Subsidiegids voor de ondernemer U WIL AANWERVEN OF

Report
Subsidiegids voor de ondernemer
U WIL AANWERVEN OF OPLEIDEN
Versie: 08 apr '16
Inhoudstafel
Voorwoord ............................................................................................................................................................................... 1
Individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO) .......................................................................................................... 2
Structurele vermindering ........................................................................................................................................................ 4
Doelgroepvermindering jonge werknemers ............................................................................................................................ 5
Doelgroepvermindering eerste aanwervingen ........................................................................................................................ 7
Doelgroepvermindering oudere werknemers .......................................................................................................................... 9
Doelgroepvermindering langdurige werkzoekenden ............................................................................................................. 10
Doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering ............................................................................................. 12
Doelgroepvermindering herstructurering .............................................................................................................................. 13
Doelgroepvermindering mentors (mentorkorting) ................................................................................................................ 15
Doelgroepvermindering vaste werknemers in de horeca ...................................................................................................... 17
Inhouding bedrijfsvoorheffing in steunzones ......................................................................................................................... 19
Activa-plan (activering werkloosheidsuitkeringen) ............................................................................................................... 22
Premie 50 + .......................................................................................................................................................................... 24
Ondersteuningsmaatregelen voor werknemers met een arbeidshandicap ........................................................................... 26
Maatwerk afdeling: loon- en begeleidingspremie voor bepaalde werkzoekenden ................................................................ 27
Vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen ................................................................. 29
Belastingvrijstelling voor bijkomend personeel in kleine ondernemingen ............................................................................. 31
Belastingvrijstelling voor de aanwerving van een diensthoofd voor de uitvoer en diensthoofd IKZ ..................................... 32
Vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers ..................................................................................... 34
Fiscaal voordeel bij nacht- en ploegenarbeid ........................................................................................................................ 36
Kmo-portefeuille: steun voor opleiding en advies ................................................................................................................. 37
Strategische Transformatiesteun (STS) ................................................................................................................................. 40
Tussenkomst bij opleiding in een competentiecentrum van VDAB ....................................................................................... 45
Sociaal interventiefonds - outplacement ............................................................................................................................... 46
Instapstage ........................................................................................................................................................................... 48
Herverdeling van de sociale lasten ....................................................................................................................................... 49
Niet-recurrente collectieve bonussen .................................................................................................................................... 50
Overstappremie .................................................................................................................................................................... 52
Sectorale ondersteuningsmaatregelen ................................................................................................................................. 53
Europees Sociaal Fonds (ESF) ............................................................................................................................................... 55
Subsidiegids voor de ondernemer
Voorwoord
Subsidiegidsen voor de ondernemer
De overheid heeft tal van subsidiemaatregelen gecreëerd om het bedrijfsleven te ondersteunen. Met de reeks brochures
Subsidiegidsen voor de ondernemer biedt het Agentschap Ondernemen & Innoveren u basisinformatie over de
belangrijkste subsidiemaatregelen per thema. Omdat de accountmanagers deze thematiek van zeer nabij volgen worden
deze brochures zeer snel geactualiseerd.
●
●
●
●
●
●
●
U heeft startplannen;
U investeert als kmo;
U investeert als grote onderneming;
U denkt innovatief;
U wil aanwerven of opleiden;
U heeft internationale ambities;
U werkt energie- en milieubewust.
Deze producten zijn voor u misschien ook nuttig als u op zoek bent naar subsidies?
●
●
U kan ook zelf op zoek gaan naar de subsidiemaatregelen en andere steunmaatregelen via de Subsidiedatabank:
www.subsidiedatabank.be.
De Subsidiegidsen kan u eveneens op deze website raadplegen. Doordat deze brochures automatisch bijgewerkt worden
wanneer de informatie in de Subsidiedatabank voor de ondernemer wordt aangepast, beschikt u op elk moment over de
meest actuele brochures, die u kan downloaden in de rubriek "Subsidiegidsen" op de website www.subsidiedatabank.be
De nieuwsbrief van de Subsidiedatabank biedt u de mogelijkheid om op de hoogte gehouden te worden van
wijzigingen in de subsidiemaatregelen en steunmaatregelen van de Subsidiedatabank en de Subsidiegidsen.
Via onze RSS-feed kan u continu op de hoogte blijven van alle aanpassingen aan steunmaatregelen opgenomen in de
Subsidiedatabank. U kan zich voor beide diensten inschrijven via de website www.subsidiedatabank.be in de rubriek
"Nieuwsbrief & RSS".
Meer informatie?
Voor bijkomende informatie of de bespreking van een concreet project kunt u vrijblijvend terecht bij de accountmanagers
van het Agentschap Innoveren & Ondernemen in uw provincie.
Bel gratis het nummer 0800 20 555 of stuur ons een mail [email protected]
Deze uitgave is een algemene informatiebrochure die enkel de grote lijnen van de behandelde materie aangeeft. Zij maakt
derhalve geen aanspraak op volledigheid. De gegevens kunnen vrij overgenomen worden mits duidelijke vermelding van de
bron.
08 apr '16
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
1
Subsidiegids voor de ondernemer
Individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO)
Laatste revisiedatum: 31 jul '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Ondernemingen, vzw’s, en administratieve overheden (niet de wetgevende of rechterlijke macht) die geen geschikte
arbeidskrachten vinden, kunnen via bemiddeling van de VDAB tegen gunstige voorwaarden een werkzoekende zelf opleiden
binnen de onderneming.
Afhankelijk van de te ontwikkelen competenties duurt de opleiding één tot zes maanden. Indien de opleiding succesvol is,
krijgt de cursist een contract van onbepaalde duur.
Vanaf 1 oktober 2013 kunnen ondernemingen echter ook een IBO-contract aanvragen dat gevolgd wordt door een contract
van bepaalde duur. De VDAB houdt rekening met het gangbare aanwervingsbeleid van het bedrijf of de sector bij de
goedkeuring van deze IBO's. Op deze manier kunnen meer bedrijven en sectoren in het IBO-systeem stappen.
Wie komt in aanmerking
Elke bij de VDAB ingeschreven niet-werkende werkzoekende gedomicilieerd in België komt in aanmerking voor een IBO, ook
werkzoekenden die geen uitkering ontvangen.
Omvang steun
De IBO wordt vastgelegd in een opleidingscontract dat ondertekend wordt door de 3 partijen: de cursist, het bedrijf en de
VDAB. Voor IBO-interim tekent ook het uitzendkantoor de overeenkomst. Bij deze overeenkomst hoort een opleidingsplan
dat duidelijk aangeeft welke competenties tijdens de IBO zullen worden ontwikkeld, en hoe de verdere begeleiding door het
bedrijf en de VDAB zal gebeuren.
Tijdens de opleiding krijgt de cursist bovenop zijn uitkering een productiviteitspremie, waardoor het normale loon in de
functie benaderd wordt. Indien de cursist geen vervangingsinkomen heeft, ontvangt hij van de VDAB of van de RVA een
andere vergoeding én de hiervoor vermelde productiviteitspremie.
Het bedrijf betaalt tijdens de IBO geen loon of RSZ, doch enkel een vergoeding aan de VDAB. Deze vergoeding wordt
berekend als het verschil tussen het normale loon in het beroep (zonder werkgevers- en werknemersbijdragen RSZ) en de
gemiddelde werkloosheidsuitkering (nu € 21,41/dag in een zesdagenweek).
Enkel de laatste maand van de opleiding wordt de volledige vergoeding betaald. Voor elke voorafgaande maand wordt een
reductie van 5% op het bedrag toegepast. De werkgever betaalt ook de verplaatsingskosten (volgens cao) van de cursist
evenals een administratieve kost van € 16 per factuur (in principe 1x per maand) en verzekert de cursist tegen
arbeidsongevallen.
Aanvraagprocedure
Een IBO kan aangevraagd worden via:
●
●
http://www.vdab.be/werkgevers/ibo
het VDAB-kantoor in uw buurt.
Varianten van de klassieke IBO
Er bestaan 3 varianten op de klassieke IBO:
●
●
●
●
IBO-interim: een IBO geïniteerd door een erkend uitzendkantoor, enkel voor kansengroepen na een interimjob;
IBOT: is een IBO met taalondersteuning voor anderstaligen;
GIBO: een gespecialiseerde IBO geïniteerd door een erkend Gespecialiseerd Opleidings- en Begeleidingsbedrijf (GOB) voor
personen met een arbeidshandicap;
C-IBO: een specifieke IBO voor langdurig werkzoekenden met extra financiële voordelen en meer flexibele looptijd.
Bijkomende informatie van deze varianten kan u terugvinden via http://www.vdab.be/werkgevers/ibo
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
2
Subsidiegids voor de ondernemer
Contact Informatie
VDAB
IBO
Keizerslaan 11
1000 Brussel
T 02 506 15 11
F 02 506 16 40
[email protected]
www.vdab.be/werkgevers/ibo
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
3
Subsidiegids voor de ondernemer
Structurele vermindering
Laatste revisiedatum: 08 mrt '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De structurele vermindering is een automatische trimestriële vermindering van de werkgeversbijdragen voor alle
werknemers in de private sector van minimum €400 per kwartaal. Voor de lage lonen en de hoge lonen (waarop veel
bijdragen worden betaald) komt hier bovenop een extra korting.
Sinds 1 januari 2004 bestaat er een geharmoniseerd systeem van lastenverlagingen dat opgebouwd is uit één structurele
vermindering voor alle werknemers uit de private sector en daarnaast een aantal doelgroepverminderingen.
Wie komt in aanmerking
Deze maatregel is van toepassing op alle werkgevers en werknemers, die onderworpen zijn aan het geheel van de regels
van de sociale zekerheid.
In het stelsel wordt een onderscheid gemaakt tussen drie categorieën:
●
●
●
categorie 1: alle arbeiders en bedienden;
categorie 2: werkgevers die genieten van de Sociale Maribel, behalve gezins- en bejaardenhulp (categorie 1) en beschutte
werkplaatsen (categorie 3);
categorie 3: beschutte werkplaatsen (zie supra).
Omvang steun
De structurele vermindering wordt berekend door een forfaitair verminderingsbedrag te vermenigvuldigen met een vaste
vermenigvuldigingsfactor en de prestatiebreuk.
Het forfaitair verminderingsbedrag (R) is samengesteld uit een vast forfaitair bedrag (F), een lagelonencomponent indien het
refertekwartaalloon (S) lager is dan de vastgelegde loongrens S0 en een hogelonencomponent indien de loonmassa per
tewerkstellingslijn die driemaandelijks wordt aangegeven hoger is dan de vastgelegde loongrens S1.
R = F + α x (S0 – S) +δ x (W – S1)
Dit geeft volgende formules voor de 3 categorieën:
Rcategorie 1 = 462,60 + 0,1620 x (5.560,49 – S) + 0,0600 x (W– 13.401,07)
Rcategorie 2 = 0,00 + 0,2557 x (6.150,00 – S) + 0,0600 x (W –12.484,80)
Rcategorie 3 = 471,00 + 0,1785 x (7.225,00– S) + 0,0600 x (W –12.484,80)
Aanvraagprocedure
Om van deze voordelen te kunnen genieten moet de werkgever in de driemaandelijkse RSZ-aangiften naast de juiste
identiteit van de werknemer en de loon- en arbeidstijdgegevens eveneens de correcte verminderingscode, het
verminderingsbedrag en de eventuele begindatum vermelden.
Contact Informatie
Meer informatie over de precieze berekening van deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de
"Administratieve instructies RSZ" . Klik vervolgens op de rubriek " De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste
kwartaal te selecteren.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
4
Subsidiegids voor de ondernemer
Doelgroepvermindering jonge werknemers
Laatste revisiedatum: 28 jul '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De doelgroepvermindering is een forfaitaire vermindering van de op het loon van de werknemer verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen waarvan de werkgever kan genieten voor bepaalde specifieke doelgroepen van werknemers
tijdens het kwartaal van de aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen.
Deze doelgroepvermindering kent een vermindering van de werkgeversbijdragen toe bij de aanwerving van
middengeschoolden, laaggeschoolden en erg laaggeschoolde jongeren.
Deze doelgroepvermindering werd geregionaliseerd ingevolge de zesde staatshervorming.
Wie komt in aanmerking
Zowel de werkgevers uit de openbare als uit de private sector komen voor de doelgroepvermindering in aanmerking,
ongeacht het aantal werknemers dat zij tewerkstellen.
Om van deze doelgroepvermindering te kunnen genieten moeten de werkgevers wel voldoen aan de startbaanverplichting
(ten minste 3 % jongeren uitgedrukt in VTE (voltijds equivalent) met een startbaan tewerkstellen ten opzichte van het 2de
kwartaal van het voorgaande jaar). Meer informatie kan u terugvinden op de website van de RSZ .
De startbaanverplichting geldt enkel voor ondernemingen met minstens 50 werknemers in dienst op 30 juni van het
voorgaande jaar. De non-profit sector, de openbare sector en de onderwijssector hebben afwijkende percentages of zijn
vrijgesteld van deze verplichting.
Omvang steun
Voor de omvang van de steun kan deze doelgroepvermindering worden opgedeeld in 2 luiken:
Luik 1 : Jonge werknemers van minder dan 19 jaar
Type Jongere
Bedrag vermindering
Periode van vermindering
min. 19 jaar
€ 1.000
tot en met het vierde kwartaal van het jaar waarin
de jongere 18 jaar wordt *
*De werkgever kan dan niet genieten van de structurele vermindering omdat de jongere niet onder alle regelingen van de
sociale zekerheid valt.
Luik 2 : Jonge werknemers die middengeschoold, laaggeschoold en erg laaggeschoold zijn
Dit luik omvat de jongeren, vanaf het eerste kwartaal van het jaar waarin ze 19 jaar worden tot en met het einde van het
kwartaal waarin ze 26 jaar worden, op voorwaarde dat ze werden aangeworven met een startbaanovereenkomst. Elke
werknemer die net voor zijn aanwerving jonger is dan 26 jaar wordt in het kader van deze maatregel als jongere beschouwd.
Enkel de jongeren die een refertekwartaalloon hebben dat de € 9.000 niet overschrijdt, komen in aanmerking (zowel voor
degenen die in dienst zijn getreden vóór 1 januari 2013 als degene die daarna in dienst zijn getreden).
Middengeschoold zijn houdt in dat men hoogstens een diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs bezit.
Voor deze jongeren geldt, behalve als ze gehandicapt zijn, bijkomend dat ze werkzoekend moeten zijn geweest gedurende
minstens 156 dagen gerekend in een 6-dagenstelsel tijdens de maand van indienstneming en de 9 daaraan voorafgaande
kalendermaanden.
Laaggeschoold zijn houdt in dat men geen getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs bezit.
Erg laaggeschoold zijn houdt in dat men hoogstens een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs
bezit of hoogstens een getuigschrift van het deeltijds technisch en beroepssecundair onderwijs.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
5
Subsidiegids voor de ondernemer
Type Jongere
Bedrag
vermindering
Periode van vermindering
middengeschoold
€ 1.000
tijdens de eerste 4 kwartalen (incl. kwartaal
van aanwerving)
€ 400
tijdens 8 kwartalen tot zolang hij in dienst is
met een startbaanovereenkomst
€ 1.500
tijdens de eerste 8 kwartalen (incl. kwartaal
van aanwerving)
€ 400
tijdens 4 kwartalen tot zolang hij in dienst is
met een startbaanovereenkomst
€ 1.500
tijdens de eerste 12 kwartalen (incl. kwartaal
van aanwerving)
€ 400
tijdens 4 kwartalen tot zolang hij in dienst is
met een startbaanovereenkomst
laaggeschoold
ofwel:
• erg laaggeschoold
• laaggeschoold en van buitenlandse
afkomst
• laaggeschoold en gehandicapt
Voor de aanwervingen van de erg laaggeschoolden, laaggeschoolden van buitenlands afkomst of laaggeschoolden met een
handicap wordt vanaf 1 april 2006 door de RVA tevens een tussenkomst in het loon betaald. Meer informatie kan u
terugvinden bij de maatregel Activa plan.
In tegenstelling met het systeem vóór 2013, loopt de vermindering niet meer door tot het kwartaal dat de jongere 26 jaar
wordt maar hangt het af van het aantal reeds opgebruikte kwartalen. De RVA attesteert tot welke categorie de jongere
behoort.
De vermindering voor middengeschoolde jongeren, kan dus enkel worden toegepast voor jongeren die bij de werkgever voor
het eerst in dienst genomen worden vanaf het 1ste kwartaal van 2013.
Aanvraagprocedure
Er zijn geen specifieke administratieve verplichtingen verbonden aan de doelgroepvermindering jonge werknemers minder
dan 19 jaar.
Om de doelgroepvermindering jonge werknemers – middengeschoolden, laaggeschoolden en erg laaggeschoolden te
kunnen genieten, moet de jongere worden tewerkgesteld met een startbaanovereenkomst en moeten zij beschikken over
een geldige werkkaart. Voor meer informatie verwijzen we naar de website van de RSZ en de RVA .
Contact Informatie
Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik
vervolgens op de rubriek "De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
RVA
Keizerslaan 7
1000 Brussel
T 02 515 41 11
F 02 514 11 06
www.rva.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
6
Subsidiegids voor de ondernemer
Doelgroepvermindering eerste aanwervingen
Laatste revisiedatum: 12 feb '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Nieuwe werkgevers kunnen voor de eerste werknemer een bijna volledige vrijstelling van de basis RSZ-werkgeversbijdragen
genieten, zonder beperking in tijd. Voor de volgende vijf werknemers kent deze doelgroepvermindering een bepaalde
vermindering toe van €1550 tot €450 beperkt tot maximum 13 kwartalen.
