bereiken?
In deze bestuursperiode gaan we aan de slag met de volgende activiteiten.
• We willen meer inzetten op de activering van burgers. Hierbij gaan wij een verbinding maken met de ontwikkelingen binnen de 3 decentralisaties. Dat gaan we doen door onder andere:
o Het samenwerking met sociale wijkteams/basisteams/buurtsteun.
o Het initiëren verbindingsdagen.
o Het delen van kennis delen en het uitwisselen van informatie.
o Het opzetten en onderhouden van netwerken.
• We willen de bewonersinitiatieven verbreden in aanvulling op de buurtorganisaties door:
o Buurtactieregeling op te zetten en in te voeren.
o Het faciliteren en aanjagen van bewonersinitiatieven.
o Het ontwikkelen van nieuwe kaders voor buurtorganisaties.
• We willen meer luisteren naar de burger en meer de focus leggen op de relatie met de burger door:
o Het opstellen van een gemeentelijke visie gebiedsgerichte aanpak.
o Het vernieuwen van actief buurtwethouderschap.
o Het opnemen van de regie bij gebiedsgerichte aanpak.
• We willen meer maatwerk ontwikkelen voor buurten:
o Keuzes maken, focus waar nodig (herstructurering, 3 D’s, incidenten).
o Menskracht verdelen naar behoefte.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema Buurtgericht Werken om onze doelstellingen te
bereiken?
• In 2015 zullen we in ieder geval nieuwe beleidskaders ontwikkelen voor buurtorganisaties en een gemeentelijke visie ontwikkelen voor een gebiedsgerichte aanpak. Dit zullen we aan u als raad vervolgens aanbieden.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema Buurtgericht Werken om dit te realiseren?
• Stadsvisie Heerlen 2026, 2008;
98
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema Buurtgericht Werken kosten?
Buurtgericht Werken
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Rekening
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-412
-559
-560
-560
-560
-560
0
0
0
0
0
0
-412
-559
-560
-560
-560
-560
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema Buurtgericht Werken?
n.v.t.
99
Kernthema Dienstverlening
Inleiding
Dienstverlening is een breed begrip. Bij het kernthema Dienstverlening hebben we het over directe dienstverlening aan burgers en ondernemers. Hierbij is altijd sprake van contact tussen burger en de gemeente, bijvoorbeeld via de balie, telefoon, persoonlijk of via internet.
Binnen het kernthema Dienstverlening stellen we ons als doel de mate van tevredenheid over geleverde producten en diensten aan burgers, bedrijven en instellingen op een hoog niveau te houden. Dit doen wij door op
professionele en klantgerichte wijze om de individuele dienstverlening met de geldende behoefte mee te laten
veranderen. Daar waar wij kunnen spelen wij dus in op de behoefte! Ook streven wij naar een integrale dienstverlening, dusdanig georganiseerd dat de burger geen last heeft van (organisatie)grenzen.
Burgers, bedrijven en instellingen kunnen in Heerlen al veel producten en diensten digitaal aanvragen. Daarin
blijven we ons verder ontwikkelen. Het is natuurlijk niet zo dat de mensen niet welkom zijn. Indien persoonlijk
contact gewenst is, bijvoorbeeld als het gaat om zorgvragen, wordt niet gekozen voor het digitale kanaal maar
voor een persoonlijk gesprek. Ook is er altijd een vangnet beschikbaar voor mensen die digitaal minder vaardig
zijn.
Naast de inzet op digitale dienstverlening zijn we actief bezig met administratieve lastenverlichting. Zo zijn de
e-formulieren vereenvoudigd. Er wordt gebruikgemaakt van de mogelijkheden die de basisvoorzieningen bieden. Bekend is het inloggen met DigiD, waarbij de persoonlijke gegevens van de burger al automatisch ingevuld
worden in het e-formulier. In Heerlen hebben we de afgelopen jaren al vele stappen gezet in de verbetering van
onze (digitale) dienstverlening. We kunnen met trots zeggen dat die op een hoog niveau ligt. Dit meten wij door
middel van het systeem Klant in Focus. Onze inspanningen leveren ons veel op, dus daar gaan we zeker mee
door. Veranderingen zijn op komst, deze willen wij aangrijpen om de volgende stappen te zetten in het bereiken
van onze doelen.
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema Dienstverlening om onze doelstellingen te bereiken?
• Echtscheidingen.
Echtparen kunnen hun echtscheiding in de toekomst zelf regelen via de ambtenaar van de burgerlijke stand
als ze het onderling eens zijn en geen minderjarige kinderen hebben (administratieve lastenverlichting). Het
doel is dat de echtgenoten die het eens zijn over hun scheiding zoveel mogelijk verantwoordelijkheid krijgen
voor de afwikkeling daarvan. Bij de huidige echtscheidingsprocedure is tussenkomst van de rechter verplicht,
evenals de bijstand van een advocaat. Dat is bij de nieuwe regeling niet meer het geval. Uiteraard staat
het echtgenoten vrij om voor de scheiding via de ambtenaar van de burgerlijke stand juridisch advies in te
winnen bij een advocaat, notaris of mediator. Ook blijft de gang naar de rechter mogelijk, maar verplicht is
het niet. De echtscheidingsprocedure voor echtgenoten met minderjarige kinderen blijft ongewijzigd. Zij zijn
verplicht om een ouderschapsplan te maken dat door de rechter wordt getoetst. Het Ministerie van Justitie
gaat er vanuit dat ongeveer 20% van de scheidingen bij de Burgerlijke Stand bij de gemeentes verwerkt zullen gaan worden.
• Naturalisaties.
Gemeenten hebben een belangrijke taak in het kader van het naturalisatieproces. Gemeenten verstrekken informatie, nemen de aanvraag in ontvangst, doen een eerste toets en rekenen de legeskosten af. De
stukken worden vervolgens naar de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) verzonden. De IND c.q. het
Ministerie van Justitie, neemt het uiteindelijke besluit. Als afronding van het proces organiseren gemeenten
de zogenaamde naturalisatieceremonie waarbij het besluit wordt uitgereikt. In het geval van een zogenaamde ‘optie’ vindt het hele proces, inclusief besluitvorming, bij gemeenten plaats. De minister heeft te kennen
gegeven te willen komen tot een herinrichting van het proces van de ‘optie’ en de naturalisatie. In samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Burgerzaken (NVVB) en de VNG is er een onderzoek uitgevoerd.
De conclusie is dat het proces ‘optie’ goed verloopt. Voor wat betreft de naturalisatie is er sprake van een
aantal dubbele handelingen, het gevolg is dat het proces niet efficiënt verloopt. Dit is op te lossen door het
proces geheel in één bestuurslaag te organiseren. Daarnaast is geconstateerd dat vooral bij kleinere gemeenten niet voldoende kennis voorhanden is.
100
Besloten is dat er een vervolg onderzoek wordt gedaan waarbij twee mogelijkheden onderzocht worden
welke als volgt kunnen worden samen gevat: “alles naar het rijk” en “alles naar gemeenten”. Als gemeenten
verantwoordelijk worden zal de taak mogelijk belegd worden bij centrum gemeenten om zodoende voldoende “body” te creëren. Het resultaat van het vervolgonderzoek wordt begin 2015 verwacht.
• Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) werkt aan een nieuw stelsel voor het
bouwtoezicht in Nederland. Dit moet zijn beslag krijgen in de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Kern
is dat in de toekomst bouwpartners zelf hun kwaliteitsborging moeten regelen. Het bevoegd gezag kijkt dan
naar ruimtelijke ordening, welstand en de veiligheid van derden. Private partijen zorgen zelf voor het voldoen
aan het Bouwbesluit waarin alle bouwtechnische voorschriften staan. Dit betekent dat een aanvraag omgevingsvergunning (activiteit bouwen) niet meer door de gemeente wordt getoetst aan het Bouwbesluit en dat
door de gemeente tijdens de uitvoering geen toezicht meer plaatsvindt ten aanzien van de aspecten die betrekking hebben op het Bouwbesluit. De bedoeling is het nieuwe stelsel fasegewijs in te voeren en wel door
te starten met de bouwwerken met het laagste maatschappelijke risico. Dit is pas mogelijk als er (voldoende) instrumenten voor kwaliteitsborging beschikbaar zijn en zal waarschijnlijk niet voor 2016 plaatsvinden.
In 2015 zullen de ontwikkelingen nauwlettend worden gevolgd en de implicaties ervan worden onderzocht.
De jaren daarna (2016-2018) zal vanwege de fasewijze invoering de tenuitvoerbrenging stapsgewijs plaatsvinden.
• Verkiezingen 2017 en 2018.
In 2017 zullen wij de volgende reguliere Tweede Kamerverkiezing organiseren en wel op woensdag 15 maart
2017. En in 2018 zullen wij de volgende reguliere Gemeenteraadsverkiezing organiseren en wel op woensdag
21 maart 2018. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek naar elektronisch stemmen zal dan eventueel weer digitaal gestemd kunnen gaan worden.
• BRP/GBA.
In 2013 is door het parlement de wet Basisregistratie personen (BRP) aangenomen. De BRP zal op termijn
de gemeente basisadministratie (GBA) vervangen. Gemeenten zullen gefaseerd aansluiten op de nieuwe basisregistratie. Eind 2016 zullen alle gemeenten aangesloten moeten zijn (is het streven). Een van de belangrijkste gevolgen van de invoering van de BRP is dat de gemeentelijke basisadministraties verdwijnen. Alle
data wordt centraal opgeslagen en dubbelslagen in de opslag van gegevens vervallen.
Daarnaast heeft de invoering van de BRP grote consequenties voor een groot aantal interne processen, zoals
herinrichting van het gegevensbeheer en binnengemeentelijke informatievoorziening.
Wij zijn in 2014 gestart met de eerste voorbereidingen inzake de aansluiting op de BRP. In technische zin
dient een en ander echter nog vanuit de wet (die op 6 januari 2014 van kracht is geworden) verder uitgewerkt dienen te worden alvorens leveranciers software kunnen ontwikkelen. De huidige GBA leveranciers zijn
gestart met de doorontwikkeling van hun huidige software. Volgens de huidige planning kunnen gemeenten pas in 2017 en 2018 in technische zin aansluiten op de BRP. De komende jaren blijven wij echter wel
doorgaan met de voorbereidingen zodat de daadwerkelijke aansluiting voor de gemeente Heerlen zo goed
mogelijk zal verlopen.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema Dienstverlening om onze doelstellingen te
bereiken?
• Omgevingswet.
Op 17 juni 2014 is het wetsvoorstel Omgevingswet naar de Tweede kamer gestuurd. Dit is de eerste formele
stap van de ingrijpende stelselherziening van het omgevingsrecht (betreft alle regelgeving op het gebied van
de fysiek leefomgeving). Met de Omgevingswet wil het kabinet het omgevingsrecht makkelijker maken (administratieve lastenverlichting). De regels voor ruimtelijke plannen zijn nu ingewikkeld en onduidelijk. Door
regels te vereenvoudigen en samen te voegen is het straks (verwachte inwerkingtreding is 2018) makkelijker
(bouw)projecten te starten. Nu door het Rijk de procedure om te komen tot de Omgevingswet is gestart, is
het zaak ook binnen onze gemeente voortvarend aan de slag te gaan. De invoering van de Omgevingswet
betreft een ingrijpende wetswijziging en is derhalve geen geringe operatie. In 2015 zal gestart worden met
het onderzoeken van de impact van de Omgevingswet voor de gemeente Heerlen.
101
De daarop volgende jaren (2016-2018), als de wetgeving nader is uitgewerkt en de gevolgen concreter in
beeld zijn te brengen, zal de implementatie ervan worden opgepakt.
• Wet VTH.
Het wetsvoorstel VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) is in procedure gebracht. Een exacte
ingangsdatum is nog niet bekend (voorlopig 1 januari 2016). Met de wet VTH wordt beoogd kwaliteitscriteria vast te leggen ten aanzien van de zogenaamde VTH-taken. De kwaliteitscriteria bevatten criteria voor
kritische massa, inhoud en proces. Kritische massa criteria geven aan welke capaciteit, kennis en ervaring
ten minste in een organisatie aanwezig moet zij om de VTH-taken goed te kunnen uitvoeren. Als de VTHkwaliteitscriteria wettelijk geborgd zijn zal de provincie als interbestuurlijk toezichthouder hierop controleren.
In 2015 zullen de aanpassingen en verbeteringen ten aanzien van het VTH-werkveld die nodig zijn om aan
de kwaliteitscriteria te voldoen worden doorgevoerd.
• E-dienstverlening, meer digitaal.
Wij blijven inzetten op de ingeslagen weg van het verder vergroten van het aanbod aan digitale producten
via internet (de zogenaamde E-dienstverlening). Daarnaast zullen wij het gebruik van digitale producten
verder promoten. Landelijke voorzieningen bieden steeds meer en steeds uitgebreidere dienstverleningsmogelijkheden, denk bijvoorbeeld aan het stijgende gebruik van het DigiD voor toegang tot de overheid en
semioverheid (administratieve lastenverlichting). Het gemak voor de aanvrager staat daarbij vaak voorop.
Aansluiten op deze voorzieningen is vaak wettelijk verplicht. We zullen de ontwikkelingen op dit vlak dan
ook nauwgezet volgen. Voor burgers die minder digitaal vaardig zijn blijft er de mogelijkheid via een van de
overige kanalen, telefoon of balie, contact te zoeken met de gemeente.
• Verkiezingen 2015.
In 2015 organiseren wij op 18 maart een tweetal verkiezingen, de verkiezingen voor de Provinciale Staten en
de verkiezingen van het Waterschap. Uniek is dat er voor het eerst op 1 dag twee keer gestemd mag worden
en nieuw is ook dat wij de verkiezingen voor het Waterschap organiseren. De verwachting is dat het combineren van de stemmingen de opkomst bij beide verkiezingen zal verhogen.
Bij beide verkiezingen zal nog gestemd worden met het bekende rode potlood. Wel loopt, in opdracht van de
minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, nog steeds het onderzoek hoe elektronisch stemmen
opnieuw kan worden ingevoerd.
• Kwaliteitshandvest
Het vigerende kwaliteitshandvest stamt uit 2010 onder andere nog gebaseerd op het Overheid heeft
Antwoord concept. Dit concept is in 2014 afgesloten. Wij zullen in 2015 met een geactualiseerd handvest
komen.
• Facilitering evenementen
De gemeente Heerlen heeft een zorgplicht daar waar het gaat om het veilig en schoon houden van de openbare ruimte. De facilitering van evenementen is bedoeld om de buitenruimte schoon en veilig te houden voor,
tijdens en na een evenement dat wordt gehouden in de openbare ruimte. Deze facilitering kent 2 onderdelen:
1. Reiniging van de evenementenlocatie en het beschikbaar stellen van vuilcontainers.
2. Het treffen van verkeersvoorzieningen.
Voor het jaar 2015 zullen wij versterkt inzetten om de ‘vaste’ organisaties, maar ook de eenmalige organisatie (rondom bijvoorbeeld Serious Request) zo goed mogelijk te faciliteren.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema Dienstverlening om dit te realiseren?
• Kwaliteitshandvest, 2010.
• Verordening BRP, 2014.
• Verordeningen horend bij de lokale heffingen (2014, zie ook de paragraaf Lokale Heffingen).
• Paspoortwet ,2013.
• WABO, 2010.
• Drank- en Horecawet, 2013.
• Woningwet, 1991.
• Nota Ruimtelijke Kwaliteit Heerlen, 2011.
• Wet Basis Registratie Personen, 2013.
102
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema Dienstverlening kosten?
Dienstverlening
Rekening
x € 1.000
Lasten
Baten
Totaal
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-9.258
-7.737
-8.210
-8.115
-8.125
-8.024
4.430
4.040
4.041
4.041
4.041
4.041
-4.828
-3.697
-4.168
-4.074
-4.084
-3.983
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema dienstverlening?
• Ten behoeve van de voorbereiding, coördinatie en implementatie van de omgevingswet reserveren wij in
2015, 2016 en 2017 een extra bedrag ter hoogte van € 100.000.
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema Dienstverlening?
• Wanneer we binnen dit kernthema externe inhuur beperken en de uitgaven van overige beïnvloedbare kosten
verlagen is dat in 2015 een bezuiniging van € 25.000 en vanaf 2016 € 26.000.
• Het doen van bekendmakingen uitsluitend nog digitaal betekent een bezuiniging van € 37.000 structureel
vanaf 2015.
• Het sluiten van de stadsdeelwinkels per 1 januari 2015. De financiële effecten van dit voorstel worden meegenomen in de af- en ombouw van de ambtelijke organisatie.
103
Kernthema Middelen
Inleiding
Binnen dit kernthema gaat het over het beschikbaar krijgen van voldoende middelen om de doelen en de
daarbij horende maatschappelijke effecten, die in de diverse programma’s zijn verwoord, te realiseren en deze
middelen vervolgens doelmatig te besteden. Belangrijkste taken binnen dit kernthema zijn:
• Het uitvoering geven aan de treasuryfunctie (onder andere financieringsinstrumenten en risicobeheersing).
• Het scheppen van kaders voor de belastingheffing en -inning van lokale belastingen (zie paragraaf ‘Lokale
heffingen’).
• Het beheer en de advisering rondom verworven aandelenkapitaal van de gemeente Heerlen en het jaarlijks
te genereren dividend.
• Verhogen van inkomende subsidies.
• Het beheer van en de advisering rondom het gemeentefonds (zie paragraaf Gemeentefonds).
Het kernthema middelen gaat over diverse onderwerpen. Deze onderwerpen worden verder uitgewerkt in de
paragrafen. Wij kiezen ervoor, in het kader van duidelijkheid en transparantie, om de onderwerpen in één keer
geheel uit te werken. Hieronder staan de onderwerpen met verwijzing naar de betreffende paragraaf.
Onderwerp:
• Financiën inclusief Planning en Control
Paragraaf:
-> paragraaf Financiering
• Coördinatie deelnemingen
-> paragraaf Verbonden partijen
•
•
•
•
•
->
->
->
->
->
Bedrijfsvoering
Inkoop en aanbesteding
Informatiebeleid
Facilities en huisvesting
Archief
paragraaf
paragraaf
paragraaf
paragraaf
paragraaf
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering
• Vastgoed, gronden in beheer
• Grondexploitatie
-> paragraaf Grondexploitatie
-> paragraaf Grondexploitatie
• Burgerzaken, belastingen en Heffingen
-> paragraaf Lokale Heffingen
• Onderhoud kapitaalgoederen
-> paragraaf Onderhoud kapitaal goederen
MBP, meerjarig perspectief 2015-2018:
Wat gaan we doen binnen het kernthema Middelen om onze doelstellingen te bereiken?
Voor dit onderdeel verwijzen wij naar de betreffende paragraaf.
Begroting 2015:
Wat gaan we in 2015 doen binnen het kernthema Middelen om onze doelstellingen te bereiken?
Hiervoor verwijzen wij naar de betreffende paragraaf.
Over welk beleid beschikken wij binnen het kernthema Middelen om dit te realiseren?
• Financiële verordening, 2011.
• Nota risico’s en weerstandsvermogen, 2012.
• Treasury statuut, 2010.
• Nota Reserves en Voorzieningen 2013-2016.
• Nota Afschrijving en waardering 2013-2016.
• Beleidsnota Lokale Heffingen 2011-2014.
• Nota Verbonden Partijen, 2008.
• Richtlijnen cofinancieringsfonds, 2010.
• Legesverordening, 2013.
104
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Wat gaat het kernthema Middelen kosten?
Middelen
Rekening
x € 1.000
Lasten
Bijgestelde
begroting
Begroting
Meerjarenraming
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-34.725
-21.952
-14.394
-9.399
-8.666
-4.074
Baten
189.877
177.272
293.429
291.109
286.745
284.464
Totaal
155.152
155.320
279.036
281.710
278.079
280.390
Begroting 2015:
Welke nieuwe impulsen gaan we realiseren binnen het kernthema middelen?
• Ten behoeve van het meerjarig onderhoudsprogramma van het glaspaleis reserveren wij over de periode van
2015 tot en met 2018 jaarlijks een extra bedrag ter hoogte van € 200.000.
Begroting 2015:
Welke bezuinigingen gaan we realiseren binnen het kernthema Middelen?
• De af- en ombouw ambtelijke organisatie (50 fte) inclusief de versobering van arbeidsvoorwaarden (inleveren 5 buitengewone verlofdagen) betekent een bezuiniging van € 1.300.000 in 2015, € 3.952.000 in 2016,
€ 3.952.000 in 2017 en € 3.952.000 in 2018.
• De kosten, het zgn. frictiebudget, ten behoeve van af- en ombouw van de ambtelijke organisatie bedraagt in
2015 € 1.500.000, in 2016 € 2.070.000 en in 2017 € 1.500.000.
• Het verlengen van de afschrijvingstermijn van gebouwen in eigendom van de gemeente (excl. Onderwijs)
betekent een structurele besparing van € 365.000.
• De post onvoorziene uitgaven reduceren wij vanaf 2015 tot nul. Mochten zich incidenten voordoen dan komen deze rechtstreeks ten laste van de algemene reserve. Dit is een bezuiniging van € 100.000 structureel.
MBP 2015-2018/begroting 2015:
Welke investeringen gaan we doen binnen het kernthema Middelen?
Omschrijving
Begroting
x € 1.000
Kantineapparatuur
2015
Meerjarenraming
2016
2017
2018
55
Inrichting vergader+bestuurskamers
120
Noodstroomaggregaat
100
Archiefbewaarplaats
100
1.500
4.150
Hardware en software
435
385
385
485
Dataopslag
100
100
100
100
Website Heerlen
250
Apparatuur reprografie
98
Vervanging telefooncentrale
250
Personeelsinformatiesysteem
250
Automat. Financieel systeem
400
Scanvoorziening
102
Automatisering concernprocessen
GBA apparatuur
Totaal
105
153
100
3.213
5.333
186
42
773
627
106
3. Paragrafen
3.1 Lokale heffingen (BBV, artikel 10)
Inleiding
In deze paragraaf zijn de lokale heffingen opgenomen waarvan de besteding zowel gebonden als niet gebonden
is. Gebonden besteding betekent dat de baten alleen bestemd zijn voor het doel waarvoor zij geheven zijn. Niet
gebonden besteding houdt in dat de baten tot de algemene middelen van de gemeente behoren.
De baten van de gebonden bestedingen zijn geoormerkt en mogen een kostendekkendheidspercentage van
100% niet overstijgen. Met kostendekkendheidspercentage wordt bedoeld: het percentage van de lasten (inclusief kwijtschelding) voor zover deze worden gedekt door de netto-baten. Netto-belastingbaten zijn de belastingbaten gecorrigeerd voor oninbaarheid.
Conform artikel 10 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn in de paragraaf opgenomen: de geraamde
inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht van de diverse heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en het kwijtscheldingsbeleid.
Lokale heffing
2015
Niet gebonden heffingen
Onroerende zaakbelasting
Hondenbelasting
Precariobelasting
Parkeergelden
19.807
762
280
1.560
Vergunningen parkeren
236
Fiscalisering parkeerboetes
348
Toeristenbelasting
Subtotaal
183
23.176
Gebonden heffingen
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Subtotaal
10.922
8.924
19.846
Overige
Algemene dienstverlening
1.040
Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
1.567
Europese dienstenrichtlijn
Woonwagenrechten
Begraafrechten
Marktgelden
Subtotaal
Totaal
35
47
468
200
3.357
46.379
X € 1.000,-
Het beleid lokale heffingen
Ten behoeve van de belastingheffing en -inning is de beleidsnota lokale heffingen opgesteld waarin de visie over
het meerjarig gemeentelijke belastingbeleid is vastgesteld. Hierbij zijn de kaders voor de belastingheffing en
-inning van lokale belastingen en de uitvoering van de Wet WOZ aangegeven, waarbinnen de belastingvoorstellen moeten passen. In december 2014 ligt een nieuwe nota lokale heffingen ter besluitvorming aan u als raad
voor. In deze begroting zijn we in principe uitgegaan van bestaand beleid.
De kaders voor de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen zijn vooral te vinden in de
Gemeentewet, de Wet Waardering Onroerende Zaken, de Wet Milieubeheer, de Algemene wet betreffende
rijksbelastingen, de Algemene wet bestuursrecht en de Invorderingswet 1990. De belastingverordeningen en
de Leidraad Invordering van de gemeente zijn hierop gebaseerd. Daarnaast zijn een aantal uitvoeringszaken
geregeld in beleids- en uitvoeringsregels.
107
De invulling van de gemeentelijke beleidsvrijheid wordt uiteraard mede bepaald door het coalitieakkoord 20142018. In dit coalitieakkoord is onder meer bepaald dat bezuinigingen de ‘ladder van Lodewijks’ doorlopen,
waarbij de eerste 4 treden ingaan op verminderen van de lasten en bezuinigingen op de gemeentelijke organisatie en als laatste trede het verhogen van de lastendruk van de burger. We hebben hierbij ook overwogen om
te schuiven tussen gebonden heffingen en niet gebonden heffingen.
Daarnaast is tijdens de coalitiebesprekingen gesproken over een systeem van franchise binnen de OZB. In 2015
gaan wij een onderzoek doen.
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW)
Per 1 januari 2014 is de Gemeente Heerlen toegetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (GR BsGW) te Roermond. De heffing en inning van de lokale belastingen
en de uitvoering van de wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) is ondergebracht in deze gemeenschappelijke regeling.
Samenwerking tussen Gemeenten en Waterschappen biedt voordelen. Veel werk wordt niet meer dubbel gedaan, de belastingheffing wordt efficiënter en op den duur goedkoper.
Daarnaast ontvangt de burger/belastingplichtige nog maar één aanslagbiljet voor de gemeentelijke heffingen en
waterschapsheffingen.
Uiteraard is er wat betreft de bevoegdheden van de gemeenteraad op het gebied van lokale belastingverordeningen niets verandert. De gemeenteraad blijft bevoegd tot het vaststellen van de verordeningen, de soorten
belastingen, de grondslagen voor de belastingen en uiteraard de tarieven. Het eerste jaar van toetreding heeft
wel duidelijk gemaakt dat het meer ambtelijke capaciteit kost om de dienstverlening op het oude peil te handhaven en de juiste informatie boven tafel te krijgen. Dit met name door schaalvergroting, uniformiteit en een
andere manier van werken op diverse gebieden.
Het jaar 2015 staat vooral in het teken van verbeteren/verscherpen van de samenwerking waar nodig en het
(verder) uitbouwen van de dienstverlening.
Gemeentelijke belastingen
De OZB, toeristenbelasting, parkeerbelastingen, hondenbelasting en precariobelasting zijn zuivere belastingen.
Tegenover deze belastingen staat geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van de overheid en behoren de
baten tot de algemene middelen van de gemeente.
Milieuheffingen
De baten van deze milieuheffingen (riool en afval) zijn alleen bestemd voor het doel waarvoor zij geheven worden: afvalinzameling en -verwerking of rioolaanleg en -onderhoud.
Bij een bevolkingsdaling zullen de kosten en dientengevolge de inkomsten (kostendekkendheid) van de afvalstoffenheffing en het rioolrecht niet direct dalen. Bij de afvalstoffenheffing is de daling van de kosten wel te
verwachten. Wel zal de lastendruk toenemen door hogere tarieven per hoofd van de bevolking. Bij het rioolrecht is dat minder het geval. Minder gebruikers betekenen nauwelijks lagere onderhoudskosten. Met de nieuwe
verbrede rioolheffing zijn gemeenten ook verantwoordelijk voor hemel- en grondwater. Beide zijn onafhankelijk
van het aantal inwoners. Er wordt bij de begroting uitgegaan van 100% kostendekkendheid bij deze heffingen.
Overige
Dit betreft de opbrengsten uit leges, woonwagenrechten, begraafrechten en marktgelden. Leges worden geheven voor verstrekte diensten door het gemeentebestuur. Het verlenen van een dienst heeft betrekking op
het in gang zetten van de dienstverlening. Er is dus sprake van een inspanningsverplichting en niet van een
resultaatsverplichting, het kan dus zo zijn dat een burger geen product ontvangt, maar wel leges moet betalen.
De dienst kan een document zijn (bijvoorbeeld paspoort, trouwboekje) maar kan ook een vergunning van de
gemeente betreffen, waarmee aangegeven wordt dat de burger c.q. de instelling zich of houdt aan wettelijke
voorschriften of ergens toestemming voor krijgt.
Bij legesheffing kiezen we voor toepassing van het profijtbeginsel waarbij de kosten grotendeels worden verhaald op het individu en niet geheel worden betaald uit de algemene middelen.
In de legesverordening is voor een aantal producten een lager tarief opgenomen wanneer burgers gebruik maken van het digitale kanaal.
Het is deels mogelijk kruissubsidiëring toe te passen: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten lager te kunnen houden. De mogelijkheden tot
kruissubsidiëring zijn door de komst van de Europese Dienstenrichtlijn (EDR) en de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht (Wabo) echter beperkter geworden.
108
Daar waar gesproken wordt over het inflatiepercentage wordt bedoeld de verwachte inflatiestijging in 2015 van
1,5% ten opzichte van 2014 conform de verwachting van het Centraal Plan Bureau (juni 2014).
1. Onroerende zaakbelasting (OZB)
• Doel van de heffing
De onroerendezaakbelastingen hebben tot doel om de gemeente te voorzien van algemene middelen. Het zakelijk karakter van deze belastingen sluit uit dat er rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden,
zoals bijvoorbeeld het inkomen van belastingplichtige.
• Tarievenbeleid
De OZB-inkomsten 2015 zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 1,5% en daar bovenop is nog een extra
verhoging van 3% toegepast. Om dit te realiseren stijgen de OZB-tarieven met 3,78% voor woningen en met
3,78% voor niet-woningen.
Stijgingen in de OZB-tarieven zijn gemaximeerd door het instellen van de macronorm. Deze bedraagt volgens
de septembercirculaire van het Gemeentefonds voor het jaar 2015: 3%. Met deze macronorm is de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid voor de collectieve lastendruk vastgelegd. Als de landelijke stijging van de OZB
de macronorm overschrijdt, ziet de regering zich genoodzaakt alsnog in te grijpen.
2. Hondenbelasting
• Doel van de heffing
De hondenbelasting is een belasting die bijdraagt aan de algemene middelen van de gemeente. Het moet wel
aantoonbaar zijn dat er kosten gemaakt worden die verband houden met het innen van hondenbelasting. Uit
deze middelen worden bijvoorbeeld de kosten voor de aanleg van hondenuitlaatplaatsen en het beschikbaar
stellen van hondenpoepbakken betaald. Informatie met betrekking tot hondenvoorzieningen wordt gegeven
door plaatsen van gegevens in buurtkranten en de stadskrant en flyers bij de belastingaanslagen. Daarnaast
zijn zaken als inzet van drollenzuigers, reinigen van straten, handhaving en toezicht direct als kosten te linken
aan hondenbezit.
Belastingplichtig voor de hondenbelasting is ‘de houder’ van een hond. Als grondslag geldt het aantal honden.
Voor de tweede en volgende honden wordt een oplopend tarief gehanteerd.
• Toekomstig beleid
De aangiftemoraal van de hondenbezitter behoeft permanent aandacht. De BsGW houdt regelmatig controles
op het bezit van honden om deze aangiftemoraal op peil te houden met daarbij aandacht voor opbrengsten in
relatie tot kosten.
• Tarievenbeleid
De tarieven worden conform inflatiecorrectie verhoogd met 1,5% voor 2015.
3. Precariobelasting
• Doel van de heffing
Precariobelasting is een heffing voor het gebruiken van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Naast onderdelen van gebouwen, zoals luifels en balkons, gaat het bijvoorbeeld om reclamevoorwerpen als uithangborden, zonneschermen, lichtreclames, het uitstallen van winkelgoederen en terrassen. De heffingsmaatstaf kan per precario-object verschillen. In de praktijk wordt veelal gewerkt met de oppervlakte of de lengte
van het voorwerp. Het tarief is afhankelijk van het soort voorwerp, een vast bedrag per eenheid of een bedrag
per tijdseenheid.
• Toekomstig beleid
Naar aanleiding van een pilot die in het centrum van Heerlen heeft plaatsgevonden, waarin de eerste 60 cm voor
nieuwe objecten precario vrij waren, wordt in 2015 een nieuwe precarioverordening opgesteld. Deregulering en
vereenvoudiging zal hierbij voorop staan.
109
• Tarievenbeleid
In afwachting van de aanpassing/vereenvoudiging van de verordening in de loop van 2015 wordt de precarioverordening van 2013 niet ingetrokken. In de loop van 2015 wordt er een nieuwe verordening voorgelegd ter
vaststelling.
4. Toeristenbelasting
• Doel van de heffing
Door de heffing van een toeristenbelasting is het mogelijk om een bijdrage te verkrijgen in de kosten van de
(algemene) voorzieningen waarvan ook toeristen profiteren. Dit betekent, dat bij de toeristenbelasting sprake
is van een algemene heffing waarvan de opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen. Indien het
doel van de heffing wordt afgezet tegen het profijt dat de toerist heeft van de algemene voorzieningen, is een
eenheidstarief per overnachting de meest voor de hand liggende keuze. Om praktische redenen wordt de toeristenbelasting geheven van degene die gelegenheid tot het verblijf biedt. Ingezetenen van de gemeente zijn
vrijgesteld van de heffing van toeristenbelasting.
• Tarievenbeleid
In de ‘Verordening Toeristenbelasting 2015-2018’ zijn de beleidsuitgangspunten verder uitgewerkt en wordt het
tarief meerjarig vastgesteld op € 1,25 (was € 1,15 in 2011-2014) per overnachting.
5. Parkeergelden en fiscalisering parkeerboetes
• Doel van de heffing
Voor het parkeren op de openbare weg of op parkeerterreinen kan de gemeente parkeerbelasting heffen. Op
deze wijze kan parkeer- en/of verkeersbeleid door heffingen worden gereguleerd. Belastingplichtig is degene
die parkeert of de aanvrager van een vergunning. De grondslag en het tarief worden gevormd door de omvang
van de gemeentelijke dienstverlening, te weten de duur van het parkeren en soms ook de grootte van de ingenomen parkeerruimte. Indien parkeercontroleurs constateren dat er geen of te weinig parkeergeld is betaald,
wordt een naheffingsaanslag opgelegd. Jaarlijks wordt het bedrag voor de naheffingsaanslag bepaald op het
toegestane maximum dat wordt vastgesteld door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken (voor 2015: €
59).
• Tarievenbeleid
De tarieven voor straatparkeren worden niet verhoogd ten opzichte van 2014. Dit in afwachting van de nieuwe
parkeernota die in de loop van 2015 ter vaststelling voorgelegd zal worden. Het tarief voor het vergunning
parkeren wordt ingaande 2015 verhoogd met 1,5% inflatiecorrectie. Het tarief voor een parkeerontheffing voor
het parkeren bij de parkeerapparatuur blijft € 13,50. Een nieuwe parkeerontheffing wordt ingevoerd voor de
parkeerschijfzone Schaesbergerveld. Dit houdt in dat de pilot reguliere uitvoering wordt. Het tarief van een
dergelijke parkeerontheffing bedraagt € 25 per aanvraag en € 25 per wijziging van kenteken. Verder wordt er
op de gehele Spoorsingel dagparkeren (max. € 5,40) ingevoerd.
6. Afvalstoffenheffing
• Doel van de heffing
Krachtens de Wet Milieubeheer is iedere gemeente verplicht huisvuil op te halen bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar huishoudelijke afvalstoffen in een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Hieraan
ligt de gedachte ten grondslag dat iedereen belang heeft bij een schone leefomgeving en derhalve bij een doelmatige verwijdering van huisvuil. De hieraan verbonden kosten kunnen worden verhaald door een heffing van
de feitelijke gebruiker van het perceel. De afvalstoffenheffing mag niet meer dan kostendekkend zijn.
• Tarievenbeleid
Na een positieve evaluatie van de resulaten van het nul-tarief voor GFT bij de proefgemeenten in Parkstad, voeren we dat vanaf 1 januari 2015 ook in onze gemeente in. De afvalstoffenheffing kent een vaste component per
huishouden en een variabele component per aangeleverde container. Bij een zogenaamd nul-tarief voor GFT en
een stijging van de tarieven voor restafval naar € 5,35 (voor 140 liter) en € 7,25 (voor 240 liter) zal het gratis
aanbod van GFT worden gecompenseerd door een hogere opbrengst voor het restafval. Deze maatregel heeft
derhalve geen of een marginaal effect op de vaste tarieven van de afvalstoffenheffing.
110
Naar aanleiding van de pilot in de proefgemeenten is de verwachting dat het totaal aangeboden restafval door
het invoeren van deze maatregel tussen de 20% en 25% afneemt. De tariefdifferentiatie voor één-, twee- of
meerpersoonshuishoudens blijft gehandhaafd.
7. Rioolheffing
• Doel van de heffing
De gemeente Heerlen heft zowel een rioolrecht van de eigenaar als van de gebruiker van een onroerende
zaak die direct of indirect op de gemeentelijke riolering is aangesloten. Uit de rioolrechten wordt de gemeentelijke rioleringszorgplicht bekostigd. Het huidige rioolrecht wordt geheven op grond van artikel 229 van de
Gemeentewet ende Wet Gemeentelijke Watertaken.
• Tarievenbeleid
In ons Beleidsplan Stedelijk Watermanagement (BSW) dat loopt van 2011 t/m 2015 zijn de hieronder genoemde uitgangspunten van toepassing.
Ook voor rioolheffing geldt dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de met de uitvoering van de taken gemoeide kosten.
In de loop van 2015 zal een nieuw BSW aan u als raad worden voorgelegd. De huidige heffingsmaatstaf is
het waterverbruik met een eigenaars- en een gebruikersheffing. Verder is besloten om in Parkstadverband de
Gemeentelijke Rioleringsplannen op te stellen, die vervolgens in alle raden separaat worden vastgesteld. Groot
voordeel is dat de leest waarop de plannen geschoeid zijn dezelfde is. Dit proces loopt momenteel en wordt
naar verwachting eind 2014 door de raad vastgesteld. De tarieven zijn 6,1% hoger dan in 2014.
8. Algemene dienstverlening
Leges worden geheven als tegemoetkoming voor een dienst die de gemeente verricht. Deze dienst kan een
document (bijvoorbeeld paspoort, trouwboekje) maar kan ook een vergunning van de gemeente betreffen,
waarmee aangegeven wordt dat de burger of de instelling zich houdt aan wettelijke voorschriften c.q. ergens
toestemming voor krijgt. Bij legesheffing wordt gekozen voor toepassing van het profijtbeginsel waarbij de
kosten worden verhaald op het individu en niet worden betaald uit de algemene middelen. Kruissubsidiëring is
alleen binnen de titel toegestaan.
• Doel van de heffing
De leges behoren tot de categorie vergoedingen wegens door de gemeente verrichte (administratieve) diensten
aan de burgers zoals verlening van vergunningen en de afgifte van stukken. Er is dus een duidelijke relatie tussen de verleende dienst en de leges. Bij het bepalen van de hoogte van de legestarieven moet rekening worden
gehouden met het feit dat de geraamde opbrengst van de leges niet mag uitgaan boven de geraamde gemeentelijke uitgaven.
• Tarievenbeleid
Voor diverse gemeentelijke producten binnen deze categorie wordt de (maximale) hoogte van de leges bepaald
door het Rijk. Als Gemeente Heerlen hebben we hierin geen beleidsvrijheid. In beginsel wordt binnen de totale
categorie (titel 1) gestreefd naar kostendekkendheid van de legesheffingen. De kosten die niet gedekt worden
door 100% kostendekkend te werken, moeten worden betaald uit algemene middelen. Des te hoger de kostendekkendheid (de werkelijke kosten verhalen op degene waar de kosten voor gemaakt worden), des te minder
eigen middelen nodig zijn om dit ‘gat’ te dichten.
Voor 2015 worden de tarieven over het algemeen verhoogd met 1,5% inflatie correctie en enkele tarieven worden voor meer dan alleen de inflatie verhoogd, om zo langzaam iets meer in de richting van kostendekkendheid
te komen. Hierbij wordt uiteraard het aspect van kostenbeheersing aan de andere kant voortdurend bekeken en
waar mogelijk worden efficiencyverbeteringen doorgevoerd. Het verlagen van kosten draagt namelijk eveneens
bij aan meer kostendekkend werken. Daarnaast zijn er specifieke diensten waarbij een 100% kostendekkendheid wellicht niet gewenst is, omdat anders de betreffende vergunning niet (meer) wordt aangevraagd, dan wel
de kosten onevenredig hoog zijn en daardoor bepaalde activiteiten niet meer worden ontplooid.
111
9. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
Leges omgevingsvergunning worden geheven voor het leveren van diensten die betrekking hebben op een
aanvraag voor het verlenen van een omgevingsvergunning en het toezicht op een verleende vergunning. Op het
moment dat een aanvraag voor een vergunning is ingediend, is de aanvrager legesplichtig. Kruissubsidiëring is
alleen binnen de titel toegestaan.
• Doel van de heffing
Leges omgevingsvergunning worden geheven voor het leveren van diensten die betrekking hebben op een
aanvraag voor het verlenen van een omgevingsvergunning en het toezicht op een verleende vergunning. Op het
moment dat een aanvraag voor een vergunning is ingediend, is de aanvrager legesplichtig. Deze leges worden
geheven ter dekking van de kosten van de vergunningverlening.
• Tarievenbeleid
In het kader van de omgevingsvergunning is het uitgangspunt dat de totale legesomvang voor de omgevingsvergunning niet de totale kosten van verlening van deze vergunning mag overschrijden (wettelijk bepaald).
Kruissubsidiëring tussen leges en toestemming die onder de omgevingsvergunning vallen en toestemmingen die
niet onder de omgevingsvergunning vallen, is na inwerkingtreding van de Wabo niet meer toegestaan.
Er wordt een degressief tarief gehanteerd bij oplopende bouwkosten met een plafond als maximum voor de
bouwleges. De legestarieven binnen deze titel zijn niet verhoogd. De bedragen opgenomen in de ‘Tabel standaardbouwkosten’ zijn verhoogd met de gemiddelde prijsontwikkelingen in de bouw, zijnde 1,1%.
10. Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Een vergunningstelsel valt onder de Europese dienstenrichtlijn als het vergunningstelsel specifiek is gericht op
dienstverleners/dienstverrichters. Hierbij is belangrijk dat de activiteit waarvoor een vergunning wordt aangevraagd leidend is of dat de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is. De hoedanigheid van de aanvrager is
niet relevant. Valt de vergunningverlening onder de Europese dienstenrichtlijn dan wordt de kostendekkendheid
per onderdeel beoordeeld. Kruissubsidiëring is dan alleen nog toegestaan binnen clusters van sterk samenhangende vergunningsstelsels voor zover die stelsels onder de reikwijdte van de Europese dienstenrichtlijn vallen.
Onder de Europese dienstenrichtlijn vallen zeven clusters: horeca, organiseren van evenementen of markten,
prostitutiebedrijven, leefmilieuverordening, brandbeveiligingsverordening en een restcategorie.
Evenementen worden vanaf 2015 legesvrij. De overige tarieven binnen deze titel stijgen over het algemeen met
1,5%.
10.1 Horeca
• Doel van de heffing
Ieder horecabedrijf dat alcoholhoudende drank verstrekt heeft een vergunning nodig op grond van de Drank- en
Horecawet.
• Tarievenbeleid
Voor 2015 wordt over het algemeen volstaan met een verhoging van 1,5% inflatie correctie voor de meeste tarieven. Enkele tarieven liggen echter dusdanig laag dat de kosten nog niet voor 10% gedekt worden, voor deze
tarieven geldt dat deze met iets meer dan inflatie verhoogd worden.
10.2 Organiseren evenementen of markten
• Doel van de heffing
Uit onderzoek is gebleken dat er onder de kostendekkendheidsgrens gewerkt wordt, de legesopbrengsten
geheven tot en met 2014 waren minimaal. Volledige kostendekking zou de legestarieven voor een vergunning
echter explosief kunnen laten stijgen waardoor er een demotiverende werking uitgaat op het organiseren van
evenementen. Dit staat lijnrecht tegenover het evenementenbeleid. Daarnaast ontvangen een aantal evenementen ook subsidie van de gemeente om het evenement te laten plaatsvinden. In totaliteit bezien levert dit
een dusdanig lage kostendekkendheid op dat voorgesteld wordt om evenementen legesvrij te maken. De lasten
wegen niet meer op tegen de baten op dit moment en op deze manier stimuleren we het organiseren van evenementen in de stad nog meer, wat de leefbaarheid en uitstraling van de stad ten goede komt.
