seneca de ira 2

Report
2. De ira, 2.10
(deel 2, blz. 37-38)
1 Vergissen is menselijk
120
Illud potius cogitabis, non esse irascendum erroribus.
120 esse irascendum: AcI, lvw bij cogitabis
irascendum: welke vorm?
gerundivum
van verplichting (met een vorm van esse)
moeten worden
1 Vergissen is menselijk
120
Illud potius cogitabis, non esse irascendum erroribus.
Je zult beter dit bedenken (er beter aan doen dit te bedenken …)
dat men niet woedend moet worden op (om) dwalingen.
120 illud; wat wordt bedoeld? Citeer!
non esse irascendum erroribus
120-121
Quid enim si quis irascatur in tenebris parum vestigia certa
ponentibus?
121 quis: na si, nisi, num en ne, gaat ali niet met quisje mee
= aliquis
irascatur: welke vorm?
coniunctivus praes. / potentialis
 stel dat … gebeurt
ponentibus: gesubstantiveerd participium
(= zelfstandig gebruikt part.)
degene, die … plaatsen (dat. bij irascatur)
120-121
Quid enim si quis irascatur in tenebris parum vestigia certa
ponentibus?
Want wat [zou je ervan zeggen] als iemand woedend zou worden
op mensen die in het donker te weinig zekere stappen zetten?
121 Retorische vraag. Welke antwoord is logisch?
Je zou zeggen, dat je het stom vond.
121-122
Quid si quis surdis imperia non exaudientibus?
121 si quis: welke pv moet je aanvullen?
irascatur (ellips)
121-122
Quid si quis surdis imperia non exaudientibus?
Wat als iemand [woedend zou worden] op dove mensen omdat zij
de bevelen niet duidelijk horen?
122 Weer retorische vraag (en er komen er nog meer).
122-123
Quid si pueris, quod neglecto dispectu officiorum ad lusus et
ineptos aequalium iocos spectent?
122 quid si pueris: welke woorden moet je aanvullen?
quis irascatur (ellips)
neglecto dispectu: welk grammaticaal verschijnsel?
ablativus absolutus
vertalen met bijzin: ppp>nadat / ppa>terwijl
eventueel beter voegwoord kiezen: omdat / hoewel
alternatief: bijwoordelijke bepaling, ingeleid door voorzetsel
bv. na, tijdens, door, ondanks,…het verwaarlozen van het nakomen
van
122-123
Quid si pueris, quod neglecto dispectu officiorum ad lusus et
ineptos aequalium iocos spectent?
Wat als [iemand woedend zou worden] op kinderen omdat zij
zonder zich te bekommeren om het nakomen van hun plichten
kijken naar spelletjes en dwaze grappen van leeftijdgenootjes?
123-124
Quid si illis irasci velis qui aegrotant senescunt fatigantur?
124 velis: welke vorm?
coni praes van velle, 2e ev.
potentialis
124 aegrotant senescunt fatigantur: welke stijlfiguur?
asyndetisch trikolon
123-124
Quid si illis irasci velis qui aegrotant senescunt fatigantur?
Wat als je op hen woedend zou willen worden die ziek zijn, oud
worden, moe worden?
124-126
Inter cetera mortalitatis incommoda et hoc est, caligo mentium nec
tantum necessitas errandi sed errorum amor.
124 cetera – congrueert met …
124-126
Inter cetera mortalitatis incommoda et hoc est, caligo mentium nec
tantum necessitas errandi sed errorum amor.
124 cetera – congrueert met …incommoda (samen acc. bij vz. inter)
mortalitatis = gen.
125 errandi: welke –nd-vorm?
gerundium
124-126
Inter cetera mortalitatis incommoda et hoc est, caligo mentium nec
tantum necessitas errandi sed errorum amor.
Te midden van de andere ongemakken van de sterfelijkheid is
(bestaat) er ook dit, een duisternis van de geesten (die onze geest
omfloerst) en niet alleen maar de onvermijdelijkheid van het zich
vergissen, maar een liefde voor onze vergissingen.
125 caligo – beeldspraak: je geest is beneveld  je ziet het niet goed
meer.
