Facsheets Bas Jacobs

Report
FACTSHEETS
BAS JACOBS
NACHT VAN DE ECONOMIE
ROTTERDAM, 5 JUNI 2014
ZG. ‘STIMULERINGSPAKKETTEN’ 2009, 2010
 Begrotingssaldo
 2008: 0,5% bbp
 2009: -5,6% bbp
 2010: -5,1% bbp
 Crisispakketten Balkenende-IV
 2009: 0,7% bbp
 2010: 0,5% bbp
 2011: -0,5% bbp
 Conclusie: grootste stimulans was automatische stabilisatie
en ‘noemereffect’
Bron: CPB (2011), Effecten Stimuleringspakket
BEZUINIGINGEN EN LASTENVERZWARINGEN 20112017
Cumulatieve lastenverzwaringen en uitgavenbeperkingen 2011-2017 (miljarden euro)
Lastenverzwaring Uitgavenbeperking
Totaal
Afbouw stimuleringspakket BalkenendeIV
0
3
3
Aanvullend beleidsakkoord
0
2
2
Kabinet Rutte-Verhagen
7
13
19
Begrotingsakkoord
7
2
9
Kabinet Rutte-Asscher
5
10
15
6-miljardpakket
2
4
6
Bron:
2011-2017
TotaalWim Suyker (2014), "Tekortreducerende maatregelen
21
33
MEV2014-versie"
Aandeel
39%
61%
54
100%
BEZUINIGINGEN EN LASTENVERZWARINGEN
Bron: Wim Suyker (2014), "Tekortreducerende maatregelen 2011-2017
MEV2014-versie"
REËLE UITGAVEN EN INKOMSTEN OVERHEID
Bron: CPB (CEP, 2014)
AUSTERITEIT IN NEDERLAND SINDS 2010
Bron: CPB (CEP, 2014) en OESO (2014)
EXPANSIEF BELEID?
 Overheidsuitgaven nominaal 10% gestegen,
 Reëel is overheidsaandeel gegroeid met 4% (deflator
prijsindex overheidsbestedingen)
 Overheidsaandeel in bbp 5% gestegen
 Maar gecorrigeerd voor de output-gap is het bbp-aandeel
van overheid gelijk gebleven over de hele periode 2008-2015
 aanvankelijke oploop 2009-2010 volledig teniet gedaan door
bezuinigingen daarna
 Conclusie: tot 2010 expansief, daarna restrectief beleid
KOSTEN BBP VERLIES 2011-2015 DOOR
AUSTERITEIT