112
Uiteraard blijft de vergunningprocedure en melding wel conform voorgaande jaren gelden.
• Tarievenbeleid
Vanaf 2015 wordt geen leges meer geheven ten aanzien van organiseren van evenementen.
11. Woonwagenrechten
• Doel van de heffing
De gemeente kan van bewoners van woonwagens op sub centra voor het gebruik van een standplaats een
vergoeding vragen. Het streven hierbij is dat daartoe een huurovereenkomst wordt gesloten met de gebruiker.
Gaat deze daar niet mee akkoord, dan geldt de belastingverordening als vangnet en kunnen er woonwagenrechten worden geheven. De heffing beoogt de kosten te dekken, die ten laste van de gemeente komen bij het
innemen van een standplaats op een woonwagencentrum. De hoogte van het recht moet in een redelijke verhouding staan tot de geboden voorziening terwijl ingevolge de Huurprijzenwet Woonruimte aan de rechten een
maximum wordt gesteld. Verder dient bij het tarief rekening te worden gehouden met de duur van het verblijf.
• Tarievenbeleid
Gestreefd wordt om met de betreffende bewoners van woonwagens huurovereenkomsten aan te gaan in plaats
van de heffing van woonwagenrechten, waardoor op termijn de woonwagenrechten verdwijnen. Gelet op de
gelijkstelling met huurder van standplaatsen waarvan de huurprijs normaliter per 1 juli wordt verhoogd, worden
de woonwagenrechten met hetzelfde percentage per 1 juli 2015 verhoogd.
12. Begraafrechten
• Doel van de heffing
Deze belasting wordt geheven voor het uitgegeven recht aan een natuurlijk persoon tot het doen begraven van
stoffelijke overschotten, het bijzetten van urnen en het verstrooien van as op de algemene begraafplaatsen van
de gemeente en het gebruik van die begraafplaatsen, alsmede voor diensten, die in verband met het eerder
genoemde door de gemeente worden verleend. Op deze wijze kunnen de kosten van onderhoud en begravingen
door de gemeente worden gedekt.
• Tarievenbeleid
Voor 2015 worden de tarieven met 1,5% inflatie verhoogd ten opzichte van 2014.
13. Marktgelden
• Doel van de heffing
Met de heffing wordt beoogd de kosten voor de organisatie en het beheer van de weekmarkten en het gebruik
van gemeentegrond te verhalen. Het marktgeld wordt geheven van degene die een standplaats op de openbare
markt inneemt, dan wel degene aan wie een standplaats is toegewezen. De grondslag is de ruimte die op de
markt wordt ingenomen en in welk stadsdeel de markt plaatsvindt. Een en ander wordt tevens in het tarief tot
uitdrukking gebracht.
• Tarievenbeleid
Binnen de gemeente Heerlen zijn drie markttereinen waar verschillende tarieven gelden, Heerlerheide,
Hoensbroek en Heerlen-Centrum (hoog en laag tarief). Afhankelijk van de ruimte die op het marktterrein is
toegewezen wordt het marktgeld berekend. Er gelden hogere tarieven voor dagplaatsen (de zogenaamde meelopers) op de weekmarkt. Voor 2015 wordt volstaan met een verhoging van 1,5 % inflatie correctie.
14. BI-zone heffingen
• Doel van de heffing
De Experimentenwet Bedrijven Investeringszone maakt het voor gemeenten mogelijk gebieden aan te wijzen waarbinnen van alle ondernemers een bestemmingsheffing wordt geheven. Een dergelijk gebied heet een
Bedrijven Investeringszone (BI-zone of BIZ). De belasting (oftewel BIZ-bijdrage) is bedoeld voor het financieren
van activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander
mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone.
113
Op deze manier kunnen de ondernemers investeren in een veilige en aantrekkelijke bedrijfsomgeving.
Een BI-zone wordt gevormd op initiatief van de ondernemers. Dat kan zowel binnen een nieuw als binnen een
bestaand industrieterrein of bedrijventerrein, in een winkelgebied of gemengd gebied met winkels, horeca en/of
toerisme. De gemeente heeft een faciliterende rol, door een verordening vast te stellen, een draagvlakmeting te
organiseren en de (verplichte) BIZ-bijdrages te innen.
De BIZ-bijdrage geldt uitsluitend voor bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken in een BI-zone, zoals kantoorpanden en winkels. De belasting geldt dus niet voor onroerende zaken die als woning worden gebruikt.
• Tarievenbeleid
De wet regelt dat de opbrengst van de heffing als subsidie uitgekeerd wordt aan de vereniging/stichting die de
activiteiten namens de ondernemers in de zone uitvoert. Voor de BI-zone Winkelcentrum Hartje Hoensbroek is
in 2010 een uitvoeringsovereenkomst gesloten tussen de Stichting BIZ Winkelcentrum Hartje Hoensbroek en
de gemeente Heerlen, welke geldt voor de termijn van 1 januari 2011 t/m 31 december 2015. Hierin zijn de
afspraken tussen beide partijen vastgelegd.
Een aanduiding van de lokale lastendruk
Woonlasten zijn er in soorten en maten. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere
Overheden (COELO), verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, hanteert de begrippen woonlasten en bijkomende woonlasten.
Hypotheeklasten maken vaak meer dan de helft uit van de woonlasten. Naast de hypotheeklasten zijn er tal
van bijkomende woonlasten. Dit betreft energie, water, rijksbelastingen, waterschapslasten en gemeentelijke
belastingen. De gemeentelijke belastingen maken hier (gemiddeld landelijk) 17% van uit en wel de onroerendezaakbelastingen 6% en riool- en reinigingsheffing 11%. (Bron: COELO Woonlastenmonitor 2014).
De gemeentelijke woonlasten maken de afgelopen decennia een steeds kleiner deel uit van het totaal aan bijkomende woonlasten. Was het aandeel van gemeentelijke woonlasten in 2000 nog 21% van de totale bijkomende
woonlasten, het aandeel van de rijksbelastingen en dat van de waterschappen zijn in die periode ongeveer
gelijk gebleven. Terwijl het aandeel van de energie- en waterlasten binnen de bijkomende woonlasten flink is
toegenomen (bron: COELO).
Zo leek in het verleden dat de gemeente Heerlen in de top stond van de gemeente met de hoogste woonlasten. Echter gelet op het bovenstaande en de relatief lage gemiddelde WOZ-waarde is de gemeente Heerlen een
goedkope gemeente voor wat betreft de totale woonlasten.
Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde
gemeente betaalt aan onroerendezaakbelastingen (eigenarenheffing woningen), rioolheffing en reinigingsheffing (afvalstoffenheffing). De onroerende zaakbelastingen en de rioolheffing hebben ook betrekking op andere
objecten dan woningen, bijvoorbeeld bedrijfspanden. Deze heffingen kunnen als bedrijfslasten worden aangemerkt.
114
In de ranglijst van COELO van woonlasten (nr. 430 heeft de hoogste woonlasten) is de gemeente Heerlen gestegen van plaats 435 in 2008 naar plaats 152 in 2014 (389 in 2009, 280 in 2010, 273 in 2011, 221 in 2012, 211
in 2013).
Het onderstaand overzicht geeft de ontwikkeling aan van de woonlasten in de periode tussen 2011 en 2014.
Hierbij is gekozen voor een vergelijking met andere (grotere) Limburgse gemeenten en dient opgemerkt te
worden dat de verschillen tussen de vergeleken gemeenten relatief zijn, aangezien zij worden beïnvloed door de
verschillen in voorzieningenniveaus en de samenstelling van de onroerende zaken binnen deze gemeenten. Er is
duidelijk te zien dat de woonlasten in Heerlen over de periode gezien zelfs gedaald zijn.
Gemeente
Ontwikkeling woonlasten 2011-2014
Sittard/Geleen
Maastricht
Heerlen
8,01%
1,29%
-1,70%
Landgraaf
9,33%
Kerkrade
-1,55%
Venlo
6,71%
De onderstaande tabel laat de woonlasten voor 2014 en 2015 zien. De tabel toont de situatie voor een meerpersoonshuishouden en voor een eenpersoonshuishouden. Deze geeft de kosten voor een eigenaar (voorlaatste
regel uit de tabel) en een huurder (laatste regel uit de tabel). Bij de eigenaar wordt uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van de gemeente Heerlen (COELO). In de laatste kolom staat het procentuele verschil tussen
2014 en 2015.
Begroting 2014
Begroting 2015
Verschil
121.000
123.000
1,65%
Eigenaar
688,90
718,08
4,24%
Huurder
394,89
407,59
3,22%
Eigenaar
561,79
588,64
4,78%
Huurder
267,78
278,15
3,87%
bedragen in €
WOZ-waarde, gemiddeld
Meerpersoons huishouden
Afval: meerpersoonshuishouden
Riool (eigenaar + gebruiker, of alleen gebruiker bij huur)
Eenpersoons huishouden
Afval: eenpersoonshuishouden
Riool (eigenaar + gebruiker, of alleen gebruiker bij huur)
115
Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid
Zoals uit het coalitieakkoord blijkt willen wij het armoedebeleid in de komende bestuursperiode handhaven, in
goede en slechte tijden, blijven uitvoeren en daar waar mogelijk binnen die budgetten verbeteren. Dit voornemen bepaalt ook de richting voor het kwijtscheldingsbeleid van onze lokale heffingen voor deze MBP periode.
We willen de mensen die het nodig hebben helpen en tegemoet komen.
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is geëffectueerd op kwijtschelding van de woonlasten, het gebruikersdeel van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
De overige heffingen, welke vermijdbaar zijn, komen in Heerlen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Met
betrekking tot de afvalinzameling (diftar op basis van het volume/frequentiesysteem) handhaven wij het beleid
om het vaste deel voor kwijtschelding in aanmerking te laten komen, tot maximaal de hoogte van kwijtschelding 2009. Hiermee wordt meer recht gedaan aan de slogan ‘de vervuiler betaalt’, gaat er een financiële prikkel
uit om bewust om te gaan met afvalscheiding en wordt tevens voorkomen dat er op allerlei wijzen afvaltoerisme
ontstaat doordat onder meer afval wordt aangeboden door burgers bij een vriend of familielid die kwijtschelding
ontvangt.
In het kader van de gewenste deregulering vindt voor de categorie belastingplichtigen die in een of twee voorgaande jaren aan een belastingjaar een verzoek tot kwijtschelding hebben ingediend of automatische kwijtschelding hebben ontvangen, een geautomatiseerde toets plaats bij de Stichting Inlichtingenbureau te Utrecht.
Deze toets heeft betrekking op de normen voor inkomen en vermogen. Als blijkt dat een belastingschuldige aan
de normen voldoet wordt automatisch kwijtschelding verleend. Blijkt echter tijdens deze toets dat iemand niet
meer aan de gestelde normen voldoet, dan ontvangt hij een kwijtscheldingsformulier waarmee de belastingschuldige alsnog schriftelijk een verzoek om kwijtschelding kan indienen.
116
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing (BBV, artikel 11)
Weerstandsvermogen
Deze paragraaf geeft de actuele stand van het weerstandsvermogen en de risico’s van de gemeente Heerlen
weer. Het weerstandsvermogen geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om de nadelige gevolgen
van risico’s (financiële tegenvallers) op te vangen zonder dat het beleid moet worden gewijzigd. Het geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de gemeente.
Het weerstandsvermogen is in feite het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen teneinde onze taken
te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde weerstandscapaciteit (de
ingeschatte risico’s) en de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen die beschikbaar zijn om eventuele
tegenvallers op te vangen). Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de aanwezige middelen om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen.
Bij de begroting 2015 zijn risico’s geïnventariseerd, zoveel mogelijk gekwalificeerd en is vanuit deze gegevens
het weerstandsvermogen bepaald.
Het weerstandsvermogen is als volgt berekend:
Beschikbare weerstandscapaciteit
Ratio weerstandsvermogen =
Benodigde weerstandscapaciteit
(= max. of min. risicobedrag)
Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit (algemene reserve) is de ratio:
Prognose voor Begroting 2015
14,97 miljoen (algemene reserve incl. grondbedrijf) / 16,83 miljoen (risicosimulatie) = 0,89
Beoordeling weerstandsvermogen
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruik gemaakt van onderstaande
waarderingstabel die in samenwerking tussen NAR en de Universiteit Twente is opgesteld. Op basis van bovenstaande berekening wordt het weerstandsvermogen van de gemeente Heerlen gewaardeerd op matig. Dit
betekent dat de gemeente Heerlen over matige vermogenspositie beschikt om haar risico’s in financiële zin af te
dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit is lager dan de benodigde weerstandscapaciteit.
Ratio weerstandsvermogen
Waardering
>2
Uitstekend
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
1,0 < x < 1,4
Voldoende
0,8 < x < 1,0
Matig
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Zoals vermeld in de nota risico’s en weerstandsvermogen, welke is goedgekeurd door de raad, streeft de
gemeente Heerlen naar een bandbreedte van het weerstandsvermogen van minimaal 0,8 en maximaal 1,2.
Weerstandsvermogen is “niets meer en minder” dan de relatie tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit. De
risicobedragen worden in eerste instantie afgezet tegen de aanwezige algemene reserve. De algemene reserve,
tevens de grootste voedingsbron van de weerstandscapaciteit, is leidend in dit verhaal. We streven naar een
algemene reserve die voldoet aan de gestelde bandbreedte van 0,8-1,2. Het college krijgt de opdracht om bij
zowel over- als onderschrijding van de bandbreedte binnen een termijn van een half jaar zorg te dragen dat de
ratio binnen de bandbreedte valt. Een dergelijk voorstel wordt aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. Met
andere woorden we streven naar een weerstandsvermogen (algemene reserve) “op te bouwen” die een bijna
één op één relatie heeft met het totaalbedrag aan risico’s die voorhanden zijn binnen onze gemeenten met een
ruimte van 0,2 zowel negatief als positief.
117
Risicobeheersing
Claims alle programma’s (I)
Bij het uitoefenen van haar taken, wordt de gemeente regelmatig geconfronteerd met claims, van derden, die
leiden tot juridische procedures. Deze claims kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op aanbestedingen, (loonkosten)subsidies, planschades óf op eerder toegekende schadevergoedingen. Het grootste deel van deze claims
is niet verzekerd en de uitkomst van juridische procedures is moeilijk in te schatten.
Te nemen maatregel:
Blijven monitoren zodat mogelijke risico’s vermeden worden.
Economische activiteit programma “economische stimulering” (S)
De financiële crisis van enkele jaren geleden en de daaropvolgende economische crisis zijn nog steeds goed
voelbaar. Na een korte opleving eind 2010/begin 2011 zien we nu al gedurende twee jaar een substantiële terugval in de vraag en de investeringsmogelijkheden van bedrijven. Begin 2014 is mogelijk een verbetering van
de economie gaande toch twijfelen telkens weer de banken om investeringen met ook maar een gering risico te
financieren.
Qua investeringen moeten we het dan ook hebben van bedrijven die genoeg vet op de ribben hebben om voor
een groot deel eigen kapitaal in zetten. Vaak betreft dit dan bedrijven uit de MKB-sector die willen uitbreiden/
groeien en al in de regio zijn gevestigd. De problematiek bij het realiseren van nieuwe bedrijfsinvesteringen
heeft dan ook vooral te maken met externe factoren en niet met de acquisitie-inspanningen en de ruimtelijke
mogelijkheden in het Heerlense. Voor de locaties Avantis en Trilandis werken wij intensief samen met onze
partners. Bij die locaties is sprake van een gespreid risico, terwijl voor locaties zoals Coriopolis, Autoboulevard
en Emmaterrein de gemeente als grondeigenaar zelf het volledige risico draagt bij vertraging in de verkoop van
gronden.
Te nemen maatregel
Samen met partners blijven wij werken aan een goed profiel en aan optimale acquisitieprocessen. Datgene wat
wij kunnen doen, wordt maximaal ingezet. Er zijn echter vele factoren die een positief besluit tot vestiging c.q.
een investering bepalen. Factoren die door de gemeente resp. de aanbieder van een locatie niet of nauwelijks
te beïnvloeden zijn.
Gemeentegaranties programma “leefomgeving + bestuur en dienstverlening” (S)
De in het verleden geleden verliezen als gevolg van verleende gemeentegaranties zijn gedeeltelijk teruggevorderd. Zo heeft de gemeente in totaliteit € 874.000 aan inkomsten gegenereerd. De verliezen konden destijds
voor 50% bij het Ministerie van VROM gedeclareerd worden, hetgeen ook is geschied. De gemeente loopt het
risico dat het Rijk haar deel bij de gemeente opeist, ofwel € 438.500. Het is nog niet duidelijk of het Rijk dan de
bijbehorende uitvoeringskosten in mindering zal brengen.
Voorts heeft de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen de garanties op basis van de gemeenschappelijke
regeling tussen Heerlen en het B.L.G. niet overgenomen. Een eventueel verlies is 100% voor rekening van de
gemeente. De gemeente Heerlen staat nog garant voor 16 leningen met een restant hoofdsom van € 242.000.
De komende jaren zullen deze garantieverplichtingen alleen maar afnemen omdat er geen garanties meer worden verstrekt op basis van de gemeenschappelijke regeling.
Te nemen maatregel:
De risicopost gemeentegaranties wordt elk jaar door de gemeente geactualiseerd. De toepassing van verhaal
(terugvordering van de in het verleden geleden verliezen als gevolg van verleende gemeentegaranties) en de
hiermee gepaard gaande (ontvangen) gelden worden elk jaar apart geregistreerd en administratief vastgelegd
c.q. verwerkt. Het risico van de openstaande leningen op basis van de gemeenschappelijke regeling tussen
Heerlen en B.L.G. wordt elk jaar kleiner. Ook dit risico wordt elk jaar geactualiseerd en geanalyseerd om het
risico beheersbaar te houden.
Projectenportefeuille programma “ruimtelijke ontwikkeling” (S)
De beschikbare budgetten om een aantal infrastructurele en/of herstructureringsprojecten te realiseren zijn op
middellange en lange termijn niet voldoende om alle voornemens te realiseren. (Her)prioritering van projecten
is daarom noodzakelijk.
118
Dit kan betekenen dat een aantal voorgenomen projecten stopgelegd c.q. getemporiseerd zal worden en dat
gewekte verwachtingen bij derden mogelijk niet nagekomen kunnen worden. In hoeverre dit leidt tot schade
is niet in te schatten. In Parkstadverband is momenteel een onderzoek gestart naar mogelijke planschade in
relatie tot het deprogrammeren van eerder geplande woningen.
Reeds genomen maatregel
Een herprioritering van (woningbouw)projecten is doorgevoerd. Een aantal grondexploitatieprojecten zal
hierdoor niet worden afgerond. Dit is in nagenoeg alle gevallen toe te schrijven aan de marktomstandigheden
waardoor het plan, op basis waarvan de exploitatie was opgesteld, niet meer kan worden uitgevoerd. In al deze
gevallen moet uit nadere studie blijken of en zo ja, wanneer alsnog opbrengsten voor deze locaties kunnen
worden gegenereerd. De komende tijd wordt duidelijk welke financiële consequenties de herprioritering heeft.
Te nemen maatregel:
Ook de woningbouwplannen die wel nog op de Parkstadprogrammering staan en op relaisering wachten,
worden beleidsmatig opnieuw tegen het licht gehouden. Hierbij worden -voor zover mogelijk- ook de juridische en financiële consequenties van het eventueel schrappen van plannen in kaart gebracht. De nieuwe
Parkstadprogrammering is vastgesteld.
Wanneer nieuwe plannen voor een project zijn opgesteld, worden deze aan de raad ter besluitvorming voorgelegd inclusief de daaraan verbonden financiële consequenties. Alsdan moeten wellicht voorzieningen worden
gevormd om deze financiële implicaties op te vangen.
Verbonden Partijen alle programma’s (S)
Verbonden partijen voeren meestal gemeentelijke taken uit met een groot politiek belang. Ze leveren een forse
bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. Participatie in verbonden partijen levert de gemeente
niet alleen voordelen op, maar ook financiële en bestuurlijke risico’s.
Te nemen maatregel:
Het beleid conform de nota verbonden partijen uitvoeren. Om de voordelen optimaal te benutten en de risico’s
te beheersen is aandacht voor de sturingsrelatie met, en risicobeheersing bij verbonden partijen belangrijk.
Bodemsanering programma “ruimtelijke ordening” (S)
De gemeente kan op enig moment te maken krijgen met een geval van ernstige en gezondheidsbedreigende
bodemvervuiling waar onmiddellijk moet worden gesaneerd. In zo’n situatie, die tot nog toe niet is voorgekomen, worden de saneringskosten ten laste van de algemene reserve gebracht. Dit komt, statistisch gezien,
ongeveer éénmaal in de vijf jaar voor en vergt dan enorm hoge kosten aan sanering. Afhankelijk van de grootte
van de verontreiniging is dan al gauw te rekenen met enkele honderdduizenden euro’s aan kosten.
Te nemen maatregel:
Door onderzoek aantonen wie de veroorzaker is van de vervuiling. De kosten worden vervolgens verhaald op de
vervuiler.
Onderwijshuisvesting programma “economische stimulering” (I)
Op dit moment is door het Parlement de nieuwe wetgeving “door decentralisatie groot onderhoud/aanpassingen
primair onderwijs” goedgekeurd. Publicatie van deze nieuwe wetgeving zal waarschijnlijk aan het einde van het
jaar 2014 plaatsvinden. Hierdoor is de gemeente vanaf 01-01-2015 niet langer verantwoordelijk voor het financieren van het groot onderhoud ten behoeve van de schoolgebouwen van het primair onderwijs. De schoolbesturen zijn vanaf die datum zelf hiervoor verantwoordelijk.
De schoolbesturen voor primair onderwijs hebben mede op advies van de VNG voor het jaar 2015 via de reguliere procedure bij de gemeente, aanvragen ten behoeve van groot onderhoud ingediend in het kader van de
“verordening voorzieningen huisvesting onderwijs”.
Er is gekozen voor een warme overdracht van het groot onderhoud primair onderwijs waardoor de door de
schoolbesturen ingediende aanvragen, nog één maal gehonoreerd zullen worden.
Aandachtspunt in deze is dat de gemeente economisch eigenaar zal blijven van alle schoolgebouwen. Deze gebouwen zullen derhalve, nadat deze niet meer noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs, terugvallen aan
de gemeente. Als blijkt dat de schoolbesturen niet afdoende onderhoud hebben gepleegd zal wellicht renovatie
aan de orde zijn. De verantwoordelijkheid van renovatie ligt deels bij de gemeente.
119
Met andere woorden zal het niet of niet tijdig uitvoeren van groot onderhoud uiteindelijk via de weg van
renovatie weer bij de gemeente terecht komen. Hierdoor is het van belang dat de gemeente op basis van de
meerjarige onderhoudsplanning afspraken maakt met de schoolbesturen over de uitvoering van het noodzakelijk onderhoud en hierop toezicht uitoefent.
Te nemen maatregel:
Dit risico proberen te voorkomen door in onderling overleg met belanghebbende de gehonoreerde aanvragen de
komende vijf jaar gefaseerd uit te voeren of er voor te kiezen om de aanvragen van rechtswege te laten vervallen.
Bestuurskracht programma Bestuur en Dienstverlening (S)
Regionale samenwerking kan een risico met zich meebrengen. De mate waarin wij onze ambities tot uitvoering brengen en/of wij onze lobby doelstellingen bereiken is afhankelijk van het vermogen van de regio om als
samenwerkende gemeenten samen op te trekken, middelen te verzamelen en de uitvoering op gang te krijgen.
Ook op het gebied van operationele samenwerking zijn wij ook afhankelijk van onze buurgemeenten. Komt
de samenwerking niet van de grond of loopt deze vast dan betekent dat niet alleen dat wij waarschijnlijk onze
kwalitatieve doelen niet halen maar ook dat onze ombuigingsdoelen onder druk komen te staan.
Genomen maatregel:
Voortgang in de samenwerking in Parkstadverband blijven sturen en monitoren. De nieuwe vorm van samenwerking in Parkstad is er een waarin de portefeuillehouders, colleges en gemeenteraden beter in positie worden
gebracht. Dit maakt het mogelijk om veel meer vanuit de integraliteit van de gemeentelijke opgaven besluiten
te nemen maar ook om samenwerkingen op te bouwen vanuit ‘coalitions of the willing’ waardoor de kans mislukken van samenwerkingen afneemt.
Woonwagenstandplaatsen programma “leefomgeving” (I)
Er resteren nog een 50-tal standplaatsen in beheer en onderhoud bij de gemeente. In totaliteit zijn er 44 standplaatsen verkocht. Het is te verwachten dat nog een beperkt aantal standplaatsen aan bewoners kan worden
verkocht. Ten gevolge van een aantal juridische vraagstukken omtrent huurinning en gedoogbeschikkingen
inzake bouwsels, stagneert de voorgenomen overdracht van de resterende standplaatsen aan een of meer woningbouwcorporaties. Het risico heeft betrekking op het achterstallig onderhoud van de resterende plaatsen.
Te nemen maatregel:
Huidige onderhoudstoestand continueren en actief sturen op overdracht.
Achterstand bij actualisering bestemmingsplannen programma “ruimtelijke ontwikkeling” (S)
Het bestemmingsplan is het instrument bij uitstek om het ruimtelijk beleid te handhaven. Het bestemmingsplan
moet om de 10 jaar geactualiseerd worden. Momenteel is er een achterstand ontstaan in het actualiseringsproces. Heerlen kent 33 plangebieden die cyclisch dienen te worden geactualiseerd. Binnen de mogelijkheden van
Heerlen -mits de personele capaciteit tijdig op orde is- zal de inhaalactie zo’n 10 jaar doorlooptijd vergen.
De volgende risico’s doen zich voor:
- het ontbreken van een adequaat ruimtelijk sturingsinstrument;
- het ontbreken van een actueel bestemmingsplan kan leiden tot mislopen inkomsten.
Reeds genomen maatregel
Het actualiseren van bestemmingsplannen in de organisatie verankeren en het als een cyclisch proces integreren in de bedrijfsvoering.
Te nemen maatregel
De huidige werkwijze continueren.
WWB 2015 programma “sociale infrastructuur”
Ingaande 2015 ontvangen we de financiële middelen (budget BUIG) via een nieuw verdeelmodel (CPB).
Maatregelen uit de WWB 2015 moeten zorgen voor minder hoge uitkeringslasten. Deze beoogde lagere lasten
zijn door het rijk doorberekend in het Macro budget met als resultaat dat het Heerlense budget 6% lager wordt
vastgesteld dan het definitieve budget over 2014.
120
Of het Macro budget hoger wordt bijgesteld indien de beoogde effecten niet worden gerealiseerd is niet vanzelfsprekend. Een eventuele noodzakelijke aanvullende uitkering vanuit de MAU behoort tot de mogelijkheden
echter met een eigen risico van 5% van ons BUIG budget.
Te nemen maatregel
Blijvend monitoren (maandrapportage).
121
122
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen (BBV, artikel 12)
Wegen
Doelstelling
We beheren en onderhouden de verhardingen (wegen, straten, fietspaden, trottoirs, voetpaden en pleinen) op
adequate wijze. De kwaliteit wordt uitgesplitst in vier beleidsthema’s, te weten;
• Veiligheid
• Comfort
• Aanzien
• Duurzaamheid
Veiligheid is het belangrijkst. Een veilige verharding verwachten is onze zorgplicht.
Beleidskader
U als Raad heeft de wegverhardingsnota 2011-2015 op 6 juni 2012 vastgesteld.
Besloten is:
• De wegverhardingen in de hoofdinfrastructuur, centra en bedrijventerreinen te onderhouden conform de landelijke CROW-systematiek.
• 35 Procent van het noodzakelijk groot onderhoud in woongebieden uitvoeren
• Géén grootschalig onderhoud in landschappelijk waardevolle gebieden.
Door het niet verhogen van het beschikbaar budget voor grootschalig onderhoud voor verhardingen, zal het
kleinschalig onderhoud in woongebieden en landschappelijk waardevolle gebieden toenemen en de beeldkwaliteit afnemen.
In het Kwaliteitsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte 2011-2015 is de beeldkwaliteit van de verhardingen in
Landschappelijk Waardevolle gebieden verlaagd van niveau B naar C (B = Voldoende, C = Matig).
In 2012 is de globale visuele weginspectie uitgevoerd, die eens in de twee jaar plaatsvindt.
De resultaten hiervan staan in onderstaande grafieken.
Asfaltverharding
123
Elementen
In 2015 zal grootschalig onderhoud uitgevoerd worden op onder andere de wegen:
• Euregioweg, gedeelte tussen de Beersdalweg en Schelsberg.
• Amstenraderweg, gedeelte tussen Emmastraat en Kouvenderstraat.
•
•
•
•
UNO-laan, gedeelte tussen Bokstraat en Europalaan en gedeelte tussen Heerenweg en Nachtegaalstraat.
Tichelbeekstraat, gedeelte tussen N281 en De Doom.
Henri Dunantstraat, gedeelte tussen de Tichelbeekstraat en Weltertuynstraat.
Akerstraat Noord, gedeelte tussen Passartweg en Demstraat.
Totale oppervlakte is circa 30.000 m2.
Daarnaast dragen we financieel bij aan projecten, zodat het grootschalig onderhoud wordt meegenomen in het
totale project. Enkele lopende projecten zijn:
• Rioolrenovatie Burg. Waszinkstraat.
• Rioolrenovatie Juliana Bernhardlaan.
• Grootschalig onderhoud Euregioweg, gedeelte tussen de Heerlerbaan en Rukkerweg.
• Bijdrage centrumplan Hoensbroek, onder andere Aldenhofpark.
• Bijdrage projecten MSP, Spoordamstraat en Limaweg.
• Herinrichting Patersweg.
Financieel
Het jaarlijks onderhoudsbudget is vastgesteld op € 2.553.722.
Kunstwerken
Doelstelling
Civieltechnische kunstwerken moeten veilig zijn. Dit vraagt om adequaat beheer en onderhoud.
Beleidskader
In de nota ’onderhoud civieltechnische kunstwerken 2012-2016’ staat hoe wij de kunstwerken beheren en
onderhouden aan de hand van de thema’s veilig, heel en schoon. De nota is op 3 juli 2012 vastgesteld door u
als Raad. In de bezuinigingsopgave uit de Najaarsnota 2013 is vastgelegd dat we ons beperken tot de thema’s
veilig en heel voor de gehele looptijd van de nota. Voor de jaren 2015 en 2016 beperken we ons tot alleen het
thema heel.
Toekomstig beleid
We willen het correctief onderhoud (gebreken pas herstellen als ze zichtbaar zijn) ombuigen naar preventief
onderhoud, omdat dit op de lange termijn duurzamer en goedkoper is. Hierbij hanteren we de thema’s veilig en
heel. Achterstallig onderhoud pakken we op.
124
In
•
•
•
•
de planning 2015 is opgenomen:
de reguliere schouw (visuele inspectie) van alle kunstwerken;
nadere inspectie van een aantal kunstwerken;
werkzaamheden aan de kleinere kunstwerken zoals trappen, keerwanden, bruggetjes;
groot onderhoud aan grotere kunstwerken zoals bruggen en viaduct. Het viaduct Huskensweg wordt in een
gezamenlijk project met groot asfaltonderhoud aangepakt.
Financieel
Het jaarlijks onderhoudsbudget is vastgesteld op € 276.240.
Sportaccommodaties
Doelstelling
Het technisch en kwalitatief onderhouden en eventueel vervangen van de buitensportaccommodaties.
Beleidskader
Beleidsnota sportaccommodaties is herzien, evenals het onderhoudsplan inventaris sportaccommodaties.
Beleidsuitgangspunten
Het onderhoud van de buitensportaccommodaties gebeurt op basis van een beheer- en onderhoudsplan waarin
per jaar het uit te voeren onderhoud wordt beschreven en de planning van de vervanging van de sportvelden
op langere termijn. Dit plan is nodig om keuzes te kunnen maken ten aanzien van de kwaliteit van het beheer
en onderhoud van de buitensportaccommodaties.
Tot op heden werd voor de velden een afschrijvingstermijn van 15 jaar gehanteerd. Kunstgras wordt door de
leveranciers echter maar 10 jaar gegarandeerd. Onvoldoende bekend is of kunstgrasmatten daadwerkelijk
15 jaar kunnen worden bespeeld. De consequenties van wijziging van de afschrijvingstermijnen voor de financiering van het beheer en onderhoud zullen worden ingebracht bij de herziening van de nota afschrijving en
waardering.
Financieel
Het jaarlijks onderhoudsbudget is vastgesteld op € 272.234.
Vastgoed
Doelstelling
Op adequate wijze beheren en onderhouden van het vastgoed, om zo een optimaal financieel maatschappelijk
rendement te behalen.
Beleidskader
Vastgoedbeleidsplan(2008), (Nieuw vastgoedbeleidsplan definitief eind 2014)
Beleidsuitgangspunten
Het pro-actief beheren van de gemeentelijke vastgoedportefeuille die optimaal aansluit op de vraag en wordt
gekenmerkt door kwaliteit, uniformiteit, transparantie en een kostendekkende exploitatie.
Toekomstig beleid
Aan de hand van een vijftal doelstellingen (“Duidelijkheid in beheer en eigendom”, Inzicht in het totale functioneren van het vastgoed”, “Vastgoed is een middel ter ondersteuning van beleidsdoelen en/of de eigen organisatie”, ”Transparante geldstromen en dito besluitvorming”, en “Vastgoed moet aansluiten op de strategie van de
Organisatie”) worden in het nieuwe Vastgoedbeleidsplan kaders voor het strategisch vastgoedbeleid, het portefeuillebeleid, het onderhoudsbeleid en het huurbeleid uitgewerkt, aangevuld met een financieel kader. Vanuit
deze beleidsonderdelen zijn nieuwe beleidsregels geformuleerd welke middels het Vastgoedbeleidsplan formeel
worden vastgesteld.
125
Planning 2015
Voor 2015 geldt dat wij achterstallig onderhoud zoveel mogelijk meenemen in regulier onderhoud. De volgende
grootschalige renovatie en bouwprojecten starten en/of worden uitgevoerd in 2015:
• Vervangen Warmte-installaties In de Biessen.
• Vervangen hekwerken Kasteel Hoensbroek.
• Vervangen Warmte-installatie Gymzaal Gebr. Hennenstraat.
• Kozijnen vervangen sporthal Varenbeuk.
• Renovatie systeemwanden gymzaal Meezenbroekerweg.
• Face lift entree Thermenmuseum.
• Onderzoek en Dakrenovatie carnavalsloods tweede fase.
• Gevelschilderwerk voormalige Sionskerk.
• Vervangen zonwering CBS-weg 2.
• Keukentjes vervangen Stadhuis.
• Keuring en herstel elektrotechnische installaties grotere panden.
• Aanbesteding raamcontract elektro en metaal.
• Onderzoek mogelijkheden vervuiling gevels Stadhuis, Werkplein en Thermen. En eventueel herstel.
Financieel
In de beleidsnota afschrijvingen en waarderingen hanteren wij een afschrijvingstermijn van 40 jaar op gebouwen. In deze meerjarenbegroting is de afschrijvingstermijn op gebouwen met 5 jaar verlengd.
Groen
Doelstelling
Op adequate wijze beheren en onderhouden van het openbare groen, waardoor het optimaal kan bijdragen aan
de leefbaarheid van Heerlen als woon- en werkstad en aan de positie als centrum van Parkstad. Pas als de basis
in orde is en een stad met zijn centrum, woonbuurten, buitengebied en bedrijventerreinen schoon, heel, veilig
en bereikbaar zijn, is het leefklimaat goed en zijn mensen bereid er te wonen, te werken en te recreëren.
Beleidskader
Beleidsvisie IBOR (2004), nota groenbeheer (1995) en Groenbeheerplan (1989) en het Groenbeleidsplan 2013.
Beleidsuitgangspunten
Ambities worden gerealiseerd op basis van de huidige indeling van Heerlen in gebiedstypen met daaraan gekoppeld een kwaliteitsniveau. Op basis van de gewenste ontwikkelingen van de groenstructuur beschreven in
het groenbeleidsplan (2013) en de indeling in gebiedstypen zijn in de beleidsvisie IBOR de kwaliteitsniveaus
gedefinieerd.
Onderscheid kan worden gemaakt in de volgende kwaliteitstypen:
Kwaliteitstype A+:
Kwaliteitstype B:
Kwaliteitstype C:
Kwaliteitstype D:
centrumgebieden, centrumring en aangewezen cultuurhistorische parels;
woongebieden, thematische bedrijventerreinen, stadsparken, sport- en spelfaciliteiten, monumenten en een deel van de hoofdinfrastructuur;
industriële bedrijventerreinen en landschappelijk waardevolle gebieden;
beeld van een verwaarloosde onderhoudstoestand, tot op heden niet gewenst beeld
in Heerlen.
Naast beheer- en onderhoud maatregelen zijn andere factoren van invloed op het beeld van de openbare
ruimte. De invloed van de inrichting van de openbare ruimte, de aanwezigheid van particulier eigendom en het
gedrag van de gebruikers van de openbare ruimte worden tijdens de kwaliteitsschouwen meegenomen om een
genuanceerder beeld te krijgen van de beeldkwaliteit en benodigde maatregelen om de gewenste beeldkwaliteit
te behalen.
Het huidige groen beheer is globaal te verdelen in een drietal beheerniveaus:
• klassiek beheer: intensief beheer van het groen in het centrum;
• standaardbeheer: matig intensief beheer van groen in de buurten;
• natuurlijk beheer: extensief beheer van de grotere groengebieden grenzend aan de woongebieden en van
het groen langs doorgaande wegen.
126
De maatregelpakketten en de onderhoudsfrequenties die behoren bij het klassiek en standaard beheer zijn
afgestemd op de vastgestelde beeldkwaliteiten uit de beleidsvisie IBOR.
Het natuurlijk beheer bestaat voornamelijk uit het maaien en begrazen van bermen en graslanden. Waar nodig
worden in het kader van de uitvoering van de Flora- en Faunawet specifieke maatregelen ingezet (in het belang
van het behoud en verspreiding van beschermwaardige soorten). Daarnaast vinden in natuurlijk beheerde gebieden alleen werkzaamheden plaats vanuit veiligheidsoverwegingen.
De gemeentelijke dierenparken worden, volgens de reguliere werkwijze, in eigen beheer onderhouden.
Op begraafplaatsen is het maaiwerk en grootschalig snoeiwerk uitbesteed. Het dagelijks onderhoud wordt verricht door de beheerders van de begraafplaatsen en door medewerkers van baanbrekend werk.
In het groenbeleidsplan is voorgesteld om een vervangingsprogramma op te stellen. Er is tot op heden echter
geen budget beschikbaar voor de vervanging van groen.
Financieel
Het jaarlijks onderhoudsbudget is vastgesteld op € 3.600.745.
Riool
Doelstelling
Het doelmatig inzamelen en transporteren van het huishoudelijke en bedrijfsmatige afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie, of een adequate verwerking van het huishoudelijke afvalwater ter plaatse.
Het doelmatig inzamelen en verwerken van het overtollige hemelwater en het bevorderen van een schoon milieu (water,bodem, lucht). Het treffen van maatregelen in het openbare gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Riolering valt onder het programma leefomgeving. Via de doelstelling Schoon en Heel wordt het rioolstelsel
efficiënt beheerd en waar nodig vervangen. Daarnaast wordt geïnvesteerd in maatregelen zoals afkoppelen,
aanleggen bergbezinkbassins om de waterkwaliteit van de Caumerbeek en Geleenbeek te verbeteren en het
ontkluizen en herinrichten van de Caumerbeek en Loopgraaf.
Beleidskader
Europese Kaderrichtlijn Water, Wet Milieubeheer, Waterbeheer 21e eeuw, Nationaal Bestuursakkoord Water,
Waterplan (2011-2015), Beleidsplan Stedelijk Watermanagement (2011-2015), verbreed Gemeentelijk
Rioleringsplan (2015-2019).
Toekomstig beleid
Waarom is water belangrijk?
Zonder ‘schoon‘ water is op aarde geen leven mogelijk. Het is van belang om het aanwezige water zo min
mogelijk te vervuilen. Het voorkomen van vervuiling, door scheiding van vuil en schoonwaterstromen, heeft een
hoge prioriteit. Verder is het van belang de vervuiling vanuit het rioleringsstelsel op het oppervlaktewater terug
te dringen. De waterstromen (riolering) zijn onderdeel van de inrichting en het beheer van de openbare ruimte;
zodanig dat we zoveel mogelijk droge voeten houden. Het toevoegen van zichtbaar water aan de openbare
ruimte verhoogt de kwaliteit van de leefomgeving.
Planning 2015
In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 wordt uitgegaan van het zolang mogelijk benutten van
het aanwezige kapitaalgoed riolering. Dit wil zeggen dat vaker het riool van binnen wordt gerepareerd of gerelined. Rioolvervangingen komen de komende jaren dan ook minder vaak voor dan de afgelopen jaren.
Voor 2015 gaat het om de volgende projecten:
• Juliana Bernhardlaan
• Nicolaas Beetsstraat
• Burg. Waszinkstraat
• Bergbezinkbassin Drieschstraat
• Bergbezinkbassin Burettestraat
• Relining 2015 (onder andere Beerdal)
127
• Vogelwijk (Hoensbroek)
• Vogelbuurt (Heksenberg)
• Vlotstraat-Dr. Jaegerstraat
Verder wordt in 2014 gewerkt aan de voorbereiding van onderstaande projecten:
• Hoensbroek (centrumplan en dergelijke)
• MSP (herstructurering)
• Bergbezinkbassin Eikendermolenweg
• Caumerbeek Oorsprong
• Caumerbeek Meezenbroek
Resultaat riool
Het financiële resultaat dat wordt behaald, wordt conform BBV gestort in de reserve riolering. Het saldo wordt
gebruikt om extra af te schrijven.
Onderwijshuisvesting
Onderwijshuisvesting is binnen de begroting een gesloten onderdeel met een eigen reserve. De begroting 2015
wijkt op een paar belangrijke onderdelen af van de begroting van vorig jaar. Zo is nu de renovatie van het
St. Janscollege opgenomen voor een te investeren bedrag van 8 miljoen euro. Daarnaast wordt de realisatie
van de BMV Hoensbroek-Zuid met een jaar uitgesteld (oplevering zal hierdoor plaatsvinden in 2017), de sloop
van de vrijkomende schoolgebouwen alsmede het afboeken van de restant boekwaarde zal één jaar worden uitgesteld en in de berekening van de kapitaallasten zal de rentecomponent worden verlaagd van 4% naar 3,5%
waardoor de kapitaallasten van de investeringen in de begroting 2015 zullen dalen. We gaan een onderzoek
instellen naar de manier waarop wij de overdracht van het groot onderhoud primair onderwijs gaan overdragen
aan de schoolbesturen.
We stellen vast dat de reserve onderwijshuisvesting in de jaren 2017 en 2018 een negatief beeld laat zien. Wij
onderzoeken het komend jaar op welke wijze we dit negatieve beeld kunnen ombuigen naar een positief beeld.
We beschikken in dat verband over een aantal ‘draaiknoppen’. Zo kunnen we bijvoorbeeld de afschrijvingssystematiek wijzigen van lineair naar annuïtair, we kunnen nog meer in onze investeringsplanning schuiven, het
zoeken naar herbestemming van de vrijkomende schoolgebouwen etc.. De resultaten van ons onderzoek zullen
wij aan u als raad voorleggen volgend jaar.
128
3.4 Financiering (BBV, artikel 13)
Inleiding
De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld
in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In deze wet staan vooral transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht treasurystatuut
alsmede een financieringsparagraaf in begroting en rekening.
De risicobeheersing binnen de Wet fido richt zich op renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s.