125 caligo mentium – waaruit blijkt dit?
uit het feit dat mensen altijd fouten maken (necessitas errandi )
en dat ook helemaal niet erg vinden (errorum amor)
necessitas errandi…errorum amor: welke stijlfiguur?
chiasme
126-127
Ne singulis irascaris, universis ignoscendum est, generi humano
venia tribuenda est.
126 ne + coniunctivus = opdat niet!!!
126-7 ignoscendum/tribuenda: gerundivum van verplichting
126-127
Ne singulis irascaris, universis ignoscendum est, generi humano
venia tribuenda est.
Opdat je niet op telkens één mens woedend wordt, moet je een
ieder vergeven, moet er vergiffenis geschonken worden aan het
menselijk geslacht (de mensheid).
127-128
Si irasceris iuvenibus senibusque quod peccant, irascere et
infantibus: peccaturi sunt.
127 irasceris: futurum
128 irascere: welke vorm?
imperativus (uitgang bij deponentia: -ere)
infinitivus: irasci
128 peccaturi sunt – omschrijving van het futurum (esse + ptc fut)
lett: zij zijn zullende fouten maken  zij zullen fouten maken,
zij staan op het punt / zijn van plan / voorbestemd (om) fouten te
maken
127-128
Si irasceris iuvenibus senibusque quod peccant, irascere et
infantibus: peccaturi sunt.
Als je woedend wordt op jonge en oude mensen omdat zij fouten
maken, word dan ook woedend op baby’s: zij zullen [eens] fouten
maken.
128 infantibus; peccaturi sunt – wat voor asyndeton?
explicatief asyndeton
128-129
Numquis irascitur pueris, quorum aetas nondum novit rerum
discrimina?
128 num-quis = …?
num aliquis (na si, nisi, num en ne …)
(num = vraagwoordje)
128-129
Numquis irascitur pueris, quorum aetas nondum novit rerum
discrimina?
Iemand wordt toch niet boos op kinderen van wie de leeftijd nog
niet een onderscheid in dingen kent (die nog niet de leeftijd des
onderscheids hebben)?
128 num: welk antwoord wordt verwacht?
nee  retorische vraag
nonne: verwacht antwoord: ja
129-130
Maior est excusatio et iustior hominem esse quam puerum.
30 hominem esse…puerum [esse]: AcI
dus letterlijk: dat je mens bent (is een groter excuus…)
ellips
129-130
Maior est excusatio et iustior hominem esse quam puerum.
Een mens te zijn (het feit dat je een mens bent) is een groter
(beter) en rechtvaardiger excuus dan een kind [te zijn].
129 excusatio – een excuus waarvoor?
om fouten te maken
Wie heeft dus het beste excuus?
Iedereen: als je een mens bent, maak je nu eenmaal
fouten, dus ook als je groot bent. Het is een algemene
eigenschap.
Net als met doven en zo  je moet er begrip voor
hebben
130-132
Hac condicione nati sumus, animalia obnoxia non paucioribus
animi quam corporis morbis, non quidem obtusa nec tarda, sed
acumine nostro male utentia, alter alteri vitiorum exempla:
130 hac condicione – abl ev V
130-1 animalia obnoxia - bepaling bij onderwerp van nati sumus, geeft
een uitleg bij hac condicione
130-132
Hac condicione nati sumus, animalia obnoxia non paucioribus animi quam corporis
morbis, non quidem obtusa nec tarda, sed acumine nostro male utentia, alter alteri
vitiorum exempla:
Onder deze omstandigheden zijn wij geboren, [wij zijn] levende wezens
[die] aan niet minder ziektes van de geest [zijn] blootgesteld dan van het
lichaam, weliswaar niet afgestompt en niet traag maar slecht gebruikend
onze scherpzinnigheid (wezens die de scherpte van ons verstand slecht
gebruiken), de een voor de ander voorbeelden van fouten (fout gedrag):
130 non paucioribus – welke stijlfiguur?
litotes  niet minder = heel wat meer
131 corporis morbis dit heeft Seneca in r. 124-5 ook al gezegd:
mortalitatis incommoda
Wat zegt Seneca hier dus?
De natuur (ratio) heeft ons zo gemaakt. Ons
verstand werkt niet 100% en daarom maken
we fouten. En we doen anderen na in hun
fouten.
