seneca de ira 1

Report
2. De Ira, 1.18
(deel 1, blz. 32-33)
Woede volgens Seneca
Is een emotie. Stoïcijnen proberen de emoties zoveel mogelijk
te onderdrukken. Zo bereiken ze de ataraxia (tranquilitas animi),
waarin de ratio het best functioneert.
Seneca onderscheidt 3 fases bij woede:
1. De eerste reactie, als je onrechtvaardig behandeld wordt (meent te
worden). Is spontane reactie, net als bv kippenvel.
2. De ratio ‘onderzoekt’ het incident en bekijkt of er echt sprake is van
een onrechtvaardige behandeling. Als dat zo is, is er pas echte,
bewuste woede.
3. Fase van wraak. Als de ratio onrecht vindt, gaat hij op zoek naar
tegenmaatregelen. Maar bij wraak gaan vaak de
remmen los en heeft de ratio geen invloed meer. Je
pleegt dan vaak zelf onrecht.
Straffen bv moet dan ook altijd vanuit de ratio gaan
(de wet!) en niet vanuit woede.
1 Woede is redeloos
Ratio versus woede
1-2
Ratio utrique parti tempus dat, deinde advocationem et sibi petit,
ut excutiendae veritati spatium habeat: ira festinat.
2 excutiendae: welke vorm en welk gebruik?
Gerundivum (congrueert met veritati – dat ev V)
Vervangt het hele werkwoord in andere functies dan ond. en lijd vw.
Hier:
excutiendae veritati spatium :
* de gelegenheid voor (dativ.!) het nauwkeurig uitzoeken
van de waarheid
of:
* de gelegenheid om de waarheid nauwkeurig uit te
zoeken
1-2
Ratio utrique parti tempus dat, deinde advocationem et sibi petit,
ut excutiendae veritati spatium habeat: ira festinat.
De rede geeft beide partijen de tijd, daarna vraagt zij ook voor
zichzelf schorsing van het proces, opdat zij de gelegenheid heeft
voor het nauwkeurig uitzoeken van de waarheid: de woede heeft
haast.
1 utrique parti - wie worden bedoeld?
aanklager en aangeklaagde
Welke beeldspraak / voorbeeld wordt hier dus gebruikt?
Die van een rechtszaak: de ratio is als een rechter die even de tijd nodig
heeft om te oordelen, wat de juiste manier is om te reageren (te
oordelen).
2 Wat voor asyndeton staat er tussen habeat en festinat?
adversatief asyndeton
(de ratio neemt de tijd, maar de woede heeft haast)
2-3
Ratio id iudicare vult quod aequum est: ira id aequum videri vult
quod iudicavit.
3 id aequum videri: AcI
2-3
Ratio id iudicare vult quod aequum est: ira id aequum videri vult
quod iudicavit.
De rede wil dát oordeel geven dat rechtvaardig is: de woede wil
dat dat rechtvaardig schijnt wat zij als oordeel heeft gegeven.
2-3 id iudicare…quod aequum est …id aequum videri…quod iudicavit
Welke stijlfiguur?
chiasme
ook een tegenstelling tussen est en videri
3-5
Ratio nil praeter ipsum de quo agitur spectat: ira vanis et extra
causam obversantibus commovetur.
4 vanis et … obversantibus - onz mv,
- zelfst gebruikt
vanus = onbenullig
extra causam obversari = niets met de zaak te maken hebben
Hoe vertaal je dus: vanis et … obversantibus ?
door onbenullige dingen en dingen
die niets met de zaak te maken hebben
3-5
Ratio nil praeter ipsum de quo agitur spectat: ira vanis et extra
causam obversantibus commovetur.
De rede kijkt naar niets behalve naar de zaak zelf, waar het over
gaat: de rede wordt geprikkeld door onbenullige details en dingen
die niets met de zaak te maken hebben.
let op de fout in de werkvertaling!
‘de rede’ (tweede keer) moet zijn ‘de woede’
Ook weer een adversatief asyndeton (3e keer: trikolon van
tegenstellingen).
5-6
Vultus illam securior, vox clarior, sermo liberior, cultus delicatior,
advocatio ambitiosior, favor popularis exasperant;
Comparativus (-ior-): de compar. heeft 4 mogelijke vertaalwijzen.
Wat zijn die 4 mogelijkheden?