Het begrip treasury kan worden gedefinieerd als het besturen en beheersen, het verantwoorden over en het
toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden, het te allen tijde zorgen
voor voldoende liquide middelen, waarbij een tijdelijk overschot tegen een zo hoog mogelijk rendement wordt
belegd, en het daarbij afdekken van met name rente- en kredietrisico’s.
Binnen de financiële functie van de gemeente is het van belang het onderscheid te herkennen tussen de treasury- en de controlfunctie. Treasury zorgt voor de beschikbaarheid van geldmiddelen; de controlfunctie is belast
met het toezicht en de bewaking van de aanwending ervan. Vanuit deze rollen is de focus bij treasury gericht
op feitelijke in- en uitgaande kasstromen, terwijl de controlfunctie veelal redeneert in termen van baten en
lasten.
Benadrukt wordt dat de doelstelling van de treasuryfunctie van de gemeente Heerlen is dat deze uitsluitend de
publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet fido.
Algemeen
Deze paragraaf geeft aan binnen welke kaders de treasury taken worden uitgevoerd. De verantwoording over
dit beleid en de kaders wordt afgelegd in het jaarverslag. Het grootste gedeelte van de financieringsparagraaf is
informatief in plaats van besluitvormend.
De paragraaf bevat een aantal kernelementen over treasury. Onderstaand een samenvatting van hetgeen in
deze paragraaf wordt beschreven.
1. Schatkistbankieren leidt niet tot gederfde inkomsten maar tot hogere bancaire kosten en administratieve
lasten.
2. Renterisicobeheer op zowel kort als langlopende schulden. In 2015 voldoen we aan de wet- en regelgeving
en zoals het er nu naar uitziet geldt dat t/m 2018.
3. Kredietrisico beheer met overzicht van verstrekte leningen en garanties.
4. Marktontwikkelingen van zowel de geldmarkt (korte rente) als de kapitaalmarkt (lange rente). Grootbanken
verwachten dat zowel de korte als lange rente op een laag niveau blijft.
5. Financieringsbehoefte.
6. Rente omslagmethode voor begroting 2015.
Schatkistbankieren zonder leenfaciliteit
Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de
Nederlandse Staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. ‘Zonder
leenfaciliteit’ houdt in dat er geen gelden bij de Nederlandse Staat geleend kunnen worden. Het schatkistbankieren zonder leenfaciliteit wordt verplicht voor gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke
regelingen.
Gemeenten mogen hun overtollige financiën tot een bepaald bedrag buiten de schatkist van het Rijk aanhouden. Het drempelbedrag wordt als volgt bepaald:
• voor gemeenten met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan
0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000 bedraagt
• voor gemeenten met een begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan € 3,75
miljoen (0,75% x 500 miljoen) plus 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat boven de € 500 miljoen
komt.
129
Wat zijn de verwachte gevolgen voor Heerlen: de gemeente Heerlen is niet over liquide en de verwachting is
ook niet dat dit de komende jaren zal voorkomen. Op dit moment zijn er ook geen bestaande beleggingen die
op termijn vrijvallen. Voor onze reserves heeft schatkistbankieren geen gevolgen. Schatkistbankieren gaat nl.
over de liquiditeitspositie van de decentrale overheden en niet over de wijze waarop een decentrale overheid
haar activa gefinancierd heeft (met eigen en vreemd vermogen).
De gevolgen voor Heerlen zijn meer te vinden in de verhoogde tarieven die onze huisbankier ING en de sectorbanken in rekening zullen brengen voor het betalingsverkeer en in de rentetarieven (opslagen) voor kortlopende en langlopende geldleningen. Daarnaast zou het schatkistbankieren consequenties kunnen hebben voor
het resultaat van de BNG als geheel en dus voor het uit te keren dividend aan de aandeelhouders. De exacte
consequenties zullen pas in een later stadium blijken. Tevens brengt het veel meer administratieve handelingen
met zich mee.
Renterisicobeheer financieringsportefeuille
Zoals eerdere benoemd vormt risicobeheersing één van de pijlers van de Wet fido. De belangrijkste risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de gemeentelijke treasuryfunctie betreffen rente- en kredietrisico’s. Renterisico’s kunnen vanuit de Wet fido-optiek worden bezien op korte en op de langere termijn.
Rente risico op korte schuld: de kasgeldlimiet:
Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar
financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd< 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt
8,5% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming, dus met uitzondering van stortingen in reserves.
Voor 2015 bedraagt deze limiet dan € 33,8 miljoen. Indien hierbij de kasgeldlimiet bij herhaling wordt overschreden dient er geconsolideerd te worden ofwel moet een deel van de kortlopende middelen worden omgezet
in een langlopende financiering. Volgens de richtlijnen mogen we drie achtereenvolgende kwartalen deze limiet
overschrijden. Onze toezichthouder, de provincie, moet hierover wel worden ingelicht met een plan van aanpak
tot reducering.
Uit onderstaand overzicht blijkt dat wij voldoen aan het voorgeschreven beleid.
Onderstaand een overzicht van de laatste vijf kwartalen:
Kasgeldlimiet 2013-2014
(in € 1000)
2013
2013
2014
2014
2014
3e kw
4e kw
1e kw
2e kw
3e kw
316.036
316.036
319.656
319.656
319.656
omvang begroting per 1 januari
(= grondslag)
Toegestane kasgeldlimiet
in procenten van de grondslag
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
in bedrag
26.863
26.863
27.171
27.171
27.171
-25.192
-34.154
-52.146
-26.903
-6.479
Toets kasgeldlimiet
Totaal gemiddelde netto vlottende
schuld
Toegestane kasgeldlimiet (1)
Ruimte (+)/ Overschrijding (-)
26.863
26.863
27.171
27.171
27.171
1.671
-7.291
-24.975
268
20.692
De kasgeldlimiet voor de meerjarenbegroting ziet er als volgt uit:
(x € 1.000)
Begrotingstotaal
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
Kasgeldlimiet
2015
2016
2017
2018
397.715
385.382
380.383
372.173
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
33.806
32.757
32.333
31.635
130
Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm.
De gemeente loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet fido de renterisiconorm geformuleerd. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één
bepaald jaar te voorkomen, één en ander ter bescherming van de gemeentelijke financiële positie. Met deze
norm bevordert de Wet fido een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet fido wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, hieruit
blijkt dat wij voldoende ruimte hebben binnen deze marge van 20% van de begroting.
(x € 1.000)
1
Renteherziening
2
Aflossingen
3
Renterisico (1+2)
4
Renterisiconorm
5a Ruimte onder
2015
2016
2017
2018
begroting
begroting
begroting
begroting
-
-
-
14.394
18.607
24.821
33.511
14.394
18.607
24.821
33.511
79.543
77.076
76.077
74.435
65.149
58.469
51.256
40.924
-
-
-
-
renterisiconorm
5b
renterisiconorm
4a
Begrotingstotaal
397.715
385.382
380.383
372.173
4b
Percentage
20,00%
20,00%
20,00%
20,00%
4
Renterisiconorm
79.543
77.076
76.077
74.435
Kredietrisicobeheer
Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.
Uitleningen
Uitleningen kunnen slechts plaatsvinden uit hoofde van de uitvoering van een publieke taak. Per 1 januari 2015
bedraagt het bedrag aan uitstaande vaste geldleningen (looptijd langer dan één jaar) en kapitaalverstrekkingen
€ 38,5 miljoen. De samenstelling van de lening portefeuille u/g ondergaat in 2015 de volgende wijzigingen:
Mutaties verstrekte vaste geldleningen per kredietrisicogroep
kredietrisicogroep/
geldnemers
Buitenring (bijdrage aan provincie)
Kapitaalverstrekking aandelenkapitaal
verstrekte
normale
extra
saldo
01-01-2015
leningen
aflossing
aflossing
31-12-2015
27.132
27.132
2.209
2.209
Woningcorporaties
680
Ontwikkelingsmaatschappij Beitel
Zuid
862
GR Kredietbank Limburg
(x € 1.000)
saldo
293
52
387
914
184
184
Bruglening Enexis
1.771
1.771
Achtergestelde lening Atrium MC
2.682
Lening t.b.v. CBS-project
Mijnwater
Renteloze voorschotten
Diversen
Totaal vaste geldleningen u/g
2.682
357
71
2.500
5.500
286
8.000
112
33
79
30
3
28
400
43.672
38.519
5.552
131
Vrijwaring door Waarborgfonds Sociale Woningbouw
Vrijwaring door Waarborgfonds Sociale Woningbouw
Ten aanzien van de aan woningcorporaties doorverstrekte geldleningen heeft het Waarborgfonds Sociale
Woningbouw alle directe risico’s overgenomen. De gemeente neemt slechts een tertiaire achtervangpositie in,
tezamen met het Rijk (50%) en met andere gemeenten.
Achtergestelde leningen
De lening aan Ontwikkelingsmaatschappij Beitel Zuid B.V. is achtergesteld, hetgeen impliceert de deelname in
het risicodragend kapitaal van deze onderneming op grond van een door de gemeente te vervullen publieke
taak.
Tevens is er een achtergestelde verstrekt aan het Atrium MC ten behoeve van renovatie en nieuwbouw. De lening is marktconform en biedt dus geen voordeel aan het Atrium MC. Het betreft een achtergestelde fixe lening
van € 2,7 miljoen met een rentetarief van 6,5 % per jaar.
Uitleningen aan de GR voor sociale kredietverlening en schuldhulpverlening in Limburg.
Bij de oprichting van de GR Krediet Bank Limburg is bepaald en besloten dat de deelnemers voor het risicovermogen van de GR achtergestelde leningen zouden fourneren.
Gemeentegaranties
Bij directe borgstellingen staat de gemeente jegens geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op
langlopende geldleningen die door lokale organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken die veelal
activiteiten verzorgen welke in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak.
Achtervang houdt in dat de gemeente, al dan niet samen met het Rijk, een rol speelt in de zekerheidsstructuur
van een waarborgfonds, bijvoorbeeld de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Door deze structuur
kunnen instellingen die bij een waarborgfonds zijn aangesloten tegen de laagste rente lenen. Mede vanwege de
strenge toelatingscriteria en periodieke toetsing door het fonds loopt de gemeente hierbij een veel lager risico
dan bij directe borgstellingen.
Het volgende overzicht geeft de ontwikkeling van de het schuldrestant in het jaar 2015 van de door de gemeente geborgde leningen, onderverdeeld naar kredietrisicogroep.
Uitleningen en garanties uit hoofde van de publieke taak
Gemeentegaranties per kredietrisicogroep
(x € 1.000)
kredietrisicogroep /
schuldrestant
geldnemers
01-01-2015
31-12-2015
Woningcorporaties
Gewaarborgde geldleningen
23.910
21.519
Zorgsector
Garantstelling
13.972
1.999
Sociaal culturele sector
Garantstelling
128
122
Hypotheekbanken
Garantstelling
12.776
11.473
Overige
Garantstelling
Totaal
16
8
50.802
35.121
Ingevolge het gemeentelijke beleid worden in beginsel geen garanties meer verstrekt. Het is pas mogelijk om
hiervan af te wijken indien dat voor de uitoefening van de publieke taak noodzakelijk is en de daaraan verbonden risico’s aanvaardbaar zijn. Het College van B en W heeft ingevolge de Gemeentewet de bevoegdheid
om daartoe te besluiten, maar zal -afhankelijk van de omvang van de risico’s- een dergelijk besluit ter kennis
brengen van de Raad, dan wel een voorstel tot besluitvorming aan de Raad voorleggen.
Voor de risico’s die niet de sociale woningbouwsector betreffen, heeft onze gemeente dan wel de geldgever van
de geldnemer hypothecaire zekerheden verkregen.
Gemeentefinanciering
Een visie omtrent de renteontwikkelingen van de korte- en lange termijn rente is een voorwaarde om de treasuryfunctie te kunnen uitoefenen.
132
Het in beschouwing nemen van de macro-economische ontwikkelingen, economische groei, inflatie, consumentenvertrouwen, politieke spanning en met name de rentevisie van grootbanken leidt tot een rentevisie waarop
wij onze financieringsbeslissingen funderen.
De ECB (Europese Centrale Bank) nam in september 2014 rigoureuze maatregelen om de economie in de
EU-landen te stimuleren. De ECB verlaagde de rente over de gehele linie met 10 basispunten. De Refirente
bedraagt momenteel 0,05%! De ECB bevindt zich in een lastig parket. Enerzijds moet de bank de inflatie in
toom houden, aan de andere kant willen de centrale bankiers met hun rentebeleid de economie in deze periode
van wereldwijde recessie stimuleren. Na de onverwachte rentestap van de ECB is Euribor verder weggezakt en
staat momenteel voor 3 maanden op 0,08%. Voor de weeks (Euribor) periodes is er zelfs sprake van een (licht)
negatieve fixing. Ook de lange rente is verder weggezakt. Voor Euribor voorspelt zelfs één grootbank een nulniveau. Ook de voorspellingen voor de lange rente liggen op zeer lage niveaus. Vooral middellange looptijden
geven de kans om de rente op extreem lage niveaus vast te leggen, waarbij looptijden van 5-7 jaar een nul
voor de komma kennen. Dit geldt uiteraard voor decentrale overheden en leningen onder borging van het WSW
of WfZ. Opslagen voor financiering dalen nog steeds, ook voor lange looptijden.
Financieringsbehoefte
Volgens de berekeningen op basis van de per 1 januari 2015 geraamde investeringen en de op lange termijn
beschikbare financieringsmiddelen zou er op dat moment een financieringstekort ontstaan van € 102,7 miljoen.
Van dat tekort mag maximaal € 33,8 miljoen (kasgeldlimiet) kortlopend worden gefinancierd. Voor het restant
ter grootte van € 68,9 miljoen zouden derhalve langlopende geldleningen moeten worden aangetrokken.
Prognose per 01-01-2015 van de financieringsbehoefte
Financieringsbehoefte per 1 januari
Te financieren boekwaarde vaste activa per
1 januari
Afschrijvingen en aflossingen leningen u/g
Investeringen
Boekwaarde per 31 december
(x € 1.000)
2015
2016
2017
2018
303.093
346.558
361.118
359.656
11.379
14.001
14.593
14.878
291.714
332.557
346.525
344.778
54.844
28.561
13.131
11.029
346.558
361.118
359.656
355.807
63.044
58.966
59.070
58.312
384
1.042
0
0
136.966
187.252
227.804
233.298
200.394
247.260
286.874
291.610
Beschikbare financieringsmiddelen
Reserves en voorzieningen
Bijdrage derden
Vaste geldleningen
Beschikbare vaste financieringsmiddelen
Financieringstekort
Benodigde financieringsmiddelen
Beschikbare kortlopende middelen (max. kasgeldlimiet)
Op te nemen vaste geldleningen
102.699
99.298
74.244
68.046
33.806
32.757
32.333
31.635
68.893
66.541
41.911
36.411
RENTE OMSLAGPERCENTAGE BEGROTING 2015
Het renteomslagpercentage wordt op het moment van vaststelling gebaseerd op het gemiddelde van de volgende rentetarieven over de vijf voorafgaande kalenderjaren:
a. Het tarief van de Bank Nederlandse Gemeenten voor een fixe lening met een looptijd van 10 jaar. Over de
periode 1 januari 2009 t/m 31 december 2013: 2,72%.
b. Het 3 maands Euribortarief. Over de periode 1 januari 2009 t/m 31 december 2013: 0,845%.
De vaste activa worden doorgaans voor 90% gefinancierd met eigen vermogen en lang vreemd vermogen, alsmede voor 10% met vreemd vermogen op korte termijn. Het renteomslagpercentage voor het jaar 2015 wordt
nu berekend als gewogen gemiddelde van de onder a. en b. vermelde percentages en afgerond op 5 basispunten (5/100 procent):
{(90 x 2,72%) + (10 x 0,845%)} : 100 = 2,46%.
133
Door de kredietcrisis wordt momenteel nog steeds een liquiditeitsopslag berekend voor langlopende leningen.
De liquiditeitsopslag varieert tussen de 70 bp (0,70%) en de 100bp (1%) al naar gelang de looptijd van de
langlopende lening. Vóór de crisis werd deze opslag nooit doorberekend aan decentrale overheden. Er was soms
zelfs sprake van een afslag in plaats van een opslag. Vanuit dit perspectief wordt het rentepercentage voor de
begroting 2015 vastgesteld op 3,5%.
134
3.5 Bedrijfsvoering (BBV, artikel 14)
Organisatie ontwikkeling
De organisatie functioneert niet optimaal met een pakket aan maatregelen gaan we het functioneren verbeteren.
De belemmeringen die de organisatie ondervindt komen in het kort op het volgende neer:
• De in gang gezette noodzakelijke samenhangende aanpak van maatschappelijke vraagstukken moet nog
verder verbeterd worden.
• De omgeving waarin de gemeentelijke organisatie opereert veranderd in snel tempo, er is een trend van
verdergaande decentralisatie en mede als gevolg daarvan van schaalvergroting. Er ontstaan zowel op het
gebied van de bedrijfsvoering als op het terrein van de primaire taken van de gemeente allerlei samenwerkingsverbanden. De organisatie ontbeert het aanpassingsvermogen om hier snel en adequaat op te reageren.
• Zowel de intern als extern gerichte samenwerking verloopt niet zonder haperen.
• De organisatie is onvoldoende in control en er valt nog veel doelmatigheidswinst te behalen.
• Het doorvoeren van bezuinigingen op de organisatie kosten behoeft een extra impuls.
Het pakket aan maatregelen richt zich op:
1. Het verbeteren van de bedrijfsprocessen en de bedrijfsvoering.
2. Het versterken van de professionaliteit van de medewerkers en op het gedragsverandering c.q. cultuurverandering.
3. Het aanpassen van de organisatiestructuur.
Het verbeteren van de bedrijfsprocessen en de bedrijfsvoering (1)
De volgende acties zijn in gang gezet en zullen worden gecontinueerd:
• Alle bedrijfsprocessen van de gemeente worden geïdentificeerd en doorgelicht. Dit vergt een langdurige
inspanning en zal zich uitstrekken over 2015.
• Begroting en realisatie lopen op kostenplaatsen niveau vaak ver uit te pas om goed te kunnen sturen. De
komende jaren wordt de begroting en realisatie in balans gebracht door realistisch te begroten.
• De vigerende kaders voor formatie en personeelsbudgetten voldoen niet dat wil zeggen bieden onvoldoende
sturingsmogelijkheden waardoor de organisatie ook in dit opzicht onvoldoende in control is. Deze kaders
worden vernieuwd en zullen in 2015 ingevoerd worden.
• De evaluatie van het zaakgericht werken heeft een aantal aanbevelingen opgeleverd waarmee de organisatie
ook in 2015 verder aan de slag gaat. De belangrijkste zijn:
 De ICT-architectuur zal doorontwikkeld moeten worden. Deze architectuur vormt de basis voor de inzet en
keuzes van applicaties.
 Vlieg ICT-projecten niet alleen technisch aan maar schenk veel aandacht aan gedrag en vaardigheden van
de medewerkers.
 Maak ICT-projecten tot projecten van de afdelingen/bureaus. Committeer de managers en leg de verantwoordelijkheid voor de implementatie binnen de afdelingen.
• Informatiemanagement zal in 2015 worden doorontwikkeld om zodoende op een eigentijdse, slagvaardige en
efficiënte wijze de informatievoorziening in de gemeente te verzorgen en daarmee de verantwoordelijkheid
nemen voor een goede en betrouwbare informatiehuishouding.
• In 2015 wordt gestart met het uitbreiden en uitrollen van het E-HRM systeem (digitale gegevensverwerking).
Het versterken van de professionaliteit van de medewerkers en bevorderen van gedragsverandering c.q. cultuurverandering (2).
De gemeente heeft een traject ingezet om te komen tot een nieuwe manier van werken onder de naam “Zo
Werkt Heerlen”. Dit vraagt om een gedrag-, c.q. cultuurverandering. Om te komen tot de gewenste organisatiecultuur zijn een aantal processen en trajecten gestart die gezamenlijk het verandertraject vormgeven. Voor
2015 staan de volgende zaken op de agenda:
• In 2014 is een management ontwikkelingstraject gestart voor alle leidinggevende dat wil zeggen voor directie, afdelingshoofden en bureauhoofden). Dit traject zal in 2015 worden voortgezet.
• In 2014 is een begin gemaakt met het professionaliseren van projectmanagement en programmamanagement in de vorm van workshops. Een breed scala aan medewerkers nemen deel aan deze workshops.
135
• In 2014 is een HRM-visie c.q. een visie op mens en organisatie vastgesteld die in 2015 vertaald wordt in
concrete acties. Zo zal op basis van deze visie een nieuwe gesprekken cyclus voor de leidinggevenden met
zijn medewerkers worden geïntroduceerd.
• In 2014 is een voorzichtig begin gemaakt met de strategische personeelsplanning. Strategische personeelsplanning beoogt de huidige competenties van het personeel in kaart te brengen en deze te toetsen aan de
competenties die nu en in de toekomst gevraagd worden. Daar waar discrepanties zijn of dreigen worden
medewerkers bijgeschoold of getraind. Duidelijk is bijvoorbeeld dat het projectmatig werken steeds belangrijker wordt vandaar dat daar nu in geschoold en getraind wordt. Hetzelfde geldt voor de verdergaande
digitalisering van de werkomgeving, ook dit vraagt scholing en training.
Aanpassen van de organisatie structuur (3).
In 2005 is de laatste ingrijpende organisatie aanpassing doorgevoerd. De diensten werden opgeheven, staftaken werden gecentraliseerd en de lijn afdelingen werden de hoogste uitvoerende laag binnen de organisatie. Er
werden programma directeuren benoemd die de opdracht kregen de raadsprogramma’s integraal aan te sturen.
In 2010 vond een verdere aanpassing plaats. Het zogenaamde directiemodel werd ingevoerd. Drie programma
directeuren maakten plaats voor één directeur programma’s en één directeur bedrijfsvoering. Beide directeuren
kregen hiërarchische bevoegdheden. De directeur programma’s werd verantwoordelijk voor de prioritaire thema’s zoals deze benoemd waren in de begroting. In de onderhavige begroting komen deze prioritaire thema’s
niet meer in deze vorm terug.
De uitgangspunten waarop de ordening van de organisatie in de bestaande afdelingen en bureaus is gestoeld
zijn -ondanks vele verschuivingen- in essentie niet veranderd sinds de vorige eeuw. Ook de aanpassing van
2005 heeft in deze ordening geen wezenlijke verandering gebracht. Overigens lijkt het er op dat deze uitgangspunten nooit expliciet zijn benoemd en vastgesteld maar min of meer ontstaan zijn in de loop der tijd.
Wat de aanpassing van de organisatie structuur betreft zal er nog in 2014 een uitgangspunten nota worden
vastgesteld waarvan de uitvoering in 2015 al dan niet gefaseerd geheel of gedeeltelijk zal plaatsvinden. In deze
uitgangspunten nota wordt voorgesteld de ordeningsprincipes te veranderen.
Omdat noodzakelijke aanpassingen in de organisatie structuur en binnen de bedrijfsvoering niet altijd uitstel
kunnen lijden zijn er -ondanks het nog ontbreken van een vastgestelde structuurvisie- een aantal ontwikkelen
in gang gezet.
• Het functioneel beheer en het applicatie beheer zal eind 2014 begin 2015 worden gecentraliseerd.
• Het financieel administratieve proces en daarmee de financiële afdeling wordt opnieuw ingericht.
Overige onderwerpen
Huisvesting
2015 Staat in het teken van de realisatie van nieuwe huisvesting voor het ambtelijk apparaat. Het gebouw in
het maankwartier dat gedeeld zal worden met UWV is naar verwachting eind 2015 gereed waarna medewerkers
hun intrek zullen nemen in dit nieuwe pand. Voor wat betreft de situatie in het Schinkelkwadrant ligt de situatie
complexer. Als gevolg van juridische procedures loopt dit project vertraging op waardoor de nieuwbouw niet
gerealiseerd zal kunnen worden voor 31-12-2015. De verwachting is dat realisatie pas aan het eind van 2016
een feit zal zijn.
Betaaltermijn
De gemeente Heerlen vind het belangrijk dat inkoopfacturen tijdig betaald worden. Doelstelling is dat 90% van
alle facturen binnen 30 dagen betaald moeten zijn. Gezien onze betaalperformance in het recente verleden is
een project opgestart om het inkoopproces, vanaf bestelling tot en met betaling te stroomlijnen (BIBAB proces).
Het doel is drieledig:
1. Een efficiëntere procesuitvoering en reductie van verwerkingskosten.
2. Het verkrijgen van een accurate verplichtingen administratie.
3. Voldoen aan de norm van betalen binnen 30 dagen.
136
Externe inhuur
De door de raad gestelde norm voor externe inhuur bedraagt 12,5%. In het kader van de bezuinigingen wordt
gestuurd op reductie van de externe inhuur in 2015, zodat de kosten van externe inhuur ruim binnen de norm
blijft.
Integriteit
De Nederlandse overheid wordt gekenmerkt door een hoog niveau van integriteit. In ons land kan een burger
vertrouwen op een overheid die hem onkreukbaar en rechtschapen tegemoet treedt en beslissingen neemt die
in overeenstemming zijn met de beginselen van onze democratie en onze rechtstaat en met algemeen geldende
waarden en normen.
Ook de gemeente Heerlen hecht groot belang aan een integere gemeentelijke organisatie op alle niveaus (raad,
college en ambtelijke organisatie). Ervaringen in de praktijk leren dat integriteitsrisico’s binnen een gemeente
groot zijn en dat ook kleine schendingen een grote impact kunnen hebben op het vertrouwen in de politiek,
in het bestuur van de stad en in de zuiverheid van het handelen van de ambtelijke organisatie. Dit maakt een
constante aandacht voor integriteit noodzakelijk.
Functioneel Leeftijds Ontslag (FLO) Brandweer
Om de kosten voor FLO van de brandweer te dekken is in de begroting meerjarig om en nabij de 500.000 budget opgenomen. Vanwege de complexiteit van de berekeningen en de vele individuele keuzemogelijkheden van
de personen blijft het echter zeer moeilijk hier nauwkeurige verwachtingen voor neer te zetten. In de jaarrekening verantwoorden wij jaarlijks de werkelijke kosten van deze regeling.
Huidige situatie
We willen breed aandacht besteden aan integriteit op alle domeinen dus voor zowel de raad, als het college als
de ambtelijke organisatie.
We willen op alle domeinen acties uitzetten, waarbij we onderscheid maken tussen de regelgeving en handhaving hiervan aan de ene kant en het morele leerproces aan de andere kant. Onderstaand wordt dit verder
uitgewerkt voor de diverse domeinen.
Raad
In de vorige raadsperiode is op initiatief van de burgemeester een begin gemaakt met een meer beleidsmatige
aanpak voor het integriteitsvraagstuk van de raad en zijn leden.
In zijn raadsinformatiebrief van 12 december 2012 geeft hij aan op welke wijze hij dit vorm gaat geven.
Aansluitend hieraan is in 2013 een aantal vraagpunten nader verkend en kaders aangereikt waarbinnen ieder
raadslid zijn afwegingen kan maken en verantwoordelijkheid kan nemen. Denk hierbij aan het aannemen van
geschenken en uitnodigingen, aan het omgaan met geheime informatie en aan het geven van inlichtingen aan
raadsleden over de medewerkers van de ambtelijke organisatie.
Voor de nieuwe raad zijn in eerste instantie vier bijeenkomsten georganiseerd waarbij het raadslid bewust
wordt gemaakt van zijn rol, positie en verantwoordelijkheden, van de betekenis hiervan voor het nemen van
besluiten, van de meest voorkomende schendingen van de integriteit en tenslotte van het handhaven van
schendingen. Dit traject loopt tot eind 2014. Daarna wordt bezien hoe het moreel leerproces voor de raad verder inhoud gegeven wordt.
College
Integriteit staat ook voor kwaliteit en effectiviteit. Op een integere manier je werk doen is breder dan niet-frauderen. In de beleidsregels die wij binnen de organisatie vaststellen is het begrip integriteit van groot belang. We
noemen hier als voorbeelden het inkoop- en aanbestedingsbeleid; de regels met betrekking tot geheimhouding,
de gedragscodes, maar dit geldt uiteraard voor alle beleidsterreinen. De VNG is op dit moment bezig met het
opstellen van nieuwe gedragscodes. Dat brengt met zich mee dat wij in de loop van 2015 een standpunt innemen over het nieuwe model.
Ook voor het college is het nu van belang het moreel bewustzijn verder te verankeren. Collegeleden moeten
zich er van bewust blijven dat zij op hun handelingen aangesproken kunnen en zullen worden.
De wethouders van het nieuwe college hebben als een eerste verkenning een integriteitscan afgelegd waarna
met de individuele wethouders is gesproken over hen persoonlijke integriteitsrisico’s in relatie tot het wethouderschap.
137
Dit zal nu verder vorm gegeven moeten worden in de dagelijkse praktijk.
De wens om op een integere wijze aan een goede stad voor onze burgers te werken, werkt ook door naar onze
externe partners. Het college wenst namelijk uitsluitend samen te werken met integere partners.
Ambtelijke organisatie
We beseffen dat een actief integriteitbeleid de weerbaarheid bevordert van de medewerkers tegen verleidingen
en integriteitsrisico’s.
Samen met de werkgroep integriteit Zuid-Limburg werd in het verleden de regelgeving onder de loep genomen
met als uitgangspunt de vastgestelde landelijke basisnormen. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente Heerlen
beschikt over een uitgebreid pakket aan regelingen.
Inmiddels moeten we constateren dat er sedert 2006 de nodige wijzigingen zijn doorgevoerd (zoals de instelling
van nationale meldingspunten) welke wij nog niet verwerkt hebben in de gemeentelijke regelingen.
Een goed integriteitbeleid is echter niet alleen een kwestie van regels, procedures, verboden en geboden. Het is
ook een kwestie van mentaliteit, houding en gedrag.
Bij de introductie van de ambtseed in 2006 is via uitgebreide sessies stilgestaan bij de integriteitsdilemma’s die
zich kunnen voordoen; daarna zijn nog een keer de afdelingshoofden getraind, maar nadien is er geen echte
aandacht geweest voor het morele leerproces in de organisatie.
Integriteit moet meer ingebed raken in de organisatie een vanzelfsprekend onderdeel van werkproces zijn.
Integriteit staat voor professionele verantwoordelijkheid. Verankering hiervan moet vorm krijgen via het uitzetten van een moreel leerproces binnen de organisatie.
Bezuinigingen op de organisatie.
De 60+ maatwerkacties is in 2014 een vliegwiel geweest voor de bezuinigingen op de organisatiekosten. Bij het
reduceren van de organisatiekosten is het reduceren van de formatiekosten en daarmee van de personeelskosten leidend. Voor 2015 en verder ligt er wat de reductie van de formatie betreft nog een behoorlijke opgave die
er globaal als volgt uitziet:
• 13 fte oude taakstelling
• 10 fte (bij benadering) nieuwe taakstelling als gevolg van reductie van de programmabudgetten
• 12 fte (bij benadering en treft vooral de staf) vanwege de verzelfstandiging van SCHUNCK*
Daar staat tegenover dat er met de decentralisaties in het sociale domein ook weer formatieplaatsen bij komen.
De voorlopige schatting is dat het hierbij om ongeveer 40 formatieplaatsen gaat. Hiermee kunnen de bezuinigingen binnen de staf deels gecompenseerd worden. De nieuwe formatieplaatsen binnen het sociale domein zijn
redelijk uniek. Er zal een uiterste inspanning geleverd worden om via interne verschuivingen en door inzet van
herplaatsingskandidaten tot invulling te komen. Nu al is duidelijk dat dit slechts beperkt zal lukken.
In het licht van de begroting 2015 is er een structurele organisatiebezuiniging opgenomen inclusief een versobering van de ambtelijke arbeidsvoorwaarden. Het betreft een extra afname van ons personeelsbestand van
25 FTE’s oplopend tot 50 FTE’s in de volgende jaren.
Eind 2014, begin 2015 zal het overleg met de vakorganisaties over (bezuinigingen) op de arbeidsvoorwaarden
en over het sociaal statuut weer worden opgepakt. Een belangrijk onderwerp is de werkgarantie die (nog)deel
uitmaakt van het Sociaal Statuut en daarmee op gespannen voet lijkt te staan met de re-integratieperiode zoals
die in de nieuwe cao is geregeld (artikel 10d).
Overige personeelszaken
Op het gebied van personeelszaken heeft de organisatie de afgelopen jaren achterstand opgelopen die met
vereende krachten wordt ingehaald. De volgende acties zijn/worden voor 2015 in gang gezet:
Modernisering bestaande regelgeving. Het gaat hierbij om een grote hoeveelheid regels vooral in de sfeer van
de tertiaire arbeidsvoorwaarden die aan vernieuwing toe zijn. Een voorbeeld is de parkeerfaciliteitenregeling
voor de medewerkers.
De Arbo- en verzuimnota zal worden geactualiseerd in 2015.
Daarnaast zijn er de volgende lopende ontwikkelingen die om actie vragen:
Nieuwe cao 2013/2014. Sommige aanpassingen zullen pas in 2015 verwerkt worden. Met name de keuzemogelijkheden die er voor de medewerkers komen vergen tijd om uit te rollen en te verwerken.
138
Hetzelfde geldt voor invoering van artikel 10d i.c. de vastgestelde re-integratieperiode en re-integratieverplichtingen voor werkgever en werknemers.
De nieuwe werktijdenregeling die meer flexibiliteit biedt dan de huidige regeling. De planning en sturing van
werkzaamheden zijn hierbij een belangrijk aandachtspunt.
Samenwerkingsverbanden.
SSC-ZL
In 2015 zetten we samen met de gemeenten Maastricht, Sittard-Geleen, en de Provincie Limburg het proces
om te komen tot een gezamenlijke bedrijfsvoering organisatie voor de regio Zuid-Limburg voort. Dit SSC-ZL
krijgt na een gezamenlijk voorbereidingstraject in 2015 daadwerkelijk vorm en inhoud: de oprichting van de
gemeenschappelijke regeling SSC Zuid-Limburg staat voor begin 2015 gepland, waarmee de nieuwe organisatie
een feit is en er een juridische basis ligt voor het stapsgewijs inrichten hiervan, waaronder het overdragen van
taken, het inrichten van de hiervoor benodigde ondersteunende systemen en het plaatsen van medewerkers.
Hierbij gaat het in eerste instantie om taken op het gebied van Inkoop, ICT en HRM. Voor het vervolgtraject
komen de overdracht van andere bedrijfsvoeringsta-ken, zoals financiën, interne dienstverlening en documentaire informatievoorziening, aan de orde. Met de oprichting van de gemeenschappelijke regeling SSC-ZL ligt
er ook een basis om de dienstverlening te verbreden naar overige gemeenten en samenwerkingsverbanden in
de regio Zuid-Limburg. Belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de aan SSC-vorming verbonden
meerwaarde is harmonisatie van beleid, systemen en processen. Op dit gebied zijn inmiddels eerste stappen
gezet, waaronder een geharmoniseerd inkoopbeleid. De vier organisaties werken voor 2015 voor het eerst aan
een gezamenlijke projectenplanning op het gebied van onder meer ICT, op zoek naar samenwerkingsvoordelen
en besparingsmogelijkheden.
PIT
Sinds 2014 is de gemeenschappelijke regeling Parkstad IT een feit. Samen werken we er nu naartoe om deze
activiteiten op te laten gaan in het Shared Service Center Zuid-Limburg.
Geo-Basisregistraties
Momenteel doorloopt de GBRD Geo-Basisregistraties samen met de afnemende gemeenten het doorontwikkelingstraject naar de Gemeenschappelijke Regeling met de werknaam “Gegevenshuis”.
In de huidige fase heeft de GBRD Geo-Basisregistraties een voorstel gedaan waarbij aan de hand van een product gerelateerde berekeningswijze en de grotere afname van de andere deelnemende gemeenten waardoor de
kosten voor Heerlen dalen. Daar het proces nog niet is afgerond, is deze daling niet verwerkt in deze begroting.
Het “Gegevenshuis” heeft geen relatie meer met de stadsregio Parkstad Limburg en zet meer in op innovatie
binnen het werkveld. Hiermee wordt een prima basis gecreëerd voor de instap bij het SSC Zuid-Limburg zodra
dit gevormd is.
Juridische kwaliteitszorg en rechtsbescherming
Inleiding
Als publieke rechtspersoon en deelnemer aan het maatschappelijk en economisch verkeer, loopt de gemeente
risico’s. Een goede juridische bedrijfsvoering zorgt ervoor dat risico’s als gevolg van onrechtmatig handelen beheersbaar zijn. Juridische kwaliteitszorg richt zich in belangrijke mate op kaderstelling voor risicovolle werkprocessen. Een adequaat systeem voor het behandelen van klachten, bezwaren en beroepen is een vorm van juridische kwaliteitszorg, maar is tegelijkertijd een middel om een belangrijke overheidstaak waar te maken: het
bieden van een effectieve rechtsbescherming tegen onbehoorlijke gedragingen of onjuiste bestuursbesluiten.
Behandelen bezwaren en klachten
Het behandelen van bezwaarschriften en klachten is een wettelijk voorgeschreven taak. Inherent aan het
bieden van een goede rechtsbescherming aan de burger is, dat op bezwaarschriften en klachten tijdig wordt beslist. Met het oog op alternatieve geschiloplossing, zet de gemeente zo veel als mogelijk het instrument premediation in. Door een geslaagde premediation kan de formele afhandeling van een bezwaar of klacht achterwege
blijven. Er wordt gewerkt met richtcijfers c.q. normen voor de tijd die nodig is om op een klacht of bezwaar een
beslissing te nemen. Beslissingen op een klacht dienen te worden genomen binnen maximaal zes weken. Voor
de beslistermijn ten aanzien van bezwaarschriften geldt een norm van maximaal twaalf weken.
139
Het hanteren van een maximale termijn neemt niet weg dat in elke zaak wordt getracht zo spoedig mogelijk
een beslissing te nemen, uiteraard mits de zorgvuldigheid niet in het gedrang komt. Tegen elke beslissing op
een bezwaarschrift staat beroep en vervolgens hoger beroep open bij de bestuursrechter. Over de resultaten
van bezwaar- en klachtbehandeling wordt in het jaarverslag 2015 verantwoording afgelegd. De resultaten zullen daarbij worden gespiegeld aan de genoemde normen. Dit komt de transparantie ten goede, en stelt uw raad
in staat om zijn controlerende taak op dit punt in te vullen.
Mandaatbesluit
Via mandaat (ambtelijke bevoegdheid of bevoegdheid portefeuillehouder om namens het bevoegde orgaan
besluiten te nemen) wordt een efficiënte en voortvarende afhandeling van aanvragen en verzoeken van burgers
mogelijk gemaakt. Het mandaatbesluit wordt regelmatig op centraal niveau geactualiseerd om aan rechtmatigheidseisen te voldoen en in de behoeften van de verschillende concerndelen te voorzien.
Gemeentelijke regelgeving
Kwalitatief goede en actuele regelgeving is essentieel. Voor de totstandkoming van verordeningen en beleidsregels is een protocol beschikbaar. Verouderde regelingen zijn de voorbije jaren ingetrokken. Verordeningen
worden in beginsel vastgesteld overeenkomstig door de VNG beschikbaar gesteld model. Afwijkingen van een
VNG-modelverordening zijn uiteraard mogelijk, maar vergen een bijzondere motivering. De gemeentelijke
regelgeving is sinds enkele jaren raadpleegbaar via het internet, in overeenstemming met de Wet elektronische
bekendmaking (Web). Vanaf 2014 verlopen de formele bekendmaking van de verordeningen, zoals voorgeschreven volgens de Web, langs elektronische weg. Het voorkomen en terugdringen van onnodige administratieve lasten blijft aandacht vragen.
Aanbesteding/contracten
De gemeente beschikt over aanbestedingsbeleid, waarin het gemeentelijk beleid is weergegeven met betrekking tot de aanbestedingsprocedure die wordt gevolgd, afhankelijk van het onderwerp en geraamde opdrachtwaarde - uiteraard binnen de kaders van nationale en Europese regelgeving.
Ten behoeve van contractering met derden zijn algemene voorwaarden in gebruik. Toetsing van de bruikbaarheid van deze voorwaarden is een voortdurend proces.
Decentralisaties
De drie decentralisaties op de terreinen werk, zorg en jeugd vergen ook in 2015 een grote inspanning van de
gemeentelijke organisatie. Bij de uitvoering van de nieuwe wetgeving zal een belangrijke claim worden gelegd
op de juridische adviesfunctie, en er is een aanmerkelijke toename van bezwaarschriften en klachten te verwachten.
140
3.6 Verbonden partijen (BBV, artikel 15)
In de paragraaf verbonden partijen wordt zowel bij de begroting als bij de rekening een beeld geschetst van
derde rechtspersonen, waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële relatie heeft.
Het financieel belang bestaat uit middelen die aan de verbonden partij beschikbaar zijn gesteld en die niet
verhaalbaar zijn bij een faillissement van de verbonden partij. De financiële relatie komt voort uit het verstrekken van kapitaal in de vorm van risicodragend kapitaal (aandelen), een lening of een borgstelling, een subsidie,
structurele opdrachten of een combinatie van deze mogelijkheden. Het bestuurlijk belang verwijst naar hetzij
de zeggenschap uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Een verbonden partij kan zijn een deelneming in een vennootschap, een gemeenschappelijke regeling, een
stichting of verenigingen, indien de gemeente een zetel in het bestuur heeft én een financieel risico (met juridische afdwingbaarheid) loopt.
Voor de gemeente is het belangrijk om inzicht te hebben en te houden in de realisatie van doelstellingen, activiteiten, financiën, bestuursverantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen. Het nieuwe
beleid is ingebed in de jaarlijkse planning en control cyclus zodat er een totaalbeeld ontstaat van elke afzonderlijke verbonden partij. Het proces zal continue en systematisch worden doorlopen en steeds verder worden
uitgewerkt.
In het vervolg van deze paragraaf treft u relevante informatie aan van de verbonden partijen met betrekking
tot: doel, financieel belang, zeggenschap en ontwikkelingen.
De gemeente heeft een financiële en/of bestuurlijke relatie met de volgende organisaties:
Naamloze Vennootschappen
Attero N.V. (voormalig Essent Milieu Holding B.V.)
Bank Nederlandse Gemeenten
Enexis Holding
Grensoverschrijdend Bedrijventerrein (Avantis)
Industriebank LIOF
Parkstad Limburg Theaters
Reinigingsdiensten Rd4
Waterleidingmaatschappij Limburg
Programma
Bestuur en Dienstverlening
Bestuur en Dientsverlening
Bestuur en Dienstverlening
Economische Stimulering
Economische Stimulering
Economische Stimulering
Leefomgeving
Leefomgeving
Besloten Vennootschappen
Claim Staat Vennootschap
Cross Border Lease Vennootschap
Vordering op Enexis
Verkoop Vennootschap
Publiek Belang Electriciteitsproductie
Avantis services
Beitel-Zuid (Bedrijventerrein Trilandis)
Mijnwater
Technohouse
Nazorg Limburg
Schaesbergerveld
IBA Parkstad B.V.
Programma
Bestuur en Dienstverlening
Bestuur en Dienstverlening
Bestuur en Dienstverlening
Bestuur en Dienstverlening
Bestuur en Dienstverlening
Economische Stimulering
Economische Stimulering
Economische Stimulering
Economische Stimulering
Leefomgeving
Ruimtelijke ontwikkeling
Bestuur en Dienstverlening
Certificaten van aandelen
Holding Stadion Kerkrade B.V.
Programma
Economische Stimulering
141
Gemeenschappelijke regelingen
Regio Parkstad Limburg
Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Reinigingsdiensten Rd4
Regionale Uitvoeringsdienst
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zuid-Limburg
Kredietbank Limburg
Werkvoorzieningschap Oostelijk-Zuid Limburg
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen
Bestuur en Dienstverlening
Leefomgeving
Leefomgeving
Leefomgeving
Sociale infrastructuur
Sociale infrastructuur
Sociale infrastructuur
Bestuur en Dienstverlening
Stichtingen
Centrummanagement Heerlen-Centrum
Centrummanagement Heerlerbaan
Centrummanagement Hoensbroek
Stichting Isidoor
Stichting WTC
Werk voor Heerlen
Jaar van de mijnen
Economische stimulering
Economische stimulering
Economische stimulering
Economische stimulering
Economische stimulering
Economische stimulering
Leefomgeving
Bank Nederlandse Gemeente N.V., Den Haag (BNG Bank) Programma Bestuur en Dienstverlening
Doel
De N.V. Bank Nederlandse gemeenten is de bank van en voor overheden en instellingen
Financieel belang
Zeggenschap
Ontwikkelingen
voor het maatschappelijk belang. De gemeente participeert in de NV Bank Nederlandse
Gemeenten met de bedoeling daarmee een goede toegankelijkheid tot de geld- en kapitaalmarkt te waarborgen.
