Slide 1 - Eurowaste

Report
1
Afvalverwerking België: hoe nu verder?
Wilfried Verhaegen
30/06/2011
Overzicht
2




1.Eurowaste

1.1. Wilfried Verhaegen

1.2. Plaats Eurowaste op de markt

1.3. Wat doet Eurowaste
2.Situatie België

2.1. België in Europa

2.2. Beleid
3. Wettelijk kader afvalverwerking VL

3.1. Huidige situatie

3.2. Aanpassingen

3.3. Implicatie nieuw wettelijk kader

3.4. Uitdagingen
4. Afbakening definities
3

5. Afvalverwerking VL: verbranding

5.1. Verbrandingsinstallaties alleen vergund voor verbranding bedrijfsafvalstoffen



5.2. Verbranding huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen




5.1.1.Capaciteit
5.1.2. Huidige situatie
5.2.1. Capaciteit
5.2.2. Huidige situatie
5.2.3. Uitdagingen
6. Afvalverwerking VL: storten

6.1. Stortplaatsen categorie 1 (gevaarlijke afvalstoffen), stortplaatsen categorie 2 (nietgevaarlijk anorganische bedrijfsafvalstoffen)



6.1.1. Capaciteit
6.1.2. Uitdagingen
6.2. Stortplaatsen categorie 2 (huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen)



6.2.1. Capaciteit
6.2.2. Huidige situatie
6.2.3. Uitdagingen
4


7. Over de grens

7.1. Huidige situatie

7.2. Uitdagingen
8. Samenvattend
1.Eurowaste
1.1. Wilfried Verhaegen
5

Chemisch ingenieur met 30 jaar ervaring in de afvalsector

Medeoprichter Biffa Belgium (nu Veolia Belgium)

In 1996 oprichting Eurowaste
1.2. Plaats Eurowaste op de markt
6
The link to recycling
1.3. Wat doet Eurowaste
7
The link to recycling
2.Situatie België
2.1. België in Europa
8
Huishoudelijk afval in kg per capita voor 2009 (eurostat)
900
800
700
600
500
400
300
200
100
0
9
Storten in kg per capita voor 2009 (eurostat)
10
Recylcage in kg per capita voor 2009 (eurostat)
2.2.Beleid
11
3. Wettelijk kader afvalverwerking VL
3.1. Huidige situatie
12


Decreet: Afvalstoffendecreet (2 juli 1981 e.v. betreffende de voorkoming
en beheer van afvalstoffen)
Uitvoeringsbesluit: VLAREA (1 juni 1998 e.v. Vlaams reglement
betreffende afvalvoorkoming en –beheer)
13

Implementatie beleid ondersteund door uitvoeringsplannen:
Deze sectorale uitvoeringsplannen hebben betrekking op concrete projecten, op acties in verband
met preventie, recuperatie en verwijdering van afvalstoffen of op specifieke categorieën van
afvalstoffen (afvalstoffendecreet, artikel 35, §2)
Geldende uitvoeringsplannen:
 Uitvoeringsplan Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen
 Uitvoeringsplan biologisch afval
 Uitvoeringsplan Milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw
 Uitvoeringsplan selectieve inzameling bedrijfsafval van kleine ondernemingen
 Uitvoeringsplan slib
 Uitvoeringsplan hoogcalorische afvalstoffen
 Uitvoeringsplan houtafval
3.2. Aanpassingen
14

Decreet: Afvalstoffendecreet (decreet van 2 juli 1981 e.v. betreffende de
voorkoming en beheer van afvalstoffen)
Materialendecreet (“decreet betreffende het duurzaam beheer van
materiaalkringlopen en afvalstoffen”)

Uitvoeringsbesluit: VLAREA (1 juni 1998 e.v. Vlaams reglement betreffende
afvalvoorkoming en –beheer).
VLAMAB (vlaams materialenbesluit)

Implementatie beleid ondersteund door uitvoeringsplannen
Mogelijk vernieuwing of aanpassing van de geldende uitvoeringsplannen
indien discrepanties met het nieuwe materialendecreet.
15