Noot: zeer ruwe indicatie
45 mrd tekorteductie 2011-2015
Multiplier = 0.5 => 23 mrd = 3,8% bbp
Multiplier = 0.75 => 34 mrd = 5,6% bbp
Multiplier = 1
=> 45 mrd = 7,5% bbp
 2011-2015:
 7,5% bbp aan tekortreducerende maatregelen
 2,2% bbp feitelijke (geraamde) reductie begrotingstekort
 5,3% bbp weglek => 70% uitverdieneffect als economie alleen
door tekortreductie zou vertragen/krimpen
OVERHEID HEEFT OOK VERMOGEN
 EMU-schuld 2014: 74,5% bpp (CPB, 2013)
 Netto overheidsvermogen: +41% bbp (CPB, 2013)
 Kosten vergrijzing (zorg, AOW)
 Pensioenvermogen per 1 april 2013 = 960 mld (DNB, Bulletin, 27/8
2013)
 Belastingclaim voor overheid
Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld
STAATSBALANS VOOR NEDERLAND (2013)
Bezittingen
 Kapitaalgoederenvoorraad:
64% bbp
 Financiële activa: 27% bbp
 Gasvoorraad: 22% bbp
Schulden
 Staatsschuld: 74,5% bbp
Totaal activa: 112% bbp
Totaal passiva: 74,5% bbp
 PM Belastingclaim pensioen:
ca. 63% bbp
 PM Latente verplichtingen
vergrijzing (AOW, zorg)
 PM garanties
Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld
GEEN PROBLEEM MEER MET HOUDBAARHEID
 Tijdens grootste crisis sinds 80 jaar realiseert NL
houdbaarheidsoverschot
 AOW-leeftijd, HRA, hervorming zorg
 Nb. structureel EMU tekort in 2014: ca. -1,7% bbp
 Vgl. VS structureel begrotingstekort 2014: -1% bbp (CBO, 2013)
 Twee kanttekeningen bij CPB
houdbaarheidssommen:
 Zorguitgaven groeien sneller
 Financiële sector
Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld
HOUDBAARHEIDSOVERSCHOT: CA. 1,2% BBP
 Houdbaarheidsoverschot na Rutte-2: 1,0% bbp
 Bij geraamd structureel EMU-saldo 2014/2017: -1,4%/-1,4%
 Dus: houdbaar structureel EMU-saldo 2014/2017 na verwerking Rutte-2:
-2,4%/-2,4% bbp (EC-methode)
 Nb. Aanname geen verandering in rentelasten&baten/gasbaten
(verandering robuust EMU-saldo = verandering structureel EMUsaldo)
 CEP (2014) raamt structureel EMU-saldo 2014 (EC-methode): -1,2%
 0,2% bbp verbetering t.o.v. regeerakkoord
 Conclusie: houdbaarheidsoverschot thans ca. 1,2% bbp
Bronnen: CPB (2012), Actualisatie Effecten Financieel Kader Regeerakkoord
CPB (2014), Centraal Economisch Plan
LAGERE GROEI SLECHT VOOR
OVERHEIDSFINANCIËN? NIET CORRECT




Klaas Knot e.v.a.: lagere groei, dus nu bezuinigen
Lagere groei door vergrijzing al in houdbaarheidssommen
Correcte waarde van netto schuld/bezit nemen
Nederland heeft positief netto overheidsvermogen, geen netto
overheidsschuld

Zie ook positief houdbaarheidssaldo!
 Netto overheidsvermogen positief ondanks uitstaande staatsschuld door
claim pensioenen en aardgasvermogen
 Bij positief overheidsvermogen is lagere groei goed voor de
overheidsfinancien
 Reden: uitgaven dalen bij lagere groei sneller dan de inkomsten
 Houdbaarheidstekort daalt met ca. 1,2% als groei met 1% daalt
Bron: CPB (2010), Vergrijzing Verdeeld
GROEI OP LANGE TERMIJN
 Van Ark en De Jong (1996): gemiddelde groei TFP 1913–
1994 = 1,6 procent per jaar
 CPB (2010): 1,7 procent per jaar productiviteitsgroei
RAMING ECONOMISCHE GROEI
Bron: CPB (CEP, 2014)
ECONOMISCHE GROEI INTERNATIONALE
VERGELIJKING
HISTORISCHE VERGELIJKING: NEDERLAND
GROEIT LANGZAMER DAN IN JAREN 30
Bron: CPB (CEP, 2014) en CBS (Statline)
VOORSPELFOUTEN ECONOMISCHE GROEI CPB
Bron: GeenStijl (2013)
BEZETTINGSGRADEN
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
OUTPUT GAPS (% BBP)
Bron: OESO (2014)
OUTPUTVERLIES TEN OPZICHTE VAN TREND
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
PERMANENT OUTPUTVERLIES 2008-2015
ONGEVEER 10% BBP
 Als totaal outputverlies 16,5% is bij trendgroei van 2% en
outputgap van 4,5% dan is permanent outputverlies 11% bbp
 Ball (2014): permanent outputverlies NL 9% bbp
 Trendmatige groei potentiële productie 2,1%
WERKLOOSHEID
Bron: CBS Statline (2014)
RENTEUITGAVEN OVERHEIDSSCHULD
Bron: CPB (2013), Centraal Economisch Plan, bijlage 9.
RENTEVOETEN BEREIKEN HISTORISCHE
DIEPTEPUNTEN
Bron: DNB (2014)
RENTESTANDEN LAGER DAN OOIT SINDS 1517
Bron: Deutsche Bank (2012)
OVERHEID GEEFT 3 MRD PER JAAR MINDER UIT
AAN RENTE STAATSSCHULD SINDS 2008
 2008:
 EMU-schuld: 58,5% bbp
 Rentelasten 2,2% bbp = 13,5 mrd euro
 2013:
 EMU-schuld: 74,3% bbp
 Rentelasten: 1,8% bbp = 10,4 mrd euro
Bron: CBS (2014), CPB (2014, CEP)
RENTEUITGAVEN HISTORISCH DIEPTEPUNT
Bron: CPB (2006)
OVERSCHOT LOPENDE REKENING
Bron: CPB (2013), Centraal Economisch Plan
KOSTEN LAGE GROEI GROTER DAN KOSTEN
OPLOPEN TEKORT
 DeLong en Summers (2012): verhoog tekort 1 jaar
 Multipliereffect: meer bestedingen jaar 1
 Hysterese-effect: outputwinst structureel
 Hogere rentelasten, leiden mogelijk tot hogere verstorende belastingen
 Wanneer leidt hoger tekort niet tot hogere staatsschuldquote?