De gemeente Heerlen heeft 424.827 aandelen in haar bezit tegen een boekwaarde van
€ 1,062 miljoen. Jaarlijks wordt er dividend uitgekeerd door de BNG Bank. BNG Bank heeft
over 2013 een nettowinst behaald van € 283 miljoen (2012 was € 332 miljoen). Ondanks
een belangrijke stijging van het kernresultaat, het renteresultaat, komt dit neer op een
daling van € 49 miljoen ten opzichte van 2012. Dit laatste is vooral het gevolg van een
negatieve bijdrage van de bijdrage van de ongerealiseerde marktwaardeveranderingen.
In de begroting 2015 gaan we uit van een dividenduitkering van € 1,27 per aandeel is een
totaalbedrag van € 539.530 (conform het advies van provincie Limburg).
Eigen vermogen begin 2013 was € 2.752 en ultimo 2013 € 3.430.
Vreemd vermogen begin 2013 was € 139.443 en ultimo 2013 € 127.721.
Achtergestelde schulden begin 2013 waren € 33 miljoen en ultimo 2013 waren deze
23 miljoen.
De gemeente Heerlen is vertegenwoordigd als aandeelhouder en behoort tot de top tien
van aandeelhouders. De gemeente heeft een aanzienlijk financieel belang terwijl het
bestuurlijk belang gering is. Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening
en wonen.
De financiële vooruitzichten voor de kernklantsectoren van de bank blijven weinig positief.
BNG Bank verwacht desondanks dat de nieuwe langlopende kredietverlening in 2014 op
een met 2013 vergelijkbaar niveau zal uitkomen, als gevolg van een grote vraag naar herfinanciering van bestaande leningen. Het renteresultaat over 2014 zal mede door de aanhoudend lage lange rentetarieven naar verwachting licht lager uitkomen dan over 2013.
Het resultaat financiële transacties zal ook in de nabije toekomst gevoelig blijven voor de
mate van economisch herstel binnen de eurozone. Gezien de aanhoudende onzekerheden
acht de bank het niet verantwoord een uitspraak te doen over de nettowinst 2014.De nettowinst (halverwege 2014) van BNG Bank is in vergelijking met dezelfde periode in 2013
toegenomen met € 30 miljoen tot € 153 miljoen. Deze toename is vooral veroorzaakt door
een verbeterd resultaat financiële transacties, nagenoeg volledig als gevolg van ongerealiseerde marktwaardeveranderingen.
Voor het begrotingsjaar 2015 zijn niet meer gegevens voorhanden.
142
Grensoverschrijdend bedrijventerrein Avantis, Heerlen (GOB N.V.) Programma Economische
Stimulering
Doel
Deelname door gemeente Heerlen in verband met belang voor de economie en de ontwikkeling van de werkgelegenheid.
Financieel belang
1. Aandelenkapitaal 25% € 1.247.895.
2. Grondeigenaar van 1,5 ha. ten bedrage van € 1,3 miljoen (in 2009 aangekocht ter
versterking van de liquiditeit). Ten behoeve van de vestiging van Honold is hiervan in 2013
circa 1.000 m2 verkocht tegen een opbrengst van € 36.660 voor de gemeente.
Zeggenschap
Ontwikkelingen
3. Leningovereenkomst van € 6,5 miljoen per aandeelhouder begin 2012 aangegaan.
Zie daarvoor raadsvoorstel/zienswijze van 06-12-2011 (2011/58678). Daarmee voor een
totaal bedrag van € 26 miljoen de hoofdsom van de externe lening bij de ING afgekocht en
deze dus overgenomen en voor een klein deel de lopende bedrijfskosten afgedekt.
Momenteel is het eigen vermogen van de N.V. is € 5 miljoen en het vreemd vermogen is
€ 26 miljoen. De vooruitzichten qua financiering zijn voor 2015 hetzelfde. De N.V. streeft
naar break even in 2015.
In de vorm van aandeelhouderschap 25%. Medeaandeelhouders zijn Stadt Aachen,
Ministerium fur Wirtschaft, Mittelstand und Energy van NRW en LIOF, elk voor 25%.
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door de burgemeester. In de RvC is Heerlen vertegenwoordigd door de wethouder middelen, beheer en
onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen. De directie wordt sinds de nieuwe
strategie/structuur gevoerd door de wethouder economie, arbeidsmarkt, decentralisatie
(participatie), integraal sportbeleid en dienstverlening in een co directie functie met de
stad Aken.
De nieuwe strategie met een nieuw bestemmingsplan en extra acquisitie inspanningen aan
zowel Duitse als Nederlandse zijde blijkt zeer succesvol te zijn. Na de verkoop aan Honold
in 2013 (8 ha.) hebben de navolgende bedrijven sinds januari 2014 besloten zich op
Avantis te vestigen:
1. STS Tecom (0,4 ha. D.);
2. DocMorris (3 ha. NL);
3. DHL/DP (2 ha. D.)
4. Arion (1 ha., waarvan 0,7 NL; grenslocatie).
In ruim een jaar tijd is in totaal bijna 15 ha. op Avantis verkocht. Daarnaast hebben deze
bedrijven nog in totaal voor 4 ha. opties genomen voor toekomstige uitbreidingen. In de
geschiedenis van Avantis is dit ongekend.
Door deze bedrijven zullen op Avantis 500-600 arbeidsplaatsen worden gerealiseerd.
In financieel opzicht (omzet en liquiditeit) is in deze periode een goed resultaat geboekt.
Een groot deel van dit bedrag is evenwel nodig voor infrastructurele maatregelen ter ontsluiting van deze bedrijven.
Doordat met name aan Duitse zijde de gronden tegen lage prijzen zijn verkocht wordt
thans een discussie binnen de aandeelhouders gevoerd over de afdekking van de daardoor
ontstane tekorten in de exploitatie. Met name de gemeente Aken is hiervoor verantwoordelijk.
Industriebank LIOF N.V., Maastricht Programma Economische Stimulering
Doel
De Industriebank LIOF is de Limburgse ontwikkelingsmaatschappij. LIOF draagt bij aan
de welvaart van deze provincie door de economische structuur verder te versterken. De
industrie en stuwende dienstverlening zijn de doelgroepen waarop LIOF zich richt. Door
middel van de kerntaken Investeringsbevordering/acquisitie, Participatie, Ontwikkeling/
Innovatie en Bedrijventerreinen werkt men aan de versterking van de Limburgse structuur
en het bevorderen van de ondernemerskracht.
LIOF opereert offensief, gericht op kansen die de economische ontwikkeling op lange termijn biedt. Daarbij vervult LIOF een brugfunctie tussen overheid en bedrijfsleven.
Financieel belang
De aandelen hebben een nominale waarde van € 113,45. Heerlen bezit 215 aandelen N.V.
Industriebank LIOF. In totaal derhalve nominaal € 25.000. Deze participatie is zeer gering
op een totaal gestort aandelenkapitaal van € 53 miljoen. Met een bedrag aan reserves en
voorzieningen van ruim € 43 miljoen bedraagt het Eigen Vermogen bijna € 100 miljoen.
143
Zeggenschap
Ontwikkelingen
De economische waarde van de aandelen is bijzonder goed en voor de gemeente is het
LIOF in geen enkel opzicht een risico project.
Het Eigen Vermogen bedraagt € 97 miljoen en het vreemd vermogen ± € 60 miljoen. Voor
het begrotingsjaar 2015 wordt een geringe maar acceptabele winst verwacht.
De aandelen worden gehouden door publiekrechtelijke lichamen, te weten de Staat der
Nederlanden (94,4%), de Provincie Limburg (5,4%) en de Limburgse gemeenten en Kamer
van Koophandel (0,2%). Door het zeer geringe aandelenbezit is er in feite geen enkele
zeggenschap. Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door
wethouder economie, arbeidsmarkt, decentralisatie (participatie), integraal sportbeleid en
dienstverlening.
Het Liof loopt in haar strategisch beleid op het gebied van de taakvelden acquisitie,
ontwikkeling/innovatie en participaties in de pas met het provinciaal economisch beleid
dat met name is gericht op bepaalde speerpuntsectoren die gekoppeld zijn aan de campusontwikkelingen in Venlo (greenport), Sittard/Geleen (chemie/chemelot) en Maastricht
(health).
Voor Heerlen is van belang de “smart services” als economisch speerpunt samen met partners krachtiger neer te zetten met op termijn ook een vertaling naar een campus situatie.
Op het gebied van Innovatie ondersteunt het Liof het BIHTS project met een bedrag van
€ 1 miljoen, verdeeld over verschillende deelprojecten.
Op acquisitiegebied was het belangrijkste resultaat het grote nieuwe logistieke centrum
van Action in Midden Limburg. Heerlen was met Trilandis hiervoor ook in beeld.
Parkstad Limburg Theaters N.V., Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
Het uitdragen en verzorgen van een goed cultuurbeleid en podiumkunsten in Parkstad. Het
realiseren van de programmeerdoelstellingen.
Financieel belang
Het geplaatste en gestorte kapitaal bedraagt € 680.670 in 1.500 aandelen van € 453,78
nominaal. De gemeente Heerlen heeft 1.050 aandelen en de gemeente Kerkrade heeft
450 aandelen in haar bezit.
Bijdrage (in de vorm van subsidie) vanuit de begroting gemeente Heerlen.
Deze bijdrage is als gevolg van bezuinigingen en het hanteren van de nullijn afgenomen
van € 2.176.939 in 2009 tot een bedrag van € 2.048.939 in 2014. De bijdrage voor 2014
wordt aangevuld met een bedrag € 224.048 voor met name de uitvoering van het onderhoudsplan. Daarmee komt het totaal voor 2014 op € 2.272.987. Vanaf 2015 wordt het
bedrag met € 454.250 opgehoogd voor vervanging inventaris.
Zeggenschap
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder
financiën, beheer en mobiliteit. De Raad van Commissarissen bestaat uit: de heer mr.
B.J.M. Van Voorst tot Voorst (voorzitter), de heer T.A. Goedmakers, mevr. M.H. Dunnewijk
en mevr. G.F.E. Schouterden. De gemeente Heerlen is niet vertegenwoordigd in de Raad
van Commissarissen
Ontwikkelingen
In 2012 heeft Parkstad Limburg Theaters (PLT) op verzoek van de gemeente een instellingsbeleidsplan geschreven voor de komende beleidsperiode (2013-2016), Lentekoers
3.0. In dit meerjarenbeleidsplan heeft PLT aansluiting gezocht bij de doelstellingen van
de stad in het algemeen en die op het terrein van cultuur in het bijzonder. De Gemeente
Kerkrade heeft in het kader van haar centrumplan besloten het Theater in Kerkrade
(onderdeel van PLT) te gaan renoveren. Theater Kerkrade is tijdelijk vanaf 1 april 2014
gesloten. Momenteel worden er onderhandelingen gevoerd met PLT over hoe het Theater
in Kerkrade er in de toekomst uit komt te zien en wat er van PLT wordt verwacht in de
toekomstige exploitatie van het Theater in Kerkrade. Per 1 januari 2014 is een nieuw huurcontract met de gemeente Heerlen afgesloten. Ook zijn afspraken gemaakt over onderhoud en vervanging inventaris welke zaken zijn overgeheveld van Gemeente naar PLT.
Er hebben grote bezuinigingen plaatsgevonden op de Rijksbegroting voor de podiumkunsten. De effecten van deze bezuinigingen op de gefinancierde gezelschappen worden hard
zichtbaar. De overgebleven gezelschappen zijn bovendien ontheven van hun reisplicht
door het land. Desalniettemin slaagt PLT erin deze overgebleven Rijksgesubsidieerde
gezelschappen (veelal uniek) te behouden voor Limburg. De gemeenten en PLT staan er
voor het pluriforme programma overeind te houden. PLT doet momenteel studie naar een
verdere verruiming van de openingstijden richting 24/7.
144
Reinigingsdienst RD4 N.V., Heerlen Programma Leefomgeving
Doel
Het tot stand brengen van doelmatige, milieu hygiënische verantwoorde en marktconforme
inzameling en verwerking van afvalstoffen, het adviseren op het gebied van ontwikkeling
en implementatie van milieubeleid.
Financieel belang
Eenmalige bijdrage bij start deelneming. De gemeente Heerlen bezit 8.696 aandelen tegen
een waarde van € 4,54 welke in totaal een waarde vertegenwoordigen van € 39.461. Er
vindt geen jaarlijkse bijdrage plaats.
De N.V. heeft in 2014 over 2013 aan de gemeente Heerlen een bruto dividend van
€ 23.683 uitgekeerd.
Het eigen vermogen bedroeg ultimo 2013 € 510.000 en het vreemd vermogen bedroeg
€ 3.297.000.
Zeggenschap
Gemeente Heerlen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Voerendaal, Simpelveld, Vaals, Nuth,
Onderbanken.
De vertegenwoordiger in de AVA is wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit,
ruimtelijke ordening en wonen.
Ontwikkelingen
De strategische koers is opgebouwd uit 3 pijlers: interne optimalisatie, schaalvergroting en
meerwaarde.
Watermaatschappij Limburg (W.M.L.), Maastricht Programma Leefomgeving
Doel
WML voorziet in de behoefte aan water in de provincie Limburg en aangrenzende gebieden. WML tracht dit te bereiken door het winnen, zuiveren, opslaan, inkopen, transporteFinancieel belang
Zeggenschap
Ontwikkelingen
ren, distribueren en het leveren van water.
Boekwaarde van de aandelen is € 0,149 miljoen. Er wordt geen dividend uitgekeerd door
de WML. De gemeente heeft 31 aandelen (totaal aantal aandelen 500) in haar bezit.
WML heeft ook in financieel opzicht een goed jaar achter de rug. Het resultaat steeg van
€ 7,4 miljoen in 2012 naar € 11,6 miljoen in 2013. Dit wordt vooral veroorzaakt door
hogere bedrijfsopbrengsten (+ € 3,7 miljoen); de bedrijfslasten daalden licht met € 0,3
miljoen.
WML investeert fors in de toekomst. Het investeringsvolume steeg van € 34,1 miljoen in
2012 naar € 36 miljoen in 2013. De komende jaren wordt een verdere stijging verwacht
naar € 40 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de groei van de investeringen in het
saneren van de verouderde delen van het leidingnet.
Het eigen vermogen bedraagt € 171,5 miljoen en het lang vreemd vermogen bedraagt
€ 315,6 miljoen.
De gemeente Heerlen is vertegenwoordigd als aandeelhouder. Vertegenwoordiging in de
algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
WML heeft een waterafzet van 71,4 miljoen m3, 524.800 particuliere klanten, een omzet
van € 114,2 miljoen, 398 medewerkers in dienst, locaties: hoofdkantoor te Maastricht,
1 oppervlaktewaterproductiebedrijf in Heel, 1 oevergrondwaterwinbedrijf in Roosteren,
21 grondwaterpompstations en 4 onthardingsbedrijven in Heerlen, Hunsel, Maastricht en
Ospel, de lengte van de hoofdleiding is 8.752 kilometer.
Verschillende interne en externe ontwikkelingen hebben invloed op de toekomst van WML.
Om hiermee zo goed mogelijk om te gaan, heeft WML de volgende twee richtingen gekozen:
1. WML in control
Als bedrijfsstrategie kiezen wij voor Operational Excellence. Dit houdt in dat we staan
voor:
• Betrouwbaarheid: leverbetrouwbaarheid en constant goede kwaliteit.
• Gemak: de klant ervaart een uitstekende standaard service; het is gemakkelijk zaken
doen met WML
• Lage kosten: aanvaardbare en stabiele kosten voor de klant en een kostenbewuste
bedrijfsvoering
2. WML betrokken in de hele watercyclus
145
WML heeft veel waterkennis en de ervaring in huis om een bijdrage te leveren aan de efficiency van de hele waterketen in Limburg. WML werkt al jarenlang samen met andere organisaties op het gebied van onderzoek. Bovendien bundelt men de ervaring op het gebied
van aanleg en onderhoud van leidingen met de andere Limburgse waterpartners.
Er is een gezamenlijk belang bij een zo goed mogelijke kwaliteit van het water, meer doelmatigheid en daardoor lagere kosten. De uitdaging is om gezamenlijk ook in de toekomst
schoon drinkwater te kunnen blijven leveren.
Avantis Services B.V., Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
Partner in GOB N.V. en daarmee ook partner in de Beheers B.V. (beheer van de locatie en
te verlenen diensten)
Financieel belang
Aandelenkapitaal 33,33% € 100.000.
Het eigenvermogen van de B.V. is € 300K en er is geen vreemd vermogen. Er wordt in
2015 wederom een gering positief saldo verwacht.
Zeggenschap
In de vorm van aandeelhouder 33,33% met medeaandeelhouders Stadt Aachen en Avantis
GOB N.V. Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door de
burgemeester. In de RvC is Heerlen vertegenwoordigd door de wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen. De directie wordt sinds de
nieuwe strategie/structuur gevoerd door de wethouder Economie, arbeidsmarkt, decentralisatie (participatie), integraal sportbeleid en dienstverlening in een co directie functie met
de stad Aken.
Ontwikkelingen
Continue vinden de gebruikelijke beheers- en onderhoudswerkzaamheden plaats en worden de kosten hiervan gedekt uit de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage en de bijdragen van
de gevestigde bedrijven. De vergoedingen door het bedrijfsleven worden thans per geval
ingevuld. In dat opzicht worden met de individuele bedrijven nieuwe afspraken gemaakt
die meer beantwoorden aan de door elk individueel bedrijf gevraagde services. Op basis
daarvan worden de kosten in rekening gebracht, naast de algemene kosten die voor het
gehele terrein aan onderhoud noodzakelijk zijn. De exploitatie is niet negatief; deze zal
steeds kostendekkend blijven.
Beitel-Zuid (Bedrijventerrein Trilandis) B.V., Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
Invloed op de ontwikkeling van het bedrijventerrein en de vestiging van nieuwe bedrijven
met nieuwe werkgelegenheid met name in de value added logistieke sector. Bijkomend
doel is de daarbij horende financiële voordelen als gevolg van grondverkoop.
Financieel belang
Verstrekte rekening courant krediet voor maximaal € 8.000.000. De stand van deze lening
per 1.07.2014 is € 7.595.000. Daarbij is er ook nog een achtergestelde lening verstrekt
voor een bedrag ad € 723.871.
Het eigen vermogen bedraagt € 55,4 miljoen, het vreemd vermogen bestaat uit achtergestelde leningen voor een bedrag van € 2,6 miljoen en een rekening courant verhouding
van € 7,6 miljoen.
Er wordt zowel geen winst als verlies verwacht voor het komende jaar.
Zeggenschap
Aandeelhouder samen met ING Real Estate (voorheen 3W vastgoed) en Comox Beitel-Zuid
B.V. Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder
Economie, arbeidsmarkt, decentralisatie (participatie), integraal sportbeleid en dienstverlening, die voorzitter is.
Ontwikkelingen
Door de vestiging van een tweetal belangrijke logistieke centra van de werelwijd opererende medisch technologische bedrijven Medtronic en Abbott heeft deze locatie inmiddels
de nodige aandacht van andere bedrijven in deze sector.
Inmiddels hebben de aandeelhouders een nieuwe marketing strategie in uitvoering waarbij
sinds kort extra acquisitie inspanningen worden verricht middels een externe acquisiteur.
Het eerste resultaat is er: kort geleden heeft een medtech bedrijf de keuze voor Trilandis
gemaakt. Daarvoor zal 1 ha grond worden aangekocht. De interesse voor het terrein
neemt toe met name door de netwerk inspanningen. Voor een ander bedrijf zitten we in
concurrentie met Ierland.
Mede in verband met het per 1 november 2014 aflopende RC financieringscontract, waarover een nieuw besluit moet worden genomen, is een bijzondere ontwikkeling aan de orde.
146
De andere aandeelhouders hebben hun aandelen aan de gemeente aangeboden. Hierover
dient ook zo snel mogelijk een besluit te worden genomen mede in relatie tot genoemd financieringsconstruct. Mocht de gemeente voor 100 % eigenaar worden dan is de opheffing
van de BV ook een feit.
Werkvoorzieningsschap Oostelijk Zuid-Limburg, Heerlen Programma economische stimulering
Doel en openbaar
Gemeenschappelijk regeling met als doel uitvoering geven aan de WSW. Uitvoering geven
belang
aan de WSW, gezamenlijk voor een aantal gemeentes in het zuiden van de provincie
Limburg.
Financieel belang
Op 24 januari 2013 heeft het DB van WOZL besloten dat voor de schapslasten van de GR
WOZL en voor de exploitatiekosten van de OZL BV’s twee verschillende verdeelsleutels
gehanteerd moeten worden.
Bonus/malus
Het negatieve resultaat van de bv’s wordt verdeeld op basis van de bezetting per deelnemende gemeente (DB besluit 24 januari 2013). Het voorstel is om naast deze verdeling
een bonus/malus toe te passen naar rato van de diensten (omzet) die iedere deelnemende
gemeente afneemt bij de bv’s (DB besluit 27 februari 2014). Bij deze methodiek wordt
gekeken naar de omzet en bruto marge per gemeente in relatie tot de bezetting bij de
bv’s. Heeft een gemeente een hoger percentage aan bruto marge ten opzichte van het
percentage WSW’ers van de betreffende gemeente in de bv’s dan krijgt deze gemeente
een bonus toegewezen. Deze bonus wordt verrekend met het aandeel in het resultaat.
Bij een lager percentage in de bruto marge geldt het omgekeerde en wordt aan de betreffende gemeente een malus toegerekend.
Verdeelsleutel 2015
Bedrijfsvoering:
Brunssum
470,38
11,78%
Gulpen-Wittem
113,72
2,85%
Heerlen
1.337,46
33,50%
Kerkrade
959,1
24,02%
Landgraaf
525,18
13,16%
Nuth
122,13
3,06%
Onderbanken
90,15
2,26%
Simpelveld
120,82
3,03%
Vaals
73,81
1,85%
Valkenburg
102,49
2,57%
Voerendaal
76,87
1,93%
totaal
3.992,11
100,00%
Exploitatiekosten:
Brunssum
Gulpen-Wittem
Heerlen
Kerkrade
Landgraaf
Nuth
Onderbanken
Simpelveld
Vaals
Valkenburg
Voerendaal
totaal
435,68
95,81
1.127,48
879,41
468,44
92,6
87,24
108,55
69,56
68,42
63,98
3497,18
Het eigenvermogen was begin 2014 € 6.191.000
Er was begin 2014 geen vreemd vermogen.
Tekort 2015 GR WOZL € 9.057.000
(Aandeel Heerlen hierin 32% €2.898.000)
147
12,46%
2,74%
32,24%
25,15%
13,39%
2,65%
2,49%
3,10%
1,99%
1,96%
1,83%
100,00%
Zeggenschap
Binnen de GR WOZL hebben alle 11 deelnemende gemeenten zitting in het Dagelijks
Bestuur (DB) en in het Algemeen Bestuur (AB).
Voorzitter AB en DB: wethouder economie, arbeidsmarkt, decentralisatie (participatie),
integraal sportbeleid en dienstverlening.
Het stemrecht binnen het DB is als volgt; één stem per DB-lid.
Het stemrecht binnen het AB is gewogen, ieder lid van het AB heeft één stem, vermeerderd met één stem per 15.000 inwoners of gedeelte daarvan.
Ontwikkelingen
WOZL richt zich op de onderdelen “beschut” en “detachering”. De overige onderdelen worden vervreemd. Het onderdeel “groen” wordt voor het deel dat het groenonderhoud van
de gemeente Heerlen betreft, overgenomen door het nieuw op te richten “Gemeentelijk
werkbedrijf”. Door de veranderende wet- en regelgeving (Participatiewet) is een totale
herijking van de uitvoeringsstructuur onderkant arbeidsmarkt noodzakelijk. Eind 2013 is
bestuurlijk de opdracht gegeven voor de uitvoer van dit onderzoek. De (her)positionering
van de GR-WOZL wordt hierin betrokken. In opdracht van het portefeuillehouders overleg
Arbeidsmarktbeleid is dit in 2014 uitgevoerd. Het rapport is opgeleverd op 23 september
2014. Besluitvorming rond de uitwerking en adviezen van het rapport worden eind 2014 in
gang gezet.
Technohouse B.V., Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
B.V. Technohouse exploiteert op het bedrijventerrein Coriopolis een bedrijfsverzamelge-
Financieel belang
Zeggenschap
Ontwikkelingen
bouw voor techno starters en doorstarters en heeft tot doel de link tussen bedrijfsleven en
kennisinstellingen op dat terrein mede gestalte te geven en aantrekkelijke huisvesting te
bieden tegen een redelijke prijs met service pakket en flexibiliteit; daarmee stimuleren van
het zelfstandig ondernemerschap.
Aandelenkapitaal is als volgt verdeeld N.V. Industriebank LIOF 93,2% (15.784 aandelen)
en gemeente Heerlen 6,8% (1.152 aandelen). Het geplaatste en gestort aandelenkapitaal
bedraagt € 1.693.651. De nominale waarde per aandeel bedraagt € 100. Het EV bedroeg
per 01-01-2014 een bedrag van ruim € 700.000 negatief. Door gedeeltelijk verkoop van
het gebouw zal dit kunnen worden omgebogen naar een positief EV per 01-01-2015. Het
VV is een leenovereenkomst met LIOF voor een bedrag van ruim € 3 miljoen.
De wethouder wethouder economie, arbeidsmarkt, decentralisatie (participatie), integraal
sportbeleid en dienstverlening vertegenwoordigt de gemeente in de algemene vergadering van aandeelhouders. Namens de gemeente is de heer Hol lid van de Raad van
Commissarissen.
Begin 2014 is 1/3 deel van het gebouw afgesplitst en verkocht aan een particuliere
investeerder voor € 2,2 miljoen. De rest van het gebouw wordt geëxploiteerd door Liof
Bedrijvencentra B.V. De exploitatie van het gebouw verloopt moeizaam. Getracht wordt
dit gebouw te verkopen. In ieder geval is voor de exploitatie van alle Bedrijvencentra
van het LIOF een private partij gevonden die 80% van de aandelen over gaat nemen. De
verwachting is een positief exploitatie saldo voor 2014; ook zal de ontwikkeling bij LIOF
Bedrijvencentra wellicht tot een herziening leiden van de gemeentelijke aandeelhouderspositie. Dit is nog onduidelijk.
Nazorg Limburg B.V., Maastricht Programma Leefomgeving
Doel
Het aanbrengen en in stand houden van een voldoende voorzieningenniveau op stortplaatsen voor afval na beëindiging van de exploitatie alsmede het verwerven, vervreemden, huren, beheren en exploiteren van onroerende zaken die verband houden met en/of
betrekking hebben op deze stortplaatsen.
Financieel belang
De bijdrage wordt betaald uit de afvalstoffenheffing met een bedrag van een 0,25 per
inwoner gedurende 10 jaar.
Het eigen vermogen was ultimo 2013 € 2.093.000 en het vreemd vermogen (veelal voorziening) bedroeg € 19.736.000.
Zeggenschap
Limburgse gemeenten (100%). Deelname in Algemene Vergadering van Aandeelhouders
door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening.
148
Ontwikkelingen
Door opbouw van de voorziening wordt ervoor gezorgd dat de stortplaatsen na beëindiging
beheerd en onderhouden kunnen worden. De financiële kaders worden door de aandeelhouders bepaald.
De risico’s worden afgedekt doordat een voorziening wordt gecreëerd om de nazorgverplichtingen in de toekomst te kunnen voldoen. Het doelvermogen is in 2013 vastgesteld op
€ 18.800.000.
Schaesbergerveld B.V., Heerlen Programma Ruimtelijke Ontwikkeling
Doel
Het doel van het samenwerkingsverband is: het ontwikkelen (bouw-/woonrijp maken),
zodanig saneren, slopen van opstallen, exploiteren, kopen en verkopen van gronden, alles
ter voorbereiding van en gericht op het mogelijk maken van de bouw van voor bewoning
bestemde gebouwen op gronden en wel in het gebied Schaesbergerveld (omgeven door
de Heuvelweg en Schandelerboord) te Heerlen. Deze B.V. is tevens opgericht om voor de
ontwikkeling van het gebied Schaesbergerveld als gemeentelijke B.V. deel te nemen in de
V.O.F. Ontwikkelingsmaatschappij Schaesbergerveld (vof OMS). Dit ter beperking van de
financiële aansprakelijkheid bij deconfiture (faillissement).
Openbaar belang
Ontwikkeling van hoogwaardige woningen in het midden segment in een herstructureringswijk die zich kenmerkt door een woningvoorraad die met name bestaat uit sociale
huurwoningen.
Financieel belang
Verkrijgingprijs € 45.381 de boekwaarde ultimo 2012 was € 45.381 en er is een rekening
courant verhouding van € 1.148.951 (excl. rentevergoeding).
Zeggenschap
Ontwikkelingen
Het eigenvermogen per 01-01-2015 bedraagt € 193.251 negatief. Het eigen vermogen per
31-12-2015 is onbekend en afhankelijk van te maken keuzen en al dan niet optreden van
risico’s.
Gemeente Heerlen 100% aandeelhouder. Met het afdelingshoofd Stadsplanning als directeur van Schaesbergerveld B.V. en de wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen als aandeelhouder.
Fase 1, 2 en 3a: bouw gereed. Fase 3b: opgesplist in 2 delen (8 en 7 woningen). 1e deel
gereed eind 2012. 2e nog geen zicht op realisatie gezien de markt. Er vindt momenteel
een herbezinning plaats op de ontwikkeling van fase 4. Hier waren een 4-tal woontorens
gepland -in het groengebied aan de rand van het plangebied- voor in totaliteit 83 appartementen. Echter, door de gewijzigde marktsituatie (geringe afzetmogelijkheden a.g.v. economische crisis) en de krimpsituatie in Parkstad (beleidsmatig willen we geen woningbouw
meer ten koste van groen), ligt de vraag voor of de ontwikkeling van de geplande appartementen (in deze aantallen) moet worden doorgezet. Alternatieve ontwikkelen buiten het
projectgebied bieden geen soelaas voor lagere opbrengsten. Slokker wordt verzocht om
alternatieve plannen voor fase 4A en 4B te ontwikkelen.
Holding Roda Kerkrade N.V./ Stichting AK, Kerkrade Programma Economische Stimulering
Doel
Het altijd durende recht dat het stadion van voetbalclub Roda JC de naam “Parkstad
Limburg Stadion” draagt.
Financieel belang
De gemeente participeert voor 4,27% stichting Administratie Kantoor voorheen Holding
Roda Kerkrade N.V. Deze certificaten hebben geen marktwaarde.
Zeggenschap
4,27% belang en de invloed van de gemeente Heerlen is zo goed als nihil. Gemeente
Heerlen wordt vertegenwoordigd door de wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
Ontwikkelingen
Op dit moment zijn er geen nieuwe ontwikkelingen te vermelden.
Parkstad Limburg, Heerlen Programma Bestuur en Dienstverlening
Doel
Economische structuurversterking. Parkstad loopt op diverse kernindicatoren achter op
landelijke gemiddelden. Denk hierbij aan gemiddeld inkomen, economische participatiegraad, opleidingsniveau en de gemiddelde prijs van een woning. Dit gecombineerd met
de demografie van het gebied biedt kansen maar dwingt ook tot een gestructureerde,
centraal geregisseerde aanpak van de economische ontwikkeling van de regio Parkstad
Limburg.
149
Financieel belang
Zeggenschap
Ontwikkelingen
Na een periode waarin wij als WGR+ regio zeer belangrijke beleidsfundamenten via de
Parkstadraad hebben vastgesteld op het gebied van onder andere wonen, economie,
ruimte en bereikbaarheid is in 2013 besloten dat het tijd was voor uitvoering en dus een
GR van Colleges. Een GR die er wel voor zorgt dat de gemeenteraden in positie blijven en
via regiodagen hun gezamenlijkheid kunnen borgen. Met die nieuwe GR zijn wij in 2014
aan de slag gegaan en zijn de bestuurscommissie vanuit de diverse Colleges bemand.
Het doel is onveranderd gebleven de scope (tot nu toe ruimtelijk-economisch) wordt
echter steeds breder, denk aan de ontwikkelingen in het sociale domein. Niet dat de regio
daarover gaat maar de regio wordt nu wel de plek waar de samenwerkende gemeenten
hierover afspraken kunnen maken.
De bijdrage van Heerlen aan de Stadsregio in 2015 is € 1.719.000.
Het bestuur van de WGR Stadsregio Parkstad Limburg bestaat uit een Algemeen Bestuur
en een Dagelijks Bestuur beide gevormd door de Burgemeesters van de samenwerkende
gemeenten. Het AB/DB richten zich vooral op de formele GR zaken. Binnen de GR zijn
bestuurscommissies gevormd door de colleges van B&W van de deelnemende gemeenten.
Dit is waar de inhoud wordt besproken en bepaald in tegenstelling tot het oude model
waar de focus lag op het dagelijks bestuur. De colleges dragen bevoegdheden over aan
de bestuurscommissies of geven opdrachten. Deze worden door de bestuurscommissies
uitgevoerd, zij verantwoorden zich via de wethouders die deel uitmaken van de bestuurscommissie richting de colleges en gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
Omdat er geen sprake is van overdracht van raadsbevoegdheden zullen besluiten die de
gemeenteraden aangaan ook via de afzonderlijke gemeenteraden genomen moeten worden.
In 2013 is de vernieuwde GR-Stadsregio Parkstad Limburg door de 8 deelnemende gemeenteraden vastgesteld met de nieuwe bestuurlijke structuur en de aangepaste ambitie
(van beleid naar uitvoering). De gemeenten moeten het gaan doen en de gemeenten bepalen de agenda, zij kijken daarbij breder dan alleen ruimte en economie. Dit vereist ook
dat wij onze regionale strategische agenda actualiseren (2014) en uitdragen (2015). Op
het gebied van organisatieontwikkeling is in 2014 begonnen aan de transformatie van de
Parkstadorganisatie naar een bestuurscommissie ondersteunende orgaan, dat proces loopt
nog een paar jaar door.
Gemeenschappelijke Gezondheids Dienst Zuid-Limburg, de vestigingsplaats (van het openbaar lichaam)
is volgens de Gemeenschappelijke regeling Maastricht. De hoofdvestiging (locatie) is Geleen. Programma
Sociale Infrastructuur
Doel
De GGD geeft uitvoering aan de Wet Publieke gezondheid namens de 18 Zuid-Limburgse
gemeenten. Het openbaar belang is collectieve gezondheid.
Financieel belang
In totale begrote inkomsten voor de GGD voor 2015 bedragen € 37.694.098. De gemeentelijke bijdrage hiervan is € 12.653.352. De bijdrage die voor de gemeente Heerlen voor
2015 begroot is, bedraagt € 1.382.974 (BWB-14000752).
De GGD had begin 2014 een eigen vermogen van €4.983.998 en eind 2014 een eigen
vermogen € 4.033.098. Het vreemd vermogen bedroeg begin 2014 € 20.599.749 en eind
2014 € 18.752.102.
Het geraamde resultaat bij de GGD is nul.
Zeggenschap
De GGD Zuid-Limburg is een Gemeenschappelijke Regeling die is ingesteld door 18 gemeenten in Zuid-Limburg, te weten: Beek, Brunssum, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade,
Landgraaf, Maastricht, Eijsden-Margraten, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen,
Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg a/d Geul en Voerendaal.
Conform de wettelijke bepaling in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen bestaat de
bestuursstructuur uit een Algemeen Bestuur (AB), een Dagelijks Bestuur (DB) en een
voorzitter.
Bestuurlijke afvaardiging gemeente Heerlen voor 2015
Alle deelnemende gemeenten vaardigen een bestuurder af voor in het AB, leden
van het DB worden gekozen door het AB. Wethouder 3D, Welzijn, Armoedebeleid en
Herstructurering maakt ook de komende 4 jaar weer deel uit van het DB en het AB van de
GGD ZL. Hiernaast is onze wethouder voorzitter van de financiële commissie.
150
Ontwikkelingen
a. Bezuinigingstaakstelling
2015 is het laatste jaar van de beleidsperiode 2012-2015 waarin er door de GGD gewerkt
is aan een bezuinigingstaakstelling en andere manier van werken. Zoals het er nu uitziet
zal ook in 2015 de bezuinigingstaakstelling gehaald worden, maar dit hangt nauw samen
met het realiseren van een duurzamere en goedkopere huisvesting.
b. Huisvesting
De afgelopen jaren zijn gebruikt om het dossier huisvesting duurzaam op te pakken. Dit
heeft dan ook geleid tot een Europese aanbesteding om nieuwbouw in Heerlen te realiseren, begin 2014 is er door het AB gegund. Tevens is er door het AB besloten dat de
panden van de GGD afgewaardeerd zullen worden, waarbij de gemeenten aan de lat staan
om deze onkosten te betalen. In het traject na de gunning is het niet mogelijk gebleken
om deze gunning gestand te houden door de projectontwikkelaar, waardoor de gunning
ontbonden is. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar alternatieven. Dit kan in
2015 gevolgen hebben voor het realiseren van de bezuinigingstaakstelling.
c. Decentralisaties
De decentralisatie van taken in het sociale domein gaat onverminderd door. Per 1 januari
2015 worden de Jeugdwet, de nieuwe Wmo en de Participatiewet van kracht. Door deze
decentralisaties verandert de rol van de gemeente de komende periode steeds meer.
Heerlen wordt immers steeds meer “financier” van zorg en gezondheidszorg. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat Heerlen, samen met de GGD op zoek is naar een toekomstbestendige manier van samenwerken, al dan niet in een GR.
Kredietbank Limburg, Heerlen/Sittard Programma Sociale Infrastructuur
Doel
De Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in
Limburg” heeft tot doel:
a. hulp te verlenen aan burgers die door hun schuldenlast in maatschappelijke problemen
zijn of kunnen komen, door middel van schuldhulpverlening;
b. hulp te verlenen aan burgers die zelf niet in staat zijn hun financiële zaken te behartigen, hetzij door middel van budgetbeheer, hetzij door middel van beschermingsbewind;
c. het op een verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan krediet, door middel van
sociale kredietverlening.
De Kredietbank Limburg tracht deze doelen te bereiken door:
a. het verrichten van hulpverlenende, bemiddelende, sanerende en voorlichtende werkzaamheden;
b. het op een maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken van geldleningen;
c. het verrichten van alle handelingen die met de doelstellingen verband houden of daarvoor bevorderlijk kunnen zijn.
Het openbaar belang dat wordt behartigd: de KBL is een maatschappelijke instelling voor
hulp bij schulden, voorkomen van schulden, budgetbeheer, beschermingsbewind en sociale
kredietverlening.
Financieel belang
Jaar 2013 resultaat € 83K en DVO Heerlen € 1,25 miljoen.
Jaar 2014 resultaat van € 6K (schatting) en DVO van € 1,2 miljoen.
Jaar 2015 resultaat van € 198K (schatting) en DVO nog te bepalen.
Geraamde veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2015 in het belang dat de provincie of gemeente in de verbonden partij heeft: Het sociale domein gaat veranderen. Door
de drie decentralisaties (‘3D’) staan alle uitvoerende taken in het sociale domein in 2015
opnieuw ter discussie. Dat geld ook voor schuldhulpverlening. Dit wordt momenteel onderzocht en zal in de loop van 2015 duidelijk worden.
Het eigen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar 2015: eigen vermogen per 1 januari € 219.000, eigen vermogen
per 31 december € 417.000.
Zeggenschap
De gemeenschappelijke regeling kent een algemeen en een dagelijks bestuur. De leden
van het algemeen bestuur worden aangewezen door de raden van de gemeenten: één lid
per elk 45.000 inwoners of gedeelte daarvan. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en ten hoogste vijf leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, met dien
verstande dat geen van de gemeenten met meer dan één lid is vertegenwoordigd. De
wethouder 3d, welzijn, armoedebeleid en herstructurering vertegenwoordigt Heerlen.
151
Ontwikkelingen
Het sociale domein verandert. Alle uitvoerende taken worden ter discussie gesteld. Dat
geld ook voor schuldhulpverlening. Dit wordt momenteel onderzocht en zal in de loop van
2015 duidelijk worden.
Mijnwater B.V., Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
Mijnwater b.v. is in 2013 opgericht door de gemeente Heerlen. In de statuten van de onderneming zijn de volgende doelen vastgelegd:
Doelstelling 1: Het leveren van een bijdrage aan de vermindering van de CO2 uitstoot in
Heerlen.
Doelstelling 2: Eerherstel van het mijnverleden door het merk Mijnwater als infrastructuur
voor duurzame energie positief te profileren.
Doelstelling 3: Het stimuleren van innovatie in toepassingen van duurzame energie in de
gebouwde omgeving als hefboom voor economische ontwikkeling.
Doelstelling 4: Het organiseren van een economisch rendabele bedrijfsvoering teneinde de
continuïteit van de duurzame energievoorziening te kunnen garanderen.
Openbaar belang is: Verduurzaming van de gebouwde omgeving.
Financieel belang
De gemeente heeft een aandelenkapitaal van € 5.100.001.
Daarnaast heeft de gemeente een lening aan Mijnwater BV verleend in de vorm van een
bouwkrediet. De maximale kredietruimte bedraagt € 10.000.000.
Er worden geen veranderingen verwacht in het financieel belang.
Het eigen vermogen bedraagt € 5.100.001. Dit zal naar verwachting aan het eind van het
Zeggenschap
Ontwikkelingen
begrotingsjaar ongewijzigd zijn.
Vreemd vermogen kan oplopen tot € 10.000.000 (gem.) plus € 1.000.000 (LEF).
Voor 2015 is de prognose een positief resultaat van € 129.016 (na belastingen).
De gemeente Heerlen is enig aandeelhouder. De aandeelhouder wordt vertegenwoordigt
door wethouder integraal jeugdbeleid, onderwijs, cultureel erfgoed en duurzaamheid De
RvC bestaat uit de wethouder economie, arbeidsmarkt, decentralisatie (participatie),
integraal sportbeleid en dienstverlening en wethouder middelen, beheer en onderhoud,
mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
In 2014 heeft Mijnwater BV vijf aansluitingen (klanten) gerealiseerd. In 2015 wordt ingezet op de uitbreiding van het aansluitingen met 8 nieuwe aansluitingen. In 2015 zullen de
benodigde overeenkomsten worden afgesloten. Deels zullen deze aansluitingen in 2015
feitelijk worden gerealiseerd, deels zullen deze in 2016 gereed komen.
Stichting Isidoor Programma, Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
Samenwerking op het gebied van telecommunicatie, informatietechnologie en overige
diensten. Dit initiatief van de gemeente Heerlen en de provincie Limburg heeft in 2005 geresulteerd in de aanleg van een groot glasvezelnetwerk in Zuid-Limburg (via de gelieerde
stichting Isilinx).
Financieel belang
Er is eenmalig € 15.000 geïnvesteerd als procesgeld.
Zeggenschap
Vertegenwoordiging in het stichtingsbestuur door de wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
Ontwikkelingen
De stichting Isidoor is niet actief en zal dat ook niet meer worden. Momenteel worden de
mogelijkheden tot opheffing van de stichting bekeken. De opbouw van het glasvezelnetwerk wordt verricht door de stichting Isilinx. Zo heeft Isilinx onder meer zorg gedragen
voor de glasvezelverbinding op Avantis.
Stichting WTC Heerlen-Aachen, Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
De exploitatie van een World Trade Center-concept met een optimale dienstverlening op
het gebied van handelsbevordering aan het euregionale bedrijfsleven alsmede het bieden
van hoogwaardige bedrijfsruimte aan het internationale bedrijfsleven in de kantorensfeer.