132-134
quisquis sequitur priores male iter ingressos, quidni habeat
excusationem, cum publica via erraverit?
133 ingressos – ppp van ingredi – congr met …
priores
gesubst. ptc: zij die (eerder / als eerste) … zijn ingegaan
habeat: coniunctvius bij quidni
cum: voegwoord of voorzetsel?
voegwoord
met indicativus of coniunctivus?
coniunctivus  nadat / omdat / hoewel
erraverit: coniunctivus perfectum
132-134
quisquis sequitur priores male iter ingressos, quidni habeat
excusationem, cum publica via erraverit?
al wie degenen volgt die eerder een verkeerde weg insloegen,
waarom zou hij niet een excuus hebben, omdat hij op de
algemene weg (die iedereen bewandelt) is afgedwaald?
Welke beeldspraak (metafoor) gebruikt Seneca?
Die van een (verkeerde) weg inslaan
(male iter ingressos)
134-135
In singulos severitas imperatoris destringitur, at necessaria venia
est ubi totus deseruit exercitus.
134 in + acc – naar, tegen(over)
134-135
In singulos severitas imperatoris destringitur, at necessaria venia
est ubi totus deseruit exercitus.
Tegen afzonderlijke personen wordt de strengheid van de
bevelhebber tevoorschijn getrokken [als een zwaard], maar
vergiffenis is noodzakelijk, zodra als het hele leger heeft
gedeserteerd.
134-5 Beeldspraak / metafoor: destringuitur  wordt normaal gebruikt
voor het uit de schede halen van een zwaard.
Wat bedoelt Seneca met deze zin?
Als 1 persoon een fout zou maken moet je hem straffen, maar
als je ziet dat iedereen het doet, moet je dat niet doen
(integendeel).
135-136
Quid tollit iram sapientis? turba peccantium.
Wat neemt de woede van de wijze weg? De menigte van mensen
die fouten maken.
136 peccantium – gesubst. ppa, gen mv.
Welk woord heeft nadruk? Turba of peccantium?
turba – het gaat om de grote hoeveelheid:
omdat er zoveel mensen een fout maken,
kun je niet meer boos op hen worden.
136-137
Intellegit quam et iniquum sit et periculosum irasci publico vitio.
136 sit: verklaar het gebruik van de modus
coniunctivus
in afhankelijke vraag
136-137
Intellegit quam et iniquum sit et periculosum irasci publico vitio.
Hij begrijpt hoe (en) onredelijk en gevaarlijk het is woedend te
worden op een fout die iedereen maakt.
Heraclitus en Democritus
138-140
Heraclitus quotiens prodierat et tantum circa se male viventium, immo
male pereuntium viderat, flebat, miserebatur omnium qui sibi laeti
felicesque occurrebant, miti animo, sed nimis imbecillo:
Heraclitus
quotiens prodierat
et
tantum circa se male viventium, immo male
pereuntium viderat,
flebat,
miserebatur omnium
qui sibi laeti felicesque occurrebant,
miti animo, sed nimis imbecillo:
138-140
Heraclitus quotiens prodierat et tantum circa se male viventium, immo male
pereuntium viderat, flebat, miserebatur omnium qui sibi laeti felicesque
occurrebant, miti animo, sed nimis imbecillo:
Zo vaak als Heraclitus naar buiten was gekomen (zijn huis had verlaten) en zoveel
aan (zo vele) verkeerd levende mensen rondom hem had gezien, ja zelfs [zo vele]
mensen die op slechte wijze stierven, huilde hij, had hij medelijden met allen die
hem blij en gelukkig tegemoet kwamen, (hij, een man met) een vriendelijke maar
te zwakke geest:
138 prodierat – naar buiten komen  nl. zijn huis uit (en dan zie je
andere mensen; die fouten maken natuurlijk)
138-9 viventium, pereuntium – welke vorm?
gesubst. ppa ; gen mv van vivere, per-ire
van mensen die leefden / stierven
bepaling bij tantum+ gen: zoveel (van)…
139 flebat, miserabatur – waarom impf?