Bv. maior =
1. groter
2. het grootst (van twee)
3. nogal/tamelijk groot
4. te groot
5-6
Vultus illam securior, vox clarior, sermo liberior, cultus delicatior,
advocatio ambitiosior, favor popularis exasperant;
Een te (nogal) zelfverzekerde gelaatsuitdrukking, een te luide stem,
een te vrijmoedige manier van spreken, een al te elegante verzorging (van het uiterlijk), een al te eerzuchtig optreden van de raadsman, de populariteit bij de massa hitsen haar op;
5 illam: wat/wie wordt bedoeld? Citeer (LA)!
ira
We hebben hier een asyndetische opsomming (asyndeton)
zonder voegwoord
(met voegwoorden: polysyndeton)
6-7
saepe infesta patrono reum damnat;
6 infesta: hoort bij / congrueert met ?
het onderwerp van damnat = ira
7 reum = acc. van reus = aangeklaagde
heeft dus niets met res te maken!
6-7
saepe infesta patrono reum damnat;
dikwijls veroordeelt zij een aangeklaagde [omdat zij] de verdediger
vijandig gezind [is];
-
7-8
etiam si ingeritur oculis veritas, amat et tuetur errorem;
7 amat/tuetur: wie/wat is het onderwerp?
ira
7-8
etiam si ingeritur oculis veritas, amat et tuetur errorem;
zelfs als [haar] de waarheid onder ogen wordt gehouden, koestert
zij haar dwaling en neemt [deze] in bescherming;
[haar]: nl. de woede
[deze]: nl. haar dwaling
Zeg dit eens in gewone woorden …
Zelfs als een boos iemand weet, dat
hij ongelijk heeft, blijft hij bij
zijn foute standpunt.
8-9
coargui non vult, et in male coeptis honestior illi pertinacia videtur
quam paenitentia.
8 coargui – welke vorm is dit?
infin praes P
honestior – welke vorm?
comparativus
illi: wie/wat wordt bedoeld?
ira
illi = dat ev: voor haar / in haar ogen
8-9
coargui non vult, et in male coeptis honestior illi pertinacia videtur
quam paenitentia.
zij wil niet van haar ongelijk overtuigd worden, en bij zaken die
verkeerd zijn aangepakt is in haar ogen koppigheid eervoller dan
spijt.
Ira
is haastig
vindt het belangrijker dat het rechtvaardig schijnt, dan dat het ook echt is
wordt geprikkeld door niet ter zake doende details
wordt door uiterlijkheden opgehitst
beoordeelt op basis van gevoelens
wil waarheid niet zien
wil altijd gelijk hebben
is koppig
Een voorbeeld
10-11
Cn. Piso fuit memoria nostra vir a multis vitiis integer, sed pravus et cui
placebat pro constantia rigor.
10 Cn. Piso fuit vir
integer
posit.
pravus
neg.
cui placebat..rigor neg.
11 constantia = abl (bij voorzetsel pro)
rigor = nom
Een voorbeeld
10-11
Cn. Piso fuit memoria nostra vir a multis vitiis integer, sed pravus et cui
placebat pro constantia rigor.
Gnaeus Piso was in onze herinnering een man vrij van vele fouten maar
met een verkeerd karakter en [iemand] aan wie starheid beviel boven
vastberadenheid.
Gnaueus Calpurnius Piso (ca. 44 v. Chr – 20 n. Chr.) – Rom. staatsman,
die bekend stond om zijn woede, trots en arrogantie.
12-13
Is cum iratus duci iussisset eum qui ex commeatu sine
commilitone redierat, quasi interfecisset quem non exhibebat,
roganti tempus aliquid ad conquirendum non dedit.
is…dedit
cum..iussisset
qui..redierat
quasi..interfecisset
quem…exhibebat
11 is: wie wordt bedoeld?
Gnaeus Piso
duci..eum = AcI (duci = infin praes P !!)
13 aliquid – is hier bijvoeglijk bij tempus  enige (tijd), wat (tijd)
13 conquirendum – welke vorm?
gerundium (ad + gerund. = om te…)
12-13
Is cum iratus duci iussisset eum qui ex commeatu sine commilitone redierat, quasi
interfecisset quem non exhibebat, roganti tempus aliquid ad conquirendum non
dedit.
Toen hij [eens] boos het bevel had gegeven dat hij (de man) terecht werd gesteld,
die zonder zijn kameraad van verlof was teruggekomen, alsof hij [zijn kameraad],
die hij niet liet zien (kon laten zien), had gedood, gaf hij [hem] toen deze wat tijd
vroeg om [zijn makker] op te sporen [daartoe] niet [de tijd].
12-13 quasi interfecisset quem non exhibebat: wat bedoelt Seneca
hiermee?
De soldaat krijgt een hele strenge straf, die normaal alleen wordt
gegeven aan soldaten die hun makker hebben gedood.