Financieel belang
Als eigenaar de waarde van de WTC-licentie ingebracht; in de voorbereiding een bedrag
beschikbaar gesteld van € 300.000.
Het eigenvermogen bedraagt € 74K en de stichting heeft geen vreemd vermogen. Het
resultaat voor 2015 mogelijk negatief.
152
Zeggenschap
Ontwikkelingen
Als licentiehouder is de wethouder economie, arbeidsmarkt, decentralisatie (participatie),
integraal sportbeleid en dienstverlening lid van het bestuur van de stichting. De wethouder
middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen vertegenwoordigt de gemeente in de RvC van de exploitatie BV.
Al enkele jaren functioneert het WTC Heerlen-Aachen vanuit een kantoorgebouw van circa
6.000 m2 op Avantis als gebouw beheerder en verlener van diensten aan het zittende bedrijfsleven.
Door de vastgoed crisis is de uitbreiding van het WTC op Avantis voorlopig niet meer in
beeld en is gekozen voor een vestiging van een dependance op de RWTH campus in Aken.
Van daar uit worden nieuwe contacten gelegd met zowel de spin off van de RWTH als ook
de vastgoed partijen die verantwoordelijk zijn voor de cluster ontwikkeling. Het exploiteren
van een WTC (ook elders is dat het geval) blijft zonder overheidssteun een lastige zaak.
Verschillende activiteiten en initiatieven hebben tot op heden in financieel opzicht nog geen
echt resultaat gehad. In 2015 zal bij een zelfde situatie een beslissing moeten worden
genomen over het voortbestaan van het WTC project. De signalen zijn niet echt positief.
Stichting Centrummanagement Heerlen-centrum, Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
Het op een bedrijfsmatige manier verder ontwikkelen, beheren en daardoor vergroten van
de concurrentiekracht van het kernwinkelgebied te Heerlen.
Financieel belang
In totaal € 56.444 (€ 28.084 betreft gemeentelijke subsidie, de indirecte ondernemersbijdrage via de precarioheffing bedraagt € 28.360).
Zeggenschap
Namens het college van B en W participeren de wethouder economie, arbeidsmarkt,
decentralisatie (participatie), integraal sportbeleid en dienstverlening en de wethouder
centrumontwikkeling, cultuur, integraal ouderbeleid en buurtgericht werken in het bestuur
van de stichting; zij worden ondersteund door een ambtelijke afgevaardiging (zonder
stemrecht).
Ontwikkelingen
Het aantal ondernemers dat zitting heeft in het centrummanagement is uitgebreid met
twee nieuwe leden. Tevens is er een nieuwe voorzitter voor de stichting aangetreden.
Stichting Centrummanagement Hoensbroek, Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
Het op een bedrijfsmatige manier verder ontwikkelen, beheren en daardoor vergroten
van de concurrentiekracht van het kernwinkelgebied te Hoensbroek-centrum alsmede de
toegangsradialen, het mede zorgdragen voor een integraal beheer van de aldaar gelegen
openbare ruimten en het streven naar verbetering van het woon-, werk- en leefklimaat in
het gebied.
Financieel belang
Bijdrage van € 12.982.
Zeggenschap
De gemeente Heerlen levert één bestuurlijke afgevaardigde (de wethouder 3d, welzijn,
armoedebeleid en herstructurering en één ambtelijke afgevaardigde voor het bestuur van
de stichting.
Ontwikkelingen
Het centrummanagement is nauw betrokken bij de planvorming voor het centrum van
Hoensbroek, zowel voor de herinrichting van de openbare ruimte als bij de detailhandelsvisie die momenteel wordt opgesteld.
Stichting Centrummanagement Heerlerbaan, Heerlen Programma Economische Stimulering
Doel
Het op een bedrijfsmatige manier verder ontwikkelen, beheren en daardoor vergroten
van de concurrentiekracht van het kernwinkelgebied te Heerlerbaan-centrum alsmede de
toegangsradialen, het mede zorgdragen voor een integraal beheer van de aldaar gelegen
openbare ruimten en het streven naar verbetering van het woon-, werk- en leefklimaat in
het gebied.
Financieel belang
Bijdrage van € 1.000.
Zeggenschap
De gemeente Heerlen levert één bestuurlijke afgevaardigde (de wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen) en één ambtelijke afgevaardigde voor het bestuur van de stichting.
Ontwikkelingen
De stichting leidt op dit moment een slapend bestaan.
153
Enexis Holding N.V., ’s-Hertogenbosch Programma: Bestuur en Dienstverlening
Doel
Als gevolg van de invoering van de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) in Nederland is
Essent gesplitst in een Netwerkbedrijf en een Productie- en Levering Bedrijf.
De vennootschap heeft ten doel:
 het (doen) distribueren en het (doen) transporteren van energie, zoals elektriciteit,
gas, warmte en (warm) water;
 het instandhouden, (doen) beheren, doen) exploiteren en (doen) uitbreiden van distributie en transportnetten met annexen voor energie;
 het doen uitvoeren van alle taken die ingevolge de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet
zijn toebedeeld aan een netbeheerder zoals daarin bedoeld;
 het binnen de wettelijke grenzen ontplooien van andere operationele en ondersteunende activiteiten.
De gemeente tracht met haar aandeelhouderschap de publieke belangen te behartigen. Enexis Holding NV opereert in een gereguleerde markt, onder toezicht van de
Energiekamer
Financieel belang
0,20834% (procentuele participatie voortvloeiend uit aandelenbezit voormalig Essent
(311.850 aandelen). Over het boekjaar 2013 werd in 2014 een dividend uitgekeerd van
€ 249K ten behoeve van de gemeente Heerlen.
Voor de begroting 2015 is een bedrag aan dividend geraamd van € 0,67 per aandeel. Dit
betekent voor een totaalbedrag van € 209K.
Het jaarrekeningresultaat van Enexis over 2013 bedroeg € 239,1 miljoen winst. Het
Zeggenschap
Ontwikkelingen
eigenvermogen bij aanvang 2013 was € 3.244 miljoen en per ultimo € 3.370 miljoen. Het
vreemd vermogen begin 2013 was € 3.779 miljoen en per ultimo € 2.895 miljoen.
De verwachte omvang van het eigenvermogen begin 2015 is € 3.500 miljoen en per ultimo
€ 3.625 miljoen. Er is momenteel geen reële schatting van het vreemd vermogen voor
2015 voorhanden. De verwachte omvang van het financiële resultaat is € 200 miljoen.
De gemeente Heerlen is vertegenwoordigd als aandeelhouder. Voor de rest heeft de gemeente als aandeelhouder geen echte invloed op de te volgen strategie door Essent. De
krachten van alle Limburgse aandeelhouders zijn wel gebundeld in de VEGAL. Deze vereniging blijft van kracht daar de gemeente aandeelhouder blijft van Enexis (netwerkbedrijf),
Essent Milieu en diverse BV’s waarin de SPV’s worden verwerkt.
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
Er wordt teruggekeken op een goed eerste halfjaar van 2014, met het werkpakket dat op
schema ligt en solide financiële resultaten. Een punt van zorg is het toegenomen aantal
kleine ongevallen in het eerste halfjaar. De uitvoering van het geplande werkpakket van
Enexis ligt op schema. Het gaat voor geheel 2014 om een programma met een totale
waarde van ruim € 600 miljoen. Het aandeel daarin van de klantgedreven investeringen
blijft in het eerste halfjaar van 2014 achter ten opzichte van de planning, maar ook ten
opzichte van het eerste halfjaar 2013.
Herstel van de economie blijkt vooralsnog niet uit de vraag van klanten naar netwerkuitbreiding. Een deel van de daarvoor gereserveerde capaciteit wordt gebruikt voor additionele investeringen in de verbetering van de netten, waaronder de vervanging van grijs
gietijzeren gasleidingen. Daarbij is voor de uitvoering een groter beroep gedaan op de
eigen organisatie, zonder de positie van de regelmatig voor Enexis werkzame aannemers
uit het oog te verliezen.
De omzet is over het eerste halfjaar met 1% gestegen ten opzichte van de vergelijkbare
periode in 2013 naar € 696,1 miljoen (halfjaar 2013: € 688,5 miljoen). Dat is hoofdzakelijk het gevolg van de per 1 januari ingevoerde beperkte tariefverhoging, waar het voor
Enexis mogelijk was haar tarieven te laten stijgen als gevolg van de bescheiden tariefontwikkeling in voorgaande jaren. De nettowinst was over dezelfde periode met € 135,7
miljoen, hoger dan die over het eerste halfjaar 2013 (€ 124,0 miljoen). Redenen daarvoor
waren, naast voorgenoemde omzetstijging, onder meer kostenbeheersing, een geleidelijke
productiviteitsverhoging en eenmalige kosten in 2013, waaronder hogere rentekosten.
Het aantal storingen lag in het eerste halfjaar van 2014 duidelijk lager dan in dezelfde
periode van 2013.
154
De uitvalduur voor gas steeg naar 54 seconden per aansluiting (halfjaar 2013: 20 seconden), waarvan 35 seconden worden verklaard door een grote gasstoring in Enschede in
juni 2014.
Op 10 april 2014 gingen de aandeelhouders akkoord met een vernieuwd strategisch plan
van Enexis waarin een duidelijk accent gelegd is op duurzaamheid, in lijn met de afspraken
in het Energieakkoord. Zo heeft het Enexis-programma ‘Buurkracht’, dat beoogt bewoners
van wijken met kennis en praktische hulp te ondersteunen bij energiebesparing, in het
eerste halfjaar veel succes geoogst. Er zijn inmiddels 29 wijken bij het programma betrokken.
Vordering op Enexis B.V., ’s-Hertogenbosch programma: Bestuur en Dienstverlening
Doel
Als gevolg van de invoering van de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) in Nederland is
Essent gesplitst in een Netwerkbedrijf en een Productie- en Levering Bedrijf.
Essent heeft een herstructurering doorgevoerd waarbij de economische eigendom van de
gas- en elektriciteitsnetten binnen de Essent-groep zijn verkocht en overgedragen aan
Enexis tegen de geschatte fair market value. Omdat Enexis BV destijds over onvoldoende
contante middelen beschikte om de koopprijs hiervoor te betalen is deze onverschuldigd
gebleven en omgezet in een lening van Essent Nederland BV.
Op basis van de aanwijzing van de Minister van Economische Zaken is een bedrag van
€ 350 miljoen geoormerkt als achtergesteld ten behoeve van mogelijke toekomstige conversie naar het eigen vermogen van Enexis.
Financieel belang
Zeggenschap
Ontwikkelingen
0,20834% (procentuele participatie voortvloeiend uit aandelenbezit voormalig Essent
(311.850 aandelen).
De totale vordering bedroeg voor Heerlen € 3,750 miljoen:
€ 1.041.707 rente 4,65% af te lossen 2016
€ 729.195 rente 7,20% af te lossen 2019
Er resteert nog een vordering per 31-12-2014 € 1,771 miljoen
Uit het Heerlense aandeel van de bruglening is een rendement/intrest ontvangen van € 0,1
miljoen in 2014.
Het jaarrekeningresultaat over 2013 was € 12K negatief. Het eigen vermogen aanvang
2013 was € 94K en per ultimo € 82K. Het vreemd vermogen was begin 2013 € 1,367 miljoen en per ultimo € 862 miljoen. De verwachte omvang van het eigenvermogen aanvang
2015 is € 72K en per ultimo € 62K. Het verwachte vreemd vermogen wordt zowel bij aanvang als ultimo 2015 geschat op €862 miljoen. De verwachte omvang van het financiële
resultaat is € 10K negatief
De gemeente Heerlen is vertegenwoordigd als aandeelhouder. Voor de rest heeft de gemeente als aandeelhouder geen echte invloed op de te volgen strategie door Essent. De
krachten van alle Limburgse aandeelhouders zijn wel gebundeld in de VEGAL. Deze vereniging blijft van kracht daar de gemeente aandeelhouder blijft van Enexis (netwerkbedrijf),
Essent Milieu en diverse BV’s waarin de SPV’s worden verwerkt.
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
a. Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (ongeveer
€ 0,100 miljoen), art 2:81 BW.
b. Daarnaast loopt vordering op Enexis BV beheerst geachte risico’s op Enexis Holding NV
voor de niet-tijdige betaling van rente en/of aflossing en, in het ergste geval, faillissement
van Enexis Holding NV.
De omvang van het Vreemd Vermogen is zowel aan het begin en het eind van 2015 € 862
miljoen. In de afgelopen jaren heeft Enexis gebruik gemaakt van de mogelijkheid om
vervroegd af te lossen. We hebben geen aanwijzingen dat in 2015 opnieuw van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. Vandaar dat de bedragen begin en eind 2015 dezelfde
zijn.
155
Cross Border Lease Vennootschaps B.V., ’s-Hertogenbosch Programma: Bestuur en Dienstverlening
Doel
De functie van deze CBL Vennootschap BV is dat zij de verkopende aandeelhouders zal
vertegenwoordigen als medebeheerder (naast RWE, Seis en Essent) van het CBL Fonds
en in eventuele andere relevante CBL-aangelegenheden en zal fungeren als “doorgeefluik”
voor betalingen namens aandeelhouders in en uit het CBL Fonds. Ter voorkoming van misverstanden: het CBL Fonds zelf is niets meer dan een bankrekening die zal worden aangehouden bij een gerenommeerde bank waarop het afgesproken bedrag zal worden gestort
en aangehouden. Voor zover na beëindiging van alle CBLs en de betaling uit het CBL Fonds
van de daarmee corresponderende voortijdige beëindigingvergoedingen nog geld overblijft
in het CBL Fonds, wordt het resterende bedrag weer in de verhouding 50%-50% verdeeld
tussen RWE en verkopende aandeelhouders.
Naast het feit dat deelname in CBL Vennootschap BV de noodzakelijke randvoorwaarden
creëert voor maximalisatie van de verkoopopbrengst van Essent en een optimale (financiële) risicoafdekking voor eventuele aansprakelijkheid van de publieke aandeelhouders,
is het deelnemen door de verkopende aandeelhouders in CBL Vennootschap BV om de
volgende redenen in het openbaar belang:
Redenen waarom het medebeheer van het CBL Fonds en de vertegenwoordiging inzake
CBL aangelegenheden door de verkopende aandeelhouders wordt gebundeld in CBL
Vennootschap BV en niet individueel wordt gedaan door ongeveer 140 aandeelhouders zijn
gelegen in argumenten van flexibiliteit, eenvoudiger coördinatie en beheersbaarheid. Het is
in de praktijk vrijwel ondoenlijk om met ongeveer 140 separate partijen het (mede)beheer
Financieel belang
Zeggenschap
Ontwikkelingen
te voeren over een fonds. Ook in de context van communicatie over, en besluitvorming
met betrekking tot, de onderliggende CBL’s zelf, is het efficiënter, sneller en goedkoper om
met één partij van doen te hebben in plaats van met ongeveer 140.
Deze argumenten van eenvoudiger coördinatie en efficiëntie gelden niet alleen in de relatie
tussen de aandeelhouders onderling, maar zijn ook aspecten die door Essent, Enexis en
RWE als van wezenlijk belang voor de toekomstige verhouding worden beschouwd.
Hoewel niet te maken hebbend met CBL Vennootschap BV, maar met het CBL Fonds, is het
openbaar belang ook bijzonder gediend met het bestaan van het CBL Fonds omdat dit het
risico van de aandeelhouders jegens de wederpartijen van de CBL’s deels beperkt en leidt
tot een heldere en eenvoudige (namelijk 50%-50%) aansprakelijkheidsverdeling (althans
voor het bedrag dat in het CBL Fonds zit) van CBL risico’s tussen verkopende aandeelhouders en RWE.
0,20834% (procentuele participatie voortvloeiend uit aandelenbezit voormalig Essent
(311.850 aandelen).
Per jaar wordt bekeken welke gedeelte eventueel kan vrijvallen van de voorziening die getroffen is ten behoeve van claims uit de cross border leases van de voormalige Essent N.V.
Over het jaar 2013 werd een winst gerealiseerd van $ 9,88 miljoen.
De afkoop cross border leases zijn gelden welke dienen voor de afwikkeling van deze cross
border leases uit hoofde van de verkoopovereenkomst van de aandelen van Essent N.V. In
2013 is deze schuld vrijgevallen. Er is besloten om het resultaat over 2013 ad $ 9.877.609
in mindering te brengen op het verliessaldo en het restant toe te voegen aan de overige
reserves.
Het eigenvermogen was begin 2013 $ 129 en per ultimo $ 9,88 miljoen. Het vreemd vermogen bedroeg begin 2013 $ 9,9 miljoen en per ultimo $ 103.732. De verwachte omvang
van het eigen vermogen begin 2015 is $ 9,8 miljoen en per ultimo $ 0. De verwachte
omvang van het vreemd vermogen is begin 2015 $ 103.000 en per ultimo $ 0
De gemeente Heerlen is vertegenwoordigd als aandeelhouder. Voor de rest heeft de gemeente als aandeelhouder geen echte invloed op de te volgen strategie door Essent. De
krachten van alle Limburgse aandeelhouders zijn wel gebundeld in de VEGAL. Deze vereniging blijft van kracht daar de gemeente aandeelhouder blijft van Enexis (netwerkbedrijf),
Essent Milieu en diverse BV’s waarin de SPV’s worden verwerkt.
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder.
middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
a. Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is relatief gering
en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (circa
€ 0,250 miljoen), art 2:81 BW).
156
b. Daarnaast lopen de verkopende aandeelhouders van Essent het risico dat het gecreeerde CBL fonds ontoereikend kan zijn voor mogelijke CBL claims, waarbij de koopovereenkomst met RWE spreekt van een maximale begrenzing van het risico dat gelijk is aan
de koopprijs. De kans dat dit risico zich voordoet wordt zeer onwaarschijnlijk geacht.
Naar verwachting wordt de vennootschap eind 2015 geliquideerd en valt het postief liquiditeitssaldo vrij aan de aandeelhouders.
Voor wat betreft CBL Vennootschap BV is aangegeven dat het bestuur verwacht dat deze
vennootschap op respectievelijk 1 januari en 31 december 2015 een Eigen Vermogen zal
hebben van USD 9,8 miljoen en USD 0 miljoen, en dat deze vennootschap mogelijk geliquideerd kan worden in 2015. In 2011 zijn de laatste Cross Border Leases (“CBL’s”) voortijdig beëindigd. Eventuele kosten die nog geclaimd kunnen worden op de CBL Escrow beperken zich tot adviseurskosten ter ondersteuning van een onderzoek van de Amerikaanse
autoriteiten. Naar verwachting blijven deze kosten in verhouding zeer beperkt. Daarnaast
speelt er nog een discussie tussen CBL Vennootschap BV en RWE over de definitieve afwikkeling van de escrow. Mogelijk zal deze discussie nog doorlopen in begin 2016.
Verkoop Vennootschaps B.V., ’s-Hertogenbosch Programma Bestuurs en Dienstverlening
Doel
In het kader van de transactie met RWE hebben de verkopende aandeelhouders een aantal
garanties gegeven aan RWE. Het merendeel van deze garanties is door de verkopende
aandeelhouders op het moment van verkoop van Essent PLB aan RWE overgedragen aan
deze deelneming, die vanaf het moment van oprichting dus ook aansprakelijk is mochten
Financieel belang
Zeggenschap
een of meer van deze garanties onjuist blijken te zijn.
Ter verzekering van de betaling van eventuele schadeclaims heeft RWE bedongen dat
een deel van de verkoopopbrengst door de verkopende aandeelhouders gedurende ene
bepaalde tijd op een aparte bankrekening zal worden aangehouden (in jargon: in escrow
zal worden gestort). Buiten het bedrag dat in escrow zal worden gehouden, zijn de verkopende aandeelhouders niet verder aansprakelijk voor inbreuken op garanties. Daarmee is
de functie van Verkoop Vennootschap BV dus tweeërlei.
Als vennootschap die vrijwel alle garanties onder de verkoopovereenkomst heeft overgenomen van de verkopende aandeelhouders zal zij eventuele garantieclaim procedures voeren
tegen RWE. Daarnaast treedt Verkoop Vennootschap BV op als vertegenwoordiger van de
verkopende aandeelhouders met betrekking tot het geven van instructies aan de escrow
agent wat betreft het beheer van het bedrag dat in escrow wordt gestort.
0,20834% (procentuele participatie voortvloeiend uit aandelenbezit voormalig Essent
(311.850 aandelen).
Bij de verkoop van Essent is € 800 miljoen van het verkoopbedrag gestort in een speciaal daarvoor ingerichte voorziening, ook wel escrow genoemd. In 2011 is 50% van deze
escrow vrijgevallen onder aftrek van ingediende claims van RWE (40 miljoen).
Het jaarrekening resultaat over 2013 was een verlies van € 62,1 miljoen. Ingevolge de in
de SpA opgenomen regeling met betrekking tot de afwikkeling van de aanslagen vennootschapsbelasting vanaf het jaar 2001 en de daaruit volgende claims ten laste van de
verkopende aandeelhouders heeft het management van de vennootschap een voorziening
van € 97.300.000 getroffen. In 2013 is € 67.300.000 gedoteerd aan deze voorziening. Dit
is naar de mening van het management de beste inschatting van de benodigde voorziening
ultimo 2013. Er zijn claim notifications neergelegd voor een beduidend groter bedrag dan
de getroffen voorziening, maar deze zijn naar inschatting van het management niet reëel.
Het eigenvermogen was begin 2013 € 415,9 miljoen en per ultimo € 347,3 miljoen. Het
vreemd vermogen was begin 2013 € 416.365 en per ultimo € 827.539. De verwachte omvang van het eigen vermogen begin 2015 is € 380 miljoen en per ultimo 0. De verwachting
van het vreemd vermogen begin 2015 is € 500.000 en per ultimo 0.
De gemeente Heerlen is vertegenwoordigd als aandeelhouder. Voor de rest heeft de
gemeente als aandeelhouder geen echte invloed op de te volgen strategie door Essent.
De krachten van alle Limburgse aandeelhouders zijn wel gebundeld in de VEGAL. Deze
vereniging blijft van kracht daar de gemeente aandeelhouder blijft van Enexis (netwerkbedrijf), Essent Milieu en diverse BV’s waarin de SPV’s/joint Ventures worden verwerkt.
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
157
Ontwikkelingen
Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is relatief gering en
beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (circa
€ 0,55 miljoen), (art 2:81 BW). Er zijn geen claims door RWE ingediend die uit de binnen
Verkoop Vennootschap BV gevormde escrow moeten worden voldaan.
Gegeven de kostenbegroting en de beperkte rentevergoeding op de General Escrow is de
verwachting dat er geen rentevergoeding wordt uitgekeerd naar de aandeelhouders toe.
De gemeente Heerlen heeft hiermee ook geen rekening gehouden in de meerjarenbegroting.
Naar verwachting wordt de vennootschap eind 2015 geliquideerd en valt een positief liquiditeitssaldo vrij aan de aandeelhouders.
Voor wat betreft Verkoop Vennootschap BV is aangegeven dat het bestuur verwacht dat
deze vennootschap op respectievelijk 1 januari en 31 december 2015 een Eigen Vermogen
zal hebben van € 380 miljoen en € 0 miljoen, en dat deze vennootschap mogelijk geliquideerd kan worden in 2015. In de General Escrow resteert nu nog een bedrag van € 440
miljoen (inclusief voorzieningen). RWE heeft echter nog voor een fors bedrag claims ingediend. Deze claims moeten nog definitief door RWE en Verkoop Vennootschap BV worden
vastgesteld. Op basis van de huidige inzichten is een inschatting gemaakt van het uiteindelijke claimbedrag. RWE kan echter op basis van de garanties die de oud-aandeelhouders
van Essent bij de verkoop hebben afgegeven, tot 30 september 2015 nog nieuwe claims
indienen. Tot deze datum blijft er een grote mate van onzekerheid bestaan hoeveel er zal
resteren van de escrow en uiteindelijk vrij zou kunnen vallen aan de aandeelhouders.
Claim Staat Vennootschap Amsterdam B.V., ’s-Hertogenbosch Programma: Bestuur en
Dienstverlening
Doel
Als gevolg van de, in de ogen van Essent, onverbindende splitsingwetgeving (en de als gevolg daarvan doorgevoerde splitsing) lijden haar aandeelhouders schade. Inmiddels heeft
de Rechtbank te ‘s-Gravenhage de vordering van Essent afgewezen. Essent heeft tegen
deze uitspraak hoger beroep aangetekend. Vanwege praktische moeilijkheden met betrekking tot de overdracht van deze procedure aan de individuele aandeelhouders van Essent
NV, hebben Essent en RWE afgesproken dat de onderliggende (declaratoire) procedure
over de vraag of (delen van) de splitsingswetgeving onverbindend zijn, ook na afronding
van de transactie met RWE door Essent blijft worden gevoerd. Essent en RWE zijn echter
overeengekomen dat de eventuele schade-vergoedingsvordering van Essent op de Staat
der Nederlanden die zou kunnen ontstaan als de rechter inderdaad van oordeel is dat (delen van) de splitsingswetgeving onverbindend zijn, wordt gecedeerd aan de aandeelhouders (en dus niet achterblijft binnen de Essent groep), die deze vordering gebundeld zullen
gaan houden via de deelneming (de “Claim Staat Vennootschap BV”). In het kader van afronding van de verkoop van de aandelen in het kapitaal van Essent NV aan RWE wordt de
Claim Staat Vennootschap BV verkocht en geleverd aan alle aandeelhouders in Essent NV
die participeren in de verkoop van RWE, evenals aan die aandeelhouders in Essent NV die
hun aandelen in het kapitaal van Essent NV niet aan RWE verkopen, maar toch aandelen
in het kapitaal van Claim Staat Vennootschap BV willen kopen. Naast het feit dat deelname
in Claim Staat Vennootschap BV de noodzakelijke randvoorwaarden creëert voor maximalisatie van de verkoopopbrengst van Essent en een optimale (financiële) risicoafdekking
voor eventuele aansprakelijkheid van de publieke aandeelhouders, is het deelnemen door
de aandeelhouders in Claim Staat Vennootschap BV is in het openbaar belang om redenen
van flexibiliteit, eenvoudiger coördinatie en beheersbaarheid. Het spreekt voor zich dat het
voor de aandeelhouders (en ook voor RWE) eenvoudiger, beter en goedkoper is om gezamenlijk via de band van Claim Staat Vennootschap BV te procederen dan dit ieder voor
zich te moeten doen (met alle kosten en moeilijkheden die met de onderlinge afstemming
dan gepaard zouden gaan). Inmiddels blijkt dat Essent beroep heeft ingesteld tegen de
uitspraak van de Rechtbank.
Financieel belang
0,20834% (procentuele participatie voortvloeiend uit aandelenbezit voormalig Essent
(311.850 aandelen). Per jaar wordt bekeken welke gedeelte eventueel kan vrijvallen van
de voorziening die getroffen is ten behoeve van claims uit de cross border leases van de
voormalige Essent N.V..
158
Zeggenschap
Ontwikkelingen
Het jaarrekening resultaat over 2013 was een verlies van € 14.095. Het eigen vermogen
bedroeg aan het begin van 2013 € 66.482 en per ultimo € 52.387. Het vreemd vermogen
was begin 2013 € 1.785 en per ultimo € 12.484. De verwachte omvang van het eigen
vermogen begin 2015 is €10,5 miljoen en per ultimo € 4 miljoen. De verwachte omvang
van het vreemd vermogen is zowel aan het begin van 2015 als per ultimo € 25.000. Het
financiële resultaat wordt geschat op een verlies van 3 miljoen in 2015.
De gemeente Heerlen is vertegenwoordigd als aandeelhouder. Voor de rest heeft de gemeente als aandeelhouder geen echte invloed op de te volgen strategie door Essent. De
krachten van alle Limburgse aandeelhouders zijn wel gebundeld in de VEGAL. Deze vereniging blijft van kracht daar de gemeente aandeelhouder blijft van Enexis (netwerkbedrijf),
Essent Milieu en diverse BV’s waarin de SPV’s worden verwerkt.
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is relatief gering en
beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (circa
€ 0,1 miljoen) bedragen (art 2:81 BW).
Bij de verkoop van Attero is in juli 2014 bij een escrow van € 13,5 miljoen gevormd om
eventuele claims te kunnen verrekenen. Op grond van verwachte claims in 2014 is het
verwachte Eigen Vermogen van CSV per 01-01-2015 € 10,5 miljoen. In de verkoopovereenkomst is geregeld dat de omvang van de escrow na 1 jaar wordt verlaagd naar het
niveau van €4 miljoen.
Dit bedrag is het verwacht Eigen Vermogen per eind 2015. Of en in welke omvang het
verschil kan worden uitbetaald is afhankelijk van de omvang van de claims die in 2015 nog
worden ingediend. Hierover kan op dit moment nog niets worden gezegd.
Daarom wordt geadviseerd nog geen bedragen in de begroting op te nemen.
Publiek Belang Electriciteitsproductie B.V. Programma: Bestuur en Dienstverlening
Doel
De vennootschap heeft op 30 september 2011 de aandelen in Energy Resources Holding
B.V. en daarmee indirect de aandelen in Energy Resources Ventures B.V., Energy Resources
B.V. en het 50%-belang in EPZ geleverd aan RWE. Daarmee is een einde gekomen aan
de primaire opdracht van Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V., zijnde het behartigen
van dat 50%-belang in EPZ. Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. zal als tijdelijke
vennootschap de resterende rechten en verplichtingen afwikkelen, in het bijzonder die
voortvloeien uit het convenant en het aanvullend convenant dat is overeengekomen met
de Staat.
Financieel belang
0,20834% (procentuele participatie voortvloeiend uit aandelenbezit voormalig Essent
(311.850 aandelen).
Het jaarrekening resultaat over 2013 was een verlies van € 18.144. Het eigen vermogen
zowel aan het begin 2013 als per ultimo € 1,6 miljoen. Het vreemd vermogen was begin
2013 € 154.916 en eind 2013 € 111.272. De verwachte omvang van het eigen vermogen
blijft op € 1,6 miljoen en het verwachte vreemd vermogen op € 100.000. De verwachte
omvang van het financiële resultaat betreft een verlies van € 5.000.
Zeggenschap
De gemeente Heerlen is vertegenwoordigd als aandeelhouder. Voor de rest heeft de gemeente als aandeelhouder geen echte invloed op de te volgen strategie door Essent. De
krachten van alle Limburgse aandeelhouders zijn wel gebundeld in de VEGAL. Deze vereniging blijft van kracht daar de gemeente aandeelhouder blijft van Enexis (netwerkbedrijf),
Essent Milieu en diverse BV’s waarin de SPV’s worden verwerkt.
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
Ontwikkelingen
De thans voortdurende rechten en verplichtingen voortvloeiend uit het convenant en
aanvullend convenant gelden voor een periode van acht jaar na ondertekening van de EPZ
SPA (30 september 2011). De rechten en verplichtingen houden kort gezegd, het volgende
in:
i. Goedkeuring inzake een voorgenomen overdracht van aandelen ERH.
ii. Het onder bepaalde omstandigheden door Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.
vervangen van leden Bestuur en/of Raad van Commissarissen van ERH.
159
iii. Een garantieverplichting ter zake convenant en aanvullend convenant in geval van een
eventuele overdracht van het resterende belang van RWE/Essent/ERH in EPZ.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. heeft geen monitoringsverplichting jegens de
Staat ten aanzien van hiervoor genoemde rechten. Publiek Belang Elektriciteitsproductie
B.V. zal alleen in overleg en op schriftelijk verzoek van de Staat haar rechten en verplichtingen tot uitvoer brengen. In Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. resteren, na verkoop van Energy Resources Holding B.V. en haar dochterondernemingen, nog een beperkt
aantal rechten en plichten die zijn vastgelegd in de EPZ SPA, de signing- en closingdocumenten en het Convenant inzake borging publieke belangen kerncentrale Borssele met het
Rijk.
Gemeenschappelijke regeling Rd4, Heerlen Programma Leefomgeving
Doel
Het tot stand brengen van doelmatige, milieu hygiënische verantwoorde inzameling en
verwerking van afvalstoffen. Het adviseren op het gebied van ontwikkeling en implementatie van milieubeleid.
Financieel belang
Er is een financiële commissie ter ondersteuning van het Dagelijks Bestuur.
De gemeenschappelijke regeling Rd4 werkt conform de begroting. Over 2013 heeft de
gemeenschappelijke regeling voor de gemeente Heerlen een overschot behaald van
€ 940.000. Het eigen vermogen was ultimo 2013 € 2.259.000 en het vreemd vermogen
bedroeg € 28.973.000. Jaarlijks worden alle kosten doorberekend aan de deelnemende
gemeenten; derhalve is er geen begrotingssaldo.
Zeggenschap
Ontwikkelingen
Deelname in Algemeen Bestuur door wethouder Integraal jeugdbeleid, onderwijs, cultureel
erfgoed en duurzaamheid. De stemverhouding in het Dagelijks Bestuur is een op een.
De stemverhouding in het Algemeen Bestuur is op basis van inwoneraantallen.
Het is nu vijf jaar geleden dat de gemeenten hebben ingestemd met het Afvalinzamelplan.
Dit plan bestaat uit twee fasen, waarvan de 1e fase (containermanagement) in alle gemeenten volledig is ingevoerd. De 2e fase is gestart in 2010 en betrof de invoering van het
volume-/frequentiesysteem, waarbij sprake is van een andere verrekeningssystematiek
naar de burgers toe, zodat uiteindelijk de doelstellingen in het Landelijk Afval-beheer Plan
benaderd of zelfs gehaald kunnen worden.
De Rd4-organisatie wil zich verder ontwikkelen. Hiertoe hebben de besturen van de
Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4 en de NV Reinigingsdiensten intern
opdracht verstrekt om de toekomstmogelijkheden voor beide organisaties na te gaan. In
dit haalbaarheidsonder-zoek wordt gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden in de verwerking c.q. tussenbewerking van alle afvalstromen. Er is een definitief rapport opgeleverd
met alle uitwerkingen. Aan de hand hiervan zullen de besturen een definitief besluit nemen
over het vervolgtraject. Dit resulteert in een nieuw strategisch bedrijfsplan en een begroting.
De ambities voor 2014-2020 zijn vastgelegd in het afvalbeheersplan 2014-2020 dat dit
jaar is opgesteld. Het is in de raad in december vastgesteld om deze koers in te zetten. De
besluitvorming over het onderdeel Best tas heeft plaatsgevonden in 2013 en is ingevoerd.
Voor de invoering van het nultarief GFT zal in 2014 een evaluatie plaatsvinden voordat
het bestuur hierover een beslissing neemt. Ook is een nieuw raamcontract afgesloten met
NEDVANG
Veiligheidsregio Zuid Limburg, Maastricht Programma leefomgeving
Doel
De veiligheidsregio is erop gericht om de inwoners beter te beschermen tegen (gezondheid)risico’s, rampen en crises. Aangezien een ramp of crisis dikwijls de gemeentegrens
overschrijdt en met name kleinere gemeenten vaak onvoldoende in staat zijn zelfstandig een volwaardige crisisorganisatie op te tuigen, is een regionale aanpak effectiever. De veiligheidsregio bestaat uit de onderdelen Brandweer, GHOR, Bevolkingszorg,
Programmabureau, Burgernet en het meld- en coordinatiecentrum (MCC)
Financieel belang
De veiligheidsregio is een samenwerkingsverband tussen de Brandweer Zuid Limburg, De
Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), de 18 deelnemende
Gemeenten (Oranje Kolom) en de Politie. De politie wordt rechtstreeks vanuit het Rijk gefinancierd.
160
De overige 3 onderdelen worden vanuit het rijk en door de 18 gemeenten gefinancierd:
Bijdrage aan de Brandweer Zuid-Limburg voor 2015
Begroot
€ 4.574.865
Voorstel
€ 4.622.575
Saldo
-€ 87.710
Reserves
Begin 2015
6.024.000
Voorzieningen
Begin 2015
2.432.000
Opgenomen geldleningen
Begin 2014
20.590.000
Eind2015
5.452.000
Eind 2015
2.411.000
Eind 2015
20.360.000
Bijdrage aan de GOHR voor 2015
Begroot
€ 129.750
Voorstel
€ 134.100
Saldo
-€ 4.350
Bijdrage aan Bevolkingszorg voor 2015 (incl. bijdrage Programmabureau)
Begroot
€ 44.750
Voorstel
€ 41.986
Saldo
€ 2.764
Bijdrage aan Burgernet voor 2015
Begroot
€ 16.370
Voorstel
€ 9.762,17
Eindsaldo
€ 6.607,83
Zeggenschap
Ontwikkelingen
Bijdrage aan het Meld- en Coördinatiecentrum (MCC)
Begroot
€ 18.731
Voorstel
€ 17.749,40
Eindsaldo
€ 981,60
Aansturing door een Algemeen Veiligheidsbestuur waarin de 18 burgemeesters van de
deelnemende gemeenten zitting hebben.
Brandweer
In financiële zin wordt in 2015 een vervolg gegeven aan een bezuinigingstaakstelling van
€ 2,7 miljoen te bereiken via een groeipad in uiterlijk 2018. Op organisatorisch vlak zal de
verdere implementatie van de herstructurering worden voortgezet, waarbij de districten
zijn verdwenen en de organisatie smaller vanuit een sectorenmodel is opgebouwd. Ten
aanzien van risicobeheersing zijn de bevordering van een groter brandveiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheid bij burgers en bedrijven speerpunten. Bij het onderdeel repressie
komt de focus te liggen op kwaliteit en niet op kwantiteit, zowel voor het personeel als het
materieel.
Bevolkingszorg
Het onderdeel Bevolkingszorg binnen de Veiligheidsregio zal in 2015 inzetten op het nog
efficiënter inrichten van de gemeentelijke crisisorganisatie om de gewenste professionalisering te kunnen realiseren. Dit betekent onder meer een verdere beperking van het aantal sleutelfunctionarissen en een intensivering van opleiden, trainen en oefenen. 2015 zal
daarmee in het teken staan van verdere doorontwikkeling en borgen van kwaliteit waarbij
geen ruimte meer is voor een vrijblijvend karakter. Verder zal vanuit Bevolkingszorg een
bijdrage worden geleverd aan het te actualiseren Regionale Beleidsplan en het Regionale
Crisisplan.
161
GHOR
2015 staat voor de GHOR in het teken van de afronding van een transitietraject van een
operationele rol naar een coördinerende/regie rol in de crisisbeheersing. In 2015 zullen
het vooral de inhoudelijk thema’s, binnen zowel de publieke gezondheid als binnen het
multidisciplinaire veiligheidsdomein, zijn die op basis van de actualisatie van het Regionale
Risicoprofiel hernieuwd tegen het licht gehouden zullen worden. Met de Zuid-Limburgse
gemeenten zijn bindende afspraken gemaakt t/m 2015, waarbij een taakstellende bezuiniging van cumulatief 8% is verwerkt.
Programmabureau
Het programmabureau van de Veiligheidsregio zal ook in 2015 ondersteuning leveren aan
de veiligheidsdirectie en het bestuur van de Veiligheidsregio. Onder regie van het programmabureau zal in 2015 het Meerjarenbeleidsplan 2016-2019 worden opgesteld en zal het
regionale crisisplan worden geactualiseerd.
Burgernet
Burgernet zal in 2015 verder worden doorontwikkeld om het zo breed mogelijk te kunnen
inzetten. Werving van nieuwe deelnemers, zowel burgers als specifieke doelgroepen, blijft
van groot belang. Hoe meer deelnemers hoe effectiever het middel Burgernet.
MCC
Het samenwerken en op net-centrische wijze informatie delen tussen hulpdiensten,
gemeenten en overige crisispartners zal in 2015 verder worden doorgezet en doorontwikkeld. Voor 2015 ligt de focus op de inrichting en implementatie van de meldkamerlocatie
Maastricht, gevestigd in het MCC, als onderdeel van de Landelijke Meldkamer Organisatie
(LMO). De LMO zal in 2017 bestaan uit 10 meldkamerlocaties in Nederland.
Regionale Uitvoeringsdienst Zuid Limburg, Maastricht Programma leefomgeving
Doel
De Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg (RUD) heeft als doel om een hogere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en specialistische advisering
te bereiken voor wat betreft met name de complexe milieutaken (de z.g. basistaken). De
RUD voert ook de vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavende taken uit op
het gebied van de BRZO-IPPC.
De vorming van de RUD komt voort uit de afspraken die IPO, VNG en het Rijk landelijk gemaakt hebben (‘Packagedeal’) om via een bottom-up proces te komen tot de vorming van
een dekkend netwerk van uitvoeringsdiensten. De vorming van deze uitvoeringsdiensten is
verplicht.
Door de taken gezamenlijk te organiseren op Wgr-regioniveau kan samen met het
Openbaar Ministerie en de Politie de milieucriminaliteit beter bestreden worden en kan de
samenwerking met de Veiligheidsregio rond milieucalamiteiten beter worden vormgegeven.
Financieel belang
De Regionale Uitvoeringsdienst Zuid Limburg (RUD) is een samenwerkingsverband
(Gemeenschappelijke regeling) tussen de 18 deelnemende Zuid-Limburgse gemeenten
en de Provincie. De RUD wordt door de Provincie en door de 18 gemeenten gefinancierd. Vanaf 1 juli 2013 is de RUD operationeel met vanuit de deelnemers gedetacheerde
medewerkers. De startbegroting voor 2013 is € 2 miljoen. Voor Heerlen betekent dit een
bijdrage van:
Opstartkosten 2013
€ 90.350,91
Inhuur pers capaciteit 1753 uren € 121.640,67
Overheadkosten
€
8.749,87
Totaal
€ 220.741,45
Zeggenschap
In de meerjarenbegroting 2014-2017 is voor 2014 €7,7 miljoen begroot.
Voor Heerlen is dit € 412K met een extra raming voor uitvoering VVGB taken van € 36K.
Voor de VVGB-taken ontvangt de gemeente een vergoeding van het Rijk.
Bijdrage in 2015 is € 489K
EV bedraagt € 867K
Aansturing door een Algemeen Bestuur waarin 19 portefeuillehouders (provincie en 18
gemeenten) zitting hebben. Heerlen wordt vertegenwoordigd door de burgemeester.
162
Ontwikkelingen
De RUD wordt bemenst door gedetacheerde medewerkers vanuit de deelnemende partijen.
Na akkoord over het sociaal plan met de bonden gaan medewerkers over in dienst van de
RUD.
Op termijn kunnen de deelnemende partijen ook andere WABO-taken overbrengen naar de
RUD.
Stichting Jaar van de mijnen, te Heerlen Programma leefomgeving
Doel
De organisatie van activiteiten in de gemeente Heerlen en de gehele voormalige
Nederlandse mijnstreek in het kader van het themajaar “Jaar van de Mijnen 2015”, de
uitvoering van het themajaar en de evaluatie ervan, alsmede het bijdragen aan landelijke
en Euregionale profilering en zichtbaar maken van de economische kracht en vitaliteit van
de regio.
Financieel belang
De gemeente Heerlen stelt een budget ter beschikking van € 1.430.000, bestaande uit
procesgelden, subsidie en bestemming van bestaande budgetten (tenderregelingen cultuurparticipatie en community art, productiehuisbudget, legaat, voorziening Mijnmuseum
voor doorontwikkeling en professionalisering.
Zeggenschap
De burgemeester is namens de gemeente Heerlen voorzitter van het stichtingsbestuur en
van het Dagelijks Bestuur.
Ontwikkelingen
Niet van toepassing: het is een tijdelijke stichting, opgericht speciaal voor het themajaar.
De stichting wordt na het themajaar opgeheven.
Stichting WerkvoorHeerlen (WvH), te Heerlen programma “economische stimulering”
Doel
Het exploiteren van een leerwerkbedrijf dat passend gemeentelijk werk beschikbaar stelt
voor mensen uit de doelgroep van de Participatiewet om hen zo goed mogelijk te ontwikkelen en zo mogelijk te laten uitstromen richting de arbeidsmarkt, met al hetgeen daartoe
behoort of daartoe dienstig is, alles in de ruimste zin van het woord.
Financieel belang
De financiering van WvH berust op twee peilers:
1. de opdrachtwaarde van de opdrachtgever (1ste fas; B&O);
2. de bijdrage vanuit het participatiebudget.