Actuele Status:

Materialendecreet



Reeds 3x goedgekeurd door de Vlaamse regering (moet 3x goedgekeurd worden).
Nadien doorsturen naar parlement voor definitieve goedkeuring.
Schatting (OVAM): Definitieve goedkeuring september 2011.
Zal pas in werking gaan indien VLAMAB definitief is goedgekeurd.
VLAMAB


In loop van juli wordt dit voorgelegd aan Vlaamse regering voor 1e goedkeuring.
Schatting (OVAM): september 2e goedkeuring, oktober 3e goedkeuring. Publicatie en
inwerkingtreding van het pakket “decreet + uitvoeringsbesluit” in november/december.
3.3. Implicatie nieuw wettelijk kader
16

OVAM combineert het omzetten van de kaderrichtlijn, met een ambitieus
nieuw decreet en nieuw uitvoeringsbesluit.
= geen herziening, maar vervanging!

Verruiming van afvalbeleid naar materialenbeleid. Introductie
“materiaal”, “LC-denken”, “materiaalkringloop”, ...
Materiaal: “elke stof die wordt of is ontgonnen, gewonnen, geteeld, verwerkt, geproduceerd,
verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw verwerkt of elk voorwerp dat wordt
geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw gebruikt, inclusief daaruit
ontstane afvalstoffen (ontwerp materialendecreet, artikel 3, 21°) ”
17

Er wordt een vijftredige materialenladder ingevoerd als uitbreiding van de
gekende ladder van Lansink:
preventie
nuttige toepassing
verwijdering

1.
2.
3.
4.
5.
Preventie afvalstoffen en efficiënter gebruik materialen
Voorbereiden afvalstoffen voor hergebruik
Inzet materialen in gesloten materiaalkringlopen
Andere nuttige toepassing en aanwending als energiebron
Verwijdering
Vlaamse einde afval criteria
3.4. Uitdagingen
18

Amibitie om voortrekkersrol op te nemen op vak van duurzaam
materialenbeleid, met het “cradle-to-cradle” principe.


Nieuwe verwerkingshiërarchie omzetten in praktijk:

Het sluiten van de kring! Zorg voor voldoende afzetmogelijkheden voor recyclaten.

Sortering vroeg in de keten laten plaatsvinden

Duidelijk afbakening van de (einde)afvalfase.

Nieuwe “carrots and sticks” door middel van oa. heffingen
Doelstellingen waarmaken in een veranderde Europese context (opening
grenzen)
4. Afbakening definities
19


Bedrijfsafvalstoffen (BA): Alle afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een
industriële, ambachtelijke of wetenschappelijke activiteit en de afvalstoffen die
daarmee gelijkgesteld worden bij besluit van de Vlaamse regering
(afvalstoffendecreet artikel 3, §2, 2°)
Aansluitend op de bepalingen van het afvalstoffendecreet worden de volgende
afvalstoffen aan bedrijfsafvalstoffen gelijkgesteld: alle afvalstoffen die geen
huishoudelijke afvalstoffen zijn (VLAREA, artikel 2.2.1).
Huishoudelijke afvalstoffen (HA): alle afvalstoffen die ontstaan door de
normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee
gelijkgesteld worden bij besluit van de Vlaamse regering (afvalstoffendecreet
artikel 3, §2, 1°)
Aansluitend op de bepalingen van het afvalstoffendecreet wordt het straat- en
veegvuil aan huishoudelijke afvalstoffen gelijkgesteld (VLAREA, artikel 2.1.1).
20


Met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen
(HVBA): Bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling en
hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen en die ontstaan ten gevolge van
activiteiten die van dezelfde aard zijn als activieiten van de normale werking
van een particuliere huishouding (VLAREA, artikel 1.1.1, §2, 82°)
Stedelijk afval (SA): (Huishoudelijk afval en soortgelijk bedrijfsafval,
industrieel afval en afval van instellingen), inclusief gescheiden ingezamelde
fracties (VLAREA, omzetting afvalstoffenlijst, bijlage 1.2.1.B)
21

