Petersen

Report
De onderwijspedagogiek van Peter Petersen

Het pedagogisch denken van Peter Petersen en Celestin Freinet
kunnen situeren in een culturele, maatschappelijke en
historische context.

Uitgangspunten van hun visie op opvoeden en onderwijzen
kunnen onderscheiden.

Kunnen duiden hoe deze visie in school en klas wordt
geconcretiseerd.

Het werk en het ideeëngoed van Petersen en Freinet kritisch
kunnen benaderen.

Het persoonlijk professioneel denken over ‘samen school maken’
verantwoord verrijken a.d.h.v. een confrontatie met het werk van
Peter Petersen en Celestin Freinet.

1884:

1891-1896
◦ Geboorte te Grossenwiehe,
Noord-Duitsland
◦ Milieu: evangelisch-luthers
landbouwersgezin met 7
kinderen
◦ Beleving van ‘Gemeinschaft’
◦ Volkse dorpsschool te
Grossenwiehe, met 2
onderwijzers die beleven
voorrang geven op beleren
◦ Petersen legt het traject van
8 jaar in 5 jaar af

1896-1904

1904-1908
◦ Gymnasium te Flensburg
◦ Studies te Leipzig, Kiel en
Kopenhagen
◦ Literatuur, filosofie,
geschiedenis, psychologie
◦ Dissertatie bij Wilhelm Wundt,
grondlegger van de
experimentele psychologie

„Der Mensch muss zur
gesunden und vollen
Entfaltung seines Wesens
einen Kreis von Menschen
besitzen, [...] die für ihn als
ganzen Menschen
Verständnis besitzen, und
zwar ein Verständnis, das
weniger auf intellektueller
Klarheit ruht, als erlebt und
gefühlt wird ohne Worte,
eben darum Begriffe
verschmäht und an ihre
Stelle den Blick des Auges,
den Druck einer Hand vor
allem die stets bereite Tat
der Hilfe und des
Beistandes setzt.“

1908: Leraar Johanneumgymnasium (Hamburg)

1912: Schulreformbewegung (Hamburg)

1920: Directeur Lichtwarkschule (Hamburg)

1921: Doctoraat

1922: Ontmoeting met Freinet (Hamburg)
◦
◦
◦
◦
Vakkenintegratie en thematisch onderwijs
Differentiatie
School als leef- en werkgemeenschap
Ouderparticipatie

1923: Hoogleraar onderwijskunde te Jena
◦ Opvolger van de ‘Herbartiaan’ Wilhelm Rein, promotor
van de ‘formele leertrappen’: een variatieloos en
voorspelbaar lespatroon van ‘Klarheit’, ‘Assoziation’,
‘System’ en ‘Methode’
◦ Vindt meer aansluiting bij Karl Volkmar Stoy, voorloper
van Rein en promotor van totaliteitsonderwijs
 < Pestalozzi: ‘hoofd, hart en handen’
 < Landerziehungsheime

Experimenteel-wetenschappelijke ijver
◦ ‘Pädagogische Tatsachenforschung’ in oefenschool
◦ Empirische basis voor de onderwijskunde

1927: congres New Education Fellowship (Locarno)
◦ Eerste publieke en internationale bekendheid met ‘Der
kleine Jenaplan’

1928-1929: lezingen in de V.S.A. en Chili

1931: bezoek aan de Freinets te Vence

1936: publicatie ‘Führungslehre des Untterrichts’, een
sterke kritiek op het traditionele onderwijs, én een
alternatief
◦ Belevingsgericht, wars van intellectualisme
◦ Gericht op de totale mens, niet op één menselijke functie



WO II: wordt ongemoeid gelaten door regime
1950: sluiting van de Petersenschool en
verbod op de pedagogiek
1952: overlijdt, ziek en ontgoocheld

Vanaf 1965: invoering Jenaplan in Nederland onder impuls
van Suus Freudenthal-Luther