Begroting 2015/Fase 1: In het jaar 2015 wordt gestart met een op dit moment geschatte
opdrachtwaarde van € 1,4 miljoen, mens en materieel van Groen OZL BV toe te wijzen aan
de percelen van de gemeente Heerlen.
Begroting 2015/Fase 2: In april 2015 volgt een aanvullende werkopdracht (circa
€ 660.000) vanuit B&O en de aanvullende instroom van WWB’ers op basis van de
Participatiewet.
De bijdrage vanuit het participatiebudget wordt op dit moment geschat op circa € 700.000
voor 2015.
Zeggenschap
Het leerwerkbedrijf opereert in overeenstemming met de belangen van de gemeente
Heerlen. Bij een stichting heeft het bestuur (en de bedrijfsmanager) de wettelijke verplichting om zich door het stichtingsbelang te laten leiden. In de statuten van de stichting zijn
doelstellingen opgenomen om zodoende wordt de koppeling te maken tussen het stichtingsbelang en het gemeentelijk belang.
WerkvoorHeerlen kent wettelijk maar één orgaan: het bestuur. Hierin nemen gemandateerde ambtenaren deel als bestuurder van de stichting. Om te bereiken dat de opdrachtrelaties tussen gemeente en stichting buiten aanbestedingsverplichtingen vallen
(quasi-inbesteding) zal in ieder geval sprake moeten zijn van een ‘toezicht als op de eigen
dienst’. Hiervoor zullen minimaal 90% van de werkzaamheden van WvH gebeuren voor de
gemeente Heerlen als opdrachtgever.
De feitelijke leiding over de werkzaamheden wordt door het bestuur opgedragen aan een
bedrijfsmanager in WvH. Dit gebeurt op basis van een contractmanagementmodel waarbij
het bestuur op hoofdlijnen stuurt en de bedrijfsmanager op basis van een directiereglement bevoegd is zelfstandig beslissingen te nemen en contracten met derden af te sluiten.
Het stichtingsbestuur legt verantwoording af aan de bestuurlijke opdrachtgever.
Ontwikkelingen
Met WvH is sprake van een ontwikkelmodel. Verschillende aspecten van het leerwerkbedrijf
worden op dit moment vastgesteld en ingevuld. Zo zal WvH in eerste instantie werkzaamheden in het groenonderhoud verrichten, maar op termijn kunnen de werkzaamheden
worden uitgebreid op andere gebieden zoals de Wmo.
163
In de ontwikkeling van WvH vallen in ieder geval al de volgende drie fases te onderscheiden:
1. 1 januari 2015: operationele start stichting WvH.
2. Per 1 april 2015: Instroom WWB’ers, aanvullend werk (B&O, Wmo).
3. Mogelijk verdere overdracht van werkzaamheden.
Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (GR BsGW) te
Roermond
Doel
De BsGW geeft uitvoering aan de taken op het gebied van het heffen en innen van de
lokale belastingen en de wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Eén van de doelen
van de GR BsGW is het minimaliseren van kosten door middel van schaalvergroting en het
ontdubbelen van de gemeentelijke processen en waterschap processen.
Financieel belang
De jaarlijkse bijdrage die Heerlen betaalt voor de uitvoering van de taken door BsGW is
€ 1.054.860.
Door toetreding van nieuwe deelnemers tot de GR kan door schaalvergroting een verandering ontstaan in de jaarlijkse bijdrage van de Gemeente Heerlen, hierover zal begin 2015
meer duidelijkheid zijn.
Het geraamde netto resultaat voor 2015 is 0
Zeggenschap
De GR BsGW bestaat per 01-01-2014 uit 22 Limburgse deelnemers (20 gemeenten en 2
waterschappen). Aan het hoofd van de regeling staat het algemeen bestuur. Iedere deelnemer benoemt een afgevaardigde (en een plaatsvervanger) die plaatsneemt in het alge-
Ontwikkelingen
meen bestuur. Het stemrecht wordt gebaseerd op het aandeel in de kosten van de regeling. Heerlen wordt vertegenwoordigd door de wethouder middelen, beheer en onderhoud,
mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen.
Per 01-01-2015 treden wederom nieuwe Limburgse gemeenten toe tot deze GR. Kwaliteit
van de dienstverlening goed in de gaten houden, aangezien de focus de laatste jaren ligt
op groei. Steeds meer aandacht vestigen en belang blijven benadrukken dat de werkwijzen
van BsGW en tijdstippen van aanleveren van gegevens aansluiten op vastgestelde gemeentelijke processen/procedures.
IBA Parkstad BV, Heerlen
Doel
IBA staat voor Internationale Bau Ausstellung. Het is een meerjarig durende manifestatie
over een locatie, stad of streek. Het bestaat onder andere uit vernieuwende bouwprojecten, bijzondere tentoonstellingen, symposia en innovatieve plannen. Tot 2020 functioneert
IBA Parkstad als laboratorium en als een motor voor vernieuwende en toonaangevende
projecten. De IBA is daarbij een kwaliteitsmachine die voor het allerbeste staat en daar
naar handelt. IBA Parkstad staat voor de transformatie en transitie van Parkstad en
moet de aanzet geven voor een structureel beter woon-, werk- en leefklimaat. Belangrijk
is dat Parkstad een nog attractievere regio wordt, dynamisch en met veel veerkracht.
Kenmerkend voor IBA Parkstad is de open innovatie-gedachte in combinatie met burgerparticipatie.
Burgers, ondernemers, overheden, architecten, stedenbouwers, stichtingen, maatschappelijke instellingen, wijkverenigingen, privépersonen, scholen en scholieren, universiteiten
en studenten, bedrijven, organisaties, samenwerkingsverbanden, stakeholders, netwerken
enz. worden zonder uitzondering uitgenodigd om kleine of grote IBA-projecten aan te reiken of om aan projecten mee te werken die de verandering van Parkstad slimmer, sneller
en zichtbaarder maken.
Financieel belang
Bij de verdeling van de aandelen wordt de verdeelsleutel gehanteerd zoals overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst (SOK). Dit betekent dat de provincie de helft van
aandelen zal gaan bezitten en de andere helft in het bezit zal zijn van de 8 deelnemende
gemeenten naar rato van hun financiële inbreng. Deze financiële inbreng vormt het ‘werkkapitaal’ van de BV waaruit de organisatie en ontwikkeling van de IBA moeten worden
betaald. Het percentage aandelen komt overeen met het percentage stemrecht dat een
aandeelhouder heeft. De nominale waarde van een aandeel is gesteld op 1 euro. De storting van het werkkapitaal is gekoppeld aan de jaarplannen en wordt nader bepaald in een
op te stellen aandeelhoudersovereenkomst tussen de deelnemende partijen. De aandeelhoudersovereenkomst wort opgesteld door de notaris.
164
Zeggenschap
Ontwikkelingen
De hoogte van het werkkapitaal hangt samen met het aantal aandelen en dat hangt weer
samen met aantal stemmen.
De deelnemende partijen zijn de acht Parkstad gemeenten en de provincie.
Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders door wethouder middelen, beheer en onderhoud, mobiliteit, ruimtelijke ordening en wonen. De burgemeester
van Heerlen vervult de voorzittersrol.
De samenwerkingsovereenkomst en de juridische uitwerking bieden de mogelijkheid voor
de toetreding van publieke dan wel private partijen. Een evaluatiemoment is gepland na
drie jaar.
Op 28 oktober 2013 heeft de gemeenteraad ingestemd met de samenwerkingsovereenkomst IBA Parkstad en de oprichting van de besloten vennootschap IBA Parkstad BV. Op
20 mei heeft de provincie goedkeuring verleend aan de gemeenten voor de oprichting van
de IBA Parkstad BV. In juni 2014 is de IBA Parkstad officieel gestart met een openingsmanifestatie en een open oproep, waarbij iedereen zijn ideeën voor IBA-projecten kan indienen. De herinrichting van de openbare ruimte zoals verwoord in het voorstel Gebrookerbos
is hier een exemplarisch voorbeeld van. Deze transitie past goed binnen de doelstellingen
van de IBA en zal als een project worden aangemeld.
165
166
3.7 Grondbeleid (BBV, artikel 16)
Beleidskader
Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel het realiseren van de ruimtelijke en economische doelstellingen
die volgen uit de MBP-programma’s: Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Stimulering. Daarnaast kunnen
bijdrages geleverd worden aan de overige programma’s. Deze doelstellingen vloeien voort uit de Stadsvisie
Heerlen, Structuurvisie Parkstad Limburg, de diverse gebiedsvisies (waaronder de centrumvisie) en de diverse
masterplannen. Het grondbeleid ondersteunt de uitvoering van deze programma’s. Binnen de bestuurlijke programma’s worden de prioriteiten gesteld voor de uitvoering van de (ruimtelijke) doelstellingen door middel van
projecten.
Toekomstig beleid
De komende jaren zal de activiteit gericht zijn op het beter inspelen op de marktvraag bij bedrijventerreinen
en het creatief inzetten van eigen grondposities bij de verdere ontwikkeling van herstructureringsgebieden. We
ambiëren hierbij een sturende rol.
Ook in de economische structuur van onze stad is er sprake van een omslag van kwantiteit naar kwaliteit. Onze
stad en regio staan voor een enorme herstructureringsopgave van meerdere miljarden euro over een periode
van 20 jaar. De gemeente kan maar een klein percentage hiervan uit eigen middelen financieren. Wij zijn dus
sterk afhankelijk van anderen voor financiering en uitvoering. Deze opgave bevat sociale, economische en
fysieke transformaties die wij steeds op een gebiedsgerichte manier aanpakken zoals in het Wijkactieplan MSP,
het Masterplan Hoensbroek en de integrale Centrumvisie. Tegelijkertijd koersen wij op een uitvoeringsaanpak
waarbij burgerinitiatieven nadrukkelijk deel gaan uitmaken van de aanpak.
Risico’s zijn inherent aan het ondernemerschap dat wordt uitgeoefend binnen de projectenorganisatie. Middels
risicomanagement worden (financiële) risico’s opgespoord, geanalyseerd en (zoveel mogelijk) beheerst. Voor
de grondexploitatie gebeurt dit langs de weg van adequate krediet- en budgetbewaking en verantwoording via
jaarlijks op te stellen herberekeningen, die inzicht geven in het verwachte resultaat op de in uitvoering zijnde
plannen. In de P&C documenten zullen we u als Raad informeren met betrekking tot afwijkingen en eventueel
bijstelling ter besluitvorming voorleggen.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling binnen het grondbedrijf
De grondslagen voor waardering en resultaatbepaling binnen het grondbedrijf bepalen in belangrijke mate de
ontwikkeling van de boekwaarde, het geprognosticeerd eindresultaat en de ontwikkeling van de reserves en
daarmee ook de beheersing van risico’s. Voor grondslagen verwijzen we naar de nota sturend grondbeleid.
Project Projectnaam
Winstprognose
Programma
Begroting 2014
Resultaten 2013 Winstprognose Pro- Eindjaar
en
gramma
looptijd
administratieve Begroting 2015
project
bijstellingen
23
Industrieterr. emma alg.
0
0
0
2015
48
Geleendal/nieuw eyckholt alg.
0
0
0
2015
14
De beitel vm gartner alg.
320.797
0
320.797
2015
15
De beitel zuid algemeen
0
0
0
2019
19
Crama/husken/de vrank algemeen
4.222.694
0
4.222.694
2020
860
Bedrijfskavels Kissel
0
0
0
2015
4.543.491
0
4.543.491
Totaal Kantoor, Industrie en bedrijventerreinen
2
Grasbroek
0
0
0
2015
68
De deijl alg.
95.661
-97.276
0
2015
38
Burg.slanghenstr. alg.
29.584
0
29.584
2016
1561
Mgsr. Lemmensstr. / Burg. Slanghenstr.
19.504
0
19.504
2016
12
Vm Klooster Grasbroekerweg
0
0
0
2015
194
Overbroek Woningbouwlocatie
779
Litscherveld
145
Benzenraderweg W&G
69
Koopover. vossenkuilterrein alg.
0
0
0
2015
118.869
0
118.869
2015
80.778
-110.870
0
2013
259.310
-255.000
2.228
2015
167
Project Projectnaam
71
Expl.overeenk. Vof oms alg.
64
Parc hoogveld alg.
1446
Maankwartier Fase 2: uitvoering
Totaal Woningbouw
Winstprognose
Programma
Begroting 2014
Resultaten 2013 Winstprognose Pro- Eindjaar
en
gramma
looptijd
administratieve Begroting 2015
project
bijstellingen
0
0
0
2015
250.579
0
250.579
2017
0
0
0
2017
854.285
-463.146
420.764
8
Willemstr./Spoorsingel
0
0
0
2017
72
Onderwijslokaties alg.
0
0
0
2015
0
0
0
5.397.776
-463.146
4.964.255
Totaal Overig
Subtotaal gronden in exploitatie
In bovenstaande tabel wordt een vergelijk gemaakt tussen begroting 2014 en 2015. De bijstellingen “resultaten
2013” zijn in de jaarrekening 2013 toegelicht.
Kantoor, Industrie en Bedrijventerreinen
Bij de bedrijventerreinen vertoont zich een stagnerende markt door de zeer beperkte economische dynamiek.
Daardoor ontstaan renteverliezen omdat gedane investeringen niet of zeer vertraagd worden terugverdiend
door verkoop van bedrijfskavels. Zo nodig passen we de verkaveling en gebruiksvoorschriften aan om de verkoopkansen te vergroten.
Woningbouw
De woningbouwontwikkeling geven een stagnerend beeld. De woningbehoefte daalt. Bij de projecten Hoogveld,
Overbroek, Litscherveld, expl.ovk. OMS (Schaesbergerveld) zijn wij in overleg met de ontwikkelaars om te bezien hoe de ontwikkeling verder afgebouwd kan worden.
Grasbroek
vanwege het faillissement van de ontwikkelaar, hebben we momenteel geen afnemer voor dit terrein. In 2015
wordt visie bepaald.
De Deijl
Project wordt uitgevoerd binnen lopende overeenkomst.
Burgemeester Slanghenstraat
Bouwkavels staan in de verkoop (gemeente en ontwikkelaar).
Voormalig klooster Grasbroekerweg
De herbestemming van de bestaande kapel dient nog plaats te vinden.
Maankwartier fase 2: uitvoering
Voor de ontwikkeling van het Maankwartier worden enerzijds delen voorbereid, zoals de openbare ruimte en het
nieuwe station Maankwartier Heerlen en tegelijkertijd zijn de uitvoeringswerkzaamheden voor andere onderdelen in volle gang.
Overige
Willemstraat/spoorsingel
Het bestaand beleid wordt voortgezet. Indien kopers zich melden zal op individuele basis worden onderzocht of
de invulling wenselijk/passend is.
Onderwijslocaties
Voormalige onderwijslocaties tot ontwikkeling laten komen, onder andere broeklandterrein betrekken bij de
centrumontwikkeling Hoensbroek.
168
Weerstandsvermogen en risico’s
Bij de jaarrekening 2013 zijn alle (grond)exploitaties doorgelicht. Het becijferde risico voor alle grondexploitaties werd hierbij bepaald op € 3.294.864 hetgeen in 2014 verantwoord is onder de bestemmingsreserve om
algemeen economische risico’s af te dekken. Dit bedrag is afgezonderd van de algemene reserve grondbedrijf.
Algemene Reserve Grondbedrijf
De waarde van de algemene reserve grondbedrijf is per 01-01-2015 nihil. De Algemene Reserve Grondbedrijf
wordt uitsluitend ingezet voor het egaliseren van toekomstige winsten en verliezen.
169
170
3.8 Demografische ontwikkeling/krimp
Inleiding
In het kader van het uit 2009 ingezette Interbestuurlijk actieplan Bevolkingsdaling is er vanuit het rijk door de
achtereenvolgende kabinetten aandacht besteed aan deze demografische ontwikkelingen, die met name worden
gevoeld in gebieden in de periferie van Nederland. Het kabinet heeft bij brief van 11 juli 2014 aan de Kamer
laten weten het ingezette beleid, zoals vervat in het Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling, consequent
voort te willen zetten. In 2011 zijn naast de eerder aangewezen krimpregio’ s waarvan ook Parkstad deel uit
maakt, een aantal krimpgebieden toegevoegd waar onder Maastricht/Heuvelland en de Westelijke Mijnstreek.
Daarmee werd de hele regio Zuid-Limburg als voorlopergebied aangewezen. Verder zijn er 16 zogenaamde
anticipeerregio’s aan het programma toegevoegd. De minister heeft in zijn voornoemde brief laten weten het
bij deze aangewezen krimpregio’s te willen laten en ook geen uitbreiding te geven aan het aantal anticipeergebieden. Het rijksprogramma kent inmiddels drie pijlers, Economische vitaliteit en arbeidsmarkt, Wonen en
Voorzieningen. Ook de bestuurlijke rolverdeling zoals die in 2009 is gedefinieerd blijft de komende periode overeind. Deze houdt in dat primaire verantwoordelijkheid bij de regionaal samenwerkende gemeenten, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven ligt met een procesmatige of fysieke regierol voor de provincie. Vanuit
deze sense of urgency is door publieke en private partijen tijdens het `Polfermolenoverleg’ een start gemaakt
voor het actieprogramma Koers voor Limburg en werd een governance structuur (Agendacommissie en stuurgroepen) ingesteld om dit programma aan te sturen en te bewaken. Ook sloot Zuid-Limburg hierover een convenant met de minister. De uitwerking van het actieprogramma zien we bijvoorbeeld terug in de oprichting van
Limburg Economic Development (LED), de Zuid-Limburgs Woonvisie, de Woningbouwprogramma’s, de bijdragen
aan de totstandkoming van het POL, de experimenten in samenwerking met zorgverzekeraars in wijken van
Parkstad, de onderwijs samenwerking etc..
Allemaal voorbeelden die aangeven dat het actieprogramma vooral heeft bijgedragen aan meer integraliteit en
samenwerking tussen overheden en maatschappelijke partners. Deze ontwikkeling zal ook los van de geschetste krimpscenario’s worden voortgezet omdat er evidente meerwaarde aan deze samenwerking kan worden
ontleend voor onze partners en draagvlak bij onze burgers.
Financiële gevolgen krimp
Vanuit Heerlen in de voorgaande bestuursperiode bij het rijk gepleit voor een compensatieregeling voor de
financiële gevolgen van demografische transitie binnen het verdeelmodel van het gemeentefonds. Voor de
periode 2011 tot en met 2015 bestaat er een tijdelijke krimpmaatstaf in het gemeentefonds. Hierdoor ontvangt
Heerlen en andere krimpende gemeenten in Groningen, Limburg en Zeeland een hogere algemene uitkering.
Deze middelen ontvangen wij voor de hiermee (mogelijk) samenhangende transitiekosten. Het beleid en voorzieningenniveau zal immers aangepast moeten worden aan de nieuwe situatie.
Het bedrag dat wij jaarlijks ontvangen daalt al jaren door de huidige stabilisatie van de demografische ontwikkeling. In 2011 ontving Heerlen nog een bedrag van € 2 miljoen in 2015 is dit bedrag geleidelijk gedaald naar:
€ 0,5 miljoen. Naar verwachting zal de gemeente Heerlen in totaal € 6 miljoen ontvangen middels de krimpmaatstraf.
Bij introductie van de tijdelijke maatstaf is bepaald dat er aan het eind van de looptijd een duidelijk beeld dient
te zijn van de financiële gevolgen van bevolkingsdaling voor gemeenten. Daarom hebben de afgelopen jaren
deze gemeenten in begroting en rekening een, niet verplichte, krimpparagraaf opgenomen.
In 2013 zijn deze paragrafen onderzocht. Hieruit kwam naar voren dat er nog veel verbeterslagen konden
worden gemaakt. Driekwart van de krimpgemeenten nemen in hun begroting een paragraaf demografische
ontwikkeling op. Het financiële informatiegehalte van de paragraaf was echter meestal beperkt. Het onderzoek
concludeerde ook dat informatie uit de paragrafen demografische ontwikkeling niet perse nodig is om de tijdelijke maatregel te evalueren.
Evaluatie krimpmaatstraf
In het najaar 2014 zal de evaluatie van de krimpmaatstaf plaatsvinden. Er komt een begeleidingscommissie die
vanaf de start van het onderzoek tot aan het eindrapport vanuit de verschillende expertises input zal geven op
het onderzoek aan het onderzoeksbureau. In de begeleidingscommissie is de gemeente Heerlen als krimp gemeente vertegenwoordigd. Andere vertegenwoordigers van deze commissie zijn de Ministeries BZK, FIN, I&M,
een anticipeergemeente (gemeente die in de nabije toekomst naar verwachting te maken krijgt met krimp),
een controlegemeente (niet-krimpgemeente) en tot slot de VNG en de Rfv.
171
Bij het evaluatie onderzoek van de krimpmaatstaf zullen de volgende vragen beantwoord moeten worden:
1. In hoeverre hebben krimpgemeenten een ander kostenpatroon dan vergelijkbare niet-krimpgemeenten en
indien per saldo sprake is van meerkosten, om welke kosten gaat dit dan?
2. Op welke wijze heeft de huidige maatstaf een bijdrage geleverd aan het oplossen van krimp gerelateerde
problematiek binnen gemeenten en zijn er alternatieven?
3. Zijn er verschillen in beleid ten aanzien van bevolkingsdaling tussen krimpgemeenten?
In december 2014 zal het onderzoek afgerond worden waarna het ministere van BZK in januari/februari 2015
een besluit zal nemen over het voortbestaan van de krimpmaatstaf. Dit besluit zal in de Mei-circulaire 2015
gecommuniceerd worden aan de gemeenten.
Naar verwachting zijn de kansen klein, dat er nog substantiële rijksbijdragen aan het gemeentefonds kunnen
worden onttrokken voor de krimpgebieden.
Van blauwdrukaanpak naar procesaanpak
De voortgang van de krimpmaatstaf is ongewis maar de demografische ontwikkelingen zullen gewoon doorgaan. Grootschalige herstructureringsprojecten zoals we die kennen in MSP, Hoensbroek en Vrieheide en herinvulling van door sloop vrijkomende woninglocaties zullen in de nabije toekomst niet op rijksmiddelen in termen
van compensatie in het licht van bevolkingskrimp kunnen rekenen. Ook de provincie Limburg heeft aangegeven
af te willen van de eerdere regiofondsen. Dit betekent ook voor de gemeentelijke organisatie dat de tijd van
planvorming en planontwikkeling voorlopig ten einde is gekomen. De herstructureringsopgave is daarmee vooral een aangelegenheid geworden van maatschappelijke partners en de rol van de gemeente een procesrol en
volgend. Ook binnen de ontwikkelingen rond de nieuwe Omgevingswet zien we een dergelijke verschuiving zich
aandienen. We zouden die ontwikkeling willen duiden met de term ‘van blauwdrukaanpak naar procesaanpak’.
Stand van zaken in de prioritaire krimpwijken
In Heerlen is inmiddels de herstructurering in Heerlerheide afgerond en wordt de herstructurering in Molenberg
afgerond met het realiseren van de brede maatschappelijke voorziening op korte termijn. Herstructureren is
een complex proces met vele partijen (burgers, corporaties, ondernemers, overheid), op tal van beleidsonderdelen (zorg, onderwijs, veiligheid, fysiek beleid etc.) en met verschillende financieringsbronnen. Bovendien
strekt het zich uit over een lange periode waardoor bijstelling van afspraken, beleid en verwachtingen onontkoombaar is. Met name zien we de afgelopen jaren de financiële armslag van onszelf én corporaties afnemen.
Het regiofonds en het transformatiefonds zijn inmiddels leeg en Europees geld wordt steeds meer gericht op
economische topsectoren in plaats van op sociaal-maatschappelijke projecten. Dit betekent dat gebiedsontwikkelingen niet meer zoals in het verleden met een concreet eindbeeld en een van te voren vastgesteld uitvoeringsprogramma kunnen worden ontwikkeld (blauwdrukaanpak). Daarom moeten wij overschakelen op een
meer organische manier van stedelijke ontwikkeling, waarbij niet meer wordt toegewerkt naar een van te voren
bepaald eindbeeld, maar waarbij wordt gewerkt aan de hand van kleinschalige ingrepen, met kansen voor flexibele en tijdelijke oplossingen, gefaseerd in de tijd en geïnitieerd vanuit de samenleving (procesaanpak). Hierbij
willen wij aansluiting zoeken bij de Internationale Bau Austelling (IBA).
Wat doen we? Per beleidsterrein
Gebiedsontwikkelingen
• Midden in deze demografische transitie is er een mis match tussen vraag en aanbod op de woningmarkt.
De ‘woningprogrammering Parkstad Limburg’ is onze leidraad ten aanzien van deze problematiek (sloop,
nieuwbouw, renovatie) en is de input voor de provinciale visie op wonen. Er moeten echter nog vele fricties
worden opgelost tussen overheden en marktpartijen op het gebied van bestaande verordeningen, contracten
en andere overeenkomsten. Daarnaast moet vooral met de corporaties nog veel afgestemd worden en vele
afspraken gemaakt worden. Doel is om een plek te verwerven binnen de woningprogrammering op ZuidLimburgse schaal.
• POL (Provinciaal Omgevingsplan Limburg). De gemeentelijke bestuurders hebben de noodzaak tot sturing
van de provincie en afstemming binnen de regio als belangrijk uitgangspunt voor de uitwerking van het POL
meegegeven. Dit heeft geleid tot het specifieker uitwerken van visies, beleidsprincipes en uitvoeringsprogramma’s/instrumenten thema’s als kantoren, detailhandel en bedrijventerreinen, wonen. Blijvende vernieuwing en innovatie zijn dan ook van groot belang, we kunnen ons geen stilstand veroorloven. De uitdaging
is om een omslag te maken ‘van kwantiteit naar kwaliteit’ en meer schaarste te creëren. De sleutel ligt in
dynamisch voorraadbeheer. Op basis van een goede visie en een actueel overzicht van de voorraad worden
per regio (Noord-, Midden- en Zuid-Limburg) afspraken gemaakt.
172
Die gaan over het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad, het schrappen van plannen en
ideeën maar ook van harde plancapaciteit of nog uitgeefbare terreinen waar achteraf minder behoefte aan
blijkt te bestaan, en mogelijk ook de aanpak van leegstand.
• Het belang van een sterk centrum is voor ons evident. We gaan dan ook door op de ingeslagen weg om ons
centrum compacter, krachtiger en aantrekkelijker te maken voor ondernemers, burgers en bezoekers. Onze
aanpak bestaat uit een samenhangende combinatie van nieuwbouw, sloop en herinvulling. Belangrijk hierbij
is dat het centrum een duidelijke en onderscheidende toegevoegde waarde blijft behouden ten opzichte van
de buurtcentra en wij kiezen hierbij voor een krachtige aanpak van de leegstand.
Onderwijs
• Het vastgestelde Integraal Huisvestingsplan 2010-2021 (IHP) is de rode draad voor ons onderwijs huisvestingsbeleid ten aanzien van het primair onderwijs. De periode 2014/2018, is de grootste investering de
realisatie van de brede maatschappelijke voorziening (BMV) Hoensbroek-Zuid. Hiervoor is in de begroting
meerjarige financiële ruimte vrijgemaakt.
Prioriteitskeuzen gevolgen krimp MBP 2015/2018
Bij een keuze van beleidsprioriteiten geldt de aanbeveling om waar mogelijk aan te sluiten op de drie pijlers
uit het actieprogramma van het rijk en hierbinnen waar het gaat om de lokale invloedsfeer te kiezen voor
onderwerpen waar in termen van maatschappelijk rendement de inspanningen bij voorkeur op moeten worden
gericht.
Pijler Wonen en voorzieningen
Binnen de pijler wonen zijn de grote herstructureringsopgaven voor de woningmarkt in beleidsopzicht reeds
gedefinieerd, echter voor grote fysieke ingrepen ontbreekt de financiële armslag zowel bij overheden als bij corporaties. Wij zien echter wel voldoende mogelijkheden om samen met onze maatschappelijke partners welmogelijkheden om de toenemende vraag naar combinaties van woon, zorg en welzijnsvoorzieningen samen op te
pakken en te werken aan innovatieve oplossingen.
Pijler Economische vitaliteit wijken en steden
Ook binnen dit beleidsveld wordt een samenwerkingsrelatie nagestreefd met economische partners in de stad.
We richten ons hier vooral op oplossingen voor leegstand in de retailsector en werken aan een actieplan voor de
wijken op dit punt.
Pijler Arbeidsmarkt
Naast de arbeidsmarktprioriteiten die wij binnen het deelprogramma LED People hebben opgesteld voor de
daarbinnen te stimuleren economische sectoren, waaronder ICT en Smart Services, programma’s die we op
Zuid-Limburgse schaal organiseren, willen wij specifieke programma’s ontwikkelen binnen de zorgsector in
Parkstad.
Grensoverschrijdende samenwerking
Opmerkelijk feit blijft dat de demografische ontwikkeling in Zuid-Limburg stopt bij de grenzen. Voor een belangrijk deel vormen deze grenzen tevens een aangrijpingspunt voor oplossingen en kansen. Grensoverschrijdende
samenwerking in het opheffen van belemmeringen binnen de arbeidsmarkt, aansluiting onderwijs, wonen en
recreëren, mobiliteit, zorgconsumptie etc. wordt als erg belangrijk ervaren bij de aanpak van de gevolgen van
bevolkingskrimp aan onze kant van de grens. Ook het rijk bepleit het standpunt dat een deel van de oplossing
over de grens gevonden kan worden. We gaan ons de komende periode hernieuwd inzetten voor grensoverschrijdende samenwerking waar mogelijk in projectmatige aanpak met onze partners over de grens. De relatie
met Aachen wordt daarbij als erg belangrijk gezien.
Groene ruimten
Na 2000 jaren van krimp groeien onze groene ruimten weer. Het herinrichten van de openbare ruimte met
‘groen’ is daarmee een nieuwe belangrijke taak van de overheid. Soms is hier sprake van een link met de demografische ontwikkeling maar vaak ook niet. De afgelopen jaren is een gedeelte van de krimpgelden ingezet
voor de herstructurering en onderhoud van de vanwege sloop ontstane openplekken (bijv. € 350.000 in 2013).
173
174
3.9 Paragraaf subsidies
Wij zijn in Heerlen in positie om vanaf 2015 een meer actieve rol te spelen in de (Europese) subsidie-verwerving. De afgelopen periode was zowel voor de Europese programma’s, als de gemeentelijke organisatie een
voorbereidingsjaar. De nieuwe structuurprogramma’s (EFRO, ESF en Interreg) voor de jaren 2014-2020 zijn
inmiddels vastgesteld en gaan daadwerkelijk van start begin 2015. In onze organisatie liggen met dit Meerjarig
Bestuurs Programma de prioriteiten vast voor de komende jaren, is er een subsidiescan verricht voor het
onderzoeken van de belangrijkste aanknopingspunten bij de Europese programma’s en is er in de organisatie
geïnvesteerd door onder andere de aanstelling van een subsidie-coördinator.
De Europese programma’s zijn met name gericht op de doorontwikkeling van de kenniseconomie en een
bijdrage leveren aan een meer koolstofarme economie; Onderzoek, innovatie en duurzaamheid zijn hierbij de
sleutelwoorden. Er gaat meer Europees geld naar de themafondsen op het gebied van Milieu, Sociale zaken en
werkgelegenheid, Jeugd en onderwijs en Gezondheidszorg. Er is minder geld beschikbaar voor de Nederlandse
structuurfondsen EFRO en ESF, echter wel meer voor de grensoverschrijdende samenwerking binnen de diverse
Interreg-programma’s. Voor succesvolle subsidieverwerving zijn dan ook hoogwaardige, (grensoverschrijdende)
samenwerkingsverbanden noodzakelijk.
Binnen Zuid-Nederland zijn deze ambities en partnerschappen reeds georganiseerd binnen de Brainport 2020,
Kennis-as Limburg en LED netwerken, met de vier Limburgse campussen als dynamische bruggenhoofden
tussen onderzoek, innovatie en meer MKB-inzet en werkgelegenheid. Wat betreft het ESF programma zal in
komende periode (wederom) gewerkt worden in arbeidsregio’s, waarbij Zuid-Limburg een regio is waar wij als
Heerlen de centrale rol vervullen. De aandacht voor koolstofarme economie biedt ons als gemeenten ook kansen, gelet op de nog steeds noodzakelijke inspanningen voor het vitaal houden/maken van de werk en woonomgeving, zoals onder andere verwoord in de ambities van de energietransitie (Palet) en IBA 2020.
Onze ambitie is om in 2015 via verwerving van Europese, Provinciale, Rijks en particuliere subsidies, mede
door onze intermediairrol voor organisaties en ondernemers, die bestuurlijke ambities te realiseren waarvoor
momenteel onvoldoende eigen middelen beschikbaar zijn. Daarnaast willen we organisatie breed innovatieve
projecten initiëren, die een bijdrage leveren aan een meer efficiëntere gemeentelijke bedrijfsvoering.
Wij streven naar een additionele bijdrage, die de komende jaren zou moeten oplopen naar ruim 20 miljoen
euro.
Met de omarming van de ‘motie De Beer’ verzocht de Raad ons een overzicht te verstrekken van de door ons
uit te keren subsidies. Onderstaande treft u de vastgestelde subsidies 2014 aan. Deze vormen de basis voor de
subsidies in 2015 echter, voor de instellingen in het domein jeugd en Wmo is het een complexe operatie voor de
instellingen waarvan we de consequenties voor de uitvoering in 2015 nog niet geheel kunnen overzien.
Budgetsubsididies
Organisatie
Vastgestelde budgetsubsidies 2014
bedragen in €
Kunstencentrum Signe
61.000
Alcander
4.827.564
Rimo
1.977.376
Rimo ZMP
35.438
Blijf van Mijn Lijf
830.836
Stg. Gastenhof / Mijnzicht
783.650
Leger des Heils
1.155.374
Mondriaan verslavingszorg
1.777.380
Mondriaan WMO
417.473
Meander JGZ
1.106.420
Open Huis/Eethuis
30.000
Meander CIZOP
180.473
175
Organisatie
Vastgestelde budgetsubsidies 2014
bedragen in €
Meander Buddyzorg
37.853
Heksenketel
88.676
Horizon
34.448
MO Adviesraad
48.520
Seniorenraad
2.500
Stg Clientraad
2.500
Schoon GMS
140.000
Relim
268.397
WAO belangenvereniging Hoensbroek
7.500
Cultuurhuis
161.985
Stichting jaar van de Mijnen
500.000
Schunck
8.207.828
Mijnmuseum/Carboon
41.519
De nieuwe Nor
256.000
Parkstad Limburg Theaters
2.272.987
Cultura Nova
220.000
Filmhuis De Spiegel
60.000
(S)
Filmhuis De Spiegel
40.000
(I)
Peuterspeelzaalwerk Heerlen
1.563.410
Sterrenwacht
7.500
COC
20.000
Peuterspeelzaalwerk Heerlen
746.862
Vluchtelingenwerk Heerlen
54.126
Totaal budgetsubsidies
27.965.595
Waarderingssubsidies
Categorie
Subsidie plafond 2014
bedragen in €
Amateurkunstverenigingen
160.000
EHBO-verenigingen
2.400
Kindervakantiewerk
15.000
Levensbeschouwelijke organisaties
0
Maatschappelijke participatie
77.875
Milieu natuur en leefomgeving
6.000
Open jeugdwerk
7.000
Collectieve belangenbehartiging
7.500
Scouting
170.000
Speeltuinen
110.729
Sportverenigingen
138.000
Totaal waarderingssubsidies
694.504
176
Evenementensubsidies
Type evenement
Budget 2014
bedragen in €
Sport en cultuur evenementen
581.000
Totaal evenementensubsidies
581.000
Langjarige doelsubsidies
Subsidie-ontvanger
Verleende subsidie 2014
bedragen in €
Gemeenschapshuizen
150.000
Movare (schakelklassen)
100.000
Innovo (schakelklassen)
100.000
Innovo, Movare (schoolzwemmen)
200.000
Totaal langdurige subsidies
550.000
Overige subsidies
Kernthema
Budget 2014
bedragen in €
Cultuur
365.000
Onderwijs
400.000
Meedoen en zorg
37.500
Armoedebestrijding
0
Integraal jeugdbeleid
0
Integraal sportbeleid
210.000
Totaal langdurige doelsubsidies
1.012.500
177
178
4. Bestuur en organisatie
4.1 Gemeenteraad
Aan het hoofd van de gemeente staat de raad. De leden van de raad worden elke 4 jaar direct gekozen door de
bevolking en treden namens hen op. Zij maken het beleid (kaderstellende taak) en besturen de stad op hoofdlijnen. Ook controleert de gemeenteraad of de burgemeester en wethouders hun werk goed uitvoeren (controlerende taak).
Het aantal raadsleden binnen een gemeente is afhankelijk van het aantal inwoners en kan variëren van minimaal 7 tot maximaal 45 raadsleden. De gemeenteraad van Heerlen heeft 37 raadsleden. De raad bepaalt het
beleid (op hoofdlijnen) en neemt de belangrijke beslissingen zoals het vaststellen van de begroting. Bovendien
krijgt de raad met de invoering van het dualisme meer instrumenten om het college te controleren. Juist omdat
raadsleden zich nu minder met details bezig gaan houden ontstaat er meer ruimte voor contact met de burgers.
Het volksvertegenwoordigen komt weer op de eerste plaats.
De raad van de gemeente Heerlen is als volgt onderverdeeld:
• Socialistische Partij (SP)
• Ouderenpartij Heerlen (OPH)
• Christen Democratisch Appèl (CDA)
• Hart-Leers
• Partij van de Arbeid (PvdA)
• Stadspartij Heerlen (SPH)
• Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)
• Democraten 66 (D66)
• Partij Hoensbroeks Belang
• GroenLinks
• Realisten (RPN)
• Totaal
11 zetels
6 zetels
5 zetels
3 zetels
2 zetels
2 zetels
2 zetels
2 zetels
2 zetels
1 zetel
1 zetel
37 zetels
De gemeenteraad heeft vijf commissies ingesteld, te weten:
• Bestuur en Dienstverlening (BD)
• Economische Structuur (ES)
• Ruimtelijke Ontwikkeling (RO)
• Sociale Infrastructuur (SI)
• Leefomgeving (LO)
De commissies zijn als het ware het vooroverleg voor de raadsvergadering. Op de raadsagenda komen alleen
onderwerpen waarvan de commissies hebben besloten dat ze in de raad kunnen worden behandeld.
Werkgroep Financial Audit (WFA)
Conform de verordening op de raadscommissies heeft de commissie Bestuur en Dienstverlening tevens tot
taak het geven van advies over de verantwoording van het door het college gevoerde bestuur in onder andere de jaarrekening en het jaarverslag als bedoeld in artikel 197 van de gemeentewet. Met de voorbereiding
van dit advies wordt een werkgroep Financial Audit belast bestaande uit leden van de commissie Bestuur en
Dienstverlening.
179
4.2 College van burgemeester en wethouders
Het college is het dagelijks bestuur van de gemeente Heerlen en bestaat uit burgemeester Paul Depla, gemeentesecretaris Carolien Bruls en vijf wethouders: Peter van Zutphen, Nico Aarts, Martin de Beer, Jordy Clemens en
Barry Braeken. De wethouders behandelen ieder een bepaald aantal zaken die zijn vastgelegd in de portefeuilleverdeling.
Burgemeester Paul Depla
• Bestuurskracht
Algemene bestuurlijke aangelegenheden
Burgemeesterstaken
Internationale en nationale samenwerking (onder andere G31, Charlemagne en Stedelijk Netwerk ZuidLimburg)
Strategie ,Strategische lobby
Stadsregio Parkstad Limburg, Euregionale zaken
Personeel & organisatie, Communicatie & stadsmarketing
Dieren(welzijns)beleid
• Integrale veiligheid
Brandweer en rampenbestrijding, Openbare orde, Veiligheid en handhaving, Politie
Wethouder Peter van Zutphen (SP)
• 3D
decentralisaties AWBZ- en Wmo-coördinatie als geheel
• Welzijn
Gehandicapten, Maatschappelijke dienstverlening, Wmo en overige sociale zekerheidsregelingen,
Gezondheidszorg
• Armoedebeleid
Bijstandsverlening, Inkomensvoorziening, Minimabeleid, Integratiebeleid
• Herstructurering
MSP, Vrieheide, Hoensbroek-Centrum/De Dem.
Wethouder Nico Aarts (Ouderenpartij Heerlen)
• Middelen
Financiën, Inkoop en aanbesteding, Bedrijfsvoering, Facilities en huisvesting, Archief en informatiebeleid
Vastgoed en gronden in beheer (inclusief grondbedrijf) en grondexploitatie
Belastingen en heffingen
Burgerzaken, belastingen en begraafplaatsen
• Beheer en onderhoud
Beheer en onderhoud openbare ruimte, Riolering en water (beheer), Zwerfafval
• Mobiliteit
Openbaar vervoer, Parkeren, Binnen-/Buitenring, Verkeersmaatregelen
• Ruimtelijke ordening (met uitzondering van centrum en herstructurering)
• Wonen
Wethouder Martin de Beer (VVD/D66)
• Economie
Economische stimulering, Promotie en acquisitie
Recreatie en toerisme, Detailhandel, Bedrijven en bedrijventerreinen
Werkgelegenheid
• Arbeidsmarkt
Arbeidsmarkttoeleiding
• Decentralisatie (3D): Participatie
• Integraal sportbeleid
Sport, Sportaccommodaties, Sportevenementen
• Dienstverlening
Publieke dienstverlening
180
Wethouder Jordy Clemens (SP)
• Integraal jeugdbeleid
Decentralisatie jeugdzorg, Jeugdgezondheidszorg, Jeugdzaken
• Onderwijs
Onderwijs en kennisinfrastructuur
• Cultureel erfgoed
Historische musea, Jaar van de Mijnen, Monumenten
• Duurzaamheid
Duurzaamheid, milieu, klimaatbeleid en nieuwe energie (inclusief Mijnwater)
Bodemkwaliteit, Milieuhandhaving, Afvalinzameling en -verwerking
Wethouder Barry Braeken (PvdA/Ouderenpartij Heerlen)
• Centrumontwikkeling
Inclusief Maankwartier en Schinkelkwadrant
• Cultuur
Culturele Lente, Evenementen (met uitzondering van sportevenementen), Kunst in de openbare ruimte
Culturele instellingen, Cultuurparticipatie
• Integraal ouderenbeleid
• Buurtgericht werken
181
4.3 Organogram
Organisatiestructuur Gemeente Heerlen
Gemeenteraad
Griffie
College B & W
Gemeentesecretaris
Algemeen Directeur
Directie
Historisch Goud
-kasteel Hoensbroek
-thermenmuseum
-rijckheyt
Strategie &
Control
Communicatie
Personeel &
Organisatie
Jurap
Facilities
Administraties &
Onderzoek
Informatie
management
Project
Management
Beheer en
Onderhoud
Integrale
Veiligheid
Stadsplanning
182
Welzijn
Werkgelegenheid
en Sociale zaken
Publiekszaken
5. Financiële meerjarenbegroting 2015-2018
5.1 Uitgangspunten
1. Binnen de materiële budgetten is geen rekening gehouden met inflatoire ontwikkelingen. Ons standpunt is
dat de keuzes bij voorkeur niet mogen leiden tot verhoging van de lasten voor de burgers. De inflatie over
2015 bedraagt 1,25% (CPB, juni 2014). In beginsel moeten we voor de begroting 2015 en de meerjarenraming 2016 tot en met 2018 uitgaan van de jaarlijkse prijsaanpassing.
• Stijging van de materiële budgetten met 1,25%.
• Conform bestendige gedragslijn van de afgelopen jaren hebben wij geen inflatiecorrectie toegepast op
uitgaande subsidies.
Als beide hiervoor genoemde inflatiecorrecties worden toegepast betekent dit een structurele last in de
meerjarenbegroting, het niet toekennen van dit budget betekent dat we een taakstellende bezuiniging hebben verwerkt.