rk = g + hmt/(1 – mt)
rk kritieke waarde is voor de rente op staatsschuld
g langetermijngroeivoet van de economie
h hysteresecoëfficient
t marginale belastingquote in de economie
 Wanneer kost hoger tekort samenleving meer dan het oplevert?
 mk = u/[1 + ut + h(1 + ut)/(r – g)]
 mk: kritieke begrotingsmultiplier waar beneden een groter tekort
maatschappelijk meer kost dan oplevert
 u welvaartsverlies hogere belastingdruk (u = 40%)
HOGER TEKORT LEIDT NIET TOT HOGERE
STAATSSCHULD EN IS MAATSCHAPPELIJK
GEWENST
Bron: Jacobs (2013), Nederlands Begrotingsbeleid Kost meer dan het Oplevert
MULTIPLIERS NU GROTER DAN IN NORMALE
TIJDEN
 Liquiditeitsbeperkingen, huishoudens onder water met
hypotheek
 Nulgrens beleidsrente ECB
 Synchrone bezuinigingen
 Niet als overheid ook in problemen zit, zie ook Van der
Kwaak en Van Wijnbergen (2013)
 Hogere rentelasten overheid verhogen kapitaalkosten banken > minder kredietverlening
 Relevant voor periferie in Europa, niet Nederland
OVERZICHT MULTIPLIERSTUDIES OPEN
ECONOMIEËN
Bron: Jacobs (2013) zie daar ook voor referenties
MULTIPLIERSTUDIES