13 roganti: wie is dit? Citeer (LA)!
qui ex commeatu sine commilitione redierat
(de man die zonder kameraad terug was
gekomen)
13 tempus - lijd vw. bij zowel dedit als roganti
13-15
Damnatus extra vallum productus est et iam cervicem porrigebat,
cum subito apparuit ille commilito qui occisus videbatur.
13 damnatus:. ppp Kan gesubstantiveerd zijn gebruikt: de veroordeelde
Of als dubbelverbonden bepaling (praedicatief) gebruikt (nadat hij…)
15 occisus ppp van occidere = doodslaan, ombrengen
13-15
Damnatus extra vallum productus est et iam cervicem porrigebat,
cum subito apparuit ille commilito qui occisus videbatur.
Veroordeeld (Na zijn veroordeling) is hij buiten de wal gebracht en
hij strekte zijn nek al uit, toen plotseling die kameraad verscheen,
die gedood scheen te zijn (die hij zogenaamd had gedood).
14 vallum: welke wal wordt bedoeld?
van het legerkamp
iam cervicem porrigebat – waarom?
zodat zijn hoofd afgehakt kon worden
door een bijl / zwaard
15-17
Tunc centurio supplicio praepositus condere gladium
speculatorem iubet, damnatum ad Pisonem reducit redditurus
Pisoni innocentiam;
17 redditurus: welke vorm?
part. futurum  geeft een toekomst / plan / doel / lotsbestemming
aan mogelijke vertalingen:
zullende teruggeven /
om terug te geven /
van plan om terug te geven
gedoemd om terug te geven
15-17
Tunc centurio supplicio praepositus condere gladium speculatorem iubet,
damnatum ad Pisonem reducit redditurus Pisoni innocentiam;
Toen gaf de centurio die aan het hoofd van de executie was gesteld de
beul het bevel zijn zwaard op te bergen, hij bracht de veroordeelde terug
naar Piso met de bedoeling Piso zijn onschuld terug te geven;
17 iubet,…reducit: asyndeton
Welke conclusie trek je aan de hand van de werkvertaling over deze
vormen?
praesens historicum
17 redditurus Pisoni innocentiam: wat bedoelt Seneca hiermee?
Als Piso een onschuldige ter dood had gebracht, had hij een
misdaad gepleegd en was hij dus zelf schuldig. Zo geeft de
centurio Piso dus zijn onschuld terug (tenminste … dat is de
bedoeling)
17
nam militi fortuna reddiderat.
want het lot had [dit] aan de soldaat teruggegeven.
17 reddiderat: wat is het lijdend voorwerp? Citeer.
innocentiam
militi = de soldaat die veroordeeld was
 ook hij had zijn onschuld terug; de andere soldaat is
teruggekomen, dus er is bewezen, dat de eerstgenoemde
soldaat niemand heeft gedood.
17-19
Ingenti concursu deducuntur complexi alter alterum cum magno
gaudio castrorum commilitones.
17 ingenti – welke naamval?
abl ev (rijtje fortis / ingens);
congr. met concursu
M/V
O
Ingens
Ingens
Ingentis
Ingentis
Ingenti
Ingenti
Ingentem
Ingens
Ingenti
Ingenti
Ingentes
Ingentia
Ingentium
Ingentium
Ingentibus
Ingentibus
Ingentes
Ingentia
ingentibus
ingentibus
17-19
Ingenti concursu deducuntur complexi alter alterum cum magno
gaudio castrorum commilitones.
In een geweldige oploop werden de kameraden de een de ander
(elkaar) omarmend met (onder) grote vreugde van het legerkamp
meegevoerd.
18 deducuntur: verklaar het gebruik van deze ww.tijd
praesens historicum
19-20
Conscendit tribunal furens Piso ac iubet duci utrumque, et eum
militem qui non occiderat et eum qui non perierat.
19 duci utrumque: AcI
duci – welke vorm?
infin praes P
19-20
Conscendit tribunal furens Piso ac iubet duci utrumque, et eum
militem qui non occiderat et eum qui non perierat.
Razend van woede beklom Piso zijn hoge zitplaats en gaf het
bevel dat beiden terechtgesteld werden, zowel die soldaat die
niet had gedood als hij die niet was omgekomen.
19-20 et eum militem qui non occiderat et eum
qui non perierat – van wie zijn deze woorden?
Van Seneca; is een uitleg bij
utrumque.
20-21
Quid hoc indignius? Quia unus innocens apparuerat, duo peribant.