Gemengd stedelijk afval (GSA): huishoudelijk afval, alsmede bedrijfs-,
industrieel- en institutioneel afval dat qua aard en samenstelling te vergelijken
is met huishoudelijk afval, behoudens de in bijlage van beschikking
2000/532/EG onder 20 01 genoemde fracties die afzonderlijk aan de bron
worden ingezameld, en de onder 20 02 van die bijlage genoemde
afvalstoffen (richtlijn betreffende de verbranding van afval, RL 200/76/EG,
artikel 3-3).
“Het decreet laat wat ruimte terzake. Dat kan heel strikt of heel ruim bekeken worden. Wij
zien dat heel ruim. Zo laten we bijvoorbeeld BA dat gelijkaardig is aan HA, ook onder de
noemer van GSA vallen.” (Minister Joke Schauvliege, Vlaams minister van leefmilieu, natuur
en cultuur in commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke ordening en onroerend
Erfgoed. Vergadering van 24/05/2011).
22

Merk op:

Gelijkgesteld niet hetzelfde als vergelijkbaar!

Vergelijkbaar BA in GSA ruimer als in HVBA (vergelijkbaar qua aard,
samenstelling en hoeveelheid ↔ vergelijkbaar qua aard en samenstelling)
23

“R1: Hieronder vallen ook verbrandingsinstallaties die specifiek bestemd zijn
om vast stedelijk afval te verwerken, op voorwaarde dat hun energie-efficiëntie
ten minste:
1.
2.
0,60 bedraagt bij installaties die voor 1 januari 2009 in bedrijf zijn en
over een vergunning beschikken overeenkomstig het
milieuvergunningendecreet;
0,65 bedraagt bij installaties waarvoor na 31 december 2008 een
vergunning wordt afgegeven, zoals berekend met de volgende forumule:
energie-efficiëntie = (Ep – (Ef +Ei)) / (0,97 x (Ew + Ef))” (VLAREA,
artikel 1.4.1)
24

R1: Overige afvalstromen jurisprudentie Europese hof van Justitie:
1. Is de eerste verwerkingsstap (na
overbrenging) een verbranding?
Ander
geval
2. Is de installatie waar de afvalstoffen
worden verwerkt specifiek gebouwd voor de
verbranding (mineralisatie) van afvalstoffen?
D10
3.Wordt bij de verbranding meer energie
opgewekt of teruggewonnen dan er bij het
verbrandingsproces wordt gebruikt?
D10
4. Wordt het deel van de energie die vrijkomt
daadwerkelijk gebruikt (in de vorm van
warmte of in de vorm van elektriciteit)
D10
5. Wordt het merendeel van de afvalstoffen
verbrand (> 50%) en wordt het merendeel
van de vrijgekomen energie teruggewonnen
(>50%)
R1
D10
“Conform deze uitspraak heeft de OVAM als algemene
beleidslijn aangenomen dat er in het algemeen sprake is van
een gebruik van afvalstoffen als brandstof in volgende
situaties:
1° Stookinstallaties waarin hoogcalorische afvalstoffen als
brandstof worden gebruikt, al dan niet in combinatie met
primaire brandstoffen (bv. Stookinstallatie in scheikundige
nijverheid, elektriciteitscentrale, ...);
2°
Meeverbrandingsinrichtingen
voor
afvalstoffen
(cementindustrie,
keramische
nijverheid)”
(sectoraal
uitvoeringsplan hoogcalorisch afval, artikel 2.4.4)
5. Afvalverwerking VL: verbranding
25
5.1. Verbrandingsinstallaties alleen vergund voor verbranding
bedrijfsafvalstoffen
5.1.1.Capaciteit