Blanchard, Olivier en D. Leigh (2013), “Growth Forecast Errors and Fiscal Multipliers”, IMF
Working Paper Series WP/13/1, Washington-DC: IMF.
Christiano, L., M. Eichenbaum en S. Rebelo (2011), “When Is the Government Spending
Multiplier Large?”, Journal of Political Economy, 119, 78-121.
Leeper, E.M., N. Traum en T.B. Walker (2011), “Clearing up the Fiscal Multiplier Morass”,
NBER Working Paper No. 17444, Cambridge-MA: NBER.
Ramey, Valerie A. (2011),“Can Government Purchases Stimulate the Economy?”, Journal
of Economic Literature, 49, (3), 673-85.
Romer, C.D., (2011), “What Do We Know about the Effects of Fiscal Policy? Separating
Evidence from Ideology”, speech Hamilton College November 7, 2011.
Woodford, M., (2011), “Revisiting fiscal multipliers, Simple Analytics of the Government
Expenditure Multiplier”, American Economic Journal: Macroeconomics, 3, (1), 1-35.
Zie voor veel meer referenties ook het overzicht bij het CPB:
http://www.cpb.nl/veelgestelde-vragen-ramingen-cpb#Vragen_over_de_begrotingsmultiplier
BALANCED BUDGET MULTIPLIER
 1e jaars tekstboek, gesloten economie, lump-sum belasting:
 Bestedingsmultiplier = 1/s, s = spaarquote
 Belastingmultiplier = -(1- s)/s
 Balanced-budget multiplier = 1
 Intuitie: deel belastingverlaging wordt gespaard, niet zo bij
uitgavenverhoging
 CPB (2011) Varianten Saffier II, Achtergronddocument
 belastingmultiplier ca -0.4
 bestedingsmultiplier ca. 0.9
 balanced budget multiplier = ca. 0.5
 Wren-Lewis, S. (2012), “One is the magic number”, Mainly Macro.
 Jacobs. B (2013), “Alles lekt weg naar het buitenland, toch?”, ESB Blog.
NIET ALLES LEKT WEG NAAR HET BUITENLAND
 Hoe opener de economie, hoe groter ‘invoerlek’
 NL invoerquote ongeschoond: 74% bbp
 Hoog door wederuitvoer (‘overslag-effect Rotterdam’)
 Hoog door invoer van intermediaire goederen in uitvoer
 Netto invoerquote gemmiddeld = 26% bbp (CPB, 2013)
 Marginaal = 35-55% (CPB, 2013)
 Multiplierstudies laten geen grote verschillen zien tussen grote en kleine
landen
 Conclusie: invoerlek is wat groter in kleine landen, maar wordt
overdreven door tegenstanders van anti-cyclisch begrotingsbeleid
Bron: Jacobs (2013) en CPB (CEP, 2013)
OVERHEID NAAR 40% BBP?










Caveat: zeer ruwe benadering
Constante aanbodelasticteit e
Marginale druk t
Marginaal dood gewicht: MEB = t/(1 – t)e
Gemiddeld dood gewicht: AEB = -e(ln(1 – t) + t)
NL: t = 54%, e = 0,5 (empirissch hoog): MEB = 58%, AEB = 15%
Stel t = 44%: MEB 40% en AEB = 10%
Welvaarstwinst lagere belastingen 5% bbp
Welvaartsverlies kleinere overheid genegeerd
Structurele outputverlies 2x welvaartswinst van lagere belastingen bij
verkleining overheid naar 40% bbp
Referentie: Jacobs, B. (2008), De Prijs van Gelijkheid, Amsterdam: Bert Bakker
HET PROBLEEM: PRIVATE SCHULDEN
Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld
HET PROBLEEM: PRIVATE SCHULDEN
Bron: CPB (2013) De naakte feiten over de Nederlandse overheidsschuld
CONSUMPTIE DAALT TUSSEN 2010-2013
VRIJE BESPARINGEN ALTIJD NEGATIEF
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
INVESTERINGEN LAAG, MAAR HERSTELLEN ZICH
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
WERELDHANDELSGROEI HERSTELT ZICH
GELEIDELIJK…
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
… MAAR WERELDHANDELSGROEI VALT TERUG
Bron: CPB (2014)
LEVERAGE RATIO NL BANKEN LAAG
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
KREDIETVOORWAARDEN MKB SCHERP
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
KREDIETVERLENING NL BANKEN KRIMPT
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
HERKAPITALISATIES: VS VS. EUROGEBIED
“De ervaring met het Amerikaanse Supervisory Capital Assessment Program (SCAP), dat in 2009 door de
Amerikaanse toezichthouder werd uitgevoerd om de soliditeit van de bankensector te testen, leert dat
kapitaalemissies ook mogelijk zijn in moeilijke marktomstandigheden (grafiek 4). De hieraan deelnemende
banken vulden vrijwel het gehele kapitaaltekort dat was vastgesteld met private middelen op (USD 179
miljard, ofwel 97 procent van het totaal).” DNB
Bron: DNB (2013)
WAAROM BANKEN VEEL MEER EIGEN VERMOGEN
MOETEN HEBBEN
 Admati, Anat and Martin Hellwig (2013), The Banker’s New
Clothes, Princeton University Press.
 Admati, Anat and Martin Hellwig (2013), “The Parade of the
Banker’s New Clothes Continues”, mimeo.
NETTO PENSIOENBESPARINGEN (% TOTALE
CONSUMPTIE)
9
8
7
6
5
4
3
2
1
0
2010
2011
2012
Bron: CPB (2013), Centraal Economisch Plan
2013
2014
SUMMERS: SECULAIRE STAGNATIE IN NL?
 Besparingen hoog