2. Kostenstijgingen moeten worden opgevangen binnen de bestaande budgetten.
3. De door de Raad genomen budgettaire besluiten zijn tot en met september 2014 verwerkt.
4. De lokale heffingen en overige leges zijn gebaseerd op maximaal kostendekkendheid. Voor (inflatoire)
bijstelling is gerekend met een stijging van 1,5% ten opzichte van 2014, hetgeen overeenkomt met het verwachte inflatiepercentage van het CPB (juni 2014). De lokale heffingen die de woonlasten betreffen overstijgen deze inflatoire ontwikkelingen.
5. Er wordt zowel intern alsook extern in principe geen loon- (alleen bij CAO-akkoorden) en prijscompensatie
toegekend. Deze maatregel wordt zo krachtig als mogelijk nagestreefd bij onze gemeenschappelijke regelingen, in ieder geval voor de jaren 2015 tot en met 2017. Daar waar kwaliteitsverhoging of kostenverlaging
op termijn kan worden vastgelegd zijn incidentele investeringen bespreekbaar.
6. In 2018 is een taakstelling verwerkt van ruim € 3,5 miljoen om sluitend te zijn, waarbij we verwijzen naar
de bestuurssamenvatting.
7. De uitgangspunten zoals geformuleerd door onze financieel toezichthouder, zijnde de provincie Limburg,
hebben als leidraad gefunctioneerd bij het opstellen van de begroting.
183
184
5.2 Ontwikkeling (inclusief bezuinigingen)
In de tabel geven we de ontwikkelingen in hoofdlijnen weer:
Bedragen in €
2015
2016
2017
2018
-6.744.000
-8.138.000
-8.662.000
-8.662.000
Economische stimulering
-45.229.000
-43.474.000
-41.445.000
-40.061.000
Sociale infrastructuur
-75.636.000
-79.484.000
-77.296.000
-76.872.000
-101.000
-14.000
-153.000
-199.000
6.864.000
8.816.000
8.615.000
8.558.000
120.846.000
115.832.000
113.354.000
117.236.000
0
-6.462.000
-5.587.000
0
Conceptbudget
Leefomgeving
Ruimtelijke ontwikkeling
Bestuur en dienstverlening
Eindtotaal
In de volgende tabel geven we de ontwikkelingen in detail weer:
Ontwikkelingen exclusief nieuwe impulsen
2015
2016
2017
2018
-6.744.000
-8.138.000
-8.662.000
-8.662.000
27.000
131.000
-36.000
163.000
Bedragen in €
Conceptbudget
Meerjaren begroting 2014 en verder
Diverse kleine administratieve afrondingsverschillen
Autonome ontwikkelen
Netto ontwikkelingen meicirculaire 2014
Generieke korting AU
Netto ontwikkelingen septembercirculaire 2014
-931.000
561.000
338.000
292.000
-1.609.000
-1.697.000
-1.743.000
-1.782.000
-127.000
213.000
900.000
1.656.000
-91.000
-80.000
-70.000
-70.000
Septembercirculaire Taakmutaties verminderen politieke
ambtdragers
Uitvoeringskosten nieuwe participatiewet
pm
pm
pm
pm
WMO (huishoudelijke hulp)
-188.000
-1.590.000
-1.519.000
-1.519.000
Taakmutatie scootmobielen
0
0
-144.000
-144.000
Geactualiseerde grex Maankwartier
0
-600.000
-600.000
0
-55.000
-55.000
-55.000
-55.000
Prijscompensatie lasten 1,25%
-550.000
-550.000
-550.000
-550.000
Prijscompensatie baten 1,50%
78.000
78.000
78.000
78.000
0
0
0
0
-1.300.000
-1.300.000
-1.300.000
-1.300.000
Vervallen fiscale faciliteit kindregeling per 01-01-2015
Loon-/prijscompensatie welzijnsinstellingen
Looncompensatie (cao)
Structureel effect zomernota
-822.000
-817.000
-817.000
-817.000
Netto ontwikkelingen decembercirculaire 2013
766.000
843.000
988.000
-459.000
Aanpassing vergoeding raadsleden en collegeleden
-70.000
-70.000
-70.000
-70.000
Ontwikkeling OZB Maankwartier
0
0
51.000
62.000
Ontwikkeling OZB Schinkelkwadrant
0
0
0
100.000
550.000
550.000
550.000
550.000
Netto ontwikkelingen OZB
919.000
919.000
919.000
919.000
Hondenbelasting
-63.000
-63.000
-63.000
-63.000
Precariobelasting
-59.000
-59.000
-59.000
-59.000
0
0
0
0
3.000
3.000
3.000
3.000
Niet verwerken prijscompensatie lasten 1,25%
Lokale heffingen
Parkeergelden
Vergunning parkeren
Fiscalisering parkeerboetes
Toeristenbelasting
5.000
5.000
5.000
5.000
13.000
13.000
13.000
13.000
Toerekening component straatreinigen aan afval
200.000
200.000
200.000
200.000
Toerekening component straatreinigen aan riool
263.000
263.000
263.000
263.000
Europese dienstrichtlijn
-10.000
-10.000
-10.000
-10.000
23.000
23.000
23.000
23.000
-23.000
-23.000
-23.000
-23.000
Begraafrechten
Marktgelden
185
Ontwikkelingen exclusief nieuwe impulsen
2015
2016
2017
2018
1.200.000
Vrijval reserves en voorzieningen
Prognose jaarrekeningresultaat 2015-2017
0
1.200.000
1.200.000
2.045.000
0
0
0
500.000
500.000
500.000
500.000
Vrijval via rentereserve
2.200.000
0
0
0
Vrijval overige reserves & voorzieningen
1.317.000
0
0
0
Prognose jaarrekeningresultaat 2014
Omslagrente verlagen naar 3,5%
Verbonden partijen
Verkoop aandelen Enexis
100.000
92.000
84.000
77.000
-139.000
-139.000
-139.000
-139.000
-1.053.000
-1.553.000
-2.053.000
-2.453.000
-7.000
-7.000
-7.000
-7.000
-82.000
-82.000
-82.000
-82.000
Voorgestelde bezuinigingen (specificatie zie 7.2)
6.111.000
6.962.000
8.535.000
10.650.000
Totaal ontwikkelingen exclusief nieuwe impulsen
1.197.000
-4.277.000
-3.352.000
-1.510.000
-50.000
-150.000
-200.000
-250.000
-300.000
-300.000
-300.000
-300.000
Aanpassing ‘verplicht’ dividend BNG/Enexis
Verwerken meerjaren begroting WOZL
Rd4 pluspakket
Bijdrage veiligheidsregio
Nieuwe impulsen
Mijnmuseum kapitaallasten
Campus Smart Services
Onderzoek naar meer blauw zichtbaar op straat
-50.000
Planontwikkeling Sibelco
Voorbereiden, coördineren en implementeren omgevingswet
-50.000
-50.000
-50.000
-50.000
-100.000
-100.000
-100.000
0
Taakstelling projecten verwijderen
-50.000
-120.000
-120.000
-120.000
MOP: Glaspaleis
-200.000
-200.000
-200.000
-200.000
Centrumgelden
-390.000
-390.000
-390.000
-390.000
Leegstandsbestrijding
-200.000
-200.000
-200.000
Acquisitie
-125.000
-125.000
-125.000
Ondernemershuis
-150.000
-150.000
-150.000
Integraal ouderenbeleid
-200.000
-200.000
-200.000
Duurzaamheid in combinatie nieuwe energie (2015 middelen reeds aanwezig)
-100.000
-100.000
-100.000
Onderzoek uitvoering versterking lobby en citymarketing
(2015 middelen reeds aanwezig)
-100.000
-100.000
-100.000
-2.185.000
-2.235.000
-2.185.000
Totaal nieuwe impulsen
-1.190.000
Opgenomen taakstelling
(zie bestuurssamenvatting)
3.695.000
Storting algemene reserve
-7.000
Eindtotaal
0
186
-6.462.000
-5.587.000
0
5.3 EMU-saldo
Omschrijving
2014
(voorlopig rekening)
2015
2016
2.045
-3.704
-5.972
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
9.294
10.754
13.360
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste
van de exploitatie
6.734
5.195
5.201
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op
de balans worden geactiveerd
30.069
54.844
28.561
5
De in mindering op de onder vraag 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bijdragen van het
Rijk, de Provincies, de Europese Unie en overigen
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa:
Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste
activa (tegen verkoopprijs), voorzover niet op
exploitatie verantwoord
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-,
woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
13.404
15.809
8.356
8
Baten bouwgrondexploitatie:
Baten voorzover transacties niet op exploitatie
verantwoord
13.153
9.595
3.246
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze
transacties met derden betreffen
5.363
5.531
5.542
10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via
de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar
rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief
fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog
niet vallen onder één van bovenstaande posten
11
Verkoop van effecten:
a
Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)
b
Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op
de exploitatie?
607
ja
4.000
Berekend EMU-saldo
-17.003
-54.343
-26.624
Bedragen x € 1000,-
“Het overzicht is opgesteld conform BBV, d.w.z.:
bij punt 1 wordt bij een positief exploitatiesaldo een positief bedrag ingevuld en bij een negatief exploitatiesaldo
een negatief bedrag.
Voor post 2 t/m 11 geldt dat alle bedragen als een positief bedrag worden ingevuld.”
187
188
5.4 Overzicht baten en lasten
Rekening 2013
x € 1.000
Baten
Lasten
Bijgest. begroting 2014
Saldo
Baten
Lasten
Begroting 2015
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Economische stimulering
61.298
-101.144
-39.846
58.218
-100.098
-41.880
8.602
-92.773
-84.171
Sociale infrastructuur
73.240
-121.006
-47.765
73.941
-120.992
-47.052
68.690
-198.241
-129.552
-49.285
Leefomgeving
4.618
-53.546
-48.928
3.496
-51.850
-48.354
3.162
-52.447
Ruimtelijke ontwikkeling
5.185
-12.275
-7.091
5.686
-14.047
-8.361
7.579
-15.269
-7.689
196.082
-56.764
139.318
181.492
-41.087
140.405
297.474
-30.481
266.993
340.423
-344.735
-4.312
322.833
-328.074
-5.241
385.507
-389.211
-3.704
3.702
-786
2.916
4.209
-845
3.364
2.657
-682
1.975
0
0
0
135
-68
67
0
0
0
739
-948
-210
913
-1.241
-328
335
-40
294
Bestuur en dienstverlening
Geraamde totaal saldo
van baten en lasten
Economische stimulering
Sociale infrastructuur
Leefomgeving
Ruimtelijke ontwikkeling
2.048
-1.226
822
2.153
-230
1.923
201
-1.191
-990
15.813
-8.530
7.283
8.911
-8.697
214
9.015
-6.590
2.424
22.301
-11.491
10.810
16.322
-11.081
5.241
12.208
-8.504
3.704
Economische stimulering
65.000
-101.930
-36.930
62.427
-100.943
-38.515
11.259
-93.455
-82.196
Sociale infrastructuur
73.240
-121.006
-47.765
74.076
-121.060
-46.984
68.690
-198.241
-129.552
-48.991
Bestuur en dienstverlening
Bestemming
Leefomgeving
5.357
-54.495
-49.138
4.409
-53.091
-48.682
3.497
-52.488
Ruimtelijke ontwikkeling
7.232
-13.502
-6.269
7.839
-14.277
-6.438
7.781
-16.460
-8.679
211.895
-65.294
146.601
190.403
-49.784
140.619
306.489
-37.071
269.417
Geraamde resultaat
362.724
-356.226
6.498
339.155
-339.155
0
397.715
-397.715
0
x € 1.000
Baten
Bestuur en dienstverlening
MJB 2016
Economische stimulering
Lasten
MJB 2017
Saldo
Baten
Lasten
MJB 2018
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
5.566
-89.582
-84.016
5.523
-89.698
-84.176
5.523
-86.987
-81.465
68.193
-201.912
-133.719
67.939
-199.390
-131.451
67.939
-198.966
-131.027
2.702
-52.031
-49.329
2.702
-52.052
-49.350
2.702
-52.074
-49.372
686
-8.782
-8.096
510
-8.332
-7.822
714
-8.430
-7.716
295.154
-25.967
269.187
290.790
-24.686
266.104
288.509
-20.426
268.083
Geraamde totaal saldo
van baten en lasten
372.302
-378.274
-5.972
367.464
-374.159
-6.695
365.387
-366.883
-1.496
Economische stimulering
2.265
-1.444
821
4.160
-1.085
3.075
2.899
-1.150
1.749
49
0
49
49
0
49
49
0
49
332
-40
292
201
-40
161
177
-40
137
Sociale infrastructuur
Leefomgeving
Ruimtelijke ontwikkeling
Bestuur en dienstverlening
Sociale infrastructuur
Leefomgeving
Ruimtelijke ontwikkeling
Bestuur en dienstverlening
Bestemming
Economische stimulering
321
0
321
313
0
313
148
0
148
3.651
-5.624
-1.973
2.611
-5.100
-2.489
3.513
-4.100
-587
6.619
-7.109
-490
7.333
-6.225
1.108
6.786
-5.290
1.496
7.831
-91.026
-83.195
9.682
-90.783
-81.101
8.421
-88.137
-79.716
68.242
-201.912
-133.670
67.988
-199.390
-131.402
67.988
-198.966
-130.978
Leefomgeving
3.035
-52.071
-49.037
2.904
-52.093
-49.189
2.880
-52.115
-49.235
Ruimtelijke ontwikkeling
1.007
-8.782
-7.775
823
-8.332
-7.510
862
-8.430
-7.567
298.805
-31.591
267.214
293.400
-29.786
263.615
292.022
-24.526
267.496
378.920
-385.382
-6.462
374.797
-380.384
-5.587
372.173
-372.173
0
Sociale infrastructuur
Bestuur en dienstverlening
Geraamde resultaat
189
Overzicht incidentele baten en lasten per programma
2015
bedragen x 1.000
Programma - Kernthema - Product
Progr. 1 - Economische Stimulering
INCIDENTEEL
BATEN
LASTEN
3.079
-1.363
Arbeidsmarkt
Arbeidsmarktbeleid
898
-958
-
2.069
75
-100
Re-integratie/participatie
Cultuur
Beleid Educatie en Amateurkunsten
Culturele Activiteiten Glaspaleis
-13
Economische Speerpunten
Acquisitie
12
-12
Integraal Sportbeleid
Beleid Sporteducatie en Amateursport
-5
Sportstimuleringsbeleid
-254
Onderwijs
Onderwijs- en Arbeidsmarktbeleid ES
Onderwijsachterstandenbeleid
500
-70
1.595
-1.565
Onderwijshuisvestingbeleid
-211
Cultureel Erfgoed
Jaar van de Mijnen
Progr. 2 - Sociale Infrastructuur
-245
151
-351
Armoedebestrijding
Schuldhulpverlening
-600
Integraal Jeugdbeleid
Algemene voorzieningen jeugd
151
116
Meedoen & Zorg
Opvang en verslavingszorg
244
Decentralisatie AWBZ-WMO Heerlen
151
Gezondheidszorg
Progr. 3 - Leefomgeving
-261
460
-615
Schoon en Heel
IBOR
-100
Veiligheid
Veiligheid leefomgeving
223
-223
Handhaving
237
-293
6.865
-7.029
436
-436
Progr. 4 - Ruimtelijke Ontwikkeling
Duurzaamheid & Milieu
Bodembescherming
Energie & Dubo
-50
Fysieke Leefomgeving
Wonen
2
-2
6.428
-6.542
1.186
-532
Herstructurering
Herstructurering
Progr. 5 - Bestuur & Dienstverlening
Bestuurskracht
Publieke Communicatie
-30
Ondersteuning College B&W
-10
Dienstverlening
Dienstverlening Ondernemers & Burgers
-210
Middelen
Algemene Uitkeringen
Vastgoed
Financiele Producten
Eindtotaal
-427
1.196
-57
417
-225
11.741
-9.891
190
5.5 Financiële status en weerbaarheid
Inleiding
Het is van belang inzicht te hebben in de financiële status (hoe financieel gezond is de gemeente) en de financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden). Deze paragraaf geeft door middel van indicatoren inzicht (een indicatie) in de financiële status en weerbaarheid. Het is een set van indicatoren en normen, die door een landelijke werkgroep van gemeenten, onder voorzitterschap van de gemeente
Heerlen, zijn samengesteld. Deze werkgroep heeft dit ook gepresenteerd aan de RfV.
De financiële status en weerbaarheid laat in één overzicht de financiële gezondheid van de gemeente zien:
“zo staat de gemeente er financieel voor”. Het gaat om de financiële status en weerbaarheid op een bepaald
meetmoment. Het is een thermometer, die meerdere keren wordt gebruikt (begroting, jaarrekening en meerdere jaren achtereen) en hierdoor ook een trend (een ontwikkeling) aangeeft. Sommige indicatoren zijn alleen
begrotingsindicatoren, andere zowel begrotings- als jaarrekeningindicatoren. Het is een technische analyse,
waarbij verdere uitleg bij de cijfers noodzakelijk kan zijn. De resultaten van de test staan in de vorm van een
dashboard in onderstaande figuur.
Indicatorgroep
1. Schuldpositie
(vreemd vermogen)
Indicator
Voldoende
1.1 Schuldratio
1.2 Netto schuld / exploitatie (netto
schuldquote)
1.3 Netto schuld per inwoner
1.4 Schuldevolutie
1.5 Netto rentelasten / exploitatie
1.6 Rentereserve
1.7 Omslagrente - werkelijke rente
2. Reservepositie
(eigen vermogen)
3. Grondexploitaties
2.1 Ratio weerstandsvermogen
2.2 Mogelijkheden om beschikbare
weerstandscapaciteit te verbeteren
3.1 Afhankelijkheid van grondexploitatie
voor sluitende begroting
3.2 Winstverwachting grondexploitaties
(meerjarig)
3.3 Algemene reserve grondbedrijf en
risicoreserve grondbedrijf versus risico's
3.4 Toekomstig nog te realiseren baten
en lasten in relatie tot de BIE (Bouwgrond
In Exploitatie)
3.5 NIEGG (Niet In Exploitatie Genomen
Gronden)
4. Leningen,
garantstellingen en
waarborgen
5. Meerjarig
onderhoud
kapitaalgoederen
6. Lokale lasten
4.1 Zekerheden leningen, garantstellingen
en waarborgen
5.1 Toereikendheid onderhoudsbudgetten,
incl. vervangingsinvesteringen
6.1 Lokale lastendruk
6.2 Onbenutte belastingcapaciteit OZB
6.3 Derving OZB i.v.m. leegstand
6.4 Kostendekkendheid leges
7. Meerjarig
financieel evenwicht
7.1 Ombuigingen, taakstellingen
7.2 Verhouding Structurele / Incidentele
baten en lasten
7.3 Meerjarig sluitende begroting
Tabel: samenvatting financiële stresstest
191
Attentie/kwetsbaar
Kwetsbaar
Hierna worden de indicatoren, de norm en de score van de gemeente Heerlen toegelicht.
1. Schuldpositie, vreemd vermogen
1.1 Schuldratio (debt ratio)
De schuldratio geeft aan welk aandeel van de bezittingen is belast met schulden. Deze ratio is de som van de
kortlopende en de langlopende schulden gedeeld door het balanstotaal. Voorzieningen worden hier niet meegenomen. Hoe lager de uitkomst hoe gunstiger dit is. We financieren dan immers meer met eigen vermogen. Een
factor van 80% of hoger wordt door de VNG gezien als een hoge mate van financiering met vreemd vermogen.
Heerlen heeft een resultaat van 76% en dat betekent: attentie/kwetsbaar.
1.2 Netto schuld/exploitatie (netto schuldquote)
De schuld als aandeel van de baten vóór bestemming is een indicator om de hoogte van de schulden van een
gemeente te beoordelen. De hoogte van de baten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schuld een
gemeente kan dragen. De schuld als aandeel van de exploitatie is de som van de kortlopende schulden, de
langlopende schulden en de crediteurenvorderingen minus de debiteurenvorderingen en de liquide middelen
(allen balansgegevens) gedeeld door de totale baten (vóór bestemming). De VNG geeft aan dat bij een resultaat van meer dan 90% voorzichtigheid is geboden. Heerlen heeft een verhouding van 48% en scoort daarmee:
voldoende.
1.3 Netto schuld per inwoner
Deze indicator is de hiervoor beschreven netto schuld gedeeld door het aantal inwoners. Het gemiddelde in
Nederland is € 2.343 (ultimo 2012, meest actuele cijfer van de VNG). Binnen een afwijking van 20% van dit gemiddelde is de score attentie/kwetsbaar, daarbuiten voldoende (-20%, € 1.874) of kwetsbaar (+20%, € 2.812).
Heerlen heeft een schuld per inwoner van € 1.498 (ultimo 2012) en scoort daarmee: voldoende.
1.4 Schuldevolutie
Deze indicator geeft de ontwikkeling van de schuld aan. Dit is het procentuele verschil tussen de netto schuld
per inwoner op 31-12-2013 (€ 1.864) en de netto schuld per inwoner op 31-12-2012 (€ 1.498). Dit is toegenomen met 24%, de score geeft aan: kwetsbaar. De netto schuld is toegenomen, ook per inwoner, maar zoals de
indicatoren 1.2 en 1.3 aangeven is de score op de netto schuldquote en de netto schuld per inwoner nog steeds
voldoende.
1.5 Netto rentelasten/exploitatie
Dit is het aandeel van de externe rentelasten (incl. financial lease) in de exploitatie. De indicator geeft aan welk
deel van de exploitatie gebonden is door het betalen van rente. Ongeveer 1,1% van de exploitatiekosten zijn
rentelasten. De score is: attentie/kwetsbaar.
1.6 Rentereserve
De rente is aan veranderingen onderhevig. De rentereserve is een reserve om tegenvallers (risico’s) op het renteresultaat te kunnen opvangen. De rentereserve heeft voldoende omvang om 2 jaar renteschommelingen op te
vangen. De score is voldoende.
1.7 Omslagrente - werkelijke rente
De omslagrente wordt volgens vastgelegde uitgangspunten berekend. Als de werkelijke rente (gem. actuele
rentevoet van de portefeuille) afwijkt heeft dit invloed op de exploitatie. De omslagrente is hoger dan de werkelijke rente. Er blijft een klein renteresultaat over. De score is voldoende.
2. Reservepositie, eigen vermogen
2.1 Ratio weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om risico’s op te vangen zonder
dat het beleid moet worden gewijzigd. Het geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de gemeente.
De score ligt tussen de 0,8 en 1,2 en dit betekent: attentie/kwetsbaar (norm volgens nota risico’s en weerstandsvermogen).
192
2.2 Mogelijkheden om beschikbare weerstandscapaciteit te verbeteren
De algemene reserve vormt ons directe weerstandsvermogen, bedoeld om risico’s af te dekken. Daarnaast is
sprake van indirect weerstandsvermogen (post onvoorzien, onbenutte belastingcapaciteit en bestemmingsreserves die niet worden gebruikt ter dekking van kapitaallasten van investeringen met economisch nut). Deze
kunnen worden gebruikt om de weerstandscapaciteit te verbeteren. De gemeente heeft deze mogelijkheden
waardoor de score voldoende is.
3. Grondexploitatie
3.1 Afhankelijkheid grondexploitatie voor sluitende begroting
Zodra in de meerjarenbegroting rekening wordt gehouden met winsten vanuit de grondexploitaties bestaat er
een bepaalde druk op de exploitaties om deze winsten daadwerkelijk te realiseren. Geen realisatie betekent
immers een direct dekkingsprobleem in de begroting. Lagere grondverkopen hebben dan direct effect op de
reguliere exploitatie. In de meerjarenbegroting van onze gemeente zijn dergelijke winsten niet ingeboekt, zodat
de score voldoende is.
3.2 Winstverwachting grondexploitaties
Op het moment dat er positieve resultaten uit de grondexploitaties worden gerealiseerd heeft de gemeente
middelen die kunnen worden ingezet of gespaard voor moeilijke tijden. De meerjarige winstverwachting van de
grondexploitaties is positief, zodat de gemeente op deze indicator voldoende scoort.
3.3 Algemene reserve grondbedrijf en risicoreserve grondbedrijf versus risico’s
De AR van het grondbedrijf en de bestemmingsreserve ter afdekking van algemene economische risico’s zijn reserves om risico’s van het grondbedrijf op te vangen. De reserve moet zodanig zijn dat de risico’s kunnen worden opgevangen. Hierin zit b.v. opgenomen of de meerjarig geplande woningproductie/uitgifte bedrijfsterreinen
wordt gehaald. De reserve is groot genoeg om alle risico’s op te vangen, waardoor de score voldoende is.
3.4 Toekomstig nog te realiseren baten en lasten in relatie tot de BIE (Bouwgrond In Exploitatie)
Deze indicator geeft aan wat nog aan kosten en opbrengsten moet worden gerealiseerd in relatie tot de actuele
boekwaarde van de BIE (Bouwgronden In Exploitatie). Als dit te hoog is dan geeft dit aan dat er nog veel te
verrichten inspanningen zijn met mogelijke risico’s. Heerlen heeft vooruit ontvangen subsidies, waardoor de
boekwaarde van de BIE negatief is. De score is hierdoor voldoende.
3.5 NIEGG (Niet In Exploitatie Genomen Gronden)
Deze indicator geeft aan of de exploitatielasten (rente- en beheerskosten) zijn afgedekt. De exploitatiekosten
zijn structureel afgedekt zodat de score voldoende is.
4. Uitstaande leningen, garantstellingen en waarborgen
4.1 Zekerheden leningen, garantstellingen en waarborgen
M.b.t. de leningen is geanalyseerd welke zekerheden zijn gesteld en welke positie de gemeente Heerlen inneemt in geval de geldlener in gebreke blijft. Niet alleen de positie, ook het feit of zekerheden zijn gesteld
(onderpand) bepalen het risicoprofiel voor onze gemeente. Indien geen onderpanden zijn verstrekt is het risico
immers hoger aangezien er geen aanspraak kan worden gemaakt op de waarde van enig onderpand. Het resultaat is dat voor 94% zekerheden zijn gesteld en dat betekent: attentie/kwetsbaar.
5. Meerjarig onderhoud kapitaalgoederen
5.1 Toereikende onderhoudbudgetten
Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud aan de kapitaalgoederen binnen onze gemeente. Veelal betreft dit
kapitaalgoederen in de openbare ruimte zoals wegen, groen en civieltechnische kunstwerken. Gekeken is of de
budgetten toereikend zijn om het normniveau van een 6 te waarborgen (indien de kwaliteit zakt onder de 6 is
sprake van kapitaalvernietiging met op termijn extra kosten). Er is minder dan 1% extra budget van de totale
gemeentelijke lasten nodig om het normniveau te halen. De score is: attentie/kwetsbaar.
193
6. Lokale lasten
6.1 Lokale lastendruk
De lokale lastendruk is de druk van de lasten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en OZB. Het gemiddelde van
Nederland is € 704 (COELO 2014). Binnen een afwijking van 5% van dit gemiddelde is de score attentie/kwetsbaar, daarbuiten voldoende (-5%) of kwetsbaar (+5%). Heerlen heeft een lokale lastendruk van € 692 (COELO
2014) en dat betekent attentie/kwetsbaar.
6.2 Onbenutte belastingcapaciteit OZB
Landelijk mag de OZB opbrengst jaarlijks voor alle gemeenten gezamenlijk een vastgestelde stijging laten zien.
Voor 2014 is dit bepaald op 3,0% (macronorm). De inkomstenstijging (niet de tariefstijging) voor onze gemeente is lager dan deze macronorm, zodat een deel van de belastingcapaciteit nog niet is benut. Er is echter
slechts een beperkte belastingcapaciteit onbenut, die in financieel moeilijke tijden benut zou kunnen worden.
Hierdoor is de score: attentie/kwetsbaar.
6.3 Inkomstenderving OZB door leegstand niet-woningen
Leegstand kost de gemeente geld. Er bestaat een directe relatie tussen de opbrengst OZB-gebruikers niet
woningen en leegstand. De gemeente Heerlen heeft een inkomstenderving van 3,36% van de totale opbrengst
OZB niet woningen, waardoor de score is: attentie/kwetsbaar.
6.4 Kostendekkendheid leges
Deze indicator geeft aan in hoeverre bij de leges de lasten worden gedekt door de baten. Als de kostendekkendheid lager is, is er mogelijk ruimte om meer baten te realiseren. De kostendekkendheid bij de algemene
dienstverlening is 61%, bij de omgevingsvergunningen is 82% en bij de Europese Dienstenrichtlijn 11%. Er is
slechts beperkt ruimte voor het verhogen van de baten (in totaal minder dan 1% op de totale exploitatie). De
score is attentie/kwetsbaar.
7. Financieel evenwicht
7.1 Ombuigingen
We hebben diverse bezuinigingsacties ingezet. De daaruit voortvloeiende bezuinigingen zijn deels gerealiseerd
en deels nog niet (in totaal is voor 2015 0,80% van het begrotingstotaal nog niet gerealiseerd). Deze score
betekent: voldoende.
7.2 Verhouding structurele lasten en structurele baten
Structurele lasten moeten worden afgedekt door structurele baten. Andersom mogen incidentele lasten
worden afgedekt door incidentele baten. Meerjarig zijn de structurele lasten voor meer dan 97% afgedekt
door structurele lasten. De score is attentie/kwetsbaar. Was de afdekking hoger dan 98% geweest dan was
de score voldoende.
7.3 Sluitende begroting
De meerjarige begroting is in het jaar 2015 sluitend, ook het laatste jaar is sluitend. De score geeft aan:
attentie/kwetsbaar. Waren alle jaren sluitend geweest dan was het resultaat voldoende geweest.
194
6. Algemene dekkingsmiddelen
6.1 Lokale heffingen
Voor dit onderdeel wordt verwezen naar de paragraaf 3.1 Lokale Heffingen.
6.2 Gemeentefonds
Inleiding
In deze paragraaf laten we de effecten zien van de septembercirculaire 2014 t.o.v. de meicirculaire 2014 op het
gemeentefonds. Deze septembercirculaire en de meicirculaire vormen de basis voor het opstellen van de meerjarenbegroting die voor u ligt.
Samenvatting
In de meicirculaire is het deelfonds “Sociaal domein” toegevoegd in de vorm van de decentralisatie AWBZ naar
Wmo en de decentralisatie Jeugdzorg. In deze circulaire wordt daar de decentralisatie Participatie aan toegevoegd. Het wetsvoorstel voor instelling van het deelfonds Sociaal domein werd echter ingetrokken. Dat heeft tot
gevolg dat de bestedingsverplichting van het Sociaal domein komt te vervallen. In de plaats van het deelfonds
komt er één integratie-uitkering (IU) ‘Sociaal domein’.
In 2015 wordt voor het Sociaal domein nog gebruik gemaakt van het historisch verdeelmodel. Voor de decentralisatie AWBZ naar Wmo is afgelopen zomer een objectief verdeelmodel samengesteld. De nieuwe bedragen
per gemeente zijn wel al bekend, maar nog niet cijfermatig verwerkt in deze begroting, vanwege bestuurlijk
overleg. Invoering van het objectief verdeelmodel zal in fasen plaatsvinden (zie ook onderdeel B Sociaal domein).
Het gemeentefonds krijgt daarmee vanaf 2015 de volgende opbouw:
• Algemene uitkering
€
92,4 miljoen
• Integratie uitkering Sociaal domein
€ 124,7 miljoen
• Integratie- en decentralisatie-uitkeringen
€
21,8 miljoen
Totaal
€ 238,9 miljoen
In bovenstaande cirkelgrafiek zien we dat het Sociaal domein inmiddels meer dan 50% van het gemeentefonds
uitmaakt.
Andere belangrijke punten zijn:
• Het nadeel (netto ontwikkeling) voor de begroting 2015 bedraagt -/- € 0,127 miljoen en verandert dus minimaal. De verlaging is het gevolg van een lager accres in 2015 door de lagere loon- en prijscompensatie aan
de departementen. De accresdaling wordt opgevangen door de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Deze
stijgt doordat de landelijke ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers dalen. Vanaf 2016 laat de netto
ontwikkeling een positiever verloop zien (zie tabel I en A Netto ontwikkeling gemeentefonds).
195
• De integratie uitkering Wmo (hulp bij huishouden; geen onderdeel IU sociaal domein) daalt vanaf 2016 met
1,3 miljoen.
Effect septembercirculaire op de meerjarenraming 2015-2018
A. Netto ontwikkeling gemeentefonds
Volgens de septembercirculaire 2014 kan de gemeente Heerlen de volgende bedragen in miljoenen verwachten:
2015 € 238,9
2016 € 238,4
2017 € 234,1
2018 € 231,5
De totale stijging of daling van het gemeentefonds noemen we de bruto ontwikkeling van het gemeentefonds.
In deze bruto ontwikkeling zitten echter uitkeringen die door het Rijk aan een bepaalde taak worden toegewezen (zie onderdeel B. Sociaal Deelfonds en C. Decentralisatie-, integratie-uitkeringen en taakmutaties). Van de
uitkeringen genoemd bij onderdeel C moeten wij nog onderzoeken in hoeverre deze algemene middelen uitgegeven gaan worden aan deze taken of dat ze ‘vrij’ besteedbaar zijn. Daarom halen we deze uitkeringen van de
bruto-ontwikkeling af. Dan ontstaat de netto ontwikkeling van het Gemeentefonds die vrij besteedbaar is.
Samenvattend:
Bruto ontwikkeling = stijging/daling gemeentefonds totaal
Minus: Integratie uitkering Sociaal domein (taken 3D’s)
Minus: posten waarover na onderzoek separate besluitvorming dient plaats te vinden:
• Decentralisatie-uitkering
• Integratie-uitkering
• Taakmutaties
-----------------------------------Netto ontwikkeling gemeentefonds (vrij besteedbaar)
Tabel I De netto ontwikkeling gemeentefonds n.a.v. de septembercirculaire 2014 t.o.v. de meicirculaire 2014:
Bedragen* € 1.000
Omschrijving
2015
2016
2017
2018
Accresontwikkeling (2015-2018)
-636
0
72
289
Plafond Btw-compensatiefonds
-283
-359
-144
0
9
72
72
72
858
495
952
1.331
Bijstelling herverdeeleffect groot
onderhoud gemeentefonds
Ontwikkeling uitkeringsbasis/hoeveelheidsverschillen
Overige ontwikkelingen
Netto ontwikkeling/”vrije”
middelen
-75
5
-52
-36
-127
213
900
1.656
De netto ontwikkeling van de septembercirculaire is te onderscheiden in vier kern onderdelen:
1. Accressen
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de
rijksuitgaven. Volgens de normeringssystematiek (trap op trap af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct
invloed op de omvang van de algemene uitkering. De jaarlijkse toename of afname van de algemene uitkering,
voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd.
Het accres van 2015 wordt ten opzichte van de meicirculaire 2014 neerwaarts bijgesteld met respectievelijk
-€ 0,636 miljoen. Het accres 2015 is lager uitgevallen door de lagere loon- en prijscompensatie aan de departementen. Daarnaast vallen de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag mee. Vanaf 2017 worden de accressen
positief bijgesteld oplopend tot € 0,289 miljoen in 2018. De bedragen werken telkens structureel door. De accressen van 2017 en volgende jaren zijn hoger door hogere kosten aan asielzoekers en door leningen uit hoofde
van studiefinanciering.
196
2. Plafond BTW Compensatiefonds (BCF)
Er is afgesproken dat de toegestane groei van het BCF vanaf 2015 wordt gekoppeld aan de normeringssystematiek (trap op trap af). Het BCF is voorzien van een plafond. Op dit moment is het geraamde beroep op het BCF
hoger dan het geraamde plafond. Deze verwachte overschrijding leidt tot een onttrekking aan het gemeentefonds met een bedrag van landelijk € 50 miljoen. Voor Heerlen betekent dit een korting van € 0,283 miljoen in
2015.
3. Herverdeel effect groot onderhoud gemeentefonds
In de meicirculaire hebben wij de eerste tranche van het groot onderhoud gemeentefonds verwerkt. Het ministerie BZK heeft van de herverdeeleffecten en de bijbehorende suppletie-uitkering een herberekening gemaakt
ten opzichte van de meicirculaire 2014. Dit naar aanleiding van opmerkingen uit het veld over de bommenregeling, maatstaf krimp en dergelijke. De bijstelling voor Heerlen is gering: € 0,009 miljoen in 2015 en vanaf 2016
€ 0,072 miljoen.
De tweede tranche van het groot onderhoud gemeentefonds vindt plaats met ingang van uitkeringsjaar 2016.
4. Ontwikkeling uitkeringsbasis (hoeveelheidsverschillen)
Dit betreft vooral de mutatie van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, bijstandsgerechtigden enz. Heerlen heeft als krimpgemeente veel last van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. De algemene
uitkering neemt landelijk namelijk niet toe als de hoeveelheden (bijvoorbeeld inwoners) stijgen. Om dit te compenseren wordt de uitkeringsfactor door het Rijk verlaagd. Gemeenten kunnen deze korting goedmaken door
evenredig te stijgen met de aantallen. Groeigemeenten lukt dat gemakkelijk, de plattelandsgemeenten moeten
hier veelal een veer laten, om helemaal niet te spreken over krimpgemeenten. Vroeger werd deze ontwikkeling
“gecamoufleerd” door de positieve accressen, daar is echter steeds vaker geen sprake meer van.
Deze circulaire zit het mee. De stijging van deze post wordt vooral veroorzaakt doordat de landelijke ramingen
van het aantal bijstandsgerechtigden daalt vanaf 2015. Om deze daling te compenseren stijgt de uitkeringsfactor.
In 2015 handhaven wij onze raming van het aantal bijstandsgerechtigden. Vanaf 2016 moeten wij onze raming
bijstandsgerechtigden met 200 verminderen omdat deze te hoog zijn ingeschat.
Aangezien wij nog niet op de hoogte zijn van de nieuwe aantallen in het kader van de Basisadministratie
Adressen en Gebouwen (BAG) is ook in deze circulaire gebruik gemaakt van de aantallen van het ministerie
BZK. Het is echter nog niet 100% duidelijk of deze aantallen van het ministerie ook correct zijn. Hierdoor is het
mogelijk dat wij het gemeentefonds bij de meicirculaire 2015 omlaag moeten bijstellen. Het risico dat wij hier
lopen is € 0,5 miljoen.
B. Integratie uitkering Sociaal domein
Integratie-uitkering (IU) Sociaal domein 2015 gemeente Heerlen:
Het gemeentefonds krijgt daarmee vanaf 2015 de volgende opbouw:
1. AWBZ naar Wmo
€
53,9 miljoen
2. Jeugdzorg
€
28,7 miljoen
3. Participatiewet
€
42,3 miljoen
Totaal
€ 124,7 miljoen
Het wetsvoorstel voor instelling van het deelfonds Sociaal domein wordt ingetrokken. Dat heeft tot gevolg dat
de bestedingsverplichting van het Sociaal domein komt te vervallen. In de plaats van het deelfonds komt er
één integratie-uitkering Sociaal domein. Zolang de verdeling over de drie afzonderlijke integratie-uitkeringen
bekend is, hanteren wij deze uitsplitsing over de 3 verschillende beleidsvelden; Wmo, Jeugdzorg en Participatie.
Van de integratie uitkering Sociaal domein is formeel alleen het budget 2015 bekend gemaakt. Het is duidelijk
dat de verdeling van die budgetten de komende jaren zal wijzigen als gevolg van het objectief verdeelmodel
maar het is nog niet duidelijk hoe. Wij hebben er meerjarig voor gekozen om bij de verwerking van de septembercirculaire wel rekening te houden met de dalende meerjarige macrobudgetten. Dit houdt in dat we de
procentuele verhouding tussen de macrobedragen van de circulaire aangehouden. Daar waar nog sprake is van
aanvullende kortingen als gevolg van het objectief verdeelmodel, is hier in onze berekening geen rekening mee
gehouden.
197
1. AWBZ naar Wmo
Voor de Wmo is afgelopen zomer een objectief verdeelmodel samengesteld. De nieuwe bedragen per gemeente
zijn wel al bekend, maar nog niet cijfermatig verwerkt in deze begroting. Voor Heerlen betekent het objectief
verdeelmodel Wmo een korting van € 8,2 miljoen vanaf 2016. De invoer hiervan zal fasegewijs geschieden. De
vormgeving is nog onderwerp van bestuurlijk overleg.
2. Jeugdzorg
Het objectief verdeelmodel jeugdzorg wordt momenteel ontwikkelt en zal naar verwachting december 2014
gereed zijn.
3. Participatiewet
Het budget van de Participatiewet kwam te laat voor de Meicirculaire. Wij zijn daarna via een brief op de hoogte
gebracht van de hoogte van deze uitkering. In deze septembercirculaire wordt de decentralisatie Participatiewet
echter formeel toegevoegd. Het bedrag 2015 tussen de brief (€ 41,8 miljoen) en de septembercirculaire (€ 42,3
miljoen) is licht positief gewijzigd.
C. Decentralisatie-, integratieuitkeringen en taakmutaties
In tabel II treft u een overzicht aan van de bijgestelde decentralisatie-, integratie-uitkeringen en taakmutaties
uit de septembercirculaire. Deze uitkeringen zijn vrij besteedbaar en er vindt geen verantwoording naar het Rijk
plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Er worden echter wel regelmatig convenanten/afspraken
met het Rijk opgesteld. Intentie van het Rijk is om de uitkeringen op termijn toe te voegen aan de algemene
uitkering van het Gemeentefonds.
Zoals gebruikelijk wordt onderzocht in hoeverre deze uitkeringen uitgegeven gaan worden aan deze taken of
dat ze ‘vrij’ besteedbaar zijn. Als uit onderzoek blijkt dat de bedragen niet binnen het betreffende beleidsveld
nodig zijn dan is er geld over om vrij te besteden. Zoals u kunt zien staan er ook kortingen bij. Indien we niet in
staat zijn deze kortingen op te vangen binnen het beleidsveld zal het tekort gemeente breed stijgen.
Tabel II
Bedragen * € 1.000
Nieuwe mutaties decentralisatie-, integratieuitkeringen en taakmutaties
2015
2016
2017
2018
Integratie-uitkering Sociaal Domein:
AWBZ naar Wmo (IU)
-151
76
74
74 *
0
-157
-31
-204 *
42.280
39.747
37.341
35.405 *
-1.337 *
jeugdzorg (IU)
Participatiewet (IU)
Integratie/decentralisatie uitkeringen:
Wmo (IU) (huishoudelijke hulp)
124
-1.308
-1.337
Faciliteitenbesluit opvangcentra (DU)
0
0
0
Koopkrachttegemoetkoming (DU)
0
0
0
0
35
36
24
24
Beeldende kunst en vormgeving (DU)
Gezond in de stad (DU)
Vrouwenopvang (DU)
Totaal
0
82
-303
-303
0
-10
46
47
46
42.360
38.137
35.815
34.008
*Bedragen zijn verwerkt in deze begroting
Wmo (huishoudelijke hulp)
Er wordt een korting doorgevoerd, landelijk oplopend tot € 610 miljoen. In eerdere circulaires hebben we de
korting van € 465 miljoen landelijk vanaf 2015 structureel verwerkt en € 145 miljoen vanaf 2016 en verder.
Gezond in de Stad (GIS)
In deze septembercirculaire is aangegeven dat met ingang van 2015 middelen worden overgeheveld naar de
decentralisatie uitkering Gezond in de Stad. Volgens de circulaire komt het landelijk bedrag daarmee uit op € 20
miljoen per jaar. De verdeling van deze bedragen is echter nog niet gegeven omdat wij ons eerst dienen aan te
melden voor deze regeling. Vandaar dat de uitkering in ons overzicht voorlopig teruggedraaid is.
198
6.3 Dividenden
Enexis N.V. en Attero N.V.
Na de verkoop en splitsing van Essent, de verkoop van Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.B.E. en de
verkoop van Attero Holding N.V., het voormalige Essent-Milieu, zijn alleen nog de dividenden van Enexis Holding
N.V. van belang.
Daarnaast hebben wij een aandeel verkregen in de aan Enexis verstrekte brugleningen. Enexis zal deze brugleningen over een langere periode terugbetalen, hetgeen tot structurele rente inkomsten leidt en naderhand tot
een incidentele inkomstenstroom.
Conform het advies van de provincie Limburg houden we in de meerjarenbegroting rekening met een structureel dividend van € 0,67 per aandeel voor Enexis.