Deze maatregel voorziet ook een tussenkomst in de kosten van het sociaal secretariaat.
De doelgroepvermindering is een forfaitaire vermindering van de op het loon van de werknemer verschuldigde RSZwerkgeversbijdragen waarvan de werkgever kan genieten voor bepaalde specifieke doelgroepen van werknemers tijdens het
kwartaal van de aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen.
Sinds het eerste kwartaal van 2014 wordt deze doelgroepvermindering uitgebreid naar een vierde en vijfde werknemer.
Vanaf het eerste kwartaal van 2016 wordt de aanwerving van de eerste werknemer bijna volledig vrijgesteld. Voor de
volgende vier werknemers zijn de bedragen verhoogd en/of verlengd in tijd en is er nu ook een vermindering van
toepassing voor de zesde werknemer.
Wie komt in aanmerking
Werkgever: deze maatregel geldt voor de werkgevers uit de privé-sector, inclusief de vzw's en feitelijke verenigingen. Voor
de eerste aanwerving moet het gaan om een werkgever die ofwel nooit, ofwel sedert ten minste vier opeenvolgende
kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van indienstneming van een eerste werknemer, niet onderworpen is geweest aan
de RSZ-wet (wet van 27 juni 1969) voor de tewerkstelling van een werknemer (leerlingen, dienstboden, deeltijds
leerplichtigen of gelegenheidsarbeiders tellen hier niet mee).
Als de nieuwe werkgever samen met andere werkgevers behoort tot een ruimere technische bedrijfseenheid (TBE), mag de
doelgroepvermindering niet toegepast worden als de 1e (2e, 3e, 4e, 5e of 6e) werknemer een werknemer vervangt die in de
loop van de 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam
was. De RSZ gaat op een mathematische wijze na of er geen vervanging is in dezelfde TBE.
Werknemer: in hoofde van de werknemer worden geen voorwaarden opgelegd.
Omvang steun
Verminderingen van de RSZ-werkgeversbijdragen
De werkgever kan vrij kiezen voor welke werknemer hij de korting van de verschillende werknemers gebruikt. De werkgever
kan dus eerst kijken voor welke werknemers een andere doelgroepvermindering interessanter is en beslist per kwartaal of
en voor wie hij de doelgroepvermindering eerste aanwervingen aanvraagt.
De werkgever kan gedurende twintig kwartalen nadat hij als nieuwe werkgever een eerste, (tweede, derde, vierde, vijfde of
zesde) werknemer in dienst neemt, de kwartalen van de doelgroepvermindering opnemen.
Hierbij een overzicht van de bedragen van toepassing vanaf 1 januari 2016
Vanaf 1 januari 2016
Kwartaal 1 tot 5
Kwartaal
6 tot 9
1e werknemer
Volledige vrijstelling basisbijdragen gedurende de volledige tewerkstellingsperiode die aanvangt op een
datum gelegen tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020*
2e
€1.550
€1.050
€450
0
3e
€1.050
€450
€450
0
4e
€1.050
€450
0
0
5e
€1.000
€400
0
0
6e
€1.000
€400
0
0
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
Kwartaal
10 tot 13
Vanaf kwartaal
14 en …
7
Subsidiegids voor de ondernemer
*Het gaat om het forfaitire bedrag G7 :het saldo van de verschuldigde basisbijdragen na de eventuele sociale maribel aftrek
en na toepassing van de structurele.
Een aantal RSZ-werkgeversbijdragen blijven namelijk verschuldigd. Dit is echter afhankelijk van het contract (arbeider of
bediende); de grootte en de aard van de onderneming (met of zonder handels- of industrieel doel). Bovendien kan er nog
een extra sectorale bijdrage verschuldigd zijn. Raadpleeg hiervoor uw sociaal secretariaat.
Tussenkomst in de administratiekosten
Een nieuwe werkgever die aansluit bij een erkend sociaal secretariaat, heeft recht op een tussenkomst in
administratiekosten ten belope van €36,45/kwartaal voor de kwartalen dat hij een doelgroepvermindering voor een eerste
werknemer aanvraagt. Het bedrag van de tussenkomst is een kwartaalbedrag en wordt nooit geproratiseerd. Elk kwartaal
dat de werkgever het voordeel voor een eerste aanwerving geniet, kan ook de tussenkomst genoten worden.
U heeft uw eerste aanwerving gedaan in 2015 ?
Een werkgever die in 2015 een eerste werknemer heeft aangeworven, kan in 2015 de huidige doelgroepvermindering voor
een eerste werknemer toepassen die beperkt is in de tijd en kleinere verminderingsbedragen voorziet ((zie volgende tabel).
Vanaf 2016 mag deze werkgever wel de verhoogde verminderingsbedragen toepassen voor zijn werknemer die in dienst
kwam in 2015, maar enkel voor het resterend aantal kwartalen waarop de werkgever nog recht heeft.
U heeft een eerste werknemer die aangeworven werd in 2014 of vroeger?
De vermindering voor een eerste werknemer die de werkgever toepast voor een werknemer die in dienst kwam vóór 2015,
wijzigt niet vanaf 2016. De werkgever kan voor de resterende kwartalen de verminderingsbedragen die geldig waren op 31
december 2015 nog verder toepassen in 2016 en later. Zie onderstaande tabel. Na in totaal maximum 13 kwartalen stopt
deze doelgroepvermindering.
Sinds 1 januari 2014 tot eind 2015
Kwartaal
1 tot 5
Kwartaal
6 tot 9
Kwartaal
10 tot 13
1e werknemer
€1.550
€1.050
€450
2e
€1.050
€450
€450
3e
€1.050
€450
0
4e
€1.000
€400
0
5e
€1.000
€400
0
Structurele vermindering
Deze doelgroepvermindering komt bovenop de algemene structurele lastenvermindering die de werkgever geniet. De
structurele vermindering wordt ingrijpend hervormd in de periode 1 april 2016 tot 2020.
Contact Informatie
Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik
vervolgens op de rubriek "De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren. De uitbreiding
van deze maatregel werd nog niet verwerkt in deze instructies. U kan deze raadplegen in de rubriek Tussentijdse instructies.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
8
Subsidiegids voor de ondernemer
Doelgroepvermindering oudere werknemers
Laatste revisiedatum: 28 jul '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De doelgroepvermindering is een forfaitaire vermindering van de op het loon van de werknemer verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen waarvan de werkgever kan genieten voor bepaalde specifieke doelgroepen van werknemers
tijdens het kwartaal van de aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen.
Deze doelgroepvermindering werd geregionaliseerd ingevolge de zesde staatshervorming.
Wat komt in aanmerking
Werkgever: alle werkgevers die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen.
Werknemer: de werknemers die deel uitmaken van categorie 1 zoals omschreven bij de structurele vermindering, die op de
laatste dag van het kwartaal ten minste de leeftijd van 54 jaar hebben, zonder evenwel in dienst te moeten zijn op het einde
van het kwartaal. Enkel zij die een refertekwartaalloon hebben dat lager is dan een vastgelegde loongrens S1 (€ 13.401,07)
komen in aanmerking.
Omvang steun
De omvang van de vermindering hangt af van de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het betrokken kwartaal:
●
●
●
●
≥ 54 jaar: € 400;
≥ 58 jaar: € 1.000;
≥ 62 jaar: € 1.500;
≥ 65 jaar: € 800.
Aanvraagprocedure
Om van deze voordelen te kunnen genieten moet de werkgever in de driemaandelijkse RSZ-aangiften naast de juiste
identiteit van de werknemer en de loon- en arbeidstijdgegevens eveneens de correcte verminderingscode, het
verminderingsbedrag en de eventuele begindatum vermelden.
Contact Informatie
Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik
vervolgens op de rubriek "De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
9
Subsidiegids voor de ondernemer
Doelgroepvermindering langdurige werkzoekenden
Laatste revisiedatum: 07 dec '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De doelgroepvermindering is een forfaitaire vermindering van de op het loon van de werknemer verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen waarvan de werkgever kan genieten voor bepaalde specifieke doelgroepen van werknemers
tijdens het kwartaal van de aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen.
Deze doelgroepvermindering werd geregionaliseerd ingevolge de zesde staatshervorming.
Wie komt in aanmerking
Deze doelgroep wordt onderverdeeld in drie groepen:
●
●
●
Activa: de tewerkstelling van langdurige werkzoekenden in de reguliere economie;
Doorstromingsprogramma's (DSP): de tewerkstelling van uitkeringsgerechtigde langdurige werklozen in een type job dat
niet voorkomt in de reguliere economie, met als doel op termijn door te stromen naar de reguliere economie. De
werkgevers zijn dan ook enkel overheden, vzw's en andere niet-commerciële verenigingen;
Sociale inschakelingseconomie (SINE): bedrijven die specifiek erkend zijn voor de tewerkstelling van moeilijk te plaatsen
werkzoekenden.
Enkel de activa-groep zal hier verder besproken worden. Voor de groep Doorstromingsprogramma's (DSP) kan u terecht voor
meer informatie op de website van de RSZ . Vanaf het 4de kwartaal 2015 kan deze bijdragvermindering niet meer worden
toegepast in het Vlaamse Gewest. Ze blijft onverminderd toepasbaar in de andere regio's.
Voor de groep Sociale inschakelingseconomie (SINE) kan u eveneens terecht op de website van de RSZ en bij de Vlaamse
Overheid - Departement Werk en Sociale Economie (SINE) .
Omvang steun
De werkgever die een langdurige werkloze aanwerft kan genieten van volgende forfaitaire vermindering afhankelijk van de
leeftijd (op de dag van aanwerving) en de periode van inactiviteit (gerekend in het zesdagenstelsel).
24 maanden (624 dagen) in 36 maanden
Leeftijd
Periode van inactiviteit
Bedrag van vermindering (aantal kwartalen incl.
kwartaal van aanwerving)
< 25
12 maanden (312 dagen) in 18 maanden
€ 1.000 (5 kwartalen)
25-44
12 maanden (312 dagen) in 18 maanden
€ 1.000 (5 kwartalen)
< 30
6 maanden ( 156 dagen) in 9 maanden + geen
getuigschrift HSO
€ 1.500 (12 kwartalen)
< 45
24 maanden (624 dagen) in 36 maanden
€ 1.000 (9 kwartalen)
< 45
36 maanden (936 dagen) in 54 maanden
€ 1.000 (9 kwartalen) en € 400 (4 aansluitende
kwartalen)
< 45
60 maanden (1560 dagen) in 90 maanden
€ 1.000 (9 kwartalen) en € 400 (12 aansluitende
kwartalen)
≥ 45
6 maanden (156 dagen) in 9 maanden
€ 1.000 (5 kwartalen) en € 400 (16 aansluitende
kwartalen)
≥ 45
12 maanden (312 dagen) in 18 maanden
€ 1.000 (21 kwartalen)
≥ 45
18 maanden (468 dagen) in 27 maanden
€ 1.000 (21 kwartalen)
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
10
Subsidiegids voor de ondernemer
In bepaalde gevallen kan tevens genoten worden van een werkuitkering. Meer informatie hierover kan u terugvinden op de
website van de RVA : www.rva.be (zie rubriek Tewerkstelling/Activa).
Aanvraagprocedure
De werkzoekenden die voldoen aan de voorwaarden voor deze doelgroepvermindering, kunnen bij het regionaal bureau van
de RVA waarvan zij af hangen, een werkkaart verkrijgen als bewijs van deze hoedanigheid.
Indien de werkzoekende op het ogenblik van zijn indienstneming niet in het bezit is van een geldige werkkaart, dan kan ook
de werkgever de kaart aanvragen bij de RVA. De aanvraag die van de werkgever uitgaat zal enkel geldig zijn indien zij voor
iedere werkzoekende afzonderlijk gebeurt, en wordt slechts aanvaard voor zover op die aanvraag de namen van de
werkgever en van de werknemer vermeld zijn, en ook het domicilie van de werknemer, zijn identificatienummer voor de
sociale zekerheid en de datum van zijn indiensttreding.
De aanvraag voor een werkkaart moet gebeuren bij het regionaal bureau van de RVA, uiterlijk de 30ste dag die volgt op de
datum van indienstneming.
Contact Informatie
Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik
vervolgens op de rubriek "De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
RVA
Keizerslaan 7
1000 Brussel
T 02 515 41 11
F 02 514 11 06
www.rva.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
11
Subsidiegids voor de ondernemer
Doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering
Laatste revisiedatum: 28 jul '15
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De doelgroepvermindering is een forfaitaire vermindering van de op het loon van de werknemer verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen waarvan de werkgever kan genieten voor bepaalde specifieke doelgroepen van werknemers
tijdens het kwartaal van de aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen. Werkgevers die bereid zijn de arbeidsduur
te verminderen met minstens één uur per week kunnen voor de voltijdse werknemers bepaalde verminderingen van de
werkgeversbijdragen genieten.
Omvang steun
Werkgevers die bereid zijn de arbeidsduur te verminderen met minstens één uur per week kunnen voor de voltijdse
werknemers die volgende forfaitaire vermindering genieten:
Arbeidsduurvermindering
Bedrag van vermindering
Periode van vermindering
37 uur per week of minder
€ 400
tijdens 8 kwartalen
36 uur per week of minder
€ 400
tijdens 12 kwartalen
35 uur per week of minder
€ 400
tijdens 16 kwartalen
Vierdagenweek
€400
tijdens 4 kwartalen
Tegelijk arbeidsduurvermindering en overstap
naar vierdagenweek
€ 1.000
tijdens de overlappende kwartalen
€ 400
tijdens de resterende kwartalen
Aanvraagprocedure
Om van deze voordelen te kunnen genieten moet de werkgever in de driemaandelijkse RSZ-aangiften naast de juiste
identiteit van de werknemer en de loon- en arbeidstijdgegevens eveneens de correcte verminderingscode, het
verminderingsbedrag en de eventuele begindatum vermelden.
Contact Informatie
Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik
vervolgens op de rubriek "De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
12
Subsidiegids voor de ondernemer
Doelgroepvermindering herstructurering
Laatste revisiedatum: 28 jul '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De doelgroepvermindering is een forfaitaire vermindering van de op het loon van de werknemer verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen waarvan de werkgever kan genieten voor bepaalde specifieke doelgroepen van werknemers
tijdens het kwartaal van de aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen.
Deze doelgroepvermindering kent een vermindering van de werkgeversbijdragen toe bij aanwerving van een werknemer die
ontslagen is in een onderneming die erkend is als onderneming in herstructurering.
Deze doelgroepvermindering werd geregionaliseerd ingevolge de zesde staatshervorming.
Wie komt in aanmerking
Werkgever: deze maatregel geldt voor elke werkgever die een werknemer aanwerft die ontslagen is in een onderneming
die erkend is als onderneming in herstructurering.
Werknemer: de doelgroepvermindering is van toepassing op al wie ontslagen werd in het kader van een herstructurering
of, vanaf 1 juli 2011, als gevolg van een faillissement, vereffening of sluiting en tijdens de geldigheidsperiode van een
'verminderingskaart herstructureringen' in dienst treedt bij een andere werkgever.
Het refertekwartaalloon van de werknemer mag echter volgende loongrenzen niet overstijgen:
●
●
Indien de werknemer op het moment van indiensttreding jonger is dan 30 jaar: € 5.560,49;
Indien de werknemer op het moment van indiensttreding minstens 30 jaar is: € 13.401,07.
Omvang steun
Aanwerving
Bedrag van vermindering
Periode van vermindering
werknemer met een verminderingskaart
herstructureringen jonger dan 45 jaar bij
indiensttreding
€ 1.000
5 kwartalen*
werknemer met een
verminderingskaartherstructureringen
45 jaar of ouder
€ 1.000
5 kwartalen*
€ 400
16 volgende kwartalen
*incl. kwartaal van indiensttreding
Aanvraagprocedure
Om van deze voordelen te kunnen genieten moet de werkgever in de driemaandelijkse RSZ-aangiften naast de juiste
identiteit van de werknemer en de loon- en arbeidstijdgegevens eveneens de correcte verminderingscode, het
verminderingsbedrag en de eventuele begindatum vermelden.
De RVA reikt spontaan een 'verminderingskaart herstructureringen' uit aan de werknemers die ontslagen werden in het
kader van een herstructurering en die zich inschrijven bij de tewerkstellingscel, evenals aan werknemers die vanaf 1 juli
2011 ontslagen werden als gevolg van een faillissement, sluiting of vereffening en hun aanvraag voor een
werkloosheidsuitkering indienen of hun C4 bij de RVA voorleggen.
Contact Informatie
Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik
vervolgens op de rubriek "De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
13
Subsidiegids voor de ondernemer
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
RVA
Keizerslaan 7
1000 Brussel
T 02 515 41 11
F 02 514 11 06
www.rva.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
14
Subsidiegids voor de ondernemer
Doelgroepvermindering mentors (mentorkorting)
Laatste revisiedatum: 28 jul '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De doelgroepvermindering is een forfaitaire vermindering van de op het loon van de werknemer verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen waarvan de werkgever kan genieten voor bepaalde specifieke doelgroepen van werknemers
tijdens het kwartaal van de aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen.
In de doelgroepvermindering mentors kan een werkgever voor een aantal werknemers die stages opvolgen of opleiding
geven aan bepaalde doelgroepen in het kader van een beroepsopleiding, een vermindering van de werkgeversbijdragen
bekomen. Deze doelgroepvermindering bestaat sinds 1 januari 2010. Sinds 1 januari 2013 is deze lastenverlaging
opgetrokken tot € 800 per kwartaal en moet de werkgever niet meer in alle gevallen een schriftelijke overeenkomst sluiten.