Vergrijzing: groot aanbod pensioenbesparingen? Ja
Balansherstel na financiële crisis? Ja
Vermogensongelijkheid sterk toegenomen? Nee
Voorzorgsbesparingen gestegen? Onduidelijk, waarschijnlijk
Deflatiegevaar? Ja
 Investeringen laag





Vergrijzing: krimpende vraag investeringsgoederen? ja
Prijzen investeringsgoederen gedaald? Ja
Kosten krediet hoog? Ja
Overcapaciteit? Ja
Deflatiegevaar? Ja
ONTSNAPPING SECULAIRE STAGNATIE NIET GOED
MOGELIJK
 Begrotingsbeleid in de klem door Brusselse afspraken
 geen anti-cyclisch begrotingsbeleid
 geen overheidsinvesteringen (ondanks recordlage rentes)
 Standaard monetair beleid niet langer effectief
 beleidsrente nul
 Onconventioneel monetair beleid afgewezen
 kwantitatieve verruiming nu niet mogelijk
 forward guidance via hogere inflatiedoelstelling
 Zie ook speech Draghi 5 juni
 Monetaire transmissiekanaal stuk
 banken zwak
REFERENTIES ECONOMIE LIQUIDITEITSVAL








Christiano, L., M. Eichenbaum en S. Rebelo (2011), “When Is the Government Spending Multiplier
Large?”, Journal of Political Economy, 119, 78-121.
Eggertsson, G. (2010), “What Fiscal Policy Is Effective at Zero Interest Rates?” NBER Macroeconomics
Annuals, 25, 59-112.
Eggertsson, Gauti, and Paul Krugman (2012), “Debt, Deleveraging and the Liquidity Trap: A FisherMinsky-Koo Approach”, Quarterly Journal of Economics, 127, 1469–1513.
Eggertson, G. en M. Woodford (2006), “Optimal Monetary and Fiscal Policy in a Liquidity Trap”, in
Richard H. Clarida, Jeffrey Frankel, Francesco Giavazzi en Kenneth D. West (eds) NBER International
Seminar on Macroeconomics 2004, Cambridge-MA: MIT Press, 75 – 144.
Krugman, Paul (1998), “It’s Baaack: Japan’s Slump and the Return of the Liquidity Trap”, Brookings
Papers on Economic Activity, 2, 137-205.
Svensson, L. (2003), “Escaping from a Liquidity Trap and Deflation: The Foolproof Way and Others”,
Journal of Economic Perspectives, 17, (4), 145-166.
Woodford, M. (2012), “Methods of Policy Accomodation at the Interest-Rate Lower Bound”, presented at
Jackson Hole Symposium, August 2012.
Werning, I. (2012), “Managing a Liquidity Trap: Monetary and Fiscal Policy”, mimeo, MIT.
GROEI GELDHOEVEELHEID EUROZONE DAALT
Bron: ECB (2014)
STERKE DESINFLATIE, DEFLATIE OP DE LOER
Bron: ECB (2014)
JAPANSE TOESTANDEN?
Bron: Financial Times (2014)
INKOMENSONGELIJKHEID HUISHOUDENS
Bron: CBS (2014)
INKOMENSVERSCHILLEN (GINI)
Bron: CBS (2014)
TOPINKOMENS IN NEDERLAND 1977-2010
Bron: Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)
INKOMENSONGELIJKHEID: TOP 1%
Bron: Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)
INKOMENSGRENZEN TOPINKOMENS 2010
 Individueel inkomen