Jaren 1994-2014: schuchtere pogingen in Vlaanderen

2009: heftig debat over de houding van Petersen tijdens WO II
◦ Kritisch onderzoek van Benjamin Ortmeyer: uitspraken van Petersen die
racistisch, antisemitisch en nazistisch zijn
◦ Waarom deed Petersen deze uitspraken?
◦ Idee van Petersen (dienstbare individuen in een volksgemeenschap) is
verwant aan de nazistische ideologie van een volksgemeenschap
(verbonden door taal, cultuur en bodem) onder één leider
◦ Anderzijds: we hebben geen doorgeschoten mens- en maatschappijbeeld
nodig om schoolgemeenschap te vormen…
En de nieuwe school komt niet tot stand d.m.v. onderwijsleerplannen; nieuwe
leerstof leidt niet tot een nieuwe school. Maar nieuwe leerinhouden komen
voort uit nieuwe eisen, die de politieke en algemeen culturele situatie van
een volk, kortom de maatschappij, aan de school stelt. De fraaiste
onderwijsleerplannen, uitstekend van inhoud en heel knap samengesteld,
rekening houdend met plaatselijke omstandigheden en op zichzelf
fantastisch uitgekiend, toonbeelden van wetenschappelijk inzicht en kunnen
in de school, bereiken alleen maar dat men in de scholen aan de leerlingen
andere inhouden overdraagt, hen op een andere manier onderwijst. Dat moet
beslist ook zo zijn, maar… dat brengt ons geen Nieuwe School. De doorbraak
naar een Nieuwe School kan alleen komen als we in alle ernst proberen te
komen tot een totale verandering van het schoolleven, een verandering van
de manier van met elkaar omgaan van onderwijsgevenden en leerlingen, van
leerlingen onder elkaar en van de ouders die bij dit alles nauw betrokken
worden. Daartoe is echter inzicht nodig in wat opvoeding werkelijk is en wat
bijgevolg het opvoedingsdoel van de school moet zijn. Rangschik ik nu het
onderwijs onder de opvoeding, zet ik het dus op de tweede plaats, dan kom
ik stap voor stap van de methodiek naar de pedagogiek van het onderwijs.”
“Wat er uiteindelijk uitkwam, was bijgevolg geen dogma, maar een
beginpunt, een kader waarmee de pedagoog kan beginnen als hij als
doel een algemene volksschool op het oog heeft, maar daarbij alle
mogelijke omwegen, moeilijkheden en het ontdekken van al zo vaak
ontdekte dingen wil voorkomen. Op die manier kan hij met het
‘weekwerkplan’ van Jena als uitgangspunt, daarop voortbouwend, op
zijn eigen terrein rijkgezegende nieuwe ideeën tot ontwikkeling
brengen en kan het hem tot inzichten en resultaten leiden die ons tot
nu toe onbekend waren.”


De school is een gemeenschap van:
◦ kinderen
◦ groepsleiders
◦ ouders
Stamgroepen van 3 jaar (leerling-gezel-meester)
◦ meerwaarde stond voor Petersen ‘proefondervindelijk’
vast…
◦ uitgangspunt: het verschil werkt stimulerend…





Unterstufe (onderbouw): 6-9 jaar
Mittelstufe (middenbouw): 9-12 jaar
Oberstufe (bovenbouw): 12-14 jaar
Jugendlichenstufe I: 14-16 jaar
Jugendlichenstufe II: 16-18 jaar



Tafelgroepen
◦ wisselende samenstelling…
◦ …op basis van vriendschappen en belangstelling
Niveaugroepen
◦ stamgroepdoorbrekend (horizontaal & verticaal)
◦ voor moedertaal, wiskunde
Thematische keuzegroepen (wero)

Gemeenschapsgerichte
schoolarchitectuur

In deze sterk groepsgerichte organisatie is er ook plaats voor
zelfstandig werk: de ‘blokperiode’:
◦ korte instructie
◦ zelfstandig contractwerk
◦ tempodifferentiatie
◦ onderlinge hulp



het kind dialogeert met de werkelijkheid (God, natuur,
mensenwereld):
◦ niet enkel vanuit:
 hoe kan ik begrijpen?
 wat kan ik ermee doen?
◦ maar ook:
 wat heeft de werkelijkheid mij te vertellen?
taak voor de leerkracht:
◦ grenssituatie… (vormgeven van omgeving)
◦ …die het kind aanspreekt, uitdaagt, inneemt,… (spanning)
◦ …tot totale zelfwerkzaamheid (overname)
sterk ‘intuïtieve’ pedagogiek

4 grondvormen van interactie met de wereld
◦ Uiterlijke vorm van activiteit
◦ Innerlijke verwerking

4 basisactiviteiten in een ritmisch weekplan
◦ Gesprek (kring, sociaal-emotioneel, zelfbeeld)
◦ Werk (zelfrealisatie in product en proces)
◦ Spel (exploratie, experiment, beleving)
◦ Viering (verdichting, symboliek)

De inhoudelijke kern is wereldoriëntatie
◦ ‘Gesamtunterricht’
◦ Gaat uit van kinderen en hun vragen, niet van
vakken en disciplines

Lezen, schrijven en rekenen zijn dienstbaar
aan wero en worden als ‘functionele
vaardigheden’ opgevat

Open schoolmodel

Visionair i.v.m. ‘samen school maken’
◦ Participatief en volks
◦ Vele coöperatieve kansen
◦ Gevaarlijk kantje i.v.m. openheid

Waarde én gevaar van ‘intuïtieve beleving’

similar documents