Met deze aanpassingen wil de regering het aantal stages en opleidingen in ondernemingen een boost geven.
Deze doelgroepvermindering werd geregionaliseerd ingevolge de zesde staatshervorming.
Wie komt in aanmerking
Werkgever: Zowel de werkgevers uit de openbare als uit de private sector kunnen deze doelgroepvermindering genieten
als zij zich ertoe verbinden stages op te volgen of opleidingen te organiseren via daartoe opgeleide 'mentors', voor volgende
doelgroepen:
●
●
●
●
●
leerlingen of leraren uit het voltijds secundair technisch en beroepsonderwijs of deeltijds onderwijs;
werkzoekenden jonger dan 26 jaar die een beroepsopleiding volgen, zoals bedoeld in artikel 27, 6°, van het koninklijk
besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (o.a. IBO'ers);
werkzoekenden in een instapstage;
cursisten jonger dan 26 jaar uit het volwassenenonderwijs;
cursisten jonger dan 26 jaar die een door de bevoegde Gemeenschap erkende opleiding volgen, in het kader van de
overeenkomsten die worden gesloten met respectievelijk ofwel de onderwijs- of vormingsinstellingen, ofwel de
gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of de beroepsopleiding.
Werknemer: Om als mentor te kunnen worden beschouwd, moet de werknemer:
●
●
een beroepservaring van minstens 5 jaar in het beroep kunnen voorleggen dat geheel of gedeeltelijk aangeleerd wordt in
het kader van de stage of opleiding, en
in het bezit zijn van een getuigschrift 'mentor' uitgereikt door de bevoegde Gemeenschap, door een door de bevoegde
Gemeenschap erkende instantie of door een door de Gemeenschap of door het bevoegd sectorfonds ingerichte of erkende
opleidings- of onderwijsverstrekker.
Omvang steun
De werkgever kan een vermindering van € 800 genieten voor de 'mentors' die hij in dienst heeft voor de begeleiding van
personen behorende tot de doelgroepen. Het aantal mentors waarvoor de werkgever een vermindering kan krijgen is
beperkt en hangt af van het 'aantal begeleide personen' behorende tot de doelgroepen. Voor de berekening verwijzen we
naar de website van de RSZ (zie contactinformatie).
Aanvraagprocedure
In de (eventuele) verbintenis geeft de werkgever het aantal jongeren of leerkrachten op die hij de mogelijkheid geeft stage
of opleiding te volgen, het aantal uren en eventueel nadere details over de pedagogische omkadering en de spreiding in de
tijd van de stages en opleidingen.
De werkgever maakt tot 31 december 2014 aan de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt FOD WASO
volgende gegevens over:
●
●
●
●
een kopie van overeenkomst (indien nodig);
een lijst van de mentors die hij tewerkstelt;
voor elke mentor het bewijs van minimale praktijkervaring;
voor elke mentor een kopie van het getuigschrift mentor.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
15
Subsidiegids voor de ondernemer
De FOD stuurt de gegevens door naar de RSZ via elektronische weg. Vanaf 1 januari 2015 zijn de regio's bevoegd. Voor het
Vlaams Gewest kan u voortaan terecht bij Departement Werk en Sociale Economie:
www.werk.be/online-diensten/doelgroepvermindering-voor-mentors .
Contact Informatie
Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik
vervolgens op de rubriek "De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren. U kan deze
informatie ook terugvinden op www.werk.be/online-diensten/doelgroepvermindering-voor-mentors .
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
Vlaamse Overheid - Departement Werk en
Sociale Economie
Dienst Mentorkorting
Koning Albert II laan 35 bus 20
1030 Brussel
T 02 553 10 75
[email protected]
www.werk.be/online-diensten/doelgroepverminde
ring-voor-mentors
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
16
Subsidiegids voor de ondernemer
Doelgroepvermindering vaste werknemers in de horeca
Laatste revisiedatum: 28 jul '15
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De doelgroepvermindering is een forfaitaire vermindering van de op het loon van de werknemer verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen waarvan de werkgever kan genieten voor bepaalde specifieke doelgroepen van werknemers
tijdens het kwartaal van de aanwerving en een aantal kwartalen die erop volgen.
Deze doelgroepvermindering kent een vermindering van de werkgeversbijdragen toe aan werkgevers uit de horecasector
voor de aanwerving van maximum vijf vaste voltijdse werknemers onder bepaalde voorwaarden.
Wie komt in aanmerking
Werkgevers: deze maatregel geldt voor alle werkgevers die tegelijk aan onderstaande voorwaarden voldoen:
●
●
●
●
ressorteren onder het paritair comité (302) voor het hotelbedrijf;
gemiddeld maximum 49 werknemers tewerkstellen tijdens de referteperiode;
gedurende het volledige kwartaal een bij de fiscus geregistreerd kassasysteem (GKS) gebruiken in alle vestigingseenheden
met een horeca-activiteit waar er contact is met klanten. Ook wanneer het gebruik van de geregistreerde kassa voor het
verkrijgen van het fiscale voordeel niet vereist is, is dit wel noodzakelijk om de doelgroepvermindering te kunnen
toepassen;
voor alle personeelsleden die werken in een vestigingseenheid waar er een horeca-activiteit wordt uitgevoerd in de brede
zin van het woord (dus ook voor werknemers die niet ressorteren onder het paritair comité van de horeca) dagelijks beginen einduur van de aanwezigheid registreren via het geregistreerd kassasysteem of het alternatieve systeem van
aanwezigheidsregistratie (ASA). De registratie is niet van toepassing op de gelegenheidsarbeiders.
Overgangsperiode voor het eerste kwartaal 2014: In het eerste kwartaal 2014 zullen de werkgevers die het geregistreerde
kassasysteem niet het volledige kwartaal kunnen gebruiken toch kunnen genieten van de doelgroepvermindering op
voorwaarde dat:
●
●
●
●
Zij aan alle andere bovenstaande voorwaarden voldoen.
Zij zich vóór 31 december 2013 bij de fiscus hebben aangemeld om vanaf 1 januari 2014 vrijwillig in het systeem te
treden.
Zij de aanwezigheidsregistratie verrichten van zodra het geregistreerde kassasysteem operationeel is.
Het geregistreerde kassasysteem (GKS) ten laatste op 28 februari 2014 operationeel is.
Werknemer: de vermindering geldt voor de aanwerving van maximaal 5 vaste voltijdse werknemers die vallen onder het
paritair comité van de horeca. De vermindering kan niet worden toegepast voor gelegenheidswerknemers in de horeca, zelfs
voor de dagen waarop de bijdragen worden betaald op het reële loon of het normale forfaitair loon.
Omvang steun
Per kwartaal kan de werkgever kiezen voor welke werknemers hij de vermindering toepast. Deze werknemers moeten een
voltijdse arbeidsovereenkomst hebben, maar moeten niet het hele kwartaal in dienst zijn.
De werkgever kan voor een onbeperkt aantal kwartalen aanspraak maken op de vermindering:
●
●
€ 800 per kwartaal voor werknemers die op de laatste dag van het kwartaal jonger zijn dan 26;
€ 500 per kwartaal voor andere werknemers.
Per kwartaal kan de werkgever (rechtspersoon) voor maximum 5 personen de vermindering toepassen, ook al stelt hij
personeel tewerk in meerdere vestigingseenheden.
Aanvraagprocedure
Om de vermindering te kunnen toepassen moet de werkgever iedere dag van het kwartaal een aanwezigheidsregistratie
verrichten via GKS of ASA en beschikken over een kassasysteem dat door de fiscus werd geregistreerd. Meer informatie
hierover vindt u op www.geregistreerdkassasysteem.be.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
17
Subsidiegids voor de ondernemer
Voor meer informatie over de dagelijkse registratie van werknemers kan u terecht op de portaalsite van de sociale zekerheid
.
Contact Informatie
Meer informatie over de precieze berekening van deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de
"Administratieve instructies RSZ" . Klik vervolgens op de rubriek " De bijdrageverminderingen" en vergeet niet het recentste
kwartaal te selecteren.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
18
Subsidiegids voor de ondernemer
Inhouding bedrijfsvoorheffing in steunzones
Laatste revisiedatum: 04 apr '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Bedrijven die investeren in een afgebakende steunzone (ook wel ‘ontwrichte zone’ genoemd) kunnen een vrijstelling van
25% van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing bekomen, voor een periode van 2 jaar per extra arbeidsplaats die als
gevolg van deze investering werd gecreëerd en die gedurende een aantal jaren behouden blijft.
Overheden mogen maatregelen nemen om zones die getroffen worden door zware collectieve ontslagen economisch te
ondersteunen. Vlaanderen heeft momenteel twee zones afgebakend, één rond Genk en één rond Turnhout.
Het voordeel komt overeen met een besparing van 4 à 5% op de loonkost en geldt ook indien er werkgelegenheid wordt
overgenomen als gevolg van investeringen bij overname van een onderneming die anders mogelijk zou verdwijnen.
Wie komt in aanmerking
Het voordeel geldt voor:
●
●
Kmo’s die in dergelijke steunzone investeren en nieuwe werkgelegenheid creëren. De zones die momenteel in Vlaanderen
zijn afgebakend, bevatten alle bedrijventerreinen binnen een straal van 40 km rondom Ford Genk en de getroffen
vestigingen van Philips en Heinz in Turnhout. Hierdoor omvatten de beide zones zowel de gehele provincie Limburg, het
grootste gedeelte van de provincie Antwerpen en ook delen van het arrondissement Leuven. De kaarten met de
afbakening van deze zones kan u hier raadplegen: kaart ontwrichte zone Antwerpen - kaart ontwrichte zone Limburg.
Opgelet! Voor de definitie van kmo hanteert deze regeling haar eigen criteria, die gebaseerd zijn op de Europese kmodefinitie (zie www.vlaio.be/artikel/europese-kmo-definitie), maar die hierop afwijken inzake:
het criterium inzake tewerkstelling (max. 250 VTE) en het criterium omzet (max. € 50 miljoen) of balanstotaal (max. €
43 miljoen), mogen in ten minste twee van de laatste drie afgesloten belastbare tijdperken niet overschreden worden;
voor de berekeningsregels wordt verwezen naar de (nieuwe) nationale bepalingen van de fiscale kmo-definitie (art. 15 §
3 tot 6 W. Venn.), wat belangrijk is inzake bekijken samenhang met andere vennootschappen.
Grote ondernemingen komen enkel in aanmerking voor deze steun, indien de steunzone samenvalt met de 'regionale
steunkaart' en indien de investering betrekking heeft op nieuwe vestigingen en nieuwe activiteiten van bestaande
vestigingen. Gemeenten die in de regionale steunkaart 2014 – 2020 voor Vlaanderen vallen zijn:
In Antwerpen (3): Balen, Dessel en Mol;
In Limburg (24): As, Beringen, Bilzen, Borgloon, Bree, Dilsen-Stokkem, Genk, Ham, Hechtel-Eksel, Herstappe, HeusdenZolder, Houthalen-Helchteren, Kinrooi, Lanaken, Leopoldsburg, Lommel, Lummen, Maaseik, Maasmechelen,
Opglabbeek, Sint-Truiden, Tessenderlo, Tongeren, Zutendaal;
In Oost-Vlaanderen (7): Ronse en zes gemeenten in het arrondissement Eeklo;
In West-Vlaanderen 6): Diksmuide, Ieper, Lo-Reninge, Middelkerke, Oostende, Wervik.
❍
❍
●
❍
❍
❍
❍
Op de kaarten worden deze gemeenten lichtbruin ingekleurd.
●
●
●
●
Ondernemingen komen enkel in aanmerking indien ze bijkomende arbeidsplaatsen creëren op een vestiging in een
industriezone die in de afgebakende zone is gelegen;
Ondernemingen mogen niet voor 25% of meer van kapitaal of stemrechten in handen zijn van overheden;
Ondernemingen mogen ook niet in een wco-procedure zitten (‘wet op de continuïteit van ondernemingen’) en komen ook
niet in aanmerking indien ten gevolge van geleden verlies het netto actief is gedaald tot minder dan de helft van het vast
gedeelte van het maatschappelijk kapitaal;
Enkele sectoren worden uitgesloten: visserij- en aquacultuur en productie van landbouwproducten. Voor grote
ondernemingen gelden er ook uitsluitingen voor de ijzer- en staalsector, synthetische vezels industrie, kolenindustrie,
scheepsbouw, vervoerssector en daarmee verband houdende infrastructuur en de energieproductie, -distributie en
energie-infrastructuur.
Wat komt in aanmerking
Om in aanmerking te komen dienen de investeringen in materiële of immateriële vaste activa, verband te houden met:
●
●
●
De oprichting van een nieuwe inrichting;
De uitbreiding van capaciteit van een bestaande inrichting (dit geldt niet voor grote bedrijven);
De diversificatie van de productie naar producten die voordien niet werden vervaardigd (voor grote bedrijven in de
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
19
Subsidiegids voor de ondernemer
●
●
regionale steunkaart wordt dit vermeld als: ‘diversificatie van de activiteit van een inrichting, op voorwaarde dat de nieuwe
activiteit niet dezelfde is als, of vergelijkbaar is met de activiteit die voordien werd uitgeoefend’);
Een fundamentele verandering in het totale productieproces van bestaande bedrijven (dit geldt niet voor grote bedrijven);
De overname van materiële of immateriële vaste activa van een (niet-geassocieerde) derde-werkgever wegens sluiting,
gerechtelijke reorganisatie of faillissement (alle arbeidsplaatsen worden als nieuw beschouwd).
Omvang steun
De steun betreft een tijdelijke vrijstelling van het doorstorten van 25% bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen die:
●
●
●
●
Betrekking hebben op/ten gevolge van een investering;
Betrekking hebben op nieuw gecreëerde arbeidsplaatsen (totaal aantal werknemers moet verhogen t.o.v. gemiddeld
aantal werknemers over 12 maanden voorafgaand aan voltooiing van de investering);
Ingevuld worden nà voltooiing van de investering en binnen 36 maanden na deze voltooiingsdatum;
uitbetaald worden binnen de 2 jaar vanaf het ogenblik van invulling van de nieuwe arbeidsplaats.
Voorbeeld:
De impact van deze maatregel werd berekend op basis van een gemiddeld bruto maandloon van €3.195.
●
●
●
In dit geval bedraagt de jaarlijkse loonkost €60.107;
Er kan een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing gegeven worden van €3.065 over een periode van 2 jaar;
Dit komt overeen met een steunintensiteit van 5,1%.
Deze steun kan worden gecumuleerd met het systeem van ploegen- en nachtpremies, met het systeem van de gedeeltelijke
vrijstelling in de vorm van een algemene structurele lastenverlaging (IPA-korting) en met de vrijstelling van doorstorting van
bedrijfsvoorheffing voor startende ondernemingen, doch niet met andere vrijstellingen inzake doorstorting van
bedrijfsvoorheffing (overwerk, onderzoekers, sportbeoefenaars, koopvaardij-, bagger- en sleepvaartsector, zeevisserij).
De vrijstelling is per investering beperkt tot maximum €7,5 miljoen.
Voor grote ondernemingen dient er tevens rekening te worden gehouden met Europese steunplafonds indien de
onderneming ook investeringssteun krijgt onder de vorm van Strategische Transformatiesteun (aangezien het maximum
plafond van 10% steun niet overschreden mag worden).
Bijkomende voorwaarden
Tot eind 2015 gold er een bijkomende voorwaarde: de federale steun (i.c. gedeeltelijke inhouding van de bedrijfsvoorheffing)
werd enkel verleend indien er ook regionale steun werd toegekend voor dezelfde investering. Deze voorwaarde werd echter
geschrapt, waardoor de maatregel veel soepeler toepasbaar wordt.
Aanvraagprocedure
De aanvraag voor deze tegemoetkoming dient te gebeuren via een formulier, in te dienen voor aanvang van de investering,
bij de FOD Financiën (financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/122-274sz-2016-nl.pdf).
(Ter info: Er ligt momenteel een vraag bij de Europese Commissie ter goedkeuring om werkgevers toe te laten hun
investeringsdossiers die in een steunzone verricht werden tussen 1 mei 2015 en 1 januari 2016, alsnog te laten indienen
gedurende een overgangsperiode van 3 maanden. Deze overgangsperiode zal echter pas starten na datum van publicatie
van deze eventuele goedkeuring in het Belgisch Staatsblad. Deze tijdelijke overgangsperiode wordt voorgesteld omwille van
de grondige aanpassing van de regelgeving einde december 2015, waarbij de voorwaarde i.v.m. noodzaak aan gewestelijke
steun voor dezelfde investering, werd geannuleerd.)
De vrijstelling wordt definitief nadat aangetoond wordt dat de nieuwe arbeidsplaats gedurende ten minste 3 jaar behouden
is gebleven (voor grote ondernemingen wordt de termijn bepaald op 5 jaar).
De vrijstelling zal niet verleend worden indien de timing van de verwachte voltooiing van de investering ruim overschreden
wordt (dubbel zolang als de verwachte voltooiing) of indien niet wordt aangetoond dat de nieuw gecreëerde arbeidsplaatsen
betrekking hebben op de investering.
Contact Informatie
Voor meer informatie kan u contact opnemen met FOD Financiën.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
20
Subsidiegids voor de ondernemer
FOD Financiën
Contactcenter
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
T 02 572 57 57
financien.belgium.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
21
Subsidiegids voor de ondernemer
Activa-plan (activering werkloosheidsuitkeringen)
Laatste revisiedatum: 23 feb '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Werkgevers die bepaalde categorieën van langdurige werkzoekenden aanwerven kunnen genieten van een werkuitkering.