 Top 10%: 71.000 euro
 Top 5% 90.000 euro
 Top 1% 162.000 euro
 Top 0,5% 212.000 euro
 Top 0,1% 375.000 euro
 Huishoudinkomen:
 Top 10%: 116.000 euro
 Top 5%: 144.000 euro
 Top 1%: 238.000 euro
 Top 0,5%: 300.000 euro
 Top 0,1%: 533.000 euro
Bron: Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)
GEEN RELATIE TUSSEN TOPTARIEF EN
INKOMENSAANDEEL TOP 1%
Bron: Jacobs (2013)
INKOMENSCONCENTRATIE AAN DE TOP
INTERNATIONALE VERGELIJKING MET PARETO
PARAMETER
Bron: Jacobs, Zoutman en Jongen (2013)
VERMOGENSONGELIJKHEID NEDERLAND
VERGELIJKING NEDERLAND VS
 Top 1% inkomen:
 NL, 2012: 6,3%
 VS, 2012: 19,3% (incl. kapitaalwinsten 22,5%)
 Top 10% inkomen:
 NL, 2012: 30,9%
 VS, 2012: 48,2% (incl. kapitaalwinsten 50,4%)
Bron: World Top Incomes Database (2014)
HUIZENPRIJZEN 28% REËEL GEDAALD 2008-2013
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
HUIZENTRANSACTIES 2005-2013
Bron: CPB (2014), Centraal Economisch Plan 2014
DEKKINGSGRADEN (2007K1-2013K2)
Bron: DNB (2013)
PENSIOENPREMIES STIJGEN
Bron: CPB MEV 2013
REINHART EN ROGOFF: THIS TIME IS DIFFERENT
 R&R: Financiële crisis lossen alleen op door herverdeling van vermogen
 inflatie
 wanbetaling
 financiële repressie
 (devaluatie, niet mogelijk bij euro)
 Crediteuren moeten onvermijdelijke verliezen nemen
 banken (sanering/herkapitalisatie)
 overheden (Griekenland)
 Spaarders gaan betalen voor leners
 Rendementen pensioenfondsen onder druk
REINHART AND ROGOFF – GROWTH IN A TIME OF
DEBT




Reinhart, C. M., and K. S. Rogoff (2010), “Growth in a Time of Debt”, American
Economic Review: Papers & Proceedings, 100, 573–578.
Reinhart, Carmen M., Vincent R. Reinhart, and Kenneth S. Rogoff (2012). “Public
Debt Overhangs: Advanced-Economy Episodes since 1800”, Journal of Economic
Perspectives, 26 (3), 69-86.
Probleem: 90% schuldgrens bestaat toch niet
Herndon T, M. Ash and R. Pollin (2013), “Does High Public Debt Consistently
Stiffle Economic Growth? A Critique of Reinhart and Rogoff”
R&R’S 90% SCHULDGRENS BESTAAT NIET
Bron: Dube (2013)
CAUSALITEIT VAN GROEI NAAR SCHULD
 Reinhart en Rogoff: hoge schuld -> minder groei?
 Hoge schuld = hoge toekomstige belastingen, inflatie,
devaluatie en financiële repressie
 Maar minder groei -> hoge schuld
 Minder groei = minder belastinginkomsten, hogere uitgaven
uitkeringen
 Empirie: causaliteit loopt van groei naar schuld
 Dube (2013), “Reinhart/Rogoff and Growth in a Time Before Debt”, New Next Deal,
Blog.
 Lof and Malinen (2014), “Does sovereign debt weaken economic growth? A Panel VAR
analysis”, Economics Letters, 122/3, 403-407.
VERGELIJKING NEDERLAND EN VS
Bron: IMF (2014) World Economic Outlook Database

similar documents