Gegevens van OVAM voor het jaar 2009
Naam
Type
Capaciteit (ton/jaar)
Afvalstof
Indaver
2 draaitrommelovens*1
gezamelijke capaciteit van 110 000
gevaarlijke afvalstoffen
Sleco
wervelbedverbranding
466 000
1/3 slib; 2/3 hoogcalorisch afval
Indaver Medical Services
draaitrommeloven
20 250
risicohoudend medisch afval
Solvin
thermische oxidatie
24 000
chloorhoudende koolwaterstoffen
OCR (ex MISA ECO)
thermische krakingsinstallatie
180 000
zwavelzuur
Aquafin
wervelbedoven
25 000
slib
Electrabel Ruien
steenkoolcentrale (meeverbranding)
340 000
biomassa
Electrabel Rodenhuize
steenkoolcentrale (meeverbranding)
in 2009, 415 374 meeverbrand
biomassa
E.ON Benelux
steenkoolcentrale (meeverbranding)
296 000
RWZI-slib, biomasse, houtstof
Electrawinds biomassa
verbanden met energierecup
34 700
Plantaardige oliën en vetten
Rousselot
verbanden met energierecup
in 2009, 10 310
diierlijk afval
Rendac
stoomketel
in 2009, 7346
dierlijk afval
Fraxicor
verbanden met energierecup
51 270
dierlijk afval
Stora Enso
wervelbed
150 000
hoogcalorisch afval en houtafval
Stora Enso
wervelbed
328 500
biomassa
Spano
Combibrander
in 2009, 30 236
houtstof
Norbord
verbanden zonder energierecup
in 2009, 49 856
houtstof
Unilin
verbranden met warmterecup
in 2009, 10 158
houtstof
Oudegem papier
verbanden met energierecup
in 2009, 12 635
papierafval
Electrawinds biostoom
roosteroven
180 000
hoogcalorisch niet gevaarlijk afval
5.1.2. Huidige situatie
26


Geen gebeurtenissen te verwachten die huidige marktsituatie grondig
zouden veranderen
Doel huidig beleid voor gevaarlijk afval: voorrang geven aan binnenlandse
markt. De vraag om de kerk in het midden te houden qua prijszetting.
Echter, tot 300% verschil in prijs met buurlanden.
5.2. Verbranding huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare
bedrijfsafvalstoffen
5.2.1. Capaciteit
27

Gegevens van OVAM voor het jaar 2009

8 intercommunaal uitgebate installaties en 2 privaatrechtelijk (nv Dalkia, nv
Indaver Beveren) (AVI’s)
Naam
Capaciteit bij 10
GJ/ton
IVAGO
94 000
104 010
111%
IMOG
75 000
54 119
INDAVER
383 000
ISVAG
Aanvoer (ton/jaar) % benutte capaciteit Dagen in werking
Status
Vergunningstermijn
340
R1
8/01/2024
72%
314
R1
25/08/2013
391 918
102%
346
R1
12/11/2012
149 000
142 175
95%
343
R1
1/09/2011
IVBO
195 000
169120
87%
332
D10
19/05/2013
IVM
90 000
101 980
113%
338
R1
12/04/2016
IVOO
73 000
58 952
81%
340
R1
7/10/2013
MIROM
57 000
61 106
107%
347
R1
20/01/2020
DALKIA
30 000
32 842
109%
331
D10
24/05/2014
BIONERGA
78 000
98 022
126%
331
R1
1/09/2011
TOTAAL
1 224 000
1 214 243
99%
*Indien benutte capaciteit >100%: meer uren operationeel dan in capaciteitsberekening aangenomen en/of gewerkt met lagere stookwaarde
28
DALKIA
IVOO
IVBO
INDAVER
IVM
IVAGO
MIROM
IMOG
ISVAG
BIONERGA
29

Verdeling aanvoer naar de huisvuilverbrandingsinstallaties volgens afvalsoort in
ton (2009, OVAM)
Huisvuil, grofvuil en gemeentevuil
(69,36%)
Vast niet-risicohoudend medisch
afval (0,99%)
Recyclageresidu's (0,44%)
RWZI-slib en ander slib (1,01%)
Andere bedrijfsafvalstoffen
(28,21%)