Deze werkuitkering wordt betaald door de RVA. De werkgevers kunnen dit bedrag van het netto te betalen salaris aftrekken
waardoor een belangrijke arbeidskostvermindering wordt toegekend.
In het kader van de zesde staatshervorming is deze bevoegdheid geregionaliseerd sinds 1 juli 2014. Er werd een
overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen tot op het tijdstip waarop
het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen. De bestaande regelgeving en procedures blijven
van kracht tot deze gewijzigd worden door een Gewest.
Wie komt in aanmerking
Deze maatregel is van toepassing op alle werkgevers uit de privésector (ook vzw’s).
Omvang steun
De RVA neemt iedere kalendermaand de betaling van de werkuitkering op zich. Deze bedraagt €500 per maand voor een
voltijds aangeworven werknemer (en een bedrag in verhouding tot de contractueel voorziene wekelijkse arbeidsduur bij
deeltijdse tewerkstelling). De werkgever betaalt dus enkel het resterende deel van het nettoloon (na aftrek van de €500 in
geval van voltijdse tewerkstelling of van een proportioneel bedrag in geval van deeltijdse tewerkstelling).
Bijkomende voorwaarden (zie 2de kolom van de tabel): Het feit of de werkuitkering wordt toegekend, zal daarenboven
afhangen van het feit of hij een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze is (1), het feit of hij niet meer leerplichtig is en/of
geen studies in dagonderwijs volgt (2) en het feit dat hij eventueel een verminderde arbeidsgeschiktheid heeft (3).
Leeftijd
werknemer
Duur inschrijving als werkzoekende / voorwaarden
Werkuitkering: bedrag en duur
<45
1 dag + bijkomende voorwaarde (2) en (3)
€ 500 gedurende 36 maanden
<25
12 maanden in 18 kalendermaanden (1)
€ 500 gedurende 16 maanden
<27
12 maanden in 18 kalendermaanden (1)
+ geen getuigschrift HSO
€ 500 gedurende 36 maanden
<30
6 maanden in 9 kalendermaanden (1)
+ geen getuigschrift HSO
€ 500 gedurende 36 maanden
<45
24 maanden in 36 kalendermaanden (1)
€ 500 gedurende 16 maanden
<45
36 maanden in 54 kalendermaanden (1)
€ 500 gedurende 24 maanden
<45
60 maanden in 90 kalendermaanden (1)
€ 500 gedurende 30 maanden
≥45
1 dag +bijkomende voorwaarde(3)
€ 500 gedurende 36 maanden
≥45
18 maanden in 27 kalendermaanden
€ 500 gedurende 30 maanden
Een overzicht van de tijdelijke vermindering van de werkgeversbijdragen waarvan de werkgever kan genieten kan u
terugvinden in de maatregel Doegroepvermindering langdurige werkzoekenden.
Aanvraagprocedure
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
22
Subsidiegids voor de ondernemer
Om te kunnen genieten van de activering van de werkloosheidsuitkeringen (= werkuitkeringen) moet de werknemer in het
bezit zijn van een werkkaart ACTIVA. Uitgebreide informatie over de te volgen procedure kan u terugvinden op
www.rva.be/nl/2000%20werkgevers/2001%20tewerkstelling/2002-nl-activa .
In het kader van de zesde staatshervorming is deze bevoegdheid geregionaliseerd sinds 1 juli 2014. Er werd een
overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen tot op het tijdstip waarop
het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen. De bestaande regelgeving en procedures blijven
van kracht tot deze gewijzigd worden door een Gewest.
Contact Informatie
Voor meer inlichtingen kan u best contact opnemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u raadplegen op
www.rva.be/nl/kantoren.
RVA
Keizerslaan 7
1000 Brussel
T 02 515 41 11
F 02 514 11 06
www.rva.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
23
Subsidiegids voor de ondernemer
Premie 50 +
Laatste revisiedatum: 03 apr '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Werkgevers die bepaalde niet-werkende werkzoekende 50-plussers aanwerven met een contract van onbepaalde duur
kunnen een loonkostenvermindering genieten.
Wie komt in aanmerking
Deze maatregel is van toepassing op alle werkgevers (ook vzw’s) die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5
december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en een exploitatiezetel hebben in
het Vlaamse Gewest of er zich toe verbinden een exploitatiezetel in het Vlaams Gewest te vestigen binnen de 5 kwartalen te
rekenen vanaf de indiensttreding van de aangeworvene.
Zijn uitgesloten van deze maatregel:
●
●
●
de openbare instellingen;
de bedrijven waarvan de loonkosten, gedurende het jaar dat voorafgaat aan de aanvraag van de tewerkstellingspremie,
voor meer dan vijftig procent gefinancierd worden met subsidies verleend door de federale of Vlaamse Overheid;
de steenkoolsector en de scheepsbouw (toepassing van Verordening nr 2204/2002 van de Commissie van 12 december
2002).
De subsidie geldt enkel bij het in dienst nemen van een 50-plusser die aan volgende voorwaarden voldoet:
●
werkloos zijn als u hem in dienst neemt:
als de persoon 55 jaar is of ouder, dan volstaat het dat hij de dag voor u hem in dienst neemt, ingeschreven is als nietwerkende werkzoekende bij de VDAB;
als de persoon jonger is dan 55 jaar, dan dient deze persoon de dag voor u hem in dienst neemt, minimum 1 jaar
ingeschreven te zijn als niet-werkende werkzoekende bij de VDAB;
aangeworven worden met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur;
in de zes maanden voorafgaand aan de aanwerving in dezelfde of een andere onderneming van de technische
bedrijfseenheid in dienst zijn geweest voor een beperkte periode en de loonkost voor deze periode niet meer dan € 1.000
bedraagt;
minimum bij de werkgever in dienst blijven voor de periode waarvoor een tewerkstellingspremie kan worden toegekend,
tenzij hij/zij zelf ontslag neemt of ontslagen wordt om dwingende redenen.
❍
❍
●
●
●
De premie is niet cumuleerbaar met:
●
●
●
●
●
●
●
●
dienstencheques, wat betreft de erkende onderneming,vermeld in artikel 2, §1, 6°, van de wet van 20 juli 2001 tot
bevordering van buurtdiensten en -banen;
de premie, vermeld in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 betreffende werkervaring;
de vergoeding voor het inschakelingstraject van de doelgroepwerknemer, vermeld in artikel 25 van het decreet van 22
november 2013 houdende de lokale diensteneconomie;
de loonpremie voor de doelgroepwerknemer, vermeld in artikel 12 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk
bij collectieve inschakeling;
de premies, vermeld in het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk
besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij
sommige plaatselijke besturen en vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening
van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen;
de tussenkomst, vermeld in hoofdstuk III van het Koninklijk Besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een
programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector;
het loon van de personen die zijn tewerkgesteld met toepassing van artikel 60 §7 en artikel 61 van de organieke wet van 8
juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
de loonpremie voor de invoegwerknemers, vermeld in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005
betreffende de erkenning en financiering van de invoegbedrijven.
Omvang steun
De premie 50+ wordt toegekend afhankelijk van de leeftijd en de periode waarin de werknemer was geregistreerd als niet
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
24
Subsidiegids voor de ondernemer
werkend werkzoekende (NWWZ). Het bedrag van de premie 50+ kan verminderd worden als er periodes zijn waarin geen
loon verschuldigd is aan de werknemer.
Deze premie 50+ is afhankelijk van de werkelijke loonkost in een kwartaal (bij een deeltijdse tewerkstelling wordt dit dus
niet omgerekend naar een voltijds loon) . De loonkost is beperkt tot 6 maal het gemiddeld gewaarborgd maandelijks
minimuminkomen (GGMMI). Het GGMMI bedraagt sinds 01/12/2012 € 1.501,82 en wordt aangepast aan de index.
Leeftijd
tussen 50 en 55 jaar
>55 jaar
>50 jaar
NWWZ
tussen 1 - 2j
minder dan 2 j
meer dan 2j
omvang premie
50% van referteloon
50% van referteloon
50% van referteloon
maximum premie
€ 4.505,46
€ 4.505,46
€ 4.505,46
duur premie
4 kwartalen
4 kwartalen
8 kwartalen
De premie 50+ is vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
De voordelen van deze maatregel zijn combineerbaar met RSZ-doelgroepenverminderingen zoals eerste aanwervingen,
startbanen, ACTIVA enz…., en ook met de voordelen van de structurele vermindering, mits de cumulering niet leidt tot
overschrijding van de hoogste steunintensiteit of het hoogste steunbedrag dat krachtens de toepasselijke regelgeving voor
die steun geldt wordt overschreden, overeenkomstig artikel 7 van de verordening.
Aanvraagprocedure
De premie 50+ wordt online via de website van VDAB aangevraagd: www.vdab.be, uiterlijk binnen de 3 maanden na de
indiensttreding van de niet-werkende werkzoekende.
●
●
●
●
●
●
Als werkgever dien je je eerst te registreren
( http://vdab.be/mijnvdab/inloggen/inloggen.jsp?action=REGISTER_WG&dist_ch... ) en
nadien in te loggen in Mijn VDAB.
Na het inloggen vind je het online aanvraagformulier voor de premie 50+ op jouw gepersonaliseerde startpagina.
Het juiste paritair comité dat hoort bij het ondernemingsnummer waaronder je de werknemer bij Dimona zal aangeven of
reeds aangegeven hebt, dien je op dit aanvraagformulier aan te duiden in de rubriek “gegevens van het contract”.
Na het indienen van je aanvraag voor de premie 50+ zal je een registratie-mail ter bevestiging ontvangen.
De verdere afhandeling van je aanvraag zal gebeuren in de loop van de maand volgend op je aanvraag.
VDAB heeft de mogelijkheid om de medegedeelde gegevens bij de aanvraag premie 50+ te controleren en eventueel
bewijsstukken op te vragen.
Ook de sociaalrechtelijke inspecteurs van het Departement Werk en Sociale Economie kunnen tussenkomen.
Uitbetalingsprocedure
De premie 50+ wordt door de VDAB aan de werkgever per kwartaal uitbetaald.
De storting gebeurt op het rekeningnummer dat medegedeeld wordt bij de aanvraag via Mijn VDAB.
Contact Informatie
Voor meer informatie kunt u terecht bij:
VDAB
Keizerslaan 11
1000 Brussel
T 0800 30 700
F 02 506 17 61
[email protected]
vdab.be/premie50plus/
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
25
Subsidiegids voor de ondernemer
Ondersteuningsmaatregelen voor werknemers met een
arbeidshandicap
Laatste revisiedatum: 30 jul '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Een werkgever die een persoon met een arbeidshandicap in dienst neemt kan financieel ondersteund worden om de
arbeidsdeelname in het bedrijf optimaal te laten verlopen. Momenteel kan een beroep worden gedaan op volgende
maatregelen:
●
●
●
●
●
●
Tegemoetkoming in de kosten van een arbeidspostaanpassing
VDAB vergoedt de werkgever als er aanpassingen moeten gebeuren aan de arbeidspost (= alles in het bedrijf dat niet
verplaatst kan worden).
Tegemoetkoming in aangepast arbeidsgereedschap en/of –kledij
VDAB vergoedt de werknemer als er aanpassingen moeten gebeuren op vlak van arbeidsgereedschap of kledij (= alles wat
verplaatst kan worden). Dit blijft eigendom van de werknemer.
VOP (Vlaamse ondersteuningspremie)
VDAB betaalt gedurende 5 jaar een premie aan de werkgever die een werknemer met een arbeidshandicap aanwerft of
reeds in dienst heeft. De omvang van de premie wordt berekend op basis van het loon van de werknemer en het moment
waarop hij (voor het eerst) aangeworven werd. Eventueel kan na 5 jaar een verlenging van de premie worden aangevraagd
voor nog eens 5 jaar.
Tussenkomst in tolkuren voor doven en slechthorenden
Een doof of slechthorend persoon kan 10% van zijn werktijd ondersteund worden door een tolk. Dit kan verhoogd worden
tot 20% op aanvraag.
Tussenkomst in de verplaatsingskosten van en naar het werk
Er worden tussenkomsten betaald indien de persoon met arbeidshandicap onmogelijk zonder begeleider van het openbaar
vervoer gebruik kan maken of indien hij/zij zich omwille van de arbeidshandicap met eigen of gespecialiseerd vervoer moet
verplaatsen.
Begeleiding op de werkvloer
VDAB biedt twee soorten begeleiding aan:
Gespecialiseerde IBO: Indien u een werkzoekende met een arbeidshandicap wil aanwerven en deze volgt eerst een
opleiding op de werkvloer van het bedrijf dan betaalt VDAB tijdens de opleiding het loon van de cursist;
Jobcoaching: U heeft medewerkers met een arbeidshandicap aangeworven en wil graag dat ze zich goed voelen in het
bedrijf, dan kan een jobcoach deze nieuwe werknemers tijdens de eerste 6 maanden van hun tewerkstelling in het
bedrijf begeleiden. De coaching focust zich op hun technische vaardigheden, motivatie, werkattitude, omgangsvormen
en communicatieve vaardigheden.
❍
❍
Wie komt in aanmerking
Ondernemingen (incl. vzw’s), interim-sector, onderwijsinstellingen en openbare besturen die een persoon met
arbeidshandicap in dienst nemen.
Contact Informatie
Voor meer informatie over deze maatregelen en gespecialiseerde begeleiding kunt u terecht bij de provinciale diensten
Arbeidsbeperking van de VDAB. U kan deze terugvinden via www.vdab.be/arbeidshandicap/adressen_DAH.shtml
VDAB
Keizerslaan 11
1000 Brussel
T 0800 30 700
F 02 506 15 90
[email protected]
www.vdab.be/arbeidshandicap
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
26
Subsidiegids voor de ondernemer
Maatwerk afdeling: loon- en begeleidingspremie voor bepaalde
werkzoekenden
Laatste revisiedatum: 10 mrt '16
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Het decreet maatwerk voor collectieve inschakeling wil werk en ondersteuning garanderen op maat van personen met een
grote afstand tot de arbeidsmarkt, met oog op een mogelijke doorstroom naar het reguliere circuit. Er zijn geen uitgesloten
activiteiten en sectoren.
Elke organisatie of onderneming kan een maatwerkafdeling oprichten om voor een beperkte groep mensen een
kwaliteitsvolle inschakeling te realiseren.
Het Departement Werk en Sociale Economie voorziet in een pakket van werkondersteunende subsidiemaatregelen om de
organisaties en ondernemingen bij te staan in hun opdracht bestaande uit een loonpremie en een begeleidingspremie.
Op 26 januari 2016 heeft de Raad van State het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering
van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling en ook het ministerieel besluit van 26
maart 2015 geschorst.
Het arrest werd intussen betekend aan het Departement Werk en Sociale Econome, wat in de praktijk tot gevolg heeft
dat de maatwerkbesluiten met ingang van 8 februari 2016 voorlopig niet meer van toepassing zijn. De oude
reglementering voor de beschutte en sociale werkplaatsen treedt automatisch opnieuw in voege.
Wie komt in aanmerking
Werkgevers
Een maatwerkafdeling kan opgericht worden binnen elke organisatie (vzw) of onderneming, los van haar kerntaak. De
maatwerkafdeling is bereid om ook de weg naar een socialere economie in te slaan en voor een beperkte groep mensen een
kwaliteitsvolle inschakeling te realiseren. Hierbij gelden volgende subsidievoorwaarden:
●
●
●
een minimale schaalgrootte van minstens 5 VTE doelgroepwerknemers op jaarbasis (VTE of Voltijds Tewerkstelling
Equivalent);
een continue en duurzame tewerkstelling van de betrokken doelgroepwerknemers;
en een transparante en kwalitatieve bedrijfsvoering.
Werknemers
Het maatwerkdecreet wil werk en ondersteuning op maat stimuleren voor de personen uit een van de volgende categorieën:
●
●
●
Personen met een arbeidshandicap: de personen die moeilijkheden hebben om deel te nemen aan het arbeidsleven door
functiestoornissen, door beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, en door persoonlijke en externe factoren.
Personen met een psychosociale arbeidsbeperking: de personen die moeilijkheden hebben om deel te nemen aan het
arbeidsleven door het samenspel tussen psychosociale factoren, door beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, en
door persoonlijke en externe factoren.
Uiterst kwetsbare personen: de werkzoekenden die gedurende minstens 24 maanden geen betaalde beroepsarbeid
hebben verricht om persoonlijke redenen die een deelname aan het arbeidsleven verhinderen.
Omvang steun
Bij de aanwerving van een doelgroepwerknemer opent de maatwerkafdeling het recht op een werkondersteuningspakket,
bestaande uit:
●
●
Loonpremie: een tussenkomst in de loonkost van 40% tot 75% om het verminderd arbeidspotentieel van de
doelgroepwerknemer op te vangen;
Begeleidingspremie: een premie ter ondersteuning van de competentie-opbouw en coaching van de doelgroepwerknemer
met oog op een mogelijke doorstroom.
De hoogte van de ondersteuning is afhankelijk van de individuele behoefte aan begeleiding en het rendementsverlies van de
doelgroepwerknemer, vastgelegd door de VDAB.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
27
Subsidiegids voor de ondernemer
Aanvraagprocedure
De aanvraag tot ondersteuning als maatwerkafdeling is opgesplitst in twee stappen: de aanmelding voor een label en de
aanvraag tot een contingent subsidieerbare plaatsen.
De aanmelding heeft tot doel ondernemingen te identificeren die in aanmerking komen voor steun in het kader van
maatwerk, ongeacht de beschikbare middelen.
Geïnteresseerde ondernemingen kunnen zich aanmelden bij het Departement Werk en Sociale Economie om een label
maatwerkafdeling te ontvangen via [email protected]
Het aanvraagformulier en meer informatie kan u terugvinden op www.werk.be/ maatwerk .
