les 5 - Caroline Heijmans MSc

Report
Docent: drs. Caroline Heijmans

Van sensatie en perceptie (titel hoofdstuk in het boek)
naar interpretatie en beoordelen (titel van de les)

De volgende onderwerpen komen aan bod:





transductie
sensorische adaptatie
de absolute drempel voor verschillende stimuli
perceptuele ambiguïteit en vervorming
gestaltbenadering
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
2
na het bestuderen van de theorie en het afronden van deze les:
1.
kun je transductie definiëren;
2.
kun je uitleggen wat de absolute drempel voor verschillende stimuli
betekent;
3.
kun je voorbeelden geven van perceptuele ambiguïteit en vervorming;
4.
kun je de gestaltbenadering met betrekking tot perceptie uitleggen;
5.
kun je de ponzo-illusie aantonen.
6.
kun je de theorieen over informatieverwerking relateren aan
persoonlijkheidsontwikkeling.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
3

Iedereen verwerkt informatie en hierin zijn bepaalde
processen te herkennen.

Ook uniek proces (de manier waarop iemand informatie
verwerkt, zegt iets over hem/haar als persoon).

Relatie met persoonlijkheidsontwikkeling
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
4

De hersenen nemen de wereld indirect waar, omdat de
zintuigen alle stimuli omzetten in de taal van het
zenuwstelsel: neurale impulsen
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
5




stimulatie
transductie (omzetten in patroon van neurale
impulsen)
sensatie
perceptie
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
6

Proces waarbij een gestimuleerde receptor (bijv. ogen,
oren, huid) een patroon van neurale impulsen creëert
dat de stimulus representeert in de hersenen, waardoor
onze initiële ervaring van de stimulus ontstaat.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
7

Hoe zwak kan een stimulus zijn om nog net te worden
opgemerkt door een organisme?

Absolute drempel: intensiteit waarbij de stimulus de helft
van een groot aantal pogingen wordt opgemerkt.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
8

Het kleinste fysische verschil tussen twee
stimuli dat iemand betrouwbaar in 50% van
de gevallen als verschil kan opmerken.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
9

De grootte van het JWV hangt proportioneel
samen met de intensiteit van de stimulus.
Wij zijn gebouwd om veranderingen in,
en relaties tussen stimuli op te merken
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
10

Sensatie is afhankelijk van de kernmerken van de stimulus,
de achtergrondstimulus en de detector.

Sensatie is een waarschijnlijkheid dat het signaal wordt
opgemerkt en accuraat wordt verwerkt. Een factor bij die
kans of waarschijnlijkheid is de variatie in het menselijke
oordeel.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
11

Zintuigen worden steeds minder gevoelig
naarmate een stimulus langer aanhoudt.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
12



Perceptie geeft betekenis aan sensatie.
Doel: accurate greep op de wereld krijgen.
Door perceptie ontstaat een interpretatie van
de externe wereld, GEEN letterlijke kopie.
Hoe wordt een gewaarwording tot een uitgebreide perceptie?
Het is de taak van perceptie om sensorische input aan de omgeving te
onttrekken en die te organiseren tot stabiele, betekenisvolle percepten.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
13




Kenmerkdetectoren
Bottom up of Top down?
Perceptuele constanties
Veranderingsblindheid
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
14
kennisgedreven
stimulusgedreven
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
15
Als we vanuit een hoek naar
een deur kijken, dan ‘weet’ je
dat de deur rechthoekig is,
hoewel het sensorische beeld
vervormd is.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
16


Formeer 2 subgroepen
Geef zelf 3 voorbeelden uit je eigen ervaring
van:
 bottom-upverwerking
 top-downverwerking


Bespreek de voorbeelden met elkaar.
Presenteer de voorbeelden.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
17
Veranderingen die we zien
aankomen, zoals een rood
licht dat op groen springt,
merken we wel op. Het
onverwachte zien we over
het hoofd door onze
verwachtingen die van
‘bovenaf’ komen.
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
18
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
19
Het Hermannraster
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
20
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
21
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
22
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
23
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
24
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
25

Op leren gebaseerde interferentie

Gestalttheorie van perceptie
 hersenen vormen een ‘heel’ percept (meer dan de som van
de sensorische delen)
 Percept: figuur (=patroon/Gestalt) waar alle aandacht naar
gaat + grond (=achtergrond waartegen we de figuur
waarnemen)
 Lege plekken opgevuld
subjectieve contouren
+
insluiting
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
26



gelijkenis
dichtbijheid
continuering
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
27

Gemeenschappelijke bestemming

Prägnanz (bij voorkeur het eenvoudigste
patroon)
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
28

Op leren gebaseerde interferentie
 context en verwachtingen
 perceptuele disposities
Leverworst, boter, jam hagelslag, ham, k??s
Bob, David, Willem, Hans, Tom, K??s
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
29
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
30
Aziaten
Amerikanen
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
31
Bower (1971)
Bower (1971) zette baby’s van 2
weken oud een driedimensionale
bril op. Genereerde virtuele
werkelijkheid waarbij bal in de
ruimte verplaatste – dichtbij
gezicht = versnelde hartslag +
duidelijk waarneembare angst
Reactie alleen bij kinderen ouder dan
6 maanden (Visual Cliff experiment –
Gibson & Walk, 1960)
© drs. Caroline Heijmans | [email protected]
32

similar documents