Spelbegeleiding Zaalhockey Jongste Jeugd

Report
Spelbegeleiding Zaalhockey
Jongste Jeugd
Uitgave november 2011
©KNHB
Veilig
Leerzaam
Plezier
• Jij bent de baas
• Fluit hard en duidelijk
• Gebruik de gebaren
Speelveld en wedstrijdduur
Speelveld
Wedstrijd duur
 6-tallen  20 minuten
zonder rust
 8-tallen  2x 15 minuten
5 minuten rust
Team en uitrusting
• 6 tegen 6
• Doelverdediger is verplicht te spelen
met legguards
Wat mag niet in de zaal
Slaan  in de zaal mag er alleen gepusht worden.
• Dus ook niet flatsen en geen schuifslag  affluiten
Hoog spelen, als een bal per ongeluk iets (minder dan 10
cm)omhoog gaat en de tegenstander heeft hier geen last dan
mag er door gespeeld worden.
• Op het doel mag de bal omhoog, max. tot plankhoogte (ook
als er geen plank is).
Wat mag niet in de zaal
• Liggend spelen  alleen de stickhand
mag de vloer raken
• Door “blok” heen willen spelen
Welke regels zijn identiek aan het
veldhockey?




Shoot
Gevaarlijk spel
Afhouden
“Self Pass”
Shoot, wanneer wel fluiten wanneer
niet?
 Tussen beide cirkels shoot alleen
affluiten als er te veel voordeel
uitkomt of als er daardoor
gevaarlijke situaties ontstaan
doordat er teveel kinderen op een
“kluitje”staan
 In de doelgebieden shoot altijd
affluiten
 Geef als leer moment een strafbal
als er bij de 6- en 8-tallen een bal
bewust door een speler van de
verdedigende partij uit het doel
wordt geschopt om zo een doelpunt
tegen te gaan
 Bij 8-tallen strenger fluiten op shoot
dan bij 6-tallen
Gevaarlijk spel
 Met de stick zwaaien boven
schouderhoogte
 Op de stick hakken
 Duwen
 Direct spelen van een lange
pass (ipv eerst stoppen en
dan pushen)
Allemaal direct af fluiten
en uitleg geven aan
beide teams
Afhouden
 Afhouden wil zeggen het tussen
de bal en een tegenstander gaan
staan om te voorkomen dat de
bal wordt afgepakt. Het gaat hier
om een stilstaand moment  dit
wordt afgefloten en uitgelegd aan
alle spelers
 Als de speler met de bal aan de
stick in beweging blijft en door
draait is dit ondanks het feit dat
er een kort moment is dat de bal
met het lichaam wordt
afgeschermd geen afhouden 
het spel gaat door.
Self pass
Elke vrije bal mag door
de speler zelf worden
genomen  moedig als
spelleider aan om de
bal zelf te nemen
Overige spelregels zaal
•
•
•
•
Alleen pushen
Afstand bij vrije slag: 3 meter
Er wordt altijd gebruik gemaakt van een cirkel
Geldig doelpunt als de bal binnen de cirkel door een aanvaller
op doel is gepusht.
• Wisselen mag op elk moment (behalve bij een strafcorner, 8tallen)
• Bal over de zijbalk, dan inpush binnen 1 meter van de balk
• Er is geen lange corner. In plaats daarvan wordt er een
uitpush genomen, recht naar voren waar de bal over de
achterlijn is gegeaan en niet verder dan ‘kop’cirkel.
Strafcorner E6
• Bij de 6E teams zijn er geen strafcorners
Bij een overtreding binnen de cirkel of het
opzettelijk over de achterlijn spelen van de bal
door een verdediger volgt een vrije push voor de
aanvallende partij ter hoogte van de kopcirkel
recht op de achterlijn; daaruit kan niet
rechtstreeks worden gescoord.
(bal terugspelen of via de balk spelen)
Strafcorner 8D en 8E
 Bij de 8-tallen wordt er standaard
met een strafcorner gespeeld. De
strafcorner wordt gegeven voor:
 Een opzettelijke overtreding
in cirkel zoals shoot, hakken
of duwen
 Bij de strafcorner staat de keeper
in het doel en de verdedigers
naast het doel aan de andere
kant waar hij genomen wordt; de
overige verdedigers staan achter
de middenlijn.
 Zeker aan het begin van een
periode is het verstandig om voor
nieuwe teams de strafcorner uit
te leggen
Spelplezier bevorderende maatregelen
 Om alle spelers op het veld even veel
plezier te laten houden in het spel
worden daar waar het verschil in
sterkte te groot is maatregelen
genomen.
 Het nemen van maatregelen wordt
door de spelleider besloten in overleg
en samenspraak met de coaches
zodat iedereen weet waar hij/zij aan
toe is. Ook de spelers worden op de
hoogte gesteld.
 Er mogen meerdere maatregelen
tegelijkertijd worden toegepast
Maatregel 1
 Strenger fluiten voor shoot
bij de sterkere partij
Meestal is het nemen
van deze maatregel
alleen niet afdoende
maar wel leerzaam voor
de sterkere partij.
Maatregel 2
 “One touch hockey” (aannemen van de bal, 1 stap mogen
lopen en dan afspelen) voor de sterkere partij; hierbij geldt
het volgende:
Alleen tussen beide doelgebieden  in het doelgebied
moet de natuurlijke drang om direct te willen scoren niet
worden afgeleerd
Met deze maatregel bevorder je het samenspelen en
voorkom je dat net die “ene” sterke speler alles alleen
doet.
Maatregel 3
Als spelleider zorgen dat het zwakkere team beter
gaat “draaien” door te helpen bij de veldbezetting en
het krijgen van overzicht.
Als spelleider zorgen voor de juiste positiebezetting
door de sterkere partij  neemt de achterhoede
speler wel de vrije slagen, hoe staat de verdedigende
partij
Coaches kunnen ook hun opstelling veranderen 
achterhoede voor laten spelen om op die manier
niveau verschil te verkleinen
Wat doe je niet om groot verschil in
speelsterkte te compenseren
 Doelen kleiner maken  dit kan
ook niet in een 11-tal en is
bovendien voor geen van de
partijen leerzaam
 De natuurlijke drang om te willen
scoren afstraffen door overspelen
in het doelgebied als maatregel
te nemen
 De zwakkere partij laten winnen
door dat er maatregelen zijn
ingevoerd voor de sterkere partij
 maatregelen worden niet
opgeheven maar als spelleider
ben je prima instaat om dit te
voorkomen
Tot slot
• Jij bent de baas!
Fluit hard en duidelijk.
• Niet vergeten om zaalschoenen en een
fluitje mee te nemen.
• Veel succes en veel plezier in de zaal!

similar documents