Contact Informatie
Vlaamse Overheid - Departement Werk en
Sociale Economie
Dienst Sociale Economie en Duurzaam
Ondernemen
Koning Albert II laan 35 bus 21
1030 Brussel
T 02 553 43 50
[email protected]
www.werk.be/maatwerk
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
28
Subsidiegids voor de ondernemer
Vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor startende
ondernemingen
Laatste revisiedatum: 26 feb '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Een kleine vennootschap moet 10% van de bedrijfsvoorheffing die ze inhoudt op bezoldigingen die ze vanaf 1 augustus 2015
betaalt of toekent aan haar werknemers niet langer doorstorten aan de schatkist. Dit percentage wordt verhoogd tot 20%
voor microvennootschappen. Ook natuurlijke personen die voldoen aan deze definitie komen in aanmerking.
Deze maatregel geldt enkel voor werkgevers die sinds ten hoogste 48 maanden zijn ingeschreven in de KBO (Kruispuntbank
van Ondernemingen).
Wie komt in aanmerking
Deze maatregel richt zich tot de werkgevers die voldoen aan volgende drie voorwaarden:
●
●
●
onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5/12/68 betreffende de cao’s en de PC;
voldoen aan de definitie van kleine vennootschap of microvennootschap (zie verder), of een natuurlijk persoon die aan
dezelfde voorwaarden voldoet;
maximaal 48 maanden ingeschreven zijn in de KBO. Deze termijn van 48 maanden vangt aan op de eerste dag van de
maand volgend op die inschrijving.
Wanneer de werkgever een werkzaamheid voortzet die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een
andere rechtspersoon, vangt de termijn van 48 maanden aan op de eerste dag van de maand volgend op de eerste
inschrijving in de KBO door die natuurlijke of rechtspersoon.
Een kleine vennootschap wordt hierbij als volgt gedefinieerd:
Tot en met 31 december 2015
Vanaf 1 januari 2016
kleine vennootschap (zoals gedefinieerd in artikel 15 van het Wetboek
van vennootschappen) die voor het laatst en het voorlaatst afgesloten
boekjaar een jaargemiddeld personeelsbestand heeft van minder dan
100 werknemers en niet meer dan één van de volgende criteria
overschrijdt:
kleine vennootschap (zoals gedefinieerd in §§1 tot 6 van artikel 15 van
het Wetboek van vennootschappen) die voor het laatst afgesloten
boekjaar, niet meer dan één van volgende criteria overschrijdt:
• jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50 werknemers;
• jaaromzet, exclusief btw: €7.300.000;
• balanstotaal: €3.650.000;
• jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50 werknemers;
• jaaromzet, exclusief btw: €9.000.000;
• balanstotaal: €4.500.000;
Wanneer een vennootschap met één of meer andere
vennootschappen verbonden is, moeten de criteria inzake omzet en
balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden
berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het
aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken
verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.
Wanneer meer dan één van de criteria worden overschreden of niet
meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich
in twee opeenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan dan in
vanaf het daaropvolgende boekjaar.
De criteria moeten op geconsolideerde basis worden bekeken wanneer
het gaat om een moedervennootschap of om een vennootschap die
behoort tot een consortium. Wanneer er boekhoudkundig geen
consolidatie wordt opgemaakt, kan men kiezen voor een alternatieve
consolidatie: verhoging van de criteria met 20%.
Een vennootschap die zijn activiteit start, en dus niet beschikt over deze cijfers, moet de criteria bij het begin van het boekjaar te goeder trouw
schatten.
Een microvennootschap (zoals gedefinieerd in artikel 15/1 van het Wetboek van vennootschappen) is een kleine
vennootschap met rechtspersoonlijkheid die op datum van de jaarafsluiting geen dochtervennootschap of
moedervennootschap is en die niet meer dan één der volgende criteria overschrijden:
●
●
●
jaargemiddelde van het personeelbestand: 10 werknemers;
jaaromzet, exclusief btw: €700.000;
balanstotaal: €350.000.
Vzw’s zijn in beginsel niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
29
Subsidiegids voor de ondernemer
Omvang steun
De vrijstelling bedraagt 10% van de bedrijfsvoorheffing als de onderneming voldoet aan de definitie van kleine
vennootschap.
De vrijstelling bedraagt 20% van de bedrijfsvoorheffing als de onderneming voldoet aan de definitie van microvennootschap.
Deze maatregel geldt voor de lonen die vanaf 1 augustus 2015 worden uitbetaald. Er is geen terugwerkende kracht van
toepassing op de vóór deze datum betaalde bezoldigingen.
Contact Informatie
FOD Financiën
Contactcenter
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
T 02 572 57 57
financien.belgium.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
30
Subsidiegids voor de ondernemer
Belastingvrijstelling voor bijkomend personeel in kleine
ondernemingen
Laatste revisiedatum: 09 feb '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Kleine ondernemingen kunnen onder bepaalde voorwaarden, een belastingvrijstelling verkrijgen van € 3.720 per in België
bijkomende tewerkgestelde personeelseenheid, in het jaar van aanwerving. Door indexering bedraagt deze vermindering
€5.710 (aanslagjaar 2017). Zij geldt zowel in de persoonsbelasting, de vennootschapsbelasting als in de belasting van nietinwoners.
De vrijstelling is definitief als de aangroei van het gemiddelde personeelsbestand in het betrokken jaar ook in het
daaropvolgende jaar behouden blijft.
Wie komt in aanmerking
Deze maatregel is van toepassing op alle nijverheids-, landbouw- en handelsbedrijven die op 31 december 1997 minder dan
elf werknemers tewerkstelden.
Voor bedrijven die opgericht zijn na deze datum moet deze tewerkstellingsvoorwaarde vervuld zijn op het einde van het
eerste exploitatiejaar.
Ook vrije beroepen komen voor deze steunmaatregel in aanmerking. Vzw’s zijn echter uitgesloten.
Het gemiddeld bruto dag- of uurloon van de bijkomende personeelseenheden mag bovendien niet hoger zijn dan €90,32 of
€11,88. De berekening van dit gemiddelde gebeurt per kwartaal, waarbij het verkregen brutoloon van dat kwartaal gedeeld
wordt door het aantal gepresteerde arbeidsdagen of arbeidsuren in datzelfde kwartaal.
Aanvraagprocedure
Om te kunnen genieten van deze vrijstelling moet de onderneming bij de aangifte van de inkomstenbelastingen bewijzen
dat aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
Contact Informatie
Voor meer informatie kan u terecht bij:
FOD Financiën
Contactcenter
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
T 02 572 57 57
financien.belgium.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
31
Subsidiegids voor de ondernemer
Belastingvrijstelling voor de aanwerving van een diensthoofd
voor de uitvoer en diensthoofd IKZ
Laatste revisiedatum: 09 feb '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Ondernemingen kunnen een belastingvrijstelling verkrijgen ten belope van €10.000 (basisbedrag)per bijkomende
personeelseenheid die in België voor één van volgende doeleinden wordt tewerkgesteld:
●
●
een betrekking van diensthoofd voor de uitvoer;
een betrekking van diensthoofd van de afdeling Integrale Kwaliteitszorg (IKZ).
De vrijstelling heeft een tijdelijk karakter: ze wordt weer ingetrokken als het betrokken personeelslid de gestelde functie niet
meer uitoefent.
Door indexering bedraagt de vermindering €15.360 (aanslagjaar 2017).
Wie komt in aanmerking
Alle nijverheids-, landbouw- en handelsbedrijven kunnen van deze vermindering genieten. Vrije beroepen en vzw’s zijn
echter uitgesloten.
Aanvraagprocedure
Om te kunnen genieten van deze vrijstelling moet de onderneming bij de aangifte van de inkomstenbelastingen van elk
belastbaar tijdperk, waarvoor de toekenning of het behoud van de vrijstelling wordt aangevraagd, een nominatieve opgave
per soort van vrijstelling bijvoegen.
Daarnaast moet al naargelang de functie van het personeelslid volgende attesten worden bijgevoegd. Deze attesten moeten
worden aangevraagd binnen de drie maanden te rekenen vanaf de laatste dag van het belastbare tijdperk.
●
voor het diensthoofd van de afdeling IKZ moet een attest worden bijgevoegd van de bevoegde Minister ter gelegenheid
van de aanwerving van het personeelslid bij een dienst Integrale kwaliteitszorg, opgericht binnen de onderneming. Dit
attest moet aangevraagd worden bij:
FOD Economie, Kmo, Middenstand en Energie
Kwaliteit en Veiligheid
Afdeling Accreditatie (BELAC)
Guido Goyens
Koning Albert II-laan 16 – 5de verdieping
1000 Brussel
T 02 277 72 00
[email protected]
www.mineco.fgov.be
●
bij de tewerkstelling van een diensthoofd voor de uitvoer moet een attest op naam worden uitgereikt door:
Agentschap voor Buitenlandse Handel
Dennis Gijsbrechts
Montoyerstraat 3
1000 Brussel
T 02 206 35 73
F 02 203 18 12
[email protected]
www.abh-ace.be
Contact Informatie
FOD Financiën
Contactcenter
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
32
Subsidiegids voor de ondernemer
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
T 02 572 57 57
financien.belgium.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
33
Subsidiegids voor de ondernemer
Vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor
onderzoekers
Laatste revisiedatum: 24 jun '15
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Het loon van onderzoekers binnen ondernemingen en kennisinstellingen kan voor 80% worden vrijgesteld van doorstorting
van bedrijfsvoorheffing. Deze steun is van toepassing op de bezoldigingen die betaald of toegekend worden vanaf 1 juli
2013.
Wie komt in aanmerking
De vrijstelling kan aangevraagd worden door:
●
●
●
●
Universiteiten, hogescholen, door de minister erkende wetenschappelijke instellingen, het Nationaal Fonds voor
Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO) en het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWOV);
Ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers met een diploma PhD, burgerlijk ingenieur,
industrieel ingenieur en bepaalde masterdiploma’s;
Ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die aan onderzoeksprojecten werken in het
kader van samenwerkingsovereenkomsten afgesloten met universiteiten of hogescholen in de EER of met erkende
wetenschappelijke instellingen;
Jonge innoverende ondernemingen (Young Innovative Company) die wetenschappelijk personeel (onderzoekers,
onderzoekstechnici, projectbeheerders inzake onderzoek en ontwikkeling) tewerkstellen. Deze vrijstelling is niet mogelijk
voor administratief of commercieel personeel.
Vzw’s komen enkel in aanmerking voor deze maatregel indien zij door de minister erkend worden als wetenschappelijke
instelling.
Een onderneming voldoet aan de definitie van Young Innovative Company als de vennootschap:
●
●
onderzoeksprojecten uitvoert;
voldoet aan de definitie van kleine onderneming:
Kleine ondernemingen zijn vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die voor het laatst en voorlaatst afgesloten
boekjaar een jaargemiddeld personeelsbestand hebben van minder dan 100 werknemers en niet meer dan één van de
volgende criteria overschrijden:
jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50;
jaaromzet (excl. btw): € 7.300.000;
balanstotaal: € 3.650.000;
minder dan 10 jaar bestaat voor 1 januari van het jaar waarin de vrijstelling van doorstorting BV wordt toegekend;
niet opgericht is in het kader van een concentratie, een herstructurering, een uitbreiding van een vroegere activiteit of een
overname van dergelijke activiteiten;
uitgaven heeft gedaan op het vlak van onderzoek en ontwikkeling die minstens 15% van de totale kosten van het
voorgaande belastbaar tijdperk vertegenwoordigen.
❍
❍
❍
●
●
●
Wanneer de vennootschap aan het eind van een belastbaar tijdperk niet langer voldoet aan de definitie van Young
Innovative Company mag de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing niet meer toegepast worden op de
bezoldigingen toegekend of betaald vanaf de eerstvolgende maand.
Omvang steun
De steun bestaat er in dat de werkgevers vrijgesteld worden om 80% van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de
bovenvermelde werknemers door te storten aan de fiscus. Deze steun is van toepassing op de bezoldigingen die betaald of
toegekend worden vanaf 1 juli 2013.
Uitgezonderd voor de assistent-onderzoekers en post-doctorale onderzoekers aan universiteiten, hogescholen, erkende
wetenschappelijke instellingen, etc. moet deze vrijstelling pro rata toegepast worden in verhouding tot de tijd die de
betreffende personen effectief hebben besteed aan onderzoek of aan onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten of programma’s.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
34
Subsidiegids voor de ondernemer
Onder onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma's worden verstaan de projecten of programma's die tot doel
hebben:
a) fundamenteel onderzoek: experimentele of theoretische activiteiten die voornamelijk worden verricht om nieuwe kennis
te verwerven over de fundamentele aspecten van verschijnselen en waarneembare feiten, zonder dat hiermee een
rechtstreekse praktische toepassing of gebruik wordt beoogd;
b) industrieel onderzoek: planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden
met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of
diensten aanmerkelijk te verbeteren. Het omvat de vervaardiging van onderdelen van complexe systemen, die noodzakelijk
is voor industrieel onderzoek, met name voor de validering van generale technologieën, met uitzondering van prototypes;
c) experimentele ontwikkeling: het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke,
technische, zakelijke en andere kennis en vaardigheden voor plannen, schema's of ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of
verbeterde producten, procedés of diensten. Hieronder kan tevens de conceptuele formulering en het ontwerp van
alternatieve producten, procedés of diensten worden verstaan en het vastleggen van informatie daarover. Deze activiteiten
kunnen tevens het maken van ontwerpen, tekeningen, plannen en andere documentatie omvatten, mits zij niet voor
commercieel gebruik zijn bestemd.
De ontwikkeling van commercieel bruikbare prototypes en proefprojecten valt eveneens onder experimentele ontwikkeling
indien het prototype noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en de productie ervan te duur is om alleen voor
demonstratie en validatiedoeleinden te worden gebruikt.
Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten,
productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante werkzaamheden, zelfs indien deze wijzigingen
verbeteringen kunnen inhouden.
Bijkomende voorwaarden
De projecten of programma's komen enkel in aanmerking wanneer ze zijn aangemeld bij de Programmatorische Federale
Overheidsdienst Wetenschapsbeleid met opgave van:
1° de identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing;
2° de beschrijving van het project of programma waarbij wordt aangetoond dat het fundamenteel onderzoek, industrieel
onderzoek of experimentele ontwikkeling tot doel heeft;
3° de verwachte aanvangsdatum en de vooropgestelde einddatum van het project of programma.
De onderneming kan aan de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid vragen of de voorgelegde
onderzoeks- en/of ontwikkelingsprojecten of -programma's vallen binnen het toepassingsgebied. De Overheidsdienst geeft
een bindend advies op deze vraag.
De reeds bestaande projecten of programma's op 1 juli 2013 moeten geen melding doen tot 31 december 2014. Vanaf 1
januari 2015 moeten de bestaande projecten of programma's ook voldoen aan alle meldingsvoorwaarden.
Contact Informatie
Meer informatie kan u vinden via http://www.belspo.be/belspo/fisc/index_nl.stm
FOD Financiën
Contactcenter
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
T 02 572 57 57
financien.belgium.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
35
Subsidiegids voor de ondernemer
Fiscaal voordeel bij nacht- en ploegenarbeid
Laatste revisiedatum: 25 aug '15
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Ondernemingen kunnen genieten van een fiscaal voordeel voor werknemers die ploegenarbeid of nachtarbeid verrichten.
Uitzendbedrijven die werknemers tewerkstellen in ondernemingen waarin ploegen- en nachtarbeid wordt verricht komen ook
in aanmerking.
Bedrijven uit de non-profit sector komen niet in aanmerking voor de maatregel, behoudens enkele uitzonderingen.
Wie komt in aanmerking
Deze maatregel geldt in principe voor de hele privé sector en vzw’s (het betreft hier dezelfde werkgevers die kunnen gebruik
maken van de tweede categorie van de structurele vermindering).
De fiscale voordelen worden toegekend voor werknemers die ploegenarbeid of nachtarbeid verrichten en waarvoor een
premie voor die ploegen- of nachtarbeid wordt betaald. Vanaf 1 juni 2009 is het verplicht om tenminste een derde van de
arbeidstijd in ploegen- of nachtarbeid te worden tewerkgesteld. Voor de werknemer die toevallig een keer in een ploegen- of
nachtsysteem meedraait, kan de vrijstelling niet meer genoten worden.
Vanaf 1/1/2014 is er een verhoogd fiscaal voordeel voor ondernemingen die werken in een volcontinu arbeidssysteem.
Onder ploegenarbeid en nachtarbeid wordt hier verstaan:
●
●
ploegenarbeid: minimum twee ploegen met in totaal minimum twee werknemers die hetzelfde werk doen en die elkaar in
tijd opvolgen zonder dat er een onderbreking is of zonder dat er een overlapping is die groter is dan één vierde van hun
dagtaak;
nachtarbeid: werknemers die prestaties verrichten tussen 20 en 6 uur, behalve de werknemers die uitsluitend werken
tussen 6 uur en 24 uur en behalve de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken na 5 uur.
Onder een volcontinu arbeidssysteem wordt verstaan:
●
minstens vier ploegen van minstens twee werknemers die hetzelfde werk doen, die een continue bezetting tijdens de
gehele week en het weekend garanderen, en die elkaar opvolgen zonder dat er een onderbreking is en zonder dat de
overlapping meer bedraagt dan één vierde van hun dagtaak.
Omvang steun
De werkgever wordt vrijgesteld van het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing die hij/zij heeft ingehouden
op het loon van de werknemer. Deze vrijstelling bedraagt 15,6% van het totale belastbare loon, inbegrepen de premies voor
ploegen- of nachtarbeid. De vrijstelling geldt niet voor het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige
bezoldigingen. De berekening moet per werknemer gebeuren.