Vergelijking Brussel, Wallonië (gegevens Febem)
Gewest
Wallonië
Wallonië
Naam
Intradel
ICDI
Capaciteit
320 000
110 000
Wallonië
IBW
116 000
Wallonië
Ipalle
300 000
TOTAAL
Gewest
Brussel
TOTAAL
Naam
Siomab
846 000
Capaciteit
500 000
500 000
30

Grootte capaciteit vervat in “uitvoeringsplan milieuverantwoord beheer van
huishoudelijke afvalstoffen (2008)” (UHA)

Schetst lijnen en beleidscontext voor 2008-2015 m.b.t.:

Eindverwerking van HA en HVBA

Preventie en selectieve inzameling

“HVBA” verder gespecifieerd in het uitvoeringsplan:
“alle BA met een stookwaarde lager dan 13 GJ/ton en alle BA die terrecht komen in de
beschikbare eindverwerkingscapaciteit voor niet gevaarlijk afval in Vlaanderen of dergelijk
BA dat buiten VL wordt verwerkt. In vroegere uitvoeringsbesluiten werden deze geduid met
de naam categorie -2 BA.”
Indien stookwaarde groter is dan 13 GJ/TON is het sectoraal uitvoeringsplan
hoogcalorische afvalstoffen (HCA) (2004) van kracht. Onderscheid belangrijk want
grenzen open voor nuttige toepassing hoog calorisch afval.
31

UHA voorziet in de planperiode (2008-2015) een bijkomende
verwerkingscapaciteit van 272 000 tot 434 000 ton (afh. van de calorische
waarde van het afval en de technische beschikbaarheid).

Gebaseerd op cijfers van 2005 met als capaciteit de 10 AVI’s + de
afvalscheidingsinstallatie IOK-IVAREM te Geel met 150 000 ton capaciteit.

Maar capaciteitsuitbreiding moet getoetst worden aan de huidige capaciteit.
5.2.2. Huidige situatie
32

Situatie sinds publicatie UHA veranderd:

Aanbod gedaald door economische crisis

Bouw van nieuwe verwerkingsinstallaties die niet bestemd zijn voor stromen
vervat in het plan, maar in praktijk wel dergelijke stromen verwerken
(Electrawinds, Stora Enso, Sleco).

Men gaat nu uit van voldoende capaciteit voor het huidge aanbod. Capaciteit
programmeren op aanbod altijd ankerpunt geweest van OVAM. In het verleden
werd gewerkt met ondercapaciteit om preventie en recyclage te stimuleren.
33

Echter situatie verandert verder:

Implementatie nieuw afvalstoffendecreet en VLAMAB.


Mogelijk verschuivingen door nieuw beleid met betrekking tot heffingen
3 nieuwe vergunningen lopen in beroep



Indaver (Beveren): +220 000 ton
Bionerga (Houthalen): +190 000 ton
Recover Energy (Kampenhout): 150 000 ton

2 vergunningen van de huidge AVI’s lopen dit jaar af, binnen 6 jaar loopt de
vergunning van 8 v/d 10 installaties af

Implementatie kaderrichtlijn: opening grenzen voor bedrijfsafval
34
Nieuwe situatie + marge tot aanpassing: wat met
verwerkingscapaciteit?

Discussie:

pro capaciteitsplanning
Meer met minder: herschikking naar minder ovens met
een grotere performantie en energie-efficiëntie (gemm.
netto elektrisch rendement Nederland (=30) > gemm.
netto elektrisch rendement België (=20)).
Kaart van het verleden: beperkte capaciteit om
materialenbeleid te stimuleren
tegen capaciteitsplanning
Grenzen open: geen zin om over
capaciteitsplanning te spreken. Kijk naar
performantie, niet naar capaciteit
5.2.3. Uitdagingen
35

Performantieverhoging actief ondersteunen?

Actualiseren UHA op basis van nieuwe situatie en VLAMAB

Capaciteitsstrategie uitwerken

Besluit erg belangrijk want anders dan in NL zijn vergunningen niet open te
breken. Huidige besluit legt het speelveld voor een lange tijd vast.