20 quid…indignius [est]? Ellips van www est
indignius – welke vorm?
bijwoord van de comparativus
De comparativus
M/V
O
fortior
fortius
fortioris
fortioris
fortiori
fortiori
fortiorem
fortius
fortiore
fortiore
fortiores
fortiora
fortiorum
fortiorum
fortioribus
fortioribus
fortiores
fortiora
fortioribus
fortioribus
Daarnaast kun je van elke comparativus ook een bijwoord maken, om
een bepaling aan te geven bij een werkwoord. Dat bijwoord van de
comparativus eindigt op -ius.
Bv. Miles fortius pugnat quam civis – De soldaat vecht dapperder dan de
burger.
20-21
Quid hoc indignius? Quia unus innocens apparuerat, duo peribant.
20 quid…indignius [est]? Ellips van ww. est
indignius – welke vorm?
bijwoord van de comparativus
De uitgang –ius is dus
* onz ev van de comparativus
* bijwoord van de comparativus
hoc: verklaar de naamval
ablativus
comparationis
20-21
Quid hoc indignius? Quia unus innocens apparuerat, duo peribant.
Wat is er onwaardiger dan dit? Omdat één onschuldig was
gebleken, kwamen er twee om.
Wat is er onwaardiger dan dit? Welke stijlfiguur?
Niets natuurlijk: retorische vraag
21
Piso adiecit et tertium;
Piso voegde er zelfs een derde aan toe;
21 tertium – een derde wat?
een derde man die ter dood gebracht moest worden
21-22
nam ipsum centurionem qui damnatum reduxerat duci iussit.
want hij beval dat de centurio zelf, die de veroordeelde had
teruggebracht, terecht werd gesteld.
22 duci – infin praes P
22-23
Constituti sunt in eodem illo loco perituri tres ob unius innocentiam.
23 perituri: welke vorm?
part. futurum A van per-ire; ptc fut geeft een toekomst / plan /
doel / lotsbestemming aan
zullende omkomen / om om te komen / op het punt staande om
om te komen / gedoemd om te komen
22-23
Constituti sunt in eodem illo loco perituri tres ob unius innocentiam.
Op diezelfde plaats werden drie [mannen] neergezet om ten onder
te gaan vanwege de onschuld van één man.
23-24
O quam sollers est iracundia ad fingendas causas furoris!
23 quam: in uitroep = hoe!
24 fingendas: welke –nd-vorm?
gerundivum (congr met causas)
(ad + gerundi(v) um = om te …)
24 furoris: verklaar de naamval
genitivus objectivus
vgl: gen. subiectivus geeft een soort onderwerp aan:
timor militum ingens erat
gen. obiectivus geeft een soort lijdend voorwerp aan
timor pugnae tantus erat, ut miles non pugnare vellet.
23-24
O quam sollers est iracundia ad fingendas causas furoris!
O hoe slim is de woede bij het verzinnen van aanleidingen tot
razernij / om te …verzinnen.
24-25
‘Te’ inquit ‘duci iubeo, quia damnatus es;
‘Jou’, zei ze, ‘beveel ik terecht te stellen (ik beveel dat jij … wordt),
omdat je veroordeeld bent;
24 te…duci: AcI
24 inquit: wie/wat is het onderwerp (subject)? Citeer!
iracundia (want die verzint smoesjes; maar natuurlijk is het de
woede die in Piso zit)
25-26
te, quia causa damnationis commilitoni fuisti; te, quia iussus
occidere imperatori non paruisti.’
jou, omdat jij de oorzaak van de veroordeling voor jouw kameraad
bent geweest; jou, omdat jij, hoewel het je bevolen was te doden,
niet hebt gehoorzaamd aan je bevelhebber.’
25 te [duci iubeo] – ellips (2x)
25 iussus: ppp; letterlijk: bevolen zijnde
bijzin: nadat je bevolen bent/was
temporeel
omdat je bevolen bent/was
causaal
hoewel je bevolen bent/was
concessief
Welke 3 mensen worden hier dus genoemd?
1e te = soldaat die zonder zijn makker als 1e terugkwam
2e te = soldaat die te laat kwam
3e te = de centurio
26-27
Excogitavit quemadmodum tria crimina faceret, quia nullum
invenerat.
Ze dacht uit hoe ze drie misdaden beging (kon begaan), omdat ze
er geen een had gevonden.
26 excogitavit: wie/wat is het onderwerp? Citeer!
iracundia
26 faceret: verklaar de vorm
coniunctivus (imperfectum: hele werkwoord met uitgang)
in afhankelijke vraag

similar documents