geeft de herhaling aan (telkens als …  quotiens)
138-140
Heraclitus quotiens prodierat et tantum circa se male viventium, immo male
pereuntium viderat, flebat, miserebatur omnium qui sibi laeti felicesque
occurrebant, miti animo, sed nimis imbecillo:
Zo vaak als Heraclitus naar buiten was gekomen (zijn huis had verlaten) en zoveel
aan (zo vele) verkeerd levende mensen rondom hem had gezien, ja zelfs [zo vele]
mensen die op slechte wijze stierven, huilde hij, had hij medelijden met allen die
hem blij en gelukkig tegemoet kwamen, (hij, een man met) een vriendelijke maar
te zwakke geest:
140 miti animo … imbecillo – waaruit blijkt dit volgens Seneca?
Uit het feit dat Heraclitus voortdurend huilde, uit medelijden met
de mensen.
Bewondert Seneca Heraclitus hierom?
Nee, zie volgende zin
Heraclitus
Grieks filosoof, 6e eeuw voor Christus, stond bekend als de
‘treurende filosoof’. Heraclitus was ervan overtuigd dat de mensen
alleen onder dwang datgene doen wat goed voor hen is. Een
uitspraak van Heraclitus is: "Het is niet goed voor de mens om
alles te verwerven wat hij verlangt." Hij verfoeide de hartstochten,
omdat die de mensen van hun ambities afhouden (best Stoisch!).
Zie ook inleiding filosofie. Heraclitus zag ‘vuur’ als het oerelement.
Ook bekend van panta rhei.
140-141
et ipse inter deplorandos erat.
140 deplorandos: welke –nd-vorm ?
1. Waarom kan het geen gerundivum van verplichting zijn? er
staat toch esse?
deplorandos is geen nom, maar acc. mv
2. Welke vorm dan?
gerundivum, zelfstandig gebruikt 
degenen, die beklaagd moeten worden
de beklagenswaardigen
140-141
et ipse inter deplorandos erat.
ook zelf behoorde hij tot de beklagenswaardigen.
Waarom vindt Seneca Heraclitus beklagenswaardig?
Hij laat zich meeslepen door verkeerde emoties: verdriet en
medelijden
141
Democritum contra aiunt numquam sine risu in publico fuisse;
141 aiunt – van dit ww. komen maar weinig vormen voor:
ait – hij zegt / zei
aiunt – zij zeggen / zeiden
Welke constructie staat er bij aiunt?
AcI: Democritum fuisse
141
Democritum contra aiunt numquam sine risu in publico fuisse;
Daarentegen zeggen ze dat Democritus nooit zonder te lachen in
het openbaar is verschenen;
Democritus- zie inl. filosofie; uitvinder van atoomtheorie
141-142
adeo nihil illi videbatur serium eorum quae serio gerebantur.
141 videre = zien
videri = gezien worden >> schijnen!!!!!
142 eorum – onz mv: van die dingen….
141-142
adeo nihil illi videbatur serium eorum quae serio gerebantur.
zozeer scheen niets aan hem (was niets in zijn ogen) serieus van
die dingen die serieus werden verricht.
Wat vindt Seneca dus van Democritus?
Ook niet goed: hij laat zich juist weer meeslepen door het
tegenovergestelde van Heraclitus; teveel vrolijkheid.
Voor een Stoïcijn is juist matigheid het ideaal; ataraxia,
tranquilitas animi.
143
Ubi istic irae locus est? Aut ridenda omnia aut flenda sunt.
143 ridenda…flenda: gerundivum van verplichting
moeten worden
Maar ook goed:
omnia ridenda sunt = om alle (dingen) moet gelachen worden
> alle dingen zijn om te lachen
142-143
Ubi istic irae locus est? Aut ridenda omnia aut flenda sunt.
Waar is daar plaats voor woede? Of alles is om te lachen of om te
huilen.
142 Hoewel Seneca hun houding niet goed vindt, dienen Heraclitus en
Democritus toch als voorbeeld. Waarvan?
zij werden ook niet boos op de mensen die fouten maakten
De sapiens
144
Non irascetur sapiens peccantibus.
144 irascetur –welke tijd?
futurum
peccantibus: ppa, zelfstandig gebruikt
de fouten makenden 
degene, die fouten maken
De sapiens
144
Non irascetur sapiens peccantibus.