De vrijstelling wordt verhoogd tot 17,8% voor ondernemingen die in een volcontinu arbeidssysteem werken. Deze verhoging
is van toepassing vanaf 1/1/2014.
Aanvraagprocedure
Om te kunnen genieten van deze vrijstelling van doorstorting dient de onderneming bij de aangifte in de bedrijfsvoorheffing
te bewijzen dat de werknemers aan de gestelde voorwaarden voldoen. De werkgever moet eveneens, voor de periode
waarin hij bezoldigingen heeft toegekend die in aanmerking komen voor deze maatregel, 2 afzonderlijke aangiften in de
bedrijfsvoorheffing opmaken.
Contact Informatie
FOD Financiën
Contactcenter
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
T 02 572 57 57
financien.belgium.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
36
Subsidiegids voor de ondernemer
Kmo-portefeuille: steun voor opleiding en advies
Laatste revisiedatum: 05 apr '16
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Via de vernieuwde kmo-portefeuille - een laagdrempelige en interactieve webtoepassing - van Agentschap Innoveren &
Ondernemen, kunnen kmo's subsidies bekomen voor de ondersteuning in hun professionalisering. De steun kan verkregen
worden bij de aankoop van ondernemerschapsbevorderende diensten die verleend worden door geregistreerde
dienstverleners. Kleine ondernemingen kunnen 40% subsidie bekomen tot een maximum van €10.000 op jaarbasis.
Middelgrote ondernemingen krijgen 30% subsidie tot een maximum van €15.000 op jaarbasis.
Deze vernieuwde kmo-portefeuille vervangt de 4 vroegere adviespijlers (advies, advies internationaal ondernemen &
technologieverkenning). Aanvullend zal vanaf 1 mei 2016 de nieuwe kmo-groeisubsidie in werking treden. Deze subsidie zal
o.m. de pijlers strategisch advies & coaching van de vroegere kmo-portefeuille bundelen.
Wie komt in aanmerking
De kmo-portefeuille richt zich tot beoefenaars van vrije beroepen, kleine en middelgrote ondernemingen met een
aanvaardbare rechtsvorm, vestiging in het Vlaamse Gewest, op voorwaarde dat zij cumulatief aan volgende voorwaarden
voldoen:
Criteria
ko
mo
Tewerkstelling
minder dan 50
minder dan 250
ofwel
-jaaromzet
-balanstotaal
maximum €10 miljoen
maximum €10 miljoen
maximum €50 miljoen
maximum €43 miljoen
Beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium: Zelfstandigheid uit zich in het samentellen van de data van de
steunvragende onderneming met deze van de participerende (vanaf meer dan 25% participatie) en verbonden
(vanaf meer dan 50% participatie) ondernemingen (zie ook www.vlaio.be/artikel/europese-kmo-definitie).
Enkel ondernemingen die een aanvaardbare hoofdactiviteit uitoefenen kunnen steun aanvragen. Een lijst van de Nacecodes
van deze sectoren kan u raadplegen op de website .
Vzw's komen niet in aanmerking voor de subsidies van de kmo-portefeuille.
U kan de subsidie enkel aanvragen voor 'werkenden in uw bedrijf' in uw vestiging in het Vlaams Gewest.
Wat komt in aanmerking
Opleiding
Met de kmo-portefeuille kan de kostprijs van opleidingen, bij een geregistreerde dienstverlener, gevolgd door de werkende
in een onderneming gesubsidieerd worden. Elke opleiding moet bijdragen tot het verbeteren van het huidige of het
toekomstige bedrijfsfunctioneren van de onderneming en gericht zijn op de kernprocessen van de onderneming.
Afstandsleren of e-learningformules komen enkel in aanmerking indien er ook een contact voorzien is met de lesgever.
Voor elke opleiding moet een gepersonaliseerd vormingsattest worden uitgereikt en moet de opleidingsverstrekker een
aanwezigheidslijst bijhouden.
Voorbeelden: informaticacursus, taaltraining, managementtraining, vorming sociale- en communicatievaardigheden,…
Advies
Advies in de kmo-portefeuille zijn schriftelijke raadgevingen verstrekt door een geregistreerde dienstverlener, gericht op de
kernprocessen van de onderneming, bedoeld om de werking van uw onderneming te verbeteren. De raadgevingen stellen u
in staat om correcte en fundamenteel onderbouwde beslissingen te nemen voor uw bedrijf.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
37
Subsidiegids voor de ondernemer
Er zijn 2 mogelijke vormen van advies:
1. Schriftelijke aanbevelingen die een probleem analyseren, een concreet advies geven, een implementatieplan helpen
opstellen en begeleiding bij implementeren.
2. Schriftelijke aanbevelingen die kansen en oplossingen signaleren, ze in kaart brengen en onderzoeken.
Voorbeelden: opstellen communicatieplan; marketingplan; marktanalyse maken; investeringsanalyse maken; adviezen met
het oog op het afsluiten van joint-ventures; identificeren, analyseren, bestuderen van mogelijke technische problemen,
invloedsparameters of belemmeringen die zich stellen rond een beoogde innovatie…
Uitgesloten: advies over gewone bedrijfsuitgaven, wettelijk verplichte adviezen.
Omvang steun
Voor een kleine onderneming wordt een steunpercentage van 40% gehanteerd tot een maximum van €10.000 steun op
jaarbasis.
Voor een middelgrote onderneming wordt een steunpercentage van 30% gehanteerd tot een maximum van €15.000
steun op jaarbasis.
Extra toelichting:
●
●
●
●
Het aanvaardbare projectbedrag voor opleiding dient minimum €100 te bedragen;
Het aanvaardbare projectbedrag voor advies dient minimum €500 te bedragen;
Het betreft een jaarlijkse cyclus met een extra betaaljaar om de lopende projecten af te werken;
Welke kosten:
Opleidings- of advieskost;
Catering bij opleiding tot €25 per persoon per dag;
Cursusmateriaal voor zover dit uitsluitend wordt gebruikt tijdens de opleiding;
Verplaatsingskosten docent.
BTW wordt niet gesubsidieerd.
❍
❍
❍
❍
●
Aanvraagprocedure
Vooraleer u een subsidie kunt aanvragen moet u zich als gemachtigde van de onderneming registreren op de website aan
de hand van uw federaal token of uw e-id (elektronische identiteitskaart). Een federaal token is een kaartje (met de
afmetingen van een bankkaart) met codes die het mogelijk maakt u te identificeren en kan u aanvragen via de federale
overheid. Voor het gebruik van de elektronische identiteitskaart heeft u een kaartlezer nodig. Vervolgens dient u uw
onderneming te registreren.
Vooraleer u uw aanvraag indient moet u al een overeenkomst afgesloten hebben met een geregistreerde dienstverlener.
Best vraagt u dan zo snel mogelijk de subsidie aan. Dit moet gebeuren binnen de 14 kalenderdagen na aanvang van de
prestaties. De eigenlijke aanvraagprocedure verloopt via de instructies vermeld op de website. Hieronder staat vermeld
welke stappen doorlopen moeten worden.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
38
Subsidiegids voor de ondernemer
Geregistreerde dienstverlener
Een dienstverlener kan u zoeken op de website via de module Zoek een dienstverlener.
Informatie over de registratieprocedure voor dienstverleners kan u terugvinden op de website
www.vlaio.be/artikel/kmo-portefeuille-voor-dienstverleners .
Contact Informatie
Agentschap Innoveren & Ondernemen
Kmo-portefeuille
Koning Albert II - laan 35 bus 12
1030 Brussel
T 1700
F 02 553 37 88
[email protected]
www.kmo-portefeuille.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
39
Subsidiegids voor de ondernemer
Strategische Transformatiesteun (STS)
Laatste revisiedatum: 08 apr '16
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Ondernemingen of groepen van ondernemingen, kunnen voor de uitvoering van een strategisch transformatieproject
(investeringen én opleidingsinspanningen) in het Vlaams Gewest financieel worden ondersteund door Agentschap Innoveren
& Ondernemen. De minimum investerings- en opleidingsdrempels variëren in functie van de grootte van de onderneming en
bedragen minstens €1 miljoen voor investeringen en €100.000 voor opleidingen.
Het transformatieproject zou in belangrijke mate moeten bijdragen tot de versterking van het economisch weefsel in
Vlaanderen, waarbij het kan gaan om:
●
●
●
investeringen in strategische clusters en leadplants in Vlaanderen;
het ondersteunen van de internationale doorgroei van innovatiegerichte kmo's in Vlaanderen;
het ondersteunen van transformerende investeringen die de duurzame verankering realiseren van belangrijke
tewerkstelling in Vlaanderen.
De Strategische Transformatiesteun (STS) is de opvolger van de Strategische Investerings- en Opleidingssteun (SIOS).
Wie komt in aanmerking
Zowel individuele ondernemingen alsook minstens drie samenwerkende ondernemingen kunnen een dossier indienen.
Wat betreft individuele ondernemingen
Voor opleidingssteun komen zowel kmo's als grote ondernemingen uit gans het Vlaams Gewest in aanmerking;
Voor investeringssteun:
• komen kmo's (in geheel Vlaanderen) in aanmerking, d.w.z. ondernemingen die cumulatief aan de volgende voorwaarden
voldoen (in één van de twee boekjaren voorafgaand aan het moment van indiening):
Criteria
ko
mo
Tewerkstelling
minder dan 50
minder dan 250
ofwel
-jaaromzet
-balanstotaal
maximum €10 miljoen
maximum €10 miljoen
maximum €50 miljoen
maximum €43 miljoen
Beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium: Zelfstandigheid uit zich in het samentellen van de data van de
steunvragende onderneming met deze van de participerende (vanaf meer dan 25% participatie) en verbonden
(vanaf meer dan 50% participatie) ondernemingen (Voor meer informatie zie :
www.iwt.be/faq/voldoe-ik-aan-de-kmo-definitie-hoe-moet-de-kmo-definitie-geïnterpreteerd-worden)
Wanneer één van deze criteria wordt overschreden is men een grote onderneming.
• komen grote ondernemingen enkel in aanmerking wanneer ze gevestigd zijn in de regionale steunzones en indien hun
investeringsproject geen betrekking heeft op dezelfde of vergelijkbare activiteit van de onderneming in het
betrokken steungebied.
De regionale steunkaart 2014 - 2020 bevat de volgende gemeenten
Antwerpen
Balen, Dessel, Mol;
Limburg
As, Beringen, Bilzen, Borgloon, Bree, Dilsen-Stokkem, Genk, Ham, Hechtel-Eksel, Herstappe,
Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Kinrooi, Lanaken, Leopoldsburg, Lommel, Lummen,
Maaseik, Maasmechelen, Opglabbeek, Sint-Truiden, Tessenderlo, Tongeren, Zutendaal;
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
40
Subsidiegids voor de ondernemer
Oost-Vlaanderen
Ronse en het arrondissement Eeklo (Assenede, Eeklo, Kaprijke, Maldegem, Sint-Laureins en Zelzate)
West-Vlaanderen
Diksmuide, Ieper, Lo-Reninge, Middelkerke, Oostende, Wervik
Wat betreft samenwerkende ondernemingen
De samenwerking dient te bestaan uit minstens drie ondernemingen, die geen partner- of verbonden ondernemingen mogen
zijn in de zin van de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen. Ze mogen dus geen deel uitmaken van dezelfde
bedrijvengroep.
Enkel ondernemingen die een aanvaardbare hoofdactiviteit uitoefenen kunnen steun aanvragen. Een lijst van de NACEcodes van deze sectoren kunt u raadplegen op de website www.vlaio.be of kan u bij Agentschap Innoveren & Ondernemen
bekomen. Algemeen kan gesteld worden dat het overgrote deel van de economische sectoren in aanmerking komt voor
deze steunmaatregel. Vzw's komen niet in aanmerking.
Als ontvankelijkheidscriterium wordt tevens nagekeken of de financiële gezondheid van de onderneming een dergelijk
transformatieproject toelaat. Hiervoor dient te worden nagekeken of de ratio's voor zowel liquiditeit alsook solvabiliteit van
de onderneming (gemiddelde over de drie laatste jaren) minimaal vastgelegde ondergrenzen overschrijdt. U kan deze
drempels (die per NACE-code worden bepaald) terugvinden op de website van Agentschap Innoveren & Ondernemen
(rubriek aanvraag).
Wat komt in aanmerking
Aangezien de Vlaamse regering de subsidies voor ondernemingen gericht wil inzetten, ondersteunt ze met deze maatregel
risicovolle projecten die een onderneming in het kader van een geplande transformatie opzet.
Als transformatieproject wordt beschouwd:
●
●
●
een gepland veranderingsproces in een onderneming of in een groep van samenwerkende ondernemingen, dat betrekking
heeft op de implementatie van de strategie in de processen en de organisatie van de onderneming of ondernemingen wat
betreft innovatie, internationalisering en verduurzaming;
een transformatieproject werkt in op de bedrijfspraktijken zoals de implementatie en de vermarkting van innovaties, de
invoering van nieuwe businessmodellen, de samenwerking met andere bedrijven of kennisinstellingen, het bewerken van
nieuwe internationale markten met groeipotentieel, het efficiënter werken met materialen en energie en met een meer
optimale benutting van menselijk potentieel;
het transformatieproject draagt bij tot een duurzame versterking van het economische weefsel in Vlaanderen en leidt tot
een versterking van de diverse waardeketens of clusters en zorgt voor een duurzame werkgelegenheid.
Het plan dat deze transformatie beschrijft dient te bestaan uit 4 onderdelen, met name:
●
●
●
●
de omschrijving van het transformatieproject zelf, waarin ook voor investeringsdossiers steeds een opleidingsluik aanwezig
dient te zijn;
de bijdrage en effecten ervan op de onderneming;
de impact van het transformatieproject op de Vlaamse economie;
de beschrijving van de uitwerking van het project in termen van management en de kwaliteitsbewaking binnen het project.
De aanvragende onderneming toont in het transformatieplan ook aan dat de gevraagde steun noodzakelijk is en een
stimulerend effect heeft voor hetzij het opleidingsluik, hetzij het investeringsluik.
Over een periode van drie jaren moeten de in aanmerking komende opleidingskosten en het in aanmerking komende
investeringsbedrag minstens gelijk zijn aan bepaalde instapdrempels. De instapdrempels hangen af van het soort steun
(opleiding- of investeringssteun), van de grootte van de onderneming en van het feit of de steunaanvraag al dan niet wordt
ingediend door samenwerkende ondernemingen:
Project ingediend door
minimale opleidingskosten
minimaal investeringsbedrag
een individuele kleine onderneming (ko)
€100.000
€1 miljoen
een individuele middelgrote onderneming (mo)
€200.000
€2 miljoen
een individuele grote onderneming (go)
€300.000
€3 miljoen
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
41
Subsidiegids voor de ondernemer
samenwerkende ondernemingen, allemaal ko's
€300.000 per project*
€3 miljoen per project**
samenwerkende ondernemingen, waaronder minstens één
mo
€400.000 per project*
€4 miljoen per project**
samenwerkende ondernemingen, waaronder minstens één
go
€700.000 per project*
€7 miljoen per project**
* minimum €50.000 per onderneming
** minimum €500.000 per onderneming
Enkel de investeringen en opleidingen die essentieel zijn voor het doorvoeren van het transformatieproject komen in
aanmerking.
De betreffende investeringen dienen onder de posten 21 t.e.m. 27 op de balans geactiveerd te worden. Enkel de waarde van
de investering in grond is niet subsidiabel, alsook getrokken materieel voor goederenvervoer over de weg voor derden
(tenzij dit materieel bestemd is voor gecombineerd vervoer waarbij verschillende transportmodi betrokken zijn). Wat betreft
immateriële investeringen komen enkel activa in aanmerking die de technologieoverdracht inhouden door de verwerving
van octrooirechten, licenties, knowhow of niet-geoctrooieerde technische kennis.
Opleidingskosten die in aanmerking komen zijn:
●
●
●
●
●
●
personeelskosten van de opleiders;
verplaatsingskosten van opleiders en opgeleiden;
andere lopende uitgaven voor materieel en benodigdheden;
afschrijvingen van werktuigen en uitrusting;
kosten van diensten voor begeleiding en advisering;
personeelskosten van de opgeleiden, ten belope van maximaal het bedrag van de vorige rubrieken samengeteld.
De opleidingen en investeringen dienen te starten uiterlijk zes maanden na de datum van ontvangstmelding. De vroegst
mogelijke startdatum van het project is de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de steunaanvraag wordt
ingediend.
Omvang steun
De steun wordt opgesplitst in een basissteun (voor het transformatieproject) en een bonussteun (voor de creatie van
bijkomende tewerkstelling).
●
●
De basissteun bedraagt 8% voor investeringen en 20% voor opleidingen. De basissteun wordt geplafonneerd op maximum
€1 miljoen per onderneming.
De bonussteun bedraagt maximaal 25% van de basissteun (dit betekent dus max. 5% extra steun voor opleidingen en
max. 2% extra steun voor investeringen). De hoogte van de bonussteun hangt af van de tewerkstellingstoename die
verbonden is aan het transformatieproject. Als de aanvraag wordt ingediend door verschillende ondernemingen samen,
wordt de bonussteun bepaald op basis van de aanvangstewerkstelling en de eindtewerkstelling per onderneming.