In de meerjarenbegroting zijn wij voor wat betreft Enexis uitgegaan van een structureel dividend van
€ 208.940.
Tevens is begroot een rendement op de verstrekte financiering aan Enexis voor een bedrag van € 35.960.
Bank Nederlandse Gemeente (BNG)
De gemeente Heerlen heeft 424.827 aandelen BNG in haar bezit tegen een boekwaarde van € 1.062.000. De
BNG keert jaarlijks structureel dividend uit.
Als gevolg van de financiële crisis worden banken inmiddels weer gedwongen het eigen vermogen aan te vullen.
De bank krijgt daarvoor de tijd tot 2018. Anders dan andere banken heeft de BNG maar beperkte mogelijkheden om nieuw kapitaal aan te trekken. De BNG zal het vermogen dus voor een belangrijk deel moeten versterken uit de winst.
Dit betekent voor de begroting 2015 een uitkering van € 1,27 per aandeel en dit is een totaalbedrag van
€ 539.530 (conform het advies van provincie Limburg).
199
6.4 Onvoorzien
In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) is op basis van artikel 8 opgenomen
dat de gemeente verplicht is een post onvoorziene uitgaven op te nemen in de begroting. Wij kiezen ervoor om
deze post onvoorziene uitgaven vanaf 2015 te reduceren tot nul. Mochten zich incidenten voordoen dan komen
deze rechtstreeks ten laste van de algemene reserve. Dit is een bezuiniging van € 100.000 structureel.
200
7. Bijlagen
7.1 Effectmonitor
Dit is de meest actuele effectmonitor. Sommige cijfers zijn nog niet bekend. Deze zijn in ontwikkeling. In het
volgende P&C product (jaarrekening) wordt wederom de meest actuele effectmonitor opgenomen.
201
202
Verbeteren
werkgelegenheid/arbeidsmarkt
Hoger opleidingsniveau
burgers onderwijs
EFFECT
Voorlopige cijfers
1
‘Een ondernemende
stad met een sterke
rol voor burgers,
ondernemers en
instellingen’
ECONOMISCHE
STIMULERING
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
Minimaal gelijk
>0
Minimaal gelijk
Aantal arbeidsplaatsen in
nieuwe vestigingen
Werkloosheid (percentage
afgezet tegen potentiële
beroepsbevolking 15-64
jaar)
Minimaal gelijk
Jeugdwerkloosheid
NWW< 27 jaar (percentage
afgezet tegen 15-26
jarigen)
Aantal arbeidsplaatsen
totaal
Afname
Afname
AMBITIE
Aantal voortijdig
schoolverlaters
Aandeel lager opgeleiden
INDICATOR
Augustus
2014
Januari
2013
Augustus
2014
(2012/2013)
2013
Jaartal
1
10,6%
48.411
5,5%
174 leerlingen
(3,0%)
31%
Cijfer/percentage
NULMETING
Burgeronderzoek
BRON
Halfjaarlijks, UWV
januari 2015
Januari
Vestigingenonderzoek
2014,
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014,
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Halfjaarlijks, UWV
januari 2015
Maart 2015 Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap
2015
VOLGEND
MEETMOMENT
203
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
Versterken
ondernemerschap
EFFECT
>0
Aantal nieuw gevestigde
ondernemingen
Beleving Heerlense
Toename
ondernemers over:
tevredenheid
-Digitale dienstverlening
-Lokale regel- en lastendruk
-Relatie ondernemergemeente
-Economisch beleid
-Vestigingsklimaat
Meer
ondernemingen
AMBITIE
Aantal ondernemingen
totaal
INDICATOR
2015
Januari
2013
Jaartal
Onbekend
5.666
Cijfer/percentage
NULMETING
BRON
Ondernemerspeiling
(conform vragenlijst
KING)
Januari
Vestigingenonderzoek
2014,
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014,
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
VOLGEND
MEETMOMENT
204
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
Uitbouwen/stimuleren
economische sectoren
(Nota Economie)
Cultuurparticipatie
verhogen
EFFECT
Aantal arbeidsplaatsen
cluster Smart Services
Bezoek cultureel erfgoed
en galerieën
Bezoekersaantallen
INDICATOR
Toename
Toename
Toename
AMBITIE
Kasteel
Jaarlijks
Hoensbroek:
64.142
Thermenmuseum:
11.028
Schunck*:
68.599
Parkstad Limburg
Theater:
223.359
Bibliotheek:
409.051
TOTAAL:
776.179
78%
9.817
2013
2012
Januari
2013
Cultuuronderzoek
Heerlen
Kerncijfers Heerlen
BRON
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
2014
Cijfer/percentage
VOLGEND
MEETMOMENT
Jaartal
NULMETING
205
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
EFFECT
Gelijk
Gelijk
Toename
Aantal vestigingen in de
Detailhandel
Aantal arbeidsplaatsen in
de Creatieve industrie
Gelijk
Aantal arbeidsplaatsen in
de Zorg
Aantal arbeidsplaatsen in
de Detailhandel
Toename
AMBITIE
Aantal vestigingen cluster
Smart Services
INDICATOR
693
779
Januari
2013
Januari
2013
10.766
Januari
2013
3.441
1.001
Januari
2013
Januari
2013
Cijfer/percentage
Jaartal
NULMETING
BRON
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
VOLGEND
MEETMOMENT
206
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
EFFECT
Toename
Toename
Aantal vestigingen in het
cluster Nieuwe energie
Aantal arbeidsplaatsen in
de Maakindustrie
Toename
Aantal vestigingen in
Medische technologie &
zorginnovatie
Toename
Toename
Aantal arbeidsplaatsen in
Medische technologie &
zorginnovatie
Aantal arbeidsplaatsen in
het cluster Nieuwe energie
Toename
AMBITIE
Aantal vestigingen in de
Creatieve industrie
INDICATOR
Januari
2013
422
43
Januari
2013
Januari
2013
1.477
Januari
2013
2.316
463
Januari
2013
Januari
2013
Cijfer/percentage
Jaartal
NULMETING
BRON
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014,
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014,
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
VOLGEND
MEETMOMENT
207
2
Vergroting
% van de jongeren sport
minimaal 1 keer per week
Heerlense binnenstadindex2 (thema’s:
stadskwaliteit,
verdienvermogen,
bereikbaarheid,
vestigingsklimaat en
arbeidsmarkt)
Algemene kwaliteit
woonomgeving
Vitale buurten waar
mensen zich thuis
voelen
Indicator nog in ontwikkeling
Alle buurten
scoren 6 of
hoger
% jongeren dat voldoet aan Vergroting
de Nationale Norm Gezond
Bewegen
Vergroting
Toename
AMBITIE
% van de volwassen
burgers sport minimaal 1
keer per week
Aantal vestigingen in de
Maakindustrie
INDICATOR
Een stadshart met
verrassend/eigenwijs
karakter
Meer mensen doen aan
sport en bewegen
EFFECT
‘een stad waar
mensen graag zijn’
RUIMTELIJKE
ONTWIKKELING
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
2013
2012
2012
2013
Januari
2013
Jaartal
Heerlen totaal 6,9
Vrieheide <6 (5,5)
40%
75%
46%
Cijfer/percentage
NULMETING
BRON
2015
2014-2015
2014-2015
2015
Burgeronderzoek
Jongeren-onderzoek
Jongeren-onderzoek
Burgeronderzoek
Januari
Vestigingenonderzoek
2014
Parkstad
beschikbaar
najaar 2014
VOLGEND
MEETMOMENT
208
SOCIALE
INFRASTRUCTUUR
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
Vergroten van de eigen
kracht en zelfredzaamheid van burgers
Duurzamer maken van
de hele stad
Aantrekkelijker maken
van de hele stad
EFFECT
Verhogen
Verhogen
Aantal geluidgesaneerde
woningen
Mate van zelfredzaamheid,
schaalscore
Verlagen
Energieverbruik openbare
verlichting
Verhogen
Migratiesaldo, aantal
mensen dat naar Heerlen
verhuist minus aantal
mensen die wegtrekken
Verhogen
Afname
Leegstand van woningen
Aandeel LEDstraatlantaarns
Afname
Geen enkele
buurt hoger dan
4
AMBITIE
Leegstand van
winkelpanden
Overlast
INDICATOR
2013
2014
2014
2014
2014
2013
Januari
2014
2013
Jaartal
76%
Volgt nog
Volgt nog
Volgt nog
-250
4,5%
262
Heerlen totaal 3,1
3 buurten >4
Cijfer/percentage
NULMETING
2015
Jaarlijks
Jaarlijks
Jaarlijks
2015
2014
2015
2015
VOLGEND
MEETMOMENT
Burgeronderzoek
Stadsplanning
Beheer & Onderhoud
Beheer & Onderhoud
BRP (voorheen GBA)
Woonmonitor Provincie
Locatus
Burgeronderzoek
BRON
209
Oog voor stimulering
gezonde en actieve
leefstijl van alle burgers
EFFECT
Indicator in ontwikkeling
3
‘Wij kiezen voor een
sociale stad’
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
Verlagen
Aandeel personen dat
gebruik maakt van
inkomensondersteunende
3
voorzieningen
2013
2015
2015
Verhogen
Verhogen
Aantal 55+-ers dat aan
vrijwilligerswerk doet en
aantal 55+ dat
mantelzorger is of beide
Aandeel 55-plussers dat
aan sport en bewegen doet
volgens de RSO-norm
2013
2013
Jaartal
Mate van maatschappelijke Verhogen
participatie: samen sporten,
uitgaan, vrijwilligerswerk,
hobby’s en bezoek familie
en vrienden
Aandeel volwassenen (18+) Verbeteren
dat gezondheid als matig of
slecht ervaart
Verhogen
AMBITIE
Aandeel inwoners dat in
levensloopbestendige
woning woont
INDICATOR
Nog niet
beschikbaar
Nog niet
beschikbaar
4,1
26%
41%
Cijfer/percentage
NULMETING
2015
2015
2015
VOLGEND
MEETMOMENT
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Werkgelegenheid &
Sociale Zaken
Burgeronderzoek
BRON
210
Maatwerk leveren voor
die burgers die
ondersteuning nodig
hebben
Nadruk leggen op
preventie en lichte
vormen van
ondersteuning
EFFECT
Indicator nog in ontwikkeling
4
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
Werkgelegenheid &
Sociale Zaken
Werkgelegenheid &
Sociale Zaken
Welzijn
Aantal mensen dat gebruik
maakt van participatiewet.
Aantal keren dat er sprake
is van integraal maatwerk
via 1 gezin, 1 plan, 1
regisseur.
Welzijn
Aandeel ondersteuningsvragen die verschuiven van
“zware” hulp naar “lichte”
hulp4
Aantal maatwerkvoorzieningen Wmo (dagbesteding
incl vervoer, begeleiding,
kortdurend verblijf,
individuele hulpmiddelen
(hbh, woningaanpassingen,
KDV en hulpmiddelen)
IV (primaire bron:
Woningcorporaties)
Cijfer/percentage
BRON
Aantal huisuitzettingen
Jaartal
VOLGEND
MEETMOMENT
Welzijn / Werkgelegenheid & Sociale Zaken
(cijfers Beschermd
wonen)
AMBITIE
Minder instroom cliënten
MO en snellere doorstroom
van nieuwe en bestaande
cliënten
INDICATOR
NULMETING
211
Veiligere leefomgeving
6
Afname
Afname
Subjectieve onveiligheidsgevoelens in de buurt
jongeren (’s avonds)
Gerapporteerd
slachtofferschap
Indicator is in ontwikkeling vanwege decentralisaties
Indicator is in ontwikkeling vanwege decentralisaties
Geen enkele
buurt hoger dan
50%
36%
57%
2013
In alle buurten 5 2013
of lager
In alle buurten 6 2013
of hoger
Subjectieve onveiligheidsgevoelens in de buurt
volwassenen
Verloedering
Waardering beheer en
onderhoud
2015
2015
2013
2012
2015
2014-2015
Totaal 40%, 3
2015
buurten hoger dan
50%
Heerlen totaal 4,4
5 buurten >5
Heerlen totaal 6,6
2 buurten <6
Burgeronderzoek
Jongerenonderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Cliëntervaringsonderzoek
(SGBO)
Mate waarin zorgaanbod
aansluit op persoonlijke
zorgvraag van cliënt6
Schoon en heel voor
een leefbare buurt en
stad
Gemeentelijke Monitor
Sociaal Domein
Aandeel personen dat zich
positief ontwikkeld heeft op
de ZRM5
Cijfer/percentage
BRON
Efficiënter organiseren
van maatschappelijke
ondersteuning rondom
en dichtbij een burger.
(denk daarbij o.a. aan
de sociale
wijkteams/basisteams)
Jaartal
VOLGEND
MEETMOMENT
INDICATOR
AMBITIE
NULMETING
EFFECT
5
‘De basis op orde’
LEEFOMGEVING
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
212
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
EFFECT
Afname
Toename
Afname
Afname
Aantal burgers dat
aangemeld is bij Burgernet
Schaalscore bedreiging in
de buurt.
Schaalscore vermogensdelicten in de buurt.
2013
2013
2014
2013
2013
Aandeel inwoners dat
Afname
aangeeft vaak overlast door
omwonenden te ervaren in
de buurt
Aandeel inwoners dat
aangeeft vaak overlast van
groepen jongeren te
ervaren in de buurt
2014
Afname
Aantal illegale
hennepplantages
en aantal synthetische
drugsproducties
over heel
2013
Jaartal
Afname
AMBITIE
Geregistreerde feiten en
delicten
INDICATOR
3,8
1,6
7,4%
14%
11%
Cijfers volgen nog
12.052
Cijfer/percentage
NULMETING
2015
2015
2015
2015
2015
2015
Jaarlijks
(voorjaar)
VOLGEND
MEETMOMENT
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Integrale Veiligheid
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Politie Limburg Zuid
Politie Limburg Zuid
BRON
213
Bereikbaar voor een
toegankelijke stad die
verkeersveilig en
leefbaar is.
EFFECT
8
Indicator nog in ontwikkeling
Indicator nog in ontwikkeling
9
Indicator nog in ontwikkeling
7
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
Rapportcijfer bereikbaarheid met de auto en
parkeermogelijkheden
(tevredenheid)
Recidive kindermishandeling na melding in het
veiligheidshuis/AMHK9
Verhogen
Afname
2013
6,9 (bewoners)
7,0 (bezoekers)
2016
2015
Burgeronderzoek
Consumentenonderzoek
Veiligheidshuis
Veiligheidshuis
Afname
36%
Cijfer/percentage
BRON
Recidive huiselijk geweld
na melding in het
veiligheidshuis/AMHK8
2013
Jaartal
VOLGEND
MEETMOMENT
Bouw en Milieuhandhaving
Toename
AMBITIE
Wabotoezicht en –
7
handhaving
Aandeel inwoners dat
aangifte doet van
één of meer misdrijven
nadat hij de afgelopen 12
maanden slachtoffer is
geweest.
INDICATOR
NULMETING
214
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
EFFECT
Aandeel fietsverplaatsingen 20% in 2020
in de Heerlense modal split
2009
Evenwicht
2012
bezettingsgraad
tussen 50% en
80%
2013
2013
Beschikbaarheid
parkeerplaatsen in Heerlencentrum op zaterdagmiddag (12u00-17u00)
Verhogen
Tevredenheid
parkeergelegenheid in de
buurt
2013
Verlagen
Verhogen
Rapportcijfer bereikbaarheid met (brom)fiets en
stallingsmogelijkheden
2013
Jaartal
Aandeel inwoners dat
parkeerproblematiek als
een van de twee
belangrijkste problemen
binnen de gemeente
ervaart
Verhogen
AMBITIE
Rapportcijfer bereikbaarheid OV (tevredenheid)
INDICATOR
12%
71%
26%
53%
8,5
(bewoners)
7,8
(bezoekers)
8,3
(bewoners)
7,8
(bezoekers)
Cijfer/percentage
NULMETING
2015
2015
2016
2016
VOLGEND
MEETMOMENT
Mobiliteitsonderzoek
Nederland (MON)
Parkeeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Consumentenonderzoek
Consumentenonderzoek
BRON
215
Krachtige
centrumstad
BESTUUR
EN
DIENSTVERLENING
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
Buurtgericht werken
Versterken
bestuurskracht
EFFECT
Vergroten
Vergroten
Vergroten
Medeverantwoordelijk
voelen in de buurt
Aanwezigheid
buurtorganisatie
Voldoende vertegenwoordigd voelen door
buurtorganisatie
2013
2013
2013
Ten minste
2013
instandhouding
van rapportcijfer
7
door eigen bewoners
Waardering van Heerlen
2013
2013
Vergroten
Verlagen
Aandeel inwoners dat
verkeersonveiligheid als
belangrijkste probleem ziet
binnen de gemeente
(subjectieve verkeersveiligheid)
2014
Jaartal
Transparantie
gemeentelijke besluiten
Verlagen
AMBITIE
Aantal ernstige verkeersslachtoffers (objectieve
verkeersveiligheid)
INDICATOR
43%
52%
80%
Rapportcijfer 7
19%
11%
Cijfers pas eind
2014 beschikbaar
Cijfer/percentage
NULMETING
2015
2015
2015
2015
2015
2015
2015
VOLGEND
MEETMOMENT
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Viastat
BRON
216
Financiële gezonde
gemeente
Tevredenheid over
dienstverlening
EFFECT
Vergroten
Vergroten
De gemeente komt
12
afspraken na
Waardering ondernemer
over het eerste (digitale)
contact met de gemeente
Geen scores bij
kwetsbaarheid
Verhogen
Scores financiële stresstest
Totaalbedrag aan
verworven subsidies
Vergroten
Vergroten
Tevredenheid contact met
de gemeente11
Waardering ondernemer
voor afhandeling van
vergunning
Vergroten
AMBITIE
Tevredenheid
gemeentelijke
dienstverlening10
INDICATOR
2013
2013
2015
2015
2013
2013
2013
Jaartal
11
Dit betreft de direct aan PuZa gelieerde diensten (burgerzaken, vergunningen en klantcontacten (KCC))
Zie 10
12
Zie 10
10
PROGRAMMA EN
HOOFDDOEL
€ 3.438.000
1 x score
kwetsbaar
Onbekend
Onbekend
33%
8,8
6,9
Cijfer/percentage
NULMETING
2015
2014
2017
2017
2015
2015
2015
VOLGEND
MEETMOMENT
Jaarrekening
Begroting
Ondernemerspeiling
Ondernemerspeiling
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
Burgeronderzoek
BRON
7.2 Overzicht bezuinigingen
Bedragen x € 1.000
Programma/Kernthema/Omschrijving bezuiniging
Economische Stimulering
2015
2016
2017
2018
1.693
1.485
1.480
1.495
35
35
35
35
Arbeidsmarkt
Slimme combinatie tussen Schoon GMS en Werk voor Heerlen
zorgt voor een efficiënter en kostenbesparend resultaat.
Afbouw van het aantal ID banen.
750
750
750
750
Uitgaande van de te verwachten uitgaven is een bezuiniging op de financiering van regionale arbeidsmarktprojecten
mogelijk.
10
10
10
10
Verlaging van het beschikbare budget voor het sociale plan en
de gemeenschappelijke regeling inzake begroting voorgaande
jaren WOZL (niet zijnde meerjarenraming 2015-2018 WOZL).
30
30
30
30
825
825
825
825
Totaal Arbeidsmarkt
Cultuur
De budgetten voor evenementen worden verlaagd.
9
0
0
0
De kermis in Heerlerheide wordt niet meer georganiseerd.
-6
-6
-6
-6
De subsidies voor Creatieve Industrie/Atelierbeleid worden
vanaf 2015 stopgezet.
34
34
34
34
-
100
100
100
40
Wij ontwikkelen nieuw beleid inzake amateurkunst en cultuurproducties.
Korting media-uitingen
-
40
40
15
30
45
60
Tenderregelingen amateurkunst en Community Art worden,
samen met de gelden voor de cultuurproducties, gedeeltelijk
afgebouwd.
-
121
121
121
Vermindering cofinanciering van de monumenten.
6
6
Subsidie aan Signe wordt in maximaal 4 jaar afgebouwd.
Wij evalueren in 2016 het “project Stadsdichter”.
Totaal Cultuur
6
6
PM
PM
59
326
341
356
Een gedeelte van de activiteiten voor het jaar van de mijnen
worden gefinancierd uit de voorziening Triodos.
100
-
-
-
Totaal cultureel erfgoed
100
Cultureel erfgoed
Economische Speerpunten
Combineren van budgetten economie en nieuwe Energie zorgt
voor een efficiënter en kostenbesparend resultaat.
30
30
30
30
Totaal Economische Speerpunten
30
30
30
30
De kosten voor de JOGG regisseur worden landelijk gefinancierd.
46
21
-
-
Buitensportaccommodaties: Wij versoberen het onderhoud en
het verhuurtarief wordt met 3% extra bovenop de inflatie van
1,5% verhoogd.
52
52
53
53
Het verhuur tarief van binnensportaccommodaties wordt met
2% extra bovenop de inflatie van 1,5% verhoogd.
8
8
8
8
Wij verlengen het contract met de skatehal niet, maar realiseren wel een kostenefficiënter alternatief.
-
56
56
56
PM
PM
PM
106
137
117
117
-
90
90
90
Integraal Sportbeleid
Onderzoek naar anders organiseren exploitatie sportaccommodaties.
Totaal Integraal Sportbeleid
Onderwijs
COS en Retour zijn vanaf 2016 als gevolg van nieuwe wetgeving “passend onderwijs” geen gemeentelijke taak meer.
De website www.jonginparkstad.nl wordt gesloten.
3
7
7
7
Op basis van het aan u voorgelegde raadsvoorstel Leerlingenvervoer kunnen we deze bezuiniging realiseren.
50
50
50
50
Extra subsidie bijdrage gegenereerd ten behoeve van de BMV
Molenberg
500
-
-
-
Afbouw overschot uitgaven op onderwijs.
Totaal Onderwijs
217
20
20
20
20
573
167
167
167
Bedragen x € 1.000
Programma/Kernthema/Omschrijving bezuiniging
Sociale Infrastructuur
2015
2016
2017
2018
2.198
1.491
1.618
1.678
Armoedebestrijding
De individuele studietoeslag op bestaand peil houden.
66
209
336
396
Totaal Armoedebestrijding
66
209
336
396
250
-
-
-
10
10
10
10
260
10
10
10
14
14
14
14
1.100
Integraal Jeugdbeleid
Besparing mogelijk door uitruil met gelden van de specifieke
uitkering onderwijs achterstandenbeleid.
Aansluiting tussen wettelijke gelden en de wettelijke taak van
de inspecties inzake de kinderopvang, gastouderopvang en
peuterspeelzalen.
Totaal Integraal Jeugdbeleid
Meedoen & Zorg
Afschaffen van de subsidie aan dragers van het geestelijk
ambt.
Besparing mogelijk door nieuwe aanbesteding hulpmiddelen.
1.100
1.100
1.100
Afbouw overschot op preventief jeugdbeleid.
75
75
75
75
Bezuiniging mogelijk door andere invulling van het reanimatienetwerk.
20
20
20
20
De nazorg/begeleiding aan vrouwen uit de (voormalige) tippelzone stopt.
48
48
48
48
Afbouw overschot ontmoetingsfunctie voor alleenstaanden en
ouderen
15
15
15
15
De gereserveerde regionale middelen ten behoeve van daken thuislozen kan eenmalig komen te vervallen zonder dat er
inhoudelijk wordt ingegrepen.
600
-
-
-
1.872
1.272
1.272
1.272
704
709
642
642
0
0
0
0
Totaal Meedoen & Zorg
Leefomgeving
Mobiliteit & Parkeren
Het parkeren in de binnenstad gaan wij digitaliseren. De hieraan gelieerde bezuiniging wordt meegenomen in de af- en
ombouw van de ambtelijke organisatie.
Terugbrengen van het aantal verkeersonderzoeken.
11
11
11
11
Totaal Mobiliteit & Parkeren
11
11
11
11
Schoon en Heel
Anders financieren van het opruimen van zwerfvuil.
100
100
100
100
Minimaliseren van het onderhoud op civieltechnische kunstwerken voor twee jaar.
67
67
-
-
Besparing door meer inzet van handmatige reiniging van wegen, straten en pleinen door medewerkers van baanbrekend
werk/werkbedrijf.
50
50
50
50
Besparing op de energiekosten door het gebruik van LED
verlichting.
10
10
10
10
Als gevolg van de vele vervangingen van armaturen van
openbare verlichting in de afgelopen jaren is er minder sprake
van stormschade. Daarnaast is er een afname van vandalisme
aan openbare verlichting.
10
10
10
10
Door aanpak van overlastbomen drukken wij de beheerkosten
van de komende jaren.
39
39
39
39
Buurtbudgetten worden niet meer beschikbaar gesteld voor
aanpassingen in de openbare ruimte en/of schoonmaakacties.
125
125
125
125
Extra reclame-inkomsten door middel van reclame uitingen
aan de openbare verlichting.
25
25
25
25
Als gevolg van diverse ontwikkelingen is begrazing steeds
duurder geworden, wij stappen derhalve over op bemaaiing
van onze terreinen.
30
30
30
30
218
Bedragen x € 1.000
Programma/Kernthema/Omschrijving bezuiniging
2015
2016
2017
2018
Reductie van het aantal afvalbakken met 300.
60
60
60
60
Reductie van het aantal bloembakken.
60
60
60
60
Vermindering van het aantal speelvoorzieningen.
20
20
20
20
Vermindering van het terreinmeubilair (zitbanken) waar
mogelijk.
10
10
10
10
606
606
539
539
Besparing mogelijk door te stoppen met groepshulpverlening
aan slachtoffers van huiselijk geweld, minder inzet van uren
case-management bij huisverboden en werken met een maximum aantal uren crisisdienst rondom huisverboden.
20
20
20
20
Fusie en/of samenwerking met het veiligheidshuis Kerkrade.
37
37
37
37
Stoppen met de overval applicatie vanaf 2016. Contract van
het project loopt tot en met 2015.
-
5
5
5
Andere financiering ten behoeve van de Stichting Halt levert
een structureel voordeel op.
30
30
30
30
Totaal Veiligheid
87
92
92
92
Ruimtelijke Ontwikkeling
48
81
81
81
Totaal Schoon en Heel
Veiligheid
Duurzaamheid & Milieu
Minder bodemonderzoeken op gemeentelijke terreinen.
9
9
9
9
Minder onderzoek en voorlichting op energiegebied.
1
1
1
1
Minder onderzoek naar de gevolgen van fijnstof en naar de
luchtkwaliteit.
3
3
3
3
Afbouw subsidie stichting CNME, subsidie ten behoeve van
educatie onderwijs op gebied van natuur en milieu.
-
33
33
33
13
46
46
46
Totaal Duurzaamheid & Milieu
Fysieke Leefomgeving
Minder extern onderzoek ten behoeve van planvorming.
8
8
8
8
Soberder onderhoud van de standplaatsen woonwagenlocaties.
27
27
27
27
Totaal Fysieke Leefomgeving
35
35
35
35
1.468
3.196
4.714
6.754
10
10
10
10
Besparen op de beïnvloedbare kosten inzake de reis- en verblijfkosten van het college van B&W
1
1
1
1
Besparing mogelijk op de diverse communicatie acties zoals
stadspromotie.
4
4
4
4
200
500
1.000
2.000
Bestuur & Dienstverlening
Bestuurskracht
Anders organiseren van bezoeken van het college aan de
Heerlense buurten.
Cofinancieringsfonds - en economie gelden efficiënter en
doelmatiger inzetten.
Stoppen stadskrant materiële budgetten
101
131
131
131
Verlagen van de bijdrage aan Parkstad Limburg als gevolg van
IBA.
819
134
582
122
7
7
7
7
1.141
786
1.734
€ 2.274
Beperken externe inhuur en verlaging uitgaven overige beïnvloedbare kosten.
25
26
26
26
Onze bekendmakingen gaan wij vanaf 2015 digitaal aanbieden, niet meer op papier.
37
37
37
37
0
0
0
0
62
63
63
63
Versoberen van het consumpties budget ten behoeve van het
college van B&W.
Totaal Bestuurskracht
Dienstverlening
Sluiten van de stadsdeelwinkels per 1 januari 2015. De
financiële effecten van dit voorstel worden meegenomen in de
af- en ombouw van de ambtelijke organisatie.
Totaal Dienstverlening
219
Bedragen x € 1.000
Programma/Kernthema/Omschrijving bezuiniging
2015
2016
2017
2018
1.300
3.952
3.952
3.952
-1.500
-2.070
-1.500
-
Middelen
Af- en ombouw ambtelijke organisatie (50 fte) en versoberen
arbeidsvoorwaarden (inleveren 5 buitengewone verlofdagen).
Frictiebudget ten behoeve van af- en ombouw ambtelijke
organisatie.
Afschrijvingstermijn gebouwen verlengen (excl. Onderwijs).
365
365
365
365
De post onvoorziene uitgaven reduceren wij vanaf 2015 tot
nul. Mochten zich incidenten voordoen dan komen deze rechtstreeks ten laste van de algemene reserve.
100
100
100
100
Totaal Middelen
Eindtotaal
220
265
2.347
2.917
4.417
6.111
6.962
8.535
10.650
221
7.3 Balans per 31 december 2013
ACTIVA
31-12-2013
31-12-2012
VASTE ACTIVA
Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa
0
0
208.275
189.252
Investeringen met economisch nut
gronden uitgegeven in erfpacht
overige investeringen met een economisch nut
Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
786
786
185.895
168.802
21.594
19.664
Financiële vaste activa
36.505
37.937
Kapitaalverstrekkingen aan:
deelnemingen
2.208
2.208
184
184
1
1
woningbouwcorporaties
1.058
1.362
Overige langlopende geldleningen
5.922
7.051
27.132
27.132
gemeenschappelijke regelingen
overige verbonden partijen
Leningen aan:
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of
langer
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
TOTAAL VASTE ACTIVA
244.780
227.189
-9.439
-16.910
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden
Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
Gereed product en handelsgoederen
-9.952
-17.003
513
92
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één
jaar
Vorderingen op openbare lichamen
47.101
18.690
Verstrekte kasgeldleningen
41.624
14.243
0
0
Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen
15.363
14.549
Overige vorderingen
13.048
12.832
Liquide middelen
463
Kas
39
Banksaldi
424
Overlopende activa
681
54
627
11.610
20.984
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen
voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
3.276
13.443
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
8.334
7.541
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
49.736
TOTAAL ACTIVA
294.516
Bedragen x € 1.000
222
46.379
273.568
PASSIVA
31-12-2013
31-12-2012
VASTE PASSIVA
Eigen vermogen
50.165
Algemene reserve
Overige bestemmingsreserves
Resultaat na bestemming
54.478
5.817
15.355
37.850
40.723
6.498
-1.600
Voorzieningen
20.559
22.891
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
8.349
9.029
Voorziening ter egalisering van kosten
5.509
6.017
Voorziening middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is
6.700
7.845
Vaste schulden met een rentetypische looptijd langer dan
één jaar
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Waarborgsommen
110.549
89.545
110.541
89.533
8
12
TOTAAL VASTE PASSIVA
181.273
166.913
77.857
77.543
VLOTTENDE PASSIVA
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd
korter dan één jaar
Kasgeldleningen
Banksaldi
Overige schulden
60.000
50.000
547
11.516
17.311
16.027
Overlopende passiva
35.386
29.112
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in
een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van
jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van
vergelijkbaar volume
17.590
11.292
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen
voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
16.253
12.866
1.543
4.954
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende
begrotingsjaren komen
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
113.243
TOTAAL PASSIVA
294.516
106.655
273.568
Gewaarborgde geldleningen
23.910
31.171
Garantstellingen
27.013
29.602
Bedragen x € 1.000
223
224
7.4 Kengetallen
Aantal/% (jaartal)
Economische stimulering
Werkgelegenheid in aantal arbeidsplaatsen (>11 uur per week)
Werkloosheid
Aantal ZZP-ers
Aantal hectare bedrijventerrein
Aantal m2 kantoorruimte
Aantal bedrijven in de Industrie
Aantal bedrijven in de Zorg
Aantal bedrijven in de Handel
Aantal bedrijven zakelijke diensten
Aantal overige zakelijke diensten
Bedrijven cultuur en recreatie
Aandeel beroepsbevolking met lager opleidingsniveau
Studenten OU
Studenten Hogeschool Zuyd
Sociale Infrastructuur
Aantal mensen < 65 met een bijstandsuitkering
Aantal aanvragers bijzondere bijstand
Aantal aanvragers categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken
Aantal aanvragers oudertoeslag
Aantal aanvragers langdurigheidstoeslag
Aantal aanvragers gemeentelijke kortingsregeling, incl. GKR
Aandeel huishoudens met een netto inkomen < € 1.050
Aandeel huishoudens met een netto inkomen tussen € 1.050 en € 1.400
Percentage mensen dat mantelzorg ontvangt
Percentage mensen dat mantelzorg verleent
Handhavingen inburgeringstrajecten
Percentage mensen dat vrijwilligerswerk verricht
Aantal aanvragen hulpmiddelen
Aantal aanvragen individuele begeleiding
Aantal aanvragen vervoersvoorziening
Aantal aanvragen woonvoorziening
Aantal aanvragen huishoudelijke hulp
Aantal aanvragen parkeerkaart gehandicapten
Aantal aanvragen parkeerplaats gehandicapten
48.411 (2013)
10,7%(juni 2014)
4.143 (2014)
358 (2010)
439.000 (medio 2014)
203 (2013)
719 (2013)
1.336 (2013)
862 (2013)
256 (2013)
240 (2013)
31% (2013)
17.023 (2013)
14.845 (2013)
4.445 (aug.2014)
2.502(aug.2014)
642(aug. 2014)
585(aug. 2014)
2.040(aug. 2014)
1.889(aug. 2014)
11%(2013)
17%(2013)
11% (2013)
25%(2013)
300 (per 01-08-2014)
27%(2011)
915(2012)
1.009(2012)
862(2012)
2.071(2012)
14(2012)
47(2012)
397(2012)
Aantal 65+ ers
Aantal 80+ ers
Percentage ouderen (55+) dat vrijwilligerswerk doet
Percentage 55+ ers dat betaald werk heeft
18.181 (2014)
4.984 (2014)
30,9%(2013)
22,1%(2013)
Aantal burgers dat sport
Aantal jongeren dat sport (minimaal 1x per week)
Aantal voetbalaccommodaties
Waarvan aantal accommodaties met naast voetbal ook andere sporten
Aantal overige buitensportaccommodaties
Totaal aantal voetbalvelden (afmeting groot veld KNVB)
225
55%(2013)
75%(2012)
12 (2013)
4 (2013)
1 (2013)
35 (2013)
Waarvan kunstgras
Totaal aantal pupillenvelden (afmeting ½ veld KNVB)
Aantal gemeentelijke sporthallen
Aantal gemeentelijke sportzalen
Aantal gemeentelijke gymzalen
Aantal gemeentelijke speeltuinen
Aantal aangesloten Heerlense sportverenigingen
Aantal sportverenigingen dat een waarderingssubsidie krijgt
Leefomgeving
Totaal m2 verharding
Aantal bomen
Aantal m2 beplanting
Aantal m2 gras
Verwerken overlastmeldingen
Fiscale processen verbaal parkeren
Flexcontroles (flexteam)
* waarvan 15 voor andere gemeenten
Incidenten mensenhandel
Incidenten fraude
Incidenten drugshandel
Incidenten vermogensmisdrijven
Incidenten mensenhandel
Gemiddeld aantal geparkeerde fietsen in Heerlen-Centrum
Aantal verkeersborden
Ruimtelijke Ontwikkeling
Tevredenheid verkeersvoorzieningen
Rijksmonumenten
Rijks beschermde stadsgezichten
Sloop
Nieuwbouw
Woningleegstand
Investeringsvolume binnen de herstructurering
11(2013)
4 (2013)
3 (2013)
3 (2013)
11 (2013)
11 (2014)
101 (2014)
47 (2014)
5.030.364
39.467
2.392.126
3.411.988
3.815
4.545
95
(2013)
(2013)
(2013)
(2013)
(2013)
(2013)
(2013)
16
215
233
4.574
16
(2013)
(2013)
(2013)
(2013)
(2013)
1.189 (daggemiddelde)
12.051 (2012)
6,6
148
6
-12
26
2.035
93,7
(2013)
(2014)
(2014)
(2013)
(2013)
(2013)
(2014)
Bestuur en Dienstverlening
Algemeen
Aantal inwoners
Totaal aantal woningen
Totaal aantal huishoudens
Aantal bezoekers domein burgerzaken
(2013)
Aantal mails t.b.v. gemeentelijk call-center(voorheen GIC)
Burgeronderzoek
Oordeel over de gemeentelijke dienstverlening
Waardering contact met de gemeente
88.264 (jan. 2014)
45.369 (jan. 2013)
47.247 (jan. 2014)
72.220
19.672 (2013)
6,8 (2013)
8,0 (2013)
226
7.5 Begrippen en afkortingen
A
AMVB
AOW
APG
APV
ARBO
ASL
AU
AVA
Awbz
AZM
Algemene Maatregel Van Bestuur
Algemene Ouderdomswet
Algemene Pensioen Groep
Algemene Plaatselijke Verordening
Arbeidsomstandighedenwet
Vereniging Afvalsamenwerking Limburg
Algemene Uitkering
Algemene Vergadering van Aandeelhouders
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Academisch Ziekenhuis Maastricht
B
BBV
BBZ
BCF
BCP
BDU
BI-zone
BIBOB
BIC
BIE
BIJ
BIZ
BLG
BNG
BMV
BRP
BSGW
BSW
BUIG
BWT-NL
BWS
BZK
Besluit Begroting en Verantwoording
Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen
Beleid gestuurde Contract Financiering
Bedrijven Contact Punt
Brede Doel Uitkering
Bedrijven Investeringszone
Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door Openbaar Bestuur
Brede Impuls Combinatie
Bouwgrond in exploitatie
Bestuurlijke Informatie Justitiabelen
Bedrijfs Investerings Zone
Bank Limburgse Gemeenten
Bank Nederlandse Gemeenten
Brede Maatschappelijke Voorziening
Wet Basisregistratie Personen
Belasting samenwerking Gemeenten en Waterschappen
Beleidsplan Stedelijk Watermanagement
Wet Bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten
Bouw- en Woningtoezicht Nederland
Besluit Woning gebonden subsidies
Ministerie van Binnenlandse Zaken
C
CAO
CBS
CER
CIV
CJG
COELO
CPB
CROW
CWI
Collectieve Arbeidsovereenkomst
Centraal Bureau voor de Statistiek
Compensatie Eigen Risico
Centrum voor Innovatief Vakmanschap
Centrum voor Jeugd en Gezin
Centrum voor onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden
Centraal Planbureau
Centrum voor regelgeving en onderzoek in de grond-, water en wegenbouw en de
verkeerstechniek
Centrum voor Werk en Inkomen
D
DIFTAR
DigiD
DNO
DVO
Gedifferentieerde tarieven (afvalstoffenheffing)
Digitale Identiteit
Dag- en Nachtopvang
Dienst Verlenings Overeenkomst
227
E
ECB
EDR
EFRO
EIZT
EKD
EMR
EMU
ESF
Europese Centrale Bank
Europese Dienstenrichtlijn
Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling
Expertice centrum Innovatie Zorg en Technologie
Elektronisch Kind dossier
Euregio Maas Rijn
Economische en Monetaire Unie
Europees Sociaal Fonds
F
Fed
Fido
FLO
FNV
FTE
Federal Reserve Bank
Financiering decentrale overheden
Functioneel Leeftijdsontslag
Federatie Nederlandse Vakbeweging
Fulltime-equivalent
G
GBA
GBRD
GFT
Gemeentelijke Basis Administratie
Gemeenschappelijke Belasting- en Registratiedienst
Groente, Fruit en Tuinafval
GGD
GGZ
GHOR
GMS
GOB
GRP
GSB III
Geneeskundige gezondheidsdienst
Geestelijke Gezondheidszorg
Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen
Grasbroek, Musschemig en Schandelen
Grensoverschrijdend Bedrijventerrein
Gemeentelijk Rioleringsplan
Derde periode Grote Stedenbeleid
H
HBO
HEH
HOF
HRM
HSZ
Hoger Beroeps Onderwijs
Horeca en Evenementen Handhavings team
Wet Houdbare Overheids Financiën
Human Resource Management
Zuyd Hogeschool
I
IA
IAU
IBA
IBE
IBOR
IC
ICT
ID/WIW
IHP
IMAH
IOAZ
IOAW
ISV II
IV
Integrale Aanpak (Veiligheidshuis)
Incidentele aanvullende uitkering
Internationale Bau Austellung
International Breakdance Event
Integraal Beheer Openbare Ruimte
Inter City
Informatie en communicatie technologie
In- en Doorstroom/Wet Inschakeling Werkzoekenden
Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs
Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid Heerlen
Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen
Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers
Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing
Integrale Veiligheid
K
KBL
KOB
KuS
Stichting Kredietbank Limburg
Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen
Kunstencentrum Signe
228
L
LED
LOP’s
LIOF
Limburg Economic Development
Leefomgevingsplannen
Limburgse ontwikkelings- en investeringsmaatschappij
M
MAB
MAHHL
MAU
MBO
MBP
MCH 2018
MIRT
MKB
MOE-LANDERS
MSP
Multifunctionele Accommodatie Bekkerveld
Euregionaal samenwerkingsverband tussen Maastricht, Aken, Hasselt, Heerlen en Luik
Meerjarige Algemene Uitkering
Middelbaar Beroeps Onderwijs
Meerjarig Bestuurlijk Programma
Maastricht Culturele Hoofdstad 2018
Meerjaren Programma Infrastructuur, Ruimte en Transport
Midden- en Kleinbedrijf
Midden- en Oosteuropese inwoners
Meezenbroek, Schaesbergerveld en Palemig
N
NIEGG
NNB
Niet In Exploitatie Genomen Gronden
Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling
O
OKE
OM
OU
OV
OZB
Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie
Openbaar Ministerie
Open Universiteit
Openbaar Vervoer
Onroerende Zaak Belasting
P
P&C
PgB
PIP
POL
PPS
PSL
Planning en control
Persoons gebonden Budget
Provinciaal Inpassings Plan
Provinciaal Omgevingsplan Limburg
Publiek Private Samenwerking
Parkstad Limburg
R
RAIL
RAK
RAN
Rd4
RDW
Rfv
RIEC
RIMO
RMC
ROC
ROP
ROT
ROVL
RUD
Ruddo
RWTH
Regionale arbeidsmarkt informatie Limburg
Regionale Aanpak Kindermishandeling
Regionaal Arbeidsmarkt Netwerk
Reinigingsdiensten
Rijksdienst voor het Wegverkeer
Raad voor financiële verhoudingen
Regionaal informatie en experticecentrum
Instelling voor Opvang, Zorg en Activering
Regionaal Meld- en Coördinatiepunt
Regionaal Opleidings Centrum
Regionaal ontwikkelpunt
Regionaal Opvang Team
Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Limburg
Regionale Uitvoeringsdienst
Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden
Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule Aachen (Technische Universiteit Aken)
229
S
SMI
SPV
SSC
SVB
SW
SZW
Sociaal
Special
Shared
Sociale
Sociale
Sociale
T
TBS
TOG
Tripool
TSIC
Ter beschikking gesteld
Tegemoetkoming Ouders van thuiswonende Gehandicapte kinderen
Samenwerkingsverband tussen Heerlen, Sittard-Geleen en Maastricht
Telefonisch Service en Informatie Centrum
U
UWV
Uitkeringsorgaan Werknemers Verzekering
Medisch Geïndiceerden
Purpose Vehicle
Services Centrum
Verzekeringsbank
Werkplaats
Zaken en Werkgelegenheid
V
VE
Voorschoolse en vroegschoolse Educatie
VEGAL
Vereniging van Gemeenten Aandeelhouders in Limburg
Veiligheidshuis Een keten breed samenwerkingsverband, tussen zowel justitiële als niet-justitiële
partners.
230
Colofon
Redactie
Strategie & Control, gemeente Heerlen
Opmaak en druk
Communicatie, Vormgeving en Copycenter, gemeente Heerlen
Postadres
Postbus 1, 6400 AA Heerlen
www.heerlen.nl
Heerlen, oktober 2014

similar documents