De wijze zal niet woedend worden op mensen die fouten maken.
144-146
Quare? Quia scit neminem nasci sapientem sed fieri, scit
paucissimos omni aevo sapientes evadere, quia condicionem
humanae vitae perspectam habet;
144 Welke constructie staat er bij scit?
AcI:
neminem … nasci / fieri
paucissimos evadere
144-146
Quare? Quia scit neminem nasci sapientem sed fieri, scit paucissimos
omni aevo sapientes evadere, quia condicionem humanae vitae
perspectam habet;
Waarom? Omdat hij weet dat niemand wijs wordt geboren maar het [=wijs]
wordt, hij weet dat in elk tijdperk zeer weinigen zich tot wijzen ontwikkelen,
omdat hij de situatie van het menselijk leven heel duidelijk doorziet;
145 nasci – fieri - tegenstelling
fieri, scit: asyndeton
scit – onderwerp is de sapiens
146-147
nemo autem naturae sanus irascitur.
en niemand [die] bij zijn verstand [is] wordt boos op de natuur.
146 naturae- welke bijbetekenis heeft dit voor een Stoicijn?
natura = ratio  de goede manier, waarop alles in de wereld
is geregeld; alles heeft een betekenis
147
Quid enim si mirari velit non in silvestribus dumis poma pendere?
147 velit –welke vomr van welk woord?
coni praes van velle
potentialis  stel dat ….
poma pendere: AcI
147
Quid enim si mirari velit non in silvestribus dumis poma pendere?
Want wat [zou je ervan zeggen] als [iemand] zich erover zou willen
verwonderen dat er in het kreupelhout in het bos geen appels
hangen?
147 Retorische vraag: je zou zeggen: dat is normaal.
148
Quid si miretur spineta sentesque non utili aliqua fruge conpleri?
148 miretur –welke vorm?
coni praes (van mirari) – potentialis
utili –welke vorm?
abl ev van utilis (rijtje fortis!!)
congrueert met …?
(aliqua) fruge
conpleri- welke vorm?
infin praes P
fortis (M/V) forte (O)
fortis
fortis
forti
forti
fortem
forte
forti
forti
fortes
fortia
fortium
fortium
fortibus
fortibus
fortes
fortia
fortibus
fortibus
148
Quid si miretur spineta sentesque non utili aliqua fruge conpleri?
Wat als iemand zich erover zou verwonderen dat de doornbossen
en doornstruiken niet gevuld worden met een of andere nuttige
vrucht?
148-149
Nemo irascitur ubi vitium natura defendit.
Niemand wordt boos wanneer de natuur een gebrek verdedigt.
148 De natuur verdedigt een gebrek - d.w.z.: het is van nature (niet) zo
en dat is dus niet erg
149-150
Placidus itaque sapiens et aequus erroribus, non hostis sed
corrector peccantium, hoc cotidie procedit animo:
Dus kalm en onpartijdig tegenover vergissingen, niet als vijand
van hen die fouten maken maar als een man die hen verbetert,
verschijnt de wijze dagelijks in het openbaar met deze gezindheid:
149 itaque –geeft conclusie aan: als een gebrek van nature zo is, ergert
een wijs man zich er dus niet aan.
Wat wil een wijs man wél doen? Citeer!
mensen helpen hun fouten te verbeteren (corrector peccantium)
150 hoc animo – wijst naar datgene wat volgt
151-152
‘Multi mihi occurrent vino dediti, multi libidinosi, multi ingrati, multi
avari, multi furiis ambitionis agitati.’
151 occurent – welke tijd?
futurum
(vino) dediti – gesubst. Ptc
151-152
‘Multi mihi occurrent vino dediti, multi libidinosi, multi ingrati, multi
avari, multi furiis ambitionis agitati.’
‘Vele aan wijn verslaafden zullen mij tegemoetkomen, vele
wellustelingen, vele ondankbaren, vele gierigen, velen opgejaagd
door de razernij van de eerzucht.’
152-153
Omnia ista tam propitius aspiciet quam aegros suos medicus.