Hieronder vindt u een schema voor de berekening van de bonussteun, waarbij er alleen voor de grote ondernemingen geen
verplichting is om zowel in absolute als relatieve cijfers een minimale aangroei te realiseren. Voor kmo's moeten aan beide
vereisten worden voldaan.
bonuspercentage
kleine onderneming
middelgrote onderneming
grote onderneming
minimaal vereiste
absolute aangroei (E-A)
minimaal vereiste
relatieve aangroei ((EA)/A)*100
minimaal vereiste
absolute aangroei
(E-A)
minimaal vereiste
relatieve aangroei ((EA)/A)*100
minimaal vereiste
absolute aangroei (EA)
minimaal vereiste relatieve
aangroei ((E-A)/A)*100
25%
25
100%
125
50%
250
-
20%
20
80%
100
40%
200
-
15%
15
60%
75
30%
150
-
10%
10
40%
50
20%
100
-
5%
5
20%
25
10%
50
-
A=aanvangstewerkstelling; E=eindtewerkstelling
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
42
Subsidiegids voor de ondernemer
In principe geeft alleen de toename van de globale tewerkstelling op ondernemingsniveau recht op bonussteun. Als het
transformatieproject echter uitsluitend betrekking heeft op een bepaalde entiteit of afdeling van de steunaanvrager, zal er
gekeken worden naar de toename van de projectgebonden tewerkstelling op dat niveau.
Als de vooropgestelde tewerkstellingsvooruitzichten niet of niet volledig worden gerealiseerd, kan de bonussteun
respectievelijk niet worden uitbetaald of trapsgewijs worden verminderd.
Aanvraagprocedure
De steun moet worden aangevraagd via het daartoe bestemde aanvraagformulier (Word-sjabloon) dat beschikbaar is op de
website van Agentschap Innoveren & Ondernemen en moet worden ingediend vóór de start van het transformatieproject.
Het ingevulde en ondertekende aanvraagformulier moet samen met het transformatieplan en de andere bijlagen via e-mail
worden bezorgd aan [email protected] Bijlagen die niet digitaal kunnen worden verstuurd moeten binnen
15 werkdagen met de post worden verstuurd.
Een onderneming kan om het jaar een transformatieproject indienen.
Agentschap Innoveren en Ondernemen stuurt een 'ontvangstmelding' naar de onderneming waarmee wordt bevestigd dat
de steunaanvraag goed werd ontvangen en is geregistreerd. In dit schrijven wordt ook de vroegst mogelijke startdatum van
het project meegedeeld.
Nadien wordt het dossier beoordeeld op ontvankelijkheid (volledigheid, voldoende financieringscapaciteit, transformatieplan)
en zal het dossier vervolgens ook inhoudelijk worden beoordeeld door een commissie, die een gemotiveerd steunvoorstel
doet aan de Vlaamse minister bevoegd voor Economie.
Via een transformatietoets zal worden nagegaan of het project voldoet aan de kenmerken van transformatie. Er zijn drie
niveaus bepaald voor de beoordeling van de potentiële output, resultaten en impact van het transformatieproject, telkens
volgens de verschillende parameters van de beoogde transformatie. Deze niveaus zijn:
●
●
●
het project zelf;
de onderneming of ondernemingen waarbinnen het project wordt uitgevoerd;
de Vlaamse economie.
De parameters van de transformatie voor het project zijn:
●
●
●
innovatie;
internationalisering;
verduurzaming.
Kwaliteit en management van het transformatieproject is een bijkomende transversale parameter die dient om het
projectmanagement te beoordelen zodat een goede uitvoering kan gegarandeerd worden.
Zo komt men tot zeven parameters:
Niveau
Subniveau
Parameter
Projectniveau
Innovatie
A.1
Internationalisering
A.2
Verduurzaming
A.3
Impact op de onderneming
Impact op de Vlaamse economie
B
Intern
C.1
Extern
C.2
Kwaliteit en management
D
Bij de beoordeling van de dossiers wordt rekening gehouden met de omvang en het type van de onderneming. Voor kleine,
respectievelijk middelgrote entiteiten zijn de beoordelingscriteria minder streng.
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
43
Subsidiegids voor de ondernemer
Uitbetalingsprocedure
Voor de basissteun moet de onderneming de uitbetaling aanvragen ten laatste binnen zes maanden na het beëindigen van
het totale transformatieproject.
De uitbetaling van de basissteun verloopt in drie schijven:
●
●
●
een eerste schijf (30%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en nadat de
onderneming heeft verklaard dat 30% van het project is gerealiseerd;
een tweede schijf (30%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en nadat de
onderneming heeft verklaard dat 60% van het project is gerealiseerd;
een derde schijf (40%): uitbetaling ten vroegste 30 dagen na de beslissing tot toekenning van de steun en wanneer de in
aanmerking komende transformatieopleidingen en de in aanmerking komende transformatie-investeringen volledig zijn
gerealiseerd, wat moet blijken uit een controle door het Agentschap Innoveren & Ondernemen.
Voor de bonussteun moet de onderneming afzonderlijk de uitbetaling aanvragen ten laatste binnen zes maanden na
realisatie van de voorgestelde tewerkstellingsvooruitzichten.
Contact Informatie
Agentschap Innoveren & Ondernemen
Dienst Bedrijfssteun
Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
F 02 553 37 88
www.vlaio.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
44
Subsidiegids voor de ondernemer
Tussenkomst bij opleiding in een competentiecentrum van
VDAB
Laatste revisiedatum: 03 apr '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
De VDAB organiseert in haar opleidingscentra trainingen en opleidingen voor werknemers op vraag van de werkgever. Deze
opleidingen zijn betalend. Voor bepaalde categorieën van werknemers kan echter een gedeeltelijke of volledige vrijstelling
van betaling worden bekomen:
Type vrijstelling
Betoelaging
De risicowerknemers, jonger dan 18 jaar, onderworpen aan de deeltijdse leerplicht en die
geen secundair onderwijs met volledig leerplan meer volgen, op voorwaarde dat zij de opleiding
starten binnen de eerste 2 jaar na indienstneming
100%
De risicowerknemers die de opleiding starten binnen de eerste 6 maand na indienstneming
50%
De werknemer die met werkloosheid wordt bedreigd ingevolge collectief of individueel ontslag of de
werknemer die behoort tot een onderneming in moeilijkheden
100%
De werknemer die met werkloosheid wordt bedreigd omdat de onderneming in herstructurering is
50%
Vermindering op bedrijfsgrootte: de werkgever heeft max. 25 werknemers in dienst:
• < 10 werknemers
• 10 t/m 25 werknemers
50%
25%
De werknemer kan om medische redenen zijn huidige functie niet meer uitoefenen (medische
ongeschiktheid)
100%
Werknemers die op vraag van hun trajectbegeleider in het licht van een verdere integratie in het
normale economische circuit +opleiding vragen:
• Doelgroepwerknemers: "sociale economie"
• Personen tijdens de tewerkstelling in artikel 60 §7
• Werknemers WEP+
• Werknemers in vooropzeg die niet meer moeten presteren en volledig uitbetaald worden
(=verbrekingsvergoeding) op voorwaarde dat ze ingeschreven zijn als CATWZ 03
100%
Onvrijwillig deeltijdse werknemers
100%
Ook vzw's kunnen voor hun werknemers genieten van deze vrijstellingen.
Contact Informatie
Meer informatie kan men bekomen bij:
VDAB
Directie Arbeidsmarkt dienstverlening
Keizerslaan 11
1000 Brussel
T 02 506 13 51
F 02 506 13 56
www.vdab.be
Rudy Dhoore
[email protected]
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
45
Subsidiegids voor de ondernemer
Sociaal interventiefonds - outplacement
Laatste revisiedatum: 07 mrt '16
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Indien u als werkgever de outplacementbegeleiding niet zelf kan bekostigen, dan kan u een beroep doen op het Sociaal
Interventiefonds van de VDAB. Het fonds duidt een outplacementkantoor aan, betaalt de begeleiding en de kosten van een
eventuele opleiding.
De begeleiding wordt opgevolgd in een tewerkstellingscel. Het doel van de begeleiding is de werknemers in staat stellen om
zo vlug mogelijk een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsactiviteit als zelfstandige te ontplooien.
Er wordt ook aandacht besteed aan opleidingen en de erkenning van verworven competenties.
Wie komt in aanmerking
Om in aanmerking te komen dienen de werknemers tewerkgesteld te zijn in een exploitatiezetel van een bedrijf gelegen in
het Vlaamse Gewest. De tegemoetkoming kan bekomen worden voor werknemers die werkloos zijn geworden ingevolge:
●
●
●
●
●
een faillissement van een onderneming;
het verkrijgen van een gerechtelijk reorganisatie van de onderneming;
de gerechtelijke ontbinding van een vzw (kennelijke staat van onvermogen);
de vrijwillige vereffening van een vzw (kennelijke staat van onvermogen);
een bedrijf in moeilijkheden waarbij de onderneming zelf dient te bewijzen niet over de nodige financiële middelen te
beschikken om de outplacementbegeleiding van de ex-werknemers te bekostigen.
Ook voor de (helpers van de) gefailleerde zelfstandigen en werknemers die tot een jaar voor het faillissementsvonnis in de
onderneming werkten wordt de outplacementbegeleiding betaald.
Omvang steun
Het Sociaal Interventiefonds regelt de betaling voor de outplacementbegeleiding en eventuele kosten van de opleidingen
rechtstreeks met het outplacementkantoor.
De tegemoetkoming voor het outplacementkantoor bedraagt in 2016 maximaal € 2.544,93 (incl. btw) per begeleide exwerknemer en mag enkel aangewend worden voor het betalen van de kosten van de outplacementbegeleiding van de
ontslagen werknemers.
Er kan aanspraak gemaakt worden op een bijkomende tegemoetkoming van maximaal €639,01 (incl. btw) per begeleide exwerknemer of gelijkgestelde persoon. Dit bedrag mag enkel aangewend worden voor de opleiding die nodig is voor het
behoud en de versterking van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en van de activiteiten inzake herkenning, erkenning en
certificatie van verworven competenties.
Het outplacementbureau ontvangt, ter vergoeding van de werkingskosten voorafgaand aan de outplacementbegeleiding,
een bijkomend forfaitair bedrag van €63,35 (incl. btw), per door het outplacementbureau gecontacteerde ontslagen
werknemer of gelijkgestelde persoon. Dit bedrag moet de kosten dekken gemaakt voor het informeren van alle ontslagen
werknemers.
Aanvraagprocedure
De aanvraag moet ingediend worden binnen de 30 kalenderdagen na de overname, de gerechtelijke beslissing, de
aanstelling van de vereffenaar of 30 kalenderdagen vóór het eerste ontslag. Het aanvraagformulier is terug te vinden op
www.vdab.be/hraanbod/advies.shtml#tegemoetkoming.
Contact Informatie
VDAB
Sociaal Interventiefonds
Keizerslaan 11
1000 Brussel
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
46
Subsidiegids voor de ondernemer
T 02 506 17 85
F 02 506 29 52
[email protected]
www.vdab.be/hraanbod/advies.shtml#tegemoetk
oming
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
47
Subsidiegids voor de ondernemer
Instapstage
Laatste revisiedatum: 30 jul '15
Vlaamse maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Sinds 1 februari 2013 kan een werkgever bij de VDAB terecht voor de ondertekening van een instapstage-overeenkomst.
Een instapstage is een betaalde stage van drie maanden voor jongeren die:
●
●
●
jonger zijn dan 25 jaar,
geen diploma middelbaar onderwijs hebben, en
al 6 maanden van hun beroepsinschakelingstijd achter de rug hebben.
De instapstage is een relancemaatregel van de federale regering die door de Vlaamse regering concreet wordt ingevuld.
Wie komt in aanmerking
Zowel een onderneming, vzw als overheidsdienst kan gebruik maken van de instapstage.
Omvang steun
De werkgever betaalt de stagiair per maand een stagevergoeding van € 200 (bij een voltijdse stage). Er moet hier geen
sociale bijdragen op worden betaald. De RVA op zijn beurt geeft de jongere per gewerkte dag een stage-uitkering van €
26,82.
Aanvraagprocedure
Net zoals u als werkgever via de VDAB website een vacature kan ingeven, kan u ook (via uw VDAB login) een
instapstageplaats aanbieden. Hierin wordt gevraagd om het takenpakket te beschrijven, met ook o.a. de plaats van de
tewerkstelling en de sollicitatieprocedure. De VDAB bekijkt welke kandidaten in aanmerking komen en stuurt geschikte
kandidaten door die al zeker tot de doelgroep behoren.
Heeft u nog geen VDAB login dan is het onlineformulier op de VDAB website een optie.
Zodra u beslist heeft welke stagiair u wil aannemen wordt er een afspraak gemaakt om het contract te ondertekenen.
Contact Informatie
VDAB
Instapstage
Keizerslaan 11
1000 Brussel
T 0800 30 700
[email protected]
www.vdab.be/werkgevers/instapstage/
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
48
Subsidiegids voor de ondernemer
Herverdeling van de sociale lasten
Laatste revisiedatum: 08 mrt '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Om de sociale lasten van de kmo’s te verlichten genieten ‘kleinere’ werkgevers van een automatische vermindering van
11,5%, berekend op een aantal sociale zekerheidsbijdragen. Deze korting wordt begrensd op €272,68 of €359,45 al
naargelang de driemaandelijkse sociale lasten al dan niet €26.028,82 overschrijden.
Om deze maatregel te financieren, moeten de ‘grotere’ werkgevers een bijdrage van 1,55% betalen, indien de verschuldigde
bijdragen in één of meerdere kwartalen meer dan €26.028,82 per kwartaal bedraagt. Deze bijdrage wordt berekend op het
gedeelte van de bijdragen dat de grens van €26.028,82 overschrijdt. Voor 2016 wordt de te betalen bijdrage per werkgever
geplafonneerd op maximum €199.369. Dit bedrag wordt gekoppeld aan de gezondheidsindex.
De omvang van deze vermindering of te betalen bijdrage wordt door de RSZ ieder jaar in de loop van het tweede kwartaal
meegedeeld aan de werkgever. Bedraagt het credit- of debetsaldo echter minder dan €37,18, dan wordt de werkgever niets
uitgekeerd of aangerekend.
Wie komt in aanmerking
Alle ondernemingen met een industrieel of commercieel doel en beoefenaars van vrije beroepen die werknemers
tewerkstellen komen in aanmerking.
Vzw’s komen in principe niet in aanmerking voor deze maatregel.
Aanvraagprocedure
In de loop van de maand juni van elk jaar ontvangt de werkgever een " Bericht betreffende de herverdeling van de sociale
lasten", met gedetailleerde vermelding van het credit- of debetbedrag berekend op basis van de gegevens vermeld op de
kwartaalaangiften van het voorgaande jaar. Indien het resultaat van deze verrichting vernietigd wordt, omdat het geen €
37,18 EUR bedraagt, zal de werkgever daarvan eveneens een bericht ontvangen.
Contact Informatie
Meer informatie over deze maatregel kan u terugvinden op de RSZ-website in de "Administratieve instructies RSZ". Klik
vervolgens op de rubriek "De socialezekerheidsbijdragen" en vergeet niet het recentste kwartaal te selecteren.
RSZ
Victor Hortaplein 11
1060 Brussel
T 02 509 31 11
F 02 509 30 19
[email protected]
www.rsz.fgov.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
49
Subsidiegids voor de ondernemer
Niet-recurrente collectieve bonussen
Laatste revisiedatum: 09 feb '16
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Een werkgever kan aan alle of een deel van zijn werknemers een financieel voordeel toekennen wanneer vooraf vastgelegde
collectieve doelstellingen worden behaald.
De bonussen, die niet-recurrent zijn, genieten een gunstig fiscale en parafiscale behandeling.
Voor de werkgever:
●
●
●
●
vrijgesteld van RSZ-bijdragen;
bonus komt niet in aanmerking voor berekening vakantiegeld, gemiddeld maandinkomen, opzeggingsvergoeding,
gewaarborgd loon;
bevrijdende, bijzondere bijdrage van 33% van het voordeel;
volledige kost (bonus + bijzondere bijdrage) aftrekbaar van vennootschapsbelasting.
Voor de werknemer:
●
de bonus wordt niet beschouwd als loon voor een maximumbedrag van €3.219 bruto in 2016 (= €2.799 netto in 2016).
De bonus is vrijgesteld van inkomstenbelasting tot een maximumbedrag van €2.799 netto in 2016.
Het maximumbedrag wordt jaarlijks gekoppeld aan de gezondheidsindex.
Let op, er is wel een solidariteitsbijdrage van 13,07% verschuldigd op de bonus, en dit voor alle bonussen uitbetaald vanaf
2013.
Wie komt in aanmerking
Alle bedrijven uit de privé-sector (industrie, diensten, handel, landbouw, vrije beroepen, non-profit, vzw’s, enz....) ongeacht
het aantal werknemers.
Alle werknemers d.w.z. iedereen in dienst van het bedrijf met een arbeidscontract, leercontract, stagecontract of
beroepsopleidingsovereenkomst.
NIET: zelfstandigen (consultants) of bedrijfsmandatarissen (zaakvoerders, bestuurders,...).
Wat komt in aanmerking
Alle of een afgebakende groep van werknemers (bvb dienst, departement, werkplaats, team,...) die een vooraf vastgelegde
doelstelling behalen en waarbij vooraf een bonusplan werd opgesteld.
Bijkomende voorwaarden
Bijkomende voorwaarden zijn:
●
●
●
●
●
●
financiële of niet-financiële doelstelling. Enkele voorbeelden : verhoging omzet, kostenverlaging, toename winstmarge bij
productie, hogere klanttevredenheid, betere milieuprestatie, behalen van ISO-norm,...;
objectief meetbaar gedurende referentieperiode van minimum 3 maanden;
slechts 1-malig ingevoerd (niet-recurrent);
behalen van de doelstelling op moment van vastleggen nog onzeker;
niet ter vervanging of ter omzetting van loon, premies, voordelen in natura of enig ander voordeel;
volgende doelstellingen worden uitgesloten of zijn onderworpen aan voorwaarden: stijging van aandelenkoers op de beurs,
vermindering van arbeidsongevallen, vermindering van aantal afwezigheidsdagen.