Prospectie: OVAM zal zoals in het verleden de capaciteit trachten af te
stemmen op het Vlaams aanbod. Mogelijk ruimte voor capaciteitsuitbreiding van
bestaande vergunningen, maar geen nieuwe capaciteit.
6. Afvalverwerking VL: Storten
36
6.1. Stortplaatsen categorie 1 (gevaarlijke afvalstoffen), stortplaatsen
categorie 2 (niet-gevaarlijk anorganische bedrijfsafvalstoffen)
6.1.1. Capaciteit

Gegevens van OVAM voor het jaar 2009
Naam
Restcapaciteit (m³) categorie 1-stortplaats
Restcapaciteit (m³) categorie 2-stortplaats
Indaver-Beveren
91 000
278 000
Indaver-Antwerpen
1 279 935
/
Inafzo nv
/
75 000
OVMB nv
2 157 758
1 438 505
Remo nv
150 042
853 881
TOTAAL
3 678 735
2 645 386
6.1.2. Uitdagingen
37

De grootste fractie (250 000 ton) is het residu van shredder
(hoogcalorische fractie)

Doel om via verhoogde heffing in 2015 geen shredder afval meer te storten

Impact op verbrandingscapaciteit (Sleco kan dit verwerken, maar verwerkt momenteel
BA type 2 dat dan moet doorgestuurd worden naar roosterovens).

Knelpunt: verontreiniging aanwezig bij shredderafval
6.2. Stortplaatsen categorie 2 (huishoudelijke en vergelijkbare
bedrijfsafvalstoffen)
6.2.1. Capaciteit
38

Gegevens van OVAM voor het jaar 2009


3 intercommunaal en 1 privaatrechtelijk (Depovan)
Naam
Restcapaciteit (ton) categorie 2-stortplaats
Depovan
1 529 893
IMOG
245 613
ILVA
607 022
Intercommunale hooge maey
3 428 447
TOTAAL
5810975
Aanvoer vanaf 2000 in ton
1400000
1200000
1162886
1000000
840680 879209
800000
761011
834615
782816
572070
600000
451260
400000
289603
200000
0
2001
2002
2003
200
2005
2006
2007
2008
2009
6.2.2. Huidige situatie
39

Sterk dalende aanvoer

Beleid inzake preventie en selectieve inzameling

Stortverbod:


“Het is verboden om de volgende afvalstoffen te storten:
1.
1. Ongesorteerde HA en BA
2.
2. Afvalstoffen die met oog op nuttige toepassing afzonderlijk werder ingezameld
3.
3. Afvalstoffen die in aanmerking komen voor nuttige toepassing onder meer door hun aard,
hoeveelheid en homogeniteit
4.
4. De brandbare restfractie van het sorteren van HA of HVBA
5.
5. Oude en vervallen geneesmiddelen.” (VLAREA, artikel 5.4.1)
Vlarea laat afwijkingen toe op stortverbod bij gebrek aan
verbrandingscapaciteit, maar:

Geen afwijkingen meer verleend op storten brandbare HA

Afwijkingen op storten brandbare BA sterk gedaald
In lijn met UHA: in 2015 verbod op storten brandbaar afval
40


Stortplaatsen zo in financiële moeilijkheden (letterlijk en figuurlijk een put open),
maar nood aan stortplaatsen:

Opvang calamiteiten

Capaciteit voor ultieme afvalstoffen

Volledige zelfvoorziening want strikt verbod op uitvoer voor storten
Prospectie:

Nu -2015: huidige stortplaatsen  “zand er over”

2015 - ...: Degelijke stortplaatsen voor opvang calamiteiten en ultieme afvalstoffen
met overheidsondersteuning
6.2.3. Uitdagingen
41


Implementatie UHA: in 2015 geen brandbaar afval meer storten
Degelijke en financieel leefbare stortplaatsen voor opvang calamiteiten en
ultieme afvalstoffen

Toekennen vergunningen belangrijk want zijn niet open te breken (↔ NL)
7. Over de grens
7.1. Huidige situatie
42