152 omnia ista = lijd vw
aspiciet – wie is het onderwerp?
de wijze
152-153
Omnia ista tam propitius aspiciet quam aegros suos medicus.
Naar dat alles zal hij zo (even) welwillend kijken als een arts naar
zijn zieken.
152-3 Welke vergelijking maakt Seneca hier?
1. Wijze (sapiens)
is als
2. Dokter (medicus)
Wat is het tertium comparationis?
3. propitius aspiciet
153-154
Numquid ille cuius navigium multam undique laxatis conpagibus
aquam trahit nautis ipsique navigio irascitur?
153 cuius – genit. van …?
qui – relativum  ille cuius = diegene, van wie (wiens)
154 laxatis conpagibus: welke constructie?
abl. abs.
154 ipsi – welke naamval?
dat; congr. met navigio
ipse
ipsius
ipsi
ipsum
ipso
ipsi
ipsorum
ipsis
ipsos
ipsis
153-154
Numquid ille cuius navigium multam undique laxatis conpagibus
aquam trahit nautis ipsique navigio irascitur?
Toch niet wordt hij wiens boot veel water maakt (binnenlaat),
omdat de voegen aan alle kanten losgeraakt zijn, boos op de
matrozen en de boot zelf?
154-157
Occurrit potius et aliam excludit undam, aliam egerit, manifesta
foramina praecludit, latentibus et ex occulto sentinam ducentibus
labore continuo resistit, nec ideo intermittit quia quantum
exhaustum est subnascitur.
Eigenlijk geen moeilijke zin: 6 hoofdzinnen na elkaar:
Occurrit potius
et aliam excludit undam,
aliam egerit,
manifesta foramina praecludit,
latentibus et ex occulto sentinam ducentibus labore continuo resistit,
nec ideo intermittit
quia
subnascitur.
quantum exhaustum est
154-157
Occurrit potius et aliam excludit undam, aliam egerit, manifesta
foramina praecludit,
Eerder gaat hij over tot actie en laat het ene [deel van het] water
niet toe, het andere schept hij eruit, duidelijk zichtbare openingen
sluit hij af,
154 potius – liever dan wat?
Liever dan boos worden
155 aliam excludit aquam – wat doet hij dus?
De gaten stoppen
Met welk woord uit het vervolg vormt manifesta een tegenstelling?
latentibus
Welke stijlfiguur zie je in deze zin?
asyndeton: geeft de snelheid aan, waarmee de handelingen
elkaar opvolgen
156-157
latentibus et ex occulto sentinam ducentibus
labore continuo resistit, nec ideo intermittit quia quantum
exhaustum est subnascitur.
de verborgen gaten (en) die het water ongemerkt binnenlaten
bestrijdt hij met onafgebroken inspanning, en hij staakt het
daarom niet omdat er [aan water] bijkomt zoveel als er is
uitgeschept.
156 latentibus … ducentibus: welk zn. Uit het
voorafgaande vul je aan? Citeer.
foraminibus
Welke stijlfiguur vind je in deze zin?
tautologie: latentibus / … ducentibus:
zeggen 2x hetzelfde
Het lekkende schip
Is een metafoor. Het schip staat voor het menselijk leven.
Geef de overeenkomstige elementen:
schip (navigium)

het menselijk leven
kapitein (ille cuius navigium)

de individuele mens
(kiel)water (unda; sentina)

vergissingen / fouten die we maken;
ellende die we ondergaan
onafgebroken inspanning (labore
continuo) / gaten stoppen

voortdurend bezig zijn je fouten te
verbeteren (met inzichten van de
Stoïsche filosofie natuurlijk)
157-158
Lento adiutorio opus est contra mala continua et fecunda, non ut
desinant, sed ne vincant.
Er is aanhoudend hulp nodig tegen niet aflatend en
voortwoekerend kwaad, niet opdat het ophoudt maar opdat het
niet de overhand krijgt.
158 Wat zegt Seneca hier dus over
fouten en dergelijke:
* Je krijgt ze nooit helemaal weg;
mensen zullen fouten blijven
maken.
* Wel proberen zo min mogelijk
fouten te maken.
(En zeker niet boos worden
vanwege fouten natuurlijk!)

similar documents