Aanvraagprocedure
De werkgever kan op gelijk wel tijdstip plan invoeren via een bedrijfsCAO (indien vakbonds-afvaardiging) of via een speciale
procedure die als volgt gaat:
●
●
alle betrokken werknemers worden schriftelijk op de hoogte gebracht van het ontwerp van een collectief bonusplan;
gedurende 15 dagen krijgen de werknemers de kans hun opmerkingen te noteren in een speciaal daarvoor voorzien
register;
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
50
Subsidiegids voor de ondernemer
●
●
●
●
●
●
●
de werkgever maakt het opmerkingenregister (al dan niet met opmerkingen) over aan de Regionale Directie Toezicht
Sociale Wetten;
in geval van opmerkingen wordt een verzoeningsprocedure opgestart;
het ontwerp van toetredingsakte wordt neergelegd bij de Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen
van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
de neerlegging van het plan moet gebeuren voordat 1/3de van de referteperiode verstreken is (vb. als het plan over heel
2015 loopt, neerlegging vóór 30/4/2015; als het plan loopt van 1/7/2015 tot 31/12/2015, neerlegging vóór 31/8/2015);
de griffie maakt het ontwerp van het plan over aan het bevoegde paritair comité; dat binnen de 2 maanden nagaat of
bepaalde voorwaarden zijn nageleefd;
als het paritair comité geen beslissing heeft genomen binnen deze termijn wordt het plan overgemaakt aan de bevoegde
ambtenaar die over een bijkomende termijn van 1 maand beschikt om na te gaan of het plan aan de vereiste voorwaarden
voldoet;
de werkgever wordt op de hoogte gebracht van de goedkeuring of afkeuring van het plan; de werkgever moet op zijn beurt
de werknemers inlichten.
Contact Informatie
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal
Overleg
Algemene Directie Collectieve
Arbeidsbetrekkingen
Ernest Blerotstraat 1
1070 Brussel
T 02 233 40 78
F 02 233 41 45
[email protected]
www.werk.belgie.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
51
Subsidiegids voor de ondernemer
Overstappremie
Laatste revisiedatum: 09 apr '15
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Sins 1 mei 2010 kunnen oudere werknemers een tijdelijke premie krijgen indien ze op eigen verzoek bij dezelfde werkgever
overstappen van zware arbeid naar een minder belastende job, én zij hierdoor inkomensverlies lijden.
In het kader van de zesde staatshervorming is deze bevoegdheid geregionaliseerd sinds 1 juli 2014. Er werd een
overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen tot op het tijdstip waarop
het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen. De bestaande regelgeving en procedures blijven
van kracht tot deze gewijzigd worden door een Gewest.
Voorwaarden
Deze maatregel is van toepassing indien gelijktijdig aan de volgende voorwaarden is voldaan:
●
●
●
●
●
de overstap vindt plaats na 30 april 2010;
de overstap gebeurt bij dezelfde werkgever;
de overstap heeft inkomensverlies tot gevolg;
op datum van de overstap is de werknemer ten minste 50 jaar oud;
op datum van de overstap verricht de werknemer ten minste 5 jaar zwaar werk.
Ook indien de werkgever een vzw is kan men van deze steun genieten.
Omvang steun
Een werknemer kan de overstappremie slechts één keer in zijn loopbaan verkrijgen. Het bedrag van de overstappremie en
de periode van toekenning ervan is afhankelijk van de leeftijd die de werknemer heeft op datum van de overstap:
●
●
●
werknemers jonder dan 55 jaar krijgen een maandelijkse premie van € 81,19 voor een periode van 12 maanden;
werknemers vanaf 55 jaar krijgen een maandelijkse premie van € 108,24 voor een periode van 24 maanden;
werknemers vanaf 58 jaar krijgen een maandelijkse premie van € 135,30 voor een periode van 24 maanden.
Op deze bedragen wordt 10,09% bedrijfsvoorheffing ingehouden.
Aanvraagprocedure
Naar keuze (hetzij de HVW, hetzij de uitbetalingsinstelling van een vakbond: het ACV, het ABVV of de ACLVB). De aanvraag
dient ingevuld te worden door de werknemer en de werkgever.
De uitbetalingsinstelling stuurt de aanvraag door naar de RVA, die de premie toekent. De aanvraag moet bij de RVA
aankomen uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de overstap plaats vindt.
De uitbetaling van de overstappremie gebeurt door de uitbetalingsinstelling.
In het kader van de zesde staatshervorming is deze bevoegdheid geregionaliseerd sinds 1 juli 2014. Er werd een
overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen tot op het tijdstip waarop
het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen. De bestaande regelgeving en procedures blijven
van kracht tot deze gewijzigd worden door een Gewest.
Contact Informatie
Voor meer informatie kunt u terecht bij het gewestelijk werkloosheidsbureau van de RVA van uw woonplaats.
RVA
Keizerslaan 7
1000 Brussel
T 02 515 41 11
F 02 514 11 06
www.rva.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
52
Subsidiegids voor de ondernemer
Sectorale ondersteuningsmaatregelen
Laatste revisiedatum: 03 apr '15
Federale maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Een aantal jaar geleden kwamen de sociale partners overeen om een stukje van de bruto loonmassa te besteden aan de
vorming en tewerkstelling van risicogroepen.
Om uitvoering te geven aan sectorgerichte vormingsafspraken (vastgelegd per CAO) werden er fondsen opgericht, die het
budget afkomstig van deze bijdragen beheren. Het bestuur van die fondsen is in handen van een sociale partner.
Doel sectorfonds en mogelijke steun
Het globale doel van de sectorfondsen is het mee mogelijk maken dat er binnen de betreffende sector voldoende en goed
geschoolde werknemers werkzaam zijn.
Hiertoe worden binnen elk fonds van een specifieke sector acties ontwikkeld naar leerlingen uit het regulier onderwijs,
werknemers en werkzoekenden, en wordt begeleiding aan de werkgever voorzien. In het kader van de sectorconvenants die
sectoren via de sectorfondsen met de Vlaamse overheid afsluiten worden er ook acties voorzien om de diversiteit en de
evenredige arbeidsdeelname binnen sectoren te bevorderen.
De acties kunnen omvatten: het verstrekken van kostenloze opleiding, sectorspecifieke subsidies of premiestelsels voor de
financiering van competentieontwikkeling, info en advisering (inzake opleiding, kwaliteitsbewaking,
financieringsmogelijkheden voor vorming, ...), het aanreiken van instrumenten (voor de ontwikkeling van opleidingsplannen,
voor de detectie van opleidingsbehoeften, ...) en het ontwikkelen en/of ter beschikking stellen van databanken, didactisch
materiaal, enz….
Sectorfondsen, beroepsfederaties en aanverwante organisaties
●
●
●
●
●
Audiovisuele sector
www.mediarte.be (sociaal fonds voor de audiovisuele sector)
Autosector en aanverwante sectoren
www.educam.be (coördinatiecentrum voor opleiding in autosector en andere sectoren)
ANPCB Bedienden
www.cevora.be (opleidingscentrum bedienden sector 218)
Betonindustrie
www.fondsbeton.be (sociaal fonds voor de betonindustrie)
Bezoldigd personenvervoer
www.sociaalfondssocial.be (openbare en speciale autobusdiensten en autocardiensten, opleidingen gebeuren bij FCBO)
www.taxi-info.be (taxidiensten en verhuur voertuigen met chauffeur)
Binnenscheepvaart
www.binnenvaart.be/nl/opleidingen/opleidingen.asp
Bouw
fvb.constructiv.be (fonds voor vakopleiding in bouwnijverheid)
Diamantnijverheid
fondsdiamant.be (fonds voor de diamantnijverheid)
Dienstencheques
www.vormingdienstencheques.be (sectoraal vormingsfonds dienstencheques)
Elektriciens
www.vormelek-formelec.be (opleidingsfonds voor elektriciens: installatie & distributie)
Glas
www.vgi-fiv.be (verbond van de Glasindustrie)
Grafische sector
www.grafoc.be (sector- en vormingsfonds voor arbeiders uit de printmedia industrie)
Groene sectoren
www.eduplus.be (fonds voor tuinbouw, parken & tuinen, landbouw en technische land- en tuinbouwwerken)
Horeca
www.horecanet.be (fonds voor hotel-, restaurant-, café- en aanverwante bedrijven)
Hout
www.och-cfb.be (opleidingscentrum hout)
Internationale handel
www.logosinform.be (vormingsfonds voor bedienden uit internationale handel, vervoer en logistiek)
❍
❍
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
53
Subsidiegids voor de ondernemer
●
●
Kappers, fitness en schoonheidszorgen
www.fbz-pc314.be (fonds bestaanszekerheid kappers, fitness en schoonheidszorgen)
Metaal: arbeiders
www.inomarbeiders.be (instituut voor naschoolse opleiding in metaalverwerkende nijverheid)
www.ftma.be (Antwerpen)
www.ftml.be (Limburg)
www.tofam.be (Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen)
www.rtmvlaamsbrabant.be (Vlaams-Brabant)
Metaal: bedienen
www.inom.be/bedienden/home.asp (instituut voor naschoolse opleiding in metaalverwerkende nijverheid)
www.limob.be (Limburg)
www.femb.be (Brabant)
www.vibam.be (Antwerpen)
www.vormetal.be (Oost- en West-Vlaanderen)
Montage en kraanverhuurbedrijven
www.vzwmontage.be (monteerders en kraanverhuurbedrijven)
Papier en karton
(voor info over sectorfonds (bij gebrek aan eigen website): [email protected])
Scheikundige nijverheid
www.co-valent.be (vormingsfonds sector chemie, kunststoffen en life sciences)
Social profit
www.vivosocialprofit.org (Vlaams instituut vorming en opleiding social profit)
Textiel
www.cobot.be (centrum opleiding bij- en omscholing in textiel en breigoed)
www.ivoc.be (instituut vorming en opleiding confectie)
Transport en logistiek
www.sftl.be (sociaal fonds transport en logistiek)
Uitzendsector
vooruitzenden.be (vormingsfonds voor uitzendkrachten)
Verhuis
www.sociaalfonds-verhuizingen.be (sociaal fonds verhuizingen, meubelbewaring en aanverwante activiteiten)
Vermakelijkheidsbedrijven
www.podiumkunsten.be (sociaal fonds voor de podiumkunsten)
Voeding
www.ipv.be (instituut professionele vorming voedingsnijverheid)
❍
❍
❍
❍
❍
●
❍
❍
❍
❍
❍
●
●
●
●
●
❍
❍
●
●
●
●
●
(bron: www.serv.be)
(bron: www.werk.be/beleidsthemas/sectoren/sectorconvenants/sectorfondsen)
Contact Informatie
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal
Overleg
Algemene Directie Collectieve
Arbeidsbetrekkingen
Ernest Blerotstraat 1
1070 Brussel
T 02 233 40 78
F 02 233 41 45
[email protected]
www.werk.belgie.be
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
54
Subsidiegids voor de ondernemer
Europees Sociaal Fonds (ESF)
Laatste revisiedatum: 26 feb '16
Europese maatregel
Wat houdt deze maatregel in
Via het ESF van het Departement Werk en Sociale Economie, worden er subsidies verstrekt om de werkzaamheid te
verhogen en de Vlaamse arbeidsmarkt te stimuleren en te versterken. Maximaal 50% van deze financiële middelen zijn
afkomstig van het Europees Sociaal Fonds (ESF). De resterende som wordt bijgepast door de Vlaamse overheid en de private
sector.
Het Europees Sociaal Fonds (ESF) is één van de vijf Europese structuur en investeringsfondsen (ESIF). Met deze fondsen wil
de Europese Commissie de Europa 2020 doelstellingen bereiken. De focus van het ESF ligt op de doelstelling “smart,
sustainable inclusive and non-discriminatory employment market” met een speciale aandacht voor:
●
●
●
het opleiden van goede werknemers en creëren van duurzame jobcreatie (‘smart’ and sustainable job growth);
tegengaan van discriminatie op de werkvloer (non-discriminatie);
het verbeteren van toegang tot de arbeidsmarkt voor bepaalde doelgroepen (inclusieve arbeidsmarkt).
Voor Vlaanderen vertaalt zich dit naar deze prioriteiten die afgestemd zijn op bovengenoemde doelstelling:
●
●
●
Bevordering van projecten voor duurzame, hoogwaardige banen en arbeidsmobiliteit + investeringen in onderwijs, training
en levenslang leren. Naar deze terreinen gaat ongeveer 60% van de totale financiering. Deze activiteiten zijn een
aanvulling op het Vlaamse loopbaanbeleid dat een effectievere arbeidsmarkt tot doel heeft. De ESF-projecten zullen zich in
het bijzonder richten op de cruciale overgangsmomenten in de individuele loopbaan.
Ongeveer 20% van de financiering is bedoeld voor de ondersteuning van sociale integratie, gelijkheid en projecten voor
armoedebestrijding. De projecten richten zich op de trajecten binnen werk en maatschappij voor de voornaamste
risicogroepen.
Structurele maatregelen om ouderen aan te moedigen om te blijven werken of met een nieuwe baan te beginnen, zullen
op federaal en Vlaams niveau worden bevorderd. ESF-projecten voor “actief ouder worden” zullen hier een aanvulling op
zijn. Hierdoor wordt het voor bedrijven gemakkelijker om oudere werknemers een aantrekkelijke omgeving te bieden.
De inhoud van het volledig operationeel programma voor de periode 2014-2020 is te vinden op deze webpagina:
www.esf-vlaanderen.be/sites/default/files/attachments/articles/operationeel_programma_europees_sociaal_fonds_esf_vlaand
eren_2014-2020.pdf
Wie komt in aanmerking
Elke publieke of privaatrechtelijke organisatie (kmo’s of vzw) kan een projectvoorstel indienen op voorwaarde dat het kadert
binnen een openstaande oproep. Aan éénmanszaken kan er in principe geen ESF-steun verleend worden.
Aangezien het ESF vertrekt van het partnerschapsbeginsel kan in sommige oproepen opgelegd worden om een partnerschap
op te richten. De promotor of indiener van het project staat aan het hoofd van dit partnerschap.
Omvang steun
Het totale budget bedraagt €10 miljard per jaar dat verdeeld wordt over alle lidstaten. Voor de Vlaamse regering is dit een
inkomstenbron van circa €400 miljoen. Als gevolg van de bundeling met nationale en regionale financiële middelen ligt het
totale ESF budget voor Vlaanderen net boven het miljard euro per jaar.
De financiering die het Europees Sociaal Fonds toekent aan een project is steeds aanvullend aan de inbreng vanuit de
private sector of andere (publieke) bronnen. Het percentage varieert, maar de bijdrage vanuit Europa is altijd begrensd op
50%.
De totale steun per project (federaal + Europees) kan in Vlaanderen oplopen tot 85% maar dit hangt af van de specificaties
van de oproep. De bijdrage van Europa is altijd begrensd tot 50%.
Er zijn daarnaast ook regels wat betreft welke kosten ondersteund kunnen worden. Concreet zijn er deze soorten kosten:
1. Personeelskosten;
2. Deelnemers/cursisten;
3. Productontwikkeling en verbruiksgoederen;
© Agentschap Innovatie en Ondernemen 2016
55
Subsidiegids voor de ondernemer
4. Indirecte kosten;
5. Transnationale kosten.
Meer informatie over de subsidiabele kosten vindt u op deze webpagina
www.esf-vlaanderen.be/sites/default/files/attachments/articles/generieke_financiele_criteria_1.pdf
Aanvraagprocedure
Aanvragen worden ingediend bij de afdeling ESF van het Departement Werk en Sociale Economie, die vanaf 1 januari 2016
verantwoordelijk voor het beheer en de uitvoering van de nieuwe programma’s bij het Europees Sociaal Fonds. Tot eind
2015 werd deze opdracht uitgevoerd door het ESF-Agentschap Vlaanderen vzw. De juridische opdracht van dit agentschap
wordt beperkt tot de afhandeling van het programma 2007-2013.
Om een vlot en transparant beheer van het ESF in Vlaanderen mogelijk te maken, liet het ESF een webapplicatie
ontwikkelen. Dankzij deze applicatie kan u uw ESF-dossier online indienen en opvolgen.
Contact Informatie
Informatie over de lopende programma's kan u terugvinden op de oproepenpagina van de website
www.esf-vlaanderen.be/project/oproepen.
Departement Werk en Sociale Economie
ESF
Gasthuisstraat 31 (5e verdieping)
1000 Brussel
T 02 546 22 11
F 02 546 22 40
[email protected]
www.esf-vlaanderen.be/
AGENTSCHAP INNOVEREN & ONDERNEMEN
Koning Albert II-laan 35 bus 12
1030 Brussel
www.vlaio.be
Contacteer Agentschap Innoveren & Ondernemen in uw provincie.
Bel gratis 0800 20 555
Antwerpen
Lange Lozanastraat 223 bus 4
2018 Antwerpen
Vlaams-Brabant
VAC Dirk Bouts - Diestsepoort 6 bus 31
3000 Leuven
Limburg
Kempische Steenweg 305 bus 201
3500 Hasselt
West-Vlaanderen
Jacob Van Maerlantgebouw
Koning Albert I-laan 1.2 bus 31
8200 Brugge
Oost-Vlaanderen
VAC Virginie Loveling
Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 30
9000 Gent

similar documents