Implementatie kaderrichtlijn: grenzen open voor bedrijfsafval indien nuttige
toepassing.
Vrees: D, NL reeds R1 statuut toegekend, maar kampen met overcapaciteit

Geen gelijke concurrentie strijd, concurreren met dumpingprijzen (hoge prijs in
eigen land en restcapaciteit aan dumpingprijzen aanbieden in België)


Concurrentieel blijven door hogere performantie? Zie discussie capaciteitsuitbreiding.
Materiaalbeleid onder druk?
43

OVAM:

Stelt toekenning van R1 statuut door andere overheden niet in vraag

Zelf R1/D10 statuut toegekend aan de 10 AVI’s (zie tabel).

Zelfvoorzieningsprincipe maximaal toepassen

“Overbrengingen van GSA(codenummer 20 03 01) ingezameld van particuliere huishoudens, ook
indien de inzameling dergelijk afval van andere producenten omvat, naar inrichtingen voor nuttige
toepassing of verwijdering vallen volgens deze verordening onder dezelfde bepalingen als
overbrengingen van voor verwijdering bestemd afval.” (EVOA, artikel 3 punt 5)

“In de uitvoeringsplannen worden de maatregelen opgenomen, voor het tot stand brengen van een
adequaat geïntegreerd netwerk van installaties voor de verwijdering van afval en van installaties voor
de nuttige toepassing van GSA, ingezameld van particuliere huishoudens, ook als de inzameling
dergelijk afval van andere producenten omvat, rekening houdend met de best beschikbare technieken.
Die maatregelen worden genomen met het oog op zelfvoorziening voor de verwijdering van afval en
voor de nuttige toepassing van bovengenoemde afvalstromen en moeten het mogelijk maken om de
respectievelijke afvalstromen te verwijderen of nuttig toe te passen in één van de meest nabijgelegen
installaties die daarvoor geschikt is met behulp van de meest geschikte methoden en technologieën om
een hoog niveau van bescherming van milieu en volksgezondheid te waarborgen. Voor zover dat
noodzakelijk of raadzaam is, wordt bij het vaststellen van die maatregelen samengewerkt met
omliggende landen of regio’s. “ (ontwerp materialendecreet artikel 18, §2)
44

Nieuwe verwerkingshiërarchie toepassen.


Enkel export indien je kan bewijzen dat er geen fractie GSA inzit. Grenzen
gesloten voor:





Kan het afval ook gerecycleerd worden?
(gemengd) HA
(gemengd) HVBA
Residu’s uit sortering van deze stromen
Volledig apart ingezamelde gemengde BA die onvoldoende werden gesorteerd aan
de bron
OVAM vanaf december 2010 op bedrijfsbezoek om te controleren hoe
gesorteerd wordt.

Bedrijven actief in bouw- en sloopafval kunnen zo rekenen op export aangezien geen
fractie GSA.
45


OWD:

Officiële toekenning van R1 statuut voor vier Waalse verbrandingsinstallaties
pas in maart 2012 verwacht.

Zal export tegenhouden indien het zelf over voldoende en equivalente
verwerkingscapaciteit beschikt.
BIM

Wacht Europese guideline voor de berekening energetische efficiëntie af
alvorens aan de Brusselse installatie het R1 statuut toe te kennen.

Voorlopig stedelijk afval beperkt tot huishoudelijk afval (geen gelijkstelling)
7.2. Uitdagingen
46

OVAM een consistente visie uitwerken voor welk afval het
zelfvoorzieningsprincipe wordt uitgeroepen

Nieuwe verwerkingshiërarchie toepassen

Concurrentiepositie
8. Samenvattend
47




Nieuw materialenbeleid is erg ambitieus. Uitdaging om dit waar te maken
in nieuwe Europese context
Capaciteitsstrategie uitwerken voor verbranding HA en HVBA
Stortverbod van 2015 combineren met financieel leefbare stortplaatsen
voor opvang ultieme afvalstoffen en calamiteiten
Consistente visie uitwerken voor welk afval de grens gesloten blijft
48
BEDANKT VOOR UW AANDACHT

similar documents